Lemselermaten_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Datum: Status: Identificatienummer:
ontwerp NL.IMRO.9923.ipLemselermaten-on01
Het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) Lemselermaten is opgesteld door:
en:
In samenwerking met:
Samen economisch sterker, met de kracht van de natuur Overijssel telt 24 natuurgebieden die zo bijzonder zijn, dat ze zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-programma stelt ons in staat om samen te werken aan het behoud en herstel van kwetsbare natuur. Dat is geen luxe, maar pure noodzaak. Provincie, andere overheden en natuur- en belangenorganisaties hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de kwaliteit van het leefgebied van zeldzame dieren en planten te verbeteren, voor nu en in de toekomst. Met maatwerk maken we de natuur veerkrachtig en weerbaar tegen invloeden van buiten, zoals verdroging en de uitstoot van stikstof. Waar nodig wordt de bestemming en/of het gebruik gewijzigd en planologisch vastgelegd in een ruimtelijk plan. De maatregelen kunnen effect hebben op de gronden in de directe omgeving van de Natura 2000-gebieden. Samen met de grondeigenaren zorgen we voor een passende oplossing voor hun toekomst.
Meer informatie over Provinciale Inpassingsplannen Natura 2000? Kijk ook op: www.overijssel.nl/natura2000Of neem contact op via: natura2000pip@overijssel.nl onder vermelding van het betreffende Natura 2000-gebied.
Inhoudsopgave
Toelichting
4
Hoofdstuk 1
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Inleiding Ligging en begrenzing plangebied Wettelijke context Programma Ontwikkelopgave Natura 2000 Gebiedsproces van het plangebied Leeswijzer
5 6 7 9 12 14
Hoofdstuk 2
Wetgeving en beleid
15
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Inleiding Europese wetgeving en beleid Nationale wetgeving en beleid Provinciaal beleid Waterschapsbeleid Gemeentelijk beleid
15 15 16 20 23 24
Hoofdstuk 3
Gebied en planbeschrijving
27
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Inleiding Ontstaan en huidige situatie van het plangebied Planologische situatie Gebiedsopgave Omschrijving Inrichtingsplan
27 27 28 30 33
Hoofdstuk 4
Overige beleid- en onderzoeksaspecten
37
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
Inleiding Milieu Water Ecologie Archeologie Cultuurhistorie en landschap Explosieven Sociaal economische effecten
37 37 46 47 48 50 51 52
Hoofdstuk 5
Juridische planopzet
54
5.1 5.2 5.3 5.4
Plansystematiek inpassingsplan algemeen Standaarden en opbouw Parapluplan-deel Inpassingsplan Toelichting op de artikelen
54 54 55 55
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
59
6.1 6.2 6.3
Juridische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
59 59 61
NL.IMRO.9923.ipLemselermaten-on01
3
Toelichting
P I P Lemselermaten
4
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Inleiding
Overijssel is prachtig om te wonen, werken en recreëren. De komende jaren werkt het programma Ontwikkelopgave Natura 2000 van de provincie Overijssel samen met de partners van ‘Samen werkt beter’ aan het behoud en herstel van kwetsbare natuur. De natuur staat onder druk, momenteel meer dan ooit. Daarom werken we aan de natuur in onze provincie: in 24 beschermde natuurgebieden in Overijssel – de Natura 2000-gebieden – versterken we unieke, maar kwetsbare natuur. We voeren verschillende werkzaamheden uit om deze natuur als leefgebied te behouden voor allerlei bijzondere dieren en planten. Om daarmee een steentje bij te dragen aan het behouden en vergroten van de biodiversiteit. En dat doen we juist ook voor én met de inwoners van onze provincie. Inwoners zoals agrariërs, die een goede boterham moeten blijven verdienen op een manier waarbij een diverse natuur en een duurzame landbouw samengaan. Uitgangspunt van de ontwikkelopgave is dat naast het behalen van de natuurdoelen in het Natura 2000-gebied, effecten van de maatregelen voor agrarische ondernemers zoveel mogelijk worden voorkomen. En als dat niet gaat, dan zullen deze effecten worden gemitigeerd dan wel gecompenseerd. Hiermee moet achteruitgang van de landbouwstructuur zo veel mogelijk worden voorkomen.
Voor de 24 Natura 2000-gebieden worden de benodigde maatregelen voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden verder uitgewerkt. De benodigde maatregelen passen veelal niet binnen de geldende bestemmingsplannen, hierdoor is er een nieuw ruimtelijk plan noodzakelijk. Om deze reden is dit inpassingsplan opgesteld. Dit inpassingsplan richt zich op het Natura 2000-gebied "Lemselermaten". In onderstaande figuur zijn alle Natura 2000-gebieden binnen de provincie Overijssel weergegeven. Het genoemde Natura 2000-gebied bevindt zich aan de oostelijke grens van de provincie
Figuur 1-1 De 24 Overijsselse Natura 2000-gebieden (Bron: www.overijssel.nl)
NL.IMRO.9923.ipLemselermaten-on01
5
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het Natura 2000-gebied "Lemselermaten" ligt ten zuidoosten van Weerselo, tussen de Weerselerbeek aan de noordkant en de Dollanddijk in het zuiden. De Dollandbeek stroomt door het zuidelijk deel van het Natura 2000-gebied. Aan de noordwestrand van het gebied komt deze samen met de Weerselerbeek. De Glipsdijk vormt de noordoostgrens en de Rutermedenweg de westgrens van het Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied beslaat een oppervlakte van 56 ha en is daarmee ten opzichte van andere Natura 2000-gebieden in Overijssel een relatief klein gebied.
Figuur 1-2 Begrenzing Natura 2000-gebied “Lemselermaten" Op basis van het Inrichtingsplan (zie bijlage 1 bij deze toelichting) en de daarin beschreven maatregelen zijn de toelichting, de regels en de verbeelding van dit inpassingsplan opgesteld. Het plangebied bestaat uit: 1. de percelen waar op basis van het Inrichtingsplan maatregelen nodig zijn én waarvoor een planologische wijziging nodig is om de maatregelen mogelijk te maken, dan wel getroffen maatregelen te beschermen; 2. enkele nu nog agrarisch bestemde percelen, die op basis van een natuurbeheerpakket worden beheerd en als natuur worden gebruikt, maar die nog niet een natuurbestemming hebben gekregen; deze worden nu ook meegenomen, ook al zijn deze geen deel van het Inrichtingsplan; 3. een zone rondom het Natura 2000-gebied met de gebiedsaanduiding 'Aandachtszone hydrologie ': ingrepen binnen deze zone kunnen hydrologische gevolgen hebben voor het waterhuishoudkundige systeem in het natuurgebied. Voor dergelijke ingrepen is, mogelijk, een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In een bestemmingsplan mogen geen onderwerpen worden opgenomen die al uitputtend in de Wnb zijn geregeld. De planregels die gelden binnen deze aandachtszone bevatten dan ook geen ge- of verboden, maar dienen als een extra planologische stok achter de deur.
Voor deze zone gaat het inpassingsplan als een 'paraplu plan' gelden, in die zin dat een gebiedsaanduiding 'Aandachtszone - hydrologie' wordt opgenomen, die een aanvullende werking heeft op de onderliggende vigerende bestemmingsplannen, die verder geheel in werking blijven. In onderstaande afbeelding is de begrenzing van het plangebied weergegeven:
P I P Lemselermaten
6
Figuur 1-3 verbeelding inpassingsplan Doel van dit inpassingsplan is om de maatregelen en effecten van de maatregelen planologisch-juridisch mogelijk te maken en te borgen.
1.3
Wettelijke context
De wettelijke context voor de herinrichting van het plangebied en dit inpassingsplan wordt gevormd door Natura 2000. Natura 2000 De biodiversiteit in Europa gaat al jaren snel achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en daarom heeft natuurbescherming vorm gekregen in Europees verband door middel van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Naar aanleiding hiervan zijn er Natura 2000-gebieden aangewezen. In Nederland zijn dit er ongeveer 160, waarvan er 24 in Overijssel liggen.
NL.IMRO.9923.ipLemselermaten-on01
7
De Natura 2000-gebieden in de provincie Overijssel liggen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN bestaat uit een samenhangend netwerk van gebieden met natuurwaarden. Realisatie en bescherming van het NNN is belangrijk voor het behoud, de bescherming en de ontwikkeling van de biodiversiteit, oftewel de rijkdom aan plant- en diersoorten. Het NNN is ook van betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving, voor een goed vestigingsklimaat voor wonen en werken en voor de regionale economie in Overijssel.
Figuur 1-4 NatuurNetwerk Nederland bij "Lemselermaten". De Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn in Nederland vertaald in de Wet natuurbescherming. Op basis van deze wet moeten het Rijk en/of de provincies voor alle Natura 2000-gebieden een beheerplan vaststellen. In deze beheerplannen wordt ingegaan op de huidige situatie van de gebieden en de beoogde instandhoudingsdoelstellingen. De instandhoudingsdoelstellingen zijn door het Rijk vastgesteld in zogenaamde aanwijzingsbesluiten. In de beheerplannen zijn maatregelen opgenomen om de instandhoudingsdoelstellingen te behalen. Deze maatregelen moeten (voor een groot deel) binnen zes jaar na vaststelling van het beheerplan worden uitgevoerd. Per 1 juli 2015 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in werking getreden. Stikstof is schadelijk voor de natuur. Ten behoeve van het PAS zijn PAS-gebiedsanalyses vastgesteld voor Natura 2000-gebieden met stikstof gevoelige habitattypen en (leefgebieden van) soorten. In deze gebiedsanalyses wordt ingegaan op de huidige situatie van de gebieden en de beoogde instandhoudingsdoelstellingen in relatie tot stikstof. Realisatie van de PAS-maatregelen in en nabij de Natura 2000-gebieden draagt bij aan een goede balans tussen enerzijds behoud en herstel van natuurlijke kwaliteiten en anderzijds de economische ontwikkeling in de omgeving van deze Natura 2000-gebieden.
De uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 heeft een streep gezet door de vergunningverlening-systematiek gebaseerd op het PAS. Geoordeeld is dat de zogenaamde 'hypotheek op de toekomst' (de vergunningen verlenen voordat de natuurherstelmaatregelen zijn uitgevoerd en de stikstofdepositie naar beneden is gebracht) niet is toegestaan. De Raad van State oordeelt dat de natuurgebieden eerst hersteld moeten worden. De uitspraak van de Raad van State benadrukt het belang van de uitvoering van de natuurherstelmaatregelen. Zoals eerder aangegeven staan de natuurherstelmaatregelen beschreven in de beheerplannen. De herstelmaatregelen uit de PAS-gebiedsanalyses zijn in deze beheerplannen opgenomen. Het beheerplan vormt hiermee het kader voor alle natuurherstelmaatregelen. Door de uitspraak van de Raad van State zijn dus de PAS-maatregelen
P I P Lemselermaten
8
niet komen te vervallen. Uitvoering hiervan is nog steeds noodzakelijk.
1.4
Programma Ontwikkelopgave Natura 2000
Voor 2011 was het Rijk verantwoordelijk voor het beschermen en realiseren van het NNN. Sinds in 2011 het bestuursakkoord Decentralisatie Natuurbeheer is gesloten zijn de provincies hiervoor verantwoordelijk. De maatregelen uit de beheerplannen moeten voor een groot deel binnen zes jaar na vaststelling van het beheerplan zijn gerealiseerd. Daarnaast staat de provincie voor een groot deel aan de lat voor de verdere realisatie van de NNN. Dit betekent dat er een aanzienlijke opgave voor natuurbescherming en -ontwikkeling ligt voor de provincie Overijssel. Om deze reden heeft de provincie Overijssel het programma ‘Ontwikkelopgave Natura 2000’ opgestart.
1.4.1 Typen maatregelen
Binnen de Ontwikkelopgave Natura 2000 wordt onderscheid gemaakt tussen dwingende en vrijwillige maatregelen. Vrijwillige maatregelen zien op de verdere realisatie van het NNN (zogenaamde verbetervoorstellen). Dwingende maatregelen zijn maatregelen die uitgevoerd moeten worden in het kader van de beheerplannen. De beoogde maatregelen zijn opgedeeld in interne en externe maatregelen. Interne maatregelen worden binnen de bestaande natuurgebieden (dit is niet per definitie gelijk aan de begrenzing van de bestaande natuurgebieden) uitgevoerd en zijn met name gericht op herstel van de habitattypen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om plaggen, de herinrichting van beken of het verhogen van het waterpeil. Daarnaast is het noodzakelijk om maatregelen te nemen op de naastgelegen (landbouw)gronden in de uitwerkingsgebieden (dit zijn gronden binnen en buiten de Natura 2000-begrenzing). Dit zijn de 'externe maatregelen'. Binnen de provincie Overijssel gaat het om ongeveer 4.200 hectare, verspreid over de verschillende Natura 2000-gebieden. Deze externe maatregelen zijn veelal gericht op het verbeteren van de hydrologische condities van de omliggende gronden van het natuurgebied, het beperken van de bemestingseffecten of een combinatie ervan.
1.4.2 Samen Werkt Beter en de gebiedsprocessen
Op 29 mei 2013 hebben vijftien Overijsselse organisaties het akkoord ‘Samen werkt beter’ ondertekend. Deze organisaties zetten zich gezamenlijk in om de ecologie de komende tijd te versterken en nieuwe kansen te creëren door samenwerking en vernieuwing. Het samenwerkingsverband bestaat uit: Landschap Overijssel, LTO Noord, Natuur en Milieu Overijssel, Natuurlijk Platteland Oost, Natuurmonumenten, Overijssels Particulier Grondbezit, Provincie Overijssel, RECRON, Staatsbosbeheer, VNG Overijssel, VNO NCW Midden, Waterschap Drents Overijsselse Delta, Waterschap Rijn en IJssel en Waterschap Vechtstromen. Per Natura 2000-gebied is een gebiedsproces opgestart voor de realisatie van de benodigde externe maatregelen in de uitwerkingsgebieden. Deze gebiedsprocessen worden (per gebied) door één van de 'Samen werkt beter' partners getrokken. Tijdens het gebiedsproces zijn alle benodigde maatregelen verder onderbouwd en geconcretiseerd en afgestemd met de grondeigenaren en andere belanghebbenden in het gebied. De uitkomsten zijn verwerkt in een Inrichtingsplan. Het inrichtingsplan wordt vervolgens juridisch-planologisch vertaald in een Provinciaal Inpassingsplan. In dit gebied lopen in het gebiedsproces ook de interne maatregelen mee. Zo ontstaat er één plan voor alle maatregelen.
1.4.3 Het beschikbaar krijgen van gronden en vergoedingensystematiek
Voor het natuurherstel in Natura 2000 gebieden worden voor de externe maatregelen inrichtingsplannen opgesteld, die als bijlage bij het PIP vastgesteld worden. Het is belangrijk dat de grond waarop deze inrichting en het daaropvolgende beheer plaats moet vinden tijdig beschikbaar komt. Ten behoeve van de realisering van de bestemmingen en het bereiken van de doelen is het
NL.IMRO.9923.ipLemselermaten-on01
9
belangrijk dat de grond beschikbaar komt voor de noodzakelijke inrichting en het na de inrichting te voeren beheer. De projectleider van het gebiedsproces zorgt ervoor dat de grondeigenaar goed geïnformeerd is over de uit te voeren inrichtingsmaatregelen, de effecten op de eigendom en de mogelijke onderzoeken die zijn uitgevoerd. Vaak vinden er ook keukentafelgesprekken plaats. De wijze waarop communicatie en participatie heeft plaatsgevonden in dit gebiedsproces, is verderop in dit PIP te lezen. De provincie overlegt in een vroegtijdig stadium met de meeste eigenaren (en eventueel gebruikers) van de gronden waar inrichtingsmaatregelen worden getroffen of waar sprake is van een zodanig gewijzigde bestemming dat het huidig gebruik, ook met een bepaalde aanpassing, niet meer mogelijk is. Daarnaast overlegt de provincie ook met eigenaren rondom het gebied, die beperkingen zullen ervaren door de wijziging van de bestemming en de wijziging van de inrichting, bijvoorbeeld als er sprake is van vernatting. Deze gesprekken zijn meestal al gestart ver voor de terinzagelegging van het ontwerp van het PIP. De provincie probeert op minnelijke wijze tot een passende afspraak te komen met de eigenaren. Deze passende afspraak kan inhouden dat er tussen de provincie en de eigenaar de afspraak wordt gemaakt dat de eigenaar meewerkt aan het inrichten van zijn grond.
Onderdeel van deze afspraak is dat de eigenaar naderhand het beheer voor zijn rekening neemt. De eigenaar wordt bij het maken van de afspraak gecompenseerd voor optredende schade. Afhankelijk van de beschikbaarheid van compensatiegrond kunnen gronden ook geruild worden. De provincie verkrijgt de gronden binnen het Inrichtingsplan en de eigenaar verkrijgt buiten het plan gronden ten behoeve van zijn agrarische bedrijfsvoering, al dan niet met een aanvullende compensatie voor de resterende schade. Soms komt daarbij ook bedrijfsverplaatsing in beeld. Een andere optie is dat de eigenaar zijn grond verkoopt aan de provincie, waar hij een schadevergoeding voor ontvangt. Welke oplossing de juiste is, bepaalt de provincie na overleg met de eigenaren. De inrichtingsmaatregelen, maar ook de wijziging van gebruik op basis van de bestemming en het inrichtingsplan, zijn niet vrijblijvend. Wanneer het niet lukt om er minnelijk (vrijwillig) met de eigenaar uit te komen, wordt er een dwingend instrument ingezet. De manier waarop dat gebeurt is afhankelijk van de zwaarte van de inrichtingsmaatregelen, de aard van deze maatregelen en de (on)mogelijkheden om de gronden effectief te blijven inzetten voor landbouwkundig gebruik.
De provincie kan daarbij drie instrumenten inzetten: de provincie kan handhaven op grond van de Wet natuurbescherming en de Wet ruimtelijke ordening; de provincie kan een gedoogplicht op grond van de Wet natuurbescherming opleggenvoor het uitvoeren van maatregelen op basis van het Inrichtingsplan en PIP; de provincie kan in gevallen waarbij de grond niet meer effectief in te zetten is voor landbouwkundig gebruik onteigening toepassen. De hoogte van de vergoeding De hoogte van de schadevergoeding is afhankelijk van het type maatregel dat getroffen wordt en de effecten daarvan, de bestemming en ook van de wettelijke basis. De hoogte van de schadevergoeding wordt bepaald aan de hand van twee wettelijke regelingen. De Regeling nadeelcompensatie Ontwikkelingsopgave 2017 of planschade op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Deze regeling wordt toegepast in die gevallen dat sprake is van een gewijzigde bestemming of beperkingen die handhaafbaar zijn of indien de provincie een gedoogplicht oplegt. De Onteigeningswet. Deze regeling wordt toegepast in die gevallen als sprake is van een andere bestemming of waarbij de inrichtingsmaatregelen fors ingrijpen op de gebruiksmogelijkheden en in redelijkheid geen mogelijkheid meer is voor agrarische bedrijfsvoering. Wie bepaalt welk schadevergoedingsinstrument schade?
van toepassing is en de hoogte van de
De provincie heeft onafhankelijke gecertificeerde rentmeesters/taxateurs geworven. Deze krijgen de opdracht om met de eigenaar contact op te nemen met als doel de verwachte schade vooraf te vergoeden en daarmee de gronden beschikbaar te krijgen voor het treffen van inrichtingsmaatregelen en de instandhouding te waarborgen. Het begint vaak met en gesprek aan de keukentafel van de eigenaar waarbij de rentmeester het hoe en waarom van zijn komst uitlegt. De rentmeester beoordeelt welk
P I P Lemselermaten
10
schadevergoedingsinstrument van toepassing is en taxeert de verwachte schade. Hij neemt daarbij alle beschikbare inhoudelijke informatie over de maatregelen en de effecten daarvan mee in zijn taxatie. Aan de eigenaar wordt geadviseerd om zich te laten bijstaan door een eigen deskundige die goed thuis is in schadevergoedingen en die namens de eigenaar optreedt.
1.4.4 Fasering gebiedsproces
Om grip te krijgen op de ontwikkeling en uitvoering is het gebiedsproces opgedeeld in vier fasen, namelijk: verkenning, planvorming, realisatie en beheer. 1. De verkenningsfase is inmiddels voor nagenoeg alle van de gebieden afgerond. In deze fase zijn verkenningen opgesteld. Hierin zijn de eisen, wensen, problemen en mogelijke oplossingen, betrokken partijen en draagvlak in beeld gebracht. 2. In de planvormingsfase worden de beoogde maatregelen verder uitgewerkt en geconcretiseerd in een inrichtingsplan en een ruimtelijk plan (een bestemmingsplan of een provinciaal inpassingsplan). 3. In de realisatiefase worden de beschreven activiteiten en maatregelen uit het inrichtingsplan en ruimtelijk plan gerealiseerd. Hiervoor moeten diverse procedures worden doorlopen, zoals de vaststelling van het benodigde ruimtelijke plan en het verkrijgen van diverse vergunningen. Tevens valt de uitvoering van de maatregelen binnen deze fase. 4. In de beheerfase worden bij inrichtingsprojecten voor natuur de ingerichte gronden doorgeleverd aan beheerders. In deze fase is in het kader van de Ontwikkelopgave Natura 2000 de monitoring van de natuurkwaliteit van belang. Indien nodig wordt, naar aanleiding van de monitoring, de PAS-gebiedsanalyses en/of beheerplannen aangepast of worden er aanvullende inrichtingsmaatregelen vastgesteld.
Figuur 1-5 Fasering gebiedsproces
1.4.5 Scope van dit plan
Dit PIP voorziet in de juridisch-planologische vertaling van de maatregelen uit het inrichtingsplan ten behoeve van de instandhoudingsdoelstellingen. Dit plan bevat geen maatregelen om de stikstofuitstoot te verlagen. De Provincie Overijssel en het Rijk werken hier samen aan. Voor de Provincie Overijssel wordt dit opgepakt in het Programma Gebiedsgerichte Aanpak (GGA). Dat programma heeft drie doelen: 1. Robuustere natuur door significante daling van de stikstofdepositie en (extra) natuurherstel. 2. Perspectief voor maatschappelijke en economische ontwikkelingen die stikstofdepositie veroorzaken. 3. Een toekomstbestendig Overijssel door waar mogelijk en nodig slimme combinaties met andere opgaven. Het Programma GGA is pas onlangs opgestart en kent een lange doorlooptijd. Van het uitvoeren
NL.IMRO.9923.ipLemselermaten-on01
11
van een gebiedsanalyse, het opstellen van een gebiedsagenda tot het uitwerken van concrete plannen en de uitvoering daarvan. Omdat het van belang is om snel de achteruitgang van de kwaliteit van de natuur in de Natura 2000 gebieden te stoppen, de gebiedsprocessen van de Ontwikkelopgave N2000 al in volle gang zijn, en omdat er voor de uitvoering van deze maatregelen een wettelijke deadline geldt (binnen zes jaar na vaststelling van het beheerplan) is ervoor gekozen om de 'natuurmaatregelen' en de 'stikstofuitstoot-verlagende maatregelen' niet samen te voegen. Dit plan richt zich daarom alleen op de natuurmaatregelen.
1.5
Gebiedsproces van het plangebied
Per gebied wordt een eigen gebiedsproces gevolgd. Bij het gebiedsproces voor 'Lemselermaten' zijn de volgende partners betrokken:
Figuur 1-6 Deelnemers gebiedsproces Tijdens de planuitwerking zijn de maatregelen uit het Natura 2000-beheerplan uitgewerkt in een inrichtingsplan voor het Natura 2000-gebied. De maatregelen voor het herstellen en versterken van de natuur bestaan vooral uit het bestrijden van ontwatering in en rondom het plangebied. Het merendeel van de habitattypen in het zijn afhankelijk van langdurige natte omstandigheden en worden in de huidige situatie in meer of mindere mate met verdroging geconfronteerd. De maatregelen kunnen gevolgen hebben voor de bestemming van gronden en/of het gebruik ervan. Het kan zijn dat de functie of het gebruik van de grond wijzigt door bijvoorbeeld vernatting of het stoppen/beperken van bemesting. In die gevallen wordt de bestemming of het gebruik gewijzigd en in het ruimtelijk plan vastgelegd. Percelen waar geen maatregelen getroffen worden of waar na uitvoering van de maatregelen de functie landbouw gehandhaafd kan blijven worden uit het NNN gehaald. Het ruimtelijk plan is dan ook een juridisch planologisch voortvloeisel uit dit gebiedsproces. De Unie van Bosgroepen en Staatsbosbeheer hebben de interne maatregelen in de Lemselermaten uitgewerkt.
1.5.1 Communicatie en participatie
Tijdens de gebiedsprocessen wordt uitgebreid gecommuniceerd met omwonenden, belanghebbenden, grondeigenaren, partijen, andere overheden, etc. Hieronder is een overzicht opgenomen van de participatiemomenten tijdens dit gebiedsproces. a. Planuitwerkingsfase: december 2015 – november 2022; b. Realisatiefase: vanaf november 2022; c. Stand van zaken: november 2022. De communicatie binnen het project is voornamelijk gericht op het meenemen van (in)direct betrokkenen in de totstandkoming van het maatregelenpakket, de benodigde vergunningen en procedures, de voorbereiding van de uitvoering en de daadwerkelijke uitvoering. De doelgroepen hierin zijn de grondeigenaren en nabij het Natura 2000-gebied, omwonenden en andere geïnteresseerden, maar ook de bestuurders en de achterban van de partners.
P I P Lemselermaten
12
Communicatie tussen partners Op de volgende wijze vind de communicatie met partners plaats: Deskundigenoverleg: afstemming tussen deskundigen partners ten behoeve van verdieping waar nodig, gemiddeld eens per 1 – 2 maanden. In de eindfase van de planuitwerking intensiever contact; Specialistenoverleg: deskundigen van de partners stemmen af met specialisten adviesbureaus; Overleg projectgroep (afvaardiging van de betrokken partijen in het gebiedsproces): gemiddeld eens per 4 – 6 weken. De leden van de projectgroep informeren hun achterban waar nodig; Bestuurlijke Adviesgroep (bestuurders van de betrokken partijen in het gebiedsproces): gemiddeld eens per 3 maanden en waar nodig; Infosessie gemeenteraad en provinciale staten: toelichting stand van zaken tijdens raadsvergadering, commissie of veldexcursie; Veldbezoek en monitoring: waar nodig, minimaal eens per jaar. Vooral bedoelt om lopende discussies/meningsverschillen uit te kristalliseren.
Communicatie met direct betrokkenen (grondeigenaren) De communicatie met direct betrokkenen, zoals grondeigenaren, vindt op de volgende wijze plaats: Keukentafelgesprekken met grondeigenaren in de uitwerkingsgebieden (of daarbuiten als er sprake is van effecten van de maatregelen) inclusief de verslaglegging daarvan; De rentmeesters/taxateurs van de provincie Overijssel maken afspraken met grondeigenaren over grondaankoop en/of schadeloostellingen (zie ook de tekst onder 'Grondstrategie' in deze toelichting); Nieuwsbrieven: zie hieronder; Excursies: waar nodig. Vooral bedoelt om lopende discussies/meningsverschillen uit te kristalliseren. In aanwezigheid van een of meer experts en leden van het projectteam; Informatie of themabijeenkomsten: wanneer daartoe aanleiding is; Brieven: om bijeenkomsten, resultaten of mijlpalen te communiceren; Spreekuur: het projectteam Natura 2000 is op maandags in het Kulturhus de CoCer in Rossum. Daarnaast kan men terecht met vragen via het mailadres: Natura2000@dinkelland.nl.
Communicatie met omgeving De communicatie met de omgeving vind op de volgende wijze plaats: Informatiebijeenkomsten: wanneer daartoe aanleiding is; Website: www.dinkelland.nl/natura2000 > Lemselermaten; Nieuwsbrieven: Nieuwsbrief 1 Natura 2000 LEM (april 2016); Nieuwsbrief 2 Natura 2000 LEM (juli 2016); Nieuwsbrief 3 Natura 2000 LEM (november 2016); Nieuwsbrief 4 Natura 2000 LEM (april 2017); Nieuwsbrief 5 Natura 2000 LEM (oktober 2017); Nieuwsbrief 6 Natura 2000 LEM (mei 2018); Nieuwsbrief 7 Natura 2000 LEM (juli 2018); Nieuwsbrief 8 Natura 2000 LEM (december 2018); Nieuwsbrief 9 Natura 2000 LEM (juni 2019); Nieuwsbrief 10 Natura 2000 LEM (januari 2020); Nieuwsbrief 11 Natura 2000 LEM (mei 2020); Nieuwsbrief 12 Natura 2000 LEM (november 2020). Formele procedures Rondom de formele procedures wordt op de volgende wijze gecommuniceerd: Ontwerp Inpassingsplan: 15 november 2022: GS besluit; Publicaties in Staatscourant, Provinciaal Blad en in huis-aan-huisbladen. 7 december 2022 – 19 januari 2023: ter inzage legging; BRO partners zijn door middel van een brief hierover geïnformeerd en om advies gevraagd; Gebiedspartners zijn door middel van een brief hierover geïnformeerd; december 2022: informatieavond.
NL.IMRO.9923.ipLemselermaten-on01
13
1.6
Leeswijzer
In deze inleiding is de aanleiding, de opgave en het totstandkomingsproces van dit inpassingsplan beschreven. In hoofdstuk 2 is het belangrijkste beleidskader beschreven. Hierin wordt ingegaan op met name de aspecten ecologie en water, omdat deze het meest van toepassing zijn voor de Ontwikkelopgave Natura 2000 en op dit plan. In hoofdstuk 3 is het plan beschreven: wat is de huidige (planologische) situatie, wat is de opgave voor het gebied en hoe is dit uitgewerkt in het Inrichtingsplan? In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de overige beleids- en onderzoeksaspecten. Hierin wordt dit inpassingsplan getoetst aan de aspecten milieu (milieueffectrapportage, bodemkwaliteit, geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, Wet ammoniak en veehouderij en overige aspecten), water, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en explosieven. In hoofdstuk 5 is de juridische planopzet beschreven van dit inpassingsplan, waarin de opbouw en de inhoud van de artikelen van de regels zijn opgenomen. Tot slot wordt er in hoofdstuk 6 ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan, gelet op de aspecten 'juridisch', 'maatschappelijk' en 'financieel' en 'monitoring, toezicht en handhaving'. Per onderdeel in de toelichting wordt op diverse locaties verwezen naar de daarbij behorende uitgevoerde onderzoeken en opgestelde rapporten; deze zijn als bijlagen bij de toelichting opgenomen.
P I P Lemselermaten
14
Hoofdstuk 2
2.1
Wetgeving en beleid
Inleiding
In het kader van de Ontwikkelopgave Natura 2000 is veel wetgeving en beleid van toepassing. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wetgeving en beleid op het gebied van natuur en water, omdat deze aspecten de meeste invloed hebben op de opgave. Voor de overige wetgeving en beleid op het gebied van milieu (MER, bodemkwaliteit, geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit en overige aspecten), archeologie, cultuurhistorie en explosieven wordt verwezen naar hoofdstuk 4 Overige beleid- en onderzoeksaspecten. In dat hoofdstuk worden ook de onderzoeksresultaten beschreven.
2.2
Europese wetgeving en beleid
2.2.1 Vogel- en Habitatrichtlijnen en Natura 2000
Om de biodiversiteit in Europa te behouden en te vergroten is op Europees niveau beleid opgesteld. De belangrijkste daarvan zijn de Vogel- en Habitatrichtlijn. De Vogelrichtlijn heeft tot doel alle wilde vogels en hun belangrijkste habitats in de hele EU te beschermen. De richtlijn verplicht de lidstaten bovendien tot de bescherming van gebieden die uitermate belangrijk zijn voor alle trekvogelsoorten en meer dan 190 bijzonder bedreigde soorten. Hierbij moet speciale aandacht worden besteed aan waterrijke gebieden van internationaal belang (Wetlands). De Habitatrichtlijn is vergelijkbaar met de Vogelrichtlijn maar heeft betrekking op een veel groter aantal zeldzame, bedreigde of inheemse soorten, inclusief meer dan duizend dieren- en plantensoorten. Naast de bescherming van specifieke flora en fauna, hebben de Vogel- en Habitatrichtlijn eveneens als doel om de leefgebieden van deze soorten te behouden, te herstellen of uit te breiden. Dit wordt beoogd door de aanwijzing van beschermde gebieden, die samen het Europees ecologisch netwerk van beschermde natuurgebieden vormen: Natura 2000. Binnen dit Europees netwerk komen natuurgebieden voor waarin belangrijke flora en fauna aanwezig zijn, gezien vanuit een Europees perspectief. Met de aanwijzing van Natura 2000 gebieden kunnen flora en fauna duurzaam beschermd worden (www.natura2000.nl).
Binnen de Ontwikkelopgave Natura 2000 van de provincie Overijssel gaat het om 24 Natura 2000-gebieden. Alle Nederlandse Natura 2000-gebieden moeten bijdragen aan het behoud en als van toepassing het herstel van: 1. de ecologische samenhang van Natura 2000 binnen Nederland en de Europese Unie; 2. de biologische diversiteit en de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen de Europese Unie die zijn opgenomen in bijlage I of bijlage II van de Habitatrichtlijn; 3. de natuurlijke kenmerken van het gebied, inclusief de samenhang van de structuur en functies van de habitattypen en van de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; 4. de op het gebied van toepassing zijnde ecologische vereisten van de habitattypen en soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Het Natura 2000-gebied Lemselermaten (verder: LEM) is op 25 april 2013 door de staatssecretaris van het ministerie van Economische Zaken aangewezen als Natura 2000-gebied op grond van artikel 10a van de Natuurbeschermingswet (nu: artikel 2.1 van de Wet natuurbescherming). In een zogenaamd 'Veegbesluit' (23 februari 2018, nog in ontwerp) zijn aan de te beschermen habitattypen extra typen toegevoegd (H4010 Noord-Atlantische vochtige heide, H4030 Droge Europese heide, H7150 Slenken in veengronden met vegetatie en H9120 Atlantische zuurminnende beukenbossen).
NL.IMRO.9923.ipLemselermaten-on01
15
2.2.2 Kaderrichtlijn Water
Naast internationale afspraken over natuur is ook het Europese beleid voor de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater van belang voor de Ontwikkelopgave Natura 2000. Deze afspraken zijn vastgesteld in de Kaderrichtlijn Water (KRW). Sinds eind 2000 zorgt de KRW voor een goede kwaliteit van oppervlakte- en grondwater. Om dit te bereiken moeten de landen van de Europese Unie een groot aantal maatregelen nemen. Enerzijds om de kwaliteit van de 'eigen' wateren op peil te brengen, anderzijds om ervoor te zorgen dat andere landen geen last meer hebben van de verontreinigingen die hun buurlanden veroorzaken. De KRW beschermt alle grote wateren: rivieren, meren, kustwateren en grondwateren. Een goede kwaliteit van oppervlakte- en grondwater draagt bij aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden, waaronder die in de provincie Overijssel. Naast een goede kwaliteit wordt met de KRW ook verdroging tegengegaan. Verdroging kan in natuurgebieden de kwaliteit aantasten en bodemdaling, bijvoorbeeld in veengebieden, veroorzaken.
2.2.3 Conclusie
Met dit inpassingsplan wordt beoogd om de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied "Lemselermaten" veilig te stellen. In het Inrichtingsplan worden hiervoor verschillende maatregelen voorgesteld. Er wordt gewerkt aan een verbetering van de voorwaarden zodat het Natura 2000-gebied optimaal kan functioneren. Er wordt uitvoering gegeven aan Europees beleid en wetgeving.
2.3
Nationale wetgeving en beleid
2.3.1 Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming is per 1 januari 2017 in werking getreden. In deze wet zijn de oude Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en Boswet opgenomen. De wet voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, in decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en in een goede aansluiting op het omgevingsrecht. In de wet worden 945 soorten actief beschermd (planten en dieren). Alles wat schadelijk is voor beschermde soorten, is verboden. Het gaat dan bijvoorbeeld om het plukken van bepaalde planten en het verstoren, verjagen of doden van dieren. In bepaalde situaties mag dit wel, maar daarvoor is dan een ontheffing of vrijstelling nodig. Ten behoeve van gebiedsbescherming geldt dat voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor beschermde natuur een vergunning nodig is. De wet vormt de wettelijke basis voor de aanwijzing van alle Natura 2000-gebieden en het opstellen van Natura 2000-beheerplannen. Het Natura 2000-gebied "Lemselermaten" is op 25 april 2013 door de staatssecretaris van het Ministerie van Economische Zaken aangewezen als Natura 2000-gebied. Bossen worden in de Wet natuurbescherming beschermd, met name de oppervlakte. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan moet dit op een andere locatie plaats vinden (compensatie).
Dit geldt ook bij het rooien en het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Voor maatregelen die nodig zijn voor of direct verband houden met het beheer van het Natura 2000 gebied, geldt een vrijstelling van de soortenontheffing, gebiedsbeschermingsvergunning en compensatie van de boskap. Voor dit laatste geldt dat in het kader van de Bossenstrategie is afgesproken dat de bomen die gekapt worden ten behoeve van de Natura 2000 opgave wel te zijner tijd worden gecompenseerd.
P I P Lemselermaten
16
2.3.2 (voormalige) Programma Aanpak Stikstof
Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) vormde een deel van de basis van dit plan. Het PAS bestaat uit twee pijlers die samen zorgen voor het realiseren van de Natura 2000-doelen en ruimte creëert voor economische ontwikkelingen. De eerste pijler betreft de maatregelen om de stikstofemissie te verminderen zodat de stikstofdepositie daalt. Dit is voornamelijk een verantwoordelijkheid van het Rijk. De tweede pijler richt zich op maatregelen die natuurgebieden minder gevoelig maken voor de uitstoot van stikstof. Dat gebeurt door de kwaliteit en omvang van de natuurgebieden actief te verbeteren. Hiervoor zijn PAS-gebiedsanalyses opgesteld. Deze maatregelen worden vooral door provincies uitgewerkt. De provincie Overijssel heeft de uitwerking en realisatie van de maatregelen ondergebracht in de Ontwikkelopgave Natura 2000. Een deel van de stikstofdepositieruimte die door het nemen van maatregelen zou worden gecreëerd kon volgens het PAS op voorhand worden gebruikt voor het verlenen van Omgevingsen Wnb-vergunningen voor ontwikkelingen. Het Europees Hof heeft op verzoek van de Raad van State op 19 januari 2019 een prejudicieel advies over het PAS uitgebracht waarin gesteld werd dat dit niet mocht. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State naar aanleiding daarvan een uitspraak gedaan over het PAS. Deze uitspraak laat het doel van de twee pijlers ongemoeid. Daar is dit PIP op gericht.
Het vergeven van ontwikkelruimte voordat onomstotelijk vaststaat dat de natuurmaatregelen gerealiseerd worden én tot positief effect zouden leiden is door de uitspraak onmogelijk geworden.
2.3.3 Beheerplannen Natura 2000
De Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn in Nederland vertaald in de Wet natuurbescherming die per 1 januari 2017 in werking is getreden. Op basis van deze wet moeten het Rijk en/of de provincies voor alle Natura 2000-gebieden een beheerplan vaststellen. In deze beheerplannen wordt ingegaan op de huidige situatie van de gebieden, de beoogde instandhoudingsdoelstellingen en maatregelen die moeten worden getroffen om de instandhoudingsdoelstellingen te bereiken. De PAS-gebiedsanalyses zijn opgenomen in de beheerplannen, maar naast de stikstofgerelateerde PAS-maatregelen bevatten de beheerplannen ook andere maatregelen, die nodig zijn voor realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen. De PAS-maatregelen maken integraal onderdeel uit van de beheerplannen. Deze maatregelen moeten daarom, ondanks de val van het PAS, toch binnen de beheerplanperiode worden gerealiseerd. De maatregelen moeten voor het grootste deel binnen zes jaar na vaststelling van de beheerplannen vastgesteld worden. Het beheerplan voor het Natura 2000-gebied "Lemselermaten" is op 9 september 2016 vastgesteld. Op 29 maart 2022 is de looptijd van het beheerplan verlengd met maximaal 6 jaar.
2.3.4 Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de structuurvisie op landelijk niveau en geeft een visie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland (als de Omgevingswet in werking is getreden heet dit een Omgevingsvisie). De NOVI vervangt het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001), de Rijksnatuurvisie 2014 en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. De NOVI biedt een perspectief om grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw aan te pakken, om samen het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI stelt vier prioriteiten:
NL.IMRO.9923.ipLemselermaten-on01
17
1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de Ontwikkelopgave N2000 is met name de laatste van belang. Hiervoor gelden meerdere uitgangspunten: Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Het landgebruik moet in balans zijn met natuurlijke systemen. Bijvoorbeeld door kringlooplandbouw. Zo wordt een goede bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit bevordert. Laaggelegen gebieden langs de kust zullen door zeespiegelstijging en bodemdaling in toenemende mate met verzilting te maken krijgen. In delen van het veenweidegebied is verhoging van het waterpeil op termijn noodzakelijk om de bodemdaling te stoppen. In sommige gebieden kan dat een aanpassing in het gebruik van landbouwgrond met zich meebrengen, in andere gevallen kan een andere bestemming van de grond aan de orde zijn. Waar precies en op welke wijze worden afspraken gemaakt in zorgvuldige gebiedsprocessen met de betrokken regio's en gebruikers. Landschap beschermen, concentreren van logistieke functies. Om te kunnen blijven genieten van het mooie landschap moet behoud van de kwaliteit van het landschap sterker meewegen in de keuzes die we maken. Bijvoorbeeld door verrommeling en versnippering te voorkomen door logistieke functies op bestaande bedrijventerreinen of langs corridors te concentreren. Sommige landschappen zijn zo waardevol dat ze extra beschermd worden.
Zo moeten bijvoorbeeld bepaalde delen van het Groene Hart beschermd worden, maar is er in andere delen juist ruimte voor ontwikkeling. Dit wordt in een gezamenlijk proces met het gebied aangepakt. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De NOVI beschrijft hiervoor vier beleidskeuzes die een nadere uitwerking krijgen. 1. In het landelijk gebied verbeteren we de balans tussen het landgebruik en de omgevingswaarden van bodem, water en lucht. 2. We beschermen en versterken de biodiversiteit, en benutten ons natuurlijk kapitaal duurzaam. 3. We realiseren een duurzaam en vitaal landbouw- en voedselsysteem, gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit. 4. Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief.
2.3.5 Waterwet en het Nationaal Waterplan
De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet bestaat uit een Waterbesluit en een Waterregeling. Hierin worden o.a. de begrenzing en de toedeling van oppervlaktewaterlichamen beschreven, de procedurele en inhoudelijke aspecten van/voor: het Nationale Waterplan; het beheerplan voor de Rijkswateren; het Regionaal Waterplan; de implementatie van de Kaderrichtlijn Water; de implementatie van de Richtlijn overstromingsrisico’s. Andere aspecten die de Waterwet regelt zijn: vergunningplicht en algemene regels voor het gebruik van rijkswaterstaatswerken, het onttrekken van grondwater, voor het lozen of onttrekken van water aan oppervlaktewater, de wijze waarop een aanvraag om een watervergunning moet worden gedaan, e.d.. Het Nationaal Waterplan wordt op basis van de Waterwet eens per 6 jaar opgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegenover overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water en vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheerplannen. Een deel van het Nationaal Waterplan is opgenomen in de NOVI.
P I P Lemselermaten
18
2.3.6 Deltaprogramma
Klimaatverandering heeft op langere termijn gevolgen voor veiligheid en droogte. Daarom is het Deltaprogramma in het leven geroepen: een nationaal programma waarin Rijksoverheid, provincies, waterschappen en gemeenten samenwerken. De juridische grondslag voor het Deltaprogramma is de Deltawet waterveiligheid en zoetwatervoorziening. De doelen van het Deltaprogramma zijn tweeledig: enerzijds bescherming tegen overstromingen en anderzijds zorgen voor voldoende zoet water. De zomers worden warmer en droger. Het gevolg is dat er soms te weinig zoet water zal zijn. Dat merken dan vooral landbouw, industrie en natuur. Het Deltaprogramma bevat afspraken over de waterbeschikbaarheid van zoet water. Ook zijn het hoofdkeuzen gemaakt voor de aanpak en de richting aan de maatregelen die Nederland hiervoor inzet op de korte en op de lange termijn, de Deltabeslissingen. Voor Overijssel zijn 5 Deltabeslissingen van belang: 1. Waterveiligheid: nieuwe aanpak voor de bescherming van mensen en economie tegen overstromingen; 2. Zoetwaterstrategie: nieuwe aanpak voor het beperken van watertekorten en het optimaal benutten van zoetwater voor economie en nutsfuncties; 3. IJsselmeergebied: structurerende keuzen voor waterveiligheid en zoetwater in het IJsselmeergebied; 4. Rijn-Maasdelta; structurerende keuzen voor waterveiligheid in de Rijn-Maasdelta; 5.
Ruimtelijke Adaptatie: nieuwe en gerichte aanpak voor waterrobuuste en klimaatbestendige (her)ontwikkeling in bebouwd gebied.
2.3.7 Omgevingswet
De nieuwe Omgevingswet is een fundamentele herziening van het omgevingsrecht. De wet zal straks onder andere 26 bestaande wetten op het gebied van onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur bundelen. Doelen van de Omgevingswet zijn: de verschillende plannen voor ruimtelijke ordening, milieu en natuur beter op elkaar afstemmen; duurzame projecten stimuleren; gemeenten, provincies en waterschappen meer ruimte geven om hun omgevingsbeleid af te stemmen op hun eigen behoeften en doelstellingen. De maatschappelijke doelen van deze wet, zoals deze thans zijn beschreven, zijn gericht op een duurzame ontwikkeling en het in onderlinge samenhang: bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en; doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies. Verder biedt de wet meer ruimte voor particuliere ideeën. Dit komt doordat er meer algemene regels gaan gelden, in plaats van gedetailleerde vergunningen. Het doel staat voorop en niet het middel om er te komen. Het principe bij het beoordelen van initiatieven is ‘ja mits’ in plaats van ‘nee tenzij’. Naar verwachting treedt de Omgevingswet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving op 1 januari 2023 in werking, maar zowel de inhoud als het tijdspad daarvan zijn (nog enigszins) onzeker.
Tijdens het proces van de Ontwikkelopgave Natura 2000 wordt de komst van de Omgevingswet in de gaten gehouden, en waar en wanneer nodig aangesloten op deze wet.
NL.IMRO.9923.ipLemselermaten-on01
19
2.3.8 Conclusie
De Ontwikkelopgave Natura 2000 van de provincie Overijssel draagt bij aan de bescherming, het herstel en de versterking van het NNN, waaronder de Natura 2000-gebieden. De benodigde maatregelen voor dit herstel en versterking zijn voor het Natura 2000-gebied "Lemselermaten" verwerkt in een Inrichtingsplan. Hierin zijn de natuurherstelmaatregelen nader geconcretiseerd. Met de uitvoering van de maatregelen worden de doelstellingen van de nationale wetgeving en beleid op het gebied van natuur gehaald. Het voorliggende inpassingsplan biedt hiervoor de planologisch-juridische basis. Naast dit inpassingsplan zullen ook de eventueel benodigde vergunningen en ontheffingen aangevraagd worden en/of meldingen worden gedaan.
2.4
Provinciaal beleid
2.4.1 Omgevingsvisie en -verordening Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is een structuurvisie en presenteert het provinciaal belang en beleid in de fysieke leefomgeving. Hierin staan de ambities en doelstellingen voor de lange termijn. Tevens is beschreven op welke wijze de provincie Overijssel haar rol in de ruimtelijke ordening vervult. Om de Omgevingsvisie uit te kunnen voeren, hebben Provinciale Staten op 12 april 2017 behalve de Omgevingsvisie ook een Omgevingsverordening vastgesteld. De Omgevingsverordening bevat o.a. regels voor gemeentelijke ruimtelijke plannen, grondwaterbescherming, bodemsanering en ontgrondingen, kwantitatief en kwalitatief waterbeheer en verkeer (provinciale wegen en scheepvaartwegen). De Omgevingsvisie en -verordening worden jaarlijks bijgewerkt naar aanleiding van nieuwe inzichten en reparaties. Voor deze tekst is gebruik gemaakt van de geconsolideerde Omgevingsverordening vanaf 2017 (d.d. 31 augustus 2021). Natuurbeleid De provinciale ambitie voor natuur is als volgt omschreven: "Inzet is het ontwikkelen van een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit als ruggengraat van Overijssel. Het NNN zien we daarin als een integrale opgave: het gaat niet alleen om het bevorderen van de biodiversiteit, maar ook om het bevorderen van de ruimtelijke continuïteit en de toegankelijkheid en beleving van de natuur.
Om natuurlijke processen weer vrij spel te geven, streven we naar grote aaneengesloten en verbonden gebieden. Integratie van de natuuropgave in een bredere gebiedsopgave biedt de mogelijkheid om de natuur een duidelijk gezicht te geven. De kwaliteit van de randen van de natuurgebieden, de uitstraling van de natuurgebieden én het besef van massa en robuustheid van de natuurgebieden kunnen hierdoor worden vergroot. Aan de randen van de natuur kunnen recreatieaccommodaties, toeristische voorzieningen, bijzondere woonvormen en streekgebonden landbouwproducten voortbouwen op deze kwaliteiten. Nabijgelegen dorpen en steden willen we als 'poorten' naar de natuur ontwikkelen en zo veel beter verbinden met de natuurgebieden 'om de hoek'." Het provinciaal belang is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke voorraden. Dat houdt een gezonde en aantrekkelijke natuur voor mensen, dieren en planten in, een natuur die beleefd en gebruikt kan worden, kan profiteren van (economische) ontwikkelingen en rijk is aan plant- en diersoorten (biodiversiteit). Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden.
Voor initiatieven die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan (het 'nee, tenzij'-principe). In de Uitwerkingsgebieden Ontwikkelopgave Natura 2000 neemt de provincie (herstel)maatregelen om de juiste terreincondities voor de gestelde Natura 2000-doelen te realiseren. Als bij de uitwerking van de doelen en de benodigde maatregelen blijkt dat deze alleen kunnen worden gerealiseerd door de bestemming van gebieden te veranderen, dan zullen de gebieden een passende bestemming krijgen en hiervoor ingericht worden. De overige hectares blijven agrarisch en worden uit het NNN gehaald wanneer duidelijk is dat ook na het nemen van maatregelen ten behoeve van nabijgelegen Natura 2000-gebieden landbouwkundig gebruik mogelijk is. De omvang
P I P Lemselermaten
20
en het tempo waarin deze bestemmingswijziging en inrichting plaats vinden zijn bepaald in het PAS en/of in de beheerplannen Natura 2000. Om de maatregelen tijdig te realiseren, worden de beschikbare instrumenten maximaal ingezet. In de Omgevingsverordening wordt voor het NNN het volgende beschermingsregime beschreven: bestaande NNN-gebieden moeten een bestemming krijgen die uitsluitend is gericht op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden; nog te realiseren NNN-gebieden die nog niet zijn aangekocht en/of afgewaardeerd moeten een bestemming krijgen die mede gericht is op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de actuele natuurwaarden van deze gebieden; nog te realiseren NNN-gebieden die al wel zijn aangekocht en/of afgewaardeerd en ook beschikbaar zijn moeten een bestemming krijgen die uitsluitend is gericht op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden.
Waterbeleid In de Omgevingsvisie staat de ambitie voor het regionaal waterbeheer als volgt omschreven: "Watersystemen met een goede ecologische en chemische kwaliteit, die voor de lange termijn klimaatbestendig en veilig zijn." Het waterbeheer in Overijssel is gericht op een goede bewoonbaarheid en bewerkbaarheid van het land door het bieden van bescherming tegen overstroming, wateroverlast en (perioden van) droogte én het in stand houden of creëren van optimale watercondities voor functies zoals landbouw, wonen, natuur en scheepvaart. Daarbij zijn wel grenzen aan wat mogelijk is. Door de klimaatverandering is het nodig om breder naar waterbeheer te kijken dan tot nu toe gebruikelijk. Er zijn op meerdere terreinen maatregelen noodzakelijk. Alleen dan is een toekomstbestendig beheer van alle oppervlaktewateren en het grondwater (de watersystemen) mogelijk. Bij de inrichting en het beheer van de watersystemen houdt de provincie Overijssel rekening met de gevolgen van klimaatverandering op lange termijn (veiligheid, wateroverlast, hittestress en droogte). De komende jaren werkt de provincie samen met waterbeheerders, Rijk, gemeenten, maatschappelijke organisaties en private partijen om de deltabeslissingen te implementeren. Bij de uitvoering van 'waterwerken' benut de provincie Overijssel kansen om de ruimtelijke kwaliteit te versterken.
De (her)inrichting wordt ook als een ontwerpopgave beschouwd en de provincie investeert in vormgeving en inpassing in het landschap. Belangrijk daarbij is het verhogen van de zichtbaarheid en de beleefbaarheid van het watersysteem. Ook is dit een kans om te zoeken naar combinaties met andere (water)opgaven, zoals het verbeteren van de zoetwatervoorziening. De KRW schept basisvoorwaarden voor ecologisch goed functionerende watersystemen en vraagt speciale aandacht voor gebieden met een beschermde status. In Overijssel zijn dit onder andere de Natura 2000-gebieden. Hier geldt de KRW-basisverplichting om achteruitgang te voorkomen. In aparte beheerplannen worden door de provincie voor deze gebieden de doelen en de daarvoor benodigde maatregelen uitgewerkt. De provincie Overijssel verwerkt samen met de waterschappen in Overijssel de KRW in beleid voor de wateren in beheer bij de waterschappen en provincie. De Omgevingsverordening geeft regels voor het omgaan met water. Het gaat om regels en bepalingen voor zowel het kwantitatief en kwalitatief omgaan met water. Ook zijn bepalingen opgenomen die toezien op de veiligheid, deze kunnen ingezet worden om bescherming te bieden tegen overstroming en wateroverlast.
In de verordening worden onder andere de volgende punten genoemd: voor de ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat ruimtelijke plannen voorzien in een aanduiding voor grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden waarbij alleen functies worden toegestaan die harmoniëren met de functie voor de drinkwatervoorziening; door klimaatverandering neemt de kans op overstroming en wateroverlast toe. Daarom zijn primaire watergebieden en waterbergingsgebieden aangewezen als gebieden waarin water in extreme situaties kan worden vastgehouden om te voorkomen dat waterafvoersystemen overbelast raken en er wateroverlast optreedt op plekken waar dit meer schade toebrengt. Hier mag worden gebouwd mits hierdoor het waterbergend vermogen niet wordt aangetast. Daarbij geldt wel dat nieuwe kapitaalintensieve functies zoveel mogelijk worden geweerd in verband met schadekosten.
NL.IMRO.9923.ipLemselermaten-on01
21
2.4.2 Nationaal Landschap Noordoost-Twente
Op basis van de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening is Noordoost-Twente als Nationaal Landschap aangemerkt. De kernkwaliteiten zijn: grote mate van kleinschaligheid; het groene karakter; samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen. Het glooiende beeklandschap is zeer gevarieerd door een fijnmazig samenstel van beken, essen, kampen en ontginningen. Houtwallen, singels en bossen zorgen voor een kleinschalig en groen karakter, in relatie tot de open ruimte van Noord- en Oost-Nederland. In onderstaande afbeelding is het Natura 2000-deelgebied "Lemselermaten" binnen het Nationaal Landschap Noordoost-Twente rood aangeduid.
Figuur 2-1 Ligging Nationaal Landschap Noordoost-Twente en ter hoogte van de pijl het Natura 2000-gebied "Lemselermaten"(Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
2.4.3 Natuurbeheerplan Overijssel
In het Natuurbeheerplan (vastgesteld op 14 april 2019) zijn gebieden aanwezen waar natuur- en landschapsbeheer met subsidies uit het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer (SNL) wordt gestimuleerd. Het gaat hierbij om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, agrarische natuur, landschapselementen en de Natura 2000-gebieden. Het Natuurbeheerplan beschrijft per (deel)gebied welke natuur- en landschapsdoelen nagestreefd worden. Ook zijn in het Natuurbeheerplan de KRW-doelen opgenomen. Daarnaast is aangegeven welke kosten de provincie financiert voor de ontwikkeling en het beheer van natuur door middel van subsidies. De basis voor het Natuurbeheerplan vormt de Index Natuur en Landschap. Deze index is een landelijke uniforme en sterk gestandaardiseerde “natuurtaal” waarin de Nederlandse natuur- en landschapselementen zijn vastgelegd.
2.4.4 Conclusie
Met het opstellen van dit inpassingsplan voor het Natura 2000-gebied "Lemselermaten" wordt invulling gegeven aan de provinciale verantwoordelijkheid ten aanzien van het bereiken van de natuurdoelstellingen voor dat gebied. In het plan is rekening gehouden met o.a. het ruimtelijke provinciale beleid. De te treffen maatregelen zoals concreet weergegeven in het Inrichtingsplan zijn in overeenstemming met dat beleid.
P I P Lemselermaten
22
2.5
Waterschapsbeleid
2.5.1 Stroomgebiedbeheerplan
Met de invoering van de KRW is Nederland verdeeld in zeven deelstroomgebieden (Maas, Schelde, Eems, Rijn-Noord, Rijn-Midden, Rijn-Oost, Rijn-West). De provincie Overijssel ligt geheel in het deelstroomgebied Rijn-Oost. Per stroomgebied is er een stroomgebiedbeheerplan vastgesteld. Een stroomgebiedbeheerplan bevat de kaders en voornemens voor het waterbeleid. Het stroomgebiedbeheerplan voor de periode 2016-2021, waarbinnen ook het Natura 2000-deelgebied "Lemselermaten" is gelegen, is op 7 oktober 2015 door de volgende Waterschappen vastgesteld: Waterschap Vechtstromen, Waterschap Drents Overijsselse Delta en Waterschap Rijn en IJssel. Een stroomgebiedbeheerplan wijkt qua systematiek, begrenzing en juridische verankering af van het Natura 2000-beheerplan. Als er voor het Natura 2000-gebied strengere waterkwaliteitsvereisten gelden dan in het stroomgebiedbeheerplan is opgenomen, dan gaan de Natura 2000-eisen voor. Een belangrijk onderdeel van de Natura 2000-eisen is hydrologisch herstel rond de Natura 2000-gebieden, omdat daarmee de gevoeligheid van die natuur voor stikstofdepositie kleiner wordt. In het stroomgebiedbeheerplan is aangegeven dat het Waterschap voor de maatregelen in het kader van Natura 2000 het spoor volgt van de beheerplannen.
2.5.2 Waterbeheerplan
Waterschappen hebben speciale taken voor water, namelijk het zorgen voor een goede bescherming tegen hoog water, het zorgen voor een functionerend regionaal watersysteem en het zuiveren van afvalwater. In het Waterbeheerplan beschrijft het waterschap op welke wijze hier invulling aan wordt gegeven en komen in hoofdlijnen de hiervoor benodigde maatregelen aan de orde. De (toenmalige) waterschappen Vechtstromen, Reest en Wieden, Groot Salland en Rijn en IJssel hebben gezamenlijk het Waterbeheerplan 2016-2021 opgesteld. Hierin staat dat de waterschappen voor de Natura 2000-gebieden de GGOR-maatregelen bepalen, als onderdeel van het door de provincies geregisseerde gebiedsproces. GGOR staat voor Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime. GGOR-maatregelen zijn hydrologische maatregelen op inrichtingsniveau, die zich richten op de inrichting van de waterhuishouding in een gebied, mede rekening houdend met de eisen die de ecologie aan een oppervlaktewater stelt. Hierbij zijn uiteraard de omliggende landbouw gebieden nauw betrokken, want voor een optimale landbouw zijn goede watercondities nodig. Tevens is aandacht besteed aan de verdroging van natuurgebieden. In de afgelopen periode hebben de waterschappen voor de Natura 2000-gebieden de GGOR-maatregelen bepaald voor het opstellen van de Inrichtingsplannen.