Begroting_ODRA_2024
Tekst van het document
2024
BEGROTING
I N H O U D S O P G AV E
05
Voorwoord: Crisis of verwaarloosd probleem?
06
Hoofdstuk 1
012
Hoofdstuk 2
018
Hoofdstuk 3
027
Hoofdstuk 4
BIJLAGEN 030
Bijlage 1. Overzicht producten
032
Bijlage 2. Overzicht diensten
034
Bijlage 3. Overzicht materiële kosten
036
Bijlage 4. Overzicht bijdragen klanten
04
Begroting | 2024
05 VOORWOORD
CRISIS OF VERWAARLOOSD PROBLEEM? De wereld waarin we leven wordt steeds complexer, onvoorspelbaarder en niet iedereen kan met die onzekerheden omgaan. Steeds vaker raken mensen de weg kwijt. Het is niet gek dat er dan problemen ontstaan die lastig of misschien zelfs onmogelijk op te lossen zijn. We komen dit in onze praktijk regelmatig tegen. Unieke problemen, omdat de informatie onvolledig is, of tegengesteld, en de omgeving steeds verandert. In de vakliteratuur heten dat wicked problems. Die komen we landelijk tegen, zoals het oplossen van etnisch ongelijkheid, het verkleinen van de inkomensverschillen of het peil houden van de gezondheidszorg. Maar ook in wijken waar wij geconfronteerd worden met moeilijk op te lossen kwesties. We spreken in Nederland nogal snel over een crisis. Als we niet oppassen is alles een crisis. Ik citeer in dat verband filosofe Daan Roovers tijdens een bijeenkomst van de Groene Metropool regio Arnhem Nijmegen: ‘Hebben we het over een crisis of een verwaarloosd probleem?’ Deze woorden zetten me aan tot nadenken. Voor het werk dat wij doen is die vraag ook relevant.
met een crisis. Natuurlijk is acceptatie van crisismaatregelen een issue, maar een echte crisis vraagt een ander type aanpak: niet polderen maar doen! Terug naar onze praktijk. Bij controles komen toezichthouders nog wel eens in een situatie terecht die in jaren zo is gegroeid, maar goed beschouwd onverantwoord en niet veilig is. Dan ontbreekt het aan ‘haakjes’ om op te treden, of de regels zijn op meerdere manieren uit te leggen. Het gevolg is dat de ongewenste situatie blijft voortbestaan. De toezichthouder moet ter plekke kiezen tussen een slechte optie of een iets mindere optie. En dan doe je het al snel niet goed als uitvoeringsdienst. Krijgen de media daar lucht van, dan wordt de crisis vocabulaire uit de kast gehaald.
De ervaring leert dat vaak pas na vele maanden de aangetroffen situatie wordt aangepakt. Dit is exemplarisch voor een deel van ons werk. Soms moeten onze mensen tot tien tellen, op hun handen zitten en accepteren dat zij niets kunnen doen binnen de geldende wet- en regelgeving. Moet je Bij het aanpakken van een crisis dan spreken over een crisis? ontbreekt al snel de democraOf is het een verwaarloosd tische controle. Denk aan de probleem, in de woorden van COVID-pandemie, dat vraagt Roovers? Het antwoord is om een ‘militaire aanpak’. Daar afhankelijk van aan wie je de kan ik me wat bij voorstellen, vraag stelt. Ik noem niet snel Ruben Vlaander maar wat als we spreken over iets een crisis. In relatie tot Directeur Omgevingsdienst Regio Arnhem die andere maatschappelijke ons werk denk ik eerder aan opgave? Zoals de klimaatverandering, energietransitie, een verwaarloosd probleem. Want we, alle instanties woningbouwopgave en opvang van vluchtelingen en en overheden bij elkaar, doorzien niet altijd voldoende daklozen. Ik zie ook dat dit complexe vraagstukken zijn, scherp wat de gevolgen kunnen zijn van matige vergunmaar een crisis? ningen, onduidelijke regelgeving en traag optreden. Het zijn vraagstukken waar juist veel mensen over mee Zoals filosofe Roovers zegt: ‘Het probleem van één moeten praten.
Niet alleen de politici en bestuurders, persoon oplossen, is het probleem voor velen oplossen.’ maar ook ondernemers en burgers. VerantwoordelijkDat is een uitdagend citaat. Ik zie het als een oproep heden delen en niet voor ons uitschuiven, want voor om scherp te zijn en oog te hebben voor de impact van dit type vraagstuk is draagvlak bij inwoners en lokale beleid en keuzes. Dat is ook voor 2024 onze opdracht! bestuurders essentieel. Dat is een belangrijk verschil
Omgevingsdienst Regio Arnhem
1
07 Op het moment van schrijven van deze begroting, zijn de uitslagen van de Provinciale en waterschapsverkiezingen bekend. De verwachting is dat er colleges en besturen komen met andere samenstelling en politieke kleur. Voor het werk van de omgevingsdiensten in Gelderland is relevant waar de parlementen van de waterschappen en de provincie hun accenten leggen en prioriteiten kiezen. Ongetwijfeld zullen de maatschappelijke vraagstukken, waar het Kabinet momenteel oplossingen voor zoekt, regionaal een (andere) vertaling krijgen . De regio’s zijn voor de uitvoering van Rijksbeleid altijd belangrijk geweest, maar worden met de gebiedsgerichte aanpak waar dit Kabinet op inzet, nog belangrijker. Zoals woningbouw, natuurbescherming, klimaatadaptatie en de miljarden die gereserveerd zijn voor de transities van de landbouw, energie en circulaire- en minder fossiel afhankelijke economie. De grote maatschappelijke uitdagingen zijn samen te vatten als het conflict over de ruimte. De ruimte is schaars in Nederland en de claims zijn groot en van gecoördineerde ruimtelijke ontwikkeling is vooralsnog geen sprake. In deze complexe dynamiek heeft ODRA haar plannen vormgegeven. Het zijn vele issues die aandacht vragen van ODRA.
Als de landelijke en lokale trend van een versnipperd politiek landschap en polarisatie doorzet in het provincie- en waterschapbestuur, zal dat de slagvaardigheid in de besluitvorming niet altijd ten goede komen. Wat de effecten zijn, kunnen we nog niet zeggen. Het risico van vooruitschuiven van de ‘hete aardappel’ is niet ondenkbaar. ODRA heeft de ambitie om met een meerjarenbeleidsplan minder afhankelijk te zijn van deze politieke dynamiek. Samen werken aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving is en blijft onze missie. Met deze begroting 2024 zetten we de consequenties, voor zover deze zijn te overzien, op een rij en beantwoorden de vraag: Wat betekenen de maatschappelijke uitdagingen in het fysieke domein voor ons werk en de financiën in de komende jaren? Deze trend-beschrijvingen zijn een opmaat voor een meerjarenbeleidsplan dat we medio 2023 willen gaan opstellen.
A. Economische en maatschappelijke ontwikkelingen 1. Krappe Arbeidsmarkt Voor veel overheidsorganisaties geldt dat de krapte op de arbeidsmarkt besturen en management veel hoofdbrekens kost. We vissen veelal in dezelfde vijver en zijn op zoek naar die ene specialist. En van de nieuwe medewerkers wordt niet alleen verwacht dat ze goed zijn in hun vak, ze moeten meer dan ooit begrijpen en anticiperen op de verwachting die ‘klanten’ en samenleving hebben over ons werk. De veranderingen eisen een adequaat personeelsbeleid, zowel kwantitatief, maar zeker ook een investering in kwaliteit. Zoals gezegd worden we geconfronteerd met een krappe arbeidsmarkt, relatief veel verloop en pensionering van medewerkers en, mede door de hoge inflatie, oplopende loonkosten en hogere tarieven voor externe inhuur. De krappe arbeidsmarkt is een goudmijn voor recruiters en bureaus voor werving en selectie. Ons beleid is erop gericht om meer specialisten zelf op te leiden, conform de eisen van de kwaliteitscriteria (versie 2.2). Zelf opleiden versus inhuur is echter een afweging tussen kosten, productiviteit, flexibiliteit en kwaliteit.
In samenwerking met de omgevingsdiensten in Gelderland wordt campagne-matig online (filmpjes) en bij evenementen gewerkt aan meer naamsbekendheid voor het werk van omgevingsdiensten. In beeld en geluid zetten we ‘eigen mensen’ in, bezoeken we hogescholen, banenbeurzen en geven inleidingen op relevante podia. • Ultimo 2023 hebben we hebben een strategisch personeelsplan, mogelijk als onderdeel van het meerjarenbeleidsplan. Het plan wordt de ‘gids’ voor meerjarig personeelsbeleid. 2. Woningbouw De provincie Gelderland stuurt vanuit een landelijke opdracht, aan op versnelling van de bouw van woningen. Geschikte locaties vinden is een issue, dus verschuift de aandacht naar minder geschikte grond. Er is een bovenregionale aansturing van bouw- en ruimtegebrek nodig, dat meer en beter zal moeten worden vastgelegd in de bestemmingsplannen/omgevingsplannen. We zullen de rijks-brede opdracht om woningen te realiseren merken in het aantal bouwvergunningen en -controles. Ontwikkelingen van industrieterreinen en alle eisen die op het gebied van energie zullen worden gesteld aan de gebouwde omgeving zijn ook zeer bepalend, waarbij de uitkomsten van het stikstofdebat natuurlijk wel een onzekere factor vormen. Een relatief nieuwe ontwikkeling is dat inwoners van de stedelijke gebieden in West-Nederland de onrust daar verruilen voor de relatieve rust in Oost-Nederland.
Nu voor velen het hybride werken (thuis-kantoor) gemeengoed is en de verbindingen met het Westen goed zijn, is de trek naar het Oosten groter geworden. Dat heeft effect op de woningmarkt in ons werkgebied (beschikbaarheid woningen, prijsopdrijving, verbouwen en aanbouwen). • Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving betekent het een toename van volumes en complexiteit. En dat is werk aan de winkel. Ook voor onze toezichthouders bodem. • Met de komst van de Omgevingswet verandert het proces voor het aanvragen van bouwen en verbouwen van huizen. Het wordt voor de initiatiefnemer makkelijker, maar heeft door de gekoppelde wetgeving (Wkb) ook effect op de positie van toezicht en de inkomsten (leges) voor gemeenten. 3. Leefbaarheid Bovengenoemde ontwikkelingen raken bedrijven en burgers in ons werkgebied direct. In sommige regio’s zal komende jaren veel meer gebouwd moeten worden. Waarschijnlijk, en op veel plekken onvermijdelijk, gaat woningbouw de hoogte in. Dat geeft binnenstedelijk druk op de beperkte ruimte en leidt vaker tot overlast. Overlast die gemeld wordt en waar de normen in wetgeving en beleid niet altijd de oplossing bieden, zal dialoog, mediation en acceptatie onderdeel van de aanpak moeten zijn. Via klachten en onze contacten met inwoners/ omwonenden en brancheorganisaties kunnen we relevante input leveren voor het beleid van onze partners.
Elke klacht is in principe input voor beleid. In de steden is de vraag naar woningen en locaties voor bedrijven groot, op het platteland lopen dorpen leeg, stoppen boeren en staat het ontwikkelen van bedrijventerreinen als verdienmodel voor gemeenten onder druk. Leefbaarheid krijgt zo niet alleen een landelijke-, maar
Omgevingsdienst Regio Arnhem
08 ook een stedelijke dimensie. In ‘Den Haag’ gaan stemmen op meer landelijke regie te nemen op de ruimtelijke ontwikkelingen. Onder meer via de Nationale Omgevingsvisie (Novi en Novex). Geluidsoverlast, geuroverlast, meer klachten over buren, gezondheidsschade, weinig groen, hittestress, waterberging, etc. zullen ons werk beïnvloeden. De stad-platteland discussie krijgt nieuwe dimensies als de ‘zak met geld’ en de ‘overlast’ verdeeld moeten worden. Veel stedelijke ambities vallen neer in landelijk gebied. • We gaan vaker en gericht communiceren met de omgeving. Dat wordt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet ook van ons gevraagd. ODRA organiseert de omgevingstafels of sluit aan bij de tafels die gemeenten zelf organiseren. Het adagium is: een buurt die ergens tegen is, is ook ergens voor. De kunst wordt om bijvoorbeeld aan dialoogtafels bondgenoten te vinden voor een gewenste ruimtelijke ontwikkeling. • Toezichthouders en handhavers staan met de voeten in de klei en hebben naast kennis van bedrijven ook veel sociale kennis over een gebied. Het overzicht van klachten en de contacten met omwonenden en bedrijven die wij hebben, zijn voor de beleidsmakers van onze partners waardevolle input; niet overal kan alles. 4. Bedrijvenbestand De verwachte economische ontwikkelingen leiden tot een gewijzigd en groter bedrijvenbestand in een aantal gemeenten.
Bedrijven stoppen, nieuwe bedrijven komen, kleine bedrijven worden groter, internationale bedrijven zoeken een locatie om zich te vestigen en bedrijven stoten activiteiten af en voegen nieuwe activiteiten toe. Vanuit het oogpunt ‘als er iets gebeurt bij een bedrijf…’ en wij kennen het bedrijf niet of onvoldoende, ligt het risico van incidenten en negatieve publiciteit om de hoek. En daar houden inwoners van gemeenten en ook hun bestuurders niet van. Meer bedrijvigheid betekent voor gemeenten derhalve ook meer vergunningaanvragen en meer toezicht; juist om genoemd risico te verkleinen. Vanuit Den Haag wordt naar aanleiding van verschillende rapporten verdere aanscherping van het beleid (Interbestuurlijk programma VTH-stelsel) ten aanzien van milieucriminaliteit (wetgeving) en ondermijning ingezet. Het bewustzijn bij bestuurders wat de impact van milieucriminaliteit en ondermijning betekent voor nu en voor later, groeit. Van bestuurders wordt verwacht dat zij optreden en niet wegkijken. Dat betekent in zekere zin een paradigma-shift: ‘de rode loper uitleggen’ voor bedrijven en ‘ruim baan voor ondernemers’ omwille van werkgelegenheid en economische groei heeft ook een keerzijde. Maatschappelijk verantwoord ondernemen met en in de leefomgeving is een betere en duurzamere strategie dan toezichthouders en handhavers op het terrein. De knop moet om.
Bestuurders beseffen dat en verwachten van hun diensten proactief handelen en adequate advisering. Monitoren van activiteiten op bedrijventerreinen en vrijkomende agrarische gebouwen, bijvoorbeeld, is input voor bestuurlijke acties, toezicht en handhaving en daarmee is optreden direct van invloed op een veilige leefomgeving. Wetgeving zal ons in staat gaan stellen om in de strijd tegen milieucriminaliteit (en in de bouw) en ondermijning (vastgoed, uitbuiting, e.d.) meer gebruik te maken van data-analyses en data-koppelingen (bijv.
Begroting | 2024
gebruik elektriciteit, water, UWV, KvK, etc.), die een indicatie kunnen zijn voor ongewenste praktijken. Doorlichting van het bedrijvenbestand, en continue actualisatie van dit bestand, en vestigingsbeleid (vergunningen) is een belangrijk aandachtspunt de komende jaren. Kennis en expertise van omgevingsdiensten is van onschatbare waarde. • Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving is het van belang het bedrijvenbestand op orde te hebben en de vinger aan de pols te houden bij hetgeen buiten gebeurt. Door goede registratie en het actueel houden daarvan, worden we in staat gesteld slimmer en effectiever toezicht te houden. Om dit te bewerkstelligen, investeren we de komende jaren in de kwaliteit van data (beheer) en intensievere samenwerking met andere diensten. • We bereiden ons met onze opdrachtgevers voor op de klimaat maatregelen. Klimaatmaatregelen zien we terug via het energiespoor (besparen), de reductie van broeikasgassen door opwekken van wind, water en bio-energie (vergunningen en toezicht) en aanpassingen in het landschap (voor dijken en waterberging) waar grondtransporten voor nodig zijn.
• Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving betekent het klimaatbeleid dat we vaker ondernemingen zullen adviseren en meedenken om te kunnen voldoen aan het klimaatbeleid (via projectgelden - denk aan energie-advisering, best beschikbare technieken, toezicht grondtransporten). Ook zullen onze medewerkers hierop (bij) geschoold moeten worden. • Intensiveren en verbeteren van de samenwerking met andere opsporings- en inspectiediensten (denk aan IL&T, OM, politie, arbeidsinspectie, FIOD, RIEC Oost Nederland, e.d.) draagt bij aan effectiever aanpakken van milieucriminaliteit en ondermijning. 5. Stikstofbeleid Het stikstofbeleid is een verdeelvraagstuk en een reductievraagstuk in één. Voor de bouw (woningen, infrastructuur, wind- en zonneparken) is stikstofruimte nodig, voor natuurontwikkeling moet de depositie van stikstof juist naar beneden en wordt gekeken naar reductie aan de bron. Welke sector levert in en welke sector ‘krijgt’ stikstof? Het totaal van de uitstoot en depositie moet terug, dat ligt vast in Europees beleid en Europese- en nationale richtlijnen en wetten. Het is op dit moment lastig in te schatten welk effect de stikstofmaatregelen hebben voor ons werk. Als Wnb-vergunningen (Wet natuurbeheer) niet verleend kunnen worden, heeft dat ook gevolgen voor de omgevingsvergunning milieu (Wabo).
De vraag hangt boven de markt of omgevingsdiensten een rol krijgen in toezicht en handhaving van de stikstofafspraken. Op pilotbasis houden we voor een beperkte groep bedrijven toezicht op Wnb-vergunningen. • Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving betekent het stikstofbeleid zeer waarschijnlijk extra controles en advisering over Wnb-vergunningen voor bedrijven die een Wabo-vergunning aanvragen. • Daarnaast zullen we komende jaren projecten opstarten die bijdragen aan de doelstelling van de energietransitie en circulaire economie en daarin is naast de bekende broeikasgassen (methaan, CO2) stikstof een van de componenten. Integrale toetsing wordt onderdeel van onze werkwijze.
09 B. Bestuurlijke ontwikkelingen en verandering VTH-stelsel 6. Commissie Van Aartsen Vanuit het ministerie van I&W wordt via het Interbestuurlijk Programma (IBP) invulling gegeven aan de aanbevelingen die de Commissie van Aartsen en de Algemene Rekenkamer in het voorjaar van 2021 publiceerden. In het IBP werken IPO, VNG, Omgevingsdienst NL en de landelijke opsporings- en inspectiediensten samen om het VTH-stelsel te verbeteren. Het IBP-programma is eind 2022 van start gegaan, onder meer met landelijke subsidies voor de op te starten onderzoeken en pilots. In 2023 zullen de ontwikkelingen helder en concreter worden. Dit kan nog van grote invloed zijn op de exploitatie in 2024 van ODRA, maar zijn nu sporadisch te kwantificeren, en dus in deze begroting nog niet opgenomen. Het VTH-stelsel zal veranderen, maar het tempo en de richting zijn nog onderwerp van debat en onderzoek. • Het is niet ondenkbaar dat de hele begroting op andere financieringsprincipes of structuur (qua programma indeling en taakvelden) moet worden gebaseerd. 7. Robuust en vertrouwen Vanaf de oprichting van de omgevingsdiensten als een direct gevolg van grote incidenten (onder meer vuurwerkramp Enschede), zijn robuust, deskundig, nabij en onafhankelijk de woorden geweest die steeds weer om een nadere positionering vragen. We hebben in de verschillende discussies positie moeten verwerven en moeten verdedigen.
Komende jaren zal het vraagstuk robuust (voldoende expertise en onafhankelijk, financieel sterk) in Gelderland zeker aan de orde zijn. We hebben veel taken verdeeld en de focus is te weinig gericht op wat ons bindt en wat we beter kunnen doen in het belang van de inwoners en ondernemers in Gelderland. Onze omgeving verwacht dat de omgevingsdienst optreedt en deskundig is en ondernemingen met gezag kan aanspreken op hun gedrag. Daar zullen we komende jaren continu onze focus op hebben. • Dat vraagt investeringen (in mensen, in samenwerking, in uitwisseling, in ICT) van de eigenaren en opdrachtgevers en opdrachtnemer (ODRA) om de gezonde, veilige en duurzame leefomgeving te borgen. 8. Uitvoeringsdiensten De politieke debatten in Den Haag over de Toeslagenaffaire zijn goed beschouwd debatten over de uitvoerbaarheid van wet- en regelgeving en over de rol van ‘incidentenpolitiek’ en daarmee over de positie van uitvoeringsdiensten in het realiseren van politieke wensen. De discussie in de Kamer gaat over vertrouwen in de politiek, overheid en uitvoeringsorganisaties, de inzet van ICT en algoritmes (zwarte lijsten), over de afstand overheid-burger, polarisatie en polarisatie in een versnipperd politiek landschap. Factoren die direct of indirect invloed hebben op de organisaties, zoals ODRA, die voor de uitvoering van beleid verantwoordelijk zijn.
Maar uitvoeringsdiensten zijn ook een stabiele factor in een politiek dynamische tijd. Is komende jaren sprake van ‘herwaardering en herpositionering’, meer onafhankelijk en op grotere afstand van het bestuur van de uitvoeringsdiensten, dan zal dat ongetwijfeld invloed hebben op hoe wij ons werk kunnen doen.
• Wij kiezen nadrukkelijk om ‘de bedoeling’ centraal te stellen. Het gaat ons om een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. VTH is een van de instrumenten om dat te bereiken, maar ook actief meedenken in de beleidscyclus over de uitvoerbaarheid en gerichte communicatie zijn interventies die aan het doel bijdragen. 9. Rijker verantwoorden Maar wat we doen, moeten we ook vaker ‘vertellen en laten zien’. Tal van kwesties laten wederom zien dat verantwoording, transparantie en openheid bepalende factoren zijn voor acceptatie en naleving van wet- en regelgeving en de legitimiteit van onze organisatie. ‘Onder de pet houden’ wordt maatschappelijk niet langer geaccepteerd. We zien dat eerlijkheid, openheid en delen van de (bestuurlijke) dilemma’s door burgers, bedrijven en organisaties worden gewaardeerd. ‘Eromheen draaien’ niet. De Wet Open overheid (Woo), en eerder ook de regelgeving over toegankelijkheid van websites en archivering, wijzen ons de weg. We kiezen voor een aanpak die past bij het gedachtegoed achter Rijker Verantwoorden. • We zetten in op transparante (lean) werkprocessen, zelfbewust verantwoorden en duidelijk zijn over ons werk en we werken aan contact en vertrouwen bij burgers en ondernemingen. We schaven aan onze werkprocessen vanuit het lean-gedachtegoed en Rijker Verantwoorden.
We ontwikkelen nieuwe inzichten over hoe we de effecten (outcome) van ons handelen inzichtelijk kunnen maken.
C. Ontwikkelingen in wet- en regelgeving 10. Omgevingswet Dat de invoering van de Omgevingswet verschillende keren is uitgesteld, geeft aan hoe ingewikkeld deze operatie is. De wet heeft impact op ons werk. De Eerste Kamer heeft dinsdag 14 maart ingestemd met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Een verandering, van belang voor de begroting, is onze Producten- en Diensten Catalogus (PDC). De veranderingen die nodig zijn voor de Omgevingswet zijn al in de werkpakketten vanaf 2022 gebruikt. Uit de praktijk zal moeten blijken of die reeds doorgevoerde wijzigingen adequaat zijn. Mogelijk dat dit in 2025 tot aanpassing leidt. De Wet Kwaliteitsborging (Wkb) en bodemtaken (zie hieronder) zijn eveneens apart gekwantificeerd. Inhoudelijk bereiden we ons al ruim twee jaar voor op de omgevingswet. Dat doen we samen met onze partners en onder andere via pilots, omdat de implementatie van afspraken en werkwijzen een gezamenlijke opgave is en praktisch moeten gaan werken. We hebben de ambitie dat onze medewerkers actief meedenken over omgevingsvisies en omgevingsplannen die gemeenten moeten opstellen, met oog voor de menselijke maat en de bedoeling centraal. Dit zijn voor ons in de uitvoering belangrijke kaders. We leiden toezichthouders op voor risico- en informatie gestuurd toezicht en vergunningverleners voor integraal afhandelen van een aanvraag.
De samenwerking met de collega’s binnen ODRA en met collega’s van de gemeentelijke afdelingen Ruimtelijke Ordening en Economische zaken wordt intensiever. De initiatiefnemer zal nog meer dan voorheen de verschillende overheden of diensten, als één overheid willen zien optreden.
Omgevingsdienst Regio Arnhem
010 • Het interne programma Omgevingswet heeft als doel dat we uiterlijk 1 januari 2024 klaar zijn voor de Omgevingswet. We hebben werkafspraken gemaakt, we zetten in op het omgevingsplan en adviseren over verplichte programma`s, we zijn betrokken bij toepasbare regels en vragenbomen voor onze dienstverlening en bij het aansluiten van onze digitale systemen op het Digitaal Stelsel Omgevingswet. 11. Private kwaliteitsborging (Wkb) Tegelijk met de Omgevingswet wordt ook de Wet Kwaliteitsborging (Wkb) van kracht. In de bouw zal onder invloed van deze wet veel veranderen, ook voor onze medewerkers. Onder de Wkb moet de particuliere- en zakelijke opdrachtgever via een private kwaliteitsborger een risicobeoordeling laten uitvoeren. We kijken onder meer naar wat de invloed van privatisering is op capaciteit en taken van ODRA, maar het hoofddoel van de Wkb is het verbeteren van de bouwkwaliteit, verbeteren van de positie van de particuliere- en de zakelijke bouwconsument en verminderen van de zogenoemde faalkosten. En daar hebben we mee te leven en te dealen. We hebben een belangrijke rol als uitvoerder om te signaleren en te adviseren op de milieuspecialismen, onder andere geluid, licht, geur en externe veiligheid. Dit zal komende jaren alleen maar toenemen gezien de ontwikkelingen op de evenementenmarkt en festivals. • We gaan niet meer vooraf toetsen, maar achteraf.
Vooraf zoeken we juist de samenwerking en nemen een adviesrol op ons. Bij oplevering van de bouw moet de aannemer aantonen dat aan de (bouw)regelgeving is voldaan. De rol van de bouwtoezichthouders zal veranderen. Dit vraagt om investeren in deels andere vaardigheden. • We verwachten een capaciteitsafname op de werkzaamheden in de privatisering voor gevolgklasse 1 (eenvoudige bouwwerken, woningbouw, industriebouw met maximaal twee woonlagen). We verwachten ook een capaciteitstoename, omdat taken terugkomen. De omvang daarvan is op dit moment niet exact in te schatten. Dat wordt in de komende werkprogramma’s verder uitgewerkt samen met de bouwpartners. 12. Strafrecht, bestuursrecht ‘Fragmentatie en vrijblijvendheid is kenmerkend voor het VTH-stelsel’, concludeert de commissie Van Aartsen. Adequate handhaving van weten regelgeving is van essentiële betekenis voor het realiseren van doelstellingen van beleid. Maar in de praktijk loopt dat toch vaak anders. De druk vanuit de samenleving – vaak aangezwengeld door particuliere belangen en goed georganiseerde burger- en belangengroepen - om toezicht en handhaving steviger neer te zetten wordt groter. De verschillende rechtszaken tegen overheid en bedrijven (bijvoorbeeld Urgenda, Milieudefensie, Johan Vollenbroek/MOB, etc.) hebben grote invloed op wet- en regelgeving.
Naast de mondige burger is ook sprake van verdere juridisering door particulieren en vooral door bedrijven. Het zijn vooral ngo’s en vermogende particulieren die misstanden aankaarten en voor de rechter brengen, en bedrijven die met juridische middelen deze acties weer bestrijden. Bestuursrecht dat gericht is op opheffen van de overtreding en strafrecht dat gericht is op bestraffen van de overtreding, moeten meer samenwerken omwille van een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.
Begroting | 2024
• De druk om toezicht en handhaving steviger neer te zetten wordt groter. De wil om in het belang van de samenleving de regels met handhaving te borgen, doeltreffend, evenredig en afschrikkend, is evident. Daarin past een actieve samenwerking met andere inspectie- en opsporingsdiensten en is ook een issue in het contact met onze partners. 13. Bodemtaken Met het van kracht worden van de Omgevingswet verschuift ook het bevoegd gezag bij gevallen van ernstige bodemverontreiniging van de provincie Gelderland naar de gemeenten in ons werkgebied. Dit heeft impact op het Wbb-bodemtoezicht (Wet bodembescherming) en de beoordeling van saneringsevaluaties die wij voor de provincie uitvoeren. De gemeenten in ons werkgebied krijgen in het kader van de Omgevingswet taken over van de provincie. • ODRA zal in dit taakveld blijven opereren, maar dan met de gemeenten als opdrachtgever. Niet alles verandert, want de provincie blijft bevoegd gezag voor de gevallen van grondwaterverontreiniging en afhandeling van de spoedlocaties. • De financieringsstroom gaat wel veranderen, het budget dat nu nog bij de Provincie ligt zal worden neergelegd bij de gemeenten. Vooruitlopend daarop zijn in de werkpakketten voor partners al bodemtaken opgenomen, naast werkzaamheden voor de provincie.
D. Ontwikkelingen in de organisatie ODRA 14. Programmatisch werken Al drie jaar (per 1 januari 2020) is ODRA verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma ‘Toezicht en handhaving complexe bedrijven’ met de provincie als bevoegd gezag. Begin 2021 is ook het programma ‘Aandachtsbedrijven’ bij ODRA ondergebracht. Daarnaast is een plan opgesteld om voor de gemeentelijke complexe bedrijven een gecoördineerde aanpak op te zetten. De uitvoering blijft vooralsnog verantwoordelijkheid van de betreffende omgevingsdiensten, de effecten op de begroting 2024 zijn nog onvoldoende helder, dus niet meegenomen. De programma’s zijn inmiddels goed ingebed in de organisatie en kennen financieel gezien een stabiel karakter. • Om continuïteit en kwaliteit beter te kunnen sturen, verwachten we dat er meer eigen medewerkers zullen worden ingezet, waarbij een aandachtspunt op de robuustheid is van de andere omgevingsdiensten. Bij ODRA zal de verhouding ‘intern – extern’ worden beïnvloed met andere marges en andere overhead tot gevolg. 15. Digitalisering, data-gedreven werken Digitalisering zal de komende jaren een nog grotere impact krijgen op ons werk. We gaan niet alleen de historische data (archivering) verder op orde brengen (apart traject in 2023), documenten netjes opslaan en digitaal toegankelijk maken (goede zoektermen, etc.).
We gaan ook onze VTH-zaken beter registreren en voor de ‘klant’ toegankelijk maken. Ons hele service- en dienstverleningsconcept zal een digitaliseringsslag doormaken. Mede gestuurd door bestaande en nieuwe wetgeving waaronder AVG en Informatiebeveiliging, de Wet elektronisch publiceren (Web), de Wet digitale toegankelijkheid (Wdt) en de Wet open overheid (Woo). Onze onlinecommunicatie zal moeten voldoen aan de richtlijnen voor digitale toegankelijkheid (Wdt). Dat heeft impact op hoe wij onze informatie opslaan en aanbieden.
011 En niet alleen onze eigen data moeten we op orde hebben, de verwachting is, ondanks AVG (persoonsbescherming), dat we meer en meer data van (semi)overheden, nutsbedrijven en andere inspecties- en opsporingsdiensten aan elkaar kunnen gaan koppelen. Dat doen we om de kwaliteit van vergunningen en toezicht (en handhaving) te verbeteren en bij te dragen aan de betaalbaarheid van het VTH-stelsel. We doen het ook om milieucriminaliteit en ondermijning gerichter aan te kunnen pakken.
(inclusief archief) en we zijn gestart met een doorontwikkeling van het team bedrijfsvoering.
We hebben de overstap gemaakt naar de ‘the cloud’ en werken in een Office 365/Teams omgeving. De impact op de oude manier van werken is groot. Deze IT-transitie en digitalisering heeft gevolgen voor wat onze medewerkers moeten kunnen en kennen. Training en opleiding in ‘digitaal werken’ is zeker een issue voor de komende jaren.
16. Duurzame huisvesting en mobiliteit Na twee jaar pandemie zijn ook de structurele effecten op de bedrijfsvoering zichtbaar geworden, met name op de huisvesting, arbeidsvoorwaarden en voorzieningen voor thuiswerken. Eind 2021 is de businesscase voor nieuwe huisvesting aan het bestuur aangeboden. In september 2022 zijn we verhuisd. De verhuizing heeft geleid tot een andere manier van werken. Het is gericht op ‘ontmoeten’ en plaats onafhankelijk werken, duurzaamheid, andere mobiliteit. Het gebouw faciliteert hierin in ruimtelijke - en gebouw-technische voorzieningen, welke vanuit duurzaamheid oogpunt zijn vormgegeven (energielabel A+++), led verlichting, refurbisched inrichting. • We zijn verhuisd naar de Airborne Tower in Arnhem. We zijn over gegaan naar een volledig zelfstandige bedrijfsvoering met een duurzame kantooromgeving. Met de loskoppeling van onze gastheren realiseren we een groot deel van de door de partners gevraagde structurele besparingen. • De vergroening van ons mobiliteitsbeleid (woonwerk verkeer, thuiswerken, elektrische bedrijfsauto’s) zetten we komende jaren door.
“
“
• Data op orde brengen en houden en data delen met andere instanties en overheden zal ons werk sterk beïnvloeden, oftewel data-gedreven werken. Er zal meer en meer behoefte zijn aan data-analisten en data-architecten. Privacy en toegankelijkheid en opleiden zijn belangrijke aspecten van de digitalisering die we moeten integreren in onze werkprocessen. • De samenwerking met andere omgevingsdiensten en overheden zal intensiever worden om datagebruik en uitwisseling (DSO) beter te faciliteren. Hebben we ‘het kunstje onder de knie’, beschikken we over informatie die indirect ook voor onze partners van waarde kan zijn.
WE SPREKEN IN NEDERLAND NOGAL SNEL OVER EEN CRISIS
17. ICT-transitie Om tijd- en locatie onafhankelijk te kunnen werken, heeft tezamen met de verhuizing een volledige ICT-transitie plaatsgevonden. De ICT-transitie brengt met zich mee dat we meer focus moeten hebben op onze proces- en datakwaliteit. Adequate en snelle informatievoorziening aan onze (keten) partners wordt steeds belangrijker, zowel met betrekking tot de reguliere P&C-cyclus, maar ook voor beter toezicht en kwalitatieve beoordelingen. Afgelopen jaren is onder meer een transitie geweest naar outputfinanciering, de administratie is met een nieuw systeem (SAP en SAC als BI-instrument) in eigen beheer gekomen, het oude zaaksysteem is vervangen door OpenWave, de datakwaliteit wordt op orde gebracht
Omgevingsdienst Regio Arnhem
012
Begroting | 2024
2
013 E. Trends voor de programma-begroting 2024 18. PDC 2022 / 2023 innen het Gelders Stelsel is de afspraak gemaakt dat onze werkzaamheden worden gecategoriseerd in programma’s en taakvelden. We werken binnen ODRA met drie taakvelden (milieu, bouw en algemeen) en vijf programma’s (vergunningverlening, toezicht en handhaving, advies, stelseltaken, projecten). In november 2021 heeft het bestuur de PDC voor 2022-2023 vastgesteld. Hierin zijn alle bekende veranderingen vanuit de Omgevingswet en de in hoofdstuk 1 vermelde ontwikkelingen verwerkt. De PDC is nog steeds valide voor 2024. Er zullen mogelijk een beperkt aantal modificaties worden aangebracht, op basis van nieuwe inzichten vanuit de omgevingswet, en de ervaringen van 2022 en begin 2023. Mogelijk dat ook kengetallen op basis van die ervaringen worden bijgesteld. ODRA werkt met een mix van financieringen. Per productcategorie geldt een ander regime: • Provinciale programma’s worden afgerekend op basis van nacalculatie van de gewerkte uren. • De werkprogramma’s voor partners en collega OD’s in Gelderland, kennen producten met vaste prijs, diensten met nacalculatie op uren en gezamenlijke diensten met een vaste prijs voor het geheel. • De diensten aan derden is geheel op nacalculatie basis.
De cijfers in de begroting 2024 zijn bepaald door extrapolatie van de diensten in de werkpakketten 2023 (vastgesteld in november 2022), met op de achtergrond de in hoofdstuk 1 geformuleerde trends, voor zover kwantificeerbaar. De realisatie over heel 2022 (vastgesteld in jan. 2023) laat echter zien dat de opgenomen trends mogelijk nog aan de ‘voorzichtige’ kant zijn. De groei van de werkpakketten is van 2020 tot 2022 meer dan we hadden verwacht. Onderstaande tabel laat ook zien dat de omzet in de begroting 2023 te laag is ingeschat. Hiervoor wordt mogelijk een aanvullende begroting ingediend.
Tabel 2: Omzetontwikkeling afgelopen jaren x € 1.000 25.000 22.500 20.000 17.500 15.000
Totaal baten
real. 2020
In onderstaande ‘kern-tabel’ is het kader vanuit de productcategorieën (PDC) weergegeven.
real. 2021
real. 2022
ini. bg. 2023
ini. bg. 2024
Tabel 1: Kerncijfers produc e Begrong 2024 op hoofdlijnen x € 1.000 Baten Producten (obv aantallen) Diensten (obv uren) Gezamenlijke diensten Materiële kosten Vrijval balansposten Totaal baten Lasten Lasten programma’s Lasten overhead Totaal lasten Gemiddeld kengetal producten Tarief per uur Saldo
Realisae Aantallen 2022 11.364 131.971 14.886
aantal e 7,2 0,0 7,2
7.438 12.307 1.526 592 161 22.024 16.086 5.885 21.971
7,1 € 92,00
38% 63% 8% 3%
10.314 119.473
7.352 10.992 1.708 527
36% 53% 8% 3%
11.164 129.366 21.615
20.577
27%
aantal e 152,5 36,5 189,0
15.264 5.314 20.577
7,7 € 92,00 53
Begrong Aantallen 2024
Ini. begrong Aantallen 2023
74% 26%
aantal e 169,7 35,3 204,9
8.702 12.877 2.172 332 pm 24.083
36% 53% 9% 1%
18.028 6.054 24.083
75% 25%
7,9 € 99,00 0
0
Omgevingsdienst Regio Arnhem
014 Tabel 3: Tarief opbouw in relae met benchmark ‘overheidstarieven’ Tariefopbouw in €
Realisae 2022
Begrong 2023
Begrong 2024
Benchmark 2024
Personeelskosten direct Personeelskosten indirect Materieel • huisvesng & facilitair • ict • overige kosten Overhead Beleidsruimte*
€ 66 € 15
€ 67 € 15
€ 73 € 16
€ 58 € 19
€ 3,1 € 3,5 € 3,2 € 9,8 €1
€ 4,0 € 4,0 € 2,0 € 10,0
€ 3,5 € 3,3 € 3,3 € 10,0
€ 8,8 € 4,6 € 5,0 € 18,3 €4
Totaal
€ 92
€ 92
€ 99
€ 99
1.412 Aantal produceve uren *In 2022 betrof dit het bag saldo
1.400 afname -2%
1.374
1.374
De stijging 2024 is voor een deel prijseffect. Het gehanteerde tarief in de begroting is € 99 per uur. De afgelopen drie jaar is het tarief € 92,geweest. Er is nu sprake van een geraamde stijging van 7,6% in 2024. Dat is gemiddeld 3,8% over 2023 en 2024. De ODRA meet zichzelf met de handleiding overheidstarieven (benchmark). Met name waar het gaat over het aantal productieve uren. In 2024 is er een trendbreuk in de norm hiervoor. Afgelopen jaren lag het aantal rond de 1.400 per fte. Het aantal productieve uren neemt af door een stijging van het ziektepercentage in de norm en toename van het aantal bovenwettelijke verlofdagen (3 pp). De detailgegevens over producten, diensten en materiële kosten zijn gepresenteerd in bijlage 1 tot en met 3; het overzicht van de gezamenlijke diensten is te vinden in paragraaf 23. 19. Trends per programma en taakveld In de onderstaande tabellen is de omzetontwikkeling van de afzonderlijk programma’s weergegeven. Daaronder wordt per programma het kader voor de raming 2024 toegelicht. • De omzet neemt voor alle programma’s toe ten opzichte van de begroting 2023. Samengesteld uit 7,6% hoger tarief en 3,5% volume groei. • De omvang van werkzaamheden neemt mede toe doordat Doesburg haar bouwtaken bij ODRA heeft belegd (per 1 oktober 2022). Er zijn ook toenames in controles, vergunningen en projecten opgenomen.
• Het aandeel projecten zal komende jaren verder gaan stijgen, met name door projecten op gebied van energie (SPUK-gelden), projecten IBP, en circulaire economie. 20. Trends in realisatie van aantallen producten en diensten In de PDC 2022/2023 zijn aanpassingen gedaan met betrekking tot de categorisering. Een aantal producten zijn vanwege de breed uiteenlopende tijdsbesteding, omgezet naar dienst. Hiermee werd het risico van een onnauwkeurig kengetal (en dus onjuiste kostendoorbelasting) gemitigeerd. Die wijziging is effectief geworden in de werkprogramma’s 2022 en werkt door in de begroting 2024. De afname van het aantal producten bij toezicht en handhaving correspondeert met de toename aantal diensten, vanwege aanpassingen in de PDC 2022/2023 waardoor een aantal producten zijn omgezet naar dienst. Voor 2024 is een toename bij bouw (vanwege overdracht bouwtaken door Doesburg) en toename van het aantal projecten die we in 2024 verwachten.
Tabel 4 en 5: Omzet per programma en per taakveld 20.000
12.500
17.500
10.000
15.000
7.500
12.500
5.000
7.500
10.000 5.000
2.500 0
2.500 Vergunning verlening
real. 2021
Begroting | 2024
Toezicht en handhaving
real. 2022
Advies
ini. bg. 2023
Algemeen en projecten
ini. bg. 2024
0
Bouw
Milieu en algemeen
015 Tabel 6 en 7: Ontwikkeling aantal producten en diensten 10.000
60.000
7.500
50.000 40.000
5.000
30.000 20.000
2.500
10.000 0
Vergunning verlening
real. 2021
real. 2022
0
Toezicht en handhaving
ini. bg. 2023
Vergunning verlening
Toezicht en handhaving
Advies
Algemeen en projecten
ini. bg. 2024
21. Trends en kwalitatieve kaders voor de programma’s vergunning, toezicht en advies Hieronder zijn voor de relevante programma’s de aantallen producten en diensten weergegeven. Tevens de kwalitatieve doelstellingen (kpi’s) Tabel 8: Vergunningen kaders en begro ng Vergunningverlening: aantal producten en uren per taakveld, 2021 t/m 2024 Kwalitaeve kaders vergunning verlening: • Doorloop jd vergunningen: bouw < 8 weken: milieu 12 wk. • Klanevredenheid: 80% • Bezwaar na verlening: norm wordt nog bepaald. Begrote aantallen: • Producten: 4.478 stuks (waarvan 83% bouw) • Diensten: 13.958 uren (waarvan 54% bouw) • Omzet: € 5.240.000 (waarvan 70% bouw) • Kosten: € 4.997.000
10.000 7.500
real. 2021 real. 2022
5.000
ini. bg. 2023 ini. bg. 2024
2.500 0
Bouw
Milieu en algemeen
Aantal producten WP’s
Kwalitaeve kaders toezicht en handhaving: Klanevredenheid • Controles: norm is 80% • Klachtaandeling: 80% tevredenheid • Klachtaandeling: norm 80% binnen twee weken afgehandeld Kwaliteit: • Medewerkers voldoen aan VTH: norm 95% • Nalevingsgedrag: norm 60% • Opgegeven overtredingen: norm 85% Begrote aantallen: • Producten: 6.686 stuks (waarvan 72% milieu/alg.) • Diensten: 50.954 uren (waarvan 91% mil./alg.) • Omzet: € 10.505.000 (74% milieu / alg.) • Kosten: € 10.524.000
Bouw
Milieu en algemeen
Aantal uur diensten WP’s
Tabel 9: Toezicht en handhaving; kaders en begro ng Toezicht en handhaving: aantal producten en uren per taakveld, 2021 t/m 2024 60.000 50.000
real. 2021
40.000
real. 2022
30.000
ini. bg. 2023
20.000
ini. bg. 2024
10.000 0
Bouw
Milieu en algemeen
Aantal producten WP’s
Bouw
Milieu en algemeen
Aantal uur diensten WP’s
Omgevingsdienst Regio Arnhem
Kwalitaeve kaders programma advies: • Accredita e/ kwaliteit: norm is jaarlijkse accredita e. • Tevens voldoen 95% van de medewerkers aan de VTH-criteria. Begrote aantallen: • Producten: geen • Diensten: 23.578 uren (waarvan 85% mil./alg.) • Omzet: € 2.698.000 (waarvan 74% mil./alg) • Kosten: € 2.606.000
Tabel 10: Advies; kaders en begro ng Advies: aantal producten en uren per taakveld, 2021 t/m 2024 25.000 20.000
real. 2021
15.000
real. 2022 ini. bg. 2023
10.000
ini. bg. 2024
5.000 0 Bouw
Milieu en algemeen
Aantal producten WP’s
Bouw
Milieu en algemeen
Aantal uur diensten WP’s
22. Projecten en programma’s (en stelseltaak ‘handhaving complex en aandachtsbedrijven’ In dit onderdeel wordt ingegaan op de projecten, programma’s en innovatieactiviteiten die we voorzien in 2024. Hiermee beogen we dat onze projecten transparanter worden (qua doelen en budget) en de partners in staat zijn om hierop te sturen (en te begroten).
vinciale complexe bedrijven met circa 10% af (de gemeenten worden bevoegd gezag). Verwacht wordt dat vanuit nieuwe werkvelden en ambities als Energie, Circulaire Economie, de Wet natuurbescherming / stikstof en het Schone Lucht Akkoord, extra activiteiten in de programma’s worden gebracht. Producten als Bedrijf in Beeld blijven ook, als onderdeel van PAB, in 2024 bestaan.
Programma Duurzaam Ondernemen Dit programma zal komende jaren een belangrijk aandachtsgebied blijven voor ODRA. Het programma is gericht op het leveren van een bijdrage aan maatschappelijke doelstellingen rondom duurzaamheid, energietransitie en circulariteit. Het programma bouwt voort op het programma energie met diverse projecten die deels al in 2021 zijn gestart. Het Project Energie, gekoppeld aan SPUK-gelden (loopt tot en met 2026), is ook hieronder gebracht, waaronder ook een deel van de voortzetting projectuitvoering Label C (kantoorgebouwen), en implementatie project EPBD3-4 (energy performance buildings directive). In het programma Duurzaam ondernemen proberen we in 2024 ook een direct verbinding te leggen met de Omgevingswet en Omgevingsplannen. Daarbij gaat het met name om vestigingsvoorwaarden voor ondernemingen.
Overige projecten Voor 2024 (en verder) zijn de volgende opgenomen in de begroting. • Project WKB is gericht op de implementatie van de Wet Kwaliteitsborging (Wkb) voor de bouw. Het proces loopt parallel aan de invoering van de Omgevingswet en is daaraan gekoppeld al meerdere keren uitgesteld. Uitgaande van inwerkingtreding per 1 januari 2024 is het eerste jaar alleen gericht op praktische issues die volgen uit de implementatie van de wet. Naar verwachting zal in 2026 of verder de eerste fase geëvalueerd worden en de tweede fase inwerkingtreden. • Het Project A15 is gericht op in samenhang uitvoeren van de VTH-taken bij de aanleg van de A15. Belangrijke afhankelijkheid is de datum van het definitieve tracé-besluit van RWS, in afwachting van een uitspraak van de Raad van State (verwacht in de eerste helft van 2023). Daarna zal de voorbereiding verder worden opgestart. • Project Theseus beoogt voor de deelnemende partners een eerste stap te zijn in de aanpak van ondermijning op bedrijventerreinen door actief monitoren en data verzamelen. In 2024 en 2025 loopt het project mogelijk door. De omvang is deels afhankelijk van de mogelijkheden voor financiering. Beoogde financiers zijn provincie Gelderland, Rijksoverheid en mogelijk andere partijen. Voor 2024 is circa € 0,4 miljoen geraamd. Voor het project is nu formeel financiering tot 1 april 2024. (een kwart van bovenstaand bedrag)
Het project Circulaire Economie kende in 2022 een vertraagde start. In 2023 focussen we op de uitwerking voor de partners zodat we in 2024 concreet aan de slag kunnen. Programma Omgevingswet In 2024 is het gericht op de implementatie van de Omgevingswet, na jaren voorbereiding. Deze treedt op 1-1-2024 in werking. Het jaar 2023 wordt benut om te oefenen, 2024 voor de daadwerkelijke implementatie. Nog lang niet alle veranderingen zijn uitgedacht en in de praktijk (pilots) getoetst. We zullen zeker nog issues tegen het lijf lopen. Er zal ook gewerkt moeten worden aan de omgevingsplannen (tot 2032). Programma Aandachtsbedrijven (PAB) en het Programma Complexe Handhaving (PCH) Voor de programma’s gericht op de provinciale bedrijven, het gaan we op hoofdlijnen uit van een stabiele inzet ten opzichte van 2023. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet neemt het aantal pro-
Innovatieprojecten Er is voor 2024 nog volop ruimte om andere projecten op te pakken. De voorbereiding realiseren we veelal vanuit het innovatiebudget. Op de groslijst staan de volgende initiatieven (globaal omschreven) die (deels) ook al in 2023 worden opgepakt: • Verder uitwerken van ruimtelijke beleidsadvisering over VTH uitvoering bij de partners. Vervolg op inzet in 2023. • Concrete invulling van duurzaamheid en energie op bedrijventerreinen.
017 • Intensivering initiatieven voorlichting en gedrag gericht op bedrijven: meer betrokkenheid vanuit VTH in het voortraject. Meer ondersteunend: • Doorontwikkeling GIS applicatie om ruimtelijke gegevens en implicaties in beeld te brengen en mogelijk te onderzoeken. • Ontwikkeling nieuw interactief meldsysteem (vervolg op S@men) op basis van apps. 23. Gezamenlijke diensten De gezamenlijke diensten worden met een vaste prijs opgenomen in de werkprogramma’s. Dat geschiedt op basis van de vastgestelde verdeelsleutel, bestaande uit 40% stemverhouding en 60% inwoneraantal. De gezamenlijke diensten worden ondergebracht in de betreffende programma’s conform onderstaande tabel.
Tabel 11: Overzicht gezamenlijke diensten Gezamenlijke diensten x € 1.000
Programma
Realisae 2022
Begrong 2023
Begrong 2024
Financiering
Piket Strafrecht Data- en ketengedreven werken Klantadvisering Klantadvisering Gezamenlijke dienst innovaebudget Gezamenlijke dienst: alg. deel projecten (Guov) Omzeng MBA’s Beleidsadvies uitvoering Subtotaal
Toezicht Toezicht Algemeen Advies Advies Projecten Projecten Projecten Algemeen
93,8 254,0 387,3 5,4 425,4 147,9 20,4 53,3
106,9 202,4 529,2 65,3 368,0 100,0 22,9
115,0 247,5 693,0 29,7 413,4 107,6 24,7
Alle partners Alle partners Alle partners Alle partners Bouw partners Alle partners Gem. partners
1.387,5
1.394,7
204,0 1.835,0
Gem. partners
Programma Duurzaamheid:
Energie Circulariteit Omgevingswet
203,5 31,2 276,2 510,9
138,0 46,0 128,8 312,8
148,5 49,5 138,7 336,7
Alle partners Alle partners Alle partners
1.898,4
1.707,5
2.171,7
Programma Omgevingswet: Gezamenlijk deel projecten Totaal gezamenlijke diensten
De omvang van de gezamenlijke diensten stijgt in 2024. Deels door prijseffect (hoger uurtarief) en deels vanwege inhoudelijke redenen. Hieronder de belangrijkste toegelicht: • De gezamenlijke dienst strafrecht is opgehoogd om te kunnen voldoen aan de maatschappelijke belangen zoals uiteengezet in hoofdstuk 12. • In hoofdstuk 15 is het belang van data- en gedreven werken toegelicht, niet alleen om een interne kwaliteitsslag te maken maar ook om onze klanten beter en sneller te kunnen bedienen. Daarom worden alle werkzaamheden rond data- en ketengedreven werken geconcentreerd in één gezamenlijke dienst. • De klantadvisering milieu wordt lager, mede op basis van de ervaringen 2022. Bouw daarentegen neemt tot door toename vergunning aanvragen, en de (nieuwe) bouwpartner Doesburg. • Tot slot is sprake van een nieuwe gezamenlijke dienst: beleidsadvies uitvoering. De partners hebben het voorstel gedaan om te investeren in samenwerking, advisering en afstemming gericht op het verkrijgen van uitvoeringsgericht omgevingsbeleid. De bemensing van deze dienst is bij ODRA belegd. Een deel van de bemensing (beleidsmedewerkers) en de administratie zal via ODRA lopen.
Omgevingsdienst Regio Arnhem
018
Begroting | 2024
3
019 F. Financieel beleid 24. Outputfinanciering: Hybride vorm - provinciale programma’s Commissie Aartsen In 2020 is het systeem van ‘beheerste’ outputfinanciering ingevoerd. Deze vorm van financiering geldt alleen voor de werkpakketten van partners en omgevingsdiensten. Voor de provinciale programma’s geldt dat deze worden afgerekend via een input-methode, namelijk op basis van gerealiseerde uren (circa één vijfde van de omzet). Deze hybride vorm van financiering brengt inefficiënties met zich mee qua administratieve inrichting, tarifering en verantwoording naar de klanten. Ons uitgangspunt voor de begrotingen 2024 en verder is dat deze hybride vorm aan vervanging toe is. Vanuit het IBP-programma wordt nagedacht over een vorm van normfinanciering. Wanneer het kan worden geïmplementeerd is nog onduidelijk en dus niet meegenomen in deze begroting. In de bedrijfsvoering wordt het hanteren van een uniform tarief steeds lastiger. Er zijn tal van projecten die al op andere basis worden gefinancierd. Ook procesinnovaties, waarbij een deel van het werk door procesondersteuners wordt gedaan, maakt dat uniforme tarieven op termijn niet houdbaar zijn. Waar mogelijk gaat ODRA op beperkte schaal met tariefdifferentiatie aan de slag. 25. Besparingsdoelstellingen In oktober 2020 heeft ODRA een besparingsbrief aangeboden aan de gemeenteraden en Provinciale Staten.
In deze besparingsbrief waren vier deelgebieden benoemd waar besparingen in de toekomst mogelijk waren en zijn. Het betrof: huisvesting, ICT, kwalitatief hoogwaardig personeel en samenwerking met de regio. Huisvesting en ICT: In september 2022 is ODRA verhuisd en is de daaraan gekoppelde ICT -transitie (volledig mobiel – in the cloud) afgerond. De partners zijn geïnformeerd over de structurele financiële effecten. Die zijn circa € 150.000 per jaar exclusief indexering v/d prijzen. Kwalitatief hoogwaardig personeel: Van alle kosten zijn de personeelskosten het grootste aandeel in de exploitatie, in totaal circa 80%. ODRA voert een beleid om continue op drie aspecten een besparing op de loonkosten / inhuur te realiseren. • Strategisch personeelsbeleid: ODRA kent relatief veel medewerkers die bij de oprichting vanuit de partners zijn overgekomen, met een hogere dan gemiddelde leeftijd, veelal salariëring in de eindschalen en diverse garantietoelagen. De natuurlijke uitstroom (pensioen) is op gang. Daarnaast zien we dat het verloop, door een dynamische arbeidsmarkt, toeneemt. Ondanks het risico voor de continuïteit en kwaliteit, biedt het verloopt ook kansen voor werving van medewerkers met een ander -en financieel gunstiger profiel. • Aandeel van de flexibele schil: Externe inhuur is op dit moment circa 20% van de totale loonkosten.
Wij streven naar een flexibele schil van maximaal 15% van de loonkosten. Belangrijke succesfactor voor dit beleid zijn de afspraken die ODRA maakt met haar partners over de structurele werkpakketten en de kwaliteit van de prognoses rond het meerjarige werkaanbod. Met bovenstaande condities zijn we in
staat om interne medewerkers voor langere tijd aan te trekken. • Het werk dat moet worden uitgevoerd, wordt complexer. Het aantrekken en behouden van kwalitatief hoogwaardig personeel zal door de krapte op de arbeidsmarkt in toenemende mate een uitdaging zijn. Om te voorkomen dat medewerkers hun heil elders zoeken en vervanging er niet is, behoudens steeds kostbaar wordende inhuur, zal ook moeten worden gekeken naar het functiehuis. Normering personeelsbudgetten: • Personele overhead: De huidige formatie (begin 2023) op bedrijfsvoering / staf / management bedraagt 36 fte. Dit is 17% van de totale bezetting. Binnen bedrijfsvoering en staf vielen tot nu toe activiteiten uiteenlopend van secretariaat, communicatie, ICT-beheer en datakwaliteit, post-telefoon-intake, planning en control en HR. Een stap in de doorontwikkeling van onze organisatie is het beter positioneren van bedrijfsvoering ten opzichte van de uitvoering (faciliterend) en de onderlinge samenwerking versterken tot één geheel. • Secundaire arbeidsvoorwaarden: De algemene personeelskosten worden al jaren genormeerd op 4,2% van de loonsom. Voor 2024 verhogen we dit naar 4,4%; gebleken is dat, met de CAO waarin éénmalige uitkeringen en veel nieuwe secundaire voorwaarden (bijvoorbeeld thuiswerkvergoedingen), dit nodig is.
ODRA heeft een duurzaam-mobiliteitsbeleid geformuleerd met als doel een goede ondersteuning van medewerkers in hun zakelijk en woon-werk verkeer. Maar wel liefst op een duurzame manier, met meer (e-fietsen), elektrificatie van wagenpark en OV. Dit mobiliteitsbeleid (CO2 reductie) heeft een ophogend effect op de kosten. ◦ Het reguliere opleidingen budget: is afgelopen jaren genormeerd op 2% van de loonsom. Ondanks onderbestedingen afgelopen jaar (deels Corona) is het belangrijk voor medewerkers om met continue ontwikkeling aan de gang te zijn. Budget volgt daarbij de inhoud. Samenwerking met de regio: • We werken niet alleen samen met partners in de veiligheidsketen (brandweer, politie, GGD, waterschappen en openbaar ministerie en gemeenten), maar ook met de andere zes omgevingsdiensten in Gelderland. Het is samenwerken in het primaire proces (complexe handhaving en -vergunningen, ketensamenwerking, enz.), maar ook op het gebied van ICT (IGO – Data gedreven werken) en bedrijfsvoering (HR, AVG en communicatie/portaal). De taken zijn onderling verdeeld. Kosten voor de komende jaren hangen sterk samen met de ambities, die nog niet in alle gevallen voor 2024 (en verder) zijn gedefinieerd. 26. Tariefstelling Besparingen in de bedrijfsvoering van ODRA komen tot uitdrukking in het tarief. In de begrotingen 2021- 2022 en 2023 is het tarief gelijk gebleven op € 92 per uur.
De indexeringen (inflatie) van deze drie jaar, samen circa 5%, was het feitelijke besparingsresultaat bereikt door onze transities op ict gebied en huisvesting. ODRA ontkomt er niet aan om de te verwachten kostenstijgingen in 2023 en 2024 door een nieuwe CAO en inflatie in het tarief voor 2024 mee te nemen. Het tarief voor 2024 wordt € 99 per uur. Voor de indexeringen gaan we uit van het principe-akkoord CAO 2023 en de meest actuele cijfers 2024 van het CPB (MEV d.d. september 2022 en MLT d.d. maart 2022):
Omgevingsdienst Regio Arnhem
020 • Overheidsconsumptie: beloning werknemers CAO 2023 = circa 8% en MLT 2024 = 4,0% • Prijs materiële overheidsconsumptie (IMOC) à MEV 2023 = 5,9% en MEV 2024 = 2,8%
G. Programma en categoriale begroting 27. Programma – taakveld begroting Bovenstaand tarief x de begrote inzet van ODRA op producten en diensten vormt de omzet. Tabel 12: Exploitae overzicht 2024 per klantgroep en programma Realisae 2022
Ini begr. 2023
Begrong 2024
Partners Provinciale programma’s Ongevingsdiensten Derden Overig/balans - doorberekende kosten - overig Baten - verhouding
15.009 4.848 391 734
14.554 4.711 472 366
17.091 5.005 439 1.253
671 370 22.024
475
294
20.577
24.083
7.063 29%
9.908 41%
7.112 30%
1. Vergunningverlening 2. Toezicht en Handhaving 3. Advies 4. Stelseltaken 5. Algemeen en Projecten Baten - verhouding
4.860 10.568 2.911
4.564 9.376 3.156
5.241 10.505 2.698
3.667 2.705 691
1.343 6.109 1.940
231 1.690 67
3.685 22.024
3.481 20.577
5.639 24.083
7.063 29%
516 9.908 41%
5.123 7.112 30%
4.780 10.428 2.766 308 3.689 21.971
4.402 9.699 2.856 400 3.220 20.577
4.997 10.524 2.606 333 5.623 24.083
3.496 2.710 668
1.280 6.120 1.874
6.874 29% 189
514 9.789 41% 119
220 1.693 65 333 5.109 7.420 31% -308
Lasten x € 1.000 1. Vergunningverlening 2. Toezicht en Handhaving 3. Advies 4. Stelseltaken 5. Algemeen en Projecten Lasten - verhouding Saldo
53
0
In tabel 1: ‘kerntabel’ zijn de aantallen en beoogde omzet al weergeven en toegelicht. De omzet stijgt in de begroting naar € 24,1 miljoen. De baten per programma worden bepaald door de PDC. Aan elke dienst of product is zowel een programma als een taakveld gekoppeld. De kosten worden bepaald aan de hand van de verhouding tijdsbesteding op die zelfde producten en diensten. De bijdragen per klant treft u aan in bijlage 4. De geraamde kosten per rubriek (categoraal) zijn in onderstaande tabel toegelicht. 28. Categoriale begroting. In de categoriale begroting worden de kosten gepresenteerd via kostencategorieën. Daaronder volgt per categorie een toelichting. De baten zijn al gespecificeerd in tabel 12.
Begroting | 2024
Specificae taakveld ‘24 Bouw Milieu Algemeen 6.893 51 119
6.802 2.478 220 114
3.397 2.476 100 1.139
294
“
“
Baten x € 1.000
DE KOMENDE JAREN
VERWACHTEN WE QUA BEZETTING GELIJK
TE BLIJVEN ALS VORIG EN DIT JAAR
021 Tabel 13: Exploitae categoriaal Begrong baten en lasten (categoriaal) x € 1.000
Realisae 2022
Ini begr. 2023
Begrong 2024
% tov 2023
22.024
20.577
24.083
17%
13.287 3.505
16.350 3.685
23% 5%
294 534 60 -100 17.580
327 719 70 -80 21.072
11% 35% 16% -20% 20%
742 822 364 206 92
12% -5% -8% 70% -89%
17%
Baten
Lasten Personeel loonkosten - Medewerkers ODRA 13.172 - oInhuur externe capaciteit 4.654 Personeel overige kosten - Opleidingen 275 - Algemene personeelskosten 556 - Dotae personeelsvoorzieningen -111 - Harmonisae/detacheringen -66 Totaal personeel 18.480 Huisvesng en facilitair ICT Stelselkosten Advieskosten Oveirge kosten Risico’s (onvoorzien) Programmakosten Mutaes fondsen en balans Totaal lasen
101 748 325 21.971
772
828 778 333 350 10 197 515
20.577
24.083
53
0
0
716 804 308 490
Saldo
29. Toelichting op de kaderstelling voor de afzonderlijke posten In onderstaande grafieken is de ontwikkeling van een aantal belangrijke kengetallen rond bezetting en loonkosten in kaart gebracht. In de begroting 2024 van ODRA worden deze als kader genormeerd. Loonkosten • In de begroting gaan we uit van het principe-akkoord CAO 2023 en de loonindexeringen MEV 2024 (laatste versie sept. 22). Voor 2023 is de loonindex gemiddeld circa 8%, voor 2024 is dat 4%. De pensioenpremie is in 2023 gestegen van 25,9% naar 27,9%, hetgeen nog niet in de initiële begroting 2023 maar wel in de begroting 2024 is verwerkt. In combinatie met de aangepaste normen voor het ziektepercentage en bovenwettelijk verlof (zie paragraaf 18.) leidt dit tot een toename van de gemiddelde loonkosten van 13%.
-33%
lager dan begroot. Belangrijk voor goede inhuur is het tijdig aanbesteden hiervan. Voorwaarde voor ODRA is dat we samen met onze opdrachtgevers vroegtijdig de benodigde capaciteit in kaart brengen. Het beleid is erop gericht om zo min mogelijk met aanvullende opdrachten te gaan werken; ad-hoc inhuur is altijd duurder. (zie tarief differentiatie).Het CPB gaat voor de materiele kosten uit van een stijging van 5,9% in 2023 en 2,8% in 2024. Derhalve een prijsstijging van afgerond 10%. • (Personele) overhead: Het aantal fte’s in de bedrijfsvoering is afgelopen jaar meegegroeid met de omzet. Daarnaast zijn er functies bijgekomen die verband houden met onze verzelfstandiging op ict en huisvesting. Procentueel gaat de overhead ten opzichte van de totale omzet met 1,7% dalen, namelijk van 26,8% in 2022 naar 25,1%. Het meerjarig doel is 25%.
• Inhuur: Ondanks de krappe arbeidsmarkt hebben we afgelopen jaar (2022) de tariefstijgingen voor inhuur beperkt kunnen houden. Door een goede mix van ‘junioren – senioren’ zijn gemiddeld de kosten Tabel 14: Personele kengetallen Formae bezeng en personele kengetallen Forma e beze ng - Produc ef - Niet produc ef Totaal beze ng en forma e Loonkosten x € 1.000 Gemiddelde kosten /c (in €) % van de loonsom % sjging gemid loonkosten tov jaar eerder
Intern 130,4 32,4 162,8 13.172 80.929 84%
Realisae 2022 Extern Totaal 36,2 5,2 41,4 4.654 112.448 26%
166,6 90% 37,6 20% 204,1 17.826 87.319
Ini begrong 2023 Intern Extern Totaal 125,9 36,5 162,4 13.287 81.824 79% 1%
26,6 26,6 3.505 131.780 21% 17%
152,5 81% 36,5 19% 189,0 16.792 88.856 1,8%