Armoedemonitor 2019 KWIZ
Tekst van het document
ARMOEDEMONITOR 2019 GEMEENTE DOESBURG
Armoedemonitor 2019 gemeente Doesburg Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijke armoedebeleid en het gebruik van inkomensondersteunende regelingen in de gemeente Doesburg.
Colofon Opdrachtgever Gemeente Doesburg Datum November 2020 Auteurs Michelle Ellens Tessa Schoot Uiterkamp Databewerking Johan Knol Grafische ondersteuning Senne Trip KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ. 1
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .............................................................................................................................. 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 2 Grafische samenvatting ................................................................................................................. 4 Samenvatting................................................................................................................................. 6 1. Minima in beeld ....................................................................................................................... 12 2. Minimakinderen tot 18 jaar in beeld ........................................................................................ 18 3. Kenmerken naar wijk ............................................................................................................... 23 4. Minimaregelingen .................................................................................................................... 24 5. Wmo en schuldhulpverlening .................................................................................................. 31 6. Enquête: kenmerken respondenten ........................................................................................
34 7. Enquête: Minimaregelingen..................................................................................................... 35 8. Enquête: Kindregelingen ......................................................................................................... 39 9. Enquête: Financiële situatie .................................................................................................... 42 10. Enquête: Medische kosten .................................................................................................... 44 11. Enquête: Tips en adviezen .................................................................................................... 48 Bijlage 1. Methodiek Armoedemonitor ........................................................................................ 49 Bijlage 2. Bevolkingskarakteristieken .......................................................................................... 51 Bijlage 3. Kenmerken kinderen ................................................................................................... 52 Bijlage 4. Kenmerken minima tot 100% Wsm ............................................................................. 53 Bijlage 5. Gebruik minimaregelingen naar inkomensbron ......................................................... 54 Bijlage 6.
Afkortingen .................................................................................................................. 55
1
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
Inleiding Gemeenten hebben de zorgplicht om de leefsituatie en het toekomstperspectief van kwetsbare burgers die in armoede verkeren, te verbeteren. Daarnaast hebben zij de taak en het belang om prikkels te geven aan burgers om zoveel zelfstandig in hun levensonderhoud te laten voorzien. De gemeente heeft zich in het beleidsplan ten doel gesteld om armoede in de gemeente zoveel mogelijk te voorkomen, zodat iedereen kan meedoen aan de samenleving; daarbij voorziet de gemeente in een financieel vangnet indien noodzakelijk. In dit rapport wordt inzicht gegeven in de (omvang van de) minimapopulatie op 31 december 2019. Tevens wordt er door middel van een enquête gemeten in hoeverre de minima de regelingen weten te vinden en in hoeverre het beleid hun helpt om mee te doen aan de samenleving. Opzet Armoedemonitor De Armoedemonitor beschrijft de doelgroep voor het lokale armoedebeleid aan de hand van een aantal kenmerken. Daarnaast brengt de monitor het gebruik en bereik van de verschillende minimaregelingen in beeld. De gegevens over de omvang en samenstelling van de doelgroep geven de situatie per 31 december 2019 weer (peildatum minimapopulatie), op basis van het inkomen op het Wettelijk sociaal minimum1 (Wsm). Het gebruik van de regelingen is gemeten over het jaar 2019. De cijfers worden (waar mogelijk) vergeleken met die van de Armoedemonitor 2018 en 2016.
Onderzoeksmethode Armoedemonitor De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van al haar inwoners. Door gebruik van diverse informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens, maken we een inschatting van het aantal minimahuishoudens op 31 december 2019. Daarvoor zijn registraties van de volgende voorzieningen gebruikt: de Participatiewet, minimaregelingen, collectieve zorgverzekering en kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Tevens zijn voor dit onderzoek de registraties van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en schulddienstverlening (SDV) via Kredietbank Nederland meegenomen. Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld van de omvang en samenstelling van de minimapopulatie, de mate van gebruik van voorzieningen en de overlap in het gebruik van voorzieningen op andere beleidsterreinen. Omdat wij niet over inkomensgegevens van alle inwoners beschikken, is er een groep die, doordat ze geen gebruik maakt van de minimaregelingen, niet in de registratiebestanden voorkomt. Dit betekent dat het feitelijk aantal minima iets hoger ligt dan in deze Armoedemonitor wordt gerapporteerd.
Wanneer we het in deze monitor hebben over minimahuishoudens zijn dit de huishoudens die we in beeld hebben gekregen via de bovenstaande onderzoeksmethode; daarmee hebben ongeveer 90 procent van de minimahuishoudens in de gemeente in beeld. De huishoudens die in beeld zijn op basis van bovenstaande methodiek beschouwen we als doelgroep voor het minimabeleid. De overige circa 10 procent maakt geen gebruik van het minimabeleid en ook niet van andere ondersteuning vanuit de Participatiewet waardoor ze niet als minima bekend zijn bij de gemeente. Het is op basis van de onderzoeksmethodiek ook niet mogelijk om deze groep in beeld te krijgen. Het is mogelijk dat een deel van die groep ook geen gebruik wil maken van gemeentelijke ondersteuning of de minimaregelingen niet kent. De kenmerken van het huishouden zijn gebaseerd op de kenmerken van de oudste persoon in het huishouden.
1 Het wettelijk sociaal minimum (Wsm) is het bedrag dat iemand nodig heeft om van te leven. De hoogte
van dit bedrag hangt af van leeftijd en de leefsituatie. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt het bedrag van de bijstandsnormen (Wsm) jaarlijks vast.
2
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
Onderzoeksmethode enquête De doelgroep van het onderzoek bestaat uit huishoudens die in 2019 een voorziening hadden vanuit de Participatiewet (bijstandsuitkering of AIO) en/of gebruik maakten van een of meerdere minimaregelingen. Dat zijn in totaal 1.041 huishoudens2. De vragenlijsten zijn verstuurd in juni 2020 en inwoners hadden de mogelijkheid om deze online of op papier in te vullen. In de vragenlijst staan de volgende thema’s centraal: Kennis en gebruik van de (kind)regelingen; Effecten van de regelingen; Financiële situatie; Medische kosten. Respons enquête Van de 1.041 huishoudens die zijn aangeschreven, hebben 217 de vragenlijst ingevuld: een respons van 21 procent. Dat is voldoende om betrouwbare uitspraken over de volledige doelgroep te kunnen doen (bij een 90 procent betrouwbaarheidsinterval). Leeswijzer Na de samenvatting waarin de belangrijkste kenmerken van de minimapopulatie visueel worden weergegeven, worden de belangrijkste ontwikkelingen beschreven in de samenvattende analyse. In de daaropvolgende hoofdstukken wordt de minimapopulatie in kaart gebracht, evenals de overlap met de Wmo en schulddienstverlening. In hoofdstuk 6 tot en met 11 wordt per hoofdstuk een thema uit de vragenlijst weergegeven. De bijlagen geven een aantal achterliggende cijfers weer.
Alle landelijke cijfers zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en vergelijking met andere gemeenten wordt gedaan op basis van ervaringscijfers van KWIZ. Daarnaast wordt een aantal achterliggende cijfers weergegeven: kenmerken van alle huishoudens en kinderen, minima tot 100 procent Wsm en aantal huishoudens met een bijstandsuitkering per minimaregeling.
2 Er zijn 1.041 huishoudens aangeschreven voor de vragenlijst. Dit wijkt af van het aantal
minimahuishoudens waarover er in de Armoedemonitor wordt gerapporteerd. Het verschil kan worden verklaard door de peildatum waarop de bestanden zijn samengesteld. Daarnaast zijn de gebruikers van de regeling Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten ook aangeschreven. Om deze regeling aan te vragen geldt een maximale inkomensgrens van 130 procent Wsm. Deze inkomensgrens ligt hoger dan de inkomensgrens waarop in het rapport wordt gerapporteerd.
3
MINIMA IN DOESBURG Aantal minimahuishoudens
11%
van de huishoudens hebben een inkomen tot 120% van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), dit zijn 583 huishoudens.
Inkomensbron Inkomensbronnen van de minimahuishoudens in 2019.
29%
40%
608
583
2018
2019
Bijstand Aantal minimahuishoudens met een bijstandsuitkering in 2019.
Bijstand
233
AOW
21%
Overig
Minimakinderen
15%
van alle kinderen tot 18 jaar groeit op in een huishouden met een inkomen tot 120% Wsm, dit zijn 259 kinderen.
2018
2019
283
259
Langdurige minima 2017 2019
71% 77%
In 2019 heeft 77% van alle minima al 3 jaar of langer een inkomen tot 120% Wsm. In 2018 was dit 71%.
Wijken
Eenoudergezinnen
20%
35%
van alle huishoudens in De Ooi heeft een inkomen tot 120% Wsm. Dit aandeel is hoger dan gemiddeld in de gemeente. Ook in Molenveld (16%) is het aandeel minima hoger dan gemiddeld in de gemeente.
van de eenoudergezinnen (op huishoudniveau) heeft een inkomen tot 120% Wsm. Kinderen in een eenoudergezin groeien ruim vier keer zo vaak op in een minimahuishouden als kinderen in een twee-oudergezin.
Minimaproblematiek
Niet-westerse achtergrond
Wmo-voorzieningen
38%
36% Schulddienstverlening 7%
van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond heeft een inkomen tot 120% Wsm.
Jeugdwet 43% Van alle minimahuishoudens heeft 36% een of meedere Wmo-voorzieningen, 7% een vorm van schulddienstverlening en 43% een indicatie voor de Jeugdwet.
Minimaregelingen
In de volgende figuur staat het bereik per regeling in 2016, 2018 en 2019. Dit is het gebruik van de regeling, afgezet tegen de totale (geschatte) doelgroep.
73% 80% 73%
32% 33% 27%
78% 66% 52%
Kwijtschelding
Bijzondere bijstand
Individuele inkomenstoeslag
2016
2018
29% 26% 21% 28%
Collectieve zorgverzekering
36% 38% 40%
80%
Jeugdfonds Sport & Cultuur
Stichting Leergeld
89%
Tegemoetkoming Chronisch zieken & gehandicapten
2019
*Het bereik van Stichting Leergeld en Tegemoetkoming Chronisch zieken & gehandicapten kan in 2019 niet worden berekend. ** In 2016, 2018 en 2019 (21%) is het bereik berekend van de gebruikers van pakket GV1 en GV2, afgezet tegen de doelgroep tot 110% Wsm. Het bereik van 28% in 2019 de collectieve zorgverzekering is berekend over alle gebruikers van pakket GV1, GV2 en GV3, afgezet tegen de doelgroep tot 130% Wsm.
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
Samenvatting In deze samenvatting staat een aantal kenmerken van de minimapopulatie op 31 december 2019 (huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm) en vergelijken we deze doelgroep voor het minimabeleid met de doelgroep op 1 november 2018. Daarnaast staan in de samenvatting de belangrijkste bevindingen uit de enquête.
S1.1. Bevindingen Armoedemonitor Ontwikkeling minimahuishoudens Op 31 december 2019 heeft de gemeente Doesburg 583 huishoudens in beeld met een inkomen tot 120 procent Wsm. Zij vormen 11,1 procent van alle huishoudens in de gemeente. Dat is een lichte daling ten opzichte van 1 november 2018 (608 minimahuishoudens; 11,5 procent). Deze daling komt doordat het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering is gedaald; van 247 in 2018 naar 233 huishoudens in 2019. Ook in andere gemeenten in het aantal bijstandsgerechtigden gedaald in die periode. De verwachting is overigens wel dat het aantal minimahuishoudens en bijstandsgerechtigden in 2020 zal stijgen als gevolg van de coronacrisis. Het aantal minima dat AOW-gerechtigd is en het aantal minima met een andersoortig inkomen (bijvoorbeeld uit een kleine baan of uit de WW) is nagenoeg gelijk gebleven. De daling van het aantal minimahuishoudens kan dus nagenoeg volledig worden toegeschreven aan de daling van het aantal bijstandsuitkeringen. Het aandeel van 11,1 procent minimahuishoudens ligt hoger dan het gemiddelde dat we bij andere gemeenten met minder dan 50.000 inwoners vinden (6 à 7 procent). De totale populatie minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm schatten we op basis van door ons bewerkte CBS-gegevens op 700 huishoudens.
Dit houdt in dat we dit onderzoek door bestandskoppelingen (naar schatting) 83 procent gedetailleerd in beeld kunnen krijgen. Doelgroepen in beeld Ruim de helft (56 procent) van de minimahuishoudens is alleenstaand. Ook in andere gemeenten is dit veruit de grootste groep minimahuishoudens. Naar leeftijd is de grootste groep tussen de 45 jaar en de AOW-leeftijd en uitgesplitst naar herkomst heeft 59 procent een Nederlandse achtergrond, 31 procent een nietwesterse migratieachtergrond en 10 procent heeft een westerse migratieachtergrond. Tenslotte woont 35 procent van de minimapopulatie in De Ooi en 30 procent in Molenveld. Eenoudergezinnen met kinderen tot 18 jaar hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen; 35 procent van alle 189 eenoudergezinnen in de gemeente heeft een inkomen tot 120 procent Wsm (dat zijn 67 huishoudens). Daarnaast zijn huishoudens tot 45 jaar relatief vaker minima dan huishoudens van 45 jaar en ouder. Naar herkomst zijn huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond oververtegenwoordigd onder minima; 38 procent van alle huishoudens met een dergelijke achtergrond heeft een inkomen tot 120 procent Wsm (179 huishoudens). Dit ligt hoger dan het gemiddelde dat we bij andere gemeenten zien, ongeveer 30 procent. Onder huishoudens met een Nederlandse achtergrond is 8 procent minima.
Tenslotte hebben huishoudens in De Ooi het vaakst een minimuminkomen; één op de vijf huishoudens in De Ooi heeft een minimuminkomen. Langdurige minima 77 procent (450 huishoudens) van alle minimahuishoudens heeft al 3 jaar of langer een inkomen tot maximaal 120 procent Wsm en 11 procent is het afgelopen jaar ‘ingestroomd’ in de minimapopulatie (61 huishoudens). Ten opzichte van 2018 is de groep langdurige minima groter geworden (2018: 71 procent). Ook in andere gemeenten stijgt het aandeel langdurige
6
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
minima. Onder bijstandsgerechtigden is 78 procent langdurige afhankelijk van een minimuminkomen. Eén op de vier langdurige minima heeft de AOW-gerechtigde leeftijd. Minimakinderen tot 18 jaar Op 31 december 2019 heeft de gemeente Doesburg 259 minimakinderen tot 18 jaar in beeld, zij vormen 14,6 procent van alle kinderen in de gemeente. Dit is een daling ten opzichte van 2018 (283 kinderen; 15,4 procent). Het aandeel minimakinderen is weliswaar gedaald, maar ligt nog ver boven het gemiddelde bij andere gemeenten van vergelijkbare grootte (8 à 9 procent). Naar schatting groeien in totaal 285 kinderen tot 18 jaar op in een minimahuishouden, de gemeente heeft daarvan dus 91 procent in beeld. 39 procent (102 kinderen) van de minimakinderen die in beeld zijn groeit op in een huishouden met een bijstandsuitkering en 61 procent groeit op in een huishouden met een andersoortig inkomen. In 2018 groeide 46 procent op in een huishouden met een bijstandsuitkering, dit aandeel is dus (net als het totaal aantal bijstandsgerechtigde huishoudens) gedaald. Kinderen uit eenoudergezinnen zijn oververtegenwoordigd: 40 procent van alle kinderen in de gemeente die opgroeien in een huishouden met één ouder woont in een minimahuishouden. Dat is vier keer zo vaak als kinderen uit een gezin met twee ouders, daarvan woont 10 procent in een minimahuishouden.
Ook kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben meer kans op armoede: 41 procent van alle kinderen met een dergelijke achtergrond woont in een minimahuishouden, tegenover 10 procent van alle kinderen met een Nederlandse achtergrond. Tenslotte is in Molenveld het aandeel minimakinderen hoger dan in de andere woongebieden. Bijna één op de drie kinderen in Molenveld groeit op in een minimahuishouden. Regelingen In de volgende figuur staat het bereik per regeling in 2016, 2018 en 2019. Dit is het gebruik van de regeling, afgezet tegen de totale (geschatte) doelgroep.
In 2019 hebben 342 huishoudens gebruikgemaakt van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Dit betekent dat 73 procent van de doelgroep gebruik heeft gemaakt van deze regeling. Het bereik is iets gedaald ten opzichte van het bereik in 2018 (80 procent). Het gemiddelde bereik in andere gemeenten ligt tussen 70 en 75 procent. 7
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
Het gebruik van de bijzondere bijstand is de laatste jaren redelijk stabiel. In 2019 hebben 189 huishoudens gebruikgemaakt van de bijzondere bijstand, een bereik van 27 procent onder de totale doelgroep. Hiervan hebben 136 huishoudens alleen een verstrekking voor bewindvoeringskosten gekregen. Het bereik van de bijzondere bijstand in de gemeente Doesburg ligt in lijn met het gemiddelde bereik in andere gemeenten (ongeveer 25 procent). In de periode 2016 – 2019 is het bereik van de individuele inkomenstoeslag gedaald van 78 procent naar 52 procent. Ook het aantal gebruikers is afgenomen. Dit terwijl het aantal langdurige minima wel is gestegen. Het bereik in de gemeente Doesburg ligt nog wel in lijn met het gemiddelde bereik van 50 procent in andere gemeenten. In 2019 hebben 278 huishoudens een verzekering afgesloten via de collectieve zorgverzekering. In 2016 waren dit 205 huishoudens. Van deze 278 huishoudens zijn er 121 huishoudens die gebruikmaken van GarantVerzorgd1 of GarantVerzorgd2. Het gebruik van deze pakketten daalt sinds 2016 af (2016: 165 huishoudens, 2018: 138 huishoudens). Het grootste deel van de gebruikers van de collectieve zorgverzekering maakt gebruik van het pakket GarantVerzorgd3, waarin ook het eigen risico wordt vergoedt. In 2019 maken 160 huishoudens gebruik van dit pakket gebruikt, in 2016 waren dit er nog maar 40.
Het totale bereik van de collectieve zorgverzekering komt daarmee op 28 procent van de doelgroep. Het aantal kinderen dat gebruik heeft gemaakt van het Jeugdfonds is in de periode 2016 – 2019 gestegen van 84 kinderen naar 114 kinderen. In 2019 is dit een bereik van 40 procent van de doelgroep. In andere gemeenten bereikt het Jeugdfonds gemiddeld tussen de 35 en 40 procent van de doelgroep. In 2019 hebben 268 kinderen gebruikgemaakt van Stichting Leergeld, in 2018 waren dit 227 kinderen. In 496 verschillende huishoudens hebben een of meerdere personen gebruikgemaakt van de tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. Ten opzichte van 2018 is het gebruik nagenoeg gelijk gebleven3.
Minimaproblematiek Een deel van de minimahuishoudens heeft ook andere ondersteuningsvragen: 36 procent heeft een of meerdere Wmo-voorzieningen, 7 procent is in beeld bij de schulddienstverlening en 43 procent van de minimagezinnen heeft een of meerdere kinderen met een voorziening vanuit de Jeugdwet. Huishoudens in de gemeente die geen minimuminkomen hebben, maken minder vaak gebruik van een of meer van deze voorzieningen. Bij andere gemeenten zien we een gemiddelde overlap van 25 à 30 procent met Wmo, ongeveer 10 procent met de schulddienstverlening en 20 tot 25 procent met de Jeugdwet (op huishoudniveau).
S1.2 Bevindingen enquête Kenmerken van de respondenten Bijna de helft van de respondenten is 66 jaar of ouder, een derde is tussen de 46 en 66 jaar. Meer dan de helft (54 procent) van de respondenten woont alleen, 10 procent heeft thuiswonende kinderen jonger dan 21 jaar. 30 procent heeft een uitkering van de gemeente. Van alle respondenten heeft 91 procent een chronische ziekte, beperking of handicap. Kennis en gebruik van minimaregelingen Van alle minimaregelingen is de Tegemoetkoming chronisch zieken zowel de meeste bekende als de meest gebruikte regeling. Dit komt doordat de meeste respondenten een chronische ziekte, beperking of handicap hebben: bijna twee derde van deze doelgroep maakt gebruik van deze regeling. De kwijtschelding van gemeentelijke 3 In 2018 heeft de gemeente een beredeneerde schatting gedaan van de doelgroep. In 2019 is de
doelgroep onbekend. Hierdoor kan het bereik van de regeling niet worden berekend.
8
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
belastingen en de collectieve zorgverzekering zijn bij meer dan de helft van de respondenten bekend. Iets minder dan de helft van alle respondenten maakt ook gebruik van deze regelingen. De regelingen helpen respondenten vooral om noodzakelijke medische zorg te krijgen en om rekeningen te betalen. De bijdrage aan noodzakelijke medische zorg zien we met name onder gebruikers van de collectieve zorgverzekering. Gevraagd naar eventuele regelingen die men mist, worden het vaakst regelingen voor sporten, voor leuke activiteiten en voor reiskosten genoemd. Als toelichting hierbij geven respondenten aan dat veel dingen (te) duur zijn, en dat zij hoge (zorg)kosten hebben waardoor zij geen geld meer over hebben voor andere dingen. Kennis en gebruik kindregelingen Van alle respondenten heeft 12 procent kinderen jonger dan 18 jaar. In de gemeente Doesburg kunnen gezinnen met kinderen gebruikmaken van het Kindpakket, bestaande uit Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Van de respondenten met kinderen kent 86 procent Stichting Leergeld, 76 procent maakt hier ook gebruik van. Het Jeugdfonds Sport en Cultuur is bekend bij 70 procent van de respondenten met kinderen; 44 procent maakt gebruik van het Jeugdfonds. Deze regelingen helpen kinderen met name om lid te worden van een (sport)vereniging, om mee te gaan op schoolreis en om schoolspullen te kopen.
Sommige dingen zijn nog te duur voor kinderen, met name voldoende kleren en schoenen kopen en voldoende groente en fruit eten. Respondenten missen voor hun kinderen vooral nog een regeling voor reiskosten en (in mindere mate) een regeling voor leuke activiteiten. Hierbij lichten respondenten toe dat veel dingen (zoals uitjes en het openbaar vervoer) te duur zijn, en dat zij hier geen geld voor over hebben door hoge (zorg)kosten. Financiële situatie Het lukt 43 procent van de respondenten om maandelijks rond te komen, 44 procent komt soms wel en soms niet rond. De belangrijkste reden waarom men niet (altijd) rondkomt is dat veel dingen duurder zijn geworden. Ook (te) weinig inkomen en hoge vaste lasten zijn veelgenoemde redenen waarom respondenten (soms) moeite hebben met rondkomen. Een klein deel van de respondenten heeft schulden op het moment van invullen. Ruim driekwart van de respondenten kan niet alles doen omdat zij daar geen geld voor hebben. Iets minder dan de helft maakt zich zorgen over hun financiële situatie. Een kleiner deel (30 procent) van de respondenten voelt zich arm. Medische kosten Twee derde van de respondenten heeft medische kosten die niet worden vergoed door hun zorgverzekering. Hierbij gaat het met name om kosten voor medicijnen. Deze kosten bedragen veelal € 50 of minder per maand.
Naast deze extra zorgkosten heeft 69 procent van de respondenten in 2018 meer dan de helft van het eigen risico moeten betalen. Dit is niet heel verwonderlijk, omdat 90 procent van de respondent aangeeft een chronische ziekte en beperking te hebben, wat uiteraard zorgkosten met zich meebrengt. Ruim de helft van de respondenten (52 procent) kan deze zorgkosten (uiteindelijk) wel betalen, 31 procent betaalt deze kosten wel maar kan deze eigenlijk niet betalen. Bij 23 procent van de respondenten komt het af en toe voor dat zij zorg mijden vanwege de kosten: zij gaan daarom niet altijd naar de dokter of het ziekenhuis. De helft van de respondenten (51 procent) vindt dat hun zorgverzekering past bij wat zij nodig hebben. Respondenten die gebruikmaken van de collectieve zorgverzekering geven nog iets vaker aan dat de verzekering past bij hun behoeften dan respondenten die de collectieve zorgverzekering niet gebruiken. Deze laatste groep geeft juist iets vaker aan dat de verzekering
9
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
te weinig vergoedt. Ook komt zorgmijding vanwege de kosten minder vaak voor onder respondenten die de collectieve zorgverzekering gebruiken. Tips en adviezen Aan het eind van de vragenlijst konden respondenten tips en adviezen achterlaten voor het minimabeleid van de gemeente. Deze tips en adviezen zijn in te delen in twee categorieën. Meer mogelijkheden tot tegemoetkoming en ondersteuning vanuit de gemeente. Hierbij gaat het voornamelijk om meer regelingen en/of hogere tegemoetkomingen om mensen beter te ondersteunen in het dagelijks leven. Ook vinden sommige mensen het aanvragen van regeling te moeilijk, en willen hier (meer) hulp bij; Betere informatie en (actievere) communicatie vanuit de gemeente. Hierbij geven respondenten aan dat zij niet afwisten van (sommige) minimaregelingen, en graag actief benaderd willen worden met informatie waar zij mogelijk recht op hebben.
S1.3 Conclusies Het aandeel minimahuishoudens is hoger dan in andere gemeenten van vergelijkbare grootte. o Het is bijna grootstedelijke problematiek. o Er zijn grote verschillen tussen de wijken, waarbij ook de profielen van de wijken erg verschillend zijn; huishoudsamenstelling, huur/ koopwoningen, etniciteit. Het aandeel minimakinderen ligt, net als het aandeel minimahuishoudens, hoger dan het gemiddelde aandeel minimakinderen in andere gemeenten. o Het gebruik van de kindregelingen is goed te noemen. o Er zijn (naar schatting) ook nog relatief veel minimakinderen die de gemeente niet in beeld heeft. o Grote verschillen tussen de wijken waar kinderen in een minimahuishouden opgroeien. o Hoog gebruik van de Jeugdwet, ook onder niet-minimakinderen. In wijk De Ooi wonen relatief veel minimakinderen met een voorziening vanuit de Jeugdwet. Er zijn veel chronisch zieken en gehandicapten onder minimahuishoudens. o Er is veel overlap met de Wmo. o Het uitgebreide pakket van de collectieve zorgverzekering wordt veel meer gebruikt dan het minst uitgebreide pakket. Weinig ontwikkelingen ten opzichte van 2018. o Aantal huishoudens met bijstandsuitkeringen is, net als landelijk, licht gedaald. o Aantal minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm is nagenoeg gelijk aan 2018. o De groep langdurige minima is groot.
Dat sluit aan bij het feit dat er veel chronisch zieken en gehandicapten zijn, zoals blijkt uit de enquête, en bij het hoge gebruik van de tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. Daarnaast is het gebruik van het meest uitgebreide van pakket GV3 van de collectieve zorgverzekering hoog en maken veel minima ook gebruik van de Wmo. o De gemeente Doesburg gaat vanaf 2021 meer inzetten op preventie. Het lastige met preventie is dat de effecten moeilijk meetbaar zijn. o Landelijk is het aantal minima gestabiliseerd, maar wat de invloed van COVID19 is zal zich moeten uitwijzen. De gemeente heeft duidelijke plannen en heeft een goed overzicht van de kansen en knelpunten in de gemeente. o Het minimabeleid wordt op budgetten gestuurd. De gemeente houdt in de gaten of de budgetten worden overschreden of dat er geld overblijft. Er zijn geen halfjaarlijkse rapportages waarin het minimabeleid inhoudelijk wordt geëvalueerd. Bekendheid regelingen is goed te noemen, maar dit kan verder worden verbeterd. o Minima missen een regeling die reiskosten vergoedt. De bereikbaarheid van Doesburg met het OV is minder goed dan met de auto. Doesburg heeft niet alle voorzieningen, dat houdt in dat minima met het OV moeten reizen en dit brengt
10
Gemeente Doesburg
o
Versie 1.2
kosten met zich mee. Daar komt bij dat Dieren het dichtstbijzijnde treinstations is, dit is relatief ver. De grootste informatiebron over de regelingen zijn berichten uit lokale media of van de consultants.
S1.4 Aanbevelingen Op basis van de bovenstaande resultaten, kan de gemeente Doesburg de volgende aanbevelingen overwegen: Op dit moment is er geen participatieregeling voor volwassenen, terwijl 56 procent van de minima alleenstaande is en nog eens 20 procent een meerpersoonshuishoudens zonder kinderen is. De gemeente kan overwegen om een participatieregeling in te stellen om met name volwassenen in staat te stellen om te participeren in de samenleving. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld via een bijdrage voor maatschappelijke activiteiten, een webshop voor minima of een algemene kortingspas. Maak in het beleid onderscheid tussen kortdurige en langdurige minima en benader beide groepen op een andere manier. De groep langdurige minima (huishoudens die drie jaar of langer afhankelijk zijn van een laag inkomen) is groot, namelijk 77 procent van de minimapopulatie. Zorg ervoor dat deze groep niet groter wordt. Stimuleer het werken voor huishoudens die instromen in de minimapopulatie. Onderzoek mogelijke stimulerende maatregelen voor de overgang van bijstand naar werk. Laat langdurige minima zoveel mogelijk participeren in de maatschappij. Onderzoek welke behoeften deze specifieke doelgroep heeft en beidt daarmee ondersteuning op maat. Versimpelen van de procedures voor cliënten met bijstand die bijverdienen.
Hierbij kan bijvoorbeeld gewerkt gaan worden met regelvrije of regelarme experimenten waarbij mensen een deel van de bijverdiensten mogen behouden. Dit kan afhankelijk worden gesteld van de uitgangspositie van de desbetreffende inwoner. Het gebruik en bereik van de individuele inkomenstoeslag is in de periode 2016 – 2019 gedaald. Dit terwijl het aantal langdurige minima stijgt. Onderzoek of hier een verklaring voor is. Is de aanvraagprocedure eenvoudig genoeg en wordt de regeling genoeg onder de aandacht gebracht? 38 procent van de huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond heeft een minimuminkomen en 41 procent van alle kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond groeit op in een minimahuishouden. Huishoudens met een nietwesterse migratieachtergrond maken gemiddeld van meer regelingen gebruik dan huishoudens met een andere achtergrond. Er is bij deze huishoudens behoefte aan de ondersteuning die de gemeente biedt, maar ze blijven afhankelijk van een minimuminkomen. Onderzoek wat de behoeften van deze groep zijn en hoe zij uit de minimapopulatie kunnen stromen. Het bereik van Jeugdfonds stijgt, maar er is nog ruimte om het bereik van de regeling te verhogen. Onderzoek of de regeling nog meer onder de aandacht kan worden gebracht om het bereik te verhogen.
De wijze waarop Stichting Leergeld uitvoering geeft aan het gemeentelijke minimabeleid is breder dan zoals het vanuit de gemeente geformuleerd is. De doelgroep voor Stichting Leergeld zou moeten bestaan uit kinderen tussen de 4 en 18 jaar die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Er zijn in 2019 echter verstrekkingen gedaan aan kinderen die buiten de doelgroep vallen. Evalueer het beleid en de uitvoering van het beleid met Stichting Leergeld.
11
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
1. Minima in beeld De gemeente Doesburg hanteert voor het minimabeleid verschillende inkomensgrenzen; de inkomensgrenzen liggen tussen 100 procent en 130 procent van het Wettelijk sociaal minimum. In dit hoofdstuk beschrijven we de kenmerken en ontwikkelingen van de minimapopulatie met een inkomen tot 120 procent Wsm.
1.1. Gemeente heeft naar schatting 83 procent van de doelgroep in beeld De Armoedemonitor brengt de minimahuishoudens in kaart op basis van bestanden van diverse registraties waarin minima voorkomen. Minima die in geen enkele registratie voorkomen, en die dus van geen enkele regeling of voorziening voor inwoners met een laag inkomen gebruikmaken, ontbreken daardoor in de Armoedemonitor. De gemeente heeft deze minima zelf ook niet in beeld (ze maken immers nergens gebruik van). Met behulp van de KWIZ Index hebben we een schatting gemaakt van de totale minimapopulatie in de gemeente. Deze Index is gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en gemeentelijke gebruikscijfers. Naar schatting hebben 470 huishoudens in de gemeente een inkomen tot 100 procent Wsm en in totaal 700 huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat is 13 procent van alle huishoudens in de gemeente en dat ligt aanzienlijk hoger dan het gemiddelde aandeel minima van 7 procent in gemeenten met maximaal 50.000 inwoners. De gemeente heeft 583 minima met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld (vanaf paragraaf 1.2 gaan we nader op deze groep in), dat is 83 procent van alle (geschatte) minima. Er zijn 117 minimahuishoudens niet in beeld, omdat deze groep van geen enkele regeling gebruik maakt. Tabel 1.1.1 Schatting aantal minima tot 120 procent Wsm Inkomenspercentage t.o.v.
Wsm Tot 100% Tot 120%
In beeld in Armoedemonitor 453 583
Schatting totaal aantal minima 470 700
Tabel 1.1.2 Schatting inkomensbronnen alle minima Inkomensbron minima tot 120% Wsm Participatiewet AOW WW-ontvangers Arbeidsongeschikten Inkomen uit arbeid Inkomen uit eigen onderneming Totaal
Aantal
Aandeel
233 140 50 127 100
33% 20% 7% 18% 14%
50
7%
700
100%
In de rest van dit hoofdstuk gaan we in op de minimahuishoudens die de gemeente in beeld heeft: 583 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm.
1.2. Aantal minimahuishoudens is gedaald Tussen 1 november 2018 en 31 december 2019 is het aantal minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm dat de gemeente in beeld heeft gedaald van 608 naar 583 huishoudens. Deze 583 huishoudens vormen 11,1 procent van alle huishoudens in de gemeente Doesburg (in 2018 was dit 11,5 procent). Dit aandeel ligt hoger dan het aandeel minimahuishoudens in andere gemeenten tot 50.000 inwoners (gemiddeld 7 procent).
12
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
Zowel het aantal huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm is gedaald (van 470 naar 453) als het aantal huishoudens met een inkomen tussen 100 en 120 procent Wsm (van 138 naar 130). Net als landelijk is in de gemeente Doesburg het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering afgenomen, van 247 naar 233 huishoudens. De verwachting is overigens wel dat het aantal minimahuishoudens en bijstandsgerechtigden in 2020 zal stijgen als gevolg van de coronacrisis. In 2019 hebben 233 huishoudens een bijstandsuitkering, dit is 40 procent van de totale minimapopulatie. In andere gemeenten ligt dit aandeel gemiddeld tussen 45 en 50 procent. De gemeente Doesburg heeft iets meer huishoudens met een overig inkomen dan gemiddeld; 39 procent (gemiddeld in andere gemeenten is dit ongeveer 30 procent). Tabel 1.2.1 Huishoudens naar inkomen in Doesburg Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% 100% tot 110% 110% tot 120% Subtotaal
2018 Aantal % 470 8,9% 70 1,3% 68 1,3 608 11,5%
2019 Aantal % 453 8,6% 45 0,9% 85 1,6% 583 11,1%
Overig Totaal
4.713 5.253
4.660 5.243
89,8% 100%
88,9% 100%
Tabel 1.2.2 Inkomensbron minima, inkomen tot 120% Wsm Inkomensbron Participatiewet AOW Ander inkomen Totaal
2018 Aantal % 247 41% 124 20% 237 39% 608 100%
2019 Aantal % 233 40% 121 21% 229 39% 583 100%
1.2.2. Toename alleenstaanden, daling aantal minimahuishoudens met kinderen 56 procent van alle minimahuishoudens is een alleenstaand huishouden en een kwart van de minimahuishoudens heeft thuiswonende kinderen onder de 18 jaar (142 huishouden, 24 procent). Vergeleken met 2018 is het aandeel alleenstaanden gestegen en het aandeel minimahuishoudens met thuiswonende kinderen licht gedaald. Bijna de helft (48 procent) van de minimahuishoudens is tussen de 45 jaar en AOW-leeftijd en een op de vijf heeft de AOW-gerechtigde leeftijd. Naar herkomst heeft 59 procent een Nederlandse achtergrond, heeft 31 procent een niet-westerse migratieachtergrond en heeft 10 procent een westerse migratieachtergrond. Het aandeel minimahuishoudens met een nietwesterse migratieachtergrond is ten opzichte van 2018 gestegen (2018: 28 procent). Tenslotte is het aandeel minima het hoogst in het woongebied De Ooi (35 procent), gevolgd door Molenveld (30 procent).
13
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
Figuur 1.2.1. Aandeel minima per huishoudtype
Aandeel minima per huishoudtype Minima
Alleenstaand
Niet-minima
van de 1.881 alleenstaanden
17%
Eenoudergezin
van de 189 eenoudergezinnen
35%
van de 2.286 meerpersoonshuish zonder kinderen
Meerpers zonder kinderen 5% Meerpers met kinderen
van de 887 meerpersoonshuis met kinderen
8%
Figuur 1.2.2. Aandeel minima per herkomst
Aandeel minima per herkomst Minima
Nederlandse achtergrond
Westerse migratieachtergrond
Niet-westerse migratieachtergrond
Niet-minima
van de 4.262 huishoudens met een Nederlandse achtergrond
8%
van de 511 huishoudens met een westerse migratieachtergrond
11%
38%
van de 470 huishoudens met een nietwesterse migratieachtergrond
Gemiddeld gezien hebben eenoudergezinnen en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker dan andere huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm (zie laatste kolom “Aandeel minima t.o.v. alle huishoudens en figuren 1.2.1 en 1.2.2). Ruim een derde van alle eenoudergezinnen in de gemeente Doesburg heeft een inkomen tot 120 procent Wsm. Onder alleenstaanden is dit 17 procent. Van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond heeft 38 procent een minimuminkomen, onder huishoudens met een Nederlandse achtergrond is dit 8 procent. Van alle woongebieden is het aandeel minima het hoogst in De Ooi, gevolgd door Molenveld. Van alle huishoudens in De Ooi heeft een op de vijf een minimuminkomen, in Molenveld heeft 16 procent van de huishoudens een minimuminkomen.
14
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
Figuur 1.2.3. Aandeel minimahuishoudens per wijk
Verdeling naar kenmerken In de volgende tabel staat de verdeling naar diverse kenmerken. We vergelijken de minimapopulatie met alle huishoudens in de gemeente om zo per kenmerk het aandeel minima te kunnen weergeven (in de kolom ‘Aandeel minima t.o.v. alle huish.’). Tabel 1.2.3 Kenmerken minima, inkomen tot 120% Wsm Aandeel Categorie
2018 Aantal
2019 %
Aantal
minima %
t.o.v. alle huish.
Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal
319 77 127 85 608
52% 13% 21% 14% 100%
324 67 117 75 583
56% 11% 20% 13% 100%
17% 35% 5% 8% 11%
Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal
22 176 286 124 608
4% 29% 47% 20% 100%
17 163 282 121 583
3% 28% 48% 21% 100%
15% 17% 13% 6% 11%
15
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
Aandeel Categorie
2018 Aantal
2019 %
Aantal
minima %
t.o.v. alle huish.
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal Woongebied Beinum De Ooi De Oude Stad Molenveld Buitengebied4 Totaal
357 78
59% 13%
346 58
59% 10%
8% 11%
173
28%
179
31%
38%
608
100%
583
100%
11%
117 220 91 180 608
19% 36% 15% 30% 100%
118 201 88 176
20% 35% 15% 30% 100%
7% 20% 6% 16%
583
11%
* leeswijzer: van de 583 minimahuishoudens is 56 procent (324 huishoudens) alleenstaand. Afgezet tegen alle alleenstaande huishoudens in de gemeente laat de laatste kolom zien dat 17 procent daarvan een minimuminkomen heeft. Onder eenoudergezinnen is dat 35 procent.
1.3. Ruim driekwart van de minimahuishoudens is langdurig minima In 2019 behoorden 450 minimahuishoudens (77 procent) tot de langdurige minima (tabel 1.3.1). Dit zijn minima die drie jaar of langer zijn aangewezen op een inkomen tot maximaal 120 procent Wsm. Ten opzichte van 2018 is het aantal en aandeel langdurige minima gestegen (2018: 431 huishoudens, 71 procent). Gemiddeld zien we in andere gemeenten een aandeel van 65 tot 70 procent van de minimapopulatie dat langdurige minima is. In andere gemeenten zien we ook een stijging van het aantal langdurige minima. Er is relatief weinig nieuwe instroom in de minimapopulatie. Tegelijkertijd komen de huishoudens die tot de minimadoelgroep behoren, moeilijk uit de situatie waardoor ze langdurig op een minimuminkomen zijn aangewezen. De populatie langdurige minima bestaat voor 40 procent uit huishoudens met een bijstandsuitkering en bijna 60 procent is alleenstaand. Een op de vier langdurige minima heeft de AOW-leeftijd en 59 procent heeft een Nederlandse achtergrond. Gemiddeld gezien zijn minima met AOW en huishoudens zonder kinderen vaker langdurig op een minimuminkomen aangewezen dan minima met andere kenmerken (zie kolom “Aandeel langdurige minima t.o.v. alle minima). Tabel 1.3.1 Huishoudens naar langdurigheid in Doesburg Duur op minimuminkomen Tot en met 1 jaar 1 tot en 3 jaar 3 jaar en langer Totaal
2018 Aantal % 38 6% 139 23% 431 71% 608 100%
2019 Aantal % 61 11% 72 12% 450 77% 583 100%
4 Omdat in het buitengebied geen minima wonen, laten we dit gebied in de rest van de rapportage buiten
beschouwing.
16
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
Tabel 1.3.2 Kenmerken langdurige minima, inkomen tot 120% Wsm Categorie
Aandeel langdurige
2019
minima t.o.v. alle
Aantal
%
Inkomensbron Participatiewet AOW Ander inkomen Totaal
181 111 158 450
40% 25% 35% 100%
78% 92% 69% 77%
Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal
260 43 96 51 450
58% 10% 21% 11% 100%
80% 64% 82% 68% 77%
Leeftijdscategorie 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal
118 221 111 450
26% 49% 25% 100%
66% 78% 92% 77%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal
265 49 136 450
59% 11% 30% 100%
77% 84% 76% 77%
17
minima
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
2. Minimakinderen tot 18 jaar in beeld In dit hoofdstuk geven we het aantal kinderen tussen 0 en 18 jaar weer dat opgroeit in een minimahuishouden.
2.1. De gemeente heeft 91 procent van de minimakinderen in beeld In hoofdstuk 1 is een schatting gegeven van alle minimahuishoudens in de gemeente (op basis van de KWIZ Index). In dit hoofdstuk beginnen we met een schatting van alle kinderen tot 18 jaar die opgroeien in een minimahuishouden. Vervolgens gaan we in op de kenmerken van de minimakinderen die de gemeente (op basis van de bestandskoppeling in de Armoedemonitor) daadwerkelijk in beeld heeft. Naar schatting groeien 180 kinderen tot 18 jaar in de gemeente op in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm en in totaal 285 kinderen in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat is 16,1 procent van alle kinderen tot 18 jaar in de gemeente en dat ligt aanzienlijk hoger dan met het gemiddelde aandeel minimakinderen van 8 à 9 procent in gemeenten met maximaal 50.000 inwoners. De gemeente heeft 259 minimakinderen tot 18 jaar uit huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld (vanaf paragraaf 2.2 gaan we nader op deze groep in), dat is 91 procent van alle (geschatte) minimakinderen. Er zijn 26 minimakinderen niet in beeld, omdat deze groep van geen enkele regeling gebruik maakt. De groep minimakinderen die de gemeente niet in beeld heeft is kleiner dan de groep minimahuishoudens die niet in beeld zijn. Dit komt omdat de kindregelingen over het algemeen een groot deel van de doelgroep bereiken.
Hierdoor zijn de minimakinderen beter in beeld. Schatting aantal minimakinderen tot 120 procent Wsm Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% Tot 120%
In beeld in Armoedemonitor 171 259
Schatting totaal aantal minima 180 285
In de rest van dit hoofdstuk gaan we in op de minimakinderen die de gemeente in beeld heeft.
2.2. Daling aantal minimakinderen Tussen 1 november 2018 en 31 december 2019 is het aantal minimakinderen dat bij de gemeente in beeld is gedaald van 283 naar 259 kinderen. Dit zijn kinderen tot 18 jaar die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Het totaal aantal minimahuishoudens met kinderen tot 18 jaar is ten opzichte van 2018 ook licht gedaald (van 162 huishoudens naar 142 huishoudens). De groep van 259 minimakinderen vormt 14,6 procent van alle kinderen in de gemeente Doesburg. Dit ligt aanzienlijk hoger dan in vergelijkbare gemeenten (gemiddeld 8 à 9 procent). De daling van het aantal minimakinderen komt door een daling van het aantal minimakinderen in huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm. Deze daling is ook te zien bij de minimahuishoudens tot 100 procent Wsm. Toch blijft dit de grootste groep minimakinderen; 171 kinderen. Het aantal minimakinderen dat opgroeit in een huishouden met een inkomen van net boven de bijstandsnorm is gelijk gebleven. Het aandeel kinderen in een gezin met een bijstandsuitkering is gedaald en het aandeel kinderen uit een gezin met een andersoortig inkomen is juist gestegen.
Van de 259 minimakinderen die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm, groeit 39 procent (102 kinderen) op in een huishouden met een bijstandsuitkering en groeit het grootste deel (157 kinderen; 61 procent) op in een huishouden met een andersoortig inkomen.
18
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
Tabel 2.2.1 Aantal kinderen in (minima)huishoudens Inkomenspercentage 2018 t.o.v. Wsm Aantal % Tot 100% 195 10,6% 100 tot 110% 57 3,1% 110 tot 120% 31 1,7% Totaal tot 120% 283 15,4%
2019 Aantal % 171 9,7% 4 0,2% 84 4,8% 259 14,6%
Overig Totaal
1.509 1.768
1.562 1.845
84,6% 100%
85,4% 100%
Tabel 2.2.2 Inkomensbron kinderen in minimahuishoudens, inkomen tot 120% Wsm 2018 Aantal % 130 46% 148 52% 283 100%
Inkomensbron Participatiewet Ander inkomen of AOW Totaal
2019 Aantal % 102 39% 157 61% 259 100%
2.3. Stijging aantal kinderen uit huishoudens met niet-westerse migratieachtergrond De meeste kinderen (55 procent) wonen in een gezin met twee volwassenen. Dit aandeel is nagenoeg gelijk gebleven aan 2018. 53 procent van de minimakinderen heeft een Nederlandse achtergrond, 41 procent heeft een niet-westerse migratieachtergrond en 6 procent heeft een westerse migratieachtergrond. Het aandeel kinderen met een Nederlandse achtergrond is gedaald (2018: 56 procent) en het aandeel minimakinderen met een niet-westerse migratieachtergrond is juist gestegen (2018: 37 procent). Naar woongebied vinden we de meeste minimakinderen in De Ooi en Molenveld (beide 36 procent). Kinderen in eenoudergezinnen groeien vier keer zo vaak op in een minimahuishouden als kinderen in een huishouden met twee volwassenen (respectievelijk 40 procent tegenover 10 procent). Met andere woorden: twee op de vijf kinderen in een eenoudergezin groeit op in een minimahuishouden. Ook naar herkomst zijn de verschillen groot: 10 procent van alle kinderen met een Nederlandse achtergrond woont in een minimahuishouden, tegenover 41 procent van alle kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond. Verder hebben kinderen in Molenveld de meeste kans om in armoede op te groeien: 29 procent van alle kinderen in Molenveld woont in een minimahuishouden. In De Ooi is dit 26 procent. Figuur 2.3.1.
Aandeel minimakinderen per huishoudtype
Aandeel minimakinderen per huishoudtype Minima
Eenoudergezin
Meerpers met kinderen
Niet-minima
van de 289 kinderen in eenoudergezinnen
40%
van de 1.479 kinderen in meerpersoonshuishouden
10%
19
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
Figuur 2.3.2. Aandeel minimakinderen per herkomst
Aandeel minimkinderen per herkomst Minima
Niet-minima
Nederlandse achtergrond
10%
van de 1.398 kinderen met een Nederlandse achtergrond
Westerse migratieachtergrond
14%
van de 108 kinderen met een westerse migratieachtergrond
Niet-westerse migratieachtergrond
41%
van de 262 kinderen met een nietwesterse migratieachtergrond
Figuur 2.3.3. Aandeel minimakinderen per wijk, inkomen tot 120% Wsm
20
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
Tabel 2.3.2 Kenmerken minimakinderen, inkomen tot 120% Wsm Aandeel Categorie
2018 Aantal
2019 %
Aantal
minima %
t.o.v. alle huish.
Huishoudtype Eenoudergezin Meerpers met kinderen Totaal
131 152 283
46% 54% 100%
116 143 259
45% 55% 100%
40% 10% 15%
Leeftijdscategorie Tot 4 jaar 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal
36 130 117 283
13% 46% 41% 100%
32 128 99 259
12% 50% 38% 100%
11% 17% 14% 15%
159 19
56% 7%
137 15
53% 6%
10% 14%
105
37%
107
41%
41%
283
100%
259
100%
15%
68 106 11 98 283
24% 37% 4% 35% 100%
67 92 6 94 259
26% 36% 2% 36% 100%
8% 26% 2% 29% 15%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal Woongebied Beinum De Ooi De Oude Stad Molenveld Totaal
2.4. Een op de drie minimakinderen tot 18 jaar krijgt hulp vanuit de Jeugdwet Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp. Bijvoorbeeld hulp aan huis bij problemen in het gezin, maar ook bij psychische en gedragsproblemen van kinderen en jongeren. De voorzieningen vanuit de Jeugdwet lopen dan ook zeer uiteen, van ambulante hulp en dagbehandeling tot jeugdbescherming en verblijf. In 2019 hebben 326 kinderen tot 18 jaar een voorziening vanuit de Jeugdwet (JW) gekregen, dat is 18 procent van alle kinderen in de gemeente Doesburg. De meeste kinderen krijgen een vorm van ambulante jeugdhulp (190 kinderen), gevolgd door jeugd-GGZ (163 kinderen). Van alle minimakinderen krijgen 82 kinderen hulp vanuit de Jeugdwet; dat is 32 procent van alle minimakinderen. Daarvan woont twee derde in een eenoudergezin en de andere 35 procent woont in een huishouden met twee ouders. 65 procent van de minimakinderen die in de Jeugdwet zitten heeft een Nederlandse achtergrond en 35 procent heeft een migratieachtergrond. Ook onder minimakinderen zijn ambulante jeugdhulp (49 kinderen) en jeugd-GGZ (38 kinderen) de meest voorkomende vormen van jeugdhulp.
Minimakinderen in eenoudergezinnen en minimakinderen met een Nederlandse achtergrond hebben vaker een voorziening vanuit de Jeugdwet dan minimakinderen met andere kenmerken (respectievelijk 46 procent en 39 procent) (zie laatste kolom “Aandeel minimakinderen in JW t.o.v. alle minimakinderen). De 82 minimakinderen in de Jeugdwet wonen in 61 huishoudens. Dit betekent dat in 43 procent van alle minimahuishoudens een of meerdere kinderen in de Jeugdwet zit. Bij andere gemeenten is dit gemiddeld 20 tot 25 procent van de minimahuishoudens. 21
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
Tabel 2.4.1 Aantal kinderen in Jeugdwet naar huishoudinkomen Categorie Minimakinderen5 Overige kinderen Totaal
2018 Aantal Aandeel 53 17% 256 83% 309 100%
2019 Aantal Aandeel 82 25% 244 75% 326 100%
Aandeel Jeugdwet 32% 16% 18%
Tabel 2.4.2 Gebruik Jeugdwet naar soort voorziening 2019 Soort Met verblijf Ambulant Jeugd GGZ Overig Totaal
Alle kinderen tot 18 jaar
Minimakinderen tot 18 jaar
Aantal
Aantal
20 190 163 72 326
Aandeel 6% 58% 50% 22% 100%
6 49 38 30 82
Aandeel 7% 60% 46% 37% 100%
2019 Aantal Aandeel 61 22% 221 78% 282 100%
Aandeel Jeugdwet 43% 24% 26%
Tabel 2.4.3 Aantal huishoudens in Jeugdwet naar huishoudinkomen Categorie Minimahuishoudens Overige huishoudens Totaal
2018 Aantal Aandeel 47 16% 245 84% 292 100%
Tabel 2.4.4 Kenmerken kinderen in de Jeugdwet, inkomen tot 120% Wsm Aandeel minimakinderen in 2019 Categorie JW t.o.v. alle Aantal Aandeel minimakinderen Inkomensbron Participatiewet 33 40% 32% Ander inkomen 49 60% 31% Totaal 82 100% 32% Huishoudtype Eenoudergezin Meerpers met kinderen Totaal
53 29 82
65% 35% 100%
46% 20% 32%
Leeftijdscategorie Tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal
50 32 82
61% 39% 100%
31% 32% 32%
Herkomst Nederlandse achtergrond Migratieachtergrond Totaal
53 29 82
65% 35% 100%
39% 24% 32%
5 In 2018 was de inkomensgrens 110 procent Wsm en in 2019 is de inkomensgrens 120 procent Wsm.
22
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
3. Kenmerken naar wijk In dit hoofdstuk geven we een aantal kenmerken per wijk weer. Uit de Armoedemonitor blijkt dat de verschillen per wijk groot zijn. In de wijk Molenveld wonen relatief gezien meer kinderen tot 18 jaar die opgroeien in een minimahuishouden dan in de andere wijken (respectievelijk 29 procent van alle kinderen in de wijk) en vaker dan het gemiddelde in de gemeente Doesburg (15 procent van alle kinderen in de gemeente). In de wijk Beijnum wonen gemiddeld 2,1 kinderen per minimagezin. Dit is meer dan in de andere wijken. In de wijken De Ooi en Molenveld wonen gemiddeld 1,7 kinderen per minimagezin. Van alle minimakinderen in de wijk De Ooi krijgt 35 procent hulp vanuit de Jeugdwet, dit is vaker dan in de andere wijken. Relatief gezien hebben huishoudens in de wijk De Ooi vaker een inkomen tot 120 procent Wsm dan in de andere wijken en vaker dan het gemiddelde in de gemeente Doesburg (11 procent). Van alle huishoudens in de wijk De Ooi heeft 20 procent een minimuminkomen. Van de 201 minimahuishoudens in de wijk De Ooi heeft 42 procent een bijstandsuitkering. Daarnaast heeft 37 procent van alle minimahuishoudens in deze wijk een of meerdere voorzieningen vanuit de Wmo. Dit aandeel is iets hoger dan in de andere wijken in de gemeente Doesburg.
In de wijk De Oude Stad vinden we (zowel absoluut als relatief) minder minimahuishoudens en minder kinderen die opgroeien in een minimahuishouden dan in de andere wijken. Tabel 3.1.1 Kenmerken per wijk naar huishoudinkomen, gemeente Doesburg Categorie % minimakinderen per wijk in beeld Aantal minima kinderen in beeld Aantal minimagezinnen in beeld Gemiddeld aantal kinderen tot 18 jaar per minimagezin % minimakinderen met Jeugdwet
Beinum
De Ooi
De Oude Stad
Molenveld
Totaal gemeente
8%
26%
2%
29%
15%
67
92
6
94
259
32
53
3
54
142
2,1
1,7
2,0
1,7
1,8
31%
35%
-%6
26%
32%
% minima per wijk in beeld Aantal minima % minima met bijstand
7%
20%
6%
16%
11%
118 42%
201 42%
88 42%
176 36%
583 40%
% minima met Wmo
31%
37%
36%
35%
36%
6 In de wijk De Oude Stad ligt het aantal kinderen met Jeugdwet laag. In verband met hun privacy geven
we hier geen informatie over weer.
23
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
4. Minimaregelingen In dit hoofdstuk geven we het gebruik en bereik weer van de verschillende minimaregelingen. Het gebruik is gemeten over het gehele jaar 2019. Het bereik is het gebruik van de regeling afgezet tegen de totale doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft). Het bereik wordt vergeleken met het bereik in voorgaande jaren en met dat in andere gemeenten.
4.1. Bereik minimaregelingen
In 2019 hebben 342 huishoudens gebruikgemaakt van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Dit betekent dat 73 procent van de doelgroep gebruik heeft gemaakt van deze regeling. Het bereik is iets gedaald ten opzichte van het bereik in 2018 (80 procent). Het gemiddelde bereik in andere gemeenten ligt tussen 70 en 75 procent. Het gebruik van de bijzondere bijstand is de laatste jaren redelijk stabiel. In 2019 hebben 189 huishoudens gebruikgemaakt van de bijzondere bijstand, een bereik van 27 procent onder de totale doelgroep. Van de 189 huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de bijzondere bijstand hebben 136 huishoudens alleen een verstrekking voor bewindvoeringskosten gekregen, en verder geen andere verstrekkingen vanuit de bijzondere bijstand. Het bereik van de bijzondere bijstand in de gemeente Doesburg ligt in lijn met het gemiddelde bereik in andere gemeenten (ongeveer 25 procent). In de periode 2016 – 2019 is het bereik van de individuele inkomenstoeslag gedaald van 78 procent naar 52 procent. Ook het aantal gebruikers is afgenomen. Dit terwijl het aantal langdurige minima wel is gestegen. Het bereik in de gemeente Doesburg ligt nog wel in lijn met het gemiddelde bereik van 50 procent in andere gemeenten. In 2019 hebben 278 huishoudens een verzekering afgesloten via de collectieve zorgverzekering. In 2016 waren dit 205 huishoudens.
Van deze 278 huishoudens zijn er 121 huishoudens die gebruikmaken van GarantVerzorgd1 of GarantVerzorgd2. Dit zijn de pakketten met een inkomensgrens tot 110 procent Wsm. Het gebruik neemt sinds 2016 telkens af (2016: 165 huishoudens, 2018: 138 huishoudens). Ook het bereik neemt af; in 2016 was het bereik 29 procent van de doelgroep, in 2019 is dit 21 procent. Het grootste deel van de gebruikers van de collectieve zorgverzekering maken gebruik van het pakket GarantVerzorgd3. Het pakket dat toegankelijk is voor huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm en waarin het eigen risico wordt vergoed, is in 2019 door 160 huishoudens gebruikt. Dit gebruik is in de periode 2016 – 2019 juist aanzienlijk gestegen; van 40 huishoudens in 2016 naar 160 huishoudens in 2019. Het bereik van alle huishoudens die gebruikmaken van de collectieve zorgverzekering is 28 procent van de doelgroep (doelgroep: alle huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm). Het aantal kinderen dat gebruik heeft gemaakt van het Jeugdfonds is in de periode 2016 – 2019 gestegen van 84 kinderen naar 114 kinderen. In 2019 is dit een bereik van 40 procent van de doelgroep. In andere gemeenten bereikt het Jeugdfonds gemiddeld tussen de 35 en 40 procent van de doelgroep. In 2019 hebben 268 kinderen gebruikgemaakt van Stichting Leergeld, in 2018 waren dit 227 kinderen.
In 2019 hebben 496 huishoudens gebruikgemaakt van de tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten; 664 personen. Ten opzichte van 2018 is het gebruik nagenoeg gelijk gebleven7.
7 In 2018 heeft de gemeente een beredeneerde schatting gedaan van de doelgroep. In 2019 is de
doelgroep onbekend. Hierdoor kan het bereik van de regeling niet worden berekend.
24
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
Gebruik en bereik regelingen Tabel 4.1.1 Gebruik en bereik regelingen 2016, 2018 en 2019 Regeling Kwijtschelding Doelgroep Gebruik Bereik
2016
2018
2019
519 381 73%
470 374 80%
470 342 73%
Bijzondere bijstand Doelgroep Gebruik Bereik
628 199 32%
608 202 33%
700 189 27%
Individuele inkomenstoeslag Doelgroep Gebruik Bereik
250 198 78%
303 200 66%
357 186 52%
Collectieve zorgverzekering Pakketten tot 110% Wsm (GV1, GV2) Doelgroep Gebruik Bereik
563 165 29%
540 138 26%
575 121 21%
Alle pakketten tot 130% Wsm (GV1, GV2, GV3) Doelgroep Gebruik Bereik
-8 205 -
261 -
1.0009 278 28%
Jeugdfonds Sport en Cultuur Doelgroep kinderen 0 tot 18 jaar Gebruik Bereik
230 84 36%
247 95 38%
285 114 40%
Stichting Leergeld Doelgroep kinderen 0 tot 18 jaar Gebruik Bereik
-
283 227 80%
-10 268 -
Nb. 352 -
575 509 89%
Nb.11 496
Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten Doelgroep (schatting) Gebruik huishoudens Bereik
8 De doelgroep tot 130 procent Wsm is voor 2016 en 2018 niet berekend in de vorige onderzoeken. Deze
doelgroep kunnen we in dit rapport daarom ook niet weergeven. 9 Met behulp van de KWIZ Index hebben we de doelgroep met een inkomen tot 130 procent Wsm geschat. 10 De doelgroep voor Stichting Leergeld bestaat uit kinderen tussen de 4 en 18 jaar die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Echter zijn er ook verstrekkingen gedaan aan kinderen die buiten de doelgroep vallen. Hierdoor kan de doelgroep en het bereik niet worden weergegeven. 11 In 2018 heeft de gemeente een beredeneerde schatting gedaan van de doelgroep. In 2019 is de doelgroep onbekend. Hierdoor kan het bereik van de regeling niet worden berekend.
25
Gemeente Doesburg
Versie 1.2
4.2. Cumulatief gebruik Minimahuishoudens kunnen in totaal van zeven regelingen gebruikmaken (zie tabel 3.1.1). Vijf daarvan zijn bedoeld voor volwassenen en twee regelingen zijn uitsluitend gericht op kinderen. In onderstaande tabel we weer van hoeveel regelingen minima gebruikmaken. Daarbij kijken we zowel naar het totaal van zeven regelingen, als apart naar het gebruik van de vijf regelingen voor volwassenen en het gebruik van de twee regelingen voor kinderen (uiteraard gaat het daarbij alleen om minimagezinnen met kinderen). Van de 700 minimahuishoudens in de gemeente maakt 22 procent van geen enkele regeling gebruik. Dat zijn 156 huishoudens (inclusief de huishoudens die niet in beeld zijn). De meeste huishoudens maken gebruik van twee regelingen. Er zijn 75 huishoudens die van vier of meer regelingen gebruikmaken. Kijken we specifiek naar de regelingen voor volwassenen, dan zien we dat ook daar een grote groep huishoudens van meerdere regelingen gebruikmaakt. 41 procent van de minimahuishoudens met kinderen maakt van geen enkele regeling voor kinderen gebruik. Tabel 4.2.1 Cumulatief gebruik minimaregelingen, minimahuishoudens tot 120% Wsm Aantal regelingen 0 1 2 3 4 5 6 7 Totaal Gemiddeld per huishouden