CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting.pdf

Gemeenteraad 21 december 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 10: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Weerselo, Spikkert 3”19.661 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Weerselo, Spikkert 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

7

1.3

Vigerend bestemmingsplan

8

1.4

De bij het plan behorende stukken

9

1.5

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Het plan

11

2.1

Ontstaansgeschiedenis Weerselo

2.2

Stedenbouwkundige structuur

11

2.3

Toekomstige situatie

12

Hoofdstuk 3

Beleid

11

15

3.1

Rijksbeleid

15

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

16

3.3

Gemeentelijk beleid

22

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

27

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

27

4.2

Milieuzonering

28

4.3

Geur

29

4.4

Bodem

30

4.5

Geluid

32

4.6

Luchtkwaliteit

32

4.7

Externe veiligheid

34

4.8

Water

35

4.9

Ecologie

39

4.10

Archeologie en Cultuurhistorie

43

4.11

Verkeer en parkeren

44

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

47

5.1

Planopzet en systematiek

47

5.2

Toelichting op de regels

47

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

51

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

53

7.1

Vooroverleg

53

7.2

Zienswijzen

53

Bijlagen bij de toelichting

55

Bijlage 1

Groen inrichtingsplan

56

Bijlage 2

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.

63

Bijlage 3

Geuronderzoek

73

Bijlage 4

Bodemonderzoek

93

2

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek

179

Bijlage 6

Rapport waterstructuur

200

Bijlage 7

Actualisatie waterhuishoudingsplan

242

Bijlage 8

Watertoets

251

Bijlage 9

Quickscan natuurwaarden

254

Bijlage 10

Stikstofdepositieonderzoek

283

Bijlage 11

Ecologische voortoets

311

Bijlage 12

Reactienota zienswijzen

345

Regels

351

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

353

Artikel 1

Begrippen

353

Artikel 2

Wijze van meten

359

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

361

Artikel 3

Groen

361

Artikel 4

Verkeer

362

Artikel 5

Wonen

363

Hoofdstuk 3

Algemene regels

369

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

369

Artikel 7

Algemene gebruiksregels

370

Artikel 8

Algemene afwijkingsregels

371

Artikel 9

Overige regels

372

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

373

Artikel 10

Overgangsrecht

373

Artikel 11

Slotregel

374

Bijlagen bij de regels

375

Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

376

Bijlage 2

Hagenplan

389

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

3

4

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

Toelichting

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

5

6

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Op 28 juni 2016 is het bestemmingsplan 'Het Spikkert, tweede fase' door de gemeenteraad van Dinkelland vastgesteld. Dat bestemmingsplan biedt het ruimtelijk-planologisch kader voor de realisatie van 75 woningen. De gemeente Dinkelland heeft begin 2020 met de dorpsraad van Weerselo gesproken over een concept verkavelingskaart voor fase drie van Het Spikkert. Dit heeft ertoe geleid dat er een herverkaveling heeft plaatsgevonden waarop 33 woningbouwkavels zijn ingetekend. Aangezien het vigerende bestemmingsplan voor het plangebied van de herverkaveling voorziet in de mogelijkheid tot realisatie van 26 woningen, is het voorgenomen plan voor de realisatie van 33 woningen niet mogelijk. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied is gesitueerd aan de noordoostzijde van Weerselo. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie Q, nummer 1100 en heeft een oppervlakte van circa 81927 m2. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Atlas van Overijssel) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto van het plangebied weergegeven.

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

7

Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: Atlas van Overijssel) Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door agrarische grond, aan de oostzijde door de Siemertsteeg, aan de zuidzijde door de Eertmansweg en aan de westzijde door de in ontwikkeling zijnde woningen aan Erve Spikkert. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Het Spikkert, tweede fase', vastgesteld op 28 juni 2016. Voor het plangebied gelden de enkelbestemmingen 'Wonen', 'Verkeer' en 'Groen'. Ten aanzien van het aantal woningen is in de bestemming 'Wonen' de maatvoering 'maximum aantal wooneenheden' opgenomen. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen.

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Het Spikkert, tweede fase' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Binnen de bestemming Wonen kon de tweede fase van de nieuwe woonwijk worden gerealiseerd. Naast het wonen is in deze bestemming het uitoefenen van aan huis verbonden beroepen toegestaan. Een belangrijke rol is toegekend aan de vrije beroepen. Door de Kamer van Koophandel wordt onder een ‘vrije beroepsbeoefenaar’ verstaan: ‘iemand die wordt gevraagd om zijn individuele, persoonlijke kwaliteiten, die in het algemeen op artistiek-, academisch-, dan wel HBO-niveau liggen’. De bestemming 'Verkeer' maakt het mogelijk de wegenstructuur van Het Spikkert, met alle benodigde voorzieningen, te realiseren. Te denken valt aan parkeervoorzieningen, wegen, paden, bermen en dergelijke. Binnen de bestemming 'Groen' zijn groenvoorzieningen, voet- en fietspaden, verkeersvoorzieningen, 8

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

parkeervoorzieningen, beeldende kunstwerken, water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van afvoer, (tijdelijke)berging en infiltratie van hemelwater, alsmede openbare nutsvoorzieningen toegestaan. Ten aanzien van het aantal woningen is in de bestemming 'Wonen' een maatvoering opgenomen. Binnen het plangebied van dit bestemmingsplan (Spikkert, derde fase) is het op grond van de aanduidingen mogelijk om 26 woningen te realiseren. Aangezien het plan betrekking heeft op een herverkaveling en tevens op de toevoeging van 7 extra woningen is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Weerselo, Spikkert 3' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.WEEBPSPIKKERT3-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

9

10

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

Hoofdstuk 2

Het plan

2.1 Ontstaansgeschiedenis Weerselo De naam Weerselo wordt al in het jaar 1150 genoemd. Het klooster met die naam had destijds duchtig te lijden onder de terreur van de heren van Saterslo (het huidige Saasveld). De kern Weerselo is in de eerste aanleg ontstaan ter hoogte van het buurtschap Het Stift, in de nabijheid van het klooster in het noordelijke deel van de marke. Deze marke was een schoolvoorbeeld van een essenzwermdorp. Nadat in het begin van de 19e eeuw op een kilometer ten zuidoosten van Het Stift een kleine rooms-katholieke kerk werd gebouwd, kwam daar een nieuwe nederzetting tot ontwikkeling: Nijstad genaamd. Dit vormt het centrum van het huidige dorp Weerselo. Doordat de groei van de oude nederzetting vervolgens stagneerde, heeft Het Stift tot op heden zijn oorspronkelijke karakter behouden. Langs de verbindingsweg tussen de samenstellende delen van het dorp Weerselo ontstond lintbebouwing. Deze vorm van bebouwing was aanvankelijk ook kenmerkend in Nijstad, waar de eerste bewoning zich aan een viertal wegen rond de rooms-katholieke kerk concentreerde. Duidelijke kernvorming trad in Weerselo pas op na de Tweede Wereldoorlog. Vlakbij de roomskatholieke kerk werd in 1955 het nieuwe gemeentehuis van Weerselo in gebruik genomen. De eerste bebouwing ligt dus hoofdzakelijk rondom de kerk en langs de weglinten.

De eerste uitbreidingen van de kern hebben plaatsgevonden aan de westzijde van de Legtenbergerstraat en ten noorden van de Gunnerstraat. Deze woongebieden bestaan hoofdzakelijk uit stroken- en blokverkaveling. Deze uitbreiding van de kern vond plaats in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw. Rond de jaren ’70 en ’80 is de kern verder uitgebreid in oostelijke richting. Dit woongebied is gebouwd vanuit de forumgedachte en bestaat uit vele woonerven met zijn kenmerkende kronkelige wegenstructuur. Van begin jaren ’90 vindt uitbreiding plaats in noordelijke richting in het nieuwe woongebied “Reestman”. Het woongebied Reestman bestaat uit individuele bouw in de vorm van vrijstaande woningen.

2.2 Stedenbouwkundige structuur Vanuit het centrum van Weerselo strekken radiale wegen zich uit naar het omringende landschap. Hierbij kan worden gedacht aan de Haarstraat, de Legtenbergerstraat, de Bisschopstraat, de Gunnerstraat en de Wenshofsteeg. Vooral ten noorden van het centrum zijn in latere jaren nieuwe woonwijken ontwikkeld. Binnen en tussen deze woonwijken bevinden zich groene aders die vanuit het omringende landschap het woongebied binnentrekken. Het plangebied, dat aan de noordoostzijde van de kern is gesitueerd, heeft op het ogenblik grotendeels een groen karakter. Als gevolg van het vigerende bestemmingsplan 'Het Spikkert, tweede fase' is de tweede fase van woningbouwplan Het Spikkert in ontwikkeling gebracht. Binnen de verschillende woonbuurtjes kunnen in totaal circa 75 woningen worden gerealiseerd, bestaande uit rijtjes-, tweenaaneengebouwde en vrijstaande woningen. De woonbuurtjes worden van elkaar gescheiden door groene scheggen die samenkomen in het centrale groengebied. In dit centrale groengebied wordt een speelvoorziening gerealiseerd. Tot het nieuwe woongebied behoren tevens de twee oude boerenerven Eertmansweg 1 en 3, alsmede het erf Legtenbergerstraat 26. De ontwikkeling van Het Spikkert, tweede fase vindt gefaseerd plaats waardoor goed kan worden aangesloten op de woningbehoefte.

De ontwikkeling van Het Spikkert, tweede fase, is gestart aansluitend aan het kruispunt Legtenbergerstraat/Eertmansweg (A). Vervolgens wordt het plan gefaseerd ontwikkeling in oostelijke richting (B en C, zie figuur 2.1).

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

11

Figuur 2.1: Gefaseerde ontwikkeling woningbouw Het Spikkert, tweede fase Dit bestemmingsplan maakt de derde fase van woningbouwplan Het Spikkert mogelijk. De derde fase sluit aan op de bestaande (aangelegde) weg Erve Spikkert en wordt voorzien van groene randen, waarbij aan de noorden zuidzijde een wadi wordt aangelegd. De bebouwing bestaat uit twee-onder-een kapwoningen, vrijstaande woningen en enkele aaneengebouwde woningen (rijtjeswoningen) waarbij de parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden aangelegd. In paragraaf 2.3 wordt concreet ingegaan op de toekomstige situatie.

2.3 Toekomstige situatie Het plangebied van dit bestemmingsplan maakt deel uit van van ontwikkelingsgebied 'B' uit figuur 2.1. Op basis van de gefaseerde ontwikkeling zijn in ontwikkelingsgebied 'B' 26 woningen gepland. Op basis van de gesprekken met de Dorpsraad van Weerselo is een (her)verkavelingsschets opgesteld voor de realisatie van 33 woningbouwkavels. Derhalve worden er 7 extra woningen aan het ontwikkelingsgebied toegevoegd. In figuur 2.2 is de toekomstige situatie weergegeven.

12

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

Figuur 2.2: Toekomstige situatie (bron: gemeente Dinkelland) Voor de nieuwe verkaveling wordt aangesloten op de bestaande (aangelegde) weg Erve Spikkert. Ten zuiden van de aan te leggen weg worden vier aaneengebouwde woningen en acht twee-onder-een kapwoningen ontwikkeld. Aan de noordzijde van Erve Spikkert wordt voorzien in de ontwikkeling van tien twee-onder-een kapwoningen, vijf vrijstaande woningen en zes rijtjeswoningen. De reeds in het ontwerp van het bestemmingsplan 'Het Spikkert, tweede fase' opgenomen groenstrook tussen de nieuwe bebouwing en de Eertmansweg blijft behouden. Zowel aan de noord- als aan de westzijde van het plangebied worden wadi's aangelegd c.q. uitgebreid. Daarnaast wordt in het plan rekening gehouden met de ontsluiting voor deelgebied C (zie figuur 2.1). Langs de nieuw aan te leggen wadi aan de noordzijde (Erve Mulderboer) wordt aangesloten bij de weg Erve Marijnenboer. Om de groene uitstraling van het plan te borgen is een groen inrichtingsplan opgesteld. Op een aantal locaties worden op de erfafscheiding hagen aangeplant. Deze hagen zijn eigendom van de toekomstige bewoners van het perceel. De haag bestaat uit een enkele rij haagplanten. De plantlijn bevindt zich zoveel mogelijk op of tegen de erfafscheiding. De eigenaar van het perceel is verantwoordelijk voor het beheer van de gehele haag.

Snoeien dient bij voorkeur vroeg in het seizoen plaats te vinden als er nog geen vogels in de haag genesteld zijn. De gewenste snoeihoogte is circa 1,60 meter en aan de zijkanten 65 cm. De soorten haagbeplanting bestaan uit Fagus sylvatica en Carpinus betulus. In de regels van dit plan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om het onderhoud van de hagen te borgen. Aan de rand van het park (openbare groene ruimte) worden twee rijen haagplantsoen geplant. Deze hagen bestaat uit het hiervoor genoemde mengsel (Fagus sylvatica en Carpinus betulus) en worden aangevuld met Crataegus monogyna en Ilex aquifolium. Tevens worden er verspreid in de openbare ruimte bomen aangeplant. Het groene inrichtingsplan is als Bijlage 1 bij de toelichting van dit plan opgenomen.

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

13

14

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de Nationale Omgevingsvisie wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot.

De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de herverkaveling van woningbouwplan Spikkert. Zoals is beschreven ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeenten en provincies. In de paragraven 3.2.3 en 3.3.2 wordt de herverkaveling getoetst aan het provinciale beleid en aan de woonvisie van de gemeente Dinkelland. Daarin wordt aangetoond dat het past binnen het provinciale en gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen. Daarmee past het plan binnen de prioriteiten van de NOVI en kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

15

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.

Onderhavig plan Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de herverkaveling van woningbouwplan Het Spikkert, tweede fase en de toevoeging van zeven extra woningen. Het plangebied van Het Spikkert wijzigt niet. Er wordt geen nieuw planologisch beslag ruimtelbeslag mogelijk gemaakt. Op grond van het vigerende bestemmingsplan zijn reeds 26 woningen toegestaan en worden 7 extra woningen aan het plangebied toegevoegd. Op grond van het vigerende bestemmingsplan zijn de gronden reeds voorzien van de bestemming 'Wonen', 'Verkeer' en 'Groen' en zijn 26 woningen toegestaan. Deze woningen zijn niet gerealiseerd waardoor er sprake is van onbenutte planologische mogelijkheden. Op grond van de uitspraak van 1 juli 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2062) geldt dat onbenutte planologische mogelijkheden in een nieuw plan mogen worden opgenomen, zonder dat hoeft te worden voldaan aan de in artikel 3.1.6, tweede lid, Bro genoemde eisen. Ten aanzien van de 7 extra woningen die aan het plangebied worden toegevoegd geldt op grond van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 16 september 2015 dat de realisatie van 11 woningen niet wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 3.1.6, tweede lid, Bro is dan ook niet van toepassing (ECLI:NL:RVS:2015:2921).

De toevoeging van 7 extra woningen wordt derhalve niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling waardoor artikel 3.1.6, tweede lid Bro niet van toepassing is. Echter, in bovengenoemde uitspraak heeft de Raad van State bepaald dat ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin. De Ladder voor duurzame verstedelijking vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt, is artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing. Dit neemt niet weg dat aan de eisen van het eerste lid van artikel 3.1.6 van het Bro dient te worden voldaan. Bij de toets of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening dient onder meer beoordeeld te worden of de in het plan voorziene bestemmingen passende bestemmingen zijn (uitspraak van 25 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2294 (Weert) en of de mogelijk gemaakte ontwikkeling voorziet in een behoefte (uitspraak van 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:943 (Ermelo)). De behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling dient met het oog op de uitvoerbaarheid van het plan te zijn onderbouwd (uitspraak van 18 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2471 (Weststellingwerf)).

Uit de volgende paragrafen volgt dat er sprake is van een behoefte aan deze zeven woningen en is de uitvoerbaarheid van het plan onderbouwd.

3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 16

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

17

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling nodig of mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hieronder wordt het plan getoetst aan de van belang zijnde artikelen uit de omgevingsverordening. Artikel 2.1.2 Principe van concentratie (lid 1) Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Doorwerking voor voorliggend plan: Onderhavig plan maakt de herverkaveling van een bestaand woningbouwplan voor de realisatie van 26 woningen mogelijk. Daarnaast worden als gevolg van dit bestemmingsplan zeven nieuwe woningen aan het bouwplan toegevoegd. Aangezien er op grond van de Woonvisie 2016+ van de gemeente Dinkelland nog behoefte is aan het toevoegen van extra woningen kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de beschikbare plancapaciteit voor Weerselo (zie ook paragraaf 3.3.2).

Geconcludeerd kan worden dat het plan voorziet in de bouw van woningen voor de lokale behoefte. Het plan is in overeenstemming met artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; 18

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Op grond van de Omgevingsverordening Overijssel wordt onder bestaand bebouwd gebied verstaan: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Onder stedelijke functies wordt verstaan: functies van steden en dorpen zoals wonen, bedrijvigheid, detailhandel, horeca, maatschappelijke, educatieve, culturele en religieuze voorzieningen met de bijbehorende infrastructuur, stedelijk water en stedelijk groen. Onderhavig plan maakt de herverkaveling van een bestaand woningbouwplan en de toevoeging van zeven nieuwe woningen aan het bouwplan mogelijk.

Daarnaast worden groenvoorzieningen (stedelijk groen), nieuwe wegen (infrastructuur) en wadi's (stedelijk water) ten behoeve van de waterhuishouding aangelegd. Aangezien dit bestemmingsplan betrekking heeft op de realisatie van nieuwe stedelijke functies binnen bestaand bebouwd gebied kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling geen extra ruimtebeslag legt op de Groene Omgeving door bouwen en verharden. Het plan is in overeenstemming met artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Doorwerking voor voorliggend plan: Als gevolg van dit plan worden 33 woningen juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. In het vigerende bestemmingsplan is de mogelijkheid opgenomen voor de realisatie van 26 woningen. Planologisch gezien is daarmee sprake van een toevoeging van zeven extra woningen. Het voornemen past daarmee binnen het actuele gemeentelijk woningbouwprogramma en is tevens in overeenstemming met het RWP Twente (april 2017) (zie ook paragraaf 3.3.2 in deze toelichting). Het plan is in overeenstemming met artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel.

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval geldt het ontwikkelingsperspectief voor de landelijke omgeving. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

19

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) Het plangebied is gelegen binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In dit ontwikkelingsperspectief zijn ook plekken waar, door de ruimtelijke structuur van het landschap, de beschikbare milieuruimte of reeds aanwezige bebouwing, de ontwikkelruimte van agrarische bedrijven beperkt is. Hier liggen ontwikkelkansen voor andere vormen van bedrijvigheid (denk aan dienstverlenende zelfstandigen zonder personeel) die de ruimtelijke structuur versterken. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Het plangebied maakt onderdeel uit van woningbouwplan Het Spikkert in Weerselo.

Aangezien dit bestemmingsplan betrekking heeft op de herverkaveling van een bestaand woningbouwplan en voorziet in de toevoeging van zeven nieuwe woningen, kan geconcludeerd worden dat het voornemen geen afbreuk doet aan het eigen karakter van het gebied en ook geen extra belemmeringen oplevert voor de aanwezige functies in de omgeving (zie hoofdstuk 4). Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3).

20

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Dekzandvlakten zijn na de ijstijd door de wind gevormde zandlandschappen. Ze beslaan een groot deel van de provincie. De afwisseling van opgewaaide ruggen en uitgesleten beekdalen met bijbehorende hoogteverschillen kenmerken de dekzandvlaktes van Overijssel. Opvallend is de overwegend oost-west georiënteerde richting van ruggen en dalen. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dienen ze bij te dragen aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen. Beide zijn uitgangspunt bij (her)inrichting, net als (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen. Aangezien dit bestemmingsplan betrekking heeft op de herverkaveling van bestaande planologische mogelijkheden, waarbij op grond van het vigerende bestemmingsplan reeds woningbouw mogelijk is, geldt dat het plan geen negatieve effecten heeft op de kenmerken van de 'dekzandvlakte en ruggen'. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'jong heide- en broekontginningslandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

21

met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten mt erven en de kenmerkende ruimtematen. Woningbouwplan Het Spikkert brengt voldoende groene ruimten aan in het plangebied. Als gevolg van dit bestemmingsplan vindt enkel een herverkaveling plaats van het bestaande woningbouwplan voor dit deelgebied. Het Spikkert brengt in de feitelijke situatie geen wezenlijke veranderingen in de kenmerken van het gebied. Stedelijke laag Het plangebied heeft op grond van de gebiedskenmerkenkaart voor de 'Stedelijke laag' geen bijzondere eigenschappen. Deze gebiedskenmerken kunnen derhalve buiten beschouwing worden gelaten. Laag van de beleving Op grond van de 'Laag van de beleving' geldt voor het plangebied het kenmerk 'donkerte'. Met dit kenmerk wordt het contrast tussen lichte en donkere en drukke en stille gebieden weergegeven.

De ‘donkere’ gebieden hebben een rustig en onthaast karakter en vormen hiermee een eigen kwaliteit voor mens en dier. Donkere gebieden vragen om een minimaal noodzakelijke toepassing van kunstlicht. De nieuwe woningen leveren, gelet op de aansluiting bij de bestaande kern van Weerselo, geen onevenredige effecten ten aanzien van dit kenmerk Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Omgevingsvisie Dinkelland

De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goed voorbeeld; 3. We wentelen niet af op volgende generaties; 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland wil kernen waar het lekker wonen is, waar bedrijvigheid is en waar mensen werk kunnen vinden. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en om samen te komen. De inwoners zien hun leefomgeving veranderen. Het wordt moeilijker om voorzieningen in stand te houden. Dit geldt voor winkels, horeca, kerken, kultuurhuizen, sportvoorzieningen en scholen. Aan de andere kant ziet de gemeente ook nieuwe plannen en combinaties van functies van onderop die kernen juist krachtiger maken.

Van oudsher zijn inwoners van de kernen gewend om de leefbaarheid van hun omgeving in eigen hand te nemen en te zorgen dat het er goed toeven is. Het versterken van de leefbaarheid van de kernen wordt door inwoners en gemeente via MijnDinkelland al langer samen opgepakt. Dit wil de gemeente Dinkelland voortzetten aan de hand van vier speerpunten: 1. voldoende voorzieningen; 2. aantrekkelijk wonen; 3. ruimte voor ondernemen; 4. leefbare openbare ruimte Toets Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de herverkaveling van woningbouwplan Het Spikkert, tweede fase en de toevoeging van zeven extra woningen. De gemeente Dinkelland wil dat het aantal en de soort woningen in de kern past bij de vraag. Daarbij is het tevens van belang dat woningen voor elke doelgroep bereikbaar en 22

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

toegankelijk zijn. In eerste instantie wordt voor het bouwen van nieuwe woningen gezocht naar locaties binnen de grenzen van de kernen. Als er binnen de kern geen plekken zijn om te bouwen wordt gekeken naar bouwmogelijkheden aan de rand van een kern. Aangezien dit bestemmingsplan betrekking heeft op de herverkaveling van een bestaand woningbouwplan kan geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan het speerpunt aantrekkelijk wonen. Daarbij dient tevens de verwijzing gemaakt te worden naar paragraaf 3.3.2. In deze paragraaf wordt het plan getoetst aan het gemeentelijk woonbeleid, waarin een doorkijk gemaakt wordt naar de behoefte en de mogelijkheden op het gebied van wonen. Zoals in paragraaf 3.3.2 wordt aangetoond voldoet het plan aan het woonbeleid van de gemeente. Daarmee houdt de gemeente grip op het principe van 'de juiste woning op de juiste plek'. Tot slot is het vierde speerpunt 'leefbare openbare ruimte' van toepassing op dit plan. De gemeente Dinkelland werkt aan een openbare ruimte die bijdraagt aan de leefbaarheid in de kernen. De openbare ruimte heeft veel verschillende functies zoals bereikbaarheid, toegankelijkheid, spelen, ontmoe.ting, openbaar groen, schaduw, wateropvang. Een goed ingerichte openbare ruimte zorgt ervoor dat de dorpen in de toekomst aantrekkelijk blijven. Om de groene uitstraling van het plan te borgen is een groen inrichtingsplan opgesteld.

Daarin is zowel de aanplant van groen in de openbare ruimte als op het bouwperceel van de toekomstige woningen opgenomen. Tevens is in het ontwerp van het woningbouwplan rekening gehouden met de wateropgave door de aanleg van wadi's in het plangebied. De aanleg van deze groenelementen en wadi's heeft veel voordelen ten aanzien van de leefbaarheid van de wijk. De toevoeging van groen zorgt voor een verbeterd milieu, vermindert luchtvervuiling, ruimte voor waterberging en heeft een verkoelende werking in warme periodes. Daarnaast is aangetoond dat de toevoeging van groen een positief effect heeft op de gezondheid en sociale verbindingen van mensen die in een groene omgeving wonen. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan de Omgevingsvisie van de gemeente Dinkelland. 3.3.2

Woonvisie 2016+ gemeente Dinkelland

Op 11 juli 2016 is de Woonvisie 2016+ vastgesteld. De centrale ambitie van de woonvisie is dat het voor alle doelgroepen, jong en oud, het aantrekkelijk wonen blijft in Dinkelland. Hiervoor dient het woningaanbod gevarieerd en comfortabel en toekomstbestendig te zijn, zodat men ook op latere leeftijd thuis kan blijven wonen. Hierbij hoort een passend voorzieningenniveau en betrokkenheid van inwoners tot elkaar, waardoor de leefbaarheid in de negen kernen wordt versterkt. De visie is vertaald in drie ambities: kwaliteitsslag maken: in stand houden kwaliteit centrumgebied/kernwinkelgebieden, verduurzamen en toekomstbestendig maken van de woningvoorraad, gerichte aanpak in buurten door renovatie van woningen en woonomgeving beschikbaarheid: voor iedere doelgroep een woning. Het nieuwbouwprogramma wordt afgestemd met regiogemeenten, nieuwe plancapaciteit wordt getoetst aan afwegingskader, flexibele woningdifferentiatie in bestemmingsplannen en nieuwbouwaccenten op sociale huur en voor middeninkomens. betaalbaarheid: passende prijs met bijbehorende kwaliteit. Beperkte vermindering van de kernvoorraad sociale huurwoningen is mogelijk, voortzetten starterslening, onderzoek naar blijverslening, in huurprijsbeleid corporatie wordt huurprijs beter afgestemd op inkomen. Dinkelland krijgt de komende jaren te maken met enige bevolkingskrimp.

Tot 2035 blijft het aantal huishoudens nog wel toenemen, waarvoor nog aanvullende nieuwbouw nodig is. De gemeente vindt het belangrijk dat er in alle kernen woningen worden gebouwd om te kunnen voorzien in de lokale woonbehoefte. Consumenten en ontwikkelaars vragen om meer ‘ontwikkel-vrijheid’, meer maatwerk en mogelijkheden om eigen ideeën te kunnen vormgeven. Een nieuwbouwprogramma moet flexibel zijn naar type woning, prijsklassen, eigendomsvormen en woonconcepten. De gemeente volstaat in de Woonvisie met een prioritering voor welke doelgroepen het bestemmingsplan geschikt is. Voor de kleine kernen wordt de woningdifferentiatie op andere wijze bepaald, omdat het erg moeilijk is om inzicht te krijgen in de woonwensen van verschillende doelgroepen. Daarom worden er bestemmingsplannen gerealiseerd met een flexibele woningdifferentiatie. Verder wordt aan marktpartijen en corporatie gevraagd om concrete bouwplannen te ontwikkelen. Bij het niet voldoende op gang komen van de bouwproductie in een bepaalde kern worden de verschillende doelgroepen die actief zijn op de woningmarkt betrokken en worden concrete woonwensen geïnventariseerd. Uitvoeringsnota woningbouw 2018 Op 2 oktober 2018 is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland de bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

23

Uitvoeringsnota Woningbouw 2018 vastgesteld. Dit kwaliteitskader wordt gebruikt om te beoordelen of plannen van ontwikkelaars goed aansluiten op de marktvraag. Het kwaliteitskader wordt tweejaarlijks bijgesteld op basis van verzamelde informatie over het functioneren van de woningmarkt en informatie van marktpartijen. Volgens de Regionale woningbouwprogrammering heeft Dinkelland nog een netto-ruimte van afgerond 600 woningen om in de periode tot en met 2028 toe te voegen. Dit is exclusief vervanging van woningen door sloop (15 à 20 per jaar). Samen met Denekamp en Ootmarsum behoort Weerselo tot één van de verzorgingskernen van Dinkelland waar in de periode tot en met 2028 300 woningen gebouwd mogen worden. Hiervoor is reeds aangegeven dat dat de in de Woonvisie 2016+ opgenomen programmering in een tweejaarlijkse uitvoeringsnota Woningbouw wordt verantwoord en geactualiseerd inclusief een actueel kwaliteitskader. Feitelijk gaat het om een kwaliteitshandvest op basis waarvan de gemeente per kern: 1. de toegevoegde kwalitatieve waarde van woningbouwinitiatieven die vanuit de private en particuliere sector op de gemeente afkomen kan toetsen; 2.

uitspraken kan doen over welke woonvormen de gemeente Dinkelland aan de markt kan toevoegen waarbij zij kan motiveren dat die toevoegingen op de (middel)lange termijn bijdragen aan een gedifferentieerd woonaanbod in de betreffende kern, aansluitend op de behoefte. Door de Stec-groep is het rapport 'Naar betere kwalitatieve afwegingen voor de woningmarkt in Dinkelland' opgesteld. Het rapport is opgebouwd uit een woningmarktanalyse gevolgd door aanbevelingen en de werkwijze voor de kwalitatieve programmering en vormt daarmee een kwaliteitshandvest. Volgens het Stec-rapport groeit het aantal huishoudens in Dinkelland de komende jaren met zo'n 7% maar op kernniveau varieert de groei meer. Op korte termijn is er nog een opgave van reguliere grondgebonden eengezinswoningen en nultreden woningen, zowel grondgebonden als gestapeld. Relevante conclusies uit de bevindingen van Stec zijn: de komende jaren neemt het aantal 55-75 plus huishoudens sterk toe; starters in Dinkelland komen soms moeilijk aan een woning, omdat de bestaande voorraad relatief duur is; het toevoegen van kleinere en betaalbare starterswoningen is kwalitatief een betere optie dan het bouwen van ruime eengezinswoningen op zelfbouwkavels.

Initiatieven zouden daar op moeten aansluiten; starters, doorstromers en gezinnen in de gemeente Dinkelland hebben een voorkeur voor grondgebonden woningen; senioren hebben meer voorkeur voor een gelijkvloerse nultredenwoning of appartement; starters en senioren willen vooral een betaalbare woning, de oppervlakte kan kleiner zijn dan een eengezinswoning en er is voorkeur om centraal gelegen in een kern dicht bij voorzieningen te wonen. In de Stec-rapportage wordt tevens aangegeven dat het aanbod betaalbare woningen voor starters beperkt is in de gemeente Dinkelland. Starters komen moeilijk aan een woning, omdat de bestaande voorraad relatief duur is. Zij geven mede daarom regelmatig de voorkeur aan een zelfbouwkavel. Het gevolg hiervan is dat er meer ruime gezinswoningen gebouwd worden, terwijl in de toekomst de vraag naar dit woningtype afneemt en er (mogelijk) overschotten aan gezinswoningen ontstaan. Het toevoegen van kleinere en betaalbare (starters)woningen (koop en huur) is kwalitatief gezien dan een betere optie om deze doelgroep te bedienen. Daarnaast biedt het toevoegen van doorstroomproducten mogelijkheden, bijvoorbeeld door de realisatie van seniorenwoningen of woningen geschikt voor senioren en starters.

Enerzijds ontstaat er zo een passend aanbod voor de groeiende groep ouderen in de gemeente en anderzijds komen er gezinswoningen vrij voor starters en doorstromers. Toets Voor de periode 2015-2024 is de woningbehoefte voor Weerselo 74 tot 112 woningen woningen. De beschikbare bestemmingsplancapaciteit bedraagt 121 woningen, met daarbij nog een nader te bepalen aantal die zullen voortkomen uit woningbouwinitiatieven die de komende periode worden ontwikkeld en ingediend. De gemeente geeft onder meer mogelijkheden voor het realiseren van nieuwe/extra plancapaciteit indien wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. De voorwaarden hebben onder meer betrekking op het invulling geven aan beleidsdoelen uit de Woonvisie en het benutten van inbreidingslocaties (transformatie en herstructurering). De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de herverkaveling van bestaande harde plancapaciteit op woningbouwplan Het Spikkert. Daarnaast worden er zeven nieuwe woningen aan het woningbouwprogramma toegevoegd. Aangezien er op grond van de Woonvisie 2016+ van de gemeente Dinkelland nog behoefte is aan het toevoegen van extra woningen kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de beschikbare plancapaciteit voor Weerselo en invulling geeft aan de Woonvisie 2016+.

Als gevolg van de herverkaveling worden meer aaneen gebouwde woningen gerealiseerd dan in het oorspronkelijke woningbouwplan. Het plan voorziet derhalve in meer kleinere en betaalbaardere woningen dan het reguliere aanbod aan eengezinswoningen in Weerselo. Ook omdat de beoogde woningen zowel voor senioren als voor starters geschikt zijn, bevordert het plan de woningdifferentiatie in Weerselo. Geconcludeerd wordt dat dit plan in lijn is met het beleid uit de Woonvisie 2016+ gemeente Dinkelland.

24

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

3.3.3

Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016

De Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016 bevat het welstandsbeleid voor de beide gemeenten. In de nota is het grondgebied opgedeeld in deelgebieden voor de kernen en het buitengebied. Voor elk deelgebied is een waarderingsblad en een ambitiekaart gemaakt. Ieder blad bestaat uit een kaartje van het gebied, een toelichting, en een weergave van de beoogde omgevingskwaliteit dat bij de welstandstoets voor de omgevingsvergunning (onderdeel bouwen) van toepassing is. Het welstandsbeleid van de gemeentes bestaan uit drie niveaus van omgevingskwaliteit: 1. Basis omgeving 2. Midden omgeving 3. Bijzondere omgeving Het niveau dat van toepassing is geldt voor de algemeen heersende karakteristiek van een gebied. De waarde is dus door de bestaande omgeving bepaald. Het komt voor dat binnen een gebied een gebouw of complex ligt dat zich door de bijzondere kwaliteit onderscheidt. Deze wordt apart genoemd. De welstandsbeoordeling in deze gebieden is gericht op het behouden en versterken van de basiskwaliteiten van de gebieden. Bij de welstandsbeoordeling wordt vooral gekeken of het bouwplan bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving (van hoofdvorm tot materiaal en detail). Afhankelijk van het soort bouwwerk komen de volgende beoordelingsmodellen voor: ‘Ambtelijk’: alleen kleine bouwwerken van- en voor de voorgevel worden getoetst. Deze toets vindt ambtelijk plaats.

Bouwplannen achter de voorgevel zijn toetsvrij. 'Stadsbouwmeester’: de stadsbouwmeester toetst. ‘Q-team’: het Q-team beoordeelt en kan daarbij in overleg treden met de initiatiefnemer en/of ontwerper. Toets Voor het plangebied is ten tijde van het bestemmingsplan Het Spikkert, tweede fase een beeldkwaliteitsplan vastgesteld. Het beeldkwaliteitsplan is afgeleid van het stedenbouwkundige plan dat aansluiting heeft gezocht bij de landschappelijke structuren van Weerselo. Hierdoor ontstaat een optimale verweving met de ruimtelijke kwaliteiten en wordt de woonwijk gehecht aan de belangrijkste identiteitsdrager in het gebied “het landschap“. De volgende elementen zijn van belang voor de aanhechting met het landschap en versterken het gevoel van “riant wonen in het groen”. De centrale weide en de groene wiggen tussen de woonclusters verstevigen de relatie tussen de woonwijk en het bestaande landschap. De uitstraling in de centrale weide is ontspannen en natuurlijk. De verbinding voor langzaam verkeer door de centrale weide heen wordt geregeld met een halfverhard pad. De centrale weide is een plek voor ontmoeten, ontspannen en spelen. De inrichting sluit aan op het natuurlijke karakter van de plek. De maat en schaal van de centrale weide leent zich goed voor het houden van diverse evenementen in een natuurlijke setting.

Het beeldkwaliteitsplan vormt het toetsingsdocument voor de welstandscommissie/stadsbouwmeester met als doel het vastleggen van een zekere basiskwaliteit voor de inrichting van de openbare ruimte en de vormgeving en materialisatie van de woningen. In het beeldkwaliteitsplan is een lijst met welstandscriteria opgenomen. De Welstandscommissie/stadsbouwmeester van de gemeente Dinkelland toets bij de aanvraag omgevingsvergunning of de ontwerpen aan de minimale welstandscriteria voldoen.

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

25

26

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Op grond van het vigerende bestemmingsplan zijn 26 woningen toegestaan. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 33 woningen, waarbij ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan 7 woningen worden toegevoegd.

De beoogde activiteit wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Het onderhavige project wordt niet gezien als een m.e.r.- plichtige activiteit omdat deze pas geldt bij gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden, waar het onderhavige project ruimschoots onder blijft. Het milieubelang is in dit bestemmingsplan zorgvuldig afgewogen in de plantoelichting. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in voldoende mate is afgewogen en dat belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten. Het plan is niet binnen een kwetsbaar of waardevol gebied gelegen en heeft ook geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor de omgeving, waardoor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Per 16 mei 2017 is een aanmeldnotitie nodig wanneer sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit geldt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.

maar onder de drempelwaarden blijven (en daarmee niet planMER-plichtig zijn). Er is geen ondergrens wat betreft het plan zelf, dus ook bij de ontwikkeling van onderhavig plan. Hoewel de gemeente Dinkelland (het bevoegd gezag) zelf initiatiefnemer is, is een aanmeldnotitie m.e.r. opgesteld. De aanmeldnotitie m.e.r. is als Bijlage 2 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Gelet op de uitkomsten van deze aanmeldnotitie, waaruit blijkt dat er als gevolg van het bestemmingsplan geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden is het niet noodzakelijk om een milieueffectrapport op te stellen. Derhalve heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland op 20 november 2020 besloten dat bij de voorbereiding van het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 3.1, lid 1 de Wet ruimtelijke ordening, voor de herverkaveling van het woningbouwplan Spikkert te Weerselo, derde fase en de toevoeging van 7 extra woningen, vanwege het ontrbeken van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld.

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 3

27

4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Het plangebied is gelegen ten noordoosten van de kern Weerselo. Het plangebied maakt onderdeel uit van woningbouwplan Het Spikkert. In de omgeving van het plangebied zijn overwegend woningen aanwezig. Derhalve geldt dat het plangebied is gelegen in het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Bij het realiseren van een nieuwe bestemming dient gekeken te worden of die nieuwe functie past in de omgeving (externe werking) en of de omgeving de nieuwe functie toelaat (interne werking). Externe werking Bij de externe werking gaat het om de vraag of de realisatie van onderhavig plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de omgeving. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Er is derhalve geen sprake van een aantasting van het leefklimaat van omwonenden. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. De dichtsbijzijnde milieubelastende functie is gelegen aan de Siemertsteeg 1 en betreft een grondgebonden agrarisch bedrijf. Dit betreft een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen plaatsvindt, 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/504/documents/16864