CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

VTSBP_Tilligte,_Ootmarsumsestraat_142.pdf

Gecombineerde commissievergadering Omgeving en Economie / Sociaal Domein en Bestuur 4 april 2023, gemeente DinkellandBij agendapunt: 7: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Tilligte, Ootmarsumsestraat 142”31.859 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Met inachtneming van vorenstaande heeft het plan geen significante milieueffecten voor het aspect ecologie. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt geen beschermd dier gedood maar mogelijk kunnen door bouwwerkzaamheden beschermde dieren verstoord worden in de houtsingel. Het verstoren van beschermde dieren leidt echter niet tot wettelijk consequenties. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt de functie en de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor sommige beschermde diersoorten aangetast. Dit leidt eveneens niet tot wettelijke consequenties. Externe veiligheid Binnen het plangebied worden geen risicobronnen opgericht aangezien er enkel sprake zal zijn van woningbouw.

Woningen betreffen geen objecten die relevant zijn als risicobronnen inzake externe veiligheid. De ontwikkeling heeft dan ook geen negatieve effecten als het gaat om dit aspect. Het project is in overeenstemming met de wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid. Verkeerseffecten en luchtkwaliteit Verkeerseffecten Het plangebied wordt ontsloten via de Ootmarsumsestraat, een provinciale weg tussen Ootmarsum en Denekamp. Onderhavig plan betreft de realisatie van negentien woningen. Het plan bestaat uit acht twee-onder-een kap woningen, zes geschakelde woningen, drie appartementen en twee vrijstaand. Het betreffen woningen in de koopsector die zijn gelegen in niet stedelijk gebied, rest bebouwde kom. Het totaal aantal verkeersbewegingen kan op grond van de CROW-publicatie 381, naar boven afgerond, op 141 per dag gesteld worden. Dit vormt geen belemmering, omdat het aanwezige wegprofiel ruimschoots voldoende is voor de beoogde verkeersintensiteiten.

-3-

Luchtkwaliteit In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.’ Het Besluit gevoelige bestemmingen is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Als gevolg van het plan neemt de verkeersgeneratie op basis van de CROW-normen toe met 141 verkeersbewegingen per dag. Volledigheidshalve is een wordt-case scenario berekening gemaakt met een toename van 141 extra voertuigbewegingen. Deze is in onderliggende figuur opgenomen.

-4-

Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt bovendien dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig. Kortom Voor het overige zorgt het voornemen ter plaatse van de Ootmarsumsestraat 142 niet voor significante negatieve milieueffecten. De milieueffecten van de ontwikkeling zijn beperkt te noemen. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de voorgenomen ontwikkeling in voldoende mate is afgewogen en dat belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten. Derhalve wordt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland voorgesteld om geen milieueffectrapportage op te laten stellen. Wij vertrouwen erop u hiermee van dienst te zijn geweest. Hoogachtend, Ad Fontem BV

Bijlagen: • Verkennend bodemonderzoek • Quickscan natuurwaarden • Stikstofdepositieonderzoek

-5-

RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 Ootmarsumsestraat - Tilligte

Opdrachtgever: Bouwbedrijf van der Aa Locatie: Ten Dam - Fase 2 Ootmarsumsestraat 7634 PR Tilligte Juli 2021

Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN 5740 Ootmarsumsestraat - Tilligte

Opdrachtgever: Bouwbedrijf van der Aa Hunnenborgseweg 6 7634 PK Tilligte Locatie: Ten Dam - Fase 2 Ootmarsumsestraat 7634 PR Tilligte Projectcode: 21042010 Rapportagedatum: 23 juli 2021 Auteur: Mevr. E. Koppelman

Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 3

3

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

4 4 5 5 6 7

4

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses

8 8 8 10 10

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

11

6

Literatuur en bronvermelding

13

Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, december 2008 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juni 2021 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Informatie gemeente Losser V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 21042010

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van de Bouwbedrijf van der Aa op een terrein aan de Ootmarsumsestraat in Tilligte (Ten Dam - Fase 2) door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de nieuwbouw van woningen. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van een bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat een deel van het te onderzoeken terrein wordt gebruikt als parkeerterrein. De bovengrond van het parkeerterrein wordt als verdacht beschouwd. De bodem onder de tijdelijke parkeerplaats van puingranulaat kan wel als onverdacht beschouwd worden. De ondergrond en het grondwater voor de gehele locatie worden ook als onverdacht beschouwd. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, Bodem.

Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op de verdachte deellocaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in juli 2021 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek.

De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden eventuele resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 21042010

Pagina 1 van 13

2

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen op een terrein ten westen van de Ootmarsumsestraat 142, binnen de bebouwde kom van Tilligte. Het centrale punt van het te onderzoeken terrein heeft de RD-coördinaten x = 261.283 en y = 492.038 en is kadastraal bekend als: gemeente Denekamp, sectie M, nummers 1507 en 1241 (ged.). De Ootmarsumsestraat bevindt zich ten zuiden van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd, deels verhard met puingranulaat en klinkers (parkeerterrein). De onderzoekslocatie is grotendeels begroeid met gras en in gebruik als grasveld. Onderzoekslocatie In het kader van de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging is een bodemonderzoek noodzakelijk. De onderzoekslocatie is onbebouwd, deels verhard en omvat circa 4000 m². Het parkeerterrein binnen de onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 480 m2. In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, december 2008; - boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juni 2021. Vooronderzoek In het vooronderzoek komt, naast informatie uit het huidige gebruik, het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein.

Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever en de gemeente Dinkelland. Daarbij is de volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft momenteel deels een bestemming verkeer en deels een bestemming groen; - de onderzoekslocatie is niet eerder bebouwd geweest; - voor zover bekend is er op de huidige onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel; - de onderzoekslocatie is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - voor zover bekend is het te onderzoeken terrein in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; - in 2016 is een tijdelijke puinverharding aangebracht ten behoeve van een parkeerterrein. Het puin is afkomstig van Postel uit Tilligte en niet verdacht voor de aanwezigheid van asbest. De puinlaag is waarschijnlijk dun en de grond eronder wordt als onverdacht beschouwd. - voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Er bevinden zich geen asbesthoudende dakplaten, beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie.

Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg; - er zijn eerder bodemonderzoeken op en nabij de huidige onderzoekslocatie uitgevoerd. De meest relevante onderzoeken worden hieronder nader toegelicht.

Kruse Milieu BV

Project: 21042010

Pagina 2 van 13

Kruse Milieu BV verkennend bodemonderzoek Kerkepad in Tilligte, d.d. 20 juli 2002 met projectcode 05020810 Aanleiding voor dit onderzoek, direct ten noordwesten van de huidige onderzoekslocatie, was de geplande nieuwbouw van 7 woningen. Uit de analyseresultaten bleek dat er in de boven-en ondergrond en in het grondwater geen verontreinigingen zijn aangetoond. Kruse Milieu BV verkennend bodemonderzoek Ootmarsumsestraat 145 in Tilligte, d.d. 19 december 2008 met projectcode 08053610 Aanleiding voor dit onderzoek, op en ten noorden van de huidige onderzoekslocatie, was de geplande nieuwbouw van woningen ten noorden van de huidige onderzoekslocatie, het aanleggen van een parkeerplaats en het uitbreiden van café-restaurant Ten Dam. Uit de analyseresultaten bleek dat er in de boven- en ondergrond geen verontreinigingen zijn aangetroffen. In het grondwater is een licht verhoogd bariumgehalte aangetoond. Bodemsamenstelling en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich ongeveer 23 meter boven NAP; - de deklaag bestaat uit kwartair zand en is ter plaatse 75 meter dik. Het doorlatend vermogen is groter dan 500 m²/dag; - de grondwaterspiegel bevindt zich op circa 1.5 meter onder het maaiveld.

Het freatische grondwater stroomt in noord-westelijke richting; - het waterwingebied Denekamp bevindt zich op circa 2.0 kilometer ten westen van de onderzoekslocatie. Het bijbehorende grondwaterbeschermingsgebied ligt op circa 1.0 kilometer ten westen van de onderzoekslocatie; - op circa 430 meter ten westen-noordwesten stromen de Tilligterbeek en de Enkterbeek. Op circa 1.0 kilometer van de onderzoekslocatie stroomt de Dinkel en het kanaal AlmeloNordhorn stroomt op circa 2.0 kilometer ten zuiden van de onderzoekslocatie; - de invloed van het waterwingebied en oppervlaktewateren op het freatische grondwater is bij ons bureau onbekend.

Kruse Milieu BV

Project: 21042010

Pagina 3 van 13

3

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. In de norm NEN5740 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, wordt de bovengrond van het parkeerterrein als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie en PAK. De bodem onder het parkeerterrein kan als onverdacht beschouwd worden. De ondergrond en het grondwater voor de gehele locatie worden ook als onverdacht beschouwd. Het onderzoek voor de bovengrond ter plekke van het parkeerterrein wordt uitgevoerd conform NEN5740, strategie verdacht met een heterogene verdeling (VEDHE).

Het onderzoek voor de bovengrond ter plekke van het grasveld, de ondergrond en het grondwater wordt uitgevoerd conform NEN5740, strategie onverdacht (ONV-NL). De 2 strategieën worden met elkaar gecombineerd. Uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie, inclusief het in 2016 aangebrachte puingranulaat, niet verdacht is met betrekking tot asbest. Derhalve is geen asbestonderzoek op de locatie noodzakelijk. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Indien tijdens het veldwerk blijkt dat de bodem puinhoudend is, worden de puinhoudende boringen tot 0.5 meter diepte conform NEN5707 vervangen door inspectiegaten. Aangezien puinhoudende grond per definitie asbestverdacht is, dient in voorkomende gevallen asbestonderzoek plaats te vinden. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017.

Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; Kruse Milieu BV

Project: 21042010

Pagina 4 van 13

- in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. Veldwerkzaamheden Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Op een terrein van circa 4000 m2 worden in totaal 18 boringen verricht, waarvan 5 ter plekke van het parkeerterrein. In totaal 5 boringen worden doorgezet tot de grondwaterstand of 2.0 meter diepte. Van de diepe boringen wordt 1 boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuis. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. Analyses De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen.

Eventuele asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in dit verkennend onderzoek 5 grondmengmonsters samengesteld en er wordt 1 grondwatermonster genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 2. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster. Monster

Analysepakket

Bovengrond parkeerterrein (2x) Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), Bovengrond grasveld (2x) minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en Ondergrond (1x) droge stof Grondwater (1x)

Kruse Milieu BV

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Project: 21042010

Pagina 5 van 13

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.

Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.

Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Kruse Milieu BV

Project: 21042010

Pagina 6 van 13

De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie 2 juli 2020) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 15 januari 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. Toetsing asbestanalyses De resultaten van eventuele asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS).

Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen < 0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 21042010

Pagina 7 van 13

4

Resultaten Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in juli 2021 uitgevoerd door de heren J. Hartman en N. Pepping. Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Op 12 juli 2021 zijn er in totaal 18 boringen verricht met behulp van een Edelmanboor. Er zijn 4 boringen doorgezet in de diepere ondergrond. Er is 1 diepe boring met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor doorgezet tot een diepte van 4.20 m-mv en afgewerkt met een peilbuis. De boringen op het grasveld zijn gecodeerd als boring 1 tot en met 13 en de boringen ter plekke van het parkeerterrein zijn gecodeerd als boring 21 tot en met 25. In de boringen 2, 3, 5 en 8 is tot een diepte van circa 0.40 m-mv puingranulaat aangetroffen. Boring 10 is op een diepte van 0.25 m-mv gestaakt op puingranulaat. Het terreindeel ter plaatse van boring 10 wordt gebruikt als beachvolleybalveld. Het tijdelijke parkeerterrein blijkt groter dan op voorhand werd aangenomen.

Het puingranulaat voldoet niet aan de definitie voor bodem (>50% bodemvreemd materiaal) en valt buiten de scope van dit bodemonderzoek. Visueel zijn er in de puinlaag geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Ten westen van de onderzoekslocatie (nabij boring 2) bevindt zich een depot met snoeiafval en ten noorden van boring 13 bevindt zich een depot grond met puin. Deze depots vallen buiten de scope van dit onderzoek. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat globaal uit uiterst fijn tot matig fijn zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn, met uitzondering van sporen plastic in de ondergrond van boring 22, geen bodemvreemde materialen waargenomen. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld, in de puinlaag of in de bodem waargenomen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven.

Kruse Milieu BV

Project: 21042010

Pagina 8 van 13

Tabel 3: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m -mv)

Analyse

BG I (grasveld)

1, 4, 6, 7, 11 en 12

0 - 0.50

NEN5740standaardpakket

BG II (onder puinverharding)

2 3 5 8 9

0.40 - 0.60 0.40 - 0.90 0.20 - 0.70 0.30 - 0.60 0.45 - 0.70

NEN5740Standaardpakket

BG III (parkeerterrein)

21 en 23 24 25

0 - 0.50 0.11 - 0.61 0.20 - 0.50

NEN5740Standaardpakket

BG IV (parkeerterrein)

22 24 25

0.07 - 0.30 0.07 - 0.11 0.07 - 0.20

NEN5740Standaardpakket

OG

1 1 2 2 3 21 22

0.85 - 1.35 1.35 - 1.85 0.60 - 1.10 1.10 - 1.50 1.40 - 1.90 1.20 - 1.50 1.20 - 1.55

NEN5740Standaardpakket

Boring 1 is doorgezet tot 4.20 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om de PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 19 juli 2021 is de peilbuis (PB 1) bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4. Tabel 4: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

PB 1

3.20 - 4.20

2.60

6.4

EC Troebelheid Toestroming (μS/cm) (NTU) 320

0.1

Goed

De waarden voor de pH, de EC en de troebelheid worden als normaal beschouwd.

Kruse Milieu BV

Project: 21042010

Pagina 9 van 13

Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In het grondwater (PB 1) zijn enkele lichte verontreinigingen gemeten, deze zijn weergegeven in tabel 4. In de boven- en ondergrond (BG I, BG II, BG III, BG IV en OG) zijn geen verontreinigingen gemeten. Tabel 4: Verhoogde concentraties (μg/l). Monster

Component

Gemeten Concentratie

GSSD

Streefwaarde

Interventiewaarde

PB 1

Barium Cadmium

250 1.7

250 * 1.7 *

50 0.4

625 6

In de vierde kolom van tabel 4 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan of S; * concentratie groter dan of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is beschreven, zijn er enkele lichte verontreinigingen in het grondwater aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Grondwater PB 1 - Barium en cadmium Het licht verhoogde bariumgehalte in het grondwater is waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de ondergrond zijn oer- en roest-houdende lagen aangetroffen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Het licht verhoogde cadmiumgehalte kan niet direct verklaard worden. In het bodemonderzoek van 2009 is op dezelfde locatie ook een licht verhoogd bariumgehalte aangetoond. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk.

Kruse Milieu BV

Project: 21042010

Pagina 10 van 13

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van de Bouwbedrijf van der Aa is in een verkennend bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terrein ter grootte van circa 4000 m² aan de Ootmarsumsestraat in Tilligte (Ten Dam - Fase 2). De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd, deels verhard met puingranulaat en klinkers (parkeerterrein) en deels in gebruik als grasveld. De aanleiding van dit onderzoek is de nieuwbouw van woningen waarvoor een bestemmingsplanwijziging nodig is. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat een deel van het te onderzoeken terrein wordt gebruikt als parkeerterrein. De bovengrond van het parkeerterrein (circa 480 m2) wordt als verdacht beschouwd. De bodem onder de tijdelijke parkeerplaats van puingranulaat kan wel als onverdacht beschouwd worden. De ondergrond en het grondwater voor de gehele locatie wordt ook als onverdacht beschouwd. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 18 boringen verricht, waarvan er 4 zijn doorgezet in de diepere ondergrond. Er is 1 diepe boring afgewerkt tot peilbuis. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit uiterst fijn tot matig fijn zwak siltig. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen aangetroffen.

Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen (sporen plastic) waargenomen. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld, in de puinlaag of in de bodem waargenomen. Het freatische grondwater in peilbuis 1 is aangetroffen op 2.60 m-mv. Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG I, BG II, BG III en BG IV) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 1) is licht verontreinigd met barium en cadmium. Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" dient formeel gezien te worden verworpen aangezien er overschrijdingen van de streefwaarden zijn aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In het grondwater (PB 1) zijn enkele lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (BG I, BG II, BG III en BG IV) en in de ondergrond (OG) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin).

Kruse Milieu BV

Project: 21042010

Pagina 11 van 13

Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 21042010

Pagina 12 van 13

6

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Dinkelland Kruse Milieu BV rapport verkennend bodemonderzoek Kerkepad Tilligte, d.d. 20 juli 2002 met projectcode 05020810 Kruse Milieu BV rapport verkennend bodemonderzoek Ootmarsumsestraat 145 in Tilligte, d.d. 19 december 2008 met projectcode 08053610 NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, geactualiseerde versie 2 juli 2020 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M

Topografische kaarten, Kaartblad 29 A, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 21042010

Pagina 13 van 13

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, december 2008 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juli 2021

Ten Dam Fase 2 in Tilligte

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer: 21042010 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 29 A

Koopman Mode N

Ootmarsumsestraat ongenummerd 7634 PP Tilligte Verkennend bodemonderzoek

nieuw te bouwen woningen 20

19 3 2 18

16 17 15 4

14 13 5 9 12 10 toekomstige parkeerplaats

11

6 uitbreiding Café/Restaurant Ten Dam

8

1 7

Café/ Restaurant Ten Dam Nr. 142

Nr. 156

Nr. 148

10

0 = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

O o tm

a rs

est um s

r aa t

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 Tel: 0546 - 631153 7678 SC Geesteren Fax: 0546 - 632139 www.krusegroep.nl

Projectcode Schaal Datum

: 08053610 : 1:500 (A4-formaat) : December 2008

Bouwbedrijf van der Aa Ten Dam - Fase 2 Ootmarsumsestraat, Tilligte Lan gep ad

Verkennend bodemonderzoek

Depot grond met puin

13

Depot snoeiafval

12 11 2 1 puingranulaat

7 10

gras

puingranulaat

8

beachvolleybalveld

6

9 3 5

puingranulaat

22 23

24 21 4 25

slibvangput en vetafscheider

= Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

Ootm arsum sestr aat

25

0

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl

Veldwerker: JH/RV/NP/BD

Projectcode Schaal Datum

Tekenaar: JL

: 21042010 : 1:500 (A3-formaat) : Juli 2021

Bijlage II Boorstaten

1

1

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, rood, m at ig oer, sporen wort els, zeer hard

2

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer

3

zand, uit erst fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, zwak oer

50

3 0

-5 -40

50 1

-85

2 3

4

zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest

5

200

150

-200

zand, zeer fijn, zwak silt ig, donker grijs, bruin, sporen oer -110

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer -140

4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, rood, st erk oer -90

100

-135 150

0

puingranulaat -50

100

grind / cm t ov m aaiveld

0

zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest

200

-200

t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

250 -260

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest

4

300 320

groenst rook / cm t ov m aaiveld

0 350

1 -380

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs

400 420

-420

0

zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer, sporen wort els, ext reem hard

50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 2 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

5

grind / cm t ov m aaiveld

0

2

-5

gras / cm t ov m aaiveld

0

puingranulaat 0

puingranulaat

1

50

-20

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen oer

-40 50

0

1

zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin -60

2

zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht bruin, rood, sporen oer

3

zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest

4

zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest

100

-90

t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

-110

150

6

-150

200

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

-200

t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

50

-50

t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

7

gras / cm t ov m aaiveld

0 1 50

t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

0

zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer, sporen wort els, ext reem hard

Oot m a r su m se st r a a t 1 4 2 - Tillig t e 21042010 N EN 5 1 0 4

0

zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer, sporen wort els, ext reem hard -50

8

gras / cm t ov m aaiveld

0

13 0

braak / cm t ov m aaiveld

0

puingranulaat 1

-30 50

1

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs

2

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, donker grijs, zwart , sporen plant en

50

-50

depot grond m et puin op m aaiveld

-60

100

-100

0

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin

t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

21

gras / cm t ov m aaiveld

0

9

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

2

2

zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, m at ig t eelaarde

50 -60

zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin

100 -70

t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

-120 3 150

zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, st erk oer -150

4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest

200

10

cm t ov m aaiveld

0 1

0

0

zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht bruin, sporen oer -45

50

1

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, zwak wort els

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige

-200

t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

-20

boring gest opt op puingranulaat

t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

-25

beachvolleybalveld

22

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1

11

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

0

-7

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest

50

2

zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen oer, sporen wort els, ext reem hard 100

50

-30

zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, sporen oer, sporen t eelaarde, sporen plast ic wort eldoek, geroerd

3

-50

t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

0

-80 4

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, oude m aaiveld

5

zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht bruin, rood, m at ig oer

150

-120

-155

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest

200

12

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, zwak oer, sporen wort els, zeer hard

50

t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

-200

-50

23

t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, zwak wort els, sporen oer

2

zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, m at ig t eelaarde, sporen oer

50

100

t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Oot m a r su m se st r a a t 1 4 2 - Tillig t e 21042010 N EN 5 1 0 4

0

-50

-100

24

klinker / cm t ov m aaiveld

0

0

1 -7 2 50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, rood, m at ig oer -11

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin -70

zand, zeer fijn, zwak silt ig, donker grijs, zwart , sporen veen

100

-85

t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, rood, zwak oer -100

25

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1 2 50

0 -7

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, rood, m at ig oer -20

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin -50 100

t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

zand, zeer fijn, zwak silt ig, donker grijs, bruin, m at ig t eelaarde -75

zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, rood, st erk oer -100

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Oot m a r su m se st r a a t 1 4 2 - Tillig t e 21042010 N EN 5 1 0 4

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN ISTEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

Bijlage III Resultaten chemische analyses

Kruse Milieu BV T.a.v. Jeroen Lammers Huyerenseweg 33 7678 SC GEESTEREN

Analysecertificaat Datum: 19-Jul-2021

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2021116284/1 21042010 Ootmarsumsestraat 142 - Tilligte 12-Jul-2021

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

21042010 Ootmarsumsestraat 142 - Tilligte

Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

Jan Hartman

1

2

3

4

5

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

% (m/m)

92.1

87.3

88.4

92.1

86.6

Eenheid

Analyse

2021116284/1 12-Jul-2021 19-Jul-2021 19-Jul-2021/11:10 A,B,C 1/2

Voorbehandeling

Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses

S

Droge stof

S

Organische stof

% (m/m) ds

3.2

2.3

4.1

<0.7

1.0

Gloeirest

% (m/m) ds

96

97

95

99

99

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

4.3

5.1

6.5

2.3

3.0

S

Metalen

S

Barium (Ba)

mg/kg ds

<20

<20

<20

<20

<20

S

Cadmium (Cd)

mg/kg ds

<0.20

<0.20

<0.20

<0.20

<0.20

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

<3.0

<3.0

<3.0

S

Koper (Cu)

mg/kg ds

6.0

<5.0

8.0

<5.0

<5.0

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

<0.050

<0.050

0.066

<0.050

<0.050

S

Molybdeen (Mo)

mg/kg ds

<1.5

<1.5

<1.5

<1.5

<1.5

S

Nikkel (Ni)

mg/kg ds

<4.0

<4.0

<4.0

<4.0

<4.0

S

Lood (Pb)

mg/kg ds

18

18

26

<10

<10

S

Zink (Zn)

mg/kg ds

25

<20

21

<20

<20

Minerale olie (C10-C12)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

<3.0

<3.0

<3.0

Minerale olie (C12-C16)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

<5.0

<5.0

<5.0

Minerale olie (C16-C21)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

<5.0

<5.0

<5.0

Minerale olie (C21-C30)

mg/kg ds

<11

<11

14

<11

<11

Minerale olie (C30-C35)

mg/kg ds

9.7

9.6

19

<5.0

<5.0

Minerale olie (C35-C40)

mg/kg ds

<6.0

<6.0

<6.0

<6.0

<6.0

Minerale olie totaal (C10-C40)

mg/kg ds

<35

<35

38

<35

<35

Minerale olie

S

Zie bijl.

Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB

S

PCB 28

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 52

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 101

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

Nr. Uw monsteromschrijving

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

12171365

BG II

Grond (AS3000) Grond (AS3000)

3

BG III

Grond (AS3000)

12171367

4

BG IV

Grond (AS3000)

12171368

5

OG

Grond (AS3000)

12171369

1

BG I

2

12171366

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

W: Waals Gewest erkende verrichting

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

TESTEN RvA L010

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

S

21042010 Ootmarsumsestraat 142 - Tilligte

Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

Jan Hartman

2021116284/1 12-Jul-2021 19-Jul-2021 19-Jul-2021/11:10 A,B,C 2/2

Analyse

Eenheid

1

2

3

4

5

PCB 118

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 138

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 153

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

PCB 180

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S S

PCB (som 7) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0049

1)

0.0049

1)

0.0049

1)

0.0049

<0.0010 1)

0.0049

1)

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK

S

Naftaleen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

<0.050

<0.050

<0.050

S

Fenanthreen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

<0.050

<0.050

<0.050

S

Anthraceen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

<0.050

<0.050

<0.050

S

Fluorantheen

mg/kg ds

0.056

<0.050

0.087

<0.050

<0.050

S

Benzo(a)anthraceen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

0.052

<0.050

<0.050

S

Chryseen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

0.082

<0.050

<0.050

S

Benzo(k)fluorantheen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

<0.050

<0.050

<0.050

S

Benzo(a)pyreen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

0.053

<0.050

<0.050

S

Benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

0.050

<0.050

<0.050

S

Indeno(123-cd)pyreen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

0.062

<0.050

S

PAK VROM (10) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.37

0.35

Nr. Uw monsteromschrijving

1)

0.53

0.35

<0.050 1)

0.35

1)

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

12171365

BG II

Grond (AS3000) Grond (AS3000)

3

BG III

Grond (AS3000)

12171367

4

BG IV

Grond (AS3000)

12171368

5

OG

Grond (AS3000)

12171369

1

BG I

2

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

W: Waals Gewest erkende verrichting

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

12171366

Akkoord Pr.coörd.

VA TESTEN RvA L010

Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2021116284/1 Pagina 1/1 Monster nr.

Uw monsteromschrijving Van

Tot

0538902103

1

0

50

12-Jul-2021

0538902450

6

0

50

12-Jul-2021

0538902452

7

0

50

12-Jul-2021

0538902454

12

0

50

12-Jul-2021

0538902442

11

0

50

12-Jul-2021

0538902457

4

0

50

12-Jul-2021

Barcode

Boornr

12171365

Uw datum monstername

Monsteromsch./Monstername ID

BG I

12171366

BG II

0538902106

3

40

90

12-Jul-2021

0538902093

2

40

60

12-Jul-2021

0538902377

9

45

70

12-Jul-2021

0538902455

8

30

60

12-Jul-2021

0538902456

5

20

70

12-Jul-2021

12171367

BG III

0538902107

24

11

61

12-Jul-2021

0538902113

25

20

50

12-Jul-2021

0538902426

21

0

50

12-Jul-2021

0538902411

23

0

50

12-Jul-2021

12171368

BG IV

0538902372

22

7

30

12-Jul-2021

0538902109

24

7

11

12-Jul-2021

0538902108

25

7

20

12-Jul-2021

0538902380

22

120

155

12-Jul-2021

0538902414

21

120

150

12-Jul-2021

0538902112

3

140

190

12-Jul-2021

0538902100

1

85

135

12-Jul-2021

0538902111

1

135

185

12-Jul-2021

0538902084

2

60

110

12-Jul-2021

0538902115

2

110

150

12-Jul-2021

12171369

OG

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2021116284/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)

De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

.

Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2021116284/1

Analyse

Pagina 1/1

Methode

Techniek

Methode referentie

W0106

Voorbehandeling

AS3000

Droge Stof

W0104

Gravimetrie

pb 3010-2 en NEN-EN 15934

Organische stof (gloeiverlies)

W0109

Gravimetrie

pb 3010-3 en NEN 5754

Korrelgrootte < 2 µm (lutum)

W0171

Sedimentatie

pb 3010-4 en NEN 5753

Barium (Ba)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Cadmium (Cd)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Kobalt (Co)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Koper (Cu)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Kwik (Hg)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Molybdeen (Mo)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Nikkel (Ni)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Lood (Pb)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Zink (Zn)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Minerale Olie (C10-C40)

W0202

GC-FID

pb 3010-7 en NEN-EN-ISO 16703

Chromatogram MO (GC)

W0202

GC-FID

NEN-EN-ISO 16703

W0271

GC-MS

pb 3010-8 en NEN 6980

Voorbehandeling

UitScan Cryo Bodemkundige analyses

Metalen

Minerale olie

Polychloorbifenylen, PCB

PCB (7)

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK

PAK (10) (VROM)

W0271

GC-MS

pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287

PAK som AS3000/AP04

W0271

GC-MS

pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287

Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie juni 2020.

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Chromatogram TPH/ Mineral Oil

10000

5000

5000

C21-C30

C30-C35 C35-C40

1.2

1.4

C40

C16-C21 C21

C12-C16

C10-C12

1.0

pA

10000

C10

pA

Sample ID.: 12171367 Certificate no.: 2021116284 Sample description.: BG III V

0

0 0.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/700/documents/19350