CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld.pdf

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 17: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Bornsedijk Ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld”29.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. In voorliggende situatie ligt het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom, waarbij sprake is van een afstand van minimaal 75 meter. Hierbij wordt ruimschoots aan de afstand op basis van de Wgv voldaan. Daarnaast bevindt zich op een afstand van circa 350 meter een glastuinbouwbedrijf. Hierbij is in de uiterste bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld

53

situatie milieucategorie 2 van toepassing waarbij voor het aspect geur en geluid een afstand van 30 meter van toepassing is en voor stof en gevaar 10. Aangezien het glastuinbouwbedrijf op geruime afstand is gesitueerd, vormt de aanwezigheid hiervan geen belemmering voor het voornemen. Broekhuisweg 2 Ter plaatse van de Broekhuisweg 2 vindt een planologische wijziging plaats, waarbij de huidige agrarische bestemming wordt gewijzigd naar een woonbestemming. Op de sloop van van de bedrijfsbebouwing na vinden hier geen wijzigingen plaats, waarbij geen nieuw milieugevoelig object mogelijk wordt gemaakt. Omdat er sprake is van een voormalige bedrijfswoning die op of na 19 maart 2000 geen deel meer uitmaakt van een andere veehouderij geldt voor deze woning een minimum afstand van 50 meter tot het agrarisch bedrijf Beekdorpweg 30-30a. Dit agrarisch bedrijf ligt op circa 200 meter afstand waarbij ruimschoots aan de richtafstand wordt voldaan. 4.8.2

Conclusie

Bedrijven- en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.9 Externe veiligheid 4.9.1

Algemeen

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd.

Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.

54

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld

4.9.2

Onderzoek

In figuur 4.3 is een uitsnede van de Risicokaart van de Atlas Leefomgeving weergegeven. Hierbij wordt gelet op het toevoegen van een nieuwe gevoelige functie enkel op het plandeel ter plaatse van de Bornsedijk ingegaan. Het plangebied is met een blauwe omlijning aangeduid.

Figuur 4.3: Uitsnede risicokaart (Bron: Atlas Leefomgeving)

Ten zuidoosten van het plandeel is een plasbrandaandachtsgebied en een explosieaandachtsgebied aanwezig. Dit vanwege de situering van een Avia tankstation aan de Deurningerstraat. Het plandeel ligt op circa 400 meter afstand en het explosieaandachtsgebied op circa 350 meter. Hierbij is sprake van een geruime afstand waardoor het voornemen niet belemmerd wordt door de aanwezigheid van het tankstation. Uit de inventarisatie blijkt dat het plandeel:: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. 4.9.3

Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de realisatie van het planvoornemen.

4.10

Verkeer en parkeren

Voorliggend plan voorziet in de realisatie van een vrijstaande woning aan de Bornsedijk. Voor de parkeerbehoefte is de beleidsnota 'bouwen & parkeren 2018' van de gemeente Dinkelland geraadpleegd. Het uitgangspunt uit de beleidsnota 'bouwen & parkeren 2018' is dat het parkeren op eigen erf dient plaats te vinden. Wat betreft de verkeersgeneratie is aangesloten op het CROW. Bij de voorgenomen ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten worden aangehouden Gemeente:

Dinkelland:

ekhuisweg 2-2a Saasveld

55

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro

Stedelijkheidsgraad:

Niet stedelijk

Ligging:

Buitengebied

Functie:

Vrijstaande woning

Verkeersgeneratie:

8.2

Parkeerbehoefte:

2.3

Verkeer De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een toevoeging van één vrijstaande woning aan de Bornsedijk. Deze voorgenomen ontwikkeling voorziet in een toevoeging van 8.2 verkeersbewegingen, afgerond 9 verkeersbewegingen per dag. De Bornsedijk betreft een rustige weg in het buitengebied, met een lage verkeersgeneratie. Ondanks dat er sprake is van een toevoeging wat betreft het aantal verkeersbewegingen is er sprake van een overzichtelijke en verkeersveilige weg waarbij het voornemen niet resulteert in enige problematiek. De huidige ontsluiting zal behouden blijven. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op de verkeersgeneratie. Wat betreft de verkeersgeneratie ter plaatse Broekhuisweg kan geconcludeerd worden dat er sprake zal zijn van een afname. Dit vanwege het planologisch wegbestemmen van de agrarische bedrijfsvoering. Hierbij blijft de huidige verkeersgeneratie met betrekking tot de woning ongewijzigd. Parkeren De gemeente Dinkelland heeft de beleidsnotitie "Bouwen & parkeren 2018" vastgesteld. Het beleid is van toepassing op gebouwen en ontwikkelingen binnen de gemeente Dinkelland. In de beleidsnotitie is nader uitgewerkt wat de parkeerbehoefte bij een bepaald gebruik is (parkeernorm, als de extra parkeerbehoefte niet op eigen erf kan worden gerealiseerd).

Voor veel voorkomende gebruiksfuncties zijn de parkeernormen in de beleidsnotitie vermeld. Andere parkeernormen kunnen afgeleid worden uit de publicatie 317 van CROW. De voorgenomen ontwikkeling aan de Bornsedijk voorziet in een toename van 2.3, afgerond 3 parkeerplaatsen. Gelet op de voorgenomen ontwikkeling naast de omvang van het plangebied zal dit niet voor belemmeringen zorgen. Bij het ruimtelijk kwaliteitsplan, opgenomen als Bijlage 1 is zichtbaar dat ter plaatse van het plandeel ruimschoots mogelijkheden zijn voor het parkeren van voertuigen. Gelet op de afname aan bebouwing aan de Broekhuisweg zal er een toename plaatsvinden wat betreft parkeermogelijkheden, ondanks dat dit niet nodig is. Dit aangezien enkel parkeren ten behoeve van de woning wordt voortgezet en de overige parkeerbenodigdheden komen te vervallen. Het aspect parkeren vormt dan ook geen belemmering voor het voornemen.

4.11

Kabels en leidingen

4.11.1 Algemeen In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante leidingen (hoofdtransportleidingen). Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. 4.11.2 Onderzoek Gelet op de bouw van een vrijstaande woning ter plaatse van het plandeel aan de Bornsedijk ong. wordt enkel op dit plandeel ingegaan; Aardgastransportleidingen In het plandeel of in de nabijheid ervan bevinden zich geen aardgastransportleidingen. Hoogspanningsleidingen In het plandeel of in de nabijheid hiervan bevindt zich geen hoogspanningsleiding. Rioolleidingen De rioolleidingen leiden voor dit plan leidt dit niet tot enige belemmering. Watertransportleidingen 56

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld

In het plandeel of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen watertransportleiding. Straalverbindingen In het plandeel of in de nabijheid hiervan bevinden geen straalverbindingen Kabels en niet planologisch relevante leidingen Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt de wettelijk verlichte KLIC-melding uitgevoerd. Een dergelijke melding zorgt ervoor dat netwerkbeheerders van kabels en leidingen een melding krijgen van geplande werkzaamheden in de ondergrond. Aan de hand van de melding sturen netwerkbeheerders tekeningen naar de aanvrager. De tekeningen kunnen vervolgens gebruikt worden om na te gaan of er kabels en leidingen aanwezig zijn op de plaats waar gegraven gaat worden. Tijdens het bouwrijp maken van de plandelen worden deze bestaande kabels en leidingen verwijderd dan wel omgelegd. 4.11.3 Conclusie In en nabij het plandeel zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. Er zijn daarom geen belemmeringen te verwachting. Bij eventuele graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen. In dat geval kan middels een KLIC-melding inzicht worden verkregen in de aanwezigheid van dergelijke kabels en leidingen.

4.12

MER-toets

4.12.1 Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffect-rapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). In het geval dat een activiteit wel genoemd staat in de D-lijst maar onder de genoemde drempelwaarde blijft, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. 4.12.2 Onderzoek 4.12.2.1 DrempelwaardenBesluit m.e.r. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is mogelijk sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Woningbouw wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. De m.e.r.- plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden.

Het ruimtebeslag van het onderhavige project ligt ruimschoots beneden de drempelwaarde. Conclusie die op grond hiervan getrokken kan worden is dat het onderhavige project niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. In de nota van toelichting op het Besluit mer bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld

57

wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Hier wordt het volgende over gezegd: Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Van belang is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen. Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Als een project voorziet in een (gedeeltelijke) functiewijziging, maar de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, lijkt gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) geen sprake te zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.

Op basis van deze uitspraak lijken de volgende aspecten voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject relevant: (een uitbreiding) van de bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling. Ten aanzien van de relevante aspecten kan tevens een verwijzing worden gemaakt naar de uitspraak van de Raad van State van 29 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1832). Uit voorgaande volgt dat de beoogde ontwikkeling waarbij aan de Broekhuisweg 2 bebouwing wordt gesloopt en de agrarische functie wordt omgezet naar een woonfunctie en aan de Bornsedijk 5 één woning wordt gerealiseerd, in algemene zin niet te kwalificeren is als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. De bebouwde oppervlakte neemt met de ontwikkeling af en er slechts sprake van toevoeging van 1 woning. De ontwikkeling wordt daarbij op passende wijze in het landschap opgenomen. De verandering die de ontwikkeling per saldo op de omgeving heeft is daardoor beperkt. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r. 4.12.3 Conclusie Er is geen sprake van een ontwikkeling waarvoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling van toepassing is.

58

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld

Hoofdstuk 5 Juridische plantoelichting 5.1 Juridische aspecten De Wet ruimtelijke ordening (Wro) geeft gemeenten de plicht tot het opstellen van een bestemmingsplan. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Dit zijn een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast bieden zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan het afwijken met een omgevingsvergunning, wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente. Het uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar, dit is de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.

De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De planregels vallen in vier hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijkings- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Tenslotte komt in hoofdstuk 4 het overgangsrecht en de slotbepaling aan bod. 5.1.1

Inleidenderegels

5.1.1.1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing van het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik. 5.1.1.2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten (die bij het bouwen in acht dienen te worden genomen) moeten worden gemeten. 5.1.2

Bestemmingsregels

5.1.2.1 'Bos en Natuur' De gronden rondom de woonbestemming aan de Bornsedijk zijn bestemd middels de bestemming 'Bos en Natuur'. Deze gronden zijn bestemd ten behoeve van natuur, bosbouw en houtproductie en het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, de natuurlijke en de landschappelijke waarden van de bosen natuurgebieden. Tevens zijn de gronden ondergeschikt ten behoeve van extensief agrarisch medegebruik en het extensief dagrecreatief medegebruik en educatief medegebruik. Ter plaatse is geen bebouwing toegestaan. 5.1.2.2 'Agrarisch -2' Ter plaatse van de omliggende rondom de huidige woonbestemmng aan de Broekhuisweg worden de gronden bestemd als 'Agrarisch -2'. Hierbij is geen bouwperceel en bouwvlak van toepassing. De gronden zullen in de beoogde situatie worden ingericht ten behoeve van weide. Hierbij wordt een ruimtelijk kwaliteitsplan in de regels geborgd.

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld

59

5.1.2.3 'Wonen' De bestemming 'Wonen' is opgenomen ter plaatse van de woonpercelen aan de Bornsedijk en de Broekhuisweg. Ter plaatse van deze gronden zijn woonhuizen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen toegestaan, naast een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit en mantelzorg. Per bestemmingsvlak mogen uitsluitend één woonhuis met één woning worden gebouwd. Hierbij mag de inhoud van de woning maximaal 750 m3 bedragen, dan wel de bestaande inhoud indien deze inhoud groter is. De maximale goothoogte bedraagt 3,50 meter en de maximale bouwhoogte maximaal 9 meter, dan wel de bestaande maatvoering indien deze maatvoering meer bedraagt. Vrijstaande bijgebouwen en overkappingen zullen ten hoogste op een afstand 25,00 m vanuit het dichtstbijzijnde punt van het hoofdgebouw worden gebouwd. De gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw zal ten hoogste 100 m2 bedragen, tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt, in welk geval de gezamenlijke oppervlakte ten hoogste een maximum van 350 m2 mag omvatten. Tot slot zijn ter plaatse van beide woonpercelen een voorwaardelijke verplichting middel landschappelijke inpassing van toepassing. 5.1.2.4 'Waarde - Landschap' De gronden aan de zuidoostzijde van de woonbestemming aan de Broekhuisweg.

Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van waardevolle landschapselementen. Ter plaatse van deze gronden is geen bebouwing toegestaan. 5.1.3

Algemene regels

5.1.3.1 Anti-dubbeltelregel Het doel van de anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. 5.1.3.2 Algemene gebruiksregels In deze regels is zowel het strijdig gebruik opgenomen als regelgeving met betrekking tot parkeren Daarnaast wordt ter verduidelijking van het plan aangegeven dat het gebruiken van gronden ten behoeve van een seksinrichting in ieder geval strijdig is met de bestemming. 5.1.3.3 Algemene afwijkingsregels Er is een algemene afwijkingsregel opgenomen waarbij de afmetingen en percentages, met uitzondering van de oppervlakte- en inhoudsmaten, tot ten hoogste 10% van die afmetingen en percentages mag afwijken, regels waarbij voor de voorgevel gebouwd mag worden naast regels ten behoeve van het bouwen van gebouwen, waaronder overkappingen en toestaan dat ten behoeve van het kleinschalig kamperen, gebouwtjes, waaronder overkappingen, ten behoeve van sanitaire voorzieningen worden gebouwd. 5.1.3.4 Algemene wijzigingsregels Dit artikel omvat enkele wijzigingsbevoegdheden waarbij Burgemeester en wethouders het plan kunnen wijzigen.

In voorliggende situatie gaan het om regels met betrekking tot de bouw van een zend-, ontvangst- en antennemasten voor de telecommunicatie. 5.1.4

Overgangs- en slotregels

5.1.4.1 Overgangsregels Voor de overgangsregels is onderscheid gemaakt tussen de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken en de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik. Zowel de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken als de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik gelden vanaf inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Uitgangspunt is dat zo weinig mogelijk gebruik wordt gemaakt van het overgangsrecht. Vooraf dient een afweging te worden gemaakt tussen legaliseren (positief bestemmen) dan wel handhaving van illegale situaties. De overgangsbepalingen voor bouwwerken en gebruik zijn overgenomen uit artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

60

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld

5.1.4.2 Slotregel Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het voorliggende bestemmingsplan.

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld

61

62

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1 Financiële uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ruimtelijke procedure dient op grond van artikel 3.1.6 lid f van het Bro onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Met de inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008 is de gemeente verplicht, op grond van artikel 6.12 lid 1 van die wet, tot kostenverhaal bij grondexploitatie. Deze verplichting houdt in dat als de gemeente er bij een ruimtelijke ontwikkeling niet in slaagt met alle particuliere eigenaren in het gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie, de gemeente publiekrechtelijk de kosten moet verhalen bij alle eigenaren in het exploitatiegebied waarmee niet is gecontracteerd. Gemaakte kosten (limitatief opgesomd in artikelen 6.2.3 tot en met 6.2.5 van het Bro) zoals plankosten, onderzoekskosten, kosten van inrichting van de openbare ruimte etc. kunnen worden verhaald door middel van een exploitatieplan dat gelijktijdig met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan is opgenomen in artikel 6.2.1 Bro (o.a. bouw van 1 of meer woningen, bouw van 1 of meer hoofdgebouwen).

Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van een vrijstaande woning ter plaatse van een bebosde omgeving waar in het verleden een recreatiewoning heeft gestaan en het borgen van de sloop van een agrarisch bedrijf. Hierbij dient de agrarische bestemming gedeeltelijk te worden gewijzigd in een woonbestemming meerdere een camperplaats. Deze ontwikkeling maakt daarmee een bouwplan mogelijk in de zin van artikel 6.2.1 Bro. De gemeente heeft met de initiatiefnemer een overeenkomst gesloten over grondexploitatie (een anterieure overeenkomst). Hierin zijn afspraken gemaakt over de betaling van de gemeentelijke kosten. De kosten van grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden zijn hiermee anderszins verzekerd. Het maken van een exploitatieplan is niet nodig.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures voor de vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Wettelijk (voor)overleg In het Bro is in artikel 3.1.1 opgenomen dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn.

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld

63

64

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld

Hoofdstuk 7

Procedure en overleg

7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Daarom is het bestemmingsplan naar diverse instanties gestuurd. Het concept bestemmingsplan zal naar de provincie worden toegezonden. Dit mede vanwege de ligging omgeven door NNN. De provincie heeft niet gereageerd op de plannen. Het Waterschap Vechtstromen is middels de Digitale Watertoets over de ontwikkeling geïnformeerd, omdat de korte procedure voor beide plandelen van toepassing is wordt gesteld dat met de ontwikkeling geen waterschapsbelangen gemoeid zijn. Een vooroverleg is daarom niet noodzakelijk geacht.

7.2 Zienswijzen Het ontwerp van het bestemmingsplan 'Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Broekhuisweg 2-2a Saasveld' heeft 6 weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend.

bestemmingsplan Buitengebied, Bornsedijk ong. Deurningen en Bro ekhuisweg 2-2a Saasveld

65

R U I M T E L I J K K W A L I T E I T S P L A N R O O D VO O R R O O D •

Bornsedijk 5, Deurningen

•

Tubbergen, 18 november 2023 - Versie 1 Definitief

10/TRAF

10

12

V 473

14

V 496

1

Bornsedijk

V 555

3

7

V 551

V 539

V 552

V 553

V 554

Project: Rood voor rood

2

Afbeelding: Ontwikkeling Bornsedijk 5 , niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers).

Ruimtelijk kwaliteitsplan Project:

Rood voor rood

Locatie: Bornsedijk 5

Titel rapport

RKP rood voor rood - Bornsedijk 5, Deurningen.

Opgesteld:

28 april 2023, Tubbergen

Gewijzigd:

18 november 2023

Status:

Versie 1 - Definitief

Auteur:

N+L Landschapsontwerpers Ing. DE Oldenzaalseweg 38 7651 KC Tubbergen 06-83337880 info@nl-landschap.nl www.nl-landschap.nl

3

4

1. Aanleiding

05

2. Huidige situatie

06

3. Beleid

08

4. Nieuwe situatie

16

Aanleiding Korte historie planlocatie Aan de Bornsedijk 5 in Deurningen bevindt zich een bosperceel dat eigendom is van de initiatiefnemer. Op het perceel is de fundatie terug te vinden van een voormalige recreatiewoning. Eromheen zijn nog enkele, kleine bijgebouwen te zien. De recreatiewoning is na een brand gesaneerd en de bijgebouwen zijn al enkele jaren niet meer terug te vinden.

Wens initiatiefnemer De initiatiefnemer heeft de wens om een woning te bouwen op de plek van de voormalige recreatiewoning, waar zijn dochter zal gaan wonen. Om dit te realiseren zal de initiatiefnemer gebruik maken van de rood-voor-roodregeling. De benodigde sloopmeters worden verkregen aan de Broekhuisweg 2 in Saasveld.

De planlocatie ligt in een voormalig beekdal, omgeven door grote dekzandvlakten. Op de locatie is duidelijk terug te vinden dat het gebied lager ligt dan het omliggende gebied, waardoor het ook beduidend natter is. Op het achterste deel van het perceel ligt een natuurlijke laagte waar een poel terug te vinden is. De begroeiing bestaat uit gemengd bos met eiken en berken, maar ook wilgen, populieren en elzen. Het landschap op de locatie is relatief kleinschalig en dicht en in een meer open landschap, wat een buitengewoon geheel vormt. Toen het landschap door de mens in gebruik is genomen werd het een gevarieerd geheel. Er bevinden zich essen ten oosten van de planlocatie, maten en flieren ten noorden en heide ontginning ten westen van de planlocatie. Het gebied zelf ligt in het oude hoevenlandschap. Dit landschap wordt gekenmerkt door de kleinschaligheid, met een organische structuur in bijvoorbeeld het wegenpatroon. Daarnaast zijn kenmerken van de heideontginning terug te vinden, met name in de rechtlijnige structuur van de verkaveling.

Landschappelijke inpassing De gemeente Dinkelland stelt voor de ontwikkeling een landschappelijke inpassing als voorwaarde. In dit document wordt daarom de landschappelijke inpassing uiteengezet. Er wordt een beschrijving van het plangebied gegeven, het omliggende landschap en het vigerende beleid. Dat resulteert in een beschrijving van de nieuwe situatie die aan het gestelde beleid voldoet.

5

Huidige situatie Het landschap, dekzandvlakte Het plangebied (bouwlocatie) aan de Bornsedijk 5 te Deurningen is net als grote delen van Overijssel gelegen in een gebied dat is opgebouwd uit dekzandvlakten afgewisseld met beekdalgebieden. Het plangebied ligt in een dekzandgebied dat aan de voet ligt van het stuwwallencomplex van Oldenzaal. Er is in de omgeving sprake van minimale hoogteverschillen. Deze zijn ontstaan in de laatste ijstijd waar zandruggen en beekdalen na verloop van tijd veelal zijn geërodeerd. De hogere plekken werden in gebruik genomen voor de landbouw, de lagere delen werden pas later nuttig. Het plangebied ligt in een lager en natter deel van het landschap. Gebiedskenmerken Het plangebied ligt in het oude hoevenlandschap, omringd door jonge heideontginning. In het gebied zijn kenmerken van het kleinschalige hoevenlandschap te vinden, beïnvloed door het latere ontginningslandschap. De planlocatie ligt in een wat lager en daardoor natter gelegen deel met kenmerkende beplanting, zoals wilgen, populieren en elzen. Oude hoevenlandschap De planlocatie ligt in het oude hoevenlandschap. Dit landschap bestaat niet uit grote akkercomplexen, maar uit individuele akkers. De boerderijen die in dit landschap waren gelegen bestonden vaak uit een combinatie van akkerbouw en veeteelt. De akkers lagen op de hoger gelegen dekzandruggen en grasland langs de beekjes.

De grond was weinig vruchtbaar, waardoor boeren mest en heideplaggen als bemesting gebruikten op het land. Door deze bemesting werden de akkers steeds hoger, met vaak een steile rand. In dit landschap vind je een organische structuur die de vormen van het landschap volgt, 6

omdat de wegen de hogere delen volgden. De erfopzet is dynamisch, wat ook op sommige erven in de buurt van het plangebied terug te vinden is, zoals het erf ten westen van de planlocatie. Dit zijn vaak de wat oudere erven. Echter heeft vanaf de jaren ‘30 de ontginning ook invloed gehad op het verkavelingspatroon in het landschap en de structuur van de erven. In het oude hoevenlandschap vind je veel variatie in de ruimtelijke opbouw met open essen, erven op de flank en natte laagtes met houtopstanden. Dit gradiëntrijke landschap is op de planlocatie duidelijk terug te vinden, met op kleine schaal de hoger gelegen essen met daarnaast de nattere beekdalen. Heide- en broekontginningen Het plangebied lag aanvankelijk in een kleinschalig landschap, op de wat hoger gelegen dekzandvlakten waar de essen ontstonden en de oude hoeven (kleinschalige essen). Het essenlandschap is nog duidelijk terug te vinden aan de oostkant van het plangebied. In de omgeving van deze essen waren ook de heidevelden te vinden (ten westen van de planlocatie). Deze heidevelden waren uiterst bruikbaar om het vee op te laten grazen en vormden een functioneel geheel naast de essen, omdat de mest werd gebruikt om de essen en de oude hoeven mee te bemesten.

Door vernieuwing in landbouwtechnieken, zoals de uitvinding van kunstmest en de verbetering van machines, werden de heidegebieden in de jaren ‘30 ontgonnen en gebruikt als landbouwgebieden. Door ruilverkaveling werd het landschap grootschaliger. De wegen en het verkavelingspatroon werden rechtlijniger. Deze invloed van deze ontginning is ook terug te zien in het plangebied waar deels een rechtlijnige structuur terug te vinden is.

Nieuwe elementen Het plangebied is gelegen in een landschap dat past bij de kenmerken van de ontginning, met een open karakter. Maar daarnaast zijn ook de bochtige wegen en een dynamische structuur terug te vinden. De planlocatie zelf ligt in een bos, met doorkijkjes richting het meer open landschap. De deels gesloten opzet zal behouden moeten blijven, waarvoor de kwaliteit van het bos gewaarborgd, en waar mogelijk verbetert zal moeten worden. De nattere delen, zoals de poel zullen ook behouden blijven. Huidige erfindeling In de huidige situatie is geen sprake van een bestaand erf, maar is nog een tweetal bijgebouwen terug te zien en de fundatie van de voormalige recreatiewoning. De realisatie van de nieuwe woning met bijgebouwen zal op dezelfde locatie plaatsvinden als waar de voormalige gebouwen hebben gestaan. Locatie plangebied tussen Hengelo (zuidwesten) en Deurningen (oosten) en (Bron: geo.overijssel.nl)

Planlocatie omstreeks 1900. (Bron: topotijdreis.nl)

Planlocatie. (Bron: geo.overijssel.nl)

7

Beleid Omgevingsvisie Overijssel Het provinciaal beleid van Overijssel is verwoord en vastgelegd in meerdere plannen. De belangrijkste is de Omgevingsvisie 2017 welke is vastgesteld op 12 april 2017. Nadien is deze visie meerdere keren geactualiseerd. De laatste actualisatie is betreft maart 2021. In de visie bakent de provincie af wat zij voor de fysieke leefomgeving in Overijssel van provinciaal belang vinden. De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In de visie worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur bekeken in samenhang met een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Het beleid staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel om het toekomstbestendig te houden. Rode draden en beleidsambities De opgaven en kansen zijn vertaald in centrale beleidsambities en negen beleidsthema’s. Deze worden benaderd vanuit de rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Vanuit het uitvoeringsmodel (of, waar en hoe) worden generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken beschreven. Generieke beleidskeuzes Deze keuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of Provincie.

Het zijn keuzes die bepalend zijn of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. Vooral reserveringen voor integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, ruimtegebruik, waterveiligheid, externe veiligheid, LOG gebieden en begrenzingen als Nationale Landschappen, NNN-gebieden (natuurnetwerk 8

Nederland) en de EHS zijn voorbeelden van generieke beleidskeuzes. Daarnaast zijn er gebied specifieke beleidskeuzes. De beleidskeuzes hebben geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling. Ontwikkelingsperspectieven In de visie zijn drie ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en drie voor de stedelijke omgeving. Deze perspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleidsen kwaliteitsambities leidend zijn. Zowel de bouw- als de slooplocatie zijn aangemerkt als “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. Dat betekent dat diverse functies verweven moeten worden. Het belangrijkste landgebruik in deze gebieden blijft melkveehouderij en akkerbouw, maar aan de andere kant is er ruimte voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In elk geval staat de ambitie, “voortbouwen op kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen”, voorop. De voorgenomen ontwikkelingen passen bij de gestelde ambitie indien de kenmerken waar mogelijk behouden blijven. Gebiedskenmerken Tenslotte wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de zogenaamde gebiedskenmerken. Er zijn vier lagen te onderscheiden (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving).

Er gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Er staat omschreven in een catalogus gebiedskenmerken welke kenmerken diverse gebieden en hoe een ontwikkeling invulling dient te krijgen. De gebiedskenmerken zijn richtinggevend op aspecten als landschap, infrastructuur, milieu, bodem en cultuurhistorie. De stedelijke laag en de laag

Bouwlocatie, Bornsedijk 5. Ontwikkelingsperspectief. Plangebied is omschreven als: “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)

Slooplocatie Broekhuisweg 2. Ontwikkelingsperspectief. Plangebied is omschreven als: “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)

9

van de beleving zijn niet opgenomen; deze zijn niet relevant voor wat betreft de voorgenomen ontwikkelingen. Natuurlijke laag bouwlocatie en slooplocatie De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. Zowel de bouw- als de slooplocatie liggen in een voormalig beekdal dat is omgeven door grote dekzandgebieden. De locatie liggen op een kleine afstand van elkaar wat, in dit geval, betekent dat de landschappen ook vergelijkbaar zijn. Op de bouwlocatie zijn de kenmerken van het beekdal nog duidelijk terug te zien, omdat de locatie wat lager ligt, natter is en omdat er begroeiing te vinden is zoals elzen en wilgen. Op de slooplocatie is de afwisseling tussen beekdal en hoger gelegen dekzandgebied duidelijk te zien, met kleine hoogteverschillen. In de omgeving van beide locaties zijn stuwwallen te vinden, zoals de stuwwallen in de buurt van Oldenzaal. In de voorlaatste ijstijd zijn de stuwallen gevormd en in de laatste ijstijd zijn de gebieden rondom de stuwwallen door de wind bedekt met dekzand. Het omliggende gebied kent kleine hoogteverschillen, omdat delen van het gebied zijn opgehoogd met mest en dienden als es. Door schaalvergroting in de landbouw zijn de hoogteverschillen juist weer deels verdwenen.

Laag van cultuurlandschap bouwlocatie en slooplocatie Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. De eerste nederzettingen in Nederland werden 10

gesticht op de rand van de hogere stuwwallen en dekzandruggen naar de overgang met de lagere gronden. De akkers op de hogere gronden werden intensief gebruikt en bemest met heideplaggen uit het voormalige potstal systeem. De heideplaggen kwamen van de heideontginningen die meestal erg open waren. De bouwlocatie ligt tussen het essenlandschap en de heideontginning in en wordt aangeduid als het oude hoevenlandschap. Dit is een kleinschalig landschap met eenmansesjes. De open essen kwamen door het potstalsysteem hoger in het landschap te liggen met veelal scherpe randen. Al dan niet werden randen van de es beplant met houtsingels (steilrand beplanting) of houtwallen met een - langs de randen van de es - kleinschaliger landschap tot gevolg. Afhankelijk van de grootte van de es werden meerdere boerderijen rondom een es gebouwd. In latere instantie ontstonden de eenmansesjes in het oude hoevenlandschap, zoals ook te zien is aan de Bornsedijk. Echter heeft hier ook de heideontginning invloed gehad op de structuur, zoals ook in hoofdstuk 2 is beschreven. De slooplocatie ligt op de grens van het oude hoevenlandschap en het matenen flieren landschap. De essen en oude hoeven zijn in de omgeving van de slooplocatie duidelijk te herkennen aan de hoogteverschillen, steilranden, slingerende wegen en bolle essen. Hier is een organische structuur te herkennen, met verspreide erven.

Echter is op verschillende plekken ook de invloed van de ontginning te zien, die ervoor heeft gezorgd dat kavels en erfstructuren rechtlijniger zijn geworden. Deze structuur is op de slooplocatie ook terug te vinden. Laag van de beleving De bouwlocatie is beschreven als ‘stad- en dorpsrandgebieden’. In een

Bouwlocatie Bornsedijk 5. Links: natuurlijke laag. Plangebied is omschreven als: “dekzandvlakte en beekdal”. Rechts: laag van Cultuurlandschap. Plangebied is omschreven als: “oude hoevenlandschap”. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)

Slooplocatie Broekhuisweg 2. Links: natuurlijke laag. Plangebied is omschreven als: “beekdal omgeven door dekzandvlakten. Rechts: laag van Cultuurlandschap. Plangebied ligt op de grens van “oude hoevenlandschap” en “maten- en flierenlandschap”. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl

11

dergelijk gebied is sprake van twee elkaar overlappende invloedssferen. Voor de kwaliteit is belangrijk dat stedelijke functies en voorzieningen passen in een landschappelijk raamwerk. In stads- en dorpsranden is vaak versnippering en doorsnijding het probleem. Derhalve moet er zorg worden gedragen voor een goede overgang van dorp/stad richting het buitengebied. Op de planlocatie is geen sprake van versnippering en zal middels voorgenomen plan de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd worden. De slooplocatie is beschreven als ‘donkerte’. De gebieden zijn veelal de buitengebieden van onder andere Overijssel. Daar waar elders dorpen, autowegen, kassengebieden en attractieparken zorgen voor licht, is het buitengebied een plek waar men nog de sterrenhemel kan waarnemen. De ambitie is om donkere plekken te behouden en waar mogelijk nog donkerder te maken. De ontwikkelingen houden rekening met deze ambitie. Er mag geen onnodig licht worden toegevoegd.

Bouwlocatie Bornsedijk 5. Laag van de beleving. Plangebied is omschreven als: “stad- en dorpsrandgebieden”. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)

Buitengebied met kwaliteit (ruimtelijk beleid buitengebied) De gemeenten Tubbergen en Dinkelland hebben gezamenlijk de uitwerking van de omgevingsvisie opgepakt. Het beleid is opgesteld ter vervanging van vele andere ruimtelijke regelingen. Volgens de gemeente werd dit onnodig ingewikkeld. De absolute doelstelling van het beleid is om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Er zijn algemene randvoorwaarden opgesteld voor het toevoegen van een extra woning waaronder: Bouwlocatie Broekhuisweg 2. Laag van de beleving. Plangebied is omschreven als: “donkerte”. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl).

12

1. Een extra woning wordt uitsluitend toegestaan indien sprake is van een kwaliteitsimpuls in de vorm van sloop van landschap ontsierende gebouwen. Hierbij geldt dat voor elke 1.200 m2 te slopen landschap ontsierende bebouwing, één bouwkavel voor een woning kan worden toegekend. 2. Alleen (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen kunnen worden ingezet. 3. Alleen gebouwen die tenminste 5 jaar geleden zijn opgericht kunnen worden ingezet. 4. Alleen legale bebouwing telt mee, mits aangetoond dat zij voor 1998 aanwezig waren. 5. Alleen volledige gebouwen mogen ingezet worden. 6. Karakteristieke gebouwen tellen niet mee. 7. Sloop- en bouwlocaties mogen gecombineerd worden. 8. Tenminste 75% van de vereiste sloopoppervlakte komt uit de gemeente. 9. Er wordt minimaal 300 m2 gesloopt. 10. Alle landschap ontsierende bebouwing wordt gesloopt. 11. Bouwwerken zoals sleufsilo’s, mestplaten, mestbassins, (mest)kelders, kassen en overtollige verharding moet verwijderd worden zonder mee te tellen aan de sloopoppervlakte. Toren- en mestsilo’s tellen wel mee. 12. De extra woning wordt teruggebouwd op een slooplocatie waar sprake is van een erf. 13. De woning en bijbehorende bouwwerken vormen één erfensemble. 14. Alleen als een slooplocatie niet geschikt is, mag een bouwrecht verplaatst worden. 15. Indien voldaan wordt mag een extra woning worden gebouwd. 16.

Eventueel overtollige sloopmeters mogen ingezet worden voor een groter

Plattegrond slooplocatie: gebouwen met een letter blijven behouden. Gebouwen met een cijfer worden gesloopt. Bron: gemeente Dinkelland.

bijgebouw. Indien de te behouden gebouwen landschap ontsierend zijn, worden eisen gesteld aan het verfraaien van de gebowuen zodat deze niet meer landschap ontsierend zijn. 17. Gebouwen kunnen worden uitgezonderd in het geval van bedrijfsmatige activiteiten, mits dit aanvaardbaar is en de gebouwen verfraaid worden. 18. De nieuwe woning dient via een BKP vastgelegd te worden. 19. Er moet voldoende ruimte zijn in het woningbouwprogramma. 20. Eventueel agrarische bedrijfsmatige activiteiten moeten gestaakt worden. 21. De situaties moeten planologisch aangepast worden. Op de slooplocatie zijn alle landschapsontsierende gebouwen gesloopt. Zie ook de plattegrond op de deze pagina. Het gaat om de volgende gebouwen: 1. Landschap ontsierend. In 1999 vergunde schuur; oppervlakte 384 m2;

13

2. Landschap ontsierend. In 1999 vergunde kassen; oppervlakte 1.612 m2; 3. Landschap ontsierend. In 1995 vergunde tuinkas van pvc; oppervlakte 256 m2; 4. Niet landschap ontsierend, aangezien het gaat om de oorspronkelijke boerderij en schuur. Oppervlakte totaal 510 m2. In totaliteit zijn er voldoende sloopmeters voor het verkrijgen van een bouwrecht. De gebouwen aangeduid met een letter blijven behouden. Het gaat om de volgende gebouwen: A. In 1986 vergunde kapschuur; oppervlakte 260 m2. Te behouden voor opslag en materieel binnen de functie ‘Wonen’. B. In 1995 vergunde tuinkas van glas; oppervlakte 76 m2. Te behouden voor gebruik binnen de functie ‘Wonen’. C. In 1995 vergunde werkplaats+opslag+vogelhokken; oppervlakte 248 m2. Te behouden voor gebruik binnen de functie ‘Wonen’. Functiewijziging ‘verblijfsrecreatie’ naar ‘wonen’ Op de bouwlocatie is er sprake van een functiewijziging van een solitair gelegen recreatiewoning naar een reguliere woning (functie ‘wonen’). Voor het verkrijgen van deze bestemming moet voldaan worden aan de regels die gelden in het beleid ‘Buitengebied met Kwaliteit’ van de gemeente Dinkelland. Zoals hierboven is aangegeven voldoet de voorgenomen aanvraag aan het gestelde beleid. Casco benadering Noordoost Twente De gemeente Dinkelland hanteert, vooral ter bescherming van het bestaande landschap, het casco beleid.

Door het casco beleid is het mogelijk om via een 14

kaart te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot de casco behoren. Elementen als onderdeel uitmakend van de Casco zijn in principe niet te verwijderen (groen lijnen/vlakken op de kaart). De bouwlocatie staat beschreven als casco element. Het betreft bos dat niet verwijderd mag worden. Echter bestaat dit element uit meer dan 0,5 ha bestaat, waardoor het onder het provinciale beleid (WNB) valt. In de nieuwe situatie zal het bos blijven bestaan. Op de plek waar de nieuwe woning en de bijgebouwen zullen worden gerealiseerd is in de huidige situatie ook al een open plek te vinden, waardoor de realisatie niet in strijd is het met het gestelde beleid. Op de slooplocatie aan de Broekhuisweg is aan de zuidzijde een stuk houtopstand te vinden dat is aangeduid als casco element. In de nieuwe situatie is dit element versterkt met nieuwe aanplant. Dit past dus binnen het cascobeleid.

Bouwlocatie Bornsedijk 5. Fragment van de cascokaart behorende bij de cascobenadering. (Bron: geo.overijssel.nl)

Slooplocatie Broekhuisweg 2. Fragment van de cascokaart behorende bij de cascobenadering. (Bron: geo.overijssel.nl)

15

Nieuwe situatie bouwlocatie Bouwlocatie, Bornsedijk 5 te Deurningen Het perceel aan de Bornsedijk bestaat uit (gemengd) bos, met daarin een open vlakte, waar een woning en bijgebouwen zullen worden gerealiseerd (A en B op de tekening). Het gesloten karakter van de locatie zullen behouden blijven evenals de doorkijkjes. Het wat nattere karakter van de locatie zal ook behouden blijven, onder andere door de bestaande poel kwalitatief te verbeteren. De woning en de bijgebouwen (A en B op tekening) zullen gerealiseerd worden op een al bestaande open plek (zie rode markering in afbeelding). De woning kan niet verder naar noord zonder enkele bomen te vellen rekening houdend met bijgebouwen en de afwikkeling van verkeer. Oftewel: de plek is bepaald zonder bomen te moeten vellen. Om een mooie overgang te creëren van het gazon van de woning naar het bos met de bestaande poel, zal ruimte zijn voor een spontane kruiden/ struweel laag (F op tekening). Er ontstaat vanzelf een sterke zichtas / zichtlijn richting de poel.

Maatregelen ruimtelijke kwaliteit: - Behouden en kwalitatief verbeteren van het bestaande bos (I); - De bestaande poel verbeteren (G); - Aanleggen kruiden/struweel laag (F); - Karrespoor verbeteren (D). Met de genoemde inpassing wordt voldaan aan het gestelde beleid van de gemeente Dinkelland.

De woning en de bijgebouwen zullen een rechtlijnige structuur vormen georiënteerd op de landschapsstructuur, wat passend is voor het relatief nieuwe ontginningslandschap waarvan de invloed in de omgeving terug te vinden is. De woning volgt de oriëntatie van het landschap waarbij de zijgevel de verbinding legt met de poel, ten zuiden van de woning (G). Hiermee ontstaat een logisch ingepast geheel, dat past bij het landschap en het (deels) gesloten karakter in ere houdt. De toegang naar het erf volgt een karrespoor dat hier van vroeger uit ook al te vinden was. Zo blijft de toegang onverhard, waardoor het een geheel natuurlijk oogt. Markering open plek en voormalige recreatiewoning. (Bron: geo. overijssel.nl)

16

10/TRAF 10/TRAF

10 10

12 12

V 473 V 473 14 14

V 496 V 496

1 1

Bornsedijk Bornsedijk

V 555 V 555

3 3

7 7

V 551 V 551

Upgraden karrespoor Fragment topografische kaart 1905. (Bron: topotijdreis.nl)

I

I

V 539

A:

Nieuw te bouwen woning , bij voorkeur in een

V 539

langgerekt volume met sobere kleuren. Woning volgt oriëntatie van naastgelegen erf waarbij kopgevel

D

V 552

verbinding legt met zuidgelegen poel.

D

V 552

B:

Nabij te bouwen bijgebouwen.

C:

Erfverharding , uitgevoerd in een betonklinker of

Kruiden / zoomvegetatie (zoals aan de Wismanweg)

gebakken klinker.

J

D:

J

Toegang naar erf door bestaande minimaal te upgraden. Toegang onverhard houden door middel van een karrespoor, karrespoor op verschillende plekken te

C B

V 553

E

Gazon/gras.

F:

Kruiden / struweellaag rondom gazon. Overgang van

A

H:

E

A

F

K

Bestaande poel. Situatie bestaande poel te verbeteren door afzetten rondom gelegen hakhout.

K

B

V 553

gras naar bos. G:

F

C

verbeteren. E:

Zichtas, wordt versterkt door strook met een kruiden/ struweellaag.

I:

Bestaand bos. Er hoeven geen houtopstanden te wijken voor de realisatie van de woning . Wel is het aan

L

te bevelen om diverse houtosptanden af te zetten. Het

V 554

Referentie te realiseren woning

L V 554

gaat dan met name om populier, els en wilg . J:

Bestaande recreatiebestemming .

K:

Te saneren fundering van recreatiewoning en overige bouwwerken.

L:

Agrarische gronden.

F

F

H

H G

G

Kruiden / zoomvegetatie (zoals aan de Wismanweg)

Nieuwe situatie bouwlocatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Project:

Buitengebied met kwaliteit (RVR) Adres: Bornsedijk 5 Woonplaats: Deurningen

Getekend: Datum: Gecontroleerd: Schaal:

17 BM 18-11-2022 NH 1:10 0 0

St atus: Aant al pag .: Formaat: Noord:

DO 1 van 1 A3 Kaart is noordgericht

Project:

Buitengebied met kwaliteit (RVR) Adres: Bornsedijk 5 Woonplaats: Deurningen

Getekend: Datum: Gecontroleerd: Schaal:

BM 18-11-2023 NH 1:1000

Status: Aantal pag.: Formaat: Noord:

DO 1 van 1 A3 Kaart is noordgericht

Nieuwe situatie slooplocatie Slooplocatie, Broekhuisweg 2 te Saasveld De verkregen sloopmeters zijn verkregen aan de Broekhuisweg 2 te Saasveld. Zoals eerder beschreven heeft hier reeds sloop plaatsgevonden van verschillende gebouwen. Om op deze locatie de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen, dan wel te verbeteren zijn verschillende maatregelen toegepast. De maatregelen dienen vooral als doel om het erf weer één geheel te laten vormen. Als gevolg van het slopen van verschillende gebouwen (C op tekening), bevinden de te behouden gebouwen zich op enige afstand van elkaar. Om van dit erf weer één ensemble te maken, wordt onder andere een boomgaard aangelegd (H op tekening). De locatie ligt in het oude hoevenlandschap, wat betekent dat het geheel in een wat hoger gelegen dekzandgebied ligt. Een boomgaard is zodoende erg passend in zowel het landschap als in de bestaande erfstructuur. Daarnaast zijn ook andere bomen aangeplant, die passend zijn in dit gebied. Naar aanleiding van het advies van het kwaliteitsteam van de gemeente Dinkelland is waar mogelijk de hoeveelheid verharding afgenomen tot enkel het noodzakelijke. Dat geldt met name voor de verharding aan de noordzijde. Daarnaast is deze verharding ingepast met extra aanplant.

Gelet op de enorme kwaliteitsimpuls op het erf in de vorm van alle sloop en alle landschappelijke maatregelen moet gesteld worden dat er sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het plan kan voldoen aan het gestelde beleid.

18

Maatregelen ruimtelijke kwaliteit: - Behouden bestaande houtopstanden (E); - Aanplant van 10 nieuwe lindes (F); - Aanzetten bestaande houtopstand: eiken en onderbegroeiing, zoals meidoorn, sleedoorn en vuilbomen (G); - Aanplant van 8 fruitbomen (H); - Reeds aangelegde poel (L).

Kroonweg

T 1561

T 727

T 1562

A:

Woning. 1A

T 1884 T 1225

T 728

B:

F

1

C:

Te slopen opstallen en kassencomplex.

D:

Gazon/tuin.

E:

Bestaande houtopstanden.

F:

Nieuw aan te planten solitairen. Soort: Linde.

F T 1371

K

Aanplanten in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters) en elk voorzien van 2 boompalen. Totaal 10 stuks.

T 732

F

I

B

I

J

G:

uisweg

Broekh

T 1372

E

K

C

F

C

L

Aanzetten bestaande houtopstand (Casco). Aanplanten met bomen T 763

en onderbegroeiing. Soort: Eik. Aanplanten in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters) en elk voorzien van 2 boompalen.

A

Kroonweg

2A

Te behouden opstallen.

Totaal 10 stuks. Onderbeplanting aanplanten in de maat 80-100 2

H B

D

(hoogte in centimeters). Plantafstand 1,5x1,5 meter op een T 751

G

totaal opper vlak van 450 m2. Soorten: Meidoorn, sleedoorn,

E

T 1373

vuilboom, lijsterbes en hazelaar. Totaal 200 stuks in een gelijke

T 1882

B

verhouding.

T 1374

I E

H:

Aan te planten fruitbomen. Soort: Appel, peer, pruim. Aanplanten in de maat 10-12 (stamomtrek in centimeters) en elk voorzien van 2 boompalen. Totaal 8 stuks.

I:

Weide.

J:

Erfensemble.

K:

Erfverharding , voornamelijk bestaand. De uitlopers van de erfverharding zijn t.b.v. bereikbaarheid achter gelegen perceel en te behouden bijgebouw.

L:

Reeds aangelegde poel.

T 1881

Fragment uit 1920 (topotijdreis.nl)

Nieuwe situatie slooplocatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

nl-landschap.nl

Project:

Rood voor rood

Getekend:

DA

Status:

DO

Adres:

Broekhuisweg 2

Datum:

18-11-2023

Aantal pag.:

1

Woonplaats:

Saasveld

Gecontroleerd:

NH

Formaat:

A3

Schaal:

1:1500

Noord:

Tekening is noordgericht

19

l a n d s c h a p s o n t w e r p e r s

Oldenzaalseweg 38 • 7651 KC Tubbergen • info@nl-landschaps.nl • www.nl-landschap.nl

Verkennend Bodemonderzoek

Project:

2022-164

Locatie:

Bornsedijk ong. te Deurningen

Opdrachtgever:

N+L Landschapsontwerpers Oldenzaalseweg 38 7651 KC Tubbergen

Datum:

23 juni 2022

Verkennend bodemonderzoek Bornsedijk ong. te Deurningen

Verkennend Bodemonderzoek Bornsedijk ong. te Deurningen

Opdrachtgever:

N+L Landschapsontwerpers Oldenzaalseweg 38 7651 KC Tubbergen

Adviesbureau:

Dumea Milieu Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld

Status: Versie: Datum versie: Projectnummer:

Definitief 1 23 juni 2022 2022-164

Auteur:

Joost Stevelink*

Paraaf:

Kwaliteitscontrole:

Niek Hesselink*

Paraaf:

Veldwerkers:

Mark Morsink*

*De vermelde personen zijn akkoord met de openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

2022-164

23-6-2022

Pagina 2 van 19

Verkennend bodemonderzoek Bornsedijk ong. te Deurningen

Inhoudsopgave Pagina 1

Inleiding

4

2

Vooronderzoek

5

3

4

5

2.1 Locatie gegevens

5

2.2 Algemene informatie locatie

5

2.3 Directe omgeving locatie

6

2.4 Eerder uitgevoerd (bodem)onderzoek

6

2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie

6

2.6 Vooronderzoek PFAS

7

2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest

7

2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest

7

Onderzoeksprogramma

8

3.1 Hypothesestelling

8

3.2 Onderzoeksopzet

8

3.3 Analysestrategie

9

Onderzoeksresultaten

10

4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen

10

4.2 Analyseresultaten

11

4.3 Toetsing van de hypothese

11

4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek

12

Samenvatting en conclusie

BIJLAGE I: BIJLAGE II: BIJLAGE III: BIJLAGE IV: BIJLAGE V: BIJLAGE VI:

2022-164

13

Situering van de locatie Situering van de locatie (schaal 1: 1000) Overzichtstekening boorpunten Boorstaten Analysecertificaten en Overschrijdingstabellen Foto's

23-6-2022

Pagina 3 van 19

Verkennend bodemonderzoek Bornsedijk ong. te Deurningen

1 Inleiding In opdracht van N+L Landschapsontwerpers heeft Dumea Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Bornsedijk ong. te Deurningen. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. In onderhavig onderzoek is het verkennend bodemonderzoek uitgebreid met een asbest in grondonderzoek. Aanleiding van het onderzoek is in het kader van voorgenomen bestemmingswijziging en nieuwbouwactiviteiten. Doel van het onderzoek is het door middel van een steekproef conform het soort bodemonderzoek, nagaan van de huidige kwaliteit van de grond op de locatie. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: - NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek (NEN5725:2017); - NEN 5740 Bodem - Landbodem - strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (NEN5740:2009+A1:2016); - NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/822/documents/21290