Bijlage 2 Ontwerp MJPB 2026-2029 incl. gewijzigde begroting 2025 versie bestuur 27 februari 2025
Tekst van het document
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAN
födl x arnhem I Ccjv / nymegen VERVOERSORGANISATIE
rartir'l arnhem I mimeden ^VERVOERSORGANISATIE
Inhoudsopgave
Inleiding______________________________________________________________ 3
1. 1.1.
Procedure begroting
5
1.2.
Uitgangspunten MJPB 2026-2029
5
1.3.
Uitgangspunten gewijzigde begroting 2025
9
1.4.
Afwijkende uitgangspunten gemeenten
12
2.
Beleidsbegroting
14
Programmaplan
14
2.1. 2.1.1.
Programma vraagafhankelijk vervoer
15
2.1.2.
Programma routevervoer
16
2.1.3.
Overzicht overhead
18
Paragrafen
2.2.
18
2.2.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
19
2.2.2.
Financiering
21
2.2.3.
Bedrijfsvoering
22
Financiële begroting
24
3. 3.1.
Overzicht baten en lasten
24
3.2.
Toelichting baten en lasten
24
3.3.
Reserves en voorzieningen
25
Bijlage 1 : Overzicht baten en lasten per taakveld
Bijlage 2: Overzicht gemeentelijke bijdragen
27
28
Bijlage 3: Geprognosticeerde balans
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAN
30
p. 2 / 30
rpdir\ arnhem I mimeden VERVOERSORGANISATIE
1. Inleiding Hierbij treft u de Meerjarenprogrammabegroting (MJPB) 2026-2029, inclusief de gewijzigde begroting 2025, van de Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem Nijmegen (BVO DRAN) aan.
Het Algemeen Bestuur heeft met vaststelling van de Kaderbrief 2026 de algemene financiële uitgangspunten
voor de opbouw van de meerjarige begroting bepaald. De deelnemende gemeenten nemen zelf beleidsbeslissingen en zijn verantwoordelijk voor het stellen van de beleidsmatige kaders.
Voor het opstellen van de MJPB zijn door de BVO DRAN de algemene uitgangspunten gehanteerd, tenzij een deelnemende gemeente het verzoek heeft ingediend hiervan af te wijken of er op basis van nadere analyses door de BVO DRAN is gekozen voor een afwijkend algemeen uitgangspunt. In paragraaf 1.2 en 1.3 wordt
ingegaan op de algemene financiële uitgangspunten van deze MJPB. Door gemeenten gewenste afwijkingen worden in paragraaf 1.4 toegelicht. Besluit Begroting en Verantwoording
Bij het opstellen van een meerjarige begroting voor Gemeenschappelijke Regelingen (GR) dient te worden geconformeerd aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Dit zorgt voor de volgende opzet van de MJPB van de BVO DRAN.
In de basis bestaat de begroting uit 2 onderdelen (art. 7 lid 1 BBV): •
de beleidsbegroting (hoofdstuk 2)
•
de financiële begroting (hoofdstuk 3)
De beleidsbegroting bestaat ook uit 2 onderdelen (art. 7 lid 2 BBV): •
het programmaplan (paragraaf 2.1)
•
de paragrafen (paragraaf 2.2)
De financiële begroting bestaat uit 3 onderdelen (art. 7 lid 3 BBV): •
het overzicht baten en lasten (paragraaf 3.1)
•
de financiële positie (paragraaf 3.2)
•
de reserves en voorzieningen (paragraaf 3.3)
Taakvelden Naast de indeling van de begroting naar programma's moet de begroting ook worden ingedeeld naar taakvelden. De voorgeschreven taakvelden zijn opgenomen in het Iv3 informatievoorschift Gemeenten en Gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast is in het BBV (art. 7 lid 3) voorgeschreven dat er een overzicht van lasten en baten per taakveld als bijlage in de begroting opgenomen moet worden (bijlage 1).
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAN
rpóir^ arnhem I CE IW nijmegen VERVOERSORGANISATIE
Beleidsindicatoren De commissie BBV heeft aangegeven (vraag en antwoord BBV 2018.12.4) dat de opname van beleidsindicatoren
in de begroting voor een GR op grond van het BBV verplicht is gesteld. Het ministerie van BZK heeft daarbij
aangegeven dat een GR alleen die indicatoren hoeft op te nemen die behoren bij de taakvelden waarbinnen de GR haar activiteiten uitvoert. Beleidsindicatoren die buiten de taakvelden van de GR vallen, kunnen worden
weggelaten. De BVO DRAN zijn geen door deelnemende gemeenten opgelegde beleidsindicatoren bekend. Overhead
Op de programma’s mogen alleen de direct toe te rekenen lasten worden verantwoord. Het is niet toegestaan om overheadkosten in een programma te verantwoorden. Overheadkosten moeten op aparte overzichten
worden gepresenteerd. Dit heeft tot gevolg dat alle kosten van de BVO DRAN in de meerjarige begroting als
"Overhead" moeten worden gelabeld. Het overzicht overhead is opgenomen in paragraaf 2.1.4 van deze
begroting.
Ambtelijke voorbereiding Samen met de financials en contactambtenaren van de deelnemende gemeenten is deze meerjaren begroting
tot stand gekomen.
Btw routegebonden vervoer De kosten die samenhangen met het vraagafhankelijk vervoer worden in de MJPB exclusief Btw verantwoord. De
deelnemende gemeenten hebben volledig recht op aftrek voor de aan deze prestatie gerelateerde Btw. Kosten die samenhangen met het routevervoer worden daarentegen inclusief Btw verantwoord. Deze Btw is namelijk
niet aftrekbaar en ook niet compensabel in het Btw-compensatiefonds. Hierdoor is de Btw-component in het routevervoer kostenverhogend voor de gemeenten. 'open einde' systematiek
De inrichting van het vervoer is gebaseerd op een ‘open einde’ systematiek. Dit betekent dat de kosten oplopen wanneer een deelnemer meer of aangepast gebruik inbrengt of dat er in een periode meer ritten hebben
plaatsgevonden dan begroot. Dit brengt een financieel risico met zich mee voor betreffende deelnemer. Door
periodiek inzicht te geven in het volume van het aantal ritten en de bijbehorende kosten worden de gevolgen
van verwachtte toenames van ritten en/of kosten door de BVO DRAN gecommuniceerd met de gemeenten. Binnen de bedragen in deze MJPB is zeer beperkt rekening gehouden met dergelijke onvoorziene wijzigingen in de kosten van vervoer of callcenter. De verantwoordelijkheid voor het vormen van een extra post onvoorzien
volgend uit de risico's van een open einde systematiek, ligt daardoor bij de deelnemers. Deze extra post
onvoorzien komt dan bovenop de in deze MJPB meerjarig begrote bijdragen van de deelnemers.
rPÓI A arnhem I Cir KJ mjmegen ^VERVOERSORGANISATIE
1.1. Procedure begroting Voor de aanbieding en vaststelling van de MJPB 2026-2029 (inclusief de gewijzigde begroting 2025) gelden de
volgende processtappen. Om te komen tot tijdige vaststelling van de MJPB 2026-2029 en rekening te houden met de wettelijke termijn uit de Wgr (art. 35, lid 1), wordt de volgende planning gehanteerd. In de planning is
een ruimere zienswijzeperiode voor de gemeenteraden beschikbaar dan wettelijk voorgeschreven.
Processtap
Datum
1. Vaststelling ontwerp MJPB 2026-2029 door Algemeen Bestuur
27 februari 2025
2. Verzending ontwerp MJPB 2026-2029 aan gemeenten
28 februari 2025
3. Deadline indienen zienswijze door gemeenteraden
30 mei 2025
4. Oordeel over zienswijze door Algemeen Bestuur
6 juni 2025
5. Vaststelling MJPB 2026-2029 door Algemeen Bestuur
26 juni 2025
6. Verzending MJPB 2026-2029 aan gemeenten
27 juni 2025
1.2. Uitgangspunten MJPB 2026-2029 Voor het opstellen van de MJPB 2026-2029 worden per begrotingspost uitgangspunten gekozen ten aanzien van prijs en hoeveelheid. Op basis van deze uitgangspunten worden per jaar de verwachte lasten en baten bepaald.
Met behulp van verwachte vervoersvolumes en reeds vastgestelde verdeelsleutels worden vervolgens de meerjarige bijdragen per deelnemer bepaald. In onderstaande opsomming worden de uitgangspunten benoemd.
Vervoer vraagafhankelijk (lasten) •
Contractueel overeengekomen tarief per declarabele kilometer per perceel, jaarlijks rekening houdend met
een NEA indexatie van +4,3% •
Hoeveelheid declarabele kilometers in de periode september tot en met november 2024, overeenkomstig de
berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen vraagafhankelijk vervoer •
Een jaarlijkse toename van de hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in het tweede half jaar van een
•
Voor de verlengde contracten tot medio 2026 een budget voor meerkosten zero emissie ter grootte van 0%
begrotingsjaar met +5% ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar
van de begroting bruto vraagafhankelijk vervoer, rekening houdend met het aandeel zero emissie gereden vervoer
•
Vanaf medio 2026 voor alle contracten een budget voor meerkosten zero emissie ter grootte van 5% van de
begroting bruto vraagafhankelijk vervoer, rekening houdend met het aandeel zero emissie gereden vervoer
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAN
p. 5 / 30
rprtirs ornhem I Cw nijmegen ^VERVOERSORGANISATIE
Callcenter vraagafhankelijk (lasten)
•
Contractueel overeengekomen vaste component te verhogen met een tarief per declarabele rit, jaarlijks rekening houdend met een CPI indexatie van +3,5%
•
Hoeveelheid declarabele ritten in de periode september tot en met november 2024, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen callcenter vraagafhankelijk vervoer
•
Een jaarlijkse toename van de hoeveelheid declarabele ritten in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +5% ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar
Reizigersbijdrage vraagafhankelijk (baten) •
Gemiddeld werkelijk maandbedrag eigen bijdrage per deelnemer in de periode september tot en met november 2024
• •
Bedragen zijn inclusief Btw, jaarlijks rekening houdend met een OV indexatie van +3,0%
Een jaarlijkse toename van de hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +5% ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar
Vervoer routegebonden (lasten)
•
Contractueel overeengekomen tarief per beladen uur per perceel verhoogd met het starttarief per route, jaarlijks rekening houdend met een NEA indexatie van +4,3%
«
Hoeveelheid beladen uren in de periode september tot en met november 2024, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen routegebonden vervoer
•
Een jaarlijkse toename van de hoeveelheid routegebonden vervoer in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +15% (jeugdwet) en +5% (leerlingenvervoer en dagbesteding) ten opzichte van het eerste
halfjaar in dat begrotingsjaar •
Voor de verlengde contracten een budget voor meerkosten zero emissie ter grootte van 15% van de begroting
bruto routegebonden vervoer, rekening houdend met het aandeel zero emissie gereden vervoer BVO (lasten) •
Structurele en incidentele BVO lasten uit de MJPB 2025-2028 geactualiseerd op basis van ervaringscijfers 2024, jaarlijks rekening houdend met een CPI indexatie van +4,0%
•
Structurele BVO lasten jaarlijks rekening houdend met een taakstelling van -3%
•
Verdeling naar gemeenten op basis van het aantal inwoners per 1-1-2024
•
Verdeling naar vraagafhankelijk en routegebonden vervoer op basis van verhouding bruto vervoerskosten
Overige opmerkingen Vervoersvolume
De hoeveelheid vervoer is afhankelijk van het feitelijk gebruik. Analyses van dit gebruik laten vanaf de start van Avan tot aan de start van de Coronacrisis over de gehele linie een toename zien. Aansluitend aan de Coronacrisis is er een herstel naar vervoersvolumes zonder zogenaamde Coronaeffecten; er is een nieuw
nulpunt ontstaan.
Net als bij de vorige begrotingscyclus wordt daardoor als uitgangspunt voor de hoeveelheden vervoer in de nieuwe ontwerpbegroting gekeken naar recente periodes. Ter bepaling van de hoeveelheden vervoer wordt de
periode september tot en met november van het voorgaand jaar gebruikt. Uit analyses gedurende 2024 is gebleken dat deze 3 maanden een goede indicatie zijn om als uitgangspunt te dienen voor de eerste 6 maanden van het nieuwe jaar.
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAM
p. 6 / 30
CPdiri ornhem I Chr IVJ niimeéen VERVOERSORGANISATIE
Contracten vervoer (verlengingen) In 2020 zijn met vervoerders contracten afgesloten met een looptijd van 10 jaar, opgedeeld in een initiële
periode van 4 jaar en verlengingsmogelijkheden van 3x2 jaar. Met een deel van de vervoerders zijn in 2023 eerste verlengingsovereenkomsten afgesloten voor de periode 2024-2026. Met de vervoerders routevervoer is bij de verlenging een additionele vergoeding afgesproken voor de inzet van
zero emissie voertuigen vanaf 1 augustus 2024. Voor de verwachte meerkosten van deze additionele vergoeding is in de MJPB structureel een budget meerkosten (15%) zero emissie opgenomen. Voor het vraagafhankelijk vervoer is voor de eerste verlengingsperiode geen additionele vergoeding
noodzakelijk gebleken. Voor de jaren na 2026 wordt, door de infasering van zero emissie aangedreven rolstoelbussen, wel rekening gehouden met een budget meerkosten (5%) voor zero emissie gereden vervoer. In
het voorjaar van 2025 vinden met deze vervoerders weer gesprekken plaats voor de eventuele volgende contractverlenging voor de periode 2026-2028. Contracten vervoer (aanbestedingen)
Voor de percelen waar geen contractverlenging is overeengekomen, heeft een nieuwe aanbesteding
plaatsgevonden. In februari 2024 zijn voor deze percelen met vervoerders contracten afgesloten met een looptijd van 10 jaar, opgedeeld in een initiële periode van 6 jaar en verlengingsmogelijkheden van 2x2 jaar.
De zero emissie kosten zijn in deze contracten onderdeel van het tarief voor zover het de inzet van
personenauto’s en taxibusjes betreft. Infasering van zero emissie aangedreven rolstoelbussen vindt op een later moment plaats. Mede door de grote mate van onzekerheid over de omvang van de hiermee gepaard gaande
meerkosten, is in de overeenkomsten afgesproken om een mogelijke additionele vergoeding op een later moment overeen te komen. Voor de jaren na 2026 wordt in de MJPB hierdoor rekening gehouden met een budget meerkosten (5%) voor zero
emissie gereden vraagafhankelijk vervoer volgend uit de aanbesteding. Voor het routevervoer worden op dit moment geen dergelijke meerkosten verwacht.
NEA indexatie Op 1 augustus 2020 zijn de contracten met de huidige vervoerders ingegaan. Per 1 augustus 2024 zijn de nieuwe en verlengde contracten ingegaan. De prijs (P) per perceel is contractueel vastgelegd en is daarmee een gegeven en enkel nog onderhevig aan een jaarlijkse prijsindexatie (NEA index). De NEA indexatie wordt in
opdracht van het Sociaal Fonds Mobiliteit jaarlijks door een onafhankelijke partij bepaald op basis van de meest recente gemiddelde kostenontwikkelingen in de branche. Vanaf 2026 wordt in de begroting rekening gehouden met een structurele indexatie van +4,3%, in de Kaderbrief
2026 is +3,0% opgenomen. De nu gewijzigde structurele indexatie is gelijk aan de verwachte kostenontwikkeling voor 2025 uit de meest recente onafhankelijke rapportage kostenontwikkeling taxivervoer. Die informatie was
bij vaststelling van de Kaderbrief 2026 nog niet bekend. De NEA indexatie is in 2025 (incidenteel) lager vastgesteld dan de +4,3% door een nacalculatie effect over 2024 van -2,8%. De NEA indexatie per 1 januari 2025
is daardoor +1,5%.
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAM
p. 7 / 30
rpdin ornhem I Ch;lkJ mimeden VERVOERSORGANISATIE
Callcenter
Voor de kosten callcenter wordt het feitelijk gebruik in 2024 (periode september t/m november) gebruikt als uitgangspunt voor het opstellen van de nieuwe meerjarige begroting. Door de directe afhankelijkheid met het
vraagafhankelijk vervoer wordt de jaarlijkse toename vraagafhankelijk vervoer (+5%) ook gebruikt voor de meerjarige begroting kosten callcenter. CPI indexatie
Het contract met het callcenter is ingegaan op 1 augustus 2020. Hierin is een looptijd van 9 jaar overeengekomen, opgedeeld in een initiële periode van 3 jaar en verlengingsmogelijkheden van 3 x 2 jaar. Met
het callcenter is in 2022 een eerste verlengingsovereenkomst afgesloten voor de periode 2023-2025. In het voorjaar van 2025 vinden met het callcenter gesprekken plaats voor de eventuele volgende contractverlenging. Ook in dit contract is de prijs (P) vastgelegd en enkel nog onderhevig aan een jaarlijkse prijsindexatie (CPI
index). De CPI index wordt periodiek bepaald door het CBS. De werkelijke indexatie vanaf 1 januari 2025 is
vastgesteld op +3,5%. Vanaf 2026 wordt daardoor in de begroting rekening gehouden met een structurele
indexatie van +3,5%. Reizigersbijdrage (Btw effect) De Wmo-reiziger betaalt een eigen bijdrage die als baten in de begroting vraagafhankelijk vervoer zijn opgenomen. Verrekening door de BVO DRAN van deze eigen bijdragen met vervoerders en deelnemers gebeurt inclusief Btw. In de MJPB zijn daardoor alle reizigersbedragen ook inclusief 9% Btw verantwoord.
Reizigersbijdrage (indexatie)
Jaarlijks worden de OV tarieven van het reguliere busvervoer vastgesteld. De indexatie van de eigen bijdrage
binnen Avan volgt deze OV indexatie. De werkelijke indexatie vanaf 1 januari 2025 is vastgesteld op +3,34%. Vanaf 2026 wordt in de begroting rekening gehouden met een structurele indexatie van +3,0%.
BVO lasten Op basis van de ervaringscijfers uit 2024 is de begroting BVO lasten vanaf 2025 beoordeeld. Deze analyse heeft
ervoor gezorgd dat het structurele deel van de begroting BVO lasten meerjarig enkel geactualiseerd is op basis van de verwachte prijsindexaties. Dit zorgt voor marginale begrotingswijzigingen. Binnen de begroting BVO
lasten wordt structureel rekening gehouden met een taakstelling van -3%. BVO lasten (indexatie) De BVO lasten wordt jaarlijks geïndexeerd met de CPI index. Door het aanzienlijke deel aan personeelskosten
binnen de begroting BVO lasten kan de Cao loonontwikkeling voor een aanpassing van de CPI index zorgen. De CPI index voor 2025 is bepaald op +4,0%. Vanaf 2026 wordt daardoor in de begroting rekening gehouden met een
structurele indexatie van +4,0%.
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAN
p. 8 / 30
rpól A arnhem I V nijmegen ^VERVOERSORGANISATIE
1.3. Uitgangspunten gewijzigde begroting 2025 Voor het opstellen van de gewijzigde begroting 2025 worden per begrotingspost uitgangspunten gekozen ten
aanzien van prijs en hoeveelheid. Op basis van deze uitgangspunten worden de verwachte lasten en baten bepaald. Met behulp van verwachte vervoersvolumes en reeds vastgestelde verdeelsleutels worden vervolgens de meerjarige bijdragen per deelnemer bepaald. In onderstaande opsomming worden de uitgangspunten
benoemd.
Vervoer vraagafhankelijk (lasten)
•
Contractueel overeengekomen tarief per declarabele kilometer per perceel, rekening houdend met een NEA indexatie van +1,5%
•
Hoeveelheid declarabele kilometers in de periode september tot en met november 2024, overeenkomstig de
berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen vraagafhankelijk vervoer •
Toename van de hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in het tweede half jaar met +5% ten opzichte van het eerste half jaar van 2025
•
Voor de verlengde contracten in 2025 een budget voor meerkosten zero emissie ter grootte van 0% van de
begroting bruto vraagafhankelijk vervoer, rekening houdend met een aandeel zero emissie gereden vervoer
van 60%
Callcenter vraagafhankelijk (lasten) •
Contractueel overeengekomen vaste component te verhogen met een tarief per declarabele rit, rekening
houdend met een CPI indexatie van +3,5% •
Hoeveelheid declarabele ritten in de periode september tot en met november 2024, overeenkomstig de
•
Toename van de hoeveelheid declarabele ritten in het tweede half jaar met +5% ten opzichte van het eerste
berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen callcenter vraagafhankelijk vervoer
half jaar van 2025 Reizigersbijdrage vraagafhankelijk (baten) •
Gemiddeld werkelijk maandbedrag eigen bijdrage per deelnemer in de periode september tot en met november 2024
•
Bedragen zijn inclusief Btw, rekening houdend met OV indexatie van +3,34%
•
Toename van de hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in het tweede half jaar met +5% ten opzichte van het eerste half jaar van 2025
Vervoer routegebonden (lasten) •
Contractueel overeengekomen tarief per beladen uur per perceel verhoogd met het starttarief per route,
rekening houdend met een NEA indexatie van +1,5% •
Hoeveelheid beladen uren in de periode september tot en met november 2024, overeenkomstig de berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen routegebonden vervoer
•
Toename van de hoeveelheid routegebonden vervoer in het tweede halfjaar met +15% (jeugdwet) en +5% (leerlingenvervoer en dagbesteding) ten opzichte van het eerste half jaar van 2025
•
Voor de verlengde contracten in 2025 een budget voor meerkosten zero emissie ter grootte van 15% van de
begroting bruto routegebonden vervoer, rekening houdend met het aandeel zero emissie gereden vervoer van 50%
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAN
p. 9 / 30
rpdir'l arnhem I nijmegen ^VERVOERSORGANISATIE
BVO (lasten)
•
Structurele en incidentele BVO lasten uit de primitieve begroting 2025 geactualiseerd op basis van
ervaringscijfers 2024, rekening houdend met een CPI indexatie van +4,0% en een verwachte Cao loonontwikkeling van +5,0% in 2025
•
Structurele BVO lasten rekening houdend met een taakstelling -3%
•
Verdeling naar gemeenten op basis van het aantal inwoners per 1-1-2024
•
Verdeling naar vraagafhankelijk en routegebonden vervoer op basis van verhouding bruto vervoerskosten
Overige opmerkingen Vervoersvolume
De hoeveelheid vervoer is afhankelijk van het feitelijk gebruik. Analyses van dit gebruik laten vanaf de start van Avan tot aan de start van de Coronacrisis over de gehele linie een toename zien. Aansluitend aan de
Coronacrisis is er een herstel naar vervoersvolumes zonder zogenaamde Coronaeffecten; er is een nieuw
nulpunt ontstaan. Net als bij de vorige begrotingscyclus wordt daardoor als uitgangspunt voor de hoeveelheden vervoer in de nieuwe ontwerpbegroting gekeken naar recente periodes. Ter bepaling van de hoeveelheden vervoer wordt de
periode september tot en met november van het voorgaand jaar gebruikt. Uit analyses gedurende 2024 is gebleken dat deze 3 maanden een goede indicatie zijn om als uitgangspunt te dienen voor de eerste 6 maanden van het nieuwe jaar.
Contracten vervoer (verlengingen)
In 2020 zijn met vervoerders contracten afgesloten met een looptijd van 10 jaar, opgedeeld in een initiële
periode van 4 jaar en verlengingsmogelijkheden van 3 x 2 jaar. Met een deel van de vervoerders zijn in 2023
eerste verlengingsovereenkomsten afgesloten voor de periode 2024-2026. Met de vervoerders routevervoer is bij de verlenging een additionele vergoeding afgesproken voor de inzet van zero emissie voertuigen vanaf 1 augustus 2024. Voor de verwachte meerkosten van deze additionele vergoeding
is in de gewijzigde begroting 2025 een budget meerkosten zero emissie opgenomen. Voor het vraagafhankelijk vervoer is voor de eerste verlengingsperiode geen additionele vergoeding
noodzakelijk gebleken. Contracten vervoer (aanbestedingen) Voor de percelen waar geen contractverlenging is overeengekomen, heeft een nieuwe aanbesteding
plaatsgevonden. In februari 2024 zijn voor deze percelen met vervoerders contracten afgesloten met een looptijd van 10 jaar, opgedeeld in een initiële periode van 6 jaar en verlengingsmogelijkheden van 2x2 jaar. De zero emissie kosten zijn in deze contracten onderdeel van het tarief voor zover het de inzet van
personenauto’s en taxibusjes betreft. Infasering van zero emissie aangedreven rolstoelbussen vindt op een later moment (na 2025) plaats. Dit geldt zowel voor het vraagafhankelijk vervoer en het routevervoer. In 2025 is voor deze contracten hierdoor geen noodzaak om rekening te houden met een budget meerkosten zero emissie.
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAN
p. 10 / 30
rprtir^ arnhem I Cir I w nijmegen VERVOERSORGANISATIE
NEA indexatie Op 1 augustus 2020 zijn de contracten met de huidige vervoerders ingegaan. Per 1 augustus 2024 zijn de nieuwe
en verlengde contracten ingegaan. De prijs (P) per perceel is contractueel vastgelegd en is daarmee een gegeven en enkel nog onderhevig aan een jaarlijkse prijsindexatie (NEA index). De NEA indexatie wordt in opdracht van het Sociaal Fonds Mobiliteit door een onafhankelijke partij jaarlijks bepaald op basis van de meest
recente gemiddelde kostenontwikkelingen in de branche. De werkelijke indexatie vanaf 1 januari 2025 is vastgesteld op +1,5%.
Callcenter Voor de kosten callcenter wordt het feitelijk gebruik in 2024 (periode september t/m november) gebruikt als
uitgangspunt voor het opstellen van de nieuwe meerjarige begroting. Door de directe afhankelijkheid met het vraagafhankelijk vervoer wordt de jaarlijkse toename vraagafhankelijk vervoer (+5%) ook gebruikt voor de meerjarige begroting kosten callcenter. CPI indexatie
Het contract met het callcenter is ingegaan op 1 augustus 2020. Hierin is een looptijd van 9 jaar
overeengekomen, opgedeeld in een initiële periode van 3 jaar en verlengingsmogelijkheden van 3 x 2 jaar. Met het callcenter is in 2022 een eerste verlengingsovereenkomst afgesloten voor de periode 2023-2025. In het voorjaar van 2025 vinden met het callcenter gesprekken plaats voor de eventuele volgende contractverlenging. Ook in dit contract is de prijs (P) vastgelegd en enkel nog onderhevig aan een jaarlijkse prijsindexatie (CPI
index). De CPI index wordt periodiek bepaald door het CBS. De werkelijke indexatie vanaf 1 januari 2025 is
vastgesteld op +3,5%.
Reizigersbijdrage (Btw effect) De Wmo-reiziger betaalt een eigen bijdrage die als baten in de begroting vraagafhankelijk vervoer zijn
opgenomen. Verrekening door de BVO DRAN van deze eigen bijdragen met vervoerders en deelnemers gebeurt inclusief Btw. In de MJPB zijn daardoor alle eigen bedragen ook inclusief 9% Btw verantwoord. Reizigersbijdrage (indexatie) Jaarlijks worden de OV tarieven van het reguliere busvervoer vastgesteld. De indexatie van de eigen bijdrage
binnen Avan volgt deze OV indexatie. De werkelijke indexatie vanaf 1 januari 2025 is vastgesteld op +3,34%. BVO lasten
Op basis van de ervaringscijfers uit 2024 is de begroting BVO lasten vanaf 2025 beoordeeld. Deze analyse heeft ervoor gezorgd dat het structurele deel van de begroting BVO lasten in 2025 enkel geactualiseerd is op basis van de verwachte prijsindexaties. Dit zorgt voor een marginale begrotingswijziging. Binnen de begroting BVO lasten
wordt structureel rekening gehouden met een taakstelling van -3%.
In 2025 wordt in totaal voor € 50.000 incidentele uitgaven voorzien voor advisering rondom nieuwe
aanbestedingsprocedures en verdere dóórontwikkeling van systeemgerichte contractbeheersing. BVO lasten (indexatie) De BVO lasten wordt jaarlijks geïndexeerd met de CPI index. Door het aanzienlijke deel aan personeelskosten
binnen de begroting BVO lasten kan de Cao loonontwikkeling voor een aanpassing van de CPI index zorgen. De CPI index voor 2025 is bepaald op +4,0%. Voor de personeelskosten is in 2025 rekening gehouden met de
verwachte loonontwikkeling (+5,0%) in de nieuwe cao per 1 april 2025.
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAN
p. 11 / 30
rpÖIA arnhem I Ci'IU mimegen ^VERVOERSORGANISATIE
1.4. Afwijkende uitgangspunten gemeenten Op verzoek van een gemeente kan worden afgeweken van de algemene uitgangspunten voor het opstellen van de meerjarige begroting. Bij voorkeur gaat dit verzoek gepaard met een (financiële) onderbouwing ten behoeve van toekomstige analyses. Ten behoeve van het opstellen van deze en eerdere MJPB zijn in de afgelopen jaren door meerdere gemeenten
afwijkende uitgangspunten aangegeven. Alle afwijkende uitgangspunten die nog relevant zijn voor het opstellen
van de MJPB 2026-2029 en gewijzigde begroting 2025 worden in deze paragraaf toegelicht. Gemeente Berg en Dal Door de gemeente is een analyse uitgevoerd op de specifieke ontwikkelingen binnen het doelgroepenvervoer
voor de gemeente Berg en Dal. Hieruit is door de gemeente geconcludeerd dat de in de kaderbrief opgenomen
jaarlijkse toename van meerdere vervoersoorten naar beneden bijgesteld kunnen worden. De jaarlijkse toename in de MJPB kan voor het jeugdwet vervoer worden bijgesteld van +15% naar +5% en voor
het leerlingenvervoer van +5% naar +2%. Gemeente Beuningen
Op basis van een gemeentelijke analyse van het aantal deelnemers in het leerlingenvervoer van de gemeente Beuningen is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +5% een te hoge aanname is. Rekening houdend met demografische ontwikkelingen wordt door de gemeente gevraagd een jaarlijkse toename van +2% in de MJPB op te nemen.
Gemeente Heumen Binnen de gemeente Heumen is lokaal vrijwilligersvervoer, het zgn. Buurtvervoer Heumen, beschikbaar. De
verwachting is dat het gebruik van het Buurtvervoer blijft toenemen. De jaarlijkse toename van het
vraagafhankelijk vervoer kan hierdoor meerjarig bijgesteld worden van +5% naar 0%.
Op basis van een gemeentelijke analyse van het routevervoer van de gemeente Heumen, is door de gemeente geconcludeerd dat de jaarlijkse toename in het routevervoer over de volle breedte naar beneden bijgesteld kan
worden. De jaarlijkse toename routevervoer is in de MJPB op 0% bepaald. Gemeente Lingewaard
Op basis van een gemeentelijke analyse van het doelgroepenvervoer heeft de gemeente Lingewaard gevraagd om voor meerdere vervoersoorten de uitgangspunten voor het bepalen van de begroting aan te passen.
Doordat de gemeente Lingewaard actief stuurt op de inzet van andere vormen van vervoer en de verwachting is
dat het aantal deelnemers in het jeugdwet vervoer minder toename zal laten zien dan de in de kaderbrief opgenomen +15%, is gevraagd de structurele toename van het jeugdwet vervoer in de MJPB naar +3% te
actualiseren. In 2023 is binnen de gemeente Lingewaard onderzocht op welke wijze alternatief vervoer van kinderen binnen
het leerlingenvervoer kan worden gestimuleerd. Daarnaast is het aantal deelnemers in het leerlingenvervoer binnen de gemeente Lingewaard de laatste jaren stabiel gebleven. Beide constateringen hebben ertoe geleid dat de gemeente heeft verzocht om de meerjarige toename van het leerlingenvervoer naar 0% bij te stellen. Op
basis van de Kaderbrief 2026 was dit +5%.
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAM
p. 12 / 30
rpdlf'l arnhem I C k I w niimegen VERVOERSORGANISATIE
Gemeente Nijmegen Op basis van een gemeentelijke analyse van het aantal deelnemers in het leerlingenvervoer van de gemeente Nijmegen is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +5% een te hoge aanname is.
Rekening houdend met demografische ontwikkelingen en wijzigend beleid is door de gemeente gevraagd een
jaarlijkse toename van 0% in de MJPB op te nemen.
Gemeente Overbetuwe Door beleidsontwikkelingen rondom het vervoer naar jeugdhulplocaties, wordt een lagere groei verwacht dan
het algemeen uitgangspunt uit de kaderbrief voor het aantal deelnemers jeugdwet vervoer in de gemeente
Overbetuwe. De gemeente Overbetuwe heeft daardoor aangegeven de jaarlijkse toename van het jeugdwet
vervoer in de MJPB bij te stellen van +15% naar +5%. Gemeente Rheden
Op basis van een gemeentelijke analyse van het doelgroepenvervoer van de gemeente Rheden is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +5% voor het vraagafhankelijk vervoer en +15% voor
het jeugdwet vervoer te hoge aannames zijn. Voor het jeugdwet vervoer wordt gevraagd de jaarlijkse toename te verlagen naar +5%. Door de inzet van alternatieve voorzieningen als de Plusbus en vervoer door vrijwilligers via het Meldpunt
vrijwillige thuiszorg, wordt gevraagd om voor de jaarlijkse toename vraagafhankelijk vervoer rekening te houden met 0%.
Gemeente Zevenaar De gemeente Zevenaar heeft in 2024 met het vaststellen van het verbeterplan doelgroepenvervoer, verbeteringen en maatregelen doorgevoerd die vanaf 2025 moeten leiden tot vermindering van de kosten van
het doelgroepenvervoer. Dit plan is een uitwerking van het coalitieakkoord 2022-2026, waarin is opgenomen dat de gemeente stappen neemt om de kosten van het doelgroepenvervoer te verlagen.
Op basis van een gemeentelijke analyse is bepaald dat de beheersmaatregelen in 2025 leiden tot een structurele verlaging van de kosten vraagafhankelijk vervoer van € 33.000, leerlingenvervoer van € 45.000 en
vervoer naar dagbesteding van € 15.000. Vanuit dezelfde analyse is geconcludeerd dat er een jaarlijkse toename in het leerlingenvervoer van +3% wordt verwacht. In de Kaderbrief 2026 is dat +5%.
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAN
p. 13 / 30
fPÓlA arnhem I Chf IV nijme^en ^VERVOERSORGANISATIE
2.
Beleidsbegroting
De beleidsbegroting bestaat uit 2 onderdelen (art. 7 lid 2 BBV): •
het programmaplan
•
de paragrafen
2.1. Programmaplan Hierna wordt per programma aangegeven wat onze uitgangspunten zijn bij de uitvoering van onze taken.
Uit te voeren taken Door de deelnemers is de sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer en aanvullend vervoer bij de BVO DRAN
neergelegd. Beleidskaders
Bij de uitvoering van de taken op het gebied van doelgroepenvervoer gelden, naast de wettelijke voorschiften, de beleids- en/of toetsingskaders die worden aangegeven door de deelnemende gemeenten.
Ontwikkelingen
Het is van belang om tijdig in te spelen op veranderingen en voorspelbaar te blijven voor de deelnemende gemeenten. Het kan gaan om beleidsaanpassingen, maar ook om veranderende wet- en regelgeving voor
gemeenten en gecontracteerde marktpartijen. Daarnaast is de instroom van nieuw vervoer een belangrijke factor die invloed heeft op de omvang van de werkzaamheden van de BVO DRAN.
Indeling en opzet programma’s
De programma’s zijn ingericht met de 3 W-vragen (art. 8 lid 3 BBV):
•
Wat willen we bereiken?
•
Wat gaan we daarvoor doen?
•
Wat mag het kosten?
Onder “Wat willen we bereiken?” wordt bij het vervoer naast een algemene beschrijving over wat we willen
bereiken ook ingegaan op specifieke prestatie indicatoren voor de uitvoering van Avan. Bij “Wat mag het
kosten?” zijn naast de lasten ook de reizigersbijdragen en de bijdragen van de deelnemende gemeenten geraamd. Het programmaplan bestaat uit de volgende programma’s:
1. Vraagafhankelijk vervoer 2. Routevervoer
En het overzicht:
3. Overhead
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAN
p. 14 / 30
rQÓIf'k arnhem I Ch; I w njimegen ^VERVOERSORGANISATIE
De indeling van de programma’s in de begroting beoogt de financiële inzichtelijkheid van het totale
takenpakket zo goed mogelijk in beeld te brengen, te kunnen budgetteren en later in de jaarrekening over te kunnen verantwoorden.
2.1.1.
Programma vraagafhankelijk vervoer
Wat willen we bereiken?
•
Een kwalitatief goede uitvoering van het vraagafhankelijk vervoer met Avan door het callcenter en de
vervoerders. De BVO DRAN monitort de kwaliteit van de dienstverlening aan de hand van kritische prestatie indicatoren (KPI’s). In het Programma van Eisen (PvE) vraagafhankelijk vervoer en het PvE callcenter staat
weergegeven welke KPI's zijn bepaald en naar welke normen wordt gestreefd.
•
Gedurende de contractperiode met de vervoerders is de ambitie om uiterlijk 1 januari 2027 te komen tot
een volledig emissieloos vraagafhankelijk vervoer binnen Avan. Een voorbehoud is gemaakt met betrekking tot het inzetten van zero emissie rolstoelbussen. Mede afhankelijk van de kostenontwikkeling en beschikbaarheid daarvan kan het AB van de BVO DRAN besluiten de infasering van zero emissie
rolstoelbussen op te schorten. •
Een goede sturing en (financiële) beheersing van de uitvoering van het vraagafhankelijk vervoer met Avan.
Wat gaan we daarvoor doen? ®
Afspraken omtrent het vraagafhankelijk vervoer zijn vastgelegd in de contracten met het callcenter en de vervoerders. Met behulp van systeemgerichte contractbeheersing wordt naleving van de contracten en
daarmee de kwaliteit en de financiële afhandeling van de uitvoering gemonitord en geborgd. •
De vervoerders en het callcenter hebben de contractuele verplichting om jaarlijks een audit uit te laten voeren op hun (financiële) processen en (financiële) systemen.
•
Analyseren van de (realtime) rittenbakken, zowel kwalitatief als financieel. Het verzorgen van periodieke
managementinformatie en andere uitvoeringsinformatie en op basis daarvan rapporteren en (bij)sturen op de uitvoering van Avan. Hierbij zijn de KPI's zoals beschreven in de PvE's het uitgangspunt voor de monitoring en controles.
•
Voorafgaand aan ieder bestuurlijk overleg (5x per jaar) is er minimaal één voorbereidend ambtelijk overleg om de onderwerpen van het bestuurlijk overleg voor te bespreken. Aanvullend worden de financiële
aspecten separaat besproken met de financials van de gemeenten. •
Structureel, voorafgaand aan het voorbereidend ambtelijk overleg, afstemming met gemeenten over vraagafhankelijk vervoer gerelateerde zaken.
•
Structurele aanwezigheid bij het overleg Regionale Adviesraad doelgroepenvervoer om ervaringen van gebruikers mee te nemen in de (bij)sturing van de uitvoering van Avan.
•
Goede communicatie over de uitvoering van het vervoer met betrokken partijen en gebruikers Avan.
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAN
p. 15 / 30
rp rt | rs arnhern I CcIVnijmegen VERVOERSORGANISATIE
Wat mag het kosten? Primitieve begroting 2025
Gewijzigde begroting 2025
Vervoer Callcenter
10.909.504
9.948.606
11.194.834
634.692
620.182
653.176
Totaal lasten
11.544.196
10.568.788
Programma 1: Vraagafhankelijk vervoer
Begroting 2026
Begroting
Begroting
2028
2029
12.497.086 688.307
13.628.624
14.865.354
725.729
765.621
11.848.010
13.185.393
14.354.353
15.630.975
Begroting 2027
Lasten
Baten
Arnhem
2.831.054
2.553.192
2.897.683
3.255.690
3.565.172
3.904.286
Berg en Dal Beuningen Doesburg
386.220 193.280
367.168 164.652
416.502 186.468
467.766 209.134
511.956 228.684
560.372 250.099
65.990
90.378
352.661 233.834
71.655 350.084
80.853
Druten Duiven
446.927 189.080
98.688 489.364 206.934
107.783 535.871 226.494
Heumen Li n gewaard
136.098
397.610 168.546 166.592 727.023 604.844
181.103 895.651 744.064
189.155 981.147 814.750
124.332 2.050.660
136.019 2.244.997 739.001
148.712 154.260 639.672
667.260 542.974
Montferland Mook en Middelaar Nijmegen
100.324
532.891
173.390 817.650
679.559 113.666 1.873.302
89.337 1.469.436 482.968
1.667.369 548.356
768.027
624.866 742.792
708526 802.421
795.451 859.070
674.799 870.778 896.050
953.302 934.661
8.557 115.814
7.354 84.097
7.733 95.093
8.125 106.474
8.503 116.368
8.904 127.201
319.789 450.442
297.186
337.542 460.847
379.428
415.393
454.808
421.061
517.692
566.693
620.386
Reizigersbijdrage
1.587.668
1.367.405
1.472.702
1.586.396
1.709.161
1.841.739
Totaal baten
11.544.196
10.568.788
11.848.010
13.185.393
14.354.353
15.630.975
Overbetuwe
1.583.778 543.672 656.754
Renkum Rheden
Rozendaal Westervoort Wijchen Zevenaar
101.300
616.215
Mutaties reserves
Onttrekking bestemmingsreserve Dotatie bestemmingsreserve
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Saldo
0
0
0
0
0
0
2.1.2.
Programma routevervoer
Wat willen we bereiken?
•
Een kwalitatief goede uitvoering van het routevervoer met Avan door de vervoerders. De BVO DRAN monitort de kwaliteit van de dienstverlening aan de hand van kritische prestatie indicatoren (KPI's). In het Programma van Eisen (PvE) routegebonden vervoer staat weergegeven welke KPI's zijn bepaald en naar welke normen
wordt gestreefd.
•
Gedurende de contractperiode met de vervoerders is de ambitie om uiterlijk 1 januari 2028 te komen tot
een volledig emissieloos routevervoer binnen Avan. Een voorbehoud is gemaakt met betrekking tot het inzetten van zero emissie rolstoelbussen. Mede afhankelijk van de kostenontwikkeling en beschikbaarheid
daarvan kan het AB van de BVO DRAN besluiten de infasering van zero emissie rolstoelbussen op te schorten. •
Een goede sturing en (financiële) beheersing van de uitvoering van het routevervoer met Avan.
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAN
rPdlPi arnhem I ' nijme^en VERVOERSORGANISATIE
Wat gaan we daarvoor doen?
•
Afspraken omtrent het routevervoer zijn vastgelegd in de contracten met de vervoerders. Met behulp van systeemgerichte contractbeheersing wordt naleving van de contracten en daarmee de kwaliteit en de
financiële afhandeling van de uitvoering gemonitord en geborgd.
•
De vervoerders hebben de contractuele verplichting om jaarlijks een audit uit te laten voeren op hun
(financiële) processen en (financiële) systemen.
•
Analyseren van de (realtime) rittenbakken, zowel kwalitatief als financieel. Het verzorgen van periodieke
managementinformatie en andere uitvoeringsinformatie en op basis daarvan rapporteren en (bij)sturen op de uitvoering van Avan. Hierbij zijn de KPI's zoals beschreven in het PvE het uitgangspunt voor de monitoring
en controles.
•
Voorafgaand aan ieder bestuurlijk overleg (5x per jaar) is er minimaal één voorbereidend ambtelijk overleg om de onderwerpen van het bestuurlijk overleg voor te bespreken. Aanvullend worden de financiële
aspecten separaat besproken met de financials van de gemeenten.
•
Structureel, voorafgaand aan het voorbereidend ambtelijk overleg, afstemming met gemeenten over
•
Structurele aanwezigheid bij het overleg Regionale Adviesraad doelgroepenvervoer om ervaringen van
routevervoer gerelateerde zaken.
gebruikers mee te nemen in de (bij)sturing van de uitvoering van Avan. •
Goede communicatie over de uitvoering van het vervoer met betrokken partijen en gebruikers Avan.
Wat mag het kosten? Primitieve begroting 2025
begroting 2025
Vervoer
15.689.373
14.214.445
15.565.915
17.470.979
19.056.360
20.812.856
Totaal lasten
15.689.373
14.214.445
15.565.915
17.470.979
19.056.360
20.812.856
Arnhem Berg en Dal
3.553.571 690.161
3.027.530 766.561
3.356.283 827.989
3.724.429 918.502
4.137.338 980.653
4.601.208 1.047.105
Beuningen
536.908 551.538
437.987 511.792 407.248 412.904 254.352 1.263.051 53.821
535.346 625.529 521.746
574.346 692.390 575.880
616.797 767.077
374.119
476.065 565.592 454.585
463.541 268.755
539.300 292.762 1.488.845
596.591 305.353 1.563.418
660.527 318.483 1.642.126
69.053 150.405 2.085.871 2.211.939
75.623 169.346 2.220.691 2.422.406
82.819 191.014 2.370.311 2.652.898
214.430 1.367.324 51.536
288.489 1.639.905
62.493 524.983 1.222.846 1.487.715
Programma 2: Routevervoer
Gewijzigde
Begroting 2026
Begroting
Begroting 2027
Begroting 2029
2028
Lasten
Baten
Doesburg Druten Duiven Heumen Lingewaard Montferland Mook en Middelaar
Nijmegen Overbetuwe Renkum P.heden Rozendaal
462.363 247.188 1.472.074
73.645 135.326 1.783.201 1.808.707 409.840 1.243.400 41.716 370.321
116.811 1.763.212 1.723.997
1.346.761 59.909 131.760 1.890.792
160.643 1.140.051 42.574
1.918.771 185.412 1.248.526 46.832
358.570 876.259 1.089.513
420.658 1.004.107 1.249.197
248.479 1.497.425 56.738 469.604 1.107.740 1.362.342
636.060
Westervoort Wijchen Zevenaar
766.343 1.168.953
316.776 785.598 1.029.538
Totaal baten
15.689.373
14.214.445
15.565.915
17.470.979
19.056.360
20.812.856
Mutaties reserves Onttrekking bestemmingsreserye Dotatie bestemmingsreserve
-
-
-
-
-
-
-
•
-
-
-
-
Saldo
0
0
0
0
0
0
9B
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAM
p. 17 / 30
regio nijmegen ^VERVOERSORGANISATIE
2.1.3.
Overzicht overhead Primitieve begroting 2025
Gewijzigde begroting 2025
BVO
1.153.685
1.216.595
1.208.016
1.255.431
1.305.342
1.355.278
Totaal lasten
1.153.685
1.216.595
1.208.016
1.255.431
1.305.342
1.355.278
Arnhem Berg en Dal Beuningen Doesburg
221.326
52.385 40.919 20.841
234.732 54.822 42.912 21.613
241.347 56.639 44.412 22.544
250.935 58.891 46.178
Druten Duiven Heumen
31.759 38.799 28.285
33.200 40.391 29.449
232.246 54.499 42.732 21.689 33.136 40.240 29.432
260.500 61.147 47.950 24.349 37.187
Lingewaard Montferland
67.680 54.281
70.941 56.726
79.008 63.257
16.903 242.983 69.606 47.253 62.948 6.480
73.188 58.595 18.455
76.097 60.925
Mook en Middelaar Nijmegen Overbetuwe
70.423 56.381 17.754
19.191
261.165 73.125 49.302 65.967
258.361 72.582 49.046 65.510 6.788 27.166 62.665
268.483 75.431 50.972 68.082 7.060 28.236 65.125
279.150 78.430 52.999
70.790 7.344
19.935 289.789 81.428 55.032 73.497 7.637
67.367
70.010
29.359 67.713 72.794
30.491 70.305 75.578
1.355.278
Overzicht Overhead
Begroting 2026
Begroting 2028
Begroting 2027
Begroting 2029
Lasten
Baten
Renkum Rheden Rozendaal Westervoort Wijchen Zevenaar
17.630
34.440 41.822 30.590
23.443 35.810 43.485 31.808
45.155 33.033
64.856
6.531 27.156 63.087 67.847
1.153.685
1.216.595
1.208.016
1.255.431
1.305.342
Onttrekking bestemmingsreseree Dotatie bestemmingsreserve
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Saldo
0
0
0
0
0
0
Totaal baten
26.069 60.313
Mutaties reserves
2.2. Paragrafen In de begroting wordt in afzonderlijke paragrafen ingegaan op de beleidslijnen met betrekking tot relevante
beheersmatige aspecten van de organisatie. In de BBV (art. 9 lid 2) staat aangegeven dat in de begroting ten minste de volgende paragrafen opgenomen moeten zijn, tenzij het desbetreffende aspect niet aan de orde is: •
lokale heffingen
•
weerstandsvermogen en risicobeheersing
•
onderhoud kapitaalgoederen
•
financiering
•
bedrijfsvoering
•
verbonden partijen
•
grondbeleid
De paragrafen “lokale heffingen”, "onderhoud kapitaalgoederen", “verbonden partijen” en “grondbeleid” zijn
niet op de BVO DRAN van toepassing. De overige paragrafen staan hieronder toegelicht.
Ontwerp M.IPB 2026-2029 BVO DRAN
fp d I Pk ornhcm I Cclvnijmetjen VERVOERSORGANISATIE
2.2.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de BVO DRAN in staat is tegenvallers op te vangen. Bij het
opstellen van de begroting en de jaarrekening dienen de voorzienbare en kwantificeerbare risico’s zo goed mogelijk in beeld gebracht te worden. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing dient ten minste te worden opgenomen:
•
een inventarisatie van de weerstandscapaciteit
•
een inventarisatie van de risico's
•
het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en risico's
•
financiële kengetallen
Inventarisatie van de weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwachts en
substantieel zijn, op te kunnen vangen. Binnen de financiën van de BVO DRAN zijn een tweetal posten te duiden als weerstandscapaciteit: reserves en posten onvoorzien. Ten aanzien van alle bestedingen door de BVO DRAN is de ‘open einde’ systematiek van toepassing. Dit houdt in
dat bij een tekort een deelnemer bij moet betalen en bij een overschot geld terugkrijgt. Dit brengt een financieel risico met zich mee voor betreffende deelnemer. De verantwoordelijkheid voor het vormen van een
additionele post onvoorzien ligt daardoor bij de deelnemers. Omdat jaarlijks het resultaat wordt verrekend met de deelnemers, wordt er door de BVO DRAN ook geen reserve opgebouwd.
In de MJPB zijn geen reserves en geen expliciete posten onvoorzien opgenomen. Binnen het saldo van de BVO
lasten ("Overhead") is een post onvoorzien opgenomen om niet begrote BVO gerelateerde kosten te kunnen dekken. Inventarisatie van de risico's
Aanbesteding in het geval vervoerscontracten niet worden verlengd
Met vervoerders zijn in 2020 contracten afgesloten voor een initiële periode van 4 jaar en drie verlengingsopties
van elk twee jaar. In 2023 is een deel van de contracten met 2 jaar verlengd. De huidige contractperiode eindigt daardoor op 31 juli 2026. Het lichten van verlengingsopties is een tweezijdig besluit dat tenminste één
jaar voor expiratiedatum schriftelijk aan de andere partij kenbaar dient te worden gemaakt. Het is denkbaar dat partijen besluiten contracten niet te verlengen en dat daardoor delen van het vervoer dienen te worden aanbesteed.
Met de huidige en, naar verwachting aanhoudende, marktomstandigheden (krapte arbeidsmarkt, energieprijzen,
brandstofprijzen, investering zero emissie voertuigen) is het niet ondenkbaar dat een aanbesteding in 2025 zal leiden tot hogere tarieven dan de huidige contractueel overeengekomen tarieven.
De huidige meerjarige begrotingen voor het vraagafhankelijk vervoer en routevervoer zijn deels gebaseerd op
de afspraken uit de recent verlengde contracten, waarbij rekening is gehouden met additionele kosten voor de infasering van zero emissie. In het geval dat besloten dient te worden tot een nieuwe aanbesteding, is de verwachting dat er sprake zal zijn van meerkosten ten opzichte van de huidige meerjarige begrotingen vervoerskosten van betreffende gemeenten.
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAN
p. 19 / 30
COÓIA ornhem I Cr IUnijmegen ^VERVOERSORGANISATIE
Aanbesteding in het geval contract callcenter niet wordt verlengd
Met het callcenter is in 2020 een contract afgesloten voor een initiële periode van 3 jaar en drie
verlengingsopties van elk twee jaar. In 2022 is het contract met 2 jaar verlengd. Het lichten van een verlengingsoptie is een tweezijdig besluit dat tijdig en schriftelijk aan de andere partij kenbaar dient te worden
gemaakt. Het is denkbaar dat partijen besluiten het contract niet te verlengen en dat daardoor het contract
callcenter dient te worden aanbesteed. Met de huidige en, naar verwachting aanhoudende, marktomstandigheden (krapte arbeidsmarkt, energieprijzen) is het niet ondenkbaar dat een aanbesteding in 2025 zal leiden tot een hoger tarief dan het huidige contractueel overeengekomen tarief. De huidige meerjarige begrotingen voor het callcenter is gebaseerd op de afspraken uit het huidige verlengde
contract. In het geval dat besloten dient te worden tot een nieuwe aanbesteding, is de verwachting dat er sprake zal zijn van meerkosten ten opzichte van de huidige meerjarige begrotingen callcenter van alle gemeenten.
Compensatie telefoniekosten via reizigersbijdrage In het verleden zijn er door BVO DRAN aan reizigers onterecht kosten in rekening gebracht voor het bellen naar de klantenservice en de klachtenlijn. Door het Algemeen Bestuur is besloten om deze kosten als collectieve voorziening te compenseren en terug te laten vloeien naar de reizigers in de vorm van het verminderen van de
reizigersbijdrage voor 2025. Het totaal te compenseren bedrag en daarmee het verwachte effect op de reizigersbijdrage, is bepaald op circa
€ 15.000. Gezien de beperkte omvang van het financieel effect op de MJPB is ervoor gekozen om bij de bepaling van de begrote reizigersbijdrage in 2025 geen rekening te houden met deze aanpassing. Dit heeft voor dat begrotingsjaar een zeer beperkt negatief effect op de individuele gemeentelijke bijdrage. Vanaf 1 januari 2026 worden weer de reguliere tarieven reizigersbijdrage toegepast. Infasering zero emissie rolstoelbussen
Alle huidige tarieven in het vraagafhankelijk vervoer en routevervoer zijn gebaseerd op vervoer met niet-zero
emissie rolstoelbussen. De uitsluiting van deze voertuigen heeft naar verwachting een kostendrukkend effect op
het (toekomstige) tarief doordat het risico en de onzekerheid hieromtrent bij de vervoerder wordt beperkt. De feitelijke effecten van infasering van zero emissie rolstoelbussen wordt verkregen op het moment dat daar bestuurlijke besluitvorming over plaatsvindt. De infasering van zero emissie rolstoelbussen is onderdeel van de herzieningsclausule die is opgenomen in de huidige contracten. Naar verwachting heeft infasering van zero emissie rolstoelbussen op termijn nog steeds
een kosten stijgend effect. Binnen de begroting vraagafhankelijk vervoer is vanaf medio 2026 rekening gehouden met 5% meerkosten voor de infasering. Voor het routevervoer worden op dit moment geen dergelijke meerkosten verwacht.
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAN
p. 20 / 30
rQÓI A arnhem numegen ^VERVOERSORGANISATIE
Clausule afwijkend vervoersvolume overeenkomsten vervoerders Door invoering van beheersmaatregelen bestaat tijdens de contractperiode de mogelijkheid dat vervoervolumes
schommelen. Binnen alle huidige contracten (verlenging en aanbesteding) routevervoer zijn afspraken gemaakt voor het geval dat vervoervolumes structureel en substantieel toe- of afnemen en dit leidt tot een onredelijke financiële situatie voor vervoerder of opdrachtgever. Beide partijen treden in dit geval tijdig in overleg. Binnen de alle huidige contracten (verlenging en aanbesteding) vraagafhankelijk vervoer is een fluctuerende vergoeding op basis van een kilometerstaffel overeengekomen. Bij deze vervoerssoort bestaat dit risico dan ook
niet. In het geval sprake is van een noodzakelijke tariefwijziging door substantiële toe- of afname van het
vervoersvolume zal deze naar alle waarschijnlijkheid in alle gevallen passend zijn binnen de begroting van de BVO DRAN, rekening houdend met de algemene uitgangspunten uit de Kaderbrief 2026.
Beleid omtrent de weerstandscapaciteit en risico's De inrichting van het vervoer is gebaseerd op een ‘open einde’ systematiek. Dit betekent dat de kosten oplopen wanneer een deelnemer meer of aangepast gebruik inbrengt of dat er in een periode meer ritten hebben
plaatsgevonden dan begroot. Dit brengt een financieel risico met zich mee voor betreffende deelnemer. Door periodiek inzicht te geven in het volume van het aantal ritten en de bijbehorende kosten worden de gevolgen
van verwachtte toenames van ritten en/of kosten door de BVO DRAN gecommuniceerd met de gemeenten. De gemeenten streven naar het versterken van de eigen kracht van de reiziger en een toename van het gebruik
van algemene voorzieningen in combinatie met een afname van het doelgroepenvervoer. Bijvoorbeeld het gebruik van openbaar vervoer en vrijwilligers. Daarnaast sturen vervoerders bij het plannen op efficiency.
Bijvoorbeeld het afstemmen van verschillende vervoersvormen en slim koppelen van deze vervoersstromen
binnen de planning. Financiële kengetallen Doordat de BVO DRAN niet over eigen vermogen, vaste activa en vaste passiva beschikt, kan er geen netto
schuldquote en solvabilteitsratio worden bepaald. Door de ‘open einde’ systematiek is de structurele
exploitatieruimte gewaarborgd.
2.2.2.
Financiering
Het financieringsvraagstuk van de BVO DRAN is van een beperkte omvang. Dit heeft vooral te maken met het feit dat de meeste bedrijfsvoeringsonderdelen worden afgenomen van de gemeente Arnhem en de Connectie.
Daarnaast bestaat het grootste deel van de begroting BVO lasten uit personeelskosten of daaraan gerelateerde kosten. De financieringsrisico’s zullen om die reden slechts beperkt zijn.
Renterisicobeheer
Algemene uitgangspunten met betrekking tot het renterisicobeheer zijn: •
Geen overschrijding van de renterisiconorm conform de Wet Fido.
•
Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning.
•
De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk
afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie.
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAN
p. 21 / 30
rPÓir^ ornhem I mimeden VERVOERSORGANISATIE
EMU saldo
Het EMU saldo wordt berekend op transactiebasis. Deze berekeningswijze is in grote mate vergelijkbaar met het kasstelsel zoals dat voor het Rijk van toepassing is. De BBV schrijft voor decentrale overheden echter een administratie op basis van het baten/lastenstelsel voor. Het EMU saldo wordt dan berekend door - afhankelijk
van de kasmutatie - enkele posten erbij te tellen dan wel eraf te trekken en dan de individuele referentie
waarde (wet HOF) hier tegen af te zetten. Voor een BVO is geen referentiewaarde vastgesteld waardoor het berekenen van het EMU saldo geen toegevoegde waarde heeft. Kasgeldlimiet
De door het Rijk opgelegde kasgeldlimiet beperkt het risico van stijgende rentelasten voor de kortlopende
financiering. Met het kasgeldlimiet is in de Wet Fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de
organisatie haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De huidige financiële positie geeft geen aanleiding om op de korte termijn maatregelen voor te stellen. De verantwoording over de kasgeldlimiet gebeurt in de jaarrekening.
Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijd van de kapitaalmarktleningen (looptijd > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen
waarvoor de rente in een bepaald jaar moeten worden aangepast. Het Rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. De huidige stand van de langlopende schulden geeft geen aanleiding om op de korte termijn maatregelen voor te stellen.
Schatkistbankieren
Naast gemeenten, provincies en waterschappen zijn ook rechtspersonen (openbare lichamen) die zijn ingesteld op basis van de wet Gemeenschappelijke regelingen (Wgr) verplicht tot deelname aan schatkistbankieren. Voor
decentrale overheden betekent schatkistbankieren dat zij al hun overtollige middelen aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. De verantwoording van schatkistbankieren gebeurt in de jaarrekening. Relatiebeheer
Het betalingsverkeer is belegd bij de Bank Nederlandse Gemeenten.
2.2.3.
Bedrijfsvoering
Waar staat de BVO DRAN voor?
De BVO DRAN is ingesteld voor de gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers met betrekking tot het tot stand brengen, ontwikkelen en in stand houden van een kwalitatief hoogwaardig,
herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken doelgroepenvervoer. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van reizigers en hun sociale netwerk en wordt erop toegezien dat het aanvullend vervoer ook in het buitengebied en de kleine kernen voldoende gewaarborgd is. Tenslotte wordt een optimale aansluiting van het vervoer op het openbaar vervoer netwerk voorzien. Doelen en taken
De BVO DRAN heeft tot doel de gezamenlijke sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer en aanvullend vervoer voor de
deelnemers. De sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer en aanvullend vervoer worden daardoor overgedragen aan de
BVO DRAN.
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAN
p. 22 / 30
fPdm ornhem I Uk'H ' nijmegen VERVOERSORGANISATIE
Vervoersmodel
In de huidige contracten wordt voor het vraagafhankelijk vervoer gewerkt volgens een callcentermodel. Hierbij
is de ritaanname belegd bij een callcenter en wordt de feitelijke planning en uitvoering verzorgd door de
vervoerders. Binnen het routevervoer zijn de callcentertaken ook belegd bij de vervoerder zelf. De periodieke vergoeding aan vervoerders vraagafhankelijk vervoer is gebaseerd op het aantal beladen
kilometers, voor het routevervoer op het aantal beladen uren verhoogd met een starttarief en de vergoeding aan het callcenter op het aantal declarabele ritten.
Rapporteren Aan de deelnemers wordt per programma gerapporteerd. Het is een overzicht van de geleverde prestaties. De
rapportages (inclusief financiën) worden halfjaarlijks opgesteld. Vennootschapsbelasting
Het kabinet heeft eind 2014 wetgeving vastgesteld, die erop is gericht dat overheidsbedrijven, die economische activiteiten uitoefenen, op dezelfde wijze als private bedrijven aan vennootschapsbelasting (Vpb) zullen
worden onderworpen. Deze wetswijziging is per 1 januari 2016 in werking getreden. Aangezien de BVO DRAN geen winstoogmerk heeft en in de GR is bepaald dat positieve rekeningresultaten aan de deelnemers worden
terugbetaald, hoeft de BVO DRAN geen rekening te houden met Vpb.
Rechtmatigheid In de rechtmatigheidsverantwoording geeft het bestuur aan in hoeverre verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met de
vastgestelde kaders zoals de begroting, het controleprotocol accountantsdiensten en bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. De rechtmatigheidsverantwoording vindt plaats in de jaarrekening.
Ontwerp MJPB 2026-2029 BVO DRAN
rPÓm ornhem I Ctf IV mimegen yVERVOERSORGANISATIE
3.
Financiële begroting
3.1. Overzicht baten en lasten Onderstaand is de financiële meerjarenbegroting van de BVO DRAN weergegeven. Per onderdeel wordt in
paragraaf 3.2 een toelichting gegeven.
regiosWcn
Primitieve
Gewij'zigde
begroting
begroting
2025
2025
Begroting
Begroting 2026
Begroting
Begroting 2028
2027
2029
Lasten deelnemers (BVO, callcenter en vep/oer) BVO
Personeelskosten
872.493
882.884
916.518
953.393
992.793
1.032.218
Ondersteunende taken
73.584
73.574
76.158
78.793
78.793
81.422
Huisvesting
31.536
31.532
34.140
34.144
Accountant en fiscaal advies
23.652
23.649
23.635
23.638
36.770 26.264
26.265
Platform opdrachtgevers doelgroepenvervoer
13.140 57.816
26.276
28.887
28.891
31.517
31.518
Kantoorkosten, ICT
65.691
65.653
70.914
73.540
76.169
Consumenten, klachten
91.980
76.166
78.793
84.048
25.169
70.946 25.491
73.532
Onvoorzien
26.857
28.322
27.239
28.783
Taakstelling BVO
-35.684
-36.000
-37.363
-38.829
-40.368
-41.917
0
52.553
0
0
0
0
Vraagafhankelijk WMO Vervoer
634.692
620.182
653.176
688.307
725.729
765.621
Vraagafhankelijk. WMO
10.909.504
9.948.606
11.194.834
12.497.086
13.628.624
14.865.354
Routegebonden Onvoorzien
15.689.373
14.214.445
15.565.915
17.470.979
19.056.360
20.812.856
0
0
0
0
0
0
28.387.254
25.999.828
28.621.941
31.911.803
34.716.055
37.799.109
1.153.685
1.216.595
1.208.016
1.255.431
1.305.342
1.355.278
634.692
620.182
653.176
688.307
725.729
765.621
Incidentele kosten BVO
36.771
Callcenter
Onvoorzien Lasten Baten deelnemers i'BVO, callcenter en vervoer)
BVO Vraagafhankelijk WMO en routegebonden
Callcenter Vraagafhankelijk WMO Vervoer
Vraagafhankelijk WMO
9.321.836
8.581.201
9.722.132
10.910.690
11.919.463
13.023.615
Routegebonden Reizigersbij’tfrage
15.689.373
14.214.445
15.565.915
17.470.979
19.056.360
20.812.856
Reizigersbij'drage WMO (regie en vervoer) Onvoorzien
1.587.668
1.367.405
1.472.702
1.586.396
1.709.161
1.841.739
0
0
0
0
0
0
28.387.254
25.999.828
28.621.941
31.911.803
34.716.055
37.799.109
Onvoorzien Baten Onttrekking bestemmingsreserve
0
0
0
0
0
0
Dotatie bestemmingsreserve
0
0
0
0
0
0
Geraamd resultaat
0
0
0
0
0
0
3.2. Toelichting baten en lasten Lasten deelnemers BVO Personeelskosten