Gezondheidsnota Dinkelland.pdf
Tekst van het document
POSITIEF GEZOND DINKELLAND! NOTA PUBLIEKE GEZONDHEID
1
FINANCIEEL FYSIEK SOCIAAL MENTAAL
OKTOBER
2023
2
Voorwoord Voor u ligt de nieuwe nota Publieke Gezondheid voor de periode 20242027. Binnen de gemeente Dinkelland omarmen we het model van ‘positieve gezondheid’. Gezondheid en gezond zijn bestaat namelijk uit meer dan het ‘niet ziek zijn’. We kijken naar sociale, mentale, financiële en fysieke gezondheid. Vier elementen van gezondheid die in wisselwerking met elkaar invloed uit kunnen oefenen op iemands gezondheid en welbevinden. Zo kan een inwoner fysiek en lichamelijk gezond zijn, een grote sociale kring hebben, maar vanwege financiële problemen mentaal in een flinke dip belanden. Dit kan gebeuren zonder dat de omgeving het merkt. Een inwoner met een fysieke beperking daarentegen is natuurlijk niet direct ziek of ongezond. Een inwoner is altijd meer dan zijn aandoening! We kijken daarom vooral naar wat wel kan en op welke manier inwoners, maatschappelijke organisaties, ondernemers en gemeente hun verantwoordelijkheid kunnen pakken. Met behulp van deze nota werken we aan een positief gezond, fit en vitaal Dinkelland.
Ontwikkelingen In de afgelopen jaren is er in Nederland en de gemeente Dinkelland veel veranderd op het gebied van gezondheid. We zien een toename in overgewicht bij jongeren en ouderen en we zien een toename in de druk op de mentale gezondheid van onze kinderen, jongeren en (jong)volwassenen. We hebben tijdens de coronapandemie gezien hoe kwetsbaar onze gezondheidzorg en infectieziektebestrijding was. Bovendien wordt het, door inflatie en sterke prijsstijgingen, steeds zwaarder voor inwoners met een lager inkomen om rond te komen. De zorg komt steeds verder onder druk te staan door de vergrijzing. We zien een toename van zowel de 65+’ers als de 80+’ers en een afname van het aantal twintigers. Deze vergrijzing leidt tot een stijgende zorgvraag. Als er niks verandert, moet in 2040 maar liefst 1 op de 4 Nederlanders in de zorg werken om aan de zorgvraag te voldoen. Ontwikkelingen waardoor de zorg begint vast te lopen. Het vraagt om een andere kijk op gezondheid en het vraagt een andere manier van samenwerking tussen partijen. Vergeleken met het landelijk niveau hebben we in onze gemeente en Twente een grote uitdaging rondom de alcoholconsumptie. Veel inwoners, van jong tot oud, koppelen alcoholgebruik aan gezelligheid. Alcoholgebruik is daarmee onderdeel geworden van onze cultuur.
De donkere, niet zo gezellige, keerzijde van alcoholgebruik is dat we hierdoor een groot aantal zware en overmatige drinkers in onze gemeente hebben. Met alle gevolgen van dien. Daarnaast begint onze jeugd op jonge leeftijd met het drinken van alcoholische dranken. Daarom gaan we samen met inwoners en partners uit de samenleving aan de slag met deze aandachtspunten. Samen werken we aan een gezonde en kansrijke leefomgeving voor onze inwoners.
Kansen Kenmerkend voor de gemeente Dinkelland is het ‘Noaberschap’, het omzien naar elkaar, ook al is dat niet altijd meer vanzelfsprekend. Inwoners zijn veelal actief als vrijwilliger en/of op een andere manier aangesloten bij een of meer verenigingen. De ervaren gezondheid van inwoners is groot. Met het oog op de landelijke ontwikkelingen zijn er door de Rijksoverheid akkoorden gesloten met de koepelorganisaties van gemeenten, zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Daarmee moeten gemeenten, zorgverzekeraars en het medisch domein samenwerken op het behouden van betaalbare, toegankelijke, laagdrempelige en kwalitatieve gezondheidszorg. Dat bied kansen voor onze gemeente Dinkelland; voor onze inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Een sterke bijdrage hierin ligt in het regionaal en lokaal samenwerken aan gezondheidsbevordering door middel van preventie. We kunnen het niet alleen en hebben elkaar nodig. Samenwerken aan het creëren van een kansrijke en gezonde omgeving voor al onze inwoners. Met behulp van deze nota leggen we een beleidsbasis en kiezen we een richting in het werken aan gezondheidsbescherming, gezondheidsbevordering en preventie. Samen kijken we naar wat wél kan!
Gezonde groet, Cel Severijn
3
4
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
Waarom deze nota? 1.1
Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024
1.2
Gezonde Generaties in Twente 2024 - 2027
1.3
Bestuursagenda GGD Twente 2020-2023 en doorkijk 2024-2027
Gezondheid in cijfers 2.1
Demografie Dinkelland
2.2
Fysieke gezondheid
2.3
Mentale gezondheid
2.4
Sociale gezondheid
2.5
Financiële gezondheid
Wat willen we bereiken, en hoe?
6
13
30 5
4.
3.1
Fysieke gezondheid
3.2
Mentale gezondheid en Sociale gezondheid
3.3
Financiële gezondheid
3.4
Gezonde leefomgeving
Wat doen we al, en wat willen we extra doen? 4.1
GGD Twente
4.2
Gezond en Actief Leven Akkoord en Integraal Zorg Akkoord
4.3
Sport- en preventie akkoorden Fit & Vitaal
4.4
Wat doen we al?
4.5
Wat willen we extra doen?
4.6
Wat is hiervoor aan (extra) capaciteit nodig?
45
H1
Waarom deze nota? “Wij willen dat de inwoners van Dinkelland in de toekomst minimaal net zo sociaal, mentaal, fysiek en financieel gezond zijn als nu.”
Om dit doel te behalen zal er binnen de vier domeinen van gezondheid geïnvesteerd moeten worden om in te spelen op trends en ontwikkelingen die de gezondheid van onze inwoners negatief beïnvloeden. Door het monitoren van de gezondheid van onze inwoners zijn deze trends en ontwikkelingen inzichtelijk gemaakt. Vanuit de wet publieke gezondheid (Wpg) heeft de gemeente verschillende taken op het gebied van gezondheidsbescherming, gezondheidsbevordering, gezondheidsmonitoring en preventie. Eén van de taken die de gemeente ook moeten uitvoeren is het opstellen van een gemeentelijk gezondheidsbeleid die de aandachtspunten uit de landelijke nota gezondheidsbeleid zoveel als mogelijk meeneemt.
6
Voor het opstellen van de gezondheidsnota is de benodigde data verzameld en kan Dinkelland samen met onze partners inspelen op trends en ontwikkelingen waarin zorgen en uitdagingen liggen zoals het verminderen van (over)gewicht, alcohol- en middelengebruik, roken en het bevorderen van de mentale gezondheid. Daarbij heeft de gemeente een aantal landelijke opdrachten die we waar mogelijk volgen, onder andere vanuit de landelijke nota gezondheidsbeleid, maar ook vanuit het landelijke preventieakkoord en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), waarin op preventie gestuurd wordt. Ook binnen de ambtelijke organisatie geeft deze nota sturing aan andere beleidsterreinen op het gebied van gezondheid en preventie. Onder andere Jeugd, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Onderwijs, Minima, Sport, Cultuur en binnen de fysieke leefomgeving. Veel van de beleidsvelden hebben een wettelijk kader waarbij de gezondheid en het welzijn van de inwoners voorop staat. Door in te zetten op gezondheidsbevordering van onze inwoners blijven de, soms schaarse, ondersteuning en voorzieningen beschikbaar voor de inwoners die deze nodig hebben in hun dagelijks leven. Hiermee kan ook ingespeeld worden op de toenemende schaarste binnen het zorg- en ondersteuningsvlak als gevolg van de arbeidsmarktkrapte.
In de afgelopen jaren zijn er meerdere projecten, initiatieven en interventies ten behoeve van de gezondheid gestart vanuit, of gefinancierd door, de gemeente. Deze inspanningen droegen bij aan het brede begrip van gezondheid, maar de gemeente is toe aan een integrale visie en beleid waarin prioritering op gezondheidsvlak aangebracht wordt. Figuur 1: Positieve gezondheid in Dinkelland
Gezondheid is een breed begrip, bestaande uit verschillende domeinen die invloed op elkaar uitoefenen. Vanwege de brede visie op gezondheid en om rekening te houden met de verschillende beleidsinvloeden omarmt de gemeente al een aantal jaar de definitie van ‘Positieve Gezondheid’1. Daarbij wordt er uitgegaan van de denkwijze dat gezondheid meer omvat dan ‘niet ziek zijn’. Binnen de gemeente Dinkelland is het model van het instituut voor positieve gezondheid ondergebracht binnen vier domeinen van gezondheid: ‘Fysieke, mentale, sociale en financiële gezondheid’. Deze vier domeinen vormen samen de visie op gezondheid. Daarnaast kan ongezondheid binnen elk domein invloed hebben op één of meer andere domeinen. Financiële problemen hebben bijvoorbeeld invloed op de fysieke, sociale en mentale gezondheid als gevolg van het niet langer kunnen deelnemen aan sociale evenementen, het beoefenen van sport bij verenigingen en financiële zorgen waardoor iemand verkeerde (voedings)keuzes kan maken en/of in een depressie kan belanden2. Tegelijkertijd met de gezondheidsnota is er ook geschreven aan nieuw sport- en cultuurbeleid. Hierop aansluitend wordt momenteel het armoedebeleid herijkt. Vanwege de nauwe samenhang tussen deze beleidsterreinen en de vier domeinen van positieve gezondheid is het van belang dat het nieuwe beleid goed op elkaar afgestemd wordt.
Waarbij het overkoepelende doel, de gezondheid van onze inwoners, samenkomt in de gezondheidsnota. De aandachtspunten en uitvoering van het nieuwe beleid worden ook meegenomen in het plan van aanpak voor de lokale uitvoering van de financiële middelen vanuit het GALA dat in 2023 landelijk vastgesteld is. Het GALA is een akkoord tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Zorgverzekeraars Nederland. In het GALA zijn de landelijke doelen, vanuit verschillende akkoorden en visies, opgenomen welke gericht zijn op preventie, gezondheidsbevordering en –bescherming. Om deze doelen uit te kunnen voeren zijn financiële middelen beschikbaar gesteld: ‘de brede SPUK GALA’. De brede SPUK GALA is een specifieke uitkering, wat inhoudt dat er een aantal voorwaarden aan deze middelen hangen, zoals het opstellen van een plan van aanpak voor het besteden van de middelen in de periode 2023 tot en met 2026.
In het GALA hebben de partijen zich gecommitteerd aan een aantal doelen: • Terugdringen gezondheidsachterstanden; • Investeren in een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten; • Het versterken van (de verbinding met) de sociale basis; • Investeren in een gezonde leefstijl; • Versterking van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid; • Investeren in vitaal ouder worden; • Het opzetten van een domein overstijgende inzet vanuit een regionale preventie infrastructuur. 1 2
Bron: Institute for positive health; Positieve gezondheid Bron: Movisie, Wat werkt bij aanpak armoede en schulden, 2020
7
Het GALA is een uitvloeisel van de preventieparagrafen van een aantal overkoepelende akkoorden, waaronder het Integraal Zorg Akkoord (IZA). Waar het GALA voornamelijk stuurt op het lokaal inzetten op preventie en het behalen van de doelen, stuurt het Integraal Zorg Akkoord meer op het behouden van kwalitatieve, betaalbare en toegankelijke gezondheidszorg voor alle inwoners en het inrichten van een regionale preventie-infrastructuur waarin gemeenten samenwerken met het zorgkantoor en de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD). Twente is hierin landelijk één van de koplopers via de Twentse Koers. De Twentse Koers is een samenwerking tussen de veertien gemeenten, GGD Twente, Provincie Overijssel en zorgkantoor en zorgverzekeraar Menzis. Binnen de Twentse Koers werken we samen op het gebied van gezondheid en preventie met hetzelfde doel als het IZA, het behouden van kwalitatieve, betaalbare en toegankelijke zorg voor de Twentse inwoner.
1.1
Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024
In 2020 is de landelijke nota gezondheidsbeleid3 vastgesteld. Hierin worden vier aandachtspunten toegelicht waaraan de rijksoverheid prioriteit geeft, welke in onderstaande paragrafen worden uitgelicht.
Thema 1: Gezondheid in de fysieke en sociale leefomgeving
8
De omgeving waarin wij wonen, werken en leven is een van de factoren die onze gezondheid beïnvloed. Deze omgeving is zowel fysiek als sociaal van aard. De fysieke en sociale leefomgeving zijn met elkaar verbonden, een gezond en toegankelijk ingerichte fysieke leefomgeving kan namelijk bijdragen aan een gezonde sociale leefomgeving en andersom. Het positief stimuleren van beide typen leefomgeving draagt zo niet alleen bij aan gezondheidsbevordering en welbevinden, maar ook aan het creëren van ontmoeting, het vergroten van de leefbaarheid en het creëren van een gunstig economisch vestigingsklimaat binnen de gemeente. In een gezonde en inclusieve sociale leefomgeving voelen mensen zich thuis, wonen ze veilig, krijgen ze steun en is de samenhang in de buurt groot. De ambities om tot een gezonde fysieke en sociale leefomgeving te komen richten zich op het inbedden van ‘gezondheid’ in de belangenafweging binnen het ruimtelijk beleid en het verbinden van het sociaal en fysieke beleidsdomein.
Thema 2: Gezondheidsachterstanden verkleinen Wie rijker en hoger opgeleid is, leeft gemiddeld langer en in betere gezondheid. Zo is het verschil in levensverwachting tussen mensen met een hoge en lage sociaal economische status (SES) ongeveer zes jaar. Het verschil tussen deze twee groepen in het aantal jaren goed ervaren gezondheid bedraagt bijna 15 jaar. Het vermogen van mensen om ‘gezonde’ keuzes te maken en zich hieraan te houden, wordt vaak overschat. Gezondheidsproblemen zijn vaak onderdeel van achterliggende problematiek zoals schulden, armoede, laaggeletterdheid en werkloosheid. Ook omgevingsfactoren hebben invloed op de gezondheid, zoals de fysieke en sociale leefomgeving, de kwaliteit van huisvesting en de (fysieke) toegankelijkheid en kwaliteit van voorzieningen4. Bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024: ‘Gezondheid breed op de agenda’ 4 Bron: CBS, Staat van Volksgezondheid en Zorg, verslagjaar 2018, cijfers levensverwachting en goed ervaren gezondheid: Monitor brede welvaart 2019 3
Het meeste effect is te verwachten van interventies tijdens de eerste levensfasen en preventieve interventies op het gebied van roken, alcohol en overgewicht. Inmiddels is helder dat deze interventies vooral kans van slagen hebben als er ook aandacht is voor achterliggende factoren, zoals gezondheidsvaardigheden, armoede en de directe leefomgeving. Inzet daarop is dan ook nodig, waarin bijvoorbeeld het gezondheid en armoedebeleid een nauwe samenhang heeft.
Thema 3: Druk op het dagelijks leven bij jeugd en jongvolwassenen Omdat er veel aandacht is voor de mentale gezondheid van jeugd en jongvolwassenen, en er bij deze groep de grootste gezondheidswinst te behalen is, heeft de rijksoverheid gekozen om de prioriteit te leggen bij deze groep Nederlanders. De aanpak van druk op het dagelijks leven is complex en vraagt om een domein overstijgende aanpak. Het is een complex probleem omdat niet iedereen druk op dezelfde manier ervaart. Het is belangrijk dat jeugd, jongvolwassenen en hun ouders weten hoe zij mentaal gezond opgroeien en ook mentaal gezond kunnen blijven. Mentale problemen moeten bespreekbaar zijn en door de omgeving geaccepteerd worden. Om ervoor te zorgen dat jeugd en jongvolwassenen zich gezond ontwikkelen op de korte en lange termijn, zijn maatregelen nodig om de druk te verkleinen en hun mentale weerbaarheid en veerkracht te vergroten. De sociale omgeving kan helpen om met prestatiedruk om te gaan. Er zijn aanwijzingen dat het risico op stress gerelateerde aandoeningen en depressieve klachten op latere leeftijd daardoor kan afnemen. In de volksgezondheid toekomst verkenning (VTV) van 2018 is beschreven dat de mentale druk op jongeren leek toe te nemen. Ook vanuit het ‘Health Behaviour in School-aged Children (HBSC)’ rapport blijkt dat de mentale gezondheid van Nederlandse kinderen en jongeren verslechterd.
In het HBSC onderzoek wordt al 20 jaar de trend in het gezondheidsgedrag onder kinderen en jongeren in Europese landen gevolgd door middel van dezelfde vragen. In het rapport zien we een grotere verslechtering onder meisjes ten opzichte van jongens5. Ook wordt er gevraagd om aandacht te besteden aan jongeren met gescheiden ouders en jongeren met een migratieachtergrond. Helaas is het vergelijken van onderzoeken naar mentale gezondheid lastig, aangezien mentale gezondheid door middel van meerdere verschillende definities en meetinstrumenten in beeld wordt gebracht. De grootste ambitie vanuit de rijksoverheid binnen dit thema ligt dan ook op het in kaart brengen van de aard, omvang en factoren van de mentale gezondheid bij jongeren. Daarnaast moet er gezorgd worden voor minder prestatiedruk in de maatschappij en het leven van jongeren. Onder andere door mentale gezondheidsvaardigheden te stimuleren en de fysieke en sociale leefomgeving aan te passen om mentale gezondheid te bevorderen. 5
Bron: Trimbos instituut en Universiteit Utrecht: ‘HBSC 2021 Gezondheid en Welzijn van Jongeren in Nederland’
9
Thema 4: Vitaal ouder worden Nederland vergrijst: mensen worden steeds ouder en het aandeel ouderen in de samenleving neemt toe. Het aantal 75+’ers ligt nu rond de 1,3 miljoen. In 2040 is dit aantal bijna verdubbeld. Daarnaast nemen sociale problemen onder ouderen toe. Van alle 75+’ers heeft bijvoorbeeld 54% gevoelens van eenzaamheid. Ook het aantal mensen met dementie stijgt de komende jaren. Bijna de helft van alle 75+’ers woont alleen en bijna 1 op de 10 ouderen heeft geen partner of kinderen. Tot slot komt 1 op de 3 ouderen van 65 jaar en ouder minimaal eens per jaar ten val. Dit heeft in veel gevallen grote gevolgen voor vitaliteit, kwaliteit van leven, thuis kunnen wonen en eenzaamheid. Het verminderen van het aantal ouderen, die door te vallen op de eerste hulp belanden, is daarom ook een van de prioriteiten van de rijksoverheid. Hierbij wordt aan gemeenten gevraagd om een ketenaanpak op te zetten op het gebied van valpreventie. Dit komt niet alleen naar voren in de landelijke nota gezondheidsbeleid, maar ook in het GALA. De rijksoverheid zet in op het verminderen van eenzaamheid door middel van het programma ‘Eén tegen Eenzaamheid’. Ook hiervoor is het belangrijk dat gemeenten samenwerken met het medisch domein, waaronder wijkverpleegkundigen en huisartsen.
Samen kunnen zij een netwerk creëren rondom kwetsbare ouderen, samen met mantelzorgers, paramedici, apotheken en partijen die een rol spelen in de sociale basis, zoals het sociaal werk, maar ook buurtinitiatieven, kerken en woningbouwcorporaties. Ook zet de rijksoverheid in op bewegen en voeding bij ouderen om hen vitaal te houden. Hier kan het inrichten van de leefomgeving bij helpen om ervoor te zorgen dat ouderen gestimuleerd worden om aan een gezonde leefstijl te werken.
10
1.2
Gezonde Generaties in Twente 2024 - 2027
Vanuit de Wpg zijn gemeenten verplicht om een GGD in stand te houden die hetzelfde werkgebied heeft als een veiligheidsregio. GGD Twente is een onderdeel van de regionale gemeenschappelijke regeling SamenTwente en voert voor Dinkelland en de dertien andere Twentse gemeenten de wettelijke taken zoals beschreven in de Wpg uit. De veertien Twentse colleges vormen samen, via een vertegenwoordiger vanuit het college, het algemeen bestuur van SamenTwente. Het algemeen bestuur is opdrachtgever en houdt toezicht op de wettelijke taken die GGD Twente voor ons uitvoert. Naast de wettelijke basistaken voert GGD Twente ook een aantal ambities op het gebied van preventie, gezondheidsbevordering en –bescherming voor de veertien Twentse gemeenten uit. Hier geeft het algemeen bestuur een opdracht voor. Vanaf 2024 is er een nieuwe beleidsvisie op de Publieke Gezondheid in Twente waarin de ambities beschreven staan om te komen tot Gezonde Generaties in Twente6. Om uitvoering te geven aan deze visie wordt een nieuwe uitvoeringsagenda opgesteld met concrete acties die het behalen van de ambities nastreven. Beide beleidsstukken hebben een looptijd van 2024 tot en met 2027. De ambities uit de landelijke nota gezondheidsbeleid zijn hierin meegenomen. Vergelijkbaar met de landelijke trend neemt ook in Twente de vergrijzing in hoog tempo toe7.
Deze stijging gaat gepaard met een stijging van de zorgvraag. Door arbeidsmarktkrapte is het in Twente moeilijk om aan deze zorgvraag te voldoen. Met minder volwassenen (18-65 jarigen) per oudere (65+), en het langer thuis blijven wonen, zal ook de druk op de mantelzorg stijgen. 6 7
Bron: GGD Twente: Gezonde Generaties in Twente 2024-2027 Bron: Twentse Koers: Regiobeeld Twente 2023
In 2024 publiceert het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een nieuwe volksgezondheid toekomst verkenning. Het RIVM verwacht dat de toename in het aantal ouderen gepaard zal gaan met een toename in het aantal ouderen met dementie. Op het gebied van leefstijl wordt een toename verwacht in overgewicht in alle leeftijdscategorieën. Ook wordt een stijging verwacht in leefstijl gerelateerde aandoeningen zoals hart- en vaatziekten en diabetes. De corona pandemie heeft een forse impact gehad op de publieke gezondheid. De overheid, GGD en de samenleving waren onvoldoende voorbereid op een pandemie. Op dit moment wordt er hard gewerkt aan het versterken van de infectieziektebestrijding en het vergroten van de pandemische paraatheid. Ook de mentale gezondheid is door de pandemie beïnvloed. De mentale gezondheid bevond zich voor de corona pandemie al in een dalende trend en door de pandemie is deze daling versterkt. Chronische aandoeningen en infectieziekten zullen in de toekomst steeds vaker aan bod komen. Om daarop in te spelen is het van belang dat onze leefomgeving en leefgewoonten hierop ingericht zijn. Ook klimaatverandering draagt bij aan andere infectieziekten in onze leefomgeving. De energietransitie heeft invloed op de veranderingen in het landschap en de leefomgeving.
Omdat deze veranderingen direct gevolgen kunnen hebben op de gezondheid moet gezondheid meegenomen worden in de planvorming voor het inrichten van de leefomgeving. In Twente hebben we afgesproken om vanuit drie uitgangspunten naar gezondheidsvraagstukken te kijken. 1) ‘We kijken met een brede blik naar gezondheid.’ Waarbij de focus ligt op mensen zelf, en kijken we naar de veerkracht en wat hun leven betekenisvol maakt. 2) ‘We investeren gericht voor gelijke kansen.’ Door een gelijke basis te creëren voor iedereen zal er meer aandacht uitgaan naar inwoners die geen, of minder mogelijkheden hebben om in gezondheid te kunnen leven. 3) ‘We kiezen voor een samenhang in beleid.’ Hierbij is het van belang om samen te werken binnen de verschillende werkvelden vanuit het sociaal domein zoals armoede, onderwijs, wonen, werk en inkomen en het fysiek domein. Op onderdelen, zoals de sociaal economische status (SES), het op jonge leeftijd beginnen met het drinken van alcoholische dranken en de hoge mate van zware, en overmatige alcoholconsumptie scoort Twente slechter dan Nederland. We willen de kloof verkleinen tussen Twente en het gemiddelde in Nederland via de ambitie: ‘Inwoners van Twente leven minimaal net zo lang in goede gezondheid als inwoners elders in Nederland’.
Om deze ambitie te behalen hebben de Twentse gemeenten en de GGD Twente gekozen voor vier thema’s binnen gezondheid: ‘Mentale gezondheid, leefstijl, beschermen en vaccineren, en leefomgeving’. De thema’s vinden hun uitvoering binnen drie opgaven bij alle levensfases: ‘Gezond opgroeien, Gezond meedoen en Gezond oud zijn’. Figuur 2: Visie op publieke gezondheid in Twente 2024-2027
11
1.3 Bestuursagenda GGD Twente 2020-2023 en doorkijk agenda 2024-2027 De visie op publieke gezondheid in Twente wordt vertaald in een uitvoeringsagenda die zorgt voor een concrete opdracht voor GGD Twente om de ambitie te verwezenlijken door inspanningen te plegen op de vier thema’s. Deze uitvoeringsagenda zal naar verwachting in het najaar van 2023 vastgesteld worden waarbij de GGD Twente een nieuwe geactualiseerde bestuurlijke opdracht krijgt. Daarmee vervangt de uitvoeringsagenda per 1 januari 2024 de huidige uitvoeringsagenda van GGD Twente: ‘De bestuursagenda GGD Twente 20202023’. In deze bestuursagenda hebben de Twentse gemeenten gekozen om gezamenlijk de prioriteit te leggen op de volgende ambities:
12
1. Roken sterk verlagen 2. Vaccinatiegraad stabiliseren 3. Eenzaamheid verminderen 4. Overgewicht verminderen 5. Regie over het eigen leven vergroten 6. Stress verminderen 7. Problematisch alcoholgebruik verminderen 8. Middelengebruik verminderen 9. Bewegen bevorderen Deze ambities blijven van toepassing en zullen daarom ook, eventueel bijgesteld, meegenomen worden in de nieuwe uitvoeringsagenda van GGD Twente. Elke gemeente committeert zich om inzet te plegen op de regionale ambities, maar per gemeente zal de prioritering lokaal verschillen. De vaccinatiegraad is hoog binnen de gemeente Dinkelland, vergeleken met de andere Twentse gemeenten. Daarom heeft extra inzet op deze ambitie minder prioriteit dan bijvoorbeeld de overmatige alcoholconsumptie, welke in Dinkelland het hoogst is binnen Twente. Naast de ambities zoals geformuleerd in de bestuursagenda voert de GGD Twente een groot gedeelte van de wettelijke taken vanuit de Wpg uit voor de veertien Twentse gemeenten waaronder Dinkelland.
Denk hierbij onder andere aan de jeugdgezondheidszorg waarbij kinderen van geboorte tot hun 18e levensjaar in beeld zijn om de groei en ontwikkeling te volgen, de uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma en het monitoren van de gezondheid door middel van de gezondheidsmonitoren die eens in de vier jaar worden afgenomen onder de vier bevolkingsgroepen: Kinderen (0-12 jaar), Jongeren (12-16 jaar), Volwassenen (18-65 jaar) en Ouderen (65+’ers).
H2
Gezondheid in cijfers
Om de stand van zaken van de gezondheid van alle inwoners van Twente te meten wordt er één keer in de vier jaar vanuit de GGD Twente een vragenlijst (monitor) afgenomen per leeftijdsgroep. Om te kunnen zien wat er speelt binnen elke leeftijdsgroep is de bevolking opgedeeld in vier leeftijdsgroepen: Kinderen (0-12 jaar), Jongeren (12-16 jaar), Volwassenen (18-64 jaar) en Ouderen (65+). Voor het in beeld brengen van de gevolgen van de coronapandemie heeft het ministerie van VWS de opdracht gegeven om een extra corona gezondheidsmonitor af te nemen. Voor de gezondheidsmonitor onder kinderen worden ouders uitgenodigd om een vragenlijst in te vullen over hun kinderen. Onder jongeren wordt de monitor op school afgenomen in klas 2 en klas 4 op het voortgezet onderwijs. Volwassenen en ouderen worden ook uitgenodigd om de vragenlijst in te vullen, zowel schriftelijk als digitaal. In dit hoofdstuk zijn de meest actuele resultaten van de gezondheidsmonitoren gebruikt. Voor de cijfers en tabellen onder de paragrafen in dit hoofdstuk is een tabellenboek aangemaakt welke als bijlage bij deze gezondheidsnota is gevoegd. Tabel 1: Ervaren gezondheid binnen de vier leeftijdsgroepen in Dinkelland Ervaart gezondheid als (zeer goed) Dinkelland 9
Kinderen (leeftijd 0-12)8 97%
Jongeren (leeftijd 12-16)8 90%
Volwassenen (leeftijd 18-64)9 83%
Ouderen (leeftijd 65+) 10 66%
Te weinig respondenten in 2022 daarom ervaren gezondheid uit monitor van 2020
De ervaren gezondheid in de gemeente Dinkelland ligt binnen Twente hoog. De ervaren gezondheid onder ouderen ligt lager dan de andere leeftijdsgroepen en is afgenomen ten opzichte van 2020. De verklaring kan gevonden worden door een hogere mate van fysieke klachten wegens ouderdom. Daarnaast geeft de GGD als verklaring mee dat het kan zijn dat men voorheen bij ervaren gezondheid voornamelijk de fysieke gezondheid meewoog, maar dat tegenwoordig ook de mentale en sociale gezondheid meewegen in de beantwoording.
Bron: GGD Twente, Gezondheidsmonitor Kind en Jeugd 2021 9 Bron: GGD Twente, Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020 10 Bron: GGD Twente, Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022 8
13
2.1
14
Demografie Dinkelland
Leeftijdspiramide Dinkelland, aantal personen
Ook in Dinkelland komt de uitdaging rondom 95 jaar en ouder vergrijzing terug. Door de migratie zal het aantal 90 - 94 jaar 85 - 89 jaar verwachte inwoners in de toekomst licht stijgen. 80 - 84 jaar Daarnaast blijft de groep ouderen binnen de 75 - 79 jaar 70 - 74 jaar samenleving groeien, terwijl de leeftijdsgroepen 65 - 69 jaar daaronder afnemen. In 2023 zijn de 50-64 jarigen, 60 - 64 jaar 55 - 59 jaar met een kwart van de bevolking, de grootste 50 - 54 jaar inwonersgroep. Daarentegen is de groep 45 - 49 jaar 40 - 44 jaar 30-49 jarigen een stuk kleiner. In de toekomst 35 - 39 jaar zal deze scheve verhouding zorgen voor een 30 - 34 jaar 25 - 29 jaar afname in het mantelzorgpotentieel en een 20 - 24 jaar stijging van de vraag naar eerstelijnszorg en 15 - 19 jaar 10 - 14 jaar gemeentelijke ondersteuning.
Vergelijkbaar met 5 -9 jaar de gezondheidsmonitoren van de GGD Twente 4 jaar en jonger kan de bevolking opgedeeld worden in vier 800 1.200 1.200 800 400 0 400 leeftijdsgroepen met verschillende bijbehorende opgaven: Man Vrouw • Kinderen (0-12 jaar): Kansrijke start van hun leven, Figuur 3: Bevolkingspiramide Dinkelland (CBS+BRP juli 2023) gezond opgroeien en inwoners van de toekomst; • Jongeren: (12-16 jaar) Gezond opgroeien, voorbereiden voor het volwassen leven en inwoners van de toekomst; • Volwassenen: (18-64 jaar) Inwoners en vrijwilligers van nu, in verband met carrière en een kinderwens zit hier nog een splitsing tussen de 18-35 jarigen en de 35-65 jarigen; • Ouderen: ( 65+) De inwoners met bijbehorende ouderdomsziekten, vaak ondersteuning nodig vanuit de gemeente.
Chronische aandoeningen De meest voorkomende chronische aandoeningen binnen de gemeente Dinkelland bestaan uit diabetes, hartziekten, beroerte, COPD, kanker en hartfalen11. Naast deze chronische aandoeningen wordt een grote stijging verwacht in het aantal mensen met artrose en dementie6. Een ongezonde leefstijl verhoogt het risico op het merendeel van deze aandoeningen. Terwijl een gezonde leefstijl, met gezonde voeding en voldoende beweging zorgt voor een lager risico op onder andere deze chronische aandoeningen. Daarnaast kan ook een gezonde leefstijl zorgen voor uitstel van, en vermindering van klachten bij deze aandoeningen.
Meedoen in de samenleving Om in de samenleving mee te kunnen draaien is het van belang dat een inwoner beschikt over voldoende (gezondheids)vaardigheden en geletterdheid. Eén op de vier Nederlanders heeft onvoldoende tot matige gezondheidsvaardigheden waarvan een gedeelte ook laaggeletterd is12. Onder kinderen en jongeren heeft de Inspectie Onderwijs haar zorgen geuit rondom de leerachterstanden, vanwege de coronapandemie, en de afname in lees, reken- en schrijfvaardigheid13. In het basisonderwijs is de afgelopen tien jaar de Bron: Nivel; Zorgregistraties Eerste Lijn, aantal personen met chronische aandoening 2021 Bron: Pharos; Factsheet laaggeletterdheid en beperkte gezondheidsvaardigheden 2022 13 Bron: Inspectie van het Onderwijs: ‘De Staat van het Onderwijs 2023’ 11
12
leesvaardigheid gedaald en geeft de Inspectie Onderwijs aan dat te weinig schoolverlaters het taal- en rekenniveau halen om voorbereid te zijn op het voortgezet onderwijs. In het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs is er een stijging in het afronden van opleidingen met onvoldoende beheersing van de Nederlandse leesvaardigheid. Zo haalde 1 op de 5 havo- en vwo-leerlingen een onvoldoende voor het centraal examen Nederlands, en verlaat 15% van de mbo 2-studenten en 7% van de mbo 3-studenten hun opleiding zonder het minimum niveau (2F) van de Nederlandse taal te beheersen. Onder de volwassenen en ouderen in de gemeente Dinkelland zijn de laaggeletterdheid en gezondheidsvaardigheden vergelijkbaar met het landelijk niveau. Mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden hebben moeite met het vinden, begrijpen, beoordelen en gebruiken van informatie over gezondheid. Onder andere moeite met: het op de juiste manier innemen van medicatie, het vinden van de weg naar- en binnen de zorg(instellingen), het vinden van de juiste informatie op het internet en het begrijpen van (medische) informatie en toepassen van adviezen.
2.2
Fysieke gezondheid
Het risico op de meest voorkomende chronische aandoeningen zoals kanker, ademhalingsstelsel ziekten en hart- en vaatziekten kan beïnvloed worden door keuzes binnen de leefstijl. Om de leefstijl en de fysieke gezondheid van de Dinkellanders in beeld te brengen wordt er gekeken naar een aantal factoren die van invloed zijn op de fysieke gezondheid en het gedrag.
Alcoholconsumptie Dinkelland stond in 2021 in de dubieuze top vijf van Nederlandse gemeenten met een overmatig alcoholgebruik. Zowel onder jongeren als volwassenen worden er te veel alcoholische dranken gedronken. De resultaten van de gezondheidsmonitoren onderschrijven deze zorgelijke situatie. Overmatig alcoholgebruik gaat gepaard met tal van fysieke, mentale en maatschappelijke problemen14. De mate van schade is grotendeels dosis-gerelateerd: hoe meer alcohol, hoe meer schade. Daarbij is er eigenlijk geen veilige ondergrens. Er zijn verbanden tussen licht en matig alcoholgebruik, en onder meer hartritmestoornissen en diverse soorten kanker. Zwaar drinken leidt tot een hoger risico op acute schade door alcohol, zoals alcoholvergiftiging en verkeersongevallen, en geeft een verhoogde kans op hersenschade. Overmatig drinken brengt bovendien een grotere kans op verslaving en op schade aan de organen met zich mee. Naast lichamelijke gevolgen, beïnvloedt alcoholgebruik ook de mentale gezondheid, waaronder het psychisch functioneren. Depressie, angstklachten en suïcide zijn gerelateerd aan regelmatig dronken zijn en problematisch alcoholgebruik. Huiselijk geweld, agressie, uitgaansgeweld en vandalisme worden vaak onder invloed van alcohol gepleegd. In gezinnen waar alcoholgebruik door de ouders problematisch is, worden de problemen vaak van generatie op generatie doorgegeven14.
14
Bron: Expertise centrum Alcohol, Dossier Alcohol en Jongeren, 2020
15
Voor jongeren zijn de risico’s van alcoholgebruik groter dan voor volwassenen12. Niet alleen zijn de acute gevolgen voor hen vaak ernstiger. Zij raken bijvoorbeeld eerder bewusteloos en kunnen onder invloed over hun (seksuele) grenzen heen gaan. Ook heeft drinken op jonge leeftijd gevolgen voor de lange termijn. Denk aan verstoring van de hersenontwikkeling (die tot het 24e jaar doorloopt) en een grotere kans op verslavingsproblemen. Agressief, asociaal en delinquent gedrag komt bovendien vaker voor bij jongeren die drinken dan bij hun niet drinkende leeftijdgenoten. Bij jongvolwassenen kunnen (de gevolgen van) alcoholgebruik verder leiden tot kort- en langduriger verzuim, studievertraging, afname van de studieprestaties en studie-uitval.
16
Alcoholconsumptie onder jongeren (12 – 16 jaar) De alcoholconsumptie door jongeren heeft al langer de aandacht in Twente en vanuit de gemeente. De cijfers zijn helaas de afgelopen jaren stabiel gebleven. Er wordt nog steeds op te jonge leeftijd begonnen met het drinken van alcohol. Aangezien het bezitten van alcohol onder de 18 jaar, en het verstrekken van alcohol aan een minderjarige in het openbaar volgens de Alcoholwet verboden is, zou de alcoholconsumptie onder jongeren na de wetswijziging een stuk lager moeten liggen. Het is duidelijk dat het merendeel van de jongeren geen alcohol drinkt op openbare plekken, maar in de keet of (bij anderen) thuis. Verbazingwekkend genoeg krijgt iets meer dan een kwart van de jongeren zijn alcoholische dranken nog bij uitgaansgelegenheden terwijl dit bij wet verboden is. Ook zien we dat de helft van de drinkende jongeren aangeeft dat ze de alcohol van hun ouders of bij anderen thuis krijgen. Zolang jongeren nog gemakkelijk aan alcoholische dranken komen en hun omgeving hier geen restricties op legt, zal het gedrag niet snel veranderen. Mate van alcoholconsumptie onder alle jongeren
2019
2021
Ooit slokjes of glas alcohol of meer gedronken
58%
66%
Ooit dronken of aangeschoten geweest
34%
32%
Laatste 4 weken alcohol gedronken
46%
48%
Laatste 4 weken dronken of aangeschoten geweest
19%
26%
Laatste 4 weken bingedrinken1
37%
39%
-2
10%
Laatste 4 weken, vaak in 1 week > 20 glazen alcohol 1 2
Dinkelland
Meer dan 5 alcoholische drankjes drinken tijdens één gelegenheid Vraag toegevoegd in de vragenlijst in 2021
Mening en houding ouders over alcoholconsumptie van hun kinderen (jongeren 12-16 jaar) Bij uitvraag over de mening en houding van ouders ten opzichte van de alcoholconsumptie van hun kinderen geeft de helft van de ouders van drinkende jongeren aan dat het goed is als hun kind drinkt. Dat komt neer op een kwart van alle ouders, aangezien iets meer dan de helft van de jongeren aangeeft alcohol te drinken. Slechts 1 op de 5 ouders van deze jongeren raadt het drinken af, of verbiedt het om alcohol te drinken. Daarentegen geeft van de niet drinkende jongeren aan dat meer dan 3 op de 5 ouders het drinken afraden of verbieden.
Onderzoek laat zien dat de houding van ouders erg belangrijk is voor gedrag, beeldvorming en de normen en waarden van hun kinderen. Kinderen en jongeren zijn erg gevoelig om gedrag over te nemen wanneer ze ervaren dat dit gedrag bijdraagt aan een positieve omgeving15. Denk bijvoorbeeld aan vrolijke en gezellige alcohol reclames op tv, maar ook wanneer volwassenen, zoals ouders, in het bijzijn van kinderen en jongeren drinken, thuis of op familiefeestjes. Kinderen en jongeren krijgen op deze manier alleen positieve associaties met alcoholgebruik. De houding en de alcoholconsumptie van ouders heeft hierin een direct effect op hoe kinderen en jongeren naar alcoholconsumptie kijken. Daarbij geeft het overgrote merendeel (>85%) van de jongeren aan dat hun ouders soms tot (bijna) iedere dag alcohol drinken in hun bijzijn. Mening en houding ouders over alcoholconsumptie van hun kinderen Ook aan ouders van jonge kinderen zijn vragen rondom de mening en de houding ten opzichte van alcoholconsumptie in het bijzijn van kinderen en jongeren gesteld. Onder deze groep, de relatief jonge ouders van kinderen tussen de 0 en 12 jaar, geeft drie kwart van de ouders aan het goed te vinden dat hun kind onder de 18 jaar een slokje alcohol drinkt en de helft van de ouders vindt het goed dat hun kind een glas alcohol drinkt onder de 18 jaar.
Als het gaat om meerdere glazen alcohol, dan vermindert dit aantal, maar keurt nog steeds 1 op de 5 ouders het drinken van alcohol onder de 18 jaar goed. Uitvraag naar de houding van ouders omtrent hun eigen alcoholconsumptie geeft weer dat 1 op de 6 ouders het niet goed vindt om alcohol te drinken in het bijzijn van hun kinderen. Hiermee wordt de sociale norm en de normalisering van alcoholconsumptie onderstreept. Immers, de overgrote meerderheid (5 op de 6 ouders) maakt het niet uit, of vind het goed dat een ouder alcohol drinkt in het bijzijn van het kind. Alcoholconsumptie door volwassenen en ouderen De inbedding van de alcoholconsumptie in de sociale norm binnen Dinkelland is ook zichtbaar in de cijfers van de alcoholconsumptie onder volwassenen en ouderen. 9 van de 10 volwassen inwoners identificeren zichzelf als een drinker. De drinkers zijn te verdelen in drie groepen. De mensen die maximaal één glas alcohol per dag drinken (1 op de 4 volwassenen), de mensen die overmatig alcohol drinken (iets minder dan 1 op de 3 volwassenen) en de zware drinkers (1 op de 5 volwassenen). Overmatige drinkers drinken per week veertien (man) of zeven (vrouw) glazen alcohol. Zware drinkers drinken minstens één keer per week meer dan zes (man) of vier (vrouw) glazen alcohol per dag. Onder ouderen identificeren ongeveer 3 op de 4 zich als drinker.
Ook deze groep is op te delen in de drie groepen. Ongeveer de helft van de ouderen drinkt maximaal één glas alcohol per dag, 1 op de 5 is een overmatig drinker en minder dan 1 op de 10 ouderen zijn zware drinkers. 15
Bron: Trimbos instituut, Factsheet: Zien drinken doet drinken?, 2020
17
2020 - Rokers per leeftijd Dinkelland en Tubbergen 28% 26% 24% 22% 20%
22%
21%
18%
18%
19%
16%
16%
14%
14% 12%
12%
11%
10%
9%
8% 6% 4%
4%
5%
2%
18
2%
0% 18 t/m 34 jaar Dinkelland
35 t/m 49 jaar
50 t/m 64 jaar
65 t/m 74 jaar
75 t/m 84 jaar
85+ jaar
Tubbergen
Figuur 4: Rokers in Dinkelland vergeleken met Tubbergen
(e-)Roken en drugsgebruik Roken en drugsgebruik is verslavend, en zorgt volgens het RIVM ook voor een verhoogd risico op aandoeningen en klachten16. Onder deze aandoeningen vallen verschillende vormen van kanker, maar ook ademhalingsstelsel ziekten zoals COPD, en hart- en vaatziekten. Roken wordt gezien als de grootste risicofactor waardoor mensen komen te overlijden, hoger dan ongezonde voeding of een gebrek aan bewegen16. Naarmate de leeftijd toeneemt is er in Dinkelland (met uitzondering van de 85+ inwoners) een afname in het percentage van de rokers. In 2020 rookte ongeveer 1 op de 5 volwassen inwoners. Ter vergelijking zijn ook de cijfers van de gemeente Tubbergen in de figuur meegenomen. Relatief nieuw is het gebruik van elektronische sigaretten (e-sigaretten). Er komen steeds meer signalen binnen dat er onder kinderen en jongeren steeds meer gebruik wordt gemaakt van e-sigaretten, met of zonder nicotine (ook: vapen). In het najaar van 2023 wordt het vapen onder jeugd onderzocht. Het RIVM geeft ook aan dat er vanuit onderzoek blijkt dat veel mensen die proberen te stoppen met roken de elektronische sigaret als hulpmiddel gebruiken. De damp van een e-sigaret bevat vergelijkbare schadelijke stoffen als bij tabaksrook. 16
Bron: Rijksinstituut voor Veiligheid en Milieu, Informatie Volksgezondheid en Zorg
Het inademen van deze stoffen kan de luchtwegen irriteren of beschadigen. Ook kunnen hartkloppingen ontstaan en zorgt gebruik voor een verhoogde kans op kanker. Omdat de stoffen in mindere mate en in lagere concentratie vrij komen is een e-sigaret waarschijnlijk minder ongezond dan een gewone sigaret. Wetenschappelijk onderzoek zal aantonen wat de lichamelijke effecten bij langdurig en structureel gebruik zijn17. Uit onderzoek onder gebruikers blijkt dat de effecten slechter zijn dan verwacht. De smaakstoffen in een e-sigaret geven een lekkere smaak en verbloemen de bittere smaak van nicotine. Jongeren vinden de e-sigaret vooral aantrekkelijk door de uitgebreide keuze aan (vooral zoete) smaken. Tabaksrokers die net beginnen met e-sigaretten waarderen vooral de tabakssmaken, de nicotine en de ervaring die lijkt op het roken van een gewone sigaret. Voor niet-rokende jongeren kan een e-sigaret, onder andere door ‘lekkere’ smaakjes, een opstapje zijn naar gewoon roken. Huidig onderzoek vanuit het Trimbos instituut heeft er mede voor gezorgd dat er vanaf 1 januari 2024 een verbod komt om e-sigaretten met een smaakje, behalve tabakssmaak, te verkopen in Nederland18. Rokers per leeftijdscategorie Het streven naar een rookvrije generatie komt ook in de sport en preventie akkoorden (Fit & Vitaal) terug.
Het is goed om te zien dat het percentage rokers in Dinkelland onder jongeren in 2021 te laag was om te duiden. Het e-roken is hierin niet uitgevraagd, maar wordt in de toekomstige monitoring ook uitgevraagd. Onder de volwassenen en ouderen is een kleine afname te zien. Jongeren2 Dinkelland 1 2
Volwassenen
Ouderen
2019
2021
2020
2022
2020
2022
2% / 3%
-1
18%
13%
9%
7%
Te laag percentage, kan te herleiden zijn naar de persoon Percentage dagelijks / wekelijks roken
Ten opzichte van alcoholconsumptie is er vanuit ouders veel minder tolerantie rondom roken. Van de ouders van kinderen tussen de 0 en 12 jaar geeft iets minder dan 1 op de 10 ouders aan dat hun kind af en toe mag roken. Meer dan 4 op de 5 ouders van jongeren die niet roken geeft aan dat hun ouders het roken verbieden en/of afraden. Drugsgebruik Drugsgebruik lijkt weinig voor te komen onder jongeren en volwassenen in Dinkelland. Drugsgebruik is sociaal minder geaccepteerd dan bijvoorbeeld alcohol, waardoor de vraag ook bestaat of er sprake is van verborgen drugsgebruik. Drugsgebruik brengt gezondheidsrisico’s met zich mee, maar de verschillen per middel zijn groot. Drugsgebruik kan leiden tot acute gezondheidsrisico’s (zoals paniekaanvallen of bewusteloosheid), of gezondheidsschade en verslaving op de lange termijn. Daarnaast kan drugsgebruik gevolgen hebben voor de naaste omgeving, bijvoorbeeld bij kinderen of een partner, en maatschappelijke schade veroorzaken, zoals criminaliteit en overlast19. Vanuit de gezondheidsmonitor blijkt dat in Dinkelland 5% van de jongeren ooit softdrugs gebruikt, zoals hasj en wiet, in 2021 waren er te weinig respondenten. Bij volwassenen zien we 17 18
Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Wat is een e-sigaret? Bron: Rijksoverheid, Regels voor de e-sigaret
19
een vergelijkbaar percentage dat soft- en harddrugs gebruikt (2-3%). In Twente ligt het drugsgebruik onder jongvolwassenen een stuk hoger. 13% van de jongvolwassenen heeft wel eens cannabis (wiet/hasj) gebruikt en 7% harddrugs20. Uit de monitoring onder jongvolwassenen blijkt dat roken, alcohol en drugsgebruik met elkaar samenhangt. Jongvolwassenen die alcohol dronken in de vier weken voor de monitoring rookten twee keer zo vaak als jongvolwassenen die geen alcohol dronken in dezelfde periode. Daarnaast gebruikten jongvolwassenen die alcohol dronken in de vier weken voor de monitoring, tien keer zo vaak harddrugs. Drugsgebruik is een voorbeeld wat direct invloed heeft op alle domeinen van gezondheid. Door drugsgebruik kan iemand zich op het moment van gebruiken geweldig voelen door het stimulerende effect van de middelen op de hormoonwisseling in de hersenen. Maar op het moment dat het middel uitgewerkt is duurt het een tijd, variërend per middel, voordat de hormoonspiegel weer op het normale niveau is. Als gevolg kan er somberheid optreden totdat bepaalde hormonen zoals serotonine weer volledig op niveau zijn. Afhankelijk van het middel heeft het gebruik ook negatieve gevolgen op de fysieke, financiële en sociale gezondheid.
Middelen kunnen bijvoorbeeld leiden tot black-outs, geheugenverlies en ademhalingsstoornissen, het kost geld, moet via het illegale circuit aangeschaft worden en sociaal ligt er op drugsgebruik een taboe waardoor iemand verstoten kan worden binnen familie, een vriendengroep en/of de kern19.
Voeding
20
In tegenstelling tot de negatieve risico’s van roken, alcohol- en drugsgebruik zorgt gezonde voeding juist voor positieve gezondheidseffecten en is daarom ook een grote bijdrage van de gezonde leefstijl. Zo verlaagt het voldoende eten van groente en fruit het risico op chronische aandoeningen, waaronder hart- en vaatziekten en beroerte. Ook hangt het eten van voldoende groente en fruit samen met een lagere kans op darmkanker, longkanker en diabetes type 221. Om deze positieve gezondheidseffecten te behalen is het van belang dat er voldoende groente en fruit wordt gegeten. Het voedingscentrum adviseert om dagelijks 250 gram groente en 200 gram fruit per persoon te eten. Hierbij is het wel van belang dat er geen ongezonde voedingsmiddelen worden gegeten die het effect teniet doen, zoals producten die veel verzadigde vetten bevatten en suikerhoudende producten zoals frisdrank. Van de kinderen in Dinkelland drinkt de helft dagelijks water/thee zonder suiker terwijl de andere helft dagelijks zoete, suikerhoudende drankjes drinkt. Over alle leeftijdsgroepen eet het merendeel ten minste 5 dagen per week groente (75%) en fruit (85%), maar het percentage ligt een stuk lager bij het dagelijks eten van groente (<50%) en fruit (<70%). Onder jongeren is tot op heden het eten van groente en fruit niet uitgevraagd, maar het drinken van water wel.
Jongeren drinken vaker water (70%) en minder vaak zoete drankjes (<36%). In het dagelijks eten van groente en fruit is, onder de volwassenen en ouderen, nog winst te behalen aangezien minder dan de helft van deze groep daaraan voldoet. Als het gaat om vijf dagen in de week groente en fruit eten dan scoort de groep al een stuk beter. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geeft aan dat er bij minder dan vier dagen groente en fruit eten per week gesproken wordt over het beperkt eten van groente en fruit. Bij het beperkt eten van groente en fruit worden de positieve gezondheidseffecten niet behaald. Als argumentatie rondom het beperkt eten van groente of fruit gaf het merendeel van de ondervraagden bij het landelijke onderzoek aan, dat er niet altijd aan gedacht Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Gevolgen van drugsgebruik Bron: GGD Twente, Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2022 21 Bron: Voedingscentrum, encyclopedie groente en fruit 19
20
werd of dat het niet (altijd) gekookt werd thuis. Ook gaf een kwart van de mensen met een laag inkomen aan dat groente en fruit te duur is22.
Gewicht Nederlanders worden steeds zwaarder. In 1990 had één op de drie volwassen Nederlanders matig of ernstig overgewicht, in 2022 is het overgewicht in Nederland toegenomen tot matig of ernstig overgewicht onder de helft van de Nederlanders23. Ook in Dinkelland is de mate van overgewicht toegenomen. Ter vergelijking in de figuur ook de cijfers van het overgewicht ten opzichte van Tubbergen en Twente. In de figuur hiernaast is een stijgende lijn zichtbaar in de toename van het gewicht onder kinderen en jongeren naarmate de leeftijd vordert. Meer dan de helft van de volwassenen en ouderen heeft overgewicht of obesitas. Overgewicht en obesitas verhogen het risico op diabetes type 2, een hoge bloeddruk, galstenen, hart- en vaatziekten, rug- en gewrichtsklachten, slaapapneu en bepaalde soorten kanker24. Tussen 2016 en 2022 laat de trend weinig verandering zien en lijkt de mate van overgewicht en obesitas stabiel te blijven.
Overgewichtpercentages 2019 - 2020 Gemeente Dinkelland - Gemeente Tubbergen - Regio Twente
21
60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 2- en 3jarigen
Groep 2
Groep 7
Klas 2
Klas 2
Klas 2
VMBO
Havo/vwo
18+
Waarvan Obesitas
Gemeente Dinkelland
10%
15%
19%
20%
27%
15%
52%
12%
Gemeente Tubbergen
6%
14%
21%
11%
17%
9%
52%
14%
Twente
8%
15%
22%
21%
26%
18%
53%
16%
Figuur 5: Overgewicht in Dinkelland, vergeleken met Tubbergen en Twente
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek: (On)gezonde leefstijl 2022: opvattingen, motieven en gedragingen Bron: Volksgezondheid en Zorg informatie; Overgewicht | Leeftijd en geslacht | Volwassenen 24 Bron: Voedingscentrum; Encyclopedie overgewicht 22 23
Sport en bewegen Bewegen kan een bijdrage leveren aan meerdere aspecten van positieve gezondheid, beweging zorgt niet alleen voor het verbranden van calorieën en lichaamsvetten en gecombineerd met gezonde voeding tot een afname in gewicht, maar bij bewegen komen er ook hormonen vrij die een positief effect hebben op de mentale gezondheid. Vanuit het groepsverband heeft sport en bewegen ook een positieve invloed op de sociale gezondheid. Veel inwoners van Dinkelland sporten bij een vereniging. Door beweging gaat het hart- en vaatstelsel beter functioneren wat vervolgens leidt tot een betere doorbloeding van de hersenen. In het brein zitten verbindingen, die de hersencellen en de verschillende hersengebieden verbinden. Die verbindingen zijn gevoelig voor een goede doorbloeding. Naast de betere doorbloeding heeft meer bewegen ook een positief effect op de hormoonwisseling in de hersenen. Door te bewegen vindt er een toename plaats van hormonen waaronder dopamine, serotonine en endorfine. Deze hormonen verminderen stress, zorgen voor een verbetering van het zelfvertrouwen, humeur, gevoel van tevredenheid en het concentratievermogen25. In 2017 heeft de Gezondheidsraad beweegrichtlijnen opgesteld26.
Wanneer mensen voldoen aan de beweegrichtlijnen blijft het lichaam fysiek sterk en in balans, en is er een verminderd risico op chronische ziekten zoals diabetes, hart- en vaatziekten, depressieve symptomen en, bij ouderen, botbreuken.
22
Beweegrichtlijn kinderen en jongeren “Kinderen en jongeren voldoen aan de beweegrichtlijn wanneer ze elke dag, één uur per dag matig intensief bewegen.” Beweegrichtlijn volwassenen en ouderen “Volwassenen en ouderen voldoen aan de beweegrichtlijn als ze 150 minuten per week matig intensief bewegen, en daarnaast twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten doen.” Onder matig intensief bewegen vallen activiteiten die leiden tot een verhoogde ademhaling en hartslag. Daaronder vallen ook activiteiten als wandelen, fietsen en de wat zwaardere huishoudelijk klussen. Voor kinderen en jongeren geldt ook buiten spelen als matig intensieve beweging. Binnen de gemeente voldoen volwassenen het meest aan de beweegrichtlijn, met iets meer dan de helft van de volwassenen. Minder dan de helft van de ouderen voldoet aan de beweegrichtlijn gevolgd door een vergelijkbaar percentage onder kinderen. Jongeren scoren het laagst met rond 1 op de 5 jongeren die voldoet aan de beweegrichtlijn. Bewegen is belangrijk voor het behoud en stimuleren van de fysieke gezondheid, het lichaam blijft sterk en in balans. Naarmate de leeftijd vordert, neemt het valrisico toe, op het vallen in of buiten huis. Ongeveer 1 op de 3 ouderen heeft een verhoogd valrisico en hetzelfde aantal komt jaarlijks ten val.
Onder 75+’ers komt jaarlijks de helft ten val en onder 85+’ers stijgt het aantal verder tot 3 op de 5 ouderen en belandt hiervan 1 op de 10 vallende ouderen op de spoedeisende eerste hulp7. Vaak wordt een zware val gevolgd door een lang en pijnlijk medisch- en revalidatietraject. 25 26
Bron: Allesoversport.nl, Bewegen voor je brein, 2020 Bron: Gezondheidsraad, 2017
2.3
Mentale gezondheid
De afgelopen jaren heeft de ‘Mentale gezondheid’ steeds meer aandacht in de politiek, de media en ook in de wetenschap. De gezondheidsmonitoren tonen aan dat de mentale gezondheid van met name de jongeren en jongvolwassenen in Nederland verslechterd. Tot voor kort was er geen eenduidige definitie van mentale gezondheid die gebruikt werd in onderzoek. Hierdoor zijn onderzoeken moeilijk met elkaar te vergelijken. In opdracht van het ministerie van VWS is daarom onderzoek gedaan om te komen tot één definitie van mentale gezondheid: “Mentale gezondheid is de manier waarop je je verhoudt tot jezelf (Persoonlijke component) en tot anderen (Sociale component) en hoe je omgaat met de uitdagingen in het dagelijks leven (Functionele component). Tegelijkertijd gaat het ook over hoe jij en anderen in de samenleving dit ervaren (Perceptieve component)”27.
23
Figuur 6: Definitie Mentale Gezondheid27 In de definitie van mentale gezondheid worden vier componenten geschetst. De persoonlijke component, sociale component, functionele component en perceptieve component. Vragen binnen de huidige monitoring kunnen, volgens epidemiologen bij de GGD, gekoppeld worden aan deze componenten. Binnen de sociale component vallen ook een aantal aspecten die onder de paragraaf Sociale Gezondheid beschreven staan, bijvoorbeeld het lidmaatschap van verenigingen. Ook in de definitie van mentale gezondheid komt de eerder beschreven samenhang tussen de verschillende domeinen van (positieve) gezondheid terug. 27
Bron: Trimbos instituut: Delphistudie ‘definitie mentale gezondheid’
Vanwege de toenemende zorgen om, en de mogelijke negatieve impact van corona op, de mentale gezondheid van jongeren en jongvolwassenen is er door alle GGD’en in Nederland een extra gezondheidsmonitor afgenomen in 2022. Deze is afgenomen onder 16-25 jarigen in Twente. Mannen lijken mentaal gezonder te zijn dan vrouwen in de resultaten van deze monitor. Gemiddeld blijkt dat meer dan de helft van de Twentse jongvolwassenen zich (heel) vaak gestrest voelt, bijna de helft van de jongvolwassenen aangeeft psychische klachten te hebben en ongeveer een derde van de jongvolwassenen aangeeft nagedacht te hebben over het beëindigen van hun leven. Ook is er sprake van een stijging in ouderdom gerelateerde aandoeningen, waaronder dementie7. Naast de cijfers merken we ook dat besluiten van de rijksoverheid lokale gevolgen hebben voor de mentale gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan besluiten met betrekking tot onder andere agrariërs, asielzoekers, vluchtelingen en statushouders.
Geluksgevoel (Persoonlijke component) Bijna alle inwoners geven aan dat ze gelukkig zijn. Ten opzichte van eerdere monitoren is het geluksgevoel afgenomen. Waar eerst 90% van de inwoners aangaven meestal (zeer) gelukkig te zijn, ligt het percentage nu rond de 85%. Dinkelland heeft een hoger geluksgevoel dan Twente en Nederland. Het geluksgevoel onder ouderen ligt ongeveer 20% hoger dan de ervaren gezondheid onder deze groep.
24
Veerkracht (Persoonlijke component) Veerkracht is het vermogen om te herstellen van stress en tegenslagen. De gemiddelde veerkracht bij de Dinkellanders ligt hoog. Onder jongeren ligt de veerkracht bij het omgaan met stress wat lager. Driekwart van de jongeren geeft aan dat ze na een moeilijke periode meestal snel herstellen en de helft van de jongeren geeft aan dat ze het makkelijk vinden om stressvolle gebeurtenissen te doorstaan. Dit betekent ook dat de andere helft niet, of minder, makkelijk omgaat met stressvolle gebeurtenissen. Onder de volwassenen en ouderen is de veerkracht gestegen, 85% geeft aan een gemiddelde of hoge veerkracht te hebben.
Stress (Persoonlijke component) Uit onderzoek blijkt dat korte of acute stress zorgt voor betere prestaties doordat het lichaam optimaal werkt. Deze vorm van stress heeft weinig tot geen negatieve effecten op de lange termijn gezondheid, zolang je lichaam de tijd krijgt om te herstellen. Het lichaam herstelt van acute stress redelijk snel, maar van langdurige stress niet, waardoor deze vorm negatieve effecten heeft op de gezondheid28. Deze vorm van stress kan uiteindelijk leiden tot mentale problemen zoals depressie of een burn-out. Ongeveer 1 op de 3 jongeren in Dinkelland voelt zich (zeer) vaak gestrest. Jongeren geven aan dat het merendeel van de stress ontstaat door school of huiswerk, alles wat ze moeten doen, de mening van anderen over hen, en hun eigen problemen. Onder volwassenen wordt als grootste oorzaak van stress ‘werk’ genoemd, gevolgd door gezondheid, geldzaken en familie. 28
Bron: Pharos; Chronische/toxische stress en Gezondheid; 2019
Psychosociale gezondheid (Perceptieve component) Psychosociale gezondheid bestaat uit de combinatie van psychische problemen, waaronder omgaan met gevoelens en gedachten, en sociale problemen, de omgang met anderen en/ of instanties. In de monitoring meten we de aanwezigheid van psychosociale problemen en de invloed van de psychosociale problemen op het dagelijks leven door een uitvraag van sterke en zwakke punten van de ondervraagden. Onder de kinderen en jongeren in de gemeente is er een toename in het aantal kinderen en jongeren met (risico op) psychosociale problemen. Een kwart van de jongeren kampt met (een risico op) psychosociale problematiek. Ook is er een toename in het aantal volwassenen en ouderen met een matig tot hoog risico op een angststoornis/depressie tot 2 op de 5 volwassenen en ouderen.
Zelfverwonding en suïcidale gedachten in de laatste 12 maanden (Perceptieve component) Zelfdoding is in Nederland de afgelopen jaren de belangrijkste doodsoorzaak bij mensen onder de 30 jaar. 1 op de 5 overleden tieners overleed aan zelfdoding. De zelfdodingscijfers zijn stabiel, maar ten opzichte van 10 jaar geleden is er sprake van een stijgende lijn. Ook onder de 20 tot 30 jarigen is zelfdoding de doodsoorzaak van 1 op de 3 sterfgevallen29. Hoewel de cijfers stabiel blijven is er sinds 2018 onder mannen een stijgende lijn zichtbaar. Jongeren in Dinkelland geven aan dat 12% zichzelf opzettelijk verwond heeft en rond de 15% gedachtes heeft over zelfdoding. Onder volwassenen en ouderen heeft rond de 8% gedachtes over zelfdoding. De impact die een zelfdoding heeft op de mentale gezondheid van vrienden, familie en kennissen is groot, daarom is het van belang om alert te zijn en te blijven op de mentale gezondheid.
2.4
Sociale gezondheid
Binnen Dinkelland, is ‘Noaberschap’ en het omzien naar elkaar een groot gemeenschappelijk goed. Dit blijkt ook uit het belevingsonderzoek zorg en gezondheid onder inwoners van de gemeente30. Uit dit onderzoek blijkt echter wel dat het Noaberschap minder vanzelfsprekend is. Onder andere in de mate van verbondenheid die mensen voelen met de buurt waarin ze wonen is dit terug te zien. Inwoners die vrijwilligerswerk doen, geven aan een grotere verbondenheid met de buurt te ervaren. De inwoners die eenzaamheid ervaren geven aan weinig Noaberschap te ervaren maar wel grote behoefte te hebben aan meer sociale contacten. 29 30
Bron: CBS; ‘1.916 zelfdodingen in 2022, 54 meer dan in 2021’; 2022 Bron: Newcom: ‘Belevingsonderzoek zorg gemeente Dinkelland; 2021
25
Eenzaamheid Eenzaamheid bestaat uit emotionele en sociale eenzaamheid en is van invloed op zowel de mentale als de sociale gezondheid. Sociale eenzaamheid Het missen van sociale contacten, waaronder contacten met vrienden, familie, kennissen of collega’s. Emotionele eenzaamheid Het missen van een hechte, intieme band met één of meerdere personen. Vaak gaat het om een levenspartner. Onze ouderen zijn eenzamer dan onze volwassenen. Uit onderzoek blijkt dat eenzaamheid zorgt voor stress door een gebrek aan sociale interacties. Ook levert het nadenken over het beeld van anderen over jezelf in sociale interacties stress op. Eenzaamheid verhoogt mogelijk het risico op dementie, zorgt voor een verhoogde kans op hartziekten en beroerte, en kan leiden tot depressie en suïcide31.