CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 -Ontwerpbegroting VGGM 2027

Gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente DoesburgBij agendapunt: Ontwerpbegroting 2027 en jaarstukken 2025 VGGM21.245 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

www.vggm.nl

Ontwerpbegroting 2027 Concept Bevat tevens eerste begrotingswijziging 2026

april 2026

Inhoudsopgave Voorwoord

4

Leeswijzer

6

1.

Programma Crisisbeheersing

7

1.1

Wat willen we bereiken?

7

1.2

Wat gaan we doen om dit te bereiken?

7

1.3

Hoe meten we of ons doel is bereikt?

8

1.4

Risico’s en beheersmaatregelen

9

1.5

Wat mag het kosten?

9

2.

3.

4.

5.

6.

7.

Programma Brandweer

10

2.1

Pijler Brandweerzorg

10

2.2

Pijler Risicobeheersing

14

2.3

Risico’s en beheersmaatregelen

16

2.4

Pijler meldkamer

17

2.5

Wat mag het programma Brandweer kosten?

17

Programma GGD

18

3.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?

19

3.2

Risico’s en beheersmaatregelen

26

3.3

Wat mag het kosten?

27

Programma Ambulancezorg

28

4.1

Mobiele zorg

28

4.2

Meldkamer en Zorgcoördinatie

30

4.3

Risico’s

31

4.4

Wat mag het kosten

32

Programma Bedrijfsvoeren

33

5.1

Programma Samen.Beter.Bedrijfsvoeren.

33

5.2

Informatievoorziening en digitale transformatie

34

5.3

Mens en Organisatie

36

5.4

Wat mag het kosten?

39

Paragrafen

40

6.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

40

6.2

Onderhoud kapitaalgoederen

42

6.3

Financiering

42

Financiën

44

7.1

Indexeringsmethodiek

44

7.2

Investeringen

45

7.3

Begrotingswijziging 2026

45

7.4

Overzicht incidentele baten en lasten

47

7.5

Methodiek gemeentelijke bijdragen

47

Versie: april 2026

Pagina

2

8.

Begroting 2027

48

8.1

Ontwikkelingen in gemeentelijke bijdragen

48

8.2

Specificatie gemeentelijke bijdrage per gemeente

51

8.3

Geprognotiseerde balans

55

8.4

Reserves en voorzieningen

57

8.5

Meerjaren investeringsplan 2026-2030

58

8.6

Taakvelden

59

8.7

Tabellen overzicht baten en lasten

59

Versie: april 2026

Pagina

3

Voorwoord Voor u ligt de ontwerpbegroting 2027. Met deze ontwerpbegroting vertalen we de Kaderbrief 2027 naar beleidsmatige- en financiële kaders. Deze begroting kan niet los worden gezien van de financiële uitdagingen die op de lokale overheden afkomen. De verwachting blijft dat gemeenten in de komende jaren te maken hebben met financiële krapte. In deze ontwerpbegroting is een voorstel opgenomen om te komen tot structurele besparingen.

De toenemende aandacht voor de financiële kaders is begrijpelijk en de maatschappelijke relevantie van VGGM is groter dan ooit. Onze rol in de diverse crises en in de zorgtransitie, maar ook het belang van de repressieve dienstverlening en preventieve gezondheid laat zien dat we een organisatie van betekenis zijn. Het Rijk ziet ook een belangrijke rol voor ons weggelegd in hun ambitie in het veerkrachtig en weerbaar maken van de samenleving. We blijven ons dan ook vol overgave inzetten voor onze kerntaak: bijdragen aan een veilig en gezond Gelderland-Midden. Onze samenleving en de maatschappelijke en fysieke risico’s ontwikkelen zich continu. Het is van belang om daar constant op in te spelen en goed voorbereid te blijven. In 2026 werken we samen met gemeenten en andere partners aan het Meerjarenbeleidsplan waarin we beschrijven op welke wijze VGGM inspeelt op die ontwikkelingen. Het beleidsplan ziet op de periode 2027-2030. De ontwikkelingen in financiële zin volgen de uitgangspunten uit de Kaderbrief 2027 (zoals indexering en de besparingen) en aanvullend zijn in deze ontwerpbegroting een aantal risico’s en autonome ontwikkelingen uit de Kaderbrief 2027 gekwantificeerd.

Om de operationele continuïteit van de regio te waarborgen, zijn er voor de komende periode een aantal budgettaire reserveringen noodzakelijk op de volgende onderwerpen: • TBC & Vaccineren: In de afgelopen jaren is de druk op team TBC toegenomen, onder andere als gevolg van een toename van activiteiten op het gebied van het opsporen van TBC en het behandelen van patiënten (toename van casuïstiek en complexere casuïstiek door anderstaligen). Om de toegenomen druk en complexiteit bij de TBC-bestrijding op te vangen is een aanvullende investering van € 190.000 in de begroting opgenomen. In onze regio vraagt het vergroten van de vaccinatiebereidheid bijzondere aandacht. Eind 2025 heeft de Bestuurscommissie Gezondheid aandacht gevraagd voor vaccineren, met als ambitie om toe te werken naar interventies en aanpakken voor diverse doelgroepen, waarbij we recht doen aan de verschillen in vaccinatiegraad in onze regio. In de begroting is een bedrag van € 25.000 opgenomen om te komen tot scenario’s die bijdragen aan het verhogen van de vaccinatiegraad. Gesprekken met het Rijk over structurele financiering zijn gaande, echter is het niet de verwachting dat hier op korte termijn uitsluitsel over volgt. • Brandweer & Veiligheid: Het programma Gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbestrijding, gefinancierd met tijdelijke middelen, eindigt in 2026.

Daarna beheert de brandweer de resultaten blijvend. Borging van deze nieuwe fase (monitoring) vraagt om extra personele capaciteit. Daarnaast is er nieuwe wet- en regelgeving op het gebied van natuurbrandbeheersing die ook om extra capaciteit vraagt (samen € 150.000). In 2027 wordt dit bedrag incidenteel gefinancierd uit de reserve Rijksbijdrage en wordt daarna onderdeel van de gemeentelijke bijdrage.

Versie: april 2026

Pagina

4

• Personele lasten: Een bedrag van € 100.000 is opgenomen voor de kosten die voortvloeien uit de regeling voor spaarverlof, met name ter dekking van vervanging in roosterfuncties. Belangrijkste risico Cao-ontwikkeling Na een periode van intensief onderhandelen is op 2 februari 2026 een onderhandelingsresultaat tussen vakbonden en werkgevers overeengekomen. Met het onderhandelingsresultaat zijn voor de periode van 1 augustus 2025 tot 1 augustus 2027 (24 maanden) herziene arbeidsvoorwaarden overeengekomen. De kostenontwikkeling is hoger dan de indexering van de gemeentelijke bijdrage waardoor een incidenteel en mogelijk structureel tekort ontstaat. In de indexeringsmethodiek wordt twee jaar na het begrotingsjaar nagecalculeerd op basis van de Macro Economische Verkenning (MEV) van het CPB. Het risico bestaat dat de nacalculatie niet voldoende is waardoor het tekort structureel wordt. Mogelijk dient het weerstandsvermogen aangesproken te worden. Via de reguliere P&C cyclus wordt het bestuur op de hoogte gehouden.

Versie: april 2026

Pagina

5

Leeswijzer De ontwerpbegroting is opgesteld als instrument voor het algemeen bestuur om zijn kaderstellende en controlerende rol goed te kunnen vervullen. Met deze ontwerpbegroting wordt inzicht gegeven in wat wij in het komende jaar willen bereiken, welke activiteiten daarvoor worden uitgevoerd en welke financiële middelen daarvoor nodig zijn. De ontwerpbegroting is opgebouwd uit drie onderdelen: het programmaplan, de programmabegroting en de bijlagen. Programmaplan In het programmaplan worden onze vijf programma’s inhoudelijk toegelicht. Per programma wordt beschreven:

•

wat we willen bereiken (doelen en beoogde resultaten);

•

wat we daarvoor gaan doen (activiteiten en inzet);

•

Wat mag het kosten.

Hiermee krijgt het algemeen bestuur inzicht in de maatschappelijke en organisatorische opgaven voor het komende jaar. Programmabegroting De programmabegroting vormt de financiële uitwerking van het programmaplan. Dit onderdeel geeft per programma een nadere toelichting op het onderdeel ‘Wat mag het kosten’. Daarnaast bevat de programmabegroting de verplichte financiële overzichten, waaronder:

•

de ontwikkeling van baten en lasten;

•

de meerjarige financiële ontwikkelingen;

•

de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdragen.

Tot slot wordt in dit onderdeel onze financiële positie uiteengezet, zodat een integraal beeld ontstaat van de financiële gezondheid en de meerjarige perspectieven van de organisatie. Bijlagen Het boekwerk sluit af met diverse bijlagen. Hierin wordt nadere en meer gedetailleerde informatie gegeven over de financiële gevolgen van de ontwerpbegroting en de onderliggende aannames en specificaties. Met deze opbouw biedt de ontwerpbegroting een samenhangend overzicht van beleidsvoornemens, activiteiten en financiële consequenties, zodat het algemeen bestuur op hoofdlijnen kan sturen.

Versie: april 2026

Pagina

6

1. Programma Crisisbeheersing Het programma Crisisbeheersing bestaat uit één afdeling Crisisbeheersing, die zich richt op de taken genoemd in de Wet veiligheidsregio’s. Hierbij horen de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) en de gemeentelijke samenwerking op het gebied van bevolkingszorg. De GHOR coördineert bij crises de opgeschaalde publieke en acute gezondheidszorg en stuurt op zorgcontinuïteit in de regio. Bevolkingszorg ondersteunt de gemeentelijke crisisbeheersingstaken voor de vijftien gemeenten van onze veiligheidsregio.

1.1

Wat willen we bereiken?

Crisisbeheersing richt zicht op het voorkomen, beperken en bestrijden van rampen en crises. Dit doen we door onze crisisorganisatie voor te bereiden op het voeren van regie tijdens situaties waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden. Ook zorgen we ervoor dat de samenleving zoveel mogelijk overeind blijft tijdens een crisis en helpen terug te veren naar een gewenste situatie. Dit vertaalt zich in de volgende drie strategisch doelstellingen: 1.

Het hebben van regie op de voorbereiding.

2.

Het 24/7 beschikbaar hebben van slagkracht en uithoudingsvermogen met onze crisisorganisatie.

3.

Het voorbereiden van goede overdracht van acute fase naar de nafase ten behoeve van herstel en nazorg.

2027 markeert het begin van een nieuwe beleidscyclus. We geven uitvoering aan het Beleidsplan Crisisbeheersing 2027-2030 als onderdeel van het meerjarenbeleidsplan VGGM. De kern van het beleidsplan wordt gevormd door vier speerpunten: 1.

Weerbare samenleving: We dragen als veiligheidsregio bij aan het overeind houden van de samenleving tijdens crises en aan herstel naar het oude of nieuwe evenwicht. Een weerbare en veerkrachtige samenleving vraagt iets van iedere burger, elk bedrijf, elke (maatschappelijke) organisatie en van iedere overheidsinstantie. We ondersteunen onze omgeving bij het behalen van ieders weerbaarheidsopgave.

2.

Weerbare en toekomstige crisisorganisatie: We werken verder aan een weerbare en toekomstige crisisorganisatie die in staat is om snel te schakelen, ongeacht de aard of omvang van de crisis. Hiervoor is een crisisorganisatie nodig die haar werk kan continueren in tijden van langdurige crisis.

3.

Netwerkimpuls: We versterken en onderhouden een krachtig netwerk met onze belangrijkste partners, gebaseerd op transparantie, wederzijds vertrouwen en gezamenlijke verantwoordelijkheid.

4.

Kwaliteitsimpuls: We verbeteren onze kwaliteit door bewuster, planmatiger en professioneler te werken, met een cyclische en datagedreven aanpak die zorgt voor inzicht en sturing op alle processen. Deze ontwikkeling versterkt ons fundament voor verdere verbetering.

1.2

Wat gaan we doen om dit te bereiken?

Ten behoeve van de doelstellingen zetten we in op de volgende activiteiten: 1.

Weerbare samenleving

Het programma Weerbaarheid VGGM, dat eind 2025 is gestart, krijgt ook in 2027 een vervolg. Bijvoorbeeld door het geleerde uit de pilot noodsteunpunten mee te nemen in de verdere uitrol van meer noodsteunpunten. In 2026 wordt een verkenning gedaan naar de meerwaarde en haalbaarheid van een Risk Factory voor onze regio, waarbij afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek in 2027 mogelijk een vervolg wordt gegeven. Daarnaast versterkt de GHOR, samen met haar

Versie: april 2026

Pagina

7

zorgpartners, de continuïteit en veerkracht van de Nederlandse zorg, in lijn met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Tot slot ondersteunt Bevolkingszorg onze gemeenten in de uitvoering van de gemeentelijke weerbaarheidsopgave. 2.

Weerbare en toekomstige crisisorganisatie

We zetten de ingezette koers voort waarbij we werken aan het verhogen van onze slagkracht, ons uithoudingsvermogen en de continuïteit van onze crisisorganisatie. Hiervoor werken we aan het robuust inrichten van onze piketten en borgen we de 24/7 beschikbaarheid van middelen en voorzieningen om onze taken ook onder moeilijke omstandigheden voort te zetten. We gaan ons nieuwe Regionaal Crisisplan implementeren waarin meer aandacht is voor langdurige en sluimerende crisis. Ook investeren we in de vakbekwaamheid van onze mensen in relatie tot langdurige en sluimerende crises. In het licht van onze weerbaarheidsopgave controleren we bestaande planvorming op toepasbaarheid en ontwikkelen we zo nodig nieuwe. 3.

Netwerkimpuls

In 2026 stellen we een visie netwerkmanagement vast. Deze gaan we in 2027 implementeren binnen de afdeling en de netwerken van de GHOR, Bevolkingszorg en Crisisbeheersing. Als onderdeel daarvan houden we continu verbinding met onze partners en werken we proactief samen met crisispartners, medeoverheden, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Ook organiseren we netwerkbijeenkomsten om het netwerk te onderhouden en actualiseren we onze samenwerkingsconvenanten wanneer nodig. 4.

Kwaliteitsimpuls

In 2027 implementeren we de hernieuwde afspraken uit het convenant Bevolkingszorg. Daarnaast voeren we het Uitvoeringsplan Bevolkingszorg 2027-2028 uit. In de Visie Bevolkingszorg 2027-2030 hebben we vastgelegd om te gaan werken in lijn met de landelijke afspraken die zijn vastgelegd binnen het programma Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg. We gaan werken aan de implementatie van die afspraken. Eveneens gaan we aan de slag met het doorontwikkelen van ons evaluatieproces o.a. door het implementeren van TRM (Team Resource Management) en verbeteren van evaluaties van oefeningen en inzetten. Tot slot zetten we project om de verhuizing van de afdeling crisisbeheersing en de crisisruimtes te verhuizen naar een nieuwe werklocatie voort.

1.3

Hoe meten we of ons doel is bereikt?

Wij meten het behalen van onze doelen op de volgende wijzen: 1.

We monitoren meerdere malen per jaar de voortgang van het jaarplan Crisisbeheersing en sturen deze bij wanneer nodig.

2.

Kwaliteit crisisorganisatie: We rapporteren aan de inspectie justitie en veiligheid onze operationele prestaties.

3.

Sociale veiligheid en goed werkgeverschap: We monitoren periodiek het werkplezier op de afdeling. We monitoren ziekteverzuim en in- en uitstroom.

Versie: april 2026

Pagina

8

1.4

Risico’s en beheersmaatregelen

Blijvende spagaat tussen financiering en taakstelling. We maken keuzes tussen investeren en het behouden van het bestaande niveau. Met betrekking tot werkdruk en welzijn hebben we blijvende aandacht nodig voor sociale veiligheid en nazorg.

1.5

Wat mag het kosten?

Versie: april 2026

Pagina

9

2. Programma Brandweer Het programma Brandweer bestaat uit de afdelingen Brandweerzorg en Risicobeheersing. Brandweerzorg richt zich op het werk van de brandweer tijdens incidenten. De belangrijkste activiteiten zijn: • Het voorbereiden op branden en andere noodsituaties; • Het bestrijden van branden; • Het verlenen van hulp bij ongevallen. Deze afdeling zorgt ervoor dat onze brandweer snel, veilig en effectief kan optreden wanneer dat nodig is. Risicobeheersing richt zich op het versterken van een veilige en gezonde leefomgeving. De belangrijkste doelen zijn: • Mensen helpen beschermen tegen risico’s in hun omgeving; • Inwoners en organisaties stimuleren om veilig en gezond te handelen; • Zorgen voor goede voorwaarden voor hulpdiensten, zodat zij hun werk veilig kunnen uitvoeren, bijvoorbeeld door advies over gebouwveiligheid en bereikbaarheid; • Op deze manier draagt Risicobeheersing bij aan het verminderen van risico’s en het vergroten van de veiligheid in onze regio.

2.1

Pijler Brandweerzorg

Wat willen we bereiken? Ons beleidsdoel is het zorgen voor goede en toekomstbestendige brandweerzorg. We willen dat inwoners en organisaties op ons kunnen vertrouwen en onze hulpverlening waarderen. De komende jaren wil brandweerzorg haar wettelijke taken goed blijven uitvoeren en meegaan met veranderingen in de samenleving. Dit betekent onder andere dat wij: • 24 uur per dag, 7 dagen per week brandweerzorg en hulpverlening bieden; • werken met goed opgeleide medewerkers en passend materieel; • bouwen aan een sterke en flexibele organisatie die kan omgaan met belangrijke risico’s die vanwege de combinatie kans x effect hoog op onze lijst staan, zoals natuurbranden en de energietransitie; • aandacht hebben voor ontwikkelingen rond de weerbaarheid van de samenleving en ons richten op het waarborgen van onze eigen continuïteit, zodat wij ook bij langdurige incidenten of uitval van vitale infrastructuur inzetbaar blijven. Door onze mensen en middelen slim en efficiënt in te zetten, willen wij de veiligheid en gezondheid van de inwoners van Gelderland-Midden beschermen. Om dit beleidsdoel te bereiken, willen wij een toekomstbestendige organisatie zijn. Een organisatie die meebeweegt met maatschappelijke ontwikkelingen en goed kan inspelen op nieuwe vragen en uitdagingen.

Wat gaan we doen om dit te bereiken? We moeten meebewegen met landelijke en regionale ontwikkelingen. Daarbij blijven we werken volgens de wettelijke regels, maar leggen we meer nadruk op echte risico’s, goede samenwerking, passende opleidingen en goed werkgeverschap.

Versie: april 2026

Pagina

10

Roosterproblematiek In de cao zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van verlofsparen. Medewerkers kunnen verlofuren sparen om deze later in te zetten voor bijvoorbeeld een sabbatical, opleiding of eerder stoppen met werken (verlofspaarregeling). We merken bij de roosterfuncties dat dit leidt tot uitdagingen in de planning en dat we vaker te maken krijgen met (externe) vervangingskosten wat een kostenverhogend effect heeft (€ 100.000). Een flexibele en slagvaardige brandweer We bouwen aan een brandweer die snel kan schakelen en goed is voorbereid op grote en langdurige incidenten. Elke veiligheidsregio stemt mensen en middelen af op de behoefte in de regio dat doen wij door te kijken naar ons eigen materiaal spreidingsplan. Bij grotere en meer complexe incidenten doen veiligheidsregio’s een beroep op elkaar (GBO-SO). We werken samen met andere regio’s, zodat we elkaar kunnen ondersteunen wanneer dat nodig is. Nieuwe middelen, zoals drones, helpen ons om incidenten beter, sneller en veiliger te bestrijden. Daarnaast leveren wij een actieve bijdrage aan een weerbare samenleving. We denken mee over en ondersteunen bij noodsteunpunten en andere vormen van hulp aan inwoners bij langdurige verstoringen, zoals stroomuitval of extreme weersomstandigheden. Tegelijk kijken we kritisch naar onze eigen continuïteit.

We bereiden ons voor op uitval van vitale infrastructuur, zoals elektriciteit, communicatie en ICT, zodat de brandweer ook onder deze omstandigheden operationeel en betrouwbaar kan blijven. Vakmanschap, leren en opleiden Vakmanschap is een belangrijke voorwaarde voor een toekomstbestendige brandweer. Daarom blijven we investeren in het leren en ontwikkelen van onze medewerkers. We leren van eigen brandonderzoek, evaluaties van inzetten en oefeningen en van landelijke ontwikkelingen. Samen met alle andere veiligheidsregio’s werken we landelijk aan een nieuw en flexibel opleidingssysteem. Dit systeem sluit beter aan op de praktijk en op de risico’s van deze tijd. De wijzigingen beogen een modernere, praktijkgerichte opleiding. De vernieuwing van de manschap opleidingen en de invoering en integratie van nieuwe technieken in de opleiding werken kostenverhogend. Op deze wijze zorgen we ervoor dat brandweerpersoneel goed voorbereid is op verschillende en steeds complexere incidenten, zoals branden, ongevallen en natuurgeweld, en hun vak veilig en professioneel kunnen blijven uitvoeren. De kosten worden opgenomen in de Kaderbrief 2028. Toekomstig werkgeverschap Binnen onze organisatie blijven we investeren in goed werkgeverschap. We werken aan verbinding en vertrouwen en zorgen voor sociale veiligheid en een veilige werkomgeving.

Dit betekent blijvende aandacht voor gezondheid, veiligheid en werkplezier van onze medewerkers. We voeren de Regeling erkenning en aanspraken PTSS als beroepsziekte in. De kosten hiervan komen voor rekening van de veiligheidsregio. Hiermee erkennen we de impact van ingrijpende incidenten en zorgen we voor goede ondersteuning en nazorg. Daarnaast blijft het behoud van vrijwilligers, vooral in de dagsituatie, een belangrijk aandachtspunt. Via het programma Goed Werkgeverschap werken we aan passende ondersteuning, duidelijke afspraken en een goede balans tussen werk, privé en brandweerwerk.

Versie: april 2026

Pagina

11

We zetten in op meer diversiteit, minder administratieve lasten en betere ondersteuning van onze medewerkers. Zo bouwen we aan een sterke, veerkrachtige en toekomstbestendige organisatie waarin mensen veilig en met plezier kunnen werken.

Hoe meten we of ons doel is bereikt Wij meten het behalen van onze doelen met de volgende indicatoren: 1.

Kwaliteit en beschikbaarheid van brandweerzorg • Het percentage inzetten waarbij de opkomsttijd wordt gehaald (dekkingsplan) • De beschikbaarheid van personeel en materieel per post

2.

Vakbekwaamheid en opleiding • Het percentage medewerkers dat voldoet aan de opleidings- en oefennormen • Deelname aan trainingen, oefeningen en bijscholing • Evaluaties van oefeningen en inzetten (geleerde lessen) • Evaluaties van grootschalige en langdurige incidenten

3.

Veilig en goed werkgeverschap • In- en uitstroom van onze medewerkers • Het ziekteverzuim en het gebruik van nazorg en ondersteuning • Meldingen en opvolging van sociale en fysieke veiligheid

4.

Tevredenheid van inwoners en partners • Klanttevredenheid over brandweerzorg

Risico’s Bij het uitvoeren van onze brandweerzorg zien wij in 2027 een aantal risico’s, onzekerheden en knelpunten die invloed kunnen hebben op het behalen van onze doelen. 1. Personeel en beschikbaarheid: • Tekort aan (vooral overdag beschikbare) vrijwilligers door vergrijzing, uitstroom en de lastige combinatie met werk en privé; • Druk op inzetbaarheid bij langdurige of gelijktijdige incidenten; • Tweede loopbaanbeleid repressieve beroepsbrandweer, nieuw beleid is nog niet bekend. De beheersmaatregelen richten zich op doorontwikkeling van het programma Goed Werkgeverschap en Veilig Werkklimaat. We focus onze wervingscampagne op doelgroepen die overdag beschikbaar zijn. Bij grote incidenten zetten we vroegtijdig in op aflossing eventueel met hulp van buiten de regio. 2. Toenemende en veranderende risico’s: • Meer natuurbranden door droogte en klimaatverandering; • Nieuwe risico’s door de energietransitie, zoals batterijen en zonnepanelen en complexere incidenten door hoogbouw en verdichte steden; • Onzekerheid over toekomstige wet- en regelgeving. De beheersmaatregelen richten zich op het versterken van vakinhoudelijke kennis, samenwerking tussen regio’s en operationele voorbereidingen en ontwikkelen van - en trainen op - specialistische risico-onderwerpen. We bereiden ons voor op toekomstige wet- en regelgeving via monitoring van ontwikkelingen.

Versie: april 2026

Pagina

12

3. Financiële druk: • Stijgende kosten voor materieel, onderhoud, trainingen en opleidingen; • De beperkte financiële ruimte bij gemeenten en regio kan in de nabije toekomst tot keuzes leiden tussen het behouden van het bestaande brandweerniveau of het investeren in noodzakelijke vernieuwingen; • De impact van eventueel benodigde PFAS-maatregelen voor mens en milieu is nog niet bekend. De beheersmaatregelen richten zich op kostenbeheersing via regionale bundeling van inkooptrajecten en gezamenlijke aanbestedingen met andere veiligheidsregio’s. Verder bieden we een transparante onderbouwing van budgetbehoeften, financiële knelpunten en realistische keuzemogelijkheden. Voor het onderwerp PFAS volgen we de landelijke ontwikkelingen. 4. Opleiding en vakbekwaamheid: • Overgang naar een nieuw opleidingsstelsel kost tijd en capaciteit; • Moeilijk om iedereen tijdig op te leiden naast de dagelijkse inzet; • Behoefte aan extra training voor nieuwe en specialistische risico’s. De risico’s rond opleiding en vakbekwaamheid beheersen we door de overgang naar het nieuwe opleidingsstelsel gefaseerd en planmatig te organiseren. Oefenmomenten spreiden we beter en we ontwikkelen extra capaciteit en specialistische trainingen voor nieuwe en complexe risico’s. 5.

Samenwerking en afhankelijkheden: • Afhankelijkheid van samenwerking met andere regio’s en partners; • Verschillen in werkwijzen en tempo tussen organisaties; • Onzekerheden rond landelijke ontwikkelingen en besluiten. De beheersmaatregelen richten zich op het versterken en structureren van de samenwerking met regio’s. We stemmen de werkzaamheden met elkaar af. We blijven de landelijke ontwikkelingen volgen door actief te monitoren. 6. Techniek en systemen: • Overgang naar een nieuw communicatiesysteem na C2000; • Kwetsbaarheid van digitale systemen en informatieveiligheid. De beheersmaatregelen richten zich op een zorgvuldige overgang naar het nieuwe communicatiesysteem en het versterken van onze digitale weerbaarheid door samenwerking met ICT‑partners en andere veiligheidsregio’s. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met stijgende kosten voor techniek en beheer. 7. Werkdruk en welzijn: • Toenemende fysieke en mentale belasting van medewerkers met mogelijke uitval door stress of ingrijpende incidenten; • Blijvende aandacht nodig voor sociale veiligheid en nazorg; De beheersmaatregelen richten zich op het beperken van fysieke en mentale belasting, het vroegtijdig ondersteunen van medewerkers bij stress en na incidenten en het structureel borgen van sociale veiligheid en goede nazorg via het programma Goed Werkgeverschap en Veilig Werkklimaat.

Versie: april 2026

Pagina

13

2.2

Pijler Risicobeheersing

Wat willen we bereiken? Ons beleidsdoel is bijdragen aan een veilige en gezonde leefomgeving. Dit doen we door: • Risico’s in de leefomgeving zichtbaar te maken; • Maatregelen te adviseren om deze risico’s te verkleinen; • Inwoners te stimuleren veilig & gezond te leven; • Voorwaarden te scheppen voor veilig repressief optreden. Onze maatschappelijke basis hiervoor ligt enerzijds in de Omgevingswet (art. 1.3): “bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving” anderzijds in de Wet veiligheidsregio’s (art. 3) met de volgende opdracht: “het voorkomen en beperken van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en het beperken van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand”. Het vierde punt onder ons beleidsdoel komt logischerwijze voort uit goed werkgeverschap voor onze repressieve collega’s; ook volgens de zorgplicht vanuit de Arbowet en onze Risico-inventarisatie en -evaluatie. Om deze beleidsdoelen te realiseren, willen we een toekomstbestendige organisatie zijn, meebewegen met de maatschappelijke ontwikkelingen en optimaal inspelen op de vragen die spelen. Kortom, een expertisecentrum zijn met een stevige netwerkpositie dat risicogericht en datagestuurd werkt.

Wat gaan we doen om dit te bereiken? We werken in een zestal taakvelden (brandveiligheid, omgevingsveiligheid, industriële veiligheid, brandveilig leven, informatievoorziening, beleid en ondersteuning) aan de volgende activiteiten: • We adviseren om goede afwegingen te kunnen maken bij het inrichten van de omgeving, gericht op omgevingsveiligheid, infrastructuur, beleidsmatig bij ontwikkeling van omgevingsvisie- en plannen. Ook in het proces van vergunningverlening, gericht op bouwen, evenementen en milieubelastende activiteiten. Daarbij krijgt het aspect fysieke veiligheid vorm of wordt tenminste meegewogen; • We houden toezicht op bouwwerken of evenementen waarop we hebben geadviseerd, op het brandveilig gebruik van met name kwetsbare doelgroepen (bijvoorbeeld zorggebouwen, wonen voor zorg en bijeenkomstgebouwen), op wettelijke geëiste brandmeldinstallaties met het oog op nodeloze brandmeldingen en bij bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen (Seveso instellingen en risicorelevante bedrijven); • We creëren, onder de noemer Brandveilig leven, meer bewustzijn en handelingsperspectief over veiligheid bij ketenpartners, instellingen, bedrijven en burgers, met behulp van kennisdeling en gedragsbeïnvloeding; • We investeren in informatievoorziening met systemen, (brand)risicoprofiel, dashboards en functioneel beheer ter ondersteuning van onze primaire processen en voor

Repressieve ObjectInformatie (ROI). Naast ROI delen we ook langs andere wegen, structureel kennis en informatie met onze repressieve collega’s, zodat zij een goed beeld van de restrisico’s hebben met bijbehorend handelingsperspectief voor een veilig repressief optreden. • We investeren in diverse ondersteunende processen, zoals netwerkmanagement, beleidsontwikkeling en het verder ontwikkelen van ons vakgebied op regionaal, Oost-5- en landelijk niveau. • Met de uitvoering van ons meerjarenbeleidsplan Risicobeheersing (2025-2028) geven we klimaatverandering en natuurbrandbeheersing extra aandacht. Daarnaast blijven we ook aan eerdere thema’s (energietransitie en verstedelijking) werken.

Versie: april 2026

Pagina

14

Naast deze reguliere werkzaamheden starten we een aantal projecten en ronden eerder gestarte projecten af: • De aanbesteding van ons zaaksysteem in 2026 kan leiden tot een contractpartij die een geheel nieuw zaaksysteem levert. In dat geval volgt implementatie hiervan in 2027, inclusief de migratie van de data. • We werken het thema Klimaatverandering en natuurbandbeheersing verder uit in een risicobeeld, integrale strategie en een pilot. Daarnaast ontwikkelen we ons verder als lerende organisatie. • Doorontwikkeling van het brandrisicoprofiel, zodat risico’s zoals natuurbranden en stadsverdichting (nog) beter in beeld komen voor onze advisering én voor de voorbereiding op het repressieve brandweeroptreden. • Afronding van de inhaalslag meldingen van de nieuwe gebruiksfunctie wonen voor zorg. En opname hiervan in de reguliere toezichtcyclus. • Spoor 1 van het programma gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing in Gelderland loopt medio 2026 af. De brandweer monitort hiervan de resultaten. Het is van belang dat de maatregelen voor de kwetsbare objecten en voorzieningen in het natuurgebied (zoals recreatiebedrijven of vitale infrastructuur) in stand blijven. Borging hiervan vraagt om een structurele investering van € 150.000 (in 2027 wordt dit bedrag incidenteel gefinancierd via de reserve Rijksbijdrage). Natuurbranden komen vaker voor.

Het Rijk maakt daarom nieuwe regels, waardoor veiligheidsregio’s risico’s beter moeten analyseren en meer moeten samenwerken.

Hoe meten we of ons doel is bereikt? Anders dan bij incidentbestrijding het geval is, werkt risicobeheersing aan onzichtbare veiligheid: voorkomen en beperken kun je zelden beetpakken. Bovendien wordt het complex van fysieke veiligheid door zoveel factoren beïnvloed dat we niet kunnen aantonen dat verbeteringen een direct gevolg zijn van onze inspanningen. Aan de andere kant zijn we een van de veiligste landen ter wereld. En dat komt óók doordat we investeren in die onzichtbare veiligheid. Onze indicatoren om bij te dragen aan het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving zijn daarom vooral outputgericht: • Aantal adviezen dat we hebben gegeven en op welk aspect of welk risico deze adviezen betrekking hebben; • Aantal toezichtmomenten die we gehouden en bij welke kwetsbare doelgroepen, risicovolle bedrijven of organisaties die nodeloze brandmeldingen veroorzaken we dat gedaan hebben; • Aantal acties/interventies die we hebben gedaan om brandveilig leven te stimuleren in onze regio; • Aantal updates en nieuwe repressieve objectinformatie en andere informatieproducten die de primaire processen en/of projecten ondersteunen; • Welke inspanningen hebben we verricht om ons netwerk te versterken, onze kennis te delen of (nieuwe) risico’s beter in beeld te krijgen.

Versie: april 2026

Pagina

15

2.3

Risico’s en beheersmaatregelen

Bij het uitvoeren van Risicobeheersing zien wij in 2027 een aantal risico’s, onzekerheden en knelpunten die invloed kunnen hebben op het behalen van onze doelen. 1.

Personeel • Knelpunt: voortdurende mutaties in ons personeelsbestand, gecombineerd met arbeidsmarktkrapte voor hooggekwalificeerd personeel met specifieke deskundigheid. • Beheersmaatregelen: het versneld intern laten doorstromen van collega’s, het – waar passend – werven van minder hooggekwalificeerd personeel, het inzetten van creatievere wervingsstrategieën en het, indien noodzakelijk, accepteren dat we bepaalde werkzaamheden niet kunnen uitvoeren.

2.

Transitie veiligheidsrisico’s • Knelpunt: maatschappelijke opgaven zoals energietransitie en klimaatverandering stellen ons voor risico’s die nog niet duidelijk zijn en in beweging blijven. • Beheersmaatregelen: blijvend investeren in leren, onder meer in Oost5-verband en landelijk, en de kennis daaruit delen en gebruiken in de eigen regio. En accepteren dat we soms moeten adviseren onder onzekerheid omdat het beeld van het risico nog niet helemaal duidelijk is.

3.

Opleiding en vakbekwaamheid • Knelpunt: de voortdurende personeelsmutaties zorgen ervoor dat we 10 - 15% van onze collega’s in opleiding hebben. Deze zijn dan niet volledig inzetbaar. Ook na de opleiding moeten zij (vaak) het vak nog beter leren en zullen begeleiding nodig hebben. • Beheersmaatregelen: bij de werving ervaren beroepsbeoefenaren aantrekken. Feit is dat dit niet altijd lukt. We moeten accepteren dat nieuwe collega’s, ondanks opleiding en begeleiding, tijd nodig hebben om het vak in de vingers te krijgen.

4.

Datagestuurd werken • Knelpunt: een meer professionele benadering van veiligheidsrisico’s vereist dat dit is onderbouwd op basis van data. De maatschappelijke opgaven zijn nog zo zeer in beweging dat hier vaak nog geen (bruikbare) data over beschikbaar zijn, laat staan over de risico’s die daarmee gepaard gaan. • Beheersmaatregelen: we geven de informatievoorziening steeds meer positie zodat we meer oog hebben voor wat hierbij komt kijken. Van daaruit zetten we stappen om de data die we hebben te verrijken en data te zoeken bij de risico’s van de maatschappelijke opgaven. En ook hier moeten we leren accepteren dat data (over risico’s) nog niet beschikbaar zijn.

5.

Financiële druk • Knelpunt: beperkte financiële ruimte bij gemeenten en regio, terwijl investeringen nodig zijn om in een veranderende maatschappij de nieuwe risico’s te kunnen duiden met behoud van het beeld en de aanpak van bestaande risico’s. • Beheersmaatregelen: de ontwikkelingen en risico’s duiden en zo tijdig mogelijk aangeven wat de financiële gevolgen zijn van een adequate aanpak van deze risico’s; op basis daarvan heldere voorstellen doen.

6.

Samenwerking en afhankelijkheden • Knelpunt: afhankelijkheid van samenwerking met gemeentelijke afdelingen, omgevingsdiensten en verschillende maatschappelijke partners (zorginstellingen, woningcorporaties, etc.) waarbij verschillen bestaan in werkwijze, prioritering en tempo. • Beheersmaatregelen: we investeren op verschillende niveaus en langs meerdere wegen in de relatie met al deze belangrijke partners. Met specifiek aandacht voor de Omgevingsdienst Groene Metropool, die recent ontstaan is uit de fusie van ODRA–ODRN.

7.

Techniek en systemen

Versie: april 2026

Pagina

16

• Knelpunt: we worden steeds meer afhankelijk van techniek en systemen. Een voor ons belangrijk systeem is het zaaksysteem waarin veel werk wordt afgehandeld en opgeslagen. Overgang naar een nieuw zaaksysteem biedt onzekerheden. • Beheersmaatregelen: aanbesteding van het zaaksysteem in een projectmatige en professionele aanpak volgens de regels afhandelen. Een dergelijke aanpak ook hanteren voor de implementatiefase, wanneer de aanbesteding leidt tot een geheel nieuw systeem.

2.4

Pijler meldkamer

De activiteiten met betrekking tot de meldkamer hebben betrekking op het ontvangen van noodmeldingen van burgers of professionals en het alarmeren van eenheden in de regio. Landelijke meldkamersamenwerking Apeldoorn De meldkamer activiteiten worden gezamenlijk met de Veiligheidsregio’s Gelderland Zuid, Noord en Oost-Gelderland, IJsselland en Twente uitgevoerd vanuit de meldkamer Oost-Nederland in Apeldoorn. De brandweerfunctie binnen de meldkamer in Apeldoorn wordt uitgevoerd door Veiligheidsregio Noord en Oost-Gelderland. Samenwerkingsafspraken tussen de vijf veiligheidsregio’s zijn gemaakt om te zorgen dat de brandweerfunctie voor het hele gebied uniform wordt uitgevoerd. Veiligheidsregio Noorden Oost-Gelderland verrekent de kosten voor de meldkamerfunctie brandweer met de andere veiligheidsregio’s op basis van inwoneraantal. De begrote kosten voor VGGM passen binnen het bestaande financieel kader.

2.5

Wat mag het programma Brandweer kosten?

Overzicht baten en lasten

Realisatie

Begroting

Gew. Begr.

Begroting

Raming

Raming

Raming

Bedragen x € 1.000

2025

2026

2026

2027

2028

2029

2030

Brandweerzorg Risicobeheersing Meldkamer

39.430 5.583 1.152

38.690 5.870 1.231

39.625 5.876 1.198

40.312 6.071 1.198

39.962 5.970 1.198

39.962 5.970 1.198

39.962 5.970 1.198

Lasten

46.165

45.790

46.699

47.581

47.130

47.130

47.130

Gemeentelijke bijdrage Lokaal aanbod Rijksbijdragen Overige baten

51.281 208 7.198 877

53.503 286 5.959 487

53.777 286 6.677 421

55.487 295 6.677 433

55.772 295 6.677 433

55.772 295 6.677 433

55.772 295 6.677 433

Baten

59.563

60.235

61.162

62.892

63.178

63.178

63.178

Doorbelasting

-13.727

-14.688

-14.856

-15.762

-16.048

-16.048

-16.048

Resultaat voor bestemming

-329

-244

-394

-451

0

0

0

Mutatie reserves

-453

244

394

451

0

0

0

Resultaat na bestemming

-782

0

0

0

0

0

0

Vennootschapsbelasting

0

0

0

0

0

0

0

Resultaat na belasting

-782

0

0

0

0

0

0

Versie: april 2026

Pagina

17

3. Programma GGD Het programma GGD bevat de activiteiten gericht op de gezondheidsbeschermende, gezondheidsbewakende en gezondheidsbevorderende maatregelen voor de bevolking of specifieke groepen daaruit, waaronder het voorkomen en het vroegtijdig opsporen van ziekten. De GGD heeft een aantal wettelijke taken die hoofdzakelijk zijn gebaseerd op de Wet publieke gezondheid (Wpg). Daarnaast voert de GGD-taken uit vanuit andere wettelijke taken, zoals de Wet verplichte geestelijke Gezondheidszorg (Wvggz), de Wet kinderopvang, Warenwetbesluit, Wet op de lijkbezorging en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het GGD-programma valt uiteen in 2 afdelingen, namelijk de afdeling algemene gezondheidszorg (AGZ; inclusief onderzoek, informatie en advies) en de afdeling jeugdgezondheidszorg (JGZ). De afdelingen van de GGD werken steeds meer samen, op weg naar één GGD. Zodat we voor inwoners, gemeenten en samenwerkingspartners één partij zijn die integraal, vanuit het domein Publieke Gezondheid, haar bijdrage levert. In de Kaderbrief 2027 zijn bij het thema gezondheid onze ontwikkelingen, speerpunten en aandachtspunten opgenomen.

Deze zijn volledig in lijn met Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2025 – 2028, de (concept) regionale visie Publieke Gezondheid Gelderland-Midden 2026 – 2040 en sluiten aan bij de opgaven die het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) en het programma IZA/GALA beschrijven. Onderstaand overzicht geeft de samenhang weer.

Het kabinet heeft in het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ aandacht voor een gezonde en weerbare samenleving, een gezonde leefomgeving, het programma Kansrijke start en het verhogen van de vaccinatiegraad (medische preventie). In het coalitieakkoord zijn tot en met 2035 middelen gereserveerd om de intensiveringen van het AZWA uit te voeren.

Versie: april 2026

Pagina

18

3.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?

In de Kaderbrief 2027 heeft de GGD vijf speerpunten geformuleerd, aangevuld met een aantal aandachtspunten. In dit hoofdstuk lichten we de voorgenomen activiteiten in 2027 per speer- en aandachtspunt toe.

Speerpunt Kansrijk opgroeien De gezondheid en het welzijn van onze jeugd vormen de basis voor een sterke en veerkrachtige samenleving. Een goede start in het leven, veilige opgroeiomstandigheden en passende ondersteuning zijn essentieel om jeugdigen de kansen te bieden die zij verdienen. Wij richten onze activiteiten met name op een structurele verankering van de ketenaanpak Kansrijke Start, het voorkomen en terugdringen van overgewicht en Nu Niet Zwanger.

Structurele verankering ketenaanpak Kansrijke Start Wat gaan we doen? Kansrijke Start is sinds 2026 structureel geborgd binnen de regionale preventieaanpak en richt zich op het tijdig ondersteunen van (toekomstige) ouders in mogelijk kwetsbare situaties. Het doel is om gezondheidsachterstanden zo vroeg mogelijk te voorkomen en ieder kind een zo goed mogelijke start te geven. De JGZ vervult binnen Kansrijke Start een centrale rol als uitvoerende en verbindende partner en werkt nauw samen met partners op het snijvlak van het sociaal en medisch domein. In 2027 ligt de focus op het bestendigen van de werkwijze, het versterken van de regionale samenwerking en het borgen van de uitvoering binnen de reguliere processen. Hoe meten we of ons doel is bereikt? • Het percentage prenatale huisbezoeken ligt regionaal gemiddeld op 8%. • In minimaal 75% van de regiogemeenten vindt structureel een multidisciplinair overleg (MDO) Kansrijke Start plaats. • Ten minste 80% van de ingekochte trajecten voor Stevig Ouderschap en VoorZorg worden gerealiseerd in de regio.

Voorkomen en terugdringen van overgewicht Wat willen we bereiken? Overgewicht bij kinderen en jongeren blijft een belangrijk volksgezondheidsvraagstuk. Door vragen van gemeenten en de zorgverzekeraar wordt onderzocht of de rol van Centrale Zorgverlener binnen ketenaanpak Kind naar Gezonder Gewicht door de JGZ uitgevoerd kan worden. Wat gaan we doen? In 2027 richt de inzet zich op het versterken van de ketenaanpak en het verkennen van een structurele positionering van de JGZ binnen deze aanpak. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar uitvoerbaarheid, rolverdeling en financiering, in afstemming met gemeenten en ketenpartners. Hoe meten we of ons doel is bereikt? Uitgewerkte rollen en taken van JGZ als mogelijke Centrale Zorgverlener binnen de regionale ketenaanpak.

Versie: april 2026

Pagina

19

Nu Niet Zwanger (NNZ) Wat willen we bereiken? De Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2025-2028 wijst op het belang van het structureel inzetten op Nu Niet Zwanger, een basisfunctionaliteit in het AZWA. Hier geven wij als regio invulling aan met financiering uit de inwonersbijdrage, sinds 2026. Wat gaan we doen? In 2027 willen het programma stevig lokaal verankeren. We verkrijgen inzicht in het volledige landschap van uitoeringsorganisaties in de regio die de doelgroep bedienen en we blijven het bereik van (nieuwe) organisaties vergroten. We bewaken de kwaliteit van ons aanbod door het aanbieden van themabijeenkomsten, casuistiekbespreking, netwerkdagen en voortgangsgesprekken en het algemeen laagdrempelig beschikbaar zijn voor professionals. Hoe meten we of ons doel is bereikt? • In 2027 heeft het NNZ-team met beleidsadviseurs van elke gemeente gesproken over hoe NNZ geborgd kan worden binnen de gemeente en in subsidieafspraken tussen gemeenten en uitvoeringsorganisaties. • In 2027 worden ten minste vier themabijeenkomsten en casuïstiekbesprekingen aangeboden waar professionals zich op kunnen inschrijven.

Speerpunt terugdringen van gezondheidsachterstanden Gezondheidsachterstanden1 zijn een hardnekkig probleem. Doordat persoonlijke omstandigheden, ingrijpende gebeurtenissen of een beperkt netwerk het soms moeilijk maken gezonde keuzes te maken, blijven structurele gezondheidsachterstanden bestaan en worden ze zelfs groter. Om iedereen de kans te geven gezond op te groeien en oud te worden is een brede aanpak nodig op verschillende domeinen die de gezondheid beïnvloeden. Binnen dit groter geheel richten wij onze activiteiten op een sterke sociale basis, betere gezondheidsvaardigheden, een gezonde leefstijl, het bevorderen van seksuele gezondheid en outreachend werken.

Sterke sociale basis, betere gezondheidsvaardigheden en een gezonde leefstijl Wat willen we bereiken? In 2027 draagt de GGD bij aan het terugdringen van gezondheidsverschillen door te adviseren over hoe gezonde leefstijl in kwetsbare wijken en voor kwetsbare doelgroepen structureel versterkt kan worden, met expliciete aandacht voor een gezondere fysieke en sociale leefomgeving en gezondheidsvaardigheden. Wat gaan we doen? Gemeenten vertalen de regionale ambities t.a.v. het terugdringen van sociaal economische gezondheidsverschillen (SEGV) naar lokaal beleid. De GGD ondersteunt gemeenten bij het vormgeven van hun lokale gezondheidsbeleid op dit terrein, vanuit onze kennis- en adviesrol. Dit doen we dit door inspiratie- en kennissessies te organiseren, data en inspirerende voorbeelden te delen en te adviseren over effectieve aanpakken en interventies. De GGD adviseert over de uitvoering van de AZWA-doelstellingen D5 (versterken van de samenwerking tussen het zorgdomein en sociaal domein) en D6 (basisvoorzieningen in wijken en buurten op het 1

In de kaderbrief 2027 was als tweede speerpunt ‘Weerbare en krachtige samenleving’ opgenomen. N.a.v. het verschijnen van de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2025 – 2028 eind december 2025 is dit speerpunt geactualiseerd naar ‘Terugdringen van gezondheidsachterstanden’.

Versie: april 2026

Pagina

20

gebied van gezondheid, ondersteuning, welzijn en zorg) in gebieden met de grootste gezondheidsachterstanden. Hoe meten we of ons doel is bereikt? • Tenminste drie regionale bijeenkomsten waar kennis is gedeeld. • Alle gemeenten hebben een advies ontvangen.

Versterken Seksuele Gezondheid Wat willen we bereiken? In het AZWA staat opgenomen dat er vanaf 2027 geïntensiveerd wordt op de aanvullende soa-zorg en PrEP-zorg door de GGD’en in de Regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg (ASG). Wat gaan we doen? In 2027 zetten we in op het bevorderen en beschermen van risicogroepen, door: Soa-zorg voor mensen met een hoger risico op seksueel overdraagbare aandoeningen. Seksualiteitshulpverlening voor jongeren tot 25 jaar over diverse seksuele gezondheidsonderwerpen. PrEP-zorg voor personen met een verhoogd risico op hiv. Hoe meten we of ons doel is bereikt? Behoud van een stabiel volume SOA, Sense en PrEP consulten.

Outreachend werken zorg en veiligheid Wat willen we bereiken? Veel gezondheidsproblemen hebben sociale oorzaken, zoals stress door schulden, eenzaamheid of huisvestingsproblemen. De GGD ziet ook een duidelijke toename van complexe problematiek, waarbij sociale én gezondheidsfactoren samenkomen. Een outreachende houding en het verbinden van de verschillende samenwerkingspartners rond een inwoner is voor de kwetsbare mensen noodzakelijk. Wat gaan we doen? De problematiek in de kwetsbare doelgroep en het publieke karakter van de noodzakelijke zorg vraagt om aanwezigheid en bereikbaarheid van de GGD in de wijk. We bieden de kwetsbare mensen die buiten de reguliere zorg vallen, op straat of in opvanglocaties, noodzakelijke psychiatrische zorg aan. We onderzoeken of en hoe een straatpsychiater hierin structureel van toegevoegde waarde blijft. De kwaliteit en continuïteit van onze dienstverlening passen we aan op de toegenomen aantallen en complexiteit van de inwoners. Wij werken samen met ketenpartners toe naar (monitoring van) regionaal aanbod voor kwetsbare inwoners die geen (duidelijke) hulpvraag hebben. We adviseren gemeenten proactief over een effectieve ketenaanpak. Ook zitten we landelijk aan bestuurlijke tafels bij beleidsontwikkeling en zorgen we ervoor dat beleid aansluit op de praktijk.

Er is in dit licht draagvlak uitgesproken voor het ontwikkelen van een governance-structuur en (door)ontwikkeling van een landelijke OGGZ-monitor. Hoe meten we of ons doel is bereikt? Uitvoeren van een nulmeting van het aantal bereikte kwetsbare inwoners die geen duidelijke hulpvraag hebben.

Versie: april 2026

Pagina

21

Speerpunt Mentale gezondheid Wat willen we bereiken? Mentale gezondheid is de manier waarop mensen zich verhouden tot zichzelf en tot anderen, en hoe ze omgaan met de uitdagingen in het leven. Mentale problemen hebben niet alleen impact op het persoonlijk leven, maar ook maatschappelijke en economische gevolgen. Mentaal gezonde mensen hebben een betere kwaliteit van leven en suïcide komt onder mentaal gezonde mensen minder voor. Wij richten onze activiteiten op het verbeteren van de mentale gezondheid, met suïcidepreventie als onderdeel, en de ontwikkeling van (landelijke en regionale) kennis- en leernetwerken. Wat gaan we doen? Gemeenten vertalen de regionale ambities t.a.v. het mentale gezondheidsbeleid naar lokaal beleid met specifiek aandacht voor aandachtgroepen. De GGD ondersteunt gemeenten bij het vormgeven van hun mentale gezondheidsbeleid, vanuit onze kennis- en adviesrol. De GGD zorgt ervoor dat het belang van preventie op het netvlies van regionale partners staan (o.a. in de mentale gezondheidsnetwerken). We vullen onze rol in de landelijke en regionale netwerken rondom gezondheid zo in dat we in 2027 een vanzelfsprekende (gespreks)partner zijn. We ondersteunen de gemeenten bij de opgaven waar zij t.a.v.

mentale gezondheid voor staan vanuit onze kennis- en adviesrol door inspiratie- en kennissessies te organiseren, data en inspirerende voorbeelden te delen en te adviseren over effectieve aanpakken en interventies. In de regio wordt regionaal en lokaal samengewerkt op het terrein van integrale suïcidepreventie. In de regionale visie is integrale suïcidepreventie als regionale opgave gedefinieerd. In 2027 geven we hier invulling aan conform de afspraken die hierover zijn gemaakt in 2026. Hoe meten we of ons doel is bereikt? • Een stijging van het aantal regionale netwerken waar we een actieve rol en inbreng hebben ten opzichte van 2026. • Een stijging van aantal regionale bijeenkomsten waar kennis is gedeeld ten opzichte van 2026.

Speerpunt Vitaal ouder worden Wat willen we bereiken? Een belangrijke maatschappelijke verandering voor de volksgezondheid is de vergrijzing, die onze samenleving in hoog tempo verandert. Vitaal ouder worden betekent niet alleen langer leven, maar vooral ook langer gezond, zelfstandig en betekenisvol blijven leven. Wat gaan we doen? In 2027 versterkt de GGD de preventieve ouderengezondheid door gezondheidsdata en signalen systematisch te duiden en te vertalen naar concrete handelingsperspectieven voor gemeenten en partners, met nadruk op universele en selectieve preventie (45–70 jaar en risicogroepen). De GGD levert in 2027 actief duiding van regionale/ lokale data over vitaal ouder worden (o.a. trends, risicogroepen en determinanten) en vertaalt dit naar concrete beleidsadviezen en handelingsperspectieven voor gemeenten. De GGD organiseert in 2027 minimaal 2 thematische bijeenkomsten / PG-sessies met gemeenten en ketenpartners, gericht op preventie en vroegsignalering (bijvoorbeeld dementiepreventie/dementievriendelijke omgeving, valpreventie, eenzaamheid/mentale veerkracht), met expliciet doel: van kennis naar uitvoering.

Versie: april 2026

Pagina

22

Hoe meten we of ons doel is bereikt? • Minimaal twee georganiseerde PG-sessies / themabijeenkomsten vitaal ouder worden. • Ten minste vier adviesproducten (duiding/adviesnotitie/factsheet/dashboardduiding) op het thema vitaal ouder worden.

Speerpunt Gezonde leefomgeving Een gezonde leefomgeving is essentieel voor het welzijn van mensen. Het is een omgeving die uitnodigt tot bewegen, ontmoeting en gezond gedrag, terwijl zij tegelijkertijd bescherming biedt tegen gezondheidsrisico’s zoals luchtvervuiling, geluidsoverlast en hittestress. Onze activiteiten in 2027 richten zich met name op het bevorderen van gezonde voedselkeuzes, het stimuleren van beweging en ontmoeting en de fysieke inrichting van de leefomgeving.

Stimuleren van gezonde voedselkeuzes, beweging en ontmoeting Wat gaan we doen? In 2027 willen we binnen gemeenten het stimuleren van gezonde voedselkeuzes, beweging en ontmoeting tot speerpunt maken. We betrekken hierbij verschillende domeinen. Zowel de fysieke leefomgeving (inrichting, toegankelijkheid, veiligheid) als de sociale leefomgeving (ontmoetplekken, activiteiten, verenigingsleven) benutten we om gezond en verbonden leven te versterken. We organiseren bijeenkomsten voor diverse ambtenaren waarin we gezamenlijk verkennen wat ieders rol is in deze thema’s. Ook brengen we de belangrijkste aandachtlocaties per gemeente in beeld: • Waar de aanpak van gezonde voedselomgeving prioriteit heeft, met het maken van een voedseldrukmeter per gemeente of regionaal. • Waar stimulering van beweging en ontmoeting prioriteit heeft, met een beweeg- en ontmoetkansenkaart per gemeente of regionaal. Hoe meten we of ons doel is bereikt? • Minimaal 5 bijeenkomsten met gemeenten en betrokken domeinen. • Minimaal 6 voedseldrukmeters. • Minimaal 6 beweeg- en ontmoetkansenkaarten.

Fysieke inrichting van de leefomgeving Wat willen we bereiken? Ons doel voor 2027 is dat iedere gemeente gebruik maakt van de GGD-adviezen voor een gezonde fysieke leefomgeving. Naast aandacht voor de bescherming van gezondheid is daarbij ook aandacht voor gezondheidsbevordering. Wat gaan we doen? We brengen ons Gebiedsprofiel Gezonde Leefomgeving onder de aandacht bij iedere gemeente, bij zowel het fysieke als sociaal domein. We onderzoeken de bruikbaarheid ervan als instrument voor beleidskeuzes en afwegingen die gemeenten moeten maken. De resultaten hiervan gebruiken we voor de doorontwikkeling van het gebiedsprofiel. We brengen de noodzaak voor een integrale aanpak van schimmelproblematiek in huurwoningen onder de aandacht bij onze gemeenten. We doen dit door het organiseren van een symposium voor gemeenten en woningcorporaties, ten behoeve van het uitwisselen van kennis. Ook stimuleren wij het

Versie: april 2026

Pagina

23

maken van prestatieafspraken tussen gemeenten en woningcorporaties, bijvoorbeeld door het opnemen van een structurele aanpak van schimmelproblematiek. Hoe meten we of ons doel is bereikt? • 15 gemeenten maakt gebruik van GGD-adviezen voor een Gezonde Leefomgeving. • 15 gemeenten heeft actief bijgedragen aan de doorontwikkeling van het gebiedsprofiel Gezonde Leefomgeving. • Minimaal 4 gemeenten hebben de beschikking over een schimmelexpert.

Vaccineren Wat willen we bereiken? In onze regio vraagt het vergroten van de vaccinatiebereidheid bijzondere aandacht. Eind 2025 heeft de Bestuurscommissie Gezondheid expliciet aandacht gevraagd voor vaccineren, met als ambitie om toe te werken naar interventies en aanpakken voor diverse doelgroepen, waarbij we recht doen aan de verschillen in vaccinatiegraad in onze regio. Wat gaan we doen? Onze activiteiten in 2026 en 2027 richten zich met name op het ontwikkelen van scenario’s voor het leggen van een stevige basis voor een vaccinatieorganisatie in onze regio. Daarbij combineren we verschillende onderdelen, waaronder een versterkte en betrouwbare informatievoorziening, een doelgroepgerichte benadering in samenwerking met sleutelpersonen en mogelijke aansluiting bij bestaande contactmomenten. Alle onderdelen in de aanpak sluiten aan op landelijke en regionale ontwikkelingen én bij de leefwereld van onze inwoners van de regio Gelderland-Midden. Er komen in 2027 nieuwe (programmatische) vaccins in beeld. Naar verwachting wordt de gordelroosvaccinatie vanaf 2027 landelijk vergoed voor inwoners van 60 jaar en krijgen wij als GGD een rol bij het vaccineren. Hoe meten we of ons doel is bereikt? • Overeenstemming over) regionale meerjarenaanpak vaccineren 0-100+ • Eén handboek vaccineren voor GGD-professionals • Landelijke ontwikkelingen zijn geborgd in huidige vaccinatieorganisatie

Coördinatie Ketenaanpakken Wat willen we bereiken? In 2027 positioneert en borgt de GGD haar coördinerende rol in de regionale kennis- en preventieinfrastructuur, met specifieke inzet op de coördinatie van ketenaanpakken. Wat gaan we doen? Wij maken duidelijke meerjarige afspraken in de regio en subregio’s over rollen, taken en financiering. Hiervoor stellen we een regionaal kader ketenaanpakken op (rollen, governance, prioritering, opdrachtformulering) aansluitend op AZWA/GALA/IZA, wat we ook bestuurlijk afstemmen. Tevens verkennen we hoe de wettelijke verankering van gezondheidstaken van gemeenten kan worden vastgelegd, inclusief de rol van de GGD hierin (regionaal/subregionaal) en werken we dit uit. Hoe meten we of ons doel is bereikt? • Vastgesteld regionaal kader voor ketenaanpakken. • Meerjarige afspraken over ketenaanpakken in de (sub)regio (inhoud en financieel).

Versie: april 2026

Pagina

24

JGZ op koers Wat willen we bereiken? De JGZ werkt met het programma JGZ op Koers aan een stabiele, wendbare en uitvoerbare jeugdgezondheidszorg. De inzet is gericht op het op orde brengen en houden van de basis, terwijl tegelijkertijd wordt gewerkt aan de JGZ van de toekomst. Het programma kent drie samenhangende ontwikkellijnen: 1.

Realistische dienstverlening en financiering.

2.

Het versterken van organisatie en personeel.

3.

Slimmer werken met data en sturingsinformatie.

Wat gaan we doen? Ontwikkellijn 1 – Realistische dienstverlening en financiering Binnen deze ontwikkellijn is in 2026 samen met gemeenten gewerkt aan de herijking van het regionale en lokale JGZ-aanbod. Het aanbod was versnipperd geraakt en is opnieuw ingericht om te komen tot een stabieler, efficiënter en beter uitvoerbaar dienstenpakket. We gaan aan de slag met het actualiseren van normeringen en we gaan werken met meerjarige afspraken met gemeenten. Dit draagt bij aan meer voorspelbaarheid in inzet, kosten en resultaten. Eventuele financiële consequenties van deze herijking worden betrokken in het proces van de kaderbrief 2028. Ontwikkellijn 2 – Versterken van organisatie en personeel In samenhang met de herinrichting van de afdeling JGZ is binnen deze ontwikkellijn ingezet op het verduidelijken van rollen, verantwoordelijkheden en sturingslijnen. De focus ligt op het verkleinen van de span of control, het versterken van integraal management en het creëren van rust en stabiliteit in de organisatie. In 2027 verschuift de aandacht van implementatie naar borging. De nieuwe structuur, werkwijzen en overlegvormen worden structureel toegepast en waar nodig aangescherpt, met als doel de uitvoerbaarheid te vergroten en leidinggevenden en professionals beter te ondersteunen.

Ontwikkellijn 3 – Slimmer werken met data en sturingsinformatie In 2027 wordt verder gewerkt aan het ontsluiten en structureren van data, het ontwikkelen van dashboards en het versterken van tactische en operationele sturing door management en teamleiders. Dit gebeurt in lijn met de bredere digitale strategie van VGGM. Hoe meten we of ons doel is bereikt? • Er wordt gewerkt met actuele normeringen en bij voorkeur meerjarige afspraken met gemeenten. • De nieuwe managementstructuur en werkwijzen zijn structureel geborgd. • Er is een toegankelijk datamodel voor JGZ beschikbaar. • Management en teamleiders beschikken over actuele rapportages en dashboards voor sturing.

Versie: april 2026

Pagina

25

Informatiebeveiliging in de zorg Wat gaan we doen? De GGD is per 17 juli 2026 wettelijk verplicht om aantoonbaar te voldoen aan de landelijke norm NEN7510. Het ontwerpen, inrichten en implementeren hiervan vraagt om structurele investeringen en activiteiten op het gebied van informatiebeveiliging en privacy. Daarnaast zien wij een toename in belangrijke werkzaamheden op het gebied van informatiebeveiliging en privacy. Het gaat hierbij om de uitvoering van uiteenlopende DPIA’s, maar ook het op een meer professionele manier verwerken van een structureel groter aantal binnenkomende WOO verzoeken. Hoe meten we of ons doel is bereikt? Een ingericht en functionerend Information Security Management System (ISMS).

3.2

Risico’s en beheersmaatregelen

Toename TBC TBC‑bestrijding is een wettelijke taak op grond van de Wet publieke gezondheid (Wpg) en wordt structureel gefinancierd via het Gemeentefonds. In de afgelopen jaren is de druk op team TBC toegenomen, onder andere als gevolg van een toename van activiteiten op het gebied van het opsporen van TBC en het behandelen van patiënten. In deze begroting is het voorstel opgenomen om extra capaciteit voor artsenzorg en ondersteuning in te zetten (€ 190.000). We blijven TBC opsporen en patiënten behandelen, om verspreiding van TBC te beperken en daarmee de ziektelast te verminderen. Uitholling dienstenpakket Forensisch Geneeskunde Het wegvallen van de medische arrestantenzorg (MAZ) zorgt voor een uitholling van het FG-vakgebied en heeft gevolgen voor de (toekomstige) uitvoering van dit taakveld. In 2027 ontwikkelen wij de overige taken van de forensische geneeskunde door en gaan we aan de slag met een verdere taakdifferentiatie op het gebied van Forensisch Medisch Onderzoek (FME) en Forensisch Medisch Kindermishandeling (FMEK). Aanbesteding Publieke Gezondheidszorg Asielzoekers Tot maart 2027 wordt de huidige dienstverlening Publieke Gezondheidszorg Asielzoekers gecontinueerd. Na deze periode is nog onduidelijk welke partij deze taak zal uitvoeren. Dit brengt onzekerheden met zich mee voor de organisatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=0b3c9791-4823-4b22-97d3-7d9a4e623c27