Ruimtelijke Onderbouwing Deurningerstraat 49, Deurningen.pdf
Tekst van het document
5.7 Omgevingsveiligheid De nieuwe term voor het beschermen van de leefomgeving is ‘omgevingsveiligheid’ en de Omgevingswet beoogt specifiek mensen in gebouwen te beschermen, omdat de meeste mensen zich voor het grootste deel van de dag binnenshuis bevinden. Dit beleidsveld is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Een zonnepanelenveld is niet een gevoelige bestemming. Een toetsing naar externe veiligheid kan in principe achterwege blijven. Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘Externe veiligheid’ geen belemmering vormt voor voorliggende ruimtelijke onderbouwing.
5.8 Archeologie De gemeente Dinkelland kent een archeologische verwachtings- en advieskaart. Volgens de archeologische verwachtings- en advieskaart van de gemeente Dinkelland bevindt het plangebied zich binnen de geomorfologie van dekzandwelvingen en – vlakten en binnen beekdalen en overige laagten. Voor dekzandwelvingen en – vlakten is de verwachting op archeologische resten uit alle perioden middelmatig. Hier geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is in plangebieden groter dan 5.000 m² bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Voor gebieden kleiner dan 5.000 m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek. Voor beekdalen en overige laagten is de verwachting op archeologische resten uit alle perioden laag. Hier geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek bij bodemingrepen dieper dan 40 cm met uitzondering van
28
gebieden met een lage verwachting binnen plangebieden met meerdere verwachtingszones, en plangebieden met lage verwachting die grenzen aan terreinen met waardevolle archeologische resten. De oppervlakte van het zonneveld betreft circa 300 m² waarbij de bodem voor slechts 25 cm wordt ontgraven. Archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk.
5.9 Bodem De bodem moet geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie moet worden getoetst aan paragraaf 5.1.4.5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Deze paragraaf bevat regels voor het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem. De instructieregels zijn mede gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid en van het milieu, in het bijzonder van de bodemkwaliteit. Uit artikel 5.89g van het Bkl volgt dat deze paragraaf van toepassing is op o.a. een bodemgevoelig gebouw en definieert het als een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Deze paragraaf is niet van toepassing op bijbehorende bouwwerken tot 50 m2. Het plangebied bestaat uit een weiland waarbij geen indicaties zijn dat er sprake is van bodem en/of grondwatervervuiling. Het gebruik van het plangebied als zonnepanelenveld heeft geen milieu hygiënische invloed op de bodemkwaliteit van de betreffende gronden. Het is ook geen bodemgevoelig gebouw of iets dergelijks. Een bodemonderzoek kan derhalve achterwege blijven.
5.10 Waterbelang Artikel 5.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Gedacht kan worden aan regels uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl rijksregels met betrekking tot primaire waterkeringen, kustfundamenten buiten stedelijk gebied en activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied.
29
Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Zodoende is de oorspronkelijke watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. Gezien de geringe ruimtelijke impact van de ontwikkeling (zoals minimale ontgraving en gelijke doorlaatbaarheid van water in de bodem) wordt geconcludeerd dat een watertoets niet relevant is en het watersysteem niet wordt geschaad.
6. Financiële haalbaarheid De investeringen die nodig zijn voor de te realiseren ontwikkelingen moeten passen in de budgetten die daarvoor beschikbaar zijn. Partijen die bouwen in de kernen, dorpen en in het buitengebied dragen op twee manieren bij aan de gemeente Dinkelland. Enerzijds door direct invulling te geven aan de visie voor de fysieke leefomgeving, zoals verwoord in MijnOmgevingsvisie. Anderzijds via financiering van deze ruimtelijke ontwikkelingen via kostenverhaal en financiële bijdragen voor ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ter uitvoering van deze visie heeft de gemeenteraad het Programma Kostenverhaal vastgesteld ten behoeve van een eenduidige en transparante manier van kosten verhalen bij bouwplannen en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen in de gemeente. De gemeente borgt het kostenverhaal en de financiële bijdrage voor een ruimtelijke ontwikkeling in een anterieure overeenkomst. Naast het kostenverhaal en een financiële bijdrage wordt in een anterieure overeenkomst ook het verhaal van nadeelcompensatie geregeld. Mogelijke claims voor nadeelcompensatie worden altijd doorgelegd aan initiatiefnemer. Voor onderhavige ontwikkeling is met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten over nadeelcompensatie.
De
initiatiefnemer
is
leges
verschuldigd
voor
het
verkrijgen
van
een
omgevingsvergunning. Hierop is de legesverordening en de bijbehorende tarieventabel van toepassing, welke jaarlijks wordt vastgesteld. Gelet op het vorengaande is het project financieel uitvoerbaar.
30
7. Voorwaarden omgevingsvergunning Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt door activiteiten evenwichtig over locaties te reguleren. In dat verband worden de volgende voorwaarden aan de vergunning verbonden: 1. Regels voor aanleggen passende groenvoorzieningen: zoals en aansluitend aan bestaand met inheemse beplanting. 2. Regels voor stedenbouwkundige randvoorwaarden (welstand): verdiept, met groen ingepast en zoals overeengekomen met de stadsbouwmeester.
Bijlagen 1. Verklaring buurman; 5 januari 2024. 2. Beplantingsplan; NL-landschapsontwerpers, 15 juli 2024.
31
Bijlage 1
32
Bijlage 2
33
A B C D E
F
Bestaande woning met bijgebouw. Bestaand bos. Struweelranden, door de eigenaar zelf ingeplant. Door deze struweelranden worden de zonnepanelen op een goede wijze ingepast in het landschap. Nieuw te plaatsen zonnepanelen in veldopstelling. Deze liggen verdiept ten opzichte van het maaiveld in het landschap. Nieuw in te zaaien wilde bloemen mengsel met enkele solitaire sleedoorns. Hierdoor ontstaat er een mantel-zoom vegetatie met gras, bloemen en struweel (zie onderstaande doorsnede). Dit komt de biodiversiteit ten goede. Raster ter behoeve van behoud E.
E
F
C
D
B’
A’
B
C E F
A
D
C
A
A’
C
B A
B
B’
A B
Project: Situatietekening
Getekend:
RV
Status:
Concept
Adres:
Deurningerstraat 49
Gecontroleerd:
NH
Formaat: A3
Deurningen
Datum:
15-07-24
Noord:
^
Schaal totaal tekening: 1:2000 Schaal van het detail:
1:500