CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen

Gemeenteraad 23 juni 2026, gemeente DinkellandBij agendapunt: 14: Voorstel inzake vaststelling omgevingsplan “TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen”31.251 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.TAMBUIGAMMELKERES4OW01

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen

Inhoudsopgave Motivering

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Inleiding en aanduiding plangebied 1.2 Beoordelingskader en belangenafweging 1.3 Leeswijzer

7 7 7 9

Hoofdstuk 2 Toekomstige situatie 2.1 Huidige situatie 2.2 Gewenste ontwikkeling 2.3 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving

11 11 14 17

Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege 3.1 Omschrijving gevraagde activiteiten 3.2 Toetsing aan het omgevingsplan

19 19 19

Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg en participatie 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders

21 21 39

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.2 Besluit milieueffectrapportage

41 41 42

5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13

42 43 48 49 51 52 53 54 55 57 59

Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren Gebiedsbescherming en soortenbescherming Luchtkwaliteit Geluid Geur Omgevingsveiligheid Trillingen Archeologie en Cultuurhistorie Bodem Waterbelang Spuitvrije zone gewasbeschermingsmiddelen

Hoofdstuk 6

Financiële haalbaarheid

61

Hoofdstuk 7 Juridische toelichting 7.1 Wijziging omgevingsplan 7.2 Artikelsgewijze toelichting

63 63 63

Bijlagen bij de toelichting

67

Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan

68

Bijlage 2

Renovatieplan

89

Bijlage 3

advies Het Oversticht

97

Bijlage 4

bestaande situatie karakteristieke boerderij

105

2

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen

Bijlage 5

nieuwe situatie karakteristieke boerderij

107

Bijlage 6

Participatieverslag

109

Bijlage 7

bodemonderzoek - nieuwe woning

113

Bijlage 8

bodemonderzoek - bestaand erf

184

Bijlage 9

watertoets

339

Bijlage 10

quickscan natuurwaarden

343

Bijlage 11

nader onderzoek natuur

387

Bijlage 12

AERIUS-rapportage

400

Bijlage 13

Reactienota zienswijzen

435

Regels

461

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3

Inleidende regels Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Toepassingsbereik

463 463 464 465

Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5

Functies en gebiedsaanwijzingen Agrarisch - 1 Wonen - Wonen in het buitengebied

467 467 470

Artikel 6 Artikel 7

Waarde - Essen Waarde - Landschap

473 474

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene ruimtelijke bouwregels Planologische gebruiksactiviteiten Regels parkeren Overige regels

475 475 476 477 478 479

Hoofdstuk 4 Artikel 13

Overgangsrecht Overgangsrecht

481 481

Bijlagen bij de regels

483

Bijlage 1

Begripsbepalingen

484

Bijlage 2

renovatieplan

491

Bijlage 3

erfinrichtingsplan

501

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebie d Gammelkeresweg 4, Deurningen

3

4

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen

Motivering

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebie d Gammelkeresweg 4, Deurningen

5

6

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Inleiding en aanduiding plangebied Er is sprake van nieuwe ontwikkelingen op het voormalig agrarisch erf aan de Gammelkeresweg 4 in Deurningen. Op het betreffende erf is de agrarische bedrijfsmatige functie beëindigd. Er zijn diverse cultuurhistorisch waardevolle gebouwen op het erf aanwezig. De wens is om de karakteristieke boerderij en schuren te behouden en daar reguliere woning(en) en bijgebouw van te maken. Daarnaast is het voornemen om de huidige (niet waardevolle) bebouwing en bedrijfswoning te saneren. Hierbij wordt ook de huidige bedrijfswoning op het erf verplaatst, zodat de cultuurhistorische waardevolle boerderij weer het hoofdgebouw en aangezicht van het erf kan vormen. De genoemde ontwikkelingen zijn in het huidig omgevingsplan van rechtswege niet zonder meer mogelijk of kunnen niet geborgd worden. Daarom is met behulp van voorliggend plan een aanpassing van het planologisch kader beoogd om de plannen mogelijk te maken. Voorliggend kader verschaft een goed juridisch en ruimtelijk kader voor de genoemde ontwikkeling en toetst deze aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (afgekort: ETFAL). Ligging planlocatie Het plangebied ligt aan de Gammelkeresweg 4 in Deurningen, in het zuidwestelijk deel van het buitengebied van de gemeente Dinkelland.

De locatie Gammelkeresweg 4 staat kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie W met perceelnummers 0077, 1038 en 1039. Een topografische kaart met daarop het plangebied rood aangegeven is onderstaand zichtbaar. De begrenzing van het plangebied is zichtbaar op de digitale verbeelding en komt overeen met het erf en de omliggende gronden die worden betrokken in de herontwikkeling.

Afbeelding 1.1: topografische kaart met plangebieden (in rood) ten opzichte van omliggende plaats Deurningen (bron: Map5 kaarten)

1.2 Beoordelingskader en belangenafweging Beoordelingskader De voorgenomen activiteit voldoet niet aan de regels van het omgevingsplan. bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebie d Gammelkeresweg 4, Deurningen

7

Het initiatief kan alleen leiden tot een wijziging van het omgevingsplan als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving en milieu relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader worden onderzocht en afgewogen. De taak om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ligt primair bij de gemeente. De beleidsruimte van de gemeente wordt op verschillende manieren ingekaderd. De belangrijkste zijn de instructieregels van het Rijk en de provincie. De volgende regels en instructies van toepassing: de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld. Bij de beoordeling of wij een besluit willen nemen tot wijziging van het omgevingsplan is rekening gehouden met deze regels dan wel zijn de regels betrokken of in acht genomen. Daarnaast heeft de gemeente haar beleidsruimte ingevuld met beleidsregels voor de fysieke leefomgeving, zodat de de wijziging van het omgevingsplan ook hieraan wordt getoetst.

Het gaat hier om de omgevingsvisie en de andere beleidsdocumenten voor de verschillende specifieke onderdelen. De evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze zijn afgewogen. De aanvrager wenst de gevraagde activiteiten te realiseren. De gemeente wenst de doelen uit haar beleid te verwezenlijken. De belangen van de omwonenden zijn gelegen in een goed woon- en leefklimaat. De omliggende bedrijven hebben belang bij een ongehinderde bedrijfsvoering en een goed werkklimaat. Belangenafweging De raad heeft bij het bepalen om een besluit tot wijziging van het omgevingsplan vast te stellen beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende functies en maatvoering vanuit het oogpunt van evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeente bestaan over de wenselijk geachte ontwikkelingen in het projectgebied. Verder mag het project niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie.

Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze worden afgewogen. Ondanks dat het initiatief in strijd is met het omgevingsplan kan worden besloten tot wijziging van het omgevingsplan, omdat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zoals uit de hierna opgenomen hoofdstukken blijkt draagt het initiatief bij aan de visie en beleid die de gemeente voor dit plangebied heeft en blijkt dat wordt voldaan de instructieregels van het Rijk en provincie. In de voorbereidingsfase heeft bestuurlijke afstemming plaatsgevonden. Provincie en het waterschap zijn akkoord met het project. Verder is het project afgestemd met omwonenden en heeft initiatiefnemer daarvan een verslag overgelegd. Voorts zijn in hoofdstuk 5 de ruimtelijk relevante aspecten voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit afgewogen. Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de belangen van omwonenden, levert de wijziging van het omgevingsplan geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. Het wijzigen van het omgevingsplan is evenwichtig en geschikt om het project te realiseren.

Zienswijzen Het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan heeft voor periode van zes weken ter inzage gelegen. Het was voor eenieder mogelijk om tegen het ontwerpbesluit een zienswijze in te dienen. Er zijn drie zienswijzen ingediend. De reactienota op de zienswijzen is als Bijlage 13 bij deze toelichting opgenomen.

8

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een omschrijving gegeven van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Hoofdstuk 4 omschrijft de toetsing van de ontwikkeling aan de visie en beleid voor het plangebied op rijks-, provinciaals en gemeentelijk niveau. Daarna wordt ingegaan op de resultaten van het (bestuurlijk) vooroverleg en het participatietraject. In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 6 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde. Tot slot is in hoofdstuk 7 een toelichting op de planregels opgenomen.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebie d Gammelkeresweg 4, Deurningen

9

10

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen

Hoofdstuk 2

Toekomstige situatie

2.1 Huidige situatie 2.1.1

Historische context en bestaande situatie

In het buitengebied van Dinkelland is het erf van de initiatiefnemer gelegen. Het erf ligt in een grootschalig dekzandgebied op de samenkomst van het essenlandschap, het matenlandschap en de nabijgelegen voormalige heidevelden. Het erf zelf is gelegen aan de rand van een es, ook wel de ‘Heuveler Esch’ genoemd. De essen- en kampenlandschappen behoren tot de oudste van Nederland. Nadat de grotere essen in gebruik waren genomen, volgden de kleinere essen of kampen. Boerderijen bij de grote essen waren relatief groot, met ruimte voor veel vee, hooi en bewoning. Vaak stonden er meerdere bijgebouwen op het erf. De es werd gebruikt voor graan, de beekdalen voor gras en hooi, en de heide leverde plaggen voor de potstal. De boerderij staat al op kaarten van 1850 en heeft kenmerken uit die tijd, zoals de achtergevel, het gebintenwerk en strodokken onder de pannen. Ondanks latere aanpassingen is de boerderij nog redelijk gaaf. Door langdurig verval is schade ontstaan. Vaak worden zulke boerderijen gesloopt, maar de huidige eigenaar wil dit historische erfgoed en het verhaal van het Twentse landschap juist behouden. Een weergave van de huidige staat van de boerderij is hieronder zichtbaar.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebie d Gammelkeresweg 4, Deurningen

11

Afbeelding 2.1 t/m 2.3: diverse weergaven van de huidige staat van de boerderij (bron: initiatiefnemer) Het landschap Het plangebied ligt ten noordoosten van Deurningen in een grootschalig dekzandgebied met dekzandwelvingen12

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen

en ruggen. Deze gebieden werden vaak doorsneden door beekdalen. De beekdalen voeren het water van de hogere delen af. De overgangsgebieden van hoog naar laag bleken geschikt als landbouwgronden en om erven te stichten. De grond was er vruchtbaar en mensen konden hier veilig en droog wonen. Het beekdal was essentieel om als gras- en hooiland te dienen. Het perceel ligt op de overgang van de dekzandruggen naar een lager gelegen beekdal. Het plangebied ligt op de samenkomst van meerdere landschappen. Er is zowel sprake van het essenlandschap, de voormalige heidevelden als het matenlandschap. Het erf ligt zelf in het oude kampen- en essenlandschap. De heide, ten oosten en westen ervan is rond de jaren ‘30 ontgonnen voor het agrarisch gebruik. De boeren gingen vroeger niet zonder reden op een bepaalde plek bouwen en verbouwen. De samenkomst van de genoemde landschappen kent een zeer sterke functionele verbinding: de plaggen van de heidevelden werden gebruikt in de stallen. Deze werden na vermenging met mest uitgereden op de essen. Op deze wijze werden de hoger gelegen essen vruchtbaarder en waren zij geschikt voor het verbouwen van granen. Het nabijgelegen matenlandschap was zeer geschikt voor gras- of hooilanden. De boer had op deze manier eigenlijk alles voorhanden om te kunnen boeren. Het landschap rondom het plangebied is aanvankelijk erg kleinschalig geweest.

De essen waren vanzelfsprekend open, maar rondom was er een aaneenschakeling van houtwallen en houtsingels met daaraan gekoppeld de verspreid liggende erven. Het kenmerkende coulissenlandschap rondom het plangebied is ten dele gesneuveld door de jaren heen, maar desondanks is het gebied nog goed herkenbaar door belangrijke landschappelijke dragers. Vooral de meer robuuste elementen al dan niet langs wegen of met een functie zijn bewaard gebleven. Huidige indeling Het erf is van voor 1850. Er is sprake van een cultuurhistorische opzet: de boerderij staat nog altijd op dezelfde plek. De boerderij is in de jaren ten dele verbouwd, maar belangrijke karakteristieken zijn bewaard gebleven. Onder meer lijkt de achtergevel nog grotendeels origineel. Later is het erf aangevuld met enkele schuren en een woning. De woning en een deel van de schuren hebben geen binding met het verleden, maar vormen wel een compact erfensemble. Doorgaans werden er geen schuren vóór de boerderij gebouwd. Er liggen kansen om het erf grotendeels te herstellen.

Afbeelding 2.4: recente luchtfoto planlocatie en omliggende gronden (bron: PDOK.nl)

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebie d Gammelkeresweg 4, Deurningen

13

Afbeelding 2.5: vogelvlucht aanzicht huidige erfsituatie (bron: Streetsmart)

2.2 Gewenste ontwikkeling Huidig erfcluster Het erfinrichtingsplan is weergegeven in afbeelding 2.8 en wordt onderstaand gemotiveerd. In de nieuwe situatie staat de boerderij (letter A in afbeelding 2.8) nog altijd op dezelfde plek. De karakteristiek van de boerderij wordt hersteld waarmee de mogelijkheid ontstaat invulling te geven aan drie woonrechten. Er wordt een bijbehorend bouwwerk (B) bijgebouwd op aan de 'werkzijde' van de boerderij (westkant) passend in de stijl van de karakteristieke boerderij. Voor de oorspronkelijke voorgevel (oostzijde) worden 2 kleine bijgebouwen gebouwd in de stijl van een bakhuis, aardappelkelder of kippenren, wat van oudsher veelal voor de voorgevel is gelegen. Hiervoor wordt de opslag van berken verwijderd (R). Tot slot worden 2 karakteristieke veldschuren behouden. Het gaat om een voormalige hooischuur en een schapenhok (D) die van vroeger uit een belangrijke functie vervulden voor het agrarisch erf. In de nieuwe situatie wordt goed aangesloten bij de kenmerken van het essenlandschap. De hiërarchie is hersteld waarbij de (woon)boerderij het hoofdgebouw is en de schuur achter de achtergevel staat. Om tot deze erfsituatie te komen worden diverse opstallen (afbeelding 2.8, rode stippellijnen) gesloopt. In de huidige situatie staat er 429 m2 aan bijgebouwen binnen het bouwvlak.

Het gaat om: Varkensschuur 1 (A in afbeelding 2.6): 201 m2 Varkensschuur 2 (B in afbeelding 2.6): 200 m2 Tanklokaal (C in afbeelding 2.6): 28 m2

14

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen

Afbeelding 2.6: weergave te slopen gebouwen huidig erf (binnen bouwvlak) Dit geeft dan recht op 350 + (429 - 350)/2= 390 m2 aan bijgebouwen. In de nieuwe situatie wordt er 235 m2 (nieuwe schuur) + 35 m2 + 45 m2 (bijgebouwen voor de voorgevel) = 315 m2 teruggebouwd. Er blijft dan nog 75 m2 te bouwen over en deze worden overgeheveld aan de nieuw te bouwen woning, zie onderstaande motivering. Nieuwe situatie woning Daarnaast wordt er een nieuw erf gecreëerd ten zuiden van de boerderij met een woonhuis (E) en een bijbehorend bouwwerk (F). De aanrijroute volgt de oorspronkelijke wegenstructuur volgens de kaart van 1905. De plek van de nieuwe woning is zorgvuldig uitgekozen. Het was in het essenlandschap gebruikelijk om aan de rand van de es te bouwen, niet op de es. Daarnaast wordt de woning opgehangen aan de bestaande landschapsstructuur (G). Daarmee ligt het erf verankerd in het landschap. De keuze om niet elders te bouwen is als volgt: Voor de boerderij moet bebouwing vermeden worden; Richting noord(oost)en (matenlandschap) was het niet gebruikelijk om in de laagte te bouwen; De plaats van de woning is mede tot stand gekomen om de huidige eenmanses rond de boerderij intact te laten; Richting noord bouwen tast de ruimtelijke kwaliteit aan; in dat geval moet er bos geveld worden; Ten zuidwesten van het erf zou er op de es worden gebouwd.

Dat was niet gebruikelijk; Op het achtererf bouwen (aan de kant van de niendeur) kan niet door ruimtegebrek. Om die laatste reden zijn in het verleden varkensschuren vóór de voorgevel van de boerderij gebouwd, maar dat is cultuurhistorisch niet gebruikelijk. Het gebied vóór de voorgevel behoort vrij te zijn van bebouwing op een bakhuis of kippenhok na. Gekozen is daarom om de nieuwe woning aan de rand van de es te positioneren. Belangrijk bij die keuze is de architectuur. Bij de uitwerking moet dus rekening worden gehouden met een hoogwaardige architectuur. Het nieuwe erf is enerzijds solitair om te voorkomen dat alsnog de karakteristiek van de boerderij verloren gaat, maar is anderzijds toch verbonden met het bestaande erf door de geringe afstand. Ter plaatse is een open verbinding tussen beide erven aanwezig. Het nieuwe erf bestaat uit een woning met één bijbehorend bouwwerk (F). De functies (zoals parkeren) zijn gelegen op het nieuwe erf aan de westzijde. Aan bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebie d Gammelkeresweg 4, Deurningen

15

de zuidzijde vindt zoveel mogelijk de aansluiting met het landschap plaats. Het erf wordt bereikbaar door de nog aan te leggen toegangsweg (I). Dit gedeelte weg bestaat op dit moment nog niet, maar heeft vroeger wel bestaan. Sterker nog, het was een doorgaande route. In feite vindt er herstel plaats. Hoewel er sprake is van een nieuwe woning, ontstaat er geen (extra) recht op oppervlakte bijgebouwen. Er wordt daarom aansluiting gezocht via de schuur voor schuur regeling, aangezien er ook sloop op de planlocatie gaat plaatsvinden. Rondom de Gammelkeresweg 4 worden buiten het bestaande bouwvlak meerdere landschap ontsierende schuren gesloopt. Het gaat om: Een loods (A in afbeelding 2.7): 158 m2 (met asbest) Een kleine loods (B in afbeelding 2.7): 36 m2 (zonder asbest) Een groot kippenhok (C in afbeelding 2.7): 66 m2 (40 m2 met asbest) Een klein kippenhok (D in afbeelding 2.7): 19 m2 (met asbest)

Afbeelding 2.7: weergave te slopen gebouwen omliggend aan huidig erf Totaal is er sprake van 279 m2 aan landschap ontsierende schuren waarvan 217 m2 met asbest en 62 m2 zonder asbest. Hierbij kan de volgende som worden gemaakt op basis van het schuur voor schuur beleid. 100 m2 met asbest tegen 1:1 = 100 m2 117 m2 met asbest tegen 1:2 = 58,5 m2 62 m2 zonder asbest tegen 1:4 = 15,5 m2 Totaal = 174 m2 In totaal komen er 174 m2 voor bijbehorende bouwwerken beschikbaar. Deze worden ingezet voor bijbehorende bouwwerken bij de te verplaatsen woning. Aangezien er nog 75 m2 binnen het plangebied beschikbaar is komt het totaal op 249m2 aan bijbehorende bouwwerken. Beplanting De bestaande houtopstanden (G) blijven behouden, evenals de openheid van de es. Waar mogelijk zijn of 16

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen

worden houtopstanden versterkt of onderhouden. Er vindt nieuwe aanplant plaats van een laanstructuur (M) evenals herstel van een bestaand populierenbos. Deze bomen zijn kaprijp en maken plaats voor een nieuwe aanplant (H). Ook worden twee solitaire bomen aangeplant (N). Tot slot wordt bosplantsoen aangeplant (Q) aangevuld met 30 eiken en linden. Maatregelen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit De volgende maatregelen worden genomen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit: Het behoud van de karakteristieke waarde door behoud van de boerderij (A); Behoud van bestaande houtopstanden (G); Het slopen van alle landschap ontsierende bebouwing inclusief het saneren van asbest (C); Het herstellen / versterken van de kenmerken van het landschap door middel van de aanplant van meer beplanting (J, M, P, N, Q). Met de voorgenomen ontwikkeling kan voldaan worden aan het gestelde beleid.

Afbeelding 2.8: nieuwe landschappelijke erfsituatie (bron: N+L Landschapsontwerpers)

2.3 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving Het landschap rondom het plangebied is aanvankelijk erg kleinschalig geweest. De kampen waren vanzelfsprekend open, maar rondom was er een aaneenschakeling van houtwallen en -singels met daaraan gekoppeld de verspreid liggende erven. Het kenmerkende coulissenlandschap rondom het plangebied is ten dele gesneuveld door de jaren heen, maar desondanks is het gebied nog herkenbaar door belangrijke landschappelijke dragers. Vooral de meer robuuste elementen langs wegen of met een functie zijn bewaard gebleven. Met het voorliggend plan en de combinatie met de bossenstrategie wordt herstel van de landschapskenmerken toegepast. Het landschappelijk inpassingsplan voorziet in een inpassing die aansluit bij deze karakteristieken.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebie d Gammelkeresweg 4, Deurningen

17

18

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen

Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege 3.1 Omschrijving gevraagde activiteiten Zoals in Hoofdstuk 1 reeds aangegeven is er een plan voor een herontwikkeling van het erf Gammelkeresweg 4. Op de planlocatie is een agrarische bedrijfsfunctie voor grondgebonden veehouderij toegekend. Deze bedrijfsacitviteiten zijn in het verleden al gestaakt en de herontwikeling gaat er enkel nog een woonfunctie worden uitgeoefend. Het omzetten van het erf naar een reguliere woonfunctie is daarom gewenst met de bouw- en gebruiksmogelijkheden die invulling kunnen geven aan het toekomstig gebruik. Het gebruiken van de huidige karakteristieke (voormalige) boerderij als woning past bijvoorbeeld niet binnen de huidige planregels ter plaatse van de planlocatie. Bovendien dient de toekomstige bebouwingsoppervlakte aan bijbehorende bouwwerken vastgelegd te worden, zodat de ruimtelijke kwaliteit verbeterd wordt en deze bebouwingsoppervlakte niet opnieuw kan worden teruggebouwd. Deze gezamenlijke ontwikkelingen zijn niet mogelijk binnen de huidige planregels ter plaatse van de locatie. Een aanpassing van het omgevingsplan van rechtswege is daarvoor noodzakelijk.

3.2 Toetsing aan het omgevingsplan 3.2.1

Strijdigheden met bestemmingsplan 'Buitengebied 2010'

Het geldend planologisch kader ter plaatse is van de planlocatie is het omgevingsplan van rechtswege met onderdelen 'Buitengebied 2010' en 'Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland'. Het onderdeel "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland" dient enkel als borging van het parkeerbeleid van de gemeente Dinkelland en wordt daarom verder niet behandeld in deze paragraaf. Hierna wordt nader ingegaan op de huidige planologische situatie. Het plandeel Gammelkeresweg 4 heeft de functie 'Agrarisch - 1' met bijbehorende functieaanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf' en een bouwvlak. Tevens geldt een functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - boom- en sierteelt'. Het realiseren van extra (reguliere) woningen, de verplaatste herbouw van de huidige woning en het uitwisselen van de oppervlakte bijbehorende bouwwerken is binnen de functie niet zonder meer toegestaan. Daarnaast moet de woonfunctie vanwege het beëindigen van de agrarische bedrijvigheid worden toegekend.

Afbeelding 3.1: verbeelding omgevingsplan van rechtswege (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebie d Gammelkeresweg 4, Deurningen

19

3.2.2

Bruidsschat

De bruidsschat bevatten regels over onderwerpen die tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet in nationale regelgeving waren opgenomen (door het Rijk opgestelde regels). Onder de Omgevingswet worden deze door gemeenten geregeld. De bruidsschat maakt onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De bruidsschat bevat regels op het gebied van bouwen, milieubelastende activiteiten en overige activiteiten en is opgenomen in hoofdstuk 22 van de regels van het omgevingsplan. Het grootste gedeelte van deze regels is gericht op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit geldt bijvoorbeeld voor milieuregels (zoals regels over geurnormen en de afstand tot een geurgevoelig object). Voor dat deel van de regels geldt dat het mogelijk is om van het omgevingsplan af te wijken. De bruidsschat bestaat uit de volgende onderdelen: begrippen (hoofdstuk 1) voorrangsbepalingen en overgangsrecht (afdeling 22.1) regels over bouwwerken, open erven en terreinen (afdeling 22.2) regels over milieubelastende activiteiten (afdeling 22.3) regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond (afdeling 22.4) regels over overige gemeentelijke omgevingsvergunningen (afdeling 22.5) De regels van afdeling 22.2 zijn relevant voor onderhavig initiatief omdat deze betrekking hebben op het bouwen van bouwwerken.

Met de in dit TAM-omgevingsplan opgestelde regels wordt aan de regels voldaan. Waar nodig worden in hoofdstuk 5 de relevante bepalingen uit de bruidsschat worden betrokken. De overige in de bruidsschat opgenomen regels zijn niet relevant voor dit plan. 3.2.3

Gemeentelijke verordeningen

Er zijn geen gemeentelijke verordeningen die van belang zijn voor dit plan.

20

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen

Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg en participatie 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Vrijkomende Agrarische Bebouwing en de provinciale ruimte-voor-ruimteregelingen waardoor VAB-locaties omgevormd kunnen worden tot aantrekkelijke nieuwe woonlocaties. Ook wordt ingegaan op de aspecten 'economie en landschap'. Landschap is immers een belangrijk onderdeel van het vestigingsklimaat, zowel voor de meer verstedelijkte gebieden als voor de landelijke regio's. Voor een hoogwaardige kenniseconomie als de Nederlandse, is de bereikbaarheid en aantrekkelijkheid van het omringende landschap van groot belang in de concurrentie met andere landen.

Een aantrekkelijke leefomgeving is tevens een randvoorwaarde voor toerisme. De aantrekkelijkheid van de leefomgeving is immers vaak de reden dat bezoekers naar een regio komen. Een aantrekkelijk landschap maakt dat mensen daar willen wonen, werken en recreëren. Vrijkomende agrarische bebouwing kan bijvoorbeeld met provinciale ruimte-voor-ruimteregelingen omgevormd worden tot aantrekkelijke nieuwe woon- of werklocaties, waarbij de vrijkomende agrarische grond zo veel mogelijk kan worden ingezet voor een grotere grondgebondenheid van de omliggende agrarische bedrijven, of worden gebruikt voor agrarisch natuurbeheer. Rijk en regio's werken samen uit hoe kan worden omgegaan met de opgave van agrarische leegstand en herbestemming in relatie tot het combineren van functies in het landelijke gebied, behoud en versterking van de leefbaarheid op het platteland en het voorkomen van verdere aantasting van het landschap. Beoordeling van het plan: Dit plan heeft betrekking op een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en waarbij geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI.

Juist kan het plan een bijdrage leveren aan de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied en goede invulling van een VAB-locatie, omdat een vrijkomend agrarisch erf wordt omgevormd naar regulier woonerf, waarbij de landschapsontsierende bebouwing wordt gesaneerd en juist gewerkt wordt aan behoud van de (agrarische) karakteristieken en een zorgvuldige landschappelijke inpassing. bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebie d Gammelkeresweg 4, Deurningen

21

Geconstateerd is dat de compensatiewoningen op bestaande erflocaties een logische vervolgfunctie betreft. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld, hierbij wordt onder meer verwezen naar Bijlage 1 behorende bij de toelichting en de toetsing aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit plan opgenomen ontwikkeling. 4.1.2

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel 2024

Provinciale Omgevingsvisie De omgevingsvisie is het overkoepelende provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Provinciale Omgevingsverordening De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel.

De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan en/of passend is binnen de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes (OF); ontwikkelingsperspectieven (WAAR); gebiedskenmerken (HOE). Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes (OF) Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel 2024. Ontwikkelingsperspectieven (WAAR) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.

22

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen

Gebiedskenmerken (HOE) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Afbeeld ing 4.1: uitvoeringsmodel omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Doorwerking in onderhavig plan: In voorliggende geval zijn in het kader van de generieke beleidskeuzes de volgende artikelen relevant: artikel 4.4 (principe van concentratie) artikel 4.5 (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) artikel 4.6 (toekomstbestendigheid) artikel 4.9 (onderbouwing ruimtelijke kwaliteit) artikel 4.11 (kwaliteitsimpuls groene omgeving) artikel 4.13 (klimaatrobuust water- en bodemsysteem) artikel 4.14 (woonafspraken) artikel 4.55 (Nationaal Landschap Noordoost-Twente) Onderstaand worden de beleidskeuzes benoemd en beoordeeld op welke wijze in het plan hiermee rekening is gehouden. Artikel 4.4: Principe van concentratie In omgevingsplannen worden alleen de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen mogelijk gemaakt als die voorzien in een lokale behoefte of in de behoefte van bijzondere doelgroepen. Beoordeling van het plan: In dit geval is sprake van een ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt op gronden die momenteel in gebruik zijn als erf.

De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn in het verleden reeds beëindigd en daarom wordt voormalige landschapsontsierende bedrijfsbebouwing nu gesaneerd, karakteristieke bebouwing benut voor de toekomstige bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebie d Gammelkeresweg 4, Deurningen

23

erfsituatie en het gebruik omgezet ten behoeve van een woonfunctie. Op basis van de karakteristieke regeling mag de voormalige boerderijschuur omgevormd worden naar woning. Vanwege de inhoudsmaat van de boerderij valt deze op te splitsen in 3 wooneenheden. De huidige bedrijfswoning wordt herbouwd. Op basis van de gemeentelijke woonvisie is sprake van behoefte aan toevoeging van woningen. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf 4.1.5. Daarmee is sprake van een lokale behoefte en een goede invulling aan het principe van concentratie. Artikel 4.5 (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) Lid 2 Omgevingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: a. dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; b. dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Beoordeling van het plan: De locatie Gammelkeresweg 4 ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Er is sprake van extra ruimtebeslag als gevolg van de ontwikkeling. Het plan omvat namelijk herontwikkeling van een bestaand erf, waarbij landschapsontsierende agrarische bebouwing wordt gesaneerd en karakteristieke bebouwing wordt behouden.

Deze karakteristieke bebouwing dient het middelpunt en aanzicht van het erf te omvatten. Daarom wordt de huidige bedrijfswoning met gewijzigde situering opnieuw gebouwd. Deze gewijzigde situering komt voort uit het feit dat de huidige situering afbreuk doet aan het aanzicht van de karakteristieke boerderij. Op het bestaande erf is geen ruimte voor het terugbouwen van de woning zonder de cultuurhistorische waarden van de karakteristiek boerderij en het erf aan te tasten. Direct aansluitend aan het huidige erf wordt daarbij de woning herbouwd (op de locatie van huidige kuilvoeropslag), waardoor wel sprake blijft van zo weinig mogelijke ingebruikname van groene omgeving. Er is hiermee sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik passend binnen dit artikel van de omgevingsverordening.

Artikel 4.6: Toekomstbestendigheid In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, anders dan voor tijdelijk gebruik, waarvan aannemelijk is dat die toekomstbestendig zijn en dus: a. de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; b. duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; en c. ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Beoordeling van het plan: De ontwikkeling voorziet in het herstellen van een karakteristieke boerderij en het bouwen van een woning met bijbehorende gebouwen. Het erf wordt landschappelijk ingepast door middel van het aanbrengen van laanbeplanting, bosplantsoen, struweel, groep bomen en solitaire bomen. Wel worden enkele bomen geveld, maar deze zijn 'kaprijp' of zijn van dusdanig kleine omvang dat er geen vergunning benodigd is. De landschappelijke inpassing en het behoud van de karakteristieke gebouwen dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit en brengen daarmee niet de mogelijkheden en behoeftes van toekomstige generaties in gevaar. Met de ontwikkeling worden er meer en meer verschillende bomen aangeplant dan er worden geveld, de biodiversiteit wordt daarmee versterkt. Een hogere biodiversiteit draagt fysiek en mentaal gezien aan de gezondheid van mensen.

Een natuurlijke biodiverse omgeving heeft positieve effecten op de hersenen en dragen bij aan het immuunsysteem, de weerstand en mentale balans van mensen. Daarnaast zorgt het voor een versterkt bodem- en watersysteem, het onderliggende landschappelijke systeem wordt daarmee versterkt om zo betere ecosysteemdiensten te kunnen leveren. De realisatie van de woning en het herstellen van de karakteristieke boerderij ten behoeve van wonen geven invulling aan de woonbehoefte zoals nader is omschreven in paragraaf 4.1.5. Het inspelen op de woonbehoefte en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit hebben op de lange termijn toegevoegde waarde. Gesteld kan worden dat het plan voldoet aan artikel 4.6.

24

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen

Artikel 4.9: Ruimtelijke kwaliteit 1. omgevingsplannen bevatten een onderbouwing waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit waarin: a. het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) uit de omgevingsvisie Overijssel wordt toegepast; b. wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat volgens de omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied; en c. inzichtelijk gemaakt wordt hoe de vier-lagenbenadering van het uitvoeringsmodel is toegepast en de catalogus Gebiedskenmerken (Bijlage VII) is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. 2. In omgevingsplannen kan gemotiveerd worden afgeweken van het ontwikkelingsperspectief dat volgens de Omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied, als: a. er sprake is van sociaaleconomische of maatschappelijke redenen; en b. voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van de ruimtelijke kwaliteit in overeenstemming met de uitspraken die de Catalogus Gebiedskenmerken doet voor dat gebied. 3.

In de Catalogus Gebiedskenmerken worden de volgende gebieden onderscheiden: Natuurlijke laag: Stuwwallen Dekzandvlakte en ruggen brongebieden (globaal aangeduid) Beekdalen en natte laagtes laagveengebieden (in cultuur gebracht) en laagveenrestanten hoogveengebieden (in cultuur gebracht) en hoogveenrestanten Rivierengebieden (rivier en rivierengebied - rivier en uiterwaarden, oeverwallen en komgronden) Zeekleigebied en randmeren Laag van het agrarisch cultuurlandschap: Essenlandschap Oude hoevenlandschap maten en flierenlandschap Jong heide- en broekontginningslandschap Laagveenontginningen Hoogveenontginningen en hoogveenrestanten Veenkoloniaal landschap rivierenlandschap - rivier en uiterwaarden , oeverwallen en komgebieden) Zeekleilandschap Stedelijke laag: historische centra binnensteden en landstadjes Bebouwingsschil 1900 - 1955 Woonwijken 1955 - nu Bedrijventerreinen Dorpen en buurtschappen Verspreide bebouwing Autosnelwegen Autowegen Gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen Informele trage netwerk spoorweg met stations Kanalen en vaarten Laag van de beleving: Landgoederen en buitenplaatsen Gebieden voor verblijfsrecreatie Attracties Recreatieve routes en vaarwegen bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebie d Gammelkeresweg 4, Deurningen

25

Stads- en dorpsfronten Stads- en dorpsranden Balkons en belvedères Bakens in de tijd Donkerte Beoordeling van het plan: Voor de plangebieden is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld dat gebaseerd is op de toegekende gebiedskenmerken volgens de 'Catologus Gebiedskenmerken'. Deze worden later in deze paragraaf afzonderlijk behandeld en getoetst. Hiermee wordt voldaan aan de uitgangspunten voor artikel 4.9 van de verordening.

Artikel 4.11: Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving lid 1 Omgevingsplannen laten alleen nieuwvestiging en grootschalige uitbreiding van bestaande functies toe in de Groene Omgeving als: a. daarvoor sociaaleconomische of maatschappelijke redenen voor zijn; b. het verlies aan ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen in versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; en c. in het geval de nieuwvestiging of een grootschalige uitbreiding plaatsvindt op gronden binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water de compensatie bedoeld in onderdeel b gericht is op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Beoordeling van het plan: Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Dinkelland. De agrarische bedrijfsmatige functie op het erf is reeds in het verleden beëindigd, enkele gebouwen zijn karakteristiek en andere gebouwen kunnen als landschapsontsierend worden aangemerkt. Een karakteristieke voormalige boerderij kan een woonfunctie verkrijgen in het kader van de gemeentelijke beleidsnota 'Buitengebied met Kwaliteit', onder de voorwaarde dat er een renovatie van het betreffende gebouw wordt bewerkstelligd. Daarnaast is het de bedoeling om voor de bijbehorende bouwwerken deels te gaan voor behoud en deels voor vervanging.

Dit zal leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. De sociaaleconomische of maatschappelijke meerwaarde vertaalt zich daarmee in: • sloop van landschapsontsierende bebouwing; • behoud en investeringen in karakteristieke gebouwen; • het realiseren van een erfensemble met ruimtelijk kwaliteit; • de verwijdering van overtollige erfverhardingen e.d.; • Het landschappelijk inpassen van de aangepaste erflocatie.

Voor de ontwikkeling worden enkele bomen geveld, deze worden gecompenseerd door middel van de maatregelen zoals benoemd in Bijlage 1. Er wordt substantieel meer beplanting aangebracht die robuuster zijn en meer diversiteit brengen in het gebied. Bovendien worden daarmee de kenmerken van het essenlandschap (beplanting langs perceelsgrenzen) versterkt en het cultuurhistorische landschap teruggebracht. Er kan dus worden gesteld dat het verlies aan ecologische en landschappelijke waarden in voldoende mate zijn gecompenseerd. Het plangebied valt niet binnen het ontwikkelingsperspectief 'Ondernemen met Natuur en Water', aan sub c is daarom verder niet getoetst.

Artikel 4.13: Klimaatrobuust water- en bodemsysteem 1. In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt als onderbouwd is dat deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. 2. In de onderbouwing bedoeld in het eerste lid wordt bij een ontwikkeling in het landelijk gebied in ieder geval 26

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen

duidelijk gemaakt hoe de ontwikkeling bijdraagt aan het regionaal perspectief water en bodem dat op die locatie van toepassing is. Beoordeling van het plan: De ontwikkeling is van kleine omvang, waardoor de invloed op de bodem en water zeer beperkt zal zijn. Doordat alle landschapsontsierende opstallen worden gesloopt en een groot oppervlak aan betonplaten wordt verwijderd, is er een grote afname van verharding. Het water heeft daarom nog steeds voldoende ruimte om af te stromen en opgevangen te worden door de bodem. Hoewel er bomen worden geveld, wordt het meervoudig gecompenseerd door kenmerkende structuren te versterken en robuustere soorten te planten. De biodiversiteit neemt toe als gevolg van het plan, dat zorgt ervoor dat de veerkracht van het bodem- en watersysteem lokaal toeneemt en het dus beter bestand is tegen klimaatverandering. Als gevolg van de beplanting kan het water beter worden opgenomen en vastgehouden. Daarmee levert het - op lokaal niveau - een bijdrage aan klimaatadaptatie. Hiermee kan gesteld worden dat de ontwikkeling voldoet aan artikel 4.13. Daarnaast geeft het plan invulling aan de Watervisie 2050 van het Waterschap Vechtstromen. Dit is nader toegelicht in 5.12. Artikel 4.14 (woonafspraken) 1.

Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe woningen worden gerealiseerd als de bouw van deze woningen past binnen de geldende woonafspraken, zoals deze zijn gemaakt door de regio en vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten. 2. Nieuwe woningen zijn nog te realiseren woningen waarvoor nog geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is afgegeven. Beoordeling van het plan: Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van 3 extra wooneenheden in de karakteristieke boerderij op basis van de karakteristieke-regeling. De woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. Zoals uit paragraaf 4.1.5 blijkt is er in de gemeente Dinkelland ruimte voor het toevoegen van extra woningen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend omgevingsplan in overeenstemming is met artikel 4.14 uit de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 4.55: Nationaal Landschap Noordoost-Twente Lid 1 Een omgevingsplan voorziet alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen het Nationaal Landschap Noordoost-Twente als die nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten van dat landschap. Lid 2 De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn: het samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; de grote mate van kleinschaligheid; het groene karakter. Lid 3 Het omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt rekening is gehouden met het Ontwikkelperspectief Nationaal Landschap Noordoost-Twente en met bijlage IX van deze verordening (Nader uitgewerkte kernkwaliteiten Nationaal Landschap Noordoost-Twente) waarin de kernkwaliteiten nader zijn uitgewerkt. Beoordeling van het plan: Het plangebied is gelegen in het essenlandschap. Volgens bijlage IX van de omgevingsverordening zijn de volgende structuren aanwezig in dit landschap: kleinschaligheid afwisselend en contrastrijk, volgend aan de organische patronen van het natuurlijke landschap essen zijn open met karakteristiek reliëf en steilranden spinragstructuur aan zandpaden tussen de esdoren en erven.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebie d Gammelkeresweg 4, Deurningen

27

De landschappelijke inpassing en bijbehorende toelichting (Bijlage 1) voorziet in het versterken van het essenlandschap. De randen van de percelen worden aangezet, tegelijkertijd krijgen de 'kamers' de kenmerkende openheid terug doordat de bomen langs de bebouwing worden geveld. Het kleinschalige cultuurlandschap wordt zo teruggebracht en versterkt, dat draagt bij aan een waardevol leefgebied voor enkele vogelsoorten. Daarnaast doet het plan geen afbreuk aan kenmerkende nederzettingsvormen, de situering van het erf is gebaseerd op de kenmerken van het essenlandschap. De plannen van de eigenaar van Gammelkeresweg 4 brengen geen onaanvaardbare effecten voor het Nationaal Landschap Noordoost-Twente met zich mee. Juist kan het voor een versterking zorgen van de beleefbaarheid van Noordoost-Twente. Er wordt op de locatie gezorgd voor een (behoud van) diversiteit aan landschapstypen in een kleinschalige setting. De voormalige agrarische identiteit van de locatie wordt hierbij gerespecteerd door in een herkenbaar erfensemble te bouwen, vergezeld van passende landschappelijke ingrepen. Bovendien wordt invulling gegeven aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving en wordt het omliggende landschap, mede gelet op de (extra) investeringen in de ruimtelijke kwaliteit, juist fors versterkt.

Ontwikkelingsperspectieven (waar) (vervolg 4.9) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Voor het voorliggende plan is het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' van toepassing.

Afbeelding 4.2: ontwikkelingsperspectief, Gammelkeresweg 4 met marker aangeduid (bron: overijssel.tercera-ro.nl) Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden - net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven - de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; 28

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen

continu en beleefbaar watersysteem. Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. De ontwikkeling van de woonfunctie binnen dit ontwikkelingsperspectief is mogelijk met inachtneming van Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Het omvormen van de agrarische bedrijfsfunctie naar een reguliere woonfunctie na beeindiging van het agrarisch bedrijf is een passende activiteit in het mixlandschap. Ook het toevoegen van een extra woning binnen dit mixlandschap is passend binnen het ontwikkelingsperspectief. De percelen rondom het huidig erf zijn grotendeels aangewezen als "Zone ondernemen met Natuur en water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN)".

Het ontwikkelingsperspectief richt zich op het realiseren van een robuust en samenhangend netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit. Het accent ligt op natuur die, naast biodiversiteit, betekenis heeft voor mensen en bijdraagt aan hun welzijn en welvaart. Om dit mogelijk te maken, wordt er ruimte geboden aan de groeiende groep betrokken ondernemers en bewoners die zelf willen ondernemen met natuur en water. De voorgenomen ontwikkeling past goed bij de gestelde ambities, aangezien initiatiefnemer in het kader van de bossenstrategie bereid is om een forse hoeveelheid bos te planten. Daarmee wordt op goede wijze invulling gegeven aan dit ontwikkelingsperspectief. De voorgenomen ontwikkeling past goed bij de gestelde ambities vanuit de toegekende ontwikkelingsperspectieven. Een motivering waarin wordt afgeweken van het ontwikkelingsperspectief is derhalve niet relevant. Gebiedskenmerken (hoe) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en -voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend.

De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. 2. 3. 4.

Natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. Stedelijke laag. Laag van de beleving.

Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. De locaties zijn gelegen in gebieden met overgangen van dekzandvlakte en ruggen naar beekdalen en natte laagtes. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat. Soms vlak bij elkaar, soms ver van elkaar verwijderd. Daardoor is er sprake van hoogteverschillen. In de jaren zijn hoogteverschillen geërodeerd door de wind. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, b.v. door egalisaties ten behoeve van de landbouw. De landschappelijke inpassing doet geen afbreuk aan het aanwezige kenmerk, er wordt bijvoorbeeld niet afgegraven of een andere ingreep gedaan die het natuurlijke landschap wezenlijk verandert.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebie d Gammelkeresweg 4, Deurningen

29

Afbeelding 4.3: uitsnede natuurlijke laag, locatie in dekzandvlakte en ruggen (bron: provincie Overijssel)

Laag van cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. Het landschap werd functioneel ingericht waarbij men nooit heeft nagedacht over de schoonheid ervan.

Afbeelding 4.4: uitsnede laag van cultuurlandschap, locatie in essenlandschap (bron: provincie Overijssel) De eerste nederzettingen in Nederland werden gesticht op de rand van de hogere stuwwallen en dekzandruggen naar de overgang met de lagere gronden. De akkers op de hogere gronden werden intensief gebruikt en bemest met heideplaggen uit het voormalige potstal systeem. De heideplaggen kwamen van de grootschalige open heidecomplexen die pas laat zijn ontgonnen door - in eerste instantie - gebrek aan kennis. 30

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ae Buitengebied Gammelkeresweg 4, Deurningen

De open essen en eenmansesjes kwamen door het potstalsysteem hoger in het landschap te liggen met veelal scherpe randen. Al dan niet werden randen van de es beplant met houtsingels (steilrand beplanting) of houtwallen met een - langs de randen van de es - kleinschaliger landschap tot gevolg. Afhankelijk van de grootte van de es werden meerdere boerderijen rondom een es gebouwd zoals dit het geval is rondom het plangebied. Bij de essen en kampenlandschap is er vaak sprake van grillige wegenpatronen met een aaneenschakeling van landschapselementen rondom de kampen of essen en verspreid liggende erven. De akkers werden vruchtbaar gehouden met de plaggen van het heideveld die vervolgens met mest werden vermengd. Het water uit de lager gelegen beekdalen voorzag de akkers en het vee van water. Echter, door de jaren heen heeft het matenlandschap, mede door functionaliteit, de kenmerken gekregen van het ontginningslandschap. De ontwikkeling moet bijdragen aan de herkenning van het landschap. De mate van herstel is afhankelijk van meerdere factoren. In beginsel moet ervoor gezorgd worden dat het bestaande behouden blijft en dat erven op een juiste manier ingepast zijn en blijven. Het erfinrichtingsplan voorziet in het versterken van het aanwezige cultuurhistorische landschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/1047/documents/25328