Bijlage 2 - ODRA Jaarstukken 2025
Tekst van het document
5.3 DUURZAAM EN TOEKOMSTBESTENDIG Prioriteit 9: Energietransitie en terugdringen gebruik fossiele energie Beoogd resultaat: Verminderen fossiel energiegebruik bedrijven en kantoren door: 1. Bij de uitvoering van energiecontroles aandacht voor duurzame opwek, energiemanagement, mobiliteit en de problematiek rond netcongestie. 2. Optimaal ondersteunen van bedrijven en partners bij het opstellen van energietransitie plannen en -projecten. Hoe staan we ervoor? • Er is in 2025 een energiedashboard opgesteld dat inzichtelijk maakt wat er na een toezichtactie op energiebesparing is aangepast. Is er energie bespaard en hoeveel? Dit dashboard wordt toegankelijk voor onze partners. In 2025 is daar nog geen resultaat uit te halen. • De meest geconstateerde overtredingen zien de toezichthouders bij ruimteverwarming, binnenverlichting en ruimteventilatie. Daarbij staat ruimteverwarming op nummer één. De meeste overtredingen zijn het gevolg van inefficiënt gebruik en een slechte afstemming van systemen op behoefte en gedrag in de praktijk. • Label C toezicht is uitgevoerd. De lessen hieruit nemen de toe-
023
•
•
•
zichthouders mee om nieuwe onderwerpen in de energietransitie te structureren. De contacten met Gelders Energie Akkoord (GEA) en Groene Metropoolregio (GMR) zijn afgelopen half jaar geïntensiveerd. Met GMR leidt dit al tot sneller doorsturen van vragen en het verbinden van partners. Het GOED (Gelders Overleg Energie Deskundigen) is van enkel energiebesparing uitgebreid naar de expertises energieopslag en netcongestie. Bij energiecontroles is er aandacht voor duurzame opwek, energiemanagement, mobiliteit en steeds vaker voor netcongestieproblematiek. Het team toezichthouders energie is met deze kennis uitgebreid. We constateren een groeiend aantal adviesvragen over energieopslagsystemen (EOS). Dit vraagt om expertise uit verschillende disciplines en een switch van aandacht op energiebesparing naar brede energietransitie. Ook vraagt dit om gerichte samenwerking met Groene Metropoolregio, die de RES (regionale energiestrategie)coördineerten ook op bouwonderwerpen (netbewust bouwen) beleid coördineert.
Uitgelicht: zo werken wij Afgelopen voorjaar investeerden we in warmtecamera’s. Dit hulpmiddel geeft toezichthouders én bedrijven direct inzicht in warmteverlies. Omdat warmteverlies direct en aansprekend zichtbaar is, kunnen toezichthouders op een natuurlijke manier het gesprek met onder nemers aangaan over maatregelen. Prioriteit 10: Circulaire economie Beoogd resultaat: Stimuleren circulaire economie (CE) door: 1. Beter ondersteunen van innovatieve CE-initiatieven en projecten. 2. Beter zicht op circulaire aspecten van bedrijvigheid en bedrijfsprocessen in de regio. Hoe staan we ervoor? • In 2025 kregen we van de provincie financiering voor het uitvoeren van een gebieds- en ketenanalyse om inzicht te krijgen in materiaal- en grondstofstromen. We voeren deze analyse in 2026 uit. • Partners zijn actief ondersteund met beleidsvragen en datalevering. Daarnaast zijn wij vroegtijdig betrokken bij innovatieve projecten, zoals het circulair bouwen van een houten sporthal. • Dit jaar hebben wij ervaring opgedaan met proefnemingen. In 2026 zetten wij een volgende stap door grondstofbesparingen toe te passen in maatwerkvoorschriften en spelregels voor vergunningen. • Het landelijke Circulair Materialenplan (CMP) is recent gepubliceerd (einde 2025). In 2025 leverden we inspraak op het CMP.
Aankomend jaar starten we met het actualiseren van de vergunningen, zodat deze voldoen aan de nieuwe CMP-richtlijnen. • Hoewel intensivering van toezicht op circulair handelen in sloopprojecten oorspronkelijk gepland stond voor 2026, zijn wij in 2025 al gestart. Bij grote sloopprojecten in de regio hielden wij toezicht aan de voorkant en tijdens de werkzaamheden. Dit leidde tot betere scheiding van vlakglas, dat voorheen nauwelijks werd gescheiden. • Vanuit de beoordeling ‘afval of niet’ namen wij actief deel aan casussen via ODNL en maken we deel uit van een landelijke groep professionals die deze vraagstukken behandelt. In 2026 willen wij intern een eigen casus toepassen om onze kennis verder te
•
ontwikkelen. Het meenemen van CE in de brancheaanpak van bedrijven staat gepland voor de komende jaren. Voorbereidingen hiervoor zijn in 2025 gestart.
Prioriteit 11: Bijdragen aan ruimtelijke opgaven Beoogd resultaat: Hoogwaardige, tijdige en oplossingsgerichte advisering bij ruimtelijke ontwikkelingen door: 1. Wij worden standaard betrokken in de initiatieffase op milieugebied. 2. Samen met gemeenten ontwikkelen van regionaal afgestemd uitvoeringsbeleid op diverse milieuthema’s. 3. Ontwikkelen voorzet regionaal afgestemd bouwbeleid voor vergunningvrij bouwen in bepaalde gebieden. 4. Investeren in advies- en communicatievaardigheden bij eigen VTH-experts. Hoe staan we ervoor? • In de Samenwerkafspraken Omgevingswet zijn afspraken gemaakt over de betrokkenheid van de omgevingsdienst bij initiatieven (omgevingstafels). Niet bij iedere partner komen wij daarbij aan tafel. Als we aan tafel zitten zijn we soms te veel gefocust op alleen milieuonderwerpen, of alleen bouwonderwerpen. De samenwerkafspraken worden op dit moment geëvalueerd. Dit zijn aandachtspunten die daarbij naar voren komen. Tegelijk is er waardering over en weer over de betrokkenheid en het leren denken in de ja, mits gedachte van de Omgevingswet. De Samenwerkafspraken Omgevingswet worden op een Gelders schaalniveau herschreven. • Op de onderdelen geluid en EV zijn de eerste initiatieven om te komen tot meer regionale afstemming in gang gezet.
• Voor gemeente Arnhem zijn de herplantplicht en de bescherming van bomen geïntegreerd in het reguliere toezicht op bouwplaatsenen bestaande bouw vanuit beleid. • Er is geïnvesteerd in kennis bij het reguleren van natuurinclusief bouwen (NIB). Binnen elk team is minimaal één medewerker actief betrokken bij deze materie, waarmee de aandacht voor natuur en biodiversiteit geborgd is in de dagelijkse praktijk. Voor Arnhem voeren we nu de vergunninggerelateerde advisering uit op NIB. Uitgelicht Natuurinclusief bouwen (NIB) vraagt om een nieuwe werkwijze van onze toezichthouders en in onze werkprocessen. Dit omdat harde structuur (bouw) en organisch (boom) zijn gecombineerd: sommige controles zijn in het werkproces seizoensgebonden en vinden pas na drie jaar plaats.Dan pas verklaren we in sommige gevallen de NIB-voorziening ‘gereed’. Een extra stok achter de deur van ontwikkelaars en beheerders om natuurinclusief bouwen en bijvoorbeeld een herplantplicht serieus te nemen.
Omgevingsdienst Regio Arnhem
6
BEDRIJFSVOERING
025
6.1 DOORONTWIKKELING BEDRIJFSVOERING Voor bedrijfsvoering startten we 2025 met de livegang van het nieuwe bedrijfsvoering systeem AFAS. In vergelijking met de vorige applicatie SAP biedt AFAS de mogelijkheid om te werken met workflows voor alle bedrijfsvoeringsprocessen. Dat zorgt ervoor dat processen vlotter verlopen. Ook de registratie van inhuur en inkoop ligt nu in de lijn. En dat is een flinke verandering in het werken. Vanaf het eerste kwartaal werkten we hard aan de voorbereiding van de fusie met ODRN. De doorontwikkeling van AFAS is medio 2025 gestopt in verband met de besluitvorming over de fusie. We hebben onze capaciteit ingezet voor het inrichten van de AFAS-omgeving voor de nieuwe fusiedienst. Sinds de intentieverklaring door het bestuur begin mei nam het werk voor de fusie van beide diensten flink toe. Er is veel werk verricht om zowel de juridische als de organisatorische fusie te realiseren. Dit betrof onderdelen van huisvesting en facilitair, control, HR, communicatie en IT. Andere grotere bedrijfsvoeringsprojecten zijn daardoor afgeschaald of getemporiseerd. Interne sturing Sturing van de organisatie vindt onder meer plaats aan de hand van een uitgebreid maandelijks dashboard. Het MT-dashboard is gebaseerd op de balanced scorecard-methodiek (BSC) en qua detaillering op teamniveau.
Voor de team- en projectleiding zijn specifieke dashboards beschikbaar met tijdsbesteding en zaakrealisatie per team, per partner. Output – en outcome sturing Sinds 2020 werken we met een systeem van beheerste outputfinancieringvoor de partners en OD’s. Het is een complex systeem gebleken, dat veel administratie met zich meebrengt. Maar dat vooral de financiëlerisico’s voor ODRA en haar partners vergroot. Het was de bedoeling om in 2025 een evaluatie uit te voeren en te komen met voorstellen voor verbetering. Maar door de fusie met ODRN is besloten om dit op te pakken in het kader van de nieuwe dienst. Bij de besluitvorming over de fusie in het voorjaar van 2025 is besloten om de eerste twee jaar te blijven werken met gescheiden tarieven en financiering. In het najaar bleek dat dit voor de integratie van de twee diensten grote gevolgen heeft. En dat het feitelijk betekent dat integratie nauwelijks mogelijk is. Er is een voorstel gemaakt om te komen tot een financiering in de overgangsperiode. Besluitvorming over dit voorstel vindt plaats in het eerste kwartaal van 2026. Op landelijk niveau is binnen het Interbestuurlijk programma (IBP) gewerkt aan een voorstel voor een gestandaardiseerd financieringsmodel voor alle OD’s in Nederland.
In het traject van de juridische fusie is werk verricht om te komen tot een vorm van financiering voor de nieuwe dienst die samenhangt met het landelijk financieringsmodel. In 2026 werken we verder aan een financieringsmodel voor de nieuwe dienst. Dit model is enerzijds minder op detail uitgewerkt dan de outputsturing die we jarenlang hanteerden. En anderzijds is het gericht op het monitoren op bereikte effecten (outcome) en het financieren van deze outcome prestaties. Dit model moet dan vanaf 2028 in gebruik worden genomen.
6.2 HUISVESTING EN FACILITAIR In 2024 is de Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) geactualiseerd. Hieruit zijn acties voortgekomen die in 2025 zijn uitgevoerd. In 2025 versterkten we de BHV-organisatie en is er een opleidingsplan gemaakt en uitgevoerd.
Met betrekking tot het wagenpark zijn twee dienstwagens vervangen door een hybride model. Twee bedrijfsbussen worden vervangen door elektrische varianten. Al langer richten we ons met andere gebruikers van Stadskantoor en Airborne Tower op het creëren van duurzame oplaadmogelijkheden voor elektrische auto’s. Vanwege de netcongestie is dit een blijvende uitdaging. Het net kan niet worden uitgebreid. Dit vraagt om slimme en uitwisselbare oplaadfaciliteiten. In de initiatiefgroep Bestuurskwartier Slim Schoon Onderweg zoeken we samen met andere nabije publieke organisaties naar mogelijkheden om de binnenstad beter bereikbaar te maken door gebruik te maken van mobiliteitshubs. Hier verwachten we in 2026 een pilot mee te kunnen uitvoeren. In 2025 werkten we aan een businesscase voor de verhuizing van de meetdienst. Na akkoord door het bestuur is tijdens de zomer van 2025 een nieuw pand verbouwd en aangepast aan de noodzakelijke inrichting voor de meetdienst. Per 1 november 2025 is de meetdienst op de nieuwe locatie gevestigd. Dit nieuwe pand is gemoderniseerd en verduurzaamd en biedt de meetdienst ruimte voor doorontwikkeling.
Huisvesting & Facilitair Huisvesting & Facilitair x €1.000 Huur- en afschrijvingen Facilitaire-/servicekosten Kengetallen • huur en afschrijvingen • facilitaire kosten per fte • huurkosten per m2 • aantal fte’s (incl. extern) • aantal m2 HV en fac per werkplek
Begroot 2025 576 531
Real. 2025 349 616
Real. 2024 341 483
2.459 1.926 165 228 2.023 8.247
1.460 2.270 123 230 2.023 7.089
1.416 1.611 119 232 2.023 5.389
Een maatstaf voor de effectiviteit van de huisvesting is de verhouding tussen het aantal medewerkers en het aantal werkplekken (rijksnorm 0,7). In ons werkplekconcept, dat uitgaat van werken op locatie (bij bedrijven, partners klant), thuiswerken en ontmoeten op kantoor, hebben we een inrichting gerealiseerd met een flexfactor van 0,6 werkplek per fte. Door de groei van ODRA staat deze factor onder druk en daalt deze.
6.3 INFORMATIEVOORZIENING & ICT ICT-transitie In 2025 is ingezet op implementatie van ons nieuwe bedrijfsvoerings systeem AFAS en de doorontwikkeling van het zaaksysteem. Rapportages voor sturing en informatieverstrekking zijn ontwikkeld met als basis Power BI. Dit levert sneller inzicht, wendbaarheid en effectiviteitsverbetering. Deze rapportages zijn in het voorjaar van 2025 in gebruik genomen. Er is een nieuwe rapportage ontwikkeld voor KPI’s gekoppeld aan het MJP, met als doel om meer outcome gericht te kunnen rapporteren. In dit jaarverslag is een deel van deze indicatoren opgenomen. Medio 2025 startten we als gevolg van de besluitvorming over de fusie een nieuw AFAS-project, namelijk het inrichten van een gezamenlijke AFAS-omgeving voor de fusieorganisatie. De GIS-applicatie is doorontwikkeld en krijgt een plek in het ICTlandschap. Er is geëxperimenteerd met robot procesautomatisering in de vorm van een adviesrobot. Dit resulteerde in een project dat samen met ODRN en ODDV opgestart is.
Omgevingsdienst Regio Arnhem
026
ICT ICT Begroot x €1.000 2025 Kosten ICT 839 • ICT kosten per fte 3.689 • ICT kosten per werkplek 6.938
Real. 2025 811 3.525 6.700
6.4 OPENBAARHEIDSPARAGRAAF WET OPEN OVERHEID
Real. 2024 806 3.480 6.664
AVG/WPG/Privacy/BIO-richtlijn In het afgelopen jaar is er één datalek gemeld bij de Functionaris Gegevensbescherming van ODRA. Dit datalek was niet van dusdanige aard dat we deze moesten melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Sinds 2023 maakt ODRA gebruik van anonimiseringssoftware om documenten te anonimiseren. In 2025 keken we naar een mogelijke uitbreiding van deze software. Daarnaast startten we in 2024 de gesprekken met de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling over de verhoudingen tussen hen en ODRA in het kader van de AVG. Deze gesprekken en het omschrijven en vastleggen van de rollen en verantwoordelijkheden pakten we verder op in 2025 Begin 2024 ontvingen we de resultaten van de hercontrole ten behoeve van de Wet Politie Gegevens (WPG). Hieruit blijkt dat we in de praktijk grotendeels voldoen. Er is nog verbetering mogelijk op het gebied van processen en protocollen. In 2025 scherpten we onze processen en protocollen aan en hielden we een beperkte interne audit. Voor het uitvoeren van een uitgebreide controle hebben we uitstel gekregen tot het eerste kwartaal van 2026.
Aantal Woo verzoeken
WOO-verzoek Milieu Juridische Handhaving en Advies Toezicht Bedrijven en Leefomgeving WOO-verzoek Regulier Juridische Handhaving en Advies Zonder nadere specificatie Eindtotaal
Aantal afgeronde Woo verzoeken
WOO-verzoek Milieu Juridische Handhaving en Advies Team PPI Toezicht Bedrijven en Leefomgeving WOO-verzoek Regulier Juridische Handhaving en Advies Zonder nadere specificatie Eindtotaal
Katern 1 | Jaarverslag 2025
Bevoegd gezag Gemeente Arnhem
Wet elektronische publicaties (Wep) - informatiewetten Op 1 juli 2023 is de Wep van kracht geworden. We voeren voor een aantal partners de taak digitale terinzagelegging van voorgenomen besluiten uit. Daarnaast zijn er nog een aantal andere informatiewetten. We bereiden ons voor om daaraan te gaan voldoen. Dit zijn bijvoorbeeld de wet duurzaam en maatschappelijk ondernemen, wet modernisering bestuurlijk verkeer en de wet digitale overheid.
Gemeente Provincie Lingewaard Gelderland Eindtotaal 1 1
36 20 16 37
Bevoegd gezag Gemeente Arnhem
Wet open overheid (Woo) Op basis van de Woo worden verzoeken tot informatie gedaan. In de meeste gevallen verzorgen onze opdrachtgevers zelf de afwikkeling van deze verzoeken. ODRA levert de stukken en de partner anonimiseert deze stukken en maakt ze openbaar. Voor aan aantal partners wikkelt ODRA de Woo-verzoeken af. De stukken worden dan door ODRA geanonimiseerd en openbaar gemaakt. In de onderstaande overzichten wordt het aantal ingediende en afgehandelde Woo-verzoeken weergegeven. Het verschil tussen het aantal ingediende en afgehandelde Woo-verzoeken heeft te maken met de onderzoeken die op 1 januari 2025 nog onderhanden waren.
1 1
1
19 18 1 2 2 21
21 20 1 38 z 16 59
Gemeente Provincie Lingewaard Gelderland Eindtotaal 1 25 26 1 19 20 5 5 1 1 30 4 34 16 4 20 14 14 30 1 29 60
027
6.5 HR Kwaliteit van personeel In 2025 zijn we vooral bezig geweest met professionalisering en borging van kwaliteit. Dat loopt uiteen van het schonen van gegevens in diverse systemen, tot optimalisering van processen en ontwikkeling van methodiek voor begeleiding van (nieuwe) medewerkers. Het opleiden van onze medewerkers en de VTH-kwaliteitscriteria speelde ook in 2025 een belangrijke rol. Hierbij richten wij ons steeds meer op de competenties die nodig zijn om een functie goed te kunnen bekleden. Eind 2024 zijn de competenties in een nieuwe versie 3.0 van de kwaliteitscriteria toegevoegd aan de bestaande kennisgebieden. Met de introductie van nieuwe kwaliteitscriteria (KC3.0) hanteren wij een vernieuwde visie op de taken die wij binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) uitvoeren. KC3.0 benadrukt het belang van kwaliteit en borging van kennis en kunde in onze vakgebieden, waarbij we aantoonbaar voldoen aan de geactualiseerde eisen. Daarnaast biedt de fusie met ODRN ons de mogelijkheid om onze slagkracht verder te vergroten. Door de bundeling van kennis en ervaring van beide organisaties zijn we ervan overtuigd dat we ruimschoots kunnen voldoen aan de gestelde eisen en uitdagingen binnen het VTH-domein. We kijken ernaar uit om alle expertises samen te voegen en zo nog meer impact te maken op de leefomgeving.
pensioen. Het aantal jongere medewerkers tot 21 jaar steeg het afgelopen jaar. Daarnaast is er een duidelijke stijging van het aantal medewerkers in de leeftijdscategorie tussen de 25 en 44 jaar. Hierdoor is de gemiddelde leeftijd gedaald naar 41,04 jaar. In 2024 was de gemiddelde leeftijd 46 jaar. Binnen de teams van Handhaving en Advies zijn meer mannen werkzaam. Vrouwen werken meer binnen bedrijfsvoering, staf en juridisch. Leeftijdsopbouw 2025
Gemiddelde leeftijd
Ontwikkelingen personeelsbestand Bij ODRA doet iedereen mee. De maatschappij is onze klant én inspiratiebron. Zo benaderen wij ook de arbeidsmarkt met als doel een personeelsbestand te vormen dat een afspiegeling van de samenlevingis. Om een nog meer inclusieve organisatie te worden stelden we beleid ten aanzien van inclusie op met een plan van aanpak. In het plan van aanpak is informatie opgenomen over de hulpmiddelen die we kunnen gebruiken voor inclusie. We hebben het beleid, het plan van aanpak en de hulpmiddelen laten toetsen door collega’s van gemeente Arnhem. Hun feedback is verwerkt in een aangepaste versie van het beleid. Vanuit HR nemen we deel aan een netwerk over inclusie. Wij hechten waarde aan een prettige en open werksfeer voor onze medewerkers.De verhouding man-vrouw is met 38,86% licht toegenomenin vergelijking tot 2024 (36,67%). We zijn trots op onze 162 mannen en 103 vrouwen, in totaal 265 collega’s, die een bijdrage leveren aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.
Sociale inzetbaarheid 2024 en 2025
Verhouding man/vrouw 2024 en 2025
De gemiddelde leeftijd binnen ODRA is dit jaar aanzienlijk lager dan de afgelopen jaren. Dit komt door het aantrekken van veel junior medewerkers en trainees en uitstroom van ouderen als gevolg van
De inzet van stagiaires is in 2025, met 4 stagiaires, gelijk aan 2024. Er zijn twee medewerkers die een WW-uitkering ontvangen, waarvan er één per juni 2026 afloopt. Het afgelopen jaar is er meer gebruik gemaakt van ouderschapsverlof en (aanvullend) geboorteverlof dan in 2024. Dit heeft te maken met de veranderingen in wetgeving en met een groter aantal mannen die de mogelijkheden benutten. Het gebruik van zorgverlof is gestegen tot 6 medewerkers.
Omgevingsdienst Regio Arnhem
028
De bekendheid van ODRA in combinatie met de krapte op de arbeidsmarkt speelt een rol als het om de invulling van de vacatures gaat. Met name voor de specialistische functies wordt het vinden van senior medewerkers elk jaar lastiger. Er wordt een beroep gedaan op onze creativiteit, intensivering van social mediacampagnes en het zoeken van verbindingen voor werving en selectie. Wij werkten aan de uitbreiding van samenwerking met werving- en selectiebureaus, we zijn bij drie HR-netwerken aangesloten en we namen deel aan diverse banenmarkten. Met onze corporate story en het weergeven van ons ODRA DNA treden we actief naar buiten. Deze strategie zetten wij voort in 2026. Verder zetten we in 2025 de eerste stappen voor een strategisch personeelsbeleid. Dit deden we door in kaart te brengen wie er met pensioen gaan in de aankomende 5 tot 10 jaar. Dit jaar gingen er een aantal collega’s met pensioen. Hier anticipeerden wij goed op met doorstroom en een tijdige werving- en selectieprocedure. In 2026 bouwen wij hierop door. Tenslotte is eind 2024 aangekondigd dat de Belastingdienst gaat handhaven op de Wet DBA. Dit leidde in 2025 geleid tot een lager In, uit en doorstroom 2024 en 2025
de keuze om iets heel anders te gaan doen. Tot slot gingen we met een paar collega’s aan de slag met loopbaanbegeleiding als er intern geen passend aanbod meer was. Bedrijfsgezondheid en verzuim Vanuit de bedrijfsgezondheid is er veel aandacht is voor de fysieke en sociale veiligheid, gezondheid en vitaliteit van onze medewerkers. We voerden begin 2025 een preventief medisch onderzoek (PMO) en periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) uit. Dit onderzoek heeft een preventief karakter op mogelijke gezondheidsrisico’s en is door medewerkers goed ontvangen. In de zomer zijn de resultaten besproken en zijn vervolgacties gepland. Uit het onderzoek blijkt dat ODRA een werkgever is die de zaken goed op orde heeft. Op een aantal onder delen mogen we meer bekendheid geven aan faciliteiten of beleid waar medewerkers gebruik van kunnen maken, zoals bedrijfssport- en fitness. Vanuit de professionaliseringsslagen van de strategie gericht op verzuimbegeleiding naar een preventieve aanpak, konden wij ons verzuimcijfer positief beïnvloeden. De samenwerking tussen de leidinggevenden, de medewerkers en HR is hiervoor erg belangrijk en heeft continue aandacht. En dat naast de inzet van specialistische diensten, de bedrijfsadviseur en de bedrijfsarts, die zich richten op een voorspoedig herstel. Hierdoor realiseerden we een aanzienlijke daling in extra lang en lang verzuim.
In 2024 is de Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) geactualiseerd. Acties uit de RI&E richten zich op externe en interne veiligheid, gezondheid en vitaliteit. De acties die uit de RI&E voortkwamen zijn in een plan van aanpak opgenomen en in 2025 uitgevoerd. Het gemiddelde ziekteverzuimpercentage is in 2025 over alle teams 4%. Het cijfer daalde licht in vergelijking met 2024 (4,3%) en is
Doorstroom 2025
aantal zzp’ers dat reageert op interim vacatures. De instroom daalde in 2025 met 27 nieuwe medewerkers wat ten opzichte van 2024. Toen stroomden er 34 nieuwe medewerkers in. Dit kan te maken hebben met de fusie en de beslissing om in de laatste twee maanden van 2025 niemand meer aan te nemen. Nieuwe mede werkers laten we vanaf 2026 pas weer instromen. Een grote groep medewerkers is intern doorgestroomd. In 2024 waren dit 50 medewerkers, in 2025 waren het er 61. Dit betreft vooral medewerkers die doorstroomden naar een hogere functie. Daarnaast stapten er een aantal collega’s over naar een andere afdeling. Het aantal medewerkers met een vast dienstverband steeg licht. In 2025 stroomden er meer mensen uit. Dit heeft te maken met een aantal (3) collega’s dat met pensioen of vervroegd pensioen ging. Een aantal medewerkers maakte
Katern 1 | Jaarverslag 2025
Voortschrijdend gemiddelde t/m december 2025
Verzuimduur vergelijking 2023 t/m december 2025
029
significant lager dan het landelijk gemiddelde (> 6%). Het gemiddelde verzuim laat een forse daling zien van het lang verzuim en verzuim langer dan één jaar. Een preventieve aanpak vanaf onboarding, maatwerk begeleiding en oplossingen in combinatie met loopbaan begeleiding en de samenwerking tussen de afdelingsleiding en HR liggen hieraan ten grondslag.
6.6 RECHTMATIGHEID In deze paragraaf geven wij een toelichting op de rechtmatigheidsverklaring. De rechtmatigheidsverklaring 2025 bevat geen bevindingen en dus is er geen toelichting nodig.
Omgevingsdienst Regio Arnhem
2025 JAARVERSLAG OMGEVINGSDIENST REGIO ARNHEM KATERN 2
7
INLEIDING, GRONDSLAGEN EN UITGANGSPUNTEN
033
7.1 INLEIDING • De jaarrekening bestaat uit twee katernen. Katern 1 is het jaarverslag met de resultaten volgens afgesproken programma- en taakveldindeling van het Gelders Stelsel. • Katern 2 is de jaarrekening. Hierin verantwoorden we ons over de financiën van 2025. Dit doen we aan de hand van de grondslagen en uitgangspunten, die zijn bepaald door de richtlijnen uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Daarnaast maakten we met de zes omgevingsdiensten in Gelderland en onze partners (gemeenten en provincie) afspraken over de programma- en taakveldindeling en de detaillering van onze verantwoording. We spreken over de programma’s Vergunningen, Toezicht/ Handhaving, Advies en Projecten. Verder is een indeling gemaakt op de taakvelden Milieu/Algemeen en Bouw. Dit sluit aan bij de indeling die vanuit de robuustheidseisen wordt gebruikt, namelijk ‘basis- en milieu gerelateerde taken’ en ‘plus-taken’. Een derde indeling is de verantwoording op categoriaal exploitatie-niveau (kostensoorten). Deze worden aangevuld met alle vereiste cijfers en toelichtingen op onze balanspositie en alle door de BBV voorgeschreven overzichten.
7.2 GRONDSLAGEN EN UITGANGSPUNTEN VOOR DE JAARREKENING Wettelijk kader en bestuurlijke afspraken • BBV: Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. • Financiële verordeningen Omgevingsdienst Regio Arnhem (actualisatie is vastgesteld in dec. 2023). • Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). • De systematiek van ‘Beheerste outputfinanciering’; diensten en producten worden afgerekend tegen vooraf vastgestelde prijzen (vastgelegd in de Producten en Diensten Catalogus (PDC 2024)) en werkelijke aantallen. Deze methodiek geldt voor alle opdrachten van klanten, met uitzondering van de provinciale programma’s en opdrachten van derden. Deze worden afgerekend op uren x tarief.
•
•
•
•
Directe kosten en overhead onderscheiden we in: Directe kosten: dit zijn de personeelskosten en kosten die volledig gerelateerd kunnen worden aan het primaire proces. Deze kosten worden toegerekend aan de programma’s en taakvelden op basis van de verhouding van de tijdsbesteding door medewerkers. Overheadkosten (indirect): dit zijn de loonkosten van medewerkers bedrijfsvoering, staf en management, teamleiding, huisvesting, ICT en facilitair voor zover deze niet worden gemaakt voor projecten en specifieke opdrachten en activiteiten in het primaire proces. Voorzieningen: deze berekenen we op basis van het financiële risico en toekomstige kosten voor zover we deze tijdens het opstellen van de jaarrekening (februari 2026) konden vaststellen. Exploitatieresultaat: dit is het verschil van baten, lasten en dotatie/onttrekking aan voorzieningen. Het exploitatieresultaat wordt na het afsluiten van het boekjaar gemuteerd op de algemene reserve en bestemmingsreserves, tenzij het Algemeen Bestuur anders besluit. Algemene reserve: volgens de robuustheidscriteria moet de weerstandsratio minimaal 0,8 zijn. De omvang van de Algemene reserve is medebepalend voor de weerstandsratio. Het Algemeen Bestuur besluit over de bestemming van het resultaat en kan besluiten tot het instellen van een bestemmingsreserve.
Continuïteit ODRA: er zijn geen meerjarige toezeggingen van klanten aan ODRA over de meerjarige begroting. Elk jaar wordt op basis van de geaccordeerde begroting een werkprogramma afgesproken. De bijdragen zijn voor een deel van structurele aard. ODRA voert de wettelijke taken voor milieuvergunningen en toezicht uit.
Resultaat We sluiten het boekjaar 2025 af met een positief exploitatieresultaat van afgerond € 55.000. Na vrijval van de bestemmingsreserve verlof ontstaat een resultaat van afgerond € 122.000 Hierbij is de dotatie aan de verlofvoorziening verwerkt. De accountant heeft bij haar controle een aantal bevindingen gedaan die in totaliteit onder de foutengrens blijven. Deze zijn daarom niet meer verwerkt in deze jaarrekening.
Toerekening en berekeningswijzen • Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop de dienst en/of het product betrekking heeft: • Baten zijn de in rekening gebrachte bedragen aan alle klanten. Dat doen we op basis van de afgesproken tarieven voor de producten en diensten in de PDC. Alleen voor de Specifieke Uitkerings (SPUK) projecten zijn afwijkende diensten geformuleerd, met afgesproken (afwijkende) tarieven. • Voor nog niet afgeronde producten (onderhanden werk) berekenen we op basis van verstreken doorlooptijd in relatie tot de gemiddelde doorlooptijd per product een percentage. Dat percentage x het tarief van het betreffende product is de waarde die is opgenomen, onder aftrek van de stand van voorgaand jaar. • Lasten zijn de personeelskosten (eigen medewerkers en inhuur), huisvesting, facilitair, bovenregionale kosten, advieskosten en materiële kosten voor projecten.
Omgevingsdienst Regio Arnhem
8
BATEN EN LASTEN; PROGRAMMA-INDELING, PRODUCT – EN KLANTGROEPEN
035
8. 1 INDELING VAN DE VERANTWOORDING In ‘Tabel 1: Staat van baten en lasten’ hanteren we een indeling in taakvelden en programma’s. Kosten en baten gefinancierd uit bestemmingsen balansfondsen hebben we niet gecategoriseerd op programmaniveau. Deze zijn opgenomen en toegelicht in de categoriale exploitatierekening. We hanteren naast de dimensies programma’s en taakvelden een indeling in klantgroepen en productgroepen. We gebruiken klantgroepen en productgroepen om het systeem van beheerste outputfinanciering te laten werken. Klanten We hebben alleen publiekrechtelijke organisaties als klant. We maken in de staat van baten en lasten onderscheid tussen vier klantgroepen: • Partners – dat zijn 10 gemeenten in de regio Arnhem en provincie Gelderland voor reguliere taken. • Provincie – voor de provinciale programma’s PCH (toezicht op complexe bedrijven) en PAB (aandachtsbedrijven). • Omgevingsdiensten in Gelderland. • Derden – alle overige klanten, zoals gemeenten die niet onze partners zijn, omgevingsdiensten buiten Gelderland en Omgevingsdienst NL, brancheorganisaties en verschillende ministeries. Deze laatste geven subsidie voor projecten die via de SiSa-verantwoording lopen.
Productgroepen In ons financieringssysteem hanteren we een vijftal productgroepen, gebaseerd op de volgende methodiek: • Producten – brengen we in rekening op basis van vaste productprijs x aantal geleverde producten. • Diensten - op basis van een uniform uurtarief (€ 104,- per uur). • Gezamenlijke diensten - op basis van fixed price voor het gehele pakket aan diensten. • Materiële kosten – belasten we 1 op 1 door op basis van nacalculatie werkelijke kosten.
In het voorjaar 2025 startten we met het actualiseren van de begroting 2025. We kozen voor een actualisatie omdat de aangepaste begroting beleidsarm is en er geen ongedekte effecten voor de partners zijn. Daar waar de werkpakketten qua omvang zijn gegroeid, is dit afgestemd of is er dekking voor. De belangrijkste redenen voor de actualisatie zijn de toegenomen orderportefeuille. Dit ontstond vooral door projecten vanuit het Rijk (SPUK) en provincie. Een ander belangrijk project betreft de fusie van ODRA en ODRN. Deze is ook verwerkt in de geactualiseerde begroting 2025. Dit leidt tot een groei van het aantal medewerkers en daarmee de personeelskosten. Daarnaast zijn de kosten geactualiseerd op de inflatie en de CAO-2025. De totale omvang van de initiële begroting 2025 was € 26,5 miljoen. De geactualiseerde begroting gaat uit van € 28,4 miljoen. De stijging komt voor € 0,1 miljoen door groei van de werkpakketten, € 0,5 miljoen door uitvoering van de extra aanvullende opdrachten en projecten en € 1,3 miljoen vanwege fusiekosten ten behoeve van de fusie van ODRA en ODRN tot ODGM.
8.3 VERSCHILLEN BEGROTING EN REALISATIE PER PROGRAMMA In ‘Tabel 1: Staat van baten en lasten’ geven we per programma, per taakveld, een specificatie weer van de begrote en gerealiseerde resultaten. Over het algemeen zien we een verbeterd resultaat voor de programma’s onder het werkprogramma, terwijl het resultaat op projecten ongeveer volgens verwachting is. Het saldo op het programma Vergunningen laat zien dat de implementatie van de Omgevingswet vooralsnog leidt tot het effect dat gemiddeld meer uren worden besteed aan vergunning verstrekking dan waarop onze kengetallen zijn gebaseerd.
Producten- en dienstencatalogus Wij werken met een producten- en diensten catalogus (PDC) waarin elk van de ongeveer 80 producten en diensten zijn beschreven op inhoud, kwaliteitsniveau en prijs. We koppelden elke dienst en product aan een taakveld en een programma. De realisatie van de baten komt voort uit deze koppeling. De realisatie van de programma- en/of taakveldkosten baseren we op de verhouding van de tijdsbesteding op de producten x gemiddeld tarief. Voor partners, omgevingsdiensten en de provincie voor de provinciale programma’s geldt dat we vooraf een werkpakket afspreken. Werk voor overige klanten, de projecten en alle opdrachten van partners die niet zijn opgenomen in het basiswerkpakket, beschouwen we als ‘aanvullend werk’ en daarmee een extra dimensie in de monitoring en beheersing van ons werk.
8.2 INITIËLE BEGROTING EN BEGROTINGSWIJZIGING Op 17 april 2024 besprak het Algemeen Bestuur (AB) de initiële begroting 2025 en op 12 september 2024 stelde zij deze met inacht neming van de zienswijzen van Gemeenteraden en Provinciale Staten vast.
Omgevingsdienst Regio Arnhem
036 Tabel 1: Staat van baten en lasten per programma Staat van baten en lasten Programma’s x € 1.000
Actuele bg 2025 Bouw
Milieu
Realisatie 2025
Verschil Totaal real-bg
Bouw
Milieu
Totaal
2.882 1.351 1.205 565 -209 3.512 1.653 53 18 884 -522 -245 Saldo vergunningen
4.233 1.771
3.216 1.694 *niet specifiek begroot 3.293 1.735 *niet specifiek begroot 77 41
Toezicht en handhaving (+ % v/d omzet) • directe kosten • toegerekende overhead • baten partners / prov. progr. • baten OD’s en derden Saldo handhaving Verschil real. met begroting
2.688 9.584 12.272 *niet specifiek begroot 2.688 9.585 12.273 *niet specifiek begroot 0 2 2
6.434 2.691 -460 9.495 64 -576 144 434 Saldo toez. & handh.
Advies (+ % v/d omzet) • directe kosten • toegerekende overhead • baten partners / prov. progr. • baten OD’s en derden Saldo advies Verschil real. met begroting
561 2.963 *niet specifiek begroot 580 3.064 *niet specifiek begroot 19 101
3.524
-45
3.644
240
120
285
Stelseltaken (+ % v/d omzet) • directe kosten • toegerekende overhead • baten partners / prov. progr. • baten OD’s en derden Saldo stelseltaken Verschil real. met begroting
332 *niet specifiek begroot *niet specifiek begroot *niet specifiek begroot -332
332
-12
Projecten (+ % v/d kosten) • directe kosten • toegerekende overhead • baten partners / prov. progr. • baten OD’s en derden Saldo algemeen Verschil real. met begroting
4.910 5.028 118
-1.093
Milieu
Kosten
2.829 1.207 990 422 5.166 2.872 1.535 71 93 5.237 -855 -94 -766 Saldo vergunningen
4.036 1.413
-6.003
2.136 894 3.174
8.570 3.585
-12.155
321 134 434 -21 Saldo advies
2.195 918 2.714 255 -144
2.516 1.052
-3.569
127 217
127 217
Totaal 17%
-5.449
4.407 93 4.500 -949 44%
1.916 6.441 671 2.255 12.669 2.479 9.099 64 0 56 12.733 -107 459 578 Saldo toez. & handh.
8.357 2.926
-11.282
12%
11.578 56 11.634 352 11%
459 1.838 161 643 3.148 413 2.346 255 0 173 3.403 -207 38 -165 Saldo advies
2.297 804
-3.101
2.760 173 2.933 -169 0%
176 161 0
176 161 0
0 -337 -343 Saldo stelseltaken
-337
0 -332
12
6.065 *niet specifiek begroot 6.093 *niet specifiek begroot 28
6.065
93
-343 Saldo stelseltaken
-343
4.211 1.761 61 4.457 1.575 -32 60 Saldo projecten
4.211 1.761
1.356 -1.293 63 21.599 21.834 235
1.356 -1.293 63 28.395 28.395
21%
6.796 6.561 -235
6.093 28
Vergunningen: saldo programma € 0,77 miljoen negatief De baten zijn € 0,21 miljoen hoger dan begroot. Er zijn meer diensten (ongeveer 1.300 uur) en meer producten (122 stuks) geleverd. Sinds de invoering van de Omgevingswet komen er minder concrete aanvragen voor vergunningen en minder meldingen binnen. Dit is een landelijke trend, waarbij de stikstofproblematiek een mogelijke oorzaak is. Er is meer vraag naar dienstverlening en advisering bij initiatieven. En er worden vaker maatwerk
Katern 2 | Jaarverslag 2025
Bouw
45% 117
-0
Toelichting tabel 1: Realisatie per programma We hebben € 298.500 minder baten gerealiseerd dan begroot. Per programma zijn de verschillen tussen de begroting, de kosten en baten, als volgt te verklaren: •
% Real 19%
Vergunningen (+ % v/d kosten) • directe kosten • toegerekende overhead* • baten partners / prov. progr. • baten OD’s en derden Saldo vergunningen Verschil real. met begroting
Vanuit balans & overige baten en baten Baten ontrokken uit balans Rente baten en overig Totaal • kosten • baten Saldo Resultaat na bestemming reserveontrekking
Realisatie 2024
7.572 7.174 -399
601 90 691 20.470 20.923 453
- 728%
828%
-5.972
19%
4.408 1.543 4.457 0 4.958 1.575 1.916 6.032 0 923 60 Saldo projecten
601 90 691 28.042 28.097 55
0 0 0 -337
7.027 5.858 -1.169
72 176 248 19.094 20.330 1.236
-1 737%
1 837%
4.408 1.543
-5.951
4.958 1.916 6.873 923
72 176 248 26.121 26.188 67
vergunningen verleend. Na de inwerkingtreding van de Omgevings wet bleef het aantal projecten met een omvangrijke planologische procedure tot nu toe beperkt tot de grotere, uitzonderlijke projecten. Daar staat een forse toename van het aantal uren begeleiden van BRIKS-trajecten tegenover. Veel van de projecten bevinden zich momenteel in intensieve voortrajecten. De complexiteit en omvang van de ontwikkelingen vragen structureel meer capaciteit. De kostenontwikkeling laat zien dat we na invoering van de Omgevingswet nog niet de genormeerde uren per product kunnen halen. Het resultaat is een negatief saldo op vergunningen. •
Toezicht en handhaving: saldo programma € 0,58 miljoen positief De baten zijn € 0,46 miljoen hoger dan begroot. Er zijn meer
037
diensten (ongeveer 2.200 uur) en minder producten (185 stuks) geleverd. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet werden gemeenten zelf bevoegd gezag voor bodemsaneringen. Na ruim een jaar is te merken dat er via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) nog steeds minder ‘meldingen voor graven’ binnenkomen dan verwacht. In het DSO moeten initiatiefnemers hun milieubelastende activiteit melden. De trend in de bouwvergunningen heeft gevolgen voor toezicht op de bouw, waardoor de realisatie lager is. Daar staat tegenover dat er meer controles op bestaande bouw uitgevoerd zijn, zoals controles op huisvesting arbeids migranten, illegale situaties, incidenten (o.a. stadsbrand in Arnhem) en een toename van het aantal klachten. •
Advies: saldo programma € 0,17 miljoen negatief De baten zijn € 0,24 miljoen lager dan begroot. Er zijn minder diensten geleverd (ongeveer 2.600 uur). De lagere uren voor Advies bouw zijn in de begroting verkeerd toegewezen uren van saneringsevaluaties. Dit was begroot onder bouw, maar het gaat hier om milieutaken. Er zijn, net als vorig jaar, behoorlijke overschrijdingen bij de Adviesrapporten Leefomgeving. De begrote uren worden jaarlijks te laag ingeschat, terwijl er meer aanvragen binnenkomen voor allerlei verschillende thema’s. Bij de meetrapporten is er ook een toename. Dit komt onder andere door de vele klachten over warmtepompen waarbij we extra geluidsmetingen uitvoerden. De personeelskosten vallen iets hoger uit.
Tabel 2: Realisatie per productgroep Kerntabel x € 1.000 Aantal producten Omzet Producten Diensten Gezamenlijke diensten Doorbelaste materialen Balans Overige inkomsten Totaal baten Kengetallen en fte’s • uitvoering • overhead Totaal lasten Saldo Gemid. kengetal p/prod. Benodigde cap. (uren)
8.916
Actualisatie 2025 Gem. Omzet % tarief
€ 819 € 104
7.302 26% 16.737 59% 2.365 8% 635 2% 1.293 5% 63 0% 28.395 100%
fte's 182 48 229
kosten 19.473 69% 8.923 31% 28.396 100%
Aantal producten
8.853
•
Projecten: saldo programma projecten € 0,60 miljoen positief De baten zijn € 0,61 miljoen lager dan begroot. De kosten liggen lager doordat de inzet van uren op een aantal onderdelen achter blijft. In totaal wordt ongeveer 800 uur minder besteed dan begroot. De onderschrijding bij Programma Aandachtsbedrijven (PAB) wordt met name veroorzaakt door niet bestede materiële budgetten door minder nieuwe omgevingsscans. Bij de Drinkwaterreserveringsgebieden en Wet Natuurbescherming (WNB) kwamen er afgelopen jaar minder meldingen binnen. De Erkende Maatregelenlijst (EML)-controles zijn aangevuld met aanvullende opdrachten voor Rheden en Zevenaar.
•
Stelseltaken: hier worden alleen kosten op gerealiseerd. Inhoudelijk is dit toegelicht in katern 1.
•
Balans en saldo: De opbrengst die onttrokken is uit de balans zijn subsidieprojecten voor de fusie en de meetdienst. Saldo 2025 is vóór bestemming. In 2024 is het saldo weergegeven dat na bestemming is toegevoegd aan de bestemmingsreserve Verlof.
Zie voor de exacte aantallen bijlage 2.
Realisatie 2025 Gem. tarief
Omzet % Aantal begroti producten
€ 843 € 105
7.462 102% 16.862 101% 2.565 108% 517 81% 601 46% 90 142% 28.097 99%
fte's 189 41 230
kosten 19.656 101% 8.386 94% 28.042 99%
0 7,9 uur 251.142 uur begroot
8.180
Realisatie 2024 Gem. tarief
Omzet %
€ 783 € 99
6.406 24% 16.208 62% 2.310 9% 931 4% 0 0% 333 1% 26.188 100%
fte's 186 45 232
kosten 19.274 74% 6.847 26% 26.121
55 7,8 uur 252.221 uur gerealiseerd
67 100%
7,9 uur 262.474 uur gerealiseerd
Toelichting tabel 2: Realisatie per productgroep Verschillen tussen realisatie en actuele begroting: • We hebben minder producten geleverd dan in de actuele begroting was aangenomen. Deze lagere realisatie zit vooral in het programma toezicht en handhaving (zie bijlage 2).
Omgevingsdienst Regio Arnhem
038
8.4 OVERHEAD SPECIFICATIE De totale overhead is uitgekomen op afgerond € 8,4 miljoen. In tabel 3 is de opbouw weergegeven. De totale overhead (exclusief voorziening) bedraagt 30% (begroot is 31%). Ten opzichte van 2024 zien we een stijging bij Huisvesting & Facilitair door hogere servicekosten en huur. De projecten hebben een stijging ten opzichte van 2024 door de fusiekosten en verhuizing van de meetdienst. De stijging van de onvoorziene en overige kosten ten opzichte van 2024 heeft te maken met facturen die betrekking hadden op 2024 (€ 58k), waaronder de afrekening van de servicekosten 2024. Andere minimale stijgingen ten opzichte van 2024 worden veroorzaakt door indexering. In 2025 vallen de stelselen advieskosten lager uit dan begroot. Tabel 3: Specificatie overhead Overhead specificatie (indirecte kosten) x € 1.000 Personele overhead
Actuele begroting 2025 Realisatie 2025 Direct Totaal Overhead Direct Totaal Overhead 5.200 18.445 23.645 5.385 18.739 24.124
Materiële overhead • Huisvesting & Facilitair • ICT • Stelselkosten • Advieskosten • Onvoorzien en overig • Projecten • Dotatie / Vrijval Balans Subtotaal mat. overhead Totaal • Saldo % van de totale kosten
1.107 839 296 147 111 1.229 -7 3.723
1.027
1.107 839 346 332 125 2.008 -7 4.750
964 811 217 214 69 729 -2 3.001
127 20 15 755 0 917
8.923
19.473
28.396
8.386
19.656
31%
69%
30%
70%
50 184 14 779
964 811 343 234 84 1.483 -2 3.918 28.042 55
Realisatie 2024 Overhead Direct 4.887 17.853
824 806 161 178 -9
990
824 806 337 433 -9 990
1.960
1.421
3.381
6.847
19.274
26.121 67
26%
74%
8.5 FINANCIERING EN DEKKING Tabel 4: Overzicht van dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Actuele begroting 2025 Realisatie 2025 Realisatie 2024 x € 1.000 Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Exploitatie 27.039 28.396 -1.357 27.406 28.042 -636 26.012 26.121 -109 Overzicht van dekkingsmiddelen • Lokale heffingen • Algemene uitkeringen • Dividend • Saldo financiëringsfunctie 1.356 1.356 691 0 691 176 176 • Reserves (voor resultaat bestemming) 0 55 67 Saldo 28.395 28.396 28.097 28.042 26.188 26.121
Toelichting op Tabel 4: Overzicht dekkingsmiddelen We kennen vier financieringsstromen die gerekend worden tot de exploitatie: • baten van partners; • baten uit provinciale programma’s; • baten van de omgevingsdiensten in Gelderland; • baten van derden. Het saldo financieringsmiddelen bestaat uit vrijval uit reserves en voorzieningen en rente. We hebben geen beleggingen uitstaan en dus geen dividend uitgekeerd. We innen geen lokale heffingen en ontvangen geen uitkeringen uit algemene fondsen.
Katern 2 | Jaarverslag 2025
Totaal 22.740
176 255
039
Tabel 5: Overzicht financiering uit reserves Mutaties reserves Actuele begroting 2025 Realisatie 2025 Realisatie 2024 x € 1.000 Toev. Ontt. Saldo Toev. Ontt. Saldo Toev. Ontt. Saldo Algemene reserve 67 712 644 144 644 BR provincietaken 80 79 13 79 BR bur. mil. metingen 29 36 44 42 80 BR Verlof 67 67 0 • onverdeeld resultaat 122 122 67 67 Saldo 67 821 189 103 889 211 54 871
Toelichting op Tabel 5: Financieringen uit reserves Het resultaat van 2024 is op basis van het besluit van het AB volledig toegevoegd aan de bestemmingsreserve Verlof. Eind 2025 stelden we vast dat er een dotatie aan de verlofvoorziening van € 220.000 noodzakelijk is. Deze dotatie is ten laste gebracht van de exploitatie. Na besluitvorming over de vrijval van de bestemmingsreserve verlof ontstaat een financieel resultaat van afgerond € 122.000.
Omgevingsdienst Regio Arnhem
9
STAAT VAN BATEN EN LASTEN CATEGORIALE INDELING
041
9.1 BATEN In de voorgaande hoofdstukken presenteerden we de baten op programma of taakveld en per productgroep. In tabel 7 geven we de verdeling over de klantgroepen weer. Sheet1
Tabel 6: Staat van baten Staat van baten en lasten (categoriaal) x € 1.000
Baten dienstverlening Provinciale programma's Partners werkprogramma Omgevingsdiensten Derden en overig Projectgelden en subsidie
Actuele begroting 2025
Realisatie 2025 % tov bg
Realisatie 2024
5.821 18.909 704 1.300
5.767 19.257 746 666 454
99% 102% 106% 51%
5.588 17.683 730 534 454
Baten dienstverlening Doorbelaste materiële kosten Overige inkomsten Rente baten Vrijval balans
26.733 305
101% 169%
63 1.293
26.889 517 0 90 601
142% 46%
25.009 931 72 176 0
Totaal baten
28.395
28.097
99%
26.188
Toelichting op Tabel 6: Staat van baten Ten opzichte van de begroting is de omzet 101%. Op detailniveau zijn er verschillen: • Voor de provinciale programma’s ‘complexe handhaving en aandachtsbedrijven’ zijn iets minder diensten verricht. Inhoudelijk is dit in katern 1 toegelicht. • Bij partners is de omzet hoger dan begroot. De post derden en overig is lager dan begroot (ook samen met projectgelden en subsidie). Hierin zitten vooral projecten en aanvullende opdrachten (adviesrapporten leefomgeving) en detachering. • Er was € 1,3 miljoen begroot voor derden en overig & projecten. Hierin waren stelposten opgenomen die met aanvullende opdrachten bij partners en provinciale programma’s Page zijn verantwoord in de realisatie. In de projecten zitten de subsidies van1SPUK Energie en SPUK ZZS. • Doorbelaste materiële kosten: hogere realisatie doordat we veel kosten en materialen hebben om de aanvullende opdrachten, projecten en deels het werkpakket uit te kunnen voeren. • De overige inkomsten gaan over rente in 2025. Deze zijn nu verwerkt onder rentebaten.
Omgevingsdienst Regio Arnhem
042
9.2 KOSTEN: TOTAALOVERZICHT Tabel 7: Staat van lasten Actuele Realisatie begroting 2025 2025
% tov Realisatie 2024 begroting
Personele kosten • Loonkosten mdw. ODRA • Kosten externe inhuur Loonkosten intern & extern
18.229 4.431 22.660
18.579 4.591 23.171
102% 104% 102%
17.249 4.541 21.790
• Opleidingen • Alg. personeelskosten • Voormalig personeel/uitkeringen • Harmonisatie bijdrage Personeelskosten
555 415 15 0 23.645
465 502 -13 0 24.124
84% 121% - 88% 102%
380 886 -316 0 22.740
Bedrijfskosten Huisvesting en mobiliteit ICT-kosten Advieskosten + acc. + comm. Bedrijfskosten
1.107 839 346 2.293
964 811 244 2.019
87% 97% 70% 88%
824 806 433 2.063
332 125
343 72
104% 58%
2.008 2.465 28.403
1.483 1.899 28.042
74% 77% 99%
337 -9 0 990 1.318 26.121
-7 -7
55
67
-67 122
67
Programmakosten Bovenregionale kosten Overige kosten/onvoorzien Progr. kosten (kst. ODRA) Progr. kst. (door te belasten) Programmakosten Totaal kosten Saldo voor mutaties fondsen Boekresultaat verkoop activa Vrijval Bestemmingsreserve Saldo na dotatie
0
Realisatie & begrotingsindicatoren De begroting 2025 is opgebouwd vanuit een aantal uitgangspunten en kengetallen. Hieronder geven we deze weer voor de begroting en realisatie in 2025. • De personeelskosten en kosten inhuur zijn samen 86% van de kosten. • De kosten voor Huisvesting en ICT zijn in totaal 8%, de bedrijfs- en overige kosten 4,5%. • De loon- en personeelskosten, huisvesting en ICT zijn de vaste kosten van ODRA. In totaal is dit 76% van de kosten. Deze zijn weinig beïnvloedbaar. Kostenverdeling 2025
Personele kosten Verlof dotatie Kosten externe inhuur Bedrijfskosten Programmakosten
Katern 2 | Jaarverslag 2025
043
Tabel 8: Formatie bezetting/loonkosten en personele kengetallen Actuele begroting 2025 Realisatie 2025 Realisatie 2024 Formatie bezetting en Intern Extern Totaal Intern Extern Totaal Intern Extern Totaal personele kengetallen Formatie bezetting • lijn afdelingen 158,0 23,7 181,8 80% 165,6 23,5 189,1 82% 158,7 27,6 186,3 80% • bedrijfsv./staf/man. 40,2 5,6 45,8 20% 35,2 5,6 40,9 18% 38,2 7,2 45,4 20% Reguliere capaciteit 198,2 29,3 227,6 200,8 29,2 230,0 197,0 34,7 231,7 Verhouding in †e’s 87% 13% 87% 13% 85% 15% Loonkosten • loonkosten (intern) 18.229 18.229 80% 18.579 18.579 80% 17.249 17.249 79% • inhuur capaciteit 3.544 3.544 16% 3.577 3.577 15% 3.425 3.425 16% • inhuur ondersteuning 886 886 4% 1.014 1.014 4% 1.116 1.116 5% Kosten capaciteit 18.229 4.431 22.660 18.579 4.591 23.171 17.249 4.541 21.790 verhouding 80% 20% 80% 20% 79% 21% Gemiddelde kosten/fte (in €) 91.810 151.613 99.517 92.528 157.374 100.755 87.566 130.701 94.033 -per uur 65,58 108,30 71,08 66,09 112,41 71,97 62,55 81,69 94,03
Toelichting tabel 8: Loonkosten externen en personele kengetallen Loonkosten: • De formatie is begroot op 227,6 fte. De begroting voor de loonsom is gebaseerd op de functieschaal en de gemiddelde periodiek van de werknemers in die schaal. Er was € 18,2 miljoen begroot. • De gemiddelde loonsom is begroot op € 91.810 per fte. De realisatie kwam € 718 per fte hoger uit. Externe inhuur • De externe inhuur in fte komt volgens begroting uit op 13%. • De kosten voor inhuur per fte liggen hoger dan begroot. Dat komt door de gestegen tarieven. De totale kosten liggen € 0,16 miljoen hoger dan begroot. • De kosten van interne capaciteit en externe capaciteit liggen iets boven de begroting.
Uitkeringen en kosten voormalige medewerkers: totale kosten € 60.000 • Er vond een onttrekking plaats aan de personeelsvoorziening voor een voormalige medewerker waarvoor wij kosten betalen. • Onder de post uitkeringen vallen de UWV-vergoedingen voor medewerkers met zwangerschapsverlof. • Harmonisatiebijdragen zijn vergoedingen van toelagen die worden gegeven aan medewerkers die bij de oprichting van ODRA in 2013 zijn overgekomen van de partners.
Overhead en productiviteit • Personele overhead was begroot op 22% en is uitgekomen op 22,5%. De extra inzet van ongeveer 2 fte is ingezet voor detachering bij ODNL. • De totale overhead inclusief materiële overhead (zie tabel 3) is begroot op 31,4% van de omzet. We zijn uitgekomen op 30,0%. Voor de lange termijn is ons doel om de overheadkosten naar 25% te brengen. De overhead ligt hoger door de projectkosten voor de fusie en de verhuizing van de meetdienst. • Productiviteit: deze is begroot op 1358 uur per fte. In 2025 is de productiviteit ongeveer volgens de norm gerealiseerd. Het ziekteverzuim was lager in 2025. Zie voor de inhoudelijke toelichting het onderdeel ‘Bedrijfsvoering’ in katern 1. Opleidingen en overige personeelskosten: totale kosten € 746.000 • Overige personeelskosten is genormeerd op 4,4% loonsom. Het merendeel van de kosten gaat om reiskosten, zowel woonwerk als zakelijk. Een andere grote (en toenemende post) zijn de vergoedingen voor de zogenaamde ‘buitendagvenster’-uren, waarbij toezichthouders ’s avonds, ‘s nachts, en in de weekenden diensten verrichten. De overige personeelsgerelateerde kosten zijn voor werving en selectie, arbo, verzuimbegeleiding en werkkleding. • Onder de werkkostenregeling (WKR) zijn vergoedingen en kosten opgenomen voor collectieve personeelsuitjes en bijeenkomsten, lunches enz.
Volgens de CAO wordt jaarlijks een vergoeding uitgekeerd voor ziektekosten. De vrije WKR-ruimte voor ODRA is berekend op € 0,165 miljoen. De besteding van € 0,152 miljoen blijft daar onder. • Opleidingen zijn genormeerd op 3% van de loonsom. De realisatie is 2,5%.
Omgevingsdienst Regio Arnhem
9.4 WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT) De WNT is van toepassing op Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). Het voor ODRA toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 246.000 op fulltime basis. Naast de in tabel 10 vermelde top functionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienst betrekking die in een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag ontvingen. Ruben Vlaander is in oktober 2019 aan gesteld als directeur. Het inkomen en de vergoedingen in 2025 zijn samen onder de norm van de WNT gebleven. Het Algemeen en Dagelijks Bestuur bestaat uit wethouders en gedeputeerde namens onze partners. Bestuurders krijgen geen vergoeding voor hun bestuurstaak. De kosten van de bestuursleden worden door de bijbehorende partner vergoed. In 2025 is de vertegenwoordiger van Rozendaal afgetreden. Deze is in eerste instantie tijdelijk vervangen en inmiddels definitief. De bestuurder van Arnhem trad af en is vervolgens definitief vervangen. Tabel 9 en 10: Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf 13e maand van de functievervulling. 2025 Jaar Dhr. R.
Vlaander Bedragen x €1 Functie gegevens Directeur Aanvang en einde functievervulling in 2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025 Omvang dienstverband (deeltijdfactor in fte) 1,0 Gewezen topfunctionaris Nee Dienstbetrekking Ja Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
€
Individueel toepasselijke bezoldingsmaximum
€ €
152.101 23.455 175.556
€
246.000
9.5 KOSTEN HUISVESTING EN FACILITAIR, MOBILITEIT EN ICT: TOTALE KOSTEN € 1.775.000 Tabel 11: Huisvesting en facilitair Huisvesting & Facilitair x €1.000 Huur Airborn Tower Service kosten Airborn Tower Afschrijvingen inrichting en meubilair Facilitaire kosten Airborne Tower Overige huurkosten (extern) Parkeren/fietsen/wagenpark Totaal Kengetallen • huurkosten en afschrijvingen per fte • facilitaire kosten per fte • huurkosten per m² • aantal fte’s (incl. extern) • aantal m² HV en fac. per werkplek
€0 n.v.t.
Gegevens 2024 Aanvang en einde functievervulling in 2024 Omvang dienstverband (deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking
01-01-2024 t/m 31-12-2024 1,0 Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
€ 140.886 € 22.935 € 163.820
Individueel toepasselijke bezoldingsmaximum
233.000
Naam topfunctionaris (met bezoldiging <€ 2.100 per jaar) Functie Dhr. J. Maouche Voorzitter (DB & AB) Dhr M. van de Wel Bestuurslid (DB & AB) Mw. E. van Esch Bestuurslid (DB & AB) Dhr. J. Schrijner Bestuurslid (AB) Dhr. M.J.A. van den Bos Bestuurslid (AB) Dhr. D. Vreugdenhill Bestuurslid (DB & AB) Mw. B. van Veldhuizen - van OorBestuurslid (AB) Dhr. R. van den Dam Bestuurslid (DB & AB) Dhr. P.L.P.S. Hofman Bestuurslid (AB) Dhr. S. Warmerdam Bestuurslid (AB) Dhr. A. Blokland Bestuurslid (AB) Dhr. GJ. Willemse Bestuurslid (AB) Mw. L. Kaper Bestuurslid (DB & AB) Dhr. B.M. Kagei Bestuurslid (AB)
Partner Renkum Arnhem Arnhem Duiven Lingewaard Prov. Gelderland Doesburg Overbetuwe Rheden Rozendaal Rozendaal Rozendaal Westervoort Zevenaar
Real. 2025
Real. 2024
333 58 227 364 16 109 1.107
249 174 87 336 13 107 964
240 109 88 251 13 122 824
2.459 1.926 165 228 2.023 8.247
1.460 2.270 123 230 2.023 7.089
1.416 1.611 119 232 2.023 5.389
Toelichting tabel 11: Huisvesting en facilitair • We hebben 121 werkplekken (0,6 flexfactor) met gelijkblijvend gehuurde oppervlakte (2.023 m2). De vier etages die we huren (met een 20-jarig huurcontract) zijn volledig duurzaam ingericht met automatische LED, warmteregeling en refurbished meubilair. De huur- en servicekosten komen hoger uit dan begroot, vooral vanwege hogere afrekeningen servicelasten (energiekosten). De facilitaire kosten komen iets lager uit dan begroot. • De huisvestings-, facilitaire- en mobiliteitskosten bleven als geheel binnen de begroting. Bij mobiliteit zijn we bezig met het verduurzamen van de mobiliteit door het wagenpark te elektrificeren en door het beschikbaar stellen van leasefietsen.
175.556
Totale bezoldiging 2025 Het bedrag en de reden: overschrijding wel/niet is toegestaan Toelichting op onverschuldigde betaling
Actuele bg. 2025
Periode 01-01-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 14-01-2025 13-02-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 11-02-2025 11-02-2025 t/m 03-10-2025 27-10-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025
045
ICT-kosten Tabel 12: ICT kengetallen ICT x €1.000
Actuele bg. 2025
Real. 2025
Real. 2024
Licenties (ODRA) Software afschrijving Netwerk (wifi/cloud)* Werkplekkosten ict/afschrijvingen Totaal ICT
575 35 115 114 839
568 21 111 112 811
539 35 114 118 806
Kengetallen • ICT kosten per fte • ICT kosten per werkplek
3.689 6.938
3.525 6.700
3.480 6.664
Toelichting op Tabel 12: ICT Bij ICT wordt volledig ‘mobiel en plaatsonafhankelijk’ gewerkt. Dat wil zeggen geheel via wifi, alles in de Cloud en met Office 365/ Teams als tool. De totale kosten zijn lager dan begroot. Adviseurs en onderzoek: kosten € 244.000 (zie tabel 7) Naast de inhuur van capaciteit voor het primaire proces maken we gebruik van adviseurs voor specialistische taken en onderzoeken. In 2025 waren de grote posten: • Afronding implementatie nieuw bedrijfsvoeringsysteem (€ 45.000) • Ontwikkelkosten Openwave (€ 50.000).
9.6 SPECIFICATIE PROGRAMMA’S EN PROJECTKOSTEN: TOTAAL € 1.889.000 Sheet1 (ZIE TABEL 7) Tabel 13: Bovenregionale kosten (stelselkosten) Stelseltaken Actuele x €1.000 bg. 2025 I-Go Happynizr Kennis & portaal Ketenhandhaving Kwaliteit en coördinatie Personeel en organisatie BSBm Complexe vergunningen gemeentelijk Contributie OD-NL Overig Totaal (kosten OD’s)
Real. 2025 25 95 125 12 15 10 50 0 332
51 2 97 125 4 12 2 0 52 0 343
Toelichting op Tabel 13: Stelseltaken In tabel 13 zijn de kosten opgenomen van taken die gezamenlijk in het Gelders stelsel worden gedaan. In totaal is er bijna € 11.000 meer uitgegeven dan begroot, vanwege een nagekomen post voor het onderwerp Gelders Ondergrond Overleg (GOO).
Omgevingsdienst Regio Arnhem
10 BALANS PER 31 DECEMBER 2025
047
Onze jaarrekening 2025 is opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële verordening Omgevingsdienst Regio Arnhem. Deze verordening is eind 2023 vernieuwd en vastgesteld door het Algemeen Bestuur.
•
10.1: GRONDSLAGEN BALANS
10.2: BALANS
Vaste activa • Immateriële vaste activa zijn bij ODRA niet aanwezig. • Materiële vaste activa: de materiële vaste activa met economisch nut zijn geactiveerd tegen de verkrijgingsprijs en verminderd met de ontvangen bijdragen die hierop betrekking hebben. Duurzame waardeverminderingen worden onafhankelijk van het resultaat in aanmerking genomen. Deze worden lineair afgeschreven op basis van de economische levensduur. De investeringen in de inrichting van de ICT-systemen behoren tot de materiële activa. • Financiële vaste activa zijn bij ODRA niet aanwezig. Vlottende activa • Voorraden zijn niet van toepassing bij ODRA. • Uitzettingen met rentelooptijd korter dan een jaar: hieronder vallen het onderhanden werk en middelen die zijn ondergebracht in de Rijksschatkist. Onderhanden werk is, na verrekening met de stand van vorig jaar, gefactureerd aan de klanten en komt niet voor op de balans van 2025. • Vooruitbetaalde bedragen hebben betrekking op betalingen van kosten die ten laste komen van volgende begrotingsjaren. Deze zijn nominaal gewaardeerd. Circa € 54.000 betreft overige Nederlandse overheidslichamen. Het restant betreft overige private partijen. • Liquide middelen - de BNG rekening - worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De rekening ‘Rijksschatkist’ is opgenomen onder de ‘uitzettingen korter dan een jaar’.