CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2020 Noaberkracht.pdf

Gemeenteraad 25 mei 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 19: Voorstel inzake Jaarstukken 2020 Noaberkracht19.466 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Naar alle waarschijnlijkheid is de coronacrisis de grootste reden voor deze onderschrijding. Dit zorgt voor een onderschrijding van €27.000. Daarnaast is er een onderschrijding op de budgetten voor werkkleding en brandstof voertuigen van samen €12.000. Reiskosten (voordeel €37.000) In de programmajournaals 2020 van Noaberkracht is aangegeven dat de reiskosten voor 2020 lager uitvallen als gevolg van corona. Om deze reden is het budget voor de reiskosten gedurende het jaar al naar beneden bijgesteld. Omdat ten tijde van het tweede programmajournaal nog onzeker was of de corona maatregelen heel het jaar 2020 zouden duren, is er voor gekozen om het budget niet voor het gehele jaar naar beneden bij te stellen, maar alleen de besparing tot en met die periode te verwerken. Aangezien de maatregelen na het tweede programmajournaal bleven en we zo veel mogelijk vanuit huis bleven werken, is het budget voor dienstreizen voor het restant van 2020 ook grotendeels niet aangewend. Dit resulteert in een onderschrijding van €37.000. Waarderingsbudget |voordeel €91.000) Het waarderingsbudget wordt vooral uitgegeven aan zaken als teambuidling. Dit was in 2020 door corona (bijna) niet mogelijk waardoor het budget niet is uitgegeven.

40

Studie- en opleiding (voordeel €48.000) Het bedrag da in 2020t uitgegeven is aan studie en opleidingen is €48.000 lager dan begroot. De grootste oorzaak van deze onderschrijding is het coronavirus. Opleidingen en trainingen werden voor corona vooral fysiek gegeven. In de coronatijd en zeker tijdens de tweede golf zijn er veel opleidingen en trainingen digitaal gegeven. Het aanbod aan digitale trainingen is alleen minder dan het aanbod aan fysieke trainingen, daardoor is het budget niet geheel uitgegeven. Uitbesteding diverse werken Openbare Ruimte (voordeel €58.000) Dit voordeel is hoofdzakelijk ontstaan doordat Soweco meer opdrachten heeft uitgevoerd dan in het bestek is opgenomen. Het gaat om de volgende werkzaamheden: snoeien buitenwegen, het afzoeken van landerijen, het vijzelen van bermen in het buitengebied en het opschonen van sloten. Deze werkelijke kosten komen als 'meerkosten' bij het budget van Soweco tot uitdrukking. RUD Gelden (voordeel € 53.000) De RUD heeft de afgelopen jaren taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving uitgevoerd voor de gemeenten Dinkelland en Tubbergen. De werkelijke kosten voor de gemeenten zijn aanzienlijk lager uitgevallen en worden in de toekomst ook niet meer verwacht waardoor er is gekozen deze ten gunste van het resultaat te brengen.

Detacheringskosten Dorper Esch (voordeel € 10.000) Dit betreft een hogere bijdrage van de gemeente Dinkelland als gevolg van meer kosten die gemaakt zijn ten behoeve van de Dinkellandse binnensportaccommodaties en zwembaden. Voor een nadere toelichting verwijzen we u naar de analyse van de afwijkingen tussen begroting na wijziging en de realisatie die – conform artikel 28 van de BBV – opgenomen is in de toelichting op de programmarekening. Mutaties reserves Het verschil op de mutaties van de reserves van €198.000 heeft €92.000 betrekking op de reserve organisatieontwikkeling voor inhuur expertise, opleidingskosten en communicatiemiddelen welk niet zijn besteed. Voor een bedrag €106.000 heeft betrekking op de reserve bedrijfsvoering voor strategische personeelsplanning, digitalisering bouwarchief en project groenvoorziening welk niet zijn besteed.

41

Huisvesting Algemeen

De exploitatie van de drie personeelslocaties (gemeentehuis Denekamp, gemeentehuis Tubbergen en de werf in Ootmarsum) zijn opgenomen onder het onderdeel huisvesting. Wat hebben we gedaan in 2020?

Huisvesting De huisvesting in zowel Denekamp als Tubbergen is nadrukkelijk onderwerp van gesprek. Het bestuur van Noaberkracht heeft hiervoor een huisvestingsconcept vastgesteld dat geldt als uitgangspunt voor de toekomstige ingrepen in de huisvesting. Dit om beter aan te kunnen sluiten op de bestuursstijlen en om flexibel en samenlevingsgericht te kunnen werken. In Tubbergen hangt dit samen met de voorbereidingen voor het Glashoes en het daarin huisvesten van diverse organisaties, het bestuur van Tubbergen en deel van de ambtelijke organisatie Noaberkracht. Overzicht baten en lasten

In onderstaande tabellen zijn de baten en lasten opgenomen die aan dit programma zijn verbonden.

(Bedragen x € 1.000)

Raming Raming Realisatie Verschil begrotingsjaar begrotingsjaar begrotingsjaar realisatie voor wijziging na wijziging versus begr. na wijz. 61 31 22 -9 651 501 564 -63 -590 -469 -542 -73

Baten Lasten Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen 0 aan reserves Toevoegingen 0 aan reserves Gerealiseerde -590 -469 -542 -73 totaal resultaat van baten en lasten Een analyse op hoofdlijnen wordt hieronder weergegeven. De werkelijke lasten zijn vergeleken met de raming na verwerkte begrotingswijzigingen. 42

Onderhoud en reparaties (nadeel €48.000) Gemeentehuizen: In het jaar 2020 waren de kosten voor correctief onderhoud hoger dan verwacht. Daarnaast is er een aanbesteding geweest waardoor de contractkosten hoger waren. Gemeentewerf: Voor het aanbrengen van de coating garagevloer (kosten circa € 14.000) is geen raming opgenomen. Bij nader inzien blijkt dat deze kosten niet in het Meerjaren Onderhoud Plan staan omdat het geen eigenaar maar gebruikers verantwoordelijkheid is. Daarnaast zijn er kosten gemaakt voor o.a. vervanging kiezer doormelding, herstelwerkzaamheden noodverlichting, werk verduurzaming gemeentewerf en schade rondom overheaddeuren aanleg CCTV. Deze extra niet voorzienbare kosten bedragen circa € 9.500. Energiekosten (nadeel €24.000) Gemeentehuizen: De energiekosten voor de gemeentehuizen zijn hoger uitgevallen door een nieuw leveringscontract. Daarnaast zijn de energiekosten de laatste jaren niet geïndexeerd. In de begroting 2022 zal hier een indexatie op plaatsvinden. Gemeentewerf: De kosten elektriciteit gemeentewerf vallen hoger uit omdat de afrekening 2019 Eneco is ontvangen. In 2020 is er een leveringscontract met DVEP. Daarnaast zijn de energiekosten de laatste jaren niet geïndexeerd. In de begroting 2022 zal hier een indexatie op plaatsvinden.

Voor een nadere toelichting verwijzen we u naar de analyse van de afwijkingen tussen begroting na wijziging en de realisatie die – conform artikel 28 van de BBV – opgenomen is in de toelichting op de programmarekening.

ICT Algemeen

De kosten die over het afgelopen jaar voor het onderdeel ICT zijn gemaakt bestaan uit aanschaf, onderhoud en vervanging van alle hard- en software binnen het Noaberkracht ICT netwerk. Kengetallen

Voor het uitvoeren van de verschillende functies en rollen hebben Noaberkracht Dinkelland Tubbergen en de gemeenten Dinkelland en Tubbergen de beschikking over de volgende werkplek gerelateerde hardware:

43

KENGETALLEN Omschrijving

Desktops Laptops uitgeleend t.b.v. thuiswerken (Corona) Laptops i.h.k.v. Het Nieuwe Werken Laptops functie gerelateerd iPads iPads t.b.v. gemeente Dinkelland iPads t.b.v. gemeente Tubbergen Smartphones Mobiele Data-Spraak abonnementen

Mobiele Data abonnementen Eizo 22 inch beeldschermen

Plotters, print-, scanen kopieerapparatuur

Aantallen december 2019 255 0

Aantallen december 2020 247 47

252

230

Gemiddelde prijs in 2020 per stuk / per abonnement € 542 24 nieuwe laptops, 23 afgeschreven laptops € 820

40

65

€ 820

67

92

43

43

32

32

410 412

388 407

66

71

507

607

26

26

€ 480 incl. toetsenbord € 480 incl. toetsenbord € 480 incl. toetsenbord € 315 € 4.55 p/m incl. verbruikskosten buiten bundel en aanvullende diensten Maakt gebruik van de groepsbundel € 196 (in 2020 schermen geplaatst op flexwerkplekken en vervanging oude schermen Jaarlijkse huurkosten: € 31.000 Afdrukkosten 2020: € 13.500 Afdrukkosten 2019: € 20.500

44

Wat hebben we gedaan in 2020?

Naast de reguliere taken voor het ondersteunen van de Gemeenten Tubbergen en Dinkelland en Noaberkracht Dinkelland Tubbergen op het vlak van ICT hebben in 2020 veel vervangingen, aanpassingen en doorontwikkelingen plaatsgevonden in de Noaberkracht ICT omgeving.. De belangrijkste nieuwe ontwikkelingen op het gebied van ICT in 2020 zijn:

ONTWIKKELINGEN ICT Omschrijving Uitwijk (glasvezel verbindingen dubbel uitgevoerd)

Onderhoudslasten in 2020 € 19.620

Zoom videoconferencing

€ 13.325

Uitbreiding monitoring Firewalls

€ 12.780

Deelname gemeentelijke gemeenschappelijke infrastructuur

€ 9.000

Vervangen applicatie voor ruimtelijke plannen

€ 34.324

Vervangen Microsoft Office door Microsoft 365 Enterprise

€ 185.658

Uitbreiden belastingen applicatie met confrontatiesoftware Vervanging A0 plotters en scanners

€ 5.902

€0

Reden Kosten voor jaarlijks onderhoud ivm verbetering continuering bedrijfsvoering Kosten voor jaarlijks onderhoud ivm behoefte aan overleg op afstand Kosten voor jaarlijks onderhoud ivm ontwikkelingen in de cybercrime wereld Kosten voor jaarlijks onderhoud ivm samenwerking binnen de Regio Twente € 14.760 bestaande kosten voor jaarlijks onderhoud en € 19.564 aan extra kosten voor jaarlijks onderhoud als gevolg van wettelijke ontwikkelingen Kosten voor jaarlijks onderhoud als gevolg van reguliere vervanging Kosten voor jaarlijks onderhoud als gevolg van wettelijke ontwikkelingen Deze worden gehuurd. Vervanging is inbegrepen in een nieuwe huuroverenkomst. 45

eDienstverlening burgerzaken

€ 22.500

Kosten voor jaarlijks onderhoud als gevolg van wettelijke ontwikkelingen Daarnaast zijn de volgende investeringen op het gebied van ICT gedaan in 2020:

INVESTERINGEN ICT 2020 Omschrijving Uitbreiding VDI omgeving, 5e gridserver

Investering in 2020 € 29.540

Vervroegde vervanging en uitbreiding backup opslag Uitbreiding digitaal werken (iPadPro)

€ 145.820

Uitbreiding capaciteit netwerk (vervanging Coreswitches)

€ 80.120

Vervangen applicatie voor ruimtelijke plannen Uitbreiden belastingen applicatie met confrontatiesoftware Vervanging UPSS in serverruimte Denekamp Vervanging 90x Dell 5070 werkstations Vervanging / aanschaf 100x Eizo 22 inch beeldschermen eDienstverlening burgerzaken

€ 18.000

€ 12.700

€ 22.608 € 13.763 € 48.374 € 19.598 € 24.300

Reden Investering ivm toename medewerkers die thuiswerken Investering ivm toename data binnen ICT netwerk Investering ivm aanpassing werkprocessen rond het digitaal werken € 20.120 investering als gevolg van reguliere vervanging en € 60.000 investering ivm toename van de belasting van het ICT netwerk Investering als gevolg van reguliere vervanging Investering als gevolg van wettelijke ontwikkelingen Investering als gevolg van reguliere vervanging Investering als gevolg van reguliere vervanging Investering als gevolg van reguliere vervanging Investering als gevolg van wettelijke ontwikkelingen

46

Overzicht baten en lasten

In onderstaande tabellen zijn de baten en lasten opgenomen die aan dit programma zijn verbonden.

(Bedragen x € 1.000)

Baten Lasten Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves Gerealiseerde totaal resultaat van baten en lasten

Raming Raming Realisatie Verschil begrotingsjaar begrotingsjaar begrotingsjaar realisatie voor wijziging na wijziging versus begr. na wijz. 2 2 6 3 2.484 2.613 2.549 65 -2.481 -2.611 -2.543 68

0

31

31

0

0

0

0

0

-2.481

-2.580

-2.512

68

Een analyse op hoofdlijnen wordt hieronder weergegeven. De werkelijke lasten zijn vergeleken met de raming na verwerkte begrotingswijzigingen. Kosten ICT (voordeel €68.000) Het project voor de implementatie van Suite4Regie heeft vertraging opgelopen. Om deze reden is het voorstel om het budget van €22.829 over te hevelen naar 2021. In 2020 is naar aanleiding van een DT besluit een budget van €5.756 gereserveerd om Dezta nog één jaar in de lucht te houden en het onderhoud te betalen. Dit budget is per abuis in 2020 gezet, het had in 2021 gezet moeten worden. Om deze reden is het voorstel om dit budget van €5.756 over te hevelen naar 2021. De resterende onderschrijding van €39.000 is ontstaan doordat enkele onderhoudscontracten later in zijn gegaan dan gepland. Hierdoor hoefden we niet het gehele onderhoudsbedrag te betalen in 2020. Daarnaast zijn er een aantal contracten aangepast waardoor er een besparing is ontstaan.

47

Voor een nadere toelichting verwijzen we u naar de analyse van de afwijkingen tussen begroting na wijziging en de realisatie die – conform artikel 28 van de BBV – opgenomen is in de toelichting op de programmarekening.

Tractie Algemeen

Onder tractie wordt bij dit onderdeel verstaan: alle vervoersmiddelen binnen Noaberkracht. De kosten van al deze vervoersmiddelen bestaan uit aanschaf, onderhoud, vervanging en overige exploitatielasten. Kengetallen

De volgende vervoersmiddelen zijn aanwezig binnen Noaberkracht:  24 Auto's / Vrachtwagens  7 Tractors  18 Aanhangers  6 Strooiers  6 Sneeuwploegen Wat hebben we gedaan in 2020?

Vervanging tracties Voor het efficiënt uitvoeren van taken bij de buitendienst zijn goede tractiemiddelen nodig. Ook in 2020 zijn er weer meerdere voertuigen en verder materieel aangeschaft ter vervanging van technisch en financieel afgeschreven materieel. Bij het proces van vervanging is gekeken naar de technische staat van de voertuigen en is bij het in goede staat zijn van tractie middel gekozen om het nog weer een jaar op te schuiven. In 2020 zijn een aantal tractiemiddelen vervangen, omdat deze technisch verouderd waren. De totale kosten voor vervanging bedragen € 449.567 en vallen binnen het geraamde budget. De vervangingsinvesteringen zijn conform het aanbestedingsbeleid uitgevoerd. Conform het regionaal beleid is aan de opdrachtnemers een SROI-verplichting opgelegd.

48

Overzicht baten en lasten

In onderstaande tabellen zijn de baten en lasten opgenomen die aan dit programma zijn verbonden.

(Bedragen x € 1.000)

Baten Lasten Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves Gerealiseerde totaal resultaat van baten en lasten

Raming Raming Realisatie Verschil begrotingsjaar begrotingsjaar begrotingsjaar realisatie voor wijziging na wijziging versus begr. na wijz. 0 0 27 27 487 483 523 -40 -487 -483 -496 -13

0 0 -487

-483

-496

-13

Een analyse op hoofdlijnen wordt hieronder weergegeven. De werkelijke lasten zijn vergeleken met de raming na verwerkte begrotingswijzigingen. Resultaat materiële vaste activa (voordeel €25.000) Betreft de incidentele inruil voormalige tractiemiddelen: voor dit jaar de vrachtauto Scania P340 CB 4x4, inruilprijs € 25.000. Jaarlijks worden er incidentele opbrengsten van inruil verantwoord welke in de exploitatie tot uitdrukking komen. Het is vanuit de B.B.V. niet toegestaan deze incidentele inruil in mindering te brengen op de vervangingsinvestering. Onderhoud en reparaties (nadeel €59.000) Het volledig wagenpark en overig rijdend materieel vergt ieder jaar het noodzakelijke onderhoud. De raming voor onderhoud van alle tractie is € 131.000. De structurele werkelijke kosten komen over de afgelopen 3 jaren uit op gemiddeld circa € 175.000. Bij programmajournaal 2021 wordt een voorstel gedaan voor een realistische raming. De werkelijke onderhoudskosten zijn dit jaar hoger, deels doordat verschillende vervangingsinvesteringen om diverse redenen zijn doorgeschoven. Een van de redenen hiervoor is de aanstaande integratie van Soweco. Bij het uitstellen van investeringen neemt de kans op extra onderhoud toe. 49

Door deze handelswijze neemt het risico op te maken kosten toe, dit is nu het geval. Bovendien zijn er afgelopen jaar een aantal grotere schades geweest waardoor de onderhoudskosten hoger zijn uitgevallen. Voor een nadere toelichting verwijzen we u naar de analyse van de afwijkingen tussen begroting na wijziging en de realisatie die – conform artikel 28 van de BBV – opgenomen is in de toelichting op de programmarekening.

Goederen en diensten, overig Algemeen

Onder dit onderdeel zijn de kosten van de zogenaamde overige goederen en diensten verantwoord. Hierbij moet worden gedacht aan facilitaire kosten, contributies, portokosten, onderhoud van gebouwinstallaties en SPD. Wat hebben we gedaan in 2020?

Binnen het programma goederen en diensten, overig zijn de reguliere werkzaamheden uitgevoerd. Overzicht baten en lasten

In onderstaande tabellen zijn de baten en lasten opgenomen die aan dit programma zijn verbonden.

(Bedragen x € 1.000)

Baten Lasten Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves Gerealiseerde totaal resultaat van baten en lasten

Raming Raming Realisatie Verschil begrotingsjaar begrotingsjaar begrotingsjaar realisatie voor wijziging na wijziging versus begr. na wijz. 153 153 259 106 2.467 2.489 2.500 -11 -2.314 -2.336 -2.241 96

0 0 -2.314

-2.336

-2.241

96

50

Een analyse op hoofdlijnen wordt hieronder weergegeven. De werkelijke lasten zijn vergeleken met de raming na verwerkte begrotingswijzigingen. Laadpaalvoorzieningen i.k.v. mobliteitsplan (voordeel €11.000) De laadpaalvoorzieningen zijn onderdeel van het mobiliteitsplan Noaberkracht. Als gevolg van corona heeft het mobiliteitsplan in 2020 stilgelegen, waardoor ook de laadpalen nog niet geplaatst zijn. De verwachting is dat het mobiliteitsplan in 2021 weer opgepakt wordt en dat in 2021 ook de laadpalen geplaatst zullen worden. Om deze reden is het voorstel om het budget van €11.000 voor de laadpaalvoorzieningen over te hevelen naar 2021. Huur roerende- en onroerende zaken (voordeel €35.000) 2020 zou een proefjaar zijn voor elektrische leasauto’s, daarom is er een leasecontract afgesloten voor 4 elektrische leaseauto’s. De laadpalen zouden geplaatst worden en in het project mobiliteitsplan zou bekeken worden hoe de mobiliteit structureel duurzamer gemaakt kan worden. Door corona is het project mobiliteitsplan echter niet gestart en zijn ook de laadpalen niet geplaatst. Hierdoor waren de elektrische leaseauto’s niet bruikbaar. De bestaande leasecontracten voor de brandstofauto’s zijn daarom verlengd. Deze zouden eigenlijk opgezegd worden, hierdoor waren er dubbele leasekosten.

SPD: Dit budget van de SPD (raming € 80.000) wordt ingezet om specifieke voertuigen en materieel in te huren om bedrijfsvoeringstaken uit te voeren. De mate van inzet is afhankelijk van de specifieke werkzaamheden, onderhoudsniveau of calamiteiten van het eigen materieel. Minder huurkosten van andere externe roerende zaken door de inzet van de eigen nieuwe tractie middelen zoals de nieuwe mini-tractor geeft aanleiding tot een meevaller van € 48.000. Consumpties, werkkleding, etc. (voordeel €24.000) In het coronahoofdstuk voorin de jaarstukken staat al vermeld dat er in 2020 veel minder kosten zijn gemaakt voor consumpties als gevolg van de coronamaatregelen: thuiswerken en digitaal vergaderen. Het voordeel van ruim €21.000 op consumpties is het voordeel over de tweede helft van 2020, het voordeel over de eerste helft van 2020 is al verwerkt in de begroting in het tweede programmajournaal 2020 van Noaberkracht. Gemeentewerf: Het budget voor werk- en veiligheidskleding wordt jaarlijks voor noodzakelijke behoefte vervangen tot een bepaald maximum bedrag per werknemer (maatwerk). In 2020 zijn de werkelijke kosten iets lager (€ 2.300). Voor een nadere toelichting verwijzen we u naar de analyse van de afwijkingen tussen begroting na wijziging en de realisatie die – conform artikel 28 van de BBV – opgenomen is in de toelichting op de programmarekening.

51

Projecten Algemeen

Binnen Noaberkracht lopen verschillende projecten die zowel inhoudelijk als financieel in dit onderdeel worden toegelicht. Wat hebben we gedaan in 2020?

Project huisvesting De huidige huisvesting in Tubbergen en Denekamp past niet meer bij wat de organisatie Noaberkracht wil bereiken. De organisatie wil meebewegen in de verschillende bestuursstijlen van de beide gemeenten. Binnen Noaberkracht wil men flexibel kunnen werken, gericht op samenwerking en verbinding. Als onderdeel van de organisatieontwikkeling is ook besloten om de huisvesting aan te pakken om dit beter te ondersteunen. SOM= is gevraagd om scenario’s voor een hernieuwd huisvestingsplan uit te werken. Met als doel dat de huisvesting een positieve bijdrage levert aan de dienstverlening, ondersteunend is aan de werkzaamheden binnen Noaberkracht en samenwerken en ontmoeten stimuleert. Het bestuur van Noaberkracht heeft in september 2020 ingestemd met het huisvestingsplan van SOM=. Dit plan kent drie opeenvolgende scenario’s met toenemende ambitie. Voor de locatie Denekamp is gekozen voor de realisatie scenario 1 en voor de locatie Tubbergen is gekozen voor de realisatie van scenario 3 in het Glashoes. BCT-architecten heeft de opdracht gekregen om het Glashoes te ontwerpen. Om het VO definitief te krijgen heeft Noaberkracht SOM=ingeschakeld om het vastgestelde huisvestingsplan goed ingepast te krijgen in de plattegronden van BCT.

Tijdelijke huisvesting Conform huidige planning van het Glashoes is het gemeentehuis Tubbergen in verband met sloop en nieuwbouw niet beschikbaar vanaf 1 januari 2022 voor de periode van ca. 20 maanden. Vanaf augustus 2023 is het nieuwe Glashoes klaar om weer in gebruik te worden genomen. Voor de tussenperiode moeten de functies van het gemeentehuis, politie alsmede de bijeenkomsten van de gemeenteraad elders gehuisvest worden. Deze locaties zijn onderzocht en er is door het College van B&W Tubbergen een besluit opgenomen met embargo tot en met het moment dat het voorstel van het Glashoes in het voorjaar van 2021 in de Raad behandeld wordt. Project belastingen Op 21 januari 2019 is het besluit genomen om de WOZ, belastingen en inningen werkzaamheden te optimaliseren en in eigen huis te houden. De realisatie van deze optimalisatieslag is projectmatig opgepakt. De verbeteringen zijn in een periode van 2 jaar met succes doorgevoerd. Het project heeft ertoe geleid dat er structureel € 154.442 is bespaard. 52

De werkzaamheden worden met 1,7 fte minder uitgevoerd bij gelijk gebleven kwaliteit en klantgerichtheid. Het project heeft gezorgd voor een efficiënt en zakelijk werkend team dat gefaciliteerd wordt met goede ICT en processen. Inmiddels is het project formeel afgesloten. Project Omgevingswet Vanuit het project Omgevingswet wordt er via een aantal lijnen gewerkt aan de implementatie. Er wordt gewerkt aan de Omgevingsvisie, de voorbereiding op de implementatie van het Omgevingsplan, het aansluiten op en inrichten van het Digitaal Stelsel Omgevingswet en het aanpassen van de werkprocessen. In 2020 zijn hierin de volgende mijlpalen behaald: Omgevingsvisie  Het opleveren van de conceptwebsite voor de omgevingsvisie;  Het spiegelen van het huidige beleid aan de conceptomgevingsvisie zodat duidelijk wordt wat de impact op het beleid is en welke keuzes en dilemma's de gemeenteraad over moet gaan besluiten.  Het scholenproject is afgerond en opgeleverd.  Afstemming met de buurtgemeenten, ketenpartners en samenwerkingspartners over de omgevingsvisie. Voorbereiding Omgevingsplan  Met 10 gemeenten is er onder begeleiding van bureau Hekkelman gewerkt aan een handboek.  Het ODT heeft een verkenning gedaan naar de keuzes die we kunnen maken in de regels die we vanuit het rijk moeten opnemen in het omgevingsplan. Hiervan verwachten begin 2021 het resultaat.

In Oktober/November hebben alle beleidsambtenaren, die verantwoordelijk zijn voor beleid in de fysieke leefomgeving bijgedragen aan een eerste analyse van hun eigen beleid t.o.v. de concept Omgevingsvisie. Omgevingswet in de praktijk:  Verkennen van de gevolgen van de keuzes binnen de visie en de voorbereiding op het omgevingsplan op onze werkwijze rondom vergunningverlening.  Deelproject opgestart om de impact op de werkprocessen, de leges en de participatie vanuit de Omgevingswet in kaart te brengen en eventueel aan te passen. Digitaal Stelsel Omgevingswet  De software voor het Omgevingsplan en de Toepasbare regels is klaar voor gebruik en voor beide gemeenten aangesloten op de testomgeving van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).  Een beperkte groep heeft in December een training gevolgd. 53

 Wij zijn gestart met een pilot o.l.v. GemeenteDSO. Hierbij wordt m.b.v. de nieuwe software een “start omgevingsplan” gemaakt. Waarin we voor een pilot gebied het bestemmingsplan gaan omvormen en het kapbeleid en Cascobeleid (houtwallen) gaan integreren.  Ook de in 2019 al aangeschafte en ingebruik genomen software voor Vergunningverlening en handhaving is aangesloten op de testomgeving van het DSO.  Met meenemen van de medewerkers, college, raadsleden en onze ketenpartners door middel van communicatie, opleidingen, kennissessies, bijeenkomsten en werkvormen. Overzicht baten en lasten

In onderstaande tabellen zijn de baten en lasten opgenomen die aan dit programma zijn verbonden.

(Bedragen x € 1.000)

Raming Raming Realisatie Verschil begrotingsjaar begrotingsjaar begrotingsjaar realisatie voor wijziging na wijziging versus begr. na wijz. 0 8 0 -8 219 394 202 191 -219 -386 -202 183

Baten Lasten Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen 0 366 444 -78 aan reserves Toevoegingen 0 0 0 0 aan reserves Gerealiseerde -219 -19 242 261 totaal resultaat van baten en lasten Een analyse op hoofdlijnen wordt hieronder weergegeven. De werkelijke lasten zijn vergeleken met de raming na verwerkte begrotingswijzigingen.

54

Omgevingswet (voordeel €251.000) Het budget voor het project Omgevingswet is verdeeld over een aantal jaren, waarbij het zwaartepunt van de voorbereiding en implementatie in 2020 lag. Echter de inwerkingtreding is doorgeschoven naar 1-1-2022 en daarmee een groot deel van de werkzaamheden ook. In 2020 is er daarmee een voordeel ontstaan op het begrote budget voor 2020. Dit blijft onderdeel van het uiteindelijke totaalbudget voor het project Omgevingswet en wordt overgeheveld naar jaarschijf 2021. Mobiliteitsplan(voordeel €27.000) Vanwege Corona en de mogelijke consequenties daarvan op het mobiliteitsplan op de langere termijn is het project doorgeschoven naar 2021. Voor een nadere toelichting verwijzen we u naar de analyse van de afwijkingen tussen begroting na wijziging en de realisatie die – conform artikel 28 van de BBV – opgenomen is in de toelichting op de programmarekening. Mutaties reserves Het verschil op de mutaties van de reserves van €78.000 heeft op het project omgevingswet welk niet zijn besteed.

Totaal baten en lasten programma bedrijfsvoering Overzicht baten en lasten

In onderstaande tabellen zijn de baten en lasten opgenomen die aan dit programma zijn verbonden.

(Bedragen x € 1.000)

Baten Lasten Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves

Raming Raming Realisatie Verschil begrotingsjaar begrotingsjaar begrotingsjaar realisatie voor wijziging na wijziging versus begr. na wijz. 415 786 974 188 32.075 34.267 33.347 920 -31.661 -33.481 -32.373 1.108

683

1.398

1.278

120

-9

0

0

0

55

Gerealiseerde -30.969 -32.083 totaal resultaat van baten en lasten Een analyse op hoofdlijnen is hiervoor per thema weergegeven.

-31.095

988

56

8. PROGRAMMA ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN ONVOORZIEN Overzicht baten en lasten

In onderstaande tabellen zijn de baten en lasten opgenomen die aan dit programma zijn verbonden.

(Bedragen x € 1.000)

Baten Lasten Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves Gerealiseerde totaal resultaat van baten en lasten

Raming Raming Realisatie Verschil begrotingsjaar begrotingsjaar begrotingsjaar realisatie voor wijziging na wijziging versus begr. na wijz. 30.978 31.125 31.140 15 0 0 0 0 30.978 31.125 31.140 15

0

958

958

0

9

0

0

0

30.969

32.083

32.098

15

Een analyse op hoofdlijnen wordt hieronder weergegeven. De werkelijke lasten zijn vergeleken met de raming na verwerkte begrotingswijzigingen. Corona werkzaamheden (voordeel € 26.000) In de twee programmajournaals van Noaberkracht over 2020 is in het coronahoofdstuk aangegeven dat er een kanttekening geplaatst moest worden bij de tabellen met extra kosten en besparingen als gevolg van corona. Dit had te maken met nog niet gedeclareerde overuren en werk dat is blijven liggen. Door de verschillende organisatieonderdelen is een inventarisatie gedaan van overuren die gemaakt zijn en die nog niet opgenomen waren in de tabellen. Daaruit kwam een bedrag van €26.000 aan nog niet gedeclareerd overwerk. Dit bedrag is in rekening gebracht bij beide gemeenten. In hoofdstuk 4 van deze jaarrekening is dit bedrag ook terug te vinden.

57

Lagere doorberekening sport aan gemeenten met betrekking tot Dorper Esch (€10.000 nadeel) Dit betreft een lagere bijdrage van de gemeente Dinkelland als gevolg van minder kosten die gemaakt zijn ten behoeve van de Dinkellandse binnensportaccommodaties en zwembaden. Voor een nadere toelichting verwijzen we u naar de analyse van de afwijkingen tussen begroting na wijziging en de realisatie die – conform artikel 28 van de BBV – opgenomen is in de toelichting op de programmarekening.

58

9. PARAGRAFEN Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicomanagement en weerstandsvermogen

Op 18 januari 2021 is door het bestuur de Kadernota Integraal Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2020 vastgesteld. Risicomanagement omvat alles wat we doen om risico’s, kansen en onzekerheden in beeld te brengen en te beheersen. Risicomanagement moet onze organisatie in staat stellen doelstellingen optimaal te realiseren. Dit impliceert prioriteiten stellen en sommige risico’s bewust accepteren. Daartoe is het noodzakelijk gedetailleerd inzicht te hebben in alle risico’s die samenhangen met alle gemeentelijke activiteiten en processen. De uitdaging is om binnen de organisatie het risicomanagement niet alleen onbewust onderdeel van ons werkproces te laten zijn maar risico’s en kansen en de wijze waarop we daarmee om willen gaan juist ook expliciet en transparant te betrekken bij de realisatie van onze doelen als ook bij bestuurlijke besluitvorming Hierbij is een voortdurende balans tussen de systeemwereld en de leefwereld van groot belang. Hierin is de belangrijkste uitdaging binnen de organisatie dat we deze twee werelden samenbrengen in wat gemeenten doen, hoe zij dat doen en hoe ze hierin omgaan met de samenleving en de kracht van de samenleving en de inwoners benutten. Kortom: Nevenheid waar het kan, overheid waar het moet.

Integraal risicomanagement kan hierin bijdragen door het in balans brengen/houden van deze twee werelden en daardoor een verbetering te bewerkstelligen in geprofessionaliseerde sturing en een verbeterde borging en bestendiging van de organisatie te creëren. Met deze kadernota zetten we een belangrijke stap in het versterken van risicomanagement, met als doel het bewust en verantwoord omgaan met risico’s door een open en transparante manier van samenwerken. Integraal risicomanagement is de nieuwe manier van denken over risico’s, kansen en onzekerheden. Het doel van deze integrale aanpak is het vergroten van het risicobewustzijn van organisatie en bestuur, zodat een goede en verantwoorde balans ontstaat tussen risico’s nemen en risico’s beheersen. Het continu organiseren van aandacht voor en het gesprek over risico’s vormt de basis van deze aanpak. Door regelmatig het gesprek te voeren - zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau - over (strategische) risico’s, ontstaat een gezamenlijk beeld. Niet door te zenden, te vertellen en voor te lichten, maar door te delen, te bespreken en de dialoog aan te gaan. De risicodialoog is een open gesprek met als doel het gezamenlijk bepalen van een constructieve risico-aanpak. Het gesprek en de communicatie over risico’s is een essentieel onderdeel van integraal risicomanagement. Transparantie is hierbij het uitgangspunt.

Risico's kunnen financiële consequenties met zich meebrengen. De financiële gevolgen van de risico's worden periodiek tijdens de P&C-Cyclus inzichtelijk gemaakt in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing. Naast financiële consequenties worden dan ook de impact van imagoschade en de impact op de realisatie van onze organisatiedoelstellingen gewogen. 59

Het weerstandsvermogen kunnen we bepalen door onderstaande stappen te doorlopen: 1. Een inventarisatie van de risico’s (risicoprofiel); 2. Benodigde weerstandscapaciteit; 3. Beschikbare weerstandscapaciteit; 4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit. Risicoprofiel

1. Risicoprofiel Om de risico’s van Noaberkracht in kaart te brengen is een risicoprofiel opgesteld. De top 5 financiële risico's betreft: Nr.

Omschrijving

Kans van optreden

Maximaal financieel gevolg

Invloed

1

Autorisaties in systemen: Als gevolg van onvoldoende inzicht in autorisaties (bedragen) bestaat de kans op over-autorisaties in systemen met de kans op ongeoorloofde autorisaties (bedrag hoogtes) en mogelijk toegang tot kritieke transacties of tot ongewenste combinaties van transacties

30%

€ 250.000

17,89

2

Hack: Binnendringen in het netwerk van buitenaf (hackers, virussen)

10%

€ 500.000

12,52

3

Faillissement soft- en hardware leverancier: Als gevolg van een faillissement van een soft- en hardware leverancier bestaat de kans dat er onvoldoende en onvolledige ondersteuning van soft- en hardware kan ontstaan(afhankelijkheid), waardoor we nieuwe soft- en hardware moeten aanschaffen bij andere leverancier

50%

€ 100.000

11,78

4

Aanbestedingen: Als gevolg van onvoldoende inzicht in diverse aanbestedingen binnen één partij, bestaat de kans dat interne aanbestedingsrichtlijnen niet worden nageleefd, waardoor de aanbestedingswet wordt overtreden

30%

€ 100.000

7,29

60

5

Aanbestedingen: Als gevolg van onvoldoende inzicht in de diverse aanbestedingen binnen één partij, bestaat de kans dat opdrachten ten onrechte niet Europees worden aanbesteedt, waardoor de aanbestedingswet wordt overtreden

30%

€ 100.000

7,04

Weerstandscapaciteit

2. Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. Hieruit volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 383.000 (benodigde weerstandscapaciteit). 3. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Noaberkracht bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Tabel 2: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand

Capaciteit

Algemene reserve

€ 327.000

Totale weerstandscapaciteit

€ 327.000

4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's, de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

61

Risico's: Bedrijfsproces Financieel Imago / politiek Informatie / strategie Juridisch / Aansprakelijkheid Letsel / Veiligheid Materieel Milieu Personeel / Arbo Product

Weerstandscapaciteit : Algemene reserve

Weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen =

= Benodigde weerstandscapaciteit

€ 327.000 =0,85 € 383.000

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio.

62

Tabel weerstandsnorm Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

<0.6

ruim onvoldoende

Het ratio valt dan in D. Dit duidt op een matig weerstandsvermogen. In de vastgestelde begroting 2021 heeft een aanvullende storting in de algemene reserve plaatsgevonden van €56.000. Hierdoor komt de ratio van het weerstandsvermogen met ingang van het jaar 2021 weer uit op de vastgestelde norm van 1 wat betekent dat ons weerstandsvermogen voldoende is. Kengetallen

Om de financiële positie van Noaberkracht in beeld te brengen, stelt Noaberkracht jaarlijks een balans en een overzicht van de exploitatie in baten en lasten op. Voor een goed oordeel over deze financiële positie zijn aanvullende kengetallen nodig. Deze kengetallen bieden u ondersteuning bij uw kaderstellende en controlerende rol. Een afzonderlijk kengetal zegt niet alles en moet altijd in relatie worden gezien met andere kengetallen. We onderscheiden 3 kengetallen:  Netto schuldquote  Solvabiliteitsratio  Structurele exploitatieruimte

63

1. Netto schuldquote Dit kengetal zegt het meest over de financiële vermogenspositie van Noaberkracht. Hoe hoger de schuld, hoe meer kapitaallasten (rente en aflossing) er zijn. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. Jaarrekening 2019

(bedragen x € 1.000) A

Vaste schulden

B

Begroting 2020

Jaarrekening 2020

0

0

0

Netto vlottende schuld

5.128

3.979

3.360

C

Overlopende passiva

248

325

251

D

Financiële activa

0

0

0

E

Uitzettingen < 1 jaar

6.183

2.540

2.980

F

Liquide middelen

250

150

67

G

Overlopende activa

0

75

187

H

Totale baten

31.734

31.420

32.115

-3,3

4,9

1,2

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

2. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin Noaberkracht in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hieronder wordt het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen verstaan. Hoe hoger het aandeel, des te gezonder Noaberkracht is. (bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Jaarrekening 2020

A

Eigen vermogen

4.314

2.938

3.081

B

Balanstotaal

9.690

7.242

6.692

Solvabiliteit (A/B) x 100%

44,5

40,5

46,0

64

3. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of Noaberkracht in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. (bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Jaarrekening 2020

A

Totale structurele lasten

29.428

31.664

31.111

B

Totale structurele baten

30.960

31.411

32.115

C

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

9

0

0

D

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

9

0

0

E

Totale Baten

31.734

31.420

32.115

4,8

-0,7

3,1

Structurele exploitatieruimte (B-A)+(DC)/E x 100% Totaal tabel kengetal en uitkomst Kengetal

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Jaarrekening 2020

Netto schuldquote

-3,3

4,9

1,2

Solvabiliteit

44,5

40,5

46,0

Structurele exploitatieruimte

4,8

-0,7

3,1

65

Paragraaf Financiering Algemeen

De wet Financiering Decentrale Overheden (fido) bevordert een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Het doel hiervan is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. De wet kent een onderscheid tussen regels voor korte financiering (kasgeldlimiet) en regels voor lange financiering (renterisiconorm). Het onderscheid is gelegd bij één jaar. Kasgeldlimiet en korte financiering

De kasgeldlimiet heeft als doel de financiële gevolgen van schommelingen in de rente op korte leningen (< 1 jaar) te beheersen. De limiet voor gemeenschappelijke regelingen is bepaald op 8,2% van de totale begroting. Een kasgeldlimiet van € 2,5 miljoen betekent dat Noaberkracht in 2020 tot een bedrag van € 2,5 miljoen met kort geld (looptijd < 1 jaar) mocht financieren. Kasgeldlimiet

(bedragen x €1 miljoen)

Begrotingstotaal 2020 (primitief)

31,0

Vastgesteld percentage

8,2%

Kasgeldlimiet

2,5

In 2020 zijn we binnen de kasgeldlimiet gebleven. Renterisiconorm en lange financiering

De renterisiconorm is een instrument voor de beheersing van het risico van een rentewijziging. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus 1/5e deel van de totale begroting aan rentegevoeligheid onderhevig zijn. De renterisiconorm is voor Noaberkracht op dit moment niet van toepassing, omdat er geen langlopende leningen zijn afgesloten. Noaberkracht heeft geen leningenportefeuille. EMU saldo

Het EMU saldo geeft weer wat het saldo aan inkomsten en uitgaven van de gehele sector overheid in een bepaalde periode is. In grote lijnen is dit het exploitatiesaldo voor bestemming plus de afschrijvingen min de investeringen over een bepaald jaar.

66

Exploitatiesaldo voor bestemming

-1.233

Mutatie (im)materiële vaste activa

(-) 1.001

Mutatie voorzieningen

(+) 0

Mutatie voorraden (incl bouwgronden in exploitatie

(-) 0

Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa

(-) 0

EMU saldo 2020

-2.233

Algemene ontwikkelingen

Rente: 1-maands euribor Het 1-maands euribor rentetarief is in 2020 is het hele jaar negatief geweest. Per 1 januari 2020 bedroeg het percentage -0,249%. Eind december was dit percentage –0,554%. Schatkistbankieren In december 2013 is de wet Schatkistbankieren in werking getreden. Deze wet verplicht alle decentrale overheden om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. ‘Overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Hierdoor hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. De rente die vergoed wordt, is gelijk aan de rente die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat en is op dit moment 0.

Paragraaf Bedrijfsvoering Inleiding

Ook in 2020 ondersteunde Noaberkracht de gemeenten Tubbergen en Dinkelland in hun streven naar een vitale en zelfredzame samenleving. Noaberkracht heeft daarbij de focus aangebracht om de goede dingen ten behoeve van de samenleving te doen. Deze inspanningen zijn opgenomen in de begroting en de jaarverantwoording van Noaberkracht. Zowel de inzet die betrekking heeft op reguliere jaarlijks terugkerende taken (de basisbegroting) opgenomen in het programma bedrijfsvoering als ook de inzet op de ambities binnen Noaberkracht. Deze ambities zijn met ingang van het jaar 2019 voor het eerst opgenomen in het ambitiedeel van de begroting onder de programma's. Met deze nieuwe indeling wordt een goed beeld gegeven wat er binnen de bedrijfsvoeringsorganisatie Noaberkracht allemaal gebeurt waardoor de verplichte paragraaf bedrijfsvoering beperkt kan blijven tot een aantal (verplichte) indicatoren. 67

Ontwikkelingen

Opgenomen onder de verschillende programma's (zowel ambitie als basis). Beleidsindicatoren

De beleidsindicatoren geven een beeld van de prestaties hoe de besteding van de beschikbare middelen gaat plaatsvinden. In meetbare eenheden zullen de beleidsindicatoren informatie verschaffen over de interne beleidsprestaties maar ook in vergelijking met andere overheden. Onderbouwde keuzes kunnen worden gemaakt om te kunnen bijsturen als de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. Beleidsindicatoren 2020

bron:

Vensters voor bedrijfsvoering 2019

Vensters voor bedrijfsvoering 2020

peildatum:

deelname 2019

deelname 2020

Indicator

Waarde

Waarde

Omvang formatie

6,65

6,70

Aantal fte per 1.000 inwoners.

Omvang bezetting

7,85

7,75

Aantal medewerkers per 1.000 inwoners.

Omvang overhead

97,7

100,0%

Totale overhead gedeeld door totale lasten.

Apparaatskosten

€ 658

€ 647

Kosten per inwoner.

10,7%

Kosten externe inhuur gedeeld door de totale loonsom plus kosten externe inhuur.

Eenheid

Financieel

Externe inhuur

11,9

68

Maatschappelijk Afstand tot de arbeidsmarkt

0,5%

0,5%

Percentage medewerkers met een "afstand tot de arbeidsmarkt".

36%

Aantal vrouwen in leidinggevende positie gedeeld door het totaal aantal leidinggevenden.

3,4%

De verzuimde dagen gedeeld door het totaal aantal beschikbare dagen keer 100%.

HRM Vrouwen in leidinggevende positie

Ziekteverzuim

15%

3,8%

Frequentie ziektemeldingen

0,6

0,5

Het gaat om het gemiddeld aantal ziekmeldingen per medewerker.

Vergroening (35-)

16%

17%

Aantal medewerkers tot 35 jaar gedeeld door totaal aantal medewerkers.

35%

Percentage medewerkers van 55 jaar of ouder t.o.v. totaal aantal medewerkers.

9,0%

Ingestroomde medewerkers gedeeld door het aantal medewerkers op 1 januari.

Vergrijzing (55+)

Instroom

Uitstroom

35%

9%

3%

6,1%

Vertrokken medewerkers gedeeld door het aantal medewerkers op 1 januari.

69

Interne mobiliteit

4,0%

Aantal medewerkers geplaatst op interne vacatures gedeeld door aantal medewerkers op 1 januari.

95%

Percentage inkoopfacturen dat binnen wettelijke betaaltermijn wordt betaald.

3

2,9

Deze score is een gemiddelde score op een schaal van 1 tot 4, waarbij 4 staat voor 100% digitale afhandeling van de inkomende facturen

1,2

1,2

Aantal werkplekken gedeeld door het aantal fte.

€ 12

€ 17

Kosten gas-, stroom- en overig, gedeeld door de beheerde oppervlakte.

195

204

Het gaat om technisch en/of functioneel beheerde applicaties.

6,8

Het aantal ICT meldingen gedeeld door het aantal medewerkers van de organisatie.

7%

Klant

Betaaldiscipline

E-facturering

94%

Huisvesting Werkplekindex

Energiekosten

ICT Beheerde applicaties

ICT meldingen per klant

8

70

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud gebouwen

Noaberkracht heeft drie gebouwen in bruikleen van de gemeenten Tubbergen en Dinkelland (twee gemeentehuizen en de Werf). Noaberkracht heeft, vanuit de bruikleenovereenkomst, over deze gebouwen de verantwoording op het klein en dagelijks onderhoud (gebruikersonderhoud). De beide gemeenten hebben als eigenaar van deze drie panden in 2016 een meerjaren onderhoudsplanning (MOP) vastgesteld, waarin zowel het onderhoud van de eigenaar als het onderhoud van de gebruiker in beeld is gebracht.

71

10. JAARREKENING Inleiding

De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft.

Balans

Balans per 31 december (bedragen x € 1.000,--) ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut

Totaal vaste activa

2020

2019

2020

2019

PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen 3.459

3.256 Reserves

3.459

3.256 a. Algemene reserve b. Bestemmingsreserves c. Resultaat na bestemming

3.459

3.256 Totaal vaste passiva

Vlottende activa

Vlottende passiva

Uitzettingen looptijd korter dan 1 jaar a. Vorderingen op openbare lichamen b. Overige vorderingen

Nettoschulden met een rente1.254

123 typische looptijd korter dan één jaar

50

66 a. Overige schulden

327 1.751 1.003

327 2.477 1.510

3.081

4.314

3.081

4.314

3.360

5.128

72

c. Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar

Liquide middelen a. Kas b. Bank- en girosaldi

Overlopende activa

1.676

5.994

3.360

5.128

2.980

6.183

0 66

0 250

67

250

187

Overlopende passiva 0 a. Nog te betalen

251

248

187

0

251

248

Totaal vlottende activa

3.233

6.433 Totaal vlottende passiva

3.611

5.376

Totaal activa

6.692

9.690 Totaal passiva Waarborgsommen en garanties

6.692 0

9.690 0

73

Overzicht baten en lasten

Programmareke Ontwe Ontwe Ontwe Begroti Begroti Begroti Rekeni Rekeni Rekeni ning 2020 ( rp rp rp ng ng ng ng ng ng Bedragen x € baten lasten Saldo baten lasten saldo baten lasten saldo 1.000 ) Overhead Programma 415 32.075 786 34.267 -33.481 974 33.347 Bedrijfsvoering 31.661 32.373 Programma 30.978 0 30.978 31.125 0 31.125 31.140 0 31.140 Algemene dekkingsmiddel en Subtotaal 31.393 32.075 -683 31.911 34.267 -2.356 32.115 33.347 -1.233 Onvoorzien 0 0 0 Gerealiseerd 31.393 32.075 -683 31.911 34.267 -2.356 32.115 33.347 -1.233 saldo van baten en lasten Mutaties reserves Mutaties 683 0 683 2.356 0 2.356 2.236 0 2.236 reserves Subtotaal 683 0 683 2.356 0 2.356 2.236 0 2.236 Het 32.075 32.075 -0 34.267 34.267 0 34.351 33.347 1.003 gerealiseerde resultaat

74

Begrotingsrechtmatigheid Bij de rechtmatigheidscontrole vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. Begrotingsoverschrijdingen zijn in principe onrechtmatig. Volgens de Kadernota Rechtmatigheid 2018 van de Commissie BBV zijn er echter situaties denkbaar waarbij de overschrijdingen binnen het door het bestuur uitgezette beleid zijn gebleven, zoals compensatie van hogere kosten door direct gerelateerde hogere opbrengsten en kostenoverschrijdingen bij open-einde regelingen. Er zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd.

Grondslagen voor waardebepaling en resultaatbepaling De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen de nominale waarden. De in deze jaarrekening verantwoorde bedragen zijn vermeld in euro’s (€1). De baten en lasten worden toegekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico´s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden, uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personeelslasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen.

De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Indien sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting te worden gevormd. Balans

Vaste activa Materiële vaste activa met een economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden het jaar na investering lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur. 75

Jaarlijks wordt de boekwaarde met een vast percentage van de verkrijging- of vervaardigingsprijs verminderd. Afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken en geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren:

Activum

Afschrijvingstermijn in jaren

Verbouwingen, aanhangwagens en kiepers

15

Inventaris computerruimte (bijv. Patchkasten en beveiliging), bekabeling (ook glasvezel), zware vrachtwagens, kranen, tractoren en overig materieel

10

Lichte vrachtwagens, zoutstrooiers en vervoermiddelen

8

Telefooncentrale en UPS

7

Beeldschermen

6

Verbindings- en communicatie apparatuur (intern en extern switches, storage (opslagmedium data) en software

5

Servers en randapparatuur (bijv. printers, plotters, scanners, multimedia)

4

Werkstations, laptops, mobiele apparaten (bijv. tablets)

3

Investeringen met een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000 worden niet geactiveerd. Door contractuele, technische of economische redenen of op grond van een afwijkend besluit van het bestuur kan incidenteel afgeweken worden van de tabel.

76

Vlottende activa Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid op de boekwaarde in mindering gebracht. Verantwoorde uitzettingen korter dan één jaar en overlopende activa hebben overwegend een kortlopend karakter en zullen binnen één jaar na balansdatum worden afgewikkeld. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Vaste financieringsmiddelen Reserves Naast de algemene reserve zijn er diverse reserves gevormd die voor een specifiek doel bestemd zijn. Het muteren van reserves vindt plaats na besluitvorming door het bestuur. Deze mutaties zijn allemaal incidenteel. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Overlopende passiva De overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Toelichting op de balans per 31 december Activa

Vaste activa Materiële vaste activa De post materiële vaste activa onderscheiden we in:

Materiële vaste activa (bedragen x € 1.000) Investeringen met een economisch nut Totaal

Saldo 31-12-2020

Saldo 31-12-2019 3.459

3.256

3.459

3.256

77

Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de materiële activa weer:

Materiële vaste Boekwaard Investe Desin- Afschrijving/afwaarderi Boekwaard activa e ng e (bedragen x € 1-1-2020 ringen vesteringe 31-12-2020 1.000) n Bedrijfsgebouw 83 0 0 11 72 en Vervoermiddele 1.540 500 0 199 1.841 n Machines, 1.633 587 86 588 1.546 apparaten en installaties Totaal

3.256

1.087

86

798

3.459

De belangrijkste in het boekjaar gedane investeringen in materiële vaste activa met economisch nut staan in onderstaand overzicht vermeld:

Materiële vaste activa beschikbaar besteed besteed in restant met economisch nut gesteld voorgaande dienstjaar krediet (bedragen x € 1.000) krediet dienstjaren Vervanging 80 56 15 9 vergunningensysteem Audio installatie -86 0 -86 0 Tubbergen Scania 235 -0 247 -12 Caddy SPD 23 0 23 -0 Strooier tractor 53 0 45 8 Voertuigenvolgsysteem 17 0 16 1 Dacia Duster handhaving 26 0 28 -2 Tractor smalspoor Deutz 73 -0 72 1 Bus verhoog 49 -0 45 3 Front maaier 59 0 41 18 Laptops 145 0 90 55 Smartphones 98 0 40 58 iPad Pro's 22 -0 13 9 5e Gridserver 30 0 30 0 90x Dell 5070 55 0 48 7 werkstations 78

Backupvoorziening eDienstverlening Confrontatiesorftware WOZ Centrale UPS Denekamp Vervanging switches Applicatie omgevingswet Tercera Totaal

150 24 25

0 0 0

146 10 23

4 14 2

15 166 20

0 0 0

14 80 18

1 86 2

1.277

56

956

265

Begrotingsrechtmatigheid Bij de rechtmatigheidscontrole vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. Kredietoverschrijdingen zijn in principe onrechtmatig. Volgens de Kadernota Rechtmatigheid 2018 van de Commissie BBV zijn er situaties denkbaar waarbij de overschrijdingen binnen het door het bestuur uitgezette beleid en binnen het doel blijven waarvoor het krediet beschikbaar is gesteld. Zoals uit bovenstaande opstelling blijkt dat er een kredietoverschrijdingen zijn die groter zijn dan €10.000.

Begrotingsrechtmatigheid (bedragen x € 1.000) Scania Totaal

beschikbaar gesteld krediet 235 235

besteed voorgaande dienstjaren

besteed in dienstjaar -0 -0

restant krediet

247 247

-12 -12

Vlottende activa Uiteenzettingen korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Uitzettingen met een looptijd korter dan 1 jaar (Bedragen x € 1.000) Vorderingen op Openbare lichamen Overige vorderingen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Totaal

Saldo

Saldo

31-12-2020

31-12-2019 1.254 50 1.676

123 66 5.994

2.980

6.183 79

Overige vorderingen (Bedragen x € 1.000) Waarborgsommen Debiteuren (privaatrechtelijk) Totaal

Saldo 31-12-2020

Schatkistbankieren (Bedragen x € 1.000) Schatkistbankieren

Saldo 31-12-2020

Saldo 31-12-2019 6 44 50

6 60 66

Saldo 31-12-2019 1.676

5.994

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1) Drempelbedrag 250 Kwartaal 1 Kwartaal Kwartaal Kwartaal 4 2 3 (2) Kwartaalcijfer op 219 198 181 158 dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (3a) = (1) > Ruimte onder het 31 52 69 92 (2) drempelbedrag (3b) = (2) > Overschrijding (1) van het drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) Begrotingstotaal 32.317 verslagjaar (4b) Het deel van het 32.317 begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen (4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat 80

(1) = Drempelbedrag 250 (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000 (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal Kwartaal Kwartaal 4 2 3 (5a) Som van de per 19.954 17.987 16.647 14.560 dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het 91 91 92 92 kwartaal (2) - (5a) / Kwartaalcijfer op 219 198 181 158 (5b) dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten:

Liquide middelen (Bedragen x € 1.000) Kas Bank Totaal Alle liquide middelen bedrijfsvoeringsorganisatie.

Saldo 31-12-2020

Saldo 31-12-2019 0 66 67

staan

ter

onmiddellijke

0 250 250 beschikking

van

de

81

Passiva

Vaste passiva Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten:

Reserves bedragen x € 1.000 Algemene reserve Bestemmingsreserves Resultaat na bestemming Totaal

Saldo 31-12-2020 327 1.751 1.003 3.081

Saldo 31-12-2019 327 2.477 1.510 4.314

Het verloop van de reserves wordt hieronder toegelicht:

Algemene reserve Omschrijving boeking

Stand Bij Af 1/1 Doel/motief: Buffer voor het opvangen van financiële tegenvallers Algemene reserve - Totaal

327

0

Stand 31/12

0

327

Reserve saldo van rekening Omschrijving boeking

Stand Bij Af Stand 1/1 31/12 oel/motief: Het te verdelen resultaat van de exploitatie toe te voegen aan het eigen vermogen Resultaat 2019 1.015 Reserve saldo van rekening - Totaal 1.015 0 1.015 0

82

Reserve verplichting voorgaand dienstjaar Omschrijving boeking Stand Bij Af Stand 1/1 31/12 Doel/motief: Het te verdelen resultaat van de exploitatie toe te voegen aan het eigen vermogen Proceskosten duurzaamheid 19 Procesgeld implementatie omgevingswet 273 Project belastingen 23 Project huisvesting 20 Project automatisering 55 Twents inkoopmodel 149 Omgevingswet 88 Flexibele schil 160 Reserve verplichting voorgaand 896 0 786 110 dienstjaar - Totaal Reserve bedrijfsvoering Omschrijving boeking

Stand Bij Af Stand 1/1 31/12 Doel/motief: Het adequaat opvangen van knelpunten in de bedrijfsvoering en het creëren van enige mate van flexibiliteit vanwege het feit dat budgettering en implementatie/uitvoering niet altijd gelijk lopen. De reserve heeft dus naast een bufferfunctie, ook een egaliserend karakter. Resultaatverdeling 2019 Gelden retour naar gemeenten Informatieveiligheid Organisatieontwikkeling Traineeschip Generatiepact Digitalisering bouwarchief Senior medewerker energietransitie Coordinator duurzaamheidsinitiatieven Projectplan groenvoorziening Onderzoek toekomstigbestendig samenwerken Reserve bedrijfsvoering - Totaal

1.015 577 10 61 48 125 206 55 35 24 24 1.423

1.015

1.165

1.274

83

Reserve generatiepact Omschrijving boeking

Stand Bij Af Stand 1/1 31/12 Doel/motief: Als mensen gebruik maken van het generatiepact valt niet alleen kennis en kunde maar vooral ook capaciteit weg waardoor een behoorlijke (extra) druk op de organisatie ontstaat. Dit is vooral de eerste jaren zo omdat de echte inverdieneffecten pas op termijn plaatsvinden terwijl het wegvallen van capaciteit direct plaatsvindt. Om dit verlies aan capaciteit de eerste jaren te kunnen opvangen is de reserve generatiepact ingesteld en gevoed met in eerste instantie een budget van € 500.000 (4 jaar lang € 125.000). Financiering generatiepact Reserve generatiepact - Totaal

467

0

256 256

Reserve organisatieontwikkeling Omschrijving boeking

Stand Bij Af 1/1 Doel/motief: Het zicht houden op middelen welk worden ingezet voor organisatieontwikkeling Organisatieontwikkeling en 17 opleidingskosten Huur locaties, facilitaire middelen, 12 teamontwikkeling en communicatiemiddelen Reserve organisatieontwikkeling - Totaal 185 0 29

211

Stand 31/12

155

Reserves - Totaal

4.314

1.015

3.252

2.078

Geheel - Totaal

4.314

1.015

3.252

2.078

84

Toelichting reserve bedrijfsvoering: Volgens de richtlijnen (vastgesteld bij besluit van 26 oktober 2020) mag de reserve bedrijfsvoering niet meer bedragen dan 2,5% van de begrote loonkosten. Deze kosten zijn in 2020 € 22.770.000. Hiervan 2,5% betekent een plafond van € 569.000. Stand 31 december 2020 (bedragen in €)

1.274.000

Resultaat 2020 (na budgetoverheveling 2020)

667.000 1.941.000

Verplichtingen komende dienstjaren (generatiepact, traineeschip, digitalisering bouwarchieven, etc.)

-1.680.000 261.000

Met inachtneming van de toekomstige verplichtingen blijft de reserve bedrijfsvoering onder het afgesproken plafond en voldoet hiermee aan de richtlijnen. Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar

Netto-vlottende schulden (bedragen x € 1.000) Rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Crediteuren Belastingdienst Kruisposten Salarissen Totaal

Saldo

Saldo

31-12-2020

31-12-2019

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/476/documents/15506