CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Fundament EF definitief

Gecombineerde commissie 15 oktober 2024, gemeente DoesburgBij agendapunt: (MO) Essentiële functies in de Jeugdzorg (Informatienota)40.892 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Fundament Essentiële Functies

Definitieve versie voor besluitvorming 1 mei 2024

1

INLEIDING

4

ESSENTIËLE FUNCTIES BOVENREGIONALE SAMENWERKING: GEZAMENLIJKE VERWERVING OP G7 NIVEAU PARTNERSCHAP PROCES WAAR STAAN WE OVER 7 JAAR? BESCHRIJVING OPDRACHT

4 4 5 5 5 5

HOOFDSTUK 1

6

INHOUDELIJK FUNDAMENT

DEEL 1 VERGEZICHT OVER 7 JAAR 6 DEEL 2 UITWERKING EN BESCHRIJVING VAN DE INHOUD EN BEOOGDE DOELEN VAN DE DIENSTEN 8 1.1. TRANSFORMATIEPROCES 8 1.2. BEOOGDE DOELEN/ RESULTATEN 8 1.3. BESCHRIJVING ESSENTIËLE FUNCTIES EN DE KINDEREN/GEZINNEN DIE HIER GEBRUIK VAN MAKEN 9 1.4. INTEGRALE ZORG 10 1.5. GEEN CONTRA-INDICATIES 10 1.6. CRITERIA ESSENTIËLE FUNCTIES 10 1.7. WETTELIJK KADER 11 1.8. CONTEXT VAN DE TRANSFORMATIE 11 1.8.1. HERVORMINGSAGENDA JEUGD 11 1.8.2. AFSTEMMING LANDELIJK, REGIONAAL EN LOKAAL AANBOD 12 1.8.3. LANDELIJK BELEID ‘TOEWERKEN NAAR KLEINSCHALIGHEID’ 12 1.8.4. AFBAKENING G7 12 1.9. BESCHRIJVING DIENSTEN 13 1.9.1. SAMENHANG INTEGRALE ZORG 13 1.9.2. MOBIELE BRIGADE 13 1.9.3. INTEGRALE HOOGSPECIALISTISCHE ZORG 17 1.10. TOELEIDING EN INSTROOM DIENSTEN ESSENTIËLE FUNCTIES 21 1.11. UITSTROOM & NAZORG 24 1.12. KERNASPECTEN VAN KWALITEIT 25 1.12.1. WETTELIJKE KWALITEITSEISEN 25 1.12.2. KWALITEITSTANDAARDEN 25 1.12.3. INTEGRALE EN SAMENHANGENDE ZORG DOOR SAMENWERKING TUSSEN AANBIEDERS. 25 1.12.4. CASUSREGIE/ PROCESREGIE/ BEHANDELREGIE 26 1.12.5. (BE)HANDELEN OP BASIS VAN ACHTERLIGGENDE FACTOREN 27 1.12.6. INZET VAN INTERVENTIES 28 1.12.7. SYSTEMISCH WERKEN 29 1.12.8. LEEF- EN BEHANDELKLIMAAT 29 1.12.9. INZET VAN ERVARINGSDESKUNDIGEN 33 1.12.10. ONTWIKKELEN EN DELEN HOOG SPECIALISTISCHE KENNIS & EXPERTISE 34 1.13. AANVULLENDE KWALITEITSEISEN VAN DE DIENSTEN 34 1.13.1.

VERBLIJF: EEN GOEDE OMGEVING OM OP TE GROEIEN EN TE VERBLIJVEN 34 1.13.2. MOBIELE BRIGADE 36 DEEL 3 INGROEIMODEL VAN HUIDIGE NAAR GETRANSFORMEERDE SITUATIE 38 1.14. TRANSFORMATIEPROCES 38 1.14.1 OMSCHRIJVING PROCES 38 1.14.2. INTEGRALITEIT EN SAMENHANG IN DE OPDRACHT BEWAKEN 39 1.14.3. RUIMTE VOOR VERSCHILLEN 39 1.13.4. ONTWIKKELING SAMENWERKING 39

2

1.15. STARTPUNT MOBIELE BRIGADE 1.15.1. BEREIK AANTAL KINDEREN EN GEZINNEN IN JAAR 1 1.15.2. INRICHTING IN CLUSTERS 1.15.3. INZET MEDEWERKERS JAAR 1 1.15.4. FOCUS JAAR 1 1.15.5. VORM EN WERKWIJZE MOBIELE BRIGADE 1.15.6. RANDVOORWAARDEN 1.16 STARTPUNT INTEGRALE HOOG SPECIALISTISCHE ZORG 1.16.1. AANVULLENDE INTEGRALE ZORG VANUIT NIEUW VAKMANSCHAP 1.16.2. LOCATIES INTEGRAAL HOOG SPECIALISTISCH VERBLIJF JAAR 1 1.17 BASISNIVEAU KWALITEIT VAN DE DIENSTEN START JAAR 1 1.18. ONTWIKKELAFSPRAKEN 1.19. RANDVOORWAARDEN

40 40 41 41 42 42 42 43 43 44 46 47 50

HOOFDSTUK 2

52

MONITORING- EN STURINGSFUNDAMENT

2.1. INLEIDING 2.2. KADERS EN RANDVOORWAARDEN 2.3. MONITORING- EN STURINGSPLAN CONTRACTJAAR 1 2.4. MONITORING NA HET EERSTE CONTRACTJAAR 2.5. STURING 2.5.1. ANALYSE VAN DE DATA EN BEHEER MONITOR 2.5.2. OVERLEGSTRUCTUUR

52 52 53 56 57 57 57

HOOFDSTUK 3 FINANCIEEL FUNDAMENT

60

3.1. IN DIALOOG NAAR PASSENDE BEKOSTIGING EN REËLE TARIEVEN 3.2. BEKOSTIGING MOBIELE BRIGADE 3.2.1. BESCHIKBAARHEIDSBEKOSTIGING VOOR FLEXIBELE EN DIRECTE INZETBAARHEID 3.3. BEKOSTIGING INTEGRALE HOOG SPECIALISTISCHE ZORG 3.3.1. BEKOSTIGING VERBLIJF ALS ONDERDEEL VAN INTEGRALE HOOG SPECIALISTISCHE ZORG 3.3.2. AANVULLENDE INTEGRALE ZORG 3.4. LEREN & ONTWIKKELEN 3.5. VERDELING KOSTEN REGIO’S BIJLAGE 1 LIJST VAN VERWERVENDE REGIO’S/GEMEENTEN BIJLAGE 2 DIENSTOMSCHRIJVING MOBIELE BRIGADE BIJLAGE 3 PROCEDURE HYPERMAATWERK BIJLAGE 4 DIENSTOMSCHRIJVING INTEGRALE HOOGSPECIALISTISCHE ZORG BIJLAGE 5 TAKEN, ROLLEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN IN HET KADER VAN REGIE BIJLAGE 6 FASEN INZET MOBIELE BRIGADE BIJLAGE 7 VOORLOPIGE LIJST ESSENTIËLE FUNCTIES IN GELDERLAND BIJLAGE 8 ONTWIKKELPAD 2025-2032 BIJLAGE 9 FORMAT LEERCIRKELS BIJLAGE 10 IMPLEMENTATIEOVERLEG BIJLAGE 11 MONITORINGSOVERLEG BIJLAGE 12 OVERZICHT FTE-BEREKENING MOBIELE BRIGADE BIJLAGE 13 NORMERING KOSTPRIJSELEMENTEN JEUGDZORGPLUS BIJLAGE 14 NORMERING KOSTPRIJSELEMENTEN DRIEMILIEUSVOORZIENINGEN BIJLAGE 15 OVERZICHT OPBOUW PRODUCTEN INTEGRALE ZORG BIJLAGE 16 CONCEPT OVEREENKOMST ESSENTIËLE FUNCTIES

60 61 61 64 64 70 73 74 75 76 81 82 85 88 89 101 102 104 105 107 108 108 115 124

3

Inleiding We gaan het samen anders doen voor de kwetsbare kinderen en gezinnen die jeugdhulp nodig hebben! Vanuit die insteek zijn jeugdhulpaanbieders1 en de gemeenten binnen de G7 jeugdhulpregio’s2 halverwege 2022 gestart met de verwerving van essentiële functies. Samen kijken naar wat nodig is, waar het goed gaat en waar verbetering noodzakelijk is. Het samen verwerven van deze essentiële functies is een intensief traject, met uitdagingen en doorbraken, vanuit de gedeelde insteek om het goede te doen voor de kinderen die dit zo hard nodig hebben. Heel waardevol in dit traject is de kritische constructieve inbreng van de ervaringsdeskundigen, verwijzers, regionaal expertisenetwerken (RET) en het onderwijs. Het samen in partnerschap verwerven en uitvoeren van de essentiële functies brengt scherpte aan in de gesprekken en de uitwerking en helpt het doel voor ogen te houden: ‘samen betere zorg organiseren’.

Essentiële functies Hoewel er de laatste jaren positieve ontwikkelingen zijn in de jeugdzorg en veel kinderen passende en kwalitatief goede jeugdzorg ontvangen, zijn er ook nog steeds kinderen met een complexe zorgvraag die vastlopen in het systeem van jeugdzorg. Voor deze kinderen en gezinnen lukt het nog onvoldoende om de zorg passend te organiseren of alleen ver weg van huis. Geen enkele aanbieder kan de benodigde zorg op dat moment alleen, of in regionale samenwerking organiseren, of heeft alle benodigde expertise beschikbaar. En als de expertise wel beschikbaar is, verplaatsen we het kind daarnaartoe. Met soms vele opeenvolgende overplaatsingen als gevolg. Als aanbieders expertise bij elkaar willen brengen, dan staan (financiële) schotten en andere bezwaren zoals verantwoordelijkheden en vertrouwen in de weg. Dat gaan we in Gelderland dus anders doen! Dat vraagt om de schaarse, hoog-specialistische jeugdzorg die we niet regionaal of via het Landelijk Transitie Arrangement (LTA) 3 beschikbaar hebben (die we definiëren als essentiële functies) anders en beter te organiseren.

Bovenregionale samenwerking: gezamenlijke verwerving op G7 niveau Zoals gezegd is voor de essentiële functies bovenregionale samenwerking nodig. De 7 Gelderse regio’s (56 gemeenten4) aangeduid als G7, slaan daarom de handen ineen in. Zij kopen de essentiële functies gezamenlijk in en blijven ook na de verwerving samenwerken om de doelen te bereiken. Waarbij het uitgangspunt overeind blijft dat alles wat de regio’s regionaal kunnen doen, ze ook op regionaal niveau oppakken. Maar voor een beperkt aantal complexe zorgvragen (waar op regionaal niveau onvoldoende schaalgrootte is om de daarvoor gevraagde hoog specialistische kennis en specifieke zorg te waarborgen), organiseren de regio’s in de bovenregionale samenwerking de beschikbaarheid hiervan. Verder faciliteren de regio’s dat aanbieders daadwerkelijk bovenregionaal met elkaar kunnen samenwerken rondom een kind.

1 Verder in de tekst aangeduid als aanbieder(s).

2

Verder in de tekst aangeduid als regio’s. Landelijk transitiearrangement: Afspraken die de VNG maakt (namens alle gemeenten) met aanbieders die een essentiële, landelijke functie vervullen in het zorglandschap. 4 We spreken in dit document over Gelderse Jeugdhulpregio’s (G7), Gelderse kinderen en Gelderland als geografische afbakening. Onder de G7 jeugdhulpregio’s vallen echter ook gemeenten die niet in de provincie Gelderland liggen, maar wel onderdeel zijn van deze verwerving. De volledige lijst met de gemeenten die onderdeel zijn van deze verwerving is opgenomen in bijlage 1. 3

4

Partnerschap Niet alleen de G7 regio’s gaan onderling samenwerken. Ook de aanbieders en regio’s samen gaan een transformatieproces in waardoor de zorg van betere kwaliteit wordt en zo dichtbij huis en zo thuis mogelijk geleverd wordt. Zij hebben daarbij uitgesproken om deze belangrijke opdracht in partnerschap vorm te geven. Ieder vanuit de eigen rol als opdrachtnemer (aanbieders) en opdrachtgever (regio’s). Belangrijke stakeholders zoals verwijzers, ervaringsdeskundigen, RET’s en onderwijspartijen zijn betrokken tijdens de totstandkoming van het toetredingsdocument en hebben actief meegedacht en meegesproken bij de uitwerking van de opdracht. En last, but nog least, gaan de aanbieders onderling, vanuit de verschillende domeinen, de samenwerking aan om de opdracht essentiële functies gestalte te geven.

Proces In dit fundament staat de opdracht die de regio’s als opdrachtgever uitvragen verder uitgewerkt. De regio’s hebben vanaf de start van de samenwerking op essentiële functies aangegeven dat zij de opdracht samen met zorgaanbieders en stakeholders uit wilden werken. De regio’s hebben dat vormgegeven door marktconsultaties, overlegtafels en inhoudssessies (hoteldagen) te organiseren. Tijdens deze overleggen is inbreng vanuit verschillende standpunten ingebracht en is, in gezamenlijkheid, de opdracht verder uitgewerkt en aangescherpt.

Waar staan we over 7 jaar? In het fundament is allereerst het vergezicht/de stip op de horizon geschetst. Daarbij hebben alle betrokken partijen, los van bestaande hobbels en beren op de weg, met elkaar nagedacht hoe de zorg voor de meest kwetsbare kinderen en hun gezin, idealiter vorm moet krijgen in een periode van 7 jaar. Dit vergezicht is verwoord in hoofdstuk 1 deel 1.

Beschrijving opdracht In deel 2 van hoofdstuk 1 is het vergezicht verder geconcretiseerd. Dat betekent dat op inhoud beschreven is welke diensten onder de opdracht vallen, wat de beoogde doelen zijn, welke kernaspecten van kwaliteit geformuleerd zijn en welke ontwikkeling de zorg moet doormaken. Ook wordt de toegang en de instroom in de essentiële functies uitgewerkt. Daarbij is ook de afbakening en de verhouding tot lokaal, regionaal en landelijk aanbod en organisaties zoals het RET, verwijzende instanties en plaatsingscommissie beschreven. Verder is omschreven wat nodig is om een goede en effectieve uitstroom te realiseren en welk proces daarvoor wordt ingericht. Er is een onderscheid gemaakt tussen de gewenste situatie op de langere termijn (deel 2) en de huidige situatie vanaf ingangsdatum van de opdracht met daarbij een ingroeipad. Dat laatste is te vinden in hoofdstuk 1 deel 3 ‘ingroeimodel’. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de wijze waarop regio’s en aanbieders monitoren en sturen op de realisatie van de gewenste transformatie en resultaten. Hoofdstuk 3 is volledig gewijd aan de bekostiging. Het bekostigingsstelsel voor de gehele opdracht inclusief de tarieven is hierin opgenomen en de bekostigingsafspraken over leren en ontwikkelen. Het sluitstuk van de verwerving is de overeenkomst.

In de bijlagen is de conceptovereenkomst opgenomen waarin de afspraken die voortvloeien uit de opdracht zijn vastgelegd. Zoals landelijk is afgesproken, hebben we de overeenkomst behorende bij de Contractstandaard Jeugd als basis gebruikt. Tot slot wordt in dit fundament een aantal keren verwezen naar het Plan van Aanpak dat de samenwerkende aanbieders moeten indienen bij de inschrijving op de opdracht In het plan van aanpak beschrijven aanbieders op welke manier zij invulling geven aan de opdracht. Een omschrijving van het Plan van Aanpak is toegevoegd aan het toetredingsdocument.

5

Hoofdstuk 1

Inhoudelijk fundament

DEEL 1 VERGEZICHT OVER 7 JAAR Over 7 jaar is er voor een kleine groep kinderen en hun gezin5 (kleiner dan nu) integrale hoog specialistische zorg bovenregionaal beschikbaar. Aanbieders van deze zorg werken samen om maatwerk te bieden voor deze kinderen. Regio’s hebben de randvoorwaarden gecreëerd die het mogelijk maken om dit maatwerk te leveren. Een kind en het gezin wordt niet onvrijwillig6 doorgeplaatst en zij worden niet ‘losgelaten’. Er wordt altijd toegewerkt naar een passend (regionaal) perspectief. Beroepsmatig handelen gebeurt altijd met zicht op dit perspectief. De omgeving van het kind maakt onderdeel uit van het perspectief. Dat kunnen de ouder(s), pleeg/gezinshuisouders, maar ook familie of vrienden zijn. In Gelderland is integrale hoog-specialistische zorg inclusief verblijf beschikbaar voor deze kinderen. Er is altijd de integrale hoog-specialistische zorg aanwezig die nodig is (vanuit de verschillende domeinen J&O, LVB, J-GGZ, Verslavings- en Forensische zorg). Het verblijf is gezinsgericht en kleinschalig, waarmee we bedoelen dat er een relatie- en ontwikkelingsgericht klimaat is. Verblijf is waar mogelijk in een wijk, maar er zijn ook verblijfsfuncties op terreinen.

Dit zijn terreinen, waar hybride verblijfsvormen zijn (gesloten, semi-open en open) en die onderdeel zijn van de maatschappij waardoor het makkelijk is om aangehaakt te blijven bij ‘het normale leven’. Uitgangspunt bij deze verblijfsvormen is dat de inhoud past bij het perspectief van het kind. Dat betekent dat niet alleen gefocust wordt op een zo kort mogelijk verblijf, maar dat het ook mogelijk is voor een kind en het gezin om zo lang als nodig is ondersteuning en bescherming te ontvangen. De RET’s in Gelderland kunnen daarnaast een bovenregionaal mobiel team (mobiele brigade) inzetten dat actieve en outreachende diensten verleent. Dit team is aanvullend op de huidige expertise in de RET’s, snel inzetbaar, bestaat uit professionals met expertise en ervaring op het vlak van J&O, LVB, JGGZ, Verslaving en Forensische zorg. De mobiele brigade heeft de competenties om professionals, die werken met de kinderen die gebruik maken van (regionaal gecontracteerd) verblijf en die gebruik dreigen te gaan maken van de zorg in essentiële functies, te ondersteunen. Ook ondersteunt de mobiele brigade bij uitstroom uit de essentiële functies, zodat het landen in een voorziening dicht bij huis, beter verloopt.

Deze mobiele brigade signaleert, ondersteunt, voert uit, voorkomt onvrijwillige doorplaatsingen en ondersteunt bij een goede doorstroom vanuit de essentiële functies terug naar ‘huis’, in welke vorm dan ook. Op de langere termijn kan de mobiele brigade, waar nodig en gewenst, bijdragen aan het voorkomen van uithuisplaatsingen. Om de essentiële functies goed te kunnen uitvoeren, is er over 7 jaar een sterk regionaal zorglandschap georganiseerd waarin de volgende vormen van ondersteuning zijn gewaarborgd: ▪ Acute crisishulp, in alle vormen, inclusief de High Intensive Care voorzieningen in de J-GGZ;

5 We spreken in deze verwerving over ‘kind en gezin’. Daarmee wordt bedoeld dat het kind centraal staat en dat in de zorg

voor het kind óók de zorg voor het gezin van het kind wordt meegenomen. ‘Gezin’ wordt hierbij breed uitgelegd: dat kunnen ook gezinshuisouders, pleegouders of andere belangrijke personen voor het kind zijn (omgeving van het kind). 6 Onvrijwillig = ongewenst en gedwongen. Hier wordt niet gedoeld op een door de kinderrechter opgelegde machtiging gesloten plaatsing.

6

▪

▪ ▪

Regionale (intensieve) ambulante expertise zodat steeds minder kinderen inzet vanuit de essentiële functies nodig hebben en de zorg regionaal en zo dichtbij mogelijk kan worden georganiseerd. Dit is inclusief integrale vormen van regionale zorg; Verblijf (niet zijnde essentiële functies-verblijf). Daaronder vallen ook ‘onvoorwaardelijk wonen’ plekken en bedden met een (intensieve) J-GGZ-behandelcomponent; RET: een dynamische netwerkorganisatie bij vastgelopen casuïstiek.

Het bovenregionale essentiële functies zorglandschap over 7 jaar bestaat uit: ▪ Integrale hoog specialistische zorg inclusief verblijf voor een kleine groep kinderen; ▪ Mobiele Brigade.

Nieuw woordenboek Bij een transformatieproces horen ook termen die passend zijn bij nieuwe vormen van zorg. Vanuit de ervaringsdeskundigen is dit meermaals aangegeven: de terminologie die gebruikt wordt in de huidige jeugdzorg, zoals ‘verblijf’ en ‘casus’ wordt door veel kinderen niet als gelijkwaardig en niet respectvol gevoeld. Verder gebruiken de sectoren onderling ook verschillende termen. We spreken af dat gedurende het transformatieproces ook in gezamenlijkheid een nieuw ‘woordenboek’ wordt ontwikkeld. In deze opdracht hanteren we de huidige termen, om de opdracht zo duidelijk mogelijk te schetsen voor iedereen. Het helpt als herkenbare definities gebruikt worden. Zo nodig wordt een definitie verder uitgelegd.

7

DEEL 2 UITWERKING EN BESCHRIJVING VAN DE INHOUD EN BEOOGDE DOELEN VAN DE DIENSTEN 1.1.

Transformatieproces

In Deel 1 is het vergezicht, het ideale zorglandschap over 7 jaar beschreven. Met de opdracht die de regio’s uitzetten in deze verwerving, zoeken zij samenwerkende aanbieders uit de domeinen J&O, LVB, J-GGZ, Verslavingszorg en Forensische zorg die zich willen verbinden aan dit vergezicht en naar dit eindplaatje toe willen werken. In Deel 2 wordt verder geconcretiseerd wat er in de komende 7 jaar tussen de start van de samenwerking en het bereiken van het vergezicht nodig is en welke diensten worden ingekocht. Daarbij realiseren regio’s zich dat wat gevraagd wordt in de opdracht een transformatieproces is dat een lange doorlooptijd heeft, waaraan aanbieders en regio’s niet volledig kunnen voldoen vanaf de start. Daarnaast is het een proces waarin voortdurend bijgestuurd moet worden. Het zorglandschap verandert, inzichten veranderen op basis van ervaring en onderzoek, wettelijke kaders kunnen wijzigen en alle partijen leren in de uitvoering en de samenwerking.

1.2.

Beoogde doelen/ resultaten

Voor een beperkt aantal hoog complexe zorgvragen is de zorg binnen Gelderland nog niet voldoende geregeld: kinderen en gezinnen vallen tussen wal- en schip bijvoorbeeld door verschillende regelgeving, betrokken partijen zijn handelingsverlegen, kinderen worden te vaak onvrijwillig doorgeplaatst, zorgtrajecten stapelen zich op omdat er bijvoorbeeld niet op tijd naar de juiste zorg verwezen is, het perspectief voor een kind en het gezin ontbreekt, het leefklimaat voor een kind is onvoldoende gezinsgericht en kleinschalig of bedden zijn niet beschikbaar omdat kinderen uit overige delen van het land geplaatst worden binnen de voorzieningen in Gelderland. De opdracht tot samenwerking op essentiële functies heeft tot doel om de zorg voor deze kinderen en hun gezinnen sterk te verbeteren! Dat bereiken we door:

Breng expertise naar het kind en gezin, verplaats de zorg en niet het kind: Integrale hoog specialistische expertise en ervaring met complexe zorgvragen is beschikbaar. Er is een mogelijkheid voor een verblijfsplek voor een kind waar naast de benodigde expertise die daar al aanwezig is, de ontbrekende expertise en ervaring vanuit andere zorgvormen en aanbieders aan toegevoegd wordt.

Beschikbaarheid garanderen van schaarse hoog-specialistische zorg We garanderen de beschikbaarheid van een aantal voorzieningen door hiervoor beschikbaarheidsfinanciering af te spreken. Doel hiervan is om wachtlijsten te voorkomen en juiste hulp op het juiste moment beschikbaar te hebben. We monitoren het gebruik van de voorzieningen om beter inzicht te krijgen in de benodigde aantallen. We sturen gezamenlijk op het voorkomen en oplossen van hiaten in het zorglandschap. We stimuleren doorstroom in essentiële functies verblijf. Schaarse expertise en voorzieningen blijven daarmee beschikbaar, waarbij spreiding in Gelderland en efficiency het uitgangspunt is7.

7 Daarbij zoeken we naar de juiste balans tussen de wens tot spreiding en efficiency en het gegeven dat dit schaarse zorg is

waaruit een zekere noodzaak tot concentratie volgt.

8

Kwalitatief leef- en behandelklimaat Kinderen leven in huiselijke sfeer, volgen onderwijs en hebben vrijetijdsbesteding. Dit ‘gewone’ leven is leidend in diagnostiek en behandeling. We bieden relationele veiligheid in plaats van beheersmatige vrijheid. Het streven is om het aantal onvrijwillige doorplaatsingen naar 0 te brengen. Wanneer een kind op een verblijfsplek is, wordt direct perspectief geboden. Doel daarbij is zo snel als mogelijk terug naar huis of de leef plek waar het kind verbleef. Om dit te bereiken is het systeem rondom een kind altijd onderdeel van het leef- en behandelklimaat. Er wordt tegelijkertijd ingezet op wat het systeem nodig heeft om het kind weer (in een) thuis te kunnen ontvangen.

Ruimte bieden voor samenwerking door middel van krachtig opdrachtgeverschap De regio’s sturen samen op inhoud en het beschikbaar houden van schaarse expertise en voorzieningen binnen Gelderland. We werken in G7 verband aan duurzame en veilige oplossingen voor zeer kwetsbare kinderen en gezinnen. Dit is aanvullend op de lokale- en regionale oplossingen. De regio’s samen faciliteren dat aanbieders krachtige opdrachtnemers kunnen zijn. De aanbieders werken samen in de beste combinaties van voorzieningen en expertises. Regio’s faciliteren dit door een bekostigingssystematiek af te spreken die ruimte biedt voor de beoogde transformatie. Door langlopende afspraken te maken, ‘administratief luwe’ processen af te spreken en open te staan voor innovaties.

1.3.

Beschrijving Essentiële functies en de kinderen/gezinnen die hier gebruik van maken Essentiële functies zijn de integrale hoog specialistische zorgvormen (niet vallend onder een regionaal of LTA-contract) die zich richten op kwetsbare kinderen en hun gezinnen en/of netwerk. Hun zorgvragen - en de oorzaken ervan - zijn divers (heterogeen). Daarmee kan niet gesproken worden over een eenduidige of samenhangende doelgroep. Er is sprake van meervoudige en complexe zorgvragen. Niet één van de problematieken is bovenliggend, maar het is een combinatie van meerdere kernproblemen en de oplossing/aanpak/behandeling vraagt om intersectorale samenwerking. Tegelijkertijd kunnen een aantal beschermende factoren ontbreken. De combinatie van deze factoren zorgt voor ernstige ontregeling, en/of veiligheidsrisico’s bij het kind zelf en in de omgeving. Het perspectief voor deze kinderen ontbreekt.

Er is geen scherpe afbakening op diagnose of problematiek op kindniveau te maken. Er valt onder andere te denken aan een combinatie van (niet limitatief): ▪ Achterstand in de (functie-)ontwikkeling en/of adaptieve vaardigheden en sociaal emotionele ontwikkeling. ▪ Gezondheidsproblemen, somatische aandoeningen. ▪ Forse externaliserende (waaronder forensische) gedragsproblemen. ▪ Ernstige internaliserende psychische klachten (zoals bijvoorbeeld stemming, trauma, dwang). ▪ Psychiatrische problematiek of dubbeldiagnoses zoals psychiatrische aandoeningen met verslavingsproblematiek of persoonlijkheidsproblematiek in ontwikkeling. ▪ Kwetsbaarheid voor slachtofferschap van mensenhandel/ criminaliteit/ middelengebruik. ▪ Intergenerationele problemen. Het kan daarbij gaan over trauma en hechtingsproblematiek van ouders maar ook over bijkomende problemen zoals complexe scheiding; huiselijk geweld; financiële problemen; psychiatrische problematiek ouders inclusief verslavingen of mishandeling/verwaarlozing.

9

De beoordeling of de zorgvraag van een kind en gezin past binnen de essentiële functies is altijd professioneel maatwerk op grond van een goede analyse (verklarende analyse).

1.4.

Integrale zorg

Voor kinderen en gezinnen die een dergelijke complexe zorgvraag hebben, moeten de essentiële functies een antwoord bieden: integrale zorg van hoog-specialistische expertise en ervaring met deze kinderen en gezinnen. Met de mogelijkheid om een (tijdelijke) verblijfsplek te bieden binnen een kwalitatief hoogstaand leef- en behandelklimaat. Onderwijs en vrijetijdsbesteding moeten onderdeel zijn van de geboden integrale zorg. Daarbij wordt niet alleen gedoeld op de fysieke aanwezigheid van een onderwijsvoorziening of vrije tijdsbestedingslocatie bij of op de verblijfslocatie, maar op het realiseren van een onlosmakelijke eenheid van 24-uursverblijf. Met ambulante behandeling, onderwijs, werk/dagbesteding en vrijetijdsbesteding in passende vorm beschikbaar. Een passende vorm van onderwijs, is onderwijs dat zoveel mogelijk aansluit op de leefwereld van het kind. Waarbij gestuurd wordt op behoud van het onderwijs dat het kind al volgt en waarin niet alleen gefocust wordt op verblijfsvormen waar 'intern' onderwijs de enige optie is.

1.5.

Geen contra-indicaties

Het bieden van integrale zorg betekent dat wanneer een kind en het gezin gebruik maakt van essentiële functies, alle betrokken aanbieders en regio’s samenwerken en zich verbinden om de passende zorg te bieden. Partijen verplichten zich zorg te bieden op alle problematieken. Dat betekent: • expertise toevoegen waar dat nodig is; • opvolgende zorgtrajecten voorkomen, dan wel tijdig doorbreken (matched care in plaats van stepped care); • altijd contact met het kind maken; • ieder kind krijgt een perspectief. Onderdeel van het verkrijgen van perspectief kan ook de inzet van medisch specialistische zorg zijn (bijvoorbeeld een detoxbehandeling bij verslaving of J-GGZ-behandeling bij eetproblematiek) of het organiseren van een time-out plek. Van de aanbieders en regio’s wordt ook verwacht dat zij goed afstemmen en samenwerken met partijen buiten het samenwerkingsverband. Maar simpel gezegd: ‘er valt geen kind meer tussen wal en schip, we zeggen geen nee, kinderen worden niet onvrijwillig verplaatst en we zetten alles-op-alles om dit kind een perspectief te bieden.’ We zijn hier al mee gestart en vanaf 2025 intensiveren we deze beweging door het aangaan van de opdracht essentiële functies.

Daarbij nemen we in ogenschouw dat aanbieders in samenwerking met regio’s ook ontwikkelruimte nodig hebben om toe te groeien naar de juiste oplossingen: verblijfsplaatsen, interventies en behandelingen.

1.6.

Criteria essentiële functies

Om binnen de afbakening van de opdracht voor de essentiële functie te vallen moet een functie aan de volgende criteria voldoen: ▪

▪ ▪

Er is schaarse, hoog-specialistische kennis en ervaring binnen deze functie, die voor een beperkt aantal Gelderse kinderen relevant is. Er zijn echter voldoende kinderen om die hoogspecialistische kennis wel in Gelderland beschikbaar te willen hebben en; Van de zorg van deze functies wordt gebruik gemaakt door kinderen uit meerdere Gelderse regio’s en; Het betreft een geconcentreerde functie, die niet in alle regio’s aanwezig is of ontwikkeld kan worden.

10

1.7.

Wettelijk kader

De essentiële functies zijn er voor kinderen die zorg nodig hebben op grond van de Jeugdwet (inclusief juridisch kader JZ+ en de wet rechtspositie gesloten jeugdzorg die 1-1-24 in werking is getreden). Hieronder vallen ook de kinderen met ernstige psychische klachten of die met een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte GGZ verplichte zorg krijgen. Er zijn ook essentiële functies met verblijfsvoorzieningen waar kinderen met een verstandelijke beperking in het kader van de Wet Zorg en Dwang verblijven. Als laatste kan ook jeugdhulp in het strafrechtelijk kader worden ingezet (forensische zorg).

1.8.

Context van de transformatie

1.8.1. Hervormingsagenda Jeugd Dit traject heeft een duidelijke relatie met de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2026. Een van de punten uit de Hervormingsagenda is het verbeteren van de organisatie en inkoop van specialistische jeugdzorg. Hiervoor is de volgende opgave geformuleerd: “kwetsbare jeugdigen die (hoog)specialistische hulp nodig hebben moeten kunnen rekenen op tijdige en passende hulp. Voor het significant verbeteren van de beschikbaarheid van deze hulp moet het stelsel worden hervormd en versterkt. Daarom zijn maatregelen nodig die zien op verplichte regionale samenwerking en regionaal contracteren, landelijk contracteren en het verminderen van de uitvoeringslasten van zowel gemeenten als jeugdzorgaanbieders (jeugdhulpaanbieders en GI’s). Het cliëntperspectief wordt meegenomen om te komen tot passende hulp.” Om dit te bereiken zijn de volgende bestuurlijke afspraken gemaakt: versterken van de regio’s, standaardiseren van inkoop, kwaliteit en administratie, inkopen op landelijke schaal, regievoeren op regio-overstijgende transformatie, onderzoek naar verevenen van risico’s (tussen gemeenten onderling). Vanuit deze landelijke context is het van belang dat binnen Gelderland alvast stappen gezet worden die aansluiten op de bovenstaande opgaven. Dat doen we met robuuste bovenregionale samenwerking en uniforme afspraken.

Deel hiervan is adequate zorg beschikbaar te hebben voor deze kleine groep meest kwetsbare kinderen en hun ouders.

11

1.8.2. Afstemming landelijk, regionaal en lokaal aanbod Zoals hiervoor is geschetst staat de transformatie van hoog specialistische jeugdhulp binnen Gelderland niet op zichzelf. Er zijn landelijke invloeden, maar de transformatie moet zich ook verhouden tot andere vormen van gecontracteerd aanbod op landelijk niveau (LTA), regionaal niveau (regulier regionaal aanbod) en gemeentelijk niveau (lokaal aanbod/preventief). Uitgangspunt is dat de essentiële functies aanvullend zijn op de lokale en regionale oplossingen of aanbod. We verwerven deze functie gezamenlijk op G7 niveau omdat ze schaars zijn en ze beschikbaar moeten zijn voor het gehele bovenregionale gebied. Daarnaast is er landelijk gecontracteerd aanbod (LTA) voor hoogspecialistisch aanbod dat op landelijke schaal georganiseerd is. Wat LTA gecontracteerd is, blijft dat in principe ook. Waarbij we wel zoeken naar mogelijkheden om zoveel mogelijk hoogwaardige expertise binnen het aanbod essentiële functies beschikbaar te hebben om onvrijwillige doorplaatsingen te voorkomen.

1.8.3. Landelijk beleid ‘toewerken naar kleinschaligheid’ Binnen Gelderland wordt volop gewerkt aan het realiseren van kleinschalige en gezinsgerichte jeugdzorg. Zowel lokaal, regionaal als bovenregionaal. We doen dit vanuit een sterke behoefte in Gelderland om de kwaliteit van de zorg te verbeteren, maar ook omdat dit voortvloeit uit landelijk beleid (Rijk) en landelijke afspraken (Rijk en VNG): • Inspectierapport Inspectie Gezondheid Jeugd: Hiaten in Gelders aanbod voor jeugdigen met zeer complexe vraag o.a. J-GGZ en specialistisch 24-uurs verblijf; • Kamerbrief ‘Passende hulp voor jeugdigen die bescherming en veiligheid nodig hebben’: Ambitie per 2025 alle gesloten jeugdhulp kleinschalig en afbouw per 2030; • Specifieke uitkering (SPUK) vastgoedtransitie JeugdzorgPlus, voor ombouwen van het vastgoed naar kleinschalige groepen; • Specifieke uitkering (SPUK) vastgoedtransitie driemilieusvoorzieningen (idem). Deze landelijke opdrachten zorgen voor een verschuiving in het Gelders zorglandschap en deze ontwikkelingen hebben ook een financiële impact die we duidelijk terugzien in hogere tarieven.

1.8.4. Afbakening G7 De verwerving van de essentiële functies vindt plaats op G7 niveau. De samenwerking binnen G7 is georganiseerd en heeft een ambtelijke en bestuurlijke structuur. De G7 werkt op meerdere vlakken samen. Vanuit het Bovenregionaal Expertisenetwerk Jeugdhulp Gelderland (BOEG) zijn er verschillende trajecten om de zorg te verbeteren en hierover gezamenlijk afspraken te maken. De Gelderse verbeteragenda en de bovenregionale contractering van de HIC-bedden zijn daar goede voorbeelden van. Daarbij kent Gelderland van oudsher veel verblijfsvoorzieningen. Voor de schaarse voorzieningen die we willen verwerven is het G7 niveau een logisch verband. Daarbij moeten we wel in ogenschouw nemen dat aanbieders van essentiële functies veelal niet (geheel) Gelders georiënteerd zijn én dat omliggende regio’s buiten de G7 ook gebruik maken van de essentiële functies die geografisch in Gelderland gesitueerd zijn. Tegenovergesteld maken Gelderse regio’s ook gebruik van essentiële functies die niet in Gelderland liggen. Dit zijn factoren waar we rekening mee houden.

12

1.9. Beschrijving diensten 1.9.1. Samenhang integrale zorg Zoals in paragraaf 1.1 is beschreven is voor de opdracht essentiële functies samenwerking tussen aanbieders uit de domeinen J&O, LVB, J-GGZ, Verslavingszorg en Forensische zorg nodig. We verwerven twee diensten die in samenhang moeten worden geleverd: ▪ ▪

Mobiele brigade Integrale hoog specialistische zorg

De mobiele brigade is “de voordeur8” voor de essentiële functies: een team dat actief en snel handelt en alles inzet dat nodig is voor het voorkomen van een onvrijwillige overplaatsing. Zonder bureaucratische rompslomp. Het is het team dat voldoende capaciteit heeft om hands-on, met het netwerk samen, te werken aan oplossingen. Dit kan in de vorm van kortdurende interventies/directe ondersteuning. De mobiele brigade is outreachend en verleent actieve consultatieve diensten. Om verblijf of een onvrijwillige doorplaatsing te voorkomen, dan wel de stagnatie die soms ontstaat rondom uitstroom uit de essentiële functies, te verminderen. Integrale hoog-specialistische zorg is een integraal “totaalpakket” van zorg met verblijf voor de kinderen die in aanmerking komen voor de essentiële functies. Dat betekent dat het verblijf waar nodig op maat aangevuld is met ambulante expertise en kennis van aanbieders uit het samenwerkingsverband. Zodat zij gezamenlijk de passende zorg kunnen bieden. De samenwerkende aanbieders hebben de hoog specialistische kennis en ervaring die benodigd is voor het vormgeven van hoog specialistisch verblijf. De samenwerkende aanbieders zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het leveren van de twee diensten als geheel, het betreft een integrale opdracht. In de volgende sub paragrafen worden de diensten verder toegelicht. 1.9.2.

Mobiele brigade

Kaya is 14 jaar en woont sinds een paar jaar in een pleeggezin. Ze heeft autisme. Het ging goed in het pleeggezin, maar sinds een jaar trekt ze zich steeds meer terug. In de laatste maand komt ze nauwelijks nog haar kamer uit. Ze gaat niet meer naar school en naar de zorgboerderij en komt eigenlijk het huis niet uit. Pleegmoeder maakt zich ernstige zorgen, maar weet niet meer wat ze kan doen. Kaya is niet te motiveren. De gesprekken die ze heeft met haar begeleider wil ze niet meer. Ze zegt niet meer te willen praten. De betrokken gezinsvoogd meldt zich bij het RET voor een advies. Het RET adviseert de inzet van de mobiele brigade. Doel is weer in contact te komen met Kaya en duidelijkheid te krijgen over de oorzaken van de problemen. Daarnaast wordt er specifiek gevraagd om kennis over depressie in samenhang met autisme, om met Kaya te kijken wat haar gaat helpen. De mobiele brigade werkt met Kaya aan het herstellen van haar dagritme. Ook ondersteunt de mobiele brigade haar pleegouders om te voorkomen dat Kaya naar een leefgroep moet worden overgeplaatst.

8

De mobiele brigade is geen verplichte tussenstap om een indicatie voor essentiële functies te verkrijgen.

13

Actieve consultatieve dienstverlening De kern van de mobiele brigade is dat zij actief en outreachend werkt en ervaring, expertise en specialisme toevoegt. De mobiele brigade is flexibel, snel beschikbaar, voegt toe met actief handelen en biedt outreachende hulp gericht op het kind en het opvoedsysteem (specialistische ondersteuning). In de mobiele brigade is diverse kennis en expertise aanwezig. De medewerkers van de mobiele brigade staan naast het gezin en kind, maar ook naast de residentiële teams of gezinsouders. Het doel is om kennis en kunde naar het kind te brengen en actief toe te voegen in plaats van het kind te verplaatsen naar de zorg. Het mobiele team werkt aan een perspectief waarin weer helder is hoe de zorg passend kan worden geleverd. Bij voorkeur kan de aanbieder, die al bij het kind en gezin betrokken is, weer verder.

Nazorg De mobiele brigade kan ook ingezet worden als een kind, na een kort verblijf in de essentiële functies, weer terug kan naar de woonplek waar het vandaan komt. De mobiele brigade neemt dan niet over, maar gaat naast het kind, het gezin en het residentiele team of gezinsouder staan.

Positionering De mobiele brigade is een outreachend team, gevormd door de samenwerkende aanbieders. De mobiele brigade kan door een RET of RET-voorzitter worden ingezet als een casus dreigt vast te lopen, onvrijwillige doorplaatsing dreigt of daar waar het RET ziet dat er expertise gemist wordt. Het is belangrijk dat de mobiele brigade en de RET-voorzitter een korte lijn hebben. Het RET blijft altijd verantwoordelijkheid voor procesregie. De mobiele brigade neemt dat niet over. De leden van de mobiele brigade hebben vanuit de inhoud geaccepteerd gezag (overtuigingskracht en vertrouwen) vanuit alle samenwerkingspartners binnen de essentiële functies. Bij visieverschil (tussen professionals) over wat het best passende antwoord is op de zorgvraag, kan de mobiele brigade ingezet worden om tot één helder verhaal te komen: als er een verklarende analyse ligt, brengen zij deze verder door er samen met betrokkenen, één werkhypothese van te maken waarop geacteerd kan worden. Als er nog geen verklarende analyse ligt, dan kan de mobiele brigade hierbij ondersteunen. De mobiele brigade kijkt qua oplossingen met een frisse blik/buiten kaders en denkt niet alleen in termen van ’een bed’ of ‘behandeling’. Het is van belang dat de mobiele brigade niet aan het einde van de keten zit. De mobiele brigade moet tijdig ingezet worden, om stepped care te voorkomen en matched care te realiseren.

Vaste kern De mobiele brigade bestaat uit een vaste kern van personen die tijdelijk het gezicht en het aanspreekpunt zijn voor de casusregisseur en het kind/gezin, gezinsouder en/of residentieel team. Het is belangrijk dat de mobiele brigade zichtbaar is en geaccepteerd gezag op inhoud heeft bij derden zoals andere zorgaanbieders, regio’s en onderwijs. De mobiele brigade moet het vermogen hebben om: • In te kunnen schatten welke (gecombineerde) vormen van zorg en inzet helpend zijn voor het kind en de omgeving waar het kind verblijft; • Te bedenken hoe het ‘anders kan’ ten opzichte van hetgeen al ingezet is; • Een verbindende rol te vervullen; • Rust te brengen in de situatie (ondersteunen bij ‘verdragen en vertragen’) en om een systeemanalyse te maken van de oorzaak van het vastlopen van de casus. De mobiele brigade bestaat in ieder geval uit: • Eerste aanspreekpunt/verbinder; • Ervaren WO-geschoolde professional (2 personen) uit de diverse domeinen; • Systeemgericht ambulant hulpverlener;

14

• Ervaringsdeskundige. In het vaste kernteam is deskundigheid geborgd van J&O, J-GGZ, (L)VB, Verslavingszorg en Forensische zorg en een combinatie van kennis van kind-factoren en kennis van (professionele)opvoedfactoren aanwezig. Belangrijk is dat de verbinding met de volwassen GGZ gelegd kan worden. Het eerste aanspreekpunt van de mobiele brigade vormt een belangrijke verbinding met de voorzitter van het RET9. De RET-voorzitter zorgt voor de verbinding met de contractmanager en beleidsadviseur van de op casusniveau verantwoordelijke gemeente. Ook zorgt de RET-voorzitter voor de verbinding met het onderwijs (samenwerkingsverband).

Geen behandeling en geen overname regie De mobiele brigade draagt geen eigenstandige behandelverantwoordelijkheid. Medewerkers van de mobiele brigade zijn zelfstandig verantwoordelijk voor hun advies en steunende activiteiten, zij ondersteunen binnen het kader waarbinnen zij zijn opgeleid en bevoegd zijn. De mobiele brigade is actief ondersteunend (directe ondersteuning in de vorm van kortdurende interventies) en geeft advies aan de zittende regiebehandelaar. Deze draagt verantwoordelijkheid voor uitvoer van het advies. Het advies kan een doorverwijzing naar (opname in) verblijf essentiële functies zijn, maar ook actieve toevoeging van deelbehandeling aan wat al aanwezig is. Als het kind gebruik gaat maken van verblijf binnen de essentiële functie wordt behandelregie daar belegd. De mobiele brigade neemt niet de casusregie over, deze blijft bij de casusregisseur (lokaal team of jeugdbeschermer/jeugdreclasseerder) en het kind/gezin. De mobiele brigade voegt (tijdelijk) ervaring en expertise toe. Vanzelfsprekend is de mobiele brigade wel verantwoordelijk voor het eigen handelen en advisering.

Doorzettingsmacht De mobiele brigade moet geaccepteerd gezag hebben op inhoud naar zowel aanbieders als regio’s: als de mobiele brigade adviseert om bepaalde zorg in te zetten, dan zorgen aanbieders binnen het samenwerkingsverband ervoor dat deze inzet tijdig beschikbaar is vanuit hun organisatie. En regio’s betalen voor deze inzet zonder een administratief complex proces.

Inzet mobiele brigade De mobiele brigade kan de volgende inzet leveren: Maatwerk • Actieve dienstverlening en kortdurende interventies (handelingsgericht): gericht op het kind en de sociale omgeving waarbinnen het kind woont • Actieve ondersteuning van medewerkers van zorgaanbieders Psycho-educatie en training van betrokken ouders/professionals op persoon/context/situatie afgestemde ondersteuningsadviezen • Vliegende keep (het kortdurend ondersteunen van een kind en het gezin of bij de zorgaanbieder, niet zijnde in crisis) om onvrijwillige doorplaatsingen te voorkomen • Out-of-the-box oplossingen uitwerken • Duiding van het systeem: het gedrag van het kind en het (professionele) netwerk kunnen ‘lezen’ en duiden en hier handelingsadviezen aan koppelen Uitstroom bevorderen • Kennisoverdracht verzorgen aan zorgaanbieders of het netwerk thuis waar het kind na verblijf in essentiële functies naartoe gaat

9 In de clustering van de mobiele brigade wordt rekening gehouden met 7 RET’s

15

•

(In samenwerking met de lokale toegang/GI) verbinding leggen met de reguliere jeugdhulp, zodat er gedurende of na afloop van de betrokkenheid van de mobiele brigade passende (na)zorg beschikbaar is. Er vallen hierdoor geen gaten in de hulpverlening • Beschikbaar zijn na overdracht, als back-up voor de reguliere jeugdhulp (waakvlamcontact). Hier kan de verwijzer een goede rol in vervullen Plan met advies voor passende zorg • Advies toevoegen aan bestaande verklarende analyse en perspectiefplan essentiële functies, communicatie hierover met het RET en de gezamenlijke voordeur van de essentiële functies Verstevigen lokaal veld • Kennis en ervaring brengen naar het lokale/regionale veld gericht op het kind en de situatie, wat leidt tot bredere kennisoverdracht. De inzet van de mobiele brigade richt zich op het vergroten van het lerend vermogen van de zorgaanbieders waar zij diensten verleent.

Verklarende analyse Als er bij de start van de inzet van de mobiele brigade geen verklarende analyse is, dan ondersteunt de mobiele brigade erin dat die verklarende analyse er snel komt. Ook hier neemt de mobiele brigade het werk niet over. De verwijzer blijft aan zet voor het opstellen van de verklarende analyse. In de verklarende analyse wordt ook de school en bredere omgeving van kind en het systeem meegenomen. Als er wel een verklarende analyse is wanneer de mobiele brigade wordt ingezet, fungeert de verklarende analyse als vertrekpunt10. Waar nodig brengt het mobiele team de verklarende analyse verder zodat er een eenduidige werkhypothese komt.

Flexibel inzetbaar, maar geen crisis De mobiele brigade is flexibel inzetbaar, zodat het systeem en de betrokken professionals, de inzet van de mobiele brigade ontvangen op de tijden waarop dit nodig is. Dit kan ook buiten kantooruren zijn, bijvoorbeeld als de mobiele brigade mee moet kijken bij eet- of slaapmomenten. Voor de mobiele brigade geldt geen wachtlijst. Inzet van de mobiele brigade is uiterlijk binnen 3 werkdagen beschikbaar. De complexe zorgvragen waar het binnen essentiële functies om gaat, kunnen geen vertraging oplopen. De mobiele brigade is echter geen crisisteam. Er moet snel gehandeld worden, maar niet acuut. In de transformatie willen we organiseren dat, hoewel de mobiele brigade zonder vertraging in te zetten is, dit planbare zorg blijft.

Andere oplossingen: niet méér van hetzelfde Het gaat in alle trajecten van de mobiele brigade om inzet op maat en het vinden van oplossingen waar dat eerder in het traject nog onvoldoende gelukt is. De mobiele brigade zoekt naar de mogelijkheden om het anders te doen. Vanuit integraliteit en een diversiteit van verschillende zorgvormen en competenties (domein overstijgend). De mobiele brigade richt zich op het toevoegen van expertise aan een situatie en niet op het overnemen ervan.

Nauwe samenwerking met de casusregisseur, onderwijs De mobiele brigade is een tijdelijke toevoeging in het hulpverleningstraject van een kind. Zij nemen niet over en zijn na verloop van tijd weer uit beeld. Daarom moet de mobiele brigade gedurende het traject een nauwe samenwerking met alle betrokken partijen in het hulpverleningsproces realiseren.

Geen contra-indicaties De mobiele brigade hanteert geen contra-indicaties, als er vanuit het RET een verzoek komt om ingezet te worden. Zij kunnen op basis van geaccepteerd gezag wel zeggen dat (over)plaatsing naar verblijf in 10 Er zijn 3 modellen voor het maken van een Verklarende Analyse in omloop. Dit zijn het 7-factorenmodel van Bureau

Peers, het model van Accare (Hilde Tempel) of ‘De gedeelde verklarende Analyse, eerst begrijpen, dan behandelen’ van Molendrift.

16

de essentiële functies (niet) nodig is. In dat geval geeft de mobiele brigade aan wat er nodig is om hulp passend vorm te geven en in te vullen buiten de essentiële functies.

Wat biedt de mobiele brigade niet? Om de positie van de mobiele brigade goed te duiden bevat onderstaande opsomming een toelichting op wat de mobiele brigade niet is en niet biedt: • De mobiele brigade neemt het zorgtraject niet over. Zij voegen uitsluitend toe vanuit geaccepteerd gezag op inhoud. • Het is niet nodig de mobiele brigade bij iedere overweging voor het inzetten van verblijf in te schakelen. • De mobiele brigade biedt geen consultatie11, maar actieve outreachende consultatieve dienstverlening. Consultatie en advies blijft een regionaal product. Er kan een glijdende schaal ontstaan als een paar keer regionaal consultatie en advies is ingezet en dit niet toereikend is. Het Bovenregionaal Expertisenetwerk Gelderland (BOEG) beschikt over een lijst met ‘super experts’ of ‘pareltjes’ die geconsulteerd kunnen worden bij hele specifieke problematieken. • De mobiele brigade gaat niet over de inzet vanuit het onderwijs. Zij kunnen, vanuit geaccepteerd gezag op inhoud, wel partijen bij elkaar brengen die het onderwijs voor het kind moeten regelen. • De mobiele brigade bepaalt niet het perspectief van het kind. Perspectief wordt altijd bepaald in samenspraak tussen het kind en gezin, casusregisseur en professionals. In bijlage 2 is een volledige dienstomschrijving van de mobiele brigade opgenomen.

1.9.3. Integrale hoogspecialistische zorg Kinderen en gezinnen die gebruik maken van de essentiële functies ontvangen integrale hoogspecialistische zorg gecombineerd met verblijf, onderwijs en vrijetijdsbesteding. Aanbieders uit verschillende domeinen (onder andere J&O, LVB, J-GGZ, Verslavingszorg, Forensische zorg) werken samen om de benodigde zorg te leveren en de specifieke kennis en vaardigheden in te zetten waar behoefte aan is binnen dit totaalpakket.

Integrale hoogspecialistische zorg vergt ‘nieuw vakmanschap’ De kinderen die een beroep moeten doen op de essentiële functies hebben een zorgvraag die niet eenduidig en rechtlijnig in te vullen is. Er is sprake van co-morbiditeit. Voor deze kinderen is een andere manier van kijken en ook een andere manier van handelen nodig. Deze zorgvragen los je niet sec op ‘in de behandelkamer’ en niet sec door het kind op te nemen in een verblijfsvoorziening. De complexiteit en samenloop van problemen zorgt er voor dat integraliteit van zorg ontzettend belangrijk is. Het samenvoegen van expertise, ervaring, vaardigheden en houding, vanuit de verschillende domeinen, waardoor een wisselwerking ontstaat tussen leren en proberen enerzijds en het verbeteren van beleid anderzijds. Opgedane inzichten vanuit een individuele behandeling van een kind worden altijd overgebracht naar de groep waar een kind verblijft. Het over- en weer brengen van expertise en ervaring tussen de verschillende vakgebieden, maar ook tussen de individuele behandelingen en het leer- en ontwikkelklimaat op de groepen brengt de zorg voor deze kinderen op een hoger niveau. Hierdoor ontstaat ‘nieuw vakmanschap’.

Het samen ontwikkelen, vakmanschap delen, ander vakmanschap ontvangen en samen leren zorgt voor de integrale hoog-specialistische zorg die nodig is en waarin allen onvoorwaardelijk betrokken zijn bij het kind en het gezin.

11 Activiteit waarbij een zorgprofessional met bepaalde expertise op verzoek van een collega zorgprofessional advies geeft

over een specifiek kind/gezin die door andere professionals en/of in een andere setting wordt behandeld of begeleid. De consultatie kan, afhankelijk van de vraagstelling en specifieke situatie, op verschillende manieren worden vormgegeven. De consultatie kan bestaan uit onderling overleg tussen consultvrager en consultgever of participatie in een multidisciplinair overleg. Hierbij worden het kind en/of ouder niet gezien.

17

Mick is 16 jaar en woont al een aantal jaren niet meer thuis. Het lukt niet om langere tijd ergens te blijven wonen. Hij heeft op 5 andere woonplekken gewoond. Op de driemilieusvoorziening plek waar Mick nu woont gaat het niet goed. Mick is agressief (verbaal en fysiek) naar de andere kinderen op de groep, gaat niet meer naar school, het vermoeden is dat Mick harddrugs gebruikt naast het blowen en misschien ook dealt. Mick wil niet praten over wat er aan de hand kan zijn en ook al is er al een verklarende analyse, de betrokken hulpverlening ziet geen andere oplossing dan Mick te plaatsen in een JeugdzorgPlusinstelling. De betrokken wijkcoach meldt Mick aan bij de Essentiële functies. Zij nemen hem op in een hybride groep, waarbij ze de verklarende analyse her-evalueren. Mick krijgt een ervaringsdeskundige buddy en er wordt expertise van een verslavingsspecialist met forensische kennis toegevoegd aan de groep. Er blijkt dat Mick de vaardigheden mist om zijn traumagedrag onder controle te houden, hier wordt met Mick een plan op gemaakt, in een tijdelijke veilige omgeving.

Componenten integrale hoog-specialistische zorg De integrale hoogspecialistische zorg bestaat uit een aantal componenten. Deze componenten komen ook terug in het bekostigingsmodel: • • • • •

Verblijf Randvoorwaardelijke pedagogische inzet Aanvullende integrale zorg Een-op-één begeleiding (2025 overgangsjaar, ambitie vanaf 2026 naar 0) Hypermaatwerk

In onderstaande figuur wordt de samenhang tussen de componenten inzichtelijk gemaakt.

Verblijf (residentiële voorziening) als onderdeel van integrale hoog specialistische zorg Onderdeel van de integrale hoog-specialistische zorg is een verblijf in een residentiële voorziening. Onder verblijf verstaan we het primaire proces op de groep. Het verblijf op een groep onder begeleiding

18

van pedagogisch medewerkers en daaraan gekoppelde inzet van gedragswetenschapper(s)12 ten behoeve van de groep. Kinderen gaan alleen naar een residentiële voorziening als een ambulante vorm van behandeling niet meer passend is vanwege bestaande risicofactoren, door persoonlijke en/of omgevingskenmerken en/of gebrek aan draagkracht van het gezin van herkomst of de locatie waar het kind verblijft. Kinderen worden vrijwillig geholpen in verblijf of gedwongen geplaatst met een maatregel van de kinderrechter. De kinderen die tijdelijk verblijf nodig hebben, zijn aangewezen op specifiek opvoeden. Dat houdt in dat het leefklimaat, de verblijfssituatie en relatie bewust gehanteerd worden met het oog op vermindering van gedragsproblemen en vergroting van competenties van de kinderen en het gezin. Direct vanaf de start van het verblijf zijn de prognose voor behandeling en het perspectief na het verblijf onderwerp van gesprek. In principe is verblijf een onderdeel van een ambulant traject, en niet andersom. Samenwerking met ouders wordt gezien als een voorwaarde voor een duurzaam vervolg na het verblijf. In een orthopedagogisch model voor residentiële behandeling wordt gesproken over het drieluik: verblijf op de groep (voorheen wonen genoemd), dagbesteding (bij kinderen meestal onderwijs) en vrijetijdsbesteding.

Verder hoort daar ook de leefsfeer van het gezinssysteem/sociale netwerk bij. Het fundament van het leer- en ontwikkelklimaat binnen verblijf in een residentiële voorziening wordt gevormd door de behandeling in het drieluik, het aanbod van activiteiten en omgang in de pedagogische relatie. Een open leef-, leer- en behandelklimaat biedt de randvoorwaarden voor kinderen om tot leren en ontwikkeling te komen. En voor medewerkers heeft dit zijn weerslag in het werkklimaat. Een open leer- en ontwikkelklimaat bestaat uit vier elementen: Ondersteuning: steun, sensitiviteit en responsiviteit van de professionele opvoeders. Groei: autonomie, zingeving ("heeft mijn verblijf zin") en ervaren dat je dingen leert die je voorbereiden op een leven buiten de residentiële voorziening. Structuur (zonder repressie): eerlijkheid van de professionals, beperkte hoeveelheid regels en handhaving, aanwezigheid van privacy en afwezigheid van verveling. Sfeer: mate waarin veiligheid en vertrouwen tussen kinderen onderling gekoesterd wordt door zowel de fysieke als sociale omgeving binnen de residentiële voorziening. Randvoorwaardelijke pedagogische inzet13 Naast de groepsbegeleiding is er een schil van personeel en zo nodig terreingebonden factoren die bijdragen aan het leer- en ontwikkelklimaat van een kind buiten de groep.

Hierbij valt te denken aan activiteitenbegeleider, beveiligers met pedagogische insteek, ervaringsdeskundigen, geestelijk verzorger, ‘vliegende keeps’ die bij kunnen springen bij begeleiding naar onderwijs, bij incidenten of na individuele therapie. Ook een medische dienst kan hier onder vallen. Dit zijn personeelsleden en functies die niet groepsgebonden zijn, maar ook niet onder individuele begeleiding of behandeling zijn te scharen. Omdat de administratieve toedeling van kosten van personele inzet op terreinen per aanbieder verschilt, is in het kader van de bekostiging en het opstellen van tarieven een verfijning in definities

12 In de diverse werkvelden worden diverse bewoordingen gebruikt, het woord gedragswetenschapper doelt hier op een

WO of WO (+) opgeleide professional, te denken valt aan psychologen, orthopedagogen en psychiaters. 13 In het bekostigingsmodel spreken we hier over “personeel buiten de groep/terreingebonden factoren”

19

afgesproken. Deze verfijning dient alleen om in dialoog tot een eenduidig gesprek over bekostiging en tarieven te komen en maakt geen onderdeel uit van het inhoudelijk gesprek over de inrichting van zorg.

Aanvullende integrale zorg Naast de componenten verblijf en het personeel buiten de groep/terreingebonden factoren, hebben kinderen soms ook individuele interventies op maat nodig. Zoals behandeling (therapeutische interventies bijvoorbeeld EMDR, cognitieve gedragstherapie, speltherapie etc.) of individuele specialistische begeleiding. Deze behandeling en begeleiding kan in de meeste gevallen worden geboden door de aanbieders waar het kind verblijft. De zorg wordt aanvullend geboden boven op de verblijfsplek. Kernpunt van de essentiële functies is dat de aanbieders binnen een samenwerkingsverband integrale zorg leveren aan een kind vanuit het uitgangspunt dat niet het kind verplaatst, maar de zorg naar het kind toe wordt gebracht. Dat betekent dat aanbieders binnen het samenwerkingsverband afspraken maken over het toevoegen van expertise en ervaring op het moment dat een kind dat nodig heeft en de aanbieder waar het kind verblijft deze niet kan bieden. Deze zorg wordt aanvullend geboden boven op de verblijfsplek en is direct beschikbaar, wordt geboden door medewerkers die integraal kunnen werken en is tevens gericht op het kind en de pedagogisch werkers op de groep. Het is daarbij ontzettend belangrijk dat de medewerkers die de aanvullende integrale zorg leveren tijd en ruimte krijgen om het ‘nieuw vakmanschap’ te ontwikkelen.

Er is tijd nodig voor reflectie, voor leren, voor elkaar leren kennen en voor het vormen van een integraal aanbod. Om dit ‘nieuw vakmanschap’ op te zetten en te ontwikkelen, is ervoor gekozen een klein aantal medewerkers vanuit de verschillende domeinen (J&O/LVB, J-GGZ, Verslaving en Forensisch) vrij te maken voor deze taak, zodat zij ook daadwerkelijk beschikbaar zijn. Het gaat dan om 9 fte totaal: 3 fte vanuit de J-GGZ, 3 fte vanuit J&O/LVB en 3 fte vanuit verslaving/forensisch. De overige inzet voor de aanvullende integrale zorg wordt op basis van ureninzet bekostigd. Inzet van de aanvullende integrale zorg verloopt via de betrokken casusregisseur. De inzet van de aanvullende integrale zorg worden gemonitord en geëvalueerd.

Een-op-een begeleiding In de huidige situatie wordt vaak intensieve individuele een-op-een begeleiding op de groep ingezet. Dat kan een signaal zijn dat het kind niet op een goede plek zit. Het kind heeft dan iets anders nodig dan wat er op die plek in de essentiële functies wordt geboden. In de getransformeerde situatie beperken we een-op-een begeleiding vanaf 2026 tot 0, omdat deze zorgvorm inhoudelijk niet bijdraagt aan goede zorg en het een grote financiële kostenpost is. Hierbij houden we wel voor ogen dat een-opeen begeleiding alleen kan worden afgebouwd als kleinschaligheid is gerealiseerd én de overige componenten van de integrale hoogspecialistische zorg voldoende ontwikkeld zijn. We gebruiken 2025 als een overgangsjaar, waarin de integrale hoogspecialistische zorg gestalte krijgt en kan groeien. In dat jaar analyseren en leren we van de een-op-een begeleiding die nog wordt ingezet: hoeveel wordt er ingezet en waarom? Een-op-een begeleiding is er voor zeer hoge uitzonderingen, waarbij ernstig gevaar dreigt voor het kind, medewerkers en andere kinderen op de groep, dat niet anderszins is af te wenden of te organiseren. De een-op-een begeleiding valt vooralsnog binnen de essentiële functies omdat we eenduidige afspraken willen maken over de inzet van een-op-een begeleiding en we het goed willen monitoren.

Afspraak die we maken is dat een-op-een begeleiding altijd ingezet wordt: • op basis van een onderbouwd plan waarin afbouw is voorzien; • voor de duur van maximaal twee maanden. Als na twee maanden nog steeds een-op-een begeleiding nodig is, voeren regio’s en aanbieders hier opnieuw overleg over en is het alleen nog mogelijk om een-op-een begeleiding in te zetten in de vorm van hypermaatwerk.

Hypermaatwerk Zoals hierboven bij de omschrijving van de aanvullende integrale zorg al wordt benoemd, is de kernverantwoordelijk en verplichting voor het samenwerkingsverband en de regio’s om een kind niet

20

los te laten, expertise en zorg toe te voegen als dat nodig is en de zorg in integraal verband aan te bieden. Daarover maken we (financiële)afspraken. Het is echter niet mogelijk om alle variaties van vraagstukken die binnen de essentiële functies ondersteund worden op voorhand te overzien. Sommige situaties kunnen zo extreem zijn dat deze tijdelijk vragen om een out-of-the-box oplossing. Voor die situaties schiet het op dat moment ingerichte aanbod essentiële functies tekort. Deze out-ofthe-box oplossing is de laatste mogelijkheid die geboden kan worden voor een kind, als al het andere niet werkt. Voorbeelden zijn een chalet waar een volledig team professionals wordt ingezet, of het vrij houden van een plek om elders tijdelijke behandeling te volgen. Bij het komen tot een plan voor een out-of-the-box oplossing voor kinderen die binnen de doelgroep van de essentiële functies vallen, werken aanbieders vanuit hun inhoudelijke en transformatieve verantwoordelijkheid voor integrale zorg en behandelregie, altijd samen met het RET die de verantwoordelijkheid voor procesregie draagt. Uitgangspunt is hierbij dat aanbieders en regio’s altijd tot een oplossing komen. Het bekostigen van deze vorm van zorg noemen we hypermaatwerk. Hypermaatwerk wordt betaald door de gemeente die verantwoordelijk is voor het kind (op basis van het woonplaatsbeginsel).

De inhoud, dus ‘hoe’ het hypermaatwerk wordt vormgegeven voor een individueel kind, stellen partijen samen op met het kind, ouder(s), aanbieders, verwijzers, regio’s, onderwijs etc. Dit wordt vastgelegd in een plan van aanpak. Dat plan van aanpak bevat niet alleen de manier waarop de hypermaatwerkoplossing wordt vormgegeven, maar ook de kostenopbouw, afspraken over wederzijdse verantwoordelijkheden en een risicoparagraaf. Over alle onderdelen van het plan van aanpak kan gesproken worden en aanpassingen op worden doorgevoerd, maar uiteindelijk moeten partijen toewerken naar een geaccordeerd plan van aanpak. We laten deze kinderen immers niet los! Hypermaatwerk wordt altijd tijdelijk ingezet en aanbieders en regio’s spannen zich in het hypermaatwerk tot het minimum te beperken. Hoewel de bekostiging van het hypermaatwerk vanuit een individuele gemeente gebeurt, is het wél input voor de leercyclus van essentiële functies. De opbrengsten van de leercyclus gebruiken we namelijk om het aanbod van de essentiële functies verder te transformeren. In bijlage 3 is de procedure opgenomen die de werkwijze ten aanzien van het hypermaatwerk vastlegt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=c9ee4ae3-e10f-4441-8021-cbdfc5924dee