Ruimtelijke onderbouwing Vliegveldstraat 4 Deurningen.pdf
Tekst van het document
Ondanks dat het Activiteitenbesluit niet van toepassing is; het dichtstbijzijnd geurgevoelig object ‘Vliegveldstraat 6’ is gelegen op een afstand van circa 110 meter. Deze afstand is gemeten vanaf de buitenzijde van de woonbestemming tot aan de wand van de beoogde opslagvoorzieningen. Gezien de beoogde maatregelen (afgesloten dak, gesloten systeem), in relatie tot de voorschriften en de afstand tot het dichtstbijzijnde geurgevoelig object valt er geen geurhinder te verwachten. 4.2 ZEER KWETSBAAR GEBIED Onder een zeer kwetsbaar gebied wordt verstaan: zeer kwetsbaar gebied in de zin van de Wet ammoniak en veehouderij (WAV). Het dichtstbijzijnd ‘zeer kwetsbaar gebied’ is gelegen op een afstand van circa 1.900 meter, gemeten vanaf de beoogde mestsilo. Er gelden eveneens minimumafstanden voor mestbassins tot een zeer kwetsbaar gebied. Deze afstanden staan in artikel 3.51 lid 6 Activiteitenbesluit, en bedragen minimaal 250 meter. Ook hiervoor geldt dat deze afstand van toepassing is voor mestbassins met een (gezamenlijke) oppervlakte van ten hoogste 750 m2 en inhoud van ten hoogste 2.500 m3, in onderhavige situatie vallen de mestsilo’s onder de vergunningplicht. Op basis van de WAV wordt een afstand aangehouden van 250 meter, waarbuiten de uitbreiding van veehouderijen mogelijk is (artikel 6).
Hoewel genoemde artikelen niet van toepassing zijn, acht initiatiefnemer, gezien genoemde minimale afstanden, het niet realistisch dat op een afstand van circa 1.900 meter zodanig negatieve effecten worden ondervonden van de aangevraagde mestsilo (vergistingsinstallatie) dat de omgevingsvergunning moet worden geweigerd.
ROB
31
4.3 GELUID Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de realisatie van een geluidsgevoelig object dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. Aspect 1 betreft geen geluidsgevoelige functie. Daarbij wordt de beoogde vergister met voorzieningen op het ‘achtererf’ geplaatst. Bovendien zijn deze werkzaamheden inherent aan het agrarisch gebied. Aspect 2 is al zeker 10 jaar op het bedrijf aanwezig. Gedurende deze periode zijn er geen klachten gekomen inzake onderhavig aspect. De noodzaak van een akoestisch onderzoek is dan ook niet te rechtvaardigen. De voornaamste activiteiten vinden plaats binnen de bestaande bedrijfsgebouwen. De overige voorzieningen als de speeltuin en het terras zijn buiten op het eigen bedrijfsterrein gelegen. De afstanden tot gevoelige objecten nemen niet af door de verplaatsing en gewijzigde uitvoering.
4.4 LUCHTKWALITEIT Op basis van de Wet luchtkwaliteit gelden kwaliteitseisen voor de luchtkwaliteit. Deze eisen zijn doormiddel van grenswaarden voor diverse luchtverontreinigingscomponenten vastgelegd. Deze grenswaarden gelden overal in de buitenlucht. Er wordt onderscheid gemaakt tussen projecten die ‘Niet in betekende mate’ (NIMB) en ‘In betekende mate’ (IBM) bijdragen. Projecten die NIMB bijdragen aan de luchtkwaliteit kunnen zonder verder toetsing aan de grenswaarden worden uitgevoerd. Als een ontwikkeling ervoor zorgt dat de concentratie PM 10 of NO2 met meer dan 3% van de grenswaarde toeneemt, draagt het project IBM bij aan de luchtkwaliteit en dient er een onderzoek te worden uitgevoerd om de effecten op de luchtkwaliteit in beeld te brengen. Voor de vergister is reeds hetzij in andere vorm een vergunning verleend en getoetst aan de milieuaspecten. De beoogde mestsilo/digestaatopslag zal worden afgedekt en het laden en lossen vindt plaats doormiddel van een gesloten systeem. De beoogde ontwikkeling heeft daarmee geen effect op de luchtkwaliteit. Voor de betreffende wijziging is een verandering vergunning aangevraagd inzake de activiteit milieu. Deze aanvraag en besluitvorming maakt onderdeel uit van onderhavige aanvraag. Aspect twee heeft geen relevante nadelige effecten voor de luchtkwaliteit.
De aard en omvang van de activiteiten is zeer ondergeschikt en behelst geen relevante toename in emissies van enige soort. De potentiële toename van verkeer door de beperkte uitbreiding van het te benutten oppervlak inzake aspect 2 is minimaal. De mogelijke effecten op de luchtkwaliteit zijn nihil en zeker te verwaarlozen ten opzichte van de reeds vergunde en aanwezige bedrijfssituatie van het agrarische bedrijf in haar geheel.
ROB
32
4.5 BODEM In het toetsingskader voor de bodem wordt gevormd door de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient inzicht te worden gegeven in de bodemkwaliteit, waarbij dient: • • •
Beoordeelt te worden of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming; Te worden beschreven welke beoogde maatregelen worden getroffen; In de exploitatieopzet de kosten van eventuele saneringsmaatregelen te worden meegenomen.
Op grond van de beschikbare informatie wordt ter plaatse van het plangebied (aspect 1) geen ernstige bodemverontreiniging verwacht. Bovendien verblijven er geen personen in de bouwwerken dan wel opstallen behorend bij de vergister en voorzieningen. Aspect 2 vindt reeds grotendeels plaats binnen gebouwen welke hier milieu hygiënisch geschikt voor zijn bevonden, het terras en de speeltuin zijn buiten. Het terras is verhard en de speeltuin is uitgevoerd met schoon aangevoerd zand. Het plangebied is voor het grotendeel reeds in gebruik als bouwperceel c.q. erf, het gedeelte wat buiten het bouwperceel is gelegen is momenteel grotendeel verhard en heeft geen bijzonder gebruik en functie. Het uitvoeren van een bodemonderzoek is dan ook niet nodig.
ROB
33
4.6 WET NATUURBESCHERMING In het kader van Europese regelgeving zijn binnen Nederland Vogelrichtlijngebieden en Habitatrichtlijngebieden aangemeld (VHR-gebieden). Deze gebieden worden ook wel Natura 2000 gebieden genoemd en vallen onder de werkingssfeer van de Wet Natuurbescherming. Voor onderhavige locatie is het college van GS van de provincie Overijssel het bevoegd gezag ten aanzien van de Wet Natuurbescherming. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied betreft ‘Lonnekermeer’ en is op circa 2 kilometer van onderhavig plangebied gelegen. Onderhavige inrichting beschikt reeds over een natuurvergunning. De beoogde ontwikkeling heeft geen betrekking op de veehouderij, emissies en stalsystemen. De te realiseren vergister en navergister betreft een gesloten systeem zonder verdere emissies. Inzake de realisatiefase van de vergister, navergister, silo en overige voorzieningen is een stikstofrapportage opgesteld en een Aerius berekening uitgevoerd omtrent de mogelijke effecten. Deze rapportage en calculatie maakt onderdeel uit van onderhavige aanvraag (act. bouwen). De beoogde ontwikkeling heeft geen stikstofdepositie tot gevolg. Onderstaand de relevante uitsnede uit de uitgevoerde Aerius berekening.
ROB
34
Aspect 2. Behelst geen verdere realisatiefase. De betreffende voorzieningen zijn immers reeds sinds jaar en dag aanwezig op de bedrijfslocatie. De mutatie van het gebruik van aspect twee heeft geen relevante effecten op de stikstofemissie en daarmee depositie tot gevolg. Echter als zijnde ‘worst-case’ scenario is inzichtelijk gemaakt wat potentieel het extra te benutten oppervlak t.b.v. neventak tot effect zou kunnen hebben. Daarmee dus de beperkte vergroting van de brasserie, terras en speeltuin. De feitelijke ervaring is dat dit in een beperkt aantal bezoekers resulteert. Als zijnde ‘worst-case’ scenario is uitgegaan van 10 extra voertuigen per dag, lees 20 bewegingen. Dit op basis van 365 dagen per jaar. Tevens ‘worst-case’ daar de voorzieningen niet dagelijks geopend zijn. Dit aantal qua licht wegverkeer alsmede 1 extra middelzwaar voertuig t.b.v. de aanvoer van goederen per week zijn dusdanig gemodelleerd. Compleet met mogelijk stationair draaien, koude starts bij een mogelijk langer verblijf. Deze berekeningen zijn weergegeven in bijlage. 6. De mutatie in het gebruik van aspect 2 is dan ook niet representatief maar als zijnde ‘worst-case’ inzichtelijk gemaakt. Een dergelijke verkeersmutatie heeft geen stikstofdepositie tot gevolg. Onderstaand de relevante uitsnede uit de uitgevoerde Aerius berekening.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is het project voor wat betreft de gebiedsbescherming (opgenomen in de Wet natuurbescherming) uitvoerbaar.
ROB
35
4.7 WATERHUISHOUDING Met het realiseren van de beoogde opstallen, (vergister, silo’s en toebehoren) en het realiseren van erfverharding neemt het verhard oppervlak met circa 954 m2 toe. De watertoets is met ingang van 1 november 2003 wettelijk verplicht voor ruimtelijke plannen die vallen onder de Wet ruimtelijke ordening. In het Nationaal Bestuursakkoord Water-actueel (NBW-actueel, juni 2008) hebben Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen onder meer afgesproken dat de watertoets ook wordt toegepast bij waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten die niet vallen onder de Wet ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat in een vroegtijdig stadium overleg gepleegd wordt met de waterbeheerders. De watertoets is digitaal doorlopen op de site van het waterschap Vechtstromen. De zogenaamde intensiteit (korte of uitgebreide procedure) van het watertoets- proces is afhankelijk van de antwoorden op de vragen. In bijlage 5 is een uitdraai van de digitale watertoets (weging waterbelang) opgenomen. Op basis van de resultaten kan worden geconcludeerd dat bij voorliggend initiatief de korte procedure van toepassing is (zie bijlage 5). Op de plek van de beoogde vergistingsinstallatie en overige opslagvoorzieningen en toebehoren is in het vigerende omgevingsplan een wadi opgenomen met een inhoud van ca. 80m3.
Deze wadi is momenteel niet aanwezig omdat dit criterium volgt uit een voorwaardelijke verplichting uit het vigerende plan. Echter door de beoogde ontwikkeling is de realisatie van deze wadi op deze plek in de toekomst niet meer mogelijk. Hierom is gekozen om deze wadi te verplaatsen en onvoorwaardelijk op te nemen. Verplaatsing huidige (voorwaardelijke) wadi naar andere locatie is inzichtelijk gemaakt in onderstaande verbeelding. In de bijlage 3 is dit nader verduidelijkt.
Het voornaamste punt is het realiseren van een waterbergende voorziening. Deze voorziening is getroffen in de vorm van een te verplaatsen Wadi. De locatie en berekening van de waterberging is opgenomen op de landschappelijke inpassing (zie, bijlage 2). Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect water verder geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de gewenste ontwikkeling in het besluitgebied.
ROB
36
4.8 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. Met het in werking treden van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in september 2007 is het verdrag wettelijk verankerd en is de Monumentenwet 1988 herzien. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht, die de Wamz en de Monumentenwet 1988 heeft vervangen. Een belangrijk archeologisch doel van de wetgeving is om het archeologisch erfgoed ter plekke te behouden. Daarom is het verplicht om vroegtijdig in het proces van de ruimtelijke ordening rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden en hierin een afweging te maken. Op grond van het vigerende bestemmingsplan ligt de gehele planlocatie in een gebied zonder archeologische verwachtingswaardes. Op basis van de ‘Archeologische waarden en verwachtingenkaart’ ligt het plandeel met de beoogde locatie van de vergister en bijbehorende voorzieningen (paars omcirkeld, ‘onderste’) in het gebied: ‘Beekdalen en overige laagten’. Het plandeel van aspect twee namelijk het seq. permanent toegestane gebruik ligt in het gebied: ‘dekzandwelvingen en -vlakten’. (Paars omcirkeld, ‘bovenste’). Dit blijkt mede uit onderstaande verbeelding.
Afbeelding 10 Kaartuitsnede Archeologische waarden en verwachtingenkaart
ROB
37
Het gebied waarin de beoogde vergister en toebehoren zijn gelegen is volledig vrijgesteld van archeologisch onderzoek bij bodemingrepen dieper dan 40cm. Dit betreft het enige deel van het plangebied waar sprake van bouwactiviteiten. Voor het gebied waarin enkel sprake is van een wijziging in het gebruik, betreffende aspect 2 is een archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen dieper dan 40cm over een oppervlak van > 5.000m2. In onderhavige situatie is er bij dit plandeel geen sprake van bodemingrepen dieper dan 40cm en tevens niet van een groot oppervlak. Gelet op de beoogde activiteiten qua aard en omvang volgt dat er sprake is van een vrijstelling voor een archeologisch onderzoek. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op de archeologie dan wel cultuurhistorie.
4.9
VERKEER EN PARKEREN
De aanvraag heeft betrekking op een bestaand melkveebedrijf met de bijbehorende verkeersbewegingen. De aanleg van de vergister zal niet leiden tot een toename in aantal verkeersbewegingen. Daar waar het aantal dieren op het bedrijf niet significant wijzigt, geldt dit ook voor de hoeveelheid mest, voeders en de hieraan gekoppelde verkeersbewegingen. Ten aanzien van het aspect 2 blijft de verkeers- en parkeersituatie ook nagenoeg ongewijzigd, de brasserie, winkel en terras/speeltuin zijn al dan niet in iets andere vorm reeds permanent planologisch toegestaan. De nu verzochte permanente toestemming behelst de gewijzigde vorm zoals deze reeds lange tijd tijdelijk was toegestaan. Namelijk waarbij de locatie van de theeschenkerij-brasserie met workshopruimte is verplaatst naar de voormalige (woon)-boerderij. De toegestane winkel welke in de (woon)-boerderij was gevestigd is weer verplaatst naar het gebouw waar eerder de theeschenkerij was gevestigd. Eenvoudig weg gezegd is het gebruik van beide gebouwen omgewisseld. Daar de brasserie is verplaatst is tevens het aangrenzende terras en speeltuin verplaatst en in andere vorm opgenomen. De gewenste indeling / gebruik is helder weergegeven op de verbeelding in bijlage 4. Door deze aanvraag is er sprake van het permanent toestaan van deze situatie en daarmee ook een beperkte vergroting van de ‘niet agrarische bedrijfsactiviteiten.
Door deze hetzij beperkte vergroting, valt te veronderstellen dat er sprake is van een grotere capaciteit en daarmee verkeersaantrekkende werking. De vergroting betreft de extra ruimte t.b.v. de brasserie in de voormalige (woon)-boerderij (incl. het leegstaande deel naast de winkel), alsmede de gewijzigde opzet van het terras en speeltuin. Echter de vergroting in oppervlak en capaciteit is minimaal en qua verkeersaantrekkende werking dan ook nagenoeg verwaarloosbaar. Het aantal extra te faciliteren bezoekers is dusdanig beperkt, dat dit gelijk staat aan maximaal een tiental bezoekers per dag, daarmee aan een nog lager aantal voertuigen. Er komen vaak meerdere personen per voertuig, waarnaast nog een deel van de bezoekers niet per auto maar per fiets komt. De bestaande planologisch reeds toegestane parkeerplaats blijft ongewijzigd. Deze heeft reeds voldoende capaciteit/omvang voor alle ontwikkelingen, er is tot op heden altijd sprake van overcapaciteit. Het parkeren op de grote parkeerplaats blijft dus ongewijzigd, daarnaast er is tevens de bestaande parkeerplaats direct voor de winkel (De Schop). Alle parkeervoorzieningen zijn gelegen op het eigen bedrijfsterrein, het bedrijf voldoet dan ook volledig in haar eigen parkeerbehoefte. Via de Vliegveldstraat (N737) is het bedrijf bereikbaar, het gebied is ontsloten via diverse (provinciale) wegen zoals de N738 en A1.
Wellicht ten overvloede wordt vermeld dat bezoekers op eigen terrein kunnen parkeren.
ROB
38
4.10 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Een handvat hierbij is door gebruik te maken van de systematiek die de milieuzonering kent. Milieuzonering is het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: •
Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;
•
Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt veelal de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand. Op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ is onderhavig bedrijf te typeren als ‘fokken en houden van rundvee’ (SBI-code 0121). Het bedrijf valt daarmee in de milieucategorie 3.2. De dagrecreatieve voorzieningen en horeca vallen in milieucategorie 2 (gelijk te stellen aan SBI-code 91041). Het plangebied is gelegen in het omgevingstype ‘gemengd gebied’. De richtafstanden voor deze categoriebedrijven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar bedragen respectievelijk 50, 10, 10 en 0 meter (gebaseerd op ‘hoogste’ milieucategorie 3.2). Het dichtstbijzijnde milieugevoelige object betreft de woning gelegen aan de Vliegveldstraat 6. Deze woning is gelegen op een afstand van ruimschoots meer dan 50 meter.
Geconcludeerd kan worden dan wordt voldaan aan alle richtafstanden, met beoogd project (alle 2 de aspecten) is dan ook geen overlast te verwachten op de aspecten geur, stof en geluid.
ROB
39
4.11 EXTERNE VEILIGHEID Externe veiligheid betreft de beheersing van risico’s en richt zich op het gebruik, de opslag, de productie van gevaarlijke stoffen en het transport van gevaarlijke stoffen. Voor inrichtingen is het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen’ (Bevi) van toepassing. Bij externe veiligheid wordt onderscheidt gemaakt tussen plaastgebonden risico en groepsrisico. In of in de directe omgeving van het plangebied is een risicopunten aanwezig (zie afbeelding 11). Het betreft de LPG-tank bij een tanktstation, echter ligt het bedrijf van initatiefnemer ruimschoots buiten de explosiezone. De afstand tot de explosiezone bedraagt ruim 300 meter.
Afbeelding 11 Kaartuitsnede risicokaart (bron: Atlas leefomgeving)
Veiligheidsafstanden Bepalend voor de veiligheid is de opslag van vergistingsgas. In de handreiking covergisting van mest d.d. 25 mei 2020 wordt geadviseerd aan te sluit bij de RIVM-rapporten Veiligheid grootschalige productie van biogas (RIVM, 2010) en het document Effect en risicoafstanden bij de opslag van biogas (RIVM 2008). Hierbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen gasopslag tot en met 4.000 m3 en gasopslagen groter dan 4.000 m3. Het betreft opslagen met een geringe atmosferische overdruk. Voor vergistingsgasopslag tot en met 4.000 m3 is onder normale omstandigheden een veiligheidsafstand van 50 meter voldoende, gerekend vanaf het midden van de vergistingsgasopslag (bron: RIVM). Binnen deze afstand mogen geen kwetsbare objecten, zoals vermeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) liggen. Er moet naar gestreefd worden dat binnen die afstand ook geen beperkt kwetsbare objecten liggen, zeker bij oprichting van een nieuwe installatie. Ook moet ernaar gestreefd worden dat de PR 10-6 contour niet buiten de grens van de inrichting komt te liggen. Binnen de risicocontour liggen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. Het dichtstbijzijnde kwetsbare object (Borgdijk 1 en Vliegveldstraat 6) liggen op circa 175 meter van de opslag van vergistingsgas en de vergistingsinstallatie.
ROB
40
4.12 KABELS EN LEIDINGEN Op grond van het vigerende bestemmingplan zijn geen grote kabels dan wel leidingen aanwezig in het plangebied, deze krijgen namelijk veelal een dubbelbestemming toegewezen. Ook op geraadpleegde kaarten van Gasunie, Tennet en het Waterbedijf Overijssel blijkt dat er ter plaatse geen sprake is van de aanwezigheid van (ondergrondse) leidingen ter hoogte van het plangebied.
4.13 BESLUIT MER In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) is geregeld voor welke plannen en besluiten het maken van een milieueffectrapport verplicht is en in welke gevallen de procedure van de m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Een m.e.r.-procedure is noodzakelijk als een besluit wordt genomen over een activiteit waarbij belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De vraag of door een voorgenomen activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen veroorzaakt kunnen worden, staat dan ook centraal bij het beoordelen of een m.e.r. moet worden uitgevoerd. De Europese Unie heeft in de richtlijn m.e.r. (2011/92/EU) aangegeven bij welke activiteiten er zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten zijn door de Nederlandse regering overgenomen en verwerkt in onderdeel C van het Besluit m.e.r.. Voor deze activiteiten geldt direct een m.e.r.-plicht. Ook zijn in het Besluit m.e.r. activiteiten aangewezen waarvoor het op voorhand niet zeker is of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Deze zijn beschreven in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Als de betreffende activiteit genoemd staat in kolom 1 'activiteiten' van onderdeel D en er wordt voldaan aan de drempelwaarden in kolom 2: 'gevallen', dan geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht.
Centraal in de m.e.r.-beoordelingsprocedure staat de notitie waarin beschreven staat of er (mogelijk) sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen, de 'aanmeldingsnotitie'. Een m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd aan de hand van een aantal vaste criteria. Deze zijn vastgelegd in Bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. Wanneer de aanmeldingsnotitie hierop aanhaakt, ziet deze er als volgt uit: 1. 2. 3. 4.
Inleiding; Kenmerken van het project; Plaats van het project; Kenmerken van de potentiële effecten.
In de Wet milieubeheer is bepaald dat alleen voor besluiten een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Als activiteiten uit onderdeel D mogelijk worden gemaakt in een plan (een zogenaamd 'kaderstellend plan voor m.e.r.(beoordelings)plichtige activiteiten) dan geldt direct een (plan)m.e.r.-plicht. Een plan is namelijk direct m.e.r.plichtig als het kaderstellend is voor m.e.r.- beoordelingsplichtige activiteiten. De drempelwaarden in kolom 2 'gevallen' zijn echter indicatief. Dit betekent dat ook onder de drempelwaarden moet worden nagegaan of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. In bepaalde gevallen kan een activiteit van kleinere omvang namelijk wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Dat kan bijvoorbeeld doordat die activiteit in of bij een kwetsbaar gebied is gepland. Dit moet worden beoordeeld via de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling geldt zowel voor kaderstellende plannen als voor besluiten. Hiervoor is het Besluit m.e.r. op 6 juli 2017 gewijzigd. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is nu geregeld in artikel 2, lid 5, onder b, van het Besluit m.e.r.. Op grond van artikel 2, lid 5 onder b van het Besluit m.e.r. moet voor activiteiten die voorkomen in onderdeel D en die beneden de drempelwaarde vallen een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. ROB
41
In het Besluit milieueffectrapportage (hierna Besluit m.e.r.) is in onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. onder categorie 14 opgenomen dat, in de aangegeven situaties, een milieueffectrapport moet worden opgesteld wanneer de voorgenomen activiteit leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit geldt onder andere voor het oprichten en/ of uitbreiden en/ of wijzigen van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren met meer dan: •
200 melk-, kalf- of zoogkoeien ouder dan 2 jaar (Rav cat. A.1 en A.2);
• •
340 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (Rav cat. A 3); 340 melk-, kalf- en zoogkoeien ouder dan 2 jaar en vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (Rav cat. A 1, A 2 en A 3).
Het Besluit milieueffectrapportage is in de beoogde situatie niet van toepassing op onderhavig bedrijf. Inzake de CO-vergisting is er geen sprake van een uitbreiding en of wijziging van het aanvoeren/verwerken van een afvalstof. In die zin is er ook geen sprake van een vorm vrije mer.
ROB
42
5.
UITVOERBAARHEID
5.1 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID De kosten voor het realiseren dan wel voorzetten van de twee aspecten/ activiteiten zijn geheel voor rekening van de initiatiefnemer. De gronden zijn in eigendom van het bedrijf en niet belast met beperkt zakelijk recht van derden. Het betreft geen bouwplan in de zin van de grondexploitatiewet. Er zal een anterieure overeenkomst worden gesloten.
5.2 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID De aangevraagde omgevingsvergunning zal zes weken in ontwerp ter inzage worden gelegd. Publicatie hiervan vindt plaats via de officiële richtlijn. Tijdens deze termijn wordt de mogelijkheid geboden voor het indienen van zienswijzen. Vervolgens zal het definitieve besluit nogmaals zes weken ter inzage liggen. Gedurende deze periode is er mogelijkheid tot het instellen van beroep bij de rechtbank.
5.3 VOOROVERLEG INSTANTIES PROVINCIE & WATERSCHAP. Provincie Overijssel: De provincie Overijssel heeft in april 2023 een uitzonderingslijst gepubliceerd van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten waarvoor vooroverleg wel of niet noodzakelijk is. Het realiseren van de mestvergistingsinstallatie met bijbehorende apparatuur en silo valt onder een plan voor agrarische bebouwing en betreft een kleinschalige uitbreiding van een bestaand en bestemd agrarisch bedrijf waarvoor geen vooroverleg noodzakelijk is. Het permanent toestaan van het uitbreiden van de speeltuin, verplaatsing van het terras en verplaatsing en uitbreiding van het theehuis-brasserie met workshopruimte vallen ook onder de uitzonderingenlijst, aangezien het gaat om ondergeschikte nevenactiviteiten. Verder vooroverleg is daarmee niet noodzakelijk geacht.
Waterschap Vechtstromen: Het Waterschap Vechtstromen is middels de Digitale Watertoets over de ontwikkeling geïnformeerd. Vanwege de toename van verharding is de normale procedure van toepassing verklaard. Er is voldoende ruimte in de omgeving om een goede waterhuishouding te kunnen blijven garanderen. Hemelwater wordt geïnfiltreerd dan wel vertraagd afgevoerd. Hiermee geeft het waterschap een positief vooradvies.
ROB
43
5.4 INSTEMMINGSVEREISTE GEMEENTERAAD (VVGB) Het college is bevoegd om omgevingsvergunningen te verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan. Dit kan op grond van een in het bestemmingsplan opgenomen afwijkingsmogelijkheid of op grond van de bij AmvB aangewezen gevallen (de zogenoemde ‘kruimelgevallenregeling’) danwel in overige gevallen indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat (een zogenoemd ‘wabo-projectbesluit’). In onderhavige situatie is er sprake van een ‘wabo-projectbesluit’. In geval van het Wabo-projectbesluit heeft de gemeenteraad van de Gemeente Dinkelland de volgende gevallen aangewezen waar een ‘verklaring van geen bedenkingen’ (VVGB) van de gemeenteraad is vereist: alle gevallen waarbij: a. sprake is van een toevoeging van een woning in het buitengebied; b. sprake is van verplaatsing van bebouwing op meer dan 30 meter buiten het bouwvlak; c. sprake is van (het uitbreiden van) niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied; d. sprake is van de vestiging van een intensief veehouderijbedrijf, zoals gedefinieerd in artikel 1 van het bestemmingsplan Buitengebied. Wordt door de gemeenteraad geen VVGB afgegeven dan is het college verplicht de gevraagde omgevingsvergunning op dit onderdeel te weigeren.
In geval van het ‘Wabo-projectbesluit’ wordt de uitgebreide voorbereidingsprocedure van 26 weken gevolgd in plaats van de reguliere voorbereidingsprocedure van 8 weken In onderhavige situatie is er sprake van hetzij beperkt uitbreiden van niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied. Namelijk de beperkte vergroting van de brasserie en het terras/speeltuin. Inzake de plaatsing van de vergister en bijbehorende voorzieningen is tevens de noodzaak tot een VVGB verzoek. De vergister biogasfakkel en een deel van de navergister komen op meer dan 30 meter van het bouwvlak. Voor onderhavige aanvraag en ‘projectbesluit’ is dan ook een verklaring van geen bedenkingen van de Gemeenteraad noodzakelijk.
ROB
44
BIJLAGE 1 Situatie / bouw bouwkundige voorzieningen
ROB
45
gren s bo uwp e
43A
N
43 ich nr si en gr
Over/onderdruk ventiel
Bovenaanzicht (na)vergister
schaal 1:500
schaal 1:500
Maaiveld
16710
Maaiveld
1834
6000
25330
4A
Maaiveld
Maaiveld
2000
o
lak
2000
b ns gre
v uw
gasbuffer
6000
2055
5000
Bovenaanzicht digestaatopslag
5000
gre ns bou wp erc eel
1973
at tra lds ve eg Vli
grens bouw
vlak
ng
2056
17170
25790
4
Doorsnede digestaatopslag
Doorsnede (na)vergister
schaal 1:500
schaal 1:500
1555 2041
koetunnel
70 Maaiveld
Maaiveld
Maaiveld
Maaiveld
Vooraanzicht (na)vergister
schaal 1:500
schaal 1:500
ng
o ns b gre
ich inr ns gre
Vooraanzicht digestaatopslag
uwv Legenda kleuren:
ou ns b gre
overig 7x3m Besturing +
ns gre
WKK 7x3 Na opslag 25*8m
Wanden digestaat Wanden (na)vergister Wanden warmteopslag Bolling Kap
14000
lak
l cee per w bou
wvl
Over/onderdruk ventiel
ak Maaiveld
h ric s in n gre
Beton lichtgrijs RAL 7016 RAL 7016 Lichtgrijs Lichtgrijs
Maaiveld
2000
wv
lak
ns gre
u bo
ng
5000
Vooraanzicht warmteopslag
Doorsnede warmteopslag
Bovenaanzicht warmteopslag
schaal 1:500
schaal 1:500
schaal 1:500
3.00
0
vaste stof invoer Na vergister Ø16*8m
0
Vergister Ø16*8m
3.00
warmtebuffer Ø5*8m
Van Westreenen Adviseurs
PROJECT:
Scherpenzeelseweg 11 3772 MD Lunteren T: (0342) 47 42 55 F: (0342) 47 42 81 E: info@vanwestreenen.nl
Ruimtelijkeomgevingsvergunning inpassing, bedrijfspla egrond Aanvraag (milieu)
3.000
3.00
0
biogasfakkel sloo
Situa e Schaal 1 : 2000 Kad. Gemeente: Weerselo Sec e: N Kad. Nummer: 1834, 2041, 2055, 2056
t
231
ns gre
eel erc p uw bo ich inr s n gre
ng
Varsseveldseweg 65d 7131 JA Lichtenvoorde T: (0544) 37 97 37 F: (0544) 37 83 64 E: info@vanwestreenen.nl Haarweg 9a 7651 KE Tubbergen T: (0546) 70 65 86 F: (0544) 37 83 64 E: info@vanwestreenen.nl
OPDRACHTGEVER:
SCHAAL: GETEKEND:
1:1000 1:250
AV, MS, EG
Landgoed "Kaamps" Vliegveldstraat 4a 7561 AT DEURNINGEN
FORMAAT: DATUM:
09-03-2023 28-03-2023
LOCATIE: Vliegveldstraat 4, 4a en 4b te Deurningen
WIJZIGING:
06-12-2024 29-10-2023
ONDERDEEL:
PROJECTNUMMER:
Ruimtelijke inpassing egrond en doorsneden Situa e, bedrijfspla Maten voor de uitvoering in het werk controleren
2022WM-KAAMPS Blad 1 van 2
BIJLAGE 2
Landschappelijke inpassing. 1. 2.
ROB
Inpassing/compensate KGO voor casco element. Verplaatsing wadi
46
Gegevens wadi
2056 at tra lds ve eg Vli
Inhoud: 80 m³ Oppervlakte wadi: 237 m2 Diepte: 400 mm t.o.v. waterpeil Talud: 1:3
2055
4A 1834 4 2041
sloo
t
231
1665
Van Westreenen Adviseurs
PROJECT:
Scherpenzeelseweg 11 3772 MD Lunteren T: (0342) 47 42 55 F: (0342) 47 42 81 E: info@vanwestreenen.nl
Waterberging
Varsseveldseweg 65d 7131 JA Lichtenvoorde T: (0544) 37 97 37 F: (0544) 37 83 64 E: info@vanwestreenen.nl Haarweg 9a 7651 KE Tubbergen T: (0546) 70 65 86 F: (0544) 37 83 64 E: info@vanwestreenen.nl
SCHAAL:
1:1000
GETEKEND:
AV, MS, EG
Landgoed "Kaamps" Vliegveldstraat 4a 7561 AT DEURNINGEN
FORMAAT:
A3
LOCATIE: Vliegveldstraat 4, 4a en 4b te Deurningen
WIJZIGING:
ONDERDEEL:
PROJECTNUMMER:
Wadi Maten voor de uitvoering in het werk controleren
2024-Kaamps Wadi
OPDRACHTGEVER:
DATUM:
13-12-2024
BIJLAGE 3
Landschappelijke inpassing & wadi. Geen deel uit makende van onderhavige besluit. Dit is enkel ter beeldvorming van het zogenoemde “eindplaatje” i.c.m. het voorwaardelijke deel vanuit het bestemmingsplan van 31-07-2017. 1. 2.
ROB
Eindsituatie inpassing. Na uitvoering van voorwaardelijke deel bestemmingsplan 2017. Artikel 3.4.2. sub b. Eindsituatie wadi. Na uitvoering van voorwaardelijke deel bestemmingsplan 2017. Artikel 3.4.2. sub b.
47
Gegevens wadi
2056 at tra lds ve eg Vli
Inhoud: 270 m³ Oppervlakte wadi: 736 m2 Diepte: 400 mm t.o.v. waterpeil Talud: 1:3
2055
4A 1834 4 2041
sloo
t
231
1665
Van Westreenen Adviseurs
PROJECT:
Scherpenzeelseweg 11 3772 MD Lunteren T: (0342) 47 42 55 F: (0342) 47 42 81 E: info@vanwestreenen.nl
Waterberging
Varsseveldseweg 65d 7131 JA Lichtenvoorde T: (0544) 37 97 37 F: (0544) 37 83 64 E: info@vanwestreenen.nl Haarweg 9a 7651 KE Tubbergen T: (0546) 70 65 86 F: (0544) 37 83 64 E: info@vanwestreenen.nl
SCHAAL:
1:1000
GETEKEND:
AV, MS, EG
Landgoed "Kaamps" Vliegveldstraat 4a 7561 AT DEURNINGEN
FORMAAT:
A3
LOCATIE: Vliegveldstraat 4, 4a en 4b te Deurningen
WIJZIGING:
ONDERDEEL:
PROJECTNUMMER:
Wadi Maten voor de uitvoering in het werk controleren
2024-Kaamps Wadi
OPDRACHTGEVER:
DATUM:
13-12-2024
BIJLAGE 4 Situatieschets: Aangevraagde situatie gebruik Aspect 2. Identiek aan: Eindsituatie van het eerdere projectbesluit van 2013 i.cm. de tijdelijke omgevingsvergunning uit 2022.
ROB
48
parkeren auto's bezoekers bedrijfswoning
parkeren auto's bezoekers speeltuin
77
vriescel
parkeren auto's bezoekers 10
.6
80
koelcel 12.710
D
B
kinderboerderij
opslag
berging
serre 9.
24
terras
0
7.500
theeschenkerij
erfverharding
theeschenkerij 13
33 37
entree
N
51
35
15
40
17 39
39A 10
gre ns in rich ng
opslag
19
12
41
theeschenkerij
14
16
00
43A
keuken
2025
ng
bereidingsruimte
43 ich nr si en gr
handijs terras
grens inrich ng
15.5
2056
A
wc
4 1555 2041
mk
tuin .0 24
50
winkel workshopruimte 14
mk
.6
00
70
ng
invalide wc
koetunnel
ich inr ns gre
winkel
1834
ng
theeschenkerij / workshopruimte
4A
ich inr ns gre
C
2055
wc
wc
2022
00
75
1973
at tra lds ve eg Vli
opslag
13.4
A
ers k e o bez s ' o aut n e er park
t a a r t s d l e v g e i l V
ich inr ns gre
ng
1444
6
sloot
231
Situa e
ich inr ns gre 1665
Schaal 1 : 1000 Kad. Gemeente: Sec e: Kad. Nummer:
Van Westreenen Adviseurs
PROJECT:
Scherpenzeelseweg 11 3772 MD Lunteren T: (0342) 47 42 55 F: (0342) 47 42 81 E: info@vanwestreenen.nl
Aanvraag omgevingsvergunning (milieu)
Varsseveldseweg 65d 7131 JA Lichtenvoorde T: (0544) 37 97 37 F: (0544) 37 83 64 E: info@vanwestreenen.nl Haarweg 9a 7651 KE Tubbergen T: (0546) 70 65 86 F: (0544) 37 83 64 E: info@vanwestreenen.nl
ng
2056
SCHAAL:
1:100 1:250
GETEKEND:
AV, MS, EG
Landgoed "Kaamps" Vliegveldstraat 4a 7561 AT DEURNINGEN
FORMAAT:
A0
DATUM:
28-03-2025 28-03-2023
LOCATIE: Vliegveldstraat 4, 4a en 4b te Deurningen
WIJZIGING:
20-12-2024
ONDERDEEL:
PROJECTNUMMER:
Pla egrond Situa e, bedrijfspla brasserie,egrond buitenspeeltuin, en doorsneden terras Maten voor de uitvoering in het werk controleren
2022WM-KAAMPS
OPDRACHTGEVER:
BIJLAGE 5 Watertoets.
ROB
49
Het wateradvies
Het wateradvies Het wateradvies helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van hhelpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen vanet Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Korte procedure
Op basis van onderstaande locatie
02-04-2025 16:08
1
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies
Vragen en antwoorden uit de check 1 Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt?
nee
Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd?
nee
Is er in of rondom het plangebied wel eens sprake (geweest) van wateroverlast of grondwateroverlast?
nee
Ligt binnen plangebied (een beschermingszone) van een watergang of waterkering?
nee
Maakt het plan deel uit van een groter plan, zoals een masterplan/ stedenbouwkundige visie?
nee
Wordt water aangelegd, gedempt of aangepast?
nee
Wordt recreatief medegebruik van watergangen of gronden in beheer van het waterschap mogelijk gemaakt?
nee
Bedraagt het verschil tussen de hoogte van de weg en nee de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? Is de afstand tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de bovenzijde van de begane-grondvloer kleiner dan 80cm?
nee
Zijn er kansen voor afkoppelen van bestaand verhard oppervlak?
nee
Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen nee in de ondergrond? Worden bedrijfsmatige activiteiten uitgevoerd, waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?
nee
Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?
nee
Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500m2?
nee
Wordt regenwater gescheiden van het afvalwater afgevoerd?
ja
Ligt in of nabij het plangebied een zonering zuiveringtechnisch werk?
nee
Ligt het plangebied in een zonering waterwingebieden Drenthe?
nee
Ligt het plangebied in een zonering grondwaterbeschermingsgebieden Drenthe?
nee
Ligt het plangebied in een zonering waterwingebieden Overijssel?
nee
Ligt het plangebied in een zonering grondwaterbeschermingsgebieden Overijssel?
nee
Ligt het plangebied in een zonering Natura 2000?
nee
02-04-2025 16:08
2
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies
Details 1. Korte procedure Op basis van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waterschapsbelangen raakt. U volgt de korte procedure.
Wat moet ik doen? Gebruik alstublieft de knop “DIRECT AANVRAGEN” om uw aanvraag voor een wateradvies daadwerkelijk naar het waterschap te versturen. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. De korte procedure houdt in dat u zelfstandig een waterparagraaf opstelt, waarin u toelicht hoe u op een goede manier omgaat met de relevante wateraspecten. U kunt hiervoor onze adviezen gebruiken en de standaardwaterparagraaf. Deze hebben we onder het kopje ‘achtergrond’ toegevoegd. Wij verzoeken u deze waterparagraaf aan te passen aan de gegevens van uw plan en de relevante wateraspecten. We vragen u deze waterparagraaf voor advies aan ons voor te leggen. Wanneer wij een positief advies verlenen kunt u de waterparagraaf invoegen in de ruimtelijke onderbouwing van het plan.
Achtergrondinformatie
02-04-2025 16:08
3
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies Waterparagraaf ‘toekomstgericht waterbeheer’
Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en worden sterk beïnvloed door de klimaatverandering. Er is meer ruimte nodig voor water, omdat klimaatverandering zorgt voor hoge piekafvoeren in de zomer en een gemiddeld hogere waterafvoer in de winter. Het gaat ook om langduriger periodes van droogte en om extreem warm weer, waar vooral stedelijk gebied last van kan hebben. Ook veranderingen in ruimtegebruik hebben gevolgen voor het waterbeheer. Het waterschap wil vroegtijdig meedenken over plannen en ontwikkelingen om samen met de gemeente en andere partners te zoeken naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving.
Het waterschap Vechtstromen zorgt voor het water in uw omgeving. Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging. Dat doet het waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en te zorgen voor stevige dijken. Als belangrijkste speerpunt voor de periode 2022-2027 ziet het waterschap de opgave om zijn gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering. Hiervoor werkt het waterschap toe naar een andere balans van vasthouden-bergen-afvoeren (voorraadbeheer), rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering.
In het waterbeheerprogramma 2022-2027 heeft het waterschap zijn doelen en werkzaamheden weergegeven in vier thema’s.
Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer.
Veilig gebied Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Onze ambitie is dat in 2050 de waterkeringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat we daarbij wendbaar inspelen op ontwikkelingen. We voeren ons beheer op een duurzame wijze uit en werken aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken.
Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil in het uitvoeren van zijn primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij willen we in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin we onze taken klimaatneutraal uitvoeren.
Gezonde leefomgeving Als waterschap zorgen we voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Wij streven ernaar dat het water in onze leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico’s oplevert voor de volksgezondheid. Ons doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert.
De samenhang van de wateropgaven met andere opgaven in het gebied vraagt om nauwe samenwerking met gemeenten, provincies, inwoners en bedrijven. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen tijdig en goed in beeld te krijgen en mee te kunnen wegen, gebruiken we de (digitale) watertoets.
Relevante wateraspecten Wateroverlast Door de ontwikkelingen in het plangebied neemt het verhard oppervlak toe met m2. Daarnaast is het mogelijk om ook bestaand verhard oppervlak af te koppelen van het rioolstelsel zodat de kans op wateroverlast door toekomstige regenbuien wordt verminderd. Het gaat hierbij om m2. Om wateroverlast te 02-04-2025 16:08
4
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies voorkomen wordt het hemelwater niet afgevoerd naar het rioolstelsel maar volgens de trits vasthouden - bergen – afvoeren behandeld. Het hemelwater wordt ter plaatse geborgen in infiltratie- of waterbergende voorzieningen met een volume van m3. De dimensioneringsberekeningen van de diverse voorzieningen zijn opgenomen in de bijlage bij het bestemmingsplan. Op deze wijze kan regenbui T=100+10% worden opgevangen in het plangebied tot aan maaiveld of op maaiveld geborgen worden zonder dat waterschade optreedt, en vertraagd worden afgevoerd.
Bij voorkeur worden natte en laaggelegen gebieden, beekdalen, regionale bergingsgebieden en overstromingsvlaktes niet bebouwd. Het plangebied beoogt geen kapitaalintensieve bouwwerken in deze gebieden. Wateroverlast voor het plangebied wordt voorkomen door <maatregelen noemen zoals ophogen, kades aanleggen oid>.
Waterkwaliteit Het plan maakt geen functies mogelijk die tot verslechtering van de waterkwaliteit leiden. Om de kwaliteit van het water te waarborgen, worden de volgende maatregelen getroffen: een bodempassage in een berm/ wadi/ filtering d.m.v. een helofytenfilter, chemisch filter of mechanisch filter.
Riolering en Afvalwaterketen Een toename van het afvalwater heeft effect op het functioneren van de afvalwaterketen. Het (gemeentelijk) rioolstelsel, de gemalen (overnamepunten) en de rioolwaterzuiveringsinstallatie kunnen de toename van afvalwater van verwerken zonder daarmee het milieu zwaarder te belasten. Het hemelwater wordt niet aangesloten op het rioolstelsel en zal ter plaatse infiltreren/geborgen worden. Voor onderhoud aan het rioolpersleidingenstelsel is bereikbaarheid noodzakelijk, hiertoe is een zonering rondom de persleiding opgenomen in de verbeelding. Tot slot worden in de milieuzone van de RWZI of rioolgemaal geen hindergevoelige functies opgenomen, die het functioneren van de installatie nu of in de toekomst kunnen belemmeren.
Grondwaterbeheer De ontwikkeling leidt niet tot wijziging van de grondwaterstand. Er wordt niet gebouwd in een gebied met een hoge grondwaterstand of kwel. De bouwwijze is aangepast aan de grondwaterstand en zettingsgevoeligheid van de bodem door ophoging van het maaiveld, kruipruimteloos bouwen, waterdicht bouwen, passende fundering, etc. Om de bestaande grondwaterstanden op peil te houden worden maatregelen genomen om neerslag in de bodem te infiltreren of in andere voorzieningen vast te houden of te bergen.
Recreatie In het plangebied zijn de volgende (nieuwe) aan het water gekoppelde recreatieve functies opgenomen: . Voor zover van dergelijke actieve recreatieve functies een vergunning van het waterschap nodig is, zal deze worden aangevraagd. In het plangebied zijn geen cultuurhistorische waterobjecten aanwezig. De cultuurhistorische waarde wordt door de planontwikkeling niet aangetast.
02-04-2025 16:08
5
https://hetwateradvies.nl
BIJLAGE 6 Aerius calculatie. Mutatie gebruik inzake aspect 2.
ROB
50
Aerius Calculatie mutatie gebruik Aspect 2. / Invoer. Middels de beperkte toename van het beoogde gebruiksoppervlak van de nevenactiviteit (aspect 2) is een ‘worst-case’ aantal vervoersbewegingen als extra verkeer aantrekkende werking gemodelleerd. Hierbij is een ‘worst-case’ aantal van 10 voertuigen extra per dag aangehouden. Dit staat gelijk aan 20 bewegingen per dag. Dit gedurende 365 dagen per jaar. Alsmede 1 middelzwaar voertuig per week. Dit resulteert in navolgende aantallen en emissie bij het stationair draaien op het terrein. Externe vervoersbewegingen · extra gebruik mutuatie aspect 2. Type
Bewegingen per jaar
Draaitijd stationair (u/j)
Emissiefactoren stationair
Emissie stationair draaien
NOx (g/u)
NH3 (g/u)
NOx (kg/j)
NH3 (kg/j)
Licht wegverkeer (pers onena uto's , bes tel bus jes , etc.)
7300
304
4,74
0,17
1,44
0,05
Middelzwaar wegverkeer (ba kwa gens , etc.)
104
4
68,11
0,70
0,27
0,00
Zwaar wegverkeer (tra ctoren, vra chta uto's , etc.)
0
0
90,84
0,97
0,00
0,00
Totaal:
1,71
0,05
Een voertuig veroorzaakt twee vervoersbewegingen, er is steeds sprake van een heenrit en terugrit. Echter, niet elke dag is er een beweging van ieder type voertuig. Het verkeer rijdt vanuit twee richtingen naar de inrichting.
Bij een 10 tal voertuigen per dag is een aantal van 50% gemodelleerd als zijnde een voertuig met een koude start. Namelijk een voertuig waarbij het voertuig langer dan 2 uur heeft stil gestaan. Koude Start extra gebruik mutuatie aspect 2. Type Licht wegverkeer (pers onena uto's , bes tel bus jes , etc.)
Aantal Koude starts (KS)/j
emissiefactor/KS Nox (g/KS)
NH3 (g/KS)
emissie KS NOx (kg/jr) NH3 (kg/j)
1825
0,28
0,05
0,51
0,09
Middelzwaar wegverkeer (ba kwa gens , etc.)
0
19,34
0,20
0,00
0,00
Zwaar wegverkeer (tra ctoren, vra chta uto's , etc.)
0
24,87
0,29
0,00
0,00
Totaal
0,507
0,090
Zowel het wegverkeer over de openbare weg tot het heersende verkeersbeeld alsmede het rijden op het terrein (parkeerplaats) is gemodelleerd. Inclusief stationair draaien en een mogelijke koude start. Voorgaande ‘worst-case’ scenario heeft geen stikstofdepositie tot gevolg. Dit blijkt uit navolgende Aerius calculatie.
ROB
51
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Landgoed Kaamps Aspect 2. Mutatie Vliegveldstraat 4A, 4 ,4B, 7561AT Deurningen Mutatie gebruik Mutatie gebruik aspect 2.
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RTtpgsv1wiVL 27 mei 2025, 16:57 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Realisatiefase - Beoogd Realisatiefase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RTtpgsv1wiVL (27 mei 2025)
2025 -
0,2 kg/j
3,1 kg/j
2/7
Projectberekening
Realisatiefase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 4 Anders... | Anders... | III: Stationair draaien van wegvoertuigen op terrein - Realisatiefase 5 Verkeer | Koude start: overig | Koude start Verkeersnetwerk
RTtpgsv1wiVL (27 mei 2025)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
50,0 g/j 81,2 g/j 76,5 g/j
1,7 kg/j 0,5 kg/j 0,8 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RTtpgsv1wiVL (27 mei 2025)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatiefase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
RTtpgsv1wiVL (27 mei 2025)
5/7
Projectberekening
Realisatiefase, Rekenjaar 2025
1 Verkeer | Rijdend verkeer Naam 1a: Externe vervoersbewegingen linksaf (50%) - Realisatiefase Links Rechts NOₓ 0,3 kg/j Locatie X:253821,78 Y:479914,52 Type scherm - - NO₂ 45,9 g/j Lengte 250,50 m Hoogte - - NH₃ 33,4 g/j Wegtype Buitenweg Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid Aantal voertuigbewegingen In file
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
7.300,0 /jaar 104,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
7.300,0 /jaar 104,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam 1b: Externe vervoersbewegingen rechtsaf (50%) - Realisatiefase Links Rechts NOₓ 0,3 kg/j Locatie X:254011,73 Y:479780,85 Type scherm - - NO₂ 46,0 g/j Lengte 250,79 m Hoogte - - NH₃ 33,4 g/j Wegtype Buitenweg Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid Aantal voertuigbewegingen In file
3 Verkeer | Rijdend verkeer Naam II: Manouvreren op terrein - Realisatiefase Links Rechts NOₓ Locatie X:253890,83 Y:479833,9 Type scherm - NO₂ Lengte 99,53 m Hoogte - NH₃ Wegtype Buitenweg Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Maximum snelheid Aantal voertuigbewegingen
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RTtpgsv1wiVL (27 mei 2025)
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
7.300,0 /jaar 104,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
0,2 kg/j 36,1 g/j 9,8 g/j
In file
100,0 % 100,0 % 100,0 % 100,0 %
6/7
Projectberekening
4
Anders... | Anders...
5
Verkeer | Koude start: overig
Naam
III: Stationair Uittreedhoogte draaien van Warmteinhoud wegvoertuigen op Spreiding terrein Realisatiefase Locatie X:253940,64 Y:479811,63 Oppervlakte 0,56 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Transport Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
Koude start X:253940,64 Y:479811,63 0,56 ha
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
4,0 m 0,000 MW 4m
NOₓ NH₃
1,7 kg/j 50,0 g/j
NOₓ NH₃
0,5 kg/j 81,2 g/j
Koude starts
1.825,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.2.1_20250507_5b5649d2ba Database versie 2024.2.1_5b5649d2ba_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RTtpgsv1wiVL (27 mei 2025)
7/7