Bijlage 3: Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid gemeente Doesburg 2024
Tekst van het document
EVALUATIE MINIMABELEID 2023 GEMEENTE DOESBURG
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Evaluatie minimabeleid Doesburg Een brede evaluatie naar het minimabeleid in de gemeente Doesburg, aan de hand van verschillende deelonderzoeken.
Colofon Opdrachtgever Gemeente Doesburg Datum Januari 2024 Auteurs Tessa Schoot Uiterkamp Anieta Boer KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en / of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en / of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ.
1
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................... 3 Onderzoeksmethode ................................................................................................................. 3 Leeswijzer .................................................................................................................................. 4 Samenvatting................................................................................................................................. 5 S1. Aantal minimahuishoudens ................................................................................................. 5 S2. Minimabeleid ....................................................................................................................... 6 S3. Bereik van de minimaregelingen ......................................................................................... 6 S4. Inkomenseffecten landelijk en lokale regelingen................................................................. 7 S5. Uitvoering beleid: ervaringen gemeente en samenwerkingspartners ................................. 9 S6. Ervaringen doelgroep minimabeleid ....................................................................................
9 Conclusie en aanbevelingen ....................................................................................................... 11 C1. Doelgroep .......................................................................................................................... 11 C2. Beleid ................................................................................................................................ 11 C3. Preventie ........................................................................................................................... 12 C4. Meedoen en vangnet ........................................................................................................ 14 C5. Monitoring.......................................................................................................................... 17 1. Minimapopulatie in Doesburg .................................................................................................. 18 1.1. Minimahuishoudens in Doesburg ..................................................................................... 18 1.2. Minimakinderen tot 18 jaar ............................................................................................... 20 1.3. Minimaregelingen ............................................................................................................. 22 1.4.
Overige regelingen voor lage inkomens ........................................................................... 24 1.5. Overige gemeentelijke voorzieningen .............................................................................. 25 2. Huidig beleid ............................................................................................................................ 27 2.1. Toekomstvisie Doesburg 2040 ......................................................................................... 27 2.2. Koers sociaal domein ‘Koers verleggen’ .......................................................................... 27 2.3. Minimabeleid 2021-2023 .................................................................................................. 28 3. De inkomenseffecten ............................................................................................................... 31 3.1. Het effect van het landelijk beleid is groter dan het gemeentelijk beleid .......................... 31 3.2. Opbouw maandelijkse gemeentelijke bijdrage op 100% Wsm ......................................... 32 3.3. Gemeentelijke bijdragen zorgen voor (meer) vrij besteedbaar budget ............................ 33 3.4. Werken vanuit de bijstand loont meestal .......................................................................... 36 4.
Uitvoering beleid ...................................................................................................................... 40 4.1. Doelgroep ......................................................................................................................... 40 4.2. Beleid ................................................................................................................................ 40 4.3. Toegang ............................................................................................................................ 41 4.4. Communicatie ................................................................................................................... 42 4.5. Samenwerking binnen de gemeente ................................................................................ 43 4.6. Samenwerking maatschappelijk veld en gemeente ......................................................... 43 4.7. Sturing en monitoring ........................................................................................................ 44 5. Ervaringen van inwoners ......................................................................................................... 45 5.1. Regelingen voor volwassenen .......................................................................................... 45 5.2.
Regelingen voor kinderen ................................................................................................. 46 5.3. Aanvragen van de regelingen ........................................................................................... 46 5.4. Informatie vanuit de gemeente ......................................................................................... 46 5.5. Contact met de gemeente ................................................................................................ 47 5.6. Zorgkosten ........................................................................................................................ 47 5.7. Tips en adviezen ............................................................................................................... 47 Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen ........................................................................................ 48 Bijlage 2. Onderzoeksmethodiek IER ......................................................................................... 50 Bijlage 3. Opbouw totaal inkomen 100 tot 130% Wsm ............................................................... 54 Bijlage 4. Financieel maandoverzicht .......................................................................................... 56 Bijlage 5.
Onderzoeksmethodiek Minima Dashboard ................................................................. 62
2
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Inleiding De gemeente Doesburg wil het huidige minimabeleid en het aanbod aan minimaregelingen herijken. Om die reden heeft de gemeente Doesburg onderzoeksbureau KWIZ opdracht gegeven om het minimabeleid te evalueren. KWIZ voert de evaluatie van het minimabeleid uit aan de hand van verschillende deelonderzoeken: • Beleidsanalyse; • Armoedemonitor: een weergave van de omvang en kenmerken van de minimapopulatie; • Inkomenseffectrapportage; • Gesprekken met interne medewerkers en ketenpartners; • Behoeftepeiling onder de doelgroep. In dit integrale rapport zijn de resultaten van alle deelonderzoeken weergegeven en voorzien van een overkoepelende conclusie en daaruit voortvloeiende aanbevelingen. Dit onderzoek dient inzicht te geven in: • De omvang en samenstelling van de doelgroepen voor armoede; • Het gebruik en bereik van de gemeentelijke minimaregelingen; • De effecten van het beleid op de doelgroepen en de inkomens; • Hoe de doelgroep het beleid beoordeelt; • Wat de ketenpartners en interne medewerkers van het beleid en de uitvoering ervan vinden; • Mogelijke aanbevelingen op basis van bovenstaande.
Onderzoeksmethode Armoedemonitor1 Om de omvang en samenstelling van de minimapopulatie inzichtelijk te maken, is een Armoedemonitor opgesteld. Hiervoor zijn verschillende registratiebestanden gepseudonimiseerd aangeleverd, gekoppeld en geanalyseerd. In de online weergave (het dashboard minima) kan de gemeente Doesburg zelf nadere analyses maken en inzoomen op verschillende doelgroepen. Beleidsanalyse Voor het analyseren van het beleid van de gemeente Doesburg zijn drie documenten geraadpleegd: De toekomstvisie Doesburg 2040, de Koers voor het sociaal domein en het Minimabeleid van 2021-2023. Inkomenseffecten2 Voor zes verschillende huishoudtypen met vier verschillende inkomens ten opzichte van het Wettelijk sociaal minimum worden de effecten berekend. Met behulp van landelijke inkomensnormen, landelijke toeslagen en informatie over gemeentelijke regelingen is per huishoudtype het inkomen bepaald. Voor de vaste uitgaven is uitgegaan van cijfers en normen van het Nibud3. Voor de andere uitgaven is waar mogelijk gebruikgemaakt van lokale tarieven (zoals huur en waterschapsbelasting). Tenslotte worden de gemeentelijke regelingen omgezet in een maandbedrag. Op de manier ontstaat per huishoudtype een overzicht van de inkomsten en uitgaven per maand.
Gesprekken met minimapartners en interne medewerkers Aan de hand van de beleidsanalyse zijn topiclijsten opgesteld voor de drie interviews met medewerkers van de gemeente en voor de twee groepsgesprekken met ketenpartners. De interviews en groepsgesprekken hebben online plaatsgevonden. Om een zo volledig mogelijk beeld van de situatie te verkrijgen, zijn er bij de interviews gesprekken gevoerd met zowel 1 Voor de volledige onderzoeksmethodiek van de Armoedemonitor/Dashboard Minima zie bijlage 5. 2 Voor de volledige onderzoeksmethodiek voor het berekenen van de inkomenseffecten zie bijlage 2. 3 Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is een onafhankelijke stichting die informeert en
adviseert over financiën van huishoudens.
3
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
medewerkers van de uitvoering als van het beleid. Ketenpartners zijn betrokken, aangezien zij een belangrijke rol spelen in de uitvoering van de inkomensondersteunende regelingen en zij in nauw contact staan met de doelgroep. Behoeftepeiling minimadoelgroep Huishoudens die tot de doelgroep van het minimabeleid behoren hebben in juni 2023 een vragenlijst gekregen. Zij konden deze op papier of online invullen. De doelgroep bestaat uit 430 huishoudens die een bijstandsuitkering ontvangen en/of gebruikmaken van één of meerdere minimaregelingen in de gemeente Doesburg4. In de vragenlijst stonden de volgende thema’s centraal: • Regelingen voor volwassenen; • Regelingen voor kinderen; • Aanvragen van de regelingen; • Informatie vanuit de gemeente; • Contact met de gemeente; • Zorgkosten. In totaal hebben 108 respondenten de enquête ingevuld (45 online en 63 op papier). Dat brengt de respons op 25 procent. Dit is niet voldoende om betrouwbare uitspraken te doen over de gehele doelgroep. Hiervoor was een respons van circa 167 ingevulde enquêtes noodzakelijk. De resultaten geven daarom een indicatie van de mening van de doelgroep De volledige weergave en analyse van de resultaten is opgeleverd als aparte rapportage van de behoeftepeiling. Hiervoor verwijzen wij u graag naar het rapport ‘Behoeftepeiling Minimabeleid 2023’, opgeleverd in september 2023.
Daarin staan de resultaten, figuren en analyse uitgebreider weergegeven.
Leeswijzer Het rapport start met een samenvatting waarin de belangrijkste bevindingen worden toegelicht. Hierop volgt een hoofdstuk met de conclusies en aanbevelingen. In hoofdstuk 1 komen de omvang en samenstelling van de minimapopulatie, het gebruik en bereik van regelingen en de overlap met overige gemeentelijke voorzieningen aan bod (de resultaten van de Armoedemonitor). In hoofdstuk 2 wordt het beleid beschreven. Hoofdstuk 3 bespreekt de invloed van het landelijke en gemeentelijke beleid op de inkomenssituatie van huishoudens; oftewel de inkomenseffecten. Vervolgens komen de ervaringen van de ketenpartners (hoofdstuk 4) en de minimadoelgroep (hoofdstuk 5) aan de orde. Het rapport wordt afgesloten met een vijftal bijlagen. De eerste bijlage geeft een overzicht van de minimaregelingen in de gemeente Doesburg. In bijlage 2 staat de onderzoeksmethodiek van de inkomenseffectrapportage beschreven. Bijlage 3 geeft de opbouw van het totale inkomen van huishoudens weer op verschillende inkomensniveaus. Bijlage 4 toont de financiële maandoverzichten per huishoudtype. Bijlage 5 geeft een overzicht van de onderzoeksmethodiek van het Minima Dashboard.
4 De huishoudens die alleen gebruikmaken van de energietoeslag en niet van een of meerdere andere
regelingen zijn buiten beschouwing gelaten.
4
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Samenvatting In dit hoofdstuk staan de belangrijkste bevindingen weergegeven van de verschillende deelonderzoeken.
S1. Aantal minimahuishoudens Op basis van verschillende registratiebestanden is het aantal minimahuishoudens dat de gemeente in beeld heeft, in kaart gebracht. Door koppeling met het BRP kunnen de kenmerken van deze huishoudens worden weergegeven. De uitgebreide resultaten van dit deelonderzoek (de Armoedemonitor) staan vermeld in hoofdstuk 1. Op 31 december 2022 heeft de gemeente Doesburg 658 huishoudens in beeld met een inkomen tot 120 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Dat is 12,2 procent van alle huishoudens in de gemeente. Doesburg heeft niet alle minimahuishoudens in beeld; het totale aantal huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm wordt (middels de KWIZ Index) geschat op 727 huishoudens (13,6 procent van alle huishoudens). Het aandeel minimahuishoudens in de gemeente Doesburg ligt daarmee boven het gemiddelde van veel andere gemeenten met minder dan 50.000 inwoners (7 tot 8 procent). Daarnaast heeft de gemeente op de peildatum 237 kinderen tot 18 jaar in beeld die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Het totale aantal kinderen dat opgroeit in een gezin met een huishoudinkomen tot 120 procent Wsm wordt geschat op 293 kinderen (16,8 procent van alle kinderen). Dit ligt boven het gemiddelde aandeel van circa 8 procent in gemeenten van vergelijkbare grootte. Tabel S1.1.
Aantal en aandeel minimahuishoudens en minimakinderen (in beeld en schatting) Minima tot 120% Wsm Huishoudens Kinderen
In beeld o.b.v. registraties 658 12,2% 237 13,9%
Schatting totale doelgroep 727 13,6% 293 16,8%
Verloop minimahuishoudens in beeld Ten opzichte van 2018 en 2019 is het aantal en aandeel minimahuishoudens dat de gemeente in beeld heeft gestegen. De stijging komt door een toename van het aantal huishoudens met een inkomen tussen 100 en 120 procent Wsm (onderscheid 100/120 procent Wsm is niet in de tabel weergegeven). Het aantal en aandeel minimakinderen dat in beeld is, is juist afgenomen. Dit komt doordat er minder minimakinderen in een huishouden tot 100 procent Wsm wonen dan in eerdere jaren. Tabel S1.2. Verloop aantal en aandeel minimahuishoudens en minimakinderen in beeld Minima in beeld tot 120% Wsm 2018 2019 2022 Huishoudens 608 11,5% 583 11,1% 658 12,2% Kinderen 283 15,4% 259 14,6% 237 13,9% Kenmerken doelgroep minimabeleid in beeld Inkomensbron. Van de 658 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft ontvangt 32 procent van de huishoudens een uitkering vanuit de Participatiewet, heeft 29 procent een AOW-uitkering en krijgt 39 procent een andersoortig inkomen, bijvoorbeeld loon uit arbeid of een WW-uitkering. Ten opzichte van 2018 en 2019 is – net als in de rest van Nederland - het aandeel en aantal bijstandsgerechtigden afgenomen. De groepen minima met een AOW-uitkering of een andersoortig inkomen zijn juist in aantal gestegen. Ook dat sluit aan bij het landelijke beeld. Huishoudsamenstelling, achtergrond en plaats.
Zes op de tien minimahuishoudens is alleenstaand en een vijfde heeft minderjarige kinderen. Verder heeft 59 procent van de minimahuishoudens een Nederlandse achtergrond. De meeste minimahuishoudens wonen in De Ooi en Molenveld.
5
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Langdurige minima. Het merendeel van de minimahuishoudens tot 120 procent heeft al drie jaar of langer een dergelijk inkomen (80 procent). Dat is iets hoger dan het aandeel bij veel andere gemeenten (circa 70 tot 75 procent). Ten opzichte van 2018 en 2019 is een stijging te zien in het aandeel langdurige minima; dit is een ontwikkeling die ook landelijk gaande is. Kans op armoede. Sommige groepen hebben vaker een minimuminkomen dan andere; eenoudergezinnen met minderjarige kinderen moeten vaker rondkomen van een inkomen tot 120 procent Wsm dan tweeoudergezinnen. Daarnaast hebben huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker een minimuminkomen dan huishoudens met een Nederlandse achtergrond.
S2. Minimabeleid De Toekomstvisie voor Doesburg (2040) en de Koers voor het sociaal domein dienen als kader voor het minimabeleid. In het minimabeleid is aan de hand van de pijlers preventie, meedoen en vangnet beschreven wat de beoogde resultaten zijn en hoe de uitwerking van het minimabeleid is vormgegeven. Minimaregelingen De gemeente biedt verschillende minimaregelingen aan om inwoners met een laag inkomen te ondersteunen en te (laten) participeren. De regelingen hebben veelal een inkomensgrens tot 120 procent Wsm en de regelingen dienen verschillende doelgroepen. Tabel S2. Overzicht gemeentelijke minimaregelingen Doesburg in 2023 Soort regeling Bijzondere bijstand Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering (via Menzis) Tegemoetkoming Meerkosten Chronisch Zieken en Gehandicapten Volwassenenfonds Sport (Pilot) Jeugdfonds Sport en Cultuur6 Stichting Leergeld Stichting Jarige Job Studietoeslag Energietoeslag
Inkomensgrens Tot 120% Wsm Tot 100% Wsm Minimaal 3 jaar tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 120% Wsm Tot 120% Wsm5 Tot 120% Wsm7 Tot 120% Wsm Tot 120% Wsm Situatie-afhankelijk Tot 120% Wsm
S3. Bereik van de minimaregelingen De cijfers over het bereik van de minimaregelingen komen uit de Armoedemonitor. In onderstaande tabel staat het gebruik en bereik (d.w.z. het gebruik afgezet tegen de totale doelgroep) van de verschillende gemeentelijke regelingen weer. Het bereik van de meeste regelingen ligt iets onder de gangbare gemiddelden in veel andere (kleinere) gemeenten. Het bereik van de individuele inkomenstoeslag ligt boven het gemiddelde bereik dat in vergelijkbare gemeenten gangbaar is. Tabel S3. Gebruik en bereik van de minimaregelingen Reguliere regelingen Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Bijzondere bijstand
Gebruik in 2022
Bereik
Gemiddeld bereik andere gemeenten
283 huishoudens
60%
70 – 75%
138 huishoudens
19%
20 – 25%
5 Dit betreft geen harde inkomensgrens, de inkomensgrens is een richtlijn. 6 De gemeente heeft de samenwerking met het Jeugdfonds Sport en Cultuur in november 2023 stopgezet. 7 Dit betreft geen harde inkomensgrens, de inkomensgrens is een richtlijn.
6
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Reguliere regelingen
Gebruik in 2022
Bereik
Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Jeugdfonds Sport & Cultuur Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten Overige regelingen Energietoeslag Tegemoetkoming hoge lasten (regeling specifiek voor het jaar 2022)
204 huishoudens 213 huishoudens 60 kinderen
68% 29% 25%
Gemiddeld bereik andere gemeenten 45 – 55% 35 – 40% 35 – 45%
81 huishoudens
n.t.b.
n.t.b.
826 huishoudens
81%
75 – 90%
33 huishoudens
n.t.b.
n.t.b.
Overlap met voorzieningen Naast het gebruik van minimaregelingen, is ook het gebruik van andere (gemeentelijke) voorzieningen onder de doelgroep onderzocht. Van alle minimahuishoudens die de gemeente in beeld heeft maakt ruim een op de drie ook gebruik van de Wmo en een kwart van de minimakinderen krijgt ook hulp vanuit de Jeugdwet. Deze overlap met aanpalende voorzieningen is in Doesburg wat hoger dan in veel andere gemeenten. Figuur S3. Overlap voorzieningen onder minima Gebruik Wmo
37%
Jeugdwet (kinderen)
van alle 658 minimahuishoudens
25%
Jeugdwet (gezinnen) Schuldhulpverlening
Niet-gebruik
van alle 237 minimakinderen tot 18 jaar
35%
van alle 130 minimagezinnen
9%
van alle 658 minimahuishoudens
S4. Inkomenseffecten landelijk en lokale regelingen Minimahuishoudens kunnen van verschillende lokale regelingen en landelijke toeslagen gebruikmaken. In het deelonderzoek ‘Inkomenseffect Rapportage’ is onderzocht wat de effecten van deze bijdragen zijn op de begroting van minimahuishoudens en of er ook sprake is van een eventuele armoedeval. Hiervoor wordt gerekend met verschillende gemiddelden en diverse aannames; een daarvan is dat een huishouden van alle regelingen en toeslagen gebruikmaakt waar hij recht op heeft. Omdat de praktijk vaak anders is of kan zijn kunnen individuele situaties afwijken. Daarnaast is het zo dat in 2023 de energietoeslag is uitgekeerd maar dat dit een tijdelijke regeling is. Omdat het om een flink bedrag gaat (€ 1.300 per huishouden op jaarbasis) heeft deze regeling ook een flink effect op de inkomens van de minimahuishoudens. Op dit moment is het nog onduidelijk of, dan wel in welke vorm, het Rijk minima in 2024 wil compenseren voor hoge energielasten. Duidelijk is wel dat het wegvallen van de energietoeslag een flink effect zal hebben voor de begroting van minima. Het bedrag dat minima vanuit het Rijk aan toeslagen kunnen ontvangen is veel hoger dan het bedrag dat ze aan gemeentelijke regelingen kunnen ontvangen. Financieel gezien is de invloed van de gemeente dan ook kleiner dan de invloed van het Rijk.
Wel is het zo dat de gemeentelijke regelingen ervoor zorgen dat huishoudens (meer) ruimte overhouden voor het doen van vrije bestedingen. De meeste huishoudens op bijstandsniveau hebben zonder gemeentelijke
7
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
vergoedingen onvoldoende budget voor uitgaven op het gebied van sociale participatie. Wel laten de begrotingen behoorlijke verschillen zien tussen de verschillende huishoudtypes. Het bedrag aan landelijke toeslagen neemt voor de meeste huishoudens geleidelijk af bij een hoger inkomen, bij gemeentelijke regelingen vervalt het recht op de meeste regelingen in één keer (tegelijk), namelijk wanneer het inkomen boven 120 procent Wsm uitkomt. Huishoudens met een inkomen van 130 procent Wsm hebben dus geen recht meer op gemeentelijke regelingen en daarvan merken zij het (negatieve) effect; zowel hun totaal inkomen als hun vrij besteedbaar budget is lager dan bij (bijvoorbeeld) een inkomen van 120 procent Wsm. Werken loont voor sommige huishoudens meer dan voor andere Voor de meeste (voorbeeld)huishoudens loont het om vanuit de bijstand te gaan werken tegen een loon van 110, 120 of 130 procent Wsm. Zij gaan er dan – ten opzichte van de bijstand – in totaal inkomen8 op vooruit (mits zij gebruikmaken van alle toeslagen en regelingen). Er is echter niet altijd sprake van méér inkomensgroei (en soms zelfs van inkomensdaling) omdat op een gegeven moment landelijke toeslagen afnemen en het recht op gemeentelijke regelingen vervalt. Dat laatste is het geval wanneer het huishoudinkomen boven de 120 procent Wsm uitkomt.
De gemeentelijke regelingen gezamenlijk vormen een aanzienlijk deel van de inkomens van minima. Dit heeft als gevolg dat het wegvallen van deze regelingen voor sommige huishoudens ook een aanzienlijk effect heeft. Voor alleenstaanden en alleenstaande ouders wordt hun inkomensgroei op dat moment gedempt; zij hebben op 130 procent Wsm weliswaar een hoger totaal inkomen dan in de bijstand, maar een lager totaal inkomen dan op 110 of 120 procent Wsm. Voor paren (met en zonder kinderen) is het zelfs zo dat werken tegen een loon van 130 procent Wsm leidt tot een lager totaal inkomen dan in de bijstand. Dat komt – behalve het vervallen recht op gemeentelijke regelingen – omdat het bedrag aan landelijke toeslagen bij paren eerder én sneller vermindert dan bij andere huishoudens. Figuur S4. Verschil in totaal inkomen t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding
Inkomensgroei of -afname t.o.v. de bijstand 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm 4%
Alleenstaande
8% 4% 4%
Paar zonder kinderen
6% -1% 3%
Alleenstaande ouder met kinderen
6% 2% 3%
Paar met kinderen
5% -3%
8
Het totaal inkomen bestaat uit het netto-inkomen (inclusief vakantietoeslag), landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen.
8
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
S5. Uitvoering beleid: ervaringen gemeente en samenwerkingspartners Met verschillende gemeentelijke medewerkers en samenwerkingsorganisaties is gesproken over de uitvoering van het beleid, (onderlinge) samenwerking en mogelijke verbeterpunten. Doelgroep en beleid De verschillende betrokkenen schetsen het volgende beeld van de Doesburgse minimapopulatie: kenmerkend voor de Doesburgse (minima)populatie zijn de lage sociaaleconomische status van de groep en de vergrijzing binnen de groep. Het aantal minimahuishoudens is relatief hoog voor een (qua inwoneraantal) kleine gemeente. Er wordt dan ook wel gesproken over stadse problematieken. Het aanbod aan regelingen wordt over het algemeen als compleet gezien. Een simpel en actueel overzicht van de regelingen en de doelgroepen per regeling wordt daarentegen gemist; ketenpartners geven aan dat het voor henzelf en de doelgroep niet altijd duidelijk is welke regelingen er zijn en voor wie deze zijn bedoeld. Toegang en communicatie De gemeente zet, sinds corona, in op een digitaal aanvraagproces. Meestal gaan verzoeken via de Vraagbaak. Inwoners worden hierna doorverwezen. Voor hulp bij het digitaal aanvragen van de regelingen kunnen inwoners terecht bij de formulierenbrigade van Caleidoz of de Vraagbaak.
Samenwerkingspartners geven aan dat er – zowel onder henzelf maar ook zeker onder de doelgroep – nog onduidelijkheid heerst over de Vraagbaak, bijvoorbeeld over wat ze doen, voor wie ze er zijn en met welke vragen inwoners bij de Vraagbaak terecht kunnen. Sommige organisaties geven aan dat ze een vrij toegankelijk inloopmoment missen, waar inwoners zonder afspraak langs kunnen komen voor allerlei inkomens- en inkomensgerelateerde vragen. Wat betreft de aanvraagprocedures wordt vanuit verschillende organisaties het belang van de papieren aanvraagformulier benadrukt. Digitaal aanvragen is niet voor iedereen even geschikt. De gemeente communiceert via verschillende kanalen richting de doelgroep. Ketenpartners benadrukken het belang van goede communicatie en informatieverstrekking; het moet simpel en toegankelijk zijn. Een wens die wordt genoemd is een simpel overzicht van de verschillende ondersteuningsmogelijkheden voor de doelgroep; zowel een overzicht van de verschillende organisaties die actief zijn als van de regelingen waar men gebruik van kan maken. Samenwerking Ketenpartners beoordelen zowel de samenwerking met de gemeente als de samenwerking tussen de organisaties onderling als positief. De lijnen zijn kort en ze zijn positief over het (door de gemeente georganiseerde) Armoedenetwerk.
Als mogelijk verbeterpunt geven organisaties aan dat ze graag vaker op de hoogte willen worden gebracht van de (nieuwe) regels en het aanvraagproces van regelingen. Sturing en monitoring De gemeente informeert de raad met jaarrapportages, informatiebrieven en tussentijdse nota's, en streeft ernaar deze te koppelen aan het collegeprogramma. Er is een roep om minder te sturen op incidenten en meer op cijfers, om trends en ontwikkelingen beter te kunnen voorspellen.
S6. Ervaringen doelgroep minimabeleid In juni 2023 hebben 108 respondenten een vragenlijst ingevuld over het minimabeleid. In dit hoofdstuk staan de uitkomsten benoemd. Bekendheid regelingen De collectieve zorgverzekering, de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en de energietoeslag zijn onder de respondenten de meest bekende regelingen voor volwassenen. Daarnaast zijn ook de kindregelingen onder de meeste gezinnen bekend. Niet onverwachts is het niet kennen van een regeling een veel genoemde reden voor het niet-gebruik van regelingen. 9
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Aanvragen van de regelingen De ervaringen over het aanvragen van regelingen zijn wisselend; ruim een derde van de respondenten begrijpt de vragen op het aanvraagformulier en kan zelfstandig de formulieren invullen en bewijsstukken verzamelen. Een bijna even grote groep heeft hier (grote) moeite mee. Informatie vanuit de gemeente Respondenten verschillen in de mate waarin zij tevreden zijn over de informatie(kanalen) van de gemeente. Zo is ongeveer de helft van de respondenten tevreden over het telefonische contact, de brieven en het persoonlijk contact van de gemeente. Daar staat een groep van ongeveer 15 procent tegenover die hier niet tevreden is (de overige circa 35 procent is hier neutraal in). Over de website van de Vraagbaak is slechts 13 procent tevreden; 20 procent is niet tevreden en de overige 67 procent staat hier neutraal tegenover. Mogelijk kent deze groep de Vraagbaak niet of kijken zij niet op de website. De meeste respondenten geven de voorkeur aan het ontvangen van informatie over de regelingen via een brief. Contact met de gemeente Het merendeel van de respondenten geeft aan door de medewerkers serieus te worden genomen en heeft daarnaast een duidelijke uitleg gekregen van de medewerkers.
Daartegenover staat dat bijna 40 procent van de respondenten niet van medewerkers te horen krijgt van welke (andere) regelingen ze gebruik kunnen maken 36 procent niet weet waar hij moet zijn met vragen. Zorgkosten Meer dan de helft van de respondenten geeft aan wel eens geen medicijnen te vragen, niet naar de tandarts, fysiotherapeut of het ziekenhuis te gaan omdat dit te duur is. Verder heeft zo’n 70 procent van de respondenten naast de zorgverzekering andere medische kosten die ze moeten betalen, bijvoorbeeld voor medicijnen, tandarts of orthodontist en voor brillen of lenzen. Tips en adviezen voor de gemeente Respondenten hadden de gelegenheid om de gemeente tips en adviezen te geven: • Aanvullende ondersteuningsvraag: respondenten ontvangen graag meer ondersteuning, bijvoorbeeld via een meedoenregeling of een vervoersregeling. • Informatievoorziening: respondenten hebben behoefte aan (meer) informatie over de regelingen en duidelijkheid wie waar recht op heeft. • Aanvraagproces: respondenten geven aan dat bewijsstukken voor bijna elke regeling opnieuw aangeleverd moeten worden, dit wordt als storend ervaren.
10
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Conclusie en aanbevelingen Op basis van de onderzoeksresultaten is een aantal conclusies te formuleren. In dit hoofdstuk zijn deze per thema uiteengezet met bijbehorende aanbevelingen. De doelgroep en het beleid an sich komen allereest aan bod, vervolgens wordt ingegaan op de pijlers (preventie, meedoen en vangnet) waarop de gemeente haar beleid heeft gevormd. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een paragraaf over de wijze van monitoring.
C1. Doelgroep De gemeente Doesburg heeft – als het gaat om de minimapopulatie - al meerdere jaren te maken met grootstedelijke problematieken. Dit is ook bekend binnen de gemeente en partnerorganisaties. Het aandeel minimahuishoudens ligt bijvoorbeeld hoger dan in andere kleinere gemeenten. De doelgroep bestaat uit relatief veel AOW’ers (dit hangt samen met de vergrijzing) en huishoudens die al drie jaar of langer op een minimuminkomen zitten. Daarbij heeft (een deel van) de doelgroep te maken met verschillende – andere – problematieken zoals een hoge zorgvraag/zorggebruik (Wmo en Jeugdwet) en bijvoorbeeld een lage SES. De minimapopulatie is voornamelijk geconcentreerd in De Ooi en Molenveld. Aanbeveling 1 Maak – waar mogelijk – in het beleid en in het benaderen van de doelgroep onderscheid tussen de langdurige minima die minder kans hebben om nog uit te stromen en de meer kortdurende minima die nog meer mogelijkheden hebben om uit te stromen.
Aanbeveling 2 Blijf als gemeente gericht op het integraal samenwerken met andere leefgebieden in de ondersteuning van de minimadoelgroep.
C2. Beleid Vorming beleid Een sterk punt aan de beleidsdocumenten voor het sociaal domein en het minimabeleid van de gemeente Doesburg is dat deze in gezamenlijkheid met beleidsadviseurs van andere domeinen, uitvoerende medewerkers en partnerorganisaties zijn opgesteld. In een gemeente met relatief veel minimahuishoudens, veel langdurige minima en een hoog zorggebruik is het waardevol dat de samenwerking met andere domeinen wordt opgezocht en dat daarnaast de sterke vrijwilligersbasis van de gemeente wordt betrokken in de vorming van beleid voor deze doelgroep. Aanbeveling 3 Blijf andere beleidsterreinen en partnerorganisaties betrekken bij het beleid en probeer het gemeentebreed in te bedden. Houd waar mogelijk rekening met de specifieke kenmerken van de doelgroep zoals een lage SES, multiproblematiek en vergrijzing. Visie en doelstellingen De gemeente heeft een visie opgesteld voor het minimabeleid en beschrijft de bijbehorende doelstellingen aan de hand van drie pijlers: preventie, meedoen en vangnet. De activiteiten en doelstellingen die de gemeente heeft geformuleerd onder de pijlers ‘meedoen’ en ‘vangnet’ liggen in het verlengde van elkaar.
11
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Een ander sterk punt is dat het beleid is ingebed in een langetermijnvisie. De beleidsplannen voor het sociaal domein en het minimabeleid zijn namelijk vanuit de Toekomstvisie Doesburg voor 2040 opgesteld.
C3. Preventie Communicatie en informatie De gemeente zet verschillende informatiekanalen in om de doelgroep te informeren. Dit verloopt voornamelijk digitaal (via de website en sociale media). Regelmatig staat er informatie in de Regiobode of worden flyers verstuurd naar inwoners. Daarnaast liggen er folders op openbare vindplaatsen. Een deel van de doelgroep wil graag meer informatie en uitleg ontvangen over de regelingen van de gemeente. De meeste respondenten uit de doelgroep geven de voorkeur aan het ontvangen van informatie via een brief boven informatie via een e-mail, website, folders, krant of sociale media. Daarnaast geven respondenten in de behoeftepeiling aan dat ze graag op een persoonlijke manier informatie ontvangen over regelingen. Ook de ketenpartners benadrukken het belang van goede informatievoorziening: het moet zo simpel, eenvoudig en laagdrempelig mogelijk zijn voor de doelgroep. De helft van de respondenten op de behoeftepeiling is tevreden over de website van de gemeente. Partners zien dat inwoners veel moeten doorklikken op de website, voor ze bij de juiste informatie terecht komen. Daarnaast is het zo dat het bereik van verschillende gemeentelijke regelingen lager ligt dan in veel andere gemeenten. De doelgroep van het minimabeleid geeft als voornaamste reden voor het niet-gebruik van de regelingen dat zij sommige regelingen niet kennen.
Aanvullend geven partners aan dat ze een overzicht missen van alle beschikbare gemeentelijke regelingen. Doordat dit momenteel ontbreekt, beschikken zij niet altijd over (actuele) informatie om de doelgroep te informeren. Het pakket aan regelingen wordt an sich als compleet beoordeeld (zeker nu er een pilot loopt van het Volwassenenfonds) maar het gebruik hiervan is nog aan de lage kant. Ook zijn er diverse organisaties in de gemeente actief die op een of meerdere gebieden iets (kunnen) betekenen voor de doelgroep. Belangrijk is wél – vooral door het grote aantal organisaties – dat duidelijk is waar inwoners voor welke (hulp)vraag terecht kunnen. Deze informatie is nu niet altijd goed vindbaar. Aanbeveling 4 Maak een (zo simpel mogelijk) overzicht van de gemeentelijke minimaregelingen en verspreid deze onder inwoners en maatschappelijke organisaties, bijvoorbeeld in de vorm van een flyer. Gebruik waar mogelijk ook visuele elementen. Aanbeveling 5 Zorg voor een duidelijk overzicht met welke ondersteuning er door maatschappelijke organisaties in Doesburg wordt geboden en communiceer dit met de doelgroep en de organisaties. Aanbeveling 6 Ga door met het digitaal én op papier verstrekken van informatie. Zet verder in op het informeren van de doelgroep via ketenpartners.
Houd rekening met de voorkeuren van inwoners over hoe zij geïnformeerd willen worden over de regelingen van de gemeente; kies daarom voor verschillende kanalen en manieren, er is geen ‘one size fits all’.
12
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Voorportaal De gemeente heeft de afgelopen beleidsperiode gewerkt aan de Vraagbaak als voorportaal voor vragen, advies, ondersteuning en zorg op het gebied van werk, inkomen, schulden, gezondheid, jeugd en Wmo. De Vraagbaak is op ochtenden telefonisch bereikbaar. Vanuit maatschappelijke organisaties en de doelgroep van het minimabeleid komen signalen dat de Vraagbaak niet optimaal werkt en nog niet volledig haar doel dient. Uit het onderzoek blijkt dat de doelgroep de Vraagbaak weinig raadpleegt voor informatie over de gemeente en de regelingen en dat de voorkeur van de doelgroep hier ook (nog) niet ligt. Dit kan mogelijk komen doordat de doelgroep de Vraagbaak niet altijd goed kan vinden. Aanvullend geven maatschappelijke organisaties aan dat het niet altijd duidelijk is wat de Vraagbaak doet, het is volgens hen namelijk niet voor iedereen (inwoners en sommige organisaties) duidelijk waarvoor en met welke vragen inwoners bij de Vraagbaak terecht kunnen. De onduidelijkheid komt mede door de naam, deze impliceert dat je met álle vragen terecht kan bij de Vraagbaak. Aanbeveling 7 Zorg er voor dat inwoners – naast telefonisch – ook op locatie/fysiek vragen kunnen stellen aan medewerkers van de Vraagbaak. Ga voor ruime(re) openingstijden met vrije inloopspreekuren. De vraagbaak is momenteel onvoldoende zichtbaar en toegankelijk om haar doel te dienen.
Aanbeveling 8 Kader de Vraagbaak als voorportaal af en breng het onder de aandacht van partnerorganisaties en inwoners. Wat doet de Vraagbaak wél en wat niet? Schuldhulpverlening Van alle minimahuishoudens in de gemeente zit ongeveer een tiende in de schuldhulpverlening. Deze verhouding komt overeen met de verhouding die terug is te zien in gemeenten met een vergelijkbare grootte. In de (groeps)gesprekken komt naar voren dat er via de vroegsignalering meer betaalachterstanden binnenkomen dan voorheen en dat de (gemiddelde) hoogte van de betaalachterstanden hoger is dan in het verleden. Op het gebied van vroegsignalering en contact met de gemeente missen partners wel eens de terugkoppeling vanuit de gemeente. Wanneer een organisatie een inwoner overdraagt aan dan wel doorstuurt naar de gemeente, wordt niet altijd een signaal teruggekoppeld dat de hulpvraag wordt opgepakt en of de inwoner wordt geholpen. Voor een deel heeft dit te maken met de wetgeving vanuit de AVG. Toch benoemen ketenpartners dat ze een dergelijke terugkoppeling wel wenselijk zouden vinden. Ten eerste omdat ze dan weten of de inwoner ‘goed terecht is gekomen’ maar ook om er zeker van te zijn dat er geen overlappende inspanningen plaatsvinden bij huishoudens.
In andere woorden; meer terugkoppeling of coördinatie kan er ook voor zorgen dat duidelijk is welke hulp een huishouden al wel (of niet) krijgt zodat binnen één huishouden geen overlappende dienstverlening wordt aangeboden Aanbeveling 9 Onderzoek de mogelijkheden voor een coördinatiepunt voor binnengekomen hulpvragen en vroegsignalering. Ga na wat binnen de kaders van de AVG wél is toegestaan om de (verschillende) hulp die huishoudens ontvangen zo goed als mogelijk te coördineren.
13
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
C4. Meedoen en vangnet Samenwerking maatschappelijk veld In 2022 heeft de gemeente het Armoedenetwerk9 opgezet. Vier keer per jaar vinden er bijeenkomsten plaats. De gemeente en maatschappelijke organisaties nemen hieraan deel en gaan met elkaar in gesprek. Het armoedenetwerk draagt bij aan een betere samenwerking tussen de gemeente en het maatschappelijk veld. In de gemeente is een sterke basis van vrijwilligers actief en is het sociaal veld behoorlijk compleet te noemen; er zijn veel organisaties die iets kunnen betekenen voor (onder andere) minima. Aanbeveling 10 Ga door met het Armoedenetwerk en moedig de deelname van meer medewerkers van de gemeente en van maatschappelijke organisaties die nog niet zijn aangesloten, aan. Zorg ervoor dat de (goede) samenwerking tussen gemeente en het maatschappelijk veld ook in de toekomst op peil blijft. Toegang Het aanvraagproces is grotendeels online ingericht, de gemeente heeft de laatste jaren meer ingezet op digitalisering van dit proces. Voor hulp bij het digitaal aanvragen van de regelingen kunnen inwoners terecht bij de formulierenbrigade van Caleidoz. In uitzonderlijke situaties kunnen regelingen schriftelijk worden aangevraagd.
Vanuit de doelgroep en de ketenpartners komen signalen dat het voor een aanzienlijk deel van de doelgroep belangrijk is om het schriftelijk aanvragen van regelingen te behouden, in verband met beperkte (digitale) vaardigheden. Aanbeveling 11 Behoud de mogelijkheid om regelingen schriftelijk aan te vragen en blijf inwoners ondersteunen bij het (digitaal) aanvragen van regelingen. Ongeveer een derde van de doelgroep zegt zelfstandig de formulieren in te kunnen vullen en de bewijsstukken te kunnen verzamelen bij het doen van een aanvraag, een derde kan dit niet zelfstandig. De helft van de doelgroep vindt het aanvragen van regelingen niet makkelijk en een vijfde van de respondenten maakt geen gebruik van de regelingen, omdat ze het aanvragen moeilijk vinden. Over het algemeen hebben oudere respondenten meer moeite met het aanvraagproces dan jongere respondenten. De doelgroep laat verder weten dat de taal soms lastig is en dat zij veel (dezelfde) stukken moeten aanleveren. Aanbeveling 12 Blijf inzetten op de samenwerking met de Formulierenbrigade en wijs inwoners op het bestaan van deze organisatie.
Aanbeveling 13 Onderzoek waar het taalgebruik op de aanvraagformulieren versimpeld kan worden en welke formulieren jaarlijks wél en vooral welke níet opnieuw aangeleverd dienen te worden. Een ander punt van aandacht is de (fysieke) toegankelijkheid van de gemeente. Het nieuwe pand waar de gemeente naar toe is verhuisd en waar de maatschappelijke partners naartoe gaan verhuizen ligt minder centraal gelegen dan het vorige pand. Verder zijn lijnen kort tussen de gemeente Doesburg en de diverse maatschappelijke organisaties. Dit wordt door iedereen als 9 Voorheen vonden dergelijke bijeenkomsten plaats onder de noemer ‘Armoedepact’.
14
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
zeer positief ervaren. De ‘letterlijke’ laagdrempeligheid en nabijheid van de verschillende organisaties onderling en met de gemeente dragen hieraan bij. Aanbeveling 14 Draag zorg voor een goede bereikbaarheid van de huidige (nieuwe) locatie van het gemeentehuis en de maatschappelijke organisaties voor inwoners. Minimaregelingen Over het algemeen wordt het aanbod aan minimaregelingen compleet bevonden. Met het aanbod aan minimaregelingen kunnen verschillende groepen minima worden ondersteund het betalen van verschillende rekeningen en in het meedoen in de maatschappij. De inkomenseffecten laten dan ook zien dat de minimaregelingen voor een verruiming van het vrij besteedbare budget zorgen. De meeste minimaregelingen hebben een inkomensgrens van 120 procent Wsm. Dit zorgt voor duidelijkheid onder de doelgroep en de uitvoering, omdat er eenzelfde toets is. Aan de andere kant verliest een huishouden de aanspraak op de regelingen in één keer bij een hoger inkomen dan 120 procent Wsm. Dit kan leiden tot een zogenaamde armoedeval; (meer) werken loont dan niet. Bij paren met twee kinderen is bijvoorbeeld te zien dat zij bij een loonstijging naar 130 procent Wsm, te maken krijgen met een daling van het totale inkomen ten opzichte van de bijstand.
Daarbij dient de kanttekening gemaakt te worden dat dit het geval is wanneer een huishouden van alle gemeentelijke regelingen gebruik zou maken. Uit de Armoedemonitor blijkt echter dat de praktijk anders is; veel regelingen worden door een gedeelte van de doelgroep niet gebruikt. Hoewel de gemeente het doel heeft om minima zoveel mogelijk te laten participeren, is het onduidelijk in hoeverre de regelingen daar specifiek aan bijdragen. Uit de enquête blijkt dat de regelingen bijvoorbeeld helpen bij het betalen van rekeningen en medische kosten. Tegelijkertijd is het voor volwassenen en kinderen niet altijd mogelijk om leuke dingen te doen. Het kan zijn dat inwoners (nog) geen gebruik maken van regelingen en daarom niet altijd voldoende geld hebben voor dergelijke activiteiten of kosten. Bij een aantal minimaregelingen is het bereik lager dan in vergelijkbare gemeenten en voor sommige regelingen is ook het gebruik gedaald ten opzichte van voorgaande jaren. De mate van gebruik van regelingen hangt logischerwijs samen met de mate waarin het beleid effecten sorteert. Aanbeveling 15 Probeer het bereik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen te verhogen, bijvoorbeeld door de regeling beter onder de aandacht te brengen onder de doelgroep of door een deel van de doelgroep automatisch kwijtschelding te verlenen. Onderzoek of het aanvragen simpeler kan.
Het bereik en gebruik van de bijzondere bijstand is gedaald ten opzichte van de vorige metingen in Doesburg. Een lager bereik van de bijzondere bijstand is niet per definitie negatief. De bijzondere bijstand is bedoeld voor specifieke, noodzakelijke (eenmalige) kosten. Een laag gebruik en bereik van de bijzondere bijstand kan erop wijzen dat het aanbod aan minimaregelingen verschillende kosten dekt en veel minimahuishoudens voldoende ondersteunt. Toch zijn er vanuit verschillende kanten geluiden dat de gemeente Doesburg strikt is in het verstrekken van de bijzondere bijstand. Een ruimere toekenning kan ervoor zorgen dat mensen minder (snel) in de problemen komen of dat zij kunnen gaan participeren. Een vergoeding voor bijvoorbeeld witgoed, laptop of computer zou sommige inwoners (op weg) kunnen helpen. Aanbeveling 16 Overweeg om meer vanuit de bijzondere bijstand te vergoeden, om participatie en werk onder de doelgroep te bevorderen. 15
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Minimakinderen die ondersteuning nodig hebben om mee te kunnen doen konden in 2023 aanspraak maken op vergoedingen van zowel het Jeugdfonds Sport en Cultuur als van Stichting Leergeld. Per november 2023 heeft de gemeente de samenwerking met het Jeugdfonds stopgezet en momenteel fungeert Stichting Leergeld als het toegangsloket voor ondersteuning voor kinderen op het gebied van participatie. Aanbeveling 17 Breng Stichting Leergeld bij verschillende clubs, scholen en organisaties (nog) beter onder de aandacht. Laat betrokkenen weten dat dit hét toegangsloket is voor ondersteuning van kinderen op het gebied van participatie.
In de gemeente is er een tijd geen participatieregeling voor volwassen geweest. Het is meerdere malen gebleken dat een meedoenpas in de gemeente Doesburg niet mogelijk is vanwege kosten en aanbestedingsregels. Inmiddels is bekend dat de gemeente in 2026 kan meedoen met een regionale aanbesteding voor een meedoenpas. Momenteel loopt er een pilot voor het Volwassenenfonds Sport. Doordat de regeling nieuw is, wordt deze nog weinig gebruikt en kennen veel minima deze (nog) niet. Inwoners en ketenpartners hopen dat de regeling blijft bestaan in de gemeente en mogelijk verder wordt uitgebreid. Respondenten op de vragenlijst die aangeven geen geld te hebben voor sport, maken geen gebruik van het Volwassenenfonds. De regeling onder de aandacht brengen, is daarom belangrijk. Aanbeveling 18 Breng het Volwassenenfonds onder de aandacht van de doelgroep en onderzoek of de regeling het gewenste gebruik en effect heeft. Evalueer de regeling na een periode van (bijvoorbeeld) een jaar. Een ander aandachtspunt dat is genoemd zijn vervoerskosten. Inwoners die (willen) werken moeten hiervoor vaak reizen, bijvoorbeeld naar Zevenaar of Arnhem. De kosten die dit met zich meebrengt, dan wel voor het openbaar vervoer, dan wel voor een eigen auto, zijn niet voor iedereen even makkelijk op te brengen.
Het is belangrijk dat dergelijke vervoerskosten geen drempel opwerpen om aan het werk te gaan/ uit de bijstand te stromen. Aanbeveling 19 Onderzoek de mogelijkheden om inwoners die vanuit de bijstand gaan werken (tijdelijk) tegemoet te komen in de vervoerskosten die zij hiervoor moeten maken. Een op de drie minimahuishoudens krijgt hulp vanuit de Wmo en ongeveer de helft van de doelgroep mijdt vaak of soms zorg, omdat het te duur is. Ook onder gebruikers van de collectieve zorgverzekering ligt dit aandeel rond de 50 procent. Verder maken AOW’ers een groot deel van de doelgroep uit. De gemeente Doesburg biedt met de tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten en een aanbod van drie pakketten voor de collectieve zorgverzekering diverse vergoedingen aan voor mensen met hoge zorgkosten. Daarbij kunnen inwoners hierdoor via twee wegen een vergoeding van het eigen risico aanvragen (het eigen risico wordt niet twee keer vergoed). Het is van belang dat inwoners (met een zorgvraag) de juiste ondersteuning krijgen voor de zorgkosten. Aanbeveling 20 Begeleid mensen naar een zo passend mogelijke zorgverzekering; dit kan voor de ene inwoner een uitgebreid pakket betekenen (indien mogelijk via de collectieve zorgverzekering) terwijl de andere inwoner juist meer gebaat is bij een goedkoper pakket (wellicht via een reguliere verzekering). 16
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Aanbeveling 21 Gezien het relatief hoge aantal zorggebruikers in Doesburg is het belangrijk om de doelgroep te blijven ondersteunen in (hoge) zorgkosten. Behoud daarom de mogelijkheid om het eigen risico te vergoeden.
C5. Monitoring In het beleidsplan voor het minimabeleid is de wijze van monitoring basaal vastgelegd: dit vindt plaats middels integrale voortgangsrapportages, de kadernota en de jaarrekening. In de afgelopen beleidsperiode is er een nieuwe manager in het sociaal domein aangesteld om meer inzicht in de uitgaven en in het bereik van de doelgroep te realiseren. Hoe de voortgang van de geformuleerde doelstellingen wordt bijgehouden is niet beschreven in het beleidsplan voor het minimabeleid. Aanbeveling 22 Zet de doelstellingen in het minimabeleid om naar meetbare indicatoren en evalueer periodiek de voortgang.
Aanbeveling 23 Monitor het gebruik van de regelingen en verbind acties aan de hoogte van het bereik: communiceer meer over nieuwe regelingen, over regelingen waarvan het bereik aan de lage kant is of daalt en over regelingen die wijzigen.
17
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
1. Minimapopulatie in Doesburg Dit hoofdstuk geeft inzicht in de belangrijkste bevindingen over de minimapopulatie 10. De omvang en samenstelling van de minimapopulatie komt eerst aan bod, waarna het aantal minimakinderen en hun kenmerken is weergegeven. Dan volgt het gebruik en bereik van de minimaregelingen. Vervolgens is het gebruik van overige regelingen voor lagen inkomens beschreven. Tot slot is het gebruik en de overlap van overige gemeentelijke voorzieningen weergegeven11.
1.1. Minimahuishoudens in Doesburg • • •
Het aandeel minimahuishoudens ligt hoger dan in andere kleinere gemeenten; Ten opzichte van 2019 is het aantal en aandeel minimahuishoudens met een bijstandsuitkering gedaald in 2022, daarentegen hebben verhoudingsgewijs meer minimahuishoudens in 2022 een AOW-uitkering; Acht op de tien minimahuishoudens hebben langdurig een minimuminkomen.
Minimahuishoudens De gemeente Doesburg heeft niet alle minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld. Dit komt omdat niet alle huishoudens die recht hebben op ondersteuning van de gemeente, hier ook daadwerkelijk gebruik van maken. Op basis van de Armoede Index wordt het totale aantal minimahuishoudens tot 120 procent Wsm geschat op 727 huishoudens (13,6 procent van alle huishoudens). Het aandeel minimahuishoudens in de gemeente Doesburg ligt boven het gemiddelde van veel andere gemeenten met minder dan 50.000 inwoners, dat ligt op 7 à 8 procent. Tabel 1.1.1 Schatting minimahuishoudens naar inkomensverdeling Tot 100% Wsm 100 tot 120% Wsm Totaal
Schatting 2022 474 8,9% 253 4,7% 727 13,6%
Op basis van de voor dit onderzoek aangeleverde bestanden heeft de gemeente Doesburg op 31 december 2022 in totaal 658 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld. Dit is 12,2 procent van alle huishoudens in de gemeente Doesburg. In vergelijking met de vorige metingen over 2018 en 2019 is het aandeel minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm toegenomen, ondanks een afname van het aantal minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm. Dat betekent dat de stijging op 120 procent Wsm te verklaren is door een toename van het aantal huishoudens met een inkomen tussen 100 en 120 procent Wsm. Tabel 1.1.2 Minimahuishoudens in beeld naar inkomensverdeling 2018 2019 Tot 100% Wsm 470 8,9% 453 8,6% 100% tot 120% Wsm 138 2,6% 130 1,5% Totaal 608 11,5% 583 11,1%
2022 387 7,2% 271 5,0% 658 12,2%
Kenmerken 658 minimahuishoudens tot 120 procent Wsm in beeld Inkomensbron. In de periode 2018 tot 2022 heeft een verschuiving plaatsgevonden in de voornaamste inkomensbron van minimahuishoudens. Het aandeel minimahuishoudens dat een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangt is afgenomen, terwijl het aandeel huishoudens met 10 De cijfers uit dit hoofdstuk zijn afkomstig uit het Dashboard Minima; een online weergave waarin de
gemeente zelf dwarsverbanden en kenmerken van verschillende doelgroepen kan analyseren. 11 Alle cijfers die specifiek over de gemeente gaan zijn gebaseerd op de door de gemeente aangeleverde registratiebestanden. Vergelijkingen met landelijke cijfers zijn gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ en/of openbare cijfers van het CBS.
18
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
AOW-uitkering is gestegen. Het aandeel huishoudens met een overig inkomen - zoals inkomen uit arbeid of een WW-uitkering – is gelijk gebleven, het aantal is wel met circa 30 toegenomen. Dit past in het beeld van de landelijke ontwikkelingen; steeds meer werkende huishoudens krijgen te maken met geldzorgen terwijl het aantal bijstandsuitkeringen daalt. Tabel 1.1.3 Inkomensbronnen van minimahuishoudens 2018 2019 Participatiewet 247 41% 233 40% AOW 124 20% 121 21% Ander inkomen 237 39% 229 39% Totaal 608 100% 583 100%
2022 209 32% 192 29% 257 39% 658 100%
Huishoudtype. Zes op de tien minimahuishoudens is alleenstaand (384 huishoudens, 58 procent) en een vijfde heeft minderjarige kinderen (130 huishoudens, 20 procent). Het aandeel alleenstaanden ligt iets hoger dan in veel andere gemeenten (vaak zo tussen de 50 en 55 procent). Ten opzichte van de vorige metingen is het aandeel alleenstaanden ook toegenomen (2018: 52 procent; 2019: 56 procent). Het aandeel gezinnen met minderjarige kinderen dat de gemeente in beeld heeft is juist wat lager dan in veel andere gemeenten. Achtergrond. 59 procent van de minimahuishoudens heeft een Nederlandse achtergrond, 29 procent een niet-westerse migratieachtergrond en 12 procent een westerse migratieachtergrond. Deze verdeling komt in grote lijnen overeen met de metingen van 2018 en 2019 in Doesburg. Plaatsen. Ongeveer een derde van de minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm woont in De Ooi, een vergelijkbaar aandeel woont in Molenveld. Verder woont bijna een vijfde van de minimahuishoudens in Beinum. Verhoudingsgewijs komt dit overeen met 2018 en 2019. Doelgroepen Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen. Van alle eenoudergezinnen met minder- en meerderjarige kinderen12 (321 huishoudens) in de gemeente Doesburg, heeft 26 procent (82 huishoudens) een inkomen tot 120 procent Wsm. Figuur 1.1.1. Aandeel minimahuishoudens t.o.v.
alle huishoudens; huishoudtype Minima
Alleenstaanden
19%
Eenouder gezinnen
van de 2.032 alleenstaanden
26%
Meerpersoons zonder kinderen 5% Meerpersoons met kinderen
Niet-minima
9%
van de 321 eenoudergezinnen
van de 1.801 meerpersoonshuishoudens zonder kinderen van de 527 meerpersoonshuishoudens met kinderen
Ook huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond zijn oververtegenwoordigd in de minimapopulatie (35 procent). Daarnaast hebben huishoudens in De Ooi en Molenveld vaker dan gemiddeld een inkomen tot 120 procent Wsm (resp. 20 en 19 procent).
12 Het gaat hierbij om eenoudergezinnen met minderjarige kinderen en om eenoudergezinnen met zowel
minderjarige als meerderjarige kinderen.
19
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
Figuur 1.1.2. Aandeel minimahuishoudens t.o.v. alle huishoudens; achtergrond Minima
Niet-minima
Nederlandse achtergrond
9%
van de 4166 huishoudens met een Nederlandse achtergrond
Westerse migratieachtergrond
12%
van de 707 huishoudens met een westerse migratieachtergrond
Niet-westerse migratieachtergrond
35%
van de 536 huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond
Langdurige minima Het aandeel minimahuishoudens dat langdurig van een minimuminkomen moet rondkomen is in de periode 2018 tot 2022 toegenomen; 80 procent van de minimahuishoudens tot 120 procent heeft al drie jaar of langer een dergelijk inkomen in 2022. Bij veel gemeenten ligt dit aandeel rond de 70 tot 75 procent; in de gemeente Doesburg ligt het aandeel langdurige minima dus hoger. Landelijk is de ontwikkeling van de stijging van het aandeel langdurige minima de laatste jaren terug te zien; het lijkt moeilijker te worden om uit te stromen uit de minimapopulatie. Tabel 1.1.4 Langdurigheid minimahuishoudens tot 120% Wsm. 2018 2019 Tot 1 jaar 38 6% 61 11% 1 tot en 3 jaar 139 23% 72 12% 3 jaar en langer 431 71% 450 77% Totaal 608 100% 583 100%
2022 39 92 527 658
6% 14% 80% 100%
1.2. Minimakinderen tot 18 jaar • • •
Het aandeel minimakinderen ligt in de gemeente Doesburg hoger dan in vergelijkbare gemeenten; Het aandeel minimakinderen dat opgroeit in een huishouden met een uitkering vanuit de Participatiewet is afgenomen; Kinderen uit eenoudergezinnen en met een niet-westerse migratieachtergrond groeien vaker op in een minimahuishouden dan andere kinderen.
Minimakinderen tot 18 jaar Net als bij het aantal minimahuishoudens geldt dat de gemeente Doesburg niet alle minimakinderen in beeld heeft. Op basis van de Armoede Index schatten we het totale aantal minimakinderen dat woont in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm op 293 (16,8 procent van alle kinderen). In gemeenten van vergelijkbare grootte ligt het aandeel kinderen op circa 8 procent. In de gemeente Doesburg ligt het aandeel kinderen dat opgroeit in een minimahuishouden dus hoger. Tabel 1.1.5 Schatting minimakinderen naar inkomensverdeling Schatting 2022 Tot 100% Wsm 211 12,1% 100 tot 120% Wsm 82 4,6% Totaal 293 16,8% Op 31 december 2022 heeft de gemeente Doesburg in totaal 237 kinderen tot 18 jaar in beeld die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat is 13,9 procent van alle kinderen (1.744 kinderen) in de gemeente Doesburg. Dit zijn kinderen die op basis van het 20
Integraal rapport onderzoek herijking minimabeleid
versie 1.0
gebruik van regelingen en voorzieningen (in het gezin) in beeld zijn bij de gemeente. Het aandeel en aantal minimakinderen dat in beeld is bij de gemeente is in 2022 ten opzichte van 2018 en 2019 gedaald. Dit komt doordat er minder minimakinderen in een huishouden tot 100 procent Wsm wonen. Tabel 1.1.6 Minimakinderen naar inkomensverdeling 2018 Tot 100% Wsm 195 10,6% 100% tot 120% Wsm 88 4,8% Totaal 283 15,4%