Bijlage 2 - Rapport onderzoek bestuurskracht
Tekst van het document
Als er een nieuwe gemeente komt, kan ervoor gekozen worden om de publieksbalie te behouden in zowel Doesburg als de gemeente(n) waar Doesburg mee samengaat, maar er kan in het kader van kostenbesparing en efficiëntie ook voor gekozen worden om de publieksbalie in een of meerdere gemeenten op te heffen.
Ambtelijke samenwerking op weg naar bestuurlijke schaalvergroting Doesburg kan een slag maken in het opstellen van een visie op dienstverlening en het inzetten van ontwikkelingen op dienstverleningsgebied. Doesburg zou daarvoor gebruik kunnen maken van de kennis en kunde die er is bij de gemeente(n) waarmee ze gaat samenwerken. Dat maakt het dan wel noodzakelijk om een ambtelijke samenwerking aan te gaan met gemeente(n) die wél een visie op dienstverlening hebben en hun dienstverlening ontwikkelen. En ook om als beide gemeenten samen hetzelfde dienstverleningsconcept te hanteren en dus bestuurlijk te omarmen. In de praktijk is het twijfelachtig of bovenstaande gaat gebeuren, zelfs als Doesburg gaat samenwerken met gemeente(n) die voldoen aan bovengenoemde voorwaarden. Samenwerken op dienstverlening vraagt allereerst om het op elkaar aanpassen van de dienstverlening. Dat vraagt om strategie en om middelen om de aanpassingen door te voeren. Aan beide ontbreekt het in Doesburg. Ook de basis kan nog steeds onder druk komen te staan in Doesburg. De samenwerkingsgemeenten blijven hun eigen begroting houden. Een toenemende dienstverleningsvraag in Doesburg betekent dus niet per se dat deze mede opgevangen kan worden door de andere gemeente(n). In de praktijk zou er wel solidariteit kunnen zijn, zeker als de samenwerking een opmaat is naar één bestuur.
Er kunnen consequenties zijn voor het behoud van de publieksbalie in Doesburg. Als gemeenten gaan samenwerken op dienstverlening, kan ervoor gekozen worden om de publieksbalie te behouden in zowel Doesburg als de andere gemeente(n), maar er kan in het kader van kostenbesparing en efficiëntie ook voor gekozen worden om de publieksbalie in een of meerdere gemeenten op te heffen.
25.
Doesburg vindt geen opschalingspartner en blijft zelfstandig De gemeentelijke organisatie moet de dienstverlening met de huidige middelen blijven leveren. De huidige kwetsbaarheden zoals beschreven blijven in stand en kunnen er op termijn toe leiden dat Doesburg niet meer aan de dienstverleningsvraag kan voldoen, kwantitatief en kwalitatief. De publieksbalie blijft wel in Doesburg, maar wellicht moeten openingstijden veranderen of andere manieren gezocht worden om bij teruglopende middelen aan publieksdienstverlening te blijven doen.
26.
3. Voorzieningen, wonen en oriëntatie De gemeenteraad van Doesburg heeft de derde opgave op de meetlat voor bestuurskracht als volgt benoemd. Gebruik van voorzieningen en oriëntatie. Kansen en kwetsbaarheden van belangrijkste lokale voorzieningen en wonen in beeld. Belangrijke aspecten: rol van voorziening in samenleving, mate van gebruik en waardering, toekomstbestendigheid (geld, vrijwilligers, etc.) Om deze opgave in beeld te brengen zijn vier onderzoeksvragen benoemd. 1. Hoe oriënteren inwoners van Doesburg zich in de regio? Van welke voorzieningen in Doesburg en de regio maken de inwoners gebruik als het gaat om werk, scholing, samenleven en ontspannen? En hoe waarderen ze deze voorzieningen? Zijn er voorzieningen die zij missen? Welke voorzieningen zijn kenmerkend voor het eigen karakter van Doesburg? Welke inspanning zijn inwoners bereid te leveren voor het behoud van deze voorzieningen? Hoe zien Doesburgers het woningaanbod? 2. Wat zijn met betrekking tot toekomstbestendigheid de kansen en kwetsbaarheden van enkele belangrijke lokale voorzieningen, namelijk sportvelden en de bibliotheek? 3. In welke mate kan in Doesburg worden voorzien in voldoende woningen, gegeven de bestaande woonbehoefte? Wat zijn hierin de uitdagingen en hoe slagkrachtig opereert de gemeente hierin? In de volgende paragrafen beschrijven we de bevindingen van het onderzoek naar deze vragen. 3.1.
Bevindingen In dit hoofdstuk maken wij af en toe een vergelijking tussen Doesburg en andere kleine steden/ gemeenten die ook in de buurt van een grote stad zitten. Dit om de lezer een referentiekader te bieden en meer kleuring te kunnen geven aan de bevindingen. Het gaat om de volgende steden/gemeenten: • Hattem (circa 12.600 inwoners), een kleine Hanzestad en gemeente gelegen nabij Zwolle • Montfoort (circa 13.800 inwoners) een kleine stad en gemeente nabij Utrecht • Uitgeest (13.400 inwoners) een dorp en gemeente tussen Amsterdam en Alkmaar, waar wij onlangs een vergelijkbare inwonersconsultatie hebben gedaan als in Doesburg Overwegend goede uitgangspositie voorzieningenniveau Doesburg Doesburg heeft gezien de omvang van de gemeente een overwegend goede uitgangspositie voor het niveau van voorzieningen, met name qua winkels en musea. De afstand tot bibliotheek, zwembad en brandweerkazerne ligt onder het landelijk gemiddelde en is in vergelijking tot de drie referentiegemeenten goed tot zeer goed. Qua bereikbaarheid scoort Doesburg goed op afstand tot de oprit van een hoofdverkeersweg en rond het gemiddelde op de nabijheid van een treinstation. Negatieve uitschieters zijn er ook: de afstand tot een ziekenhuis, tot voorgezet onderwijs en tot podiumkunsten ligt duidelijk beneden het Nederlands gemiddelde en ook lager dan in de referentiegemeenten.
27.
Afstand tot voorzieningen (2022)
Nederland
Doesburg
Hattem
Montfoort
Uitgeest
Afstand tot ziekenhuis (excl. buitenpolikliniek)
7,3
10,6
9,3
6,6
7,9
Afstand tot grote supermarkt
0,9
0,7
0,9
0,8
0,7
Aantal grote supermarkten binnen 3 km
11
3,9
1,9
1,7
3,2
Afstand tot overige dagelijkse levensmiddelen
0,8
1
0,8
0,8
0,6
Aantal overige dagelijkse levensmiddelen binnen 1 km
7
6
2,5
2,7
3,9
Aantal warenhuizen binnen 5 km
2,4
2
1,3
1,1
1,7
Afstand tot voortgezet onderwijs
2,5
5,7
5
2,1
4,5
Afstand tot oprit hoofdverkeersweg
1,9
1,1
5
0,6
1,1
Afstand tot treinstation
5,3
6,1
5,6
7,3
2,1
Afstand tot bibliotheek
2
1,3
1,7
6,9
4,1
Afstand tot zwembad
3,3
1,9
1,8
6,3
5,1
Afstand tot museum
4,2
1,3
1,3
7,1
6,4
Afstand tot podiumkunsten totaal
4,9
11,2
7,2
7,8
3,9
Afstand tot bioscoop
6,5
1,5
6,7
6,9
6,2
Afstand tot brandweerkazerne
2,2
1,2
1,2
1,1
2
Onderwerp
Figuur 14: Afstand tot voorzieningen voor Nederland, Doesburg, Hattem, Montfoort en Uitgeest (Bron:CBS)
Van de inwoners van Doesburg staat opgeteld 45% positief tegenover de voorzieningen, zo blijkt uit onze inwonersconsultatie. Deze tevredenheid is lager dan in bijvoorbeeld Uitgeest (58%). Mogelijk heeft dit te maken met zorgen die er ook zijn over het voorzieningenniveau, zoals ze in de open antwoorden worden geuit. Deze zorgen gaan vooral over het winkelbestand (mensen vinden het noodzakelijk voor Doesburg dat er voldoende winkels overblijven om aantrekkelijk te blijven voor zowel bewoners als toeristen), vergrijzing (omdat er naar beleving weinig voorzieningen voor jongeren zijn en zij wegtrekken), de bibliotheek (waarvan de indruk is dat die ‘uitgekleed’ is met de verhuizing naar het Stadskantoor) en het parkeerbeleid in de binnenstad. Voorzieningen in de gemeente Doesburg 32%
27%
15% 4% Helemaal oneens
14%
5%
4%
Neutraal
Helemaal eens
Figuur 15: Weergave antwoord op de vraag ‘Hoe tevreden bent u over de voorzieningen in de gemeente Doesburg?’
28.
0% Weet ik niet / geen mening
Een kleine meerderheid van de inwoners van Doesburg (53%) zegt in de inwonerconsultatie alles wat zij dagelijks nodig heeft te kunnen vinden in de gemeente. Dit is iets lager dan in Uitgeest (58%). Qua voorzieningen maken Doesburgers lokaal het meest gebruik van supermarkten (92%), winkels (85%), gezondheidscentra (83%) en horeca (79%). Ook sporten gebeurt overwegend lokaal (59%) en slechts beperkt buiten Doesburg. Gebruik in Doesburg Supermarkten Winkels Gezondheidscentra Horeca Sportplekken Culturele voorzieningen Speeltuinen en parken De markt Scholen Gebedshuizen Jongerencentrum Buurthuis Anders Gebruikt deze voorzieningen niet Weet ik niet
92% 85% 83% 79% 42% 39% 35% 30% 10% 6% 5% 4% 4% 1% 0%
Figuur 16: Weergave antwoord op de vraag ‘Van welke voorzieningen maakt u gebruik in Doesburg?’
Doesburgers maken ook gebruik van voorzieningen in omliggende gemeenten De oriëntatie van Doesburgers in onze inwonersconsultatie komt grotendeels overeen met de studie van Tordoir (2020) die ten grondslag lag aan de toekomstvisie van Doesburg. Dagelijkse boodschappen doen inwoners naast Doesburg voornamelijk in Dieren (38%) en in beperktere mate in Doetinchem (15%). Winkelen buiten Doesburg gebeurt allereerst in Doetinchem (61%), gevolgd door Arnhem (49%) en Dieren (36%). Voor zorg gaan inwoners, als ze het buiten Doesburg zoeken, met name richting Doetinchem (49%). Dit geldt ook voor vrije tijd (49%). Op basis van de inwonersconsultatie kunnen we geen conclusie trekken over de oriëntatie op onderwijs, maar uit de studie van Tordoir bleek dat scholieren voor voortgezet en beroepsonderwijs allereerst richting de gemeenten Arnhem en Rheden gaan. Uit dezelfde studie blijkt dat dat voor werk grofweg ook zo is. Samenvattend oriënteren inwoners van Doesburg zich buiten de gemeente langs de volgende lijnen: • Op de gemeente Rheden/Dieren: voor dagelijkse boodschappen, school en werk • Op Doetinchem: voor winkelen, zorg en vrije tijd/ontmoeten • Op Arnhem: voor winkelen, school, werk en vrije tijd/ontmoeten
29.
Er is bereidheid om meer belasting te betalen, maar andere manieren hebben de voorkeur De voorzieningen die inwoners belangrijk vinden voor het karakter van Doesburg, komen (met uitzondering van de supermarkten) overeen met de mate waarin inwoners de voorzieningen gebruiken, dus: winkels, horeca en gezondheidscentra.
Karakter van Doesburg Winkels Horeca Gezondheidscentra Speeltuinen en parken Sportplekken Supermarkten Culturele voorzieningen De markt Scholen Jongerencentrum Buurthuis Gebedshuizen Anders Weet ik niet
76% 71% 62% 57% 53% 53% 52% 50% 47% 33% 22% 5% 3% 1%
Figuur 17: Weergave antwoord op de vraag ‘Welke voorzieningen vindt u vooral belangrijk voor het karakter van Doesburg?’
Desgevraagd geeft 44% van de respondenten aan bereid te zijn meer belasting te betalen voor het behoud van voorzieningen in Doesburg (naast 21% die juist evenveel belasting wil betalen en bereid is dat de voorzieningen daardoor minder worden, 25% die neutraal is en 10% die hierover geen mening heeft). Dit is weliswaar relatief hoog (bijvoorbeeld in vergelijking met inwoners van Uitgeest), maar zal gezien de bevolkingsopbouw van Doesburg voor veel van de inwoners niet weggelegd zijn. Op de vraag hoe inwoners een bijdrage willen leveren aan de toekomst van Doesburg, willen inwoners dat liever op andere manieren dan meer belasting betalen, zoals door hun mening te geven over plannen van de gemeente, vrijwilligerswerk, lokale bedrijven te steunen en mee te denken over lokale projecten. Slechts 10% van de respondenten geeft bij deze vraag aan meer gemeentelijke belasting te willen betalen.
30.
Toekomst van Doesburg Mening geven over plannen gemeente Vrijwilligerswerk Lokale bedrijven steunen Meedenken over lokale projecten Samenwerken met gemeente aan plannen Meer gemeentelijke belastingen betalen Politiek actief zijn Zelf met een plan naar de gemeente Anders Wilt geen bijdrage leveren Weet ik niet
43% 36% 35% 32% 17% 10% 9% 7% 4% 10% 12%
Figuur 18: Weergave antwoord op de vraag ‘Hoe wilt u graag een bijdrage leveren voor de toekomst van Doesburg?’
Toekomstperspectief bibliotheek met verhuizing verbeterd De bibliotheek is een van de voorzieningen in Doesburg. De bibliotheek is meer dan een plek waar boeken geleend kunnen worden: de bibliotheek organiseert activiteiten voor allerlei doelgroepen. Dat doet ze ook samen met scholen en andere partners en op locaties buiten de bibliotheek. Een deel van de inwoners van Doesburg maakt zich zorgen over de bibliotheek, zo blijkt uit de inwonersconsultatie, en er leven beelden dat de bibliotheek sinds de verhuizing naar het Stadskantoor ‘uitgekleed’ zou zijn. Uit de gesprekken die we hebben gevoerd blijkt echter dat de verhuizing van De Linie naar het Stadskantoor voor de bibliotheek juist voor een gezondere exploitatie zorgt. In tegenstelling tot de eerdere verhuizing van de bibliotheek van de binnenstad naar De Linie, heeft de bibliotheek nu lagere huisvestingslasten. Ook zit de bibliotheek dichter bij relevante doelgroepen vanwege de wijken in de nabijheid, is het aantal bezoekers en leden gegroeid, en is de samenwerking met partners verbeterd. Hiermee is het toekomstperspectief voor de bibliotheek in Doesburg door de verhuizing juist verbeterd, in plaats van verslechterd.
De ledenaantallen van de sportverenigingen in Doesburg zijn stabiel tot teruglopend en de aanwas van jeugd blijft achter In Doesburg zijn verschillende sportverenigingen actief: Badmintonvereniging Doesburg, DWV Zwem- en Watersportvereniging Doesburg, volleybalvereniging ACE ‘19, korfbalvereniging Rivalen, voetbalclub Sportclub Doesburg, SKD 2007 (kegelsport), Tennis + Padel Doesburg, Unitas (gymnastiek) en tafeltennisclub Drusus. Met de leden van deze verenigingen zit Doesburg (dat was althans het geval in 2021) vrijwel op het landelijk gemiddelde van personen die aangesloten zijn bij sportverenigingen. Ook zit Doesburg qua ledenaantallen op het gemiddelde van Type-B gemeenten in waarstaatjegemeente1, maar wel weer flink lager dan de referentiegemeenten Hattem, Montfoort en Uitgeest. In het aantal niet-sporters wijkt Doesburg ook af. Dat is in Doesburg substantieel hoger dan bij de referentiegemeenten en dan het Nederlands gemiddelde. Doesburg geeft meer euro’s per inwoner uit aan sport, cultuur en recreatie 1
31.
Ter vergelijking, en omdat sport ook tot het sociaal domein kan worden gerekend, hebben we in de laatste kolom van de tabel ook de gemiddelden van type B-gemeenten weergegeven. Doesburg is een type B-gemeente. Type B-gemeente is ‘perifere gemeente met sociale en economische uitdagingen: hoge werkloosheid, laag gemiddeld inkomen en hoge afhankelijkheid van sociale uitkeringen’ (zie ook het hoofdstuk ‘Samenstelling bevolking en aanpak sociale vraagstukken’).
dan de gemeenten Hattem, Montfoort en Uitgeest, maar wel veel minder dan het Nederlands gemiddelde en het gemiddelde van Type-B gemeenten. Afstand tot voorzieningen (2022)
Nederland
Doesburg
Hattem
Montfoort
Uitgeest
Type-B gemeente
Personen aangesloten bij sportvereniging (2021)
48,6%
48,5%
70,9%
63,3%
64,7%
45,3%
Niet-sporters (2022)
46,4%
59,0%
47,0 %
43,9%
35,9%
51,1%
Gemeentelijke uitgaven aan sport, cultuur en recreatie (2023) per inwoner
314
232
209
192
181
310
Figuur 19: Percentages leden, niet-sporters en gemeentelijke uitgaven sport, cultuur en recreatie voor Nederland, Doesburg, Hattem, Montfoort, Uitgeest en Type-B gemeenten (Bron: WSJG)
Uit interviews met een deel van de verenigingen blijkt dat sportverenigingen qua ledenaantallen net op de grens zitten van wat nodig is om hun lasten te kunnen opbrengen. Het is voor de verenigingen moeilijk om de ledenaantallen vast te houden, ook vanwege de terugval die corona heeft betekent. Met name jongeren zijn toen gestopt met sporten en komen niet zomaar terug, ook omdat manieren van sporten veranderen (meer individueel en minder in verenigingsverband, meer buiten, minder binnen). Als het de verenigingen niet lukt om jongeren te binden, heeft dat gevolgen voor de ledenaantallen in de toekomst. Partnerschap tussen gemeente en sportverenigingen vraagt meer aandacht Uit de interviews komt ook het beeld naar voren dat de gemeente voor verenigingen benaderbaar is. De lijnen zijn kort en het contact over praktische zaken is goed. De geldelijke steun van de gemeente (in de vorm van subsidies) wordt ook gewaardeerd. Deze is in de beleving van respondenten groter dan in omliggende gemeenten. Tegelijkertijd missen verenigingen strategisch partnerschap.
Het gaat dan over het bij elkaar brengen van verenigingen wanneer er beleidsontwikkelingen spelen (waarbij verenigingen aangeven daarin zelf ook meer te kunnen doen), over duidelijke communicatie van de gemeente (bijvoorbeeld over plannen rondom de sporthal) en opvolging op zaken die de gemeente initieert (zoals een onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van verenigingsbesturen). De ervaringen bij de aanbesteding van de exploitatie van de sporthal enkele jaren geleden, hebben ook invloed op het beeld dat sportverenigingen van de gemeente hebben. Enkele verenigingen hadden meer gehoord willen worden door de gemeente en politiek en hadden gezien willen worden als (maatschappelijke) partners die ook een rol konden vervullen in de exploitatie. Voor verenigingen is niet goed navolgbaar wat nu precies de (politieke) afwegingen zijn geweest. Partnerschap met sportverenigingen is des te belangrijker, omdat bepaalde belangrijke (buiten)sportvoorzieningen niet in eigendom van de gemeente zijn. Behoud ervan vraagt om goede afstemming. Primair is behoud een zaak van de eigenaar/exploitant. Dat kan kwetsbaar zijn. Uit de gesprekken blijkt bijvoorbeeld dat het kunstgrasveld van Sportpark Doesburg aan de Oranjesingel over enkele jaren afgeschreven is, maar dat de eigenaar/exploitant vooralsnog onvoldoende middelen heeft om een vervanging te kunnen doen.
Dit heeft gevolgen voor voetbalvereniging Sportclub Doesburg. Het is waarschijnlijk dat een dergelijk dossier vanwege de maatschappelijke impact dan ook gaat spelen tussen vereniging en gemeente (zoals de aanbesteding van de exploitatie van de sporthal ook nog steeds invloed heeft op de indruk die sommige verenigingen van de gemeente hebben).
32.
Woonambities worden als realiseerbaar gezien, maar wel met complexiteit van ‘inbreiding’; verduurzaming is een kwetsbaar punt Voorzieningen dragen bij aan het woonklimaat in Doesburg, maar hoe zit het met de woningen zelf? Kan Doesburg voorzien in de (toekomstige) vraag van Doesburgers en ligt Doesburg op schema in de realisatie van geplande woningen? De gemeente denkt van wel en ziet mede vanwege de Woondeal ook ruimte om voor nieuwe inwoners te bouwen. Zo hoopt Doesburg ook te komen tot een evenwichtigere samenstelling van de woningvoorraad, conform de ambitie in de toekomstvisie en het coalitieakkoord. Doesburg heeft met haar aandeel in de woondeal van de GMR met het Rijk een belangrijke mijlpaal bereikt: ze heeft bedongen dat Doesburg niet hoeft te voldoen aan de normaal gesproken geldende norm van 30% sociale huur bij nieuwbouwprojecten. Het gehonoreerde onderdeel van Doesburg in het bod van de Woondeal ziet er als volgt uit:
(Vermoedelijke) jaar van realisatie
Projecten
2022
Halve Maanweg; Koppelweg (1e fase De Sluyswachter)
39
2023
Koppelweg (2de fase De Sluyswachter); Flexwoningen Kraakselaan;
55
2024
Koppelweg (Havenmeester); Flora23 (1e fase); Beinum West
40
2025
Flora 23 (2de fase)
56
Na 2025
Wemmersweerd (150); Centrum Beinum(40) ; inbreiding n.t.b. (10)
200
Aantal woningen
Tot en met 2030: Figuur 20: Woonprogramma Doesburg op hoofdlijnen
390* * in de regel wordt rekening gehouden met 30% uitval
Van de bruto 300 woningen tot 2030, is voorzien dat het zal gaan om 70% ‘betaalbare woningen’ (210 woningen): waarvan 40% betaalbare koop, 3% middenhuur en 27% sociale huur. Deze woningbouwambities zijn nog eens aangescherpt in de Woonzorgvisie van juli 2024. Daar wordt gesteld dat al 255 woningen concreet gerealiseerd, in uitvoering of in voorbereiding zijn (meer dan ten tijde van het sluiten van de Woondeal). Uit de in dit onderzoek gevoerde gesprekken komt verder het volgende beeld naar voren: • Doesburg heeft geen grote uitbreidingslocaties. Uitdagingen rondom wonen zitten daarom op het benodigde draagvlak onder de bevolking. Ondanks bezwaren en natuurregelgeving ligt de gemeente op koers in het verwezenlijken van bovenstaande plannen. • De gemeente profiteert daarin van de samenwerking in GMR-verband. Gemeenten kunnen daar een aanvraag doen en zodoende over capaciteit en expertise beschikken die ze zelf niet in huis hebben. • Doesburg heeft te weinig ambtenaren, expertise en geld om de verduurzaming goed aan te pakken. Ook de historische binnenstad maakt het niet makkelijk. Doesburg beschikt over een overzicht van de woningen en de opgaven daarin, maar kan vooral investeren in minder energie gebruiken en meer isoleren. Voor collectief loskoppelen
33.
van het gas (een warmtenet) is de businesscase niet haalbaar gebleken, wat gezien het aantal sociale huurwoningen in Doesburg voor de haalbaarheid van de opgave wel een probleem vormt. • Doesburg heeft op dit moment niet de capaciteit om te werken aan een omgevingsvisie (alle gemeenten dienen op 1 januari 2027 een omgevingsvisie te hebben en veel gemeenten in Nederland werken daar op dit moment aan). Ook voor het omgevingsplan, waarop ruimtelijke plannen daadwerkelijk getoetst gaan worden, is geen capaciteit. Doesburg gaat daarom noodgedwongen ‘neutraal over’. Dat wil zeggen dat de invoering van de omgevingswet vooralsnog niet benut wordt om ruimtelijk beleid te vereenvoudigingen en aan te passen (wat juist een doel was van de wet), maar de oude situatie inhoudelijk ongewijzigd in het nieuwe juridische kader wordt opgenomen. Ook het beheer op het omgevingsplan loopt tegen capaciteitsproblemen aan, omdat er geen personele ruimte is voor een volwaardig planbeheerder. • Andere kwetsbaarheden op het gebied van wonen bestaan uit: de invulling van de ‘spreidingswet’, dit lukt Doesburg niet zonder samenwerking met andere gemeenten; een klachtenloket voor particuliere huur is niet te realiseren voor een kleine gemeente als Doesburg.
Partnerschap gemeente-woningbouwcorporatie niet optimaal Uit de gevoerde gesprekken komt ook het beeld naar voren dat het partnerschap van gemeente en woningcorporatie verbetering behoeft. Dit gaat verder dan de nu lopende huur/bestemmingskwestie rondom De Linie. Naar aanleiding van de gesprekken is de indruk van de onderzoekers dat gemeente en woningcorporatie weliswaar op papier overeenstemming hebben over de lijn voor de toekomst, maar er, mogelijk belemmerd door het beeld over en weer dat de ander eigenlijk iets anders wil, nog niet van harte en voluit samen voor gaan. Tegelijk worden in gesprekken ook hier de korte lijnen tussen gemeente en woningcorporatie genoemd als kracht. 3.2. Krachten en kwetsbaarheden Krachten • Het toekomstperspectief van de bibliotheek is met de verhuizing naar het Stadskantoor verbeterd. Hierdoor heeft de bibliotheek nu lagere huisvestingslasten, zit ze dichter bij relevante doelgroepen, is het aantal bezoekers en leden gegroeid, en is de samenwerking met partners verbeterd. • De woningbouwambitie van de gemeente lijkt realiseerbaar. Hiermee bouwt de gemeente concreet aan een belangrijke ambitie uit de toekomstvisie om te komen tot een evenwichtigere samenstelling van de woningvoorraad.
De gemeente toont hier ook regionaal kracht: door voor zichzelf ruimte te bedingen in de woondeal om in nieuwe projecten minder dan 30% sociale huur te gaan bouwen en door het organiseren van capaciteit en expertise vanuit de GMR. Kwetsbaarheden • Sportverenigingen en hun financiële draagkracht staan op termijn onder druk, en de gemeente heeft geen middelen om in hun voorzieningen te investeren. Doesburgse sportverenigingen zitten qua ledenaantallen net op de grens om hun lasten te kunnen opbrengen. Als het de verenigingen niet lukt om meer jongeren te werven en behouden, heeft dat gevolgen voor de ledenaantallen in de toekomst. Over enkele jaren al is een grote investering in het sportpark nodig, maar de gemeente moet uit financiële nood nu al stevige keuzes maken ten aanzien van sportaccommodaties (zie hoofdstuk 7).
34.
• Stakeholders missen bij de gemeente partnerschap. Het gaat dan om gelijkwaardigheid, samen optrekken en navolgbaarheid van keuzes van de gemeente. Het gaat dan over het bij elkaar brengen van verenigingen wanneer er beleidsontwikkelingen spelen, over duidelijke communicatie van de gemeente en opvolging op zaken die de gemeente initieert. • De verduurzaming van de woningvoorraad blijft achter. Doesburg heeft te weinig ambtenaren, expertise en geld om de verduurzaming goed aan te pakken. Ook de historische binnenstad maakt het niet makkelijk. Doesburg kan vooral investeren in minder energie gebruiken en meer isoleren, maar voor collectief loskoppelen van het gas (een warmtenet) is de businesscase niet haalbaar gebleken, wat gezien het aantal sociale huurwoningen in Doesburg voor de opgave wel een probleem vormt. • Ook invoering omgevingswet kwetsbaar, evenals uitvoering spreidingswet, en klachtenloket particuliere huur. Door personele krapte kan Doesburg de invoering van de omgevingswet niet benutten voor verbetering en vereenvoudiging van het ruimtelijk kader in de gemeente. Ook loopt de gemeente in het beheer van het omgevingsplan tegen personele grenzen aan, evenals bij de uitvoering van de spreidingswet en bij het inrichten van een klachtenloket voor particuliere huur. 3.3.
Aandachtspunten voor scenario’s Gegeven de krachten en kwetsbaarheden in de voorgaande paragraaf, zien wij op deze opgave de volgende uitdagingen voor Doesburg: Bestuurlijke schaalvergroting
Voorzieningen:
Bij bestuurlijk opschalen, kan de nieuwe gemeente strategisch gaan kijken welke voorziening waar in de (nieuwe) gemeente het beste past. Dit kan betekenen dat er in de nieuwe gemeente bv. één zwembad behouden blijft, in plaats van dat twee (oude) gemeenten allebei hun zwembad moeten sluiten. In de nieuwe situatie zal het zwembad voor een deel van de inwoners dan op meer afstand zijn dan nu. Mogelijk is er ook meer investeringskracht, waardoor (weer) meer anticiperend kan worden omgegaan en geïnvesteerd in voorzieningen. En mogelijk is er ook meer ruimte om te investeren in het partnerschap met verenigingen, al zullen in het begin de zo gewaardeerde ‘korte lijntjes’ juist iets langer worden. Voor organisaties die regionaal werken (zoals de bieb) zal de keuze voor opschalen binnen of buiten de GMR kunnen betekenen dat bepaald wordt met welke van twee organisaties de nieuwe gemeente verder wil.
Woningaanbod:
Mogelijk ontstaat een ruimere ambtelijke bezetting op het beleidsveld, waardoor ruimte is voor meer specialisme of armslag op dit dossier. Op deze ook in sociaal opzicht belangrijke opgave voor Doesburg, is het van belang een partner te kiezen die ook in de nieuwe situatie de ambitie van Doesburg om tot een meer evenwichtig woningaanbod te komen overeind houdt. Regionaal kan een grotere gemeente meer en meer strategisch invloed uitoefenen op het woningbouwdossier, bijvoorbeeld waar het gaat om het verkrijgen van middelen of regelruimte van het Rijk.
Oriëntatie:
Aan de oriëntatie van inwoners verandert voorlopig niets, tenzij bijvoorbeeld sportverenigingen niet meer in de eigen gemeente terecht kunnen en daarom uitwijken naar andere gemeenten.
35.
Ambtelijke samenwerking op weg naar bestuurlijke schaalvergroting
Voorzieningen:
Het ligt niet voor de hand dat met alleen ambtelijke samenwerking voor twee gemeenten en twee gemeentebesturen de situatie t.a.v. het voorzieningenniveau zeer verbeterd. Wellicht kunnen er in de exploitatie van gemeentelijke accommodaties wat efficiencywinsten geboekt worden. Het ligt voor de hand dat in dit scenario (afhankelijk van de duur) het voorzieningenniveau verder onder druk komt te staan. De ‘korte lijntjes’ worden in dit scenario ambtelijk wat langer, terwijl de bestuurlijke lijnen kort blijven. Dit kan juist ook betekenen dat het lastig is voor de organisatie om twee of meer besturen (voor zover die verschillende en heel plaatselijke belangen op de voorgrond zetten) te bedienen.
Woningaanbod:
Ook in dit scenario is het mogelijk dat door ambtelijke samenwerking meer ruimte op functies ontstaat. Tegelijk heeft deze organisatie dan twee of meer besturen te bedienen, wat vooral werkt als de opgaven/belangen van deze besturen in elkaars verlengde liggen. Dit geldt ook voor regionale strategische invloed. Die neemt in het geval van ambtelijke samenwerking alleen toe als opgaven/belangen van deze besturen in elkaars verlengde liggen.
Oriëntatie:
Aan de oriëntatie van inwoners verandert voorlopig niets, tenzij bijvoorbeeld sportverenigingen niet meer in de eigen gemeente terecht kunnen en daarom uitwijken naar andere gemeenten.
Doesburg vindt geen opschalingspartner en blijft zelfstandig
Voorzieningen:
Het voorzieningenaanbod zal verder verschralen. Binnen enkele jaren zullen mogelijk belangrijke voorzieningen gesloten moeten worden.
Woningaanbod:
De nu voorgenomen plannen zullen wellicht nog gerealiseerd kunnen worden, maar de druk op de organisatie blijft en maakt de situatie zeer kwetsbaar. Bij vertrek van enkele ambtenaren kan de expertise en het historisch besef zomaar verdwijnen, wat in dergelijke langjarige dossiers veel impact kan hebben. Dit terwijl er op het woondossier steeds meer komt kijken, bijvoorbeeld op aspecten van duurzaamheid en sociaal domein/zorg.
Oriëntatie:
Aan de oriëntatie van inwoners verandert voorlopig niets, tenzij bijvoorbeeld sportverenigingen niet meer in de eigen gemeente terecht kunnen en daarom uitwijken naar andere gemeenten.
36.
4. Samenstelling bevolking en aanpak sociale vraagstukken De gemeenteraad van Doesburg heeft de vierde opgave op de meetlat voor bestuurskracht als volgt benoemd. De sociale opgave van Doesburg, met speciaal oog voor de demografische kenmerken van Doesburg, en de kansen en kwetsbaarheden hierin. Om deze opgave in beeld te brengen, zijn twee onderzoeksvragen benoemd. 1. Hoe ontwikkelt de Doesburgse bevolkingssamenstelling zich door de jaren heen? Welke verschillen (leeftijd en buurt) zijn er tussen inwoners van de gemeente Doesburg? Wat betekent dit voor de sociale opgave, ook in relatie tot zorg en veiligheid? 2. Wat zijn de sociale opgaven van Doesburg? Wat is de visie van Doesburg hierin? Hoe werkt Doesburg hierin samen met maatschappelijke partners en de regio? Wat zijn met betrekking tot toekomstbestendigheid de kansen en kwetsbaarheden van de sociale aanpak? Wat is het niveau van sociale voorzieningen ten opzichte van wettelijk kader en in relatie tot andere gemeenten? In de volgende paragrafen beschrijven we de bevindingen van het onderzoek naar deze vragen. 4.1.
Bevindingen Relatief veel inwoners in kwetsbare positie (vergrijzing, eenzaamheid, stapeling van problematiek) Zoals de toekomstvisie uit 2021 al signaleerde, is er in Doesburg sprake van steeds meer ouderen, steeds minder jongeren, veel inwoners die leven van een minimum/bijstand en meer dan gemiddeld veel zorg vanuit de Wmo.3 Ook worden in de toekomstvisie zorgen rondom jeugd benoemd: relatief veel jongeren maken gebruik van jeugdhulp, relatief veel kinderen leven in armoede en er zijn relatief veel achterstandsleerlingen ten opzichte van de regio.1 Dit beeld is in 2024 niet anders. Op www.waarstaatjegemeente.nl behoort Doesburg samen met 11 andere Nederlandse gemeenten tot het type ‘perifere gemeente met sociale en economische uitdagingen: hoge werkloosheid, laag gemiddeld inkomen en hoge afhankelijkheid van sociale uitkeringen’. De andere gemeenten van dit type liggen allemaal in oost Groningen en zuid Limburg, met nog één andere uitzondering: het aan Doesburg grenzende Rheden. Uit de gehouden interviews blijkt dat gemeente en maatschappelijke partners het bovenstaande beeld van Doesburg delen. Samenvattend zien zij: meer dan in veel andere gemeenten is er in Doesburg sprake van vergrijzing, van eenzaamheid, van relatief veel jeugdproblematiek en ook van relatief grote stapeling van problematiek.
Het gezamenlijke beeld is ook: we hebben weliswaar grootstedelijke problematiek, maar de anonimiteit die bij een grote stad hoort, hebben we minder. We kijken naar elkaar om. Grote verschillen tussen wijken en sterke schouders in Doesburg niet gemakkelijk te benutten in wijken met meer kwetsbaarheid Het algemene beeld geldt niet voor alle wijken: de verschillen tussen de wijken in Doesburg zijn groot. Dat blijkt uit de interviews en wordt ook bevestigd door de gegevens op waarstaatjegemeente.nl. 1
37.
Nota van Bevindingen ten behoeve van de Toekomstvisie Doesburg, Berenschot (2020).
Betrokkenheid
Een andere manier om naar die verschillen te kijken is via ‘betrokkenheidsprofielen’. Betrokkenheidsprofielen onderscheiden op basis van acht soorten groepen inwoners die van elkaar verschillen (Re)actieve Emptynesters in vertrouwen in de overheid (horizontale as) en algemene betrokkenheid (verticale as). Het verschil Eigenzinnige met bijvoorbeeld waarstaatjegemeente is dat Lokalen sociaal-demografische kenmerken zoals leeftijd, opleidingsniveau en welstand gecombineerd en verrijkt zijn met onderzoeksdata over betrokkenheid van inwoners bij de eigen leefomgeving, hun vertrouwen in instituties, participatiegedrag en communicatievoorkeuren. Onderstaande tabel Stille laat zien dat er tussen Doesburgse wijken grote Overlevers verschillen zijn in de meest voorkomende betrokkenheidsprofielen. En dat zegt vervolgens weer veel over het daar aanwezige vertrouwen in instituties, zoals de gemeente, woningcorporaties en (grote) zorginstellingen en over het vermogen en de bereidheid om betrokken te zijn èn over de aanwezige voorkeurstijlen om actief mee te kunnen en willen doen.
Idealistische Globalisten
Bescheiden Grijzen
Ik-gerichte Starters
Gehaaste Gezinnen
Alerte Families © Citisens
Mensen ‘activeren’ vraagt in Zuidelijk Molenveld, met veel Stille Overlevers die èn een laag vertrouwen in de gemeente hebben èn een lage betrokkenheid, iets anders, en is daar ook weerbarstiger, dan in De Ooi, met veel Alerte Families, die op vertrouwen en betrokkenheid iets hoger scoren, of dan in Beinum II, met veel Gehaaste Gezinnen, waar lage betrokkenheid vooral een gevolg is van gezinsdrukte (naast laag vertrouwen) en waar het er als gemeente dus op aankomt om het communicatiemiddel en tijdstip van interactie goed te kiezen. Wijk
Meest voorkomende profielen
Oude stad binnen de gracht
Ik-gerichte Starters (31%) (Re)actieve Emptynesters (24%) Bescheiden Grijzen (19%)
Noordelijk Molenveld
Stille Overlevers (53%) Alerte Families (21%)
Zuidelijk Molenveld
Stille Overlevers (74%)
De Ooi
Alerte Families (34%) Eigenzinnige Lokalen (32%) Stille Overlevers (20%)
Beinum I
Stille Overlevers (37%) Alerte Families (35%)
Beinum II
Gehaaste Gezinnen (35%) (Re)actieve Emptynesters (18%) Alerte Families (18%)
Verspreide huizen
Eigenzinnige Lokalen (50%) Bescheiden Grijzen (25%) Alerte Families (25%)
Figuur 21: Betrokkenheidsprofielen per wijk
38.
Vertrouwen
Aanpak sociale opgaven Zoals gezegd, ziet de gemeente (net als haar maatschappelijke partners) vergrijzing, eenzaamheid, relatief veel jeugdproblematiek en ook de relatief grote stapeling van problematiek (langdurige/ generationele armoede, schuldenproblematiek, samenhangende problemen in zorg) als de sociale opgave in Doesburg. Om de uitdaging aan te gaan, werkt de gemeente regionaal samen met andere gemeenten, werkt ze lokaal samen met maatschappelijke partners en doet de gemeente ook relatief veel zelf, zeker voor een gemeente van deze omvang. Regionale afhankelijkheid groot en invloed beperkt Regionaal werkt Doesburg op het sociaal domein samen in de Modulaire GR Sociaal Domein Centraal-Gelderland (MGR), een samenwerkingsverband van 11 gemeenten in de regio rondom Arnhem. Deze gemeenten werken samen op zes onderwerpen: 1. de inkoop, het contractmanagement en het contractbeheer van maatwerkvoorzieningen en specialistische zorg, Jeugd, Wmo en activerend werk; 2. het Regionaal Bureau Leerlingzaken, gericht op het bevorderen van een startkwalificatie voor jongeren (Doesburg werkt voor leerlingen die in de Achterhoek op school gaan ook samen met RMC Achterhoek); 3. het werkgeversservicepunt, dat werkgevers helpt bij de invulling van vacatures, en zo aan het aan het werk helpen van mensen vanuit een uitkering (Doesburg werkt op arbeidsparticipatie ook samen met Doetinchem); 4.
het onderbrengen van de arbeidsovereenkomsten van medewerkers met een indicatie voor de Wet sociale werkvoorziening; 5. het contractbeheer en contractmanagement van inburgeringstrajecten die de deelnemende gemeenten hebben ingekocht ten behoeve van de uitvoering van de Wet inburgering; 6. het regiosecretariaat, het regio-advies Jeugd en de regionale projecten Jeugd. Getalsmatig is Doesburg hier klein en ook afhankelijk van wat de anderen willen. Ook is de ambtelijke capaciteit om bestuurlijke overleggen voor te bereiden zeer beperkt. Er komt veel op de wethouder zelf aan. Transities, van maatwerk naar collectief en van inzet deskundigheid naar voorliggend veld, vormen een uitdaging. Maatschappelijke partners missen partnerschap en slagkracht Lokaal wordt de uitdaging gezien om van maatwerk, waar Doesburg van oudsher veel in doet, te ontwikkelen naar collectief geregelde sociale voorzieningen en initiatieven en het versterken van de sociale basis. Voor een deel gebeurt dit ook zeker al, bijvoorbeeld door het herinrichten van oude voetbalvelden met lokaal initiatief, het opzetten van wijkraden, de Beweegbus voor sport, en de huiskamer van de stad. Tegelijkertijd is de inschatting (van zowel de gemeenten als de maatschappelijke partners) dat het zorgveld en de sociale voorzieningen nog beter op de doelgroep ingericht kunnen worden.
De transitie van maatwerk naar meer collectiviteit en van de inzet van deskundigheid naar het benutten van het eigen netwerk en het voorliggend veld, is tegelijk niet gemakkelijk. Ook omdat collectieve voorzieningen en initiatieven om een massa aan deelnemers vragen die niet zomaar georganiseerd is. Maatschappelijke partners zien dat de gemeente wel wil, maar het niet altijd kan waarmaken, vanwege krappe bezetting en middelen. Ze roemen de korte lijnen met de gemeente, maar
39.
bijvoorbeeld in de ontwikkeling van beleid (en de opvolging van bijeenkomsten waarbij het veld betrokken is) missen ze partnerschap van de gemeente, evenals slagkracht om van plannen naar uitvoering te komen en om verbindend regie te voeren in het veld. Ze zien vanuit de historie en cultuur van de gemeente een voorkeursstijl om mensen 1-op-1 en direct te willen helpen. De gemeente is gewend om met haar consulenten maatwerk te leveren. Men kent elkaar, dus er is ook goed contact tussen hulpverleners en (minima)huishoudens. De bekendheid, dichtbij de doelgroep, is een kracht van Doesburg. Maar op termijn is deze vorm van maatwerk niet houdbaar en ook niet wenselijk, omdat het er echt om gaat mensen meer op hun eigen kracht aan te spreken en om het netwerk van mensen te versterken in plaats van hen als gemeente direct met hun problemen te helpen. Zicht op effectiviteit is beperkt en wettelijke taken zijn nog nèt te doen De gemeente werkt op een deel van de Participatiewet weliswaar samen met de MGR (zie hierboven), maar doet op de bijstand ook veel zelf, net als op de Wmo. Als aandeel van de totale formatie van de gemeente Doesburg is het sociaal domein in Doesburg groot. Tegelijk is de formatie, gezien de uitdaging, krap. Ook op dit beleidsterrein speelt dat functies dun bezet zijn. Een andere uitdaging is het werken met en op basis van data-inzichten.
Er is geen capaciteit voor data-analyse. Bepaalde sturingsinformatie, bijvoorbeeld om de effectiviteit van individueel maatwerk af te wegen tegen collectieve voorzieningen, ontbreekt. Hierop verbeteren vergt ook strakkere afspraken met gesubsidieerde partners en hulp vanuit de regio. Het beeld uit interviews is dat de gemeente het nog net aankan. Sommige (wettelijke) taken kunnen alleen met weinig aandacht gedaan worden en Doesburg moet daarin genoegen nemen met een 6. Re-integratie bij werk en inkomen blijft op dit moment achter en er is slechts beperkt ruime om hier via inhuur iets aan te doen. Ook op toezicht binnen het sociaal domein is het kwetsbaar, en spannend als er zich daadwerkelijk incidenten zouden voordoen. Doesburg ervaart in het sociaal domein hulp van burgerinitiatieven. Als dat wegvalt, is dat een probleem. En als er nog meer wettelijke taken bijkomen en middelen wegblijven, dan vormt dat een serieus risico voor Doesburg. In die zin is de situatie voor de toekomst niet houdbaar. Minimaregelingen zijn in Doesburg niet duidelijk ruimer dan in omliggende gemeenten Een vraag die door de raad is meegegeven in dit onderzoek, is wat het niveau is van sociale voorzieningen in Doesburg ten opzichte van het wettelijk kader en in relatie tot andere gemeenten.
In gevoerde gesprekken werd zo nu en dan het verhaal verteld dat Doesburg vanwege de identiteit van de gemeente van oudsher uitgebreide sociale regelingen heeft. Een vergelijking van de normen voor minimaregelingen (in termen van percentage van bijstandniveau) van Doesburg met die van omliggende gemeenten (op basis van informatie die daarover op de websites van de verschillende gemeenten te vinden is) bevestigt dit beeld niet. Doesburg positioneert zich hierin eerder als gemiddeld of benedengemiddeld, al moet aangemerkt worden dat de precieze toepassing in de praktijk per gemeente kan verschillen. Opvallend is dat Doesburg van de onderstaande gemeenten de enige gemeente is die niet participeert in de Gelrepas, een gratis pas voor mensen met een laag inkomen. Op de Gelrepas staat een tegoed, afhankelijk van leeftijd en woonplaats. Pashouders kunnen dit tegoed besteden aan sport, cultuur of andere activiteiten in hun gemeente of daarbuiten. Ook hierin opereert Doesburg dus niet ‘ruimer’ dan omliggende gemeenten.
40.
Bijzondere bijstand (ook gevallen van 130% bekend in NL) Individuele inkomenstoe-slag (ook gevallen van 120% bekend in NL)
Arnhem
Doesburg
Duiven
110%
120% en deels 100% (kosten ‘Laag inkovan het levens men, ook WW onderhoud en en AOW’ woonkosten)
Rheden
W’voort
Zevenaar
120%
‘Laag inkomen, ook WW en AOW’
110%, maar ook hoger
100-110% (schatting)
110%
110%
110%
110%
110%
Maatwerk budget gebruiksgoe-deren/‘witgoed-regeling’ (ook gevallen van 140% bekend in NL)
?
100% (tijdelijke subsidierege-ling energiezuinig witgoed)
120%
?
120%
?
Collectieve zorgverzeke-ring
120% (schatting)
120% (vanaf 2022)
120-140%
?
120%
120-140%
Tegemoetko-ming chronisch zieken en gehandicapten
150%
120%
120%
?
120%
?
Figuur 22: Minimaregelingen voor Doesburg en omliggende gemeenten
De huur van een sociale huurwoning ligt in Doesburg gemiddeld lager dan in omliggende gemeenten Wel is het zo, en dat wordt in de gevoerde gesprekken ook van meerdere zijden bevestigt, dat sociale huurwoningen in Doesburg aantrekkelijk zijn voor inwoners van buiten de gemeente (het woononderzoek uit 2023 laat ook zien dat er een relatief hoge instroom is vanuit Arnhem en omgeving). Dit wordt verklaard door relatief lage huurprijzen die de Doesburgse woningcorporatie rekent voor haar huurwoningen. Een huurwoning in Doesburg is per vierkant meter merkbaar goedkoper dan huurwoningen in omliggende gemeenten waarmee (inwoners van) Doesburg het woonruimteverdeelsysteem deelt, wat wil zeggen dat ze op dezelfde wachtlijst staan en op dezelfde woningen kunnen intekenen. 4.2. Krachten en kwetsbaarheden Krachten • De Doesburgse organisatie opereert nabij de doelgroepen in het sociaal domein. Medewerkers doen hun werk met grote inzet en mensen worden gekend. Doesburg kan relatief snel schakelen en heeft veel ervaring met het leveren van maatwerk. Kwetsbaarheden • Gegeven de bevolkingssamenstelling van Doesburg en de problematiek die speelt, is de slagkracht van de organisatie beperkt. Ook op dit beleidsterrein zijn functies dun bezet.
Sommige taken kunnen alleen met weinig aandacht gedaan worden en voor enkele wettelijke taken, zoals toezicht, is het spannend als er zich daadwerkelijk incidenten zouden voordoen. En als er nog meer wettelijke taken bijkomen en middelen wegblijven, is de situatie voor de toekomst niet houdbaar. En ook nu al is er voor zaken die in andere gemeenten heel gewoon zijn, zoals het werken met en op basis van data-inzichten, geen capaciteit.
41.
• Een kracht van Doesburg, ‘maatwerk’, is tegelijk ook een zwakte, want op termijn niet meer organiseerbaar. De inschatting van betrokkenen is dat het zorgveld en de sociale voorzieningen in Doesburg nog beter op de doelgroep ingericht kunnen worden. Op termijn is de omvang van individueel maatwerk niet meer houdbaar en ook niet wenselijk, omdat het er om gaat mensen meer op hun eigen kracht aan te spreken en om het netwerk van mensen te versterken in plaats van hen als gemeente direct met hun problemen te helpen. • Stakeholders missen bij de gemeente partnerschap. Het gaat dan om gelijkwaardigheid, samen optrekken en navolgbaarheid van keuzes van de gemeente, bijvoorbeeld in de ontwikkeling van beleid en bij gebrek aan verbindende regie in het veld. 4.3. Aandachtspunten voor scenario’s Gegeven de krachten en kwetsbaarheden in de voorgaande paragraaf, zien wij op deze opgave de volgende uitdagingen voor Doesburg: Bestuurlijke schaalvergroting De organisatie zal waarschijnlijk met meer afstand tot doelgroepen gaan opereren, al is daar met een gebiedsgerichte aanpak ook iets op te organiseren. Op het sociaal domein zullen meerdere organisaties en meerdere werkwijzen worden geïntegreerd waarbij er een nieuwe passende werkwijze zal moeten ontstaan.
Deze integratie biedt kansen in de aansluiting van het sociaal domein op het veld de balans nog meer op te zoeken tussen individueel maatwerk en collectieve voorzieningen en tussen expertise en benutten voorliggen veld, zeker omdat er een nieuwe cultuur zal moeten ontstaan. Mogelijk ontstaat er door iets minder krappe formatie ruimte om tot een betere bezetting van functies te komen en ook om meer te investeren in het partnerschap met stakeholders. De keuze binnen of buiten GMR is op dit domein relevant. Zou Doesburg op dit domein kiezen voor buiten GMR dan betekent dat ook uittreding uit de MGR waar nu veel mee wordt samengewerkt op het sociaal domein.
Ambtelijke samenwerking op weg naar bestuurlijke schaalvergroting Door ambtelijke samenwerking kan mogelijk een iets ruimere bezetting worden gecreëerd dan nu het geval is. Ook op dit domein speelt dat het voor een organisatie complex is om meerdere besturen te bedienen en is de winst dus afhankelijk van de te kiezen samenwerkingspartner(s) en zijn/ hun opgaven en werkwijze. Afhankelijk daarvan biedt deze samenwerking ook kansen in de aansluiting van het sociaal domein op het veld de balans nog meer op te zoeken tussen individueel maatwerk en collectieve voorzieningen en tussen expertise en benutten voorliggend veld, op weg naar een nieuwe gemeente.
Doesburg vindt geen opschalingspartner en blijft zelfstandig In dit scenario nemen de kwetsbaarheden die nu al genoemd zijn verder toe. Als het Rijk nog meer gaat vragen van gemeenten, zonder daarbij voldoende middelen ter beschikking te stellen, kan Doesburg haar uitdagingen op het sociaal domein niet meer aan.
42.
5. Economie, toerisme en cultuur De gemeenteraad van Doesburg heeft de vijfde opgave op de meetlat voor bestuurskracht als volgt benoemd. De veerkracht van Doesburg als gekeken wordt naar economie, toerisme, cultuur en de (aantrekkings)kracht van de historische binnenstad. Om deze opgave in beeld te brengen zijn een aantal onderzoeksvragen benoemd. 1. Wat zijn de kansen en kwetsbaarheden met betrekking tot de economie, toerisme, cultuur? Welke rol speelt de aantrekkelijkheid van de binnenstad hierin? 2. In hoeverre stimuleert het gemeentelijk beleid en de inzet van bestuurders en ambtenaren het ondernemend klimaat in Doesburg in brede zin? Hoe wordt in de binnenstad balans gehouden tussen prettig wonen en toerisme? In de volgende paragrafen beschrijven we de bevindingen van het onderzoek naar deze vragen. 5.1. Bevindingen Doesburg scoort economisch vaak lager in vergelijking met omliggende gemeenten en het provinciaal en landelijk gemiddelde Doesburg heeft de laatste jaren geen cijfers meer verzameld over haar economische staat en ontwikkelingen, maar op basis van openbare data valt de Doesburgse economie alsnog cijfermatig te duiden. Om de cijfers in perspectief te plaatsen, vergelijken we deze met de gemeenten met wie Doesburg de Liemerse Economische Visie heeft opgesteld: Duiven, Zevenaar, Westervoort en Montferland.
Waar mogelijk maken we ook een vergelijking met de gemiddelde cijfers voor de provincie Gelderland en voor heel Nederland. Economische prestaties Voor de algehele economische prestaties kijken we naar de Ranglijst Economische Toplocaties van Bureau Louter over 2021, waarin de economische score van alle Nederlandse gemeenten gerangschikt wordt.1 Daarbij staat Doesburg op plaats 277 van de 339. In 2011 was dat nog plaats 271. Als we dit vergelijken met Duiven, Zevenaar, Westervoort en Montferland, is de rangorde als volgt: Plaats Ranglijst Economische Toplocaties 2021:
Plaats Ranglijst Economische Toplocaties 2011:
Duiven
69
90
Zevenaar
158
196
Montferland
268
236
Doesburg
277
271
Westervoort
336
339
Figuur 23: Ranglijst economische toplocaties 2021 en 2021 (Bron: Bureau Louter)
1
https://etil.blob.core.windows.net/media/bureau-louter-economische-toplocaties-2022.pdf
43.
Alleen Westervoort scoort dus lager dan Doesburg. Daarbij hebben Duiven, Zevenaar, en Westervoort in 10 jaar hun positie op de ranglijst (iets) verbeterd, terwijl Doesburg en Montferland gezakt zijn. Bedrijfsvestigingen Als we naar de bedrijfsvestigingen2 per 10.000 inwoners kijken, zijn de scores als volgt, waarbij de gemeenten op volgorde van minste naar meeste vestigingen staan: Aantal vestigingen per inwoners 10.000 in 2024:
Aantal vestigingen per inwoners 10.000 in 2020:
Westervoort
1004
820
Doesburg
1111
954
Zevenaar
1122
967
Montferland
1155
984
Duiven
1216
1030
Gelderland
1333
1149
Nederland
1417
1202
Figuur 24: Aantal bedrijfsvestigingen per 10.000 inwoners (Bron: Waarstaatjegemeente.nl)
Ook voor dit economische kenmerk geldt dat alleen Westervoort lager scoort dan Doesburg. De score van Doesburg ligt dan weer een stuk lager dan de gemiddelde scores voor Gelderland en Nederland. Leegstand verkooppunten Voor leegstand verkooppunten gelden de volgende percentages, waarbij de gemeenten op volgorde van laagste naar hoogste percentage staan: Percentage leegstand verkooppunten in 2024:
Percentage leegstand verkooppunten in 2019:
Montferland
8,2%
10,8%
Zevenaar
9,4%
10,6%
Doesburg
11,5%
6,4%
Duiven
23,6%
18,0%
Westervoort
30%
19,2%
Gelderland
9,4%
8,4%
Nederland
9,3%
9,3%
Figuur 25: Percentage leegstand verkooppunten (Bron: Waarstaatjegemeente.nl)
Doesburg scoort dus een stuk beter dan Duiven en Westervoort, maar minder dan Zevenaar en Montferland en ook minder dan de provinciale en landelijke gemiddelden. Daarbij valt ook op 2 Elke afzonderlijk gelegen ruimte, terrein of complex van ruimten of terreinen, benut door een bedrijf voor uitoefening van de activiteiten. Ieder bedrijf bestaat uit tenminste één vestiging. Meerdere locaties van een bedrijf binnen één postcodegebied worden als één vestiging beschouwd.
44.
dat het percentage leegstand ten opzichte van 2019 voor Doesburg meer is toegenomen dan voor de andere gemeenten, provincie en Nederland. Voorraad bedrijventerreinen Tot slot is de ruimte die een gemeente nog heeft voor bedrijventerreinen een indicator voor economische groeimogelijkheden. Daarvoor ziet de vergelijking er als volgt uit, waarbij de gemeenten weer van minst tot meest beschikbare hectaren gerangschikt zijn: Aantal hectare beschikbaar voor bedrijventerreinen Doesburg
0,0
Westervoort
1,0
Montferland
1,2
Duiven
6,6
Zevenaar
9,6
Gemiddelde gemeenten in Gelderland
11,8
Nederland
9,3%
Figuur 26: Aantal beschikbare hectare voor bedrijventerreinen (Bron: Gelderland in Cijfers)
In Doesburg is er dus geen fysieke ruimte meer beschikbaar voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen. De gemeenten waarmee Doesburg economisch samenwerkt hebben (iets) meer ruimte; en gemiddeld genomen hebben de andere gemeenten in Gelderland een stuk meer ruimte. Conclusie Als we naar alle bovenstaande cijfers kijken, oogt de Doesburgse economie niet sterk. Doesburg neemt in de economische ranking van Nederlandse gemeenten plaats 277 van de 339 in en scoort in veel economische opzichten lager dan wat gemiddeld is in de provincie en in het land. In vergelijking met de gemeenten uit de Liemerse Economische Visie presteert alleen Westervoort slechter. Het beeld van de Doesburgse economie als niet de sterkste, komt overeen met de conclusie die Berenschot in 2020 trok in haar nota van bevindingen voor de Toekomstvisie (p. 83): zij stelde dat de Doesburgse economie klein en kwetsbaar overkomt en dat er een sterke afhankelijkheid is van de regio en de grote bedrijven in Doesburg. Economische kracht en groeimogelijkheden van Doesburg zitten in toerisme Toch heeft de economie van Doesburg ook een belangrijke kracht: toerisme. Doesburg is op twee manieren aantrekkelijk voor toeristen. Zij bezoeken Doesburg, omdat het een Hanzestad is met historie, culturele evenementen en musea.
Daarnaast is Doesburg met haar ligging aan de IJssel een goede uitvalbasis voor natuurrecreatie: mensen kunnen gaan wandelen of fietsen in de omgeving en het water op gaan. Doesburg wil in toerisme investeren en heeft Kwaliteitstoerisme en toegankelijke natuurrecreatie tot de derde pijler van het coalitieakkoord 2022-2026 gemaakt. Cijfers uit de Monitor Toerisme Achterhoek 2022 laten zien dat toerisme niet alleen een potentiële economische kracht is, maar dat er ook daadwerkelijk geld en groei in zit. In 2022 leverden toerisme en recreatie € 17,9 miljoen aan bestedingen op. Die bestedingen komen uit verblijfsre-
45.
creatie, horeca en overige dagrecreatie. In 2019 was de totale besteding toerisme en recreatie nog € 11,7 miljoen. De bestedingen zijn tussen 2019 en 2022 dus met 53 procent gestegen. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat uit gesprekken blijkt dat het lastig is om te concluderen of het toerisme anno 2024 groeit, stagneert of krimpt. Daar verschillen de meningen over. Cijfers die bezoekersaantallen en/of -uitgaven meten, ontbreken. Mogelijk kan het bezoekersstromensysteem dat de gemeente sinds kort heeft op termijn meer duiding geven aan de cijfermatige staat van het toerisme in de stad. In Doesburg zijn er mogelijkheden om het toerisme verder te versterken, wat weer een effect kan hebben op de economie. Meerdere gesprekspartners zien deze mogelijkheden. Zij wijzen onder meer op het zichtbaarder maken van de Doesburgse linies, het verder ventileren van de historische verhalen die er over Doesburg zijn en meer investeren in Doesburg als uitvalbasis voor natuurrecreatie. Inwoners van Doesburg steunen toeristische karakter van de stad en de ontwikkeling ervan Toerisme kan ook op de steun rekenen van de inwoners van Doesburg. Uit de Meting Toerisme in de Hanzesteden uit maart 2024 scoren respondenten uit Doesburg hun steun voor toerisme 3,8 op een schaal van 5. Hun ervaren positieve impact van toerisme geven ze een 3,7.
En tot slot vindt 81% van de ondervraagden dat Doesburg een toeristische bestemming moet blijven. De resultaten van de inwonersconsultatie bevestigen dit en laten zien dat Doesburgers niet alleen vinden dat de stad haar toeristische karakter moet behouden, maar dat ze ook achter een gemeente staan die actief in dat toerisme investeert. Met de stelling ‘Het is belangrijk dat Doesburg toeristen naar de gemeente trekt’, is 70% het eens. Uitgesplitst naar bewoners die wel en niet in de binnenstad wonen, zijn de cijfers respectievelijk 73% en 68%.
Toeristen naar de gemeente
2%
1% 14%
13%
TOTAAL
16%
70%
BINNENSTAD
12%
73%
Oneens
Neutraal
18%
13%
BUITENSTAD 68%
Eens
Weet niet
Figuur 27: Weergave antwoord op de stelling ‘Het is belangrijk dat Doesburg toeristen naar de gemeente trekt.’
46.
Beelden over verhouding tussen wonen en toerisme in de binnenstad lopen uiteen, maar balans lijkt er momenteel te zijn Het toerisme in Doesburg focust zich op de binnenstad. Een risico daarvan is dat er een disbalans ontstaat tussen de aanwezigheid van toeristen en het woonplezier van de bewoners van de binnenstad. In gesprekken komen verschillende meningen terug over de huidige balans tussen wonen en toerisme in de stad. Als we naar de resultaten van de inwonersconsultatie kijken, lijkt de balans er momenteel te zijn. Van de Doesburgers is 66% het oneens met de stelling dat het te druk is in de binnenstad. Als we kijken hoe dat is voor inwoners van de binnenstad, is 64% het daar mee oneens. Dat is iets lager dan bewoners uit andere wijken: van hen is 67% het oneens met de stelling. Druk in de binnenstad 3% 14%
1% 66%
4%
16%
13%
BINNENSTAD
BUITENSTAD
67% 17%
TOTAAL 19%
Oneens
64%
Neutraal
Eens
16%
Weet niet
Figuur 28: Weergave antwoord op de stelling ‘Het is te druk in de binnenstad van Doesburg.’
Geld en menskracht ontbreken in Doesburg om beleid te maken en strategisch te sturen op de economie Het gemeentebestuur van Doesburg wil de economie van de stad graag stimuleren: “Om een goed ondernemersklimaat te stimuleren, bedrijven te behouden en leegstand te voorkomen zal er actiever worden ingezet op acquisitie en een ondersteunende rol vanuit de gemeente. Doesburg heeft een groot potentieel, en dat potentieel dient optimaal te worden benut.” (Coalitieakkoord 2022-2026, p. 7) In de praktijk heeft Doesburg echter geen uitgewerkt beleid om de economie te stimuleren. Het gemeentebestuur had in 2024 een economische visie willen opstellen, maar heeft daar geen geld en mensen voor. Doesburg maakt wel samen met Duiven, Zevenaar, Westervoort en Montferland deel uit van de Liemerse Economische Visie, gericht op logistiek, maakindustrie, detailhandel en vrijetijdseconomie. Uit gesprekken blijkt dat deze samenwerking op dit moment nog geen echt concrete resultaten oplevert. Dit geldt overigens niet alleen voor Doesburg, maar ook voor de andere gemeenten die onderdeel uitmaken van het samenwerkingsverband. De gemeenten zijn nog samen aan het kijken hoe ze de samenwerking willen inrichten en hoe ze er resultaten uit kunnen halen. Doesburg heeft wel een Visie Toerisme 2023-2030, inclusief uitvoeringsprogramma.
Tegelijkertijd zijn belangrijke thema’s die samenhangen met toerisme niet verder uitgewerkt. Om toeristen te trekken naar de stad voor cultuur en evenementen, helpt het om een plan en doelen te hebben voor het behouden en versterken van het culturele aanbod en evenementenaanbod. Maar zowel de cultuurnota als het evenementenbeleid van Doesburg dateert uit 2017. Uit gesprekken met de gemeentelijke organisatie blijkt dat economie, toerisme en cultuur noodgedwongen als één beleidsthema aangevlogen worden, weer door dat gebrek aan mensen
47.
en geld. Het ontbreken van overkoepelend beleid en doelstellingen op economisch vlak en het ontbreken van beleid op thema’s die samenhangen met toerisme, maakt het lastiger voor de gemeente om de economische ontwikkeling van Doesburg strategisch te stimuleren. En het maakt het weer lastiger voor de raad om zijn kaderstellende en controlerende rol te vervullen. Ook in de praktijk wordt sturing en beleid vanuit de gemeente op het gebied van economie en toerisme gemist. Ondernemers en spelers in toerisme en cultuur uiten in gesprekken hun waardering voor de korte lijntjes met de gemeente en het feit dat er bij relatief eenvoudige vragen en zorgen veel bereidheid is om mee te denken en zaken snel opgelost worden. Tegelijkertijd zien ze een gebrek aan overkoepelend beleid en sturing op thema’s die belangrijk zijn om economie en toerisme in stand te houden en te stimuleren. Denk hierbij aan parkeerbeleid voor zowel auto’s als fietsen en leegstandbeleid, maar ook zaken als duurzaamheid en hittestress. Tot slot werkt het gebrek aan beleid en visie ook door in de regionale samenwerkingsverbanden die Doesburg heeft: Doesburg heeft niet het geld en de capaciteit om voldoende in die samenwerkingsverbanden te investeren, en laat daarmee mogelijk kansen liggen.
Wat betreft samenwerkingsverbanden op het gebied van economie, investeert Doesburg daar naar eigen zeggen niet echt in: de focus ligt vooral op intern de boel op orde houden. Voor de toeristische samenwerking zijn allereerst Achterhoek Toerisme en daarnaast Hanzesteden Marketing voor Doesburg belangrijk. Via Achterhoek Toerisme heeft Doesburg bijvoorbeeld voor drie dagen per week een stadspromotor. Tegelijkertijd kan Doesburg ook hier qua geld en (bestuurlijke) aanwezigheid niet in investeren wat je zou verwachten of willen. Doesburg zit bijvoorbeeld niet in de Vrijetijdsagenda van het Achterhoek Toerisme, terwijl daar de meeste projecten inzitten. Dit kan ook negatieve effecten hebben voor de financiering van het toerisme in Doesburg: financiering van de provincie die via Achterhoek Toerisme loopt, moet Doesburg nu zelf regelen. Doesburg heeft een eenzijdige focus op toerisme als het op de economie aankomt In aanvulling op de vorige paragraaf, lijkt Doesburg een eenzijdige focus te hebben op toerisme als het op de economie aankomt. De Doesburgse economie ís toerisme. Andere sectoren zoals de horeca en detailhandel leunen daar weer op: die draaien hun meeste omzet tussen mei en september.