CConstaterende datDoesburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Armoedemonitor 2019 KWIZ

Gemeenteraad 25 februari 2021, gemeente DoesburgBij agendapunt: Minimabeleid 2021 - 202317.615 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Alle 7 regelingen Aantal huish. % 156 22% 133 19% 203 29% 133 19% 48 7% 20 3% 6 1% 1 0% 700 100%

5 reg. volwassenen Aantal huish. % 180 26% 146 21% 196 28% 133 19% 41 6% 4 0%

2,2 regeling per huishouden

1,9 regeling per huishouden

700

2 reg. kinderen Aantal huish. % 66 41% 37 23% 57 36%

100%

160

100%

1,1 regeling per gezin

Bijstandsgerechtigden, meerpersoonshuishoudens met kinderen en huishoudens met een nietwesterse migratieachtergrond maken van meer regelingen gebruik dan gemiddeld. Huishoudens met een AOW-uitkering en meerpersoonshuishoudens zonder kinderen maken relatief weinig gebruik van de beschikbare regelingen. Bij de meeste andere gemeenten zien we deze verschillen binnen de doelgroep ook. Figuur 4.2.1. Gemiddeld gebruik zeven regelingen, inkomen tot 120% Wsm Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen

2,1 2,4 1,8 3,1

Participatiewet AOW Overig inkomen

2,3 1,8 2,2

Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 jaar tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd

2,0 2,4 2,2 1,8

Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond

2,2 1,9 2,3

26

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

4.3. Kenmerken gebruikers per regeling Hieronder volgen per regeling de kenmerken van de gebruikers. In bijlage 5 is een tabel opgenomen met de verdeling van bijstandsgerechtigden en niet-bijstandsgerechtigden die gebruik hebben gemaakt van de regeling. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Huishoudens kunnen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en het onderhoudsrecht graven. De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen op of rond het voor dat huishoudtype geldende sociale minimum 12. In 2019 hebben 342 huishoudens kwijtschelding toegekend gekregen. Hiervan ontvangen 144 een bijstandsuitkering. De kenmerken van de 342 huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen zijn als volgt:  Alleenstaanden en meerpersoonshuishoudens met kinderen maken vaker gebruik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen dan eenoudergezinnen en meerpersoonshuishoudens zonder kinderen;  Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken het vaakst gebruik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Bijzondere bijstand Het bijzondere bijstandsbeleid van de gemeente Doesburg is erop gericht om mensen met een inkomen tot 120 procent Wsm die bijzondere noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen, te ondersteunen.

Om recht te hebben op de bijzondere bijstand mag men geen vermogen hebben, tenzij het vermogen in een eigen woning zit. Voor de kosten voor levensonderhoud en woonkosten geldt een inkomensgrens van 100 procent Wsm. In 2019 hebben 189 huishoudens een verstrekking vanuit de bijzondere bijstand gekregen. Hiervan hebben 136 huishoudens alleen een verstrekking voor de kosten van de bewindvoering gekregen en verder geen andere verstrekking vanuit de bijzondere bijstand. Van de 189 huishoudens ontvangen 80 huishoudens een bijstandsuitkering. Tabel 4.3.1 Aantal verstrekkingen en huishoudens bijzondere bijstand Soort bijzondere bijstand Bewindvoering Rechtsbijstand advocaatkosten Woonkosten Overig Totaal

Verstrekkingen 1.384 90% 28 2% 49 3% 75 5% 1.536 100%

Huishoudens 136 24 23 6 189

72% 13% 12% 3% 100%

De kenmerken van alle 189 huishoudens die gebruikmaken van de bijzondere bijstand zijn als volgt:  Huishoudens met een overig inkomen, anders dan een bijstandsuitkering en een AOWuitkering, maken het vaakst gebruik van de bijzondere bijstand;  Alleenstaanden en meerpersoonshuishoudens met kinderen maken vaker gebruik van de bijzondere bijstand dan de andere huishoudtypen;  Huishoudens met een Nederlandse achtergrond maken vaker gebruik van de bijzondere bijstand dan huishoudens met een andere achtergrond. Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor mensen die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen. In de gemeente Doesburg behoort iedereen tussen de 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende drie jaar een inkomen heeft tot 110 procent Wsm, tot de doelgroep. Verder geldt als voorwaarde voor toekenning dat er geen zicht is op inkomensverbetering. Er hebben 186 huishoudens gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag. Hiervan hebben 121 huishoudens een

12 De inkomensgrens van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen is wettelijk vastgelegd en is 100

procent Wsm.

27

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

bijstandsuitkering. De kenmerken van de 186 huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de toeslag zijn als volgt:  Bijstandsgerechtigden maken vaker gebruik van de individuele inkomenstoeslag dan huishoudens met een andersoortig inkomen;  Alleenstaanden maken het vaakst gebruik van de individuele inkomenstoeslag. Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen blijven wat achter in het gebruik;  Huishoudens met een Nederlandse achtergrond maken vaker gebruik van deze regeling dan huishoudens met een andere achtergrond. Collectieve zorgverzekering De gemeente biedt minima de mogelijkheid om deel te nemen aan de collectieve aanvullende zorgverzekering van Menzis. Ze krijgen korting op de premie en profiteren van extra vergoedingen voor zorgkosten. Daarnaast krijgen ze een gemeentelijke bijdrage voor de aanvullende verzekering. De deelnemers kunnen kiezen uit drie aanvullende pakketten: GarantVerzorgd 1, GarantVerzorgd 2 en GarantVerzorgd 3. Om deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering mag het huishoudinkomen voor pakket GarantVerzorgd 1 en 2 niet hoger zijn dan 110 procent Wsm. Voor het meest uitgebreide pakket (GarantVerzorgd 3) mag het huishoudinkomen niet hoger dan 130 procent Wsm zijn. In 2019 hebben 336 personen een verzekering afgesloten via de collectieve zorgverzekering, dit zijn 278 huishoudens. Hiervan ontvangen 79 huishoudens een bijstandsuitkering.

Van deze 336 personen die gebruikmaken van de collectieve zorgverzekering, maken 150 personen gebruik van pakket GV 1 of GV 2 en hebben dus maximaal een inkomen tot 110 procent Wsm. Daarnaast hebben 186 personen (verdeeld over 160 huishoudens) het pakket GV 3 afgesloten. Dit pakket heeft een inkomensgrens tot 130 procent Wsm. 86 huishoudens die dit pakket gebruiken hebben een inkomen tot 100 procent Wsm. Er zijn 4 huishoudens die in 2019 meerdere pakketten hebben afgesloten. Tabel 4.3.2 Gebruik per pakket collectieve zorgverzekering Pakket GarantVerzorgd 1 GarantVerzorgd 2 GarantVerzorgd 3 Totaal

2016

2018

16513 40 205

138 125 261

2019 90 32 160 278

De kenmerken van de 121 huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de collectieve zorgverzekering (pakketten tot 110 procent Wsm) zijn:  Huishoudens met een AOW-uitkering en huishoudens met een overig inkomen (anders dan een bijstandsuitkering) gebruiken de collectieve zorgverzekering het vaakst;  Eenoudergezinnen blijven wat achter in het gebruik. Tussen de andere huishoudtypen is het verschil nihil;  Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken vaker gebruik van de collectieve zorgverzekering dan huishoudens met een andere achtergrond; De kenmerken van de huishoudens die gebruikmaken van de collectieve zorgverzekering GarantVerzorgd 3 zijn als volgt:  Ruim de helft van de gebruikers van pakket GV 3 ontvangt een bijstandsuitkering en heeft dus een inkomen tot 100 procent Wsm;  Onder de gebruikers van GV 3 bevinden zich verder relatief veel AOW’ers, alleenstaanden en huishoudens met een Nederlandse achtergrond. De helft van de huishoudens die gebruikmaken van de collectieve zorgverzekering, maken ook gebruik van één of meerdere Wmo-voorzieningen. Bijna 60 procent van de huishoudens die gebruikmaken van de collectieve zorgverzekering, heeft het meest uitgebreide pakket (GarantVerzorgd 3) afgesloten. 13 In 2016 en 2018 kan het aantal gebruikers van GV 1 of GV 2 niet verder worden gespecificeerd. Alleen

het gebruik van één van de twee pakketten kan worden weergegeven.

28

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

Jeugdfonds Sport en Cultuur Met behulp van het Jeugdfonds Sport en Cultuur krijgen minimakinderen de kans om mee te doen aan sportieve en culturele activiteiten. Het fonds betaalt de contributie en eventuele attributen die nodig zijn. Het fonds is bedoeld voor kinderen tot 18 jaar waarvan het huishoudinkomen niet hoger is dan 120 procent Wsm. In totaal hebben 114 kinderen gebruikgemaakt van het Jeugdfonds Sport en Cultuur, waarvan 102 voor sport en 13 kinderen voor cultuur. Deze 114 kinderen wonen in 80 huishoudens. De kenmerken van alle 114 kinderen die gebruik hebben gemaakt van het Jeugdfonds Sport en Cultuur zijn als volgt:  Kinderen uit een huishouden met een overig inkomen maken vaker gebruik van het Jeugdfonds Sport en Cultuur dan kinderen uit een huishouden met een bijstandsuitkering;  Kinderen uit meerpersoonshuishoudens maken vaker gebruik van het Jeugdfonds dan kinderen uit eenoudergezinnen;  Kinderen met een Nederlandse achtergrond maken het vaakst gebruik van het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Stichting Leergeld Via Stichting Leergeld kunnen kinderen van 0 tot 18 jaar in de gemeente Doesburg deelnemen aan binnen- en buitenschoolse activiteiten waar anders geen geld voor zou zijn. Het gaat hierbij om activiteiten zoals schoolreisjes, muziekles en sporten. In totaal hebben 947 kinderen gebruikgemaakt van Stichting Leergeld.

Deze 947 kinderen wonen in 517 huishoudens, dit betekent dat in deze huishoudens gemiddeld 1,8 kinderen gebruikmaken van stichting Leergeld:  Kinderen die opgroeien in een huishouden met een overig inkomen maken vaker gebruik van Stichting Leergeld dan kinderen uit minimahuishoudens met een bijstandsuitkering;  Kinderen uit meerpersoonshuishoudens maken vaker gebruik van Stichting Leergeld dan kinderen die opgroeien in een eenoudergezin;  Kinderen met een Nederlandse achtergrond maken het vaakst gebruik van Stichting Leergeld. Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten Minima die een chronische ziekte of beperking hebben en daardoor ook hoge zorgkosten, kunnen een financiële tegemoetkoming van de gemeente krijgen. In 2019 bedraagt deze tegemoetkoming € 200. De inkomensgrens van deze regeling is 130 procent Wsm en er wordt geen vermogenstoets gedaan. Dat betekent dat, in tegenstelling tot andere regelingen, ook minima met een hoger vermogen dan toegestaan in de Participatiewet, gebruik kunnen maken van de tegemoetkoming. Zoals ouderen met een eigen huis. In 496 verschillende huishoudens hebben een of meerdere personen gebruikgemaakt van de tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. In totaal gaat om 664 personen die gebruik hebben gemaakt van deze regeling.

 Meer dan de helft van de gebruikers van de tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten heeft een AOW-uitkering;  De helft van de gebruikers is alleenstaand en 13 procent van de huishoudens die deze tegemoetkoming krijgen heeft thuiswonende kinderen;  Driekwart van de huishoudens heeft een Nederlandse achtergrond;  60 procent van alle huishoudens waar een of meer personen de tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten heeft gekregen, heeft van geen enkele andere minimaregeling gebruikgemaakt;  Bijna de helft (45 procent) van de huishoudens die gebruik heeft gemaakt van de tegemoetkoming, kreeg in 2019 ook ondersteuning vanuit de Wmo.

29

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

Tabel 4.3.3 Kenmerken gebruikers tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten Alleen tegemoetkoming Alle gebruikers Kenmerken op gebruikt Aantal Aandeel huishoudniveau Aantal Aandeel Inkomensbron Participatiewet 64 13% 5 2% AOW 263 53% 209 69% Ander inkomen 169 34% 86 29% Totaal 496 100% 300 100% Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal

246 19 187 44 496

49% 4% 38% 9% 100%

141 4 144 11 300

47% 1% 48% 4% 100%

Leeftijdscategorie 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal

57 176 263 496

12% 35% 53% 100%

14 77 209 300

4% 26% 70% 100%

372 40

75% 8%

251 25

84% 8%

84

17%

24

8%

496

100%

300

100%

Woongebied Beinum De Ooi De Oude Stad Molenveld Totaal

103 153 85 155 496

21% 31% 17% 31% 100%

58 84 60 98 300

19% 28% 20% 33% 100%

Overlap Wmo Collectieve zorgverzekering

223 63

45% 13%

134 -

45% -

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

30

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

5. Wmo en schuldhulpverlening 5.1. Ruim een op de drie minimahuishoudens maakt gebruik van de Wmo In 2019 maakten 961 huishoudens gebruik van één of meerdere Wmo-voorzieningen, 18 procent van alle huishoudens in de gemeente Doesburg. Dat is een forse stijging ten opzichte van 2016 (637 huishoudens) en 2018 (620 huishoudens). Van de 961 huishoudens hebben 207 huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit houdt in dat 36 procent van alle minimahuishoudens in de gemeente een Wmo-voorziening heeft. Bij andere gemeenten zien we dat gemiddeld 20 à 25 procent van de minimahuishoudens gebruikmaakt van de Wmo. In hoofdstuk 3 zagen we al een hoog gebruik van de regeling Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. Gemiddeld gezien maken minimahuishoudens vaker gebruik van een Wmo-voorziening dan huishoudens met een inkomen hoger dan 120 procent Wsm; 16 procent van de huishoudens met een hoger inkomen maakt gebruik van een Wmo-voorziening. Van de 207 minimahuishoudens met een Wmo-voorziening is twee derde een huishouden zonder kinderen en een derde heeft wel thuiswonende kinderen onder de 18 jaar. Ten opzichte van 2016 en 2018 is het aandeel huishoudens met thuiswonende kinderen met een Wmovoorziening aanzienlijk gestegen (2016: 17 procent, 2017: 14 procent). Het merendeel van de minimahuishoudens met Wmo (69 procent) heeft een Nederlandse achtergrond, 36 procent woont in De Ooi.

Tabel 5.1.1 Inkomensverdeling Wmo-gebruikers 2016 Aantal

14

Overige huishoudens Totaal

Wmo Minimahuishoudens

%

2018 Aantal

144

23%

493 637

77% 100%

Aandeel Wmo t.o.v. alle huishoudens

%

2019 Aantal

%

138

22%

207

22%

36%

482 620

78% 100%

754 961

78% 100%

16% 18%

Tabel 5.1.2 Kenmerken minimahuishoudens met Wmo 2018

2019

Categorie

2016

Inkomensbron Participatiewet AOW Overig Totaal

27% 45% 27% 100%

32% 38% 30% 100%

152 11 44 207

74% 5% 21% 100%

Huishoudtype Huishoudens zonder kinderen Huishoudens met kinderen Totaal

83% 17% 100%

86% 14% 100%

140 67 207

68% 32% 100%

Leeftijdscategorie Tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal

21% 33% 46% 100%

21% 41% 38% 100%

65 84 58 207

31% 41% 28% 100%

Aantal

%

14 In 2016 en 2018 was de inkomensgrens 110 procent Wsm en in 2019 is de inkomensgrens 120 procent

Wsm.

31

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

2018

2019

Categorie

2016

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

68% 10% 2% 100%

67% 11% 22% 100%

143 19 45 207

69% 9% 22% 100%

Wijk Beinum De Ooi De Oude Stad Molenveld Totaal

14% 38% 16% 32% 100%

12% 38% 16% 32% 100%

37 76 32 62 207

18% 36% 16% 30% 100%

Aantal

%

De meeste minimahuishoudens (106 huishoudens) die in 2019 gebruik hebben gemaakt van één of meerdere Wmo voorzieningen, kregen hulp bij het huishouden. Daarnaast kregen 71 minimahuishoudens (eveneens) individuele begeleiding. In tabel 5.1.3 staat per categorie het aantal huishoudens dat gebruik heeft gemaakt van de Wmo-voorziening15. Tabel 5.1.3 Gebruik Wmo in 2019 naar categorie, inkomen tot 120% Wsm Categorie Hulp bij het huishouden Begeleiding Vervoersvoorziening Rolstoelvoorziening Woonvoorziening Verblijf

Huishoudens Aantal 106 71 39 16 15 1

% 51% 34% 19% 8% 7% 1%

Aantal verstrekkingen 1.175 524 383 285 280 2

15 Een persoon kan van meerdere Wmo-voorzieningen gebruikmaken. Daarom telt het aantal huishoudens

niet op tot de 207 minimahuishoudens die eerder in dit hoofdstuk zijn genoemd.

32

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

5.2. Aantal minimahuishoudens met schulddienstverlening is gedaald Schulddienstverlening (SDV) is bedoeld voor inwoners die zelf hun problematische schulden niet meer kunnen oplossen. Het belangrijkste onderdeel van schulddienstverlening betreft een minnelijke schuldregeling. Wanneer een minnelijk traject niet mogelijk is kan een aanvraag worden gedaan voor toelating tot de WSNP (het wettelijk traject). In 2019 hebben 74 huishoudens een vorm van schulddienstverlening gekregen. Hiervan hebben 41 huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit betekent dat 7,0 procent van alle minimahuishoudens een vorm van schulddienstverlening heeft gekregen. Bij andere gemeenten is dit ongeveer 10 procent. Gemiddeld gezien kregen minimahuishoudens vaker een vorm van schulddienstverlening dan huishoudens met een inkomen hoger dan 120 procent Wsm: van alle huishoudens met een hoger inkomen kreeg 0,7 procent hulp bij schulden. Het aantal huishoudens met een vorm van schulddienstverlening is aanzienlijk gedaald ten opzichte van 2016 (109 huishoudens) en 2018 (137 huishoudens). Ook het aantal minimahuishoudens die hulp kregen is ten opzichte van 2016 (55 huishoudens) en 2018 (80 huishoudens) gedaald. 32 procent van de minimahuishoudens die in 2019 in een schulddienstverleningstraject zat heeft thuiswonende kinderen en twee derde is een huishouden met een Nederlandse achtergrond.

Daarnaast heeft 31 procent een bijstandsuitkering. Dit aandeel is sterk gedaald van 56 procent in 2016 naar 31 procent in 2019. Tabel 5.2.1 Inkomensverdeling SDV-gebruikers SDV

2016 Aantal

Minimahuishoudens 16

Overige huishoudens Totaal

%

2018 Aantal

55

50%

54 109

50% 100%

Aandeel SDV t.o.v. alle huish.

%

2019 Aantal

%

80

58%

41

55%

7,0%

57 137

42% 100%

33 7417

45% 100%

0,7% 1,4%

Tabel 5.2.2 Kenmerken minimahuishoudens tot 110% Wsm met SDV 2018

2019

Categorie

2016

Inkomensbron Participatiewet Andere inkomensbron en AOW Totaal

56% 44% 100%

39% 61% 100%

64 143 207

31% 69% 100%

Huishoudtype Huishoudens zonder kinderen Huishoudens met kinderen Totaal

58% 42% 100%

55% 45% 100%

140 67 207

68% 32% 100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Migratieachtergrond Totaal

58% 32% 100%

65% 35% 100%

143 64 207

69% 31% 100%

Wijk Beinum en de Oude Stad De Ooi Molenveld Totaal

29% 38% 33% 100%

36% 35% 29% 100%

70 75 62 207

34% 36% 30% 100%

Aantal

%

16 In 2018 was de inkomensgrens 110 procent Wsm en in 2019 is de inkomensgrens 120 procent Wsm. 17 In 2016 en 2018 is het gebruik van de WSNP ook meegenomen. Dit ontbreekt in 2019.

33

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

6. Enquête: kenmerken respondenten In dit hoofdstuk geven we een overzicht van de kenmerken van respondenten. De helft van de respondenten is 66 jaar of ouder en woont alleen Van de respondenten is 49 procent 66 jaar of ouder. Een derde is tussen de 46 en 66 jaar oud. Iets meer dan de helft woont alleen, 10 procent woont met thuiswonende kinderen onder de 21 jaar. Figuur 6.1.1. Leeftijd en woonsituatie (N=216)

Leeftijd

Woonsituatie Alleenstaand

4%

1% 15%

18 t/m 26 jaar

5%

8%

27 t/m 45 jaar

49% 32%

46 t/m 65 jaar

25%

66 jaar of ouder

54%

5% 2%

Alleenstaand met kinderen <21 Alleenstaand met kinderen 21+ Samenwonend, zonder kinderen Samenwonend, met kinderen <21 Samenwonend, met kinderen 21+ Anders, namelijk

De meeste respondenten hebben een chronische ziekte of beperking Het overgrote deel (91 procent) van de respondenten heeft een chronische ziekte, beperking of handicap. Logischerwijs hebben met name 66-plussers een chronische ziekte of beperking. Iets minder dan een derde van alle respondenten heeft een uitkering van de gemeente. Figuur 6.1.2. Algemene vragen (N=208 & N=188)

Algemene vragen Ja

Nee

Heeft u een chronische ziekte, beperking of handicap?

Krijgt u een uitkering van de gemeente?

91%

30%

34

9%

70%

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

7. Enquête: Minimaregelingen In dit hoofdstuk geven we een overzicht van het gebruik en de kennis van de minimaregelingen. Ook geven we een overzicht van de effecten van de regelingen. De meeste respondenten kennen en gebruiken de tegemoetkoming chronisch zieken Van alle regelingen is de tegemoetkoming chronisch zieken het meest bekend: twee derde van de respondenten kent deze regeling, 59 procent maakt er ook gebruik van. Daarna zijn de kwijtschelding en de collectieve zorgverzekering het meest bekend (bij respectievelijk 62 en 59 procent). De individuele studietoeslag is bij minder dan 10 procent van de respondenten bekend, wat logisch is aangezien de doelgroep voor deze regeling klein en specifiek is (studenten met een arbeidshandicap). Slechts een klein deel van de respondenten (6 procent) maakt van geen enkele regeling gebruik. Het hoge gebruik van de tegemoetkoming chronisch zieken kan worden verklaard door het hoge aandeel respondenten (90 procent) met een chronische ziekte, beperking of handicap. Kijken we specifiek naar deze groep, dan maakt 64 procent daarvan gebruik van de tegemoetkoming, terwijl (slechts) 45 procent gebruikmaakt van de collectieve zorgverzekering van Menzis. Figuur 7.1.1. Gebruik en kennis regelingen (N=135~N=194)

Gebruikt u (of iemand in uw gezin) de minimaregelingen? Ja

Nee, maar ken ik wel

Tegemoetkoming chronisch zieken

Nee

59%

7%

35%

Kwijtschelding

47%

15%

38%

Collectieve zorgverzekering

49%

10%

41%

Bijzondere bijstand

29%

Individuele inkomenstoeslag

28%

Individuele studietoeslag

19%

52%

10%

8%

62% 91%

1%

De regelingen helpen de respondenten vooral bij medische zorg en rekeningen betalen De respondenten is gevraagd waar de regelingen hen bij helpen; 44 procent geeft aan dat de regelingen hen (onder andere) helpen om noodzakelijke medische zorg te krijgen. Bij eveneens 44 procent helpen de regelingen bij het betalen van rekeningen. Onder ‘anders, namelijk’ noemen respondenten nog dat de regelingen hen helpen bij het betalen van hulp in het huishouden, andere zorgkosten en reiskosten. De bijdrage aan noodzakelijke medische zorg zien we nog wat vaker onder gebruikers van de collectieve zorgverzekering (54 procent).

35

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

Figuur 7.1.2. Effect regelingen (N=202)

Waar helpen de regelingen u bij? De noodzakelijke medische zorg krijgen

44%

Rekeningen betalen

44%

Voldoende groente en fruit eten

23%

Huishoudelijke apparaten kopen

17%

Kleren kopen

14%

Meedoen aan sportieve activiteiten

9%

Andere mensen ontmoeten

9%

Vrijwilligerswerk doen

6%

Werken of werk zoeken

4%

Meedoen aan culturele activiteiten

3%

Anders, namelijk:

11%

Respondenten kennen de regelingen vooral via lokale krant of folders De lokale krant of folders zijn de belangrijkste informatiebronnen over de minimaregelingen: een kwart van de respondenten komt op deze manier aan hun informatie over de regelingen. Onder ‘anders, namelijk’ noemen respondenten voornamelijk hun bewindvoerder, hun familie en andere hulpverleners als informatiebron. Figuur 7.1.3. Informatiebron regelingen (N=217)

Hoe komt u aan informatie over de regelingen? Uit de lokale krant of een folder

24%

Via een hulpverlener

19%

Via de website van de gemeente

18%

Via vrienden of kennissen

17%

Via een medewerker van de gemeente

15%

Via Sociaal Raadslieden

9%

Via De Linie

7%

Via Caleidoz

7%

Via de Vraagbaak

2%

Via Santé Maatschappelijk werk

1%

Via een (sport)vereniging

1%

Anders, namelijk

18%

Dat weet ik niet meer

10%

36

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

Respondenten gebruiken regelingen vooral niet omdat zij deze niet kennen Van de respondenten die één of meerdere regelingen niet hebben gebruikt, geeft het grootste deel (40 procent) aan dat dit is omdat zij deze regeling(en) niet kennen. Onder ‘anders, namelijk’ noemen respondenten voornamelijk nog dat zij geen aanspraak maken op deze regeling(en), dat zij herhaaldelijk afgewezen zijn en dat zij de regeling(en) niet nodig hebben. Figuur 7.1.4. Reden geen gebruik (N=152)

Waarom gebruikt u sommige regelingen niet? Ik ken die regelingen niet

40%

Ik weet niet hoe ik de regelingen moet aanvragen

18%

Mijn inkomen is te hoog

15%

Ik heb de regelingen niet nodig

14%

Ik vind het aanvragen moeilijk

11%

Ze passen niet bij wat ik nodig heb

9%

Ik wil niet dat men weet dat ik weinig geld heb

9%

Ik heb moeite met lezen en schrijven

2%

Anders, namelijk:

17%

Een regeling voor sporten wordt het meest gemist De respondenten is gevraagd of zij nog een regeling voor volwassenen missen. 18 procent geeft aan dat hij een regeling voor sporten mist en 17 procent mist een regeling voor leuke activiteiten voor volwassenen en eveneens 17 procent mist een regeling voor reiskosten. Onder ‘anders, namelijk’ noemen sommige respondenten dat zij regelingen missen voor bijvoorbeeld reiskosten naar het ziekenhuis en hun werk, voor zwemmen en voor de sportschool. Figuur 7.1.5. Gemiste regelingen (N=217)

Zijn er regelingen die u mist? Ja, voor sporten

18%

Ja, voor leuke activiteiten voor mijzelf

17%

Ja, voor reiskosten

17%

Ja, voor zorgkosten

14%

Ja, voor cultuur Ja, voor kosten i.v.m. (het zoeken naar) werk

6% 3%

Anders, namelijk

8%

Weet ik niet

24%

Nee

21%

37

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

Toelichting gemiste regelingen voor volwassenen De respondenten konden de regelingen die zij missen toelichten. Hieronder volgt een aantal quotes van de respondenten hierover.

“Door geldgebrek kan ik nooit naar een concert of museum. Zelfs de trein er naartoe kan ik niet betalen. Ook sporten is te duur.” “Ik moet regelmatig reizen naar het verpleeghuis in Oosterbeek waar mijn moeder verblijft, ik zou vaker willen maar ik kan 1 keer per week in verband met de kosten.” “Door mijn medische situatie/ziekte is het beter om te sporten, maar het lidmaatschap is te duur. Ook het reizen en de parkeerkosten van ziekenhuis zijn duur.” “Het zou fijn zijn als je een ouderenkaart hebt en wat leuke dingen kan doen. Een weekendje weg of zo, vakantie, het geld gaat op aan andere dingen.” “Ik zou graag een muziekinstrument spelen.” “De zorgkosten zijn erg hoog, je houdt niets over voor extra dingen zoals sportschoenen (ik loop elke dag).” “Ik heb me altijd goed kunnen redden van de bijstand. Het enige waar ik wel eens hartzeer van had (en me arm door voelde) is als ik bezoek aan familie (ziek) of vrienden eindeloos uitstelde omdat de reiskosten meteen zo'n hap uit het maandbudget namen.”

38

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

8. Enquête: Kindregelingen In dit hoofdstuk geven we een overzicht van het gebruik en de kennis van het Kindpakket, en de effecten van deze regelingen. De meeste respondenten hebben geen thuiswonende kinderen Van alle respondenten heeft 12 procent thuiswonende kinderen die jonger zijn dan 18 jaar. Dit betekent dat de antwoorden in dit hoofdstuk over een kleine groep van 23 respondenten gaan. De meeste respondenten met kinderen maken gebruik van Stichting Leergeld In Doesburg kunnen gezinnen met kinderen en een laag inkomen gebruikmaken van het Kindpakket, een samenwerking tussen Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Van de respondenten met kinderen kent 86 procent Stichting Leergeld, ruim driekwart maakt hier ook gebruik van. Daarnaast kent 70 procent het Jeugdfonds Sport en Cultuur, hoewel minder dan de helft hier gebruik van maakt. Van de respondenten met kinderen die gebruikmaken van het Kindpakket, geeft 71 procent aan dat de regelingen helpen bij het lid worden van een (sport)vereniging. Eveneens 71 procent geeft aan dat de regelingen helpen bij het meegaan op schoolreis of schoolkamp en het aanschaffen van schoolbenodigdheden. Andere dingen waar de regelingen bij helpen (onder ‘anders, namelijk’) zijn kosten voor bijvoorbeeld een fiets, een ID-kaart en een dagje uit. Figuur 8.1.1. Gebruik en kennis regelingen Kindpakket (N=21 & N=23)

Gebruiken uw kinderen de regelingen van het Kindpakket? Ja

Nee, maar ken ik wel

Stichting Leergeld Jeugdfonds Sport en Cultuur

Nee

76%

10%

44%

26%

14%

30%

Figuur 8.1.2. Effect Kindpakket (N=17)

Waar helpen deze regelingen uw kinderen bij? Lid worden van een (sport)vereniging

71%

Meegaan op schoolreis of schoolkamp

71%

Schoolbenodigdheden kopen

71%

Betalen ouderbijdrage activiteiten

59%

Hun verjaardag vieren

41%

Noodzakelijke kleding kopen

29%

Zwemles volgen

24%

Meedoen met andere kinderen

24%

Anders, namelijk

12%

39

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

Sommige dingen zijn te duur voor minimakinderen, vooral kleding en schoenen De respondenten is gevraagd of hun kinderen sommige dingen niet kunnen doen omdat het de duur is. Het vaakst werd genoemd dat het kopen van voldoende kleding en schoenen te duur is (door 38 procent). Onder ‘anders, namelijk’ noemen respondenten nog een dagje weg en een laptop voor school. Ook geven een paar respondenten hier aan dat geen van de genoemde dingen te duur zijn. Figuur 8.1.3. Te duur voor kinderen (N=24)

Kunnen uw kinderen dingen niet doen omdat het te duur is? Voldoende kleding/schoenen kopen

38%

Voldoende groente en fruit eten

29%

Lid worden van een (sport)vereniging

17%

Naar de tandarts of orthodontist

17%

Kleding/spullen kopen voor de (sport)vereniging

13%

Naar een kinderfeestje kunnen gaan

13%

Meedoen met hun vrienden

8%

Zijn/haar verjaardag vieren

8%

Naar het ziekenhuis gaan

4%

De juiste medicijnen krijgen

4%

Anders, namelijk:

29%

Een kindregeling voor reiskosten wordt het meest gemist De respondenten met kinderen is gevraagd of zij nog regelingen missen voor hun kinderen. Bijna 30 procent van deze respondenten mist een regeling voor reiskosten, een kwart mist een regeling voor leuke activiteiten voor hun kinderen. Figuur 8.1.4. Gemiste kindregelingen (N=24)

Zijn er regelingen die u mist voor uw kinderen? Ja, voor reiskosten

29%

Ja, voor leuke activiteiten voor mijn kind(eren)

25%

Ja, voor kosten voor een baby

21%

Ja, voor schoolkosten

17%

Ja, voor inrichten van de babykamer/ kinderkamer

13%

Anders, namelijk

4%

Weet ik niet

21%

40

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

Toelichting gemiste kindregelingen Hieronder volgt een aantal van de toelichtingen die respondenten hebben gegeven bij de vraag of zij regelingen voor hun kinderen missen.

“Doordat alles zo duur is, is er weinig ruimte voor bijvoorbeeld een dagje uit (bijvoorbeeld naar de dierentuin of een pretpark).” “Half augustus verwacht ik een baby en daarvoor heb ik veel spullen nodig.” “Mijn 9-jarig kind behoeft aangepast onderwijs en dit kan alleen geboden worden door een school 10 kilometer buiten Doesburg. Helaas wordt mijn aanvraag voor een tegemoetkoming in reiskosten op alle fronten elk jaar afgewezen. Ik rijd 1060 kilometer per maand naar school.” “Mijn dochter is 14 jaar en door haar longproblemen (astma) is zij niet altijd in staat om te fietsen en het OV is vrij prijzig, vooral als ze in de winter moet reizen.” “Wij zijn al bekend bij Stichting Leergeld maar ik wist niet dat wij iets konden krijgen voor school.”

41

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

9. Enquête: Financiële situatie In dit hoofdstuk beschrijven we de financiële situatie van respondenten. De meeste respondenten kunnen (meestal) rondkomen en hebben geen schulden Bijna 90 procent van de respondenten kan (meestal) rondkomen; 43 procent komt elke maand rond, en 44 procent komt soms wel en soms niet rond. Respondenten die een uitkering van de gemeente krijgen, hebben gemiddeld gezien wat vaker moeite om rond te komen. Daarnaast heeft ongeveer een op de vijf respondenten schulden op het moment van invullen en ook deze groep heeft meer moeite met rondkomen (vaak lukt ze dat niet, of niet altijd). Respondenten tussen de 46 en 66 jaar hebben vaker moeite met rondkomen: 20 procent van deze groep kan elke maand rondkomen, terwijl een kwart nooit kan rondkomen. Figuur 9.1.1. Financiële situatie (N=205 & N=209)

Kunt u elke maand rondkomen? 13%

Ja 43%

44%

Heeft u momenteel schulden? 19% Ja

Soms wel, soms niet Nee

Nee 81%

Respondenten komen veelal niet rond doordat dingen duurder zijn geworden Driekwart van de respondenten die niet (altijd) rondkomt geeft aan dat dit komt doordat veel dingen duurder zijn geworden. Iets meer dan de helft komt niet (altijd) rond door te weinig inkomsten. Ook hoge vaste lasten worden vaak als reden genoemd. Figuur 9.1.2. Redenen niet (altijd) rondkomen (N=117)

Waarom kunt u niet (altijd) rondkomen? Veel dingen zijn duurder geworden

72%

Weinig inkomsten

53%

Hoge vaste lasten

45%

Ik heb schulden

19%

Door een persoonlijke gebeurtenis

19%

Geen overzicht op inkomsten en uitgaven

3%

Weet niet hoe financiële administratie te doen

3%

Ik geef mijn geld te makkelijk uit

1%

Geen zin om financiële administratie te doen

1%

Anders, namelijk

13%

42

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

De meeste respondenten voelen zich beperkt door hun financiële situatie Ruim driekwart van de respondenten geeft aan dat zij dingen niet kunnen doen omdat zij daar geen geld voor hebben. Tegelijkertijd voelt twee op de drie respondenten zich niet arm. Naar mate respondenten meer moeite hebben met rondkomen, zijn zij het vaker eens met onderstaande stellingen. Hierdoor zijn respondenten van tussen de 46 en 66 jaar oud het vaker eens met de stellingen dan respondenten in andere leeftijdscategorieën. Ook mensen met schulden zijn het relatief vaak eens met de stellingen. Kanttekening hierbij is dat het hier om een klein aantal respondenten gaat. Figuur 9.1.3. Stellingen financiële situatie (N=173~N=186)

Stellingen financiële situatie Ja

Nee

Ik kan niet alles doen, omdat ik er geen geld voor heb

78%

Ik maak me zorgen over mijn financiële situatie

22%

48%

Ik voel me arm

52%

33%

67%

Een deel van de respondenten krijgt hulp bij schulden Bijna 30 procent van de respondenten met schulden krijgt hulp van een bewindvoerder. Daarentegen krijgt 40 procent van deze respondenten geen hulp bij hun schulden, voornamelijk omdat zij hun problemen zelf oplossen. Onder ‘andere hulp, namelijk’ noemen respondenten nog dat zij hulp krijgen van Caleidoz, gezinsbegeleiding en de Wsnp. Figuur 9.1.4. Hulp bij schulden (N=38)

Krijgt u hulp bij uw schulden? Ja, van een bewindvoerder

29%

Ja, van de schuldhulpverlening van de kredietbank

5%

Ja, van familie of vrienden

5%

Ja, van de schuldhulpverlening Plangroep

3%

Nee, ik los mijn problemen zelf op

37%

Nee, ik wil geen hulp

3%

Anders, namelijk:

18%

43

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

10. Enquête: Medische kosten In dit hoofdstuk geven we een overzicht van de medische kosten die respondenten maken en de mate waarin zij deze kunnen betalen. Twee derde van de respondenten heeft zorgkosten die niet worden vergoed Het grootste deel (66 procent) van de respondenten heeft zorgkosten die niet worden vergoed door hun zorgverzekering. Hierbij gaat het met name om kosten voor medicijnen. Gezien het feit dat 90 procent van de doelgroep aangeeft een chronische ziekte of beperking te hebben is dit een logische uitkomst. Andere extra zorgkosten die de respondenten zelf noemen zijn (onder andere) voedingssupplementen, alternatieve geneeswijzen, eigen bijdragen en reiskosten naar het ziekenhuis. Figuur 10.1.1. Zorgkosten, niet vergoed (N=217)

Heeft u zorgkosten die niet worden vergoed? Ja, voor medicijnen

34%

Ja, voor bril/ lenzen

25%

Ja, voor de tandarts/ orthodontist

24%

Ja, voor fysiotherapie

12%

Ja, voor alternatieve geneeswijzen

6%

Anders, namelijk:

11%

Nee

34%

De extra zorgkosten bedragen veelal minder dan € 50 per maand Bij iets minder dan de helft van de respondenten met extra zorgkosten bedragen deze kosten niet meer dan € 50 per maand. In de hoogte van de extra zorgkosten is er weinig onderscheid tussen respondenten die de collectieve zorgverzekering wel of niet gebruiken. Naast de extra zorgkosten die men zelf moet betalen, heeft ruim twee derde van de respondenten in 2018 meer dan de helft van het wettelijk eigen risico (€ 385 per jaar) gebruikt. De meeste respondenten hebben vanwege hun zorgvraag dus naast de premie nog extra moeten bijbetalen aan hun zorgkosten. Figuur 10.1.2. Extra zorgkosten en gebruik eigen risico (N=127 & N=204)

Hoeveel extra zorgkosten die niet worden vergoed heeft u per maand? 25%

29%

Welk deel van het eigen risico heeft u in 2018 gebruikt?

€ 0 tot € 25

20%

11%

€ 25 tot € 50

Meer dan de helft

€ 50 tot € 100 € 100 of meer

6%

22%

Minder dan de helft

Dat weet ik niet

Weet ik niet

69%

18%

44

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

Een meerderheid van de respondenten kan de medische kosten betalen Ruim de helft van de respondenten kan hun medische kosten (uiteindelijk) betalen. Iets minder dan een derde betaalt de kosten wel, maar kan ze eigenlijk niet betalen. Opvallend is dat respondenten die de collectieve zorgverzekering gebruiken iets vaker dan gemiddeld moeite hebben met het betalen van hun zorgkosten: 46 procent geeft aan dat zij deze kosten (uiteindelijk) wel kunnen betalen, terwijl 37 procent de kosten wel betaalt maar niet kan betalen. Figuur 10.1.3. Betalen medische kosten (N=207)

Als u kijkt naar alle medische kosten, dan... kan ik die kosten (uiteindelijk) wel betalen

52%

betaal ik die kosten wel, maar eigenlijk kan ik ze niet betalen

31%

kan ik die kosten niet betalen en stel ik de medische zorg uit kan ik die kosten niet betalen, waardoor ik in de schulden kom

7% 1%

weet ik niet of ik die kosten kan betalen

9%

De meeste respondenten mijden de zorg niet ondanks de kosten Bij twee derde van de respondenten komt het nooit voor dat zij zorg (zoals medicijnen ophalen of naar het ziekenhuis gaan) mijden omdat de kosten te hoog zijn. Dit terwijl de meeste respondenten zelf bij moeten dragen aan hun zorgkosten. Iets minder dan een kwart mijdt af en toe zorg vanwege de kosten. Zorgmijding komt wel minder vaak voor onder respondenten die de collectieve zorgverzekering gebruiken: 72 procent van deze respondenten gaat altijd naar de dokter ongeacht de kosten. Respondenten die moeite hebben met rondkomen, zeggen ook vaker dan gemiddeld wel eens zorg te mijden. Figuur 10.1.4. Zorgmijding (N=210)

Mijdt u wel eens medische zorg omdat de kosten te hoog zijn? 3%

7%

Nee, nooit Ja, af en toe

23%

Ja, regelmatig 67%

Ja, eigenlijk voortdurend

45

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

Ruim de helft van de respondenten is tevreden over hun zorgverzekering De respondenten is gevraagd of hun zorgverzekering past bij wat zij nodig (denken te) hebben. Ongeveer de helft (51 procent) van de respondenten vindt dat hun zorgverzekering past bij wat zij nodig hebben. Eén op de vijf vindt dat hun pakket te weinig zorgkosten vergoedt. Respondenten die de collectieve zorgverzekering gebruiken geven vaker aan dat de zorgverzekering past bij wat zij nodig hebben dan respondenten die de collectieve zorgverzekering niet kennen. Deze laatste groep geeft juist iets vaker aan dat hun verzekering te weinig vergoedt. De meeste respondenten (90 procent) kunnen hun zorgpremie altijd op tijd betalen. In totaal lukt 10 procent dit niet altijd; 2 procent heeft een betalingsachterstand. Geen van de respondenten die gebruikmaakt van de zorgverzekering heeft een betalingsachterstand. Figuur 10.1.5. Tevredenheid zorgverzekering en betalen premie (N=208 & N=211)

Lukt het u om uw zorgpremie op tijd te 2% betalen?

Past uw zorgverzekering bij wat u nodig heeft? Ja, dit is precies goed

6%

Ja, dat lukt altijd

8%

24%

51%

Nee, het pakket vergoedt te weinig Nee, het pakket vergoedt te veel

Ik loop soms achter met mijn betalingen

19%

90%

Dat weet ik niet

Ik heb een betalingsachterstand

GarantVerzorgd 3 is het meest gekozen pakket van de collectieve zorgverzekering Van de respondenten die de collectieve zorgverzekering gebruiken, gebruikt het grootste deel het meest uitgebreide pakket (GarantVerzorgd 3, met verzekering eigen risico). Dit pakket is ook bedoeld voor mensen met hoge zorgkosten en past dus bij de groep met een chronische ziekte of beperking. Van de respondenten die deze vraag hebben ingevuld (dat zijn 70 respondenten) maakt 40 procent geen gebruik van de collectieve zorgverzekering. Dit zijn allemaal respondenten met een chronische ziekte of beperking. De grootste reden waarom zij de collectieve zorgverzekering niet gebruiken is dat zij tevreden zijn met hun huidige zorgverzekering. Daarnaast vindt iets minder dan een kwart van deze respondenten de collectieve zorgverzekering van de gemeente te duur.

46

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

Figuur 10.1.6. Gebruik collectieve zorgverzekering (N=70)

Maakt u gebruik van de collectieve zorgverzekering? Ja, het pakket GarantVerzorgd 1

1%

Ja, het pakket GarantVerzorgd 2

16%

Ja, het pakket GarantVerzorgd 3

29%

Ja, maar ik weet niet welk pakket ik heb

11%

Nee, ik heb een andere zorgverzekering afgesloten

40%

Ik weet niet welke zorgverzekering ik heb

3%

Figuur 10.1.7. Reden geen gebruik collectieve zorgverzekering (N=26)

Waarom maakt u geen gebruik van de collectieve zorgverzekering? Ik ben blij met mijn huidige zorgverzekering

42%

Ik vind het te duur Ik kan niet overstappen naar een andere zorgverzekering. Ik vind overstappen naar een andere zorgverzekering te moeilijk Het pakket van de collectieve zorgverzekering past niet bij mijn behoeften

47

23% 19% 8% 8%

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

11. Enquête: Tips en adviezen Aan het eind van de vragenlijst kregen respondenten de gelegenheid om tips en adviezen te geven voor het minimabeleid van de gemeente. 24 procent van de respondenten heeft tips en adviezen gegeven. Deze tips en adviezen zijn in te delen in de volgende categorieën:  

Uitbreiding van het minimabeleid/de regelingen, door extra regelingen of hogere bedragen per regeling (36 respondenten); Meer informatie en (actievere) communicatie vanuit de gemeente (11 respondenten).

Hieronder volgt een aantal van deze tips en adviezen van de respondenten.

“Tip aan de gemeente: pas een beleid toe voor reiskosten naar school, biedt maatwerk en leen geen geld via bijzondere bijstand want dan krijgt iemand nog meer geldproblemen.” “Goed kijken naar wat iemand in de maand binnen krijgt qua loon. Ik vind het raar dat de huur- en zorgtoeslag mee wordt gerekend met de kwijtschelding. Ook heb ik ermee te maken en moet ieder dubbeltje omdraaien.” “Sporten toegankelijker maken voor mensen met een laag inkomen zodat zij bijvoorbeeld een zwemabonnement kunnen krijgen of lid kunnen worden van een sportvereniging.” “Misschien eens wat leuks voor de kinderen. En misschien met meer bedrijven samen werken zodat alleenstaande ouders ook sneller aan een betaalde baan kunnen komen zodat ze uit de bijstand kunnen. Ik heb drie zorgenkindjes en wil zo graag werken en uit de bijstand. “Ik zou graag de aanvraag voor de individuele inkomenstoeslag met hulp van de gemeente willen invullen. Dit levert altijd veel stress op, en mijn hulp daarmee is vorig jaar verdwenen.” “Als ik ergens recht op heb hoop ik dat de gemeente me persoonlijk inlicht en mij helpt met aanvragen.” “Meer adviezen over rechten bijvoorbeeld wanneer de wasmachine stukgaat of bij andere pech. Dat zijn onvoorzienbare kosten.” “Misschien een keer per jaar evalueren of contact leggen met de mensen om te kijken of er iets veranderd is en of ze ergens mee geholpen kunnen worden.”

48

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

Bijlage 1. Methodiek Armoedemonitor Bij dit onderzoek is gebruik gemaakt van registratiegegevens van de verschillende lokale en landelijke regelingen die de gemeente uitvoert. Daarbij gaat het om de volgende voorzieningen: Participatiewet, minimaregelingen en kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Alle brongegevens zijn via encryptie versleuteld aangeleverd zodat ze niet te herleiden zijn tot individuele natuurlijke personen. Onderstaand beschrijven we de wijze waarop het onderzoeksbestand is aangemaakt. Stap 1 In de eerste bewerkingsstap wordt de informatie uit de genoemde registratiebronnen aan het actuele BRP-bestand (dat ook is versleuteld) gekoppeld. Op deze wijze wordt inzichtelijk welke personen gebruik maken of gebruik hebben gemaakt van welke voorziening. Stap 2 In stap 2 wordt aan de hand van de BRP een analysebestand op huishoudniveau gemaakt. We onderscheiden 4 huishoudtypes: alleenstaanden, eenoudergezinnen, meerpersoonshuishoudens met kinderen en meerpersoonshuishoudens zonder kinderen. De operationele definities van deze begrippen treft u verderop in deze verantwoording aan. Stap 3 Het feitelijke gebruik van voorzieningen in het jaar voorafgaand aan het peilmoment van de BRP wordt op huishoudniveau vastgesteld. Indien één persoon binnen het huishouden gebruik heeft gemaakt van een bepaalde voorziening, wordt dit toegerekend naar het hele huishouden.

Statistisch kader In tegenstelling tot wat gangbaar is bij sociaalwetenschappelijk onderzoek is dit rapport gebaseerd op gegevens van de totale bevolkingspopulatie. Dat betekent dat de vermelde aantallen en percentages niet getoetst hoeven te worden op statistische betrouwbaarheid en altijd de feitelijke situatie weergeven. Operationele definitie huishouden Het bepalen van het soort en type huishouden gebeurt aan de hand van gegevens uit de bevolkingsadministratie en wel op de volgende wijze:  indien één persoon op een adres woont, is duidelijk dat er sprake is van een alleenstaande;  personen op één adres waartussen geregistreerde ouder-kindrelaties of echtrelaties bestaan worden tot een gezamenlijk huishouden gerekend;  indien er één meerderjarige op een adres woont met een ouder-kindrelatie tellen we een eenoudergezin;  indien er meer meerderjarige op een adres wonen waarbij één meerderjarige ouder is en er een ouder-kindrelatie bestaat met de andere meerderjarige (en/of minderjarige) tellen we een eenoudergezin;  als er vier of meer meerderjarigen op een adres wonen, gaan we ervan uit dat er meerdere huishoudens op dit adres gevestigd zijn;  indien er drie meerderjarigen zonder echtrelatie op één adres wonen, kijken we naar de gemiddelde leeftijd. Ligt die onder de 27 jaar dan rekenen we iedere persoon als een afzonderlijk (studenten)huishouden.

Ligt deze boven de 27 jaar dan tellen we één meerpersoonshuishouden.  als er minimaal 20 personen op een gezamenlijk adres wonen, registreren we een institutioneel huishouden, tenzij de gemiddelde leeftijd van alle bewoners hoger is dan de AOW-leeftijd. Iedere bewoner wordt dan als afzonderlijk huishouden meegeteld (gehuwden tellen als één huishouden).

49

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

Zelfstandig huishouden Een zelfstandig huishouden bestaat uit een of meer personen die alleen of samen in een woonruimte gehuisvest zijn en zelf in hun dagelijkse levensbehoeften voorzien. Institutioneel huishouden Tot de institutionele huishoudens behoren adressen met minimaal 20 personen, waarbij de gemiddelde leeftijd jonger is dan de AOW-leeftijd. Hiertoe behoren bijvoorbeeld opvangcentra, penitentiaire inrichtingen, kindertehuizen en internaten. In de bevolkingsoverzichten in deze rapportage zijn deze personen meegeteld. In de hoofdstukken waar de inkomensverdeling in termen van huishoudens wordt besproken blijven zij buiten beschouwing. Besteedbaar inkomen (CBS) Besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen verminderd met de premies sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (zoals alimentatie) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting. Het bruto-inkomen omvat winst uit onderneming, bruto-inkomsten uit arbeid, inkomsten uit vermogen en bruto ontvangen overdrachten (zoals AOW, Anw, WAO/WIA, studiefinanciering, kinderbijslag en huursubsidie). Inkomensbron In dit onderzoek worden de termen Participatiewet, AOW en ‘ander’ inkomen gebruikt. Voor de bijstandsgerechtigden is de inkomensbron direct vast te stellen. De AOW-inkomensgrondslag is bepaald op basis van de leeftijd van de huishoudoudste.

De AOW-gerechtigde huishoudens die tevens een aanvullende bijstandsuitkering ontvangen rekenen we eveneens tot deze categorie. Alle overige inkomens zijn vervolgens onder de noemer ‘ander’ inkomen gebracht. Wanneer het inkomen van een huishouden alleen bestaat uit AOW dan wordt het huishouden tot de minimapopulatie gerekend. Berekening van de duur van het minimuminkomen De duur van de periode waarin een huishouden op het minimuminkomen leeft, wordt berekend aan de hand van een combinatie van gegevens uit verschillende bronnen. Een sluitende definiëring in termen van een volledig onafgebroken periode is niet altijd mogelijk. Indien de periode tussen het gebruik van de ene regeling en de andere maximaal 30 dagen is, wordt dit daarom toch als aaneengesloten periode gezien. Wettelijk sociaal minimum Het wettelijk sociaal minimum is de actuele bijstandsnorm voor het betreffende huishoudtype. Deze normbedragen worden halfjaarlijks vastgesteld. Voor AOW-huishoudens is de netto AOWuitkering het normbedrag voor het wettelijke sociale minimum. Herkomst (CBS) Voor bepaling van herkomst wordt gekeken naar het geboorteland van de ouder(s). Iemand met een migratieachtergrond is iemand waarvan minimaal een van de ouders in het buitenland is geboren. Inwoners afkomstig uit Europa, Noord-Amerika, Australië, Japan en Indonesië worden als mensen met een westerse migratieachtergrond gezien.

Andere landen worden gezien als niet-westers.

50

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

Bijlage 2. Bevolkingskarakteristieken In deze bijlage staat een aantal kenmerken van de bevolkingspopulatie, op 31 december van het desbetreffende jaar. Alle huishoudens Onderstaande tabel geeft het aantal inwoners en huishoudens weer. Tabel B2.1 Aantal huishoudens en inwoners Doesburg18 Categorie 2016 2018 Aantal huishoudens 5.220 5.253 Aantal personen 11.318 11.130 Gemiddelde huishoudgrootte 2,2 2,1

2019 5.243 11.037 2,1

Kenmerken Tabel B2.2 Kenmerken alle huishoudens 2016, 2018 en 2019 Categorie

2016

2018

2019

%

%

Aantal

%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal

34% 4% 43% 19% 100%

36% 4% 43% 17% 100%

1.881 189 2.286 887 5.243

36% 4% 43% 17% 100%

Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal

2% 20% 42% 36% 100%

2% 19% 43% 36% 100%

112 940 2.236 1.955 5.243

2% 18% 43% 37% 100%

78% 13%

78% 13%

4.262 511

81% 10%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

9%

9%

100%

Woonplaats Beinum De Ooi De Oude Stad Molenveld Buitengebied Totaal

32% 20% 26% 21% 1% 100%

9%

100%

470 5.243

100%

32% 19% 27% 21% 1% 100%

1.703 1.009 1.384 1.075 72 5.243

33% 19% 26% 21% 1% 100%

18 Alle gegevens in de tabellen in deze monitor zijn gebaseerd op gemeentelijke registratiegegevens, tenzij

anders aangegeven. Landelijke cijfers zijn afkomstig van het CBS.

51

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

Bijlage 3. Kenmerken kinderen In deze bijlage staat een aantal kenmerken van de kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar in de gemeente Doesburg. Kenmerken Tabel B3.1 Kenmerken alle kinderen 2016, 2018 en 2019 2016 2018 Categorie % % Huishoudtype Eenoudergezin 16% 17% Meerpers met kinderen 84% 83% Totaal 100% 100% Leeftijdscategorie Tot 4 jaar 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal

2019 Aantal

%

289 1.479 1.768

16% 84% 100%

16% 43% 41% 100%

16% 41% 43% 100%

287 766 715 1.768

16% 43% 41% 100%

78% 6%

79% 6%

1.398 108

79% 6%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

16%

15%

262

15%

100%

100%

1.768

100%

Woonplaats Beinum De Ooi De Oude Stad Molenveld Buitengebied Totaal

44% 21% 15% 18% 2% 100%

44% 21% 15% 18% 2% 100%

792 360 259 321 36 1.768

45% 20% 15% 18% 2% 100%

52

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

Bijlage 4. Kenmerken minima tot 100% Wsm In deze bijlage geven we kenmerken weer van minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. Tabel B4.1 Aantal huishoudens en inwoners Doesburg Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100%

2016 Aantal 519

% 9,9%

2018 Aantal 470

% 8,9%

2019 Aantal 453

% 8,6%

Overig Totaal

4.701 5.220

90,1% 100%

4.783 5.253

91,1% 100%

4.790 5.243

91,4% 100%

Kenmerken Tabel B4.2 Kenmerken minima tot 100% Wsm 2016, 2018 en 2019 Categorie 2016 2018 2019 Aantal % Inkomensbron Participatiewet 55% 53% 233 52% AOW 22% 21% 97 21% Overig inkomen 23% 26% 123 27% Totaal 100% 100% 453 100% Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal

52% 13% 23% 12% 100%

53% 14% 21% 12% 100%

258 46 95 54 453

57% 10% 21% 12% 100%

27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal

3% 28% 46% 23% 100%

3% 28% 48% 21% 100%

11

2%

119 226 97 453

26% 50% 22% 100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

57% 13% 30% 100%

56% 12% 32% 100%

252 45 156 453

56% 10% 34% 100%

Woonplaats Beinum De Ooi De Oude Stad Molenveld Buitengebied Totaal

20% 34% 16% 30% 100%

18% 37% 15% 30% 100%

96 161 68 128 453

21% 36% 15% 28% 100%

Leeftijdscategorie Tot 27 jaar

53

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

Bijlage 5. Gebruik minimaregelingen naar inkomensbron In deze bijlage wordt per minimaregeling het aantal gebruikers naar inkomensbron weergegeven. Hierbij wordt onderscheidt gemaakt tussen bijstandsgerechtigden en nietbijstandsgerechtigden. Tabel B5.1 Gebruik minimaregelingen naar inkomensbron Regelingen Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering (pakketten tot 110 procent Wsm) Jeugdfonds Sport en Cultuur (kinderen) Stichting Leergeld (kinderen) Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten

54

Aantal

Aantal

bijstands-

Niet bijstands-

Totaal

gerechtigden 144 80 121

gerechtigden 198 109 65

342 189 186

49

72

38 86

76 182

114 286

64

432

496

121

Gemeente Doesburg

Versie 1.2

Bijlage 6. Afkortingen Tabel B6.1 Afkortingenlijst Afkorting AOW Algemene Ouderdomswet BRP Basisregistratie Personen CBS Centraal Bureau voor de Statistiek CPB Centraal Planbureau SHV Schuldhulpverlening VT Vakantietoeslag WIA Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning Wsm Wettelijk sociaal minimum WSNP Wet schuldsanering natuurlijke personen WW Werkloosheidswet ZZP Zelfstandige zonder personeel

55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Doesburg&id=8016b8fc-d0f2-4788-b50d-4c1f8477bb84