Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen_vast te stellen 23-2-23.pdf
Tekst van het document
33
immers af. De kwalificatie is wel afhankelijk van specifieke omstandigheden van een project en de ruimtelijke gevolgen die het project met zich meebrengt. In die gevallen is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld. De ontwikkeling wordt daarbij op passende wijze in het landschap opgenomen. De verandering die de ontwikkeling per saldo op de omgeving heeft is daardoor beperkt. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r.
4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.
Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering
Toets Zoals reeds beschreven heeft onderhavig plan betrekking op het omzetten van een bestaande recreatiewoning naar een reguliere woning en een bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken, waarvoor in de plaats aansluitend op het bestaande parkeerterrein extra parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De twee locaties die onderdeel uitmaken van het voorliggende bestemmingsplan worden onderstaand aan de hand van de richtafstanden van de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering getoetst. Hengelosestraat 3Z De locatie Hengelosestraat 3Z ligt in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Gelet op de functies in de 34
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
omgeving van de locatie kan voor het bepalen van de richtafstanden uitgegaan worden van 'rustig buitengebied'. Van belang is of de woning binnen het plangebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functies de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende functies aantast. Op een afstand van circa 270 m ten zuidoosten van de gevel van de beoogde woning bevindt zich een tankstation. Voor een tankstation met LPG geldt een maximale milieucategorie van 4.1 met een richtafstand van 200 m. Met een afstand van 270 m wordt er ruim voldaan aan de richtafstand. Ten oosten van de beoogde woning is op een afstand van circa 330 m een hoveniersbedrijf/kwekerij aanwezig. Voor een dergelijk bedrijf geldt de milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 m. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Verder is op een afstand van circa 260 meter ten zuidwesten een horecabestemming met een hotel en wegrestaurant te vinden. Hiervoor geldt de milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 m. Ook aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Gelet op het bovenstaande kan gesteld worden dat er op het gebied van bedrijven en milieuzonering voor de beoogde woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Vliegveldstraat 20 Een parkeerterrein is in het kader van bedrijven en milieuzonering geen gevoelige functie.
Wel beschikt een parkeerterrein volgens de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering over de milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 m. Er dient gekeken te worden of de realisatie van het parkeerterrein geen belemmeringen oplevert voor bestaande gevoelige functies in de omgeving. Binnen een straal van 30 m rond het bedrijventerrein zijn geen gevoelige functies (bijv. woningen) aanwezig. Het woon- en leefklimaat van de omliggende gevoelige functies zullen niet worden aangetast. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het aspect 'bedrijven en milieuzonering' geen belemmeringen zijn voor onderhavige ontwikkeling.
4.3 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.
Toets De beoogde woning aan de Hengelosestraat 3Z is een geurgevoelig object. De locatie is gelegen in het buitengebied, waardoor er van een afstand van 50 m tot de omliggende veehouderijen moet worden uitgegaan. Het meest nabijgelegen agrarisch bedrijf betreft een melkveehouderij en ligt op een afstand van circa 390 m van de beoogde woning. Van geurhinder is dan ook geen sprake. Voor het realiseren van de parkeerplaatsen aan de Vliegveldstraat 20 geldt dat er geen sprake is van een nieuwe geurgevoelige functie. Het aspect geur is hier niet van belang. Geconcludeerd kan worden dat het aspect geur geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling.
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
35
4.4 Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een verkennend bodemonderzoek (Kruse Milieu BV, 21055810, 21 oktober 2021) om ter plaatse van de Hengelosestraat 3Z de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen, zie Bijlage 2. Bij het verkennende bodemonderzoek is de onderzoekslocatie beschouwd als onverdacht.
In totaal zijn er, in verband met het aantreffen van puin, 15 inspectiegaten gegraven. In de bovengrond en in het grondwater zijn enkele (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. In de bovengrond en in de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. Voor de locatie aan de Vliegveldstraat 20 geldt dat er geen sprake is van een bestemmingswijziging naar een strenger bodemgebruik, namelijk de wijziging van een bedrijfsbestemming naar een verkeersbestemming. Er wordt enkel een bedrijfswoning gesloopt en hiervoor in de plaats worden parkeerplaatsen aangelegd. Het uitvoeren van een bodemonderzoek is voor deze locatie niet noodzakelijk. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorliggende bestemmingsplanwijziging. De vastgestelde verontreinigingen leveren geen risico's op voor de volksgezondheid. De bodem is geschikt voor het huidige en toekomstige gebruik. Geconcludeerd kan worden dat het aspect bodem geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling.
4.5 Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.
in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: 36
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). De beoogde woning is een geluidgevoelig object in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh). De woning is gelegen binnen de onderzoekszone van de N342 en de A1. Derhalve is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd, Bijlage 3. De geluidbelasting op het bouwplan ten gevolge van het verkeer op de Hengelosestraat (N432) voldoet met een waarde van ten hoogste 51 dB Lden (inclusief 2 dB aftrek art. 110g Wgh) niet aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder en het ambitieniveau uit het gemeentelijk geluidbeleid. Ook de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de Rijksweg A1 van ten hoogste 53 dB (inclusief 2 dB aftrek art. 110g Wgh) voldoet niet aan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder en het ambitieniveau uit het gemeentelijk geluidbeleid. Wel wordt voldaan aan de maximale grenswaarde uit de Wet geluidhinder van 53 dB. Om deze ontwikkeling mogelijk te kunnen maken, dient een procedure hogere grenswaarden te worden gevolgd. De gecumuleerde geluidbelasting (zonder aftrek art.
110g Wgh) op de woning bedraagt ten hoogste 57 dB. Uitgegaan van de minimale geluidsweringseis van 20 dB uit het Bouwbesluit wordt niet voldaan aan het maximale binnenniveau van 33 dB. Een aanvullend onderzoek naar de gevelgeluidwering is voorafgaand aan de bouw dan ook nodig. Ter plaatse van de vliegveldstraat 20 wordt geen geluidgevoelig object (bijv. een woning) mogelijk gemaakt. Voor deze locatie is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar wegverkeerlawaai niet noodzakelijk.
Railverkeerslawaai Op een afstand van ca. 590 m ten zuidoosten van de woning ligt een spoorlijn. Gelet op de ruime afstand tot de spoorlijn is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar railverkeerlawaai niet noodzakelijk. Op figuur 4.2 staat een uitsnede van de geluidskaart spoorwegen weergeven.
Figuur 4.2: kaart geluidbelasting langs spoorwegen (bron: Atlas van Overijssel) Uit figuur 4.2 blijkt dat de woning niet in een gebied met een hoge geluidsbelasting vanwege railverkeer gelegen is. Ook de locatie aan de Vliegveldstraat 20 ligt buiten het gebied met een hoge geluidsbelasting. Daarnaast wordt aan de Vliegveldstraat 20 geen geluidgevoelig object mogleijk gemaakt. Het aspect railverkeerlawaai veroorzaakt geen belemmeringen voor het beoogde initiatief.
Industrielawaai De woning ligt niet in de nabijheid van een geluidgezoneerd industrieterrein. Een akoestisch onderzoek naar industrielawaai is niet noodzakelijk. Ook voor de locatie aan de Vliegveldstraat 20 geldt dat een onderzoek naar bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
37
industrielawaai niet noodzakelijk is. Industrielawaai is verder niet relevant voor het voorliggende plan.
Conclusie Met verlening van hogere grenswaarden voor de woning Hengelosestraat 3Z vormt het aspect 'geluid' geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
4.6 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Het voorliggende bestemmingsplan maakt het omzetten van een recreatiewoning naar een reguliere woning en de sloop van een bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken, waarvoor aansluitend op het omliggende vrachtwagenparkeerterrein extra parkeerplaatsen worden gerealiseerd.
Zoals hierboven aangegeven worden projecten/plannen bij een enkele ontsluitingsweg tot 1500 woningen als niet in betekenende mate aangemerkt. Gelet op de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling kan er gesteld worden dat er in onderhavig geval sprake is van een plan die niet in betekenende mate bedraagt aan de luchtverontreiniging. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Door de ligging van de woning aan de Hengelosestraat 3Z nabij de N342 en A1 dient aangetoond te worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De grenswaarden zijn als volgt: NO2: 40 µg/m³ PM2,5: 25 µg/m³ PM10: 40 µg/m³ Uit het raadplegen van de Atlas Leefomgeving blijkt dat de concentraties op de locatie als volgt zijn: NO2: 12 µg/m³ 38
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
PM2,5: 14 µg/m³ PM10: 8 µg/m³ Er wordt ruimschoots voldaan aan de gestelde grenswaarden, waardoor gesteld kan worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen zijn voor onderhavige ontwikkeling.
4.7 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.
Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied.
Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Toets Enkel voor de locatie aan de Hengeloseweg 3Z geldt dat er een gevoelige functie (wonen) wordt gerealiseerd. Om die reden wordt alleen deze locatie beoordeeld op het gebied van externe veiligheid. In figuur 4.2 staat een fragment van de risicokaart met de planlocatie in het zwart omcirkeld.
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
39
Figuur 4.2: fragment risicokaart, plangebied zwart omcirkeld (bron: risicokaart.nl) Risicovolle inrichtingen Op een afstand van circa 270 m ten zuidoosten van de beoogde woning bevindt zich Tenkstation Esso Veelsveld. Het tankstation kent twee PR10-6 contour van 25 m en 40 m. Daarnaast geldt voor het groepsrisico een invloedsgebied van 150 m. De planlocatie is niet gelegen binnen de PR10-6 contouren en ook niet binnen het invloedsgebied. Het tankstation heeft geen invloed op de realisatie van de beoogde woning. Transportroutes voor gevaarlijke stoffen Basisnet weg Op een afstand van circa 310 m ten zuidoosten van de woning ligt de rijksweg A1. Voor deze weg geldt een PR10-6 contour van 1 m en een plasbrandaandachtsgebied van 30 m. De PR10-7 contour ligt op 70 m. De woning ligt op voldoende afstand van de A1. Basisnet water In de omgeving van het plangebied zijn geen vaarwegen aanwezig die vallen onder het Basisnet en waar gevaarlijke stoffen vervoert worden. Basisnet Spoor Ten zuidoosten van de woning ligt op een afstand van circa 580 m een spoorlijn die onderdeel uitmaakt van het Basisnet. Er geldt geen PR10-6 contour. De PR10-7 contour bedraagt 15 m en den PR10-8 contour 156 m. De woning bevindt zich op ruim voldoende afstand van de spoorlijn. Buisleidingen In de omgeving van de locatie zijn twee buisleidingen aanwezig.
Ten noorden ligt op een afstand van circa 620 m een aardgasleiding van I&M Transport en ten zuidoosten ligt een op een afstand van circa 400 m nog een aardgasleiding van I&M Transport. Gelet op de ruime afstand kan gesteld worden dat de buisleidingen geen invloed zullen hebben op de woning. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmeringen veroorzaakt.
40
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
4.8 Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de SVIR en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021.
De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn de Kaderrichtlijn Water en retentiecompensatie. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Watervisie 2050 Het Waterschap Vechtstromen heeft op 14 april 2021 de Watervisie 2050 vastgesteld. In deze Watervisie staat de drie belangrijkste opgaven waaraan Vechtstromen volgens zeven hoofdlijnen wil werken met partners en inwoners. De drie belangrijkste opgaves zijn: de toenemende droogte en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering; de waterkwaliteit die onder druk staat: de transitie naar een duurzame ontwikkeling. De Watervisie zal worden doorvertaald naar een Waterbeheerprogramma waarin wordt bepaald hoe het Waterschap in de periode 2022-2028 gaat werken aan haar opgaves. In het beheerprogramma zal het beleid en de maatregelen worden opgenomen. Totdat het beheerprogramma is uitgewerkt, gelden nog de beleidskaders van rijk en provincie die nader zijn uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021.
Waterbeheerplan 2016-2021 Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem.
Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
41
mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Watertoetsproces Op 23 maart is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie bijlagen Bijlage 4 en Bijlage 5. Voor de locatie aan de Hengelosestraat 3Z dient de normale procedure doorlopen te worden. Voor de locatie aan de Vliegveldstraat 20 geldt dat de korte procudure doorlopen moeten worden.
4.9 Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Ter plaatse van de locatie aan Hengelosestraat 3Z zijn geen dermate ingrijpende werkzaamheden beoogd, waardoor het uitvoeren van een quickscan natuurwaarden voor deze locatie niet noodzakelijk wordt geacht. Er wordt geen bebouwing gesloopt en er worden geen bomen gekapt. Voor de locatie aan de Vliegveldstraat 20 geldt dat er wel bebouwing gesloopt wordt die mogelijk van waarde is voor beschermde soorten. Derhalve is voor deze locatie een quickscan natuurwaarden uitgevoerd, zie ook Bijlage 6. De resultaten zijn in de volgende alinea's opgenomen. Soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren.
Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of verblijfplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting wordt verwijderd tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield.
Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende diersoorten af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Beide locaties zijn niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland. Het (NNN) ligt op een afstand van circa 350 m van de Hengelosestraat 3Z en circa 220 m van de Vliegtuigstraat 20. Gelet op de afstand en de aard en omvang van het project kan gesteld worden dat het plan geen invloed heeft op het NNN.
Natura 2000-gebied In de quickscan natuurwaarden wordt aangegeven dat, gelet op de invloedsfeer en ligging op enige afstand van het Natura 2000-gebied Lonnekermeer, de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden niet negatief worden beïnvloed. Volledigheidshalve is voor de locatie aan de Vliegveldstraat 20 te Deurningen een AERIUS-berekening uitgevoerd om aan te tonen dat er daadwerkelijk geen significante effecten optreden, zie Bijlage 7. 42
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
De conclusies zijn als volgt: Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling komt er zowel NOx als NH3 vrij. Door uitvoering van de voorliggende AERIUS berekening is aangetoond dat dit, zowel in de aanleg- als in de gebruiksfase, leidt tot een meetbare depositie van NOx of NH3 in Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor stikstof en ammoniak. In de aanleg- en gebruiksfase ligt de emissie dan ook hoger dan 0,00 mol/ha/j. De hoogste bijdrage bedraagt in de aanleg- en gebruiksfasefase 0,01 mol/ha/j. Op basis van hetgeen beschreven is in de rapportage van de AERIUS-berekening zal er per saldo in ieder geval geen sprake zijn van een verslechtering van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied “Lonnekermeer”. Wanneer de aanlegfase van voorliggend plan gereed is, dan zal gelet op de resultaten op den duur een verbetering voor het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied “Lonnekermeer” ontstaan. Nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Gelet op het vorengaande kan gesteld worden dat het aspect ecologie geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling.
4.10
Archeologie en Cultuurhistorie
Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.
Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie De gemeente Dinkelland beschikt over een eigen archeologische verwachtings- en advieskaart (RAAP Archeologisch Adviesbureau, 2007). Deze kaart maakt voor het grondgebied van de gemeente inzichtelijk waar archeologische resten zich (kunnen) bevinden. In figuur 4.3 is een uitsnede van de archeologische verwachtings- en advieskaart opgenomen. De twee locaties zijn globaal in het zwart omcirkeld.
Figuur 4.3: fragment archeologische verwachtings- en advieskaart (bron: gemeente Dinkelland)
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
43
Toets Uit het raadplegen van de archeologische verwachtings- en advieskaart van de gemeente Dinkelland blijkt dat de locatie Hengelosestraat 3Z aangewezen is met 'dekzandwelvingen en -vlakten'. Voor deze gronden geldt een middelmatige verwachting voor archeologische resten. Bij bodemingrepen met een oppervlakte van meer dan 5.000 m² en dieper dan 40 cm is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Met wijziging van de recreatiewoning naar een reguliere woning op de locatie aan de Hengelosestraat 3Z vinden er kleinschalige bouwwerkzaamheden plaats. De normen van meer dan 5.000 m² en dieper dan 40 cm worden dan ook niet overschreden. De locatie aan de Vliegveldstraat 20 is aangewezen met 'beekdalen en overige laagten'. Voor deze locatie geldt een lage verwachting voor archeologische resten. Voor deze gronden geldt een vrijstelling voor archeologisch onderzoek. Voor beide locaties is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Geconcludeerd kan worden dat het aspect archeologie geen belemmeringen veroorzaakt voor de uitvoerbaarheid van het voorliggende plan. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap.
Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Voor beide locaties geldt dat er binnen het plangebied en in de directe omgeving geen gemeentelijke en/of rijksmonumenten aanwezig zijn. Daarnaast maken de locaties geen deel uit van een beschermd dorps- of stadsgezicht. Ook andere cultuurhistorische elementen zijn niet aanwezig. Derhalve word geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect cultuurhistorie.
4.11
Verkeer / parkeren
Hengelosestraat 3Z De locatie Hengelosestraat 3Z wordt ontsloten aan de zuidoostkant van het perceel, over het naastgelegen terrein naar de Hengelosestraat. Voor een vrijstaande woning geldt in het buitengebied een verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen per etmaal. Dit beperkte aantal verkeersbewegingen kan opgevangen worden met de huidige verkeersstructuur. Afgerond zullen er drie parkeerplaatsen voor de vrijstaande woning gerealiseerd moeten worden. Op het perceel is ruim voldoende ruimte voor het mogelijk maken van de benodigde parkeerplaatsen.
Vliegveldstraat 20 Het parkeerterrein is toegankelijk vanaf de Oldenzaalsestraat. De uitgang van het parkeerterrein bevindt zich aan de westzijde en is ontsloten aan de zijde van het naastgelegen industrieterrein Oosterveld. In de huidige situatie is er sprake van een tekort aan parkeerplaatsen. De vrachtwagens parkeren momenteel in de omgeving waar dit niet is toegestaan. Dit kan onveilige situaties opleveren. Door het toevoegen van extra parkeerplaatsen op het parkeerterrein is er ook voor deze vrachtwagens een (veilige) parkeerplaats. Op het parkeerterrein zal het aantal verkeersbewegingen toenemen, maar dit compenseert de onveilige situaties in de omgeving. Het toe te voegen aantal parkeerplaatsen wordt nader bepaald. Geschat wordt dat er circa 25 vrachtwagenparkeerplaatsen worden toegevoegd. Als elke parkeerplaats dagelijks bezet wordt, dan leidt dit tot 25 vrachtwagens en 50 verkeersbewegingen per etmaal. In werkelijkheid zullen de parkeerplaatsen niet elke dag allemaal bezet zijn. De bezetting zal in het weekend, evenals maandag en dinsdag hoogstwaarschijnlijk lager zijn. Geconcludeerd kan worden dat de aspecten verkeer en parkeren geen belemmeringen veroorzaken voor dit plan.
44
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Hoofdstuk 5
Juridische toelichting
5.1 Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.
5.2 Toelichting op de regels 5.2.1
Opbouw
In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht.
Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
45
bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.
Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven;
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2
Bestemmingen
Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Agrarisch-1 "Bos - natuur" "Verkeer" "Wonen" "Agrarisch-1" De gronden binnen de bestemming ‘Agrarisch - 1’ hebben als hoofdfunctie de uitoefening van de agrarische functie. Hier worden mogelijkheden geboden voor de voortzetting van de landbouwfunctie op bedrijfseconomische grondslag. De bescherming van het landschap is nevengeschikt aan het agrarisch gebruik. "Bos - natuur" De bestemming "Bos - natuur" is opgenomen voor de gronden die bestemd zijn voor natuur, bosbouw en houtproductie. Daarnaast zijn deze gronden bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, de natuurlijke en de landschappelijke waarden van de bos- en natuurgebieden. Binnen deze bestemming mogen enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. "Verkeer'' 46
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Voor de locatie aan de Vleigveldstraat 20 is de bestemming "Verkeer" met de aanduiding "parkeerterrein" opgenomen. Deze gronden zijn bestemd voor een parkeerterrein. Voor de bestemming "Verkeer" geldt dat er enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd. "Wonen" De gronden aangewezen voor met de bestemming "Wonen" zijn bestemd voor woonhuizen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen met de daarbij behorende tuinen, erven en terreinen. Daarnaast is er binnen deze bestemming ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit en mantelzorg. Als hoofdgebouw is uitsluitend een woonhuis toegestaan. De woning mag een maximale inhoud van 750 m³ hebben en een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,50 m en 9,00 m. Daarnaast gelden nog andere bouwregels, zoals een minimale dakhelling. De bestaande recreatiewoning, die wordt omgezet naar woning, voldoet niet geheel aan de bouwregels voor woningen. Gezien de locatie en gezien de huidige goede staat van de recreatiewoning is het echter realistisch dat dit gebouw qua basisvorm behouden blijft en op de voorgestelde wijze uitgebreid wordt. In onderhavig bestemmingsplan is daarom sprake van maatwerk. De bestaande dakhelling van de woning is daarom toegestaan.
Tevens is er sprake van maatwerk ten aanzien van hoogte en dakhelling voor het bijgebouw dat beoogd is ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen-afwijkende maatvoering'.
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
47
48
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
49
50
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Het plan is voor vooroverleg aan de Provincie voorgelegd. De Provincie heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben op het plan en dat het conform de afspraken is. Het planologische kader is niet in strijd met het provinciaal belang.
7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van ......... voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn ......... zienswijzen binnengekomen.
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
51
52
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
53
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing Hengelosestraat 3z Deurningen
54
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Legenda N
a=
Bestaande bebouwing
b=
Bestaande tuin
c=
Weiland
d=
Bestaand boscomplex (Casco element)
e=
Versterken houtsingel over een lengte van 80 meter, verwijderen uitheemse beplanting, verplaatsen bestaand hek. Breedte houtsingel ca. 5 meter, met nieuwe aanplant in drie rijen, plantafstand 1,5 x 1,5 meter met de soorten eik (Quercus robur), meidoorn (Crataegus monogyna), lijsterbes (Sorbus aucuparia), vlierbes (Sambucus nigra) en sleedoorn (Prunus spinosa) in een gelijke verdeling. Totale aanplant 160 stuks. De soorten worden aangeplant in groepen van minstens 5-7 stuks per soort. Op die manier wordt voorkomen dat langzaam groeiende soorten worden overgroeid door snel groeiende soorten. De struweelsingel wordt als hakhout beheerd en tussen de 10-12 jaar afgezet zodat er regelmatig verjonging plaats vindt en er een robuuste struiklaag ontstaat. De boomvormers moeten worden gespaard om diversiteit aan te brengen.
Landschap op locatie Het landschap dat wij nu typeren als jong heide- en broekontginningslandschap bestond vroeger uit uitgestrekte heide velden en natte laagtes. De hoger gelegen drogere delen van deze woeste gronden werden gebruikt voor de beweiding van schapen en het steken van plaggen voor de bemesting van de essen. De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was dan ook oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap. De structuur van het landschap is ontstaan ten tijde van technische, medische en chemische uitvindingen (zoals kunstmest) in de 18e en 19de eeuw, die de ontginning van moerige gronden en heidevelden rendabel maakten. De heidevelden, vennen en stuifzanden zijn rond 1900 op grote schaal ontgonnen en vervolgens agrarisch in gebruik genomen. Er ontstond een rationeel boerenland met de lange rechte wegen in een schaakbordachtige structuur, de regelmatige, grote landbouw kavels en de regelmatige verspreide boerderijen. De dragende structuren worden gevormd door groene en blauwe raamwerken. Een rechtlijnig landschap met laanbeplanting langs de wegen, erfbeplanting langs de perceelranden en enkele boscomplexen. Het perceel van Hengelosestraat 3Z bevindt zich op een open plek in het omliggende boscomplex. Op historische topografische kaarten is de huidige rechtlijnige structuur van het landschap te herkennen.
De open plek in het bos is eveneens reeds langere tijd aanwezig geweest als heideperceel/woeste grond. De waarde van het bestaande bosgebied blijft intakt daar de bestaande bebouwing behouden blijft en slechts van gebruik verandert. De initiatiefnemers hebben ten noorden van de woning een weide voor hobbyvee waarbij op de perceelsgrens gebiedsvreemde beplanting met boomvormers is geplaatst. Deze houtsingel zal worden vervangen door een houtsingel met inheems bosplantsoen. Zodoende wordt de gewenste afscheiding met een lineaire structuur gerealiseerd en wordt de landschappelijke kwaliteit vergroot.
Hengelosestraat 3Z PROJECT: NAAM: ADRES: POSTCODE:
Omzetten recreatiewoning Familie Hengelosestraat 3Z 7561 SE Deurningen
NUMMER: VERSIE: DATUM: STATUS:
20AF183 Versie 1.0 19-04-22 Concept
GETEKEND: BIJLAGE: FORMAAT: SCHAAL:
A.Veenendaal A3 1:600
Bijlage 2 Verkennend (asbest)bodemonderzoek Hengelosestraat 3Z Deurningen
56
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
RAPPORT VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740 en NEN5707 Hengelosestraat 3Z - Deurningen
Opdrachtgever Ad Fontem Locatie: Hengelosestraat 3Z 7561 SE Deurningen
Oktober 2021
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
Rapport Verkennend (asbest)Bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Hengelosestraat 3Z - Deurningen
Opdrachtgever Ad Fontem Stationsstraat 37 7622 LW Borne
Locatie: Hengelosestraat 3Z 7561 SE Deurningen
Projectcode: 21055810
Rapportagedatum: 21 oktober 2021
Auteur: Mevr. ing. H. Stevelink
Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
2 2 2 3
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
4 4 5 5 6 7
4
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten asbestanalyses
8 8 8 10 11 11
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
12
6
Literatuur en bronvermelding
14
Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Nibag, februari 2001 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2021 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 21055810
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Ad Fontem op een terreindeel aan de Hengelosestraat 3Z in Deurningen door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en uitbreiding van de bestaande woning. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingpslanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden beschouwd. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, Bodem. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016.
De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. Het veldwerk is uitgevoerd in oktober 2021 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden eventuele resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 21055810
Pagina 1 van 14
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Hengelosestraat 3Z, op circa 630 meter ten oosten van de bebouwde kom van Hengelo. Het centrale punt van het te onderzoeken terreindeel heeft de RD-coördinaten x = 255.258 en y = 478.705. De locatie is kadastraal bekend als: gemeente Weerselo, sectie N, nummer 1334. De Hengelosestraat bevindt zich ten zuiden van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is momenteel bebouwd met een uit te breiden recreatiewoning. Een deel van het onbebouwde terreindeel is verhard met klinkers en tegels, het overige deel is in gebruik als tuin. Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning. De onderzoekslocatie is deels bebouwd, deels verhard en omvat circa 4950 m². In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende tekeningen en boorplannen opgenomen: - Boorplan verkennend bodemonderzoek Nibag, februari 2001; - boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2021. Vooronderzoek In het vooronderzoek komt, naast informatie uit het huidige gebruik, het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein.