CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA Saasveld, Molenbeekweg 14 incl bijlagen.pdf

Commissie Omgeving & Economie 30 juni 2025, gemeente DinkellandBij agendapunt: 7: Voorstel inzake bindend advies toestaan zorgboerderij Molenbeekweg 14 Saasveld32.975 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Er zijn al meerdere gesprekken geweest over meerdere panden. Eindelijk hebben we het perfecte pand gevonden. Door onze zoektocht weten we al goed wat wel of geen kans van slagen heeft op alle gebieden.

Wat dit pand zo perfect maakt; Buitengebied ( net zoals we nu in geesteren ook in buitengebied zitten ) Agrarisch wat voor de bestemming en gebruik beter is en ook voor kinderen een mooie omgeving is

Geen achterburen , alleen maar grond , aan de voorzijde alleen maar grond De grond voor achter naast erom heen is van de eigenaar die het gaat kopen, de eigenaar woont aan de overkant en met hen hebben we goede gesprekken gehad. Een huurovereenkomst ligt klaar. Deze gaan wij tekenen als wij zekerheden hebben vanuit gemeente. Als dat zo ver is, dan kan de nieuwe eigenaar over gaan tot kopen. En kunnen wij gaan huren. Dus de overburen zullen geen bezwaar hebben omdat zij eigenaar zijn. Aan 1 kant, meeeeters verderop zijn buren ( waarvan wij hebben begrepen dat zij ook zorg betrokken zijn en werken in de zorg ) leuk om raakvlakken met je buren te hebben. Zij weten van de huidige bewoners dat er een zorgboerderij zich wil vestigen. Gisteren heb ik nog met de huidige bewoners gepraat en deze vraag nog gesteld. Ze hebben met oud en nieuw bij elkaar gezeten ( ook de andere buren ) en verteld over onze plannen. Niemand heeft bezwaar. Als wij meer zekerheden hebben willen wij ons zeker nog voorstellen. Maar dat vonden we nu nog in een te vroeg stadium. Echter andere buurtgenoten reageren allemaal positief. Wij hebben er al bekendmaking aan gegeven dat wij gaan verhuizen. Ouders, kinderen, wijkcoaches reageren enthousiast en positief. Ook mensen uit de buurt vinden het een mooie locatie voor een zorgboerderij. Wij ( mijn vriend en ik ) wonen zelf in hengelo ov. En komen uit de stad.

Maar hebben altijd gewerkt op ‘platteland’en weten hoe het noaberschap werkt. We hebben zelf paarden en dieren thuis en zo kom je al snel met mensen van ‘achteraf’ in aanraking. Ook werkt erik bij abtb Bijen in deurningen en komt hij bij veel mensen thuis voor onderhoud aan machines en grasmaaiers aanleggen en ook in de zaak spreekt hij buurtbewoners. Dit klantenbestand is woonachtig in saasveld deurningen enz. en iedereen reageert enorm positief. Juist omdat eigenlijk alles door kan blijven gaan. Alle kinderen kunnen mee verhuizen. Wij vangen natuurlijk kinderen op vanuit de twentse gemeenten en weten dat de vraag groot is. Veel zorgboer collega’s zijn gestopt met de jeugdwet. Ik biedt nog wel zorg vanuit de jeugdwet. Ook zorgboer collega’s zijn op de hoogte van deze verhuizing en ik krijg niks anders dan succes wensen. Zo enorm fijn. Ook onze hobby dieren kunnen mee verhuizen. Ook al het personeel kan mee verhuizen. Dus ik kan nog steeds werkgelegenheid aanbieden. Ook het personeel reageert positief omdat het voor de meerderheid zelfs dichter bij huis is. Wat ook zo leuk is dat wij dicht bij boodschappen kunnen doen en erg veel waarde hechten aan lokale bedrijven. Zo doen wij al van begin af aan alle inkopen bij abtb

bijen. En ook halen wij hooi e.d. bij een lokaal bedrijf uit albergen. We zijn van plan om zo veel mogelijk naar de plaatselijke bakker te gaan en ook gebruik te maken van lokale ondernemers zoals spelen bij speeltuin het anker, veel met de kinderen te gaan wandelen in de natuur en ook nuttig zijn zoals met een prikker rommel op te ruimen wat mensen vaak zo maar in de natuur gooien. We willen bijdragen aan goed en lokaal ondernemerschap, goede veilige kwalitatieve kinder / jeugd opvang, werkgelegenheid, educatie aan kinderen over natuur en dieren. Mijn inziens zitten we helemaal goed op deze plek !! •

Ik ontvang graag tekeningen van de nieuwe zorgboerderij: plattegrond, gevelaanzichten en locatie op het perceel. Ook andere zaken die op papier staan omtrent de ontwikkeling, ontvang ik graag. Als bijlagen heb ik tekeningen toegevoegd zoals wij het in willen gaan richten zodat ik ons huidige zorg aanbod voort kan zetten. Verder is het mijn bedoeling om mijn zorgboerderij zoals ik die nu uitvoer in geesteren net zo uit te voeren in saasveld. Zelfde doelgroep zelfde aanbod. Er is nog 1 kleine uitbreidingswens die goed toepasbaar is in het geen wij nu ook doen en dat is namelijk een peuterspeelzaal in de ochtenden. Dit omdat hier ook enorm veel vraag naar is. En het zonde is als de zorgboerderij in de ochtenden leeg staat omdat allee kids nog naar school zijn. Een peuterspeelzaal is altijd al een wens van mij geweest ( let op geen kinderdagverblijf ) Maar eerst richten wij ons op de zorgboerderij zoals wij die nu uitvoeren. Ik heb geen uitbreidingsplannen of ideeen dat ik nog groter wil worden. Ook al is er veel vraag. Ik wil juist huiselijk blijven.

Ik hoop je met deze mail voor nu voldoende te hebben geïnformeerd. We gaan aan de slag met het schrijven van de onderbouwing en waar nodig hou ik je op de hoogte van het proces. Mochten er nog vragen zijn, stel ze gerust. Er van uitgaande uw vragen goed beantwoord te hebben. Mocht er nog aanvulling nodig zijn dan laat dit gerust weten. Vriendelijke groeten Suzanne Mensink Eigenaresse Zorgboerderij Alles Kidts Met vriendelijke groet, Kai Maes - Adviseur Ruimtelijke Ordening T: 06-12642259 E: kai@bjz.nu

Ruimtelijke onderbouwing Saasveld, Molenbeekweg 14 Definitief

Bijlage 2 – Verkennend bodemonderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

46

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl

april ’25

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

Projectnummer:

25-M11628

Opdrachtgever:

BJZ.nu

Datum:

15 april 2025

0

☐

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

datum

15 april 2025

projectnummer

25-M11628

in opdracht van

BJZ.nu Dokter van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle

uitgevoerd door

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659 128

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V..

april ’25

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Molenbeekweg 14 te Saasveld

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen.................................................................................................................................... 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ......................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek.............................................................................................................. 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................... 4

1.5

Opbouw van het rapport ............................................................................................................. 4

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1

afbakening onderzoekslocatie .................................................................................................... 6

2.2

aanleiding vooronderzoek .......................................................................................................... 6

2.3

geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek.................................................... 6

2.4

locatiegegevens .......................................................................................................................... 6

2.5

bodemgebruik op basis van topografische kaarten .................................................................... 8

2.6

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten .............................. 9

2.7

voorgaande bodemonderzoeken .............................................................................................. 13

2.8

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding ................................................. 13

2.9

terreinverkenning voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk ........................................ 14

2.10

Hypothese en onderzoeksstrategie ..................................................................................... 15

3.1 Uitvoering van het veldonderzoek ............................................................................................. 17 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ............................................................................................ 20 4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 23 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ........................................................ 23

4.2

Toetsingscriteria ....................................................................................................................... 25

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ............................................................................................ 28

4.3.1

Verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740.............................................................. 28

4.3.2

verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 ........................................ 32

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 34

6

LITERATUURLIJST ....................................................................................................................... 40

7

COLOFON ...................................................................................................................................... 41

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Analyseresultaten 6. Onafhankelijkheidsverklaring

april ’25

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van BJZ.nu is in maart / april 2025 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+C1 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 uitgevoerd op een gedeelte van het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Molenbeekweg 14 te Saasveld (gemeente Dinkelland). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO).

Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s. De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters), 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem), uitgezonderd de maaiveldinspectie, van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond vormt de herbestemming van woonboerderij naar zorgboerderij op de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+C1 (versie 2024) heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt. april ’25

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

Het verkennend onderzoek asbest in bodem volgens NEN-5707+C2 heeft tot doel om na te gaan of de locatie t.p.v. twee aanwezige druppelzones onder een asbestverdacht dak al dan niet verdacht zijn op het voorkomen van asbesthoudende materialen op of in de bodem. 1.4

Referentiekader van het onderzoek

Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN-5725 (versie 2023); 'Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5740+C1 (versie 2024); strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond'. Het verkennend bodemonderzoek asbest in grond is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017. 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • vooronderzoek, (hoofdstuk 2) • veldonderzoek, (hoofdstuk 3) • chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) • conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

april ’25

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is uitgevoerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. In de NEN-5725 (2023) zijn negen aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Eigendomssituatie

A O

B O

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Aanleiding tot vooronderzoek C D1 D2 E F G ✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem of bijzondere bestanddelen in de grond Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? bodemkwaliteit o.b.v. bodemkwaliteitskaart bodemkwaliteit o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

H

✓

✓ ✓

✓

O

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

Oa

Oa

✓

✓

✓b

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓b

✓

✓

✓

✓

✓

Ob

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Oc

O

Od

✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ Asbestverdacht? ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect gelet op de achtergrond van het onderzoek niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd

✓

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte activiteiten, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig Toekomstig

✓

✓

✓

O

0 Optioneel a) b) c) d)

april ’25

ingeval de grondwaterstand zich dieper dan 25 cm onder het ontgravingsvlak bevindt, kan geohydrologie buiten beschouwing blijven het betreft hierbij de herkomstlocatie van de te beoordelen partij bij eindonderzoek bodem verplicht, bij nulonderzoek bodem optioneel bij nulonderzoek bodem verplicht, bij eindonderzoek bodem optioneel

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

2.1

afbakening onderzoekslocatie

Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoeksgebied, zoals weergegeven in bijlage 2. 2.2

aanleiding vooronderzoek

Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond in het kader van de herbestemming van woonboerderij naar zorgboerderij op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.3.2 “uitvoeren van een bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie” uit de NEN-5725 (2023). 2.3

geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek

Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Dinkelland (per email d.d. 13-02-2025); • informatie van de asbestdakenkaart van de gemeente Dinkelland; • informatie van de omgevingsrapportage van de omgevingsdiensten Overijssel; • informatie van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Dinkelland; • informatie van Bodemloket.nl; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. 2.4

locatiegegevens

In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onbebouwde deel plangebied) Algemene omschrijving

april ’25

Molenbeekweg 14 Saasveld Dinkelland Zie bijlage 1 X = 249.860 Y = 485.610 (middelpunt) en X = 249,905 Y = 485,643 (middelpunt) Perceel Weerselo sectie T nummer 228 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 3.350 m2 De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Molenbeekweg 14 te Saasveld. Op de locatie was tot recent een veehouderijbedrijf gevestigd.

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

Op het onderzoeksadres bevindt zich een bestaande woonboerderij met twee wooneenheden (nr. 14 en 14A), een vrijstaande schuur/werktuigenberging en een veestal. Het onbebouwde deel van de onderzoeklocatie is deels verhard met betonklinkers en deels onverhard (tuin/gras). De opdrachtgever is voornemens om de bestaande woonboerderij en het gebied rondom geschikt te maken voor het gebruik als zorgboerderij. Hieronder wordt in figuur 1 de onderzoekslocatie weergegeven en rood omlijnd.

figuur 1: onderzoekslocatie (rood omlijnd)

Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Geplande herinrichting bijzonderheden: -

april ’25

Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De werktuigenschuur dateert van 1986. De woonboerderij dateert van 1985 (nr. 14) en 1989 (nr. 14A). Het onbebouwde deel van de locatie is deels verhard met bestrating (betonklinkers) en deels onverhard (gras). Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie geschikt maken voor het gebruik als zorgboerderij.

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

2.5

bodemgebruik op basis van topografische kaarten

In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)

Op basis van de topografische kaarten is vanaf 1995 op de locatie, voor zover te beoordelen, voor het eerst bebouwing te herkennen. Op topografische kaarten tussen ca. 1894 en 1934 zijn binnen het onderzoeksgebied een aantal sloten te herkennen. Het is niet bekend waarmee deze sloten / watergangen zijn gedempt. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten vanaf ca. 1894 is in basis van de omgeving van de locatie reeds enige bebouwing te topografische herkennen. kaarten, Deze bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid / Topotijdreis) gewijzigd. Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich voornamelijk agrarische gronden en agrarische bedrijven / woningen. Noord-, oost- en zuidzijde: naastgelegen agrarische percelen. Westzijde: Molenbeekweg.

april ’25

■ mogelijke slootdempingen

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

2.6

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten

In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

Op basis van de topografische kaarten is, voor zover te beoordelen, vanaf ca. 1995 voor het eerst bebouwing op de onderzoekslocatie te herkennen. De bestaande bebouwing op de onderzoekslocatie dateert volgens BAG Viewer van 1985 / 1989 (woonboerderij) en 1986 (werktuigenberging). Op de locatie was tot recent een veehouderijbedrijf gevestigd. Op het onderzoeksadres bevindt zich een bestaande woonboerderij. De woonboerderij is opgedeeld in twee wooneenheden. Naast de woning bevindt zich de (voormalige) melkveestal (deze valt buiten het onderzoeksgebied). Ten westen van de melkveestal is een werktuigenberging gesitueerd. Deze is als opslagruimte van diverse voertuigen (machines) en andere materialen in gebruik.

Bouwvergunning

Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten, (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn binnen het onderzoeksgebied geen andere concrete aanwijzingen van bodembedreigende milieubelastende activiteiten die geleid zouden kunnen hebben tot bodemverontreiniging. T.b.v. de bestaande bebouwing zijn bouwvergunningen verleend.

Milieuvergunning

Niet bekend, hierover is geen informatie verstrekt door de gemeente.

Handelsregister

De onderzoekslocatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel vermeld onder: ■ G. Jagers op Akkerhuis: melkveehouderij. Er is op voorhand geen informatie bekend over de eventuele aanwezigheid van zowel boven- als ondergrondse brandstoftanks. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en/of ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding/ De aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie.

Aanwezigheid brandstoftanks

april ’25

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

vervolg tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Aanwezigheid asbest

Op basis van de gemeentelijke asbestdakenkaart geldt voor het dak van de werktuigenberging dat deze verdacht is voor de aanwezigheid van asbest (zie figuur 2). De overige daken op de onderzoekslocatie zijn niet verdacht voor de aanwezigheid van asbest.

figuur 2: asbestdakenkaart van de gemeente Dinkelland

De aanwezigheid van asbest elders in de bestaande bebouwing is niet uit te sluiten (in dit onderzoek niet onderzocht). Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. Op basis van voorgaand bodemonderzoek is geen asbesthoudend materiaal in de bodem aangetoond. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend.

april ’25

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

vervolg tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Ophogingen/dempingen/stortingen

Op topografische kaarten tussen ca. 1894 en 1934 zijn binnen het onderzoeksgebied een aantal sloten te herkennen (zie figuur 3). Het is niet bekend waarmee deze sloten/watergangen zijn gedempt.

figuur 3: vm. sloten / watergangen

Niet gesprongen explosieven

april ’25

Er is geen andere informatie bekend omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen / sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

vervolg tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten PFAS-verdachtheid

Calamiteiten

Verdachte activiteiten < 25 m

PFAS is een stofgroep van persistente, giftige fluorverbindingen die zijn toegepast in coatings van consumentenproducten als textiel, tapijt, leer en papieren in industriële producten zoals verf en blusschuim. Op en nabij locaties waar PFAS is toegepast,kan de bodem (grond en grondwater) verontreinigd zijn. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich voor zover bekend geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie en mobiliteit en het feit dat de stof niet of nauwelijks afbreekt. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Voor zover bekend is op de onderzoekslocatie geen sprake geweest van activiteiten die de locatie verdacht maken op het voorkomen van PFAS. Zo is er op de locatie (voor zover bekend) bijv. geen sprake geweest van: ♦ brand met gebruik van blusschuim; ♦ brandblusoefenterrein; ♦ bedrijfsactiviteiten bijv.

op het gebied van: - teflonproductie; - galvanische industrie, textiel, papier(verwerking), lak- en verfindustrie, cosmetica; - afvalverbranding, stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, ijzerinzamellocaties (inzamelen brandblussers). Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich voornamelijk agrarische percelen, agrarische bedrijven en enkele woningen. Het is op voorhand onbekend of de activiteiten in de directe omgeving een negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

april ’25

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

2.7

voorgaande bodemonderzoeken

In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

► niet bekend, er is geen actuele informatie over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem t.p.v. het onderzoeksgebied beschikbaar.

Omgeving <25 m

► In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn in het verleden geen bodemonderzoeken uitgevoerd. ► Niet bekend.

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

2.8

Bodemfunctieklasse: klasse landbouw / natuur Ontgravingskaart: ▪ bovengrond: klasse landbouw/natuur; ▪ ondergrond: klasse landbouw/natuur. Toepassingskaart: ▪ bovengrond: klasse landbouw/natuur; ▪ ondergrond: klasse landbouw/natuur. Bron: historisch bodembestand en bodemkwaliteitskaart Twente.

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding

De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 11-17 m+NAP. In figuur 4 staat de geohydrologische opbouw weergegeven.

figuur 4: De geohydrologische opbouw

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.

april ’25

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

2.9

terreinverkenning voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk

Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is een terreinverkenning uitgevoerd. De terreinverkenning heeft als doel om te controleren of de vooraf bekende informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie. In tabel 6 is een overzicht opgenomen van de uitgevoerde terreinverkenning. tabel 6: terreininspectie onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

bijzonderheden:

locatie-inspectie

dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)

3-3-2025

Tijdens de locatie-inspectie is gebleken dat op de onderzoekslocatie een werktuigenberging aanwezig is. In de werktuigenberging staan enkele olievaten. Tegen de noordwestgeval van de melkveestal is een bovengrondse dieseltank aanwezig. De dieseltank valt buiten het onderzochte terreindeel en is in dit bodemonderzoek buiten beschouwing gelaten. Bovenstaande informatie bleek op voorhand niet uit de op d.d. 13-02-2025 verstrekte informatie van de gemeente. Het dak van de werktuigenberging en het dak van de stal (zie figuur 5) is voorzien van asbestverdachte dakplaten. Het dak is aan beide zijden niet voorzien van een dakgoot. Het dak van de werktuigenberging watert aan de noordzijde af op onverharde bodem. Het dak van de stal watert aan de zuidzijde af op onverharde bodem. De grond (druppelzones) onder de daklijnen van de asbestverdachte daken is vanwege erosie van de dakplaten potentieel verdacht voor de aanwezigheid van asbest en PCB’s in de grond.

figuur 5: situering werktuigenberging met asbestdak

Voor het overige zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op een vorm van bodemverontreiniging op de locatie.

april ’25

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

2.10 Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van de topografische kaarten is vanaf 1995 op de locatie, voor zover te beoordelen, voor het eerst bebouwing te herkennen. De bestaande bebouwing op de onderzoekslocatie dateert van 1985, 1986 en 1989 (BAG-Viewer). Op de locatie aan de Molenbeekweg 14 te Saasveld was in het verleden een veehouderijbedrijf gevestigd. In de stal (gelegen buiten het onderhavige onderzoeksgebied) werd melkrundvee gehouden. De agrarische activiteiten worden afgebouwd. In de werktuigenberging worden o.a. landbouwwerktuigen gestald en zijn olievaten aanwezig. Tegen de noordwestgeval van de melkveestal is een bovengrondse dieseltank aanwezig (de dieselolietank valt buiten het onderzoekslocatie). Op topografische kaarten tussen ca. 1894 en 1934 zijn binnen het onderzoeksgebied een aantal sloten te herkennen (zie figuur 3). Het is niet bekend waarmee deze sloten / watergangen zijn gedempt. De gedempte sloten / watergangen binnen het onderzoeksgebied zijn in deze fase van het onderzoek in eerste instantie niet apart onderzocht. T.p.v. de vm. gesitueerde gedempte sloten / watergangen binnen het plangebied zijn enkele boringen in een raai geplaatst, de grondmonsters hiervan zijn, voor zover zintuiglijk onverdacht, betrokken bij de samengestelde mengmonsters van het overige deel van de locatie.

Uit de asbestdakenkaart van de gemeente Dinkelland blijkt, dat het dak van de bestaande werktuigenberging en de stal op de onderzoekslocatie mogelijk bestaat uit asbestverdachte dakplaten. De daken zijn niet voorzien van een dakgoot en wateren deels af op de onverharde bodem. De grond (druppelzones) onder de daklijnen van de asbestverdachte daken is vanwege erosie van de dakplaten potentieel verdacht voor de aanwezigheid van asbest en PBC’s in grond. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn binnen het onderzoeksgebied geen andere concrete aanwijzingen van bodembedreigende milieubelastende activiteiten die geleid zouden kunnen hebben tot bodemverontreiniging. Er is geen actuele informatie over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem t.p.v. het onderzoeksgebied beschikbaar. Op basis van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart geldt voor de boven- en ondergrond (ontgraving- en toepassing) dat er op de onderzoekslocatie sprake is van bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde (AW2000).

april ’25

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

Op basis van de bekende informatie uit het historisch onderzoek is in tabel 7 de uitgevoerde onderzoeksstrategie opgenomen. Verwacht wordt dat de gekozen onderzoeksstrategie een voldoende beeld zal geven over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem t.p.v. de onderzochte delen van de onderzoekslocatie. In tabel 7 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 7: gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging (deel)locatie

verwachte bodemkwaliteit

grond

grondwater

onderzoeksstrategie

de bovengrond voldoet aan wonen/industrie, het grondwater voldoet aan de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering de bovengrond voldoet aan wonen/industrie, het grondwater voldoet aan de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering

minerale olie/BTEXN

minerale olie/BTEXN

NEN-5740 strategie VEP (vanwege opslag van brandstof en olie)

PAK’s, PCB’s zware metalen, minerale olie

-

NEN-5740 strategie VED-HE (bovengrond) (vanwege bedrijfsmatig gebruik en langdurig menselijk bewoning)

NEN-5740 olievaten (ca. 5 m2)

werktuigenberging (ca. 575 m2)

overige onbebouwde deel van de onderzoekslocatie (ca. 3.350 m2)

De bovengrond voldoet aan wonen/industrie, ondergrond voldoet aan landbouw/natuur, grondwater voldoet aan de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering

PAK’s, PCB’s zware metalen, minerale olie

-

strategie ONV-NL (ondergrond, grondwater) NEN-5740 strategie VED-HE (bovengrond) (vanwege bedrijfsmatig gebruik) strategie ONV-NL (ondergrond, grondwater)

NEN-5707 druppelzones asbest- de toplaag is verdacht op asbest en dak van de PCB’s** werktuigenberging en de stal ca. 80 m2)

PCB’s, asbest

-

VED-HE* (toplaag)

*=In afwijking van de strategie uit paragraaf 6.4.5. is t.p.v. druppelzones in dit onderzoek alleen de toplaag (0.00.1 m-mv) onderzocht i.p.v. de actuele contactzone tot 0.5 m-mv. **=naast het gehalte asbest is ook het gehalte PCB’s in de toplaag bepaald, door erosie en verwering van dakplaten kunnen naast asbestdeeltjes ook restanten van PCB houdende dakcoating in de bodem terecht komen.

Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog, behoudens t.p.v. de genoemde druppelzones onder asbestdaken, geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN5740. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

april ’25

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001, 2002 en 2018. In tabel 8 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 8: uitvoeringsaspecten onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

bijzonderheden:

uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) het graven van inspectiegaten (protocol 2018) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)

dhr. R. Dob (erkend en geregistreerd) dhr. D. Haar (in opleiding)

03-03-2025 07-03-2025

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)

20-03-2025

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Rijkswaterstaat. Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 6. veiligheid Bij een onderzoek asbest in bodem dienen de getroffen maatregelen inzake veiligheid en gezondheid in overeenstemming te zijn met de CROW-publicatie nr. 400 “Werken in en met verontreinigde bodem” vigerende versie. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zijn de veiligheidsvoorschriften uit protocol 2018 gehanteerd. Voor de uitvoering van de werkzaamheden is het vochtgehalte in de bodem gemeten. Het vochtgehalte bedroeg in alle gevallen >10%. Bij een vochtpercentage van meer dan 10% zijn er geen risico’s t.a.v. het vrijkomen van asbestvezels.

april ’25

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5740 De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. In deze fase van het onderzoek is alleen uitpandig onderzoek uitgevoerd. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 8. De veldwerkzaamheden in het kader van de NEN-5740 hebben bestaan uit het plaatsen van handboringen, het plaatsen van een peilbuis en het nemen van grond- en grondwatermonsters. De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd.

Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen zijn de peilbuizen, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744. Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5707 Het veldonderzoek in het kader van de NEN-5707 heeft bestaan uit het inspecteren van de toplaag in combinatie met het graven van inspectiegaten. Opgemerkt wordt dat het verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 slechts betrekking heeft gehad op een beperkt deel van de locatie (t.p.v. de twee druppelzone, zie bijlage 2). Conform de NEN-5707 wordt voor landbodem t.p.v. druppelzones onder asbestdaken onderscheid gemaakt tussen de volgende te onderzoeken bodemlagen: 1) het maaiveld 2) de toplaag (0.0 m-mv-0.1 m-mv) maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. de onderzochte terreindeel een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. De inspectie heeft niet plaatsgevonden als is voorgeschreven in het protocol 2018.

Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. Indien asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen wordt de vindplaats gemarkeerd en wordt het materiaal verzameld. Bij de visuele inspectie is geen grond geroerd of onder (vaste) obstakels gekeken. Bij het aantreffen van asbestverdachte materialen zijn deze bemonsterd (door middel van “hand-picking”). Tevens is de inspectie-efficiëntie ingeschat. De inspectie-efficiëntie is onder andere afhankelijk van de weersomstandigheden, de conditie van de toplaag (vochtig, vegetatie, vastgereden, plassen) en het type grond (zand, klei).

april ’25

18

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

inspectiegaten bovengrond (0.0-max. 0.1 m-mv) In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de toplaag (in geval van druppelzones). In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond t.p.v. de onderzochte druppelzone, teneinde een betrouwbare uitspraak te kunnen doen m.b.t. het voorkomen van asbest in de grond, inspectiegaten van 0.3 m x 0.3 m tot max. ca. 0.1 meter minus maaiveld, op a-selecte wijze, gegraven m.b.v. een schop. Het uitgegraven materiaal is gezeefd over een 20 mm zeef en/of uitgeharkt (tandafstand 20 mm) en is gescreend op de volgende aspecten: • asbestverdachte restanten; • bodemsamenstelling; • afval- en puinrestanten. De evt. aanwezige (asbest)verdachte delen groter dan ca. 20 mm zijn per soort en per inspectiegat verzameld, gewogen en in gesloten plasticzakken aan het laboratorium aangeboden voor onderzoek op asbest. Van het uitgezeefde materiaal is op basis van de NEN 5707+C2 zijn representatieve monsters van ca. 10 kg uit de fractie <20 mm verzameld. De bemonstering van de fijne fractie (deeltjes < 20 mm) heeft plaatsgevonden volgens tabel 8, “Minimale greep- en monstergrootte”, uit de NEN 5707+C2. monstername grond en materialen Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a.

de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001 en 2018. De visueel aangetroffen asbestverdachte materialen zijn op een adequate wijze verpakt en als materiaalmonster aangeleverd aan het laboratorium. Van het gezeefde materiaal <20 mm uit niet asbestverdachte inspectiegaten is een (meng)monster genomen bestaande uit twintig grepen van min. 0.5 kg. Evt. asbestverdachte inspectiegaten zijn afzonderlijk bemonsterd middels twintig grepen van ca. 0,5 kg. Na inspectie zijn de gaten weer gedicht met het uitgegraven materiaal. Alle geplaatste boringen/inspectiegaten zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2.

april ’25

19

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9. tabel 9: veldwerkprogramma Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

Boringen

2

ca.0.5

20+21

Peilbuis

1

ca.3.0

19

5

ca.0.5

23 t/m 27

1

ca. 2.0

22

1

ca.2.5

1*

NEN-5740 olievaten (ca. 5 m2)

werktuigenberging (575 m2) Boringen Peilbuis

overige onbebouwde deel van de onderzoekslocatie (ca. 3.350 m2)

Boringen

Peilbuis

14

ca.0.5

5 t/m 18

10

ca.1.3

3a+3b+4a+4b+Sl2a+Sl2b+Sl3a+Sl3b+Sl4a+Sl4b

6

ca.2.0

2 t/m 4+Sl2+Sl3+Sl4

1

ca.2.5

1*

NEN-5707 druppelzones asbestdak van de werktuigenberging (ca. 80 m2) inspectiegaten 8 * de peilbuis is gecombineerd uitgevoerd

ca. 0.1

G1 t/m G8

3.2 Resultaten van het veldonderzoek maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onderzoeksgebied een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. In tabel 10 is de inspectie-efficiëntie van het maaiveld beschreven. tabel 10: inspectie-efficiëntie maaiveld deelgebied druppelzone

inspectie-efficiëntie 50-80%

conditie maaiveld gras

Op basis van de visuele locatie-inspectie is op het geïnspecteerde deel van het maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.5 0.5-1.0 1.0-2.5

april ’25

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand zand leem

zwak siltig, zwak humeus, matig fijn zwak siltig, matig fijn sterk zandig

donkerbruin/grijs lichtbeige/geel lichtgrijs

20

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis

filtertraject m-mv

grondwaterstand m-mv

voorpompen liter

pH

1 19

1.5-2.5 2.0-3.0

0.97 1.45

5 5

6.2 6.1

EGV geleidingsvermogen µS/cm 612 566

troebelheid (NTU) 56 43

In de genomen grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt, zodat de grondwaterstand in de peilbuizen slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waardes voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie van organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 13 weergegeven. tabel 13: afwijkende waarnemingen boring/inspectiegat

diepte m-mv.

zintuiglijke waarnemingen

19

0.05-0.6

sporen baksteen

In de boringen t.p.v./nabij de vermoedelijke situering van de gedempte watergangen/sloten zijn zintuiglijk geen bodemvreemde bij-mengingen of afwijkingen waargenomen. Op basis van de grondopbouw zijn geen duidelijke indicaties van een gedempte watergang/sloot waargenomen. Opgemerkt wordt dat de situering van de gedempte sloten/watergangen alsmede de aard van het dempingsmateriaal plaatselijk kan afwijken. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest In tabel 14 is een overzicht opgenomen van de aangetroffen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de grond. tabel 14: asbest op maaiveld en inspectiegaten inspectiegat

druppelzones G1 t/m G8 * = veldvochtig

asbestverdacht

asbestverdacht materiaal

materiaal

grond in de fractie >20 mm

maaiveld

diepte (m-mv)

aantal gram

nee

0.0-max. 0.1

-

asbest

april ’25

21

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. In het opgeboorde monstermateriaal uit de bovengrond zijn baksteensporen waargenomen. In bijlage A van de NEN-5725 wordt gesteld dat vooral bij ongedefinieerd gemengd bouw‐ en sloopafval de kans groot is dat dit asbestcementplaatmateriaal bevat (stukjes golfplaat, vlakke plaat, daklei en buis). Ook in betonpuin, vooral funderingspuin, komt incidenteel asbestcement voor in de vorm van asbestcementbuizen, verloren bekisting en stelplaatjes. In de overige soorten puin (puin van asfalt, asfalt, bakstenen, dakpannen, cement, klinkers en/of straatstenen, trottoirbanden en historisch puin) zit in de regel geen asbesthoudend materiaal en de aanwezigheid daarvan maakt een locatie niet verdacht. Indien het (puin)granulaat duidelijk visueel herkenbaar is als eenduidig materiaal en voldoende kan worden onderbouwd dat dit materiaal niet vermengd kan zijn met asbesthoudend materiaal, is de (deel)locatie niet verdacht. De in dit onderzoek plaatselijk waargenomen baksteensporen zijn in dit geval visueel beoordeeld als eenduidig materiaal, nl. baksteen.

Op basis van het gestelde in bijlage A van de NEN-5725 kan gesteld worden dat de grond, vanwege de aanwezigheid van baksteensporen, niet direct verdacht is voor de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740.

Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen.

Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.

april ’25

22

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen zijn grondwatermonsters genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 15 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 15: analyseschema Monstercode NEN-5740 olievaten grond MM8

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

19

0.05-0.5

baksteen

NEN-grond(*)+AS3000

19

2.0-3.0

-

NEN-grondwater(**) +AS3000

grondwater 1 (peilbuis)

werktuigenberging grond MM5

23+24

0.05-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM6

22+26

0.05-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM7

25+27

0.05-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

grondwater 1 (peilbuis)

19*

2.0-3.0

-

NEN-grondwater(**) +AS3000

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond

=

**NEN-water

=

Zware metalen

=

Vluchtige aromaten = PCB PAK VOH Bromoform

= = = =

Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); Polychloorbifenylen; Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Tribroommethaan

*= peilbuis is gecombineerd uitgevoerd april ’25

23

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Molenbeekweg 14 te Saasveld

tabel 15: analyseschema Monstercode NEN-5740

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

overige onbebouwde deel van de onderzoekslocatie grond MM1

2+13+15+18

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM2

4+6+12+16

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM3

5+8+10+11

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM4

1 t/m 4

0.5-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

1

1.5-2.5

-

NEN-grondwater(**) +AS3000

grondwater 1 (peilbuis) NEN-5707 druppelzones asbestdak van de werktuigenberging Druppelzone D1 Druppelzone D2

G1 t/m G4

0.0-0.1

-

asbest+PCB’s

G5 t/m G8

0.0-0.1

-

asbest+PCB’s

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/942/documents/23764