Bijlage 3 - Bouwhistorisch onderzoek stadhuis
Tekst van het document
Stadhuis Doesburg
Introductie adres: Roggestraat 2 / Philippus Gastelaarsstraat 2 plaats: Doesburg coordinaten: x 206.250, y 447.685 status: rijksmonument, monumentnummers 12987, 13060 en 12986 onderzoek: bouwhistorische verkenning met waardestelling functie: stadhuis opdrachtgever: Gemeente Doesburg Voor het stadhuiscomplex van de gemeente Doesburg wordt momenteel een haalbaarheidsonderzoek in het kader van de mogelijke verkoop en herbestemming uitgevoerd. Bij dit onderzoek speelt de cultuurhistorische waarde een belangrijke rol. Een bouwhistorisch onderzoek moet inzicht geven in de bewaard gebleven historische structuur en de daarin te onderscheiden tijdlagen. Het complex is opgebouwd uit een aantal bouwdelen. Aan de Roggestraat staat het historische stadhuis, bestaande uit het wijnhuis en het raad- of schepenhuis met daarnaast aan de Koepoortstraat het gebouw waarin voorheen de hoofdwacht ondergebracht was. Aan de hoofdwacht grenst de voormalige herberg Hof Gelria. In 1995 werden deze gebouwen uitgebreid met een nieuwe kantorenvleugel aan de Philippus Gastelaarsstraat en twee huizen aan de Koepoortstraat (voormalige huisnummers 5 en 7). Het gebouw wordt vanaf begin maart 2023 niet meer gebruikt voor de huisvesting van de ambtenaren van de gemeente, tijdens het onderzoek stonden de meeste ruimten leeg en was alleen de publieksbalie nog geopend.
Het wijnhuis, het raadhuis, Hof Gelria en Koepoortstraat 5 hebben een beschermde status als rijksmonument. De voormalige hoofdwacht is beschermd als gemeentelijk monument. Het stadhuis is gelegen binnen het door het rijk beschermde stadsgezicht Doesburg. Aan ARCX is gevraagd om een bouwhistorisch onderzoek uit te voeren dat inzicht moet geven in de historische structuur en de daarin te onderscheiden tijdlagen, met een accent op de ontwikkeling van het historische casco, het voormalige gebruik, de historische interieurafwerkingen en veranderingen die in de directe omgeving plaatsvonden. Aan de hand van de onderzoeksresultaten kan zowel voor het complex als geheel als de afzonderlijke gebouwdelen bepaald worden welke cultuurhistorische waarden bij de verandering in het geding kunnen zijn, welke onderdelen behouden moeten worden en waar ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen. Op concrete wijze is zo inzichtelijk gemaakt hoe de ruimtelijke structuur op deze plek tot stand gekomen is en welke kwaliteiten op samenhangende wijze een bijdrage kunnen leveren aan de toekomst.
2
Afbeelding 1 van 2
Plattegrond van het stadhuis van Doesburg met daarop de in de tekst gebruikte benamingen voor de verschillende bouwdelen.
Afbeelding 2 van 2
Sitiering van het stadhuiscomplex op de huidige kadastrale ondergrond. (BAG-viewer)
3
plan van onderzoek Het onderzoek heeft geresulteerd in een overzicht van de aanwezige cultuurhistorische waarden van de gebouwen, met het accent op de ruimtelijke ontwikkeling, de historische betekenis en de verschijningsvorm van zowel exterieur als interieur. Met name de beschermde historische gebouwonderdelen kennen een complexe bouwgeschiedenis. Vanwege de beschikbare tijd had het onderzoek vooral een inventariserend karakter. Bij de analyse van de resultaten zijn hoofdzakelijk bestaande bronnen gebruikt, aangevuld met een veldverkenning op hoofdpunten en voor zover de gebouwen toegankelijk waren en constructies waargenomen kunnen worden. Het onderzoek was opgebouwd uit een aantal onderdelen. Allereerst werden de aanwezige gegevens in de literatuur en in het Streekarchief De Liemers en Doesburg in Doesburg geïnventariseerd. In de verschillende digitale beeldbanken is gezocht naar historische afbeeldingen, foto’s en (kadastrale) kaarten. Vervolgens is het gebouw op locatie onderzocht, waarbij op grond van zichtbare bouwsporen en in combinatie met de aangetroffen archiefgegevens, de belangrijkste veranderingen en verbouwingen gedocumenteerd zijn. Het gebouw is bezocht op maandag 6 maart 2023.
Het (niet destructieve) onderzoek werd uitgevoerd conform de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, SBN, VNG, Atelier Rijksbouwmeester en RGD dd april 2009. digitale rapportage Alle onderzoeksgegevens zijn chronologisch geordend en digitaal gepresenteerd in opeenvolgende vensters in een tijdlijn en voorzien van een waardering op www.tijdbeeld.com. De directe link naar de rapportage is: www.tijdbeeld.com/project/stadhuis?token=DBD6CYYH Hoewel via de website een PDF-versie van het rapport gegenereerd kan worden, is dat hoofdzakelijk bedoeld als archieffunctie. Tekst en afbeeldingen zijn optimaal te bekijken via bovenstaande link. leeswijzer De gebruiksgeschiedenis en de historische context van het stadhuis worden chronologisch beschreven in de Tijdlijn. Een samenvatting van de ruimtelijke ontwikkeling en een overkoepelende waardering van het gehele stadhuiscomplex zijn weergegeven onder Waardering. De bouwgeschiedenis van de verschillende gebouwdelen waaruit het stadhuis bestaat is apart beschreven en per onderdeel voorzien van een waardering. Zie hiervoor de tegels wijnhuis/raadhuis, hoofdwacht, Hof Gelria en nieuwbouw.
4
Afbeelding 1 van 8
Voor- en zijgevel van het raadhuis op de hoek van de Koepoortstraat en de Roggestraat.
5
Afbeelding 2 van 8
Achtergevel van het wijnhuis aan de Philippus Gastelaarsstraat.
6
Afbeelding 3 van 8
Voorgevel van de voormalige hoofdwacht.
7
Afbeelding 4 van 8
Voorgevel van Hof Gelria.
8
Afbeelding 5 van 8
Voorgevel van het entreegebouw van Hof Gelria.
9
Afbeelding 6 van 8
Voorgevels van de huizen met de voormalige adressen Koepoortstraat 5 en 7.
Afbeelding 7 van 8
10
Overzicht van de nieuwbouw aan de Philippus Gastelaarsstraat.
Afbeelding 8 van 8
Achtergevels aan de Philippus Gastelaarsstraat van de huizen Koepoortstraat 5 en 7.
11
12
Tijdlijn Bestuur Doesburg kreeg aan het begin van de veertiende eeuw stadsrechten. Pas een eeuw later is er sprake van een eigen bestuur door schepenen. Lees verder... Graaf Otto II Over de vroegste geschiedenis van Doesburg is, zeker in vergelijking tot andere IJsselsteden als Zutphen en Deventer, weinig bekend. Verspreide vondsten van scherven aardewerk tonen aan dat er in de directe omgeving tussen de achtste en twaalfde eeuw mensen gewoond hebben. Bij archeologisch onderzoek in de binnenstad zijn echter vrijwel geen sporen van bewoning gevonden van voor de dertiende eeuw. Toch moet Doesburg al voor de stadsrechtverlening van 1237 wat voorgesteld hebben. De nederzetting had namelijk de beschikking over een eigen parochiekerk en bezat marktrechten. Een eerste twijfelachtige schriftelijke vermelding van Doesburg dateert uit de late negende eeuw en betreft een mogelijk vervalste kopie uit de elfde eeuw. Ook in 1083 duikt de nederzetting in de bronnen op als villa ‘Diusburg’. In de actuele literatuur gaat men er vanuit dat de oudste kern van Doesburg buiten het huidige stadshart gelegen moet hebben. De vooralsnog meest steekhoudende hypothese is dat de nederzetting als (ringwal)burg op het hoogste punt van de binnenstad rond de Nieuwstraat is ontstaan. Deze locatie was ook zeer geschikt als men bedenkt dat dit tevens een strategische plek was waar twee rivieren samenkwamen.
Tot de zestiende eeuw mondde de Oude IJssel namelijk aan de oostzijde van de stad uit in de IJssel. Doesburg ontving op 19 september 1237 stadsrechten van Otto II van Gelre en Zutphen. De burgers kregen hierbij het recht om verdedigingswerken op te trekken, bestaande uit een omwalling met poorten en een gracht. Archeologische vondsten uit deze periode zijn in Doesburg veelvuldig aangetroffen. Deze bewoningslaag ligt echter ‘koud’ op de pre-stedelijke en natuurlijke ondergrond. Dit wijst op een abrupte en snelle groei van de stad. Doesburg groeide in de late middeleeuwen in relatief korte tijd uit tot een stad met een regionale marktfunctie. Haar inwoners profiteerden van de handelsstromen over land en water. De stad lag niet alleen op de landroute van Münster naar Arnhem en Amersfoort, zeewaardige koggeschepen passeerden Doesburg via de IJssel en zorgden voor een levendige handel, met name de overslag van goederen van en naar het achterland. Het hoogtepunt van de bloeiperiode lag in de vijftiende eeuw, waarin Doesburg (in 1447) tevens toetrad tot de Hanze.
13
Afbeelding 1 van 2
Zegel van Graaf Otto II. (Gelders Archief)
14
Afbeelding 2 van 2
Foto van de schouw in de raadzaal gemaakt in 1899. (beeldbank RCE)
15
bestuur Bij de verlening van het stadsrecht in het begin van de dertiende eeuw kreeg Doesburg als oppidum het recht om de plaats met wallen en grachten te versterken, maar van een eigen bestuur gevormd door schepenen was pas sprake in een acte uit 1312. De magistraat bestond uit acht schepenen die allen burgemeesters werden genoemd. Schepenen werden jaarlijks op Petri ad Cathedram (22 februari) gekozen door vier afgevaardigden of keurlieden. Voor de verschillende functies als het richterambt, het innen van de stedelijke inkomsten, timmermeester, straatmeester en marktmeester werden steeds twee schepenen voor twee jaar benoemd. Een aantal van deze functies gingen later op ambtenaren over. De magistraat werd bijgestaan door een secretaris en een stadsbode. De burgerij werd ook in het stadsbestuur vertegenwoordigd door de gezworen gemeente, die in Doesburg uit 24 gemeenslieden en 24 gecommitteerden van de burgerij en de gilden bestond. Nadat op 22 februari 1795 de stedelijke regering ontslagen werd, trad een municipaliteit als stadsbestuur op, die later door een gemeentebestuur vervangen werd.
De burgerij werd in die tijd door een gekozen comité van waakzaamheid of toeversigt vertegenwoordigd.[1] Na de Franse tijd bleef tot de inwerkingtreding van de Gemeentewet van 1851 de organisatie van de mairie naar Frans model bestaan.[2] Met de invoering van de Gemeentewet kwam een einde aan het onderscheid tussen steden en dorpen, vervielen de laatste stedelijke privileges die nog op grond van het feodale stelsel bestonden en werd de rechtspraak voortaan centraal geregeld. Uitgangspunt van de Gemeentewet was een door de plaatselijke bevolking gekozen gemeenteraad als hoogste orgaan en een door de Kroon benoemde burgemeester die ook hoofd van de politie werd. Een college van burgemeester en wethouders droeg voortaan de verantwoordelijkheid voor de huishouding van de gemeente en het uitvoeren van wetten. De verschillende gemeentelijke taken worden uitgevoerd door ambtenaren die onder een bepaalde dienst vallen, aangestuurd door de gemeentesecretaris. De administratie en boekhouding van de gemeente is centraal georganiseerd en ondergebracht bij de secretarie.
Footnotes 1. ^ Inventaris Oud Archief Doesburg, 1230-1811, Inleiding, digitale versie door A. Koster, mei 2014. 2. ^ Inventaris Nieuw Archief van de gemeente Doesburg, 1811-1935, p.1.
16
Afbeelding 1 van 1
Plattegronden (met fasering) van raadhuis en wijnhuis uit 1899, vervaardigd door Adolph Mulder. (RCE, beeldbank)
17
18
Raadhuis en wijnhuis Het oudste deel van het stadhuis, het wijnhuis, werd kort na 1396 gebouwd. Het later hier tegenaan gebouwde raadhuis werd in 1663 met het wijnhuis samengevoegd. Lees verder... wijnhuis Van het huidige stadhuiscomplex zijn de delen die aan de Roggestraat grenzen het oudst. Het hout van de gebinten van de kapconstructie het achterste deel, het wijnhuis, werd tussen 1391 en 1396 gekapt. De daksporen zouden uit dezelfde periode kunnen stammen maar ook wat ouder kunnen zijn.[1] Dit soort sporengespannen, uitgevoerd met dubbele haanhouten worden over het algemeen in de IJselstreek in een veertiende-eeuwse context aangetroffen. De wijnaccijns of wijncijs werd in de veertiende eeuw door de stad verpacht. De pachter was tevens de pachter van het thues to Gelren zoals het wijnhuis destijds genoemd werd. Hij betaalde dus voor het recht op belasting inclusief een gebouw. De zolder van het huis Gelre was in gebruik bij de wantlude, het gilde van de lakenhandelaars die in de stad gevestigd waren. In het wijnhuis werden officiele gebeurtenissen waarbij de stad betrokken was georganiseerd. De pachter moest in het wijnhuis wonen en de inventaris was eigendom van de stad. Het wijnhuis verloor na 1663 haar oude functie. Het aangenzende raadhuis aan de Koepoortstraat was te klein geworden en daarom moesten raadhuis en wijnhuis samengevoegd worden.
De magistraat had ‘geresolvyrt een gedeelte bquaem te maecken tot eer ende respect van den raadt’.[2] raadhuis Het schepen- of raadhuis op de hoek van de Roggestraat en de Koepoortstraat werd kort na 1455 gebouwd. In 2009 konden drie kapgebinten van dit pand dendrochronologisch gedateerd worden. Het stadsbestuur vergaderde daarvoor waarschijnlijk ook al op deze plaats maar daarvan is verder niets bekend. In de vijftiende eeuw werd door de schepenen in de huidige hal vergaderd en hier spraken zij ook recht.
Footnotes 1. ^ P. Boer, Dendrochronologische dateringen in Doesburg, in: Nieuwsbrief Stichting Bouwhistorie Nederland, nr 47 november 2009, p. 20-27. 2. ^ J.W. van Petersen, Det Doesburgse stadhuis, in: Gelders Oudheidkundig Contactbericht, nr. 50 september 1971.
19
Afbeelding 1 van 2
Overzicht van de kapconstructie van het wijnhuis.
Afbeelding 2 van 2
Overzicht van de kapconstructie van het raadhuis.
20
zeventiende eeuw In het midden van de zeventiende eeuw ontstond in het stadhuis ruimtegebrek waardoor in 1654 de magistraat besloot om een deel van het wijnhuis bij het raadhuis te trekken en in het wijnhuis een nieuwe raetcamer te realiseren. Deze plannen werden waarschijnlijk pas in 1663 uitgevoerd, nadat men in 1660 besloten had om het gehele wijnhuis met het raadhuis samen te voegen en daarbij tevens de nodige herstelwerken uit te voeren. De nieuwe ingang van het stadhuis werd vormgegeven met een zandstenen poortje aan de Roggestraat met in het fries het jaartal 1663. De oude toegangen van het raadhuis (aan de Koepoortstraat) en het wijnhuis (aan de Vismarkt) metselde men dicht. De nieuwe raadzaal kwam op de plaats van de huidige in het wijnhuis en de oude vergaderplek veranderde in de toegangshal. Het stucwerk van de raadzaal, de naastgelegen secretarie en het aangrenzende vertrek werd uitgevoerd door Robbert Middewinter. Waarschijnlijk voorzag Middewinter het plafond van de raadzaal van een rijk (leem)stucplafond in een vormgeving die verwant was aan de zogenaamde ‘Kölner Decken’. In dezelfde geest vervaardigde de Kleefse stucwerker Jan Craeckenborg in 1639 twee bewaard gebleven stucplafonds in het stadhuis van Zutphen.
De vormgeving hiervan met gepunte vormen, rozetten, friezen en profiellijstwerk vertoont sterke overeenkomsten met het plafond op de begane grond van Koestraat 10 in Zwolle uit dezelfde tijd. Voor het werk in Doesburg werd bedongen dat ‘ ’t gemelte plijstwerck des voorn. radtcamers curieuselick sal worden gemeckt ende met deser tegenwoordige aengeborene schepenen waepens verciert’. De magistraat was tevreden met het geleverde werk want een jaar later kreeg Middewinter ook opdracht voor het maken van het schoorsteenstuk in de raadzaal met daarop een voorstelling van Salomo’s eerste recht, dat beeld staat voor het rechtvaardige recht en de onpartijdige rechter. Blijkens een post in de stadsrekening van 1567/’68 hing in de oude raadzaal destijds ook al een schilderij met als onderwerp Salomo’s oordeel. Onderdeel van de verbouwing was tevens het maken van twee ‘gijselcamers’ boven elkaar aan de voorzijde van het raadhuis. Dit waren cachotten waar personen enige tijd in hechtenis konden worden gehouden. De torenvormige bekroning van de topgevel van het raadhuis aan de Koepoortstraat moest volgens bestek voorzien worden van een nieuwe bekroning ‘met een cijrlicken appell nae het begrijp vant muijrwarck op de manijre van de torentiens tot Arnhem voor de Velperpoort staende’.[1]
Footnotes 1. ^ J.W. van Petersen, Det Doesburgse stadhuis, in: Gelders Oudheidkundig Contactbericht, nr. 50 september 1971.
21
Afbeelding 1 van 3
Toegangspoortje in de zijgevel aan de Roggestraat, gerealiseerd bij de verbouwing in 1665.
22
Afbeelding 2 van 3
Opengewerkte bekroning van de top van de gevel van het raadhuis, zoals weergegeven op de tekening van Jan de Beijer uit 1743. (Gelders Archief, beeldbank)
23
Afbeelding 3 van 3
Schouw in de raadzaal, gerealiseerd in 1665.
24
achttiende en negentiende eeuw Het Doesburgse stadhuis behield tot ver in de negentiende eeuw de beperkte omvang die het bij de verbouwing van 1663 kreeg. In de loop der tijd onderging het exterieur wel enkele veranderingen. Op een tekening van Jan de Beijer uit 1743 is het exterieur van het stadhuis nog in laat-middeleeuwse staat weergegeven. Op de hoek van de Koepoortstraat en de Roggestraat werd in 1728 een ‘drilhuisje’ of ‘draaikooi’ neergezet waarin personen die iets op hun kerfstok hadden of vrouwen die beschuldigd werden van een losse moraal als straf tentoongesteld en rondgedraaid konden worden. Tegen één van de zoldervensters in de voorgevel stak de as van een hijswiel naar buiten, afgedekt met een dakje. Langs deze weg konden grotere stukken van en naar de zolder gehesen worden. De dakpannen werden in 1704 vervangen door leien, maar in 1794 verving men de leien aan de zijde van de Roggestraat alweer door gesmoorde dakpannen. De grootste metamorfose onderging het stadhuis echter in de jaren 1822-’26, toen de laat-middeleeuwse kruisvensters vervangen werden door moderne schuifvensters en de gevels rondom gepleisterd werden. Geruime tijd daarvoor was de top van de gevel van het wijnhuis al afgebroken en waren ook de pinakels van de voorgevel verwijderd.
25
Afbeelding 1 van 2
Het Doesburgse stadhuis in 1743, getekend door Jan de Beijer. (Gelders Archief, beeldbank)
Afbeelding 2 van 2
Foto uit het begin van de twintigste eeuw van het nog geheel gepleisterde stadhuis.
26
27
Hoofdwacht Naast het raadhuis stond de hoofdwacht, het wachtlokaal van de stadswacht. Lees verder... In de stadsrekening over 1491/’92 zijn posten opgenomen die betrekking hebben op de aankoop en afbraak van een huis dat naast het stadhuis in de Koepoortstraat stond. Mogelijk werd niet lang daarna op deze plaats de hoofdwacht van de stad gebouwd. De hoofdwacht functioneerde als wachtlokaal en centrale post voor de stadswacht of de schutterij. Op de achttiende-eeuwse tekening van Jan de Beijer is te zien dat de hoofdwacht voorzien was van een rijk gedecoreerde trapgevel met daarvoor een gemetselde buitentrap naar de verdieping. De voorgevel werd in 1828 vernieuwd. De buitentrap maakte daarbij plaats voor een bordes dat rustte op enkele zuilen. Later in de negentiende eeuw veranderde de begane grond in een bergplaats voor de brandspuit en in de eerste decennia van de twintigste eeuw was op de verdieping de Doesburgsche Telephoon Mij. gevestigd.
28
Afbeelding 1 van 2
Ontwerp van een nieuwe neo-classicistische voorgevel voor de hoofdwacht, met op de begane grond een zuilengalerij met daarboven een balkon. In plaats van drie grote zuilen, zouden er uiteindelijk meerdere smalle zuilen worden geplaatst. (Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg)
29
Afbeelding 2 van 2
Detail van de tekening van Jan de Beijer uit 1743 met centraal de rijk gedecoreerde renaissancegevel van de hoofdwacht. Voor het gebouw lag een hoge trap die half voor de gevel van het schepenhuis was gebouwd. (Gelders Archief, beeldbank)
30
31
Hof Gelria Naast de hoofdwacht staat in de Koepoortstraat het laat-middeleeuwse dwarshuis Hof Gelria dat lange tijd in genruik was als herberg en hotel. Lees verder... In de Koepoortstraat, grenzend aan de voormalige hoofdwacht, staat een laat-gotisch dwarshuis dat in haar huidige omvang waarschijnlijk uit de vijftiende eeuw zal dateren. Het huis is ook bekend onder de naam St. Sebastiaansdoelen. Op de achttiende-eeuwse prent van Jan de Beijer is te zien dat het huis aan de straat aan de rechter zijde een smalle aanbouw had die net zoals het hoofdhuis voorzien was van een topgevel met trappen die afgedekt waren met ezelsruggen. eigenaren Al in de achttiende eeuw was in het huis een herberg gevestigd. In 1832 stond de weduwe van Derk Heijdeman, logementhouder, geregistreerd als eigenaresse. Het hele perceel van het huis tussen de Koepoortstraat en de Phillippus Gastelaersstraat was destijds bebouwd rondom een binnenplaats. De familie Heijdeman bleef eigenaar tot 1880, toen nam Hendrik Schuijtemaker het logement over. Vanaf 1910 stond Cornelis Nicolaas van Zadelhof met als beroep hotelhouder als eigenaar geregistreerd. Na een verbouwing in 1925 werd het hotel verkocht aan Hendrik Ellart, hotelhouder en restaurateur. Ellart deed in 1943 het hotel van de hand aan Aart Hendrikus van Zeijst die in Apeldoorn woonde en uitvoerder van beroep was.
Kort daarna kwam Hof Gelria in handen van Leopold Weitzenbichler en zijn vrouw Gonda Mayer afkomstig uit Ellwangen (Baden-Württemberg, Duitsland).
32
Afbeelding 1 van 2
Detail van de tekening van Jan de Beijer uit 1743, met daarop het laatmiddeleeuwse dwarshuis en rechts daarvan een lagere aanbouw en een poort die toegang gaf tot de achtergelegen steeg. (Gelders Archief, beeldbank)
33
Afbeelding 2 van 2
Omstreeks 1900 gemaakte ansichtkaart van de Koepoortstraat met links hotel Hof Gelria, destijds aan de straat nog voorzien van een veranda.
34
restauratie Een voorgenomen openbare verkoop van het hotel vormde in juli 1947 voor de gemeente Doesburg aanleiding om aan de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen te berichten dat de heer J.H. van Heek - textielfabrikant en eigenaar en bewoner van Huis Bergh - zich in principe bereid verklaard had om Hof Gelria aan te kopen en te restaureren. Van Heek was in die tijd ook betrokken bij de restauratie van de Waag in Doesburg. De gemeente bepleitte verder dat het algemene belang eiste dat publieke verkoop niet doorging en dat de plannen van Van Heek doorgang konden vinden. Partijen waren kennelijk bereid om ondershands tot verkoop over te gaan tegen taxatieprijs. Waarschijnlijk niet geheel toevallig werd in de voetnoot van de brief aan de Minister vermeld dat de huidige eigenaar, Leopold Weitzenbichler, een gewezen SS-man was die in Wenen verbleef en dat de verkoop zou geschieden met goedvinden van het Ned. Beheersinstituut, een organisatie die belast was met de liquidatie van oorlogsbuit.
35
Afbeelding 1 van 1
Bouwtekening behorend bij een verbouwing van Hof Gelria uit 1934. (Streekarchief De Liemers en Doesburg)
36
37
Koepoortstraat 5 en 7 De huizen Koepoortstraat 5 en 7 maken pas sinds 1995 deel uit van het stadhuis. Daarvoor waren het particuliere huizen waarin onder andere een drogisterij en een kantoor van de Geldersche Tramweg Maatschappij gevestigd waren. Lees verder... Gastelaars De huizen met als voormalig adres Koepoortstraat 5 en Koepoortstraat 7 maken pas sinds 1995 deel uit van het stadhuiscomplex. Het linker huis, voorheen Koepoortstraat 5, was in 1832 in twee delen gescheiden. Het achterste huis aan de Ph. Gastelaarsstraat was eigendom van kleermaker Gerrit Jan Lubbers. Het voorste deel aan de Koepoortstraat behoorde aan Hendrik Antonis Christoffel Lahs die timmerman van beroep was. In 1845 kwamen beide delen in handen van schoenmaker Berend Janssen, die ook in het bezit was van Koepoortstraat 7, het huis dat aan de rechterzijde stond. Het linker deel. Koepoortstraat 5, bleef tot omstreeks 1880 binnen de familie Janssen en werd toen verkocht aan de buurman, logementhouder Hendrik Schuijtemaker van Hof Gelria. Het voor- en het achterhuis van nummer 5 vormden destijds geen onderdeel van het hotel, maar werden waarschijnlijk als zelfstandige woning verhuurd. In 1910 werd Cornelis Nicolaas van Zadelhof eigenaar van Hof Gelria en ook Koepoortstraat 5 kwam in zijn handen.
Het voor- en het achterhuis werden in 1924 bij een verbouwing samengevoegd en verbouwd ten behoeve van de Geldersche (Stoom)tramweg Maatschappij (GTW). Enkele jaren na de aankoop van Hof Gelria door de Stichting tot instandhouding der goederen en rechten van Huis Bergh verwierf deze stichting ook Koepoortstraat 5. Wilhelmina Mulder, de weduwe van Berend Janssen, liet in 1881 de voorgevel van Koepoortstraat 7 moderniseren en voorzien van een nieuwe winkelpui. Vanaf 1898 was dit huis korte tijd in eigendom van winkelier/fabrikant Pieter Antonie Christiaan Stam en daarna van gemeentebode Johan Christiaan Frederik Moossdorff. Kort voor 1919 kwam het huis in bezit van drogist Philippus Gastelaars. Philippus Gastelaars was in de Tweede Wereldoorlog slachtoffer van een mislukte verzetsdaad en werd in de nacht van 20 op 21 april 1944 door de Duitse bezetter dood geschoten. Na de Tweede Wereldoorlog werd de Beitelstraat omgedoopt in Philippus Gastelaarsstraat. Ten behoeve van de nieuwbouw van het stadhuis werden Koepoortstraat 5 en 7 in 1995 gesloopt.
38
Afbeelding 1 van 1
Foto van de drogisterij van Gastelaars uit de jaren '60 van de vorige eeuw. Links de voorgevel van Koepoortstraat 5.
39
GTW De GTW werd op 2 maart 1881 opgericht en opende op 27 juni van dat jaar de stoomtramlijn Doetinchem-Dieren. Deze lijn werd later verlengd tot Velp en Anholt (D). In Doesburg liep het spoor van de tram over de schipbrug, door de Koepoortstraat, de Gasthuisstraat, de Bergstraat en via de Meipoort en de Kraakselaan verder in de richting van Doetinchem. Door de opkomst van de autobus werd het personenvervoer in 1949 beëindigd. Tot 1957 voorzag de dienstregeling alleen in goederenvervoer. In dat jaar staakte de GTW de dienstregeling geheel.
40
Afbeelding 1 van 2
Bouwtekening uit 1924 betreffende het inrichten van Koepoortstraat 5 als autogarage en bestelkantoor voor de tram. (Streekarchief De Liemers en Doesburg)
41
Afbeelding 2 van 2
Aan het eind van de negentiende eeuw gemaakte foto van de tram in de Koepoortstraat ter hoogte van Hof Gelria.
42
43
Restauratie van het stadhuis en Hof Gelria Onder leiding van de Doesburgse architect Nico de Wolf werd het stadhuis in de jaren 1938-1940 gerestaureerd en in 1952 startte onder zijn leiding ook een restauratie van Hof Gelria. Lees verder... voorgeschiedenis Aan het eind van de negentiende eeuw ontstonden er contacten tussen burgemeester Willem Cornelis Cats en Victor de Stuers, referendaris van de afdeling Kunsten en Wetenschappen. De Stuers was de belangrijkste monumentenadviseur van de regering en had waardering voor ‘het aardige en interessante gotische gebouw’ dat verborgen ging onder een verstorende ‘cementkorst’. Op zijn initiatief stelde rijksarchitect Adolph Mulder in 1899 een uitgebreide rapportage op die vergezeld ging van een opmeting en reconstructietekeningen. In Doesburg waren de geesten echter nog niet rijp voor een restauratie en de kwestie verdween tot 1909 uit de publiciteit. In dat jaar schreef de bekende en vooraanstaande oudheidkundige F.A. Hoefer een artikel over Doesburg waarin hij zijn zorgen uitte over het ‘grondig verknoeien’ van de talloze fraaie historische gebouwen in de stad en het vandalisme jegens het stadhuis in het bijzonder. Waarschijnlijk had Hoefer contact gehad met De Stuers over het Doesburgse stadhuis en wellicht kwam het initiatief in deze ook van hem.
Mede door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog raakte de zaak weer in de vergetelheid. In 1934 werd de restauratie van het stadhuis weer actueel, toen er stemmen opgingen om het gebouw af te stoten en tot nieuwbouw over te gaan. De toenmalige wethouder en architect Nico de Wolf wist het college te overtuigen dat een restauratie haalbaar was. Vooruitlopend op een besluit liet hij op enkele plaatsen de cementlaag van de gevels halen, zodat een beeld verkregen kon worden van de staat van het achterliggende muurwerk. Het Rijksbureau voor de Monumentenzorg ging daar niet mee akkoord en verlangde verwijdering van de hele pleisterlaag waardoor het gebouw er volgens een raadslid ‘als een geplukte kip’ bij kwam te staan. In de daarop volgende periode zouden voor- en tegenstanders in de raad en in de pers de gemoederen nog lang bezighouden.[1] Nadat vanuit Arnhem en Den Haag toereikende subsidietoezeggingen verkregen waren besloot de gemeenteraad op 21 juli 1938 met ruime meerderheid om tot restauratie van het raadhuis en nieuwbouw ter plaatse van de voormalige hoofdwacht over te gaan.
Footnotes 1. ^ Th. en J. de Roos, Gemeentehuizen in Nederland, 1995, p. 72-75.
44
Afbeelding 1 van 1
Foto uit 1937 van het stadhuis. Kort daarvoor was de pleiserlaag rondom verwijderd en volgens sommigen stond het gebouw er nu als 'een geplukte kip' bij. (RCE, beeldbank)
45
indeling De indeling van het stadhuis was in 1936 nog vrijwel hetzelfde als tijdens de opmeting door A. Mulder in 1899. Op enig moment in de negentiende eeuw was de raadzaal verplaatst naar de voorzijde van het raadhuis met daarnaast de bodekamer in de voormalige gijzelkamers. In dit vertrek was een tussenverdieping aangebracht. Aan de andere zijde van de centrale hal was de zeventiende-eeuwse raadzaal ingenomen door de secretarie de aangrenzende vertrekken waren in gebruik bij de burgemeester en de secretaris. De zolders waren toegankelijk via een trap in de voormalige hoofdwacht. De kelder was bereikbaar via buitentrappen aan de plaats en in de achtergevel. Tussen de Hoofdwacht en het stadhuis was geen verbinding. Achter de hoofdwacht stond op de open plaats een privaat. Het restauratieplan voorzag in het herstel van de in 1663 gerealiseerde situatie met de raadzaal in het wijnhuis. Het grote vertrek hiernaast was aanvankelijk voor de burgemeester gedacht maar uiteindelijk werd hier de secretarie ondergebracht met in de kleine kamer daarnaast de bode. In het raadhuis aan de Koepoortstraat werd de centrale hal als vestibule gehandhaafd en kwamen aan de straatzijde twee vertrekken voor de burgemeester en de ontvanger. De nieuwbouw ter plaatse van de hoofdwacht werd met een doorgang in de rechter bouwmuur van het raadhuis verbonden met de hal.
Deze doorgang kwam uit in een trappenhuis met links een toiletgroep en rechts de kamer van de secretaris. Via het trappenhuis kon ook de kelder onder het wijnhuis bereikt worden. Op de zolder van het raadhuis realiseerde men aan de straatzijde een grote vergaderkamer. De restauratiewerkzaamheden duurden tot de zomer van 1940 en op 4 juli van dat jaar verrichte de Commissaris van de Koningin, Mr. S. Baron van Heemstra de officiële openingshandeling.
46
Afbeelding 1 van 2
Overzicht van de hal van het stadhuis. Foto gemaakt na het voltooien van de restauratie in 1940. (Graafschapbode, vrijdag 28 juni 1940)
Afbeelding 2 van 2
Tekening van de bestaande toestand van het stadhuis als onderdeel van het restauratieplan van De Wolf uit 1936. (Streekarchief De Liemers en Doesburg)
47
Nico de Wolf Nico de Wolf (1887-1967) was een Doesburgse architect. De Wolf bekleedde in de jaren ’30 ook het wethouderambt en was tevens lid van de kerkeraad van de Evangelisch-Lutherse gemeente. Als amateurvoetballer kwam hij uit voor H.F.C. Haarlem en met het Nederlandse elftal behaalde hij op de Olympische Zomerspelen van 1912 in Stockholm de bronzen medaille. De Wolf is in Doesburg vooral bekend vanwege zijn restauratiewerkzaamheden. Het bekendste zijn de restauraties van het stadhuis (1936-1940) en de Waag (1947-’49). Na het overlijden van restauratiearchitect W. te Riele in 1937 werkte hij ook aan de restauratie van de Grote (Martini)kerk. Voor de Gasthuiskerk stelde hij een restauratieplan op in 1929 en voor het middeleeuwse huis Koepoortstraat 26 in 1955. Ook buiten Doesburg was De Wolf actief als restauratiearchitect. Zo werden de restauraties van Huis Hagen (kasteel de Kelder) in Doetinchem, de toren van de Hervormde Kerk in Drempt en de tolgaarderswoning in Borculo onder zijn leiding uitgevoerd. De restauraties van De Wolf worden gekenmerkt door een hoog gehalte aan reconstructie. De uitstraling van het gebouw en de stijlzuiverheid daarvan werden door hem hoger ingeschat dan het behoud van authentiek materiaal of de historische gelaagdheid. Van zijn ingrepen is achteraf vrijwel nooit meer vast te stellen hoe de situatie er oorspronkelijke uitgezien moet hebben.
Met de kennis van vandaag kunnen daarom veel van zijn restauraties als hard en in historisch opzicht ongeloofwaardig beoordeeld worden. controle Bij zijn plannen voor het stadhuis leunde De Wolf sterk op de in 1899 door Adolph Mulder gemaakte tekeningen en reconstructies. Mulder kan - zeker voor zijn tijd - als een zeer deskundige documentalist en restauratiedeskundige gekarakteriseerd worden met een scherp oog voor de historische ontwikkeling van gebouwen. De restauratie van het Doesburgse stadhuis had door de reconstructietekeningen van Mulder hoge verwachtingen gewekt die door de principiële keuze voor herstel van de middeleeuwse gevelindeling nog versterkt werden. Uit de bewaard gebleven restauratiedocumentatie blijkt verder dat de Rijkscommissie voor de Monumentenzorg nauw betrokken was bij de uitvoering van het werk en de vorderingen scherp volgde en controleerde. De architect van het Rijksbureau bezocht maandelijks meerdere keren de bouwplaats en ontwerpen en detailtekeningen moesten veelvuldig ter goedkeuring aan Den Haag voorgelegd worden. Dit alles beperkte in niet onbelangrijke mate de speelruimte die De Wolf had bij het maken van zijn keuzes.
48
Afbeelding 1 van 2
Maandrapportage van de restauratie betreffende maart 1939. In die maand hebben namens de Rijkscommissie en het Rijksbureau voor de Monumentenzorg Dr. J. Kalf, Jhr. E.C.M. van Nispen en dhr. H. Onnes het werk in Doesburg bezocht. (Streekarchief De Liemers en Doesburg)
49
Afbeelding 2 van 2
Portret van Nico de Wolf. (Graafschapbode, vrijdag 28 juni 1940)
50
restauratie Hof Gelria In 1948 ging het naast het stadhuis aan de Koepoortstraat gelegen hotel Hof Gelria volgens plan via hotelhouder Johannes van Maurik over naar de Stichting tot instandhouding der goederen en rechten van Huis Bergh in ’s-Heerenberg. Op 14 oktober 1952 diende de Doesburgse architect Nico de Wolf een vergunningaanvraag in voor het restaureren van Hof Gelria in opdracht van deze stichting. De plannen van De Wolf hadden betrekking op zowel het moderniseren van de hotelfunctie en het verbeteren van de routing op de begane grond als het herstellen en restaureren van het oorspronkelijke casco. Daarbij ging het met name het realiseren van een grote zaal op de begane grond en het reconstrueren van de vensterindeling van de voorgevel. Onderdeel van de restauratie was ook het geheel nieuw optrekken van de lagere aanbouw aan de rechter zijde waar op de begane grond de ingang en receptie van het hotel kwamen. Nadat de werkzaamheden voltooid waren behield het pand aanvankelijk een hotelfunctie maar in de jaren’60 heeft kantoorpersoneel van het Doesburgse bedrijf Ubbink enige tijd gebruik gemaakt van Hof Gelria. Toen Ubbink in 1969 een nieuwe productielocatie in gebruik nam kwam de ruimte in Hof Gelria vrij en kon de gemeente Doesburg het pand huren.
secretarie in Hof Gelria Met de huur van het naastgelegen Hof Gelria voorzag de gemeente Doesburg in het groeiende ruimtegebrek in het oude stadhuis. De lage aanbouw aan de achterzijde van Hof Gelria transformeerde men tot kantoor voor de afdeling algemene zaken, inclusief een wachtruimte voor publiek met loketten. Dit gedeelte kreeg een zelfstandige toegang aan de Ph. Gastelaarsstraat. Op de verdieping aan de voorzijde kwamen kantoren waarbij de bestaande indeling in het historische deel zoveel mogelijk als bestaand bleef. De grote zaal op de begane grond kreeg een representatieve bestemming. Via doorbraken op de begane grond en de verdieping in de scheidingsmuur met de voormalige hoofdwacht werd de nieuwe secretarie verbonden met het bestaande deel van het stadhuis. In 1975 verwierf de gemeente Doesburg dit deel van het complex ook in eigendom.
51
Afbeelding 1 van 4
Interieur van de zaal van Hof Gelria na de oplevering van de restauratie in 1952. (Old Doesburg)
52
Afbeelding 2 van 4
Foto van Hotel Hof Gelria omstreeks 1900. Het huidige entreegebouw gaf destijds toegang tot de sociëteit. (Old Doesburg)
Afbeelding 3 van 4
Plattegrond van de bestaande plattegrond van de begane grond van Hof Gelria in 1969. (Streekarchief De Liemers en Doesburg)
53
Afbeelding 4 van 4
Plattegrond van de nieuwe plattegrond van de begane grond van Hof Gelria na de ingebruikname door de gemeente Doesburg in 1969. (Streekarchief De Liemers en Doesburg)
54
55
Nieuwbouw Het stadhuiscomplex kreeg haar huidige omvang en verschijningsvorm bij een vrij ingrijpende verbouwing in combinatie met nieuwbouw aan de Philippus Gastelaarsstraat in 1995. Met name de nieuwbouw met op drie bouwlagen kantorenaccomodatie moest voorzien in de groeiende ruimtebehoefte van de gemeentelijke organisatie. Lees verder... Het stadhuiscomplex kreeg haar huidige omvang en verschijningsvorm bij een vrij ingrijpende verbouwing in combinatie met nieuwbouw aan de Philippus Gastelaarsstraat in 1995. Met name de nieuwbouw met op drie bouwlagen kantorenaccomodatie moest voorzien in de groeiende ruimtebehoefte van de gemeentelijke organisatie. Daarnaast moest met de ingreep meer structuur in de toegankelijkheid voor de verschillende gebruikers komen, inclusief een betere routing en verbinding tussen de verschillende gebouwdelen. Het gebouw kon zo meer rekening houden met de verschillende eisen die het bestuur, burgers, bezoekers en personeel aan het gebouw stelden. Verantwoordelijk voor het ontwerp van dit bouwplan was architectenbureau Jorissen Simonetti met als projectarchitect Gerhard Simonetti. Uitgangspunt van de verbouwing was handhaving van de beschermde gebouwdelen (wijnhuis, raadhuis en Hof Gelria) en sloop van alle bestaande bebouwing aan de Philippus Gastelaarsstraat.
Onderdeel van het bouwplan waren tevens de beide historische huizen Koepoortstraat 5 en 7 die gesloopt werden. De extra vrijkomende ruimte werd toegevoegd aan de nieuwbouw en aan de Koepoortstraat werden de twee voorgevels op historiserende wijze gereconstrueerd. Koepoortstraat 5 werd onder monumentnummer 12987 op 23 mei 1966 in het rijksmonumentenregister ingeschreven. Alhoewel momenteel niets meer van de historische bouwsubstantie aanwezig is bleef deze status tot op heden gehandhaafd. Na de sloop van de bestaande bebouwing aan de achterzijde en het ontgraven van de bouwput in 1995 vond een beperkte archeologische noodopgraving plaats die in 2020 uitgewerkt werd. De haalbaarheid van het stadhuisplan uit 1995 werd in belangrijke mate beperkt door het beladen programma dat gerealiseerd moest worden in een beperkte stedelijke ruimte, ingeklemd tussen bestaande gebouwstructuren en in combinatie met beperkte financiële middelen. Het gerealiseerde ontwerp was daardoor redelijk ingetogen en hoofdzakelijk georiënteerd op de bestaande historische gebouwen. Deze bleven grotendeels ongewijzigd en werden ontsloten via de achterzijde. Niet met een groot nieuw architectonisch gebaar, maar door met een aantal trappen en gangen de verschillende delen te verbinden. Dit leverde een vrij onoverzichtelijk beeld op en was niet zonder gevolgen voor de herkenbaarheid van het stadhuis als geheel.
56
Afbeelding 1 van 3
Voorgevels aan de Philippus Gastelaarsstraat van de voormalige huizen Koepoortstraat 5 en 7. In 1995 werden deze huizen gesloopt en gingen zij een integraal onderdeel vormen van de nieuwbouw.
57
Afbeelding 2 van 3
Overzicht van de in 1995 gerealiseerde nieuwbouw aan de Philippus Gastelaarsstraat.
Afbeelding 3 van 3
Plattegrond van het stadhuiscomplex met de uitbreiding uit 1995. (gemeente Doesburg)
58
59
Wijnhuis / Raadhuis beschrijving exterieur Het wijnhuis en het raadhuis zijn gelegen op de hoek van de Roggestraat en Philippus Gastelaarsstraat / Koepoortstraat. Deze bouwdelen grenzen aan elkaar en zijn op alle niveaus via doorbraken in de gemeenschappelijke scheidingsmuur met elkaar verbonden. Beide bouwdelen zijn gebouwd op een vrijwel vierkante plattegrond en tellen boven een kelder één bouwlaag en een zolder (raadhuis met vliering) onder een met leien gedekt zadeldak. In de zuidelijke dakvlakken zijn dakkapellen opgenomen. De gevels zijn opgetrokken in schoon metselwerk in handvorm baksteen en zijn voorzien van tufstenen kloostervensters en zesdelige ‘kruiskozijnen’ met dubbele kalven. Beide venstertypen zijn voorzien van glas-in-loodramen en luiken. De voorgevel van het raadhuis aan de Koepoortstraat is uitgevoerd als trapgevel met overhoeks geplaatste pinakels, cordonlijst en een torentje met uivormige bekroning. De voorgevel en zijgevel van dit bouwdeel worden verder geleed door verdiept aangebrachte, hoge korfboognissen. Op de afgeschuinde hoek is op een kraagsteen een beeld van St. Maarten geplaatst. Daarvoor is op de stoep een ronde steen aanwezig, hierop heeft voorheen een zogenaamde drilkooi gestaan. De vierde korfboognis van de zijgevel bevat de entree tot de hal, uitgevoerd met een zandstenen poortje met jaartal 1663. Het wijnhuis heeft aan de Ph.
Gastelaarsstraat een topgevel in de vorm van een trapgevel met ezelsruggen die op zolderniveau voorzien is van verdiepte boognissen met bakstenen traceringen en blinde kruisvensters. Boven de kloostervensters en nissen op de begane grond is een cordonlijst aangebracht. De beide zijgevels van het wijnhuis zijn voorzien van kelderlichten zesdelige kruisvensters. De gemeenschappelijke scheidingsmuur tussen wijnhuis en raadhuis is buitendaks uitgevoerd als geschouderde tuitgevel. Het ingebouwde deel is gepleisterd en heeft op de zolder van het schepenhuis een geleding met verdiepte nissen. kelders De kelder onder het wijnhuis is voorzien van gepleisterde bakstenen kruisgewelven die in het midden ondersteund worden door vier zandstenen pijlers die geprofileerd zijn met biljoenen en kapellen. In de kelder ligt een vloer van keramische tegels. Onder het raadhuis bevindt zich een kelder met tongewelf. balklagen en kapconstructies De zolderbalklagen van het wijnhuis en raadhuis worden gevormd door eiken moer- en kinderbinten. De moerbalken zijn opgelegd in de zijgevels. In het raadhuis wordt de samengestelde balklaag nog extra ondersteund door onderslagen. Alle moerbalken en onderslagen zijn voorzien van peerkraalconsoles. Op de kinderbinten liggen houten vloerplanken.
Beide daken worden gedragen door beschoten eiken sporenkappen die ondersteund worden door sets van drie gestapelde dekbalkgebinten. De onderste gebinten van het wijnhuis zijn aan de zuidzijde uitgevoerd met kromstijlen, voor het overige zijn schaargebinten toegepast. In beide kappen is midden over de dekbalken een balk in langsrichting aangebracht.
60
Afbeelding 1 van 13
Exterieur van het raadhuis met achtergelegen wijnhuis op de hoek van de Koepoortstraat en Roggenstraat.
61
Afbeelding 2 van 13
Detail van het beeldhouwwerk op de afgeschuinde hoek van het raadhuis. De voorliggende ronde steen met dichtgezet gat in het midden vormt het restant van een zogenaamde drilkooi waarin vooral vrouwen van lichte zeden als straf werden rondgetold.
62
Afbeelding 3 van 13
Exterieur van het raadhuis vanaf de Roggestraat.
63
Afbeelding 4 van 13
Toegangspoort van het oude stadhuis in de Roggestraat.
64
Afbeelding 5 van 13
Exterieur van het voormalige wijnhuis aan de Ph. Gastelaarsstraat.
65
Afbeelding 6 van 13
Zijgevel van het wijnhuis aan de Roggestraat.
Afbeelding 7 van 13
Deel van de ingebouwde oostelijke topgevel van het wijnhuis, zichtbaar op de zolder van het raadhuis.
66
Afbeelding 8 van 13
Kelder met tongewelf onder het raadhuis aan de Koepoortstraat.
Afbeelding 9 van 13
67
Zolderbalklaag van het raadhuis in de burgemeesterskamer.
Afbeelding 10 van 13
Overzicht van de kapconstructie van het raadhuis, met op de achtergrond het bovenste deel van de ingebouwde oostelijke topgevel van het wijnhuis.
Afbeelding 11 van 13
Overzicht van de kelder onder het wijnhuis.
68
Afbeelding 12 van 13
Overzicht van de kapconstructie van het wijnhuis richting de Ph. Gastelaarsstraat.
Afbeelding 13 van 13
Kapconstructie van het wijnhuis richting de zolder van het raadhuis.
69
indeling De begane grond van het wijnhuis is door een binnenwand ingedeeld in een smal vertrek met kantoren aan de zuidzijde en de grote raadzaal aan de noordzijde. Beide vertrekken zijn voorzien van houten paneeldeuren. In de raadzaal staat tegen de westgevel een grote gemarmerde schouw op Toscaanse zuilen. De schouwboezem is voorzien van decoratief stucwerk met aan de voorzijde een verbeelding van Salomo’s Eerste Recht tussen zuilen en een gebogen fronton. De achterwand van de schouw is bedekt met wit-blauwe keramische tegels, haardstenen en een ijzeren haardplaat. De begane grond van het raadhuis wordt ingenomen door een dwarshal en twee vertrekken (kantoor burgemeester en bode) aan de voorzijde. In de hal ligt een vloer van ledesteen. Een doorgang onder een korfboog verbindt de hal met de achtergelegen nieuwbouw uit 1995. De burgemeesters- en bodekamer hebben houten paneeldeuren, de bodekamer bevat tevens een loket. De zolderverdieping is toegankelijk via het trappenhuis in de nieuwbouw. Het achterste deel bestaat uit een overloop, een bergruimte en een uitgebouwde keuken. Het voorste deel is niet ingedeeld. Beide delen zijn via een houten paneeldeur in de scheidingsmuur met elkaar verbonden.
70
Afbeelding 1 van 10
Overzicht van de centrale hal van het wijnhuis / raadhuis richting de nieuwbouw.
Afbeelding 2 van 10
Hal in de richting van de entree aan de Roggestraat.
71
Afbeelding 3 van 10
Interieur van de burgemeesterskamer aan de Koepoortstraat.
72
Afbeelding 4 van 10
Bodekamer aan de Koepoortstraat, in de richting van de hal.
Afbeelding 5 van 10
Interieur van de raadzaal in het voormalige wijnhuis, in de richting van de Ph. Gastelaarsstraat.
Afbeelding 6 van 10
Overzicht van de raadzaal richting de hal.
73
Afbeelding 7 van 10
De schouw in de raadzaal.
74
Afbeelding 8 van 10
Kantoren in het vertrek naast de raadzaal aan de Roggestraat / Ph. Gastelaarsstraat.
Afbeelding 9 van 10
75
Overzicht van de zolder aan de Koepoortstraat.
Afbeelding 10 van 10
Overloop van de zolder aan de Koepoortstraat.
76
bouwgeschiedenis late middeleeuwen Het wijnhuis is zeer waarschijnlijk in de veertiende-eeuws gebouwd. Hergebruikte onderdelen van de gebinten van de kapconstructie zijn dendrochronologisch gedateerd tussen 1391 en 1396. De oorspronkelijke kapvorm heeft er echter heel anders uit gezien. Adolph Mulder documenteerde in 1899 in de doorsnede een sporenkap waarbij de daksporen met driedubbele haanhouten met elkaar waren verbonden. Het onderste haanhout rustte op de fliering van een kromstijlgebint. In het midden werd de kap in de langsrichting extra ondersteund door een makelaarconstructie. Het ging hierbij dus om een mengvorm tussen een gebintenkap en een zuivere makelaarkap. De kelder heeft mogelijk een laatmiddeleeuwse oorsprong, maar de kruisgewelven met zandstenen pijlers zijn vermoedelijk pas later aangebracht. Een datering in de zeventiende eeuw is hierbij niet uitgesloten. Kort na 1455 werd de oostgevel van het wijnhuis vrijwel geheel ingebouwd (en verhoogd) door de bouw van het nieuwe, hogere schepenhuis. De kapconstructie van het schepenhuis dateert grotendeels nog uit de bouwtijd, de bovenste dekbalkgebinten zijn bij de restauratie in 1938-1940 toegevoegd. De kelder met tongewelf behoort mogelijk nog tot de oorspronkelijke opzet. Ook hier is echter een latere datering nog denkbaar.
zeventiende eeuw In 1660 werd besloten om het wijnhuis met het schepenhuis samen te voegen tot één raadhuis. Er volgde een ingrijpende verbouwing die gepaard ging met het dichtmetselen van de bestaande entrees van het wijnhuis en het schepenhuis in de beide kopgevels en het maken van enkele nieuwe vensteropeningen. In de zijgevel aan de Roggestraat kwam de nieuwe hoofdentree van het raadhuis in de vorm van een zandstenen poortje. Op de begane grond van het voormalige wijnhuis richtte men een nieuwe raadzaal in. De huidige schouw met stucwerk in de raadzaal, weliswaar gerestaureerd en iets aangepast, dateert nog uit 1665. Ook constructief zal er in deze periode het nodige aangepast zijn. Mulder merkte in 1899 op: ‘Aan de bindten en sleutelstukken [in de voormalige bodekamer in het schepenhuis] herkent men den stijl dr 2den helft der 17de eeuw’.[1] achttiende- en negentiende eeuw De opeenvolgende veranderingen in de achttiende- en negentiende eeuw zijn deels gedocumenteerd via archiefbronnen, waaronder meerdere bestekken. De pentekening van Jan de Beijer uit 1743 laat zien dat het gotische exterieur, in 1663 samengevoegd en op enkele punten gewijzigd, nog grotendeels intact was. In 1756 werden de trappen van de topgevel van het voormalige wijnhuis afgebroken. In 1794 volgde de vervanging van de leien dakbedekking door pannen.
In de negentiende eeuw waren de veranderingen ingrijpender. In de periode 1822-’26 werden de kruisvensters vervangen door nieuwe vensters met schuiframen. Ook werden alle gevels - eerst de topgevels, later ook de zijgevel - gepleisterd. Eind negentiende eeuw had men - na het inwinnen van advies bij Rijksambtenaar Victor de Stuers - de bestaande classicistische dakkapellen vervangen door een reeks nieuwe exemplaren in gotische stijl.
Footnotes 1. ^ Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg, A. Mulder, Het raadhuis te Doesburg, Den Haag 1899.
77
Afbeelding 1 van 9
Pentekening van Jan de Beijer uit 1743 met centraal het raadhuis met achtergelegen wijnhuis op de hoek van de Koepoortstraat en Roggestraat. (Gelders Archief, beeldbank)
78
Afbeelding 2 van 9
Foto van het exterieur van het wijnhuis uit 1899. (RCE, beeldbank)
Afbeelding 3 van 9
Foto van de voorzijde van het stadhuiscomplex uit 1899. (RCE, beeldbank)
Afbeelding 4 van 9
Opmeting en reconstructie van de topgevels van raadhuis en wijnhuis uit 1899, vervaardigd door Adolph Mulder. (RCE, beeldbank)
79
Afbeelding 5 van 9
Beeld van de topgevel van het wijnhuis aan de Ph. Gastelaarsstraat na ontpleistering omstreeks 1936. (RCE, beeldbank)
Afbeelding 6 van 9
Plattegronden (met fasering) van raadhuis en wijnhuis uit 1899, vervaardigd door Adolph Mulder. (RCE, beeldbank)
80
Afbeelding 7 van 9
Opmeting van de zijgevel aan de Roggestraat en doorsneden uit 1899. Mulder tekent ter plaatse van het wijnhuis een sporenkap met zowel gebinten als een makelaarsconstructie. De kap van het raadhuis had twee gestapelde gebinten. Ook hier werd de dekbalken in het midden ondersteund. (RCE, beeldbank)
81
Afbeelding 8 van 9
Foto van de schouw in de raadzaal uit 1899. (RCE, beeldbank)
Afbeelding 9 van 9
Ontwerp van de nieuwe dakkapellen van het raadhuis en wijnhuis uit ca. 1899. Deze gotische exemplaren werden bij de restauratie van 1938-1940 weer vervangen door de huidige dakkapellen. (RCE, beeldbank)
82
restauratie 1938-1940 De algehele reconstructie van het laatmiddeleeuwse, gotische wijnhuis en raadhuis vond plaats in de periode 1938-1940 naar ontwerp van architect Nico de Wolf. In materiële zin dateert een belangrijk deel van de gevels, de constructie en het interieur uit deze periode. Bij de restauratie werden beide bouwdelen ontdaan van hun pleisterlaag, reconstrueerde men de topgevels en kwamen op de daken weer leien te liggen. De drie laat negentiende-eeuwse dakkapellen op het wijnhuis maakten weer plaats voor nieuwe dakkapellen. Alle schuiframen werden vervangen door tufstenen klooster- en kruisvensters. Bij de restauratie van het poortje in de zijgevel wijzigde men de vorm van het bovenste deel. Het muurwerk van de gevels werd deels hersteld en deels vernieuwd. Zo werd bij het slopen van de voormalige hoofdwacht geconstateerd ‘dat de noordgevel over een lengte van 5,50 m dusdanig door schoorsteenen was doorbroken, dat geheele vernieuwing over deze lengte noodzakelijk is’.[1] Uiteindelijk bleek ook het westelijk deel van de noordgevel zeer bouwvallig, waardoor deze integraal opnieuw moest worden opgetrokken. Aan de zuidzijde werd alleen de borstwering geheel vernieuwd. De top tussen schepenhuis en wijnhuis werd hersteld en afgesloten met een ezelsrug. Rondom het gebouw kwam op de stoep een bestrating met keitjes.
Uit de Omschrijving en verklaring van meerder werk valt verder op te maken dat alle moerbalken (en vermoedelijk ook de kinderbinten) het resultaat van vernieuwing en reconstructie zijn. ‘Nadat plafonds en vloeren waren verwijderd, werd de ontstellende ontdekking gedaan, dat alle trekbalken vernieuwd moesten worden. Balken, welke oogenschijnlijk nog in goede staat waren, bleken nu alles in het volle licht kwam, aangetast door zwam of andere ernstige gebreken’. (…) Het vervangen van alle bestaande eiken trekbalken en onderslagen werd noodig geoordeeld’.[2] Uit de beschrijving van het meerwerk en de maandrapporten van de Rijkscommissie voor de Monumentenzorg blijkt tevens dat in de pilasters/muurdammen van het schepenhuis betonkernen gestort werden, gekoppeld aan een betonnen ringbalk ter hoogte van de moerbalken. Deze constructie kon gedurende het bouwhistorisch veldwerk niet waargenomen worden. Met betrekking tot de kapconstructies werd de kap boven het schepenhuis ‘versterkt’, met toevoeging van het bovenste dekbalkgebint.
De Rijkscommissie voor de Monumentenzorg meldde in april 1939 dat de ‘geheele achterkap [boven het voormalige wijnhuis] met trekbalken’ vernieuwd moest worden.[3] Men plaatste een strijkspant ter versterking en verankering van de westelijke topgevel en ‘daar in deze kap toch groote herstellingen moeten plaats hebben, werd besloten tot een betere verdeeling van de spanten en deze boven de tusschenpenanten van de kruisramen te plaatsen’.[4] Het eindresultaat was een ingrijpend vernieuwde kap met gestapelde gebinten, waarbij zowel materiaal uit de late veertiende eeuw, als uit ca. 1630 werd hergebruikt. In het interieur werd de raadzaal weer teruggebracht in het wijnhuis. Aan de voorzijde van het schepenhuis werden de nieuwe kamers van de burgemeester en de ontvanger gescheiden door een drijfsteen binnenmuur. Vanuit de hal leidde een nieuwe opening onder een korfboog naar het in 1939 gerealiseerde trappenhuis achter de voormalige hoofdwacht. In deze periode kwam ook de binnenmuur op zolder tot stand tussen het voorste en achterste deel van het schepenhuis. Het restauratieplan voorzag tevens in een nieuwe, historiserende afwerking van het interieur.
Zo maakten de oude Bremer zandstenen tegels in de hal plaats voor een tegelvloer van oude ledesteen en werden alle overige ruimten voorzien van nieuwe houten vloeren: vloeren van oud eikenhout in de raadzaal en de burgemeesterskamer, grenen vloer in de secretarie, een eiken parketvloer in de kamer van de ontvanger en vurenhouten vloeren op zolder. Men verdiepte de keldervloer en bedekte deze met keramische tegels. In het gehele gebouw werden verder nieuwe eiken paneeldeuren geplaatst. Het Rijksbureau voor de Monumentenzorg maakte in 1940 een ontwerp voor de restauratie van de schouw in de raadzaal, architect De Wolf ontwierp zelf nieuw bijpassend meubilair voor de verschillende vertrekken. ‘(…) de zware eikenhouten meubels, ontworpen door den heer De Wolf en in stijl met de omgeving en de geheel daarbij passende fraaie smeedijzeren lichtkronen, eveneens ontworpen door den heer De Wolf,
83
verleenen deze [raad]zaal een apart cachet’. ‘Onder dit schoorsteenstuk bevindt zich een prachtige schouw, waarvoor de oude haardplaat, voorstellende “Weduwe van Sarepda” werd geschonken door den architect (…)’.[5] 1995-heden De latere veranderingen van het raadhuis zijn relatief beperkt. In 1995 kwamen nieuwe verbindingen tot stand naar het trappenhuis van de nieuwbouw en naar de voormalige hoofdwacht. De zolder van het schepenhuis kreeg een iets gewijzigde indeling met keuken/overloop en de keldertoegang van het wijnhuis werd veranderd. Verder had deze verbouwing hoofdzakelijk het karakter van onderhoud en herstel. In 2015 is de huidige kamerindeling met glaspuien naast de raadzaal ontstaan. Het glazen tochtportaal in de hal zal in dezelfde periode gemaakt zijn. waardering algemene historische waarden en waarden vanuit de gebruikshistorie ●
Het gebouw is van algemeen historisch belang als behuizing van de stedelijke overheid vanaf de late middeleeuwen, waarbij het achterste deel oorspronkelijk als wijnhuis dienst deed.
●
Het historische gebruik als raadhuis is zeer herkenbaar vanwege de prominente situering en de
representatieve uitstraling van zowel het exterieur als het interieur. ensemblewaarden en stedenbouwkundige waarden ●
Het wijnhuis en raadhuis/schepenhuis vormen samen een belangrijk historisch ensemble als stedelijk bestuurscentrum uit de late middeleeuwen. De bouwdelen zijn verder van belang vanwege de ruimtelijke en historisch-stedenbouwkundige samenhang met de naastgelegen voormalige hoofdwacht en Hof Gelria.
●
De bouwdelen zijn tevens van belang als onderdeel van het straatbeeld dat op deze plek tot stand kwam na de restauraties van het stadhuis in 1938-1940, de voormalige waag in 1947-1949 en Hof
Gelria in 1952 door architect Nico de Wolf. architectuurhistorische waarden ●
Het wijnhuis/raadhuis is van architectuurhistorisch belang vanwege het gaaf bewaard gebleven gereconstrueerde en historiserende exterieur en interieur uit 1938-1940. Binnen deze context is het gebouw een belangrijk onderdeel van het uitgebreide oeuvre van restauraties van architect Nico de Wolf in Doesburg. De wens tot reconstructie van de vermeende ‘oorspronkelijke’ toestand en het creëren van een ideaalbeeld - weliswaar onder streng toezicht van de Rijkscommissie voor de Monumentenzorg - is typerend voor de restauratiemethodiek van De Wolf in deze periode.
●
In het interieur zijn de architectuurhistorische waarden hoofdzakelijk gelegen in de in 19381940 gerealiseerde indeling en interieurafwerking, waaronder de gereconstrueerde balklagen, de schouw in de raadzaal, eiken paneeldeuren, het loket in de hal en de diverse historische vloerafwerkingen. In het historische beeld spelen ook de (niet nader onderzochte) roerende
interieuronderdelen een rol. bouwhistorische waarden ●
Het wijnhuis/raadhuis is van bouwhistorisch belang vanwege de bewaard gebleven onderdelen van beide casco’s uit de late middeleeuwen en zeventiende eeuw. Hierbij gaat het hoofdzakelijk om de
84
gewelfkelders, de kapconstructie van het raadhuis, de hergebruikte onderdelen in de kapconstructie van het wijnhuis en de oorspronkelijke oostelijke topgevel met boognissen van het wijnhuis. ●
De ingrijpende restauratie van het wijnhuis/raadhuis in 1938-1940 is weliswaar met name voor wat betreft de gevels grotendeels gebaseerd op bouwhistorisch onderzoek (avant la lettre) van Adolph Mulder, maar het eindresultaat heeft geleid tot het verdwijnen van een groot deel van de historische gelaagdheid. De complexe bouwgeschiedenis van het wijnhuis/raadhuis is daardoor in het huidige
gebouw nog maar beperkt afleesbaar. aanbevelingen voor nader onderzoek Het is aan te bevelen om de kapconstructie van het wijnhuis nader te onderzoeken en de mate van hergebruik van oudere kaponderdelen te documenteren. Hetzelfde geldt voor de zolderbalklagen van wijnhuis en raadhuis, mogelijk zijn bij de vernieuwing in 1938-1940 nog oude onderdelen secundair toegepast. Het is verder aan te bevelen om bij gelegenheid vast te stellen of onder de vloerbedekking van de voormalige kamer van de ontvanger (later bodekamer) nog een historische vloerafwerking aanwezig is. Tot slot verdient het de aanbeveling om nader archiefonderzoek te doen in het Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg. Dit kan zorgen voor een meer gedetailleerd beeld van de bouwkundige ontwikkeling van het raadhuis vanaf de zeventiende eeuw.
Footnotes 1. ^ Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg, Collectie restauratie Stadhuis Doesburg 1938-1940, inv.nr. 6, Rijkscommissie voor de Monumentenzorg, Rapport no. 1, 12-31 januari 1939. 2. ^ Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg, Collectie restauratie Stadhuis Doesburg 1938-1940, inv.nr. 6, Rijkscommissie voor de Monumentenzorg, Omschrijving en verklaring van meerder werk. 3. ^ Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg, Collectie restauratie Stadhuis Doesburg 1938-1940, inv.nr. 6, Rijkscommissie voor de Monumentenzorg, Rapport no. 4, april 1939. 4. ^ Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg, Collectie restauratie Stadhuis Doesburg 1938-1940, inv.nr. 6, Rijkscommissie voor de Monumentenzorg, Omschrijving en verklaring van meerder werk. 5. ^ ‘Het gerestaureerde raadhuis te Doesburg’, bijlage bij De Graafschap Bode, 28 juni 1940.
85
Afbeelding 1 van 15
Foto van het stadhuiscomplex kort voor 1936. (RCE, beeldbank)
Afbeelding 2 van 15
Foto van het stadhuiscomplex na ontpleistering van de gevels in 1937. (RCE, beeldbank)
86
Afbeelding 3 van 15