CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitegebied Loodijk 4 Saasveld.pdf

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 18: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Loodijk 4, Saasveld”26.004 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPLOODIJK4-VG01

Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

Inhoudsopgave Vaststellingsbesluit

5

Toelichting

7

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

9 9 9 10 11 11

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

13 13 13

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

17 17 20 24

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Besluit milieueffectrapportage 4.2 Milieuzonering

29 29 30

4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

31 32 33 33 35 36 37 39 41

Geur Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer en parkeren

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

43

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid

45 45

Hoofdstuk 7 Procedure en overleg 7.1 Procedurestappen 7.2 Vooroverleg 7.3 Zienswijzen

47 47 47 47

Bijlagen bij de toelichting

49

Bijlage 1

KGO-plan

50

Bijlage 2

Aanmeldnotitie

71

Bijlage 3

Besluit op aanmeldnotitie

79

2

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

Bijlage 4

Historisch bodemonderzoek

87

Bijlage 5

Watertoets

109

Bijlage 6

Quickscan

115

Regels

147

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

149 149 153

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Bedrijf Bos - Natuur Cultuur en Ontspanning - Molen

155 155 158 160

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

161 161 162 163 164 165

Hoofdstuk 4 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

167 167

Artikel 12

Slotregel

168

Bijlagen bij de regels

169

Bijlage 1

Inpassingsplan

170

Bijlage 2

KGO-investering Windmolenweg 8

172

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

Vaststellingsbesluit

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

5

Dummy vaststellingsbesluit: te vervangen door het daadwerkelijke besluit

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

7

8

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Aan de Loodijk 4 in Saasveld is een transportbedrijf gelegen. Het bedrijf is ontstaan in 1967 en is inmiddels overgegaan van vader op zoon. De initiatiefnemer is voornemens het bedrijfsperceel van het transportbedrijf uit te breiden. In de afgelopen jaren hebben ook al kleinere uitbreidingen plaatsgevonden die niet binnen de planologische kaders passen en die middels voorliggend plan hersteld moeten worden. De wens is echter voor een grootschaliger uitbreiding om de trucks en trailers van Lesscher Transport goed en veilig een plek te kunnen blijven geven. Daarnaast zal de ontsluiting van het bedrijf verplaatst worden van de Loodijk naar de Remmertweg. Voor de gewenste uitbreiding is een KGO-impuls vereist. Gebleken is dat de molen aan de Windmolenweg 8 in Saasveld hiervoor als doel kan dienen. De betreffende molen heeft onderhoud en herstel nodig. De investeringen zorgen voor herstel van de cultuurhistorische molen en levert daarmee een bijdrage aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om een passend planologisch kader voor deze ontwikkeling vast te leggen.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van Saasveld aan de Loodijk 4 en Windmolenweg 8. Het deelgebied Loodijk 4 staat kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie T, nummers 1548 en 1549. Het perceel aan de Windmolenweg 8 staat kadastraal bekend als Weeselo, sectie V, nummers 45 en 806. Een topografische kaart met daarop de deellocaties rood aangegeven is onderstaand zichtbaar. De begrenzing van het plangebied is zichtbaar op de digitale verbeelding en komt overeen met het huidig bedrijfsperceel aan de Loodijk 4, de gewenste uitbreiding en de landschappelijke investeringen. Daarnaast is het huidig bestemmingsvlak van de Soaseler Möl opgenomen.

Afbeelding 1.1: topografische kaart omgeving Saasveld, locaties plangebied in rood (bron: Opentopo)

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

9

1.3 Geldend bestemmingsplan De locaties Loodijk 4 en Windmolenweg 8 in Saasveld liggen in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Het geldend bestemmingsplan ter plaatse is daarmee 'Buitengebied 2010'. Daarnaast geldt ook het 'Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland' dat aanvullende regels stelt aangaande parkeren. Loodijk 4, Saasveld Binnen het plan 'Buitengebied 2010' kent de locatie de bestemming 'Bedrijf' en de omliggende gronden 'Agrarisch - 1'. Aan de westzijde van het plangebied ligt de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap' op een bestaande (te behouden) groenstructuur. Een weergave van de geldende verbeelding zie je onderstaand.

Afbeeld ing 1.2: weergave huidige verbeelding Loodijk 4, plangebied bij de rode marker (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Windmolenweg 8, Saasveld Binnen het plan 'Buitengebied 2010' kent de locatie de bestemming 'Cultuur en ontspanning - Molen'. Over het perceel ligt tevens de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop'. Een weergave van de geldende verbeelding zie je onderstaand.

Afbeelding 1.3: weergave huidige verbeelding Windmolenweg 8, plangebied bij de rode marker (bron: 10

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

ruimtelijkeplannen.nl) Zoals in de aanleiding reeds aangegeven past het uitbreiden van het bedrijfsperceel niet binnen de huidige bestemmingsplanregels ter plaatse van de locatie Loodijk 4. De KGO-impuls wordt besteed aan de Windmolenweg 8 en daarom is ook deze locatie in dit bestemmingsplan geintegreerd, waarbij een voorwaardelijke verplichting voor uitvoering van de maatregelen gaat gelden. Een aanpassing van het bestemmingsplan is voor de bovenstaande ontwikkelingen noodzakelijk.

1.4 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld" bestaat uit de volgende stukken: toelichting; bijlagen bij de toelichting; verbeelding, schaal 1:1.000 (tek.no. NL.IMRO.1774.BUIBPLOODIJK4-VG01) regels; bijlagen bij de regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan wordt daarnaast vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de omschrijving, motivering en verantwoording van het bestemmingsplan.

1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie van het plangebied en de omgeving beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het ruimtelijk beleidskader van het Rijk, de provincie en de gemeente uiteengezet. Hoofdstuk 4 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de regels van de diverse bestemmingen. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan en tot slot in hoofdstuk 7 wordt de procedure beschreven.

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

11

12

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

2.1 Huidige situatie Het erf aan de Loodijk 4 heeft een herkenbare opzet, met het woonhuis direct aan de weg en daarachter de bedrijfsgebouwen. De gebouwen staan in een rechtlijnige structuur die karakteristiek is voor de ontginningsgebieden. Ten opzichte van het omliggende essen- en hoevenlandschap zijn landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg, waarbij de verkavelingsstructuur planmatig en rechtlijnig is. De begroeiing is vooral te vinden in de vorm van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuur versterken. Echter in de directe omgeving is heel duidelijk het essenlandschap terug te vinden, met essen, steilranden, kronkelige wegen en dynamische opgezette erven. Ook de kenmerkende coulissen en houtsingels zijn hier nog goed te zien.

Afbeeld ing 2.1: luchtfoto huidige erfsituatie Loodijk 4 Saasveld (bron: kadastralekaart.com)

2.2 Toekomstige situatie Loodijk 4, Saasveld Op de planlocatie zal het bedrijf worden uitgebreid met verharding waar de trucks en trailers een plek kunnen krijgen. De inrit zal verplaatst worden van de Loodijk naar de Remmertweg. Ook zal het uiteinde van het inrit wat breder worden, waardoor vrachtwagens beter kunnen in- en uitdraaien. Aan de Loodijk is dat geen optie, waardoor de berm nu veel schade oploopt bij het in- en uitrijden. Voor deze verplaatsing zal een eik moeten worden gekapt nabij de Remmertweg. De inrit zal gerealiseerd worden op de plek waar de kleinste boom staat. Daarnaast zal de planlocatie worden omzoomd door nieuw aan te planten struweel met bijvoorbeeld meidoorn, hazelaar en lijsterbes. De huidige oppervlakte van het bedrijfsperceel is 3.875 m2. In de toekomstige situatie wordt dit met 2.609 m2

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

13

uitgebreid naar in totaal een bedrijfsperceel van 6.484 m2. Een oppervlakte van 600 m2 is benodigd voor de nieuwe ontsluiting van het bedrijfsperceel. Het erf bestaat in de toekomstige situatie uit een (bestaande) bedrijfswoning (A), met daarachter de bestaande bedrijfsbebouwing (B). Achter het bedrijfsgebouw is ruimte voor het opstellen van de trucks en trailers. Echter is de grootte niet meer toereikend voor het aantal vrachtwagens en trailers van Lesscher Transport. Het bedrijf zal daarom aan de noord- en oostkant worden uitgebreid (E). Daarnaast zal de toegangsweg worden verplaatst van de Loodijk naar de Remmertweg, zodat de situatie voor in- en uitrijden van vrachtwagens verbetert. Hiervoor zal een boom (kleine eik) worden gekapt (K). De breedte van het oprit bedraagt 8,0 meter, in plaats van het maximum van 6,5 meter. Reeds is in een technische uitwerking aangetoond dat deze breedte nodig is, in verband met de draaicirkel van de vrachtwagens. Ook wordt een bestaande laurierhaag verwijderd en zal het hele erf wordt omzoomd door nieuw aan te planten struweel in de vorm van meidoorn, sleedoorn, hazelaar, lijsterbes en vuilboom (G en H). In totaal zullen er 205 en 212 stuks worden aangeplant. Dit struweel heeft als functie om de geparkeerde vrachtwagens en trailers aan het oog te onttrekken.

Voor de afvoer van water vanaf het bedrijfsterrein zal een waterberging worden gerealiseerd voor 150m3 water (N). Voor de planontwikkeling is een aanpassing nodig van de toegangsweg, zal een KGO investering (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) worden gedaan en zal het geheel worden ingepast in het landschap. Een weergave van de beoogde situatie is zichtbaar in afbeelding 2.2 en opgenomen in de Bijlage 1 bij deze toelichting.

Afbeelding 2.2: nieuwe situatie Loodijk 4, niet op schaal (bron: N+L Landschapsontwerpers)

Windmolenweg 8, Saasveld Zoals voorgaand beschreven zal de uitbreiding van het transportbedrijf gemoeid gaan met een KGO-investering. Hiervoor is een uitermate geschikt object gevonden in de directe omgeving van het transportbedrijf. Het gaat om de molen van Saasveld, gelegen aan de Windmolenweg 8 te Saasveld. Deze molen is cultuurhistorisch van grote waarde. De molen is opgericht in 1870 en werd jarenlang gebruikt voor het malen van graan, zoals rogge en tarwe. Deze molen was vroeger de enige in de oude gemeente ‘Weerselo’, waardoor deze heel belangrijk was voor, met name de boeren, in de omgeving. Met de middelen die voorhanden zijn wordt de molen zo goed als mogelijk onderhouden, maar groot onderhoud is hier meer dan nodig om de molen ook voor de komende decennia in stand te houden. Het laatste grote onderhoud dat gedaan is was in 1979. In de afgelopen jaren heeft de molen te maken gehad met bijvoorbeeld boktor en de bonte knaagkever. In de houten onderdelen, zoals de omheining en de houten palen is houtrot te vinden. Ook hier is te zien dat met de middelen die voorhanden zijn het onderhoud zo goed als mogelijk is uitgevoerd. Dit is ook nader beschreven in het KGO-plan in Bijlage 1. Alle elementen in en aan de molen zijn nog precies zoals ze vroeger waren. Deze cultuurhistorie willen we graag behouden.

Daarnaast is het ook wenselijk dat het verhaal van de molen beter wordt verteld middels bijvoorbeeld een informatiebord dat gemakkelijk toegankelijk is. Zo kan iedereen genieten van dit bijzondere stukje historie. 14

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

Het bestaande bord is verouderd en slecht leesbaar evenals het bankje dat daarnaast staat. Maatregelen De KGO-berekening c.q. benodigde investering in de ruimtelijke kwaliteit bedraagt €95.874,40. Dit bedrag wordt geinvesteerd in de molen van Saasveld. De investering wordt gebruikt voor groot onderhoud en restauratie. De volgende werkzaamheden worden uitgevoerd (genoemde punten in samenhang met afbeelding 2.3): Het verwijderen van oude schaliebedekking op de molenkap (1); Vernieuwen schaliebedekking op de molenkap (1); Het vernieuwen van kruipalen en de korte en lange schoren (2); Plaatsen en huren van steigerwerk (algemeen); Het impregneren en schilderen van houten onderdelen (1, 2, 4 en 5); Het plaatsen van sfeerverlichting bij de molen (3); Plaatsen van picknicktafels en een nieuw informatiebord (4); Het plaatsen van nieuw hekwerk om de molen (5); Aanbrengen van nieuwe molenzeilen (6).

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

15

Afbeelding 2.3: Soaseler möl met de maatregelen aangegeven (Bron: N+L).

16

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Beoordeling van het plan: De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een uitbreiding van een economische functie (transportbedrijf) in het buitengebied (landelijk gebied) van Saasveld. Daarmee is de vierde pijler "toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied" relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. In de NOVI wordt voor het landelijk gebied aangegeven dat een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied vraagt om een verantwoorde herinrichting van het landelijk gebied en een verbetering van de milieukwaliteit.

Bij ontwikkelingen in het landelijk gebied moet cultureel erfgoed en unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten behouden en versterkt worden. Waar mogelijk en gewenst dienen nieuwe kwaliteiten toegevoegd te worden. Voor een landelijk gebied dat zich toekomstbestendig kan ontwikkelen, is nodig dat de bereikbaarheid, de economische kracht en de beschikbaarheid van voorzieningen ook voldoende worden meegenomen in het Nationaal Programma Landelijk gebied. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden een bestaand niet-agrarisch bedrijf uitgebreid. De voorgenomen ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast waardoor de ruimtelijke kwaliteit van het erf verbeterd. De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op basis van het gemeentelijke beleid voor het buitengebied (buitengebied met kwaliteit). Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling binnen de prioriteiten van de NOVI past. Er wordt een bijdrage geleverd aan de toekomst van het landelijk gebied.

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

17

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6., tweede lid, zijn eisen opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen als dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan, maar ook in een inpassingsplan van rijk of provincie of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Beoordeling van de plannen: Het uitbreiden van een transportbedrijf betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Hoewel in de overzichtsuitspraak met jurisprudentie met betrekking tot de Ladder van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724) is bepaald dat de uitbreiding van bedrijfsbebouwing kleiner dan 500 m2 in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt, moet het voorgenomen plan wel worden aangemerkt als een planologische wijziging van zodanige aard en omvang dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ECLI:NL:RVS:2016:1075). Het voorgenomen plan voorziet namelijk in de uitbreiding van een bestaand bedrijfsperceel. Als gevolg van de uitbreiding wordt 2.609 m2 oppervlak toegevoegd aan het bedrijfsperceel. Daarentegen is er geen sprake van een toename aan oppervlakte bebouwing. De uitbreidingsgronden brengen geen extra bouwmogelijkheden voor gebouwen met zich mee. Derhalve dient te worden geconcludeerd dat er sprake is van een planologische uitbreiding die vanwege de nieuwe gebruiksmogelijkheden voor het bedrijf van dusdanige aard en omvang is dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de ontwikkeling te bevatten.

Als de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied dan wordt voldaan aan de Ladder. Als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Hieronder wordt het plan getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Bestaand stedelijk gebied en uitbreidingsbehoefte Zoals is beschreven voldoet een ontwikkeling aan de Ladder als de behoefte is aangetoond en de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd wordt. In artikel 1.1.1. onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied betreft deels een bestaande bedrijfslocatie voor niet-agrarische bedrijvigheid (oppervlakte 3.875 m2). De uitbreiding is beoogd op agrarische (vooralsnog onbebouwde) gronden met een oppervlak van 2.609 m2.

Er is ter plaatse van de uitbreiding geen sprake van een bestaand stedenbouwkundig stelsel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid etc. waardoor het plangebied niet aangemerkt kan worden als bestaand stedelijk gebied. Als de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro gemotiveerd worden dat binnen bestaand stedelijk gebied niet in die behoefte kan worden voorzien. Voor het transportbedrijf uit Saasveld geldt dat het een bedrijf is dat in de loop der jaren op de locatie is ontstaan en ontwikkeld. Personeel komt uit de directe omgeving, alhoewel de werkzaamheden vanuit de transport natuurlijk een veel groter werkgebied bestrijkt is er daarmee wel sprake van lokaal gewortelde bedrijvigheid. Bovendien worden de (transport)werkzaamheden ook veelal verricht voor nabijgelegen bedrijvigheid. De huidige ruimte op het bedrijfsperceel is te beperkt om de bedrijfsinventaris te kunnen stallen. Naar aanleiding daarvan is in het verleden een terrein in Borne gehuurd en in gebruik genomen om een aantal trucks en trailers te kunnen stallen. Vanuit logistiek en bedrijfseconomisch oogpunt is deze deellocatie elders echter zeker niet optimaal en bestaat er behoefte aan uitbreiding van de hoofdlocatie aan de Loodijk.

Daarnaast brengt het huren van de locatie Borne extra verkeersbewegingen en kosten met zich mee. Elke vrachtwagen en/of dient in ieder geval in Saasveld te zijn als deze naar de werkplaats moet voor een kleine of grote reparatie en voor het wassen van het voertuig. De praktijk is dat een voertuig regelmatig van Borne naar Saasveld en vice versa moet 18

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

worden gereden. Vanuit logistiek oogpunt, duurzaamheid en een zo efficiënt mogelijke (kosten)inrichting van de bedrijfsvoering zijn de verkeersbewegingen van en naar Borne geen gewenste situatie. Uit voorgaande blijkt dat er sprake is van een specifieke behoefte voor Lesscher Transport om ter plaatse uit te breiden. De kern Saasveld beschikt niet over een bedrijventerrein alwaar bedrijven zich binnen bestaand stedelijk gebied kunnen vestigen. Saasveld ligt desondanks wel relatief dichtbij belangrijke hoofdinfrastructuur (cruciaal voor een transportbedrijf) en onder meer hierom is het (gedeeltelijk) verplaatsen naar andere bedrijventerreinen binnen de gemeente Dinkelland niet wenselijk. Het is bovendien wenselijk om de bedrijvigheid van Lesscher Transport gecentraliseerd te houden, zoals hiervoor in deze paragraaf al reeds is omschreven. Het eventueel ontmantelen van bedrijfslocatie Loodijk 4 en het nieuw vestigen op bedrijventerrein elders vergt daarnaast onevenredig hoge investeringen, aangezien werkplaats, kantooruimte, stallingsruimte etc. volledig nieuw moeten worden aangelegd. Op de locatie Loodijk 4 hoeft enkel uitbreiding van bedrijfsperceel (alleen verharding, geen extra bebouwing) plaats te vinden om de wensen van Lesscher Transport te voorzien. Dat zal in het geval van een complete verplaatsing van het bedrijf niet het geval zijn.

Zoals gezegd is direct aansluitend aan de locatie Loodijk 4 geen (onbebouwd) stedelijk gebied aanwezig. De gewenste uitbreiding van Lesscher Transport Saasveld is dan ook niet binnen bestaand stedelijk gebied op te lossen. Verzorgingsgebied In de beschrijving dient inzichtelijk te worden gemaakt dat het plan niet tot onnodig nieuw ruimtebeslag leidt en geen zodanige leegstand tot gevolg zal hebben dat dit tot een uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbare situatie in het verzorgingsgebied van de voorziene ontwikkeling zal leiden (uitspraak van 27 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2095 (Eindhoven)). Uit de Nota van toelichting (2017) blijkt dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van het onderzoek naar, de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de uitkomsten dienen te zijn opgenomen in de plantoelichting. Daaruit blijkt voorts dat het primair aan de bestuursorganen is om op basis van het ruimtelijke verzorgingsgebied van de nieuwe stedelijke ontwikkeling te bepalen hoe uitgebreid het onderzoek moet plaatsvinden, met welke bestuursorganen en diensten het overleg over de nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt gevoerd en tot welk gebied de onderbouwing van de behoefte zich uitstrekt. Dit gebied kan verschillen naar gelang de aard en de omvang van de voorziene stedelijke ontwikkeling in relatie tot de context.

Van geval tot geval zal moeten worden bezien welk schaalniveau past bij de behoefte, in de leniging waarvan de door het plan mogelijk gemaakte stedelijke ontwikkeling voorziet, gelet op de aard en omvang daarvan (uitspraken van 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:715 (Beek), van 23 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:798 (Asten) en van 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2921 (Geldermalsen)). Zoals onder het kopje voor bestaand stedelijk gebied al aangehaald betreft het transportbedrijf een lokaal geworteld bedrijf met een groot verzorgingsgebied, aangezien het gaat om bedrijvigheid in het (internationaal en nationaal) tranport. Van belang in deze is dat het bedrijf al langdurig op de locatie aanwezig is. De uitbreiding is daarbij beoogd om de vrachtwagens van het bedrijf op een goede wijze te kunnen stallen/parkeren op het bedrijfsperceel. Dit voorkomt dat de vrachtwagens van het bedrijf elders worden geparkeerd of gestald, waar dit mogelijk ongewenst is. Het plan zorgt daarbij niet voor leegstand elders, aangezien het niet gaat om verplaatsing o.i.d. van activiteiten die elders leegstand veroorzaakt. Het kan daarentegen zoals bovenstaand benoemd juist positieve effecten veroorzaken, omdat het stallen/parkeren elders van voortuigen daarom niet (meer) noodzakelijk is.

Behoefte Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro verplicht het betrokken bestuursorgaan om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling te beschrijven. Deze verplichting geldt voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen en buiten het bestaand stedelijk gebied. Bij deze behoefte gaat het niet alleen om de kwantitatieve behoefte. Het kan ook gaan om de kwalitatieve behoefte, zijnde de behoefte aan het specifieke karakter van de voorziene stedelijke ontwikkeling (uitspraak van 11 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3444 (Rozendaal)). In deze beschrijving dient tot uitdrukking te komen dat deze behoefte is afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij ook de planologische capaciteit een factor van belang kan zijn (uitspraken van 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:715 (Beek) en van 11 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:345 (Kampen)). De werkzaamheden van het transportbedrijf zijn in deze paragraaf al meermaals beschreven. Om dit samen te bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

19

vatten, wordt onderstaand een opsomming verschaft: het gaat om een (internationaal en nationaal) transportbedrijf; het bedrijf is op deze locatie ontstaan en gestaag gegroeid; werknemers komen uit de directe omgeving; werkzaamheden gebeuren veevuldig voor nabijgelegen bedrijvigheid; er is een gebrek aan stalling- en parkeerruimte voor de vrachtwagens en trailers; behoefte is om parkeren en stallen op één (bewaakte) bedrijfslocatie te doen, onder meer vanwege beveliging van de vrachtwagens, trailers en eventuele ladingen; het plangebied geeft een zeer goede uitvalsbasis, vanwege de aanwezigheid van werkplaats, kantoren etc die al voor het transportbedrijf benut worden; het compleet verplaatsen van de bedrijvigheid vergt onevenredig hoge investeringen, terwijl het qua uitgangspositie niet persé voordelig is, ontwikkelen binnen de planlocatie heeft daarom de voorkeur boven complete verplaatsing of opsplitsing van bedrijfsactiviteiten; het voorliggend plan biedt daarnaast de mogelijkheid om de toegangsweg te verplaatsen en daarmee een gunstigere ontsluiting voor het vrachtverkeer te bewerkstelligen. De bovenstaande opsomming geeft aan dat het gaat om een specifieke behoefte van een lokaal geworteld bedrijf. Alternatieven zijn voldoende afgewogen, maar leiden niet tot andere inzichten. Hiermee is invulling gegeven aan voldoende motivering voor de ladder van duurzame verstedelijking

Eindconclusie Geconcludeerd wordt dat de ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering vormt voor uitvoering van het bestemmingsplan.

3.2 Provinciaal beleid Overijssel Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel De omgevingsvisie is het overkoepelende provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan en/of passend is binnen de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1.

Of - generieke beleidskeuzes (themagerichte artikelen met criteria waaraan (bestemmings)plannen dienen te voldoen) 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe - gebiedskenmerken (conform lagenbenadering: natuurlijke laag, agrarische laag, stedelijke laag) Doorwerking plan: In voorliggende geval zijn in het kader van de generieke beleidskeuzes de volgende artikelen relevant: artikel 2.1.2 (Principe van concentratie) artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) artikel 2.6.3 lid 2 (Nationaal landschap Noordoost-Twente) Onderstaand worden de beleidskeuzes benoemd en beoordeeld op welke wijze in het plan hiermee rekening is gehouden. Artikel 2.1.2, lid 1: Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde 20

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Beoordeling van het plan: Het plan voor het realiseren van een uitbreiding van een bestaand bedrijfsperceel aan de Loodijk 4 in Saasveld voorziet in een uitbreiding van een bestaande nieuwe economische activiteit in het buitengebied. Het voorziet hiermee in een lokale behoefte van de eigenaren om de bedrijfsactiviteiten goed te kunnen accommoderen. Hiermee wordt voldaan aan het principe van concentratie. Artikel 2.1.3, lid 1: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "groene omgeving" nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "bestaand bebouwd gebied" nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Beoordeling van het plan: Het huidige bedrijf heeft een bedrijfsbestemming en valt daarmee onder bestaand bebouwd gebied. De gewenste uitbreiding van het bedrijfsperceel is in de Groene Omgeving gelegen. Binnen het bestaand bebouwd gebied ter plaatse is geen ruimte meer beschikbaar en er zijn ook geen mogelijkheden om binnen bestaand bedrijfsperceel ruimtegebruik verder te optimaliseren. De vrachtwagens en trailers hebben namelijk stalling- en manouvreerruimte nodig. Er is momenteel buiten het huidige bedrijfsvlak reeds verharding aangelegd, omdat er een parkeerbehoefte is voor personeel die niet op het terrein een plaats kan vinden. Onder andere deze ontwikkeling wordt nu gelegaliseerd. Ook in de verdere nabijheid is geen bebouwd gebied aanwezig waarop de ontwikkeling plaats zou kunnen vinden. De nu voorliggende invulling vergt de minste ruimte in de Groene omgeving, doordat de uitbreiding direct aan het huidig bedrijfsperceel kan plaatsvinden.

De uitbreiding wordt dan ook zoveel mogelijk in aansluiting op het bestaande erf gerealiseerd, maar wel op een dusdanige wijze dat voor de trucks en opleggers voldoende ruimte is om op een veilige wijze gestald te worden en voldoende manouvreerruimte over te houden. De uitbreiding gaat om extra verharde ruimte op een verder onbebouwd terrein. Wel worden ter plaatse vrachtwagens en trailers gestald. De uitbreiding zelf heeft daarmee een ruimtelijke uitstraling, maar wordt wel zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken door aanplant van forse groenstructuren met daarin ook groenblijvende inheemse soorten. Er is hiermee sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik passend binnen dit artikel van de omgevingsverordening. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting bij bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken, past binnen het ontwikkelingsperspectief, inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze toepassing wordt gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering). Beoordeling van het plan: Voor het plangebied is een KGO-plan opgesteld dat gebaseerd is op de toegekende gebiedskenmerken. Deze worden later in deze paragraaf afzonderlijk behandeld. Hiermee wordt voldaan aan artikel 2.1.5.

Daarbij wordt in dit geval tevens extra geïnvesteerd vanwege de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, zie ook de motivering in onderstaand artikel. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen - met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 - voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

21

redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Beoordeling van het plan: In het onderhavig geval betreft het een niet agrarische bedrijvigheid welke wenst uit te breiden. Op basis van het buitengebied beleid van de gemeente Dinkelland is hiervoor een KGO-investering en verantwoording noodzakelijk. Dit is in Bijlage 1 nader uitgewerkt en akkoord bevonden door de gemeente Dinkelland. Met inachtneming van dit KGO-plan wordt voldaan aan artikel 2.1.6.

Artikel 2.6.3 lid 2 Nationaal landschap Noordoost-Twente. De Nationale Landschappen IJsseldelta en Noordoost-Twente zijn gebieden met (inter)nationaal zeldzame of unieke landschapskwaliteiten en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. In deze gebieden gaat het om het behouden, duurzaam beheren en waar mogelijk versterken van de bijzondere kwaliteiten. Ook de recreatieve toegankelijkheid moet worden vergroot. Voor grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen die in strijd zijn met de doelstellingen van de kernkwaliteiten is geen plaats. Voor het Nationaal Landschap Noordoost-Twente geldt dat de bijzondere kwaliteiten juist in combinatie met ontwikkeling versterkt kunnen worden. Landbouw blijft de drager van dit landschap: grootschalig boeren in een kleinschalig landschap met kenmerkende beken. Gemeenten maken met elkaar keuzes voor de ontwikkeling van woon- en werklocaties, waarbij de karakteristiek van het landschap, de toeristische routenetwerken en de veerkracht van het watersysteem worden versterkt en wordt gewerkt aan de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland. De ontwikkelingsmogelijkheden in dit gebied worden verregaand bepaald door het zoeken naar en oplossingen ten aanzien van natuur, water en toerisme en vrije tijd.

Het glooiende landschap van Noordoost-Twente is zeer gevarieerd door een fijnmazig samenstel van beken, essen, kampen en moderne ontginningen. Houtwallen, singels en bossen zorgen voor een kleinschalig en groen karakter. De specifieke landschappelijke (kern)kwaliteiten zijn: samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; de grote mate van kleinschaligheid; het groene karakter. Doorwerking voor onderhavig plan: Beoordeling van het plan: De plannen van de eigenaren doen geen afbreuk aan de kernkwaliteiten van het Nationaal landschap Noordoost-Twente. Er wordt voldaan aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, daarmee extra investeringen verricht in de ruimtelijke kwaliteit naast de inpassing van het bedrijfsperceel zelf. Hiermee wordt juist een versterking bewerkstelligd van de kernkwaliteiten.

Ontwikkelingsperspectieven (waar) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst Voor het voorliggende plan is het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' van toepassing.

22

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

Afbeelding 3.1: uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart, planlocatie in rood (bron: provincie Overijssel) Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden - net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven - de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. De ontwikkeling van bedrijvigheid binnen dit ontwikkelingsperspectief is mogelijk met inachtneming van Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Gebiedskenmerken (hoe) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en -voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. 2. 3. 4.

Natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. Stedelijke laag. Laag van de beleving.

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

23

Afbeelding 3.2: uitsneden kaarten natuurlijke laag en laag van cultuurlandschap Natuurlijke laag, dekzandvlakte De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. De locatie is gelegen in een dekzandgebied nabij beekdalgebieden. Er is daarom sprake van reliëf. In de jaren zijn hoogteverschillen gedeeltelijk geërodeerd door de wind, weer versterkt door de wijze van agrarisch gebruik (essen en eenmansesjes) en weer verminderd door de schaalvergroting in de landbouw. Hoogteverschillen zijn in dit gebied redelijk goed herkenbaar. Laag van cultuurlandschap, heideontginning Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. De eerste nederzettingen in Nederland werden gesticht op de rand van de hogere stuwwallen en/of dekzandruggen naar de overgang met de lagere gronden. De akkers op de hogere gronden werden intensief gebruikt en bemest met heideplaggen uit het voormalige potstal systeem. Rond de jaren '30 van de vorige eeuw werden ook de heidegebieden ontgonnen en bruikbaar gemaakt als landbouwgrond. Dit was in die tijd mogelijk, omdat toen kunstmest werd uitgevonden die de grond vruchtbaarder kon maken. Het plangebied is gelegen in een heideontginningsgebied en heeft ook de kenmerken van dit landschap overgenomen.

Er is sprake van een rechtlijnige verkaveling en een open karakter. De begroeiing zie je vaak terug in de vorm van lanen en kleine bosjes. Stedelijke laag en laag van de beleving Voor de stedelijke laag en de laag van de beleving gelden ter plaatse van het plangebied geen specifieke kenmerken en worden daarom verder buiten beschouwing gelaten. Conclusie Het in Bijlage 1 opgenomen ruimtelijk kwaliteitsplan is gebaseerd om de toegekende ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken. Met inachtneming hiervan en de motiveirng voor de generieke beleidskeuzes in deze toelichting wordt geconcludeerd dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Mijn Omgevingsvisie Dinkelland

De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft in 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving voor het grondgebied van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: 24

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen. 2. We geven het goede voorbeeld. 3. We wentelen niet af op volgende generaties. 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Dinkelland is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Dinkelland komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek.

Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Dinkelland streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Daarbij wordt gewerkt aan speerpunten. Voor het 'Buitengebied in balans' zijn dat: toekomstgerichte agrarische sector; goede staat van natuur en landschap; kwalitatief toerisme. Beoordeling van de plannen: In afbeelding 3.3 is een fragment van de waardenkaart opgenomen.

Afbeelding 3.3: fragment waardenkaart, plangebied aangepijld (bron: gemeente Dinkelland) Op grond van MijnOmgevingsvisie Dinkelland valt het plangebied onder de aanduiding 'gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek'. Hier wordt aangegeven om in te spelen op onder andere de schaal van het landschap, afwisseling, bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is, behoud van waarden, geclusterde bebouwing en heldere structuren. Voor het plan aan de Loodijk 4 geldt dat het een kleinschalige ontwikkeling betreft (uitbreiding van bestaande niet-agrarische bedrijvigheid). Het perceel wordt landschappelijk goed ingepast door uitheemse soorten te verwijderen en juist te vervangen voor inheemse soorten, daarbij wordt de groeninpassing vergroot. Ten slotte worden er extra investeringen in de ruimtelijke kwaliteit verricht op basis van de kwaliteitsimpuls groene omgeving. Het plan is in lijn met de omgevingsvisie Dinkelland.

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

25

3.3.2

Buitengebied met kwaliteit

De gemeenten Tubbergen en Dinkelland hebben gezamenlijk de uitwerking van de omgevingsvisie opgepakt. Het beleid is opgesteld ter vervanging van vele andere ruimtelijke regelingen. Volgens de gemeente werd dit onnodig ingewikkeld. De absolute doelstelling van het beleid is om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Er zijn algemene randvoorwaarden opgesteld: 1. De ontwikkeling moet leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. 2. Bij elke ontwikkeling hoort een basisinspanning. 3. Er is een balans tussen ontwikkeling en de kwalitatieve investeringen. 4. De ontwikkeling past naar aard en omvang. 5. De bestaande infrastructuur is toereikend. 6. Parkeren vindt op eigen erf plaats. 7. Er is geen sprake van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. 8. Er is geen onevenredige afbreuk voor aanwezige functies. 9. Er is geen onevenredige afbreuk aan de belangen van derden. 10. Indien noodzakelijk wordt er een bedrijfsplan gevraagd. 11. In het bestemmingsplan worden de ruimtelijke verplichtingen opgenomen. 12. Gecombineerde toepassingen van de beleidsregels is mogelijk. 13. Niet actuele vergunningen kunnen niet worden benut.

Beoordeling van de plannen: Op dit plan is paragraaf 5.4 'uitbreiden bedrijfsperceel' van het beleid van toepassing. Voor het uitbreiden van een bestaand bedrijfsperceel met de functie ‘Bedrijf (niet-agrarisch)’, is een aanvullende kwaliteitsimpuls vereist. De hoogte van deze kwaliteitsimpuls wordt bepaald door een berekening van de waardevermeerdering De aanvraag betreft een functiewijziging waarbij de bestemming "agrarisch" wordt omgezet naar "bedrijfsbestemming". De bestemming ter plaatse van de beoogde uitbreiding zal aangepast moeten worden. De vergroting van het bedrijfsperceel betreft 2.609 m2. De waardevermeerdering is volgens het gebruikte format uit het beleid € 50,- per m2. Daarmee is er sprake van een waardevermeerdering van € 130.450,- exclusief btw. Naast de waardevermeerdering is er ook sprake van waardevermindering. Het voorgestelde struweel aan het erf wordt bestemd als bos/natuur en derhalve kan de afwaardering van € 3.732,- in mindering worden gebracht. Daarom is er sprake van een waardevermeerdering van € 126.718,-. Op deze locatie kan de maatwerkclausule worden toegepast op de volgende aspecten: Werkgelegenheid Veiligheid Ruimtegebrek logistiek. Dit zorgt voor een verlaging van het percentage met 4 keer 5%, wat een totaal geeft van 20% dat zorgt voor een vermindering van € 25.343,60.

Daarnaast worden de kosten van het landschapsontwerp (€ 5.000,-) en de kosten van het kwaliteitsteam in mindering gebracht. Voorgenoemde levert een netto investering op van € 95.874,40. Dit bedrag zal worden geïnvesteerd in de cultuurhistorische molen van Saasveld. Hiermee voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan het gestelde beleid.

3.3.3

Casco benadering Noordoost Twente

De gemeente Dinkelland hanteert, vooral ter bescherming van het bestaande landschap, het casco beleid. Door het casco beleid is het mogelijk om via een kaart te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot de casco behoren. Elementen als onderdeel uitmakend van de Casco zijn in principe niet te verwijderen (groen lijnen/vlakken op de kaart).

26

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

Afbeelding 3.4: fragment van de cascokaart ter plaatse van plangebied (bron: geo.overijssel.nl) De ontwikkeling op de planlocatie heeft weinig gevolgen voor de bestaande casco elementen. Uit de bomenrij aan de oostkant van de locatie zal één enkele boom worden gekapt, wat geen noemenswaardige verandering voor het element als gevolg heeft. De ontwikkeling heeft daarom geen consequenties voor het cascobeleid en/of het cascobeleid heeft geen consequenties voor de ontwikkeling.

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

27

28

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Voor wat betreft de omgevingsaspecten geldt dat voor het perceel Windmolenweg 8 in Saasveld enkel sprake is van een KGO-investering nabij en aan de bestaande molen. De ontwikkeling aldaar heeft dan ook geen effect op de in paragrafen 4.1 tot en met 4.11 omgevingsaspecten. Voor de ontwikkelingen aan de Loodijk 4 wordt in dit hoofstuk een verdere beschouwing en toetsing aan de omgevingsaspecten verricht.

4.1 Besluit milieueffectrapportage De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffect-rapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bij-lage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). In het geval dat een activiteit wel genoemd staat in de D-lijst maar onder de genoemde drempelwaarde blijft, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Drempelwaarden Besluit m.e.r. Dit bestemmingsplan voorziet in de planologische kaders voor een uitbreiding van de bedrijfsbestemming en voldoet daarmee aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Het transportbedrijf is al jarenlang een begrip in gemeente Dinkelland en is door de jaren gegroeid en kampt hierdoor met een tekort aan bedrijfs- en stallingsruimte. Het betreft hier met name een tekort aan verhard oppervlak voor het buiten stallen van vrachtwagens. Deze benodigde voorzieningen zijn beoogd deels buiten de vigerende bedrijfsbestemming op de (agrarische) gronden rondom van huidige bedrijfsperceel. Deze gronden zijn echter bestemd voor agrarische doeleinden.

Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Zekerheidshalve is voor onderhavige ontwikkeling een m.e.r. aanmeldnotitie opgesteld. Deze is opgenomen in Bijlage 2. De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van het uitbreiden van het transportbedrijf.

Als gevolg van bovengenoemde groei is de eigenaar voornemens het bedrijfsperceel te vergroten ten behoeve van de stalling van vrachtwagen middels de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO regeling). Op basis van de stukken wordt in Bijlage 3 geconcludeerd dat de genoemde onderdelen bij soort en

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

29

kenmerk van het potentiële effect zijn voldoende beschreven in de aanmeldnotitie. Het bevoegd gezag is van mening dat er voor wat betreft de soort en kenmerken van het potentiële effect geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten die noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapport. Conclusie Met inachtneming van vorenstaande vormt het Besluit milieueffectrapportage geen belemmering voor het onderhavig plan

4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In afbeelding 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

afbeeldi ng 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Beoordeling van de plannen: Het plangebied is gelegen aan de Loodijk 4 in Saasveld in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. De richtafstanden die tot het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' behoren dienen dus als uitgangspunt genomen te worden. Externe werking Onderhavig bestemmingsplan maakt mogelijk om binnen het plangebied in een uitbreiding te voorzien voor het transportbedrijf. De te realiseren uitbreiding maakt onderdeel uit van een milieubelastende activiteit. Voor deze 30

bestemmingsplan Buitengebied, Loodijk 4 Saasveld

functie geldt dat de activiteit ' Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m²' het meeste raakvlak heeft. Op basis van deze activiteit geeft de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' een richtafstand van 100 m voor geluid en 30 m voor gevaar. De dichtstbijzijnde gevoelige functies zijn woonerven. Het dichtstbijzijnde woonerf ligt aan de overzijde van de Loodijk, op slechts 10 meter afstand ten zuiden van het plangebied. Het betreft hier Loodijk nummer 3. Loodijk 5 ligt op een afstand van 50 meter ten westen van het plangebied. Beide locaties liggen binnen de richtafstand van 100 meter voor geluid. Vooropgesteld moet geconstateerd worden dat de onderlinge afstand van het bedrijf Loodijk 4 ten opzichte van het woonerf Loodijk 3 en 5 niet kleiner wordt. De uitbreiding vindt namelijk plaats aan de noord- en oostzijde van het plangebied, dus juist verder van Loodijk 3 en 5 af. Planologisch bezien verandert in de onderlinge afstand tussen de woonerven en bedrijfsperceel dus niets. Bovendien wordt in de feitelijke situatie juist een verbetering aangebracht. In de huidige situatie ontsluit het transportbedrijf op de Loodijk, nabij de woonerven Loodijk 3 en 5. Het aan- en afrijden van vrachtverkeer zorgt vanuit het bedrijf voor de grootste geluidshinder. Onder andere daarom wordt de inrit verplaatst naar de Remmertweg (oostkant bedrijfsperceel).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/822/documents/21295