CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2022 incl. 1e programmajournaal 2021 Dinkelland (versie 1).pdf

Commissie Sociaal Domein & Bestuur 29 juni 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 4: Voorstel inzake vaststellen Perspectiefnota 2022 (inclusief eerste programmajournaal 2021)- raadsbrief d.d. 28 mei 2021 Stand van zaken rondweg Weerselo33.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Op basis van die uitkomsten zal een nieuw MJOP-kunstwerken worden opgesteld. Verlagen budget heroriëntatie vrij toegankelijke voorzieningen Binnen het budget voor vrij toegankelijke voorzieningen is sprake van een (nog) niet bestemd deel van de raming. Gezien de omstandigheden en het feit dat gekoerst wordt op een beleidsarme begroting is het niet meer dan logisch dit vrije deel te laten vervallen. Incidentele project- en procesgelden Op basis van de ervaringscijfers over de afgelopen jaren blijkt dat de raming voor een aantal van de beschikbaar gestelde project- en procesgelden bijstelling vraagt. Dit levert per saldo een incidenteel voordeel op van € 790.000. Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangedragen maatregelen en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

25

5. Herzien meerjarig saldo na maatregelen Rekening houden met de aangedragen maatregelen ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo: Herzien meerjarig saldo

2021

2022

2023

2024

2025

0

-130

-15

11

270

Totaal mutaties bestaand beleid

-551

-220

-518

-442

-445

Totaal mogelijke maatregelen

1.154

434

444

354

364

603

84

-89

-77

189

Herzien meerjarig saldo begroting 2021

Herzien meerjarig saldo na maatregelen

Zoals uit de tabel over het herziene meerjarige saldo na maatregelen valt af te lezen kunnen we op basis van de huidige inzichten spreken over een sluitend meerjarenperspectief. Slechts het jaar 2023 laat nog een nadelig saldo zien. Het oplossen van dit nadeel betrekt het college bij het opstellen van de begroting 2022 dan wel het overdrachtsdocument. Hierbij merken we ondanks alle onzekerheden op dat in het (nog nadelige) saldo over de jaren 2023 en 2024 nog wel de structurele stelpost voor de mogelijke gevolgen van corona ten bedrage van € 158.500 is opgenomen. Voorgesteld wordt in te stemmen met het herziene meerjarige saldo na maatregelen en het voordelige saldo over het lopende jaar 2021 (het eerste programmajournaal 2021) ten bedrage van € 603.000 te storten in de algemene reserve.

6. Het overdrachtsdocument Inleiding Zoals in de vorige paragrafen is weergegeven kiezen we in aanloop naar het jaar 2022 voor twee sporten en twee documenten. Als eerste een beleidsarme begroting waarbij we als belangrijkste spoor het sluitend maken van de (meerjaren)begroting hebben benoemd (de speerpunt). Dit spoor is in de twee voorgaande paragrafen uitgewerkt en toegelicht. Het tweede spoor betreft het zogenaamde overdrachtsdocument waarin we vooralsnog alle afweegbare zaken willen benoemen. Het is de bedoeling dit document in maart 2022 (de maand van de gemeenteraadsverkiezingen) gereed te hebben zodat het document als input betrokken kan worden bij de mogelijke coalitieonderhandelingen. Het document moet dus uitdrukkelijk worden gezien als een soort van service waarin het huidige college “het stokje overgeeft”. In deze paragraaf geven we in het kort en aantal zaken aan die op grond van de huidige inzichten in ieder geval een plekje moeten krijgen in dit overdrachtsdocument. Hierbij moeten we op voorhand al wel opmerken dat dit niet moet worden gezien als een limitatieve en prioritaire opsomming omdat we verwachten dat er de komende maanden nog zaken naar boven (kunnen) komen die ook moeten worden meegenomen in dit overdrachtsdocument.

Zaken die, voor zover nu ingeschat kan worden in ieder geval aan de orde moeten komen benoemen we hier en lichten indien nodig ook kort toe.

26

Herzien meerjarig saldo op basis van bestaand beleid  Meerjarig saldo volgens vastgestelde begroting 2022 (beleidsarm)  (Mogelijke) meerjarige gevolgen septembercirculaire 2021  (Mogelijke) meerjarige gevolgen decembercirculaire 2021  (Mogelijke) meerjarige gevolgen extra circulaire (nieuw kabinet)  (Mogelijke) structurele doorwerkingen vanuit concept jaarverantwoording 2021 Basisbegroting  Ingezette intensiveringen die nog niet zijn voorzien van structurele dekking (oorspronkelijke opdracht uit de begroting 2021) o POH GGZ o Biodiversiteit o Programma duurzaamheid o OZB maatschappelijke instellingen  Opgestarte pilots die het verdienen te worden doorgezet en te worden voorzien van structurele dekking  Financiële paragraaf Ambitiebegroting  Afbouw programma’s/actielijnen/inspanningen o Stoppen o Overdragen (naar basis) o Voortzetten  Financiële paragraaf Trends en ontwikkelingen  Beschrijven trends en ontwikkelingen o Algemeen o De (mogelijke) gevolgen daarvan voor de gemeente o De (mogelijke) invloed van de gemeente  Inbedden basisbegroting  Opbouw programma’s/actielijnen/inspanningen  Financiële paragraaf Onder de trends en ontwikkelingen dienen ook gewijzigde wet- en regelgeving maar ook de doorvertaling van het nieuwe regeerakkoord een plek krijgen met onderwerpen als:  Financiën (financiering jeugd, opschalingskorting, abonnementstarief) en herijking

gemeentefonds  Klimaatakkoord (ook uitvoeringskosten)  Omgevingswet (ook uitvoeringskosten) Dekkingsmogelijkheden Aangezien de eerdere onderdelen van het overdrachtsdocument naar verwachting ook allemaal een financieel effect zullen hebben wordt er niet aan ontkomen om in het overdrachtsdocument ook een beeld te schetsen van mogelijkheden om deze financiële effecten te dekken. Dit overzicht bevat niet alleen vrij besteedbare middelen maar zal ook bestaande activiteiten en maatregelen bevatten die beïnvloedbaar zijn. Feitelijk hebben we het dan over ombuigings- en heroverwegingsmogelijkheden. Voorgesteld wordt in te stemmen met deze eerste opzet van het overdrachtsdocument en het college opdracht te geven tot verdere uitwerking hiervan zodat dit overdrachtsdocument in maart 2022 kan worden opgeleverd.

27

7. Specifieke mutaties Inleiding In deze paragraaf staan we stil bij ontwikkelingen die verder gaan dan het bestaande (dus vastgestelde) beleid maar wel degelijk omvangrijke financiële consequenties (kunnen) hebben en ook zeker gezien de politiek bestuurlijke impact de nodige toelichting behoeven. Daarnaast bestaat er een bepaalde mate van keuzevrijheid. De volgende drie onderwerpen komen in deze paragraaf aan de orde:  Stelpost corona  Extra incidentele middelen jeugdzorg (de € 600 miljoen in 2021)  Lokale lasten

Stelpost corona In de jaarverantwoording 2020 is het resterende deel van de stelpost coronacompensatie ten bedrage van € 866.000 overgeheveld naar het huidige jaar 2021. Dit in afwachting van meer duidelijkheid/te ontwikkelen beleid. Hierbij hebben we ook aangegeven dat we de voortgang en de stand van zaken van deze stelpost opnemen in de komende documenten uit de P&C-cyclus. Dat doen we dus ook in deze perspectiefnota 2022 (inclusief eerste programmajournaal 2021). Omwille van de aansluiting beginnen we met het laatst vastgestelde document waarin de stelpost coronacompensatie is opgenomen en toegelicht. In dit geval de jaarverantwoording 2020 waarin het resterende deel van de stelpost coronacompensatie ten bedrage van € 866.000 is overgeheveld naar het jaar 2021. Herziene stand stelpost na jaarverantwoording 2020

866

Stelpost corona compensatie 2021

330

Totaal beschikbare stelpost Corona compensatie 2021

1.196

Besluiten - mee te nemen in 1e PJ 2021 - Beleidsregel coronacompensatie cultuur, vrijwilligers enz.

123

- Hardheidsclausule precario

6

- Tijdelijke huurkorting gemeentelijk vastgoed 2020 (2 organisaties)

17

- Lokaal steunfonds ondernemers

100

- Verkiezingen COVID

49

- Extra kosten afval (eindafrekening 2020 ROVA)

23

- ROZ herorientatie ondernemers

10

- TONK

53

- Teststraat en overige kosten

8

28

Totaal besluiten

389

Herziene stand stelpost na genomen besluiten

807

Maartbrief 2021

280

Herziene stand stelpost na maartbrief

1.087

Stelpost coronacompensatie 2021 Deze toevoeging van € 330.000 bestaat uit het tweede en het derde deel van het pakket aan coronacompensatie vanuit het rijk. Het betreft hier de jaarschijf 2021 uit de septembercirculaire 2020 en de decembercirculaire 2020. Beleidsregel coronacompensatie In februari 2021 is de beleidsregel coronacompensatie Dinkelland vastgesteld. Doel van deze regeling is het bieden van een eenmalige financiële bijdrage voor het compenseren van de geleden netto schade ten gevolge van de coronacrisis. Door middel van deze eenmalige financiële bijdrage wordt getracht de lokale vrijwilligersinfrastructuur te borgen. Het beschikbare budget is met name bedoeld om (acute) liquiditeitsproblematiek te voorkomen. Hiervoor is een incidenteel budget beschikbaar gesteld van € 123.000. Dit is het bedrag wat aan compensatie vanuit het rijk beschikbaar is gesteld voor kulturhuizen, MFA’s dorpshuizen en vrijwilligersorganisaties en de helft van de door het rijk beschikbaar gesteld bedrag voor culturele instellingen. Hardheidsclausule precariobelasting Door het toepassen van de hardheidsclausule wordt geen precariobelasting opgelegd over de periode dat de horeca vanwege de lockdown i.v.m. corona moest sluiten en de terrassen op gemeentegrond niet open mochten.

Via deze hardheidsclausule is besloten om voor een periode van drie maand geen precariobelasting op te leggen, wat € 6.375 kost. Tijdelijke huurkorting gemeentelijke vastgoed Door het coronavirus zijn organisaties en ondernemers veel omzet misgelopen. Daarom hebben we voor onze huurders een pakket van steunmaatregelen samengesteld. In het steunpakket maken we onderscheid tussen huurders met een subsidierelatie en huurders zonder subsidierelatie met de gemeente Dinkelland. Het uitgangspunt van de maatregelen is dat de pijn van de crisis gezamenlijk gedragen wordt. Door middel van het steunpakket op basis van omzetverlies draagt de gemeente bij aan het financiële verlies van de organisatie of onderneming zodat die meer kans heeft om door deze crisis te komen. Enkele organisaties hebben aangegeven zonder deze steun niet of nauwelijks te kunnen voortbestaan wat een verlies voor de samenleving zou kunnen betekenen. Dit heeft geleid tot een tijdelijke huurkorting voor een bedrag van ongeveer € 17.000. Gemeentelijke noodsteun aan ondernemingen vanwege de coronacrisis In april 2021 zijn de beleidsregels "Noodsteun aan ondernemingen vanwege de coronacrisis gemeente Dinkelland" vastgesteld. Doel van deze beleidsregels is om maatwerk te kunnen bieden als er sprake is van acute financiële nood.

Deze beleidsregels moeten ertoe bijdragen dat de acute financiële nood wordt opgelost waardoor de kans dat de onderneming kan blijven voortbestaan wordt vergroot. Corona heeft namelijk een grote invloed op diverse economische sectoren. Vanuit de Rijksoverheid zijn er ondersteuningsmaatregelen opgezet ter ondersteuning van ondernemers en ondernemingen. In de praktijk blijkt dat er ondernemers zijn die tussen wal en schip vallen en geen of onvoldoende steun krijgen. Voor deze beleidsregels is een incidenteel bedrage beschikbaar gesteld van € 100.000.

29

Verkiezingen Het organiseren van de Tweede kamer verkiezingen in maart 2021 heeft gemeenten als gevolg van de coronacrisis meer gekost dan andere jaren. Het Rijk heeft gemeenten hier echter voor gecompenseerd. Van de beschikbare compensatie van € 86.000 heeft de gemeente Dinkelland bijna € 49.000 moeten gebruiken. Extra kosten afval Door de coronacrisis hebben gemeenten zowel extra kosten gemaakt als inkomsten gemist met betrekking tot afvalinzameling. Met name het restafval is, door onder andere het thuiswerken, in hoeveelheid gegroeid. Tegelijkertijd ontvangen de gemeenten voor andere afvalstromen een vergoeding (o.a. pmd). Maar omdat deze stromen zijn toegenomen, is de vergoeding hiervoor gedaald. De gemeente heeft hiervoor een coronacompensatie ontvangen. Deze tegemoetkoming gaat naar de algemene middelen. Op basis van de werkelijke kosten die ROVA in 2020 heeft doorberekend aan de gemeente is er een beroep op deze gelden. Dit wordt toegevoegd aan de voorziening afval. Voor de gemeente Dinkelland gaat het om een bedrag van € 22.926. ROZ heroriëntatie voor ondernemers In april 2021 is besloten het ROZ product ‘heroriëntatie voor ondernemers’ open te stellen voor Dinkellandse ondernemers. De gemeente Dinkelland wil ondernemers ondersteunen die zich, mede als gevolg van de coronacrisis, willen oriënteren op hun toekomst.

Daarbij kan het gaan om vragen als: Is mijn huidige bedrijfsmodel nog wel passend? Hoe ga ik om met financiële vraagstukken waar ik voor sta? Of wil ik misschien toch liever een baan in loondienst? Met ROZ is gesproken op welke wijze de heroriëntatie voor ondernemers vormgegeven kan worden in de arbeidsmarktregio Twente en specifiek in Dinkelland. Op basis daarvan heeft het ROZ een aanbod ontwikkeld. Besloten is om hiervoor een bedrag van € 10.000 uit de corona stelpost in te zetten zodat ondernemers zich met hulp van het ROZ kunnen heroriënteren op hun toekomst. Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) In maart 2021 zijn de beleidsregels Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) vastgesteld. Deze tijdelijke ondersteuning is voor huishoudens die te maken hebben met een inkomensterugval en daardoor de noodzakelijke kosten niet meer kunnen betalen uit het inkomen. Het gaat hierbij om een vergoeding voor daadwerkelijke noodzakelijke kosten, niet om een inkomensondersteunende regeling. Sommige huishoudens hebben te maken met een onvoorzienbare, onvermijdelijke en plotselinge terugval in hun inkomen. Dit door de maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bestrijding van het coronavirus. Deze huishoudens kunnen daardoor in de problemen komen met de betaling van noodzakelijke kosten, waaronder woonlasten.

Deze problemen kunnen niet altijd worden opgelost door het stelsel van sociale zekerheid en de eerder genomen maatregelen uit de steunpakketten. Het Rijk stelt daarom aan gemeenten middelen beschikbaar voor de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). Dit is een tijdelijke tegemoetkoming in noodzakelijke kosten. De middelen worden in twee tranches via het gemeentefonds beschikbaar gesteld. Het bedrag van € 53.000 betreft de eerste tranche. Teststraat en overige kosten Het college heeft besloten de teststraat in Denekamp een financiële bijdrage te doen in de vorm van een tegemoetkoming in de huur van de locatie voor maximaal zes maanden en de kosten van de bewegwijzering. Over het eerste kwartaal bedragen de kosten € 8.000. Maart brief 2021- vierde deel coronacompensatie Eind maart 2021 is de zogenaamde maartbrief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verschenen met daarin het vierde deel van het compensatiepakket corona. Alle mutaties hebben een eenmalig karakter, dus geen structurele doorwerking.

30

In de decembercirculaire 2020 is van een viertal items een vooraankondiging gedaan van compensatie. In deze maartbrief worden drie van de vier items behandeld. Namelijk TONK, afval en Perspectief op Jongeren. De extra compensatie voor inkomstenderving ad € 150 miljoen wordt doorgeschoven naar de meicirculaire. In de maartbrief wordt tot twee keer toe expliciet beschreven dat het gemeentefonds (algemene uitkering + IU/DU) vrij besteedbaar is. De genoemde items zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke extra kosten gemeenten geconfronteerd worden als gevolg van corona. Met de teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. De specificatie van dit bedrag is opgenomen onder de mutaties bestaand beleid. Voorgesteld wordt in te stemmen met de opbouw en het verloop van de stelpost coronacompensatie en de aangegeven mutaties te verwerken in de begroting 2021.

Extra incidentele middelen jeugdzorg De gemeenten krijgen in 2021 eenmalig € 611 miljoen extra om de acute problemen in de jeugdzorg aan te pakken, waarvan € 493 miljoen in het gemeentefonds en € 118 miljoen via specifieke uitkeringen. In ruil daarvoor moeten de gemeenten wel extra jeugdzorgactiviteiten verrichten, zodat het gemeentelijke tekort niet € 611 miljoen kleiner wordt. Dat zijn het ministerie van VWS en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) overeengekomen. Het geld is onder meer bedoeld voor de tijdelijke uitbreiding van (ambulante en klinische) crisiscapaciteit jeugd-ggz. Ook moet het extra budget worden ingezet voor de aanpak van wachtlijsten en voor het voorkomen daarvan. Met het nu incidenteel beschikbaar gestelde geld moeten ook meer praktijkondersteuners jeugd-ggz bij huisartsen worden gestationeerd. De € 611 miljoen gaat nadrukkelijk om extra geld voor dit jaar, zo blijkt uit de bestuurlijke afspraken tussen het kabinet en de VNG. Over structureel extra budget vanaf 2023 moet een nieuw kabinet beslissen. De exacte verdeling van dit eenmalige budget voor het jaar 2021 is op dit moment nog niet bekend. Niet qua omvang van de bedragen maar ook niet voor wat betreft de voorwaarden. Zodra dit wel bekend is wordt de gemeenteraad daar uiteraard over geïnformeerd.

Lokale lasten Hieronder geven we aan hoe we op grond van bestaand beleid omgaan met de verschillende tarieven die van belang zijn voor de lokale lasten(druk). Uiteraard staan we hierbij ook stil bij de laatste ontwikkelingen en de mogelijke gevolgen daarvan voor de ontwikkelingen van de tarieven en dus de lokale lasten(druk). De volgende drie soorten tarieven die samen de lokale lasten(druk) bepalen komen aan de orde:  Ozb  Afval  Riool Voor de ozb-tarieven gaan we op grond van bestaand (dus vastgesteld) beleid uit van een jaarlijkse indexatie van 2% per jaar. Voor de afvaltarieven hanteren we op basis van bestaand beleid 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat we de kosten die we maken voor de afvalinzameling en afvalverwerking doorberekenen in de tarieven. Voor het lopende jaar 2021 is het vastrecht verhoogd met € 10 (van € 88 naar € 98). Dit was een gevolg van hogere lasten en lagere inkomsten binnen het product afval. Vooral de problematiek van “vervuild” PMD wat afgekeurd wordt speelt ons parten. De afgekeurde PMD moet worden verwerkt als restafval wat hogere kosten met zich meebrengt. Als gevolg van deze afkeuring missen we ook de opbrengsten van “goedgekeurd” PMD.

31

We krijgen een steeds beter beeld van deze problematiek. Op basis van de Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020 - 2029 hebben de gemeenten Dinkelland en Tubbergen met ingang van 1 juli 2020 gekozen voor het Bronscheidingsmodel waarbij de gemeente verantwoordelijk is voor de brongescheiden inzameling van PMD-materiaal conform de samenstellingseisen zoals neergelegd in het beoordelingsprotocol. Vanaf die datum werden we geconfronteerd met een forse afkeur van het ingezamelde PMD. Door een Twentse bestuurlijke werkgroep een overbruggingsvoorstel overeengekomen met Nedvang BV. De gemaakte afspraken luiden als volgt:  bij een vervuilingsgraad van maximaal 15% ontvangen we in 2021 een vergoeding van € 245 per ton;  bij een vervuilingsgraad tussen de 15% en 35% ontvangen we een inzamelvergoeding van € 130 per ton;  bij een vervuilingsgraad van meer dan 35% volgt afkeur en verbranding bij Twence, kosten € 165 per ton bestaande uit transportkosten, verbrandingsbelasting en het verwerkingstarief van Twence De genoemde afspraken gelden in principe tot 1 juli 2021. De bestuurlijke werkgroep is op dit moment met Nedvang in overleg over de verdere looptijd van deze gemaakte afspraken. Vooralsnog gaan we er van uit dat deze afspraken voor langere tijd gaan gelden.

Een volgende ontwikkeling die gevolgen gaat hebben voor ons afval tarief is de stijging van de tarieven die Twence in rekening brengt. In de Algemene vergadering van Aandeelhouders van Twence van 22 april 2022 zijn de nieuwe verwerkingstarieven vastgesteld en geldend vanaf 1 juli 2022. De volgende tarieven gelden voor de verschillende afvalstromen:  Fijn huishoudelijk restafval: 78 euro/ton (was 70 euro)  GFT afval: 50 euro/ton (was 32,93 euro)  PMD (afkeur): 95 euro/ton. (was nog niet opgenomen in de begroting) Alle tarieven gelden van 1 juli 2022 t/m 1 juli 2027. Uitzondering is het tarief van PMD. Daarvoor is de ingangsdatum 1 juli 2020. Dit is dus met terugwerkende kracht. In samenvattende zin is de verwachting dat deze beide ontwikkelingen een stijging van de lasten / een verlaging van de baten tot gevolg hebben en dus zullen leiden tot een verhoging van de tarieven voor onze inwoners. Indien we alleen deze beide ontwikkelingen doorvertalen naar de gevolgen voor het afvaltarief dan zouden we rekening moeten houden met een stijging van het vastrecht van € 17 in 2022 tot € 22 in 2023. Uitdrukkelijk wordt gesteld dat dit een eerste aanname is waarin alleen de beide genoemde ontwikkelingen zijn meegenomen. De daadwerkelijke totale doorrekening van de lasten en baten op het gebied van afval vindt ieder jaar plaats bij het opstellen van de betreffende jaarbegroting.

Aan de hand daarvan ook de hoogte van de afvaltarieven op basis van 100% kostendekkendheid bepaalt. De hoogte van het rioolrecht is gebaseerd op het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023. Belangrijke input voor dit nieuwe GRP zijn de gevolgen van de zogenaamde klimaatadaptie. In de raadsvergadering van 30 maart is het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie Dinkelland 2021-2025 vastgesteld. Kern van dit uitvoeringsprogramma is dat de kosten van de verschillende maatregelen die in dit programma zijn opgenomen gedekt kunnen worden binnen de beschikbare ramingen zonder dat de tarieven voor de burgers verhoogd te hoeven worden. Wel verwachten we dat voor de jaren vanaf 2022 een inflatiecorrectie volgens het consumentenprijsindexcijfer van het CBS moet worden doorgevoerd.

32

Lokale lastendruk Het college heeft altijd de ambitie gehad de lokale lasten(druk) niet meer te laten stijgen dan strikt noodzakelijk. In het coalitieakkoord “Dinkelland Duurzaam Doorontwikkelen” van mei 2018 is aangegeven dat het college de lokale lasten zo laag en zo stabiel mogelijk wil houden. Dat dat deze collegeperiode goed gelukt is blijkt wel uit de zogenaamde atlas van de lokale lasten zoals die ieder jaar wordt uitgebracht door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO). In deze atlas worden alle Nederlandse gemeenten met elkaar vergeleken voor wat betreft de lokale lasten. Dit geeft voor de gemeente Dinkelland het volgende beeld: Lokale lasten gemeente Dinkelland volgens COELO

2018

2019

2020

2021

Woonlasten meerpersoonshuishouden

774

769

776

797

Plek op de landelijke ranglijst

252

215

154

143

Vergelijkende cijfers volgens COELO

2018

2019

2020

2021

Goedkoopste gemeente

505

511

573

598

Duurste gemeente

1.234

1.446

1.440

1.517

Gemiddeld landelijk

721

743

766

796

Gemiddeld Overijssel

755

743

766

796

8. Incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves In deze paragraaf zoeken we aansluiting bij de gepresenteerde cijfers uit de begroting 2021. Met deze cijfers als uitgangspunt gaan we daarna de mutaties benoemen en toelichten zodat het meest recente beeld van de incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves ontstaat. Zoals aangegeven nemen we cijfers uit de begroting 2021 als vertrekt punt: Beschikbare algemene incidentele middelen - stand begroting 2021

miljoen €

- Weerstandcapaciteit ratio 1,4 (algemene reserve en reserve grondbedrijf

3,78

- Extra weerstandsvermogen Sociaal Domein

0,45

- Reserve Riool

2,00

- Project- en procesgelden duurzaamheid (inclusief energietransitie)

1,52

- Project- en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie

0,06

- Project- en procesgelden inbreiding voor uitbreiding

1,11

33

- Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen

6,01

Totaal beschikbare algemene incidentele middelen

14,93

Totaaloverzicht beschikbare algemene incidentele middelen Beschikbare algemene incidentele middelen - stand perspectiefnota 2022

miljoen €

- Weerstandcapaciteit 1,4 (algemene reserve en reserve grondbedrijf)

3,78

- Extra weerstandsvermogen Sociaal Domein

0,34

- Reserve Riool

-

- Project- en procesgelden duurzaamheid (inclusief energietransitie)

1,52

- Project- en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie

0,06

- Project- en procesgelden inbreiding voor uitbreiding

0,62

- Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen

9,84

Totaal beschikbare algemene incidentele middelen

16,16

9. Uitgangspunten voor het opstellen van de begroting 2022 Uitgangspunten In deze notitie zijn de algemene uitgangspunten opgenomen die gebruikt worden bij het opstellen van de begroting 2022. Indexering prijsgevoelige budgetten We gaan niet uit van een recht evenredige aanpassing van alle prijsgevoelige budgetten maar kiezen voor het reëel ramen van deze budgetten. Dat wil zeggen rekening houden met de werkelijke (ervarings-) cijfers over de laatste jaren verhoogd met het laatst bekende cijfer voor wat betreft de aanpassing van de prijzen volgens het CBS over de periode juni – juni (was vorig jaar 1,1%). Dit hoeft dus niet in alle gevallen een verhoging van de raming te betekenen maar kan zelfs een verlaging van de raming betekenen. De centraal geraamde stelpost prijscompensatie betrekken we eveneens bij het opstellen van de begroting 2022. Normaal gesproken valt deze vrij ter dekking van de hogere lasten als gevolg van de indexering van de prijsgevoelige budgetten. Indexering lonen De lopende cao-gemeenteambtenaren is inmiddels verwerkt in de begroting 2022 van Noaberkracht en deze wordt verwerkt in de begrotingen 2022 van de beide deelnemende gemeenten. Deze cao kent een looptijd tot 1 januari 2021.

34

Voor wat betreft de (meerjarige) indexering van de lonen hebben we in de begroting van Noaberkracht een jaarlijkse stijging meegenomen van 1,5%. Daarnaast staat in de beide gemeenten nog een stelpost van 0,5%. Per saldo hebben we dus een budgettaire ruimte van 2%. Let wel: Niet alleen de salarissen in Noaberkracht maar ook de salarissen van de griffie (in de gemeentebegroting) moeten worden aangepast. Verbonden partijen De (financiële gevolgen van de) begrotingen 2022 van de verbonden partijen zijn via de perspectiefnota (inclusief eerste programmajournaal 2021) opgenomen in de (meerjaren)begrotingen van de beide gemeenten. Hier hoeven we dus niets meer aan te doen. Subsidies Voor wat betreft de subsidies volgen we de afspraken uit de verordening of indien van toepassing specifiek gemaakte (prestatie) afspraken. Rente In beide gemeenten gaan we uit van de omslagrente. Dit is voor de gemeente Dinkelland 1,5%. Dit percentage gebruiken we voor de bestaande activa en investeringen maar ook voor nieuwe investeringen. Voor het grondbedrijf hanteren we het volgende percentage: Dinkelland 1,0%. OZB Dinkelland Voor het indexeren van de ozb tarieven gaan we uit van een jaarlijkse indexatie van 2%. De OZBtarieven worden zodanig aangepast dat er voor het jaar 2020 een meeropbrengst wordt gerealiseerd van 2% (exclusief areaalaanpassing).

Voor de jaren daarop gaan we ook uit van een meeropbrengst van 2% (exclusief areaalaanpassing). Rioolrecht De hoogte van het rioolrecht is gebaseerd op het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023. Belangrijke input voor dit nieuwe GRP zijn de gevolgen van de zogenaamde klimaatadaptie. In de raadsvergadering van 30 maart is het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie Dinkelland 2021-2025 vastgesteld. Kern van dit uitvoeringsprogramma is dat de kosten van de verschillende maatregelen die in dit programma zijn opgenomen gedekt kunnen worden binnen de beschikbare ramingen zonder dat de tarieven voor de burgers verhoogd te hoeven worden. Wel verwachten we dat voor de jaren vanaf 2022 een inflatiecorrectie volgens het consumentenprijsindexcijfer van het CBS moet worden doorgevoerd. Afvalstoffenheffing De tarieven afvalstoffenheffing zijn 100% kostendekkend. De daadwerkelijke hoogte van de tarieven kunnen we pas bepalen als alle uitgaven en alle inkomsten (zonder de opbrengsten uit de tarieven) op basis van een reële raming zijn verwerkt. Zie voor een beschrijving van de laatste ontwikkelingen de sub paragraaf lokale lasten(druk). Toeristenbelasting Geen indexatie. Forensenbelasting Geen indexatie. Reclamebelasting Geen indexatie.

35

Maatschappelijk Effecten Plan (MEP) “Dinkelland Duurzaam Doorontwikkelen”; met deze titel heeft de coalitie en het nieuwe college haar richting voor de periode 2019-2022 bepaald. Met negen verschillende agenda’s in het akkoord geeft het college haar ambities en speerpunten duidelijk en helder aan. Het coalitieakkoord heeft zijn vertaling gekregen in het koersdocument dat in juli 2018 door de raad vastgesteld is. Met het koersdocument, gebaseerd op de agenda’s in het coalitieakkoord, heeft de raad aan het college de opdracht verstrekt om tot uitvoering van het coalitieakkoord over te gaan. Op basis van de richtinggevende en kader stellende uitspraken uit de perspectiefnota 2021 heeft het college de begroting 2021 opgesteld. Hoe we daar mee aan de slag gaan beschrijven we in het MEP. Zie dit MEP als een soort werkplan. In dit werkplan zijn het coalitieakkoord en het koersdocument vertaald in ambities, participatieprocessen en projecten voor de periode 2018-2022. In de onderstaande tabel is te zien welke agenda’s in welke ambities terugkomen. Agenda uit coalitieakkoord

Terug te vinden in:

Agenda Aantrekkelijk wonen en leven

Ambitie Aantrekkelijke woon- en leefomgeving Ambitie Inclusieve samenleving Participatieprocessen Basisbegroting Programma Openbare ruimte & mobiliteit Basisbegroting Programma Economie Basisbegroting Programma Volkshuisvesting & ruimtelijke ordening

Agenda Duurzaamheid

Ambitie Duurzaam Dinkelland

Agenda Beleving

Ambitie Sterke bedrijvigheid Ambitie Inclusieve samenleving Ambitie Aantrekkelijke woon- en leefomgeving

Agenda Dinkelland onderneem’t

Ambitie Sterke Bedrijvigheid

Agenda Inclusieve samenleving

Ambitie Inclusieve samenleving Basisbegroting Programma Sociaal Domein

Agenda Sport en bewegen

Ambitie Inclusieve samenleving Ambitie Aantrekkelijke woon- en leefomgeving

Agenda Leven lang leren

Ambitie Inclusieve samenleving Ambitie Aantrekkelijke woon- en leefomgeving Ambitie Sterke bedrijvigheid Basisbegroting Programma Onderwijs

Agenda Veiligheid, toezicht en handhaving

Ambitie Aantrekkelijke woon- en leefomgeving Basisbegroting Programma Veiligheid

Agenda Dinkelland in de Regio

Participatieprocessen

36

Het MEP is de afspraak tussen het bestuur en de organisatie over wat we gaan doen, hoe we het gaan doen, wanneer we het doen en wat het mag gaan kosten. Kortom: hoe werken we de komende jaren als partners aan de realisatie van de ambities van dit college. Noaberkracht gaat deze mooie uitdaging, vastgelegd in dit Maatschappelijk Effecten Plan, graag aan. Erik Grobben Gemeentesecretaris en ambtelijk opdrachtgever MEP

37

Inleiding Maatschappelijk Effecten Plan (MEP) Zoals aangegeven is het MEP 2021 de concrete vertaling van de Perspectiefnota 2021. Daarnaast zijn er, zoals hoort in de dynamiek van het realiseren van ambities, diverse nieuwe inspanningen opgenomen die aansluiten op de ambities. Ook wordt aangegeven hoe de voortgang de komende jaren gemonitord gaat worden. Niet alle inspanningen worden in 2021 gestart en gerealiseerd want de ambities beslaan een periode van vier jaar waardoor er bewust gekozen is voor prioriteren en daarmee faseren over meerdere jaren. In de onderstaande figuur is een overzicht gegeven van de ambities en de actielijnen en de participatieprocessen voor de komende vier jaar.

De opbouw van het MEP bestaat uit:  Participatieprocessen: de manier waarop met de samenleving samenwerken. Dit is een proces met de samenleving en bevat dus geen concrete doelen op inhoudelijke thema’s.  Omgevingswet: de manier waarop we de Omgevingswet gaan implementeren.  Ambities: dit is de vertaling van de agenda’s van het coalitieakkoord in een lange termijn visie die in ieder geval vier jaar houdbaar is. De ambitie geeft weer wat er over vier jaar ander is dan nu. (beter, meer, minder, vaker, …….) en het geeft weer waarom dat veranderd moet zijn. o Onder elke ambitie zitten verschillende actielijnen. Dit is een subdoel dat tussen één en vier jaar te behalen is (korte termijn visie). Dit subdoel moet bijdragen aan het behalen van de ambitie waar die onder hangt en geeft een prioritering aan. Een actielijn is eindig of te veranderen: een actielijn kan bijvoorbeeld over twee jaar gereed zijn, omdat de gestelde subdoelen zijn gehaald.

38

o o

Onder elke actielijn zitten inspanningen. Dit zijn de activiteiten en projecten zoals bijvoorbeeld de punten uit het coalitieakkoord. Deze dragen bij aan de doelen van de actielijnen en leveren een concreet resultaat op. Daarnaast hebben we initiatieven uit de samenleving. Dit zijn inspanningen uit de samenleving waarin wij in een bepaalde mate participeren. Onze inwoners, ondernemers, verenigingen, maatschappelijke organisaties en kernraden krijgen veel voor elkaar. Er is oog voor wat er moet gebeuren, de wil om aan te pakken is groot. Deze betrokken houding maakt dat initiatieven in de samenleving van groot tot klein vorm krijgen. Samen zetten wij ons in voor de ambities. Initiatieven die vanuit onze samenleving worden opgepakt zijn terug te vinden in het onderdeel 'participatieprocessen'.

In de P&C-cyclus gaan we meer monitoren op output en outcome. Deze indicatoren komen bij elke ambitie terug en zijn niet bedoeld om op afgerekend te worden. Zij geven een indicatie of wij de juiste dingen doen zodat wij tijdig kunnen bijsturen. We starten met voor elke actielijn een nul-meting die zowel kwalitatief als kwantitatief kan zijn afhankelijk van de meetbaarheid van het thema. Deze nulmeting (de zogenaamde IST) is gedaan aan het begin van de coalitieperiode. Daar waar mogelijk wordt in de jaarrekeningen de stand van zaken op dit onderdeel weergegeven. Ambitie overstijgende onderwerpen Het volgende onderwerp raakt meerdere ambities en wordt daarom hieronder nader toegelicht. Gevolgen Programma Aanpak Stikstof De hoogste bestuursrechter heeft op 29 mei 2019 (zie: AbRS 29 mei 2019, Uitspraak Raad van State en Uitspraak Raad van State 2) beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (hierna: ‘PAS’) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden.

Deze beslissing heeft consequenties voor ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de aanleg van vaar-, spoor-, en rijwegen, de bouw van nieuwe bedrijven, woningbouw en agrarische activiteiten die kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Doordat het PAS niet meer gebruikt mag worden als basis voor toestemmingsverlening voor activiteiten die kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie, is het een stuk ingewikkelder geworden om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken en te realiseren die leiden tot een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Voor veel ruimtelijke ontwikkelingen, ook op grote afstand van Natura 2000-gebieden, is sinds 29 mei 2019 een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (hierna: natuurvergunning) vereist. Gedeputeerde staten zijn het bevoegde gezag voor deze vergunning. Zij dienen te beoordelen of voor een project een natuurvergunning is vereist. Voor bestemmingsplannen geldt dat zij ook aan de eisen van de Wet natuurbescherming moeten voldoen. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet daarom beoordeeld worden of de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen significant negatieve effecten kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. Per project wordt dit door de gemeente beoordeeld.

Onder omstandigheden (als er bijvoorbeeld sprake is van significant negatieve effecten ter plaatse van een Natura 2000-gebied) moet er een passende beoordeling (en als gevolg daarvan ook een milieueffectrapport) worden gemaakt. Zie ook: Programma Aanpak Stikstof en Publicatie Raad van state.

39

Ambitie Aantrekkelijke woon- en leefomgeving Inleiding Ambitie Aantrekkelijke woon- en leefomgeving

In het coalitieakkoord 2018-2022 heeft de gemeente Dinkelland de ambitie uitgesproken om haar kernen aantrekkelijk te houden op het gebied van wonen en leven. Wij zien hierbij raakvlakken tussen wonen, openbare inrichting en maatschappelijke voorzieningen. De aantrekkelijkheid van onze kernen wordt voor een groot deel bepaald door de aanwezigheid van voldoende en kwalitatief goede woonvoorzieningen, een volwaardige openbare ruimte en de aanwezigheid van functionele onderwijs- en sportvoorzieningen. Op deze speerpunten willen wij inzetten binnen onze ambitie voor een “aantrekkelijke woon- en leefomgeving”.

Meetbaarheid Indicatoren Deze P&C-cyclus gaan we meer monitoren op output en outcome. In de begroting van 2019 hebben we aangegeven dat we op het niveau van ambitie een belevingsonderzoek onder onze inwoners gaan houden om een nulmeting te krijgen. Voor deze ambitie (Aantrekkelijke woon- en leefomgeving) zien we af van belevingsonderzoeken. Er is een onderzoek uitgevoerd ten aanzien van de kwalitatieve woonbehoefte per kern en deze geeft inzicht in de behoefte en ontwikkelrichtingen per kern. Daarnaast gebruiken we de overall midterm review van het Coalitieakkoord om een indicatie te krijgen van de tussentijdse effecten. Uiteraard worden onze inwoners en de raad nadrukkelijk bij dit onderzoek betrokken.

40

Voor de actielijnen gaan we de kwantitatieve indicatoren meten. Ook hierbij gaan we uit van een nulmeting. Deze indicatoren monitoren we doorlopend voor zover ze beschikbaar zijn. Er zijn actielijnen waarbij kwalitatieve indicatoren (belevingsonderzoek) meer voor de hand liggen. Dat is afhankelijk van de meetbaarheid van het thema. In dat geval worden ze als onderdeel meegenomen in het belevingsonderzoek bij de betreffende ambitie. De indicatoren komen bij elke ambitie en actielijn terug en zijn niet bedoeld om op afgerekend te worden. Zij geven een indicatie of wij de juiste dingen doen zodat wij tijdig kunnen bijsturen.

Ambitie: Aantrekkelij ke woon en leefomgevin g

Bron

Freque ntie meten

Wanne er actuele gegeve ns beschik baar

Kwalitatief (belevingson derzoek)

Onderzoeks bureau

begin en einde raadspe riode

2019

Kwaliteitsscore openbare ruimte (niveau van onderhoud)

Schouw op basis van uitgangspun ten beleidsplan (norm toetsen)

Indicator

Meetmo ment IST

IST 2018

SOLL 2022

Nog onbek end

100% moet voldoen aan de vastges telde norm

Wij zetten ons in om alle kernen aantrekkelijk houden op het gebied van wonen en leven Actielijn: Realistischer bouwen en wonen Een beter bij de behoefte passende woonruimte voor jong en oud Actielijn: Aantrekkelijk ere openbare ruimte

Een meer toekomstgeri chte en duurzame inrichting

Schouw moet nog plaatsvi nden

41

Actielijn: Toekomst bestendiger sport- en onderwijsvastgoed Betere borging van de toegankelijkh eid, het gebruik, het onderhoud en de exploitatie van sport- en onderwijsvas tgoed

Aantal beoordeelde initiatieven tot privatisering

Gemeente

Jaarlijks

sep-18

0

Alle ingeko men verzoek en tot privatis ering zijn gezame nlijk onderzo cht.

Actielijn: Maatschapp elijke veiligheid Versterken van de maatschapp elijke veiligheid door de bewustwordi ng en verantwoord elijkheid te vergroten

Realistischer bouwen en wonen Wat willen we bereiken Een beter bij de behoefte passende woonruimte voor jong en oud toegespitst op elke kern Waar stonden we aan het begin van de coalitieperiode? (IST) 1) We kennen de kwantitatieve behoefte per kern. 2) We geven gemeentelijke kavels uit op uitbreidingsplannen en faciliteren ontwikkelaars bij hun plannen. Wij sturen beleidsmatig op inbreiding voor uitbreiding.

42

Waar gaan we naar toe? (SOLL) 1) We kennen de kwantitatieve behoefte én kwalitatieve behoefte (over het gewenste aantal en type woningen per kern) en hebben een ontwikkelstrategie toegepast waardoor we in elke kern een perspectief hebben voor een beter passend aanbod hebben dat voorziet in de lokale behoefte. (Deze SOLL is inmiddels bereikt) 2) We hebben een kwaliteitsslag gemaakt in de woningbouwprogrammering met perspectief op zowel de korte termijnbehoefte als de lange termijnbehoefte: a. We hebben kwalitatief programmeren conform het “Uitvoeringsnota woningbouw” een plek gegeven. Ingebed in gemeentelijk beleid en werkwijze. (Deze SOLL is inmiddels bereikt) b. We hebben recht gedaan aan onze beleidsdoelstelling dat inbreiding de voorkeur krijgt voor uitbreiding doordat wij: · De inbreidingsmogelijkheden in elke kern onderzocht en benut (of geprogrammeerd). · Onze strategische grondposities hebben afgestemd op de kansen voor inbreiding.

Wat hebben we er voor gedaan? - Actief sturen op inbreiding Omschrijving / op te leveren resultaat Wij sturen actief op inbreiding, waarbij de mogelijkheid bestaat dat strategische grondposities worden ingenomen, indien inbreidingsmogelijkheden niet aanwezig zijn. Op te leveren:  Meerjarige kernenprogramma’s: afstemmingsoverleg(gen) met woonwerkgroepen kernen over meerjarige woonprogrammering. Behaalde mijlpalen 2021: 

 

We hebben op basis van de programmeringsnotitie uit 2019 een totaaloverzicht opgesteld met alle gemeentelijke en particuliere woningbouwplannen. Dit gaat over zowel harde plancapaciteit als toekomstige plannen. Deze gegevens worden gedurende het jaar meerdere malen geactualiseerd en vormen de basis voor onze meerjarenprogrammering. Wij voeren (doorlopend) in de kernen gesprekken met (particuliere) ontwikkelaars ten einde kansen voor inbreidingslocaties te benutten. Met betrekking tot de gemeentelijke woningbouwplannen hebben wij de volgende ruimtelijke procedures (plannen) gaande dan wel in voorbereiding: Herontwikkeling vml. gemeentewerf Ootmarsum, Brookhuis Noord-west Ootmarsum, Denekamp Oost, Hopmanstraat Denekamp, De Lenne Saasveld, herontwikkeling voormalige handbalveld nabij DSVD (Deurningen). In de kernen Tilligte en Rossum oriënteren wij ons op onze grondpositie ten eind ook daar te kunnen beschikken over bouwgrond. Eveneens zijn in die kernen potentiële locaties voor inbreiding beschikbaar waarover wij het gesprek voeren.

2020:  Nog geen nieuwe mijlpalen te benoemen . Kansen voor inbreiding blijven wij benutten en stimuleren. 2019:  De programmeringsnotitie 2019-2028 is in onze vergadering van 9 april 2019 vastgesteld.  De gemeenteraad is per raadsbrief geïnformeerd over programmering woningbouwlocaties.  We hebben afspraken gemaakt met de gemeenteraad om de Nota Inbreidingslocaties te evalueren. De eerste gesprekken met de raad hebben hierover inmiddels plaatsgevonden.

43

- Evaluatie nota inbreidingslocaties Omschrijving / op te leveren resultaat De nieuwe Nota Inbreidingslocaties is begin 2021 vastgesteld. De nota geeft meer ruimte voor maatwerk bij inbreidingslocaties. Wij willen dit beleid na 2 jaar evalueren. Op te leveren:  Evaluatie Nota Inbreidingslocaties Behaalde mijlpalen 2021  De Nota Inbreidingslocaties is vastgesteld en wordt in 2022 geëvalueerd.

Kengetallen      

Wonen en leefklimaat Woningmarkt Huishoudens Wonen Wonen en leefklimaat (2) Lokale monitor wonen

Trends en ontwikkelingen We herkennen de brede behoefte van de samenleving aan woningen en nieuwbouwkavels. Wij hebben 6 gemeentelijke uitgifteplannen in voorbereiding genomen in de kernen Denekamp, Ootmarsum, Weerselo, Deurningen en Saasveld. De mogelijkheden in Rossum en Tilligte worden thans onderzocht, waarbij de kansen voor inbreiding primair worden ondersteund. In Noord-Deurningen zijn nog voldoende kavels beschikbaar, maar kan herverkaveling aan de orde zijn . Lattrop beschikt over twee inbreidingslocaties door particuliere eigenaren. Als gemeente proberen wij met onze uitgifteplannen een aanzienlijke bijdrage te leveren aan de woningmarkt. Het benutten van inbreidingslocaties is een opgave die wij willen intensiveren. Wij willen onze faciliterende houding richting projectontwikkelaars omzetten naar een meer proactieve houding. Dat betekent dat wij een selectie maken van de inbreidingslocaties die wij kansrijk achten en de eigenaren gericht gaan benaderen. Wij nemen deze (potentieel toekomstige plannen) ook mee in onze meerjarenprogrammering. Wij gaan op zoek naar de knelpunten waarom een herontwikkeling niet van de grond is gekomen en waar nodig denken wij mee in oplossingen. Daarnaast brengen wij onze stimuleringsregeling nadrukkelijk(er) onder de aandacht en zullen wij periodiek contact onderhouden met de betreffende eigenaren.

Ten einde de trend van het benutten van inbreidingslocatie beter te faciliteren hebben wij ons beleid op dit onderdeel verruimd. Ten aanzien van de woningbouw in zijn algemeen is er al geruime tijd sprake van een opgaande markt. Dit vertaalt zich in snelle doorlooptijden bij verkoop en aanzienlijke prijsstijgingen bij aankoop zowel in de bestaande markt als nieuwbouwmarkt (bouwkosten). De betaalbaarheid van woningen staat daarmee onder druk, zeker voor de groep inwoners met een kleiner budget. In onze eigen woningbouwplannen zorgen wij voor een gedifferentieerd aanbod met voldoende kleinere kavels. Met ontwikkelaars maken wij afspraken over verkavelingsplannen, passend bij de actuele lokale behoefte. Daarnaast krijgen wij signalen door van een toenemende vraag aan woningen van mensen van buiten de regio. De trek vanuit het westen naar het oosten is de laatste jaren beter merkbaar. Wij verwachten dit ook terug te zien in onze migratiecijfers en toekomstige prognoses.

44

Conclusie Er zijn geen ontwikkelingen die de bijsturing van deze actielijn noodzakelijk maken. We volgende de ingezette weg.

Aantrekkelijkere openbare ruimte Wat willen we bereiken Een meer toekomstgerichte en duurzame inrichting Waar stonden we aan het begin van de coalitieperiode? (IST) 1. Voor het onderhoud van de openbare ruimte zijn onderhoudsniveaus vastgelegd (IBOR). Er is een duidelijke relatie tussen de onderhoudsniveaus en de daarvoor beschikbare financiële middelen voor uitvoering. De huidige onderhoudsniveaus sluiten niet altijd geheel aan bij de verwachtingen die daarover bestaan in de samenleving. 2. Keuzes ten aanzien van de inrichting van de openbare ruimte worden vaak op ad hoc-basis gemaakt. Afstemming met bewoners en gebruikers vindt plaats op projectniveau. Hierdoor ontstaan “gemeentebreed” verschillen in de inrichting van de openbare ruimte en in toegepaste (bouw)materialen. Soms zijn er daardoor minder goede keuzes gemaakt. Het onderhoud kan hierdoor niet altijd efficiënt gebeuren en ook is de toegankelijkheid niet altijd voor alle gebruikers geborgd. Dat kan leiden tot ontevredenheid van bewoners of gebruikers over de openbare ruimte. Waar gaan we naar toe? (SOLL) 1. Ten aanzien van het onderhoud van de openbare ruimte wordt een nieuwe afweging gemaakt binnen de gestelde (financiële) randvoorwaarden, waarin onderhoudsniveau(s), veiligheid en onderhoudskosten de hoofdingrediënten zijn. Hierbij wordt ook de inzet van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt optimaal benut.

(Beeldkwaliteitsplan) 2. Ten aanzien van de inrichting van de openbare ruimte wordt een Kwaliteitsplan Openbare Ruimte opgesteld (KOR). Het KOR wordt bij nieuwe plannen en bij herinrichting- en onderhoudsprojecten betrokken en is van invloed op de keuzes die gemaakt worden bij de inrichting. Daardoor worden beter onderbouwde keuzes gemaakt en neemt naar verwachting de tevredenheid van bewoners en gebruikers toe. Onder het KOR wordt ook een Kwaliteitsplan Openbaar Groen (KOG) opgesteld waarin meer specifiek wordt ingegaan op groenelementen.

Wat hebben we er voor gedaan? - Gebiedsontwikkeling Weerselo Omschrijving / op te leveren resultaat Centrumgebied, rondweg en traverse Weerselo. Op te leveren:  Realisatie traverse en rondweg. Behaalde mijlpalen 2021  Inleiding In 2021 is de kostenraming geactualiseerd. Hieruit blijkt dat de kosten hoger zijn. Om zo dicht mogelijk bij de huidige begroting te blijven van zowel de gemeente als van de provincie is de keuze gemaakt om de tunnel Legtenbergerstraat die bekostigd wordt door de gemeente en de tunnel Eertmansweg die bekostigd wordt door de provincie te schrappen. Vanuit veiligheidsperspectief is dit een verantwoorde keuze.

45

Fietstunnel Legtenbergerstraat (Gemeente) In verband met veiligheids –en financiële afwegingen is het schrappen van de fietstunnel Legtenbergerstraat (fietsintensiteit 60 fietsers/etmaal (werkdag), 9.000-10.000 mvt/etmaal op rondweg). De fietstunnel wordt dan vervangen door een (in één richting bereden) fietspadstructuur op maaiveldniveau bij de rotonde met aanvullende attenderende maatregelen. Fietstunnel Deurningerstraat (Gemeente) In verband met veiligheidsafwegingen wordt de tunnel Deurningerstraat niet geschrapt (fietsintensiteit 320 fietsers/etmaal (werkdag), rondweg 9.000 mvt/etmaal) omdat hier veel schoolgaande kinderen fietsen die de toekomstige rondweg moeten oversteken. Tunnel Eertmansweg (Provincie) Op basis van de beperkte aanwezige verkeersintensiteit (fietsintensiteit 120 fietsers/etmaal (werkdag), 420 mvt/etmaal op Eertmansweg en 10.000 mvt/etmaal op rondweg)lijkt het schrappen van de tunnel Eertmansweg acceptabel. Schrappen van tunnel Eertmansweg betekent dat de Eertmansweg ter hoogte van de Rondweg wordt afgesloten. Echter, voor een circa tiental erven heeft het schrappen van de tunnel Eertmansweg wel aanzienlijke (omrijd)gevolgen (tot circa 2-3 kilometer). Voor gemotoriseerd verkeer wordt dit acceptabel geacht, maar voor fietsverkeer is de omrijdafstand (te) aanzienlijk.

Omdat omrijden voor gemotoriseerd verkeer minder hinderlijk is dan voor fietsers, ligt de vraag voor de hand of louter het realiseren van een fietsoversteek ter plaatse van de kruising Eertmansweg / Rondweg mogelijk is. Dat betekent dat de oversteek voor gemotoriseerd verkeer wordt afgesloten en wordt omgeleid. Louter fietsers worden via een fietsoversteek gefaciliteerd waardoor er geen sprake is van een omrijdafstand. Gezien de beperkte fietsintensiteit van 120 fietsers per etmaal in combinatie met de verkeersintensiteit van 9.880 mvt/etmaal (werkdag) op de Rondweg zal er geen sprake zijn van een oversteekbaarheidsknelpunt. Daarmee wordt deze oplossing, hoewel niet ideaal in de voorliggende situatie als acceptabel gekwalificeerd. Stikstof In het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) was de rondweg Weerselo aangewezen als prioritair project. Dit hield in dat op basis van de PAS voor de rondweg de benodigde ontwikkelingsruimte (stikstof) was gereserveerd. In haar uitspraak van 29 mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat de PAS in strijd met de Habitatrichtlijn was vastgesteld en is de PAS vernietigd. Hiermee is ook de aan de rondweg toegekende ontwikkelingsruimte komen te vervallen. Vanaf het moment dat er duidelijkheid was over deze beleidsregels zijn oplossingen gezocht en deze oplossing was gevonden door met een locatie nabij de rondweg te salderen.

Begin dit jaar heeft de Raad van State echter een nieuwe uitspraak gedaan die betrekking heeft op het rekenmodel AERIUS Calculator en de wijze waarop de stikstofdepositie van verkeer moet worden berekend. Uit de meest recente stikstofberekening, in deze berekening is rekening gehouden met deze laatste uitspraak, blijkt dat de salderingslocatie alleen niet meer toereikend is qua benodigde stikstofruimte. Op dit moment wordt door de provincie onderzocht op welke wijze aanvullend stikstofruimte kan worden verkregen voor de rondweg Weerselo. 2020  2019   

Wij zijn met de provincie in overleg over de voortgang van de rondweg. De stand van zaken is dat wij bezig zijn met externe onderzoeken ter voorbereiding op de bestemmingsplanprocedure. Herinrichting centrumgebied: herinrichting centrumgebied is afgerond evenals de herinrichting openbaar gebied rondom voormalige gemeentehuis. Het gemeentehuis is verkocht Traverse / Rondweg Weerselo: In verband met de uitspraak PAS zijn er externe onderzoeken nodig. Daadwerkelijke uitvoering vindt plaats na oplevering resultaat project (vastgestelde bestemmingsplan).

46

Persberichten en raadsbrieven: Persbericht

Centrum van Weerselo feestelijke geopend april 2019: Nieuw proces gestart voor verkoop voormalig gemeentehuis Weerselo augustus 2019: Werkzaamheden Bisschopstraat Weerselo oktober 2019: Het gemeentehoes geeft nieuwe invulling aan voormalig gemeentehuis Weerselo

Raadsbrief

2019-21 verkoop voormalig gemeentehuis Weerselo

- Opstellen KOR (kwaliteitsplan openbare ruimte) Omschrijving / op te leveren resultaat Wij onderzoeken hoe we de beleving en tevredenheid van alle gebruikers van de openbare ruimte kunnen meenemen voor keuzes over inrichting en onderhoud. We verhogen de uitstraling van de openbare ruimte. Op te leveren:  Vaststellen KOR als kapstok (kwaliteitsplan openbare ruimte) met daarbij als onderligger het vaststellen van KOG (kwaliteitsplan openbaar groen): Het vastleggen van de principes en uitgangspunten voor de inrichting van de openbare groen. Behaalde mijlpalen 2021  Er zijn over de eerste drie maanden van 2021 geen nieuwe mijlpalen te benoemen. 2020  Het KOG is vastgesteld door de gemeenteraad in juni 2020.  De uitgangspunten voor KOG zijn in een concept voorstel uitgewerkt en zullen worden aangeboden voor besluitvorming in college en raad. Aan het KOG wordt een overkoepelend Kwaliteitsplan Openbare Ruimte (notitie) toegevoegd. 2019  Het onderzoek naar de beleving en tevredenheid van alle gebruikers van de openbare ruimte is afgerond. De resultaten hiervan worden in de KOR verwerkt.  Een concept van het Kwaliteitsplan Openbaar Groen is opgesteld.

Trends en ontwikkelingen Duurzaamheid wat betreft de inrichting van de openbare ruimte vertaalt zich in meer leefbaarheid, biodiversiteit, klimaatadaptatie en een beheerstechnische inrichting. Een openbare ruimte waarin het compromis gezocht wordt tussen wat de samenleving wil en waarin we inspelen op actuele uitdagingen met betrekking tot het klimaat.

Conclusie Er zijn geen ontwikkelingen die de bijsturing van deze actielijn noodzakelijk maken. We volgende de ingezette weg.

47

Toekomstbestendiger maatschappelijk vastgoed Wat willen we bereiken Meer geactualiseerde visie op sport- en onderwijshuisvesting vastgoed en ander maatschappelijk vastgoed Waar stonden we aan het begin van de coalitieperiode? (IST) · De buitensportaccommodaties in de gemeente Dinkelland zijn allemaal geprivatiseerd en zijn gericht op de breedtesport. De binnensportaccommodaties zijn grotendeels in gemeentelijk beheer. · Het rapport Samen Scholen (IHP voor Dinkelland) is op 29 november 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is destijds de visie op onderwijshuisvesting vastgesteld. Waar gaan we naar toe? (SOLL) · Ambities tot privatisering van binnensportaccommodaties worden in samenwerking met de initiatiefnemer onderzocht. · Het rapport Samen Scholen wordt actueel gehouden. · Voor de kern Denekamp wordt een onderwijshuisvestingsscenario uitgewerkt op basis van een denkrichting met twee locaties. · We beschikken over een (robuuste) sportstructuur waarin onze opgaven voor het sportvastgoed in samenhang met elkaar worden aangevlogen.

Wat hebben we er voor gedaan? - Duurzame instandhouding maatschappelijke voorzieningen door verzelfstandiging Omschrijving / op te leveren resultaat Wij onderzoeken op initiatief van verenigingen samen de mogelijkheden van privatisering. Op te leveren:  Opstellen sportakkoord. Beleidsnota/sportakkoord (visie op gemeentelijke rol ten einde een bijdrage te leveren aan een gezondere samenleving).  Visie op gemeentelijke rol bij privatisering binnensportaccommodaties. Behaalde mijlpalen 2021  Met de gemeenten Tubbergen, Oldenzaal en Losser doen we onderzoek naar mogelijkheden voor samenwerking op het gebied van zwembaden en binnensportaccommodaties. De eerste gegevensverzameling hiervoor is afgerond.  In Ootmarsum is een werkgroep sporthal De Schalm geformeerd welke de mogelijkheden omtrent privatisering gaat verkennen en hiervoor relevante informatie heeft opgevraagd. Concretiserende gesprekken worden opgestart. 2020  In het Lokaal Sportakkoord is aandacht geweest voor het aspect privatisering. Consensus is dat gemeente een faciliterende rol kan innemen. Indien aan de orde faciliteren wij dergelijke initiatieven.  In het najaar is de aandacht uitgegaan naar Noord-Deurningen en Ootmarsum, waar ideeën en gesprekken gaande zijn voor (verdere) verzelfstandiging van de binnensportaccommodaties.

 Het Openlucht Museum en gemeente Dinkelland hebben samen de ambitie uitgesproken om een privatiseringsproces in te gaan, dat wordt begeleid door een onafhankelijke adviseur. Het proces is gaande, maar vanwege de situatie rondom Corona is fysieke afstemming momenteel niet aan de orde. Op verzoek van het OLM is het privatiseringsproces tijdelijk stil komen te liggen. De bedoeling is om dit proces in september te hervatten.  Het proces over de privatisering van OLM is in november hervat. De gesprekken zijn gaande.

48

2019 

Met een afvaardiging van de gemeenteraad is begin 2019 gesproken over de motie inzake de sportnota, waarbij werd geconcludeerd dat met een nader op te stellen sportakkoord (in plaats van de sportnota) zou worden voldaan aan deze motie. De gemeenteraad kon aanhaken bij het proces over het sportakkoord op de momenten dat gesprekken worden aangegaan met de verenigingen. Er hebben drie avonden plaatsgevonden waarin de kaders in inhoud van het sportakkoord zijn verkend. Eveneens is een sportformateur aangesteld.  Lokaal Sportakkoord Dinkelland is in november 2019 opgeleverd en hiermee is uitvoering gegeven aan de ambitie om te komen tot een sportnota. Persberichten en raadsbrieven Persbericht

juli 2019: Praat mee over Dinkellands sportakkoord op 16 juli 2019 september 2019: Sportformateur aan de slag voor lokaal sportakkoord november 2019: lokaal sportakkoord ondertekend

Raadsbrief

2021-7: Verkenning samenwerking binnensportaccommodaties NOT-gemeenten 2019-89 Lokaal Sportakkoord Bijlage: Lokaal portakkoord Dinkelland publieksversie Bijlage: Lokaal sportakkoord leesversie

- Lokaal Sportakkoord Dinkelland Omschrijving / op te leveren resultaat Wij stellen een lokaal sportakkoord op in samenwerking met verenigingen en maatschappelijke partners. Op te leveren resultaat:  Lokaal sportakkoord met uitvoeringskader (opgaven). Behaalde mijlpalen 2021  Er zijn over de eerste drie maanden van 2021 geen nieuwe mijlpalen te benoemen. 2020  Wij zijn gestart met de uitvoering van het Lokaal Sportakkoord. Op 11 maart 2020 is hierover een bijeenkomst geweest. De thema's die aan de orde zijn betreffen: inclusief sporten en bewegen, positieve sportcultuur, van jongs af aan vaardig in bewegen, vitale sport- en beweegaanbieders.  Op 9 juli 2020 is er een vervolgbijeenkomst geweest over de uitvoering en zijn specifieke werkgroepen ingericht op de thema's. Deze werkgroepen kunnen van start: werkgroep strippenkaart, website/platform, vertrouwenscontactpersoon/verklaring omtrent gedrag.  In november zijn alle partijen opgeroepen om zich aan te sluiten bij de verschillende werkgroepen om zodoende met elkaar draagvlak te behouden en ze breed uit te dragen. 2019  Met een afvaardiging van de gemeenteraad is begin 2019 gesproken over de motie inzake de sportnota, waarbij werd geconcludeerd dat met een nader op te stellen sportakkoord (in plaats van de sportnota) zou worden voldaan aan deze motie.

De gemeenteraad kon aanhaken bij het proces over het sportakkoord op de momenten dat gesprekken worden aangegaan met de verenigingen. Er hebben drie avonden plaatsgevonden waarin de kaders in inhoud van het sportakkoord zijn verkend. Eveneens is een sportformateur aangesteld.  Lokaal Sportakkoord Dinkelland is in november 2019 opgeleverd en hiermee is uitvoering gegeven aan de ambitie om te komen tot een sportnota.

49

Persberichten en raadsbrieven Persbericht

februari 2020: aan de slag met het lokaal sportakkoord Dinkelland juli 2019: Praat mee over Dinkellands sportakkoord september 2019: Sportformateur aan de slag voor lokaal sportakkoord november 2019: lokaal sportakkoord ondertekend

Raadsbrief

2019-89: Lokaal Sportakkoord Bijlage: Lokaal Sportakkoord Dinkelland publieksversie Bijlage: Lokaal sportakkoord Leesversie

- Uitvoering Samen Scholen 2030 en uitvoering Scenariokeuze huisvesting basisonderwijs Denekamp Omschrijving / op te leveren resultaat Wij houden het rapport Samen Scholen 2030 actueel. (Herkennen de behoefte om in elke kern een onderwijsvoorziening te houden) Wij ondersteunen de denkrichting van twee onderwijslocaties in Denekamp Op te leveren:  Actueel houden van rapport Samen Scholen 2030 en al dan niet aanpassen  Onderzoek scenariokeuze huisvesting basisonderwijs Denekamp: advies over toekomstige huisvesting onderwijs Denekamp Behaalde mijlpalen 2021  Er is een start gemaakt met het onderzoeken van de financiële haalbaarheid. 2020  Wij houden Samen Scholen 2030 voortdurend actueel.  Op 26 februari 2020 is er een vervolgoverleg geweest met alle betrokken partijen. Hierover hebben wij uw raad geïnformeerd middels raadsbrief nummer 10 van 9 maart 2020.  In maart heeft Konot een onderzoeksopdracht gegeven om te komen tot planvorming conform de voorwaarde in het raadsbesluit van 26 november 2019. Hierbij wordt uitgegaan van twee locaties voor het gehele Primair Onderwijs in de kern Denekamp.  De schoolbesturen Konot, Consent en TCC hebben het gesprek over onderwijsinhoud met elkaar weer opgepakt zodat dit gelijk oploopt met het onderzoek over de locaties.  Op 22 juni 2020 heeft er een vervolgoverleg plaatsgevonden met de schoolbesturen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/484/documents/15739