BOPA Saasveld, Molenbeekweg 14 incl bijlagen.pdf
Tekst van het document
april ’25
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld
4.2
Toetsingscriteria
De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de volgende waarden: • Kwaliteitseisen uit het Besluit Bodemkwaliteit (bijlage B, regeling bodemkwaliteit 2022); • Interventiewaarde bodemkwaliteit (bijlage IIa, Besluit activiteiten leefomgeving); • Signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering (Bijlage Vd, Besluit kwaliteit leefomgeving = interventiewaarden Circulaire bodemsanering 2013). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). Toetsingen zijn voorlopig uitgevoerd volgens tijdelijke kaders van de Omgevingswet, in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat medio 2024. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. De in deze tabel genoemde kwaliteitseisen hebben de volgende betekenis: Landbouw/natuur Wonen Industrie Interventiewaarde Signaleringsparameter
bestaande kwaliteit in ‘schone’ gebieden geschikte toestand voor functie Wonen geschikte toestand voor functie Industrie aanwezigheid van mogelijke onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu beoordeling of sanering nodig is bij historische grondwaterverontreiniging
= = = = =
De kwaliteitseisen voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel. Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: tabel 16: overzicht van de toegepaste termen bij de toetsing volgens het kader van de Omgevingswet. kwaliteitseis
ondergrens kwaliteitsklasse
bovengrens kwaliteitsklasse
landbouw/natuur1 wonen2 industrie matig verontreinigd sterk verontreinigd
landbouw/natuur wonen industrie interventiewaarde bodemkwaliteit
landbouw/natuur wonen industrie matig verontreinigd -
De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de kwaliteitseis landbouw/natuur. Overschrijding van de kwaliteitseis industrie houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de klasse landbouw/natuur en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen: 1 De kwaliteit van de grond overschrijdt niet de kwaliteitseis landbouw/natuur als bij meting van X stoffen in de grond het rekenkundige
gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de kwaliteitseis landbouw/natuur. De verhoging mag per stof maximaal 2x de kwaliteitseis landbouw/natuur voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen (met uitzondering van nikkel) geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de kwaliteitseis wonen van de betreffende stof. X
2
7
16
27
37
Y
1
2
3
4
5
2 De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y
stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X
2
7
16
27
37
Y
1
2
3
4
5
april ’25
25
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld
asbest in grond en puin De resultaten van het onderzoek asbest in grond worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. Voor asbest in grond is een interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. vastgesteld. Aan deze waarde zijn de gewogen asbestconcentraties (mg/kg ds) getoetst. Gewogen betekent het gehalte serpentijnasbest (chrysotiel) vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest (amosiet, crocidoliet). Indien de gewogen asbestconcentratie in grond c.q. puin boven 100 mg/kg ds is vastgesteld, is sprake van met asbest verontreinigde grond c.q. puin. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. Indien asbest in de grond boven 100 mg/kg ds aanwezig is en deze verontreiniging vóór 1993 is ontstaan, is ongeacht de omvang van de verontreiniging sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in grond.
Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een indicatieve uitspraak over de mogelijke verontreiniging van het toegepaste bouw- en sloopafval of recyclinggranulaat / bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek asbest al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de grenswaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de grenswaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek.
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Alleen als in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerd materiaal in de gaten en aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek is een directe toetsing aan de grenswaarde mogelijk. Als het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de grenswaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de grenswaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de grenswaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogst bepaalde waarde binnen een(deel)locatie of (deel)partij is hiervoor bepalend.
april ’25
26
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld
Van de bodemlagen waarin zintuiglijk asbesthoudende materialen zijn aangetroffen in de fractie >20 mm is een berekening gemaakt van de asbestconcentratie. Hiertoe is gebruik gemaakt van de navolgende formule: Cmi=∑ (Mk x %k,I /100) / Mlok Cmi = De concentratie aan asbest van asbestsoort ‘i’ is afkomstig van de verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in mg/kg d.s.; Mk = de massa verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in mg; %k,i = het percentage aan asbest van het asbestsoort ‘i’ in de verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in %; Mlok = het drooggewicht van het verzamelmonster grond op locatie, in kg. Als het gewicht van het geïnspecteerde monster (gat of sleuf) op locatie exact is gewogen, moet het drooggewicht van het monster uitgegraven materiaal op locatie worden bepaald volgens: Mloc = Mvloc x Ma/Mva waarin: Mvloc is de massa van het uitgegraven veldvochtige materiaal op locatie, in kg; Ma is de massa van het gedroogde analysemonster, in kg; Mva is de massa van het veldvochtige analysemonster, in kg. Wanneer een groot monster (toplaag of sleuf of gat) is geïnspecteerd op locatie kan dit in principe niet worden gewogen.
In deze gevallen moet het drooggewicht van het monster worden afgeleid volgens: Mloc = (1 000 x V x ns) x (%E/100) x Ma/Mva waarin: V is het volume van het geïnspecteerde monster op locatie, in m3; ns is de volumieke massa van het geconsolideerde materiaal op locatie, in kg/dm3; %E is een schatting van de inspectie-efficiëntie, in %. waarin: V (in dm3) : volume (V) van de sleuf of het gegraven gat. Mk (in mg) : massa van de verzamelde asbesthoudende materialen van het type "k" (bijvoorbeeld asbestplaatjes). %k,i : gemiddeld % van asbestsoort "i" (bijv. chrysotiel) in de verzamelde asbesthoudende materialen van type "k". Ns (in kg/dm3) : stortgewicht van de grond/puin. ds : percentage droge stof
april ’25
27
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na de tabellen worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. In bijlage 5 zijn de toetsingsresultaten opgenomen. 4.3.1
Verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740
onderzoeksresultaten grond In tabel 17 staat een samenvatting weergegeven van de toets resultaten van de onderzochte mengmonsters van de boven en ondergrond. tabel 17: samenvatting toets resultaten boven- en ondergrond grondmengmonster/ boring olievaten
zintuiglijk
MM8 baksteen (19) (0.05-0.5) werktuigenberging
landbouw/ natuur
alle onderzochte parameters
wonen
industrie
matig verontreinigd
sterk verontreinigd (> I)
toetsing eindoordeel
-
-
-
-
landbouw/natuur*
MM5 alle (23+24) onderzochte (0.05-0.5) parameters MM6 alle (22+26) onderzochte (0.05-0.5) parameters MM7 alle (25+27) onderzochte (0.05-0.5) parameters overige onbebouwde deel van de onderzoekslocatie MM1 overige (2+13+15+18) onderzochte (0.0-0.5) parameters MM2 overige (4+6+12+16) onderzochte (0.0-0.5) parameters MM3 alle (5+8+10+11) onderzochte (0.0-0.5) parameters MM4 alle (1 t/m 4) onderzochte (0.5-2.0) parameters landbouw/ beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse landbouw / natuur / natuur wonen maximale waarde landbouw/natuur < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde wonen beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse wonen industrie maximale waarde wonen < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde industrie beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse industrie matig verontreinigd
maximale waarde industrie < gehalte (gssd) ≤ interventiewaarde beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse matig verontreinigd
sterk verontreinigd >I
beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse sterk verontreinigd
landbouw/natuur*
landbouw/natuur*
landbouw/natuur*
landbouw/natuur*
landbouw/natuur*
landbouw/natuur*
landbouw/natuur*
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
april ’25
28
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld
vervolg tabel 17: samenvatting toets resultaten boven- en ondergrond grondmenglandbouw/ sterk matig monster/ zintuiglijk natuur wonen industrie verontreinigd verontreinigd boring (> I) druppelzones asbestdak van de werktuigenberging en stal (pcb’s) D1 PCB’s (G1 t/m G4) (som 7) (0.0-0.1) D2 PCB’s (G5 t/m G8) (som 7) (0.0-0.1) landbouw/ beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse landbouw / natuur / natuur wonen maximale waarde landbouw/natuur < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde wonen beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse wonen industrie maximale waarde wonen < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde industrie beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse industrie matig verontreinigd
maximale waarde industrie < gehalte (gssd) ≤ interventiewaarde beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse matig verontreinigd
sterk verontreinigd >I
beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse sterk verontreinigd
toetsing eindoordeel landbouw/natuur*
landbouw/natuur*
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
onderzoeksresultaten grondwater In tabel 18 staat een samenvatting weergegeven van de toets resultaten van de onderzochte grondwatermonsters. tabel 18: samenvatting toets resultaten grondwater <streefwaarde
>streefwaarde
toetsing eindoordeel Pb1 overige barium <signalerings (1.5-2.5) onderzochte parameter parameters beoordeling grondwatersanering Pb19 overige barium <signalerings (2.0-3.0) onderzochte parameter parameters beoordeling grondwatersanering <streefwaarde Bij overschrijding zijn er geen significante risico’s voor mens, plant of dier aanwezig. Peilbuis
zintuiglijk
>streefwaarde en <signalerings parameter >signalerings parameter
Bij overschrijding zijn er geen significante risico’s voor mens, plant of dier aanwezig.
april ’25
>signaleringsparameter
Bij overschrijding zijn er mogelijk significante risico’s voor mens, plant of dier aanwezig (voormalige interventiewaarde).
29
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld
interpretatie onderzoeksresultaten grond olievaten bovengrond 0.05-0.5 m-mv Het bovengrondmonster MM8 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. grondwater peilbuis 19 (2.0-3.0 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, het gemeten gehalte overschrijdt de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering niet. werktuigenberging bovengrond 0.0-0.5 m-mv De bovengrondmengmonsters MM5, MM6 en MM7 bevatten geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. grondwater peilbuis 19 (2.0-3.0 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, het gemeten gehalte overschrijdt de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering niet. druppelzones asbestdaken van de werktuigenberging en stal toplaag (0.0-0.1 m-mv) De toplaagmengmonsters druppelzone D1 en druppelzone D2 onder de asbestverdachte daken zonder dakgoot bevatten geen verhoogd gehalte PCB’s (polychloorbifenylen) t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. Asbesthoudende (dak)platen kunnen zijn voorzien van een coating die polychloorbifenylen (PCB) bevat.
Door verwering van dergelijke asbestdaken, bestaat de kans dat er dan behalve een asbestverontreiniging ook een PCB-verontreiniging in de bodem aanwezig is.
april ’25
30
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld
overige onbebouwde deel van de onderzoekslocatie bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1, MM2 en MM3 bevatten geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Het ondergrondmengmonster MM4 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. grondwater peilbuis 1 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, het gemeten gehalte overschrijdt de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering niet. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan in algemene zin worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen.
Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen. Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
april ’25
31
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld
4.3.2
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2
In deze paragraaf zijn de resultaten van de analyses van de grondmonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. De totale concentratie aan asbest per inspectiegat wordt conform NEN-5707+C2 bepaald door de concentratie visueel zichtbaar asbest in de grove zeeffractie (fractie >20 mm) te sommeren met de concentratie visueel niet zichtbaar asbest in de fijne zeeffractie (fractie <20 mm). Door het gewicht te bepalen van de evt. handmatig verzamelde asbesthoudende materialen en dit te delen door de massa (inhoud / soortelijk gewicht) van het betreffende inspectiegat wordt de concentratie asbestverdacht materiaal in het inspectiesleuf bepaald. Deze concentratie moet echter nog worden gecorrigeerd voor het percentage asbest in de materiaalmonsters dat door het laboratorium is bepaald. De analyseresultaten van de grond(meng)- en materiaalmonsters zijn samen met de interpretatie opgenomen in tabel 19 t/m 21. tabel 19: resultaten asbestanalyse materiaal verzamel monsters in de fractie > 20 mm (absoluut gewicht) Monsteromschrijving
Vorm
Asbestgehalte (%)
(inspectiegat)
Serpentijn
Amfibool
chrysotiel
amosiet
crocidoliet
(mg)
(mg)
(mg)
maaiveld
-
-
-
-
D1: G1 t/m G4
-
-
-
-
D2: G5 t/m G8
-
-
-
-
Toelichting HB = hecht gebonden
tabel 20: resultaten asbestanalyses grondmengmonsters uit de fractie <20 mm inspectiegat
monstercode
diepte in m-mv
gewogen asbestconcentratie < 20 mm
serpentijn amfibool
asbest (gewogen) afgerond
crysotiel
amosiet
crocidoliet mg/kg
druppelzones asbestdak van de werktuigenberging en stal
G1 t/m G4
D1
0.0-0.1
0.7
-
-
0.7
G5 t/m G8
D2
0.0-0.1
-
-
-
<0.3
Op de analysecertificaten staan de bovengrenzen van de analyses vermeld. Deze gelden als detectiegrenzen en zijn qua hoogte afhankelijk van de onderzochte monstervolumes en de samenstelling van de monsters.
april ’25
32
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld
tabel 21: overschrijdingstabel resultaten totaal asbestanalyses inspectiegat (m-mv)
Berekende asbestconcentratie (fractie > 20 mm) mg/kg d.s. (gewogen) gem. ondergrens bovengrens conc.
Asbestconcentratie (fractie < 20 mm) mg/kg d.s. (gewogen) gem. ondergrens conc.
Totale asbestconcentratie mg/kg d.s. (gewogen) bovengrens
gem. conc.
ondergrens
bovengrens
0.8 0.5
0.7 <0.3
0.5 0.0
0.8 0.5
druppelzones asbestdak van de werktuigenberging en stal
G1 t/m G4 G5 t/m G8
-
-
-
0.7 <0.3
0.5 0.0
toelichting =geen asbest aangetoond (concentratie beneden of gelijk aan de bepalingsgrens) =concentratie boven de bepalingsgrens en beneden of gelijk aan de interventiewaarde: licht verhoogd =concentratie boven de interventiewaarde: sterk verhoogd
interpretatie resultaten maaiveld Op basis van de indicatieve visuele locatie-inspectie is op het geïnspecteerde deel van het maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. druppelzones asbestdak van de werktuigenberging en stal toplaag (0.0-0.1 m-mv) Ter plaatse van de inspectiegaten G1 t/m G8 is in de uitgegraven toplaag (bodemlaag tussen 0.0-0.1 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In het geanalyseerde toplaagmengmonster druppelzone D1 (zeeffractie < 20 mm) van de inspectiegaten G1 t/m G4 (laag 0.0-ca.0.1 m-mv) is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van 0.7 mg/kg d.s. Het gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest in druppelzone D1 overschrijdt ter indicatie de bepalingsgrens, het gemeten gehalte is niet verhoogd t.o.v. het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. In het geanalyseerde toplaagmengmonster druppelzone D2 (zeeffractie < 20 mm) van de inspectiegaten G5 t/m G8 (laag 0.0-ca.0.1 m-mv) is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van <0.3 mg/kg d.s. Het gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest in druppelzone D2 is niet aantoonbaar verontreinigd met asbest.
april ’25
33
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen In de bodem zijn plaatselijk baksteensporen waargenomen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal voor het overige geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een vorm van bodemverontreiniging. Op basis van zintuiglijke waarnemingen is in het opgeboorde bodemmateriaal geen asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 22 en 23. tabel 22: samenvatting toets resultaten boven- en ondergrond grondmengmonster/ boring olievaten
zintuiglijk
MM8 baksteen (19) (0.05-0.5) werktuigenberging
landbouw/ natuur
alle onderzochte parameters
wonen
industrie
matig verontreinigd
sterk verontreinigd (> I)
toetsing eindoordeel
-
-
-
-
landbouw/natuur*
MM5 alle (23+24) onderzochte (0.05-0.5) parameters MM6 alle (22+26) onderzochte (0.05-0.5) parameters MM7 alle (25+27) onderzochte (0.05-0.5) parameters overige onbebouwde deel van de onderzoekslocatie MM1 overige (2+13+15+18) onderzochte (0.0-0.5) parameters MM2 overige (4+6+12+16) onderzochte (0.0-0.5) parameters MM3 alle (5+8+10+11) onderzochte (0.0-0.5) parameters MM4 alle (1 t/m 4) onderzochte (0.5-2.0) parameters landbouw/ beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse landbouw / natuur / natuur wonen maximale waarde landbouw/natuur < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde wonen beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse wonen industrie maximale waarde wonen < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde industrie beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse industrie matig verontreinigd
maximale waarde industrie < gehalte (gssd) ≤ interventiewaarde beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse matig verontreinigd
sterk verontreinigd >I
beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse sterk verontreinigd
landbouw/natuur*
landbouw/natuur*
landbouw/natuur*
landbouw/natuur*
landbouw/natuur*
landbouw/natuur*
landbouw/natuur*
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
april ’25
34
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld
vervolg tabel 22: samenvatting toets resultaten boven- en ondergrond grondmenglandbouw/ sterk matig monster/ zintuiglijk natuur wonen industrie verontreinigd verontreinigd boring (> I) druppelzones asbestdak van de werktuigenberging en stal (pcb’s) D1 PCB’s (G1 t/m G4) (som 7) (0.0-0.1) D2 PCB’s (G5 t/m G8) (som 7) (0.0-0.1) landbouw/ beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse landbouw / natuur / natuur wonen maximale waarde landbouw/natuur < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde wonen beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse wonen industrie maximale waarde wonen < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde industrie beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse industrie matig verontreinigd
maximale waarde industrie < gehalte (gssd) ≤ interventiewaarde beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse matig verontreinigd
sterk verontreinigd >I
beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse sterk verontreinigd
toetsing eindoordeel landbouw/natuur*
landbouw/natuur*
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
tabel 23: samenvatting toets resultaten grondwater <streefwaarde
>streefwaarde
toetsing eindoordeel Pb1 overige barium <signalerings (1.5-2.5) onderzochte parameter parameters beoordeling grondwatersanering Pb19 overige barium <signalerings (2.0-3.0) onderzochte parameter parameters beoordeling grondwatersanering <streefwaarde Bij overschrijding zijn er geen significante risico’s voor mens, plant of dier aanwezig. Peilbuis
zintuiglijk
>signaleringsparameter
>streefwaarde en <signalerings parameter >signalerings parameter
Bij overschrijding zijn er geen significante risico’s voor mens, plant of dier aanwezig.
Bij overschrijding zijn er mogelijk significante risico’s voor mens, plant of dier aanwezig (voormalige interventiewaarde).
eindconclusie verkennend bodemonderzoek NEN-5740 In de boven- en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten gemeten t.o.v de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering. De gemeten gehalten in de grond en het grondwater geven, naar onze mening, uit milieuhygiënische overweging geen aanleiding tot het instellen van nader onderzoek. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek geldt, ten aanzien van de milieuhygiënisch kwaliteit van de bodem, naar onze mening, geen belemmering voor het huidige gebruik van de onderzoekslocatie. Echter, het is van belang te benadrukken dat het bevoegd gezag hierin de uiteindelijke beslissing neemt en hierbij beleidsmatige afwegingsruimte heeft, wat kan resulteren in een afwijkend besluit. Aan onze inschatting (expert-judgement) kunnen dan ook geen rechten worden ontleend en deze is louter indicatief van aard. april ’25
35
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 druppelzones asbestdak van de werktuigenberging Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 24. tabel 24: overschrijdingstabel resultaten totaal asbestanalyses inspectiegat (m-mv)
druppelzones G1 t/m G4 G5 t/m G8
Berekende asbestconcentratie (fractie > 20 mm) mg/kg d.s. (gewogen) gem. ondergrens bovengrens conc.
Asbestconcentratie (fractie < 20 mm) mg/kg d.s. (gewogen) gem. ondergrens conc.
-
0.7 <0.3
-
-
0.5 0.0
Totale asbestconcentratie mg/kg d.s. (gewogen) bovengrens
gem. conc.
ondergrens
bovengrens
0.8 0.5
0.7 <0.3
0.5 0.0
0.8 0.5
toelichting =geen asbest aangetoond (concentratie beneden of gelijk aan de bepalingsgrens) =concentratie boven de bepalingsgrens en beneden of gelijk aan de interventiewaarde: licht verhoogd =concentratie boven de interventiewaarde: sterk verhoogd
eindconclusie verkennend onderzoek NEN-5707 druppelzones asbestdak van de werktuigenberging Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de toplaag (0.0-0.1 m-mv) t.p.v. de inspectiegaten G1 t/m G4 bedraagt 0.7 mg/kg d.s. en overschrijdt daarmee ter indicatie de bepalingsgrens, het gemeten gehalte is niet verhoogd t.o.v. het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de toplaag (0.0-0.1 m-mv) t.p.v. de inspectiegaten G5 t/m G8 bedraagt <0.3 mg/kg d.s. en overschrijdt daarmee ter indicatie de bepalingsgrens niet.
april ’25
36
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld
toetsing hypothese In tabel 25 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 25: toetsing hypothese Locatie Hypothese NEN-5740
Correct?
Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?
Nader onderzoek?
nee, er zijn geen gehalten boven de grenswaarde/ interventiewaarde, de toetsings-waarden voor nader onderzoek of het MTR-humaan gemeten nee, er zijn geen gehalten boven de grenswaarde/ interventiewaarde, de toetsings-waarden voor nader onderzoek of het MTR-humaan gemeten nee, er zijn geen gehalten boven de grenswaarde/ interventiewaarde, de toetsings-waarden voor nader onderzoek of het MTR-humaan gemeten
NEN-5740
olievaten
bodemkwaliteit bovengrond voldoet aan wonen/industrie, het grondwater voldoet aan de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering
nee, de bovengrond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur
nee, onderzoeksinspanning voldoende
werktuigenberging
bodemkwaliteit bovengrond voldoet aan wonen/industrie, het grondwater voldoet aan de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering
nee, de bovengrond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur
nee, onderzoeksinspanning voldoende
onbebouwde deel van de onderzoekslocatie
bodemkwaliteit bovengrond voldoet aan wonen/industrie, ondergrond voldoet aan landbouw/natuur, het grondwater voldoet aan de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering
nee, de bovengrond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur
nee, onderzoeksinspanning voldoende
verdacht voor asbest en PCB’s
nee, geen verhoogde gehalten PCB’s aangetoond
nee, onderzoeksinspanning voldoende
NEN-5707 druppelzones van de werktuigenberging en stal
ja, plaatselijk is een gehalte asbest gemeten boven de bepalingsgrens
Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt, behoudens t.p.v. de onderzochte druppelzone, geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.
april ’25
37
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld
Afwijkingen t.o.v. normen en protocollen In afwijking van de strategie uit paragraaf 6.4.5. is t.p.v. druppelzone in dit onderzoek alleen de toplaag (0.0-0.1 m-mv) onderzocht i.p.v. de actuele contactzone tot 0.5 m-mv. In afwijking van de strategie uit paragraaf 5.3 en 5.6 is t.b.v. het grondwateronderzoek peilbuis 19 gecombineerd. Aangezien dit grondwatermonster is onderzocht op het gehele NEN-stoffenpakket en de deellocaties (opslag olievaten en werktuigenberging) bij elkaar zijn gelegen, wordt verwacht dat een representatief beeld van de grondwaterkwaliteit t.p.v. de onderzoekslocatie is verkregen. Grondmonster MM8 (boring 19) is vanwege de afwezigheid van een olie/water-reactie en geur geroerd bemonsterd, om deze reden dient de analyse op BTEXN als indicatief te worden beschouwd. Er hebben bij de uitvoering van veldwerkzaamheden geen andere afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen 2001, 2002 en 2018. Er hebben bij de uitvoering van analysewerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen AS3000 en/of overige geldende analysemethoden. Aanbevelingen Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is.
Op basis van de regels in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moeten voor de milieubelastende activiteiten graven in bodem > 25 m3, het toepassen van grond en het opslaan van grond meldingen worden ingediend via het Omgevingsloket DSO. Met behulp van de ‘Vergunningcheck’ in het DSO kan worden nagegaan om welke meldingen het gaat in de betreffende situatie. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen toetsing is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar PFAS verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “matig en sterk verontreinigde grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van grond met de “bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur”.
april ’25
38
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld
Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op een gedeelte van het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan Molenbeekweg 14 te Saasveld (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van bekende verdachte terreindelen buiten het plangebied, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater, evt. teerhoudendheid van asfaltverharding etc. Door het plangebied liepen in het verleden mogelijk enkele sloten / watergangen welke zijn gedempt. In de boringen t.p.v./nabij de vermoedelijke situering van de gedempte sloten / watergangen binnen het onderzoeksgebied zijn geen bodemvreemde bijmengingen of afwijkingen waargenomen. Opgemerkt wordt dat de situering van de gedempte sloten/watergangen alsmede de aard van het dempingsmateriaal plaatselijk kan afwijken. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek, behoudens t.p.v.
de druppelzone t.p.v de schuur, geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster. Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Geo- & Milieutechniek afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Geo- & Milieutechniek niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken.
Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v. een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie. Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld. april ’25
39
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld
6
LITERATUURLIJST 1. 'Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond' (Nederlandse norm 5740+C1: november 2024). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 6. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 7. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 8. 'Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (Nederlandse norm 5725:2023, oktober 2023).). 9. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 10. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.
april ’25
40
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld
7
COLOFON
opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider
Auteur D. van Wuijkhuijse
april ’25
: : : : :
BJZ.nu Molenbeekweg 14 te Saasveld 41 blz. 15 april 2025 ing. A.D.M. van Wuykhuyse
Paraaf
Gecontroleerd door H. Kroon
Paraaf
Datum
Status
15 april 2025
definitief
41
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT IJij B ax F
2023
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT (HISTORISCH) IJij B ax F
1995
1980
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
1960
1940
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
1900
1885
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
1840
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
01
1
braak / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an
3
leem , st erk zandig, licht grijs, edelm an
50
gras / cm t ov m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an -50
100
150
03a 0
50
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, edelm an -100
100
-100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, edelm an -130
150
t ype dat um boorm eest er gws (m -m v)
4
g r on d b or in g 0 3 -0 3 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r 0 .9
200
03b
gras / cm t ov m aaiveld
0 250
250 t ype dat um boorm eest er gws (m -m v)
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 0 3 -0 3 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r 1
02
-40
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, edelm an
100
braak / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
-250
-100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, edelm an
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, edelm an
-130 t ype dat um boorm eest er gws (m -m v)
50 2
g r on d b or in g 0 3 -0 3 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r 0 .9
04
100
gras / cm t ov m aaiveld
0 3 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, edelm an
150 -45
50 4 2 200 t ype dat um boorm eest er gws (m -m v)
-200 100
g r on d b or in g 0 3 -0 3 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r 1
-110
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an
4
leem , st erk zandig, licht grijs, edelm an
-160
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, edelm an
50
0 200
-50
100 3 150
-150 4
leem , st erk zandig, licht grijs, edelm an
200
-200
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, edelm an -220
g r on d b or in g 0 3 -0 3 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r 0 .9
bodem profielen b ijla g e 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
3 150
03
t ype dat um boorm eest er gws (m -m v)
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, edelm an
M ole n b e e k w e g 1 4 , Sa a sve ld 2 5 -M 1 1 6 2 8 N EN 5 1 0 4
t ype dat um boorm eest er gws (m -m v)
-200
g r on d b or in g 0 3 -0 3 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r 0 .9
04a
gras / cm t ov m aaiveld
0
08 0
gras / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, edelm an
1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
-40
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, grijs, edelm an
50
100
50
-100
t ype dat um boorm eest er
-130
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an t ype dat um boorm eest er gws (m -m v)
-50
g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
09
g r on d b or in g 0 3 -0 3 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r 0 .9
gras / cm t ov m aaiveld 1
50
04b
gras / cm t ov m aaiveld
0
0
t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, edelm an
-50
g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
10 -40
gras / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, grijs, edelm an
50
1
-100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an -130 t ype dat um boorm eest er gws (m -m v)
0
05
50
gras / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
50
t ype dat um boorm eest er
klinker / cm t ov m aaiveld
50
50 0 -5
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, edelm an
t ype dat um boorm eest er
klinker / cm t ov m aaiveld
1
07
gras / cm t ov m aaiveld 1
50 0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
t ype dat um boorm eest er
gras / cm t ov m aaiveld 1
50
bodem profielen b ijla g e 3 : BOORPROFIELEN M ole n b e e k w e g 1 4 , Sa a sve ld 2 5 -M 1 1 6 2 8 N EN 5 1 0 4
-5
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, edelm an -50
0
t ype dat um boorm eest er
0
g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
14
-50
g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
-5
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, edelm an -50
0
0
0
g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
13
-50
g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
onderzoek project code get ekend conform
klinker / cm t ov m aaiveld
1
1
50
-50
0
06
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
12
-50
g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
0
t ype dat um boorm eest er
gras / cm t ov m aaiveld 1
1
t ype dat um boorm eest er
-50
g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
11
g r on d b or in g 0 3 -0 3 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r 0 .9
0
t ype dat um boorm eest er
t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
50 100
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an -50
g r on d b or in g 0 7 -0 3 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r