Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen_vast te stellen 23-2-23.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Buitengebied, Hengelosestraat 3Z En Vliegveldstraat 20 Deurningen
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPHENGELOSTR3ZVG01
Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
7 7 7 8 10 10
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Ontstaansgeschiedenis en landschapstypologie 2.2 Huidige situatie 2.3 Toekomstige situatie 2.4 Landschappelijke inpassing Hengelosestraat 3Z
11 11 12 13 17
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid
19 19 20 27
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering
33 33 34
4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
35 36 36 38 39 41 42 43 44
Geur Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels
45 45 45
Hoofdstuk 6
49
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
51 51 51
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Landschappelijke inpassing Hengelosestraat 3z Deurningen Bijlage 2 Verkennend (asbest)bodemonderzoek Hengelosestraat 3Z Deurningen Bijlage 3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hengelosestraat 3Z Deurningen Bijlage 4 Digitale watertoets Hengelosestraat 3Z Deurningen Bijlage 5 Digitale watertoets Vliegveldstraat 20 Deurningen Bijlage 6 Quickscan Natuurwaarden Vliegveldstraat 20, Deurningen
53 54 56 124 156 163 171
2
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Bijlage 7
AERIUS Hengelosestraat 3z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Regels
204
261
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
263 263 268
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Bos - natuur Verkeer Wonen
269 269 272 274 275
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
279 279 280 281 282
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
283 283 284
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Landschappelijke inpassing Hengelosestraat 3Z Deurningen
285 286
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
3
4
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
5
6
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Voor de locatie Hengelosestraat 3Z in Deurningen is een plan ontwikkeld. De initiatiefnemers willen van de bestaande recreatiewoning een reguliere woning maken. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning op de vrachtwagenparkeerplaats Frans op den Bult aan de Vliegveldstraat 20 in Deurningen gesloopt. Ter plaatse van de bedrijfswoning worden extra parkeerplaatsen mogelijk gemaakt. Beide locaties maken onderdeel uit van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2010', welke is vastgesteld op 18 februari 2010. De locatie aan de Hengelosestraat 3Z is voorzien van de bestemmingen 'Recreatie Recreatiewoningen' en 'Bos - Natuur'. Voor gronden van de locatie op het parkeerterrein Frans op den Bult geldt de bestemming 'Bedrijf'. De beoogde ontwikkelingen op de twee locaties passen niet binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan. Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het voorliggende bestemmingsplan maakt ontwikkelingen mogelijk op twee locaties. De locatie van de huidige recreatiewoning bevindt zich op het perceel van de Hengelosestraat 3Z in Deurningen. Deze locatie is gelegen tussen Hengelo en Oldenzaal. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie N, perceelnummer 1334. De bestaande bedrijfswoning op het parkeerterrein Frans op den Bult bevindt zich op het perceel van de Vliegveldstraat 20 in Deurningen. Ook deze locatie is gelegen tussen Hengelo en Oldenzaal, direct naast de Rijksweg A1. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie M perceelnummers 3647 en 3649. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging van de planlocaties (bron: Ruimtelijke plannen)
Begrenzing De begrenzing van de locatie aan de Hengelosestraat 3Z is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop de locatie te zien is. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
7
Figuur 1.2: begrenzing locatie Hengelosestraat 3Z (bron: Ruimtelijke plannen)
De begrenzing van de locatie aan de Vliegveldstraat 20 is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop de locatie te zien is. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.
Figuur 1.3: begrenzing locatie Vliegveldstraat 20 bron: Ruimtelijke plannen)
1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor de beide locaties geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010' van de gemeente Dinkelland. Het bestemmingplan is door de gemeenteraad op 18 februari 2010 vastgesteld en op 20 april 2012 onherroepelijk geworden.
Locatie Hengelosestraat 3Z In figuur 1.4 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen ter plaatse van de locatie Hengelosestraat 3Z. 8
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Figuur 1.4: fragment bestemmingsplan 'Buitengebied 2010', locatie Hengelosestraat 3Z (bron: Ruimtelijke plannen)
Voor de locatie Hengelosestraat 3Z zijn de bestemmingen 'Recreatie - Recreatiewoning' en 'Bos - Natuur' opgenomen. De gronden met de bestemming 'Recreatie - Recreatiewoning' zijn bestemd voor recreatiewoningen. Binnen het bestemmingsvlak is één recreatiewoning toegestaan. De bestemming 'Bos Natuur' is opgenomen voor natuur, bosbouw en houtproductie. Aan het plangebied is de bestemming 'Recreatie - Recreatiewoningen' en 'Bos - natuur' toegekend zonder aanduidingen. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor respectievelijk recreatiewoningen en natuur, bosbouw en houtproductie . Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden om de bestaande recreatiewoning te gebruiken als reguliere woning. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.
Locatie Vliegveldstraat 20 In figuur 1.5 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen ter plaatse van de locatie Vliegveldstraat 20.
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
9
Figuur 1.5: fragment bestemmingsplan 'Buitengebied 2010', locatie Vliegveldstraat 20 (bron: Ruimtelijke plannen)
De gronden ter plaatse van de locatie Vliegveldstraat 20 zijn aangewezen met de bestemming 'Bedrijf'. Deze gronden zijn bestemd voor bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen. Er mogen binnen het bestemmingsvlak uitsluitend gebouwen en overkappingen worden gebouwd voor één bedrijf.
Conclusie De beoogde ontwikkelingen op beide locatie past niet binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan. Om die reden is er een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin.
1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.BUIBPHENGELOSTR3Z-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels;
1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten met bijbehorende onderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
10
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Hoofdstuk 2
Het plan
2.1 Ontstaansgeschiedenis en landschapstypologie De beide locaties liggen in het landschaptype jong heide- en broekontginningslandschap en dichtbij het Oude hoevenlandschap. Het eerste landschap kenmerkt zich door grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden die oorspronkelijk functioneel verbonden waren met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw).
Figuur 2.1 Historische topografische kaarten omgeving ca. 1925 (boven) en ca. 1975 (onder) (Bron: Topotijdreis) bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
11
2.2 Huidige situatie Hengelosestraat 3Z In de huidige situatie is er aan de Hengelosestraat 3Z in Deurningen sprake van een recreatiewoning met daarbij behorend een tuin. Tevens zijn er een garage in de vorm van een overkapping een schuur en twee kleine bijgebouwen aanwezig. De garage heeft een oppervlakte van ca. 30 m². Op het meest westelijke gedeelte van het plangebied staat één van de kleine bijgebouwen. Dit schuurtje is voor de dieren en heeft een oppervlakte van ca. 7,5 m². Het tweede kleine bijgebouw bevindt zich ten oosten van de recreatiewoning en heeft ook een oppervlakte van ca. 7,5 m². Rondom de tuin bij de recreatiewoning bevindt zich een bos. De ontsluiting vindt aan de zuidoostkant van het perceel plaats over het naastgelegen terrein naar de doorgaande weg, de Hengelosestraat. Figuur 2.2 toont een luchtfoto van de huidige situatie.
Figuur 2.2: luchtfoto huidige situatie Hengelosestraat 3Z (bron: pdok viewer)
Aan de overkant van de Hengelosestraat is het Landgoed op den Bult gelegen met daarnaast de horecagelegenheid Frans op den Bult.
Vliegveldstraat 20 De planlocatie aan de Vliegveldstraat 20 bevindt zich op het parkeerterrein Frans op den Bult. In het midden van dit parkeerterrein is een bedrijfswoning aanwezig, behorende bij Frans op den Bult. Rondom de bedrijfswoning is de grond ingericht als tuin met veel groen. Het parkeerterrein en de bedrijfswoning zijn te bereiken vanaf de Oldenzaalsestraat, ten noorden van het parkeerterrein. De planlocatie wordt hieronder door middel van een luchtfoto weergegeven (figuur 2.3).
12
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Figuur 2.3: luchtfoto huidige situatie Vliegveldstraat 20 (bron: pdok viewer)
2.3 Toekomstige situatie Hengelosestraat 3Z In de toekomstige situatie zal de recreatiewoning op het perceel aan de Hengelosestraat 3Z als reguliere woning gebruikt gaan worden. Daarnaast vindt er een uitbreiding van de woning plaats. De bestaande overkappingen aan weerszijde van de woning zullen worden verwijderd en vervangen door een uitbreiding van het hoofdgebouw. De aanwezige garage (ca. 30 m²), gelegen aan de noordzijde van de woning, blijft behouden. Tevens blijven de twee kleine bijgebouwen (beide ca. 7,5 m²) en het meest zuidelijke bijgebouw (ca. 20 m²) behouden die gebruikt worden voor o.a. een stal voor dieren en het onderhoud van het perceel. Verder wordt er een nieuw bijgebouw van ca. 137 m² gerealiseerd. Dit bijgebouw is ten westen van de woning beoogd. De totale oppervlakte aan bijgebouwen blijft onder de 200 m². In figuur 2.4 staat de nieuwe situatie ten aanzien van woning en bijbehorende bouwwerken weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
13
Figuur 2.4: impressie nieuwe situatie woning en bijbehorende bouwwerken (bron: bouwkundig bureau Grave)
Figuur 2.5 toont een plattegrond en gevelaanzicht van de woning in de toekomstige situatie. Op figuur 2.6 staat een plattegrond en gevelaanzicht van het nieuw te bouwen vrijstaande bijgebouw weergegeven.
14
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Figuur 2.5: impressie toekomstige situatie hoofdgebouw (bron: bouwkundig bureau Grave)
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
15
Figuur 2.6: impressie toekomstige situatie nieuw te bouwen bijgebouw (bron: bouwkundig bureau Grave)
16
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
De inhoud van het hoofdgebouw mag ten hoogste 750 m³ bedragen. De bijgebouwen zullen gezamenlijk een oppervlakte hebben van meer dan 100 m2. Door middel van het afwijken van de bouwregels zal een uitbreiding van bijgebouwen tot 200 m2 mogelijk zijn, omdat er sprake is van eigendom van gronden buiten het erf met een omvang van ten minste 5.000 m². Daarnaast zullen de (bestaande) bijgebouwen gebruikt worden ten behoeve van stalruimte voor dieren, werkplaats en opslag van materieel voor het onderhoud van de percelen. In paragraaf 2.4 wordt nader ingegaan op de landschappelijke inpassing. Vliegveldstraat 20 Op de locatie Vliegveldstraat 20 wordt de bestaande bebouwing gesloopt. Door de sloop van de bestaande bebouwing ontstaat er ruimte voor extra parkeerplaatsen voor vrachtwagens. Er zal circa 3.500 m² extra parkeerterrein gerealiseerd worden. Behoefte uitbreiding parkeerterrein In de provincie Overijssel is al jaren een tekort aan vrachtwagenparkeerplaatsen. De parkeerplaatsen langs de snelwegen staan 's nachts vol met vrachtwagens. Daarnaast wordt er geparkeerd op vluchtstrook, langs het onderliggende wegennet en andere ongewenste locaties. De problemen concentreren zich vaak langs de snelwegen en op diverse bedrijventerreinen. Hierdoor ontstaat overlast en is er sprake van een verkeersonveilige situatie.
De provincie heeft de ambitie om een netwerk te realiseren van veilige en beveiligde truckparkings met passende voorzieningen en de juiste geografische spreiding. Hiermee wil de provincie bereiken dat chauffeurs kunnen rusten (volgens Europese voorschriften), zodat de weg veiliger wordt gebruikt, de parkings optimaal worden benut en overlast elders wordt voorkomen. Ter voorkoming van overlast en verkeersonveiligheid is de realisatie van meer beveiligde vrachtwagenparkeerplaatsen dus van algemeen belang.
2.4 Landschappelijke inpassing Hengelosestraat 3Z Het landschap dat wij nu typeren als jong heide- en broekontginningslandschap bestond vroeger uit uitgestrekte heide velden en natte laagtes. De hoger gelegen drogere delen van deze woeste gronden werden gebruikt voor de beweiding van schapen en het steken van plaggen voor de bemesting van de essen. De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was dan ook oorspronkelijk functioneel verbonden met het essenen oude hoevenlandschap. De structuur van het landschap is ontstaan ten tijde van technische, medische en chemische uitvindingen (zoals kunstmest) in de 18e en 19de eeuw, die de ontginning van moerige gronden en heidevelden rendabel maakten. De heidevelden, vennen en stuifzanden zijn rond 1900 op grote schaal ontgonnen en vervolgens agrarisch in gebruik genomen. Er ontstond een rationeel boerenland met de lange rechte wegen in een schaakbordachtige structuur, de regelmatige, grote landbouw kavels en de regelmatige verspreide boerderijen. De dragende structuren worden gevormd door groene en blauwe raamwerken. Een rechtlijnig landschap met laanbeplanting langs de wegen, erfbeplanting langs de perceelranden en enkele boscomplexen. Het perceel van Hengelosestraat 3Z bevindt zich op een open plek in het omliggende boscomplex.
Op historische topografische kaarten is de huidige rechtlijnige structuur van het landschap te herkennen. De open plek in het bos is eveneens reeds langere tijd aanwezig geweest als heideperceel/woeste grond. De initiatiefnemers hebben ten noorden van de woning een weide gemaakt voor hobbyvee waarbij op de perceelsgrens gebiedsvreemde beplanting met boomvormers is geplaatst. Deze houtsingel zal worden vervangen door een houtsingel met inheems bosplantsoen. Zodoende wordt de gewenste afscheiding met een lineaire structuur gerealiseerd. Het landschappelijke inpassingsplan is als bijlage bij deze toelichting toegevoegd, zie Bijlage 1.
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
17
Figuur 2.6 toont de landschappelijke inpassing van het perceel aan de Hengelosestraat 3Z te Deurningen (bron: Ad Fontem)
18
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1 Rijksbeleid 3.1.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.
Onderhavig plan Op basis van vaste jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 en ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953) blijkt dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, indien er 11 woningen worden gerealiseerd. Wanneer er 12 of meer woningen gerealiseerd worden, dan is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor de locatie aan de Hengelosestraat 3Z geldt dat het voorliggende plan slechts één reguliere woning mogelijkmaakt. Om die reden is voor deze locatie de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. Volgens de uitspraak (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921), moet wanneer de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is, gemotiveerd worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is. Voor wat betreft de uitbreiding van het parkeerterrein aan de Vliegveldstraat 20 te Deurningen geldt dat er momenteel een bedrijfswoning aanwezig is. Daarnaast zijn er rondom de locatie verschillende functies te vinden, zoals horeca, bedrijvigheid en wonen.
In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is de volgende omschrijving van 'bestaand stedelijk gebied' opgenomen: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Gelet op de ligging van de locatie en de verschillende functies in de directe omgeving kan gesteld worden dat de locatie gelegen is in 'bestaand stedelijk gebied'. De behoefte aan de uitbreiding van het parkeerterrein staat in paragraaf 2.3 aangegeven. Hieruit blijkt dat er sprake is van een behoefte aan nieuwe parkeerplaatsen. De beoogde ontwikkeling voldoet daarmee aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Op voorhand kan worden gesteld dat er vanuit milieutechnische oogpunten geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan. Hier wordt nader op ingegaan in Hoofdstuk 4 van het voorliggende bestemmingsplan. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Een verdere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is niet noodzakelijk.
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
19
3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.
3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.
De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. 20
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel)
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. In Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: De beoogde ontwikkeling voorziet in het omzetten van een bestaande recreatiewoning naar een reguliere bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
21
woning. Daarnaast wordt een bedrijfswoning met de daarbij behorende bebouwing gesloopt. Hiervoor in de plaats worden extra parkeerplaatsen mogelijk gemaakt op het rondom de planlocatie gelegen parkeerterrein. Voor de locatie aan de Hengelosestraat 3Z geldt dat de oppervlakte van de woonbestemming wordt verruimd ten opzichte van de huidige recreatiebestemming. Echter wordt er door middel van een goede landschappelijke inpassing geïnvesteerd in het groen. Door de aanplant van een brede houtsingel wordt er meer groen toegevoegd. Hiermee wordt de ruimere oppevlakte van de woonbestemming gecompenseerde en wordt er voldaan aan artikel 2.1.3 van de omgevingsverordening.
artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: Met de bestemmingswijziging van de recreatiewoning naar een reguliere woning wordt de ruimtelijke kwaliteit versterkt door het realiseren van een goede landschappelijke inpassing. Het plan voorziet in de aanplant van nieuw groen en een diversiteit aan flora. De sloop van de bedrijfswoning en het realiseren van parkeerplaatsen heeft geen directe invloed op het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Wel kan gesteld worden dat de locatie geschikt is voor het realiseren van de parkeerplaatsen. Er wordt immers aangesloten op het reeds bestaande parkeerterrein. Gesteld kan worden dat het voorliggende initiatief voldoet aan artikel 2.1.5 van de omgevingsverordening.
artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving lid 1 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. lid 2 Lid 1 is niet van toepassing op de bedrijfsontwikkeling en nieuwvestiging van agrarische bedrijven en op zelfstandige opstelling van zonnepanelen. lid 3 In aanvulling op het gestelde onder 1 geldt voor nieuwe ontwikkelingen die plaatsvinden op gronden die vallen binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water en die niet zijn aangeduid als Natuurnetwerk Nederland (NNN), geldt de voorwaarde dat de compensatie door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving gericht dienen te zijn op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Doorwerking voor voorliggend plan: De locatie aan de Hengelosestraat 3Z bevindt zich in de Groene Omgeving. Met de ontwikkeling op deze locatie wordt er relatief weinig bebouwing toegevoegd.
Echter wordt ter compensatie hiervan de groenstructuur versterkt. Dit komt ten goede van de ruimtelijke kwaliteit. Om dit te waarborgen is een inrichtingsplan opgesteld, zie Bijlage 1.
artikel 2.8 Bos en natuurgebieden buiten het NNN Lid 1 Bestemmingsplannen die betrekking hebben op bestaande natuur voorzien in een specifieke, daarop toegesneden bestemming die gericht is op behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. Lid 2 Bestemmingsplannen als bedoeld in lid 1 voorzien niet in ontwikkelingen waardoor de aanwezige en te 22
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
ontwikkelen natuur- en landschapswaarden worden aangetast. Lid 3 In afwijking van het gestelde onder 2 kunnen ontwikkelingen die uit een oogpunt van zwaarwegende maatschappelijke belangen noodzakelijk zijn worden toegestaan als: a. b. c. d.
er geen reële alternatieven zijn, de negatieve effecten van de ontwikkeling zo beperkt mogelijk worden gehouden de overblijvende negatieve effecten in voldoende mate worden gecompenseerd. een heldere onderbouwing wordt aangeleverd van het bepaalde in lid a, b en c.
Lid 4 In afwijking van het gestelde onder 2 kunnen kleinschalige ontwikkelingen worden toegestaan als: a. daardoor de waarde van een bos- of natuurgebied slechts in beperkte mate wordt aangetast en b. er per saldo sprake is van een versterking van de waarden van het gebied en/of vergroting van het oppervlakte daarvan en c. is aangetoond dat er in redelijkheid geen alternatieven voor de ingreep mogelijk zijn. Doorwerking voor voorliggend plan: In de huidige situatie zijn de gronden voorzien van een recreatie- en bosbestemming. Een groot gedeelte van de tuin is voorzien van de bestemming 'Bos - Natuur'. Echter betreft dit een open plek in het omliggende bos die al jaren voor recreatieve doeleinden gebruikt wordt. Door de tuin te voorzien van een woonbestemming wordt de oppervlakte aan bos dan ook niet verkleind. Door middel van een goede landschappelijke inpassing blijven de karakteristieken en waarden ter plaatse behouden en wordt de groenstructuur versterkt.
Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locaties zijn rood omcirkeld (bron: provincie Overijssel) bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
23
Volgens de ontwikkelingsperspectievenkaart geldt voor het plangebied het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' staat ook de ambitie 'Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' voorop. Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Daarnaast gelden bij alle ontwikkelingsperspectieven de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. De beoogde bestemmingswijziging van een recreatiewoning naar een reguliere woning heeft geen invloed op het landschap en de ruimtelijke identiteiten van de provincie Overijssel. Rondom het restaurant met de bedrijfswoning is een parkeerterrein gelegen. Hier zijn dan ook geen kenmerken van het landschap aanwezig.
De plannen op de twee locaties doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor functies in de omgeving. Gebiedskenmerken Voor het plangebied gelden de volgende gebiedskenmerken: natuurlijke laag: 'Dekzandvlakte en ruggen' laag van het agrarisch cultuurlandschap: 'Jonge heide- en broekontginningslandschap' stedelijke laag: 'Informele trage netwerk' stedelijke laag: 'Verspreide bebouwing' Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen'. In figuur 3.3 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel, de locaties zijn rood omcirkeld (bron: provincie Overijssel) 24
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de provincie. Voor dit gebiedskenmerk geldt de ambitie om de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Indien er ontwikkelingen plaats vinden gelden de volgende uitgangspunten: beter zichtbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem; de (strekkings)-richting van het landschap is bepalend. Ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Ter plaatse van de twee locaties zijn de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat niet meer zichtbaar. Om die reden is het niet noodzakelijk om een beschermende bestemmingsregeling op te nemen die gericht is op de instandhouding van de hoofdlijnen van het huidige reliëf. Wel wordt door een goede landschappelijke inpassing de groenstructuur versterkt. Hiermee wordt aangesloten op de ambitie om meer natuurlijke (planten)soorten toe te voegen. Geconcludeerd kan worden dat er zoveel als mogelijk rekening gehouden wordt met de kenmerken van de Dekzandvlakte en ruggen. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Jonge heide- en broekontginningsladschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel, de locaties zijn rood omcirkeld (bron: provincie Overijssel)
De kenmerken van de Jong heide- en broekontginningslandschap zijn de landbouwontginingen relatief grote open ruimtes, deel omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met en rommelige driekhoekstructuur als resultaat. De ambitie is de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevig impuls te geven en soms een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijke raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Binnen deze raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms de vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
25
van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Rond de bestaande recreatiewoning die omgezet wordt naar reguliere woning is bos aanwezig. Met de beoogde ontwikkeling gaat er een deel van de bosbestemming verloren. Echter blijft het bos wel behouden. Tevens wordt er nieuw groen aangeplant, waardoor de groenstructuur juist versterkt wordt. In Bijlage 1 bij de toelichting is de landschappelijke inpassing van de woning te vinden. Voor beide locatie geldt dat er verder geen agrarische structuren te vinden zijn. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkelingen die plaatsvinden op de twee locaties geen afbreuk doen aan de kenmerken van de laag van het agrarische cultuurlandschap. De 'Stedelijke laag' en de 'Laag van de beleving' hebben binnen het plangebied geen specifieke kenmerken en blijven daarom verder buiten beschouwing.
Thematische beleidskeuze Mobiliteit Voor het parkeerterrein aan de Vliegveldstraat 20 te Deurningen is de thematische beleidskeuze 'Mobiliteit' van belang. Voor het thema Mobiliteit geldt de volgende ambitie: Een veilige, betrouwbare (tijdsduur) en vlotte (keten)reis van personen en goederen van en naar stedelijke netwerken binnen en buiten Overijssel. In paragraaf 10.5.2 van de omgevingsvisie wordt ingegaan op het mobiliteitsnetwerk voor goederenvervoer. De provincie Overijssel kiest voor een aanpak viad de systematiek van de 'Trias Mobilica': het bevorderen van efficiënt vervoer; het veranderen van de wijze van vervoer; en efficiëntere en schonere vervoermiddelen. Voor het goederenvervoer over de weg, paragraaf 10.5.2.2 van de omgevingsvisie, geldt dat er optimaal gefaciliteerd moet worden. De provincie zet samen met haar partners in op het optimaal faciliteren van goederenvervoer over de weg en het beter benutten van de hoofdinfrastructuur van en naar logistieke hotspots. Als de provincie investeerd zal dit gericht zijn op knelpunten in de infrastructuur van (inter)nationale en regionale betekenis. Algemeen uitgangspunt is dat de aanleg van nieuwe infrastructuur niet alleen tot groei van goederenstromen door Overijssel mag leiden, maar ook kansen moet bieden voor logistieke bedrijvigheid in Overijssel.
Een belangrijk instrument hierbij is het 'Meerjarenprogramma Aanpak vrachtwagenparkeren Overijssel'. Behoefte uitbreiding parkeerterrein De provincie Overijssel wil het goederenvervoer faciliteren op de hoofdwegeninfrastructuur in Overijssel om de geluidsoverlast, verkeersonveiligheid en risico's met gevaarlijke stoffen voor de leefomgeving te beperken. Voor een veilig transport over de weg door uitgeruste chauffeurs, en ter voorkoming van overlast als verkeersonveiligheid en sociale overlast door parkeren op ongewenste locaties, zijn voldoende beveiligde parkeerfaciliteiten nodig. In de Visie vrachtwagenparkeren Overijssel heeft de provincie Overijssel samen met haar partners (wegbeheerders, transporteurs, verladers, bedrijvenparkmanagers en handhavers) zich als doel gesteld dat een netwerk wordt gerealiseerd van duurzame en veilige vrachtwagenparkeerterreinen met bijbehorende (beheers)maatregelen zodat chauffeurs kunnen rusten. Door de juiste randvoorwaarden voor het gebruik, blijvende integrale (beheers)maatregelen en de juiste geografische spreiding worden deze parkeerfaciliteiten optimaal benut en sluiten ze aan op het (inter-)nationale netwerk van parkeerfaciliteiten. In het Meerjarenprogramma Aanpak vrachtwagenparkeren Overijssel wordt hier uitvoering aan gegeven.
Meerjarenprogramma Vrachtwagenparkeren Overijssel Dit programma komt voort uit de Visie vrachtwagenparkeren Overijssel die de provincie samen met haar logistieke stakeholders heeft opgesteld. De aanpak is gericht op een totaalpakket aan maatregelen en activiteiten die de realisatie van een netwerk van truckparkings met haalbare businesscases mogelijk maken en het gebruik hiervan stimuleren. Dit onder andere door de juiste randvoorwaarden voor het gebruik van het netwerk van truckparkings te creëren en blijvende integrale (beheers)maatregelen als handhaving, communicatie en eenduidige regels. Het netwerk ligt langs de A1, aansluitend op het (inter)nationale netwerk van parkeerfaciliteiten, en op de grotere bedrijventerreinen. Eén van de onderdelen is het stimuleren van aanleg van beveiligde parkeerterreinen, waarbij ook op de reeds aanwezige beveiligde truckparkings in Deventer en in Deurningen (Frans op den Bult) samen met de exploitanten de mogelijkheden tot uitbreiding wordt verkend. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijzigingen volledig in overeenstemming zijn met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
26
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
Omgevingsvisie Dinkelland
De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goed voorbeeld; 3. We wentelen niet af op volgende generaties; 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Dinkelland is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis.
Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Dinkelland komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Dinkelland streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. Voor de kernen wil de gemeente dat er lekker gewoond kan worden. Daarnaast moet er bedrijvigheid te vinden zijn. Maar ook ruimte om elkaar te ontmoeten en samen te komen.
Het wordt steeds moeilijker om voorzieningen in stand te houden. Dit geldt voor winkels, horeca, kerken, cultuurhuizen, sportvoorzieningen en scholen. Nieuwe plannen en combinaties van functies kunnen de kernen krachtiger maken. De speerpunten voor de kernen zijn: voldoende voorzieningen; aantrekkelijk wonen; ruimte voor ondernemen; leefbare openbare ruimte. Toets Op figuur 3.5 staat een fragment van de omgevingsvisiekaart van de gemeente Dinkelland weergegeven met de twee locaties in het rood omcirkeld.
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
27
Figuur 3.5: Fragment omgevingsvisiekaart (bron: Gemeente Dinkelland)
Hengelosestraat 3Z Volgens de omgevingsvisiekaart ligt de locatie aan de Hengelosestraat 3Z in het lichtgroene gedeelte. De gebieden in het lichtgroen zijn gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek. Het betreft minder waardevolle landschappen waar de afgelopen 80 tot 100 jaar veel veranderd is en waar ruimte voor ontwikkeling is. Met ontwikkelingen kan ingespeeld worden op het volgende: de schaal van het landschap; het agrarische karakter; gemengde functies; bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; opgeruimd landschap; geclusterde bebouwing; heldere structuren; verbeteren van de biodiversiteit; vasthouden van water. Met de ontwikkeling aan de Hengelosestraat 3Z blijft de bestaande bebouwing behouden. De huidige recreatiewoning beschikt over een ruime tuin met daaromheen bos. Hierdoor heeft de locatie een groene uitstraling. Van het bestaande groen wordt op deze locatie niks weggehaald. Ter plaatse van de beoogde schuur zijn momenteel al geen bomen aanwezig. Ten noorden van de planlocatie zijn agrarische gronden gelegen. Deze blijven grotendeels volgens de huidige situatie behouden. Enkel aan de noordwestzijde wordt een houtsingel over een lengte van ca. 80 m aangeplant. Voor het plangebied zelf is geen sprake van een agrarisch karakter. Een woonfunctie kan als passend gezien worden op de locatie.
Vliegveldstraat 20 De locatie aan de Vliegveldstraat 20 maakt volgens de omgevingsvisiekaart onderdeel uit van kernen landelijk. In deze gebieden komen kernen met kleinschalige bebouwing die verbonden zijn met het buitengebied voor. Kenmerkend voor deze kernen is de karakteristieke bebouwing. De dropsranden zijn rafelig en afwisselend. De kleine kernen bieden ruimte voor ontmoetingsplekken. Met ontwikkelingen kan ingespeeld worden op het volgende: het kleinschalige bebouwingsbeeld; aanwezigheid van en zicht op groen en bomen in de kern; behoud van (het zicht op) de kerk en de beleefbaarheid van karakteristieke bebouwing; mogelijkheden om te ontmoeten; de verbondenheid met het buitengebied; de afwisselende dorpsrand; de zichtbaarheid en toegankelijkheid van het omringende landschap met waardevolle cultuurhistorische 28
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
elementen. Met de ontwikkeling aan de Vleigveldstraat 20 wordt de bestaande bebouwing gesloopt. Hiervoor worden extra parkeerplaatsen gerealiseerd op het bestaande parkeerterrein. De locatie is gelegen tussen de rijksweg A1 en de provinciale weg N737. Hier is geen sprake van een kenmerkend landschap met cultuurhistorische elementen. Gelet op de ligging tussen de A1 en N737 is de locatie geschikt voor het toevoegen van extra parkeerplaatsen. Geconcludeerd kan worden dat het voorliggende plan in lijn is met "MijnOmgevingsvisie Dinkelland". 3.3.2
Buitengebied met kwaliteit
Het buitengebied van Dinkelland kenmerkt zich door een mix van functies als landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en wonen, al deze functies vragen om ruimte. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Al deze functies leggen samen veel druk op ons buitengebied. Daarom wordt ook voor de toepassing van deze beleidsregel het uitgangspunt gehanteerd: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Dinkelland streeft naar een aantrekkelijk en vitaal buitengebied waar een goede balans is tussen landgebruik, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en economische activiteiten. Om dit te kunnen bereiken beschikt de gemeente over diverse beleidsregelingen zoals bijvoorbeeld Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Alle beleidsregelingen hebben de afgelopen jaren op hun eigen wijze een bijdrage geleverd aan een aantrekkelijk en vitaal buitengebied en de doelstellingen van deze regelingen sluiten nog prima aan bij de speerpunten voor het buitengebied zoals geformuleerd in MijnOmgevingsvisie Dinkelland. Doelstelling Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren.
Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Toets Voor de locatie aan de Hengelosestraat 3Z is paragraaf 6.7.1 'Functiewijziging Verblijfsrecreatie naar Wonen' van belang. De functiewijziging van een solitair gelegen recreatiewoning in een reguliere woning/ de functie ‘Wonen’ wordt gezien als nieuwvestiging, hierbij is sprake van het toevoegen van een extra woning. Een functiewijziging van een solitair gelegen recreatiewoning naar een reguliere woning/ de functie ‘Wonen’ wordt uitsluitend toegestaan indien wordt voldaan aan de regels uit paragraaf 3.5. Met de sloop van de bedrijfswoning aan de Vliegveldstraat 3Z wordt er niet voldaan aan de genoemde regels uit paragraaf 3.5. Echter is in paragraaf 9.2 een afwijkingsbevoegdheid opgenomen: Er kan worden afgeweken van de beleidsregels indien de specifieke omstandigheden van een concreet geval hiertoe aanleiding geven. Voor alle duidelijkheid wordt opgemerkt dat de afwijkingsbevoegdheid in deze beleidsnotitie ruimer is dan de zogeheten inherente afwijkingsbevoegdheid zoals die bepaald is in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht. De inherente afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 ziet namelijk op bijzondere omstandigheden.
De hier aan de orde zijnde afwijkingsbevoegdheid biedt een zelfstandige mogelijkheid om van de beleidsregels af te wijken. Dit kan zowel in positieve als in negatieve zin zijn. Bij een afwijking van de beleidsregels zal uitdrukkelijk gemotiveerd worden waarom er wordt afgeweken. Het voldoen aan de beleidsregels is dan ook geen garantie dat ook daadwerkelijk medewerking wordt verleend aan de gewenste activiteit. Er kunnen bij een specifieke situatie zodanige feiten en omstandigheden spelen dat geen medewerking wordt verleend ondanks dat aan de beleidsregels wordt voldaan. Het spiegelbeeld kan ook het geval zijn indien niet aan de voorwaarden voldaan wordt maar een ontwikkeling wel voldoet aan de doelstelling van het beleid. Er kunnen bij een specifieke situatie zodanige feiten en omstandigheden spelen dat wel medewerking wordt verleend ondanks dat niet aan de beleidsregels wordt voldaan. Deze ruimere afwijkingsbevoegdheid past binnen het nieuwe omgevingsgericht werken. Er is meer maatwerk mogelijk. Verder past de afwijkingsbevoegdheid in de lijn van de indringendere toetsing van de bestuursrechter. Vanwege het algemeen belang van de realisatie van de extra parkeerplaatsen op het parkeerterrein aan de Vliegveldstraat 20 kan er door middel van de afwijkingsbevoegdheid afgeweken worden van de beleidsregels.
In de paragrafen 2.3 en 3.2.3 is ingegaan op de behoefte en noodzaak van de uitbreiding van het parkeerterrein. Geconcludeerd kan worden dat het beoogde plan in lijn is met de beleidsregel 'Buitengebied met kwaliteit'.
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
29
3.3.3
Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'
De gemeente Dinkelland heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Dinkelland heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart (figuur 3.4) kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.
Figuur 3.4: Fragment casco-kaart (bron: www.overijssel.nl/cascokaart)
Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toets Uit figuur 3.4 blijkt dat de locatie aan de Hegelosestraat 3Z onderdeel is van een bestaand vlak, groter dan 0,5 ha, niet in natuur. De regels van de casco-benadering gelden niet voor: Punt elementen (zoals poelen en solitaire bomen). Lijn elementen (zoals stijlranden en zandwegen). Beplanting binnen bouwblokken/bebouwde kom. Boomgaarden. Bos groter dan 0,5 hectare. Voor beide locaties geldt dat het aanwezige groen hoort bij de bebouwing op de percelen. Daarnaast maakt het bos bij de Hengelosestraat 3Z onderdeel uit van een bos met een oppervlakte groter dan 0,5 ha. De regels van de casco-benadering zijn in onderhavig geval niet van toepassing. Daarmee is het plan overeenkomstig met de 30
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Nota "De casco benadering in noordoost-Twente".
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen
31
32
bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstraat 20 Deurningen
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Er wordt middels dit bestemmingsplan een bestaande recreatiewoning omgezet naar een reguliere woning. Daarnaast wordt een bestaande bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken gesloopt. Hiervoor in de plaats worden er aansluitend op het omliggende parkeerterrein extra parkeerplaatsen gerealiseerd.
Woningbouw wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. De m.e.r.- plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden. Het ruimtebeslag van het onderhavige project ligt ruimschoots beneden de drempelwaarde. Conclusie die op grond hiervan getrokken kan worden is dat het onderhavige project niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. In de nota van toelichting op het Besluit mer wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Hier wordt het volgende over gezegd: Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Van belang is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen. Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval.
Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Als een project voorziet in een (gedeeltelijke) functiewijziging, maar de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, lijkt gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) geen sprake te zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Op basis van deze uitspraak lijken de volgende aspecten voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject relevant: (een uitbreiding) van de bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling. Ten aanzien van de relevante aspecten kan tevens een verwijzing worden gemaakt naar de uitspraak van de Raad van State van 29 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1832). Uit voorgaande volgt dat de beoogde ontwikkelingen in algemene zin niet te kwalificeren zijn als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. De bebouwde oppervlakte neemt met de ontwikkeling bestemmingsplan Buitengebied, Hengelosestraat 3Z en Vliegveldstr aat 20 Deurningen