Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld.pdf
Tekst van het document
(NEN 5707+C2:2017) - VKB Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” - VKB Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” - VKB Protocol 2018 “Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem"
Dumea Milieu is een handelsnaam van Terra Agribusiness. Het procescertificaat van Terra Agribusiness en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. De opbouw van dit rapport wordt als volgt weergegeven: - vooronderzoek naar historie en bodemgesteldheid; - opstellen van een hypothese; - opstellen van een onderzoeksstrategie; - resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek; - conclusies, aanbevelingen en samenvatting. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Dumea Milieu en zo nodig tot de certificerende-instelling (Normec).
2022-164
23-6-2022
Pagina 4 van 19
Verkennend bodemonderzoek Bornsedijk ong. te Deurningen
2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de onderzoeksstrategie op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De onderstaande informatie is afkomstig uit:
Tabel 1 Bronnen vooronderzoek Bron
Omschrijving
www.ahn.nl
AHN (Algemeen Hoogtebestand Nederland)
www.bodemloket.nl
Bodemloket van Nederland
www.topotijdreis.nl
Historische kaarten
www.dinoloket.nl
Ondergrond gegevens van Nederland
BAG viewer
Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)
Gemeente Dinkelland
Historische informatie van de locatie
Bodematlas Provincie Overijssel
Bodem gerelateerde informatie van de Provincie Overijssel
Informatie Opdrachtgever
N+L Landschapsontwerpers
Inspectie onderzoekslocatie
Visueel inspectie van de locatie
2.1 Locatie gegevens Gegevens over de locatie zijn weergegeven in onderstaande tabel
Tabel 2 Locatiegegevens Adres onderzoekslocatie
.
Kadastrale gemeente
Bornsedijk ong te Deurningen Weerselo
Sectie
V
Percelen
554
Oppervlakte van de onderzoekslocatie
<1500 m2
Eigenaar/ gebruiker
-
Korte beschrijving van de onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie bestaat uit een voormalige woning
Bebouwing
Op de onderzoekslocatie staat geen bebouwing, enkel een fundering
Verharding
De onderzoekslocatie is gedeeltelijk verhard met beton
2.2 Algemene informatie locatie De locatie aan Bornsedijk ong. te Deurningen betreft een voormalig recreatiewoning met bijgebouw. De woning is omstreeks 2012 afgebrand. Initiatiefnemer is voornemens om de bestemming te wijzigen en een woning te herbouwen op de bestaande plek van de afgebrande woning. De onderzoekslocatie bestaat uit de fundering waar de afgebrande woning op heeft gestaan. Het omliggende terrein is braakliggend en betreft grotendeels bos/bossage. Op historische kaarten is vanaf 1965 tot 1987 bebouwing op de locatie te zien. Uit een krantenbericht blijkt dat de woning in 2012 is afgebrand. In het BAG-register is geen informatie over de woning bekend. Op de locatie hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten en/of bedrijfsactiviteiten voorgedaan die van invloed zijn geweest op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie. Tevens is er voor zover bekend, op de locatie nooit opslag aanwezig geweest van chemicaliën of brandstoffen zoals huisbrandolie of diesel. Er is verder geen bodemrelevante informatie van de onderzoekslocatie bekend bij de geraadpleegde bronnen.
2022-164
23-6-2022
Pagina 5 van 19
Verkennend bodemonderzoek Bornsedijk ong. te Deurningen
2.3 Directe omgeving locatie De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van Deurningen. De omgeving bestaat voornamelijk uit agrarische bedrijven, landbouwpercelen en woonhuizen. De directe omgeving werd in het verleden op historische kaarten aangeduid als "Molemansbrug" en tegenwoordig als “’t Damhoes”. Aan de Bornsedijk 3 in Deurningen heeft CBB in januari 1995 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Rapportnummer: 1073371 d.d. 11-1-1995. Aanleiding voor het onderzoek was de voorgenomen nieuwbouw van een woning. Er zijn lichte verhogingen aangetroffen. Aan de Bornsedijk 5 in Deurningen heeft Kruse Milieu BV in december 2011 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Rapportnummer 11063810 d.d. 1-1-2012. Aanleiding voor dit onderzoek is onbekend. Er zijn lichte verhogingen aangetroffen. Aan de Bornsedijk 7 in Deurningen heeft Geofox een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Datum en aanleiding onbekend. Rapportnummer: 43810/ETH/md. Er zijn lichte verhogingen aangetroffen. Er is verder geen bodemrelevante informatie van de directe omgeving van de onderzoekslocatie bekend welke mogelijk invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse van onderzoekslocatie. 2.4 Eerder uitgevoerd (bodem)onderzoek Voor zover bekend zijn er in het verleden op de locatie geen bodemonderzoeken uitgevoerd.
2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 1 Geologisch opbouw landelijk model DGM v2.2
De boorlocatie bevindt zich circa 18 meter boven NAP. De regionale grondwaterstroming is noordwestelijk.
2022-164
23-6-2022
Pagina 6 van 19
Verkennend bodemonderzoek Bornsedijk ong. te Deurningen
2.6 Vooronderzoek PFAS PFAS komt op verschillende manieren in het grond- en grondwatersysteem in Nederland terecht. Bij lokaal gebruik en calamiteiten leidt dit tot het 'klassieke' bron-grondwaterpluim beeld. Het meest verdacht voor PFAS in het milieu zijn die locaties waar PFAS worden geproduceerd. Ook brandweer-oefen-plaatsen waar met grote regelmaat brandblusschuim is toegepast, zijn verdacht. Er zijn echter ook vele andere toepassingen van PFAS die kunnen leiden tot een grondof grondwaterverontreiniging. In het handelingskader van het Expertisecentrum PFAS zijn alle bedrijfsactiviteiten en toepassingen beschreven waar PFAS wordt gebruikt en de kans dat daarbij PFAS in het milieu vrijkomt. Uit historisch onderzoek van onderhavig onderzoekslocatie blijkt dat geen van de beschreven toepassingen uit het handelingskader plaats heeft gevonden op of nabij de onderzoekslocatie. Op onderhavige onderzoekslocatie heeft in 2012 een brand gewoed. Brandblusschuim wordt met name bij industriële brandbestrijding gebruikt. De brand op de locatie betrof een woning waardoor dit zeer waarschijnlijk alleen met water is geblust. Tevens wordt vanaf 2010 geen PFAS in blusschuim meer gebruikt waardoor de kans nihil is dat dit gebruikt is bij de brand op de locatie.
Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als onverdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot PFAS in de bodem. 2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest Uit de verkregen historische informatie blijkt dat vanaf circa 1965 bebouwing op de locatie aanwezig is. Het is mogelijk dat tijdens (ver)bouwwerkzaamheden asbest in de gebouwen verwerkt is. Door de jarenlange bebouwing en de brand omstreeks 2012, wordt de locatie als verdacht beschouwd met betrekking tot de aanwezigheid van asbest in de bodem. 2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest Op 9-6-2022 is de locatie visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De maaiveldinspectie is uitgevoerd conform de NEN 5707. Het maaiveld van de onderzoekslocatie is verdeeld in stroken van ongeveer 1m breed en is strook voor strook in 2 richtingen haaks op elkaar geïnspecteerd. In onderstaande tabel zijn de resultaten van de maaiveldinspectie beknopt weergegeven.
Tabel 3 Maaiveldinspectie NEN 5707 Aandachtsgebied
Opmerking
Oppervlakte geïnspecteerde locatie
<1500
Conditie toplaag
Droog
Beperkingen van de inspectie
Neerslag: geen, >25% vegetatie
Weersomstandigheden
Zicht: > 50m
Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?
Nee
Opmerking
De maaiveldinspectie werd beperkt door de vegetatie
Resultaat maaiveld inspectie Er is ter plaatse van de onderzoekslocatie geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen.
2022-164
23-6-2022
Pagina 7 van 19
Verkennend bodemonderzoek Bornsedijk ong. te Deurningen
3
Onderzoeksprogramma
3.1
Hypothesestelling
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn voor de locatie één of meer hypotheses geformuleerd ten aanzien van grond en grondwaterverontreiniging. Op basis van het historisch vooronderzoek blijkt dat de locatie jarenlang bebouwd is geweest en dat vervolgens de bebouwing is afgebrand. Naar aanleiding van de bevindingen van het historisch vooronderzoek wordt de locatie als verdacht beschouwd en wordt als best passende strategie VED-HE gehanteerd. De bovengrond van de onderzoekslocatie kan als verdacht worden beschouwd met betrekking tot de chemische parameters alsmede asbest. In het kader van de NEN5740 en NEN5707 dient de bovengrond onderzocht te worden conform onderzoeksstrategie VED-HE. De ondergrond kan als onverdacht beschouwd worden. De volgende deellocaties en hypotheses worden aangehouden:
Tabel 4 Deellocaties en hypothese NEN5740 Locatie Gehele locatie
Hypothese
Verdachte stoffen
Opmerking
Verdacht (VED-HE)
Zware metalen, PAK
-
Verkennend bodemonderzoek NEN 5707 Het asbest in grondonderzoek heeft tot doel het globaal vaststellen van het gemiddelde asbestgehalte van de deellocatie (ruimtelijke eenheid) en het vaststellen van de globale omvang van een eventueel aanwezige asbestverontreiniging.
Tabel 5 Deellocaties en hypothese NEN5707 Locatie Gehele locatie
Hypothese
Verdachte stoffen
Opmerking
Verdacht (VED-HE)
Asbest in grond
-
3.2 Onderzoeksopzet De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 9 juni 2022 (plaatsing peilbuis en monstername grond), en 17 juni 2022 (monstername grondwater). De positie van de boorlocaties zijn weergegeven in bijlage III.
Tabel 6 Onderzoeksopzet NEN 5740 Locatie
Ondiepe boringen1
Gehele locatie
7
Diepe boringen2
Peilbuizen
1
1
Analyses grond
Analyses water
3x st. grond AS3000
1x st. grondwater AS3000
1
Ondiepe boringen standaard tot 0,5 m-mv. 2 Diepe boringen tot de grondwaterstand met een minimum van1,0 m-mv en een maximum van 2,0 m-mv.
Tabel 7 Onderzoeksopzet NEN 5707 Locatie Gehele locatie
Proefgaten ondiep1 7
Proefgaten met diepe boring2 1
Analyses asbest in grond3 2
1
Ondiep proefgat standaard 0,3m x 0,3m x 0,5m (lxbxh). Standaard proefgat van 0,3m x 0,3m x 0,5m (lxbxh) diep doorgeboord met edelmanboor Ø 12cm. 3 Analyse conform NEN5898; aantal analyses asbest in materiaal op basis van zintuiglijke waarnemingen in het veld. 2
2022-164
23-6-2022
Pagina 8 van 19
Verkennend bodemonderzoek Bornsedijk ong. te Deurningen
3.3 Analysestrategie Ten behoeve van het analytisch onderzoek zijn op het laboratorium mengmonsters samengesteld. In de onderstaande tabel is de samenstelling van de monsters verwerkt. De aangetroffen situatie ten tijde van de uitvoering van de veldwerkzaamheden gaf geen aanleiding tot het aanpassen van de onderzoeksstrategie.
Tabel 8 Analyse onderzochte monsters NEN 5740 BM1
Traject (m-mv) 0,00 - 0,50
BM2
0,00 - 0,50
OM1
0,50 - 2,00
Analyse monster
Deelmonsters
Analyse
2 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) 9 (0,00 - 0,50) 1 (0,50 - 1,00) 1 (1,00 - 1,50) 1 (1,50 - 2,00) 2 (0,50 - 1,00) 2 (1,00 - 1,50) 2 (1,50 - 2,00)
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
Analyse monster
Traject (m-mv)
Analyse
Pb1wm1
2,00 - 3,00
NEN 5740gw standaardpakket (AS3000)
Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab BV. Alle analyses zijn AS3000 erkende verrichtingen.
Motivatie analysestrategie Conform de NEN5740 strategie VED-HE-NL, dienen er 3 grondmonsters in de verdachte laag geanalyseerd te worden. Op basis van het historische gebruik van de locatie is de bovengrond de meest verdachte laag. Op basis van zintuiglijke waarnemingen en het beoogde gebruik van de onderzoekslocatie is besloten om 2 mengmonsters van de bovengrond (BM1 en BM2) en 1 mengmonster van de ondergrond (OM1) te analyseren.
Tabel 9 Analyse onderzochte monsters NEN 5707 Analyse monster MM1
Traject (m-mv) 0,00 - 0,50
MM2
0,00 - 0,50
Deelmonster
Analyse
2 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) 9 (0,00 - 0,50)
Asbest NEN5898 (10 kg)
Asbest NEN5898 (10 kg)
Alle monsters ten behoeve van de NEN 5707 zijn geanalyseerd door ACMAA Laboratorium te Deurningen.
Gezien de zintuiglijke waarnemingen kan gesteld worden dat de homogeniteit van de verschillende inspectiegaten voldoende aanwezig is.
2022-164
23-6-2022
Pagina 9 van 19
Verkennend bodemonderzoek Bornsedijk ong. te Deurningen
4
Onderzoeksresultaten
4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen In bijlage V zijn de visuele waarnemingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. Veldwaarnemingen De bovengrond bestaat uit matig fijn zand, zwak humeus. De ondergrond bestaat eveneens uit matig fijn zand. De diepere ondergrond bestaat uit sterk leemhoudend zand. In de onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven:
Tabel 10 Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring/Gat 1
Diepte boring (m -mv) 3,00
2
2,00
3 4 5 6 7 8 9 10
0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 1,50
11
1,50
Traject (m -mv) 1,50 - 2,00 2,00 - 3,00 0,00 - 0,50 1,50 - 2,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,15 0,15 - 1,00 0,00 - 0,15 0,15 - 1,00
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
sterk leemhoudend sterk leemhoudend zwak wortelhoudend, sporen baksteen matig leemhoudend zwak wortelhoudend, sporen baksteen zwak wortelhoudend, sporen baksteen matig wortelhoudend, sporen baksteen zwak wortelhoudend, sporen baksteen zwak wortelhoudend, sporen baksteen zwak wortelhoudend, sporen baksteen zwak wortelhoudend, sporen baksteen volledig beton watermeterput volledig beton watermeterput
Er is geen asbestverdacht materiaal aan het oppervlak, in de inspectiegaten en boringen aangetroffen. Het toegangspad naar de locatie bestaat uit een grindpad. Het grindpad valt buiten onderhavige onderzoekslocatie. Grondwater De filterbuis wordt minimaal een halve meter beneden de grondwaterspiegel geplaatst, waarna de dichte buis tot iets boven maaiveld wordt gemonteerd en afgedicht met bentoniet om instroom van oppervlaktewater te voorkomen. In onderstaande tabel zijn de gegevens betreffende de grondwaterbemonstering opgenomen:
Tabel 11 Metingen grondwater Peilbuis Pb1wm1
Filterdiepte (m -mv) 2,00 - 3,00
Grondwaterstand (m -mv) 1,42
pH (-) 7,2
EC (µS/cm) 550
Troebelheid (NTU) 42,3
Geen van de gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden.
2022-164
23-6-2022
Pagina 10 van 19
Verkennend bodemonderzoek Bornsedijk ong. te Deurningen
4.2 Analyseresultaten De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven in bijlage V. Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab. Deze analyses zijn allen AS3000 erkende verrichtingen. Alle monsters ten behoeve van de NEN 5707 zijn geanalyseerd door ACMAA Laboratorium te Deurningen.
Tabel 12 Toetsingskader Wbb Concentratie ≤ AW-waarde (of < detectielimiet) * > AW-waarde ≤ T-waarde > T-waarde ≤ I-waarde
Betekenis Niet verontreinigd Licht verontreinigd Matig verontreinigd
> I-waarde
Sterk verontreinigd
Opmerking Geen aanvullend onderzoek nodig Geen aanvullend onderzoek nodig Mogelijk nader bodemonderzoek noodzakelijk Nader bodemonderzoek noodzakelijk; mogelijk sprake van ernstige bodemverontreiniging
Code * ** ***
* Voor grondwater geldt de streefwaarde Toelichting: De AW-waarden zijn achtergrondwaarden en zijn referentiewaarden voor een multifunctionele bodem. De halve som van de AW- en I-waarden ((AW+I)/2 = T-waarde) is een toetsingswaarde waarboven er een vermoeden is van ernstige bodemverontreiniging. Door middel van aanvullend onderzoek moet dit vermoeden worden getoetst. De I-waarden zijn de ‘interventiewaarden’. Als de I-waarde voor een stof wordt overschreden in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater (bodemvolume), dan wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Tabel 13 Analyseresultaten NEN 5740 Monster BM1
Traject (m-mv) 0,00 - 0,50
BM2
0,00 - 0,50
OM1
0,50 - 2,00
Pb1wm1
2,00 - 3,00
Samenstelling 2 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) 9 (0,00 - 0,50) 1 (0,50 - 1,00) 1 (1,00 - 1,50) 1 (1,50 - 2,00) 2 (0,50 - 1,00) 2 (1,00 - 1,50) 2 (1,50 - 2,00) Pb1
Verhogingen -
Pb*
-
Ba*
* verhoging groter dan streefwaarde ** verhoging groter dan tussenwaarde *** verhoging groter dan interventiewaarde
Tabel 14 Analyseresultaten NEN 5707 Monster MM1
Traject (m-mv) 0,00 - 0,50
MM2
0,00 - 0,50
Samenstelling 2 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) 9 (0,00 - 0,50)
Matrix Asbest in grond
Resultaat Bevat geen asbest
Asbest in grond
Bevat geen asbest
Het resultaat in bovenstaand tabel is het gewogen asbestgehalte berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest.
4.3
Toetsing van de hypothese
Onderdeel
Deellocatie
Gestelde hypothese
Hypothese verworpen of aangenomen
NEN 5740 NEN 5707
Gehele locatie Gehele locatie
Verdacht Verdacht
Grotendeels verworpen Verworpen
2022-164
23-6-2022
Pagina 11 van 19