CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3: Notitie geluidbeleid onder de Omgevingswet

Commissie VROM 13 maart 2024, gemeente DoesburgBij agendapunt: Aanpassing gemeentelijk gebiedsgericht geluidbeleid Omgevingswet (Raadsvoorstel)13.344 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notitie geluidbeleid onder de Omgevingswet Aan Van Onderwerp Datum Status

: : : : :

Partners ODRA ODRA Notitie geluidbeleid onder de Omgevingswet 20 september 2023 Definitief, versie 1.0

Notitie geluidbeleid Omgevingswet – geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden

blz. 1

Bestuurlijke samenvatting Deze notitie is een voorstel voor een technisch-juridische aanpassing van de normen in het bestaande gebiedsgerichte geluidbeleid van ODRA gemeenten in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. De streef- en grenswaarden uit het huidige geluidbeleid zijn gebaseerd op de geluidnormering uit de Wet geluidhinder. Het gaat hierbij om geluid afkomstig van (spoor)wegen en industrieterreinen. Onder de Omgevingswet wijzigt de geluidnormering als gevolg van vereenvoudiging van de normering in combinatie met een andere werking van de geluidregels. Hierdoor sluiten de streef- en grenswaarden uit het huidige geluidbeleid niet aan bij de nieuwe geluidnormering uit de Omgevingswet. In deze notitie doen wij een voorstel voor het aanpassen van de streef- en grenswaarden uit het huidige geluidbeleid, zodat deze aansluiten op de geluidnormering van de Omgevingswet (zie hoofdstuk 3 van deze notitie). Uitgangspunt hierbij is dat zo veel als mogelijk hetzelfde beschermingsniveau wordt geboden. Waar dit niet mogelijk is kiezen wij ervoor om aan te sluiten bij het kader dat de Omgevingswet biedt. Met het geluidbeleid wordt mede invulling gegeven aan de afwegingsruimte die gemeenten hebben binnen de bandbreedte die de Wet geluidhinder en ook de Omgevingswet daarvoor biedt. Het gebiedsgerichte geluidbeleid is rond 2010 vastgesteld.

ODRA adviseert om, bij het opstellen van een omgevingsvisie en/of het vaststellen van het omgevingsplan, het gebiedsgerichte geluidbeleid te evalueren, actualiseren en integraal af te stemmen op de totale leefomgevingsvisie van de gemeente. In de overgangsperiode kan het huidige gebiedsgerichte geluidbeleid worden voortgezet met de gewijzigde streef- en grenswaarden zoals die in deze notitie worden voorgesteld. Waarom aandacht voor geluid bij het toelaten van nieuwe woningen in het omgevingsplan? Geluid kan hinder veroorzaken bij mensen die in de nabijheid van een geluidbron leven en heeft daarmee een negatieve invloed op de leefomgeving. Op de lange termijn treden bij te hoge geluidniveaus ook negatieve gezondheidseffecten op. Wegverkeer is de belangrijkste oorzaak van geluidhinder. In 2018 ondervond ruim 9% van de volwassenen ernstige hinder door geluid van verkeer (bron: RIVM). Naast wegverkeer richt het geluidbeleid zich ook op geluid van spoorwegen en industrieterreinen. Gezondheid Geluid in de leefomgeving heeft invloed op de gezondheid. Zo kan blootstelling aan geluid leiden tot hinder, verstoring van de slaap, verstoring van de dagelijkse activiteiten en stressreacties.

Langdurige blootstelling aan te veel geluid kan aanleiding geven tot chronische effecten zoals verhoogde bloeddruk en verhoogde niveaus van het stresshormoon cortisol, waardoor het risico op hart- en vaatziekten en psychische aandoeningen wordt verhoogd. Dit proces is lang niet altijd bewust, bijvoorbeeld bij blootstelling aan geluid tijdens de slaap. Maar ook overdag is men zich vaak niet bewust van de negatieve effecten die geluid kan hebben. Ook kan geluid een negatieve invloed hebben op de leerprestaties van kinderen. Het RIVM heeft berekend dat geluid van wegverkeer elk jaar bij ongeveer 750 mensen hart- en vaatziekten veroorzaakt. Ongeveer 65 mensen overlijden daar elk jaar aan. (Bron RIVM /GGDleefomgeving)

Notitie geluidbeleid Omgevingswet – geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden

blz. 2

Nieuwe geluidgevoelige functies op geluidbelaste locaties Het toelaten van nieuwe woningen of andere geluidgevoelige functies op geluidbelaste locatiesis een complex proces wat onder druk staat door de grote vraag naar nieuwe (betaalbare) woningen. Om de kwaliteit van de woon- en leefomgeving te bevorderen is het van belang dat regels voor geluid helder zijn en dat er zo snel mogelijk duidelijkheid is in het planproces. ODRA wil haar partners hier graag bij ondersteunen door kennis over het optimaliseren van geluidaspecten in het planproces zo efficiënt en helder mogelijk in te zetten. Het vertrekpunt is daarbij om samen te werken aan een gezonde balans in de kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwopgaven binnen de ODRAgemeente. Kansen om praktisch en efficiënt rekening te houden met geluid in het omgevingsplan: Het huidige geluidbeleid biedt kansen om bij ontwikkelingen op geluidbelaste locaties rekening te houden met het geluid. Bijvoorbeeld door akoestisch intelligent te ontwerpen en het afwegen van doelmatige maatregelen. Hierbij is het van belang om zo vroeg mogelijk in het proces rekening te houden met geluid, zodat nog voldoende flexibiliteit mogelijk is om diverse ontwerpkeuzes te maken.

Woningen met een hogere geluidbelasting kunnen gecompenseerd worden door andere akoestische factoren, zoals een geluidsluwe zijde en buitenruimte (dit aandachtspunt heeft een prominente plek in het Bkl) en voldoende gevelisolatie. Daarnaast spelen ook niet akoestische factoren een rol. Vegetatie of groen kan aangenaam geluid produceren, zowel direct (ruisen) als indirect (vogels). Ook de nabijheid van speelvoorzieningen voor kinderen of goed openbaar vervoer draagt bij aan een goede omgevingskwaliteit. Een hoge geluidbelasting hoeft geen probleem te zijn als de totale leefomgevingskwaliteit voldoende is. Dit moet wel concreet gemaakt worden. Het beleid helpt om hier aan bij te dragen.

Notitie geluidbeleid Omgevingswet – geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden

blz. 3

1. Inleiding Met de komst van de Omgevingswet veranderen de regels voor het toelaten van nieuwe woningen1 nabij wegen, het spoor en industrieterreinen voor ‘grote lawaaimakers’. De regels uit de Wet geluidhinder zijn onder de omgevingswet, in aangepaste vorm, opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (verder Bkl). Het in de periode 2005-2010 vastgestelde gemeentelijke geluidbeleid van de ODRA gemeenten, heeft de Wet geluidhinder als grondslag. Om het geluidbeleid onder de Omgevingswet voort te kunnen zetten is een afstemming op de nieuwe regels noodzakelijk. Deze notitie geeft inzicht in wat de grootste veranderingen zijn voor geluid, bij het toelaten van nieuwe woningen in het omgevingsplan, en hoe gemeenten hier mee om kunnen gaan. Deze notitie heeft als doel: 1. De bestaande lokale beleidsregels geluid voor het toelaten van nieuwe woningen in een bestemmingsplan onder de Omgevingswet voort te zetten voor het toelaten van nieuwe woningen in het omgevingsplan; 2. Te informeren over de wijzigingen onder de Omgevingswet over geluid (wegen, spoor en industrieterreinen) in relatie tot toelaten van nieuwe woningen in het omgevingsplan. Om het doel onder punt 1 te bereiken doen wij het onderstaande voorstel.

Voorstel Het onder de Wet geluidhinder vastgestelde gebiedsgerichte geluidbeleid van ODRA gemeenten zo veel mogelijk beleidsneutraal voort te zetten onder de Omgevingswet, waarbij de tabel met geluidsklassen wordt aangepast aan de normering van de Omgevingswet zoals weergegeven in figuur 4 van deze notitie.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt dieper ingegaan op de achtergrond van het geluidbeleid, aanleiding en doel van deze notitie en de afbakening hiervan. In hoofdstuk 3 is een voorstel gedaan voor het wijzigen van de indeling van de geluidsklassen, zodat deze aansluiten op de Omgevingswet. In hoofdstuk 4 is een overzicht gegeven van de overige onderdelen uit paragraaf 5.1.4.2a.4 (Bkl) waarover de gemeentes beleidsvrijheid hebben. Het is aan de gemeente om met betrekking tot deze onderdelen keuzes te maken over hoe men met deze afwegingsruimte om wil gaan.

1

Wanneer wij in deze notitie over woningen spreken worden ook overige geluidgevoelige gebouwen bedoeld zoals beschreven in artikel 3.21 Bkl. Hieronder vallen onder andere gebouwen met onderwijs- en gezondheidszorgfuncties.

Notitie geluidbeleid Omgevingswet – geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden

blz. 4

2. Achtergrond Alle ODRA-gemeenten beschikken over een lokaal geluidbeleid voor het toestaan van nieuwe woningen in een ruimtelijke procedure in de buurt van wegen, het spoor en bij industrieterreinen met grote lawaaimakers. De hoofdlijnen van dit beleid zijn in de periode 2005-2010 ontwikkeld en opgesteld op initiatief van de Milieu Regio Arnhem (voorloper van ODRA). Hiervoor is een gebiedsgerichte aanpak, die door de gemeente Arnhem en DHV was ontwikkeld, door adviesbureau DGMR uitgewerkt naar de lokale context van de aangesloten gemeenten. De gemeente Rheden heeft de gebiedsgerichte aanpak niet overgenomen en alleen een hogere grenswaarde beleid vastgesteld. De doelstelling van het geluidbeleid is het behouden van de goede kwaliteit van de leefomgeving en het benutten van kansen om, daar waar het mogelijk en noodzakelijk is, de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Een belangrijke subdoelstelling is het realiseren van een passende geluidskwaliteit in elk gebied. Voor verschillende gebiedstypen binnen de gemeenten is een ambitiewaarde voor geluid vastgesteld. Hiervoor is de gemeente ingedeeld in gebiedstypen. Hiervoor is de landelijke MILOsystematiek als basis gebruikt. Voor de verschillende gebiedstypen is de geluidsambitie bepaald en is aangegeven tot welke bovengrens, bij (hoge) uitzondering, daarvan mag worden afgeweken.

De Omgevingswet geeft meer ruimte voor de lokale overheid voor het maken van een lokale integrale afwegingen over de totale kwaliteit van de fysieke leefomgeving en gezondheid. Het gebiedsgerichte geluidbeleid kan daarbij een belangrijke bijdrage leveren voor het maken van een integrale (gebiedsgerichte) afweging door kansen en mogelijkheden te benutten voor een gezonde en prettige leefomgeving door hogere geluidbelastingen zoveel mogelijk te voorkomen. Bijvoorbeeld door een slimme afscherming met gebouwen, een geluidluwe gevel en voldoende rust in de woonomgeving. In bijlage 2 is achtergrondinformatie opgenomen over het effect van geluid op de gezondheid van mensen.

Waarom deze notitie? Het bestaande gemeentelijke gebiedsgerichte geluidbeleid is afgestemd op het toetsingskader van de Wet geluidhinder en op ruimtelijke procedures op grond van de Wabo/Wro. Het gebiedsgerichte geluidbeleid is gericht op het toestaan van nieuwe geluidgevoelige functies nabij geluidbronnen zoals wegen, het spoor en bedrijven. Hiervoor zijn gebiedsgerichte ambitiewaarden en bovengrenzen vastgesteld, afgestemd op de lokale omstandigheden. Deze waarden uit het geluidbeleid zijn afgestemd op het normenstelsel van de Wet geluidhinder. Onder de Omgevingswet gaan de regels en het toetsingskader veranderen. De volgende aspecten geven aanleiding om het bestaande gebiedsgerichte geluidbeleid voort te zetten en met deze notitie af te stemmen op de te wijzigen geluidregels en mogelijkheden verbonden aan de Omgevingswet: 1. Op een groot aantal onderdelen worden de geluidregels gewijzigd, o.a.; a. geluidnormen zijn meer gestroomlijnd en vereenvoudigd; b. meer afwegingsruimte en meer integrale besluitvorming (geen aparte hogere grenswaarde procedures voor nieuwe situaties); c. nieuwe instrumenten (bv een monitoringsplicht voor gemeentelijke wegen om de totale ontwikkeling van geluidhinder in een gemeente te beheersen) d.

Geluidnormen voor bedrijfsmatige activiteiten moeten opgenomen worden in het Omgevingsplan (voor 2029, tot die tijd zijn de landelijke standaard geluidvoorschriften voor bedrijven opgenomen in de Bruidsschat).

Notitie geluidbeleid Omgevingswet – geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden

blz. 5

2. Er zijn meer mogelijkheden tot het maken van een integrale afwegingen op lokaal niveau, waarbij geluid niet leidend hoeft te zijn. 3. Gezondheid maakt onderdeel uit van de belangenafweging, het belang van een geluidluwe zijde aan de woning moet meegewogen worden boven de standaardwaarde. 4. Afwegingen op lokaal niveau zijn daarom van groter belang voor het beschermingsniveau voor geluid boven de standaardwaarde.

Doel notitie Deze notitie heeft als doel inzicht te geven hoe het bestaande gemeentelijk gebiedsgericht geluidbeleid en bijhorende nota hogere grenswaarde aangepast kan worden aan de systematiek van de Omgevingswet, zodat dit beleid zo veel als mogelijk beleidsneutraal kan worden voortgezet. In de Nota van toelichting van het Aanvullingsbesluit geluid (pag. 117 Stb 2020 557) wordt over het aanpassen van beleidsregels het volgende aangegeven:

Het beleid wordt gebruikt om invulling te geven aan de afwegingsruimte die de instructieregels uit paragraaf 5.1.4.2a.4 van het Bkl. In bijlage 1 zijn de regels uit deze paragraaf samengevat weergegeven. Concreet betekent dit dat het bestuur moet besluiten in te stemmen met onderstaand voorstel.

Voorstel Het onder de Wet geluidhinder vastgestelde gebiedsgerichte geluidbeleid van ODRA gemeenten zo veel mogelijk beleidsneutraal voort te zetten onder de Omgevingswet, waarbij de tabel met geluidsklassen wordt aangepast aan de normering van de Omgevingswet zoals weergegeven in figuur 4 van deze notitie.

Daarnaast wordt inzichtelijk gemaakt over welke aspecten binnen paragraaf 5.1.4.2a.4 van het Bkl de gemeente beleidsvrijheid hebben en een afweging moeten maken.

Afbakening van deze notitie Onder de Omgevingswet zijn veel regels over geluid opgenomen. In deze notitie gaat het alleen over de regels zoals die zijn vermeld in paragraaf 5.1.4.2a.4 van het Bkl en de relatie van deze regels met Notitie geluidbeleid Omgevingswet – geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden

blz. 6

het vigerend gemeentelijk geluidbeleid. Het gaat om het mogelijk maken van geluidgevoelige gebouwen binnen geluidsaandachtsgebieden van gemeentelijke-, provinciale- en rijkswegen, spoorwegen en industrieterreinen met geluidproductieplafonds (dit zijn de gezoneerde industrieterreinen onder de huidige Wet geluidhinder). Overige regels met betrekking tot geluid vallen buiten het toepassingsbereik van deze notitie. In hoofdstuk 4 wordt hier een korte opsomming van gegeven.

Status bestaand gemeentelijk geluidbeleid onder de Omgevingswet (informatief) Op basis van informatie op IPLO (zie hier en in Bijlage VI) kan bestaand gemeentelijk beleid blijven gelden. Er wordt hiervoor een onderscheidt gemaakt in categorieën beleid. Op grond van de beschrijvingen op IPLO is het gemeentelijk geluidbeleid voor deze notitie getypeerd als: “Status niet-strategisch beleid zonder wettelijke grondslag onder oud recht” Het geluidbeleid is niet strategisch omdat het zich direct richt op het toepassen van wettelijke regels in concrete projecten. Er is geen wettelijke grondslag omdat het gebiedsgerichte geluidbeleid niet is opgenomen onder oud recht. Op IPLO is hierover het volgende opgenomen:

Noot: Het is primair aan de gemeente hoe het gemeentelijk geluidbeleid en deze notitie, met technische aanpassingen zoals opgenomen in deze notitie i.v.m. de Omgevingswet, voort te zetten en vast te leggen.

Notitie geluidbeleid Omgevingswet – geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden

blz. 7

3. Voorstel actualisatie geluidbeleid Inleiding Het doel van het huidige gemeentelijke geluidbeleid is het behouden van de goede kwaliteit van gebieden en het benutten van kansen om voor deze gebieden de geluidskwaliteit te verbeteren. Hiervoor zijn diverse gebiedstypen aangewezen. Een belangrijke subdoelstelling is daarnaast het realiseren van een per gebied passende geluidskwaliteit. Hiervoor zijn in het geluidbeleid diverse geluidsklassen benoemd. Deze zijn weergegeven in figuur 2. Het functioneel ruimtelijk gebruik van de betreffende gebieden is bepalend geweest voor de indeling van de gebiedstypen en leidend voor het benoemen van algemeen geformuleerde geluidskwaliteiten. De functies in een gebied bepalen immers welke kwaliteiten gewenst, maar ook mogelijk zijn. Het doel van deze notitie is om het gemeentelijk geluidbeleid, voor zover mogelijk, beleidsneutraal aan te passen aan de systematiek van de Omgevingswet. Hiervoor is een wijziging van de gebiedstypen en de aangewezen gebieden niet noodzakelijk. De Omgevingswet heeft hier geen invloed op. Wel merken wij op dat de indeling van de gebieden gebaseerd is op beleid dat in 2010 is vastgesteld en dat het wenselijk is om deze te evalueren en indien nodig te actualiseren. De keuze van de geluidsklassen in het huidige beleid sluit aan op het systeem en de normen van de Wet geluidhinder.

Aangezien deze systematiek en normen onder de Omgevingswet wijzigen is het noodzakelijk om de geluidsklassen met bijhorende normering aan te passen aan de systematiek van de Omgevingswet. Dit wordt in de volgende paragraaf toegelicht.

Aanpassen geluidsklassen Zoals gezegd sluiten de geluidsklassen uit het gemeentelijk geluidbeleid aan op de systematiek en normen van de Wet geluidhinder. Dit is in de figuren 1 en 2 weergegeven (oud recht). Figuur 1: overzicht voorkeurswaarden en grenswaarden voor geluidgevoelige gebouwen in zones onder de Wet geluidhinder Geluidbronsoort

Voorkeurswaarde

Grenswaarde

Wegen (buitenstedelijk gebied)

48 Lden

53 Lden

Wegen (stedelijk gebied)

48 Lden

63 Lden

Spoorwegen

55 Lden

68 Lden

Industrieterreinen

50 Letmaal

55 Letmaal

Notitie geluidbeleid Omgevingswet – geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden

blz. 8

Figuur 2: geluidsklassen gemeentelijk geluidbeleid onder de Wet geluidhinder

Er zijn zeven verschillende geluidsklassen weergegeven met een eigen classificatie (van zeer rustig tot en met zeer lawaaiig). Aan deze geluidsklassen zijn geluidsbelastingen gekoppeld die overeenkomen met het normenstelsel van de Wet geluidhinder. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen de drie typen geluidsbronnen uit deze wet, namelijk wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Voor deze bronnen valt de scheiding tussen de geluidsklassen ‘redelijk rustig’ en ‘onrustig’ samen met de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder van 48 en 55 dB en 50 dB(A) voor respectievelijk wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Voor weg- en railverkeerslawaai valt de scheiding tussen de geluidsklassen ‘lawaaiig’ en ‘zeer lawaaiig’ samen met de grenswaarden van respectievelijk 63 en 68 dB. Voor industrielawaai ligt deze grenswaarde tussen de geluidsklassen ‘onrustig’ en ‘zeer onrustig’ (55 dB(A)). Onder de Omgevingswet wijzigt het normenstelsel voor de geluidbronnen die onder de huidige wetgeving vallen onder de systematiek van de Wet geluidhinder. Het nieuwe normenstelsel onder de Omgevingswet is in figuur 3 weergegeven. Deze figuur is een samenstelling van de tabellen 5.78t en 5.78 uit het Bkl.

Notitie geluidbeleid Omgevingswet – geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden

blz. 9

Figuur 3: overzicht standaardwaarden en grenswaarden voor geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden onder de Omgevingswet Geluidbronsoort

Standaardwaarde

Grenswaarde

Rijkswegen en provinciale wegen

50 Lden

60 Lden

Gemeentewegen en waterschapswegen

53 Lden

70 Lden

Lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen

55 Lden

65 Lden

50 Lden

55 Lden

40 Lnight

45 Lnight

Industrieterreinen

Er zijn een aantal relevante wijzigingen onder het nieuwe normenstelsel die van invloed zijn op de geluidsklassen en de bijhorende geluidbelastingen zoals weergegeven in figuur 1. 1. De standaardwaarde voor gemeentelijke wegen wijzigt van 48 dB naar 53 dB2. 2. De standaardwaarde voor rijkswegen en provinciale wegen wijzigt van 48 dB naar 50 dB3 3. Er wordt in de normering onderscheid gemaakt tussen rijkswegen en provinciale wegen enerzijds en gemeentewegen anderzijds. 4. De grenswaarden voor gemeentelijke wegen wordt verhoogd van 63 dB naar 70 dB. 5. De grenswaarden voor rijkswegen en provinciale wegen wordt verhoogd van 53 dB naar 60 dB. 6. De grenswaarden voor spoorwegen wordt verlaagd van 68 naar 65 dB. 7. Het geluid wordt niet meer per weg getoetst, maar per geluidbronsoort. Het geluid van alle gemeentelijke wegen samen wordt bij elkaar opgeteld en beoordeeld. Dit geldt ook voor de provinciale wegen. Voor rijkswegen en spoorwegen was dit al het geval. Deze wijzigingen leiden tot een aanpassing van de geluidsklassen en de bijhorende geluidbelastingen. Zie figuur 4. Het gaat om de volgende wijzigingen: -

Voor rijkswegen en provinciale wegen is een kolom toegevoegd met bijhorende geluidbelastingen4; De geluidbelastingen bij de geluidsklassen zijn aangepast, waarbij: a. Tussen de geluidsklassen ‘redelijk rustig’ en ‘onrustig’ de standaardwaarde is opgenomen. Dit was onder het regime van de Wet geluidhinder de voorkeurswaarde. b. De grenswaarden voor rijks- en provinciale wegen en railverkeer komen overeen met de bovengrens van de geluidsklasse ‘zeer onrustig’. Dit is onder het huidige beleid ‘lawaaiig’.

2

De aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder komt onder de Omgevingswet te vervallen, waardoor volgens het verantwoordelijke ministerie sprake is van een beleid neutrale wijziging van de standaardwaarde. De aftrek voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen minder dan 70 km/uur bedraagt is 5 dB. Dit is bij gemeentelijke wegen meestal het geval. 3 De aftrek voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt is 2 dB. Dit is bij rijks- en provinciale wegen meestal het geval. 4 Onder de Wet geluidhinder wordt voor de hoogte van de grenswaarde onderscheid gemaakt tussen stedelijk en buitenstedelijk gebied. Dit onderscheid is echter niet verwerkt in het huidige geluidbeleid. Met de Omgevingswet vervalt het onderscheid tussen stedelijk en buitenstedelijk gebied, maar wordt in plaats daarvan onderscheid gemaakt tussen rijks- en provinciale wegen en gemeentelijke wegen. In deze notitie is dit onderscheid wel verwerkt.

Notitie geluidbeleid Omgevingswet – geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden blz. 10

c. De grenswaarde voor gemeentelijke wegen komt overeen met de bovengrens van de geluidsklasse ‘lawaaiig’. Dit wijzigt niet ten opzichte van het huidige beleid. Echter, de geluidbelasting die bij deze bovengrens hoort bedraagt 70 dB, conform de grenswaarde uit de Omgevingswet. Aangezien de grenswaarde voor gemeentelijke wegen onder de Omgevingswet wordt verhoogd, wordt de geluidsklasse ‘lawaaiig’ hier overeenkomstig op aangepast.5 Figuur 4: aangepaste geluidsklassen gemeentelijk geluidbeleid onder de Omgevingswet

Door de gewijzigde normen onder de Omgevingswet kan het geluidbeleid niet 100% beleidsneutraal worden voortgezet. Gemeenten moeten hierin keuzes maken. De belangrijkste keuze hierin is hierboven onder punt c beschreven. De extra geluidruimte die voor gemeentelijke wegen beschikbaar komt (verhoging van de geluidnorm van 2 dB na het verdisconteren van de aftrek conform artikel 110g Wgh) wordt toegekend aan de geluidsklasse ‘lawaaiig’, waardoor deze geluidsklasse ook 2 dB meer geluidruimte krijgt en de bandbreedte wordt verruimd van 5 naar 7 dB.

5

Dit betreft een beleidskeuze die door de betreffende gemeenten gemaakt moet worden. Dit geldt in principe voor de hele tabel in figuur 3 omdat hierin ook andere keuzes te maken zijn. De keuzes die nu gemaakt zijn om tot deze tabel te komen zijn er op gericht om zo veel als mogelijk beleidsneutraal over te gaan naar de Omgevingswet.

Notitie geluidbeleid Omgevingswet – geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden blz. 11

Hiermee volgt het voorstel voor aanpassing van het geluidbeleid in deze notitie de normering van de Omgevingswet en wordt hiermee het meest recht gedaan aan een beleidsneutrale voortzetting van het geluidbeleid. Onder het regime van de Wet geluidhinder zijn de geluidsklassen immers ook afgestemd op de normering van deze wet. Wij adviseren de aangepaste geluidsklassen zoals weergegeven in figuur 3 over te nemen onder de Omgevingswet en deze keuze door het bestuur te laten vaststellen. Deze aangepaste geluidsklassen kunnen gebruikt worden om te beoordelen of het geluid bij geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden aanvaardbaar wordt geacht. Op deze manier kan het bestaande geluidbeleid onder de Omgevingswet worden voortgezet.

Notitie geluidbeleid Omgevingswet – geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden blz. 12

4. Aandachtspunten geluidbeleid en de Omgevingswet Afwegingsruimte bij toelaten geluidgevoelige gebouwen in een geluidsaandachtsgebied Onder de huidige wetgeving wordt bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein getoetst aan de Wet geluidhinder, het gemeentelijk geluidbeleid en hiervan onderdeel uitmakende Nota hogere grenswaarde. Wanneer niet aan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder wordt voldaan moet een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Hiervoor wordt een aparte procedure doorlopen die parallel loopt aan het ruimtelijke procedure die de betreffende ontwikkeling mogelijk maakt. Onder de Omgevingswet vervalt de procedure voor de hogere waarde. Inhoudelijk moet onder de Omgevingswet echter nog steeds een toets en een afweging plaats vinden, welke onderdeel uitmaakt van het Omgevingsplan. Deze toets en afweging lijkt in hoofdlijnen op de systematiek onder de Wet geluidhinder. Er zijn echter ook verschillen. Onder de Omgevingswet wordt bijvoorbeeld voor specifieke gevallen meer ruimte geboden door onder voorwaarden ook geluidbelastingen boven de grenswaarde toe te staan. Door deze verschillen ontstaan ook nieuwe situaties waarin het bevoegd gezag een afweging moet maken hoe zij met deze extra geluidruimte om willen gaan.

Om in het omgevingsplan een geluidsgevoelig gebouw binnen een geluidsaandachtsgebied mogelijk te maken moet worden voldaan aan de artikelen in paragraaf 5.1.4.2a.4 van het Bkl. Deze zijn beschreven in bijlage 1 van deze notitie. In dit hoofdstuk beschrijven wij kort welke stappen moeten worden genomen en welke afwegingsruimte het Bkl daarin biedt. Twee algemeen geformuleerde normen vormen de basis voor het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in geluidsaandachtsgebieden. 1. Ten eerste moet in een omgevingsplan rekening gehouden worden met het geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige gebouwen. Ter uitvoering van die regel wordt in ieder geval de cumulatie van geluid bezien in gevallen dat een geluidgevoelig gebouw in meerdere geluidsaandachtsgebieden ligt. 2. Ten tweede moet het omgevingsplan erin voorzien dat het geluid van een weg, spoorweg of industrieterrein op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Aan die norm wordt in ieder geval voldaan als het geluid voldoet aan de standaardwaarde, maar het besluit laat ruimte om gemotiveerd ook hogere geluidniveaus aanvaardbaar te achten. Wanneer aan de tweede norm wordt voldaan, wordt automatisch rekening gehouden met geluid en in principe dus ook aan de eerste norm voldaan, eventueel, indien van toepassing, aangevuld met een beoordeling van de aanvaardbaarheid van gecumuleerd geluid.

Voor beide normen geldt dat het geluid in kaart moet worden gebracht. Het geluid kan met een akoestisch onderzoek berekend worden. In de Omgevingsregeling zijn hiervoor regels opgenomen. Uit de tweede norm blijkt dat wanneer het geluid voldoet aan de standaardwaarde deze aanvaardbaar is. Er hoeft dan geen verdere afweging plaats te vinden. Zoals gezegd biedt het Bkl ook ruimte om gemotiveerd hogere geluidniveaus aanvaardbaar te achten. Het gaat dan om geluidniveaus die hoger zijn dan de standaardwaarden, maar wel voldoen aan de grenswaarden. Voor de motivatie hierbij maken de gemeenten gebruik van het bestaande geluidbeleid, waarbij de geluidsklassen zijn aangepast aan het normenstelsel van de Omgevingswet zoals weergegeven in figuur 3 van deze notitie.

Notitie geluidbeleid Omgevingswet – geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden blz. 13

Aanvullend biedt het Bkl ook de mogelijkheid om in specifieke gevallen geluid boven de grenswaarde toe te staan en niet-geluidgevoelige gevels (met bouwkundige maatregelen of vanwege zwaarwegende belangen) op te nemen in het omgevingsplan. Hierbij spelen het afwegen van maatregelen om het geluid te verlagen een belangrijke rol alsmede het rekening houden met het belang van het beschermen van de gezondheid door de aanwezigheid van een geluidluwe gevel. Met het rekening houden met het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel kan het huidige beleid worden voortgezet, waarbij de eis voor het realiseren van een geluidluwe gevel is gekoppeld aan de geluidsklassen waarbinnen het geluidniveau valt. Voor de overige onderdelen waarin de gemeente afwegingsruimte heeft wordt in deze notitie geen concreet voorstel gedaan over hoe hier mee om te gaan. Hier worden in het bestaande beleid meestal ook geen concrete uitspraken over gedaan. Voor nu achten wij het voldoende om er bewust van te zijn dat deze afwegingsruimte er is. In onderstaand overzicht is weergegeven voor welke onderdelen de gemeente afwegingsruimte heeft met betrekking tot het toestaan van geluidgevoelige gebouwen binnen een geluidsaandachtsgebied. Het overzicht is gegenereerd op basis van paragraaf 5.1.4.2a.4 van het Bkl.

Tevens is aangegeven of dit onderdeel nieuw is onder de Omgevingswet en of het huidige beleid reeds voorziet in een beleidsregel over hoe met dit onderdeel wordt omgegaan. Het overzicht is bedoeld ter bewustwording van de afwegingsruimte die deze paragraaf biedt. Tabel 1: afwegingsruimte paragraaf 5.1.4.2a.4 van het Bkl Afwegingsruimte

Artikel Bkl

Nieuw onder de omgevingswet? Nee Nee

Opgenomen in bestaand beleid? Ja Nee

Opgenomen in notitie?

Overschrijding standaardwaarde 5.78u Ja Overschrijding grenswaarde bij 5.78v Nee vervangende nieuwbouw Overschrijding grenswaarde bij 5.78w Ja Nee Nee functiewijziging Overschrijding grenswaarde d.m.v. 5.78y Gewijzigd Deels Nee niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen overschrijding grenswaarde 5.78aa Gewijzigd Deels Nee vanwege zwaarwegende belangen dmv een niet-geluidgevoelige gevel zonder bouwkundige maatregelen belang van een geluidluwe gevel, 5.78ab, Ja Ja Nee betrekken* bij afweging lid 1 belang van een geluidluwe gevel, 5.78ab, Ja Ja Nee rekening houden met* bij afweging lid 2 beoordelen aanvaardbaarheid 5.78ac Nee Nee Nee gecumuleerd geluid *: In de memorie van toelichting van het Bkl wordt een toelichting gegeven over de wijze waarop een bevoegdheid door middel van instructieregels mag of moet worden uitgeoefend. Deze zijn onder te verdelen in drie basistypen: betrekken bij, rekening houden met en in acht nemen. In bijlage 3 wordt dit nader toegelicht.

Notitie geluidbeleid Omgevingswet – geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden blz. 14

Evaluatie en actualiseren geluidbeleid Het huidige geluidbeleid van de gemeenten binnen de regio Arnhem is ongeveer 15 jaar oud. Onderdelen van het beleid zijn daarmee verouderd. Evaluatie en actualisering is daarom noodzakelijk. De komst van de Omgevingswet geeft extra aanleiding om het huidige beleid te actualiseren, omdat het huidige geluidbeleid is gebaseerd op de systematiek van de Wet geluidhinder en niet op die van de Omgevingswet. ODRA heeft ruime ervaring met het toepassen van het geluidbeleid binnen de regio. Hierdoor zijn wij ook goed op de hoogte van de knelpunten die het huidige geluidbeleid soms oplevert. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om niet passende grenswaarden, statische gebiedsindelingen en het ontbreken van een duidelijke procedure wanneer en hoe kan worden afgeweken van het beleid. Wij zijn dan ook zeer bereid om mee te denken over hoe het geluidbeleid het beste geactualiseerd kan worden en welke keuzes hierin zijn te maken.

Overige aandachtspunten geluid onder de Omgevingswet Onder de Omgevingswet vinden voor het onderwerp geluid diverse wijzingen plaats. Daarnaast is het onderwerp in meerdere onderdelen in te delen. Deze notitie gaat alleen in op het beleid om geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden mogelijk te maken. Hieronder geven wij ter informatie een korte opsomming van de overige onderdelen over het onderwerp geluid waarvoor voor gemeenten in de Omgevingswet regels zijn opgenomen en waarvoor de gemeenten (op termijn) actie moeten ondernemen. In bijlage 4 is als achtergrondinformatie een presentatie van het ministerie van IenW opgenomen over geluid op hoofdlijnen in de Omgevingswet (19 april 2023). Omgevingsplan • • • • • • •

Geluid door activiteiten; Geluid door specifieke activiteiten; Geluid door industrieterreinen met GPP’s6; Geluid door wegen zonder GPP’s; Indirecte effecten van veranderend verkeer; Indirecte effecten van wijzing in de geluidoverdracht; Overgang geluidregels van de Bruidsschat naar het Omgevingsplan;

Monitoring • •

Monitoringsplicht gemeentelijke wegen (inclusief vaststellen basis geluidemissie (BGE)); Monitoringsplicht industrieterreinen met GPP’s (inclusief vaststellen van GPP’s op referentiepunten)

Overig • •

6

Wijzigingen reken- en meetvoorschriften geluid; Saneringsregeling weg- en railverkeerslawaai.

Geluidproductieplafonds

Notitie geluidbeleid Omgevingswet – geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden blz. 15

Bijlagen Bijlage I

Bkl regels voor het toelaten van nieuwe woningen en andere geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied van een weg, spoor of een industrieterrein;

Bijlage II

Geluid en gezondheid;

Bijlage III

Type instructieregels;

Bijlage IV

Presentatie Geluid in de Omgevingswet, d.d. 19 april 2023, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Bijlage V

Bestaand gemeentelijk beleid onder de Omgevingswet (IPLO)

Notitie geluidbeleid Omgevingswet – geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden blz. 16

BIJLAGE I

Bkl regels voor het toelaten van nieuwe woningen en andere geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied van een weg, spoor of een industrieterrein Hieronder is de hoofdlijn uit het Bkl weergegeven voor het toelaten van woningen en geluidgevoelige gebouwen in een geluidsaandachtsgebied. Hiervoor zijn als bron gebruikt: 1. Besluit Kwaliteit Leefomgeving, Geconsolideerde Staatsbladversie, versie 16-01-2023; 2. Aanvullingsbesluit Geluid, Staatsblad 557, d.d. 09-12-2020. IPLO d.d. 20-2-2023 - Systematiek voor beoordelen van geluid bij toelaten activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelige gebouw - Toelaten woningen en geluid - Instructieregels toelaten geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied - Toepassingsbereik instructieregels toelaten activiteit of geluidgevoelige gebouw bij een activiteit - Gezamenlijk geluid - Tips bij geluidgevoelige gebouwen - Tips bij bereiken aanvaardbaar geluid door stellen geluidnorm - Tips bij opstellen nieuw deel omgevingsplan Bedrijven

Toepassingsbereik: situaties waarbij instructieregels gelden Het bevoegd gezag beoordeelt het geluid bij toelaten van een geluidgevoelig gebouw in het omgevingsplan. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied gelden instructieregels. De volgende geluidbronsoorten hebben een aandachtsgebied: rijkswegen, provinciale wegen, gemeentewegen, waterschapswegen, hoofdspoorwegen, lokale spoorwegen en industrieterreinen. Toelaten kan ook een aanpassing zijn van bestaande regels in het omgevingsplan, zoals bijvoorbeeld het wijzigen van het beschermingsniveau of de functie van een gebouw. Een geluidgevoelig gebouw (Bijlage 1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)) is een: •

gebouw met een woonfunctie

•

gebouw met een onderwijsfunctie

•

gebouw voor kinderopvang met bedden

•

gebouw voor gezondheidszorg met bedden

De waarden en eisen in de instructieregels voor het bereiken van een aanvaardbaar geluid in artikel 5.78s lid 3 t/m 5 Bkl gelden op de gevel van een geluidgevoelig gebouw die langer dan 10 jaar toegelaten is (artikel 5.78 lid 2 Bkl). Het bevoegd gezag past de instructieregels toe bij het vaststellen van een omgevingsplan, omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. blz. 1 nieuwe geluidgevoelige functies in een geluid aandachtsgebied

BIJLAGE I

Waarden en eisen voor beschermen gezondheid en milieu Het bevoegd gezag houdt bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied altijd rekening met het belang van het beschermen van de gezondheid en het milieu. Hiervoor bevat het Bkl een systematiek met waarden en eisen waarbinnen het bevoegd gezag de aanvaardbaarheid van geluid beoordeelt (artikel 5.78s Bkl).

Waarden, de geluidsnormen Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op een geluidgevoelig gebouw. Deze waarden zijn van toepassing op het geluid door alle geluidbronnen van een geluidbronsoort. De waarden die bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw voor de 7 geluidbronsoorten gelden, staan in de onderstaande tabel. Standaardwaarde en grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw bij toelaten gebouw Geluidbronsoort

Standaardwaarde

Grenswaarde

(tabel 5.78t Bkl)

(tabel 5.78u Bkl)

50 Lden

60 Lden

53 Lden

70 Lden

55 Lden

65 Lden

Industrieterreinen

50 Lden

55 Lden

Industrieterreinen

40 Lnight

45 Lnight

Provinciale wegen Rijkswegen Gemeentewegen Waterschapswegen Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen

Voldoen aan de standaardwaarde is de hoofdregel (artikel 5.78t Bkl). Als het geluid op een geluidgevoelig gebouw voldoet aan de standaardwaarde, is het geluid in ieder geval aanvaardbaar en de kans op gezondheidsschade klein. Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Het besluit moet dan voldoen aan de eisen uit de instructieregels (artikelen 5.78u tot en met 5.78ad Bkl).

blz. 2 nieuwe geluidgevoelige functies in een geluid aandachtsgebied

BIJLAGE I Waar de waarden gelden Op grond van artikel 5.78 lid 3 Bkl bepaalt het omgevingsplan dat de waarden gelden: •

op een geluidgevoelig gebouw: o

op de gevel, als het gaat om een aanwezig geluidgevoelig gebouw

o

•

op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen en

•

in geval van een binnenwaarde, in een geluidgevoelige ruimte

Onderwijs en kinderdagverblijf Het is mogelijk dat in het omgevingsplan het gebruik van een gebouw voor onderwijs of kinderdagverblijf niet is toegelaten in de avond en/of nachtperiode. De standaardwaarde voor Lnight geldt in dat geval niet. In plaats van Lden leest u dan in de tabel: •

Lde, als het omgevingsplan gebruik in de nachtperiode uitsluit

•

Lday, als het omgevingsplan gebruik in de avond- en nachtperiode uitsluit

Geluid tot en met grenswaarde Bij geluid tussen de standaardwaarde en de grenswaarde vindt een bestuurlijke afweging plaats. Bij deze afweging geldt een aantal eisen. Geluid boven de grenswaarde is niet toegestaan, met uitzondering van enkele situaties. Het bevoegd gezag kan alleen geluid tot en met de grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toestaan wanneer er: 1. Geen geluidbeperkende maatregelen getroffen kunnen worden om aan de standaardwaarde te voldoen (artikel 5.78u, lid 1a Bkl). 2. De overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk wordt beperkt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen (artikel 5.78u, lid 1 onder b Bkl). Het betrokken bestuursorgaan voorkomt een toename van het geluid zoveel mogelijk (inspanningsverplichting). 3. Bij voorwaarde 1 en 2 geluidbeperkende maatregelen in aanmerking neemt als die financieel doelmatig zijn en tegen het treffen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan (artikel 5.78u, lid 2 Bkl). 4. Het gecumuleerd1 geluid beoordeeld (artikel 5.78ac Bkl). 5. Het gezamenlijk2 geluid bepaald (artikel 5.78ad Bkl).

1

Het gecumuleerde geluid is het totaal van de geluidbronnen (weg/spoor/industrieterreinen met een geluidaandachtsgebied), inclusief een specifieke hinderfactor en is daarmee de kwalitatieve maat voor het beoordelen van de aanvaardbaarheid. 2 Het gezamenlijk geluid op de gevel is nodig voor borgen van de binnenwaarde van het geluidgevoelig gebouw. Deze waarde moet worden vastgelegd in het Omgevingsplan. Dit staat in artikel 5.78ad Bkl en artikel 8.0b jo. artikel 5.78ad Bkl. In combinatie met de binnenwaarde kunnen initiatiefnemer en bevoegd gezag dan bij de bouwactiviteit de benodigde geluidwering van die gevel bepalen (artikel 4.103 Bbl).

blz. 3 nieuwe geluidgevoelige functies in een geluid aandachtsgebied

BIJLAGE I 6. Het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel bij het overwegen van geluidbeperkende maatregelen betrekt (5.78ab lid 1 Bkl).

Meer geluid dan de grenswaarde in specifieke (steden)bouwkundige situaties In onderstaande vier specifieke situaties kan het bevoegd gezag een overschrijding van de grenswaarde op geluidgevoelige gebouwen onder voorwaarden toelaten. 1. Vervangende nieuwbouw (artikel 5.78v Bkl): toelaten geluidgevoelig gebouw op een locatie ter vervanging van bestaand geluidgevoelig gebouw. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: o

Een wezenlijke toename van het aantal geluidgevoelige gebouwen met meer geluid dan de grenswaarde mag niet.

o Het geluid ligt niet meer dan 5 dB boven de grenswaarde. 2. Functiewijziging (artikel 5.78w Bkl): toelaten geluidgevoelig gebouw door wijziging van een gebruiksfunctie van een bestaand gebouw dat geen geluidgevoelig gebouw is. Hierbij geldt de volgende voorwaarde: o Het geluid ligt niet meer dan 5 dB boven de grenswaarde. 3. Zeehavengebonden activiteiten (artikel 5.78x Bkl): -

4. Niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen (artikel 5.78y Bkl): bouwkundige maatregelen kunnen treffen aan de gevel van het geluidgevoelige gebouw. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: o De gevel bestaat uit een uitwendige scheidingsconstructie die geen te openen delen bevat anders dan een gemeenschappelijke doorgang. Het gaat hierbij doorgaans om deuren die door gebruikers van meerdere appartementen worden benut. Een voorof achterdeur van een woning is geen gemeenschappelijke doorgang als bedoeld in dit artikel, of o

Bouwkundige maatregelen borgen dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied niet hoger is dan de grenswaarde.

o

In het omgevingsplan wordt vastgelegd dat de gevel waarvoor bouwkundige maatregelen zijn geborgd een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is.

Toelaten van een geluidgevoelig gebouw in deze vier specifieke situaties kan alleen als er: 1. geen geluidbeperkende maatregelen getroffen kunnen worden om aan de grenswaarde te voldoen (artikel 5.78z, lid 1 onder a Bkl) 2. de overschrijding van de grenswaarde zoveel mogelijk heeft beperkt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen (artikel 5.78z, lid 1 onder b Bkl). Het betrokken bestuursorgaan voorkomt een toename van het geluid zoveel mogelijk (inspanningsverplichting). 3. bij voorwaarde 1 en 2 geluidbeperkende maatregelen overweegt die financieel doelmatig zijn en tegen het treffen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. (artikel 5.78z, lid 2 Bkl) 4. rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel (5.78ab lid 2 ). 5. het gecumuleerd geluid beoordeelt (artikel 5.78ac Bkl) blz. 4 nieuwe geluidgevoelige functies in een geluid aandachtsgebied

BIJLAGE I 6. het gezamenlijk geluid bepaalt (artikel 5.78ad Bkl).

Meer geluid dan de grenswaarde Als zwaarwegende belangen dat rechtvaardigen kan het bevoegd gezag in een uitzonderlijk geval meer geluid dan de grenswaarde toestaan. Gelet op ingrijpende karakter van deze hoeveelheid geluid mag dit alleen als het bevoegd gezag: 1. Vindt dat zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dat rechtvaardigen (artikel 5.78aa lid 1 onder a Bkl). 2. Geen andere maatregelen kan treffen om aan de grenswaarde te voldoen dan geluidbeperkende maatregelen die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan (artikel 5.78aa lid 1 onder b Bkl). Het bevoegd gezag moet ook niet doelmatige maatregelen voor voldoen aan de grenswaarde in hun afweging betrekken. 3. Rekening houdt met het belang van een geluidluwe gevel (5.78ab lid 2 Bkl) 4. Het gecumuleerd geluid beoordeelt (artikel 5.78ac Bkl) 5. Het gezamenlijk geluid bepaalt (artikel 5.78ad Bkl). Kiest het bevoegd gezag voor het toestaan van meer geluid dan de grenswaarde? Dan legt zij de gevel waarop de grenswaarde wordt overschreden in het omgevingsplan vast als nietgeluidgevoelige gevel (artikel 5.78aa lid 2 Bkl).

blz. 5 nieuwe geluidgevoelige functies in een geluid aandachtsgebied

BIJLAGE II

Geluid en gezondheid In relatie tot weg- spoorweglawaai of industrieterreinen met een geluidsaandachtsgebied, geluidzone of GPP. *(of andere geluidgevoelige bestemming zoals aangewezen in de Ow)

BKL art. 5.78AB 1. Bij de toepassing van artikel 5.78u wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken. 2. Bij de toepassing van de artikelen 5.78v, 5.78w, 5.78x, 5.78y en 5.78aa wordt rekening gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel.

Voor het toelaten van (nieuwe) geluidgevoelige gebouwen zijn in het BKL art 5.78 e.v. regels opgenomen. In grote lijnen zijn deze: • • • • • •

Er moet rekening gehouden worden met de aanvaardbaarheid van het geluid. Er zijn standaardwaarden en grenswaarden voor wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Er zijn regels voor situaties waarbij de standaardwaarde wordt overschreden. Geluidbeperkende maatregelen moeten in aanmerking worden genomen. Het gecumuleerde geluid is bepalend bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het geluid. Er moet rekening worden gehouden worden met het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel.

Werkingsmechanisme van geluid op de gezondheid

1 Geluid en gezondheid

BIJLAGE II Effect van geluid op de gezondheid Geluidsoverlast kan slaapverstoring, stress en ergernis veroorzaken en bij hogere geluidniveaus ook hart- en vaatziekten, leerachterstand en sociale verstoring. De beleving van geluid is echter ook subjectief, het kan van persoon tot persoon verschillen. Opgemerkt wordt dat bij de maximaal toelaatbare (wettelijke) waarde van stedelijk wegverkeer circa 20% van de burgers ernstig is gehinderd en bij 10% de slaap ernstig wordt verstoord. Om invulling te geven aan het “rekening gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid’ bij het toelaten van nieuwe woonfuncties is het daarom van belang om met concrete maatregelen het aantal mensen wat gezondheidsschade of hinder kan oplopen, zoveel mogelijk te beperken. Belang van een geluidsluwe zijde voor de gezondheid Een geluidsluwe zijde houdt in dat een woning een kant heeft waar de geluidbelasting duidelijk lager is dan aan de meest lawaaiige kant van de woning. Deze geluidsluwe zijde (ook wel stille zijde genoemd) geeft mensen de mogelijkheid om zich (tijdelijk) aan het geluid te onttrekken en om te slapen met een open raam. De meeste mensen slapen, zeker in de zomer, graag met het raam open ( WHO (World Health Organization ), 2009). Als mensen het raam moeten sluiten vanwege lawaai, doen ze dat niet graag vanwege andere nadelen zoals bedompte lucht.

Voor een goed woonklimaat is het daarom van belang dat mensen met (enigszins) geopend raam kunnen slapen. Het wordt echter niet verwacht dat in de nabij toekomst buitenniveaus overal laag genoeg zullen zijn. Wel kan zodanig gebouwd worden dat woningen ten minste één geluidsluwe gevel hebben. Aan die kant kan dan wel een raam worden geopend zonder veel lawaai binnen te laten. Definitie geluidsluwe zijde Er zijn verschillende definities van een geluidsluwe zijde in gebruik: • •

een zijde met een geluidbelasting lager dan 48/50 dB (decibel)Lden; een zijde met relatieve rust: verschil belaste en rustige zijde groter dan bijvoorbeeld 10 dB.

In 2013 is een Europees project afgerond: QSIDE, naar het effect van geluidsluwe zijden. QSIDE geeft de volgende definitie voor een geluidsluwe gevel: “Een gevel is geluidsluw als het geluidsniveau bij voorkeur maximaal 45 dB Lden is, en in ieder geval niet hoger dan 50 dB Lden.”

Relatie geluidsluwe zijde en hinder en slaapverstoring Onderzoek naar de geluidsluwe zijde is relatief nieuw. Uit een review van het RIVM (Van Kempen & Van Beek, 2013) blijkt dat de beschikbare onderzoeken eenduidig wijzen op een positieve invloed van een stille zijde op hinder en slaapverstoring. De mate van invloed van stille zijden op hinder komt ruwweg overeen met een verlaging van het geluid aan de meest belaste zijde van woningen – doorgaans de voorkant – met 2 tot 8 decibel.

2 Geluid en gezondheid

BIJLAGE II De Kluizenaar et al. (2013) vergeleek twee groepen woningen in Amsterdam, belast door geluid van wegverkeer: een groep met en een groep zonder een relatief rustige zijde. Een woning had een rustige zijde als het verschil tussen de meest en de minst belaste zijde groter of gelijk was aan 10 dB Lden. De aanwezigheid van een relatief stille/rustige zijde had een duidelijk positief effect op de ervaren hinder. Ook werd een relatie aangetroffen tussen de ervaren hinder en de actuele belasting aan de rustige zijde, onafhankelijk van de belasting aan de hoger belaste zijde. De aanwezigheid van een rustige zijde had een positief effect op hinder: uitgaande van een gelijke geluidbelasting op de hoger belaste gevel, had de groep met een rustige zijde minder hinder, overeenkomend met een 5 dB reductie op de belaste gevel. Tevens werd gevonden dat 10 dB afname van de geluidbelasting op de hoger belaste gevel een gelijk effect had op de hinder als een 5 dB afname aan de rustige zijde. Het bovenstaande is vooral van toepassing op ‘traditionele’ stille gevels: de achterkant van een woning waar geen of weinig verkeer is. Verkennend onderzoek van Van den Berg en Groenwold (2017) laten zien dat het bovenstaande niet lijkt te gelden voor oplossingen waarin een geluidsluwe zijde wordt ‘gecreëerd’, bijvoorbeeld door het afschermen van een raam of balkon aan de geluidbelasting zijde.

Een oplossing die soms gekozen wordt bij moderne stapelbouw waar woningen vaak maar aan één zijde een buitengevel hebben en die zijde aan een drukke weg of spoorweg ligt. Bij het wegverkeer komen de hinder en slaapverstoring die de deelnemers ervaren redelijk tot goed overeen met wat verwacht wordt bij de hoge geluidbelasting zonder de extra (afschermende) maatregelen. Bij railverkeer is er meer hinder en aanzienlijk meer slaapverstoring dan verwacht. De onderzoekers concluderen dat de ‘gecreëerde’ beperkt geluidsluwe gevel weinig of geen effect heeft op de hinder. Bron

Positieve effecten stille gebieden en soundscape benadering De beoordeling van geluid hangt af van meer factoren dan alleen het geluidsniveau. Wat omwonenden van een muziekfestival als lawaai kunnen bestempelen, wordt door de bezoekers als prettig ervaren. Natuurlijke geluiden worden over het algemeen als positief ervaren en ‘technische’ geluiden als meer negatief. Onderzoek van Booi et al. (2010) laten zien dat de behoefte aan stilte toeneemt naarmate men meer hinder ondervindt van omgevingsgeluid. Mensen met een druk huishouden en mensen die in een levendige buurt wonen, geven aan minder behoefte te hebben aan stilte. Verondersteld wordt dat een rustige omgeving bijdraagt aan de compensatie en het herstel van de negatieve effecten van geluid. Daarnaast versterkt de afwezigheid van (mechanisch) geluid mogelijk de positieve, stressherstellende werking van verblijf in een groene omgeving. Stille gebieden Mensen willen vooral in huis rust hebben. Daarnaast is de aanwezigheid van en toegang tot relatief ‘stille’ plekken in de woonomgeving van belang. Hierbij geldt dat niet alleen het geluidsniveau bepaalt of een locatie als rustig of stil wordt ervaren. Ook de waardering van het geluid is relevant.

Of een geluid gewenst of ongewenst is, hangt voor een deel af of het geluid gebiedsvreemd of gebiedseigen is: past het geluid in de omgeving of niet? Een plek in de stad kan als rustig worden ervaren ondanks een bepaalde mate van verkeersgeluid. Het geluid moet niet te hard zijn en niet onnodig. Daarnaast is de aanwezigheid van groen en water belangrijk voor een ‘stille’ plek en dragen factoren zoals veiligheid en netheid ook bij aan de waardering (Gezondheidsraad, 2006; Van Kempen & Van Beek, 2013). De term stille plekken wordt veel gebruikt. Stil suggereert plekken zonder geluid. Het gaat echter om plekken met een hoge akoestische kwaliteit, plekken met een aangename geluidomgeving.

3 Geluid en gezondheid

BIJLAGE II De soundscape benadering De officiële definitie van een soundscape is een ‘acoustic environment as perceived or experienced and/or understood by a person or people, in context’ ( ISO (International Organization of Standardization)12913-1:2014). Hieruit blijkt dat soundscapes inherent subjectief en contextafhankelijk zijn. Daarom is het bij soundscape-interventies van belang dat eerst de huidige situatie goed in kaart wordt gebracht en er vervolgens gekeken wordt naar de wensen en behoeftes van de betrokken partijen, om tot een optimale en gezonde geluidomgeving te komen. Geluid wordt in deze benadering dus gezien als een middel in plaats van een afvalproduct. Het gaat om akoestische kwaliteit in plaats van niveaus, typen, normen en drempelwaarden (Brown, 2010). De benadering staat echter nog in de kinderschoenen waar het effecten op de gezondheid en welbevinden betreft. Een omgeving waarin geen ongewenste geluiden zijn of waar de niveaus van ongewenste geluiden relatief laag zijn, heeft mogelijk een positief effect op het herstel van stress, terwijl ongewenst geluid een negatief effect heeft en het proces van herstel kan belemmeren (Gezondheidsraad, 2006). (bron) Beschermen en benutten, van sectoraal naar integraal Een gezonde leefomgeving heeft vele aspecten, het gaat naast geluid ook om luchtkwaliteit, veiligheid, groen, water, ruimte om te leven en hitte.

Het gaat om een integrale afweging. Op de site https://www.gezondeleefomgeving.nl/ worden hier diverse instrumenten voor aangedragen.

Beschermen gaat over voorkomen van negatieve gevolgen. Benutten gaat over de maatschappelijke baten. De Ow geeft maatschappelijke doelen zoals economie, mobiliteit en volkshuisvesting een volwaardige plek in de belangenafweging bij het toedeling van functies. Het afwegen van lusten en lasten is complex voor het bevoegd gezag. In deze complexiteit is een transparante belangenafweging van het gezondheidsaspect door hoge geluidbelastingen, noodzakelijk om op een afgewogen manier tot een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit te komen. Het nader invullen van het (voormalige) hogere grenswaarde beleid, als beleidskader voor het (akoestisch) evenwichtig invullen van gevoelige functies, kan daar een belangrijke rol bij spelen.

4 Geluid en gezondheid

BIJLAGE III

Basistypen instructieregels betrekken bij / rekeninghouden met / in acht nemen Instructieregels over de wijze waarop een bevoegdheid mag of moet worden uitgeoefend, zijn onder te verdelen in drie basistypen: «betrekken bij», «rekening houden met» en «in acht nemen».

Betrekken bij betekent dat de genoemde aspecten concreet moeten worden betrokken en benoemd bij de overweging van het besluit. Basistype 1 «betrekken bij» Een instructieregel «betrekken bij» (basistype 1) kan gebruikt worden om voor te schrijven dat (verwachtingen over) feiten of feitelijke ontwikkelingen moeten worden meegenomen bij de besluitvorming. Een dergelijke instructieregel is een concretisering van de eis van een zorgvuldige voorbereiding van besluiten (artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb): Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen). Een instructieregel van het type «betrekken bij» betekent dat het bestuursorgaan zich bij de voorbereiding van het besluit rekenschap moet geven van de in die regel aangeduide elementen. Deze categorie instructieregels wordt daarom ook wel aangeduid als aandachtscriteria. Als bepaalde gegevens door het bestuursorgaan bij de besluitvorming moeten worden betrokken, zal het besluit duidelijk moeten maken in hoeverre en waarom dat (ook) is gebaseerd op die gegevens.

Rekening houden met, betekent dat er een goed gemotiveerde belangenafweging moet plaatsvinden. Hierbij kan het bevoegd gezag mitigerende of compenserende maatregelen verbinden aan het besluit. Basistype 2 «rekening houden met» Bij instructieregels van basistype 2 («rekening houden met») gaat het, anders dan bij de categorie «betrekken bij», niet om elementen die omwille van een zorgvuldige voorbereiding bij de besluitvorming moeten worden meegenomen, maar om inhoudelijke sturing op de door het bestuursorgaan uit te voeren belangenafweging. Er is sprake van een minder zware vorm van binding dan bij instructieregels van basistype 3. De formulering betekent dat het bestuursorgaan beoordelingsvrijheid heeft. Andere belangen dan het belang dat gediend wordt met de instructieregel kunnen de doorslag geven. Het bestuursorgaan moet daar dan wel goede redenen voor hebben en dit moet deugdelijk gemotiveerd worden (artikel 3:46 Awb). Deze motivering moet worden vermeld bij de bekendmaking van het besluit (artikel 3:47, eerste lid, Awb). Een eventuele afwijking van de norm mag op grond van het evenredigheidsbeginsel nooit groter zijn dan noodzakelijk om het gestelde doel te bereiken (artikel 3:4 Awb). Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat mitigerende of compenserende maatregelen worden vastgelegd in het besluit.

Een instructieregel van basistype 2 brengt de zwaarwegende positie van een belang bij de belangenafweging tot uitdrukking, zonder echter dwingend te sturen op de uitkomst daarvan. In acht nemen betekent dat er nadrukkelijk voldaan moet worden aan de betreffende instructieregel

1 Geluid en gezondheid

BIJLAGE III Basistype 3 «in acht nemen» Instructieregels van basistype 3 («in acht nemen») voorzien in een harde, dwingende doorwerking. Het bestuursorgaan moet zich bij de uitoefening van de bevoegdheid aan de gestelde regel houden. Hiervoor wordt in beginsel de formulering «in acht nemen» gebruikt. In sommige gevallen is voor een alternatieve redactie gekozen, wanneer «in acht nemen» in de betrokken instructieregel technisch gezien niet goed gebruikt kon worden. Voorbeelden hiervan zijn formuleringen als «bevat ...», «voldoet aan ...» en «wordt alleen verleend als is voldaan aan ...». Hierbij is gestreefd naar een zo beperkt mogelijke set formuleringen. Al deze instructieregels sturen dwingend op de uitkomst van de belangenafweging. Instructieregels van basistype 2 («rekening houden met») en 3 («in acht nemen») beïnvloeden de uitkomst van de besluitvorming inhoudelijk. Deze regels beperken de afwegingsruimte van het bestuursorgaan in meer of mindere mate. Daarom worden deze instructieregels ook wel aangeduid als beslissingscriteria.19 Hierbij geldt dat de mate van binding voor het bestuursorgaan tot wie ze zijn gericht, oploopt: bij basistype 3 is sprake van de sterkste binding.

2 Geluid en gezondheid

De Omgevingswet 19 april 2023 Geomilieu gebruikersdag

20 april 2023

2

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

20 april 2023

Inhoud 1. Beleidsvernieuwing geluid 2. De Centrale voorziening geluidgegevens (Cvgg) in de regelgeving 3. De Cvgg en het DSO

3

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

20 april 2023

1. Beleidsvernieuwing geluid • Verbeteren beschermingsniveau – Monitoren geluid en maatregelen bij sterke toename – Verbeterde cumulatieregels • Vereenvoudigen normenkader (standaardwaarde, grenswaarde, binnenwaarde)

• Inpassen geluidregels in het stelsel van de Omgevingswet

4

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

20 april 2023

Wet geluidhinder – normen voor wegen

5

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Besluit kwaliteit leefomgeving Omgevingswet

Geluidbronsoort Provinciale wegen Rijkswegen Gemeentewegen Waterschapswegen Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen Industrieterreinen

6

Toelaten woningen bij geluidbron

Vaststellen geluidproductieplafond

Standaardwaarde Tabel 5.78t

Grenswaarde Tabel 5.78u

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=9ff4574e-55fd-40a3-8770-399c7309f204