Bijlage 3: Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid gemeente Doesburg 2024
Tekst van het document
Partners zijn positief over het netwerk en benoemen dat het netwerk bijdraagt aan een betere samenwerking met de gemeente. “Ik vind dat de lijnen in Doesburg erg kort zijn, mede door de netwerkbijeenkomsten.” Tegelijkertijd worden verbeterpunten aangedragen voor het Armoedenetwerk. Zo zou er nog meer animo mogen zijn vanuit andere medewerkers van de gemeente of vanuit andere organisaties (die nog niet aangesloten zijn) om deel te nemen aan de bijeenkomsten. Meer betrokkenheid van medewerkers vanuit de gemeente, naast de beleidsadviseur, zouden maatschappelijke partners waarderen. Daarbij is er onder de partners behoefte aan een actieplan dat vanuit het Armoedenetwerk wordt opgesteld, om de besproken punten in concrete acties te om te zetten. Afstemming tussen de gemeente en partners Vanuit de partners wordt soms een terugkoppeling vanuit de gemeente gemist. Wanneer cliënten worden doorverwezen vanuit hun organisatie naar de gemeente, ontvangen partners geen informatie over het vervolg. De mogelijkheden zijn door de AVG weliswaar beperkt, maar mogelijk kan de gemeente hier meer in betekenen. Verder missen partners een coördinatiepunt voor vroegsignalering/actuele hulpvragen. Doordat dit nu ontbreekt, vinden er soms overlappende inspanningen plaats bij gezinnen.
Ook hier wordt door een aantal organisaties genoemd dat zij niet volledig op de hoogte zijn van de gemeentelijke regelingen. De wens wordt uitgesproken dat de gemeente de organisaties hiervan beter op de hoogte brengt, bijvoorbeeld de regels rondom nieuwe regelingen en hoe inwoners deze kunnen aanvragen (welke voorwaarden en stappen zitten er aan vast).
32 Tussen het moment van schrijven en oplevering van deze rapportage kan natuurlijk verschil zitten; het is
mogelijk dat bij moment van oplevering deze verhuizing al heeft plaatsgevonden.
43
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Totaal aanbod aan ondersteuning Uit de gesprekken blijkt dat er in de gemeente een sterke vrijwilligersbasis is. Partners merken echter dat er behoefte is aan een gecoördineerde aanpak en aan een overzicht van alle verschillende initiatieven in de gemeente. Een overzicht met bij welke organisatie welke ondersteuning beschikbaar is, en hoe je daar als inwoner komt, mist. “Er is een groot aanbod aan maatschappelijke partners. Tegelijkertijd kan het daardoor ook zoeken zijn: welke organisatie is waarvoor bedoeld, hoe kom ik er binnen en welke voorwaarden zijn er (voor de inwoner) om gebruik te kunnen maken van de hulp?” De organisaties hebben het idee dat het aanbod dat zij gezamenlijk bieden vrij compleet is voor de doelgroep. Een eventuele witte vlek in het aanbod zit op het gebied van oudere jongeren; voor hen wordt weinig aangeboden.
4.7. Sturing en monitoring In de gemeente wordt de sturing en monitoring op verschillende manieren aangepakt. Zo hebben alle raadsleden toegang tot managementinformatie met betrekking tot de begroting en de beschikbare budgetten. Een nieuwe manager in het sociaal domein is aangesteld om dit te optimaliseren en ervoor te zorgen dat er meer inzicht komt in waar het geld aan wordt besteed en of de juiste doelgroepen worden bereikt. Hoewel er wordt gerapporteerd op hoofddoelen en acties in het collegeprogramma, is er nog ruimte voor verbetering in het gebruik van data voor sturing. De gemeente probeert de raad te informeren met jaarrapportages, informatiebrieven en tussentijdse nota's, en streeft ernaar deze te koppelen aan het collegeprogramma. Er is een roep om minder te sturen op incidenten en meer op cijfers, om trends en ontwikkelingen beter te kunnen voorspellen. Preventie en vroegsignalering zijn belangrijk, maar budgetbeperkingen vormen een uitdaging voor verdere inzet in deze gebieden. Er wordt samengewerkt met Geldfit om preventie te verbeteren en mensen eerder te bereiken.
44
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
5. Ervaringen van inwoners In dit hoofdstuk wordt het minimabeleid vanuit de doelgroep 33 in de gemeente Doesburg bekeken. Deze groep inwoners heeft door middel van een vragenlijst hun mening en ervaringen over het minimabeleid kenbaar gemaakt. In de vragenlijst staat een aantal thema’s centraal, zoals: kennis en gebruik van gemeentelijke regelingen, de aanvraagprocedure, informatievoorziening, contact met de gemeente en zorgkosten. Hieronder volgt een analyse van de ervaringen en meningen van de respondenten 34.
5.1. Regelingen voor volwassenen De collectieve zorgverzekering, de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en de energietoeslag zijn onder de respondenten de meest bekende regelingen. Minimaregelingen helpen met name bij het maandelijks rondkomen (44 procent) en om noodzakelijke medische zorg te krijgen (39 procent). Figuur 5.1.1. Regelingen voor volwassenen (n = 77 ~ 102)
Gebruik en bekendheid Ja, gebruik ik
Nee, maar ken ik wel
Collectieve zorgverzekering (Menzis)
Nee, ken ik niet
66%
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
24%
58%
Energietoeslag
31%
72%
Bijzondere bijstand
30%
Individuele inkomenstoeslag
29%
14%
14%
28%
26%
35%
27%
44%
Volwassenenfonds Sport 1%
33%
66%
3%
27%
70%
Individuele studietoeslag
11%
42%
39%
Tegemoetkoming chronisch zieken
10%
Redenen voor het niet-gebruik van regelingen variëren. De meest genoemde reden voor dit nietgebruik is dat respondenten de regeling(en) niet kennen. Ook geeft meer dan een vijfde van de respondenten als reden aan dat het aanvragen van regelingen moeilijk is. Respondenten hebben niet altijd voldoende budget om te kunnen doen wat noodzakelijk dan wel gewenst is. Ruim de helft van de respondenten geeft aan dat het niet altijd lukt om de energierekening te betalen, omdat dit te duur is. Van deze groep maakt driekwart reeds gebruik van de energietoeslag. Verder is het voor bijna vier op de tien respondenten te duur om leuke dingen te doen.
33 De huishoudens die tot de doelgroep van het minimabeleid behoren zijn gevraagd voor deelname aan de
vragenlijst. In totaal hebben 108 respondenten de enquête ingevuld. De respons is onvoldoende voor betrouwbare uitspraken over de gehele doelgroep; de resultaten dienen daarom als indicatief te worden beschouwd. 34 De volledige duiding en analyse is opgeleverd in een aparte rapportage: ‘Behoeftepeiling Minimabeleid 2023’. Voor verdere toelichting en figuren verwijzen wij u door naar deze losse rapportage.
45
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
5.2. Regelingen voor kinderen Van alle respondenten hebben 18 thuiswonende minderjarige kinderen. Onder deze groep zijn de kindregelingen bij het merendeel bekend. Stichting Leergeld is de meest bekende regeling. De kindregelingen helpen bij meer dan de helft van de respondenten bij het kopen van een fiets, het kopen van schoolbenodigdheden en het volgen van zwemles. Aan de andere kant geven ruim zeven op de tien respondenten aan dat het voor hun kinderen niet altijd mogelijk is om leuke dingen te doen, omdat het te duur is. Figuur 5.2.1. Regelingen voor kinderen (n = 16 ~ 18)
Gebruik en bekendheid Ja, gebruik ik
Nee, maar ken ik wel
Stichting Leergeld
Nee, en ken ik ook niet
72%
Jeugdfonds Sport en Cultuur
47%
Stichting Jarige Job
50%
17% 35% 19%
11% 18%
31%
5.3. Aanvragen van de regelingen De ervaringen over het aanvragen van regelingen zijn wisselend. Ruim een derde van de respondenten begrijpt de vragen op het aanvraagformulier en kan zelfstandig de formulieren invullen en bewijsstukken verzamelen. Een bijna even grote groep heeft hier (grote) moeite mee. Oudere respondenten kunnen dit minder vaak zelfstandig dan jongere respondenten. Slechts 12 procent vindt het aanvragen van regelingen makkelijk.
5.4. Informatie vanuit de gemeente Aan de respondenten is gevraagd hoe zij aan informatie komen over de regelingen van de gemeente. De meest genoemde antwoorden zijn via de website van de gemeente en via vrienden en kennissen. Respondenten zijn in verschillende mate tevreden over de informatiekanalen van de gemeente. Zo is ongeveer de helft van de respondenten tevreden over het telefonische contact, de brieven en het persoonlijk contact van de gemeente. Daar staat een groep van ongeveer 15 procent tegenover die hier niet tevreden is (de overige circa 35 procent is hier neutraal in). Ongeveer een op de drie respondenten zegt tevreden te zijn over de gemeentelijke website en folders. Over de website van de Vraagbaak is slechts 13 procent tevreden; 20 procent is niet tevreden en de overige 67 procent staat hier neutraal tegenover. De meeste respondenten geven de voorkeur aan het ontvangen van informatie over de regelingen via een brief (67 procent) boven de e-mail (39 procent) of website van de gemeente (20 procent).
46
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Figuur 5.4.1. Hoe respondenten het liefst informatie ontvangen over regelingen (n = 100)
Voorkeur voor het ontvangen van informatie Brief
67%
39%
Website van de gemeente
20%
De Regiobode
19%
Folders
15%
Sociale media Website van de Vraagbaak Anders
7% 1% 5%
Oudere respondenten (67 jaar en ouder) geven over het algemeen vaker de voorkeur aan informatie op papier, zoals een folder of de Regiobode, in vergelijking met jongere respondenten (tot 67 jaar). Jongere respondenten hebben daarentegen vaker een voorkeur voor digitale informatie (mail, website van de gemeente en sociale media) dan oudere respondenten.
5.5. Contact met de gemeente De respondenten hebben middels stellingen hun ervaringen over het contact met de gemeente gedeeld. Het merendeel van de respondenten wordt door de medewerkers serieus genomen en krijgt een duidelijke uitleg van de medewerkers (resp. 71 en 61 procent). Daartegenover geven bijna vier op de tien respondenten aan dat de medewerkers hen niet vertellen van welke (andere) regelingen ze gebruik kunnen maken en weet ruim een derde niet waar hij moet zijn bij vragen.
5.6. Zorgkosten Meer dan de helft geeft aan wel eens zorg te mijden omdat dit te duur is (bijv. geen medicijnen aanvragen, of niet naar het ziekenhuis, tandarts of fysiotherapeut te gaan). Bij in totaal 20 procent van de respondenten komt dit vaak voor, bij 34 procent is dit soms aan de orde. Het maakt daarin weinig verschil of iemand via de collectieve zorgverzekering een pakket heeft afgesloten of via een regulier pakket is verzekerd. Verder heeft zo’n 70 procent van de respondenten naast de zorgverzekering ook nog andere medische kosten die ze moeten betalen, bijvoorbeeld voor medicijnen, tandarts of orthodontist en voor brillen of lenzen.
5.7. Tips en adviezen Aan het eind van de vragenlijst hebben respondenten adviezen en opmerkingen voor de gemeente achtergelaten. Daar werd door een aantal respondenten genoemd dat ze graag meer ondersteuning zouden ontvangen, bijvoorbeeld via een meedoenregeling of een vervoersregeling. Daarnaast hebben sommige respondenten behoefte aan (meer) informatie over de regelingen en duidelijkheid wie waar recht op heeft. Tot slot geven sommige respondenten aan dat bewijsstukken voor bijna elke regeling opnieuw aangeleverd moeten worden, wat als storend wordt ervaren.
47
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen Tabel B1.1 Gemeentelijke minimaregelingen in Doesburg Soort regeling
Inkomensgrens t.o.v. Wsm
(Maximaal) bedrag
Individuele bijzondere bijstand
Tot 120% Wsm
Individuele vergoedingen Afvalstoffenheffing: Vast tarief van € 239,45 per jaar Variabel tarief: per aanbieding/storting • 240 liter Gft-container (groen) € 5,20 • 140 liter Gft-container (groen) € 3,00 • Restafval in een 30 liter trommel van een ondergrondse verzamelcontainer (pas) € 1,45 • Restafval in een 60 liter trommel van een ondergrondse verzamelcontainer (pas) € 2,90
Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen
Tot 100% Wsm
Het vaste tarief wordt volledig kwijtgescholden en het variabele tarief wordt kwijtgescholden tot € 70. Rioolheffing: Per kubieke meter afgevoerd afvalwater € 2,45 Watersysteemheffing: € 79,91 per woonruimte Zuiveringsheffing: € 62,76 per vervuilingseenheid
Minimaal 3 jaar tot 110% Wsm
Alleenstaande: € 465; Alleenstaande ouder: € 591; Paar: € 657;
Collectieve zorgverzekering (via Menzis)
Tot 120% Wsm
Keuze uit 3 aanvullende pakketten: • Pakket GarantVerzorgd 1) Menzis Basis Voordelig € 150,50 i.p.v. € 150,50 • Pakket Garantverzorgd 2) Menzis basis € 161,04 i.p.v. € 173,42 • Pakket Garantverzorgd 3) Menzis basis (het eigen risico wordt verzekerd) € 187,37 i.p.v. € 243,95
Tegemoetkoming Meerkosten Chronisch Zieken en Gehandicapten
Tot 120% Wsm
Maximale bijdrage van € 300 per jaar voor het eigen risico van de zorgkosten.
Volwassenenfonds Sport
Tot 120% Wsm35
Een maximaal bedrag van €250,- per 12 maanden voor sport. Waarvan max € 100 voor attributen.
Individuele inkomenstoeslag
35 Dit betreft geen harde inkomensgrens, de inkomensgrens is een richtlijn.
48
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
Soort regeling
Inkomensgrens t.o.v. Wsm
versie 1.0
(Maximaal) bedrag Voor kinderen van 4 tot 17 jaar. Maximale vergoeding sport: € 225 per jaar, waarvan max € 90 voor sportkleding of attributen.
Jeugdfonds Sport en Cultuur36
Tot 120% Wsm37
Maximale vergoeding cultuur: € 425 per jaar. waarvan max € 90 voor attributen. De zwemdiploma’s hebben een maximale vergoeding per kind vanaf 5 jaar (niet per jaar). Zwemdiploma A en B: € 775 met een geldigheidsduur van 20 maanden. Zwemdiploma A: € 640 met een geldigheidsduur van 16 maanden. Verschillende vergoedingen: Onderwijs (4 tot 18 jaar) • Bijles • Fiets • Werkkleding stage • Laptop
Stichting Leergeld
Tot 120% Wsm
Stichting Jarige Job
Tot 120% Wsm
Energietoeslag
Tot 120% Wsm
Sport en Cultuur (via Jeugdfonds) Welzijn (4 tot 18 jaar) • Inrichting kinderkamer • Abonnement tijdschrift • Pasfoto ID-kaart • ID-Kaart • Abonnement speeltuin • Speelgoed Een Verjaardagsbox ter waarde van € 35 per kind (4-18 jaar) per jaar. € 1.300 per huishouden
36 De gemeente heeft de samenwerking met het Jeugdfonds Sport en Cultuur in november 2023 stopgezet. 37 Dit betreft geen harde inkomensgrens, de inkomensgrens is een richtlijn.
49
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Bijlage 2. Onderzoeksmethodiek IER In deze bijlage geven we een overzicht van de verschillende inkomsten en uitgaven die worden onderscheiden voor de inkomenseffectrapportage. Huishoudens en inkomensgrenzen We berekenen de inkomenseffecten van het lokale en landelijke beleid in 2023 voor de volgende zes huishoudtypen: Niet AOW-gerechtigden: • alleenstaande; • paar zonder kinderen; • alleenstaande ouder met twee kinderen (7 en 13 jaar) • paar (twee volwassenen) met twee kinderen (7 en 13 jaar). AOW-gerechtigden: • alleenstaande; • paar (twee volwassenen. We brengen de inkomenseffecten in beeld voor huishoudens met inkomens van 100, 110, 120 en 130 procent Wsm. Omdat een groot deel van de minimapopulatie in de gemeente Doesburg langdurig (langer dan 3 jaar) minima is, beschouwen we ook in deze rapportage de voorbeeldhuishoudens als langdurige minima. Inkomensbronnen Het totaal inkomen van de minimahuishoudens is opgebouwd uit het netto-inkomen, de gemeentelijke regelingen en diverse toeslagen van het Rijk. Specifiek gaat het om de volgende categorieën: • •
•
netto-inkomen inclusief vakantietoeslag38; bijdragen Rijk: o huurtoeslag; o zorgtoeslag o kinderbijslag; o kindgebonden budget; o combinatiekorting. gemeentelijke minimaregelingen.
Gemeentelijke minimaregelingen In de onderstaande tabel volgt een overzicht van de gemeentelijke minimaregelingen in 2023 39. Tabel B2.1 Gemeentelijke minimaregelingen in Doesburg Regeling Kwijtschelding Collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Volwassenenfonds Sport Jeugdfonds Sport en Cultuur41 Energietoeslag
Inkomensgrens 100% Wsm 120% Wsm 110% Wsm 120% Wsm40 120% Wsm40 120% Wsm
38 Het betreft de uitkeringsbedragen per 01-01-2023. 39 Zie bijlage 1 voor een uitgebreid overzicht van de regelingen en de vergoedingen. 40 Dit betreft geen harde inkomensgrens, de inkomensgrens is een richtlijn. In deze rapportage gaan we wél
uit van de ‘harde’ grens van 120 procent Wsm. 41 De gemeente heeft de samenwerking met het Jeugdfonds Sport en Cultuur in november 2023 stopgezet. De vergoedingen van het Jeugdfonds Sport en Cultuur zijn meegenomen in de inkomenseffecten, omdat dit ten tijde van het opstellen van het rapport nog niet bekend was.
50
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
Regeling Niet meegenomen in berekeningen: Bijzondere bijstand Studietoeslag Stichting Leergeld Stichting Jarige Job Tegemoetkoming Meerkosten Chronisch Zieken en Gehandicapten
versie 1.0
Inkomensgrens 120% Wsm Situatieafhankelijk 120% Wsm 120% Wsm 120% Wsm
Niet meegenomen regelingen Een aantal regelingen wordt niet meegenomen in de berekeningen en begrotingen. In de meeste gevallen gaat het om een regeling die incidenteel wordt verstrekt of een beperkte doelgroep heeft. Hieronder staat beschreven wat de precieze reden is dat de regeling niet is meegenomen. • De bijzondere bijstand is niet meegenomen in de berekeningen, omdat deze vorm van bijstand wordt verstrekt voor noodzakelijke onvermijdbare individuele uitgaven en dit niet maandelijks bij iedereen voorkomt. • De studietoeslag is eveneens niet doorgerekend in de financiële overzichten. Deze regeling kent een specifieke doelgroep; studenten met een lichamelijke of psychische beperking, die niet in staat zijn naast hun te studie werken. In deze inkomenseffectrapportage is geen huishouden opgenomen waarbij deze regeling van toepassing is. • Stichting Leergeld is niet meegenomen, omdat de vergoedingen die Leergeld verstrekt meer incidenteel dan structureel van aard zijn. Kinderen kunnen een vergoeding krijgen voor onder andere bijles, een fiets, speelgoed of een ID-kaart. Hier is geen sprake van gemiddelde of maximale periodieke bedragen voor minimakinderen. • Stichting Jarige Job is niet meegenomen in de rapportage. Vanuit deze stichting krijgen jarige kinderen een box met versiering, traktaties voor school en thuis en een cadeau.
Bij deze regeling wordt er geen geldelijke vergoeding uitgekeerd aan de doelgroep. • De Tegemoetkoming Meerkosten Chronisch Zieken en Gehandicapten is niet doorgerekend in het rapport. In deze rapportage zijn geen voorbeeldhuishoudens opgenomen met een (grote) zorgvraag, de huishoudens kunnen daarom geen aanspraak maken op deze regeling. Uitgaven De uitgaven zijn gecategoriseerd naar: • •
• •
vaste lasten. Dit zijn uitgaven die regelmatig terugkomen. Voorbeelden zijn huur, energiekosten42 en verzekeringen; reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet regelmatig voorkomen en waarvan de hoogte vooraf niet bekend is. Er moet in principe een bedrag voor gereserveerd worden. Voorbeelden zijn kosten voor inventaris, kleding en het eigen risico voor de zorgverzekering; huishoudelijke uitgaven. Dit zijn terugkerende uitgaven aan voeding, persoonlijke verzorging en dergelijke; werkgerelateerde uitgaven. Dit zijn uitgaven die gemaakt worden als een persoon werkt. Voorbeelden zijn de kosten van woon-werkverkeer en werkkleding.
Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de huur en lokale heffingen. De andere bedragen zijn gebaseerd op landelijke berekeningen van het Nibud. De normbedragen staan per huishoudtype in het financieel maandoverzicht in de bijlage. We benadrukken dat het bij alle posten gaat om de basale uitgaven en dat de normbedragen gemiddelden betreffen. Het is mogelijk dat een huishouden maandelijks minder uitgeeft dan de normbedragen waarmee in deze rapportage wordt gerekend, bijvoorbeeld omdat het huishouden minder geld per maand reserveert voor onregelmatige uitgaven. 42 Kosten gas en elektriciteit zijn gebaseerd op tarieven van Budget Energie (pakket Groene Stroom en
Aardgas Variabel), de kosten voor water op de tarieven van Vitens. Deze kosten zijn vastgesteld op 20 juni 2023. Heffingskortingen zijn in de maandprijs verrekend. Gegevens over het gemiddelde gebruik per huishoudtype zijn afkomstig van het Nibud (water en gas) en Essent (elektriciteit).
51
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Vrije bestedingen Het budget dat overblijft is vrij besteedbaar en kan worden uitgegeven aan sociale en recreatieve activiteiten. Voor deze vrije bestedingen hanteert het Nibud per huishoudtype eveneens een normbedrag, dat is terug te vinden in de begrotingen in bijlage 3. Aannames Voor de inkomsten en uitgaven doen we de volgende aannames: • De huishoudens maken van alle beschikbare regelingen gebruik en ontvangen daarvoor het maximale bedrag. De ervaring uit de praktijk is echter vaak dat huishoudens van een (uiteenlopend) aantal regelingen, en niet alle regelingen, gebruikmaken. In werkelijkheid valt het vrij besteedbare budget waarschijnlijk vaak lager uit, dan weergegeven in deze rapportage. Daarnaast doen we de aanname dat huishoudens geen schulden hebben. • Bij de inkomenseffecten wordt uitgegaan van gemiddelden. Dit betekent ook dat een ongunstige situatie, bijvoorbeeld een hogere huurprijs of een slecht geïsoleerd huis, direct gevolgen kan hebben voor de inkomenseffecten zoals in dit rapport zijn weergegeven. • Iedereen woont in een huurwoning. We gaan uit van € 576 kale huur per maand voor een alleenstaande en € 599 kale huur per maand voor een meerpersoonshuishouden. Deze bedragen zijn gebaseerd op huurtoeslaggegevens van de Rijksoverheid over de gemeente Doesburg.
• alleenstaande ouders met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm werken niet of zitten in een traject waarbij de kinderopvang wordt vergoed. We gaan ervan uit dat alleenstaande ouders met inkomens tegen 110 en 120 procent Wsm gebruikmaken van twee dagdelen van 4 uur BSO per week. Alleenstaande ouders met en inkomen van 130 procent Wsm maken gebruik van drie dagdelen BSO per week. Dit alles tegen een tarief van € 8,73 (gemiddelde uurprijs in 2023). • Bij een paar met twee kinderen en een inkomen hoger dan 100 procent Wsm werkt slechts één van beide partners. Anders is het huishoudinkomen hoger. Daarom gaan we ervan uit dat deze huishoudens geen kinderopvang nodig hebben omdat één van beide partners thuis is voor de kinderen. Dit is eveneens waarom een paar met kinderen geen combinatiekorting krijgt bij werkaanvaarding. • Huishoudens in de bijstand werken niet, en hebben daarom geen werkgerelateerde kosten. Bij een inkomen vanaf 110 procent Wsm werkt één persoon in het huishouden, en is er wel sprake van deze kosten. • De gemeente Doesburg biedt via Menzis drie collectieve zorgverzekeringspakketten aan. De meeste minima hebben pakket Menzis basis, Garantverzorgd 3 met een verzekering van het eigen risico afgesloten. Deze premie wordt daarom doorgerekend in de begrotingen.
• Huishoudens die (op basis van hun inkomen) geen gebruik kunnen maken van de collectieve zorgverzekering van de gemeente, maken een eigen keuze uit verschillende zorgverzekeraars. Hiervoor is een gemiddelde prijs 43 berekend van € 154 per polis. • Voor kinderen van 4 tot en met 17 jaar ondersteunt het Jeugdfonds Sport en Cultuur in de kosten voor sport (maximaal € 225) en culturele activiteiten (maximaal € 425) 44. In deze rapportage is de aanname gedaan dat er één kind gebruikt maakt van de sportvergoeding en één kind van de cultuurvergoeding per huishouden. • Omdat we er vanuit gaan dat minimahuishoudens langdurig een laag inkomen hebben, hebben zij ook recht op de individuele inkomenstoeslag en wordt deze bij huishoudens op 100 en 110 procent Wsm meegenomen in de begrotingen.
43 Een basisverzekering met een aanvullende verzekering waarbij 9 fysiotherapie behandelingen worden
verzekerd en een tandartsverzekering. 44 Daarnaast kunnen huishoudens aanspraak maken op een maximale bijdrage van € 90 voor sportkleding of cultuurattributen, wanneer het maximale bedrag voor sport of cultuur niet volledig is gebruikt.
52
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Tegemoetkoming in de energiekosten Wegens sterk stijgende energiekosten heeft het Rijk in 2022 de energietoeslag geïntroduceerd. Hiervoor is een bedrag van € 1.300 per huishouden gereserveerd waarbij de gemeente de precieze beleidskaders zelf mag vaststellen. In 2023 wordt de energietoeslag opnieuw uitgekeerd aan minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. Het is belangrijk om hierbij te realiseren dat deze toeslag geen blijvende vergoeding is. In de figuren is te zien dat de invloed van de energietoeslag relatief groot is (€ 108 per maand). Op het moment dat de energietoeslag wegvalt, kan dat beduidende invloed hebben voor de inkomenssituatie van de huishoudens.
53
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Bijlage 3. Opbouw totaal inkomen 100 tot 130% Wsm In deze bijlage geven we de opbouw van het totaal inkomen, na werkaanvaarding, uit paragraaf 3.4 grafisch weer. Figuur B3.1 Inkomensvooruitgang na werkaanvaarding, alleenstaande
Alleenstaanden Netto inkomen incl VT
Bijdrage Rijk
100% Wsm
€ 1.196
110% Wsm
€ 1.315
120% Wsm
€ 1.435
€ 461 € 186
130% Wsm
€ 1.554
€ 453
€0
€ 461
Bijdrage gemeente
€ 500
€ 276
€ 461
€ 1.000
€ 1.500
€ 224
€ 2.000
€ 2.500
€ 3.000
€ 3.500
Figuur B3.2 Inkomensvooruitgang na werkaanvaarding, paar zonder kinderen
Paren zonder kinderen Netto inkomen incl VT
Bijdrage Rijk
€ 1.708
100% Wsm
Bijdrage gemeente
€ 587
€ 1.879
110% Wsm
€ 587
€ 2.050
120% Wsm
€ 385
€ 536
€ 2.221
130% Wsm €0
€ 500
€ 1.000
€ 318 € 263
€ 433 € 1.500
€ 2.000
€ 2.500
€ 3.000
€ 3.500
Figuur B3.3 Inkomensvooruitgang, alleenstaande ouder met twee kinderen (7 en 13 jaar)
Alleenstaande ouder Netto inkomen incl VT 100% Wsm
€ 1.196
110% Wsm
€ 1.315
120% Wsm
€ 1.435
130% Wsm
€ 1.554 €0
€ 500
Bijdrage Rijk
Bijdrage gemeente
€ 1.322
€ 362
€ 1.361
€ 1.000
€ 289
€ 1.366
€ 240
€ 1.372 € 1.500
54
€ 2.000
€ 2.500
€ 3.000
€ 3.500
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Figuur B3.4 Inkomensvooruitgang na werkaanvaarding, paar met twee kinderen (7 en 13 jaar)
Paar met kinderen Netto inkomen incl VT
Bijdrage Rijk
€ 1.708
100% Wsm
Bijdrage gemeente € 1.112
€ 1.879
110% Wsm
€ 1.112
€ 2.050
120% Wsm
€0
€ 500
€ 1.000
€ 372
€ 1.061
€ 2.221
130% Wsm
€ 453
€ 317
€ 958 € 1.500
55
€ 2.000
€ 2.500
€ 3.000
€ 3.500
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Bijlage 4. Financieel maandoverzicht In deze bijlage staat per huishoudtype het financieel maandoverzicht. De tabellen geven een overzicht van de maandelijkse inkomsten en uitgaven, bij gebruikmaking van alle landelijke en lokale regelingen. De bedragen die horen bij de huishoudelijke uitgaven en reserveringsuitgaven zijn afkomstig van het Nibud. Tabel B4.1 Alleenstaande zonder kinderen, niet AOW-gerechtigd Categorie Inkomsten Netto inkomen incl VT
100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
1.196
1.315
1.435
1.554
307 154 461
307 154 461
307 154 461
299 154 453
Totaal inkomsten
1.657
1.776
1.896
2.007
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven Totaal uitgaven
576 137 73 54 244 23 18 172 286 0 1.583
576 137 73 54 244 23 18 172 286 70 1.653
576 137 73 54 244 23 18 172 286 70 1.653
576 137 73 54 154 23 18 172 286 70 1.563
Budget exclusief regelingen gemeente
74
123
243
444
Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Volwassenenfonds Sport Energietoeslag Totaal regelingen gemeente
52 57 39 21 108 276
0 57 39 21 108 224
0 57 0 21 108 186
0 0 0 0 0 0
Budget inclusief regelingen gemeente
350
348
428
444
Vrije bestedingen Restant
110 240
110 238
110 318
110 334
Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Totaal bijdragen Rijk
56
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Tabel B4.2 Paar, niet AOW-gerechtigd, geen kinderen Categorie Inkomsten Netto inkomen incl VT
100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
1.708
1.879
2.050
2.221
322 265 587
322 265 587
293 243 536
230 203 433
Totaal inkomsten
2.295
2.466
2.586
2.654
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven Totaal uitgaven
599 177 87 79 488 37 37 253 516 0 2.273
599 177 87 79 488 37 37 253 516 70 2.343
599 177 87 79 488 37 37 253 516 70 2.343
599 177 87 79 308 37 37 253 516 70 2.163
Budget exclusief regelingen gemeente
22
123
243
491
Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Totaal bijdragen Rijk
Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Volwassenenfonds Sport Energietoeslag Totaal regelingen gemeente
68
0
0
0
113 55 42 108 385
113 55 42 108 318
113 0 42 108 263
0 0 0 0 0
Budget inclusief regelingen gemeente
408
441
506
491
Vrije bestedingen Restant
176 232
176 265
176 330
176 315
57
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Tabel B4.3 Alleenstaande ouder, niet AOW-gerechtigd, met 2 kinderen (7 en 13 jaar)45 Categorie Inkomsten Netto inkomen incl. VT
100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
1.196
1.315
1.435
1.554
Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Combinatiekorting Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk
322 154 0 238 608 1.322
322 154 39 238 608 1.361
322 154 45 238 608 1.366
322 154 50 238 608 1.372
Totaal inkomsten
2.517
2.676
2.801
2.926
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kosten BSO Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven Totaal uitgaven
599 205 87 93 244 29 56 0 42 276 523 0 2.154
599 205 87 93 244 29 56 38 42 276 523 70 2.262
599 205 87 93 244 29 56 38 42 276 523 70 2.262
599 205 87 93 154 29 56 58 42 276 523 70 2.192
Budget exclusief regelingen gemeente
363
413
539
734
Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Volwassenenfonds Sport Jeugdfonds Sport en Cultuur Energietoeslag Totaal regelingen gemeente
73
0
0
0
57 49 21 54 108 362
57 49 21 54 108 289
57 0 21 54 108 240
0 0 0 0 0 0
Budget inclusief regelingen gemeente
726
703
779
734
Vrije bestedingen Restant
227 499
227 476
227 552
227 507
45 Bij de kosten BSO is de tegemoetkoming kinderopvang al verrekend.
58
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Tabel B4.4 Paar, niet AOW-gerechtigd, met 2 kinderen (7 en 13 jaar) Categorie Inkomsten Netto inkomen incl VT
100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
1.708
1.879
2.050
2.221
Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Combinatiekorting Kinderbijslag Kindgebonden budget Totaal bijdragen Rijk
322 265 0 238 287 1.112
322 265 0 238 287 1.112
293 243 0 238 287 1.061
230 203 0 238 287 958
Totaal inkomsten
2.820
2.991
3.110
3.178
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Onderwijs Kosten BSO Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Werkgerelateerde uitgaven Totaal uitgaven
599 234 101 101 488 41 56 0 61 352 646 0 2.679
599 234 101 101 488 41 56 0 61 352 646 70 2.749
599 234 101 101 488 41 56 0 61 352 646 70 2.749
599 234 101 101 308 41 56 0 61 352 646 70 2.569
Budget exclusief regelingen gemeente
141
241
361
609
Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Volwassenenfonds Sport Jeugdfonds Sport en Cultuur Energietoeslag Totaal regelingen gemeente
81
0
0
0
113 55 42 54 108 453
113 55 42 54 108 372
113 0 42 54 108 317
0 0 0 0 0 0
Budget inclusief regelingen gemeente
594
613
679
609
Vrije bestedingen Restant
309 285
309 304
309 370
309 300
59
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Tabel B4.5 Alleenstaande, AOW-gerechtigd Categorie Inkomsten Netto inkomen incl VT
100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
1.331
1.464
1.597
1.730
309 154 463
309 154 463
302 154 456
246 154 400
Totaal inkomsten
1.794
1.927
2.053
2.130
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Totaal uitgaven
576 169 73 54 244 13 15 175 284 1.603
576 169 73 54 244 13 15 175 284 1.603
576 169 73 54 244 13 15 175 284 1.603
576 169 73 54 193 13 15 175 284 1.552
Budget exclusief regelingen gemeente
191
324
450
578
Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Totaal bijdragen Rijk
Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Volwassenenfonds Sport Energietoeslag Totaal regelingen gemeente
52
0
0
0
57 21 108 237
57 21 108 186
57 21 108 186
0 0 0 0
Budget inclusief regelingen gemeente
428
510
636
578
Vrije bestedingen Restant
110 318
110 400
110 526
110 468
60
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Tabel B4.6 Paar, AOW-gerechtigd Categorie Inkomsten Netto inkomen incl VT
100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
1.807
1.988
2.169
2.349
325 265 590
325 263 588
324 239 563
278 214 492
Totaal inkomsten
2.397
2.576
2.732
2.841
Uitgaven Huur Gas, water, elektra Telefoon, internet en televisie Gemeentelijke heffingen (Collectieve) zorgverzekering Overige verzekeringen Vervoer Reserveringsuitgaven Huishoudelijke uitgaven Totaal uitgaven
599 218 87 79 488 17 31 255 512 2.286
599 218 87 79 488 17 31 255 512 2.286
599 218 87 79 488 17 31 255 512 2.286
599 218 87 79 385 17 31 255 512 2.183
Budget exclusief regelingen gemeente
111
290
446
658
Bijdragen Rijk Huurtoeslag Zorgtoeslag Totaal bijdragen Rijk
Regelingen gemeente Kwijtschelding gemeentelijke heffingen Korting collectieve zorgverzekering Volwassenenfonds Sport Energietoeslag Totaal regelingen gemeente
68
0
0
0
113 42 108 331
113 42 108 263
113 42 108 263
0 0 0 0
Budget inclusief regelingen gemeente
442
553
709
658
Vrije bestedingen Restant
176 266
176 377
176 533
176 482
61
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Bijlage 5. Onderzoeksmethodiek Minima Dashboard Als onderdeel van voorliggende evaluatie van het minimabeleid heeft KWIZ voor de gemeente Doesburg een Dashboard Minima ontwikkeld. Het dashboard biedt de gemeente een overzicht van de omvang en samenstelling van de minimapopulatie en het bereik van de minimaregelingen. De gemeente Doesburg heeft diverse registratiebestanden aangeleverd waar KWIZ vervolgens de analyses voor deze monitor op heeft gedaan. Weergave van de minimahuishoudens De gegevens over de omvang en samenstelling van de doelgroep geven de situatie per 31 december 2022 weer (peildatum minimapopulatie), op basis van het inkomen op het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Het gebruik van de regelingen is gemeten over de periode 1 januari 2022 tot 31 december 2022. In het dashboard kan de gemeente zelf nadere analyses maken door bijvoorbeeld in te zoomen op een bepaalde doelgroep. Voor de verdere cijfers verwijzen wij u naar het dashboard. Voor de meting wordt het aantal minimahuishoudens met een inkomen tot 130 procent Wettelijk sociaal minimum (Wsm) weergegeven dat op basis van diverse registratiebestanden bij de gemeente in beeld is (zie hieronder). De doelgroep wordt weergegeven aan de hand van verschillende kenmerken zoals die in de BRP staan. Methodiek van het onderzoek De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners.
Door zoveel mogelijk informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens aan elkaar te koppelen, kunnen we het aantal minimahuishoudens weergeven dat de gemeente op het peilmoment in beeld heeft. Daarvoor heeft de gemeente registraties van de volgende voorzieningen gebruikt: de Participatiewet, minimaregelingen, collectieve zorgverzekering, kwijtschelding, energietoeslag en gegevens van en schuldhulpverlening. Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld op de omvang en samenstelling van de minimapopulatie, de mate van gebruik van voorzieningen en de overlap in het gebruik van voorzieningen op andere beleidsterreinen. De methodiek van bronregistraties heeft als gevolg dat alleen minimahuishoudens die de gemeente (en/of externe partners) in beeld heeft, zijn opgenomen in de Armoedemonitor. Huishoudens die van geen enkele regeling of voorziening voor minima gebruikmaken, maar misschien wel recht hebben op sommige regelingen, ontbreken daarom in de cijfers.
62