CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

WRP gemeente Dinkelland.pdf

Gemeenteraad 22 oktober 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 10: Voorstel inzake vaststellen Water- en Rioleringsprogramma 2025-203022.297 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2020 265,60

2021 265,60

2022 265,60

2023 265,60

2024 280,60

21,30 308,20

21,30 308,20

21,30 308,20

21,30 308,20

21,30 308,20

In het GRP 2019- 2024 is de koers doorgezet om de woonlasten voor de inwoners niet teveel te laten stijgen. Dinkelland: De rioolheffing was in 2018 €. 262,- en in het GRP was geadviseerd om een jaarlijkse stijging van €, 5,- plus indexatie door te voeren. De rioolheffing in 2024 bedraagt € 281,-,jaarlijks is dit opnieuw berekend. Met name door achterblijvende investeringen en daardoor lagere lasten is het tarief lager gebleven dan is voorgesteld in het vigerende GRP.

In onderstaande grafiek is te zien wat de werkelijke rioolheffing is geweest en wat was voorgesteld in het GRP, gerekend met de CBS index uit de GWW-sector.

Speerpunten uit de interviews in de aanloop naar het WRP

De belangrijkste punten uit de interviews zijn: » Buitengebied: problemen met regenwater op drukrioolsystemen,daardoor veel storingen. Ook illegale lozingen (zoals mest). Plan voor maken. » Lozingen op oppervlaktewater vanuit IBA’s leidt soms tot problemen (vervuiling), veel vieze watergangen. » Behoefte aan beheerplannen, protocollen/handboek, duidelijke afspraken over wat te doen. Ook behoefte aan meerjarige beheerplanen. » Meldingen en klachten analyseren, zodat hier preventief aan gewerkt kan worden (technisch of communicatief). Mensen worden mondiger/brutaler, meer reden om duidelijk te communiceren. Door social media wordt iets ook snel groot. » Apart budget voor grondwater opnemen. » Flyers in bus van monteurs met veel voorkomende problemen (zoals foutieve aansluitingen op het drukriool). » Meer capaciteit voor gegevensbeheer. » Inrichting terrein (vooraf) in overleg, wadi’s zijn niet altijd mogelijk. Als wel wadi’s gekozen worden dan moet wellicht het terrein ook anders ingericht worden (in overleg met beheerafdeling). » Zorg over kennis in de hoofden van collega’s die een keer met pensioen gaan. Plan voor maken. » WRP moet basis zijn (ook juridisch) voor alle werkzaamheden. Hoe we dingen doen als gemeente. Duidelijkheid is gewenst. ‘Wie doet wat goed’ benoemen.

» Haalbaar programma maken, ambities wel benoemen, maar praktisch uitvoerbaar en haalbaar programma opnemen, zodat er niet heel veel budgetten (kredieten) open blijven staan. » Goede afspraken over kostenverdeling maken (met de andere afdelingen).

» » » » » »

» » » » »

Buitengebied belangrijk ook in kader van KRW en Natura 2000 en in relatie tot PPLG en NPLG. Raakvlakken benoemen en beschrijven wie waarover gaat (gemeente, waterschap of provincie). Behoud van groen bij projecten meer prioritiet (ook gevraagd door gemeenteraad). Inrichting van openbare ruimte/groen in overleg, kansen benutten. Locaties van gemalen ed in overleg. Biodiversiteit steeds belangrijker thema, ook daarom behoud van groen. Vakgebied wordt steeds complexer. Integraal werken met andere disciplines, maar ook met duurzaamheid, energie, burgerparticipatie. Er is een visie voor landelijk gebied in oprichting, afstemming hierover en raakvlakken benoemen. De drie RWZI’s in de gemeenten hebben een KRW- opgave. Kijken hoe we dat kunnen optimaliseren (door bv af te koppelen). Voor RWZI Tubbergen komt voor de zomer een afvalwaterakkoord. Consequenties meenemen in WRP. RWZI Ootmarsum is vernieuwd en RWZI Denekamp wordt vernieuwd voor 2028. Sanitatie buitengebied in toekomst (bv bij ontwikkelingen), opnemen hoe we daarmee omgaan. Ook afstanden ed benoemen. Ook eisen van huidige systemen opnemen. Klimaatmaatregelen uitwerken en opnemen. Behoefte aan een meetplan/programma. Komt hoogstwaarschijnlijk weer een meetverplichting (vanuit EU-norm), alvast op voorsorteren. Maar ook voor eigen inzicht wenselijk te meten. Communicatie komt structureel terug. Intern en extern.

Om bewoners te informeren (preventief en bij problemen), maar ook collega’s: wie doet wat, integrale aanpak begint bij weten wat we doen van elkaar. Vaker afstemmen.

Artikel 2.16 Omgevingswet:

1. Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer: Lid 1.a.3 - de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, 2. Op grond van het eerste lid, onder a, onder 3°, wordt stedelijk afvalwater ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringtechnisch werk als dat vrijkomt: a. op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten als bedoeld in de richtlijn stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool, b. op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaar vuilwaterriool. 3. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt.

Afvalwaterbeleid voor woningen binnen de bebouwde kom

» »

» »

»

Gemeenten hebben de plicht om afvalwater in te zamelen binnen de bebouwde kom. Zie artikel 2.16 van de Omgevingswet. Voor lozers geldt binnen de bebouwde kom een vrijwel volledig lozingsverbod richting bodem en oppervlaktewater. Dit was geregeld in Artikel 7 en Artikel 10 Blah, het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Onder de nieuwe wetgeving van de Omgevingswet is dit geregeld in de Bruidsschat voor het omgevingsplan. Dit beleid geldt vanwege de volksgezondheid en bewoonbaarheid. Afvalwater in de leefomgeving kan aanleiding geven tot ziekten. Gemeenten hebben beleidsvrijheid om de Bruidsschat aan te passen. ͧ Het lozingsverbod geldt niet als de riolering op meer dan 40 meter afstand ligt vanaf de kavelgrens (zie Blah). ͧ Het lozingsverbod kan tijdelijk worden opgeheven met een maatwerkvoorschrift als er sprake is van een aanwezige zuiveringsvoorziening die nog niet is afgeschreven (zie Blah). Beide bovengenoemde punten leiden samen tot de conclusie dat in de bebouwde kom aansluiting op de riolering vrijwel altijd verplicht is. Voor woningen met focus op duurzaamheid, circulariteit en/of het zogenaamde “off-grid” streven, gelden dezelfde regels. Er geldt binnen de bebouwde kom een lozingsverbod voor afvalwater naar de bodem en/of het oppervlaktewater. Het afzien van een aansluiting op de riolering kan als er geen afvalwater vrijkomt uit de woning.

Dit is in de huidige manier van wonen vrijwel ondenkbaar. Experimenteel kun je denken aan het volgende: ͧ De woning is niet aangesloten op het drinkwaternet. Aansluiting op het drinkwaternet leidt hoogstwaarschijnlijk tot grote hoeveelheden afvalwater en dat wil je juist niet.

ͧ

De woning heeft een droog toilet met separate opvang en verwerking van de droge en de natte fractie. Fecaliën zijn nuttig in te zetten in de tuin. Urine heeft potentie voor verwerking. ͧ De woning heeft geen bad of douchevoorziening. Bad en douche gaan gepaard met grote hoeveelheden afvalwater. Wil je zonder riolering, dan kun je beter denken aan een centrale badplaats in de buurt en niet per woning. ͧ De woning heeft geen wasmachine. Een wasmachine leidt tot een grote hoeveelheid afvalwater met zeepresten. Wil je zonder riolering, dan kun je beter kiezen voor een centrale wasserette. ͧ De keuken heeft water uit een kleine voorziening zoals jerrycan. Een klein beetje afvalwater uit de keuken kan worden benut voor plantenbakken in huis of in de tuin. » Lid 3 van artikel 2.16 van de Omgevingswet geeft een opening voor alternatieve systemen: In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt. ͧ Opgemerkt moet worden dat recent in Almere Oosterwold slechte ervaringen zijn opgedaan met individuele systemen voor afvalwater in een woongebied.

Gemeente en waterschap zijn teruggekomen op hun toestemming en eisen alsnog aansluiting op de riolering.

Afvalwaterbeleid voor niet-woningen binnen de bebouwde kom

»

»

Bedrijven Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater inzamelt dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. De gemeente en het waterschap treden hierin gezamenlijk op en kunnen nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven of deze weigeren of beëindigen. Evenementen Voor evenementen geldt de plicht om afvalwater op verantwoorde wijze in te zamelen. De verantwoordelijkheid ligt bij de organisator, die een oplossing zoekt in overleg met gemeente en waterschap. In sommige gevallen kan er direct worden geloosd op putten, maar het kan ook zijn dat het afvalwater per as wordt afgevoerd naar de zuivering. Soms zie je innovaties zoals gescheiden inzameling van urine.

»

Boten Een varende boot wordt niet gezien als woning en kan niet worden aangesloten op de riolering. Lozing van afvalwater op oppervlaktewater is echter wel verboden. De bestuurder van de boot dient er op toe te zien dat afvalwater wordt geloosd op een geschikte locatie. De gemeente ontvangt het afvalwater vanuit een haven net zoals een bedrijfsmatige lozing. De eigenaar/beheerder van een haven is verantwoordelijk voor een inzamelsysteem in de haven.

»

Gebouwen zonder afvalwater Diverse gebouwen hebben in principe geen afvalwater, zoals trafohuisjes zonder drinkwater en garageboxen zonder drinkwater. Deze behoeven geen verplichte aansluiting op de riolering.

Afvalwaterbeleid in het buitengebied

Onderstaand het beleid voor afvalwater voor woningen en nietwoningen buiten de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom is niet vanzelfsprekend riolering aanwezig. De gemeente bepaalt, veelal in overleg met waterschap en provincie of in een gebied riolering wordt aangelegd of niet. Deze keuze is doorslaggevend voor de situatie van de lozer: » Als er riolering in de buurt is, dan valt de lozer onder een lozingsverbod. Zie de afstandscriteria hieronder. De lozer zal dan veelal kiezen voor aansluiting op de riolering onder voorwaarden die de gemeente daaraan stelt. Soms is afvoer per as of lozing in de mestkelder een alternatief. » Is er geen riolering in de buurt, dan is een IBA (individuele zuivering) toegestaan, van waaruit het gezuiverde water wordt geloosd in de bodem of op het oppervlaktewater. Ook hier kan afvoer per as of de mestkelder een alternatief zijn. Het beleid wordt als volgt uitgewerkt: » De gemeente hanteert in het buitengebied een gebiedsgerichte benadering. Dit komt erop neer dat per gebied wordt bekeken of riolering zinvol is of niet. Dit hangt af van de aantallen lozers, de lozingshoeveelheden en de kwetsbaarheid van het gebied voor de toepassing van individuele zuiveringen. De begrenzing van de gebieden en de keuze om al of niet riolering aan te bieden wordt in de planperiode gemaakt door de gemeente in overleg met het waterschap.

Provincie verleent geen ontheffing meer van de zorgplicht (met invoering van de Omgevingswet). ͧ In gebieden met riolering geldt voor afvalwater een lozingsverbod in de bodem. In overleg met het waterschap geldt tevens een lozingsverbod voor afvalwater op oppervlaktewater.

Lozen van huishoudelijk afvalwater of daarop gelijkend bedrijfsafvalwater in de bodem of op oppervlaktewater is alleen toegestaan als de riolering verder weg ligt dan: ٠ 40 m bij lozingen tot en met 10 i.e. ٠ 100 m bij lozingen van 11 tot 25 i.e. ٠ 600 m bij lozingen van 25 tot 50 i.e. ٠ 1500 m bij lozingen van 50 tot 100 i.e. ٠ 3000 m bij lozingen van 100 tot 2000 i.e. ٠ Deze afstandscriteria zijn afkomstig uit artikel 3.4 van het Activiteitenbesluit en krijgen opvolging in de Bruidsschat voor het omgevingsplan. ͧ In gebieden zonder riolering is een individuele voorziening voor de zuivering van afvalwater (IBA) vereist. Afhankelijk van de soort en hoeveelheid afvalwater worden hieraan eisen gesteld. ͧ Veranderende omstandigheden kunnen voor de gemeente aanleiding geven om extra riolering aan te leggen. Een gebied verandert dan van de status “zonder riolering” naar “met riolering”. Aansluiten op de riolering wordt daarmee verplicht. Eventueel wordt een overgangstermijn in acht genomen om bestaande goed functionerende IBA’s eerst af te schrijven. ͧ De uitwerking per gebied en perceel wordt opgenomen in het Omgevingsplan. » Riolering in het buitengebied betreft meestal drukriolering, een stelseltype waarmee grote afstanden kunnen worden overbrugd. Daarnaast zijn andere systemen mogelijk zoals vacuüm of luchtpersriool.

» Het lozen van hemelwater of grondwater of oppervlaktewater op de (druk)riolering is verboden omdat het systeem dan overbelast raakt. Dergelijke overbelasting treedt soms op bij de pompunit op de betreffende locatie maar soms ook op andere plekken dan de lozingslocatie doordat pompen elkaar wegdrukken.

Beleid voor nieuwe aansluitingen of grotere lozingen op bestaande riolering

»

» »

Hoofdregel is dat een bouwwerk zodanige voorzieningen voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater moet hebben dat het water zonder nadelige gevolgen voor de volksgezondheid is af te voeren. Deze bepaling uit het Bouwbesluit 2012 is overgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Regels voor de terreinriolering komen terug via artikel 22.12 van de Bruidsschat voor het omgevingsplan. Met een algemene regel of met een maatwerkvoorschrift wordt bepaald op welke plaats, op welke hoogte en met welke afmeting moet worden aangesloten met de voorzieningen voor afvalwater en hemelwater. Afvalwater moet op de perceelsgrens met een huisaansluiting op 70 cm beneden maaiveld aan de gemeente aangeboden worden. De gemeente brengt kosten in rekening voor een nieuwe aansluiting op de riolering. Dit kan via de grondexploitatie of via een individuele overeenkomst of via een verordening eenmalig aansluitrecht. Gemeente Dinkelland werkt met een individuele overeenkomst. Er wordt een forfaitair bedrag gehanteerd. In 2024 bedraagt het tarief €9.000 voor een woning en werkelijke kosten voor een bedrijf voor aansluiting op drukriool. In onderstaan de tabel staan alle tarieven voor nieuwe aansluitingen. Voor de aanvrager zijn er daarnaast de kosten voor de aansluitleiding op het eigen terrein.

Voorgesteld wordt om deze bedragen te indexeren vanaf prijspeil 2020 naar huidig prijspeil (CBS GWW-sector) en vervolgens jaarlijks te indexeren.

Aansluiting op vrijverval riolering Een enkele aansluiting op het riool (standaard) 10m: Een dubbele aansluiting op het riool (gescheiden stelsel) 10m: Meerprijs voor extra meters: Meerprijs voor zagen door asfalt Meerprijs voor eventuele bronnering: Aansluiting op drukriolering Een aansluiting op het drukriool: Aanpassen bestaande aansluiting Vergroting of vernieuwing van bestaande aansluiting wordt gerealiseerd op basis van werkelijk gemaakte kosten. Grote lozingen Voor lozingen groter dan 1m3 per dag (± 8 personen) zowel binnen als buiten stedelijke gebieden is maatwerk vereist.

€950,€1.600,€60,€850,€500,€9.000,-

Kosten, inclusief aansluiting en rioleringsaanpassingen, worden in rekening gebracht, gebaseerd op geselecteerde aannemers en gemeentelijke eisen voor duurzame werking op lange termijn. »

Voor lozingen groter dan 1 m3/dag, dus meer dan een normale huishoudelijke lozing, geldt dat de eventuele kosten die gemaakt worden om het stelsel geschikt te maken voor deze grotere lozing, in rekening worden gebracht bij de initiatiefnemer. Denk hierbij aan een grotere leiding, rioolgemaal met dubbele pompen en extra elektronica. Dit geldt zowel voor nieuwe lozingen als voor bestaande lozingen die worden uitgebreid.

Afvalwaterbeleid bij nieuwe aanleg in uitbreidingswijken

In uitbreidingswijken wordt nieuwe riolering aangelegd. Dit gebeurt in opdracht van de gemeente, in overleg met het waterschap, in zijn rol als waterbeheerder en in zijn rol als zuiveringsbeheerder. De hoofdregel is dat de gemeente gaat over de stelselkeuze en zorgt voor de bekostiging van de riolering. Het afvalwater wordt door de gemeente getransporteerd naar een bestaand overnamepunt. Het waterschap is verantwoordelijk voor eventuele aanpassingen vanaf het overnamepunt. Bij grote uitbreidingsplannen kan een nieuw overnamepunt aan de orde zijn. Ook dan is het overnamepunt de grens tussen de verantwoordelijkheid van de gemeente en die van het waterschap. Let op: dit tekstkader gaat over het beleid voor afvalwater bij nieuwbouw. Daarnaast moet bij uitbreidingsplannen worden stilgestaan bij keuzes voor klimaatadaptatie, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater.

Voor lozingen op de riolering geldt het volgende beleid

»

Er geldt een zorgplichtbeginsel voor afvalwaterlozingen, zie artikel 2.1 Activiteitenbesluit: ͧ Het voorkomen van het ontstaan van afvalwater; ͧ Het gescheiden houden van verschillende soorten water. ͧ Het voorkomen of beperken van bodemverontreiniging op het perceel; ͧ Het voorkomen of beperken van oppervlaktewaterverontreiniging en grondwater vanaf het perceel; ͧ Het beschermen van de doelmatige werking van de voorzieningen voor afvalwaterbeheer, zoals de riolering en de zuivering; ͧ Geen lozingen zoals olie en vet in het riool. Bij horeca, garages en andere lozers van olie- en vethoudend afvalwater is een olieen vetafscheider verplicht. ͧ Geen afvalwater lozen in het hemelwaterriool. ͧ Geen hemelwater lozen in het afvalwaterriool. ٠ Hemelwater mag bij een gemengd rioolstelsel worden afgevoerd via hetzelfde riool als het afvalwater. Het heet dan geen afvalwaterriool, maar riool voor stedelijk afvalwater. ٠ Soms wordt hemelwater vanaf een risicovol oppervlak (bv spoelplaats) bewust afgevoerd via hetzelfde riool als het afvalwater ook al is er geen gemengd stelsel maar een

» »

gescheiden stelsel. Hiermee moet terughoudend worden omgegaan omdat anders het afvalwaterstelsel overbelast raakt en gaat functioneren als gemengd stelsel. Beter is om zo’n oppervlak hydrologisch te isoleren met een dak. Het beleid is uitgewerkt in specifieke eisen aan lozingen op de riolering. Deze worden via de zogenaamde Bruidsschat opgenomen in het gemeentelijk omgevingsplan. Voor de meeste lozingen op de riolering is de gemeente bevoegd gezag. De Omgevingsdienst voert taken uit in opdracht van de gemeente. Het waterschap heeft een adviserende rol. Voor lozingen op oppervlaktewater is het waterschap bevoegd gezag.

Beleid tegen foutaansluitingen

Er zijn 3 soorten foutaansluitingen die verschillende problemen veroorzaken: » Er is in de bebouwde kom afvalwater aangesloten op het hemelwaterstelsel. Er vindt er een ongezuiverde lozing plaats, herkenbaar aan stank en grijzig water bij het lozingspunt. » Er is in de bebouwde kom hemelwater aangesloten op het afvalwaterstelsel. De riolering kan dan overbelast raken bij neerslag. Het afvalwater treedt uit bij een gebouw of bij een nood-overstort. Ook kunnen volgende stelsels en de RWZI overbelast raken. » Er is in het buitengebied hemelwater aangesloten op de drukriolering. Het systeem raakt hiervan overbelast en er treden storingen op, soms op de locatie met de foutaansluiting, maar soms ook pas verderop. Bij het vermoeden van foutaansluitingen wordt de volgende werkwijze gehanteerd: » Eerst inschatten hoe groot de problematiek is, al of niet in overleg met de waterbeheerder en met de zuiveringsbeheerder ͧ bijvoorbeeld grijs water bij de lozingspunten van het hemelwaterstelsel. ͧ Bijvoorbeeld een drukrioolunit of een gemaal voor afvalwater dat duidelijk meer draait als er neerslag valt. » Onderzoeken welke opsporingstechniek in de gegeven omstandigheden het beste past. De afgelopen jaren zijn meerdere technieken op de markt gekomen om foutieve aansluitingen op te sporen.

Communicatietraject ingaan waarbij je de eigenaren of bewoners eerst aanspreekt op de ongewenstheid van foutieve aansluitingen en daarbij laat merken dat de gemeente desnoods met juridische middelen kan ingrijpen. Veelal blijkt dat de mensen onbewust foutief lozen en meewerken aan opsporing en herstel. » Het feitelijke opsporingsonderzoek. Dit is vaak arbeidsintensief speurwerk. » Herstel van foutieve aansluitingen. Dit hoort in principe op kosten van de eigenaar. Soms voelt de gemeente zich betrokken bij het ontstaan van de foutieve aansluitingen. Zij kan er voor kiezen om het te bekostigen vanuit de rioolgelden en het te zien als verbeteringsmaatregel voor de bestaande riolering. » Medewerking van de eigenaar en eventuele gebruiker van een pand is veelal vereist. Als een eigenaar of gebruiker niet wil meewerken, dan kan het juridische traject worden bewandeld. Juridische aanpak kan: ͧ via het bouwspoor vanwege een foutieve aansluiting, uitgaande van NEN3215 die is opgenomen in het Bouwbesluit 2012, afdeling 6.4. ͧ via het milieuspoor vanwege een ontoelaatbare lozing, uitgaande van het Besluit lozing afvalwater huishoudens die lozing of infiltratie van afvalwater verbiedt als een vuilwaterriool in de buurt is. »

Thematische uitwerking met principes voor het hemelwaterbeleid

»

»

Schoonhouden Hemelwater is vrijwel schoon als het valt. De opgave is om dit zo te houden. Onderstaande keuzes dragen bij aan het schoonhouden van hemelwater. ͧ Vermijd het gebruik van uitlogende materialen, zoals on-gecoate metalen. ͧ Houdt hemelwater zoveel mogelijk bovengronds. Zichtbaarheid bevordert een zorgvuldige omgang met het water zonder ongewenste lozingen. ͧ Vermijd activiteiten die afstromend hemelwater verontreinigen. Dergelijke activiteiten dienen plaats te vinden in afgesloten inrichtingen. ͧ Zorg dat er geen afvalwater wordt geloosd op voorzieningen voor hemelwater. Benutten Hemelwater is te benutten voor bijvoorbeeld tuinsproeien of toiletspoeling. ͧ Vanwege de lage prijs voor drinkwater in Nederland is het economisch nauwelijks interessant om hemelwater te benutten. ͧ Mensen met oog voor duurzaamheid kunnen zelf kiezen om hemelwater te benutten en zodoende minder drinkwater te verbruiken. ͧ In gebieden met een duurzaamheidsdoelstelling en/ of in gebieden met beperkingen op het gebied van de drinkwatervoorziening kan de gemeente het benutten van hemelwater inzetten als instrument.

»

Vertragen Zware buien leiden tot piekbelasting. Soms geeft dit problemen in de vorm van overbelasting van riolen of infiltratievoorzieningen waardoor water op straat ontstaat. Of er ontstaat inundatie vanuit oppervlaktewater. Deze problemen treden minder op als de afstroming van hemelwater wordt vertraagd. Liefst zo lokaal mogelijk. ͧ Groene of blauwe daken of berging op eigen perceel geven lokaal vertraging. ͧ Op buurtniveau is vertraging te realiseren door bergingsgebieden, zoals wadi’s. ͧ In het watersysteem is vertraging te realiseren door ruimte voor water.

»

Infiltreren Infiltratie van hemelwater leidt tot aanvulling van het grondwater. Het is nuttig in gebieden met droogte en draagt lokaal bij aan de watervoorziening van struiken en bomen. Bovendien kan het bijdrage leveren aan het lokaal remmen van bodemdaling. In gebieden met een kleine onverzadigde zone (o.a. als gevolg van kwel of leem) is infiltreren lastiger. De geohydrologische omstandigheden zijn hierin bepalend. ͧ Infiltratie kan op particuliere schaal met een laagte in de tuin of een ondiep kratje. Bij nieuwbouw kan het direct worden gerealiseerd. Bij bestaande bebouwing kan het worden toegevoegd om het afvoersysteem te ontlasten. ͧ Infiltratie kan in de openbare ruimte door infiltrerende verharding of door afstroming naar lage groenstroken of door wadi’s of andere voorzieningen.

»

Direct lozen Directe lozing van hemelwater op oppervlaktewater klinkt vanzelfsprekend, voor zover het watersysteem de piekafvoer kan verwerken en de lozing niet verontreinigd is. ͧ Directe lozing is mogelijk vanaf daken en/of verharding, mits vlakbij het water en in overleg met de beheerder van het betreffende water. Bij de term water moet in dit verband ook gedacht worden aan droogstaande slotenstructuren.

»

Inzamelen De gemeente kan hemelwater inzamelen via een systeem in de openbare ruimte om het verderop te lozen. Diverse stelseltypen kennen specifieke voor- en nadelen. ͧ Gotensysteem waarbij het hemelwater bovengronds blijft en verderop wordt geloosd. ͧ HWA-stelsel (incl. IT/DT-leidingen) met bovengrondse inloop via goten en roosters. Optioneel mag de leiding op eigen terrein ondergronds en dan bij de erfgrens bovengronds aanleveren. ͧ HWA-stelsel (incl. IT/DT-leidingen) met ondergrondse aansluitleidingen. Ook geschikt voor drainage. Achilleshiel zijn de foutieve aansluitingen.

Hemelwaterbeleid voor nieuwbouw en renovatie concreet uitgewerkt

Het beleid is erop gericht om de trits “Vasthouden – Bergen – Afvoeren” en de trits “Schoonhouden – Scheiden – Zuiveren” concreet vorm te geen in elke nieuwbouw of renovatie. 1. Hemelwater is in principe schoon en wordt zo min mogelijk verontreinigd. Ongecoate uitlogende materialen bij voorkeur niet toepassen. 2. Infiltratie van hemelwater op de plek waar het valt is de meest logische keuze. Infiltratie kan het beste plaatsvinden via een graspassage. De doorworteling en het bodemleven houden de infiltratiecapaciteit op peil en zorgen voor afbraak en binding van diverse verontreinigingen. 3. Transport van hemelwater moet worden geminimaliseerd. Benodigde voorzieningen blijven dan klein en het risico op verontreiniging beperkt. 4. Bovengrondse afvoer van hemelwater heeft, voor zover nodig, de voorkeur boven riolering. Zichtbaarheid van het hemelwatersysteem biedt de beste garantie tegen foutieve aansluiting van afvalwater hierop. Daarnaast draagt zichtbaarheid bij aan bewustwording inzake waterbeheer. 5. Rechtstreekse lozing van niet vervuilde oppervlakken op oppervlaktewater is vaak een goede oplossing voor straten en percelen die grenzen aan het water. 6. Samenspel van dakvlakken, dakgoten, regenpijpen en perceelsgoten zodanig ontwerpen dat het hemelwater zoveel mogelijk bovengronds naar de gewenste plek wordt afgevoerd. De keuze voor bovengrondse hemelwaterafvoer richting een

wadi of andere centrale voorziening impliceert dat hiermee rekening moet worden gehouden in het stedenbouwkundige plan en de civiele planuitwerking. Het gaat met name om de detaillering vanaf regenpijp via perceelsgoot en straatgoot richting infiltratievoorziening, met de notie dat water van hoog naar laag stroomt. Bijvoorbeeld dat het regenwater van een dakvlak van de achterzijde woning kan ook via de garage naar voren kan worden geleid. 7. Wadi’s moeten worden toegepast bij in- en uitbreidingen als een centrale infiltratievoorziening nodig is. Een wadi is een doordachte groene voorziening en geeft retentie, zuivering, infiltratie en gedoseerde afvoer. Een goed ontworpen wadi biedt bovendien ruimtelijke kwaliteit, natuurontwikkeling en recreatief medegebruik. 8. Dimensionering van infiltratievoorzieningen op basis van onderstaande richtlijnen voor de berging en de overloop, waarbij de berging wordt betrokken op daken plus alle verharding: a. Berging 40 mm bestaande uit infiltratie en/of wadi en/of retentievijver met noodoverloop naar oppervlaktewater. Bij extreme situaties mag geen waterschade ontstaan. Daarvoor moet de inundatienorm T = 100 + 10% worden aangehouden. Hierbij is overleg met het waterschap vereist. b. Bodemverbetering en drainage toepassen voor zover nodig, zodanig dat de voorziening na één tot enkele etmalen weer geheel beschikbaar is.

Gedetailleerde eisen voor dit aspect is maatwerk omdat de bodem sterk gevarieerd is van opbouw en slechts ruw kenbaar middels metingen. c. In overeenstemming met de gemeente kan de vereiste voorziening à € 1.000,--per m3 berging worden afgekocht, waarbij de gemeente het t.z.t. inpast in een grotere voorziening.

9. Dimensionering van retentievoorzieningen en overig oppervlaktewater in overleg met het waterschap. a. Uitgangspunt is voor elke kern een totale berging van de voorzieningen tezamen van 60 mm en een gedoseerde afvoer volgens de normen van het waterschap. b. De retentie kan worden aangelegd als separate vijver, maar kan ook worden geïntegreerd in het watersysteem in en rond het stedelijk gebied. Hier treedt een raakvlak op met het beleid van het waterschap. Daarbij kan in overleg worden gezocht naar maatwerk, gericht op doelmatige oplossingen met zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. 3. Infiltratie kan in sommige omstandigheden leiden tot grondwateroverlast. Op dit punt raakt het beleid voor hemelwater aan het beleid voor grondwater. a. In Oost Nederland wordt grondwateroverlast vooral veroorzaakt door ligging in een lokale laagte met toestroom van grondwater vanuit hoger gelegen regio’s. Grondwateroverlast wordt in dergelijke gebieden nauwelijks beïnvloed door infiltratie van hemelwater in stedelijk gebied. b. In geval de bodem ondiepe storende lagen kent, ligt de zaak complexer door schijngrondwaterspiegels die overlast kunnen geven bij toepassing van infiltratie.

Omstandigheden per buurt zijn bepalend voor de uitwerking van het hemelwaterbeleid

»

Grondwaterstanden Kijk naar de grondwaterstanden inclusief het verloop over een jaar. Bekijk vanuit de regionale context of infiltratie wenselijk is of niet.

»

Bodemgesteldheid Bekijk de opbouw van de bodem, inclusief diepere lagen. Kijk of infiltratie mogelijk is. Kijk naar de chemische samenstelling van de bodem, inclusief verontreinigingen en de verspreiding daarvan.

»

Watersysteem Bekijk de mogelijkheden voor directe lozing van hemelwater. Is er sprake van een robuust watersysteem met ruimte voor extreme buien? Of is piekafvlakking nodig? Past het af te koppelen hemelwater op het ontvangende water (vroegtijdig overleg met waterschap noodzakelijk)?

»

Maaiveldhoogten Kijk waar tijdelijke berging mogelijk is en waar bijvoorbeeld wadi’s kunnen komen. Kijk ook naar de gradiënten zodat je weet of oppervlakkige afstroming realiseerbaar is.

»

Rioolstelsel Kijk of er knelpunten zijn in het bestaande rioolstelsel. Denk aan wateroverlast en vuiluitworp. Beoordeel de kwaliteit van het stelsel en bekijk of grootschalige renovatie aan de orde is.

»

Funderingstechnieken. Kijk naar de toegepaste funderingstechnieken. Fundering op staal is gevoelig voor dalende grondwaterstanden, vooral bij slappe bodem. Fundering op houten palen is kwetsbaar voor dalende grondwaterstanden vanwege paalrot. Muren zonder vocht-barrière zijn gevoelig voor hogere grondwaterstanden.

»

Grondgebruik Check het gebruik van de bovengrond. Kijk of er plekken zijn die kansen bieden voor een betere omgang met hemelwater.

Voorbeeld uitgewerkt beleid voor een perceel in het Omgevingsplan

» »

Rozenstraat 15 in de Bloemenbuurt. Aangeboden voorzieningen en het daarbij geldende beleid: ͧ Ondergrondse DWA aansluitleiding. ٠ Het huishoudelijke afvalwater dient te worden geloosd via deze aansluitleiding. ٠ Lozing van hemelwater en/of grondwater via deze aansluitleiding is verboden. ͧ Bovengrondse HWA afvoergoot. ٠ Op deze goot mag hemelwater en grondwater bovengronds worden geloosd. ٠ Lozing van afvalwater via deze voorziening is verboden.

Functie en problematiek van riooloverstorten

Riolering is tegenwoordig in de eerste plaats bedoeld voor inzameling en transport van afvalwater. In de vorige eeuw was het gebruikelijk om hemelwater met dezelfde riolering in te zamelen als het afvalwater. Dit betreft het zogenoemde gemengde rioolstelsel. Het brengt in feite al het water waar je vanaf wilt naar de randen van stad of dorp. In de loop van de 20ste eeuw werden aan de stadsranden zuiveringen gebouwd omdat ongezuiverde lozing van afvalwater ontoelaatbaar werd voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. De waterkwaliteit is als gevolg daarvan sterk verbeterd. Daarnaast is de sanering van bedrijfslozingen ook van grote invloed geweest op de verbetering van de waterkwaliteit. In de loop van de jaren werden alle steden en dorpen en ook veel buitengebied via riolering aangesloten op de zuiveringen. Het zuiveringsproces is gebaat bij een constante aanvoer van afvalwater en niet gebaat bij piekafvoeren van hemelwater. Om die reden wordt er naast het echte afvalwater een beperkte hoeveelheid extra water vanuit de riolering naar de zuivering geleid. Dit wordt de pompovercapaciteit genoemd. De rest wordt tijdelijk geborgen in de riolering. Dit wordt de berging genoemd. Maar bij zware buien of langdurige neerslag schiet deze pompovercapaciteit en bergingscapaciteit tekort en raakt het stelsel geheel gevuld.

Om wateroverlast te voorkomen zijn overstorten in het rioolstelsel aangebracht. Deze lozen dan verdund doch ongezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater. Bovendien komt dikwijls rioolslib mee door de

hoge stroomsnelheden bij zware buien. Het resulteert tijdens en na de overstorting in stank en visuele overlast. Bij grote overstortingen kan sprake zijn van een verminderde waterkwaliteit. Overstortingen kunnen leiden tot vissterfte, verarming van ecosystemen en verontreinigde baggerspecie. De riooloverstorten leiden in sommige gevallen dus tot problemen. De riooloverstorten kunnen echter niet worden gemist omdat het gemengde stelsel dan meerdere keren per jaar leidt tot water op straat, inclusief afvalwater op straat. Riooloverstorten zijn dus noodzakelijk vanuit een historisch gegroeide situatie, maar vormen soms een probleem vanuit huidig perspectief.

Basisinspanning

Vanaf de jaren ’90 is door waterschappen aangedrongen op de basisinspanning bij gemengde rioolstelsels. Dit betreft het zogenoemde saneren van riooloverstorten, soms door volledige sluiting, soms door afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering, soms door grote bergbezinkbassins. In 1995 is landelijk besloten dat de vuilemissie vanuit gemengde rioolstelsels naar oppervlaktewater 50% gereduceerd moet worden. Deze wens werd bekend als de “basisinspanning”. Als na het behalen van de basisinspanning nog steeds knelpunten ten aanzien van oppervlaktewaterkwaliteit worden ervaren, kunnen gemeente en waterbeheerder gezamenlijk besluiten om aanvullende maatregelen te nemen. In de gemeente Dinkelland is de basisinspanning voltooid. Naast de basisinspanning is er het waterkwaliteitsspoor. Er kunnen ondanks het voldoen aan de basisinspanning problemen zijn met riooloverstorten. Het water uit de overstorten is namelijk in zekere mate verontreinigd. Het oppervlaktewater waarop wordt overgestort is bijvoorbeeld daardoor niet altijd geschikt voor recreatief gebruik. Gemeente en waterschap kunnen in overleg besluiten dat extra maatregelen gewenst zijn.

Overzicht van de overstorten vanuit gemengde stelsels

Het overzicht van de overstorten is van belang vanwege het Besluit Lozen Buiten Inrichtingen, het BLBI. Zie in het BLBI artikel 3.15, de algemene toelichting in §5.6.3 en §7.1.2 en de artikelsgewijze toelichting bij artikel 3.14 en 3.15. Het doel was om de administratieve last van overstortvergunningen terug te dringen. Hieronder het overzicht van de overstorten vanuit de gemengde rioolstelsels (groen voldoet aan de norm en rood voldoet nog niet aan de norm): verhard oppervlak (ha) Referentie Vuiluitworp Dinkelland (aangesloten+afgekoppeld) (kg/jaar) (kg/jaar) 293 Lattrop 5,8 291 95 Noord Deurningen 3,7 187 142 Tilligte 4,8 241 3375 Ootmarsum 75,1 3755 9013 Denekamp 111,2 5559 2344 Rossum 14,8 738 5728 Weerselo 24,4 1219 171 Saasveld 6,8 338 501 Deurningen 13,8 689 21661 totaal 260,3 13015 Een overzicht van alle gemengde riooloverstorten (inclusief de randvoorzieningen) in onze gemeente staat in onderstaande lijst:

Kern Lattrop Noord Deurningen Tilligte Oud Ootmarsum Ootmarsum Denekamp

Rossum

Weerselo

Saasveld Deurningen

Kern Kraakenhof Disseroltweg Johanninksweg Hunenborgseweg Laagsestraat De Mors Winhofflaan Harwichsdijk Everwijnstraat Kloppendijk Berghumerstraat Brandlichterweg Knik Thijstraat Thijstraat Kerkewei Grotestraat Vicarieweg Vengraven Stadtlohnallee Gunnerstraat De Voortmors Drosteweg Koehorstmaat Hoofdstraat

Putcode LAT64 LAT71 NDE36 TIL133 OMSV03 OMS1086 OMS1101 DNK1009 DNK11BB DNK1271 DNK5009 DNK5031 DNK6563 ROS1011 ROS35 ROS60 ROS78 WSL186a WSL199 WSL317 WSL4 WSL68 SAA116 DEU99 DEU180

Voor- en nadelen van afkoppelen hemelwater bij gemengde rioolstelsels Het afkoppelen van hemelwater bij bestaande gemengde rioolstelsels biedt de volgende voordelen: » Minder afvoer van hemelwater naar de zuivering die daardoor beter of goedkoper werkt. » Minder vaak en minder heftig werken van de riooloverstorten. » Verminderde kans op wateroverlast bij extreme buien. » Kans tot gebruik van het hemelwater in tuin en/of woning. » Kans op aanvulling van het grondwater. » Kans tot integrale keuzes gericht op klimaatadaptatie, duurzaamheid en biodiversiteit.

De keerzijde van de medaille is dat er nadelen zijn: » Aanleg van een eventueel extra stelsel voor hemelwater is kostbaar, met name in bestaande gebieden. » Uitbreiding van het te beheren areaal als wordt gekozen voor gemeentelijke voorzieningen. » Er ontstaat kans op foutieve aansluitingen. » Er bestaat risico op ontluchtingsproblemen. » In sommige situaties risico op grondwateroverlast of schijnspiegels. De weging van de voor- en nadelen kan per situatie verschillend uitpakken. Het is aan de gemeente om hierin gebiedsgericht keuzes te

maken. De nadelen spelen minder een rol als wordt gekozen voor afkoppelen van hemelwater op particuliere schaal, dus per kavel. Ook hier geldt dat de gemeente vaak het beste overzicht heeft over de voor- en nadelen. Zowel gemeente als waterschap hebben baat bij afkoppelen en kunnen daarom het beste in samenwerking tot keuzes komen. Keuzes in specifieke projecten en keuzes om bijvoorbeeld particulieren te verleiden tot afkoppelen. Kijk voor een uitgebreide beschouwing over de voor- en nadelen van afkoppelen in het rapport 2019-22 van STOWA met de titel “Afkoppelen – kansen en risico’s van anders omgaan met hemelwater in de stad”.

Beleid voor wateroverlast bij extreme buien

Rioolstelsels zijn veelal ontworpen voor probleemloze afvoer van hemelwater tot een neerslagintensiteit van ongeveer 20 mm/uur. Dit is voldoende voor alle normale dagen en ook voor de meeste zware en/of langdurige neerslag. Af en toe, vooral bij zomerse stortbuien, komen hogere neerslagintensiteiten voor, tot wel 100 mm/uur. Het is erg kostbaar om rioolstelsels daarop te dimensioneren. Als zo’n bui (of hevige cel in een bui) slechts enkele minuten duurt is er weinig aan de hand. Het wordt een probleem als het langer aanhoudt. De verwachting is dat door de klimaat-verandering extreme buien vaker voorkomen. Het is geen wettelijke eis dat de gemeente het systeem zodanig ontwerpt dat zo’n bui probleemloos verwerkt kan worden. Het is wel een opgave voor de inrichting van de openbare ruimte om overlast en schade te beperken. Deze ambitie is uitgewerkt in de RAS (Regionale Adaptatie Strategie). In de daarbij behorende klimaatstresstest is uitgegaan van een bui van 70 mm in 1 uur tijd. Deze heeft rond het jaar 2050 naar verwachting een kans op voorkomen van eens per 100 jaar. Het belangrijkste kenmerk van dergelijke extreme buien is dat het water niet in de riolering past en dus op straat blijft staan en daar gaat stromen richting lage plekken. Op de lokaal laagste plekken komt alles

bijeen en ontstaat overlast en soms ook schade. De nieuwe opgave wordt: » Het water overal vasthouden, liefst op elke kavel, zodat het nergens te veel wordt, en/of: » Het water her en der te geleiden naar geschikte laag gelegen plekken. » Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen dient deze nieuwe opgave mee te spelen. » Hemelwaterafvoer wordt steeds meer een bovengrondse aangelegenheid met invloed op de inrichting van de particuliere kavel en de openbare ruimte.

Uitwerking van het beleid voor wateroverlast bij extreme buien

De gemeente spreekt van ernstige regenwateroverlast indien één van onderstaande situaties optreedt: » Het water maakt het functioneren van vitale netwerken en objecten onmogelijk. » Het water stroomt via de straat gebouwen binnen. » Water blokkeert de doorgang in verkeersaders, doorgaande wegen en (fiets)tunnels. » Water levert langer dan 4 uur hinder op voor het verkeer, inclusief fietsers of voetgangers. » Hemelwater (anders dan gewone plassen) blijft langer dan 4 uur op straat staan. » Water afkomstig uit het rioleringssysteem blijft langer dan 4 uur in een tuin staan. » Het water op straat stinkt en/of bevat toiletpapier en andere visuele verontreinigingen. » Putdeksels komen omhoog en leveren gevaarlijke situaties. Naast ernstige overlast kan er sprake zijn van hinderlijke wateroverlast. Voorbeelden hiervan zijn water tussen de trottoirbanden en ondergelopen plantsoenen, achterpaden of tuinen gedurende beperkte tijd. Ernstige hemelwateroverlast vraagt om actie van de gemeente, maar bij hinderlijke wateroverlast is geen actie vereist.

De gemeente neemt de volgende uitgangspunten tot beleid, met de aantekening dat het meerdere jaren kan duren voordat bestaande knelpunten worden opgelost vanwege de vaak hoge kosten die ermee gepaard gaan: » Bij riolering in bestaand en nieuw bebouwd gebied is de bedoeling dat bui 8 (20mm in 1 uur) via de riolering of andere voorzieningen kan worden afgevoerd zonder water op straat . Bij bui 10 (35,7 mm in 45 minuten) mogen er grote plassen ontstaan, mag er (minder dan 10 cm) water op straat staan voor de duur van maximaal 90 minuten, maar mag er geen water in gebouwen stromen. » In bebouwde gebieden is de bedoeling dat de stresstest met een bui van T=100 met 70 mm in 1 uur tijd, mag het water tot aan de entree en/of in voortuinen staan, is de waterhoogte van doorgaande wegen/ calamiteitenroute is minder dan 20 cm, waterdiepte in een groot deel van een gebied is minder dan 20 cm en de maximale duur van water op straat is 120 minuten , water in gebouwen is niet toegestaan. » Als er maatregelen nodig zijn, dan maakt de gemeente een doelmatigheidsafweging. Situaties met mogelijke schade aan of in gebouwen hebben hoge prioriteit.

Taken in het oppervlaktewater vanuit de hemelwatertaak

De gemeente heeft een wettelijke taak voor hemelwater, het waterschap voor beheer van het watersysteem, zowel kwantitatief als kwalitatief. Tussen deze taken bestaat een overgangsgebied, waarin lokale keuzes moeten worden gemaakt. Hieronder een overzicht van randgebieden van de hemelwatertaak. De toerekeningen aan de rioolheffing staan vermeld in de financiële paragraaf. Baggeren Waterpartijen moeten geregeld worden gebaggerd omdat ze anders dichtslibben in ons vlakke land. De aanwas met slib kent meerdere bronnen waaronder de riolering. Het open houden van het systeem dient meerdere doelen, waaronder de afvoer van hemelwater. In de praktijk wordt het baggeren afgestemd met het waterschap. Waterlopen en sloten in de bebouwde kom Waterlopen, grachten, beken en sloten vervullen in de bebouwde kom een rol bij het bergen en afvoeren van hemelwater en voor het reguleren van de grondwaterstand. Ze horen daarmee bij de gemeentelijke watertaken, voor zover ze niet in beheer zijn bij het waterschap. Gemeenten en waterschappen stemmen dit per geval af. Waterlopen en sloten buiten de bebouwde kom Waterlopen in het buitengebied zijn in het algemeen in eigendom en beheer bij het waterschap. Voor de kleinere sloten en greppels liggen de zaken anders. Die zijn vaak in eigendom en beheer bij de gemeente, al dan niet gedeeld met een aanliggende particuliere grondbezitter.

De functie is het drooghouden van het weglichaam en ontwatering

van het aanliggende perceel. Voor optimalisatie van de afvoer is het waterschap op diverse locaties bezig met het ondieper maken van wateren. Duikers Duikers zijn essentieel voor de waterafvoer op plekken waar waterlopen en wegen kruisen. Ze hebben beheer en onderhoud nodig. Doorgaans is de eigenaar verantwoordelijk voor het onderhoud van de constructie van de duiker en het waterschap voor het doorstroomprofiel. Beschoeiing Beschoeiingen vormen een harde overgang tussen het watersysteem en de straat. Efficiënte omgang met schaarse ruimte is vaak een motief voor kademuren, naast toegankelijkheid voor schepen en esthetiek. Ze hebben beheer en onderhoud nodig. Deze taak wordt meestal niet bij het hemelwaterbeleid ondergebracht, maar bij de algemene dienst. In enkele gevallen liggen eigendom en onderhoud bij de eigenaren van aanliggende percelen. Bruggen Bruggen maken een kruising mogelijk tussen het watersysteem en de straat. Ze hebben beheer en onderhoud nodig. Deze taak wordt meestal niet bij het hemelwaterbeleid ondergebracht, maar bij het wegbeheer.

Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG) In het landelijk gebied komen diverse opgaven samen.

1. NPLG opgaven op gebied van Natuur, Water en Klimaat: Dit houdt in dat er een reductie moet plaatsvinden van emissies van stikstof, methaan en lachgas. Ook mitigatie van klimaatverandering zoals het vasthouden van water is een opgave. Ten slotte is het noodzakelijk te werken aan een betere waterkwaliteit, middels de KRW opgave. 2. Opgaven vanuit de Ontwikkelopgave Natura2000. 3. Het toekomstperspectief voor de agrarische ondernemers. Door alle opgaven komt de huidige bedrijfsvoering in de knel. Dit geldt ook voor het economische verdienmodel. Er is behoefte aan een nieuw perspectief. Om invulling te geven aan deze opgaven dient elke provincie een Provinciaal Programma Landelijk Gebied op te stellen. Overijssel heeft de Provincie opgedeeld in zes gebieden. Noordoost Twente is één van die gebieden, waar Dinkelland en Tubbergen deel van uit maken. Met het Provinciaal Programma Landelijk Gebied Overijssel (PPLG Overijssel) wordt geïnvesteerd in ons landelijk gebied. Er wordt ingezet op een goed sociaal-economisch perspectief, het herstel van het watersysteem, de verbetering van de biodiversiteit én een krachtige toekomstbestendige landbouwsector. Water Een van de belangrijke thema’s voor Noordoost Twente is water. Dit thema heeft ook relatie met het water en rioleringsprogramma van

Dinkelland en Tubbergen. Het gebied wordt gekenmerkt door de afhankelijkheid van regentoevoer. Water vasthouden speelt daarom een centrale rol in het behoud en het verbeteren van waterkwantiteit en –kwaliteit Een goede waterkwaliteit, zowel ecologisch als chemisch, is een basisvoorwaarde voor een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Schoon en ecologisch gezond water is belangrijk voor de landbouw, natuur en recreatie. De Kaderrichtlijn Water (hierna KRW) is het belangrijkste wettelijke kader voor een goede waterkwaliteit. Een van de onderdelen van de waterkwaliteit is ook de invloed van de RWZI’s en IBA’s op de waterkwaliteit in ons gebied. Daarnaast zullen er bedrijven stoppen en worden erven anders ingericht met bijv. wonen, recreatie en bedrijvigheid. Dit brengt wel de nodige druk met zich mee gezien ons rioleringssysteem, zoals dat nu in het buitengebied ligt. Klimaatrobuustheid Ons klimaat verandert. De weersomstandigheden zijn steeds minder vaak gemiddeld. Dat merken we de laatste twee decennia steeds duidelijker. De winters worden natter en in de zomer zijn er langere hete en droge perioden en vallen de buien steeds meer lokaal. Om deze extremen op te vangen is het watersysteem niet goed ingericht. In Noordoost Twente is het daarom van belang om de sponswerking van de bodem te vergroten en te streven naar minder intensieve ontwatering.

Beleid bij meldingen over vocht of grondwateroverlast:

1. Kelders en souterrains horen waterdicht te zijn, zodat ze geen last hebben van hogere grondwaterstanden. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 2. Kruipruimten horen ondiep te zijn. Een redelijke maat is 100 cm vanaf vloerpeil, dus vanaf de bovenzijde van de vloer van de begane grond. Diepe kruipruimten waarin grondwater voorkomt, kunnen beter worden opgevuld. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 3. Woningen horen voorzieningen te hebben waardoor vocht vanuit de fundering niet optrekt in de muren. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 4. Vochtoverlast in de woning wordt soms veroorzaakt door onbewust bewonersgedrag, zoals te weinig ventileren, geen afzuigkap gebruiken of de was drogen in huis. Dit is een verantwoordelijkheid van de bewoner. 5. Eigenaren of gebruikers van percelen kunnen zelf drainage aanleggen op eigen erf. De afvoer regelen in overleg met de gemeente, naar oppervlaktewater of op de eigen hemelwaterafvoer binnen de erfgrens. 6. Bij bovengenoemde punten kan de gemeente voorlichting verstrekken. 7. Structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies is aan de orde als:

ͧ

De overlast vrijwel jaarlijks voorkomt, gedurende meerdere weken, en ͧ De overlast blijvend van aard is, dus niet tijdelijk zoals bijvoorbeeld bij nieuwbouw, en ͧ De overlast doorwerking heeft in de woonruimten, en ͧ Bouwkundige ingrepen onmogelijk of onredelijk kostbaar zijn. 8. In het geval van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies ligt het in de rede dat de gemeente maatregelen in de openbare ruimte treft zoals bijvoorbeeld de aanleg van drainage en/of de afvoer van aangeboden drainagewater mede mogelijk maakt.

Informatie over droogte in relatie tot het WRP

Sturen in de gewaskeuze of niet? Een volgend punt is de gewaskeuze. Je ziet bijvoorbeeld maisteelt in gebieden die vroeger in de winter onder water stonden als beekdal. Tegenwoordig is de grond goed ontwaterd met drainage om vroeg in het voorjaar met de teelt te starten. Een begrijpelijke keuze, maar de tegenhanger is extra verdroging tijdens een droge periode. De vraag is of je als overheid hierin sturend wilt optreden. Dit is een moeilijke kwestie met veel kanten. In dit WRP gaan we hier niet verder op in. Op dit moment volstaat de notie dat gewaskeuze ertoe doet.

Droogvallende beken Langdurige droogte leidt tot droogval van watergangen en het wegvallen van de stroming. In een normale zomer treedt dit op in de haarvaten van het watersysteem. Bij extreme droogte kan droogval ook in grote waterlopen optreden met vissterfte tot gevolg en allerhande overlast. Daarnaast treedt schade op aan de biodiversiteit door droogvallende beken.

Omgang met een schaarse watervoorraad. We zijn in Nederland niet gewend om water te zien als een schaarse grondstof. Van oudsher hebben we een nat land en willen we juist van het water af. Maar door de klimaatverandering kunnen droge zomers vaker voorkomen en dus moeten we leren omgaan met een beperkte watervoorraad. Het vraagt een andere omgang met water. Nu vinden we het nog vanzelfsprekend dat we de WC doorspoelen met drinkwater, dat we de tuin onbeperkt kunnen sproeien en dat het vrijwel niets kost. Er valt veel te winnen door een betere omgang met drinkwater. In het buitengebied kunnen landbouwers een grote bijdrage leveren door bewuster het gewas water te geven. Denk aan druppel-irrigatie in plaats van grote sproeiers. En bij boomkeuze geldt dat naaldbomen in het algemeen meer water uit de grond onttrekken dan loofbomen. In onze gemeente hebben we te maken met veel waterafhankelijke natura 2000-/natuurgebieden.

Regionaal probleem met lokale verschillen Het uitblijven van regen is geen lokaal probleem maar is regionaal van aard. Hele gebieden ontvangen in zo’n periode minder neerslag dan gebruikelijk. Maar de manier waarop het probleem zich manifesteert is wel lokaal. De ene boom kan er wel tegen en de andere niet. Een hoge zandkop in het buitengebied heeft eerder last van droogte dan een laagte in het beekdal. Boeren maken van oudsher gebruik van deze kennis.

Hoger peil in de winter of niet? Het waterschap en de grondeigenaren of -gebruikers kunnen een grote bijdrage leveren aan het beperken van droogteschade door de keuze van het waterpeil. Men kan in de winter in de bodem forse hoeveelheden opsparen door te kiezen voor een hoger peil in watergangen, sloten en drainage. Bij peil gaat het naast het waterpeil ook om het bodempeil van de ontwaterende voorziening. De tegenhanger van peilverhoging is dat akkers en weilanden minder begaanbaar zijn als er veel regen valt. Daarnaast is relevant dat een natte akker of weiland in de lente minder vlot opwarmt en dus kan leiden tot minder opbrengst leidt. Het is een lastige keuze om hierin de beste balans te vinden.

Hemelwater infiltreren in bebouwd gebied In bebouwd gebied kunnen particulieren en de gemeente een bijdrage leveren aan het beperken van de gevolgen van de droogte door te zorgen dat hemelwater infiltreert. Dus niet afvoeren via de riolering, maar het hemelwater ten goede laten komen aan de grondwatervoorraad. Veel tuinen en bermen zijn hiertoe geschikt te maken door te kiezen voor verlagingen. Natuurlijk zijn niet alle tuinen geschikt, het is maatwerk. Het vergt een cultuuromslag in bebouwd gebied om hemelwater in beginsel te infiltreren in plaats van af te voeren via de riolering. Communiceren en faciliteren zijn sleutelwoorden. Schade aan fundering Het uitzakken van de grondwaterstand tot een lager peil kan leiden tot zetting van de bodem. Als een gebouw op staal is gefundeerd (dus zonder heipalen), dan kan dit leiden tot verzakking en scheurvorming. Dit behoort tot het risico van de eigenaar van het gebouw. Bij bewuste peilverlaging kan er sprake zijn van aansprakelijkheid.

Huis- en bedrijfsaansluitingen

Woningen en overige panden zijn meestal op de riolering aangesloten met aansluitleidingen. Via deze aansluitleidingen zamelt de gemeente het afvalwater in om het daarna door de riolering te transporteren. Elke aansluiting vormt in feite een beginpunt voor gebruikmaking van het openbare rioolstelsel. Bij gescheiden stelsels is meestal sprake van twee aansluitingen, namelijk één voor afvalwater en één voor hemelwater. Als het hemelwater niet direct is aangesloten met een aansluitleiding, dan is er sprake van een indirecte aansluiting. Het stroomt dan niet weg via een aansluitleiding, maar stroomt bijvoorbeeld bovengronds af naar de openbare ruimte. Het eigendom van de aansluitleiding(en) is in veel gevallen tot en met het ontstoppingsstuk op de erfgrens van de perceeleigenaar en vanaf dat punt tot aan het hoofdriool van de gemeente.

Kolken en lijngoten

Kolken en lijngoten vormen een essentieel element van de riolering. Op deze plekken kan straatwater in de riolering stromen. Ook dit zijn beginpunten van het openbare rioolstelsel. Mee-stromend straatvuil bezinkt grotendeels in de bak van de kolk of de lijngoot. Deze moeten regelmatig worden leeg gezogen. In gemeente Dinkelland gebeurt dat twee keer per jaar en op vervuiling gevoelige lokaties vaker per jaar. De gemeente besteedt het kolken zuigen en goten reinigen uit aan marktpartijen die tevens zorg dragen voor afvoer en verwerking (inclusief mogelijk hergebruik) van het slib. Kolken en goten moeten niet alleen onderhouden worden, soms moeten we ook reparaties uitvoeren. Tijdens het reinigen van de kolken worden eventuele gebreken aan de kolken en goten geregistreerd. Deze gebreken worden jaarlijks verholpen. De aansluitleidingen van kolken en goten kunnen ook verstopt raken. Deze verstoppingen herstelt de onderhoudsaannemer van de gemeente.

Vrij-verval riolen

Vrij-verval riolen vormen het meest omvangrijke, het meest kostbare en het meest bekende onderdeel van de gemeentelijke rioleringsvoorzieningen. Riolen raken in de loop der jaren vervuild en kunnen zonder onderhoud zelfs dichtslibben. Dit speelt in Nederland sterk door het geringe afschot van onze riolen en soms door zonken ten gevolge van verzakking bij slappe bodems. Riolen moeten daarom regelmatig worden gereinigd. De gemeente besteedt het reinigen uit aan een marktpartij, die tevens zorg draagt voor afvoer en verwerking (inclusief mogelijk hergebruik) van het slib. Riolering wordt gemiddeld één keer per 10 tot 15 jaar geïnspecteerd om de toestand vast te stellen inclusief de mate van degradatie. De gemeente besteedt de inspecties uit aan een gespecialiseerde marktpartij. Riolen verouderen in de loop der jaren. Het is vooraf nauwelijks te voorspellen hoelang een riool zal kunnen functioneren. Gemiddeld rekenen we met 60 jaar. Dit is onder meer afhankelijk van de kwaliteit van de buis, de zorgvuldigheid van de aanleg, de toestand van de ondergrond (ongelijkmatige zetting / bodemdaling) en de aard van het geloosde afvalwater. Daarnaast is van grote invloed of er op het riool wordt geloosd vanuit een persleiding met grote verblijftijden en de daaruit voortvloeiende H2S vorming, die leidt tot stank en aantasting nabij het injectiepunt.

Gemalen en persleidingen

Rioolgemalen vormen een essentieel onderdeel van de riolering. Het ingezamelde afvalwater loopt via de riolen, die onder afschot liggen, vanzelf (oftewel onder vrij verval) naar het laagste punt. De rioolgemalen pompen vanuit de diepste punten van het rioolstelsel het water omhoog naar een volgend rioleringsgebied of naar de zuivering. Aan de drukzijde van het (eind)gemaal zit een persleiding, soms kilometers lang. Onverhoopt uitvallen van rioolgemalen door een defect of door stroomstoring kan ertoe leiden dat het rioolstelsel geheel gevuld raakt en na verloop van tijd ongezuiverd afvalwater loost in een gebouw, of op straat of op het oppervlaktewater. Dit vormt een risico voor de volksgezondheid en het milieu. Gemalen dienen daarom voortdurend in goede staat te verkeren en de beheerder hoort te waken voor calamiteiten. Hiertoe worden de gemalen één keer per jaar geinspecteerd en gereinigd om storingen zoveel mogelijk te voorkomen (preventief onderhoud). De gemalen zijn opgenomen in het beheersysteem van de gemeente. Verder zijn ze voorzien van telemetrie, zodat een deel van het beheer op afstand kan geschieden en ze 24 uur per dag bewaakt zijn. Bij vuilwater en gemengde rioolstelsel worden altijd twee gemalen geinstalleerd. Bij uitval van één gemaal kan de andere het overnemen.

Naast zogenaamd dagelijks onderhoud hebben de gemalen periodiek groot onderhoud nodig, waarbij de pompen en elektrische aansturing worden gerenoveerd of vervangen. Ook deze werkzaamheden worden uitbesteed aan gespecialiceerde marktpartijen. We gaan uit van een gemiddelde technische levensduur van 60 jaar voor vrijvervalriolering en persleidingen. Voor elektrische en mechanische installties gaan we uit van 20 jaar. Naast de gemeente beheert het waterschap ook rioolgemalen. Deze eindgemalen voeren het stedelijk afvalwater vanaf de kernen af naar de RWZI.

Buitengebied met pompunits en drukriool

De drukriolering in het buitengebied vormt een systeem op zichzelf. Langs de weg of op het erf van de woningen staan pompunits die het afvalwater onder druk over grote afstanden verpompen. Drukriolering is alleen bedoeld voor het lozen van huishoudelijk afvalwater, niet voor mest, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. De gemeente laat de pompputten 1x per 2 jaar reinigen en keuren. Als een gemaal in storing valt, wordt dat door telemetrie zichtbaar of ter plekke door een rode lamp op het gemaal. Melding daarvan geschiedt meestal door de bewoners die anders hun afvalwater niet kwijt kunnen. Een storingsmelding leidt tot directe actie.

Drainage

Drainage is bedoeld om de grondwaterstand te reguleren. In diepe polders, in laaggelegen beekdalen, op sommige sportvelden en speelterreinen en op slecht doorlatende grond is dit een essentiële voorziening. De gemeente zorgt voor het doorspuiten van drainage in openbaar gebied om verstopping te voorkomen. Daarnaast hebben particulieren soms drainage op eigen perceel in eigen beheer. Dit water dient te worden aangesloten op de drainge van de gemeente of op de hemelwaterafvoer op eigen perceel.

Wadi

Een wadi is een groene greppel in het stedelijk gebied. Het Arabische woord is in Nederland een afkorting van Water Afvoer Drainage en Infiltratie. Een wadi bergt regenwater en zuivert het, waarna het water infiltreert in de ondergrond. Zo helpt de wadi tegen wateroverlast en droogte. De wadi heeft verschillende functies in het stedelijk gebied en je vindt hem in vele vormen. Vaak zit er infrastructuur onder om het water te bergen en af te voeren, zoals infiltratiekratten, granulaatkorrels en drainbuizen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/850/documents/22571