CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA Saasveld, Molenbeekweg 14 incl bijlagen.pdf

Gemeenteraad 8 juli 2025, gemeente DinkellandBij agendapunt: 11: Voorstel inzake bindend advies toestaan zorgboerderij bij het agrarische bedrijf aan de Molenbeekweg 14 te Saasveld32.975 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14

Status: Definitief

Juni 2025

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief

Ruimtelijke onderbouwing “Saasveld, Molenbeekweg 14”

Plannaam: Plantype: (BOPA) Status:

Ruimtelijke onderbouwing “Saasveld, Molenbeekweg 14” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een buitenplanse

Datum:

Juni 2025

omgevingsplanactiviteit

Definitief

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3

INLEIDING EN AANDUIDING PLANGEBIED.............................................................................. 3 BEOORDELINGSKADER EN BELANGENAFWEGING ...................................................................... 4 LEESWIJZER .............................................................................................................. 5

HOOFDSTUK 2 2.1 2.2

TOEKOMSTIGE SITUATIE ...........................................6

GEWENSTE ONTWIKKELING ............................................................................................. 6 RUIMTELIJKE UITSTRALING EN INPASSING IN DE OMGEVING ........................................................ 8

HOOFDSTUK 3 3.1 3.2

INLEIDING.............................................................3

TOETSING AAN OMGEVINGSPLAN .................................9

OMSCHRIJVING NIEUWE SITUATIE ..................................................................................... 9 TOETSING AAN OMGEVINGSPLAN ....................................................................................... 9

HOOFDSTUK 4

TOETSING AAN VISIE EN BELEID, VOOROVERLEG, PARTICIPATIE EN BINDEND ADVIESRECHT ............................................... 12 4.1 4.2

VISIE EN BELEID VOOR HET PLANGEBIED ............................................................................ 12 VOORBEREIDINGSFASE / VERKENNINGSFASE MET STAKEHOLDERS ............................................... 24

HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU .............. 26

LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING ....................................................................... 26 M.E.R.-BEOORDELING ................................................................................................. 27 VERKEERSGENERATIE, -AFWIKKELING EN PARKEREN ............................................................... 28 SOORTENBESCHERMING EN GEBIEDSBESCHERMING ................................................................ 29 LUCHTKWALITEIT ...................................................................................................... 31 GELUID ................................................................................................................. 32 GEUR ................................................................................................................... 35 OMGEVINGSVEILIGHEID ............................................................................................... 36 TRILLING ............................................................................................................... 37 ARCHEOLOGIE ...................................................................................................... 38 BODEM ..............................................................................................................

40 WATERBELANG ...................................................................................................... 41

HOOFDSTUK 6

FINANCIËLE HAALBAARHEID .....................................43

HOOFDSTUK 7

VOORWAARDEN OMGEVINGSVERGUNNING .................... 44

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................45 BIJLAGE 1 – PARTICIPATIE .................................................................................................... 45 BIJLAGE 2 – VERKENNEND BODEMONDERZOEK .............................................................................. 46 BIJLAGE 3 – WATERTOETS .................................................................................................... 47

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief

HOOFDSTUK 1

1.1

INLEIDING

Inleiding en Aanduiding plangebied

Deze ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op het agrarische bedrijfsperceel aan de Molenbeekweg 14 in Saasveld, in de gemeente Dinkelland (hierna: projectgebied). In de huidige situatie staan hier een bedrijfswoning en twee schuren. De exploitant van zorgboerderij ‘Alles Kidts’ (hierna: initiatiefnemer), nu gevestigd in Geesteren, is van plan de zorgboerderij te verhuizen naar het projectgebied. De zorgboerderij biedt opvang aan kinderen tot en met 18 jaar met een indicatie. Er zijn maximaal 12 kinderen per groep tegelijkertijd aanwezig op de zorgboerderij Om de zorgboerderij te kunnen huisvesten, zullen het bestaande volledige bedrijfswoning (14 en 14A in de huidige situatie) en de meest noordelijke schuur (als o.a. binnenspeelplaats) in gebruik worden genomen. Daarnaast worden er, ten behoeve van de zorg en het welzijn van de kinderen, enkele dieren hobbymatig gehouden. Het gaat onder andere om paarden, geiten, schapen, kippen en varkens. Deze worden in de schuur en in de buitenruimte achter de woning gehouden. Bij deze schuur wordt ook een buitenspeelplaats (ten zuidoosten van de schuur) voor de kinderen gerealiseerd. De grote koeienschuur in het midden van de projectlocatie blijft in gebruik bij de verhuurder voor de huisvesting van jongvee en wordt niet in gebruik genomen door de zorgboerderij.

De werkzaamheden van de agrariër en de werkzaamheden rondom de zorgboerderij zijn gescheiden van elkaar en worden gezien als twee losse activiteiten. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 2.1 van deze motivering. Om het voornemen mogelijk te maken, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Hiervoor dient op basis van artikel 8.0 lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) te worden aangetoond dat de BOPA in overeenstemming is met “een evenwichtige toedeling van functies aan locaties”. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin. Het projectgebied ligt in de gemeente Dinkelland, ten noordwesten van de kern Saasveld en ten zuidoosten van de kern Albergen. Het projectgebied staat kadastraal bekend als (voormalige) gemeente Weerselo (WSL02), sectie T, nummers: 228 (gedeeltelijk) en 229. De ligging van het projectgebied is indicatief weergegeven in afbeelding 1.1 met een rode ster en een rode omlijning.

Afbeelding 1.1

Ligging projectgebied (Bron: plattekaart.nl, bewerkt door BJZ.nu)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief

1.2

Beoordelingskader en belangenafweging

1.2.1

Beoordelingskader

Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan. Bij vergunningverlening van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geldt enerzijds dat een vergunning voor de activiteiten alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving en milieu relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader worden onderzocht en afgewogen. De taak om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ligt primair bij de gemeente. De beleidsruimte van de gemeente wordt op verschillende manieren ingekaderd. De belangrijkste zijn de instructieregels van het Rijk en de provincie. Op basis van artikel 8.0b lid 1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de volgende regels en instructies van toepassing: • • •

de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie.

In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld. Bij de beoordeling of de gemeente een vergunning wil verlenen voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit is rekening gehouden met deze regels dan wel zijn deze regels betrokken of in acht genomen. Daarnaast heeft de gemeente haar beleidsruimte ingevuld met beleidsregels voor de fysieke leefomgeving, zodat de buitenplanse omgevingsplanactiviteit ook hieraan wordt getoetst. Het gaat hier om de omgevingsvisie en de andere beleidsdocumenten voor de verschillende specifieke onderdelen. De gemeenteraad heeft een aantal gevallen aangewezen waarvoor een bindend advies van de gemeenteraad is vereist alvorens de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit vergunning verleend kan worden. Wanneer de gemeenteraad een negatief advies geeft moet de gevraagde vergunning door het college worden geweigerd. De evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijzen zijn afgewogen. De aanvrager wenst de gevraagde activiteiten te realiseren. De gemeente wenst de doelen uit haar beleid te verwezenlijken.

De belangen van de omwonenden zijn gelegen in een goed woon- en leefklimaat. De omliggende bedrijven hebben belang bij een ongehinderde bedrijfsvoering en een goed werkklimaat. 1.2.2

Belangenafweging

Het college heeft bij het bepalen om wel of geen vergunning te verlenen om af te wijken van het omgevingsplan beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende functies en maatvoeringen vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeente bestaan over de wenselijk geachte ontwikkelingen in het projectgebied. Verder mag het project niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijzen worden afgewogen. Ondanks dat het project in strijd is met het omgevingsplan kan de omgevingsvergunning voor het project worden verleend, omdat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zoals uit de hierna opgenomen hoofdstukken blijkt draagt het project bij aan de visie en beleid die de gemeente voor dit projectgebied heeft en blijkt dat wordt voldaan de instructieregels van het Rijk en provincie. Het waterschap is akkoord met het project. Verder is het project afgestemd met omwonenden.

Voorts zijn in hoofdstuk 5 de ruimtelijk relevante aspecten voor het bereiken en in BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit afgewogen. Gelet op voorgaande overwegingen zijn er in hoofdstuk 7 voorwaarden aan de vergunning verbonden voor de ontwikkeling van het project. Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de belangen van omwonenden, levert de omgevingsvergunning geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. Het verlenen van de omgevingsvergunning is evenwichtig en geschikt om het project te realiseren.

1.3

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst de gewenste ontwikkeling omschreven. In hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Hoofdstuk 4 omschrijft de toetsing van de ontwikkeling aan de visie en beleid voor het plangebied op rijks-, provinciaals en gemeentelijk niveau. Daarna wordt ingegaan op de resultaten van het (bestuurlijk) vooroverleg, het participatietraject en of een bindend advies van de gemeenteraad benodigd is. In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten, waarna in hoofdstuk 6 de financiële haalbaarheid aan de orde komt. In hoofdstuk 7 wordt de conclusie van voorliggende ruimtelijke onderbouwing beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief

HOOFDSTUK 2

2.1

TOEKOMSTIGE SITUATIE

Gewenste ontwikkeling

Dit project voorziet in de verhuizing van zorgboerderij ‘Alles Kidts’ naar de locatie aan de Molenbeekweg 14 in Saasveld. De huidige situatie is weergegeven op de luchtfoto in afbeelding 2.1; het projectgebied is gemarkeerd met een rode omlijning. De zorgboerderij zal de volledige bestaande bedrijfswoning en de meest noordelijk gelegen schuur in gebruik nemen. De grote stal op het perceel blijft buiten het projectgebied en is niet functioneel verbonden met de zorgboerderij. Deze stal is onderdeel van een agrarisch bedrijf aan de overzijde van de weg en wordt gebruikt voor het houden van jongvee. Er is geen samenwerking of uitwisseling tussen de zorgboerderij en de veehouderij; beide activiteiten zijn volledig zelfstandig. De buitenruimte achter de woning wordt gebruikt voor het hobbymatig houden van dieren van de zorgboerderij, zoals paarden, schapen, kippen, geiten en varkens. De kinderen lopen vanuit de woning via de paardenweide naar de schuur aan de achterzijde van het perceel. Op deze manier blijft de routing intern op het terrein en worden de zorgboerderij en de agrarische activiteit fysiek en functioneel van elkaar gescheiden. De buitenruimte achter de schuur wordt ingericht als buitenspeelplaats. Er worden geen nieuwe gebouwen gerealiseerd; de ontwikkeling betreft uitsluitend een wijziging in het gebruik van bestaande gebouwen en terreinen.

In de woning worden enkele aanpassingen gedaan aan de slaapkamers en worden extra slaapkamers toegevoegd ten behoeve van overnachtingen in de weekenden. De nieuwe indeling is weergegeven in afbeelding 2.2. Buiten deze beperkte aanpassing blijven de indeling en uitstraling van de woning ongewijzigd. Ook de schuur ondergaat geen fysieke wijzigingen en zal worden gebruikt als binnenspeelruimte en voor het verzorgen en huisvesten van de genoemde dieren. De zorgboerderij is kleinschalig van opzet en werkt met kleine groepen. De weekindeling is als volgt • • • • •

Maandag t/m donderdag (tijdens school- en vakantieweken): maximaal 12 kinderen verblijven op de locatie voor logeerzorg; Maandag t/m vrijdag: buitenschoolse opvang (BSO) van 14.00 tot 18.00 uur met maximaal 12 kinderen; Vrijdag t/m zondag (tijdens school- en vakantieweken): weekendlogeren van vrijdag 16.30 uur tot zondag 16.30 uur met maximaal 12 kinderen; Zaterdag en zondag (tijdens school- en vakantieweken): dagopvang van 09.00 tot 16.00 uur met maximaal 12 kinderen; Schoolvakanties: overdag elke dag opvang van 09.00 tot 16.00 uur met maximaal 12 kinderen.

Daarnaast zijn er gemiddeld per 4 tot 6 kinderen één begeleider aanwezig (afhankelijk van indicatie. Tijdens de begeleidingsuren worden stagiaires ingezet voor extra ondersteuning). Dagelijks op maandag t/m vrijdag zijn er ongeveer 3 medewerkers op locatie aanwezig voor kantoorwerkzaamheden. De kantoormedewerkers hebben allen een zorgachtergrond waardoor zij bij kunnen springen op de groep indien nodig. Eén kantoor medewerker heeft een SKJ-registratie. Het halen en brengen van kinderen gebeurt grotendeels via taxi. Enkele kinderen worden door ouders zelf gebracht en/of gehaald.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief

Afbeelding 2.1

Luchtfoto van het projectgebied (Bron: PDOK, bewerkt)

Afbeelding 2.2

Indeling woning Molenbeekweg 14, Saasveld t.b.v. zorgboerderij (Bron: Floorplanner)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief

2.2

Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving

Dit project gaat alleen uit van een wijziging in het gebruik van de bestaande bedrijfswoning en de schuur op de projectlocatie t.b.v. de verhuizing van een zorgboerderij. Er wordt niet gesloopt of nieuw gebouwd. De buitenruimtes worden slechts gebruikt als buitenspeelplaats voor de kinderen. Het voornemen heeft hierdoor geen negatieve invloed op bestaande landschappelijke en/of stedenbouwkundige waarden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief

HOOFDSTUK 3

TOETSING AAN OMGEVINGSPLAN

In deze paragraaf wordt het initiatief (de vergunningplichtige omgevingsplanactiviteit(en) of de gevraagde wijziging van het omgevingsplan) getoetst aan het geldende omgevingsplan. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat in ieder geval uit: • • • •

3.1

Bestemmingsplannen, wijzigingsplannen Hoofdstuk 22 Bruidsschat Hogere waarden besluiten Gemeentelijke verordeningen: Erfgoedverordening, Geurverordening Dinkelland, Verordening afvoer van hemelwater, Bodemkwaliteitskaart.

Omschrijving nieuwe situatie

Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een zorgboerderij aan de Molenbeekweg 14 in Saasveld. De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaande bebouwing, op gronden met een agrarische bestemming.

3.2

Toetsing aan omgevingsplan

3.2.1

Strijdigheden met bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied 2010’

Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Dinkelland. Ter plaatse van het projectgebied is sprake van het omgevingsplan van rechtswege zoals deze in werking is getreden op 3 juli 2024. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat ter plaatse uit de volgende documenten: • • •

Omgevingsplan gemeente Dinkelland (03-07-2024); Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland (29-05-2018); Bestemmingsplan Buitengebied 2010 (18-02-2010).

Voor de duiding van het planologisch regime van het projectgebied is met name het bestemmingsplan “Buitengebied 2010” van belang. Het omgevingsplan bevat in de huidige situatie namelijk uitsluitend de regels van de bruidsschat. Op basis van het bestemmingsplan is het projectgebied voorzien van de bestemming “Agrarisch-1” en de aanduidingen “specifieke vorm van agrarisch – bouwperceel gemengd agrarisch bedrijf”, “specifieke vorm van agrarisch uitgesloten – boom- en sierteelt” en “reconstructiewetzone – landbouwontwikkelingsgebied”. Er is een bouwvlak opgenomen binnen het projectgebied. In afbeelding 3.1 is een uitsnede van de verbeelding, behorende bij het geldende bestemmingsplan opgenomen. Het projectgebied is hierin indicatief weergegeven met de rode contour.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief

Afbeelding 3.1

Uitsnede geldend bestemmingsplan (Bron: Omgevingswet.overheid.nl, bewerkt)

Bestemming “Agrarisch – 1” De voor “Agrarisch-1” aangewezen gronden zijn in het bijzonder bestemd voor: • •

•

• •

Het agrarisch gebruik; de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in de vorm van een sierteelt- en/of boomkwekerijbedrijf al dan niet in combinatie met detailhandel in ter plaatse gekweekte en geproduceerde planten, struiken, bomen en andere benodigdheden, indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel sierteelt- en/of boomkwekerijbedrijf”; de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in combinatie met een niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch – bouwperceel gemengd agrarisch bedrijf”; het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering al dan niet in combinatie met mantelzorg, dagbesteding en educatie, voorzover de gronden zijn voorzien van een bouwperceel; het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden.

Strijdigheid Het voornemen is om aan de Molenbeekweg 14 in Saasveld een zorgboerderij te realiseren in bestaande bebouwing. De voorgenomen ontwikkeling is momenteel niet mogelijk op basis van het omgevingsplan, omdat de benodigde gebruiksregels hiervoor ontbreken. Het gebruik van de gronden als zorgboerderij is op basis van het “Bestemmingsplan Buitengebied 2010” niet toegestaan. De gronden waar de ontwikkeling plaats gaat vinden zijn namelijk aangemerkt met een “Agrarisch – 1”-bestemming met de functieaanduidingen “specifieke vorm van agrarisch – bouwperceel gemengd agrarisch bedrijf” en “specifieke vorm van agrarisch uitgesloten – boom- en sierteelt”. Een zorgboerderij richt zich primair op zorgverlening en dagbesteding, wat strijdig is

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief met de agrarische bestemming en de functie aanduiding “specifieke vorm van agrarisch – bouwperceel gemengd agrarisch bedrijf”. Om het voornemen te realiseren, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). De BOPA zorgt voor het gewenste juridischplanologisch kader. Een omgevingsvergunning voor een BOPA kan op basis van artikel 8.0 Bkl worden verleend, wanneer dit in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. 3.2.2

Bruidsschat

De bruidsschat bevatten regels over onderwerpen die tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet in nationale regelgeving waren opgenomen (door het Rijk opgestelde regels). Onder de Omgevingswet worden deze door gemeenten geregeld. De bruidsschat maakt onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De bruidsschat bevat regels op het gebied van bouwen, milieubelastende activiteiten en overige activiteiten en is opgenomen in hoofdstuk 22 van de regels van het omgevingsplan. Het grootste gedeelte van deze regels is gericht op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit geldt bijvoorbeeld voor milieuregels (zoals regels over geurnormen en de afstand tot een geurgevoelig object). Voor dat deel van de regels geldt dat het mogelijk is om van het omgevingsplan af te wijken. De relevante bruidsschat bepalingen komen in hoofdstuk 5 van deze motivering verder aan bod.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief

HOOFDSTUK 4

TOETSING AAN VISIE EN BELEID, VOOROVERLEG, PARTICIPATIE EN BINDEND ADVIESRECHT

4.1

Visie en beleid voor het plangebied

Deze paragraaf beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven. 4.1.1

Rijksbeleid

4.1.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: •

•

•

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

4.1.1.2 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid In voorliggend geval betreft het een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in de voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgenomen ontwikkeling. In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat. Hoofdstuk 3 en 4 zijn reeds ingegaan op de instructieregels zoals vervat in paragraaf 5.1.5, 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief 4.1.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. 4.1.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Leidende thema’s voor de Omgevingsvisie zijn: • •

Duurzaamheid; Ruimtelijke kwaliteit.

Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: •

• •

•

door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon, werk- en mixmilieu’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid.

4.1.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. De provincie zet voornamelijk in op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. 4.1.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal.

Aan de hand van deze drie stappen kan bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief

Afbeelding 4.1

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Hieronder worden de generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken nader toegelicht. Of – generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen van de provincie. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. Waar – ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of kan worden ontwikkeld. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven.

Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaaleconomische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief lokale invulling van de signaleringsgrenzen.

begrenzing: de

grenzen van de

ontwikkelingsperspectieven zijn

Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer. 4.1.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Toetsing van voorliggend initiatief aan het uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel geeft globaal het volgende beeld. 4.1.2.4.1

Of – generieke beleidskeuzes

De beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie zijn doorvertaald in regels van de Omgevingsverordening. Voor dit plan zijn onderstaande artikelen uit de verordening van belang. Artikel 4.9 (ruimtelijke kwaliteit): Omgevingsplannen bevatten een onderbouwing waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit waarin: • • •

het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) uit de Omgevingsvisie Overijssel wordt toegepast; wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat volgens de Omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied; en inzichtelijk gemaakt wordt hoe de vier-lagenbenadering van het uitvoeringsmodel is toegepast en de catalogus Gebiedskenmerken (bijlage VII) is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.

Toetsing van het initiatief aan de ‘Generieke beleidskeuzes’ Ruimtelijke kwaliteit Voorliggend initiatief doet geen afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit van de projectlocatie en omgeving ter plaatse. De ontwikkeling vindt volledig plaats binnen bestaande bebouwing. Verder wordt het aspect ruimtelijke kwaliteit besproken door het raadplegen van het uitvoeringsmodel van de provincie Overijssel en volgt het de ontwikkelperspectieven die hierin beschreven zijn. In de volgende paragraaf worden de ontwikkelperspectieven uitgebreid toegelicht. Het voornemen heeft hiermee in voldoende mate rekening gehouden met artikel 4.9 ‘ruimtelijke kwaliteit’. 4.1.2.4.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Het projectgebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel de ontwikkelingsperspectieven ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’ en ‘Zone ondernemen met natuur en water buiten het NNN’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief

Afbeelding 4.2 kaart)

Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Regels op de

‘Ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’ Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Onder verduurzaming verstaan we hier: realisatie van de waterkwaliteitsdoelen, gezondheid en welzijn van mens en dier, bijdrage aan de energietransitie, klimaatbestendigheid en ketenoptimalisatie, en ontwikkelen met aandacht voor – en waar mogelijk in dialoog met – omwonenden. Agrarische ondernemers staan voor de uitdaging om hun – vaak grote – gebouwen en erven zo vorm te geven dat ze passen bij maat en schaal van het landschap en de ruimtelijke en milieukwaliteit versterken. Het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap biedt ruimte aan concurrerende en innovatieve vormen van landbouw en aan opwekking van hernieuwbare energie. Denk daarbij aan zonnepanelen, maar ook aan windenergie en biovergisters. Wat betreft windenergie liggen vanuit de optiek van rendement de beste (wind)kansen in het noorden en noordwesten van de provincie: daar waait het het hardst.

Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief ‘Zone ondernemen met Natuur en Water buiten het NNN’ Er zijn gebieden binnen de Zone ONW die buiten het natuurnetwerk liggen. In deze gebieden is ruimte voor groen ondernemerschap, voor initiatieven en functies die de economische en maatschappelijke dragers zijn van de kwaliteit van natuur, water en landschap én ruimte voor continuïteit van de aanwezige landbouwfunctie. Initiatieven van bewoners en ondernemers zijn hier leidend: zij zijn eigenaar en vormgever van de omgevingskwaliteit. De na te streven kwaliteitsdoelen voor natuur en water zijn daarbij het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan het ‘Ontwikkelingsperspectief’ De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Afwijkingen van de ontwikkelingsperspectieven zijn mogelijk, mits de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken wordt versterkt en er voor de beoogde ontwikkeling geen sprake is van een m.e.r.-plicht. In voorliggend geval is sprake van een ontwikkeling die aansluit bij de ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving. De ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande ruimtelijke structuur. Op deze manier wordt geen afbreuk gedaan aan de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, omdat er geen veranderingen plaatsvinden aan de erfstructuur en er geen versnippering wordt veroorzaakt.

Hiermee wordt aangesloten bij het ontwikkelingsperspectief ‘agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’. Daarnaast past het initiatief binnen de zone ondernemen met Natuur en Water buiten het NNN, omdat de voorgenomen ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op de omgevingskwaliteit en de juiste kansen biedt voor een duurzame combinatie van functies (agrarisch met zorg). 4.1.2.4.3

Hoe - Gebiedskenmerken

Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarischcultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het projectgebied kent geen kenmerken uit de “Stedelijke laag” en “Laag van de beleving”, deze lagen worden daarom ook buiten beschouwing gelaten. Natuurlijke Laag Het projectgebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” aangeduid met het gebiedstype “Dekzandvlakte en ruggen”. Afbeelding 4.3 betreft een uitsnede van de gebiedskenmerken kaart van de “Natuurlijke laag”. De locatie is indicatief met rode contour weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief

Afbeelding 4.3

Uitsnede gebiedskenmerkenkaart ‘Natuurlijke laag’ (Bron: Regels op de kaart)

‘Dekzandvlakte en ruggen’ De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan de “Natuurlijke laag” Voorliggende ontwikkeling voorziet niet in werkzaamheden die invloed hebben op de kenmerken van de “Natuurlijke laag”. Het initiatief betreft een zeer kleinschalige ontwikkeling die plaatsvindt in bestaande bebouwing. Er vinden geen ingrijpende aanpassingen plaats waardoor de ruimtelijke structuren van de dekzandvlakte en ruggen verstoord worden. Laag van het agrarisch cultuurlandschap Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling ervan hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we het agrarisch cultuurlandschap in de loop van de tijd gaan waarderen.

Het heeft als “consumptielandschap” voor bewoners, recreanten en toeristen nieuwe betekenis gekregen. De landschappelijke structuren zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit. Het projectgebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” gelegen in het gebiedstype “Jong heide- en broekontginningslandschap”. Het projectgebied is in afbeelding 4.4 met een rode omlijning indicatief weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief

Afbeelding 4.4

Uitsnede gebiedskenmerkenkaart ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ (Bron: Regels op de kaart)

Jong heide- en broekontginningslandschap De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuur verbeteraar en bemesting voor de akker gronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waar door de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. De ambitie is de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevige impuls te geven en soms een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Binnen deze raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms de vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen.

Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” De voorgenomen ontwikkeling betreft de vestiging van een zorgboerderij binnen de bestaande bebouwing aan de Molenbeekweg 14 in Saasveld, zonder uitbreiding of ingrijpende wijzigingen in het landschap. Hierdoor blijft de rechtlijnige ontginningsstructuur behouden en wordt geen afbreuk

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief gedaan aan de karakteristieke elementen van het jong heide- en broekontginningslandschap. De bestaande erfstructuur blijft intact. 4.1.2.5 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. 4.1.3

Gemeentelijk beleid

Het gemeente beleid is verwoord in tal van beleidsplannen het gebied van wonen, gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema’s gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsvisie en andere voor voorliggend initiatief relevante beleidsstukken. 4.1.3.1 Omgevingsvisie gemeente Dinkelland Algemeen De gemeente Dinkelland beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Dinkelland gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied , gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. Door inbreng van de samenleving is MijnOmgevingsvisie van ons allemaal! MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. 2. 3. 4.

de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten); hoe men daarop kan inspelen (speerpunten); hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan); welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart).

Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goede voorbeeld; 3. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. 4. We wentelen niet af op volgende generaties. Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. In voorliggend geval is gezien de ontwikkeling en locatie met name het thema ‘buitengebied in balans’ van belang. ‘Buitengebied in Balans’ De gemeente wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief In ons buitengebied komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. We zien landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op ons buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. Er wordt gestreefd naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit wordt samen gedaan met de inwoners, partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: • • •

toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur.

Waardenkaart Op de waardenkaart van de omgevingsvisie is het projectgebied aangeduid met de gebiedsaanwijzing ‘gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek’. De voorgenomen ontwikkeling is goed verenigbaar in dit gebied, aangezien dit gebied gericht is op ontwikkeling van verschillende functies. Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie De ontwikkeling van de zorgboerderij sluit aan bij het speerpunt Buitengebied in Balans uit de omgevingsvisie Dinkelland, doordat het een combinatie van functies mogelijk maakt die bijdragen aan een vitaal buitengebied. De zorgboerderij combineert sociaal-maatschappelijke en agrarische functies op een passende locatie, zonder de ruimtelijke kwaliteit of biodiversiteit aan te tasten. Daarnaast blijft het Twentse coulisselandschap behouden, aangezien de zorgboerderij wordt gevestigd in bestaande bebouwing en geen ingrijpende wijzigingen aan het landschap veroorzaakt. Daarmee draagt het initiatief bij aan een toekomstbestendige en diverse invulling van het buitengebied. 4.1.3.2 Woonzorgvisie gemeente Dinkelland Algemeen De gemeente Dinkelland heeft in samenwerking met bureau HHM en Tellers & Benoemers een woonzorganalyse laten uitvoeren als basis voor de Woonzorgvisie. Deze visie beschrijft de opgaven en doelen op het gebied van wonen, welzijn en zorg voor verschillende doelgroepen.

Centraal staan drie speerpunten: een passend woon(zorg)aanbod voor inwoners, een draagkrachtige en leefbare woonomgeving en succesvolle samenwerking tussen betrokken partijen. De visie biedt richting aan gemeentelijk beleid en initiatieven, met acties op het niveau van enthousiasmeren, faciliteren en stimuleren, en vormt daarmee de basis voor een uitvoeringsagenda gericht op een toekomstbestendig woonzorgaanbod in Dinkelland. Eén van de doelgroepen die centraal staat in de woonzorgvisie is de ‘kwetsbare jongeren’. Dit is tevens de doelgroep van de te realiseren zorgboerderij. In onderstaande paragraaf wordt verder ingegaan op deze groep. Kwetsbare jongeren In de Woonzorgvisie van de gemeente Dinkelland is specifiek aandacht voor kwetsbare jongeren, waaronder jongeren met een verstandelijke beperking, psychische problematiek of een instabiele thuissituatie. De visie benadrukt dat er binnen de gemeente een tekort is aan passende, kleinschalige woon- en logeervoorzieningen, terwijl de druk op de Jeugdzorg toeneemt. Het doel is om de residentiële jeugdhulp af te bouwen en om te vormen naar kleinschaligere, integrale vormen van opvang. Toetsing van het initiatief aan de woonzorgvisie De zorgboerderij voorziet in logeerzorg voor jongeren tot 18 jaar, wat aansluit bij de doelstellingen voor de doelgroep kwetsbare jongeren.

In de woonzorgvisie is het faciliteren van specifieke woon(zorg)initiatieven voor deze doelgroep expliciet genoemd, waaronder logeerplekken en andere BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief vormen van kleinschalig verblijf. Daarnaast is er in Dinkelland op dit moment slechts één plek voor logeerzorg binnen de Jeugdwet geregistreerd (pagina 14 van de visie), terwijl betrokken partijen verwachten dat de vraag juist zal toenemen. De zorgboerderij speelt hiermee in op een huidig tekort in het lokale zorgaanbod, zoals benoemd in de visie. Bovendien sluit het initiatief aan bij het beleid om residentiële jeugdhulp om te vormen naar kleinschalige, integrale vormen, wat de zorgboerderij in het buitengebied op natuurlijke wijze faciliteert. 4.1.3.3 Buitengebied met kwaliteit Algemeen De gemeente Dinkelland heeft met het beleidsdocument Buitengebied met kwaliteit een richtinggevend kader opgesteld voor de ontwikkeling van het landelijk gebied. Centraal staat het streven naar een vitaal, leefbaar en zorgvuldig ingericht buitengebied, waarin ruimte is voor zowel landbouw als andere functies zoals natuur, recreatie, wonen en maatschappelijke voorzieningen. Belangrijke uitgangspunten zijn het behoud en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit, het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven en het zoeken naar combinaties van functies die elkaar kunnen versterken.

Ontwikkelingen worden niet alleen beoordeeld op hun ruimtelijke impact, maar ook op hun bijdrage aan de leefomgeving, het landschap en de sociaaleconomische vitaliteit van het buitengebied. De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van een functiewijziging van agrarisch bedrijf naar een zorgboerderij (maatschappelijke functie). Hier sluit paragraaf 4.7.2 “Functiewijziging ‘Agrarisch bedrijf’ naar de functie ‘Bedrijf (niet-agrarisch)’, ‘Verblijfsrecreatie’ of een ‘Overige functie’” op aan. Functiewijziging ‘Agrarisch bedrijf’ naar de functie ‘Bedrijf (niet-agrarisch)’, ‘Verblijfsrecreatie’ of een ‘Overige functie’ Voor de functiewijziging van de functie ‘Agrarisch bedrijf’ naar de functie ‘Bedrijf (niet-agrarisch)’, ‘Verblijfsrecreatie’ of een ‘Overige functie’ gelden de volgende voorwaarden: 1. De legaal opgerichte gebouwen moeten vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen zijn die minimaal 5 jaar als zodanig in gebruik zijn geweest; 2. Indien de bestaande legaal opgerichte gebouwen niet meer functioneel te gebruiken zijn voor de nieuwe activiteit, is vervangende nieuwbouw mogelijk. Voor de berekening van de terug te bouwen oppervlakte geldt de volgende bouw-/sloopverhouding:

Terug te bouwen oppervlakte

Sloopverhouding met asbesthoudende golfplaten

Sloopverhouding zonder asbesthoudende golfplaten

Tot en met 100 m2

1 m2 extra is 1 m2 sloop

1 m2 extra is 2 m2 sloop

101 m2 tot en met 500 m2

1 m2 extra is 2 m2 sloop

1 m2 extra is 4 m2 sloop

501 m2 en meer

1 m2 extra is 3 m2 sloop

1 m2 extra is 5 m2 sloop

3. Extra m2 bebouwing wordt uitsluitend toegestaan indien elders binnen de gemeente Dinkelland of Tubbergen landschap ontsierende gebouwen worden gesloopt. Voor het toestaan van extra m2 bebouwing geldt bovengenoemde bouw-/sloopverhouding. 4. Karakteristieke gebouwen en monumentale gebouwen kunnen niet worden ingezet voor vervangende nieuwbouw/sloop, maar worden ingepast in de nieuwe erfopzet; 5. Indien de te behouden gebouwen landschap ontsierend zijn, kunnen eisen gesteld worden aan het verfraaien van de gebouwen zodat deze niet meer landschap ontsierend zijn; 6. Bedrijfsmatige buitenopslag van goederen of andere bedrijfsmatige activiteiten buiten de gebouwen is uitsluitend in ondergeschikte mate toegestaan en moet aantoonbaar noodzakelijk zijn voor de aard van de bedrijvigheid. De buitenopslag mag geen substantieel onderdeel vormen van de bedrijfsvoering en mag geen grotere oppervlakte beslaan dan 200 m2. Daarnaast moet de buitenopslag goed landschappelijk ingepast worden;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief 7. In afwijking van lid 6 zijn activiteiten buiten de gebouwen uitsluitend toegestaan indien het gaat om toeristisch-recreatieve functies, horeca, zorgfuncties of daarmee vergelijkbare functies of indien deze activiteiten noodzakelijk zijn in verband met de buitenopslag als bedoeld in lid 6; 8. Ingeval van een functiewijziging naar de functie ‘Verblijfsrecreatie’, dient voldaan te worden aan het bepaalde in bijlage 3; 9. Detailhandel in een andere vorm dan productiegebonden detailhandel is niet toegestaan. Maximaal 10% van de totale oppervlakte van de gebouwen tot een maximum van 100 m2 mag worden gebruikt voor productiegebonden detailhandel; 10. Uitsluitend indien het bestaande (bedrijfs)perceel niet toereikend is voor de nieuwe functie, kan onder voorwaarden een uitbreiding van het (bedrijfs)perceel worden toegestaan. Hiervoor gelden de regels uit deze beleidsnotitie die op de betreffende functie van toepassing zijn voor de uitbreiding van het (bedrijfs)perceel.

Toetsing van het initiatief aan beleidsdocument Buitengebied met kwaliteit In onderstaande tekst worden de besproken 10 uitgangspunten getoetst aan de voorgenomen ontwikkeling: 1. De gebouwen op het erf, waaronder de woning en de schuur, zijn legaal opgericht en zijn aantoonbaar langer dan 5 jaar in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. Aan dit criterium wordt voldaan 2. Niet van toepassing: De voorgenomen ontwikkeling ziet niet toe op sloop/bouwwerkzaamheden; 3. Niet van toepassing: De voorgenomen ontwikkeling ziet niet toe op bouwwerkzaamheden; 4. Niet van toepassing: De voorgenomen ontwikkeling ziet niet toe op sloop/bouwwerkzaamheden; 5. De gebouwen zijn landschappelijk passend (er wordt niet gebouwd of gesloopt) en maken deel uit van het bestaande erfbeeld. Aanpassingen aan de gebouwen blijven beperkt tot inpandig gebruik. Er is geen aanleiding om eisen aan uiterlijke verfraaiing te stellen. 6. Er is geen sprake van bedrijfsmatige buitenopslag. Eventuele opslag van materialen of gebruik van het erf vindt plaats op kleinschalige en hobbymatige wijze ten behoeve van de zorgboerderij. Hiermee wordt voldaan aan dit criterium. 7. De functie betreft een maatschappelijke voorziening (zorg), waarvoor buitenactiviteiten zoals buitenspelen en dierenverzorging zijn toegestaan. Het gebruik van de buitenruimte past binnen deze beleidsregel. 8.

Niet van toepassing: Er vindt geen functiewijziging naar de functie ‘Verblijfsrecreatie’ plaats; 9. Niet van toepassing: De voorgenomen ontwikkeling ziet niet toe op detailhandel; 10. Niet van toepassing: De voorgenomen ontwikkeling ziet niet toe op een uitbreiding van het (bedrijfs)perceel. De functiewijziging van een voormalig agrarisch gebruik naar een maatschappelijke functie in de vorm van een zorgboerderij voldoet aan de beleidsvoorwaarden die de gemeente Dinkelland stelt in het document Buitengebied met kwaliteit. Er is sprake van een kleinschalig initiatief dat past binnen de doelstellingen voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied. 4.1.3.4 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het gemeentelijk beleid Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid. 4.1.6

Nota omgevingskwaliteit (welstand)

Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot (1) repressief welstand (art. 22.7 BS), oftewel de excessenregeling en (2) beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (art. 22.29 BS). Op grond van artikel 4.114 Invoeringswet Omgevingswet, geldt de welstandsnota die is vastgesteld op basis van art. 12a Woningwet (oud), als een beleidsregel als bedoeld in 4.19 Omgevingswet. De

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt getoetst aan de Nota Omgevingskwaliteit. Beoordeling van een aanvraag Artikel 22.29 lid 1 onder b BS bepaalt dat een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerken alleen wordt verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota. Tijdelijke bouwwerken, niet zijnde seizoensgebonden werken zijn uitgesloten van deze welstandstoets. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt geen nieuw bouwwerk gerealiseerd. De zorgboerderij wordt compleet in bestaande bebouwing gerealiseerd. Slechts inpandig vindt er een enkele wijziging plaats in de vorm van een wijziging van een slaapkamer. De uiterlijke kenmerken van de bouwwerken ter plaatse veranderen niet. Er is geen welstandstoets nodig.

4.2

Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders

4.2.1

Vooroverleg provincie

De provincie Overijssel heeft de ‘uitzonderingenlijst vooroverleg ruimtelijke initiatieven 2023’ vastgesteld. In dit document is opgenomen welke ruimtelijke initiatieven/ontwikkelingen de provincie niet hoeft te zien zolang geen ander provinciaal beleid en/of andere provinciale belangen zoals NNN en grondwaterbescherming geraakt worden. De provincie heeft een lijst vastgesteld met gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor op grond van artikel 16.15a sub d Omgevingswet advies met instemming nodig is (Lijst advies en instemming (lijst BOPA)). Als de gewenste activiteiten zijn opgenomen op deze lijst dan is de provincie bevoegd om advies te geven en instemming te verlenen. Onthoudt de provincie instemming dan kan de omgevingsvergunning niet verleend worden. Het voorgenomen initiatief valt onder de ‘uitzonderingenlijst vooroverleg ruimtelijke initiatieven 2023’ (categorie woningbouw ruimtelijke initiatieven/ontwikkelingen in het buitengebied). Hierdoor is er voor de voorgenomen ontwikkeling geen vooroverleg met de provincie nodig, en is advies of instemming niet vereist. 4.2.2

Vooroverleg Waterschap Vechtstromen

Gezien de aard en omvang van het project heeft er geen vooroverleg plaatsgevonden met het waterschap. Het waterschap is op de hoogte gesteld van de voorgenomen ontwikkeling middels de watertoets. Dit is verder beschreven onder paragraaf 5.12 van deze ruimtelijke onderbouwing. 4.2.2

Participatie omgeving

Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Een ontwikkeling heeft namelijk niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. De initiatiefnemer heeft de afgelopen drie jaar intensief gezocht naar een geschikte locatie voor de zorgboerderij, waarbij meerdere panden in overleg met de gemeente zijn beoordeeld. De uiteindelijke locatie is zorgvuldig gekozen vanwege de agrarische setting, de ruime opzet en het ontbreken van directe achterburen. De overburen, tevens eigenaar van de omliggende grond, steunen het initiatief. Ook andere buurtbewoners zijn geïnformeerd en reageren positief. Daarnaast hebben ouders, kinderen, wijkcoaches en collega-zorgboeren enthousiast gereageerd, wat erop wijst dat er voldoende draagvlak is voor de ontwikkeling. Een afschrift van de mailwisseling, waarin de initiatiefnemer het participatietraject toelicht, is als bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing toegevoegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/944/documents/23832