Bijlage 2 - Agenda Regionaal Mobiliteitsprogramma 2030
Tekst van het document
We laten ons inspireren op de Publieke Mobiliteitsaanpak die regio Achterhoek onder de noemer ‘Gaon’ uitwerkt. Het is de integratie van ov en doelgroepenvervoer met overige vormen van mobiliteit naar één vervoerssysteem. We verkennen of deze aanpak in onze regio ook kansrijk is. Ruimte voor initiatieven bewoners voor publieke mobiliteit We willen bieden ruimte voor initiatieven van bewoners om zelf onderling vervoer te organiseren (‘vervoer coöperaties’). We zien bijvoorbeeld deelmobiliteit als onderdeel van het voorzieningenniveau in buurten en kernen. Door deelmobiliteit te clusteren met andere voorzieningen, ontstaat een ontmoetingsplek in de buurt. De provincie is zich aan het beraden hoe deelmobiliteit ingezet kan worden in samenhang met de uitrol van openbaar vervoer in de regio. Dit is een vraagstuk dat breder speelt. Als regio sluiten we aan bij onderzoeken en kennis die in het landelijke programma ‘Natuurlijk!Deelmobiliteit’ voorbij komen. Duidelijk is dat hier kansen zijn om het aanbod regionaal in de kleinere kernen uit te rollen, maar ook dit vraagt om kaders, waardering en financiering van de overheden op dit thema.
3.5 VERKNOPEN VAN NETWERKEN VIA HUBS Wat gaan we doen? Als we onderweg zijn dan zijn grenzen voor ons onbelangrijk. Wij reizen ongeacht gemeentegrens of concessiegebied van herkomst naar bestemming. In de organisatie van ons mobiliteitsnetwerk zijn deze grenzen nog steeds realiteit. Daarnaast geldt dat fiets, voetganger, openbaar vervoer (bus en spoor) en auto veelal als afzonderlijke netwerken zijn georganiseerd. Juist in die overgangsgebieden, tussen gemeenten, tussen concessies, tussen provincie- en landsgrenzen en tussen modaliteiten ligt een belangrijke opgave. We willen toe naar één geïntegreerd netwerk, waarbij reizigers afhankelijk van het moment of de reis een keuze kunnen maken voor het meest passende vervoermiddel of combinatie van vervoersmiddelen. Hiermee willen we voorkomen dat mensen vanuit gewoonte de auto in stappen, zonder erbij na te denken. Dit kan de ene keer de (bak)fiets zijn, de andere keer het openbaar vervoer en soms de deelauto of toch de
27
privéauto. Dit doen we door ons mobiliteitsnetwerk optimaal te verknopen via hubs. Via hubs verleiden we reizigers om voor langere afstanden over te stappen op bus en trein. Voor korte afstanden, zoals tussen hub en stadscentrum, stimuleren we reizigers te kiezen voor duurzaam vervoer, zoals lopen, fietsen of openbaar vervoer. Ook de keten (deel)fiets – ov wordt steeds belangrijker. Specifiek voor de hubs zijn afspraken gemaakt zoals opgenomen in de Strategische Agenda 2025. Het gaat over investeren in hubs, het versterken van condities, planontwikkeling voor de langere termijn en het ontwikkelen van nieuwe kennis en innovaties. Op deze afspraken bouwen wij voort. Toelichting van de maatregelen
RWS, provincie
V
2 HUB station Arnhem Presikhaaf 3 HUB IPKW 4 HUB Willemsplein 5 HUB Gelredome 6 HUB Arnhem-Zuid 7 HUB Arnhem-West (zoeklocatie) 8 HUB Nijmegen-Noord
Arnhem Arnhem Arnhem Arnhem Arnhem Arnhem Nijmegen
provincie, NS, Prorail
V P P P P V R
LT(na 2030)
Arnhem
MLT2028-2030
fase
1 HUB Arnhem Noord/ Waterberg
KT2025-2027
Partners
Planning
Trekker
Uitvoering
H. Verknopenvannetwerkenvia hubs H1 Realisatie van hubs
provincie provincie provincie provincie, NS provincie provincie
X X X X X X X
X X
9 HUB Malden
Heumen
Nijmegen, Mook en Middelaar, Cuijk, RWS, Gelderland, Limburg, Brabant, Arriva
10 HUB Nijmegen-Dukenburg (bij aansluiting A73)
GMR
RWS, provincie, Nijmegen
V
11 HUB station Nijmegen Dukenburg
Nijmegen
provincie, NS, Prorail
R
12 HUB Nijmegen-West
Nijmegen
Nijmegen, Beuningen, Druten, provincie
V
13 HUB Druten 14 HUB Knoop Bemmel (A15/ N839) 15 HUB knoop Duiven (A15/ N810)
Druten Lingewaard Duiven
provincie provincie, Zevenaar
R P P
16 HUB Zevenaar-Oost
Zevenaar
provincie, RWS, Outletcenter
V
X
17 HUB Wijchen-West/ A326
Wijchen
provincie, RWS
V
X
H2 Netwerk van herkenbare deelmobiliteitshubs
GMR
provincie, gemeenten
R
Realisatie combinatie hubs en toeristische overstappunten (tophubs) 1 Tophub station Dieren 2 Tophub station Wolfheze 3 Tophub Elst 4 Tophub Nyma
Rheden Renkum Overbetuwe Nijmegen
provincie, GMR
5 Tophub Beek/ Ooij
Berg en Dal
provincie
P
X X X X X
X X
H3
7 Tophub Renkum
Mook en Middelaar Renkum
H4 Logistieke hubs en bouwlogistiek
Gemeenten
6 Tophub station Mook-Molenhoek
28
X X X
provincie, GMR
R R R P
provincie, GMR
P/R
X
provincie Limburg, GMR, Arriva
R
X
provincie, GMR
V
X
P/R
X
provincie, GMR provincie, GMR
X
X
X
H1. Realisatie van hubs Daar waar een overstap tussen vervoersmiddelen logisch en gewenst is, willen we investeren in hubs. Dit kan een regionaal station zijn waar mensen de auto parkeren om met de trein verder te reizen. Station Elst is hier een mooi voorbeeld van. Rondom Arnhem en Nijmegen wordt ingezet op stadsrandhubs. De steden willen bezoekers en forenzen zoveel mogelijk opvangen aan de rand van de stad op transferia. Vanaf daar kan men verder reizen per openbaar vervoer of deelfiets. Ook willen we inzetten op de plekken waar weginfrastructuur en spoor elkaar raken. Denk aan Zevenaar-Oost, maar ook station Cuijck. Voor deze laatste geldt dit buiten onze regio ligt, maar tegelijkertijd wel een strategische hublocatie is voor de opvang van reizigers van en naar Campus Heijendaal. De afgelopen jaren zijn verkenningen uitgevoerd naar de potentie van deze grootschaligere hubs, conform de Strategische Agenda 2025 voor hubs. Een samenwerking tussen de GMR en de gemeenten waar deze hubs zijn gepland. Nu is het zaak om de verkenning om te zetten naar realisatie. H2. Netwerk van herkenbare deelmobiliteitshubs Naast de grootschaligere hubs, bouwen we stapsgewijs aan een netwerk van kleinschalige deelmobiliteitshubs. Soms zijn dit buurthubs waar een paar deelvoertuigen staan, maar dit zijn ook de plekken voor deelmobiliteit op de grote hubs in de regio.
Denk aan de stadrandhubs en in de buurthubs bij de grootschalige woningbouwlocaties. Voor de deelmobiliteitshubs is een landelijke huisstijl ontwikkeld, zodat reizigers overal in Nederland de deelmobiliteitshubs herkennen. Deze landelijke ontwerpstandaard passen wij ook toe. Dit betreft onder meer het druppelvormige HUB-bord, de groene belijning, de groen-witte informatieborden en het gebruik van dezelfde pictogrammen voor de beschikbare vervoersmiddelen op de hub.
Van 2023 tot en met 2025 stelt het Ministerie van I&W een subsidie ter beschikking van € 500.000 (inclusief btw) voor de realisatie van dergelijke hubs in de regio. In 2023 zijn de eerste hubs gerealiseerd in Nijmegen, voornamelijk op campus Heijendaal. De planning voor de verdere uitrol is mede afhankelijk van de beschikbaarheid van deelmobiliteit in de regio.
De gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de realisatie van de hubs op eigen grondgebied, maar de regio ondersteunt hen in de voorbereiding, verkenning en kennisdeling. Onze ambitie is een fijnmazig netwerk van kleine hubs te realiseren, zodat deelmobiliteit in de gehele regio beschikbaar is. Dit heeft twee belangrijkste voordelen: 1. Het is voor reizigers duidelijk en herkenbaar waar deelmobiliteit beschikbaar is; 2. Er is geen sprake meer van fout geparkeerde tweewielers en daarmee van rondslingerende voertuigen. Daarmee wordt een belangrijke weerstand bij inwoners weggenomen.
29
H3. Realisatie combinatie hubs en toeristische Definitie Hub, TOP overstappunten en TOPHUB’S Eerder genoemde hubs hebben vooral een functie in het bereikbaar houden van de regio. We + > zien ook mogelijkheden in combinatie met toeristische overstap punten (tophubs). Deze tophubs willen we de komende jaren gaan realiseren, waarbij een aantal basisvoorzieningen minimaal aanwezig zijn zoals deelfietsen of fietsverhuur, infopaneel met recreatieve routes, toilet en ov (bus of trein). Bij de stap naar voorbereiding realisatie werken we samen met de betreffende gemeenten uit in hoeverre de genoemde functies passen binnen de genoemde locaties. H4. Logistieke hubs en bouwlogistiek De invoering van de zero-emissiezones geeft een directe aanleiding om te voorzien in logistieke hubs. Dit zijn voorzieningen en locaties om goederen aan de stadsrand of in de regio op te vangen op weg naar de (eind)bestemming van de ondernemer of consument. Vanuit deze logistieke hubs verzorgen bezorgdiensten de bezorging naar de gebieden waar de bestelbus of vrachtwagen op fossiele brandstof niet meer in mag. Met de verstedelijkingsopgave in het vooruitzicht willen we ook sterker inzetten op duurzame bouwlogistiek. Dit past binnen de ambities van een circulaire regio.
Ook hier kunnen logistieke hubs of tijdelijke bouwhubs voorzien in voorzieningen of een locatie om de bouw van onze nieuwe woningen of infrastructuur op een zo’n duurzame mogelijke wijze uit te voeren.
30
4. PIJLER 3: NATIONALE EN INTERNATIONALE CORRIDORS Zowel voor ons personen- als goederenvervoer is het van groot belang dat onze regio goede verbindingen heeft met de belangrijkste economische centra in Nederland en Europa. Het gaat dan over spoor- en wegverbindingen. Een sterk (inter)nationaal netwerk zorgt ervoor dat onze bedrijvigheid voldoende personeel kan aantrekken, maar ook dat inwoners van onze regio banen in andere regio’s kunnen vinden en dat goederen gemakkelijk zijn te vervoeren. Over de bereikbaarheid van onze regio en het belang van onze regio voor de rest van Nederland en Europa heeft de GMR voornamelijk een rol in agendering en lobby. We voeren gesprekken met het Rijk, de provincie Gelderland en naburige regio’s. Ook met ProRail en met vervoerders zoals NS en Arriva voor het regionaal spoor hebben we op structurele basis contact. We brengen het belang van onze regio onder de aandacht. Actieve deelname aan landelijke en Europese werkgroepen wegen we en stemmen we af met onze partners als onderdeel van onze lobbyactiviteiten. Met het ministerie van I&W zijn vaste overlegmomenten over de rijksprojecten en -programma’s over infrastructuur en bereikbaarheid. Jaarlijks in het najaar staan hiervoor de bestuurlijke overleggen Meerjarenprogramma Investeringsagenda Ruimte en Transport (BO-MIRT) gepland.
Op landsdelig schaalniveau maakt het Rijk hierbij afspraken met provincies, regio’s en gemeenten. In het overleg Landsdeel Oost behartigen wij via de provincie Gelderland de belangen van de regio.
Huidige afspraken met het Rijk rondom Infrastructuur en Bereikbaarheid In het BO MIRT Oost Nederland zijn de volgende afspraken gemaakt over de bereikbaarheid van de regio: •P HS Schiphol-Arnhem Nijmegen, inclusief verbeteringen station Nijmegen CS. • RegioExpres: sneltrein op het spoor Arnhem-Doetinchem-Winterswijk voor bereikbare woningbouwlocaties •S poor Utrecht-Arnhem-Duitse grens (UAD). Besluit: start proces MIRT onderzoek •V rije spoorkruising Arnhem-Oost. Besluit: start proces MIRT onderzoek • Netwerkanalyse 2030-2040 Foodvalley Arnhem-Nijmegen. Start proces na afronding onderzoeken Daarnaast kent onze regio nog de Rijksprojecten ViA15 en de MIRT A50. •H et project ViA15 (realisatie verbreden en doortrekken A15 en verbreden A12) is jaren lang vertraagd en in afwachting geweest van een definitieve uitspraak en goedkeuring Tracébesluit van de Raad van State. Medio oktober 2024 is het Tracébesluit goedgekeurd en kan worden gestart met het project ViA15. • Voor de MIRT A50 is het voorkeursalternatief in procedure. Het voorkeursalternatief gaat uit van een verbreding van de A50 naar 2x3 rijstroken tussen de knooppunten Paalgraven en Ewijk.
Wij staan ervoor om de bestaande afspraken te borgen en waar nodig nieuwe afspraken te maken.
31
4.1 VERSTERKEN SPOORVERVOER Wat gaan we doen? Het spoor is structurerend voor de ruimtelijke ontwikkeling in onze regio. We concentreren woningen en bedrijvigheid rondom spoorknooppunten. Een goed voorbeeld hiervan zijn de verstedelijkingsafspraken die zijn gemaakt rondom het stationsgebied van Nijmegen, de ruimtelijk en economische ontwikkelingen rondom station Elst en Arnhem Zuid. Het versterken van spoorvervoer betreft: • internationale en nationale treinverbindingen, waarvoor het Rijk verantwoordelijk is; •regionale verbindingen, waarvoor de provincie concessieverlener is. Toelichting van de maatregelen
32
LT(na 2030)
fase
provincie
NS, Prorail, GMR
L
X
Arnhem
I&W, provincie, Prorail, GMR
L
X
provincie Zevenaar provincies NB en GLD
Arriva, GMR GMR
L L
X X
NSen regio's
L
X
I5 Lobby versterken potentie Maaslijn
GMR
Arriva, gemeenten, provincies NB,L, Gld en campus Nijmegen
L
X
I6 Lobby aanpak gelijkvloerse overwegen
GMR
Gemeenten, Prorail, vervoerders, provincie
L
X
provincie, Arriva, Prorail, NS
L
I7 Lobby versterken verbinding met Rivierenland
Regio Rivierenland en GMR
I8 Lobby goederenvervoer: benut Betuweroute
provincie
Andere betrokken regio's, gemeenten
L
X
GMR
gemeente Arnhem, Nijmegen, provincie, andere regio's
L
X
I9 Lobby versterken multimodaal vervoer in Ten-T corridors
MLT2028-2030
Partners
I4 Lobby versnellen en verbeteren IJssellijn
Trekker I. Versterken spoorvervoer Lobby voor verbeteren corridor Schiphol-Utrecht-ArnhemI1 Nijmegen Lobby voor Arnhem Centraal als internationale draaischijf met I2 vrije spoorkruising Arnhem-Oost I3.1 Lobby doorontwikkeling RegioExpres I3.2 Lobby realisatie station Zevenaar-Oost
Planning
KT2025-2027
Uitvoering
X X
X
I1. Lobby voor verbeteren corridor Schiphol-Utrecht-Arnhem-Nijmegen In het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) zijn afspraken gemaakt over de verbetering op de corridor Schiphol – Utrecht – Arnhem – Nijmegen. Het streven is om de frequenties te verhogen en de reistijden minimaal gelijk te houden. Daarvoor worden veel maatregelen genomen buiten onze regio (de vernieuwing van station Ede-Wageningen is hier een voorbeeld van). Binnen onze regio gaat het vooral om de aanpak van station Nijmegen. In de huidige lobby is de regio actief in het MIRT-onderzoek naar de corridor Utrecht-Arnhem-Duitse grens (UAD). Voor de lange termijn (na 2040) is onze inzet een frequentieverhoging naar acht intercity’s per uur (nu rijden er zes intercity’s per uur). I2. Lobby voor Arnhem Centraal als internationale draaischijf met vrije spoorkruising Arnhem-Oost Station Arnhem Centraal was één van de Nieuwe Sleutelprojecten van Nederland. Het station is volledig vernieuwd en gereed gemaakt als katalysator voor stedelijke vernieuwing en economische groei. Arnhem Centraal kan nog meer als draaischijf fungeren voor regionale, nationale en internationale treinverbindingen. We willen de internationale verbindingen naar Frankfurt, München en Berlijn vanaf Arnhem Centraal versterken. Hiervoor is een ongelijkvloerse kruising bij Arnhem Oost van belang.
Samen met het Rijk willen we ons inzetten voor een studie naar een vrije spoorkruising Arnhem Oost. Een vrije spoorkruising geeft ook meer mogelijkheden om meer treinen te laten stoppen op het huidige station Presikhaaf. Gecombineerd met woningbouw en de directe nabijheid van de HAN-campus kent dit station een forse potentie. We maken ons sterk voor: • Arnhem Centraal als internationale halteplaats met directe verbindingen met Duitsland. • Het versterken van de internationale verbindingen naar Frankfurt, München en Berlijn vanaf Arnhem Centraal. • Een MIRT-onderzoek naar een vrije spoorkruising Arnhem Oost.
33
I3. Lobby doorontwikkeling RegioExpres en realisatie station Zevenaar-Oost De RegioExpres is een trein die tussen Winterswijk en Doetinchem overal stopt, om vervolgens als sneltrein non-stop door te rijden naar Arnhem Centraal en vice versa. Om de RegioExpres te laten rijden werkt Gelderland aan infrastructurele aanpassingen. Met de komst van de RegioExpres per 2027 ontlasten we de A12 en de bestaande regionale lijnen van Breng en Arriva. Daarnaast geven we een forse bereikbaarheidsimpuls aan Oost Nederland. Wij geloven in de kracht van de RegioExpres en willen bij het succes de frequentie van de RegioExpres uitbouwen. Station Zevenaar-Oost is een lang gekoesterde wens vanuit de regio. Wij zien hier kansen om autoverkeer vanaf de A12 (en A18) op te vangen en via P+R over te laten stappen op de trein. Een groot voordeel is de parkeercapaciteit die nabij het spoor wordt gerealiseerd. Deze parkeervoorzieningen zijn van belang voor de Fashion Outlet dat hier gebouwd wordt. Hier is dubbelgebruik van het parkeren een enorme kans. I4. Lobby versnellen en verbeteren IJssellijn De IJssellijn is de treinverbinding tussen Zwolle en Roosendaal, via Arnhem en Nijmegen. Hier streven we naar een versnelling, een verbetering van de betrouwbaarheid en een frequentieverhoging.
Voor de frequentieverhoging gaat onze aandacht nu uit naar 4x per uur regionale treinen (sprinters) op de verbinding Arnhem-Nijmegen-Oss-’s-Hertogenbosch. Als regio willen we ook de verbinding Nijmegen-Eindhoven verbeteren. In eerste instantie gaat het om een zo’n direct mogelijke overstap zonder wachttijd op station ’s-Hertogenbosch. Een kortere reistijd tussen Nijmegen en Eindhoven is in onze beleving een kansrijke maatregel in het aanpakken van de fileproblematiek van de A50. I5. Lobby versterken potentie Maaslijn De Maaslijn is de treinverbinding tussen Nijmegen en Roermond. Het is een regionale spoorlijn, waarvoor de provincie Limburg opdrachtgever is, mede namens de provincie Gelderland. Onder andere station Nijmegen Heyendaal ligt aan deze lijn, met een groot belang voor de bereikbaarheid van de campus Heijendaal. Provincie Limburg heeft opdracht gegeven voor de elektrificatie en gedeeltelijke verdubbeling van de Maaslijn. Deze is naar verwachting eind 2027 gereed. Dit biedt de mogelijkheid om verder in te spelen op de potentie van deze treinverbinding. Deze impuls leidt tot minder drukte op de A73 en de N271. Concreet gaat het om de volgende maatregelen: • Het verhogen van de frequentie van de Maaslijn. Vanaf 2027 tussen Mook-Molenhoek en Nijmegen kan deze naar 8x per uur tijdens de spitsuren. Dit willen we op termijn uitbreiden richting Cuijk en Boxmeer.
• We willen de hubfunctie van de stationslocaties langs de Maaslijn versterken: meer P&R, meer fietsenstallingen en een integratie van deelmobiliteit op de stations. Op station Nijmegen Heyendaal en op de stations Cuijk en Boxmeer (buiten onze regio) zien we daarvoor mogelijkheden. Voor station Mook-Molenhoek zien we versterking van de toeristische overstapfunctie (TOP). I6. Lobby aanpak gelijkvloerse overwegen Het spoor in onze regio kent nog diverse plekken met gelijkvloerse overwegen. We zien dat dit naar de toekomst steeds vaker knelpunten worden vanwege overwegveiligheid. Het gaat dan om spoorkruisingen bij Wijchen, bij Rheden (langs de IJssellijn) en bij Duiven en Zevenaar (spoor richting Duitse grens). Ook bij de regionale spoorlijnen (Maaslijn, lijn naar Tiel) speelt dit vraagstuk.
34
Bij toekomstige hogere frequenties van het treinverkeer zijn de spoorkruisingen vaker gesloten voor het auto- en fietsverkeer. Dit geeft knelpunten ook omdat het verkeer toeneemt als gevolg van de verstedelijkingsopgave. Daarom maken wij ons sterk voor een aanpak van deze spoorkruisingen. Specifiek voor spoorkruisingen in de Liemers maken we ons sterk deze mee te nemen in het MIRT-onderzoek van de spoorcorridor Utrecht-Arnhem-Duitse grens. I7. Lobby versterken verbinding met Rivierenland Het regionale spoor Geldermalsen-Tiel-Elst-Arnhem biedt een belangrijke verbinding tussen de regio Rivierenland en de regio Arnhem Nijmegen. De provincie Gelderland is opdrachtgever van deze lijn. Maatregelen zijn: • Het versterken van Station Zetten-Andelst. • Het verkennen van de potentie van een nieuw station Valburg; indien hogere frequenties mogelijk zijn in combinatie met woningbouw rondom het station. Wij ondersteunen de lobby bij het verlengen van de spoorverbinding naar Geldermalsen; hierdoor wordt de lijn voor meer reizigers interessanter. Daarnaast zien we mogelijkheden om de verbinding vanuit Rivierenland met zowel Arnhem als Nijmegen te verbeteren door de frequentie te verhogen inclusief overstap op Elst. Met een overstap op Elst rijdt de trein vanuit Tiel niet meer direct door naar Arnhem Centraal.
Hierdoor is een frequentieverhoging binnen de bestaande spoorcapaciteit haalbaar. Op Elst zijn voldoende overstapmogelijkheden richting Arnhem en Nijmegen en is een keerspoor aanwezig. I8. Lobby goederenvervoer: benut Betuweroute Het goederenvervoer heeft ook een groeiambitie over het spoor. Als regio zijn we betrokken met andere regio’s en het Rijk in dialoog over goederenrouting over het spoor. Het Rijk onderzoekt in het kader van goederenroutering Noord Oost Europa (GNOE) vijf aanvullende goederenroutes tussen Rotterdam en Duitsland. Twee daarvan gaan via de IJssellijn. Een andere optie is de spoorlijn via de Liemers door de Achterhoek naar Twente (de zogenaamde noordtak). Alle vijf de routes raken ons als regio rechtstreeks. Wij willen dat alle plussen en minnen hiervan goed in beeld worden gebracht en dat het optimaliseren van de Betuweroute één van de volwaardige opties daarbij is. Wij maken ons sterk voor een afgewogen integrale oplossing, zonder hinder voor onze inwoners in de woon- en leefkwaliteit. Onze inzet is om de Betuweroute te benutten. I9. Lobby versterken multimodaal vervoer in Ten-T corridors De EU investeert jaarlijks vele miljarden in duurzame en veerkrachtige mobiliteit.
Om vrij verkeer van personen en goederen mogelijk te maken, zijn belangrijke weg-, water- en spoorverbindingen aan elkaar verbonden binnen het zogeheten trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-T). Vanuit een Europees perspectief is onze regio een strategisch knooppunt van transportcorridors naar elke windrichting. We zijn onderdeel van de TEN-T corridors: Rhine-Alpine en North Sea-Baltic. Voor het versterken van de multimodale transport is door de gemeente Nijmegen en de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen gewerkt aan een ‘Knooppuntenplan Nijmegen’. Nijmegen is in het MIRT onderzoek en Programma Goederenvervoer-corridors’ (Oost en Zuidoost) benoemd als regionaal goederenknooppunt. Het knooppuntenplan beschrijft welke duurzame ruimtelijke economische ontwikkelingen Nijmegen beoogd op het gebied van havens en logistieke terreinen. Dat maakt het mogelijk om beter samen te werken aan het faciliteren van ontwikkelingen op de corridors van goederenvervoer.
35
4.2 TOEKOMSTBESTENDIG WEGENNETWERK Wat gaan we doen? Onze regio heeft een aantal rijkswegen (A12, A15, A50, A73) en belangrijke provinciale wegen op haar grondgebied. We zien dat die wegen steeds gevoeliger worden voor congestie. Door de groei van de regio en van de rest van Nederland zal deze problematiek verder toenemen. In een aantal gevallen kan de capaciteit worden vergroot met nieuwe infrastructuur. Het project ViA15 (de doortrekking en verbreding van de A15 en de verbreding van de A12) is daarvan een voorbeeld. Verder moeten we ook op zoek naar andere mogelijkheden om ons hoofdwegennetwerk toekomstbestendig te maken. Toelichting van de maatregelen
36
J1. Realisatie project ViA15 en gebiedsaanpak A12 alliantie
LT(na 2030)
fase
X
Partners
X
Trekker
MLT2028-2030
Planning KT2025-2027
Uitvoering
J1.1 Realisatie project ViA15
RWS
provincie, gemeenten, bedrijfsleven, GMR
R
J1.2 A12 Alliantie en mobiliteitspluspakket A12/ A15
RWS
provincie, gemeenten, GMR
V/P
RWS
provincie, gemeenten, bedrijfsleven
R
provincies
GMR, gemeenten
V
X
X
GMR
Gemeenten, provincie, RWS
V
X
X
provincie
RWS, gemeenten, GMR
V
X
X
provincie
I&W, BZK, VRO, Foodvalley, GMR
V
X
I&W
GMR, gemeenten, provincie
L
X
GMR
I&W, provincie, gemeente Arnhem en Nijmegen
L
X
J. Toekomstbestendigwegennet
J2.1 MIRT A50/ verbreding A50 J2.2 Mobiliteitsaanpak A50 J3 Gebiedsaanpak Zuid- en westflank Nijmegen J4 Gebiedsaanpak A325/ N325 J5 Gezamenlijk opstarten van een regiobrede netwerkanalyse J6 Vrachtwagenheffing J7 Kansen voor urban nodes
X
X X
X
Het project ViA15 gaat over het verbreden en doortrekken van de A15 en verbreden van de A12. Het project heeft een enorme betekenis voor de bereikbaarheid van de regio. Het project is jaren vertraagd geweest. Medio oktober 2024 volgde de definitieve goedkeuring van het tracébesluit. Nu is het zaak daadwerkelijk over te gaan tot spoedige aanleg van deze missende schakel in de regio en de verbreding van de A12. De daadwerkelijke realisatie zal enige jaren gaan duren. Tot die tijd hebben we in het gebied grote uitdagingen. De A12 en de Pleyroute staan al jaren bovenin de landelijke fileknelpunten, waarbij de A12 zelfs het grootste landelijk knelpunt is in de ochtendspits. We willen de bereikbaarheids- en leefbaarheidsproblematiek op korte termijn aanpakken. Hiervoor hebben we het Mobiliteitspluspakket A12/A15 opgesteld. De maatregelen hieruit willen we uitvoeren en opnemen in de gebiedsaanpak A12 alliantie. Dit is een samenwerking tussen Rijk, provincie Gelderland, de regio Achterhoek en de betrokken gemeenten. In de A12 alliantie werken we aan extra maatregelen op het gebied van verkeers- en mobiliteitsmanagement, fietsmaatregelen, extra HOV en extra gedragsmaatregelen. J2. MIRT A50/ Mobiliteitsaanpak A50 Wij zijn samen met VNO NCW één van de aanjagers geweest om aandacht te vragen voor de problematiek op de A50.
De A50 is met succes op de Rijksagenda terecht gekomen en de MIRT-verkenning is ondertussen uitgevoerd. Wij omarmen het voorkeursalternatief uit de MIRT A50 ‘Ewijk-Bankhoef-Paalgraven’ met een capaciteitsuitbreiding van de A50 naar 2x3 rijstroken. Naast meer capaciteit wordt er ook een extra brug aangelegd (landbouwverkeer en fiets). We werken samen aan een Mobiliteitsaanpak A50 waarin ondersteunende mobiliteitsmaatregelen zijn opgenomen, zoals het Intensiveren van de werkgeversaanpak, fietsinvesteringen Wijchen-Oss en maatregelen op het onderliggende wegennetwerk. J3. Gebiedsaanpak Zuid- en westflank Nijmegen In de Zuid- en westflank van Nijmegen starten we een gebiedsgerichte samenwerking om de bereikbaarheidsopgaven integraal aan te pakken. De eerste stap die we daarin zetten is het in beeld brengen op welke projecten de partijen in het gebied met elkaar willen samenwerken in relatie tot de verstedelijkingsopgave en welke bijdrage ze daarin leveren. De Zuid- en westflank van Nijmegen behelst de regio ten zuiden van de Waal.
37
J4. Gebiedsaanpak A325/N325 De A325/N325 ligt in het hart van onze regio. Uit de Gebiedsaanpak A325/N325 (2021) is een inzet geadviseerd op het stimuleren van slimmer en duurzamer reizen. De conclusies en aanbevelingen zijn uitgewerkt in een 10 puntenplan voor de A325/N325. Hierin zijn maatregelen opgenomen die ook in deze Agenda RMP op diverse plekken terugkomen, zoals de inzet op het VeluweWaalpad, investeren op de relatie Huissen-Arnhem op ov en fiets en investeren in hubs en de werkgeversaanpak. Wij ondersteunen deze gebiedsgerichte aanpak, waarbij de provincie Gelderland de regie voert. Specifiek voor de bereikbaarheidsopgave van de A325/ N325 wordt op korte termijn een netwerkanalyse uitgevoerd. J5. Gezamenlijk opstarten van een regiobrede netwerkanalyse In 2024 zijn we gestart met een regiobrede netwerkanalyse. Dit is conform BO MIRT afspraak. We willen veel meer integrale projecten opstarten. Deze netwerkanalyse geeft ons het startpunt om dit verkennen. Het is een winst dat we met elkaar willen doen. In deze netwerkanalyse betrekken we de integrale bereikbaarheidsdoelen van de brede welvaart. J6. Vrachtwagenheffing Met de invoering van de vrachtwagenheffing gaan binnenlandse en buitenlandse vrachtwagens per gereden kilometer betalen voor het gebruik van de Nederlandse snelwegen. De heffing geldt ook op een aantal N-wegen en enkele gemeentelijke wegen.
Deze aanvulling is gedaan zodat vrachtverkeer niet naar deze wegen gaat uitwijken. De hoogte van het tarief wordt bepaald door de milieu-eigenschappen en gewichtsklasse van de vrachtwagen. Hoe lichter en schoner het voertuig, hoe lager het tarief. De verwachting is dat de vrachtwagenheffing in 2026 start. Wij houden aandacht voor de gevolgen hiervan. J7. Kansen voor urban nodes Onze regio ligt strategisch op het zogeheten trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-T). Alle 100.000+ gemeenten op een corridor zijn een ‘urban node’. Dat geldt dus ook voor Arnhem en Nijmegen. Voor de regio bieden ‘urban nodes’ kansen om onze positie als belangrijke hub te versterken. Dit kan leiden tot betere verbindingen met andere Europese steden, een toename van duurzame transportopties en economische voordelen door verbeterde infrastructuur en connectiviteit. Bovendien kunnen onze gemeenten profiteren van innovatieve mobiliteitsoplossingen en een verhoogde aantrekkingskracht voor bedrijven en investeringen. Hier liggen kansen voor Europese subsidies voor duurzame mobiliteit en investeringen in knooppunten. Hier maken we ons sterk voor.
38
39
REGIONAAL MOBILITEITSPROGRAMMA – Agenda OPGESTELD DOOR Klaas-Jan Gräfe en Alex Mulders (Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen) OPMAAK Sprong reclamestudio KAARTMATERIAAL Paulien Varkevisser DATUM PUBLICATIE januari 2025 GROENE METROPOOLREGIO ARNHEM-NIJMEGEN Nijverheidsweg 2A 6662 NG ELST info@gmr.nl www.gmr.nl