Rekenkamercie Eindrapport BA onderzoek jeugdhulp Twente.pdf
Tekst van het document
▪ Het sociale team komt eens in de twee weken bij elkaar om casussen te bespreken. De lijnen zijn kort en men weet elkaar goed te vinden. ▪ Een aantal voorzieningen is afgebouwd omdat hier weinig tot geen gebruik van werd gemaakt.
▪
De effecten van de preventieve inzet zijn minder goed te meten omdat het niet vastgelegd/geregistreerd wordt.
Onderzoeksvraag 4 & 4a
Bijlage 3.2: Bevindingen gemeente Borne
72
Andere Twentse verklaringen Onderwerp Wat zijn nog andere Twentse verklaringen voor toenemende kosten? Onderzoeksvraag 5d
Bevinding ▪ In 2015 had de gemeente geen enkele jongere die een jeugdzorg plus indicatie had. Die hebben we nu wel en deze trajecten kosten veel geld. Borne is aantrekkelijk voor zorgorganisaties om bijvoorbeeld gezinshuizen te beginnen. Het is voor zorgorganisatie aantrekkelijk om zich in de gemeente Borne te vestigen: de plaats Borne en de dorpen Hertme en Zenderen. Dit vanwege het dorpse karakter, de voorzieningen en de ligging, centraal in Twente. ▪ Het aantal jeugdigen neemt niet af, maar de kosten blijven stijgen. In Borne is één organisatie waar alle scholen onder vallen die aangeeft dat het hen opvalt hoe groot het aantal kinderen is dat extra zware zorg nodig heeft. Maar waar dit nu vandaan komt is lastig aan te geven. De ontwikkeling van het Passend Onderwijs kan ook leiden tot een beïnvloeding in de toename van het gebruik en de kosten van jeugdzorg. ▪ Voor gewone opvoed- en opgroeivragen wordt steeds vaker een beroep gedaan op professionele jeugdzorg. De hoge geluksnorm, de prestatiedruk en het maakbaarheidsdenken dragen daaraan bij. Er is geen noemenswaardige toename van problemen, maar wel: o Meer echtscheidingen o Problematisch gebruik van sociale media o Prestatiedruk op scholen
Bijlage 3.2: Bevindingen gemeente Borne
73
Bijlage 3.3: Bevindingen gemeente Dinkelland Overzicht bevindingen gemeente Dinkelland Kosten (Onderzoeksvraag 1 & 1a) Hoe zijn de kosten van de Jeugdzorg ontwikkeld in de gemeente van 2015 tot heden: begroot en gerealiseerd? ▪ Vanaf 2015 is begroot met de gedachte wat er nodig is. Hoewel in 2015 de realisatie nog fors onder de begroting zat is het sindsdien omgedraaid en zijn de werkelijke uitgaven hoger dan begroot. ▪ Vanaf 2015 is de toegang in Dinkelland op dezelfde manier georganiseerd als in Tubbergen. ▪ Ook zijn er veel buitenhuis voorzieningen binnen de gemeente (bijvoorbeeld zorgboerderijen). Daar zijn ook jongeren geplaatst die van buiten de regio komen, daar gaat het ook nog wel eens fout rondom facturering. Grafiek 1: begrote versus gerealiseerde totaaluitgaven vanaf 2015
Inkoop Onderwerp Hoe is de inkoop geregeld? Onderzoeksvraag 2 & 2a
Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 2b
Bevinding ▪ Van 2015 tot en met 2018 wordt PxQ financieringsmodel gehanteerd met sectorale contractering in de jeugdzorg. ▪ Sinds 2019 wordt gewerkt met het Twents Model voor de inkoop jeugd en Wmo. Het te bereiken resultaat staat centraal. Er wordt wel een PxQ financiering gehanteerd. Het is een Open house model waarin nieuwe aanbieders worden toegelaten. ▪ De consulenten van de gemeente bepalen het ‘wat’ en daarmee of het maatwerk dan geleverd wordt ▪ De consulenten geven aan dat met het huidige inkoopmodel het makkelijker is om te sturen op resultaten. ▪ Door het groot aantal aanbieders moet er veel inzet verricht worden in het contractbeheer. Verder is het voor de verschillende verwijzers moeilijk om het overzicht te houden. ▪ Als nadeel voor de aanbieders wordt aangegeven dat de bepaling van het “Wat” en de doorverwijzing op verschillende wijze worden uitgevoerd in de 14 Twentse gemeenten.
Bijlage 3.3: Bevindingen gemeente Dinkelland
74
Onderwerp
Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin?
Bevinding ▪ Er is voor aanbieders geen garantie voor omzet, hierdoor doen aanbieders weinig investering in verandering en innovatie. De nieuwe aanbieders die toetreden zijn meer van hetzelfde en niet nieuwe innovatieve (kleinere) aanbieders. ▪ Het Twents model biedt onvoldoende sturingsmogelijkheden op de kosten. Het Twents model is namelijk niet ingericht op kosten. Het Twents model draagt niet bij voor aan betere grip op financiering.
Onderzoeksvraag 2b Toegang In Dinkelland is ook een stijging te zien in het aantal jeugdhulp trajecten sinds 2015, toch lijkt deze stijging steeds minder sterk toe te nemen.
Type Jeugdhulp Dinkelland 500 400 300
Jeugdhulp zonder verblijf
200
Jeugdhulp met verblijf
100
Jeugdbescherming
0 2015
2016
2017
2018
2019
Uit de onderstaande grafiek is te zien dat waar andere gemeenten vanaf 2015 veel onbekende verwijzers hadden, dit bij Dinkelland niet het geval is. Ook in Dinkelland is te zien dat de huisarts in 2015 de grootste verwijzer is. Toch zien we na een piek in 2016, hier een daling. Vanaf 2018 is niet de huisarts, maar de gemeente de grootste verwijzer.
Verwijzer Dinkelland 250
Onbekend Gecertificeerde instelling
200
Gemeente 150
Huisarts Jeugdarts
100
Medisch specialist 50
Rechter, Raad voor Kinderbescherming of Officier van Justitie School
0 2015
2016
2017
2018
2019
Bijlage 3.3: Bevindingen gemeente Dinkelland
75
Onderwerp Hoe is de toegang geregeld? Onderzoeksvraag 3, 3a, 3b & 3d
Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 3c Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 3d & 3e
Bevinding ▪ De gemeente kiest er bewust voor om de jeugdconsulenten te laten indiceren en regisseren en geen ambulante hulpverlening te laten verlenen. ▪ Jeugdconsulenten voeren vraag-verhelderende gesprekken om de situatie in beeld te krijgen. ▪ Daarnaast is een POH-jeugd als interventie ingezet bij huisartsen. De POH-er behandelt vanuit de huisartsenpraktijk jongeren met problemen. Daardoor wordt volgens de gemeente minder maatwerk ingezet. ▪ Verder is er een Coördinator externe verwijzers ingezet om samenwerking met de niet gemeentelijke-verwijzers te versterken. ▪ Een nadeel van de rol die de jeugdconsulenten hebben, is dat er sneller een beroep moet worden gedaan op de zorgaanbieder en dat dit in sommige gevallen vertragend kan werken. ▪ Het voordeel van de rol die de jeugdconsulenten hebben, is dat zij zich onafhankelijker kunnen opstellen. ▪ De gemeente geeft aan dat het lastig is om grip op externe verwijzers te krijgen en dat het daarom moeilijk is om financiële grip te krijgen op het totaal. ▪ Verder merkt de gemeente op dat de niet gemeentelijke-verwijzers soms bepaalde verwijzingen doen die door een jeugdconsulent nooit gedaan zou zijn. In de samenwerking met deze verwijzers is er daarom nog een slag te slaan.
Preventie Onderwerp Hoe is de preventie geregeld? Onderzoeksvraag 4 & 4a
Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 4 & 4a Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin?
Bevinding ▪ In 2014 was er nog geen welzijnsorganisatie in Dinkelland met een jeugdaanbod, deze was er alleen voor ouderen. In Tubbergen was er geen welzijnsorganisatie voor ouderen. Deze welzijnsorganisaties zijn vervolgens gefuseerd en voeren nu breed welzijnswerk uit over de twee gemeenten. ▪ De aansluiting met de zorgaanbieders en consulenten en voorliggend veld kan nog beter. Er zijn wel overleggen waarbij het voorveld aansluit. Grote zorgaanbieders sluiten nog niet aan en worden alleen thematisch betrokken. ▪ Zorgaanbieders worden nog niet betrokken bij de overleggen. Zij kunnen met hun kennis zoveel meer inbrengen dan alleen maar het uitvoeren van een traject. ▪
Het jongerenwerk is recent opgezet in de gemeente Dinkelland en hiernaar wordt meer doorverwezen.
Onderzoeksvraag 4 & 4a
Bijlage 3.3: Bevindingen gemeente Dinkelland
76
Andere Twentse verklaringen Onderwerp Wat zijn nog andere Twentse verklaringen voor toenemende kosten? Onderzoeksvraag 5d
Bevinding ▪ Het aandeel externe verwijzingen liep tot 2020 flink op. ▪ Er is veel vrijheid voor zorgaanbieders om invulling te geven aan de inhoud van de trajecten, wat kan leiden tot hogere kosten. ▪ Er doen zich incidenteel meer situaties voor rondom uithuisplaatsing en deze zware casussen hebben hoge kosten. Dit is zeker een deel van een verklaring. ▪ Het Twents model zou ook op 1 uniforme manier ingevuld moeten worden, ook voor kansengelijkheid. In Enschede bestaat de kans dat er andere zorg wordt toegewezen dan door de gemeentelijke toegang van gemeente Dinkelland of gemeente Tubbergen. In Enschede is de sociaaleconomische positie van inwoners slechter waardoor er sprake is van minder kansengelijkheid.
Bijlage 3.3: Bevindingen gemeente Dinkelland
77
Bijlage 3.4: Bevindingen gemeente Enschede Overzicht bevindingen gemeente Enschede Kosten (Onderzoeksvraag 1 & 1a) Hoe zijn de kosten van de Jeugdzorg ontwikkeld in de gemeente van 2015 tot heden: begroot en gerealiseerd? ▪ In 2016 zijn de totale uitgaven van de jeugdzorg in Enschede toegenomen en in 2017 verder doorgestegen. Naar aanleiding van de resultaten 2017 is een ombuigingsprogramma ingesteld met daaraan taakstellingen gekoppeld. Vanaf 2018 dalen de uitgaven voor jeugdhulp in Enschede, dit geldt ook voor 2019 na aftrek van de tarief indexering. ▪ De rijksbijdragen zijn niet toereikend. ▪ Er is nog niet voldoende financiële grip om de uitgaven binnen begroting te houden, wel zijn de gemiddelde kosten per klant in de laatste jaren omlaag gegaan Grafiek 1: begrote versus gerealiseerde totaaluitgaven vanaf 2016 60000000 50000000 40000000 30000000 20000000 10000000 0 2016
2017
2018
Begroot
Gerealiseerd
2019
Inkoop Onderwerp Hoe is de inkoop geregeld? Onderzoeksvraag 2 & 2a
Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 2b
Bevinding ▪ Van 2015 tot en met 2018 wordt PxQ financieringsmodel gehanteerd met sectorale contractering in de jeugdzorg. ▪ Sinds 2019 wordt gewerkt met het Twents Model voor de inkoop jeugd en Wmo. Het te bereiken resultaat staat centraal. Er wordt wel een PxQ financiering gehanteerd. Het is een Open house model waarin nieuwe aanbieders worden toegelaten. ▪ De wijkteams in de gemeente Enschede bepalen het wat en daarmee of het maatwerk dan geleverd wordt ▪ Voordelen van het model zijn dat het resultaat voor de inwoner leidend is, er ruimte is voor maatwerk en transformatie en dat er gewerkt wordt met 1-gezin-1-plan. ▪ Nadelen hebben te maken met het nog wennen aan het formuleren van scherpe resultaten, de financiële onzekerheid die raamovereenkomsten voor aanbieders met zich meebrengen (geen omzetgarantie), de sturing op kosten vooral via de toegang moet plaatsvinden terwijl het grootste deel niet door de gemeente wordt
Bijlage 3.4: Bevindingen gemeente Enschede
78
Onderwerp
Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 2c
Bevinding toegewezen, rolonduidelijkheid voor de wijkteammedewerker (die regie moet houden op het bereiken van het resultaat, maar niet over het hoe gaat) en tot slot is netwerksamenwerking en het realiseren van de transformatie door de veelheid van aanbieders lastig. ▪ In de interviews is aangegeven dat het inkoopmodel zelf geen financiële grip gaat brengen. ▪ De doorontwikkeling van het inkoopmodel naar resultaatgerichte bekostiging is nog onzeker ▪ De wijkteams in de gemeente Enschede bepalen het wat en daarmee of het maatwerk dan geleverd wordt in het voorveld of een jeugdzorgaanbieder. Verbeterslagen zitten in het verbinden met het voorliggend veld.
Toegang Ook in Enschede is een stijging te zien vanaf 2015 in het aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt, met name in de jeugdhulp zonde verblijf. Daarbij valt het op dat deze stijging afvlakt vanaf 2017, maar dat er een toename ontstaat in de ‘overige’ categorie aan jeugdhulpvoorzieningen.
Type Jeugdhulp Enschede 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0
Jeugdhulp zonder verblijf Jeugdhulp met verblijf Jeugdbescherming Jeugdreclassering Overig 2015
2016
2017
2018
2019
In Enschede is een enorme afname in onbekende verwijzers te zien vanaf 2015. Daarnaast is vanaf 2015 een sterke toename te zien in het aantal verwijzingen van huisartsen. Vanaf 2016 is ook een toename van de gemeentelijke verwijzer te zien, welke afvlakt tussen 2017-2018 en daalt in 2019.
Verwijzer Enschede Onbekend 3500 Gecertificeerde instelling
3000
Gemeente
2500 2000
Huisarts
1500
Jeugdarts
1000
Medisch specialist
500
Rechter, Raad voor Kinderbescherming of Officier van Justitie School
0 2015
2016
2017
2018
2019
Zelfverwijzer
Bijlage 3.4: Bevindingen gemeente Enschede
79
Onderwerp Hoe is de Toegang geregeld? Onderzoeksvraag 3, 3a, 3b & 3d
Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 3c
Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 3d & 3e
Bevinding ▪ Wijkteams werken volgens de vastgestelde methodiek, werken kostenbewust en monitoren hierop. ▪ Gecertificeerde instellingen verwijzen hoofdzakelijk door naar gecontracteerde aanbieders. ▪ Medische verwijzers zoals huisartsen verwijzen vrijwel automatisch door. De inzet van POH-ers werkt wel positief omdat hiermee wordt gewerkt aan vraagverheldering en lichte ondersteuning. Zij werken niet volgens dezelfde methodiek als de wijkteams ▪ Gecertificeerde instellingen verwijzen volgens eigen systematiek door. De jeugdbeschermingstafels zijn een goede methodiek om tot meer sturing en uniforme werkwijze te komen voor de deelnemende organisaties aan deze tafel. ▪ Verwijzing via de gemeentelijke wijkteams en via de verschillende externe verwijzers gebeurt niet volgens een uniforme werkwijze, er is geen uniforme taal en er wordt nog beperkt gestuurd op een samenhangende verwijzingsmethode of meer uniforme werkwijze door alle verwijzers. Dit maakt het moeilijk om grip te krijgen op de verwijsstroom, de kosten van de jeugdhulp en het bevorderen van de samenhang tussen voorliggende en specialistische voorzieningen. ▪ Huisartsen zijn vooral nog gewend om door te verwijzen naar aanbieders. POH-er voert in een aantal gevallen een serie gesprekken zodat niet wordt doorverwezen.
Besloten is om de inzet van POH-ers verder uit te rollen, ▪ Er zijn afspraken met de gecertificeerde instellingen om meer samen op te trekken. Daardoor is er meer zicht op de verwijzingen door de gecertificeerde instellingen.
Preventie Onderwerp Hoe is de preventie geregeld? Onderzoeksvraag 4 & 4a
Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 4 & 4a Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 4 & 4a
Bevinding ▪ Tot 2015 was preventief jeugdbeleid vormgegeven vanuit de CJG. ▪ Het ontstane tekort op jeugdzorg rond 2017 heeft geleid tot bezuinigingen op preventie ▪ Preventief beleid jeugd is op verschillende aspecten verder vormgegeven vanaf 2017. Er is nog geen sprake van een integraal preventief jeugdbeleid. Wel is er als onderdeel van de strategie kansengelijkheid een algemeen preventiebeleid gemaakt. ▪ Een betere verbinding met het voorveld kan alleen ontstaan als er ook een divers aanbod in het voorveld aanwezig is en dat zich dat mee ontwikkeld, bezuinigingen op preventie zal in nadeel hiervan werken. ▪ Als gevolg van ontstane tekorten rond 2017 is er toentertijd bezuinigd op preventie. Hierdoor is het preventieve aanbod verder uitgedund en daarmee de mogelijkheden tot verwijzen naar het voorveld mogelijk verder verkleind. ▪ De laatste jaren is er weer opnieuw extra geïnvesteerd in nieuwe projecten op preventie (OJA, preventieve ondersteuning in de huisartsenpraktijken). Daarmee is een start gemaakt met het verder ontwikkelen van het preventieve aanbod.
Bijlage 3.4: Bevindingen gemeente Enschede
80
Andere Twentse verklaringen Onderwerp Wat zijn nog andere Twentse verklaringen voor toenemende kosten? Onderzoeksvraag 5d
Bevinding Enschede heeft een sociaal economisch kwetsbare populatie: veel bijstandsgezinnen, naar verhouding hoog aandeel laagopgeleiden, hoog aandeel special onderwijs (LVB-problematiek).
Bijlage 3.4: Bevindingen gemeente Enschede
81
Bijlage 3.5: Bevindingen gemeente Hengelo Overzicht bevindingen gemeente Hengelo Kosten (Onderzoeksvraag 1 & 1a) Hoe zijn de kosten van de Jeugdzorg ontwikkeld in de gemeente van 2015 tot heden: begroot en gerealiseerd? ▪ Er is sprake van forse stijging van de uitgaven op de jeugdzorg in Hengelo in 2016 en 2017. Op basis hiervan is een interventieplan opgezet en zijn de uitgaven in de jaren 2018 en 2019 gestabiliseerd. Het aantal cliënten is sindsdien ook gestabiliseerd. ▪ De rijksbijdragen zijn niet toereikend. ▪ Er zodanige financiële grip dat in 2018 en 2019 de uitgaven binnen begroting zijn houden. Wel zijn de indicaties voor het jaar 2020 dat er een stijging in de kosten zullen zijn. Grafiek 1: begrote versus gerealiseerde totaaluitgaven vanaf 2016
Totale uitgaven Hengelo € 35.000.000 € 30.000.000 € 25.000.000 € 20.000.000 € 15.000.000 € 10.000.000 € 5.000.000 €0
2015
2016 Begroot
2017
2018
2019
Realisatie
Inkoop Onderwerp Hoe is de inkoop geregeld? Onderzoeksvraag 2 & 2a
Bevinding ▪ Van 2015 tot en met 2018 wordt PxQ financieringsmodel gehanteerd met sectorale contractering in de jeugdzorg. ▪ Sinds 2019 wordt gewerkt met het Twents Model voor de inkoop jeugd en Wmo. Het te bereiken resultaat staat centraal. Er wordt wel een PxQ financiering gehanteerd. Het model bevat elementen van een ‘Open House, waarin nieuwe aanbieders worden toegelaten. ▪ De regisseurs van de gemeente bepalen het wat en daarmee of het maatwerk dan geleverd wordt.
Bijlage 3.5: Bevindingen gemeente Hengelo
82
Onderwerp Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 2b
Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 2c
Bevinding ▪ Voordelen van het model zijn dat de aanbieder wordt uitgedaagd om de beste ondersteuning op maat te bieden (het hoe) en de gemeente meer de focus legt op het wat (het resultaat). Het resultaat voor de inwoner is daarmee leidend en er is meer ruimte voor 1-gezin-1-plan. ▪ Nadelen zijn dat het voor iedere casus moeilijk is om scherpe resultaten te beschrijven en het nog onwennig is om te werken zonder vaste producten en kaders. Dit zorg voor onnodige discussie. Verder wordt de bekostiging nog PXQ afgerekend, wat niet goed past bij het nieuwe model (resultaatgerichte bekostiging zou er meer bij passen). ▪ Een nadeel is dat er een groot aantal aanbieders zijn. Destijds is men meegegaan met de wens van andere gemeenten voor maximale keuzevrijheid voor bewoners. De praktijk laat zien dat Hengelo liever werkt met een kleiner aantal zorgaanbieders om het speelveld overzichtelijker te krijgen en naar meer samenwerking te kunnen gaan voor het overgrote deel van de jeugdzorg. ▪ In de interviews is aangegeven dat het inkoopmodel zelf geen financiële grip gaat brengen. Wel is er voor gezorgd dat er meer zicht komt op de financiële tekorten. ▪ Het grote aantal zorgaanbieders werkt negatief op de nodige samenwerking tussen aanbieders, gemeente en het voorveld. Daarom probeert de gemeente Hengelo nu met een beperkter aantal samen te werken.
Toegang In Hengelo is tussen 2015 en 2016 een lichte stijging te zien, vanaf 2016 vlakt het aantal jeugdigen met jeugdhulp af.
Aantal jeugdigen met Jeugdhulp Hengelo 2.000 1.800 1.600 1.400 1.200 1.000 800 600 400 200 0
Jeugdhulp zonder verblijf Jeugdhulp met verblijf Jeugdbescherming Jeugdreclassering
2015
2016
2017
2018
2019
Opvallend in de verwijzers in Hengelo is dat waar vanaf 2016 zowel de gemeentelijke verwijzer als de huisartsen lijken af te nemen. Daarnaast is een stijging te zien in school als verwijzer, maar ook bij de jeugdarts als verwijzer. De overgang van 2015 naar 2016 is ook opvallend door de enorme daling in gemeentelijke verwijzingen en toename in verwijzingen via de huisarts. Daarbij zit de kanttekening dat 2015 niet als een goed referentiejaar kan worden gezien.
Bijlage 3.5: Bevindingen gemeente Hengelo
83
Verwijzer Hengelo Onbekend 1400
Gecertificeerde instelling
1200
Gemeente
1000
Huisarts
800
Jeugdarts
600 Medisch specialist 400 Rechter, Raad voor Kinderbescherming of Officier van Justitie School
200 0
2015
2016
Onderwerp Hoe is de toegang geregeld? Onderzoeksvraag 3, 3a, 3b & 3d
Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 3c
Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 3d & 3e
2017
2018
2019
Zelfverwijzer
Bevinding ▪ De regisseurs werken volgens de vastgestelde methodiek, werken kostenbewust en monitoren hierop. ▪ De jeugdtafels zijn een goede methodiek om tot meer sturing en uniforme werkwijze te komen voor de deelnemende organisaties aan deze tafel. Sinds 2020 worden daarbij ook zorgaanbieders uitgenodigd. Er is een coördinator vanuit de gemeente aangesteld om de regie op de jeugdtafels te voeren. ▪ Gecertificeerde instellingen verwijzen hoofdzakelijk door naar gecontracteerde aanbieders. ▪ Medische verwijzers zoals huisartsen laten verwijzingen met uitzondering van crisis via de POH-er lopen. De inzet van POH-ers werkt positief omdat hiermee wordt gewerkt aan vraagverheldering en lichte ondersteuning. De POH-er werkt niet volgens dezelfde werkwijze als de wijkteams. ▪ Gecertificeerde instellingen verwijzen volgens eigen systematiek door. De gemeente geeft aan al meerdere jaren onderling af te stemmen met de gecertificeerde instellingen. ▪ Verwijzing via de gemeentelijke regisseurs en via de verschillende externe verwijzers gebeurt niet volgens een uniforme werkwijze, er is geen uniforme taal en er wordt nog beperkt gestuurd op een samenhangende verwijzingsmethode of meer uniforme werkwijze door alle verwijzers.
Dit maakt het moeilijk om grip te krijgen op de verwijsstroom, de kosten van de jeugdhulp en het bevorderen van de samenhang tussen voorliggende en specialistische voorzieningen. ▪ Door de inzet van en de regie van de gemeente op de jeugdtafels (waarin casussen worden besproken, intervisie is en van elkaar wordt geleerd) wordt er meer afgeschaald. ▪ Huisartsen zijn vooral nog gewend om door te verwijzen naar aanbieders. POH-er voert in een groot aantal gevallen een serie gesprekken zodat niet wordt doorverwezen. Zij hebben daarmee een behoorlijke trechterende werking. Besloten is om de inzet van POHers verder uit te rollen.
Bijlage 3.5: Bevindingen gemeente Hengelo
84
Onderwerp
Bevinding ▪ Er wordt aangegeven dat er enig zicht is op de verwijzingen via de gecertificeerde instellingen, maar nog niet voldoende grip.
Preventie Onderwerp Hoe is de preventie geregeld? Onderzoeksvraag 4 & 4a
Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 4 & 4a Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 4 & 4a
Bevinding ▪ Tot 2015 is er veel geïnvesteerd in het preventieve jeugdaanbod. ▪ In 2015 en 2016 is veel aandacht gericht naar de decentralisatie van de jeugdzorg en zijn een aantal transformatieprojecten gestart. ▪ Het ontstane tekort in 2017 en 2018 heeft geleid tot bezuinigingen op het preventieve jeugdaanbod ▪ Het Preventief beleid jeugd is medio 2019 weer opgestart en een nieuw beleid is geformuleerd en de uitvoering ervan opgestart. Thema’s worden opgepakt zoals de koppeling tussen jeugdhulp en onderwijs, het leveren van nazorg. Zo is er in Hengelo een BSO+ ontstaan. ▪ Een betere verbinding met het voorveld kan alleen ontstaan als er ook een divers aanbod in het voorveld aanwezig is en dat zich dat mee ontwikkelt, bezuinigingen op preventie zal in nadeel hiervan werken. ▪ Als gevolg van ontstane tekorten rond 2017 is er toentertijd bezuinigd op preventie. Hierdoor is het preventieve aanbod verder uitgedund en daarmee de mogelijkheden tot verwijzen naar het voorveld mogelijk verder verkleind. ▪ De laatste jaren is er weer opnieuw extra geïnvesteerd in preventie Daarmee is een start gemaakt met het verder ontwikkelen van het preventieve aanbod.
Andere Twentse verklaringen Onderwerp Wat zijn nog andere Twentse verklaringen voor toenemende kosten?
Bevinding De gemeente investeert in data-analyse en datagericht werken. Er is steeds meer inzicht in wat er nodig is, de kosten en het type behandelingen. Als we een paar jaar verder zijn dan kunnen we aardig voorspellen wat we kunnen verwachten op het gebied van de jeugdzorg.
Onderzoeksvraag 5d
Bijlage 3.5: Bevindingen gemeente Hengelo
85
Bijlage 3.6: Bevindingen gemeente Hof van Twente Overzicht bevindingen gemeente Hof van Twente Kosten (Onderzoeksvraag 1 & 1a) Hoe zijn de kosten van de Jeugdzorg ontwikkeld in de gemeente van 2015 tot heden: begroot en gerealiseerd? ▪ Er is sprake van een forse stijging in de uitgaven van 2015 naar 2016, wat te verklaren is doordat er tweemaal zoveel kinderen in aanmerking voor de jeugdzorg dan bij het begin in 2015 gedacht. Daarna zien we een continue stijging van de uitgaven op de jeugdzorg in Hof van Twente van 2016 tot nu. ▪ De rijksbijdragen zijn vanaf 2016 niet toereikend, wat betekent dat er steeds meer wordt bijgepast door de gemeente. ▪ De laatste jaren wordt er realistisch begroot. Grafiek 1: begrote versus gerealiseerde totaaluitgaven vanaf 2016
Inkoop Onderwerp Hoe is de inkoop geregeld? Onderzoeksvraag 2 & 2a
Bevinding ▪ Van 2015 tot en met 2018 wordt PxQ financieringsmodel gehanteerd met sectorale contractering in de jeugdzorg. ▪ Sinds 2019 wordt gewerkt met een lokaal model voor de ambulante zorg en het Twents Model voor de zorg met verblijf. ▪ Voor het lokale model (uitgevoerd in samenwerking met Almelo) wordt op basis van producten ingekocht en is het model van 20152018 min of meer gecontinueerd. Het is een gesloten model met de check aan de voorkant. ▪ Slecht een kleiner deel (zorg met verblijf) wordt regionaal ingekocht via het Twents model. Het te bereiken resultaat staat daar centraal.
Bijlage 3.6: Bevindingen gemeente Hof van Twente
86
Onderwerp
Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 2b
Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 2c
Bevinding Er wordt wel een PxQ financiering gehanteerd. Het is een Open house model waarin nieuwe aanbieders worden toegelaten, met een controle check achteraf. ▪ Voordeel van het Twents model is dat er wordt uitgegaan van de hulpvraag van de cliënt, dat de Ondersteunings Behoefte ruim is, wat maakt dat ze eenvoudiger toepasbaar zijn bij het stellen van indicaties. Echter het heeft tot nadeel dat de ruimere omschrijving mogelijk veel discussie uitlokt met de zorgaanbieder. Ook het feit dat de controle achteraf plaatsvindt en indien er tot ontbinding wordt overgegaan dit een tijdrovend proces is. ▪ Voordelen van het lokale model zijn dat er maar met twee gemeenten afspraken gemaakt worden en dat de controle op kwaliteit van de aanbieder aan de voorkant ligt. ▪ Nadelen van het lokale model hebben te maken met de extra inspanning die nodig was om vooraf veel tijd heeft gekost. ▪ Door voor het grootste deel van de inkoop te kiezen voor het lokale model en daarmee in wezen de inkoop van 2015-2018 te continueren is het makkelijker uitvoerbaar voor de regisseurs en consulenten van de gemeente en is er geen echte inwerkperiode nodig geweest.
Toegang Hieronder is te zien dat in de gemeente Hof van Twente een stijging te zien is vanaf 2015, die afvlakt vanaf 2017.
Type Jeugdhulp Hof van Twente 800 600
Jeugdhulp zonder verblijf
400
Jeugdhulp met verblijf
200
Jeugdbescherming Jeugdreclassering
0
2015
2016
2017
2018
2019
Kijkend naar de verwijzers, valt het op dat er vanaf 2015 een sterke stijging is in de verwijzingen vanuit de huisarts, dit neemt vervolgens na 2017 weer af. Vanaf 2015 is ook een minder sterke stijging te zien in de verwijzingen vanuit de gemeente, deze neemt toe tot en met 2019.
Bijlage 3.6: Bevindingen gemeente Hof van Twente
87
Verwijzer Hof van Twente Onbekend 600
Gecertificeerde instelling
500
Gemeente
400
Huisarts
300 Jeugdarts 200 Medisch specialist 100 0 2015
2016
Onderwerp Hoe is de toegang geregeld? Onderzoeksvraag 3, 3a, 3b & 3d
Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 3c
2017
2018
2019
Rechter, Raad voor Kinderbescherming of Officier van Justitie School
Bevinding ▪ De regisseurs (bij meervoudige hulpvragen) en consulenten (enkelvoudige) van de gemeenten werken volgens de vastgestelde methodiek. Zij geven indicatie af en voeren de regie op de casus. Zij verlenen geen ondersteuning/hulpverlening. Er wordt nog niet gewerkt met 1-gezin-1-plan. Ze pakken de problematiek nu nog vanuit de jongere (de casus) op en nog niet systeemgericht op (zodat ook de problemen in het gezin worden geadresseerd). Wel is in 2020 de beweging ingezet om te komen tot een integrale toegang in het Sociaal Domein, vanuit daar zal ook meer worden gewerkt volgens de 1 gezin-1 plan gedachte. ▪ Jeugdzorg in Hof van Twente is geregeld vanuit de casus. Vanuit de casus worden indien nodig mensen bij elkaar gebracht. Daarbij vindt op casusniveau wel netwerksamenwerking plaats, maar er vindt verder geen netwerksamenwerking in de jeugdzorg plaats. ▪ De regisseur externe verwijzers indiceert niet maar kijkt mee met de verwijzingen van huisartsen en GI’s. Het is geen controle mechanisme. ▪ Gecertificeerde instellingen verwijzen hoofdzakelijk door naar gecontracteerde aanbieders. Grotere aanbieders hebben de neiging om eerder zwaardere hulp in te zetten. Ook wordt er sneller opgeschaald dan afgeschaald. ▪ Medische verwijzers zoals huisartsen verwijzen vrijwel automatisch door richting jeugd-GGZ.
De inzet van POH-ers sinds 2019 werkt wel positief omdat hiermee wordt gewerkt aan vraagverheldering en lichte ondersteuning. Dit zorgt voor minder doorverwijzingen. Zij werken niet volgens dezelfde methodiek als de regisseurs/consulenten van de gemeente. Het is nog te vroeg om aan te gaven of dit een kostenbesparing oplevert. ▪ Gecertificeerde instellingen verwijzen volgens eigen systematiek door. ▪ Er wordt niet gemonitord op evaluatie van op- en afschaling. Uit de gesprekken bleek dat de verwijzing via de gemeentelijke
Bijlage 3.6: Bevindingen gemeente Hof van Twente
88
Onderwerp
Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 3d & 3e
Bevinding regisseurs/consulenten en via de verschillende externe verwijzers niet volgens een uniforme werkwijze gebeurt, er is geen uniforme taal en er wordt nog beperkt gestuurd op een samenhangende verwijzingsmethode of meer uniforme werkwijze door alle verwijzers. Dit maakt het moeilijk om grip te krijgen op de verwijs- en doorverwijsstroom, de kosten van de jeugdhulp en het bevorderen van de samenhang tussen voorliggende en specialistische voorzieningen. ▪ Huisartsen zijn vooral nog gewend om automatisch door te verwijzen naar aanbieders. De inzet van de POH-er die een serie van gesprekken voert, zorgt ervoor dat er minder snel wordt doorverwezen. ▪ De inzet van de regisseur externe verwijzers geeft in sommige gevallen en gekke verwijzingen andere minder kostbare inzet op.
Preventie Onderwerp Hoe is de preventie geregeld? Onderzoeksvraag 4 & 4a
Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 4 & 4a
Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 4 & 4a
Bevinding ▪ Er wordt door de gemeente sinds 2015 fors geïnvesteerd in algemene preventie. Er zijn wijkservice punten ingericht en vanuit het thema positieve gezondheid worden alle sociale domein medewerkers bij elkaar gebracht. Ook de GGD/JGZ sluit hierbij aan. Er is veel geïnvesteerd in integrale kindcentra. ▪ Wel is het zo dat bij de welzijnsinstelling een bezuinigingsopdracht is neergelegd in het komende jaar. Vanuit het voorveld wordt aangegeven dat er in de gemeente Hof van Twente weinig geld is om echt te investeren in en te ontwikkelen op preventief jeugdbeleid. Er is daartoe ook geen structurele visie over het preventie aanbod voor de jeugd en er is vanuit de gemeente geen regie hierop. ▪ Er is niet voldoende tijd aanwezig bij consulenten en regisseurs om aan verbinding en ontwikkeling van het voorveld te werken. Een betere verbinding met het voorveld in de jeugdzorg kan alleen ontstaan als er ook een divers aanbod in het voorveld aanwezig is en dat zich dat mee ontwikkelt. Bezuinigingen op het preventieve aanbod voor de jeugd zal in het nadeel hiervan werken. ▪ Door de bezuinigingsopgave van de welzijnsinstelling is het preventieve aanbod jeugd verder uitgedund en daarmee de mogelijkheden tot verwijzen naar het voorveld mogelijk verder verkleind. ▪ Hoewel het algemene preventieve beleid zich verder ontwikkelt, vind die op het preventieve jeugdbeleid nog niet plaats.
Andere Twentse verklaringen Onderwerp Wat zijn nog andere Twentse verklaringen voor toenemende kosten? Onderzoeksvraag 5d
Bevinding Er vallen steeds meer jongeren buiten het ‘Normaal’. Daarnaast is onze definitie van wat we normaal vinden ook nog eens aangescherpt. Dit betekent dat we vaker een oplossing zoeken in de zwaardere jeugdzorg dan voorheen. Het is zo dat we met de ogen van nu kijken en daarodoor vinden we de problematiek waarschijnlijk ook erger dan voorheen.
Bijlage 3.6: Bevindingen gemeente Hof van Twente
89
Er zijn steeds meer wachtlijsten. Er is daarmee een groep met grote problemen die eerste een tweede keuze zorg moeten krijgen. De vraag hierna neemt alleen maar toe als je de wachtlijsten niet oplost.
Bijlage 3.6: Bevindingen gemeente Hof van Twente
90
Bijlage 3.7: Bevindingen gemeente Losser Overzicht bevindingen gemeente Losser Kosten (Onderzoeksvraag 1 & 1a) Hoe zijn de kosten van de Jeugdzorg ontwikkeld in de gemeente van 2015 tot heden: begroot en gerealiseerd? ▪ Vanaf 2015 zijn de totale werkelijke uitgaven van de jeugdzorg in Losser gestegen, waarna deze vanaf 2017 zijn afgevlakt. In 2016 en 2017 waren de werkelijke uitgaven fors boven begroting maar in 2015 en 2018, 2019 zitten die binnen de begroting. ▪ De gemeente geeft aan dat de rijksbijdragen niet toereikend zijn. ▪ Er is nog niet voldoende financiële grip om de uitgaven binnen begroting te houden, zo kunnen er ook geen uitspraken worden gedaan waarom de totale uitgaven in 2020 mogelijk hoger gaan uitvallen. Grafiek 1: begrote versus gerealiseerde totaaluitgaven vanaf 2015
Totale kosten Jeugdzorg € 7.000.000 € 6.000.000 € 5.000.000 € 4.000.000 € 3.000.000 € 2.000.000 € 1.000.000 €0 2015
2016
2017
Begroot
Gerealiseerd
2018
2019
Inkoop Onderwerp Hoe is de inkoop geregeld? Onderzoeksvraag 2 & 2a
Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 2b
Bevinding ▪ Van 2015 tot en met 2018 wordt PxQ financieringsmodel gehanteerd met sectorale contractering in de jeugdzorg. ▪ Sinds 2019 wordt gewerkt met het Twents Model voor de inkoop jeugd en Wmo. Het te bereiken resultaat staat centraal. Er wordt wel een PxQ financiering gehanteerd. Het is een Open house model waarin nieuwe aanbieders worden toegelaten. ▪ De integrale consulenten kijken samen met inwoner naar wat nodig is. Vanuit de visie zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Dit is maatwerk. ▪ Als voordeel wordt ervaren dat aanbieders meer als partner zijn gaan optreden. ▪ Ook wordt het positief ervaren dat de integrale consulenten meer op de doelen/resultaten sturen. Zij kijken in gezamenlijkheid met de inwoner en de zorgaanbieder hoe de doelen worden behaald.
Bijlage 3.7: Bevindingen gemeente Losser
91
Onderwerp
Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 2c
Bevinding ▪ Een van de benoemde nadelen is de hoeveelheid aanbieders; dit geeft meer werk en maakt het overzicht moeilijker. ▪ Daarnaast zijn respondenten wel van mening dat de hoeveelheid aan aanbieders voor een grote keuzevrijheid zorgt bij de inwoners. ▪ Als een groot nadeel worden de aanbieders gezien die een ‘rode kaart’ hebben ontvangen en die zich vervolgens via een nieuwe BV weer opnieuw kunnen inschrijven en hun diensten aan kunnen bieden. ▪ Een ander benoemd nadeel is de duur van de besluitvorming van de gezamenlijke Twentse gemeenten. Om uniformiteit te waarborgen kan het lang duren, voordat er een gezamenlijk standpunt wordt bereikt. ▪ Het werken met integrale consulenten zorgt voor een integrale aanpak van de casussen. Hierdoor geeft de gemeente aan slagvaardiger te zijn en alle facetten mee te nemen. Daarmee is de inzet dus meer op maat, wat naar verwachting (mogelijk op langere termijn) een kostenbesparing op zal leveren.
Toegang In Losser is een stijging te zien vanaf 2015 tot en met 2019 in het aantal jeugdigen met jeugdhulp.
Type Jeugdhulp Losser 600 500 400 300 200 100 0
Jeugdhulp zonder verblijf Jeugdhulp met verblijf Jeugdbescherming Jeugdreclassering Overig 2015
2016
2017
2018
2019
Opvallend in de verwijzers in Losser is dat tussen 2015 en 2018 alleen de verwijzingen vanuit de gemeente en de onbekende verwijzers staan vermeld. Aangegeven is door de gemeente dat de andere verwijzers niet eerder geregistreerd werden in het systeem. In 2019 zijn wel alle verwijzers benoemd. Hier is te zien dat de gemeentelijke verwijzer het grootste aandeel van de verwijzingen doet.
Verwijzer Losser 600
Onbekend
500
Gecertificeerde instelling
400
Gemeente
300
Huisarts
200
Jeugdarts
100
Medisch specialist
0 2015
2016
2017
2018
2019
Rechter, Raad voor Kinderbescherming of Officier van Justitie
Bijlage 3.7: Bevindingen gemeente Losser
92
Onderwerp Hoe is de toegang geregeld? Onderzoeksvraag 3, 3a, 3b & 3d
Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 3c
Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 3d & 3e
Bevinding ▪ Vanaf 1 januari 2018 zijn de consulenten van Werk, Inkomen, Jeugd en Zorg (WIJZ) samengevoegd tot integrale consulenten. Alle toegangsmedewerkers werken integraal en kijken in de volle breedte naar de casus en ‘doen hierin wat nodig is’. ▪ Er is bij iedere huisarts en op iedere school in Losser een consulent betrokken die mee kan denken/ advies kan geven over vraagstukken m.b.t. jeugdzorg. Ook zijn de leerplichtambtenaar en jeugdarts (vanuit de GGD) onderdeel van team zorg binnen de gemeente Losser. ▪ Het voordeel is dat de inwoner één aanspreekpunt heeft en er minder schotten zijn, dit zorgt voor meer samenwerking. ▪ Een nadeel van de splitsing tussen interne en externe verwijzingen is dat er minder grip is op de externe verwijzingen. Elke verwijzer gaat anders om met zijn rol, wat maakt dat niet altijd de juiste hulp ingezet wordt of ten onrechte gebruik gemaakt wordt van de Jeugdwet. Daarom worden in Losser sinds juni 2019 alle externe verwijzingen op inhoud en zorgzwaarte getoetst. Op die manier wordt gecontroleerd of er terecht een beroep wordt gedaan op de Jeugdwet, of de gevraagde zorginzet aansluit bij de zorgbehoefte en of de verwijzing juist is afgegeven. Wanneer dat niet zo is, dan wordt een verzoek om toewijzing afgewezen. ▪ Het integreren van de JGZ in het integrale consulenten team zorgt voor meer kennis in het team.
Men werkt met het motto ‘doen wat nodig is’, waardoor vroegtijdig zaken worden opgepakt en escalatie wordt voorkomen. De verwachting van de respondenten is dat dit (op termijn) een kostenbesparing op levert. ▪ Door de positionering van de consulenten in de scholen en bij de huisartsen, geeft de gemeente aan meer grip te hebben op de externe verwijzingen en hebben de huisartsen en scholen meer zicht op lokale (algemene) voorzieningen waardoor geïndiceerde zorg soms niet nodig blijkt. De gemeente geeft aan dat de externe verwijzingen vanuit de huisartsen in 2019 binnen de gemeente Losser zijn gedaald van ca 50% naar ca 20%.
Preventie Onderwerp Hoe is de preventie geregeld? Onderzoeksvraag 4 & 4a
Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 4 & 4a
Bevinding ▪ De gemeente Losser heeft we afgelopen jaren veel ingezet op preventief jeugdbeleid, onder het motto ‘zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig’. Enkele voorbeelden van preventief beleid zijn: inzet consulenten bij huisartsen en scholen, thuisbegeleiders, inzet sportcoach en inkoop preventieve voorzieningen bij aanbieders (KOPP, SOVA, PGJ etc.) ▪ In 2019 is een innovatieplan vastgesteld en pilots omtrent preventie worden bij succes structureel ingebed. ▪ Door te werken met het motto “zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig” vindt er meer verwijzing naar het voorliggend veld plaats en worden preventieve voorzieningen verder ontwikkeld. Ketenpartners (zoals bijvoorbeeld GI’s, huisartsen en andere externe verwijzers) worden ook ingelicht m.b.t. het aanbod in het voorliggend veld, zodat zij van ditzelfde aanbod gebruik kunnen maken.
Bijlage 3.7: Bevindingen gemeente Losser
93
Onderwerp Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin?
Bevinding ▪ Het lijkt erop dat er meer verwijzingen naar het voorveld worden gemaakt.
Onderzoeksvraag 4 & 4a Andere Twentse verklaringen Onderwerp Wat zijn nog andere Twentse verklaringen voor toenemende kosten? Onderzoeksvraag 5d
Bevinding ▪ De gemeente Losser zit vrij ruim in de sociale woningen, dat trekt mensen vanuit de regio Twente of andere regio’s uit Nederland. Doordat het om sociale huurwoningen gaat, is de kans ook groter dat er meer problematiek bij de bewoners is. ▪ Daarnaast zijn er veel grenskinderen, hierbij zijn o.a. verzekeringen gecompliceerd en komt een specifieke problematiek bij kijken. ▪ Toename in jeugdigen die problemen hebben op meerdere leefgebieden, waardoor er meerdere indicaties nodig zijn. ▪ Wat nog meer opvalt is dat de meeste specialistische aanbieders een hoger tarief vragen, omdat zij veel kosten kwijt zijn aan opleiding en training van medewerkers op HBO+ of WO-niveau. Daarnaast zijn de administratieve handelingen volgens respondenten toegenomen.
Bijlage 3.7: Bevindingen gemeente Losser
94
Bijlage 3.8: Bevindingen gemeente Oldenzaal Overzicht bevindingen gemeente Oldenzaal Kosten (Onderzoeksvraag 1 & 1a) Hoe zijn de kosten van de Jeugdzorg ontwikkeld in de gemeente van 2015 tot heden: begroot en gerealiseerd? ▪ Er is sprake van een continue stijging van de uitgaven op de jeugdzorg in Oldenzaal vanaf 2015 en dat deze stijging ook in het jaar 2020 door zal gaan. Oldenzaal probeert tekorten in de greep te houden door een divers pakket van maatregelen in het totaal van het sociale domein. De gemeenteraad heeft ervoor gekozen om niet op de jeugdzorg te bezuinigen maar vooral bezuinigingen door te voeren op preventie en de twee andere domeinen nl. de Wmo en de participatiewet. ▪ De rijksbijdragen waren in 2015 en 2016 zodanig dat er een reserve is opgebouwd. Maar inmiddels zijn de rijksbijdragen niet meer toereikend, is de reserve ook op en moet er nu geld bij. ▪ Daarmee is er in Oldenzaal geen financiële grip op de kosten van de jeugdzorg. Wel zijn er diverse maatregelen doorgevoerd in het laatste jaar, zoals zakelijkere regie richting aanbieders. Grafiek 1: begrote versus gerealiseerde totaaluitgaven vanaf 2016
Kosten Jeugdzorg gemeente Oldenzaal €9.000.000,00 €8.000.000,00 €7.000.000,00 €6.000.000,00 €5.000.000,00 €4.000.000,00 €3.000.000,00 €2.000.000,00 €1.000.000,00
€2015
2016 Werkelijk
2017
2018
2019
Begroot
Inkoop Onderwerp Hoe is de inkoop geregeld? Onderzoeksvraag 2 & 2a
Bevinding ▪ Voor 2015 heeft Oldenzaal het maatschappelijk plein opgebouwd. Met integrale aanpak en regie op 1-gezin-1plan. ▪ Van 2015 tot en met 2018 wordt PxQ financieringsmodel gehanteerd met sectorale contractering in de jeugdzorg. ▪ Sinds 2019 wordt gewerkt met het Twents Model voor de inkoop jeugd en Wmo. Het te bereiken resultaat staat centraal. Er wordt wel een PxQ financiering gehanteerd.
Bijlage 3.8: Bevindingen gemeente Oldenzaal
95
Onderwerp
Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 2b
Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 2c
Bevinding ▪ Er is door het Twents model veel verandert voor de consulenten van de gemeente, zowel inhoudelijk als administratief. Er is nog wel een aantal jaren nodig om het goed te laten werken ▪ Het is een Open house model waarin nieuwe aanbieders worden toegelaten. ▪ Voordelen van het Twents model zijn dat er nu wordt gekeken naar resultaten in plaats van producten. Het model kijkt op maat wat er nodig is: 1-gezin-1-plan, snel op en afschalen. ▪ De voordelen zijn veelal theoretisch en de nadelen zijn vooral praktisch van aard. ▪ Nadelen zijn dat bij de gemeentelijke consulenten en de aanbieders de bureaucratie sterk is toegenomen. Daarnaast leidt het model tot het vaak onderhandelen over de in te zetten ondersteuningsbehoefte in relatie tot de tijdsinzet. Volgens aanbieders leidt de toepassing van het model tot te lage bedragen. De uitvoering van het model geeft onvoldoende inzicht in wat er aan de hand is en wat er geleverd wordt door aanbieders van met name de zwaardere inzetten. ▪ Het inkoopmodel heeft voor de gemeente niet bijgedragen tot meer financiële grip. ▪ De gemeente probeert in 2020 grip te krijgen door een zakelijkere regie door te voeren, dat heeft geleidt tot minder integrale aanpak van casussen (er worden minder 1-gezin-1plan gemaakt).
Ook wordt keuzevrijheid van aanbieders beperkter en wordt er strenger aan de poort van de jeugdhulp gekeken naar de inzet van de juiste zorg is voor een gezin. ▪ Verder worden de top-20 duurste gezinnen specifiek behandeld voor meer bewuste inzet.
De veelal praktische nadelen van het Twents model hebben geleid tot meer administratieve lasten, meer overleg met aanbieders en een meer zakelijke regie die de theoretisch voordelen sterk lijken te ondermijnen. Toegang In Oldenzaal is te zien dat er sinds 2015 een stijging is tot en met 2019. De stijging vanaf 2015 in de jeugdhulp met verblijf en jeugdbescherming vlakt af na 2018.
Type Jeugdhulp Oldenzaal 800 700 600 500
Jeugdhulp zonder verblijf
400
Jeugdhulp met verblijf
300
Jeugdbescherming
200 100 0 2015
2016
2017
2018
2019
Bijlage 3.8: Bevindingen gemeente Oldenzaal
96
Kijkend naar de verwijzers, valt het op dat er vanaf 2015 een sterke stijging is in de verwijzingen vanuit de huisarts, dit neemt vervolgens na 2017 weer af. Vanaf 2015 is ook een minder sterke stijging te zien in de verwijzingen vanuit de gemeente, deze neemt toe tot en met 2019, waar deze gelijk komt met de verwijzingen vanuit de huisarts.
Verwijzer Oldenzaal 400
Onbekend
350
Gecertificeerde instelling
300
Gemeente
250
Huisarts
200
Jeugdarts
150
Medisch specialist
100
Rechter, Raad voor Kinderbescherming of Officier van Justitie School
50 0 2015
2016
Onderwerp Hoe is de toegang geregeld? Onderzoeksvraag 3, 3a, 3b & 3d
Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 3c
Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 3d & 3e
2017
2018
2019
Zelfverwijzer
Bevinding ▪ De gemeentelijke consulenten werken volgens de vastgestelde methodiek. Hoewel ze in de beginjaren ook lichte ondersteuning boden is er de laatste jaren voor gekozen om dit niet meer te doen. Nu is hun rol indicatiesteller en regie op de casus. Door de in 2020 ingevoerde meer zakelijke regie werken ze meer kostenbewust en monitoren hierop. ▪ Gecertificeerde instellingen verwijzen hoofdzakelijk door naar gecontracteerde aanbieders. ▪ Medische verwijzers zoals huisartsen verwijzen vrijwel automatisch door. De inzet van POH-ers werkt wel positief omdat hiermee wordt gewerkt aan vraagverheldering en lichte ondersteuning. Zij werken niet volgens dezelfde methodiek als de consulenten van de gemeente. ▪ Gecertificeerde instellingen verwijzen volgens eigen systematiek door. Er is wel een coördinator externe verwijzingen aangesteld die alle verwijzingen bekijkt, maar deze kijkt nog niet naar de evaluaties. ▪ Verwijzing via de gemeentelijke consulenten en via de verschillende externe verwijzers gebeurt niet volgens een uniforme werkwijze, er is geen uniforme taal en er wordt nog beperkt gestuurd op een samenhangende verwijzingsmethode of meer uniforme werkwijze door alle verwijzers.
Dit maakt het moeilijk om grip te krijgen op de totale verwijsstroom en evaluaties, de kosten van de jeugdhulp en het bevorderen van de samenhang tussen voorliggende en specialistische voorzieningen. ▪ Huisartsen zijn vooral nog gewend om door te verwijzen naar aanbieders, met name de jeugd-GGZ. De POH-er is deskundig op het terrein van de jeugd-GGZ en kent ook de andere vormen van jeugdhulp. Zij voert een aantal gesprekken met als resultaat geen verwijzing (probleem opgelost), verwijzing naar het voorveld (bijvoorbeeld maatschappelijk werk of school) of verwijzing naar de
Bijlage 3.8: Bevindingen gemeente Oldenzaal
97
Onderwerp
Bevinding juiste vorm van ondersteuning. De inzet van de POH- er is inmiddels uitgerold richting alle huisartsenpraktijken. ▪ Er is weinig zicht en grip op de verwijzingen via de gecertificeerde instellingen.
Preventie Onderwerp Hoe is de preventie geregeld? Onderzoeksvraag 4 & 4a
Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? Onderzoeksvraag 4 & 4a
Wat zijn de elementen van kostenbeheersing hierin? Onderzoeksvraag 4 & 4a
Bevinding ▪ Tot voor kort is er veel geïnvesteerd in preventief beleid. Echter de huidige tekorten hebben de aanleiding gegeven voor de gemeenteraad om ondermeer in de komende jaren op preventie te korten. ▪ Wel is in de taakstelling opgenomen dat er nieuw preventief beleid specifiek op jeugdhulp wordt geformuleerd. ▪ Op het gebied van jongerenwerk is er voor gekozen om de twee posten die de laatste jaren als nieuw beleid erbij zijn gekomen, structureel te maken en dus niet op te bezuinigen. De bezuinigingen op de welzijnsorganisatie mochten daarom niet inhouden dat het jongerenwerk beperkt zou worden. ▪ Hoewel de consulenten vooral regie voeren op casussen zijn de lijntjes zeer kort, omdat ze dicht bij elkaar gehuisvest zijn. In het toekomstige plan wordt beoogt om samen in hetzelfde pand zitten met het sociaal team en wijkkracht. Daardoor kunnen gevallen besproken worden en kan er ook makkelijker doorverwezen worden naar het voorliggend veld. ▪ In het filterteam jeugd worden casussen besproken, maar de jeugdzorgspecialist zit daar niet aan tafel. ▪ Een betere verbinding met het voorveld kan alleen ontstaan als er ook een divers aanbod in het voorveld aanwezig is en dat zich dat mee ontwikkeld, bezuinigingen op preventie zal in nadeel hiervan werken. ▪ Voor de invoering van de decentralisaties is er al veel aandacht uitgegaan om preventie goed neer te zetten in Oldenzaal.
Dit blijkt uit de integrale aanpak en de goede samenwerking met de welzijnsorganisatie. ▪ Als gevolg van ontstane tekorten is er voor gekozen om het komende jaar te bezuinigen op preventie. Hierdoor wordt het preventieve aanbod verder uitgedund en daarmee de mogelijkheden tot verwijzen naar het voorveld verder verkleind.
Andere Twentse verklaringen Onderwerp Wat zijn nog andere Twentse verklaringen voor toenemende kosten? Onderzoeksvraag 5d
Bevinding ▪ De gemeenteraad heeft inzicht gekregen door middel van 6 masterclasses op het gebied van bezuinigen in het sociaal domein. Maar dit heeft niet direct geleid tot grip op de kosten. Wel heeft dit geleid tot meer inzicht bij de raad over de (on)mogelijkheden om te bezuinigen in de jeugdhulp en op het gebied van de andere beleidsterreinen in het sociaal domein. Op basis van de masterclasses heeft de raad keuzes gemaakt waar te bezuinigen. Deze maatregelen worden in 2021 geïmplementeerd.
Bijlage 3.8: Bevindingen gemeente Oldenzaal
98
Onderwerp
Bevinding ▪ Er zijn autonome ontwikkelingen waar de gemeente geen invloed op heeft zoals: o verhuizingen van probleemgezinnen naar Oldenzaal o invloed corona op pubers o de wetgever (het rijk) die bijvoorbeeld ineens aspecten verandert (invoeren abonnementstarief) o de hoogte van de rijksbijdrage ▪
Verder geven respondenten aan dat drukke kinderen die in Amsterdam normaal zijn maar dat drukke kinderen in Twente eerder worden aangepakt.
Bijlage 3.8: Bevindingen gemeente Oldenzaal
99
Bijlage 3.9: Bevindingen gemeente Tubbergen Overzicht bevindingen gemeente Tubbergen Kosten (Onderzoeksvraag 1 & 1a) Hoe zijn de kosten van de Jeugdzorg ontwikkeld in de gemeente van 2015 tot heden: begroot en gerealiseerd? ▪ In 2015 en 2016 heerste het voorzichtigheidsbeginsel: Er is begroot op de gedachte wat er nodig is. De verwachting was dat het niet goed zou gaan, daarom is er in die jaren extra begroot. ▪ In 2017 en 2018 zijn de werkelijke uitgaven fors gestegen en ook boven begroot. ▪ In 2019 zijn de werkelijke uitgaven weer binnen de begroting gebleven. ▪ De rijksbijdrage voor Tubbergen was in verhouding ook heel erg laag. Er zijn zelfs tot in Den Haag gesprekken geweest over de rijksbijdrage. ▪ De administratie in de gemeente was redelijk op orde, maar vanuit het zorgkantoor en de aanbieders was dat niet altijd zo, daarom zijn er vertekende cijfers in 2015 en 2016. Met regelmaat kwamen er nog verassende kosten binnen van aanbieders. Inmiddels worden aanbieders gebeld of er betaald kan worden, daardoor zijn de cijfers nu veel accurater. Grafiek 1: begrote versus gerealiseerde totaaluitgaven vanaf 2015
Inkoop Onderwerp Hoe is de inkoop geregeld? Onderzoeksvraag 2 & 2a
Wat zijn de voor- en nadelen hiervan?
Bevinding ▪ Van 2015 tot en met 2018 wordt PxQ financieringsmodel gehanteerd met sectorale contractering in de jeugdzorg. ▪ Sinds 2019 wordt gewerkt met het Twents Model voor de inkoop jeugd en Wmo. Het te bereiken resultaat staat centraal. Er wordt wel een PxQ financiering gehanteerd. Het is een Open house model waarin nieuwe aanbieders worden toegelaten. ▪ De consulenten van de gemeente bepalen het ‘wat’ en daarmee of het maatwerk dan geleverd wordt ▪ De consulenten geven aan dat met het huidige inkoopmodel het makkelijker is om te sturen op resultaten.
Bijlage 3.9: Bevindingen gemeente Tubbergen
100