CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2023 VGGM ter consultatie versie

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente DoesburgBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting VGGM 2023 en jaarrekening 202126.128 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Op dit moment verwachten we voor 2023 een tekort van € 350.000 of meer, afhankelijk van de CAO

pagina 41

afspraken voor 2023 en de werkelijke prijsontwikkeling in 2022 en 2023. De werking van de indexeringssystematiek is zodanig dat vanaf 2025 de effecten weer worden opgevangen. Het huidige geprognotiseerde tekort van € 350.000 in 2023 kan worden opgevangen met het huidige weerstandsvermogen. Uitgangspunt bij het toepassen van bovenstaande systematiek is dat 70% van de begrote kosten betrekking hebben op loon en 30% op prijs.

Evaluatie taken

De bestuurders van VGGM hebben aangegeven dat zij een brede discussie willen voeren over de scope van activiteiten ten laste van de gemeentelijke budgetten. Bijvoorbeeld door gezamenlijk het huishoudboekje van VGGM door te lichten aan de hand van een toetsing aan het wettelijk kader en een vergelijk te maken met andere organisaties. Met de uitkomst van deze benchmark kan aansluitend het gesprek worden gevoerd over de gewenste omvang en kwaliteit van de aan VGGM opgedragen taken. In 2021 is dit onderzoek door Berenschot uitgevoerd. Berenschot heeft haar resultaten op 4 november jl. aan het Algemeen Bestuur gepresenteerd. Scope van het onderzoek betrof de activiteiten brandweerzorg en overhead. Gezien de energie die vanuit de GGD momenteel in de COVID19 bestrijding wordt gestoken, zijn deze activiteiten buiten scope gebleven. In 2022 wordt bekeken hoe ook deze activiteiten met andere GGD-en vergeleken kunnen worden.

Brandweerzorg Samenvattend concludeert Berenschot dat Gelderland Midden beschikt over een gemiddelde brandweerzorg tegen een gemiddelde prijs. De organisatie is ingericht op basis van de beleidsmatige uitgangspunten zoals afgesproken bij de regionalisering van de Brandweer. Gelderland Midden heeft ten opzichte van het gemiddelde net iets minder posten en brandweerauto's per 10.000 inwoners. Daarnaast is Gelderland Midden ook iets later ter plaatse. De activiteiten die nodig zijn om de brandweer goed te laten functioneren, zoals het onderhoud aan de voertuigen en geoefend houden van de vrijwilligers, wordt in Gelderland Midden zo veel als mogelijk regionaal uitgevoerd. Dit leidt tot efficiënte werkprocessen en een kostprijs onder het gemiddelde. De activiteiten van risicobeheersing, waaronder toezicht op het veilig gebruik van gebouwen, is sterk beheersmatig en gestandaardiseerd ingericht. Dit geeft beperkte

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

flexibiliteit in het toezicht, zoals een proactieve advisering. Anderzijds leidt dit tot een lagere kostprijs dan gemiddeld.

publieke uitvoeringsorganisaties dan op de activiteiten van een Veiligheidsregio, brandweer of ambulancedienst (beschikbaarheidsorganisaties).

In haar presentatie heeft Berenschot nader toegelicht dat een aantal Veiligheidsregio's gestart is met de voorbereiding van diverse ontwikkelingen. Denk hierbij aan de komst van de omgevingswet, Wet Normalisatie Rechtspositie Ambtenaren, versterking van de taken behorend tot de (multi)crisisbeheering en verduurzaming van de bedrijfsvoering. Berenschot gaf aan dat Veiligheidsregio's die al gestart zijn met deze ontwikkelingen dit veelal tot hogere lasten heeft geleid.

Omgerekend in budget houdt dit in dat VGGM met ruim € 3 mln minder personele lasten en € 0,9 mln minder overige kosten de ondersteunende diensten organiseert dan vergelijkbare organisaties. Dit is een belangrijk kenmerk van VGGM ‘sober en goedkoop’. Dit uitgangspunt is ook bij de regionalisering van de brandweer en bij de vormgeving van GGD taken gehanteerd.

Het benchmark onderzoek leidt niet tot het inzicht dat activiteiten te ruim of inefficiënt zijn ingericht. Eventuele besparingen zijn te realiseren door keuzes in de omvang van de taakuitvoering. In 2023 zal de directie de bestuurlijke uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de omvang van de taakuitvoering met het bestuur gaan spreken. Denk hierbij aan uitgangspunten met betrekking tot de snelheid waarop de brandweer ter plaatse kan zijn of de aard en omvang van de meer specialistische hulpverlening.

GGD In overeenstemming met het eerdere besluit van het Algemeen Bestuur is ook kostenvergelijk voor de GGD wenselijk, echter dit was afgelopen periode niet goed mogelijk door de inspanningen ten behoeve van de Corona bestrijding. Zoals in paragraaf 2.d staat beschreven is inmiddels aan Lysias Advies opdracht gegeven om de GGD activiteiten van VGGM met bijbehorende formatie, lasten en gemeentelijke bijdrage te vergelijken met een aantal referentie GGD-en. De uitkomsten worden in 2022 met het bestuur besproken.

Bij deze regionalisering van de brandweer zijn keuzes gemaakt ten aanzien van de omvang van de overhead (management en ondersteunende functies). Deze omvang is op 15% gesteld van de directe functies, waarvan 5% binnen de operationele sectoren (mn management, secretariaat en bestuursondersteuning) en 10% binnen de sector bedrijfsvoering (de PIOFACH functies). De onderbouwing hiervoor is geweest: Besluitvorming 2013

Norm Af: • •

Gemiddeld brandweer 18,0%

Vastgoedbeheer bij gemeenten Verwacht schaalvoordeel VGGM

Beleidsuitgangspunt VGGM

-/- 0,8% -/- 1,9% 15,3%

Overhead Ten aanzien van de overhead concludeert Berenschot dat deze “knap maar krap” is ingericht. Ten opzichte van andere Veiligheidsregio's is de omvang van de overhead ca 23% kleiner en ten opzichte van andere uitvoeringsorganisaties ca 28%. Deze krappe invulling is gerealiseerd door focus en standaardisatie aan te brengen op de dag dagelijkse taken. De controlerende en adviserende rollen zijn minimaal ingeregeld. Reflectie op bovenstaande constatering De overhead is werkzaam voor de gehele VGGM organisatie. Dus naast de Veiligheidsregio en brandweer ook voor de Ambulancezorg, GGD en Veilig Thuis. Uit de rapportage van Berenschot blijkt dat overhead van VGGM knap en krap is georganiseerd: zo’n 23% lager dan andere Veiligheidsregio’s en zo’n 39% lager dan andere publieke uitvoeringsorganisaties. Deze laatste halen we expliciet aan omdat de activiteiten van een GGD (productieorganisatie) meer lijken op 42

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

Uit de rapportage van Berenschot zien we een verdere daling van overhead naar 14,4%. Deze verwatering is met name het gevolg van de groei van de organisatie door toevoeging van nieuwe taken (denk aan Veilig Thuis en JGZ 0-4) en het niet invullen van vacatures waardoor de formatie is

Brugstaat 2019 2022

Als volgt te verdelen • Directie, management, bestuursondersteuning en secretariaat • P&O • ICT/ DIV • Communicatie / kwaliteit • Juridische Zaken • Facility / inkoop • Financiën en Control Totaal

teruggebracht. Deze afname is vooral terug te zien bij ICT, communicatie, juridische zaken en financiën en leidt tot versobering van de (interne) dienstverleningen:

Norm 2013

Berenschot norm 2019

VGGM 2019

5,0%

7,1%

5,5%

1,4% 3,6% 1,2% 0,3% 1,6% 2,2% 15,3%

2,2% 2,9% 1,1% 0,2% 2,7% 2,6% 18,8%

1,4% 3,4% 0,9% 0,1% 1,6% 1,5% 14,4%

De relatief grote omvang van ICT is het gevolg van het eigenstandig uitvoeren van ICT beheer. Dit is ook terug te zien in de benchmark, VGGM heeft de laagste materiële kosten (waaronder de kosten voor ICT spullen) voor overhead per 10.000 inwoners. De lagere bezetting bij facility wordt mede veroorzaakt doordat een groot deel van het vastgoed niet in eigen beheer is. Zowel de inrichtingskeuzes voor ICT en facility zijn in de normering van 2013 betrokken. In 2020 is de sector bedrijfsvoering gereorganiseerd. Dit heeft tot een uitbreiding van 3 fte Informatieadviseurs geleidt, ten koste van de operationele sectoren. Daarmee stijgt het overhead percentage van 14,4% naar ca 14,6%. De huidige invulling van de overhead leidt tot het in stand houden van bestaande processen en producten. Deze processen zijn sterk uitvoerend, bevatten relatief veel handmatige handelingen, beperkte controleslagen en zijn niet altijd passend op de primaire processen. Daarnaast zijn door uitbreiding van activiteiten binnen het publieke gezondheidsdomein en toegenomen wet- en regelgeving de overheadtaken afgelopen jaren complexer geworden.

Denk aan het in beheer nemen van nieuwe CAO’s (naast CAR-UWO en Ambulancezorg zijn de CAO VVT en CAO Jeugdzorg toegevoegd), ondersteuning geven aan een organisatie met een toenemende diversiteit en informatie gestuurd wil worden, stringente regelgeving omtrent het verwerken van (medische) informatie, toenemende risico’s van cyber crime, meer aandacht voor transparantie en verantwoording van (rechtmatige) uitgaven, toenemende rapportages voor derden/toezichthouders (mn voor de zorg taken) en behoefte naar moderne wijze van communiceren. De directie van VGGM is van mening dat deze situatie niet lang houdbaar is. Bij veranderende

omstandigheden ontstaan risico's in een adequate ondersteuning van de primaire processen. Denk hierbij aan uitval of onjuiste inregeling van systemen en data, werving van nieuwe medewerkers of het binnen veranderende wet- en regelgeving organiseren van de activiteiten. Mede op basis van de uitkomsten van de Benchmark stelt de directie voor om in 2022 te starten met het programma “samen beter bedrijfsvoeren”.

3.3

Samen beter bedrijfsvoeren

Aanleiding Naast de benchmark zijn er 2 andere vertrekpunten die aanleiding geven voor het programma “samen beter bedrijfsvoeren”: Extern: Allereerst zien we een aantal autonome ontwikkelingen die direct effect hebben op de bedrijfsvoering van VGGM. Daarbij gaat het primair om een toename van het takenpakket van het Rijk en om wijzigingen van wet- en regelgeving. Denk hierbij aan nieuwe en andere taken als gevolg van Covid19, toegenomen ICT risico’s en toegenomen compliance regelgeving. Voor wat betreft het uitbreiden van taken wordt in de nabije toekomst een extra verzwaring voorzien op het gebied van de crisisbeheersing en het classificeren van veiligheidsregio’s tot de vitale sector. Intern: Enkele jaren geleden is door de (nieuwe) directie geconstateerd dat vanuit de sector bedrijfsvoering niet in voldoende mate ondersteuning wordt geboden aan het primair proces. Dit leidt tot doelmatig- en rechtmatigheidsrisico’s. Bedrijfsvoering is te dun georganiseerd. De constatering was dat er onbalans 43

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

was ontstaan tussen toegenomen taken en vrijwel gelijkblijvende middelen. Taken die werden toegevoegd waren onder andere Veilig Thuis en de consultatiebureaus JGZ. De sector bedrijfsvoering werd niet of nauwelijks uitgebreid. De gedachte was dat 'het grote VGGM’ dit soort nieuwe onderdelen goedkoop kon overnemen en de ondersteuning op kon gaan in het grotere geheel. Dat is niet het geval gebleken, leidend tot het uithollen van de organisatie. Daarnaast constateren we onduidelijkheid binnen de organisatie als het gaat om processen, procedures en verantwoordelijkheden. Kijkend naar de toekomst is het beter bedrijfsvoeren nodig om risico’s in de taakuitvoering te voorkomen.

vastgesteld, inclusief de toekenning van de overhead aan de verschillende gemeentelijke bijdragen en andere inkomstenbronnen, zoals van zorgverzekeraars en subsidies.

Toekomstbestendig bedrijfsvoeren

De directie stelt voor het resultaat over 2021 te gebruiken ter dekking van deze incidentele deze kosten.

Idealiter beweegt de overhead van een organisatie zich binnen een bepaalde bandbreedte. Een te krappe invulling van de overhead leidt tot kwaliteitsrisico's in het primaire proces. Anderzijds leidt een te ruime invulling van de overhead tot onnodige bureaucratie. Idealiter kent de organisatie een uitgangpunt voor de overhead. Bijdragen voor taken die aan de organisatie worden opgedragen kunnen voorts worden getoetst aan dit uitgangspunt. Het uitgangspunt zelf kan dan periodiek worden geëvalueerd aan de hand van autonome ontwikkelingen. De organisatiewijze is vervolgens een managementbeslissing. Gezien de krappe ondersteuning ziet de directie risico's die de kwaliteit van het primaire proces raken. In bijlage 2 zijn de belangrijkste risico's die de directie ziet opgenomen. Dit overzicht is niet uitputtend en kan nog worden aangevuld. De directie wenst een grondige analyse van de interne werkprocessen uit te (laten) voeren die nader duidelijk maakt hoe rolverduidelijking en andere aansturing van de organisatie intern kan leiden tot verbetering van de bedrijfsvoering als geheel. Op basis van bovenstaande uitkomsten kunnen de onderkende risico’s nader worden aangevuld, aangescherpt of uitgediept. De directie heeft voor ogen om hierop aansluitend een gezamenlijke ambitie en plan op te maken, inclusief het bestuurlijke gesprek te voeren over het ambitieniveau van de organisatie.

Op basis van deze uitkomsten kan een adequate respons aan maatregelen voor de middellange termijn en een uitgangspunt voor een toekomstbestendig overheadpercentage worden

De directie stelt voor om voor het traject van ambitievorming incidenteel € 100.000 te reserveren. Deze kosten hebben dan met name betrekking op de strategische begeleiding, het operationaliseren van de ambitie en externe toetsing. Voor de analyse van de werkprocessen en rolverduidelijking stelt de directie voor incidenteel € 300.000 te reserveren. Dit betreft de interne begeleiding, de uitwerking van de processen op hoofdlijnen en identificeren van hiaten in de huidige invulling van de processen en rollen.

3.4

Investeringen

Investeringen zijn uitgaven waarvan het economisch nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Investeringen worden geactiveerd op de balans en worden afgeschreven op basis van de economische levensduur van de investering. De kapitaallasten (rente en afschrijving) komen ten laste van de programma’s en moeten worden gedekt binnen de baten en lasten van de programmabegroting. Als onderdeel van deze In de programmabegroting 2023 is het MJIP 2022 2026 geactualiseerd. Geplande vervangingsinvesteringen zijn beoordeeld op nut en noodzaak en er is, voor zover mogelijk, beoordeeld of de opgenomen vervangingsbedragen toereikend zijn. Dit leidt tot fluctuatie van investeringsvolumen in de verschillende jaren. De geplande investeringen worden opgenomen in de meerjarige inkoopkalender, zodat de ondersteuning op het gebied van inkoop hierop afgestemd kan worden. In de periode 2022-2026 is de prognose dat voor € 44,2 miljoen wordt geïnvesteerd. De totale waarde van de materiële vaste activa wordt per eind 2026 geraamd op € 38,9 miljoen. In bijlage 4 is een detailoverzicht van het investeringsplan opgenomen.

44

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

3.5

Effect op lopende begrotingsjaar 2022

In het kader van de begrotingsrechtmatigheid wordt bij het vaststellen van de begroting 2023 ook de eerste actualisatie van de begroting 2022 aan het bestuur voorgelegd. Eventueel vindt naar aanleiding van de 5-maandsrapportage over 2022 een tweede actualisatie plaats.

Het verloop van de bestuursbegroting 2022 naar de geactualiseerde begroting 2022 kan als volgt worden weergegeven:

In de geactualiseerde begroting 2022 zijn de navolgende aanpassingen opgenomen:

om het COVID-19 virus middelen testen, traceren en vaccineren te bestrijden. De kosten die hiervoor worden gemaakt worden op basis van werkelijke kosten bij VWS gedeclareerd. In de gewijzigde begroting 2022 is op basis van de realisatie 2021 een voorlopige inschatting van de totale bijdrage vanuit VWS opgenomen.

Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage muteert met € 69.662 voor de bijdrage Zorg en Veiligheid.

Opbrengsten gemeenten regionaal (lokaal aanbod) Het verschil wordt veroorzaakt door wijziging van het werkelijke lokaal aanbod ten opzichte van de begroting. Het lokaal aanbod wordt altijd 1 jaar van tevoren afgesproken, leidend tot deze bijstelling. Een groot deel van de toename is te verklaren door de aanvullende bijdrage als gevolg uitvoering Prenataal huisbezoek, uitvoering van het RVPMeningokokken en HPV mannen. In 2022 ontvangen gemeenten hiervoor via het gemeentefonds een bijdrage van het Rijk welke via lokaal aanbod wordt doorbetaald aan VGGM. Vanaf 2023 loopt deze taakuitbreiding via de gemeentelijke bijdrage.

Rijksbijdragen (BDUR/COVID-19) De BDUR bijdrage van het rijk muteert naar aanleiding van de hoger dan geraamde indexering. Tevens zijn hier de opbrengsten COVID-19 van het ministerie van VWS opgenomen.

Bijdrage VWS inzake COVID-19 (COVID-19) Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hebben de GGD-en opdracht gegeven

Daarnaast heeft VGGM in 2020 en 2021 diverse activiteiten niet kunnen uitvoeren als gevolg van COVID-19. Het betreft onder andere specifieke opleidingen en trainingen voor brandweerpersoneel en de implementatie van ICT-systemen. De bijbehorende budgetten zijn hierdoor niet uitgegeven, terwijl uitvoering op termijn wel noodzakelijk is. Begroot is dat in 2022 € 455.000 hieraan wordt besteed.

Projecten Temporisering van diverse (door)ontwikkelingstrajecten door o.a. COVID-19 heeft geleid tot het naar beneden bijstellen van de onttrekking van reserves ter dekking van incidentele lasten samenhangend met deze trajecten.

Overige De kolom overige betreft met name de mutatie in de overige baten als gevolg van herrubriceringen, detacheringen, subsidieverstrekkingen en overige diensten. Daarnaast vindt in de lasten een verschuiving tussen de programma’s en pijlers plaats als gevolg van administratieve opschoningen. Een 45

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

grote post hier is de administratieve verwerking van de teruggave van de kazernes Bemmel en Valburg van € 2.171.507 (baten en lasten).

3.6

Voorstel bestemming resultaat over 2021

De jaarrekening 2021 is opgesteld. VGGM heeft van de € 174 miljoen euro ontvangen bijdragen € 1,7 miljoen niet besteed, ofwel ca 1% van de bijdragen is niet besteed. In de jaarrekening is het resultaat van € 1,7 miljoen als te bestemmen resultaat verantwoord. Dit resultaat staat ter beschikking van de gemeenten. In de begroting 2023 zal een voorstel voor resultaatbestemming, alsmede voor de besteding hiervan. In 2021 is bestuurlijk besproken om de financiële effecten voor 2022 als gevolg van de functiewaardering voor artsen en verpleegkundigen uit het overschot te dekken (€ 479.000). Daarnaast is verzocht om de afbouw van het team bevolkingszorg in 2022 uit het resultaat van 2021 te dekken (€ 132.00).

Fuwa In 2021 heeft een functiewaarderingstraject plaatsgevonden voor verpleegkundigen en een groot deel van de artsen van de GGD, zoals opgenomen in de risicoparagraaf van de begroting 2021 en 2022. In dit traject heeft een externe toetsingscommissie de geactualiseerde functiebeschrijving gewaardeerd. Deze waardering leidt tot een andere inschaling van de medewerkers. De financiële consequenties van deze functiewaarderingen zijn voor 2022 begroot op €479.000 oplopend naar €999.000 in 2025. In de resultaatbestemming van 2021 is het voorstel opgenomen om een bestemmingsreserve te vormen van € 479.000 voor 2022. VGGM heeft de consequenties voor 2023 in de begroting verwerkt.

Bevolkingszorg De Coördinerend Gemeentesecretaris heeft aangegeven dat de afbouw van bevolkingszorg meer tijd in beslag neemt dan gepland en hiervoor een extra gemeentelijke bijdrage nodig is. Om de administratieve last te beperken is in de resultaatbestemming van 2021 is het voorstel opgenomen om een bestemmingsreserve te vormen van € 132.000 voor 2022. VGGM heeft de consequenties voor 2023 in de begroting verwerkt

Samen beter bedrijfsvoeren In paragraaf 3.2 staat een uitgebreide toelichting op het programma Samen Beter Bedrijfsvoeren. Het voorstel is om voor dit programma € 400.000 te bestemmen.

46

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

4.

Paragrafen

4.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Reservebeleid De Veiligheidsregio houdt gewenst reserveniveau aan, dat uitgaat van de situatie dat de gemeenten een deel van het risicodragerschap voor hun rekening nemen. Met deze reserve wordt ervan uitgegaan dat te verwachten risico’s goed zijn op te vangen.

Risico’s Hieronder is een inventarisatie van de belangrijkste risico’s opgenomen.

Risico’s voor heel VGGM Arbeidsmarkt De krappere arbeidsmarkt maakt het moeilijk om medewerkers en vrijwilligers te vinden en te binden. Voor dit moment specifiek geldt dat de COVID-19 maatregelen leiden tot het risico van een hoger verloop van vrijwilligers doordat de sociale binding met de organisatie afstandelijker is geworden. Het risico bestaat dat de formatie niet op orde is en afgesproken prestaties om die reden niet kunnen worden gerealiseerd. Daarnaast nemen kosten om leemtes in de planning te ondervangen met tijdelijke inhuur van medewerkers toe en is de inspanning die geleverd wordt om verloop van medewerkers op te vangen groot. Dit noopt de organisatie om haar arbeidsmarktstrategie te evalueren en te zoeken naar alternatieve mogelijkheden om (tijdelijk) personeel aan te trekken.

Bestuurlijke verantwoordelijkheid De Stichting Veilig Thuis Gelderland-Midden valt onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van VGGM. Er is geen sprake van financiële verwevenheid tussen de stichting en de gemeenschappelijke regeling. De financieringsstromen en vermogensbestanddelen blijven in de toekomst strikt gescheiden. Dit beperkt de risico’s voor de gemeenschappelijke regeling.

Consequenties COVID-19 - ziekteverzuim Het is van maatschappelijk belang dat de taken die vallen onder de Wet publieke gezondheid en Wet Veiligheidsregio zoveel mogelijk worden uitgevoerd. De Coronabestrijding vraagt ruime tijd veel extra inzet van VGGM-medewerkers. Alles tezamen is er een verhoogd risico op ziekteverzuim: Het COVID-19 virus zelf; De werkdruk als gevolg van de Coronabestrijding Algemene maatschappelijke effecten als gevolg van de COVID-19 bestrijding (minder reguliere zorg, mentale gevolgen etc)

In voorkomende gevallen betekent dit dat soms keuzes gemaakt moeten worden: welke werkzaamheden kunnen uitgesteld worden (en hoe lang) en welke activiteiten worden als eerste niet uitgevoerd bij krapte aan personeel.

Consequenties Covid-19 – effect op taken Het is nog onduidelijk welke effecten COVID-19 en de bestrijding van het virus heeft op de samenleving op de lange termijn. Denk hierbij aan de impact op kwetsbare jongeren of vraag naar reizigersvaccinaties. Deze onzekerheid heeft mogelijk gevolgen op de uitvoering van de omvang en aard van de taken in 2022 en verder.

Opvang ontheemden Oekraïne Begin 2022 zijn Oekraïne en Rusland in een oorlog verwikkeld. Om die reden zijn Oekraïense burgers het land ontvlucht. Een deel van deze ontheemden zijn naar Nederland gereisd om (tijdelijk) in veiligheid te zijn. Voor Veiligheidsregio’s en GGD-en is een belangrijke taak weggelegd voor coördinatie en regie ten behoeve van de opvang, eerste medische verzorging en (reguliere) taken voortkomend uit de Wet Publieke Gezondheid. De aard, omvang en bekostiging van deze taken zijn 2022 en 2023 zijn op dit moment niet helemaal duidelijk.

Programma brandweerzorg Groot onderhoud brandweerkazernes Ten tijde van de regionalisering van de brandweer is de bestuurlijke keuze gemaakt de kazernes niet over te dragen aan de veiligheidsregio en in eigendom te laten van de gemeenten. Drie argumenten speelden daarbij een rol: • Voor gemeenten vertegenwoordigen de kazernes een maatschappelijk en/of economische belang; • VGGM wil zich te beperken tot het uitvoeren van de kerntaken en daar valt het beheer van onroerend goed niet onder. Liever maakt VGGM gebruik van de vastgoedkennis die bij gemeenten aanwezig is; • De ontvlechting van de kazernes is niet eenvoudig omdat er op veel plaatsen sprake is van complicerende factoren zoals gedeeld gebruik met andere gemeentelijke diensten en/of nog af te wikkelen investeringen in nieuwen verbouw. In de lijn van bovenstaande keuze is het budget voor de kapitaallasten en het groot onderhoud bij de gemeente achtergebleven. In het budget voor de brandweer zijn de gebruikerslasten opgenomen (denk aan schoonmaakkosten, energie, klein onderhoud, etc.). VGGM heeft in de jaarrekening een onderhoudsreserve gevormd voor het groot onderhoud dat door de gebruiker moet worden uitgevoerd. 47

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

Rechtspositie vrijwilligers brandweer De invoering van de Wet normalisering rechtsposities ambtenaren is ingegaan per 1 januari 2020. Een onverkorte invoering heeft waarschijnlijke grote ongewenste effecten voor, met name, de vrijwilligers bij de brandweer. Om deze reden is voor veiligheidsregio’s uitstel verleend om de gevolgen in kaart te brengen en met alternatieve voorstellen te komen. In de brandweerkamer wordt samen met de Ministers de mogelijkheid verkend de vrijwilligers uit de Wnra te houden.

Financiering inzet 25kv Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu versterkt een jaarlijkse bijdrage van € 324.000 om VGGM in staat te stellen expertise toe te passen bij het optreden bij spoorwegincidenten op de Betuweroute, met name gerelateerd aan de 25kV bovenleiding. Binnenkort wordt een besluit verwacht ten aanzien van de continuering van deze vergoeding.

Programma GGD Projecten Medische Milieukunde VGGM participeert regelmatig in Europese projecten en in diverse projecten van de Academische Werkplaats. Voor deze projecten vindt afrekening aan het einde van de looptijd plaats. Dat betekent dat tussentijds geen financieel resultaat in de exploitatie zichtbaar wordt. Tussentijds wordt binnen VGGM vastgesteld of kosten die zijn gemaakt ook subsidiabel zijn. Dat is een toets op de rechtmatigheid. Bij afronding van een project kan het wel zo zijn dat VGGM hogere kosten heeft moeten maken door in het bijzonder meer capaciteit voor een project in te zetten. Dat is een vraagstuk van doelmatigheid.

Bedrijfsvoeringsrisico’s AGZ De afdeling Algemene Gezondheidszorg (AGZ) kent een aantal bedrijfsvoering risico’s waaronder de kwetsbaarheid in de opbouw van het personeelsbestand. Binnen de specialistische functies is sprake van een vergrijzing van het personeelsbestand. Ook is het vanwege de krapte op de arbeidsmarkt voor met name deze specialistische functies een uitdaging om de juiste mensen aan te trekken. Hierdoor kan de continuïteit van de werkzaamheden in gevaar kan komen. Naast deze uitdaging bestaan onzekerheden ten aanzien van de inkomsten door (mogelijke) veranderingen in wet- en regelgeving en overige (externe) ontwikkelingen. Functiewaardering Landelijk blijken er verschillen te bestaan tussen de inschaling van forensisch artsen. Dit betreft een specialistische functie, waarbij het ongewenst is als

medewerkers om verschil in arbeidsvoorwaarden van GGD-regio wisselen. Om die reden wordt landelijk het functieprofiel gewaardeerd, mogelijk leidend tot een aanpassing van de functiewaardering bij de individuele regio's. Het aanpassen van de functiewaardering kan financiële effecten hebben voor VGGM. Daarnaast is er een grote groep werknemers die na de overgang van STMG en Icare in dienst zijn gekomen bij de Stichting PG. Zij vallen hiermee onder een andere CAO dan de medewerkers van VGGM. Binnen de organisatie geeft dit onwenselijke verschillen. Het uit faseren van de Stichting heeft echter een grote financiële impact op de organisatie door toepassing van de arbeidsvoorwaarden die VGGM heeft.

Lokaal aanbod JGZ Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van zowel de jeugdgezondheidszorg als voor preventie en jeugdhulp op basis van de Jeugdwet. JGZ-organisaties zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor de primaire invulling van het JGZ-aanbod. De JGZ richt zich op het vroegtijdig signaleren, geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding. Hiermee kan de eigen kracht van kinderen, jongeren en ouders worden versterkt en (indien mogelijk) kunnen ervaren problemen worden genormaliseerd. Preventie en lichte ondersteuning kunnen zwaardere hulp mogelijk voorkomen. Dit basispakket JGZ valt onder de Wpg. Bepaalde interventies uitgevoerd door de JGZ, zoals Voorzorg en Stevig Ouderschap, vallen onder de Jeugdwet. Om bovenstaand te realiseren en in te kunnen spelen op de lokale zorgbehoefte, in aansluiting met de zorg vanuit het jeugd -en sociale domein kopen gemeenten naast het wettelijk (regionale) deel van de JGZ ook gemeentelijk lokaal aanbod in. Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de Jeugdzorg. De overheveling van de jeugdzorg naar gemeenten is gepaard gegaan met een flinke bezuiniging. Afgelopen jaren zien we bij bijna alle gemeenten een stijging van het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van de jeugdzorg. De insteek een verschuiving te creëren naar meer preventieve en informele zorg heeft tot heden voor gemeenten onvoldoende opgeleverd.

Dit lijdt in toenemende mate tot overschrijding van gemeentelijke budgetten en tekorten.

Rijksvaccinatieprogramma Met ingang van 1 januari 2019 is de uitvoering van het RVP een taak welke onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van gemeenten valt. Hiermee wordt de samenhang tussen de uitvoering van het RVP en de Jeugdgezondheidszorg versterkt. De uitvoering van de groepsvaccinaties in het kader van het RVP kent extra financiële risico’s door COVID-19. De beleidsmaatregelen die aangeven hoeveel mensen in een ruimte mogen zijn fluctueren met enige regelmaat. De borging van de anderhalve 48

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

meter, de extra inzet van logistieke middelen en personeel en de kleinere aantallen die in een sessie kunnen worden opgeroepen leiden tot extra kosten. Voor 2023 is hier op voorhand niet op geanticipeerd.

Publieke gezondheid Asielzoekers Sinds maart 2019 heeft COA laten weten dat zij middels een aanbestedingstraject op zoek is naar een opdrachtnemer die landelijk de jeugdgezondheidszorg (JGZ) aan kan bieden aan alle kinderen van 0 tot 18 jaar die vallen onder de COA. GGD GHOR NL heeft de aanbesteding PGA COA gegund gekregen. Dit nieuwe contract is ingegaan op 1 augustus 2020 en heeft een looptijd van twee jaar met de mogelijkheid het contract tweemaal met 24 maanden te verlengen. Het risico bestaat dat COA op korte termijn een nieuwe aanbesteding start.

Programma Bedrijfsvoering ICT-ontwikkelingen ICT-ontwikkelingen in de samenleving gaan momenteel snel. Stakeholders hebben een navenant hogere verwachting van de mogelijkheden alsmede van een tijdige en juiste informatie-ontsluiting. Daarnaast stoppen leveranciers de ondersteuning van oudere ICT-applicaties. De komende jaren worden om deze redenen diverse bedrijfsvoeringssystemen up-to-date gebracht en met elkaar gekoppeld. De kosten van implementatie en van vernieuwde licenties nemen sterk toe. Deze kosten kunnen niet in alle gevallen worden terugverdiend in de primaire of ondersteunende processen of door reduceren van applicaties met vergelijkbare toepassingsmogelijkheden. In voorkomende gevallen zullen keuzes moeten worden gemaakt.

Weerstandsvermogen Aan de hand van de zogenaamde “kans x effect”methode wordt jaarlijks een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke risico’s en een kwantificering daarvan. Bij benadering wordt er en indicatie gegeven van het voor de organisatie benodigde weerstandsvermogen. Dit weerstandsvermogen wordt gevormd door de totale impact van de gekwantificeerde risico’s te relateren aan de weerstands-capaciteit (zijnde het beschikbare eigen vermogen). Het eigen vermogen van VGGM is beperkt. Het streven is de algemene reserve op het in 2015 vastgestelde niveau van € 1.453.000 te consolideren. In het kader van de implementatie van de verordening rechtmatigheid, welke op basis van een risicoaanpak wordt geïmplementeerd, wordt in 2022 en 2023 dit niveau opnieuw geëvalueerd.

Solvabiliteit Naast een buffer tegen optredende risico’s, wordt eigen vermogen benut voor de financiering van

investeringen. Investeringen worden ook gefinancierd met vreemd vermogen (leningen). Een gezonde verhouding tussen vreemd en eigen vermogen (solvabiliteit) draagt bij aan een doeltreffende en efficiënte vervulling van de publieke functie van de VGGM. Deze solvabiliteit wordt uitgedrukt in een ratio. De ratio per 1 ultimo 2023 is naar verwachting 11,8% (per eind 2021: circa 13,2%. Voor een overheidsorganisatie is dit een redelijke waarde.

Netto Schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlasten t.o.v. de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De netto schuldquote van 26% blijft ruim onder dit gestelde maximum.

Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een veiligheidsregio heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Structurele uitgaven en inkomsten zijn binnen de VGGM in evenwicht.

4.2

Onderhoud kapitaalgoederen

Kapitaalgoederen zijn goederen welke een meerjarig nut hebben ten behoeve van de productie. Het gaat daarbij veelal om zaken die na de eerste aanschaf regelmatig onderhoud vergen. Binnen de VGGM zijn de belangrijkste kapitaalgoederen de crisis- en hulpverleningsvoertuigen, de beschermende kleding, de (inrichting van) kazernes en panden en ICTmiddelen. •

Crisis- en hulpverleningsvoertuigen worden jaarlijks gekeurd en veelal onderhouden op basis van de kilometerstand. Wanneer gebreken tussentijds worden geconstateerd, vindt direct onderhoudt plaats. Vervanging van de voertuigen is opgenomen in het Meerjareninvesteringsplan. Het onderhoud is opgenomen in de begroting.

•

Beschermende kleding wordt direct na een incident geïnspecteerd. Bij schade vindt reparatie of vervanging plaats. Voor vervanging en onderhoud is budget beschikbaar in de begroting.

•

Eind 2013 zijn de kazernes Bemmel, Dieren, Harskamp, Doorwerth, Pannerden en Valburg van gemeenten overgenomen door VGGM. De kazerne Doorwerth is in voorgaande jaren weer terug verkocht aan de gemeente Renkum. De kazernes Bemmel, Dieren en Valburg zullen in 2022 worden terug verkocht. De overige 49

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

kazernes zijn in eigendom en in beheer van de deelnemende gemeentes. •

Voor de gebouwen in eigendom van de VGGM, met name ten behoeve van de ambulancezorg, zijn meerjarenonderhoudsplannen beschikbaar.

50

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

4.3

Financiering

Algemeen Wet fido Het Rijk heeft regels gesteld aan hoe gemeenten en provincies hun geld en kapitaal beheren. Die regels staan in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), en gelden ook voor gemeenschappelijke regelingen als de VGGM. Hoeveel geld gemeenten en provincies mogen lenen, is afhankelijk van de hoogte van de begroting. De kasgeldlimiet bepaalt hoeveel geld ze mogen lenen voor een periode van maximaal 1 jaar. De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan 1 jaar. •

• • • •

Gemeenten en provincies mogen liquide middelen aanhouden bij de schatkist (schatkistbankieren). Hier krijgen ze een rentevergoeding voor. De VGGM hanteert de volgende doelstellingen op gebied van financiering: Beschikbaar hebben van voldoende liquiditeiten om de vastgestelde plannen te kunnen uitvoeren Beheersen van de risico’s die zijn verbonden aan de financieringsfunctie, zoals renterisico en debiteurenrisico Minimaliseren van de kosten van geldleningen Verkrijgen en handhaven van toegang tot de financiële markten.

Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijd van de kapitaalmarktleningen (looptijd lening > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moeten worden aangepast. Het rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Voor de VGGM komt dat neer op een bedrag van € 23 miljoen. In 2023 zal naar verwachting € 6,9 miljoen moeten worden gefinancierd, dat ruimschoots onder de gestelde norm ligt.

Financiering Voor het uitoefenen van de treasuryfunctie is inzicht nodig in de huidige en toekomstige kasstromen. Deze kasstromen bestaan uit: 1. De kasstroom uit operationele activiteiten (de exploitatie) 2. De kasstroom uit investeringen 3. De kasstroom uit financieringsactiviteiten (aflossingen en stortingen van aangetrokken geldleningen) Het inzicht hierin wordt verkregen door het regelmatig actualiseren van onze liquiditeitsplanning. Hierbij zijn de ontvangsten en uitgaven volgens de programmabegroting en het investeringsplan het uitgangspunt.

Renterisico kort en langlopende financiering

Op basis van het meerjarige investeringsplan (zie bijlage 4) en de in 2019 afgesloten meerjarige lening van € 15 miljoen wordt geen liquiditeitstekort verwacht.

Kasgeldlimiet

Renteomslag en financieringsresultaat

De door het Rijk opgelegde kasgeldlimiet beperkt het risico van stijgende rentelasten voor de kortlopende financiering. De limiet beperkt de maximale omvang van de gemiddelde korte schuld (< 1 jaar) per kwartaal tot 8,2% van de totale lasten van de programmabegroting. Voor 2023 bedraagt de limiet 9,7 miljoen.

Voor vergelijkbaarheid tussen overheidsorganisaties, schrijft de BBV de manier van bepalen van de renteomslag voor. Voor de VGGM bedraagt de renteomslag 0,5%.

51

BEGROTING & KADERS 2023

5. Planning en control cyclus Op hoofdlijnen kan de planning & control cyclus voor begrotingsjaar 2023 als volgt worden geschetst: Wanneer April 2022

Wat Bespreken kaderbrief & ontwerp-begroting 2023

Wie Algemeen Bestuur

Mei - juni 2022

Consultatie kaderbrief & ontwerp-begroting 2023

Colleges van B&W en gemeente raden

Eind juni 2022

Bespreken zienswijze en begroting 2023

Financiële Commissie en Dagelijks Bestuur

4 juli 2022

Bespreken zienswijze en vaststellen begroting 2023

Algemeen Bestuur

Maart - sept 2023

Bespreking begrotingswijzigingen

Fin cie, Dagelijks Bestuur en Algemeen bestuur

Maart 2024

Bespreking jaarrekening 2023

Financiële Commissie en Dagelijks Bestuur

April 2024

Bespreking en vaststellen jaarrekening 2024

Algemeen Bestuur

pagina 52

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

Bijlage 1: Ontwikkelingen in gemeentelijke bijdragen a.

Budgettair kader gemeentelijke bijdrage Veiligheid

De genoemde ontwikkelingen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 hebben de volgende consequenties op het budgettair kader van de gemeentelijke bijdrage Veiligheid (brandweer). In € x 1.000

2022

2023

2024

2025

2026

Begroting t-1 (2021)

42.150

43.815

43.535

43.481

43.677

Beroepsorganisatie Ede in regiobijdrage specifieke bijdrage Ede 2021 vervalt Loon- en prijscompensatie (§ 3a) ingroei herverdeling (*) Specifieke afspraken (**)

1.500 -500 692 P.M. 11 -38 -

MJB 2021-2025

43.815

Loon- en prijscompensatie (§ 3a) Specifieke afspraken (**) Versterking bedrijfsvoering MJB 2022-2026

43.815

P.M.

P.M.

P.M.

-280

55 -109

215 -19

43.535

43.481

43.677

43.677

930 -109 883

930

930

930

883

883

883

45.239

45.294

45.490

45.490

(*) Ingroei: hiervoor is een reserve gecreëerd (**) Terug leveren van kazernes (deels 1 jaar eerder)

b.

Budgettair kader gemeentelijke bijdrage Bevolkingszorg

De genoemde ontwikkelingen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 hebben de volgende consequenties op het budgettair kader gemeentelijke bijdrage bevolkingszorg: In € x 1.000

2022

2023

2024

2025

2026

Begroting t-1 (2021)

649

662

662

662

662

Loon- en prijscompensatie (§ 3a) Mutatie inwoneraantallen MJB 2021-2025

7 P.M. 6 662

Loon- en prijscompensatie (§ 3a) Mutatie inwoneraantallen MJB 2022-2026

662

P.M.

P.M.

P.M.

662

662

662

662

14 4

14 4

14 4

14 4

680

680

680

680

Bovenstaande opstelling leidt tot een inwonerbijdrage van € 0,97 (2022: € 0,95). Deze inwonerbijdrage is gebaseerd op het aantal inwoners per 1 januari 2021.

53

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

c.

Budgettair kader gemeentelijke bijdrage GGD

De genoemde ontwikkelingen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 hebben de volgende consequenties op het budgettair kader gemeentelijke bijdrage GGD: In € x 1.000 Begroting t-1 (2021) Loon- en prijscompensatie (§ 3a) Mutatie inwoneraantallen MJB 2021-2025 Z&V Prenataal huisbezoek Functiewaardering Versterking Bedrijfsvoering Loon- en prijscompensatie (§ 3a) Mutatie inwoneraantallen MJB 2022-2026

2022

2023

2024

2025

2026

10.150

10.414

10.414

10.414

10.414

167 P.M. 97 -

P.M. -

P.M. -

P.M. -

10.414

10.414

10.414

10.414

10.414

70

70 196 596 617 225 69

70 196 604 617 225 69

70 196 615 617 225 69

70 196 615 617 225 69

10.484

12.187

12.187

12.187

12.187

Bovenstaande opstelling leidt tot een inwonerbijdrage van € 17,38 (2022: € 15,05) voor het basispakket. Deze inwonerbijdrage is gebaseerd op het aantal inwoners per 1 januari 2021.

d.

Budgettair kader gemeentelijke bijdrage JGZ 0-4

De genoemde ontwikkelingen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 hebben de volgende consequenties op het budgettair kader voor JGZ 0-4: In € x 1.000

2022

2023

2024

2025

2026

Begroting t-1 (2021)

8.566

8.661

8.661

8.661

8.661

136 -41

P.M. -

P.M. -

P.M. -

P.M. -

8.661

8.661

8.661

8.661

8.661

184 -46

184 -46

184 -46

184 -46

8.799

8.799

8.799

8.799

Loon- en prijscompensatie (§ 3a) Mutatie inwoneraantallen MJB 2021-2025 Loon- en prijscompensatie (§ 3a) Mutatie inwoneraantallen MJB 2022-2026

8.661

Bovenstaande opstelling leidt tot een inwonerbijdrage van € 63,63 (2022: € 62,30) per jeugd inwoner. Deze inwonerbijdrage is gebaseerd op het aantal inwoners per 1 januari 2021.

54

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

e.

Budgettair kader gemeentelijke bijdrage RVP

De genoemde ontwikkelingen in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 hebben de volgende consequenties op het budgettair kader RVP: In € x 1.000

2022

2023

2024

2025

2026

Begroting t-1 (2021)

1.342

1.356

1.356

1.356

1.356

20 -6 -

Loon- en prijscompensatie (§ 3a) Mutatie inwoneraantallen

1.356

MJB 2021-2025

P.M. -

1.356

P.M. -

1.356

1.356

1.356

1.356

30 -7 283

30 -7 283

30 -7 283

30 -7 283

1.662

1.662

1.662

1.662

Loon- en prijscompensatie (§ 3a) Mutatie inwoneraantallen Vaccinatie Meningokokken / HPV (*) MJB 2022-2026

P.M. -

(*) Structurele ophoging gemeentefonds (Meningokokken per 1-1-2021; HPV per 1-1-2022) Bovenstaande opstelling leidt tot een inwonerbijdrage van € 12,02 (2022: € 9,75) per jeugd inwoner. Deze inwonerbijdrage is gebaseerd op het aantal inwoners per 1 januari 2021.

f.

Verdeling van gemeentelijke bijdragen naar programma’s

VGGM verdeelt onder 5 categorieën haar te ontvangen bijdragen van de gemeente, namelijk Veiligheid, Bevolkingszorg, GGD, Jeugdgezondheidszorg en Rijksvaccinatieprogramma. De aansluiting tussen deze bijdragen en de verschillende programma’s is als volgt: Verdeling van gemeentelijke bijdragen naar programma’s In € x 1.000 Veiligheid Crisisbeheersing Multi Bevolkingszorg GHOR Subtotaal crisisbeheersing Brandweerzorg Aandeel versterking BV Operatie Risicobeheersing Subtotaal brandweerzorg PG Aandeel versterking BV Algemene gezondheidszorg Jeugdgezondheidszorg Monitoring & advies Subtotaal PG Totaal

BZ

Gemeentelijke bijdragen 2023 PG JGZ

2.982

RVP

Totaal

313

0

3.296 680 535 4.511

0

883 35.567 5.807 42.257

680 2.982

883 35.567 5.807 42.257

680

535 849

0

0

0

8.799

1.662

0

0

617 2.840 6.837 1.045 11.339

8.799

1.662

617 2.840 17.298 1.045 21.800

45.239

680

12.188

8.799

1.662

68.568

0

55

BEGROTING & KADERS 2023

Bijlage 2: Specificatie gemeentelijke bijdrage per gemeente a.

Gemeentelijke bijdrage Veiligheid

De mutatie van de begroting 2022 naar de bijdrage 2023 per gemeente kent dan de volgende stappen: In € x 1.000

Arnhem Barneveld Doesburg Duiven Ede Lingewaard Nijkerk Overbetuwe Renkum Rheden Rozendaal Scherpenzeel Wageningen Westervoort Zevenaar Totaal

Bijdrage Veiligheid 2022 12.674 3.797 732 970 7.399 2.259 2.893 2.528 1.858 2.733 95 503 1.878 860 2.634

Bijdrage Correctie Veiligheid Ingroei OOV 2022 2022 12.674 0 3.797 0 732 -164 970 335 7.399 156 2.259 115 2.893 -605 2.528 69 1.858 -56 2.733 -193 95 66 503 -7 1.878 440 860 -169 2.634 0

43.815

43.815

-11

Bijdrage Veiligheid 2022 12.674 3.797 569 1.306 7.555 2.374 2.288 2.597 1.803 2.540 161 497 2.318 691 2.634

loon/prijs 2023

43.804

Versterking BV

270 79 10 32 161 53 41 58 37 50 4 10 56 12 57

227 81 12 29 151 49 49 55 37 55 4 11 51 15 56

930

883

specifieke correctie

OOV 2021

-30

-83 -17 -12 -4 81 -1 -43 -23 -22 -35 0 5 130 -12 35

-109

0

-79

Bijdrage Correctie Veiligheid Ingroei OOV 2023 2023 13.088 0 3.941 0 579 21 1.363 -169 7.948 0 2.395 0 2.335 49 2.657 0 1.855 0 2.611 0 169 -50 523 0 2.554 -120 707 1 2.782 0 45.509

De specifieke afspraken hebben betrekking op de verkoop van de brandweerkazerne Bemmel aan de gemeente Lingewaard en de kazerne Valburg aan de gemeente Overbetuwe. Hierdoor dalen de exploitatielasten van VGGM en stijgen deze voor deze gemeenten. Om die reden wordt de gemeentelijke bijdrage aangepast, leidend tot een budget neutrale transactie voor beide partijen.

b.

Gemeentelijke bijdrage Bevolkingszorg

De verdeling van de gemeentelijke bijdrage voor bevolkingszorg is gebaseerd op een tarief van € 0,97 (2022: € 0,95) per inwoner. Op basis van het totaal aantal inwoners per 1 januari 2021 (zie bijlage 2g.) is de bijdrage per gemeente als volgt: In € x 1.000

Kader 2022

loon/prijs 2023/2021

Mutatie Inwoners

Kader 2023

Arnhem Barneveld Doesburg Duiven Ede Lingewaard Nijkerk Overbetuwe Renkum Rheden Rozendaal Scherpenzeel Wageningen Westervoort Zevenaar

153 56 11 24 111 45 41 46 30 42 2 9 37 14 42

3 1 0 1 2 1 1 1 1 1 0 0 1 0 1

1 1 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

157 58 11 25 115 46 42 47 31 43 2 10 38 15 43

Totaal

662

14

4

680

pagina 56

-269

Bijdrage Veiligheid 2023 13.088 3.941 600 1.194 7.948 2.395 2.384 2.657 1.855 2.611 119 523 2.434 708 2.782 45.239

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

c.

Gemeentelijke bijdrage GGD

De verdeling van de gemeentelijke bijdrage GGD is gebaseerd op een tarief van € 17,38 (2022: € 15,05) per inwoner. Op basis van het totaal aantal inwoners per 1 januari 2021 (zie bijlage 2g.) is de bijdrage per gemeente als volgt: In € x 1.000

Kader

Mutatie

Nieuw Kader

loon/prijs

Mutatie

versterking

Prenataal

functie-

Kader

2022

Z&V

2022

2023

Inwoners

BV

Huisbezoek

waardering

2023

Arnhem

2.412

16

2.428

52

16

143

45

138

2.823

Barneveld

883

6

889

19

14

53

17

51

1.043

Doesburg

166

1

167

4

0

10

3

9

192

Duiven

376

3

378

8

-1

22

7

21

436

Ede

1.752

12

1.763

38

20

104

33

101

2.060

Lingewaard

697

5

701

15

3

41

13

40

814

Nijkerk

645

4

650

14

6

38

12

37

758

Overbetuwe

716

5

721

15

5

42

13

41

838

Renkum

470

3

473

10

0

28

9

27

546

Rheden

654

4

659

14

-4

38

12

37

756

Rozendaal

25

0

26

1

0

2

0

1

30

Scherpenzeel

148

1

149

3

4

9

3

9

176

Wageningen

593

4

597

13

0

35

11

34

689

Westervoort

224

1

225

5

1

13

4

13

261

Zevenaar

654

4

658

14

5

39

12

37

766

Totaal

10.414

70

10.484

225

69

617

196

596

12.187

d.

Budgettair kader bijdrage JGZ 0-4

De verdeling van de gemeentelijke bijdrage JGZ 0-4 is gebaseerd op een tarief van € 63,63 (2022: € 62,30) per jeugdinwoner. Op basis van het aantal 0-18 jarige inwoners per 1 januari 2021 (zie bijlage 2g.) is de bijdrage per gemeente als volgt: In € x 1.000 Arnhem Barneveld Doesburg Duiven Ede Lingewaard Nijkerk Overbetuwe Renkum Rheden Rozendaal Scherpenzeel Wageningen Westervoort Zevenaar Totaal

Kader 2022 1.890 944 111 293 1.589 584 601 644 345 471 24 140 373 169 483

loon/prijs 2023/2021 40 20 2 6 34 12 13 14 7 10 1 3 8 4 10

Mutatie Inwoners -25 10 -3 -6 10 -12 -2 -3 -6 -6 0 3 -6 1 -2

Kader 2023 1.905 974 110 292 1.633 585 612 654 346 475 26 146 375 174 491

8.661

184

-46

8.799

57

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

e.

Budgettair kader bijdrage RVP

De verdeling van de gemeentelijke bijdrage RVP is gebaseerd op een tarief van € 12,02 (2022: € 9,75) per jeugdinwoner. Op basis van het aantal 0-18 jarige inwoners per 1 januari 2021 (zie bijlage 2g.) is de bijdrage per gemeente als volgt:

In € x 1.000 Arnhem Barneveld Doesburg Duiven Ede Lingewaard Nijkerk Overbetuwe Renkum Rheden Rozendaal Scherpenzeel Wageningen Westervoort Zevenaar Totaal

Kader 2022

loon/prijs 2023/2021

Mutatie Inwoners

296 148 17 46 249 91 94 101 54 74 4 22 58 26 76

7 3 0 1 6 2 2 2 1 2 0 1 1 1 2

-4 2 0 -1 2 -2 0 -1 -1 -1 0 0 -1 0 0

Meningokokken/ HPV 61 31 4 9 53 19 20 21 11 15 1 5 12 6 16

1.355

30

-7

283

Kader 2023 360 184 21 55 308 110 116 124 65 90 5 28 71 33 93 1.662

58

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

f.

Totale bijdrage per gemeente

Alle bovengenoemde bijdragen leiden tot de volgende totale bijdrage 2023 per gemeente:

Arnhem Barneveld Doesburg Duiven Ede Lingewaard Nijkerk Overbetuwe Renkum Rheden Rozendaal Scherpenzeel Wageningen Westervoort Zevenaar

GGD € 2.822.929 € 1.042.661 € 192.292 € 435.647 € 2.060.051 € 813.766 € 757.768 € 837.959 € 546.027 € 756.465 € 29.998 € 176.025 € 688.856 € 260.943 € 766.388 € 12.187.775

JGZ 0-4 € 1.905.019 € 974.366 € 110.207 € 292.380 € 1.632.555 € 584.632 € 612.375 € 654.498 € 346.211 € 474.807 € 25.516 € 146.285 € 374.590 € 174.346 € 490.905 € 8.798.692

€ € € € € € € € € € € € € € € €

RVP 359.867 184.062 20.819 55.232 308.397 110.440 115.680 123.638 65.401 89.693 4.820 27.634 70.762 32.935 92.734 1.662.114

Bev. Zorg € 157.551 € 58.192 € 10.732 € 24.314 € 114.974 € 45.417 € 42.292 € 46.768 € 30.474 € 42.219 € 1.674 € 9.824 € 38.446 € 14.564 € 42.773 € 680.214

BRW € 13.088.365 € 3.941.158 € 600.498 € 1.193.853 € 7.948.121 € 2.395.232 € 2.383.678 € 2.657.469 € 1.855.467 € 2.610.537 € 118.593 € 522.516 € 2.433.924 € 707.770 € 2.781.919 € 45.239.101

TOTAAL € 18.333.731 € 6.200.439 € 934.548 € 2.001.426 € 12.064.098 € 3.949.487 € 3.911.793 € 4.320.332 € 2.843.580 € 3.973.721 € 180.601 € 882.284 € 3.606.578 € 1.190.558 € 4.174.719 € 68.567.896

Bev. Zorg 153.281 56.128 10.523 23.870 111.307 44.271 41.012 45.511 29.848 41.573 1.619 9.386 37.681 14.222 41.563 661.795

BRW € 12.673.985 € 3.797.483 € 732.386 € 970.234 € 7.399.280 € 2.258.817 € 2.892.501 € 2.528.324 € 1.858.402 € 2.733.107 € 94.940 € 503.469 € 1.877.693 € 860.266 € 2.634.299 € 43.815.186

TOTAAL € 17.441.550 € 5.834.424 € 1.037.435 € 1.710.597 € 11.111.195 € 3.680.262 € 4.278.808 € 4.039.817 € 2.759.759 € 3.977.693 € 150.520 € 823.662 € 2.943.464 € 1.295.562 € 3.892.688 € 64.977.436

De geactualiseerde totale bijdrage 2022 per gemeente komt op: Arnhem Barneveld Doesburg Duiven Ede Lingewaard Nijkerk Overbetuwe Renkum Rheden Rozendaal Scherpenzeel Wageningen Westervoort Zevenaar

g.

GGD € 2.428.287 € 889.184 € 166.709 € 378.146 € 1.763.333 € 701.345 € 649.724 € 720.985 € 472.856 € 658.603 € 25.645 € 148.694 € 596.943 € 225.314 € 658.438 € 10.484.206

JGZ 0-4 € 1.890.182 € 943.907 € 110.520 € 292.561 € 1.588.650 € 584.374 € 601.444 € 644.182 € 344.706 € 470.739 € 24.484 € 140.175 € 372.803 € 169.269 € 482.825 € 8.660.821

RVP € 295.815 € 147.722 € 17.297 € 45.786 € 248.625 € 91.455 € 94.127 € 100.815 € 53.947 € 73.671 € 3.832 € 21.938 € 58.344 € 26.491 € 75.563 € 1.355.428

€ € € € € € € € € € € € € € € €

Aantallen inwoners

Het aantal inwoners per 1 januari zoals gehanteerd in deze begroting is als volgt te specificeren:

Arnhem Barneveld Doesburg Duiven Ede Lingewaard Nijkerk Overbetuwe Renkum Rheden Rozendaal Scherpenzeel Wageningen Westervoort Zevenaar Totaal

per 1 januari 2020 0-18 jarigen # inwoners 30.340 161.348 15.151 59.082 1.774 11.077 4.696 25.126 25.500 117.165 9.380 46.601 9.654 43.171 10.340 47.906 5.533 31.419 7.556 43.761 393 1.704 2.250 9.880 5.984 39.664 2.717 14.971 7.750 43.750 139.018

696.625

per 1 januari 2021 0-18 jarigen # inwoners 29.939 162.424 15.313 59.992 1.732 11.064 4.595 25.066 25.657 118.530 9.188 46.822 9.624 43.600 10.286 48.214 5.441 31.417 7.462 43.525 401 1.726 2.299 10.128 5.887 39.635 2.740 15.014 7.715 44.096 138.279

701.253

59

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

h.

Gemeente Arnhem Barneveld Doesburg Duiven Ede Lingewaard Nijkerk Overbetuwe Renkum Rheden Rozendaal Scherpenzeel Wageningen Westervoort Zevenaar

Gemeente Arnhem Barneveld Doesburg Duiven Ede Lingewaard Nijkerk Overbetuwe Renkum Rheden Rozendaal Scherpenzeel Wageningen Westervoort Zevenaar

Opbouw gemeentefonds subcluster brandweer ozb-waarde van de nietomgevingskernen met 500 woningen KlantenKlantenadressenof meer gedeeld door potentieel potentieel Oppervlakte dichtheid Meeradressen 1.000.000 lokaal regionaal Land bebouwing Woonruimten (oad) kernigheid Bedrijven Totaalbedrag 2021 Verhouding uitkeringsjaar 2021 (stand meicirculaire 2021) gebruikt voor herverdeling (2023) 93.049 1.391.187 215.073 1.122.451 78.418 144.773 5.570.232 3.707.521 31.610 183.670 12.537.983 25,60% 651.342 834.672 62.693 112.124 141.181 136.610 1.869.264 491.986 100.100 75.614 4.475.586 9,14% 93.049 54.879 12.240 15.050 9.296 13.317 370.514 94.868 5.268 10.040 678.523 1,39% 93.049 303.319 28.039 52.861 27.239 40.596 750.835 259.388 26.342 23.873 1.605.543 3,28% 558.293 1.276.872 136.345 462.274 255.412 192.243 3.602.410 1.679.390 126.442 131.863 8.421.544 17,19% 372.195 238.534 43.625 42.671 49.686 64.009 1.399.913 401.419 31.610 44.824 2.688.487 5,49% 279.147 451.313 43.098 55.409 55.666 71.957 1.228.324 408.600 52.684 51.559 2.697.756 5,51% 558.293 369.689 42.413 45.017 87.409 81.408 1.410.625 339.318 57.952 53.832 3.045.956 6,22% 279.147 189.005 29.275 31.978 36.889 37.804 1.087.129 296.823 26.342 38.299 2.052.690 4,19% 279.147 229.223 43.727 51.252 65.589 52.840 1.525.945 662.705 42.147 42.435 2.995.009 6,11% 93.049 10.897 1.067 134 22.406 2.363 48.549 13.690 5.268 2.398 199.820 0,41%

93.049 71.323 9.107 4.659 11.071 16.325 295.257 81.759 10.537 10.872 603.957 1,23% 93.049 353.245 47.578 122.683 24.397 34.367 1.393.028 861.588 15.805 35.509 2.981.249 6,09% 93.049 44.378 14.272 13.978 5.644 14.177 471.020 162.581 5.268 11.750 836.117 1,71% 558.293 368.302 45.198 82.426 74.227 70.453 1.417.997 440.418 68.489 39.990 3.165.793 6,46%

ozb-waarde van de nietomgevingskernen met 500 woningen KlantenKlantenadressenof meer gedeeld door potentieel potentieel Oppervlakte dichtheid Meeradressen 1.000.000 lokaal regionaal Land bebouwing Woonruimten (oad) kernigheid Bedrijven Totaalbedrag 2020 Verhouding uitkeringsjaar 2020 (stand meicirculaire 2020) gebruikt voor eerste herverdeling (2022) 89.496 1.384.367 204.754 1.078.944 75.454 138.005 5.279.456 3.454.183 30.403 176.656 11.911.718 25,73% 626.470 784.506 59.078 105.941 135.790 130.361 1.773.800 461.045 96.277 72.726 4.245.994 9,17% 89.496 51.068 11.870 15.088 8.941 12.809 355.161 91.043 5.067 9.657 650.201 1,40% 89.496 273.253 27.336 52.841 26.191 38.633 721.160 248.276 30.403 22.962 1.530.552 3,31% 536.974 1.149.225 129.529 440.140 245.667 183.455 3.400.559 1.574.140 121.613 126.827 7.908.130 17,08% 357.983 214.753 42.359 42.976 47.819 60.945 1.334.281 377.031 25.336 43.112 2.546.595 5,50% 268.487 425.124 41.279 53.454 53.541 68.796 1.179.546 390.968 50.672 49.590 2.581.456 5,58% 536.974 352.523 41.312 44.652 84.218 76.440 1.344.315 320.963 55.739 51.777 2.908.913 6,28% 268.487 176.643 28.211 31.563 35.480 35.121 1.039.929 283.316 25.336 36.836 1.960.922 4,24% 268.487 212.848 42.186 50.359 63.131 49.996 1.462.123 632.372 40.538 40.815 2.862.854 6,18% 89.496 9.528 1.004 97 21.551 2.273 46.427 12.995 5.067 2.306 190.743 0,41% 89.496 63.073 8.727 4.546 10.648 15.495

276.623 75.857 10.134 10.456 565.055 1,22% 89.496 229.045 44.962 115.419 23.489 32.642 1.314.011 786.082 15.202 34.153 2.684.500 5,80% 89.496 40.016 13.771 13.766 5.420 13.222 451.695 155.372 5.067 11.302 799.128 1,73% 536.974 285.448 43.223 79.343 71.393 67.350 1.346.857 419.125 65.874 38.463 2.954.050 6,38%

60

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

Bijlage 3: Geprognotiseerde balans

61

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

62

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

Bijlage 4: Reserves en voorzieningen

63

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

Bijlage 5: Meerjaren investeringsplan 2022 – 2026 Uitgangspunten voor het meerjaren investeringsplan zijn: Vervanging van huidige materieel op basis van verwachte levensduur Realiseren van het regionale materieelplan ten behoeve van het regionale dekkingsplan

64

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

Bijlage 6: Taakvelden

65

Ontwerpbegroting 2023 VGGM

Bijlage 7: Risico’s in relatie tot toekomstbestendigheid Risico VGGM heeft een relatief hoge gemiddelde leeftijd, komende jaren gaan veel medewerkers met pensioen. Jonge medewerkers hebben een andere kijk op werk- en ontwikkeling wat veelal niet meer leidt tot levenslange dienstverbanden. Deze ontwikkeling leidt tot een hogere uitstroom van medewerkers, leidend tot risico’s in de taakuitvoering. Om dit risico te beheersen is een andere HRM dienstverlening noodzakelijk. Denk hierbij aan zaken als het vorm geven aan een strategische personeelsplanning, duurzame inzetbaarheid en moderne wijze van arbeidsmarktbenadering. Aan medewerkers worden steeds hogere eisen aan opleiding, bekwaamheid en functieontwikkeling gesteld. Het risico op het niet ontwikkelen van medewerkers is dat ze niet meer gecertificeerd zijn om hulpverlening te verrichten of productiviteit achteruit gaat. Om dit risico te beheersen is een verandering van HRM dienstverlening noodzakelijk. Denk hierbij aan continue focus op scholing, ontwikkeling en actualiseren van het functiehuis. Diverse automatiseringssystemen die VGGM gebruikt zijn verouderd en worden op (korte) termijn niet meer ondersteund door de leverancier.

Hiermee loopt VGGM het risico bepaalde systemen niet meer te kunnen gebruiken, leidend tot arbeidsintensieve workarounds of het niet meer kunnen beschikken over informatie benodigd om de juiste hulpverlener op het juiste moment op de juiste plaats in te zetten. De processen en procedures binnen VGGM zijn minimaal vastgelegd en beperkt organisatie breed afgestemd. Doordat medewerkers lang een zelfde taak uitvoeren verloopt dit zonder problemen, echter bij verloop van medewerkers, ontwikkeling binnen het eigen vakgebied of bredere integrale inzet door bijvoorbeeld crisissen, zijn tekortkomingen zichtbaar, leidend tot het risico dat wordt beschikt over onvoldoende of onjuiste informatie benodigd om de noodzakelijk om de juiste hulpverlener op het juiste moment op de juiste plaats in te zetten. Extra inzet op procesverbetering en kwaliteitsborging is noodzakelijk om dit risico te beheersen.

Knelpunt De invulling van de HRM dienstverlening binnen VGGM is niet voldoende geëquipeerd om de organisatie handvatten te bieden om te kunnen anticiperen op de geschetste ontwikkelingen.

Maatregel en kosten Onderdeel van de middellange termijn agenda.

De invulling van de HRM dienstverlening binnen VGGM is niet voldoende geëquipeerd om de organisatie handvatten te bieden om te kunnen anticiperen op de geschetste ontwikkelingen.

Onderdeel van de middellange termijn agenda.

Nieuwe applicaties zijn over het algemeen (fors) duurder dan de huidige begrote automatiseringskosten, veelal het gevolg van een fee per gebruiker of transactie.

Onderdeel van de middellange termijn agenda.

Binnen VGGM is minimale capaciteit beschikbaar voor procesverbetering en kwaliteitsborging.

Naar verwachting van de directie zal op dit thema een achterstand ingehaald moeten worden, naast een meer structurele inbedding van kwaliteitszorg en omvang van ondersteunende functies.

VGGM gebruikt verschillende ICT systemen ter ondersteuning van haar bedrijfsvoeringsprocessen. Deze systemen zijn gericht op de functionele toepassing van het specifieke team of afdeling. In voorkomende gevallen worden de processen middels end user applicaties, zoals Excel, ondersteund. Met name team overstijgende processen zijn hierdoor niet of gefragmenteerd gekoppeld, leidend tot onvoldoende informatie, onbetrouwbare data ten behoeve van controle-, besluitvorming- en verantwoordingsprocessen. Binnen VGGM zijn, vanuit een historische context, verschillende rollen bij eenzelfde functionaris belegd. Het gevolg is dat noodzakelijke functiescheiding op cruciale onderdelen niet is aangebracht, rolonduidelijkheid bestaat en in voorkomende gevallen onvoldoende capaciteit is georganiseerd om de rollen op een adequate wijze vorm te geven. Daarnaast worden bepaalde rollen in crisissituatie niet meer uitgevoerd door de volledige aandacht voor de crisis. Het risico bestaat dat reguliere sturingsprocessen onvoldoende kunnen worden uitgevoerd.

Onderdeel van de middellange termijn agenda.

Onderdeel van de middellange termijn agenda.

Onderdeel van de middellange termijn agenda

Onderdeel van de middellange termijn agenda

Onderdeel van de middellange termijn agenda.

66

Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM): verzorgt Ambulance, Brandweer, GGD en GHOR voor de gemeenten van Gelderland-Midden.

Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden Postbus 5364 6802 EJ ARNHEM T 0800 8446 000 E info@vggm.nl I www.vggm.nl

A016

www.vggm.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=ca838bc2-85fc-4294-8cd4-517d0c8869e5