Gezondheidsnota Dinkelland.pdf
Tekst van het document
26
Naarmate de leeftijd vordert neemt de eenzaamheid toe. In Dinkelland is de eenzaamheid onder jongeren in twee jaar tijd verdubbeld, waarbij 1 op de 4 jongeren in 2021 aangaf soms of vaak eenzaam te zijn. Ook is er een afname te zien in de mate waarin jongeren aangeven dat ze bij personen hun problemen kwijt kunnen, zoals ouders, broers/zussen en vrienden. In 2019 was hier op alle vlakken al een significante afname te zien die zich in 2021 nog verder door heeft gezet. Ongeveer een derde van de volwassenen, en de helft van de ouderen in de gemeente, geeft aan matig tot (zeer) ernstig eenzaam te zijn. De sociale eenzaamheid ligt bij zowel volwassenen als bij ouderen hoger dan de emotionele eenzaamheid. Ongeveer 1 op de 5 volwassenen geeft aan last te hebben van sociale en/of emotionele eenzaamheid, ten opzichte van 1 op de 3 ouderen.
Vrijwilligerswerk Ten opzichte van Twente scoort de gemeente bovengemiddeld en het percentage inwoners dat zich vrijwillig inzet voor de samenleving onder de volwassenen en ouderen is hoog. Ongeveer 2 op de 5 inwoners zet zich vrijwillig in. De bereidheid om vrijwilligerswerk uit te voeren neemt daarentegen wel af in Dinkelland. Volwassenen geven aan dat de onmogelijkheid om er tijd voor vrij te maken de grootste reden is om geen vrijwilligerswerk te doen. 1 op de 5 jongeren zette zich in 2019 wel eens vrijwillig in, hierin was sinds 2015 al een afname te zien. In 2021 is de vraagstelling veranderd en gaf 3 op de 5 jongeren aan ooit vrijwilligerswerk te hebben gedaan.
Mantelzorg Bij het geven van mantelzorg bieden familie, vrienden of kennissen elkaar meer dan de gebruikelijke zorg om iemand in zijn algemeen dagelijks levensonderhoud te kunnen ondersteunen. In Dinkelland geeft ongeveer 1 op 5 inwoners mantelzorg verspreid over alle leeftijdsgroepen. De inwoners die het vaakst mantelzorg geven zijn de volwassenen. Mantelzorg kan zowel fysiek als mentaal belastend zijn aangezien het een inbreuk kan zijn 31
Bron: Volksgezondheid en Zorg informatie; ‘Eenzaamheid | Oorzaken en gevolgen’
op de werk-privé balans. 1 op de 10 volwassen/oudere mantelzorgers geeft aan de mantelzorg tamelijk zwaar te vinden. Door de (driedubbele) vergrijzing, de toenemende schaarste in de zorg en het langer thuis blijven wonen zal er in toenemende mate een beroep gedaan worden op mantelzorgers om de gezondheidszorg te ontlasten, hierin ligt een risico dat het aantal mantelzorgers de benodigde zorg niet kunnen bieden. Tegelijkertijd zien we in de bevolkingspiramide in de gemeente een scheve verhouding in het aantal toekomstige ouderen, 49-69 jarigen, ten opzichte van het aantal potentiële mantelzorgers 25-45 jarigen.
Verenigingslidmaatschap Binnen de gemeente Dinkelland zijn er honderden verenigingen en stichtingen gericht op thema’s als cultuur, sport, bewegen en sociale activiteiten. Uit de monitoring blijkt dat veel van de inwoners lid zijn van een vereniging. Ongeveer 8 op de 10 kinderen en jongeren is lid van een vereniging, club of organisatie. Iets minder dan de helft van de volwassenen is lid van een sportvereniging en ongeveer een kwart van de ouderen geeft aan lid te zijn van een sportvereniging.
Inclusieve samenleving Bij zowel de sociale gezondheid als de mentale gezondheid hoort ook de tolerantie en acceptatie van en naar elkaar, ongeacht iemands achtergrond, voorkeuren, politieke kleuring en geaardheid. Deze tolerantie en acceptatie weerspiegelt zich in een inclusieve samenleving, waar mensen graag willen wonen, werken en leven. Onderzoek naar acceptatie en inclusie binnen Twentse gemeenten, waaronder Dinkelland, is er weinig. Veelal wordt binnen de gemeente het begrip inclusie en inclusief gebruikt als toegankelijk voor mindervaliden, (licht) verstandelijk beperkten en ouderen. Binnen inclusie moet ook gekeken worden naar personen met een migratie achtergrond en lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender, transseksuele, intersekse personen, en alle andere genderidentiteiten en seksuele voorkeuren (LHBTi+). De tolerantie en acceptatie van deze mensen is een onderwerp wat bijdraagt aan de sociale en mentale gezondheid van de inwoners die zich identificeren als LHBTi+’er. De overgrote meerderheid van de inwoners vindt het tonen van affectie tussen dezelfde en verschillende genders goed. Uit de monitoring blijkt dat de tolerantie onder volwassenen en ouderen richting twee mannen die affectie tonen in het openbaar in Dinkelland het laagst is.
Daarbij is ook gevraagd naar de tolerantie richting het tonen van affectie tussen twee vrouwen, of een man en een vrouw, en de tolerantie richting transgender personen. Vanuit een welzijnsonderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen, provincie Overijssel, provincie Gelderland en de gemeentelijke antidiscriminatievoorziening stichting Vizier onder LHBTI+’ers in Overijssel en Gelderland, blijkt dat het gevoel van veiligheid onder LHBTI+’ers in Twente en de Achterhoek groter is dan in andere regio’s. De ondervraagden geven aan dat ze in de publieke en openbare ruimtes wel een onveiligheidsgevoel ervaren. Op het platteland wordt een groter gevoel van onveiligheid gegeven dan in de stad. Dit gevoel van onveiligheid wordt versterkt wanneer er sprake is van een religieuze gemeenschap rondom de persoon32. 32
Bron: Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Overijssel en Gelderland; 2021
27
2.5
Financiële gezondheid
Ook het voorkomen van armoede en het ondersteunen van mensen in armoede draagt bij aan het voorkomen van gezondheidsproblemen. Uit onderzoek blijkt dat een persoon die langere tijd met schulden leeft achteruit gaat op het intelligentieniveau (IQ), alleen nog maar in de korte termijn denkt en naast schulden ook andere problemen heeft33. Een inwoner met fysieke ongezondheid kan bijvoorbeeld stijgende medische kosten hebben en schulden opbouwen. Deze inwoner kan nauwelijks werken waardoor schulden zich verder opbouwen. Vervolgens zet deze situatie zich door in langdurige stress wat gevolgen heeft voor de mentale gezondheid. Ook werkenden met een lager inkomen lopen het risico om in armoede te belanden door hoge inflatie en soms onrechtvaardige toeslagmaatregelen. Mensen met weinig bestedingsruimte belanden sneller in een ongezonde leefstijl. Gezonde voeding is over het algemeen duurder dan ongezonde voeding, zoals onderschreven werd door de ondervraagden in het onderzoek naar het eten van groente en fruit door het CBS22. Daarnaast kan bewegen en deelname aan sociale, en culturele activiteiten ook duur zijn. Wanneer mensen ervoor kiezen om door de beperkte bestedingsruimte ongezond(er) te eten, weinig tot niet te sporten, en/of weinig tot niet deel te nemen aan sociale, en culturele activiteiten, dan heeft dat direct gevolgen op meerdere domeinen van de (positieve) gezondheid.
Onder andere daarom is de financiële gezondheid van directe invloed op de gehele gezondheid.
28
Om in een zo vroeg mogelijk stadium met inwoners met betalingsachterstanden in contact te komen, werken we sinds 2020 samen met de woningcorporatie, zorgverzekeraar en nutsbedrijven op het gebied van vroegsignalering. Zij geven een signaal aan de gemeente af wanneer inwoners hun rekeningen niet betalen. Door deze samenwerking kan de gemeente eerder hulp en ondersteuning verlenen wanneer inwoners betalingsachterstanden oplopen. Sinds de start van de samenwerking steeg het aantal signalen van betalingsachterstanden binnen de gemeente. In 2021 was er in Dinkelland een piek van 448 signalen. In 2022 en 2023 (oktober) nam dit aantal af tot ongeveer 300 signalen.
Sociaal Economische Status De Sociaal Economische Status (SES) wordt gemeten door het opleidingsniveau, het inkomen en het beroep van een persoon en geeft de mate aan waarin personen, gezinnen, huishoudens en populaties binnen geografische gebieden de mogelijkheid hebben om maatschappelijk gewaardeerde goederen te creëren of consumeren34. Dinkelland scoort landelijk en regionaal bovengemiddeld hoog waar het de SES betreft35. Hoe lager de SES, hoe lager de levensduur waarin iemand een leven in goede gezondheid kan leiden. Zo heeft het Pharos kennisinstituut aangetoond dat mensen met een laag inkomen en lage opleiding gemiddeld 15 jaar minder lang in goede gezondheid leven36. In Dinkelland bevinden de inwoners met een lage SES zich voornamelijk in de leeftijdsgroep boven de 50 jaar. Hoe hoger de SES, hoe lager het percentage van inwoners met overgewicht en obesitas.
Bron: Movisie; Dossier ‘Wat werkt bij aanpak armoede schulden’; 2020 Bron: Volksgezondheid en Zorg informatie; ‘Sociaaleconomische status: definities’ 35 Bron: RIVM; Regiobeeld; Sociale omgeving Twente; 2019 36 Bron: Pharos; Sociaal economische gezondheidsverschillen (SEGV); 2022 33
34
Inkomen In Dinkelland zijn er weinig inwoners met een bijstandsuitkering. Het aantal inwoners met een bijstandsuitkering lag in september 2023 op 187. Vanuit de monitoring blijkt dat iets minder dan 1 op de 6 inwoners maximaal 120% van de bijstandsnorm als inkomen heeft. Ten opzichte van Twente heeft Dinkelland, samen met de gemeente Tubbergen de meeste huishoudens met een hoog inkomen, de minste huishoudens met een laag inkomen en gemiddeld het hoogste besteedbare inkomen per huishouden op Wierden na. Iets minder dan drie kwart van de ouders in de gemeente met kinderen tussen de 0 en 12 jaar oud gaven in de meest recente monitoring (2021) aan dat ze geen moeite hebben met rondkomen. Het overige kwart gaf aan dat ze alles konden betalen maar wel moesten opletten met uitgaven. Daarnaast geeft 1 op de 20 ouders aan betalingsachterstanden opgebouwd te hebben. Hierbij moeten we de kanttekening plaatsen dat deze cijfers dateren van voor de buitengewone stijging van de inflatie in 2022. Twentse ouders geven aan dat ze hun kinderen prioriteren boven zichzelf wanneer er weinig bestedingsruimte is, minder snel op vakantie of dagjes weg gaan, meer spanningen in het gezin hebben, geen verjaardagsfeestjes meer geven, hun kind niet langer lid laten zijn van clubs en verenigingen, en geen nieuwe jassen/schoenen kopen.
Onder Twentse jongeren is het meest voorkomende gevolg van weinig bestedingsruimte het niet op vakantie of dagjes uit gaan gevolgd door ruzies thuis. Daarnaast worden geen nieuwe kleding of spullen aangeschaft en is een jongere geen lid van een (cultuur)vereniging of sportclub of sportschool. Deze ontwikkelingen leiden bij kinderen en jongeren tot stress, ongezonde voeding, mondverzorging, verslechterde relatie met de ouders, slecht slapen, ziekteverzuim en lagere psychosociale gezondheid.
29
H3
Wat willen we bereiken, en hoe?
In dit hoofdstuk worden de cijfers, trends en ontwikkelingen vertaald naar de lokale uitdagingen en ambities. Hierbij heeft elk domein van (positieve) gezondheid zijn eigen aandachtspunten. Naast, en door de domeinen, ligt ook de ambitie in het werken aan de gezonde leefomgeving. De grootste aandachtspunten voor de gemeente Dinkelland op gezondheid bestaan uit de volgende onderwerpen, waarvan er een aantal vervlochten zijn in de verschillende domeinen van positieve gezondheid: Positieve gezondheid Fysieke gezondheid
Mentale gezondheid
Sociale gezondheid
1. Alcohol- en middelengebruik
4. Mentale gezondheid bevorderen
2. Gewicht en voeding
5. Eenzaamheid
Financiële gezondheid 6. Behoud financiële gezondheid
3. Bewegen 7. Gezonde leefomgeving
30
Door aandacht te besteden aan deze aandachtspunten wordt op elk domein van positieve gezondheid ingezet. Al deze punten stroomlijnen met één of meer onderdelen binnen het plan van aanpak voor de uitvoering van de middelen binnen de brede SPUK GALA. De domeinen hangen nauw met elkaar samen, hetzelfde geldt bij de inzet op aandachtspunten binnen de domeinen. Verbeteren van de leefstijl draagt bijvoorbeeld ook bij aan verbeteren van de mentale gezondheid. Bij het adresseren van deze aandachtspunten door middel van interventies is de gemeente en de ambtelijke organisatie zich bewust dat ze een voorbeeldfunctie hebben en dragen deze voorbeeldfunctie ook uit richting de samenleving.
3.1
Fysieke gezondheid
Bij het stimuleren van de fysieke gezondheid ligt de aandacht vooral op het verminderen van het alcohol- en middelengebruik, het verminderen van het aantal inwoners met overgewicht, onder andere door in te zetten op gezonde voeding, en het stimuleren van het bewegen.
Alcohol- en middelengebruik
Ambitie 1: “Het verminderen van alcohol- en middelengebruik onder minderjarigen en het bevorderen van het mentaal welzijn” Ambitie 2: “Alcohol- en middelengebruik verminderen door het beïnvloeden van de sociale norm” Ambitie 3: “Inwoners van 12 jaar en ouder kennen de belangrijkste gezondheidseffecten van alcohol- en middelengebruik” Binnen Twente en de gemeente Dinkelland wordt er op jonge leeftijd begonnen met het drinken van alcoholische dranken. Onder de volwassenen en ouderen staat Dinkelland in de discutabele top vijf van de gemeenten in Nederland met de meeste zware en overmatige drinkers. Het gevolg van deze hoge mate van het alcoholgebruik is de inbedding in de sociale norm, en dus ook de sociale acceptatie van zwaar en overmatig alcoholgebruik. Ouders vinden het goed dat kinderen drinken, drinken zelf in het bijzijn van hun kinderen, en kinderen en jongeren krijgen voornamelijk positieve associaties mee met het drinken van alcoholische dranken. Daarnaast worden de effecten van het eigen alcoholgebruik op kinderen en jongeren onderschat. Veel ouders denken dat grenzen stellen, waaronder verbieden, tot stiekem drinken leidt en hebben de voorkeur voor het ‘leren drinken’ van alcohol in de veilige thuissituatie. Het ‘leren drinken’ onderschrijft wederom de sociale norm. Alcoholgebruik komt niet zonder gezondheidsrisico’s.
Mensen zijn zich niet bewust van het verhoogde risico van licht en matig alcoholgebruik op hartritmestoornissen en kanker. Daarnaast is zwaar drinken gerelateerd aan een hoger risico op acute schade door alcohol, zoals alcoholvergiftiging en verkeersongevallen, en geeft een verhoogde kans op hersenschade. Overmatig drinken leidt tot een grotere kans op verslaving en orgaanschade. Naast lichamelijk risico’s heeft alcoholgebruik invloed op de mentale gezondheid; depressie, angstklachten en suïcide zijn gerelateerd aan regelmatig dronken zijn en/of aan problematisch alcoholgebruik. Huiselijk geweld, agressie, uitgaansgeweld en vandalisme worden vaak onder invloed van alcohol gepleegd. Kinderen en jongeren krijgen van de negatieve effecten van alcoholgebruik amper wat mee. Tijdens het opgroeien komen zij voortdurend in aanraking met alcoholische dranken: “Op de televisie, tijdens verjaardagen, tijdens feestdagen, in de kantine na een sportwedstrijd, in de supermarkten, in de sociale omgeving enz.” Hierdoor vormen zij “positieve” associaties met alcoholgebruik. Mensen zien er blij en vrolijk uit, alcohol is gezellig, alcohol drinken hoort erbij en is stoer. Het probleem is dat de hersenen zich nog ontwikkelen tot het
31
25e levensjaar. Daarnaast heeft alcoholgebruik onder jongeren specifieke risicofactoren. Zo stelt het Trimbos instituut dat jongeren meer emotionele keuzes maken, minder goed in staat zijn om hun gedrag te controleren, gevoelig zijn voor hun sociale omgeving en mogelijk minder last ervaren van ‘waarschuwende’ effecten van teveel alcohol37. Hierdoor zijn jongeren extra kwetsbaar voor problematisch alcoholgebruik. Hoe vaker jongeren drinken en hoe eerder ze daarmee beginnen, hoe hoger het risico is dat ze problematisch alcoholgebruik ontwikkelen op latere leeftijd. Ook lopen jongeren sneller een alcoholvergiftiging op en zijn er andere (directe) risico’s die alcoholgebruik met zich meebrengt zoals de betrokkenheid bij verkeersongevallen, vechtpartijen en onveilige en ongewilde seks. Daarom is het advies van het Trimbos instituut en de gezondheidsraad dan ook ten strengste om geen alcohol te drinken, en zéker niet onder het achttiende levensjaar. In tegenstelling tot het alcoholgebruik worden er binnen Dinkelland relatief weinig middelen gebruikt zoals (e-)roken en drugs. In Twente ligt de gemeente rond het gemiddelde en liggen uitschieters voornamelijk in Almelo, Hengelo en Enschede. (e-)Roken heeft een hoge verslavingsgevoeligheid en is de grootste risicofactor voor vervroegd overlijden. De rokers bevinden zich voornamelijk in de groep 50-64 jarigen.
Helaas heeft het roken zich na een aantal jaar van afname gestabiliseerd. Het drugsgebruik ligt laag, maar in de meest recente monitoring onder jongvolwassenen in Twente (16-25 jarigen) lag het drugsgebruik een stuk hoger dan onder onze jongeren. Drugsgebruik kan zorgen voor acute gezondheidsrisico’s zoals paniekaanvallen en bewusteloosheid, of zowel lichamelijke als psychische gezondheidsschade op de lange termijn. Wat gaan we doen? Om de ambities te behalen ligt de focus op de doelgroep kinderen en jongeren. Binnen deze groep valt de meeste gezondheidswinst te behalen. Interventies die ingezet worden raken de leefomgeving van kinderen en jongeren en daarmee ook een groot deel van de samenleving. De prioritering binnen het verminderen van het alcohol- en middelengebruik en binnen de doelgroep ligt in het reeds gestarte programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO).
32
Doelgroep kinderen en jongeren: • We gaan het programma OKO verder uitrollen binnen de gemeente. Bij OKO wordt ingezet op het inrichten van een kansrijke gezonde leefomgeving voor kinderen tussen de 12 en 18 jaar. De aanpak zet in op het creëren van draagvlak onder de stakeholders zoals school, verenigingen, ouders en sociale omgeving. Samen met de stakeholders nemen we door middel van interventies negatieve factoren weg en versterken we positieve factoren zoals de band tussen ouder en kind. Door de aandacht op kinderen en jongeren te leggen raken we ook de ouders en creëren we bewustwording over hun eigen alcohol- en middelengebruik. Op de lange termijn (+-20 jaar) zal de aanpak leiden tot een afname in het alcohol- en middelengebruik onder jongeren. Hierbij gebruiken we wetenschappelijk onderbouwde interventies. De buurtsportcoaches en de sport- en preventiecoördinator vanuit het GALA dragen bij aan de uitvoering van het programma.
• We gaan het preventie- en handhavingsplan alcohol en middelen herijken in 2024. Het programma OKO zal de leidraad zijn voor het preventie deel in het herijkte preventie- en handhavingsplan. Daarbij kijken we samen met de stakeholders naar mogelijkheden om de omgeving van onze jongeren positief te beïnvloeden om hen een zo kansrijk mogelijke omgeving te bieden waarin ze kunnen opgroeien. Een mogelijke interventie vanuit dit plan zou kunnen liggen in het wijzigen van de alcoholverordening.
37
Bron: Trimbos instituut, Infosheet: Alcohol en de hersenontwikkeling van jongeren, 2019
• We zetten verder in op de ambities vanuit het Fit & Vitaal akkoord door aan te sluiten bij ‘de Rookvrije Generatie’ en rookvrije zones in te richten in de openbare ruimte, bijvoorbeeld rondom publieke gebouwen. Ook helpen we verenigingen om de verenigingsgronden, rondom clubgebouw en de (sport)velden als rookvrije zones te bestempelen. • We continueren de regionale samenwerking en onderzoeken samen de mogelijkheid tot het opzetten van een campagne om de sociale norm te beïnvloeden door bewustwording te creëren rondom alcohol- en middelengebruik. • We onderzoeken de mogelijkheid om opvoedondersteuning te bieden aan ouders in het primair en voortgezet onderwijs om hen handvatten te geven die ze kunnen gebruiken in gesprekken met kinderen over alcohol- en middelengebruik. Het bieden van opvoedondersteuning sluit ook aan op de uitvoering van de brede Specifieke uitkering (SPUK) GALA om in te zetten op het bieden van een Kansrijke Start aan alle kinderen en daarmee de sociale basis te versterken.
Doelgroep volwassenen en ouderen: • We onderzoeken op welke plekken, tijdens welke gelegenheden en met welke reden volwassenen en ouderen alcohol en middelen gebruiken. Om dit te onderzoeken gebruiken we de GGD gezondheidsmonitoren en het vierjarige belevingsonderzoek binnen onze gemeente. • We zetten jaarlijkse campagnes op met informatie waar inwoners terecht kunnen wanneer ze een hulpvraag rondom alcohol- en middelengebruik hebben. Ook kan hierbij aangesloten worden op campagnemaanden zoals ‘IkPas’ en ‘Stoptober’. • We continueren de regionale samenwerking en onderzoeken regionaal en lokaal de mogelijkheid tot het opzetten van een campagne om de sociale norm te beïnvloeden door bewustwording te creëren rondom alcohol- en middelengebruik. Het is van belang dat we ons realiseren wat het normaliseren van het alcohol- en middelengebruik in de omgeving van kinderen en jongeren voor effect heeft. Door middel van het betrekken van ouders van kinderen en jongeren via OKO creëren we bij hen ook bewustwording en bieden we handvatten om het gesprek over alcohol- en middelengebruik te voeren, zonder onder sociale druk te bezwijken. •We gaan via het plan van aanpak voor de uitvoering van de brede SPUK GALA inzetten op vroegsignalering rondom verslaving en alcoholproblematiek.
Hierin zoeken we de samenwerking met hulpverleners om inwoners met verslaving en alcoholproblematiek te signaleren en hulp te bieden. Binnen de uitvoering en signalering spelen de sport- en preventiecoördinator, kernondersteuners en de wijk GGD’ers ook een belangrijke rol.
Wat kan Noaberkracht doen? • Noaberkracht neemt haar voorbeeldfunctie en de gemeente geeft politiek en bestuurlijk het juiste voorbeeld aan de inwoners door rekening te houden met overmatig alcoholgebruik tijdens de zomer- en winterbijeenkomsten van de ambtelijke organisatie. • Noaberkracht stelt vitaliteitsbeleid op, medewerkers kunnen geholpen worden om te stoppen met roken. • Noaberkracht neemt haar voorbeeldfunctie en gaat vanuit haar vitaliteitsbeleid als ambtelijke organisatie jaarlijks deelnemen aan ‘IkPas’ in januari en ‘Stoptober’ in oktober.
33
Voeding en gewicht
Ambitie “Overgewicht onder onze inwoners verminderen door het stimuleren van de gezonde leefstijl” Vergelijkbaar met de Nederlandse cijfers, heeft ongeveer de helft van de volwassen Dinkellanders overgewicht, waarvan 15% obesitas. Het gewicht wordt in grote mate bepaald door de dagelijkse voeding en beweging. Eet en drinkt iemand meer dan diegene aan calorieën verbrand gedurende een dag, dan zorgt dit voor een toename in gewicht. Overgewicht en obesitas brengen ongewenste negatieve gezondheidseffecten met zich mee, zoals een verhoogd risico op diabetes, hoge bloeddruk, galstenen, hart- en vaatziekten, rug- en gewrichtsklachten en kanker. Binnen het innemen van gezonde voeding, waaronder het eten van groente en fruit, en het drinken van water, valt winst te behalen binnen Dinkelland. In het zes dagen per week groente en fruit eten scoren kinderen het best, maar zij drinken relatief veel suikerhoudende dranken. Jongeren drinken minder suikerhoudende dranken maar ook onder hen valt hierin winst te behalen. Het merendeel van de volwassenen en ouderen volgen binnen het eten van groente en fruit het advies vijf dagen in de week op.
34
Het veranderen van een leefstijl is erg lastig en kan zelfs meerdere jaren duren. Mensen proberen vaak af te vallen door meer te sporten en te diëten, om daarna weer terug te vallen in het oude patroon. Vanuit de rijksoverheid is er aandacht voor preventieve interventies, waaronder interventies om mensen met overgewicht en obesitas te helpen bij leefstijlverandering. Mensen met overgewicht en obesitas die een verhoogd risico hebben op aandoeningen vanwege hun gewicht, en gemotiveerd zijn om hun leefstijl te veranderen kunnen vanuit de huisarts doorverwezen worden naar een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI). Deze interventie wordt vanuit de basiszorgverzekering vergoed. Daarbij vindt er eerst een intake plaats waarin deze mensen aan moeten tonen dat ze gemotiveerd zijn, want deelname aan de GLI vraagt discipline. In een tijdspanne van twee jaar wordt de volledige leefstijl van de deelnemers omgezet naar een gezonde leefstijl. Om te voorkomen dat onze inwoners onnodige gezondheidsrisico’s lopen en een langjarig traject tot leefstijlverandering ‘moeten’ doorlopen is het van belang dat er op jonge leeftijd ingezet wordt op de gezonde leefstijl. Het eten van gezonde voeding waarin voldoende groente en fruit en weinig suikerhoudende producten worden gegeten verlaagt het risico op chronische aandoeningen, waaronder hart- en vaatziekten, en het krijgen van een beroerte.
Daarnaast zorgt een gezonde voeding ook voor een lagere kans op darmkanker, longkanker en diabetes type 2. Wat gaan we doen? Naarmate de leeftijd toeneemt zien we ook een toename in het gewicht van de inwoners. Deze stijging begint al op het primair onderwijs. Daarom is het des te belangrijker dat kinderen op jonge leeftijd leren om gevarieerd en gezond te eten en drinken. De gemeente is al gestart met het project ‘Gezonde Jeugd, Gezonde Toekomst’ (JOGG) welke goed aansluit op het programma OKO. Beide interventies zetten in op het creëren van een kansrijke en gezonde omgeving waarin onze kinderen kunnen opgroeien. In beide interventies zijn ouders belangrijke stakeholders en creëren we door de prioriteit te leggen op kinderen ook bewustwording onder ouders over voeding.
Doelgroep kinderen en jongeren: • We gaan het project JOGG verder uitrollen. JOGG richt zich net als OKO op het kansrijk en in een gezonde leefomgeving opgroeien van kinderen. Daarbij ligt de focus op kinderen met een leeftijd van -1 tot en met 12 jaar met interventies binnen de thema’s ‘Voeding’, ‘Water drinken’, ‘Bewegen’ en ‘Slapen’. In Dinkelland ligt de focus voornamelijk op water drinken en voeding. We richten ons daarbij binnen de sociale omgeving van het kind op de buurt en school. Bij de start van het schooljaar 2023-2024 zijn in Dinkelland een aantal basisscholen gestart met kraanwaterbeleid om kinderen water te laten drinken op school en het drinken van suikerhoudende dranken te verminderen. Naast de gezondheidsvoordelen, is het voor ouders ook goedkoper om hun kinderen kraanwater te laten drinken op school. • We gebruiken het aanbod van de stichting JOGG (onderdeel Team Fit) en gaan met verenigingen in gesprek om alternatief gezond voedingsaanbod in de kantine te verkopen. Analyses laten zien dat verenigingen hierdoor meer omzet draaien. • We gaan binnen JOGG en vanuit het plan van aanpak van de brede SPUK GALA onderzoek uitvoeren naar de mogelijkheden tot implementatie van de interventie Kind naar Gezonder Gewicht (KnGG).
Doelgroep volwassenen en ouderen: • We organiseren vanuit het plan van aanpak voor de brede SPUK GALA bijeenkomsten met gezondheidsprofessionals rondom de gezonde leefstijl. Daarbij kijken we naar de uitdagingen en mogelijkheden om samen met het medisch domein interventies uit te voeren. Sinds 2022 zijn er al een aantal van deze bijeenkomsten georganiseerd. Daarbij zijn onder andere leefstijlinterventies zoals de GLI met elkaar besproken en in een aantal kernen uitgevoerd. • We gaan de GLI verder uitrollen zodat het een laagdrempelige interventie is die vanuit alle kernen te bereiken is. • We ondersteunen door middel van de sport- en preventiecoördinator de werkgroepen rondom vitaliteit en de gezonde leefstijl in de kernen. • We geven Fit & Vitaal, zowel de website als het sport en preventie akkoord, meer naamsbekendheid zodat inwoners laagdrempelig gebruik kunnen maken van het platform en via de informatietegel ook tips over gezonde voeding en de gezonde leefstijl kunnen krijgen. De nieuwsbrief Fit & Vitaal zal hieraan een bijdrage leveren. • We benaderen lokale ondernemers om aan een gezonde werkomgeving te werken via onze bedrijfsconsulenten. Wat kan Noaberkracht doen? • Noaberkracht pakt haar voorbeeldfunctie via het ambitiedocument gezond voedingsaanbod in gemeentehuizen.
• Noaberkracht stelt vitaliteitsbeleid vast en blijft medewerkers ook apart vitaliteitsbudget bieden om aan hun gezondheid te werken.
35
Bewegen
Ambitie: “75% van de inwoners voldoet in 2040 aan de beweegrichtlijn” Dinkelland is een actieve gemeente. Het lidmaatschap bij verenigingen op het gebied van sport- en bewegen is groot, vooral onder kinderen en jongeren. Toch voldoet het merendeel van deze groep niet aan de beweegrichtlijn. Volwassenen en ouderen zijn in mindere mate lid van verenigingen en in vergelijkbare mate neemt ook het voldoen aan de beweegrichtlijn af ten opzichte van kinderen en jongeren. Voor de positieve gezondheidseffecten is het van belang dat inwoners gestimuleerd worden om te voldoen aan de beweegrichtlijn. Immers, door te voldoen aan de beweegrichtlijn blijft het lichaam fysiek sterk en in balans, en is er een verminderd risico op chronische ziekten zoals diabetes, hart- en vaatziekten, psychische aandoeningen en botbreuken. Bewegen draagt bij aan het positief beïnvloeden van de mentale gezondheid en, in groepsverband, de sociale gezondheid. Onze ambitie sluit daarom ook aan op de ambitie vanuit het nationaal preventieakkoord.
36
Beweegrichtlijn kinderen en jongeren “Kinderen en jongeren voldoen aan de beweegrichtlijn wanneer ze elke dag, één uur per dag matig intensief bewegen.” Beweegrichtlijn volwassenen en ouderen “Volwassenen en ouderen voldoen aan de beweegrichtlijn als ze 150 minuten per week matig intensief bewegen, en daarnaast twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten doen.” Op het gebied van bewegen zien we verschillende uitdagingen binnen de leeftijdsgroepen. Onder kinderen en jongeren moet gekeken worden op welke mate ze op dit moment niet voldoen aan de beweegrichtlijn, aangezien een overgrote meerderheid wel lid is van een (sport)vereniging, maar niet voldoet aan de beweegrichtlijn. Bij volwassenen en ouderen ligt het anders. Zij kunnen wel gestimuleerd worden om te sporten, of te bewegen via een vereniging of andere manier van sport- en beweegaanbod. De helft van de volwassenen voldoet niet aan de beweegrichtlijn, is geen lid van een sportvereniging en heeft overgewicht. Voor ouderen zou het lid worden van een (sport)vereniging goed zijn voor zowel het voldoen aan de beweegrichtlijn als het inspelen op de eenzaamheid en de sociale gezondheid. Ook worden ouderen steeds fragieler naarmate de leeftijd toeneemt en is het van belang dat ze in beweging blijven.
Vallen is een veelvoorkomende gebeurtenis onder ouderen met grote impact op de fysieke gezondheid vanwege de verhoogde kans op botbreuken. Na een val moeten ouderen vaak geopereerd worden met een aansluitend, pijnlijk, revalidatietraject. Wat gaan we doen? Bij bewegen ligt de prioriteit op volwassenen en ouderen. Door de focus op deze doelgroep te leggen willen we onze inwoners helpen in het bevorderen van de gezonde leefstijl en daarmee ook het vitaal ouder worden.
Doelgroep kinderen, jongeren en volwassenen: • We geven Fit & Vitaal, zowel de website als het sport en preventie akkoord, meer naamsbekendheid zodat alle inwoners laagdrempelig gebruik kunnen maken van het platform en een beeld krijgen van het sport- en beweegaanbod binnen de gemeente. • We stimuleren vanuit de JOGG het bewegen van kinderen. Dit kan onder andere door via het onderwijs de beweegrichtlijn te stimuleren onder kinderen en jongeren, bijvoorbeeld door de inzet van buurtsportcoaches en/of jeugdwerkers voor naschoolse activiteiten. • We zoeken vanuit zowel gezondheid- als sportbeleid aanknopingen om op de juiste manier samen met sport- en beweegaanbieders te zorgen voor passend sport- en beweegaanbod voor kinderen en jongeren. • We sluiten aan bij GLI aanbieders om via onze buurtsportcoaches en de website Fit & Vitaal na, en tijdens, de twee jaar durende interventie beweegaanbod te bieden en een toeleiding naar passend beweegaanbod te verzorgen.
Doelgroep ouderen: • We gaan vanuit het plan van aanpak van de brede SPUK GALA, de ketenaanpak valpreventie implementeren, samen met de gezondheidsprofessionals. Daarmee versterken we de vitaliteit van ouderen en kunnen ouderen leren hoe ze hun balans terug krijgen wanneer ze op het punt staan om te vallen of leren ze gecontroleerd te vallen. Hierbij is het van belang dat er aandacht is voor een doorstroming naar sport- en beweegaanbod voor ouderen na afloop van de valpreventie cursus om de vitaliteit te borgen. In het opzetten van deze keten spelen zowel de sport- en preventiecoördinator als de buurtsportcoaches een rol. • We rollen ook de Nationale Diabetes Challenge (NDC) en het beweegaanbod aansluitend op de GLI verder uit. De NDC is een interventie waarbij er wandelgroepen voor, in eerste instantie, diabetici opgezet worden om in de periode van 1 mei tot 1 september wekelijks gezamenlijk te wandelen onder begeleiding. De ervaring leert dat de wandelgroepen ook toegankelijk zijn voor andere inwoners die laagdrempelig onder begeleiding meer willen bewegen. • We onderzoeken concepten zoals ‘Powerful Aging’ en ‘Reablement’ binnen de uitvoering van de Wmo.
Bij deze concepten wordt het gedachtegoed toegepast dat we bij het behandelen van Wmo aanvragen eerst kijken naar het bieden van ondersteuning om een inwoner vitaler en in eigen kracht terug te zetten, zodat een Wmo indicatie niet langer nodig is. • We kijken samen met de uitvoering van de sportnota, naar de juiste manier om sport- en beweegaanbieders te ondersteunen voor het passende sport- en beweegaanbod. Op deze manier zetten we in op toekomstbestendige sport- en beweegaanbieders. Daarnaast zetten we in op het in beweging krijgen en houden van ouderen om de vier domeinen van positieve gezondheid binnen ouderen zoveel mogelijk te versterken. Wat kan Noaberkracht doen? • Noaberkracht stelt vitaliteitsbeleid vast en blijft medewerkers ook apart vitaliteitsbudget bieden om aan hun gezondheid te werken.
37
3.2
Mentale gezondheid en Sociale gezondheid Ambitie 1 : “De mentale gezondheid van onze inwoners versterken”
Ambitie 2: “De eenzaamheid onder onze inwoners verminderen” De sociale gezondheid heeft een sterke invloed op de mentale gezondheid. Onder de sociale gezondheid is vooral de eenzaamheid een aandachtspunt. Omdat het gevoel van eenzaamheid sterke gevolgen heeft op de mentale gezondheid, en de interventies ter bevordering van de mentale gezondheid veelal inzetten op versterken van sociale relaties in de leefomgeving, zijn deze twee domeinen samengenomen in dit hoofdstuk.
38
De mentale gezondheid van de inwoners lijkt steeds verder af te nemen. Vanuit de rijksoverheid worden zorgen geuit over de mentale gezondheid van jongeren en jongvolwassenen. Vanuit het HBSC rapport werden deze zorgen verder onderschreven onder jongeren, met aandacht voor meisjes, jongeren met gescheiden ouders en jongeren met een migratieachtergrond. Deze zorgen kwamen onder andere aan het licht als gevolg van de effecten van de coronacrisis op deze groep. De maatschappij is steeds meer prestatiegericht geworden, daaruit vloeit direct ook de toenemende mate van ervaren prestatiedruk naar voren. Niet alleen onder jongeren en jongvolwassenen speelt de prestatiedruk, maar ook onder werkende volwassenen. Ook is er onder de kinderen en jongeren binnen de gemeente een toename in (het risico op) psychosociale problematiek, welke te wijden kan zijn aan de coronacrisis vanwege het weinig omgaan met anderen. Daarnaast geven jongeren aan zich vaak gestrest te voelen en is er een toename in de eenzaamheid onder jongeren. Een relatief klein deel van de volwassenen geeft aan dat ze in de maand voor de monitoring veel stress hadden ervaren. In de meest recente monitoring is voor het eerst een uitvraag gedaan naar zelfverwonding en suïcidale gedachten. De cijfers, voornamelijk onder jongeren en jongvolwassenen, onderschrijven nogmaals de urgentie van het thema mentale gezondheid.
Een relatief groot gedeelte van de volwassenen en ouderen heeft een matig tot hoog risico op een angststoornis of depressie. Ouderen ervaren daarentegen weinig stress, maar zijn wel vaker eenzaam. Ook zien we onder ouderen een toename in ouderdomsziekten zoals dementie. Mentale ongezondheid kan leiden tot verschillende psychische aandoeningen, waaronder een angststoornis, burn-out of depressie, maar kan zich ook manifesteren in psychosomatische klachten zoals hoofdpijn, vermoeidheid, duizeligheid of buikpijn38. Eenzaamheid is één van de grote oorzaken van mentale ongezondheid en hangt ook nauw samen met het domein mentale gezondheid. In Dinkelland komt eenzaamheid voornamelijk voor onder de ouderen, maar tussen 2019 en 2021 heeft er ook een zichtbare verdubbeling in de eenzaamheid onder jongeren plaatsgevonden. Jongeren geven aan dat er een afname is in de plekken waar ze met een probleem terecht kunnen. Ook bij ouders, broers, zussen en vrienden geven ze aan minder snel met hun probleem terecht te Bron: Corona Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Thema gezondheid | Mentale Gezondheid, 2020
38
kunnen. De eenzaamheid onder ouderen is groot. Ongeveer de helft van de ouderen geeft aan matig of (zeer) ernstig eenzaam te zijn waarvan de meerderheid sociaal eenzaam is. Ook volwassenen geven aan, in mindere mate ten opzichte van de ouderen, eenzaam te zijn. Rond een kwart van de volwassenen geeft aan sociaal eenzaam te zijn. Wat gaan we doen? De mentale gezondheid wordt beïnvloed door veel verschillende oorzaken en uit zich in verschillende vormen. Het bevorderen van mentale gezondheid, en het voorkomen van een mentale ongezondheid vraagt om een gerichte aanpak per leeftijdsgroep. Landelijk en regionaal wordt ervoor gekozen om te prioriteren op jongeren en jongvolwassenen. Ook de aanpak van de sociale eenzaamheid heeft direct gevolgen op de mentale gezondheid. Vanuit het GALA worden gemeenten verzocht om de landelijke aanpak ‘Mentale Gezondheid van ons allemaal’ te omarmen. Dinkelland zal deze aanpak ook omarmen door in te zetten op de vijf deelplannen. Daarbij geven we prioriteit aan jongeren en jongvolwassenen.
Doelgroep alle leeftijdsgroepen: • We sluiten ons aan bij de landelijke aanpak ‘Mentale Gezondheid van ons allemaal’ zoals beschreven in het plan van aanpak van de brede SPUK GALA. Daarbij onderzoeken we de koppeling tussen lokale behoeften, visie, en beleid, en werken vijf deelplannen uit: 1) Mentaal gezonde maatschappij, 2) Mentaal gezonde buurt, 3) Mentaal gezond onderwijs, 4) Mentaal gezond aan het werk, 5) Mentaal gezond online. • We maken, als onderdeel van de aanpak ‘Mentale Gezondheid van ons allemaal’ een communicatieplan en zetten in op bewustwordingscampagnes. Op deze manier willen we inwoners aanmoedigen het gesprek te voeren over mentale gezondheid. We maken gebruik van bestaande campagnes zoals: ‘de week van de gezondheid’, ‘de week van de suïcide preventie’ en de ‘1K Z1E J3’ bankjes. In het communicatieplan zetten we ook in op informatievoorziening rondom zinvolle en gezonde vrijetijdsbesteding. Bestaande en nieuwe initiatieven op gebied van sport, beweeg- en cultuuraanbod, en vrijwilligerswerk worden hier onder de aandacht gebracht. • Vanuit het plan van aanpak van de brede SPUK GALA besteden we aandacht aan het herijken van het mantelzorgbeleid en de ondersteuning van mantelzorgers. • We voeren met onze partners gesprekken over het thema ‘welbevinden’. Daarin stemmen we behoeften af en kijken welke interventies bij deze behoeften aansluiten.
• We werken op- en rondom de scholen samen met het sociaal werk, schoolmaatschappelijk werk en koppelen, waar mogelijk, jeugdconsulenten aan scholen, om de mentale gezondheidsproblemen onder jongeren bij de oorzaak aan te kunnen pakken. Ook gaan we door met de inzet van de POH Jeugd als laagdrempelige plek om aan jongeren met (beginnende) psychische problemen hulp te bieden. • We benutten, en versterken, het bestaande signalerend en ondersteunend netwerk rondom onze inwoners waar nodig. Onze kernondersteuners, wijk GGD’ers en ervencoaches in de samenleving hebben zowel een signalerende, als een ondersteunende rol. Ook kijken we naar mogelijkheden binnen de eerstelijnszorg om een bijdrage te leveren in de signalering. • We stimuleren het aanstellen van een vertrouwenscontactpersoon in het onderwijs, op het werk en bij verenigingen, als laagdrempelige plek waar dit nog niet ingericht is. Op deze wijze kan iedereen
39
gevoelige onderwerpen met de vertrouwenscontactpersoon bespreken en eventuele medestand krijgen alvorens contact met een directeur, leidinggevende of bestuur te leggen. • We rollen de ketenaanpak ‘Welzijn op Recept’ via het plan van aanpak van de brede SPUK GALA uit binnen de gemeente. Hierbij maken we gebruik van de kernondersteuner die als schakel kan fungeren voor de huisarts om een patiënt door te verwijzen naar het juiste welzijns- of ondersteuningsaanbod. De pilots rondom de kernondersteuner laten zien dat de lijntjes tussen de eerstelijnszorg en de kernondersteuner kort zijn. De kernondersteuner kan hierin ook snel schakelen met de Praktijkondersteuner huisarts (POH). • We voeren het project ‘Een tegen Eenzaamheid’ uit, om de eenzaamheid onder ouderen te verminderen. • We hebben aandacht voor de gevolgen op de mentale gezondheid bij risicogroepen binnen onze gemeente naar aanleiding van landelijke ontwikkelingen als gevolg van besluiten van de Rijksoverheid. • We blijven aangesloten bij de regionale samenwerking ‘de Twentse Koers’ waarin mentale gezondheid één van de themalijnen is en er diverse projecten opgestart gaan worden. Een voorbeeld is de aanpak van de wachtlijsten in de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ).
40
Doelgroep kinderen en jongeren: • We creëren vanuit OKO en JOGG een gezonde, kansrijke leefomgeving voor onze jongeren. Daarmee versterken we ook de mentale gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan het versterken van de band tussen ouder en kind. Hoe sterker deze band, hoe makkelijker en vaker gesprekken gevoerd kunnen worden. • We onderzoeken vanuit het plan van aanpak van de brede SPUK GALA naar mogelijkheden om extra opvoedondersteuning te bieden en ouders handvatten te geven bij ‘lastige’ gespreksonderwerpen met hun kinderen. Mentale gezondheid kan hierin ook meegenomen worden. • We hebben aandacht voor leerlingen buiten onze gemeentegrenzen zoals het speciaal en vervolgonderwijs. Daarbij continueren we onder andere de regionale samenwerking rondom het multifunctionele team op het ROC Twente. Ook onderzoeken we mogelijkheden om deze aanpak uit te breiden naar het Saxion en de Universiteit Twente. Binnen de aanpak werken we samen met Mediant, Dimence, Tactus, GGD (jeugdarts), Regionaal Meld en Coördinatiepunt, het loopbaancentrum en huisartsen. Studenten die dreigen. Door korte lijnen met de studieloopbaanbegeleiders en te monitoren op ziekteverzuim kan de juiste zorg en ondersteuning worden geboden aan Twentse jongeren om te voorkomen dat ze het onderwijs zonder startkwalificatie verlaten.
Wat kan Noaberkracht doen? • Noaberkracht stelt vitaliteitsbeleid vast en blijft medewerkers ook apart vitaliteitsbudget bieden om aan hun gezondheid te werken. • Noaberkracht sluit zich ook aan bij de communicatiecampagnes rondom de mentale gezondheid richting haar eigen medewerkers. • Noaberkracht heeft vertrouwenscontactpersonen in dienst.
3.3
Financiële gezondheid Ambitie: “De financiële gezondheid van onze inwoners behouden”
We werken aan een herijking van het armoedebeleid. Naar verwachting is deze in het voorjaar van 2024 gereed. Binnen dit beleid wordt ook beschreven wat de gevolgen zijn van armoede op de gezondheid, zoals ook in deze nota beschreven. De SES in Dinkelland is hoog ten opzichte van Twente, en Dinkelland scoort daarnaast ook boven de gemiddelde SES in Nederland. Om de risico’s van een slechte financiële gezondheid te beperken is het van belang dat er aandacht is voor het behoud van de financiële gezondheid waarin we zoveel mogelijk willen voorkomen dat inwoners in de bijstand belanden of (problematische) schulden ontwikkelen. Op dit moment merken we dat er vanaf 2021 een afname is in het aantal inwoners dat vanuit de gemeente een bijstandsuitkering ontvangt. Ook het aantal signalen die de gemeente ontvangt vanuit vroegsignalering rondom betalingsachterstanden lijkt sinds 2022 af te nemen. Wat gaan we doen? Het armoedebeleid is sturend voor het behouden van de financiële gezondheid binnen de gemeente. De gezondheidsnota biedt een leidraad om de negatieve effecten op de totale gezondheid vanuit een financiële ongezondheid te voorkomen. Het belang van het voorkomen van armoede op de gezondheid wordt opgenomen in het armoedebeleid. Een hoofdpunt is dan ook het inzetten op verborgen armoede.
Daarin is het signalerende netwerk en het toeleiden van inwoners naar passend ondersteuningsaanbod, zoals minimaregelingen, van belang. Naast het armoedebeleid is er ook aandacht voor meer en betere maatschappelijke begeleiding. Daarbij is er specifiek aandacht voor nieuwkomers om het meedoen in de samenleving te bevorderen.
41
3.4
Gezonde leefomgeving Ambitie: “(Positieve) gezondheid wordt in planvorming binnen de fysieke leefomgeving meegenomen”
Dinkelland is een gemeente met relatief veel groen en een uitnodigende openbare ruimte om recreatief gebruik van te maken. We zien dan ook relatief veel toerisme naar de gemeente toe trekken om bijvoorbeeld de diverse wandelroutes te benutten. Een gezonde leefomgeving draagt in belangrijke mate bij aan de doelen op het gebied van gezondheid en preventie. Daarbij gaat het niet alleen om bewegen en de bijdrage aan een gezonde leefstijl, maar ook de mogelijkheid voor ontmoeting, ontspanning, en een schone, toegankelijke en veilige plek om te leven. We willen daarom nadrukkelijk inzetten op de (interne) samenwerking tussen het sociale en fysieke domein, waarbij de gezonde leefomgeving terugkomt in nieuw beleid op onder andere het gebied van sport, cultuur, gezondheid en de openbare ruimte. Onder andere via intaketafels wordt gezondheid al meegenomen in nieuwe plannen in de fysieke leefomgeving.
De VNG heeft een aantal aandachtspunten beschreven welke noodzakelijk zijn om tot een goede samenwerking te komen rondom de gezonde leefomgeving39:
42
1. De gezonde leefomgeving vraagt om langetermijnvisie. De effecten op de gezondheid bij een aanpassing zijn pas over tientallen jaren merkbaar. Verwachtingsmanagement is hierbij van belang. Meer groen betekent bijvoorbeeld niet dat de mentale gezondheid op de korte termijn zal stijgen. 2. D e gezonde leefomgeving is een integrerende opgave. De inzet op een gezonde leefomgeving vraagt samenwerking tussen fysiek, sociaal, economisch en gezondheidsbeleid. Zo vindt er op landelijk niveau ook samenwerking plaats tussen de ministeries van VWS, IenW, LNV, BZK en OCW op de gezonde leefomgeving. 3. Gezondheidsbescherming en gezondheidsbevordering. Het gedachtegoed en beleid rondom ruimtelijke ordening en het fysieke domein is van oudsher voornamelijk gericht op gezondheidsbescherming, door het instellen van normen rondom uitstoot van gevaarlijke stoffen, geluid en luchtkwaliteit. Naast gezondheidsbescherming moet er ook aandacht zijn voor gezondheidsbevordering, het dermate inrichten van de leefomgeving dat deze uitnodigt en uitdaagt tot gezond gedrag. 4. De gezonde leefomgeving is een ontwerpopgave. Neem gezondheid mee in urgente opgaven in de leefomgeving zoals de energietransitie, woningbouwopgave, klimaatadaptatie en nieuwe mobiliteitsvormen.
Binnen deze opgaven is het van belang dat besluiten integraal afgewogen worden en er slim gehandeld wordt om opgaven en kansen met elkaar te verbinden. 5. Gezondheid afwegen bij keuzes in de fysieke leefomgeving. Weeg gezondheid mee in besluiten binnen de fysieke leefomgeving. Bij elke omgevingsvisie wordt er niet alleen nagedacht over
39
Bron: Vereniging Nederlandse Gemeenten, ‘Samenwerken aan de gezonde leefomgeving’, 2022
gezondheidsbedreigende factoren, maar ook over hitte en afkoeling, beweging, groen, ruimte voor sport, spel en ontmoeting. Zeker in de grote woningbouwopgave moeten we gezondheid meewegen en de gezonde leefomgeving inrichten, om te voorkomen dat we nu de achterstandswijken van de toekomst bouwen. 6. Participatie is de kern van de aanpak. Door inwoners te betrekken bij ontwikkelingen en hen ook te wijzen op de positieve effecten die bepaalde wijzigingen op de gezondheid kunnen hebben wordt er draagvlak en bewustwording gecreëerd rondom de gezonde leefomgeving. 7. Urgente problemen vragen als eerste aandacht. De basis moet op orde zijn om mensen tot gezond gedrag te kunnen bewegen. Als huizen schimmel- en vochtproblemen hebben, en/of slecht geïsoleerd zijn, zeker in (sociale) huurwoningen van inwoners met een lager inkomen of schulden, heeft deze aanpak prioriteit. Door deze problemen te verhelpen worden ook al snel (risico’s op) gezondheidsproblemen verholpen. 8. Meekoppelkansen: werk met werk maken. Aangezien er de komende jaren veel geïnvesteerd wordt in de leefomgeving, moeten we vanuit gezondheidsbeleid aansluiten en meedenken. Denk bijvoorbeeld aan rioolonderhoud en het openbreken van wegen. In plaats van na het onderhoud de straat weer dicht te maken is dit ook een kans om bovengronds meer aandacht te hebben voor verkeersveiligheid, lopen, fietsen en inclusiviteit.
Of bij herinrichting/nieuwbouw van wijken aandacht besteden aan een groene, gezonde openbare ruimte. Deze slimme investeringen kunnen tot besparingen in het sociaal domein en de zorg leiden. 9. Bewezen succesverhalen inzetten: praktijkkennis en praktijkonderzoek. Door middel van resultaten van bestaande onderzoeken, bestaande initiatieven en monitoring worden handreikingen opgesteld met goede voorbeelden voor gemeenten om lokaal vorm te geven aan de gezonde leefomgeving. 10. Gezondheid als zachte waarde in positie brengen tegenover harde waarden. Bij het afwegen van economische belangen ten opzichte van gezondheidsbelangen is het van belang om te onderzoeken op welke manier een ondernemer die zich wil vestigen rekening houdt met omwonenden. Denk aan zware industrie waar het bedrijf winst maakt, maar de omwonenden en de overheden opdraaien voor de gezondheidsgevolgen vanuit de uitstoot. Of gezondheidsproblemen/risico’s vanuit agrarische activiteiten, zoals bijvoorbeeld een uitbraak van Q-koorts. We kijken samen met ondernemers welke instrumenten er zijn om gezondheidsproblemen te voorkomen en kijken waar dit niet kan naar mogelijkheden om gezondheidsschade bij producenten neer te leggen. De VNG pleit voor producentenverantwoordelijkheid.
In de samenwerking ligt een continue uitdaging waarbij interne afstemming noodzakelijk is. Denk aan het inrichten van de fysieke leefomgeving op een manier dat deze uitnodigt tot een gezonde leefstijl, en om intensief samen te werken binnen- en buiten de gemeente op het gebied van gezondheid, sport, cultuur en de fysieke leefomgeving. Vanuit meerdere akkoorden, zowel landelijk als regionaal is aandacht voor het inrichten van de gezonde leefomgeving. Naast de tien aandachtspunten heeft de VNG ook 25 aanpakken geschetst welke vanuit gezondheidsbeleid samen integraal aangevlogen kunnen worden. Deze lopen van verkeersveiligheid, tot rookvrije omgeving en kwalitatief hoogwaardig groen met wateropvang.
43
Binnen de gezonde leefomgeving komt ook de ambitie: “Iedereen kan en mag meedoen” terug. Daarin geldt inclusie als belangrijk thema. Naast inclusief in het kader van toegankelijkheid voor ouderen en mindervaliden, is het ook van belang dat de leefomgeving ook voor LHBTI+’ers binnen onze gemeente een veilige en gezonde plek is. Uit recentelijk onderzoek blijkt dat LHBTI+’ers in plattelandsgemeenten in Overijssel een hogere mate van onveiligheid ervaren. Twente en de Achterhoek scoren daarentegen wel hoger dan andere regio’s in Overijssel en Gelderland. Het geaccepteerd voelen van LHBTI+’ers draagt ook bij aan de mentale gezondheid van inwoners in deze doelgroep. Wat gaan we doen? Vanuit het Kwaliteitsplan Openbaar Groen is vanuit de gemeenteraad de wens uitgesproken om meer aandacht te hebben voor het werken aan de gezonde leefstijl in de openbare ruimte en ook voor het creëren van (speel)voorzieningen voor kinderen op een sociaal overzichtelijke en veilige plek. De projecten JOGG en OKO leveren hierin al een grote bijdrage door te onderzoeken op welke manier we de leefomgeving in de kernen gezonder kunnen inrichten.
Daarbij wordt bijvoorbeeld naar de speeltuinen gekeken, maar ook samen met de afdeling toerisme en recreatie onderzocht of het mogelijk is om de centra van de kernen groener en beweegvriendelijker in te richten, zodat inwoners en kinderen worden uitgenodigd om te bewegen in de openbare ruimte. Ook vanuit de sportnota en het plan van aanpak van de SPUK GALA wordt de ambitie gesteld om het bewegen in de openbare ruimte te stimuleren.
44
• We kijken op welke manieren de adviezen en voorbeelden vanuit andere gemeenten en vanuit de VNG binnen onze lokale ontwikkelingen geïmplementeerd kunnen worden. Hierbij kijken we integraal naar de omgevingsvisies en nemen we de tien aandachtspunten en 25 thema’s vanuit de VNG position paper mee. • We zetten in op het verder ontwikkelen van de afstemming, en samenwerking, tussen het fysiek en sociaal domein. We creëren gedeeld eigenaarschap binnen het bestuur, het management en de programmaregisseurs binnen Noaberkracht, om op de afstemming en samenwerking te sturen en snijvlakken te herkennen. Voor de borging van de afstemming is het van belang dat medewerkers van zowel het sociale als het fysieke domein naast hun reguliere werkzaamheden ruimte krijgen om de samenwerking op te zoeken. • We sluiten in het najaar van 2023 aan bij de regionale leerkring Gezonde Leefomgeving. Deze leerkring wordt gefaciliteerd door de VNG en enkele ministeries. Gemeenten krijgen handvatten om de samenwerking tussen het sociaal domein en de fysieke leefomgeving, onder andere door middel van de omgevingswet, in te richten. • We onderzoeken vanuit het regionale project ‘Elke Tukker Bewust Gezond’ een aantal initiatieven, in meerdere gemeenten, welke bijdragen aan gezondheid. In Dinkelland onderzoeken we hierbij het gebruik van de beweegtuin in Denekamp.
Op basis van alle onderzoeken krijgen we inzicht in de (verbeter)punten die initiatieven ten behoeve van de gezonde leefomgeving succesvol maken. • We verkennen de mogelijkheid om aan te sluiten bij het landelijke Schone Lucht Akkoord, waarin gemeenten samenwerken aan het verminderen van uitstoot en het verbeteren van de luchtkwaliteit. • We betrekken de vitaliteitswerkgroepen van de verschillende kernen om waar mogelijk een bijdrage te leveren bij de uitvoering van projecten en aanpassingen ten behoeve van de gezonde leefomgeving in hun kern.
H4
Wat doen we al, en wat willen we extra doen?
Binnen de beleidsstukken op het gebied van sport, cultuur en armoede hebben preventie en het bevorderen van de gezondheid direct snijvlakken met de gezondheidsnota. De uitvoering die gegeven wordt vanuit deze beleidsstukken zal dan ook bijdragen aan de ambities die in de gezondheidsnota gesteld zijn. Er zit overlap tussen de wettelijke basistaken vanuit de Wpg die hoofdzakelijk door GGD Twente voor ons uitgevoerd worden en landelijke, regionale en lokale ambities op het gebied van preventie, gezondheidsbevordering en –bescherming. De GGD Twente wordt jaarlijks via een gemeentelijke bijdrage aan SamenTwente door ons gefinancierd. Voor het behalen van de ambities is budget en uitvoeringskracht noodzakelijk. Een gedeelte daarvan kan bekostigd worden uit de reeds door de raad beschikbaar gestelde middelen en een gedeelte kunnen we bekostigen uit de middelen vanuit het GALA.
4.1
GGD Twente
GGD Twente bewaakt, beschermt en bevordert de gezondheid van iedereen in Twente, met extra aandacht voor risicogroepen. Dit doet de GGD door risico’s voor de gezondheid te voorkomen en de gezondheid van alle inwoners te bevorderen. Het is ook aan de GGD om op basis hiervan gevraagd en ongevraagd te adviseren. GGD Twente voert voor de gemeente Dinkelland en de andere dertien gemeenten in Twente de taken uit zoals vastgelegd in de Wet publieke gezondheid. Daarnaast voert de GGD op basis van andere wet en regelgeving taken uit. Bijvoorbeeld inspectietaken op basis van de Wet kinderopvang en inspecties bij tattoo- en piercingshops op basis van de voedsel- en warenwet. • Op het gebied van monitoring, signalering en advisering voert de GGD onderzoeken uit om de gezondheid van diverse leeftijdsgroepen te monitoren. Ook wordt op basis van deze monitoren aanvullend en of verdiepend onderzoek gedaan. Daarnaast geeft de GGD, op basis van deze data en vanuit haar expertrol, advies aan gemeenten voor hun lokaal gezondheidsbeleid. • De GGD voert ook taken uit in het kader van gezondheidsbescherming, en bevordering van de gezondheid van risicogroepen. Je kunt hierbij denken aan infectieziektebestrijding en specifiek tuberculosebestrijding, SOA-bestrijding en bevordering van de seksuele gezondheid en zorg voor asielzoekers en vluchtelingen.
Ook medische milieukunde werkt aan het beschermen van inwoners tegen gezondheidsrisico’s in de leefomgeving. Daarnaast adviseren ze, samen met de adviseurs gezondheidsbevordering, over hoe de leefomgeving zo in te richten dat deze de gezondheid bevorderd. • In het kader van publieke gezondheid bij incidenten, rampen en crises levert de GGD coördinatie, uitvoering en advies, maar ook psychosociale hulp. • De GGD voert toezicht uit bij de kinderopvang, tattoo- en piercingshops en seksinrichtingen. • Op het gebied van zorgen om ‘kwetsbare’ inwoners is er een meldpunt woningvervuiling en een meldpunt zorgwekkend gedrag om uiteindelijk de inwoner toe te leiden naar passende zorg dan wel het organiseren van hulpverlening. • GGD Twente voert ook de jeugdgezondheidszorg uit voor 0 tot 18 jarigen, de gehoorscreening en het Rijksvaccinatieprogramma, zoals beschreven in de Wpg. • In het kader van de Wet op de lijkbezorging voert GGD Twente de gemeentelijke lijkschouw uit. Daarnaast voert zij ook andere taken uit op het gebied van Forensische Geneeskunde, namelijk forensische medisch onderzoek en medische arrestantenzorg.
45
Buiten de taken met een wettelijke basis, zijn ook diensten toegevoegd door gemeenten, zoals de Gezonde School aanpak, de hoor-functie en Nu Niet Zwanger. Ook de regionale coördinatie van JOGG is bij de GGD belegd. Naast deze taken, heeft de GGD een verbindingsrol van landelijk naar regionaal en lokaal en vice versa.
4.2
Gezond en Actief Leven Akkoord en Integraal Zorg Akkoord
In de regeling van de brede SPUK van het GALA zijn de doelen uitgewerkt in drie onderdelen met daaronder vijftien regelingen. Een gedeelte van deze regelingen waren individuele uitkeringen die de gemeente al ontving maar nu gebundeld in deze brede SPUK zijn opgenomen. Een voorbeeld is het onderdeel sport, bewegen en cultuur. Vanuit het onderdeel sport, bewegen en cultuur zijn de voormalige regelingen rondom de sport- en preventieakkoorden opgenomen en regeling voor combinatiefuncties, zoals onze cultuurmakelaar/coaches en de buurtsportcoaches. Het onderdeel ‘ondersteunende onderdelen’ is bedoeld voor de regionale samenwerking op het gebied van preventie en het versterken van de kennis- en adviesfunctie van de GGD. Deze middelen zijn dan ook toegekend aan GGD Twente en de Twentse Koers. De uitvoering op de andere elf regelingen dragen bij aan de uitdagingen en prioritering zoals in hoofdstuk drie beschreven. Deze regelingen zullen ook benut worden om in te zetten op de doelen vanuit het GALA met de bijbehorende aandachtspunten.
46
Sport, bewegen en cultuur
Lokaal Sportakkoord Brede Regeling Combinatiefuncties
Gezondheid en Sociale basis
Terugdringen Gezondheidsachterstanden Kansrijke Start Mentale Gezondheid Aanpak overgewicht en obesitas Valpreventie Leefomgeving Opgroeien in een Kansrijke Omgeving en Vroegsignalering Alcoholproblematiek Versterken sociale basis Mantelzorg Eén tegen Eenzaamheid Welzijn op recept
Ondersteunende onderdelen
Versterking kennis- en adviesfunctie GGD Coördinatie-kosten regionale aanpak preventie
Vanuit het IZA heeft de regio een opdracht gekregen om een regiobeeld op te stellen waarin knelpunten en aandachtspunten onderzocht worden binnen de huidige gezondheidszorg. Vervolgens moeten deze knelpunten geadresseerd worden in een regioplan. Dit regioplan moet voor het eind van 2023 door de Twentse colleges vastgesteld worden. De Twentse Koers voert de regie in het opstellen van het regioplan. In het regioplan worden projecten beschreven welke de komende vier jaar uitgevoerd gaan worden binnen de themalijnen van de Twentse Koers.