Omgevingsplan Grotestraat 4 Rossum Bijlagen bij de motivering_Bijlage 8 Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
Verspreiding en functie: vliegroute Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij lantaarnpalen en gevels van woningen. Het onderzoeksgebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen.
27
Quickscan Flora & Fauna Grotestraat 4, Rossum
25-2-2025
Wettelijke consequenties Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een vleermuis verstoord of gedood en wordt mogelijk een vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield. Er wordt geen essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute aangetast. Verblijfplaatsen van vleermuizen mogen alleen verstoord, verwond of gedood worden indien daarvoor een omgevingsvergunning is verkregen. Om de functie van de bebouwing voor vleermuizen vast te kunnen stellen is specifiek vervolgonderzoek vereist. Een volledig onderzoek, conform het vleermuisprotocol, bestaat uit minimaal vijf bezoeken aan het onderzoeksgebied in de periode van 15 mei tot en met september. Om een eventuele omgevingsvergunning voor het beschadigen/vernielen van een verblijfplaats van vleermuizen of het verstoren van een vleermuis te kunnen krijgen, moet er sprake zijn van een wettelijk belang, zoals opgenomen in de Habitatrichtlijn.
Conclusie Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot wettelijke consequenties voor vleermuizen. Een nader onderzoek naar vleermuizen is verplicht. Vogels
Verspreiding en functie Op basis van het veldbezoek, verspreidingsatlassen en NDFF wordt het onderzoeksgebied als functioneel leefgebied voor verschillende vogelsoorten beschouwd en er zijn waarnemingen bekend van onder andere de buizerd
en
gierwaluwen
(NDFF,
2019-2024).
Vogelsoorten
gebruiken
het
onderzoeksgebied
als
foerageergebied en mogelijk nestelen verschillende vogelsoorten aan de bebouwing en in de beplanting. Vogelsoorten die mogelijk in het onderzoeksgebied nestelen zijn heggenmus, huismus, houtduif, gierzwaluw en merel. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten van vogelsoorten waargenomen. Wel bevat de bebouwing aan de oostzijde dakpannen met ruimte ertussen. Ook zit er ruimte tussen de loodslab en de schoorsteen en tussen de kant- en nokpannen en windveer. Dit biedt mogelijkheden voor gebouwbewonende soorten zoals de huismus en gierzwaluw om te nestelen. In het onderzoeksgebied zijn geen aanwijzingen gevonden dat roofvogels en/of uilen er een vaste rust- of voortplantingsplaats bezetten. Vaste rust- en voortplantingsplaatsen van roofvogels en uilen zijn doorgaans eenvoudig vast te stellen aan de hand van schijtsporen, braakballen en ruiveren op de grond onder de zitplaats. Het agrarische perceel naast de bebouwing wordt niet als geschikt beschouwd voor vogels om te broeden wegens het intensieve beheer. Wettelijke consequenties
Huismus en gierzwaluw Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een bezet vogelnest beschadigd, vernield en/of verstoord. In het onderzoeksgebied nestelen mogelijk vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond zijn beschermd. Om deze nesten te verstoren, beschadigen of vernielen is een vergunning nodig. Om de functie van de bebouwing voor huismussen en gierzwaluwen vast te kunnen stellen is specifiek vervolgonderzoek vereist. Een volledig onderzoek, conform het Kennisdocument, bestaat uit minimaal 2 bezoeken tussen 1 april en 20 juni voor de huismus en 3 bezoeken tussen 1 juni en 15 juli voor de gierzwaluw.
Overige soorten Voor de overige nestelende vogelsoorten in het onderzoeksgebied, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van
28
Quickscan Flora & Fauna Grotestraat 4, Rossum
25-2-2025
vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is september-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Om dit te voorkomen dient dan een broedvogelscan te worden uitgevoerd. De functie van het onderzoeksgebied als foerageergebied neemt mogelijk tijdelijk af, maar dit leidt niet tot wettelijke consequenties.
Conclusie Nader onderzoek naar de huismus en gierzwaluw verplicht; Uitvoeren voorgenomen activiteiten buiten de voortplantingsperiode (of broedvogelscan uitvoeren). Overige soorten Het onderzoeksgebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning is niet noodzakelijk.
5.4.
Slotconclusie
In tabel 5.1 en tabel 5.2 worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven.
29
Quickscan Flora & Fauna Grotestraat 4, Rossum
25-2-2025
Tabel 5.1: Samenvatting van de wettelijke consequenties Soortgroep
Functie
Beschermde
Verbodsbepalingen
soorten
(Omgevingswet)
Aandachtspunt
onderzoeksgebied
Amfibieën
Foerageergebied
Diverse soorten
Niet van toepassing; vrijstelling
Geen
i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling
Amfibieën
(Winter)rustplaats
Diverse soorten
Niet van toepassing; vrijstelling
Geen
i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling
Amfibieën
Voortplantingsplaats
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Geen
Amfibieën
Doden van dieren
Diverse soorten
Art. 11.54 lid 1a
Geen dieren doden: Eén richting op werken en buiten de kwetsbare periode werken
Flora
Standplaats
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Geen
Grondgebonden zoogdieren
Foerageergebied
Diverse soorten
Niet van toepassing; vrijstelling
Geen
Grondgebonden zoogdieren
Vaste
Grondgebonden zoogdieren
Doden van dieren
Ongewervelden
Vaste
i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling rust-
en
Diverse soorten
voortplantingsplaats
Niet van toepassing; vrijstelling
Geen
i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Diverse soorten
Art. 11.54 lid 1a
Geen dieren doden: Eén richting op werken en buiten de kwetsbare periode werken
rust-
en
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Geen
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Geen
Mogelijk aanwezig
Art 11.46 lid 1d
Nader onderzoek
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Geen
voortplantingsplaats
Ongewervelden
Doden van dieren
Vleermuizen
Rust-
of
voortplantingsplaats
Vleermuizen
Essentieel
vleermuizen verplicht
foerageergebied
Vleermuizen
Essentiële vliegroute
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Geen
Vleermuizen
Doden van dieren
Mogelijk
Art 11.46 lid 1a
Geen
Vogels
Foerageergebied
Diverse soorten
Niet van toepassing; vrijstelling
Geen
i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling
Vogels
Bezette nesten (niet
Diverse soorten
Art. 11.37 lid 1b
jaarrond beschermd)
Werken buiten voortplantingsperiode of broedvogelscan uitvoeren
Vogels
Jaarrond
beschermde
Mogelijk aanwezig
Art 11.37 lid 1b
Diverse soorten
Art. 11.37 lid 1a
nest- en rustplaats
Vogels
Doden van dieren
Nader onderzoek huismus en gierzwaluw verplicht Werken buiten voortplantingsperiode of broedvogelscan uitvoeren
Overige florafaunasoorten
30
en
Dieren en functies
overige
Niet aanwezig
Quickscan Flora & Fauna Grotestraat 4, Rossum
Niet van toepassing
25-2-2025
Geen
Tabel 5.2: Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per soortgroep Soortgroep
Vaste rust
Voort-
Essentiële
Essentieel
Wettelijke
Nader
Omgevingsvergunnin
plaats/
plantings-
vliegroute
foerageer-
consequenties
onderzoek
g vereist
standplaat
plaats
(vleer-
gebied
s
vereist
muizen)
Amfibieën
Ja
Nee
n.v.t.
Nee
Ja
Nee
Flora
Nee
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Nee
Nee
Nee
Grondgebonden zoogdieren
Ja
Ja
n.v.t.
Nee
Ja
Nee
Nee, tenzij dieren gedood worden
Ongewervelden
Nee
Nee
n.v.t.
Nee
Nee
Nee
Nee
Vleermuizen
Ja
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Nader onderzoek naar
Nee, tenzij dieren gedood worden
functie van bebouwing verplicht
Vogels
Ja
Ja
n.v.t.
Nee
Ja
Ja
Nader onderzoek naar huismus en gierzwaluw verplicht
31
Quickscan Flora & Fauna Grotestraat 4, Rossum
25-2-2025
6.
Houtopstanden
Wegens de ligging van het onderzoeksgebied binnen de bebouwingscontour van houtkap is de bomenverordening van de gemeente Dinkelland van toepassing. Er dient te worden nagegaan of regels zijn opgesteld in het omgevingsplan over het vellen van houtopstanden van de betreffende gemeente. Indien er een vergunning nodig is, dient, afhankelijk van de gemeente, een Bomen Effect Analyse en een Boomwaardebepaling te worden uitgevoerd. Eveneens geldt er een herplantplicht voor de bomen die gerooid worden. In hoeverre deze plicht geldt, is ook afhankelijk van de desbetreffende gemeente.
32
Quickscan Flora & Fauna Grotestraat 4, Rossum
25-2-2025
7. Conclusies en advies Gebiedsbescherming Voorgenomen activiteiten leiden niet tot consequenties met betrekking tot provinciaal beschermde gebieden ten aanzien van provinciaal beleid; Een negatief effect van fysieke activiteiten op Natura 2000-gebied kan op basis van voorliggende studie uitgesloten worden; Een negatief effect van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied kan op basis van voorliggende studie niet uitgesloten worden. Geadviseerd wordt om een stikstofdepositieberekening te laten uitvoeren. Soortenbescherming Nader onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw verplicht; De in het onderzoeksgebied voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën staan op de provinciale vrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen. Er hoeft geen omgevingsvergunning te worden aangevraagd; Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties voor beschermde plantensoorten en beschermde ongewervelden; Voor de aanwezige overige vogelsoorten geldt dat het uitvoeren van voorgenomen activiteiten buiten de broedperiode moet plaatsvinden of er dient een broedvogelscan te worden uitgevoerd; Er dient te allen tijde gewerkt te worden conform de specifieke zorgplicht. Houtopstanden Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van houtopstanden.
Kwetsbare periode Uitvoering van voorgenomen activiteiten dient buiten de kwetsbare periode van de desbetreffende soorten plaats te vinden. In tabel 7.1 staan de indicatieve kwetsbare periodes per soortgroep weergegeven welke van toepassing zijn in het onderzoeksgebied. De tabel geeft slechts indicatieve kwetsbare periodes weer. Dit kan dus in werkelijkheid afwijken door weersomstandigheden. Tabel 7.1: Indicatieve kwetsbare periodes per soortgroep
Soorten
Type verblijf
Vleermuizen
Voortplanting
jan
feb
mrt apr
mei jun
jul
aug sep okt
nov dec
Zomerverblijf Grondgebonden
Voortplanting
zoogdieren Winterverblijf Vogels
Broedseizoen
Amfibieën
Voortplanting Zomerverblijf Winterverblijf
Kwetsbare periode (kan afwijken, afhankelijk van klimatologische omstandigheden) Afhankelijk van klimatologische omstandigheden of de periode kwetsbaar is of niet (Meest) geschikte periode (kan afwijken, afhankelijk van klimatologische omstandigheden)
33
Quickscan Flora & Fauna Grotestraat 4, Rossum
25-2-2025
8.
Bronnen
AERIUS. (2020). AERIUS-Calculator. Opgehaald van aerius.nl: www.aerius.nl Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen J.B.M. (2016), Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. -Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Centre & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. BIJ12 (2017). Kennisdocument. BIJ12, versie 1.0. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (2009). De amfibieën en reptielen van Nederland, - Nederlandse fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey -Nederland, Leiden. Floron (2011). Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora, Knnv Uitgeverij, Utrecht. Limpens, H., K. Mostert en W. Bongers (1997). Atlas van de Nederlandse Vleermuizen. Utrecht: KNNV Uitgeverij. Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3. SOVON Vogelonderzoek Nederland (2002). Atlas van de Nederlandse broedvogels, - Nederlandse fauna 5. Leiden, Nederland: KNNV Uitgeverij & European invertebrate Survey – Nederland. Grote bosmuis | De Zoogdiervereniging Soort- en gebiedsinformatie: www.eurobats.org www.natura2000.nl www.nederlandsesoorten.nl www.pdok.nl www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl Omgevingsverordening Waarnemingen: ndff-ecogrid.nl
34
Quickscan Flora & Fauna Grotestraat 4, Rossum
25-2-2025
Bijlagen
Bijlage 1: Foto’s
Bijlage 2: Toelichting Omgevingswet aanvullingswet natuur Drie beschermingsregimes De Omgevingswet kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of vergunning van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een vergunning of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een vergunning worden verleend.
Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘ja, mits’ principe De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Omgevingswet sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of vergunning verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. (Specifieke) zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.
Vrijstelling regelgeving Onder de Omgevingswet is niet altijd een vergunning nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van tevoren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Omgevingswet zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet en Wet natuurbescherming kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Omgevingswet beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet en Wet natuurbescherming nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet en Wet natuurbescherming blijft ook onder de Omgevingswet geldig, voor de duur van de goedkeuring.
Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Omgevingswet. Vervolgens wordt de gedragscode aangewezen als onderdeel van de Omgevingsregeling. Deze aanwijzing geldt vanaf 1 januari 2025. Welke soorten zijn beschermd? De Omgevingswet kent drie categorieën beschermde soorten: Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn; Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn; Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Tabel B2.1: Verbodsbepalingen Omgevingswet Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime andere
Vogelrichtlijn §11.2.2
Habitatrichtlijn §11.2.3
soorten §11.2.4
Art. 11.37 lid 1a
Art. 11.46 lid 1a
Art. 11.54 lid 1a
Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen
Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art. 11.37 lid 1b Het is verboden opzettelijk nesten,
Art. 11.46 lid 1d Het is verboden de
Art. 11.54 lid 1b Het is verboden de vaste
rustplaatsen en eieren van vogels opzettelijk te vernielen of te beschadigen of nesten van vogels
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of vernielen
voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren opzettelijk te beschadigen of vernielen
Art. 11.37 lid 1c
Art. 11.46 lid c
Niet van toepassing
Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Art. 11.37 lid 1d
Art. 11.46 lid b
weg te nemen
Niet van toepassing
Het is verboden vogels opzettelijk te
Het is verboden dieren opzettelijk te
storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de
verstoren
desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing
Art. 11.46 lid e
Art. 11.54 lid 1c
Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te
Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken en te verzamelen, af te
verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
snijden, te ontwortelen of te vernielen
Begrippen Onderstaand zijn enkele begrippen weergegeven vanuit bovenstaande verbodsbepalingen.
Verstoren De mate van ‘storen’ hangt per soort af van: •
Intensiteit van de verstoring
•
Duur van de verstoring
•
Frequentie van de verstoring
•
Het effect van de verstoring op de staat van instandhouding van de soort
Vangen Niet al het vangen valt gelijk onder de vergunningplicht. Het doel van de vergunningplicht voor het vangen is om soorten te beschermen. Om te beoordelen of sprake is van vergunningplicht is niet alleen dat doel maar ook het doel van het vangen aan de orde. Neem bijvoorbeeld het vangen van amfibieën tijdens de voorjaarstrek om ze over de weg te zetten. Het vangen heeft als doel om overrijden te voorkomen. Dat vangen is niet vergunningplichtig.
Opzettelijk Onder ‘opzettelijk’ valt ook ‘voorwaardelijke opzet’. Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of een plant. Zoals de vangst of de dood van dieren of het vertrappen of ontwortelen van planten. Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 11.54 lid 1a van de Omgevingswet, is het toegestaan de onderstaande soorten weg te vangen (om doden te voorkomen) en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: De ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; Het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.
Tabel B2.2: Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het
Friesland
Gelderland
Groningen
Limburg
Noord-Brabant
Noord-Holland
Overijssel
Utrecht
Zeeland
Zuid-Holland
(AMvB Ministerie
Microtus agretis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bosmuis*
Apodemus sylvaticus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bunzing
Mustena putorius
x
x
Dwergmuis
Micromys minutes
x
x
X
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Egel
Erinaceus europaeus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
Gewone bosspitsmuis
Sorex ananeus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Haas
Lepus europeus
x
x
x
x
x
x
x
x
X5
x
x
Hermelijn
Mustela erminea
X5
x
x
Huisspitsmuis*
Crocidura russula
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Konijn
Oryctolagus cuniculus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
X5
x
x
Molmuis
Arvicola scherman
Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
x
x
Ree
Capreolus capreolus
x
x
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
x
x
Steenmarter
Martes fiona
Wetenschappelijke naam
Grondgebonden zoogdieren
Tweekleurige
x
X5
x1 x
x
x
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x2
Sorex coronatus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Veldmuis*
Microtus arvalis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Vos
Vulpes vulpes
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Wezel
Mustela nivalis
x
x
x
x
Wild zwijn
Sus scrofa
Woelrat
Arvicola terrestris
bosspitsmuis
X5
x
x
Amfibieën en reptielen
x
x
x
DR
FL
FR
x
x
x
x
x
x
x
x
x
GD
GR
LB
NB
NH
OV
UT
ZL
ZH
MLNV
Bruine kikker
Rana temporaria
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Gewone pad
Bufo bufo
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Hazelworm
Anguis fragilis
Kleine watersalamander
Triturus vulgaris
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
Meerkikker
Pelophylax ridibundus
Middelste groene kikker
Pelophylax
/ Bastaardkikker
esculentus
x3 x x4
klepton
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
3.31)
Flevoland
Aardmuis
Nederlandse naam
RN art. LNV
Drenthe
kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd
* voor deze soorten daarnaast algemene vrijstelling in/op gebouwen en bijbehorende erven of roerende zaken (Omgevingswet art. 11.54 lid 2a) x1 = vrijstelling geldt in de periode maart-april en juli tot en met november x2 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met februari x3 = vrijstelling geldt in de periode juli, augustus en september x4 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met 15 oktober Opmerking bij Friesland: Er gelden allerlei aanvullende voorschriften aan de vrijstelling mbt doden, vangen, vrijlaten en beschadigen of vernielen van verblijfplaatsen.