CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA Laagsestraat 39 Oud Ootmarsum

Gemeenteraad 23 juni 2026, gemeente DinkellandBij agendapunt: 12: Voorstel inzake bindend adviesrecht Laagsestraat 39 Oud-Ootmarsum9.191 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

20

5.10 Archeologie In de gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingenkaart ligt de locatie binnen het Stuwwallandschap. Hiervoor geldt een middelmatige verwachting voor archeologische resten uit alle perioden. Voor gebieden kleiner dan 5.000 m² geldt vrijstelling voor archeologische onderzoek. Binnen het projectgebied vinden geen (graaf)werkzaamheden plaats die groter zijn dan 5000 m². Archeologisch onderzoek is hierom niet noodzakelijk, het aspect ‘archeologie’ vormt geen belemmering voor uitvoering van voorliggende ontwikkeling. 5.11 Bodem Het initiatief betreft een gebruikswijziging van een bestaande voormalige agrarische schuur, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van bestaande bebouwing. Er vinden geen uitbreidingen van het bouwvolume plaats. De werkzaamheden zijn inpandig en er vinden geen grondroerende werkzaamheden plaats ten behoeve van deze aangevraagde vergunning. Het gebruik als gevoelig object voor wat de plattelandskamers betreft, vindt plaats op de verdieping. De schuur ligt al binnen de functie 'Wonen', dit betreft reeds een gevoelige functie. Gelet op de aard en omvang van het initiatief, het gebruik van bestaande bebouwing en het gegeven dat de schuur reeds is gelegen binnen de functie 'Wonen' wat reeds een gevoelige functie betreft, vormt het aspect bodem geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.12 Waterbelang Het plan maakt uitsluitend gebruik van bestaande bebouwing en leidt niet tot een uitbreiding van het bouwvolume er is een geringe toename van verhard oppervlak. Daarmee heeft het initiatief geen gevolgen voor de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse. Via het digitale wateradvies van waterschap Vechtstromen is getoetst op voorliggende ontwikkeling de belangen van het Waterschap raakt. Het wateradvies is als bijlage toegevoegd. Hieruit blijkt dat het waterschap Vechtstromen geen bezwaar tegen het plan heeft en het plan hoeft in het kader van de watertoets niet meer voorgelegd te worden aan het waterschap. Ten aanzien van waterafvoer en waterkwaliteit geldt dat hemelwater en afvalwater worden afgevoerd via de bestaande voorzieningen. Het plan voorziet niet in industriële of anderszins milieubelastende activiteiten die kunnen leiden tot relevante lozingen van afvalwater. Het initiatief heeft geen negatieve gevolgen voor het beheer van watersystemen. Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. 5.13 Spuitvrije zone gewasbeschermingsmiddelen. Om gewassen te beschermen, worden (chemische) bestrijdingsmiddelen gebruikt. Deze middelen worden door middel van spuitbomen aangebracht op gewassen en een deel hiervan kan verwaaien naar de naastliggende omgeving. Dit wordt ook wel drift genoemd.

Er zijn in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de openlucht worden geteeld in de buurt van gevoelige functies, zoals woningen. De Nederlandse wetgeving met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen is met name gericht op de reductie van risico’s van het gebruik van deze middelen voor het watermilieu. De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden bevat een toelatingsstelsel voor het op de markt brengen en het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. In deze wet zijn ook bepalingen opgenomen die betrekking hebben op de bescherming van de gezondheid van de professionele gebruikers. Het Besluit activiteiten leefomgeving bevat regels om de emissie van bestrijdingsmiddelen naar het water te reduceren. De afstanden en teeltvrije zones die hierin worden genoemd zijn gerelateerd aan het oppervlakte water. Het Besluit activiteiten leefomgeving is daarom evenmin bruikbaar.

21

De Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State doet met enige regelmaat uitspraak over zogenoemde spuitvrije zones. De rechtspraak over spuitvrije zones ziet op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en agrarische bedrijvigheid. Uit deze rechtspraak volgt dat in het algemeen een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ‘niet onredelijk wordt geacht’. Een kleinere afstand is niet zonder meer aanvaardbaar, maar kan wel worden gemotiveerd op basis van locatiespecifieke omstandigheden. In het buitengebied kan hierbij onder meer worden gedacht aan de ligging in een overwegend agrarische omgeving en het voorkomen van leegstand en verpaupering. Dit kan, met name bij kleinschalige initiatieven, een kortere afstand rechtvaardigen. In eerste instantie betroffen de uitspraken van de Afdeling kwesties over hoogstamteelt. De spuithoogte bij deze teelt is hoger dan bij andere teelten. De grotere hoogte van spuiten leidt tot een ruimere verspreiding van het middel door de lucht naar de omgeving. Deze drift is mede afhankelijk van de windrichting en windkracht. Uit recente rechtspraak volgt dat het niet alleen gaat om gewasbescherming bij hoogstamteelt, maar om agrarische bedrijvigheid waarbij agrarische gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.

Situatie plangebied De Laagsestraat 39 grenst aan zowel de noordzijde als aan de zuid-west zijde aan de functie Bos en Natuur. Aan de overige zijden is sprake van een agrarische functie. Hierbij geldt voor de gronden aan de westzijde dat deze grotendeels reeds voorzien zijn van een zone waar het spuiten van gewasbeschermmingsmiddelen reeds uitgesloten wordt. Het gedeelte agrarisch grond dat niet van deze zone is voorzien is dermate klein dat het niet realistisch is dat op deze gronden machinaal gespoten wordt. De gronden aan de overzijde van de Laagsestraat zijn voorzien van een agrarische functie, waar op een groot deel hiervan bebouwing gerealiseerd is. Het onbebouwde gedeelte ligt op een afstand van minimaal 30 meter tot de schuur waarin in de ontwikkeling is voorzien. Gelet op de omvang en inrichting van dit gedeelte is het niet aannemelijk dat deze gronden gebruikt worden voor het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen, daarnaast is het gedeelte te klein om gebruikt te worden voor machinaal spuiten. Verder wordt conform het inrichtingsplan aan de zijde van de Heuvelweg het struweel versterkt en doorgeplant. Aan de zijde van de Laagsestraat wordt het bosplant versterkt en doorgeplant. Beide maatregelen hebben driftreducerende werking.

Daarnaast is het relevant dat er in de huidige situatie reeds sprake is van een gevoelige functie (wonen) en dat op zich wijzigt niet met voorliggende aanvraag. Geconcludeerd wordt dat het gezien bovengenoemde locatiespecifieke omstandigheden gerechtvaardigd is om voor voorliggende ontwikkeling een kortere afstand dan 50 meter aan te houden. Hiermee wordt er een vervolgfunctie aan het gebouw in het buitengebied met specifieke kwaliteiten gegeven, waardoor deze behouden wordt voor het landschap en tegelijk leegstand voorkomen wordt. In de overeenkomst met de initiatiefnemer wordt vastgelegd dat binnen 50 meter gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden toegepast en dat de initiatiefnemer bekend is met de mogelijke risico’s.

22

6. Financiële haalbaarheid De investeringen die nodig zijn voor de te realiseren ontwikkelingen moeten passen in de budgetten die daarvoor beschikbaar zijn. Partijen die bouwen in de kernen, dorpen en in het buitengebied dragen op twee manieren bij aan Dinkelland/Tubbergen. Enerzijds door direct invulling te geven aan de visie voor de fysieke leefomgeving, zoals verwoord in MijnOmgevingsvisie. Anderzijds via financiering van deze ruimtelijke ontwikkelingen via kostenverhaal en financiële bijdragen voor ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ter uitvoering van deze visie heeft de gemeenteraad het Programma Kostenverhaal vastgesteld ten behoeve van een eenduidige en transparante manier van kosten verhalen bij bouwplannen en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen in de gemeente. De gemeente borgt het kostenverhaal en de financiële bijdrage voor een ruimtelijke ontwikkeling in een anterieure overeenkomst. Naast het kostenverhaal en een financiële bijdrage wordt in een anterieure overeenkomst ook het verhaal van nadeelcompensatie geregeld. Mogelijke claims voor nadeelcompensatie worden altijd doorgelegd aan initiatiefnemer. Voor onderhavige ontwikkeling is met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten over: nadeelcompensatie.

Los van het kostenverhaal is initiatiefnemer leges verschuldigd voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Hierop is de legesverordening en de bijbehorende tarieventabel van toepassing, welke jaarlijks wordt vastgesteld. Gelet op het vorengaande is het project financieel uitvoerbaar.

23

7. Voorwaarden omgevingsvergunning Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt door activiteiten evenwichtig over locaties te reguleren. In dat verband worden de volgende voorwaarden aan de vergunning verbonden: 1. Permanente bewoning van de plattelandskamers is verboden; 2. Verplichting tot het uitvoeren van het inrichtingsplan voor wat betreft het doorplanten met struweel aan de zijde van de Heuvelweg en het doorplanten van het bosplantsoen aan de zijde van de Laagsestraat, zoals aangegeven met de letter 'A' op het inrichtingsplan. De aanplant moet gerealiseerd zijn met ingang van de dag waarop de schuur in gebruik wordt genomen als gevoelig object. 3. Met ingang van de dag van ingebruikname van de schuur voor de bedrijfsmatige activiteiten

moeten minimaal 7 parkeerplaatsen, zoals aangegeven op het inrichtingsplan, zijn aangelegd en in stand gehouden worden.

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/1047/documents/25377