Bijlagen Toelichting_Bijlage 7 Niet gesprongen explosieven.pdf
Tekst van het document
Figuur 22: De locatie van de Kemperdijk nabij het werkgebied Lemselermaten.
Het is niet bekend waar het toestel precies is neergestort aan de Kemperdijk en of brokstukken zich in de omgeving hebben verspreid. Daarnaast is niet bekend of de onderdelen van het vliegtuig geborgen zijn door de Duitse bezetter. Het is tevens mogelijk dat, aangezien de piloot het ongeluk overleefde, slechts sprake is van een noodlanding en dat derhalve geen NGE verspreid zijn. Om deze redenen wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend ter plaatse van het werkgebied Lemselermaten. Conclusie Naar aanleiding van het neerkomen van een Lockheed P-38 Lightning jachtvliegtuig op 8 maart 1944 wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend ter plaatse van het werkgebied Lemselermaten.
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 37 van 85
5.2 BEOORDELING EN EVALUATIE ZOEKACTIE EOD SPRINGDAL EN DAL VAN DE MOSBEEK
In 1977 heeft de EOD (zie bijlage 7) in opdracht van de gemeente Tubbergen een zoekactie gehouden op een perceel ten noorden van de Hooidijk, aan de oostzijde van de afslaande Bouwmansweg. Reden tot de zoekactie was het vermoeden dat zich op de desbetreffende locatie nog twee handgranaten in de grond zouden bevinden. De EOD heeft een perceel van 15 bij 15 meter onderzocht, waarvan vermoed werd dat daar de handgranaten zouden liggen. In Figuur 23 is de door de EOD doorzochte locatie te zien.
Figuur 23: De locatie (rood omlijnd) die door de EOD in 1977 is onderzocht.
Tijdens de zoekactie werd geen munitie aangetroffen. In het rapport met betrekking tot de zoekactie wordt niet aangegeven wat de reden was dat mogelijk nog handgranaten in het perceel waren achtergebleven. In het overige bronnenmateriaal is geen informatie aangetroffen met betrekking tot grondgevechten binnen het werkgebied Springendal en Dal van de Mosbeek of mogelijke munitiedump, waardoor mogelijk munitie kon zijn achtergebleven in het werkgebied. Vandaar dat niet wordt verwacht dat NGE zijn achtergebleven binnen het werkgebied Springendal en Dal van de Mosbeek. Conclusie Naar aanleiding van de zoekactie van de EOD in 1977 naar twee handgranaten binnen het werkgebied Springendal en Dal van de Mosbeek wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend.
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 38 van 85
6. Leemten in kennis en NGE-Risicogebieden
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 39 van 85
6
LEEMTEN IN KENNIS EN NGE-RISICOGEBIEDEN
In de beoordeling en evaluatie van het bronnenmateriaal is duidelijk geworden dat er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden die relevant zijn voor de vier werkgebieden. Deze oorlogshandelingen hebben ertoe geleid dat op diverse locaties binnen het werkgebied Dinkelland NGE kunnen zijn achtergebleven. In dit hoofdstuk zijn de leemten in kennis opgenomen. Vervolgens wordt een overzicht weergegeven van de risicogebieden. Tot slot zijn de soort, de hoeveelheid en verschijningsvorm van de mogelijk achtergebleven NGE uitgewerkt. 6.1
LEEMTEN IN KENNIS
6.2
HET VASTSTELLEN EN AFBAKENEN VAN DE NGE-RISICOGEBIEDEN
Uit dit HVO-NGE is gebleken dat er een aantal leemten in kennis is, namelijk: - Het is onvoldoende bekend of er gedurende de periode mei 1945 tot en met 1970 blindgangers en/of resten van vliegtuigbommen (en/of andere soorten NGE) aangetroffen, dan wel verwijderd zijn binnen de werkgebieden. - Bij de munitieruimrapporten van de EOD is de locatie van de vindplaats vaak niet nauwkeurig weergegeven. - In sommige gevallen is de informatie in het bronnenmateriaal te summier om een risicogebied te kunnen afbakenen. Aangezien de werkgebieden tijdens de oorlog reeds natuurgebieden waren, zijn diverse oorlogshandelingen weinig gedetailleerd beschreven. Zo is niet van alle luchtaanvallen de locatie van het doel bekend of is niet precies bekend door hoeveel toestellen en met welke wapens een aanval is uitgevoerd. - Natuurgebieden werden door piloten gezien als ‘geschikte’ locatie voor het maken van een noodafworp, aangezien er weinig tot geen bebouwing was. De gebieden waar noodafworpen hebben plaatsgevonden werden echter nauwelijks bijgehouden.
Op basis van de beoordeling en evaluatie van het bronnenmateriaal is vastgesteld dat mogelijk NGE kunnen zijn achtergebleven in het werkgebied Dinkelland. In onderstaande figuren zijn de NGERisicogebieden binnen het werkgebied Dinkelland weergegeven.
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 40 van 85
Figuur 24: NGE-Risicogebieden ter hoogte van de spoorlijn bij De Lutte en Poppe.
Figuur 25: NGE-Risicogebied ter hoogte van Glane.
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 41 van 85
Figuur 26: NGE-Risicogebieden ten zuidoosten van Denekamp, nabij de Duitse grens.
6.3
SOORT, HOEVEELHEID EN VERSCHIJNINGSVORM VERMOEDE NGE
Op basis van bovenstaande paragrafen is vastgesteld dat in het werkgebied Dinkelland NGE kunnen zijn achtergebleven. In onderstaande paragrafen wordt de soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede NGE en de risicoanalyse uitgewerkt. Op basis van de broninformatie is de soort NGE die aangetroffen kan worden binnen het werkgebied Dinkelland vastgesteld. Per hoofdgroep en/of kaliber worden de verwachte aantallen en verschijningsvorm vermeld. De verschijningsvorm is van invloed op de risico’s en vormt daarmee een belangrijke input voor de risicoanalyse. Soort Hoeveelheid Afwerpmunitie 250 lbs, 500 lbs, Eén tot enkelen 1.000 lbs Tabel 1: Soort, hoeveelheid en verschijningsvorm vermoede NGE.
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Verschijningsvorm Afgeworpen
Pagina 42 van 85
7. Conclusie en advies
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 43 van 85
7
CONCLUSIE EN ADVIES
7.1
CONCLUSIE HVO-NGE
In dit HVO-NGE zijn de volgende onderzoeksvragen beantwoord: -
-
7.2
Is er sprake van een NGE-Risicogebied in (gedeelten van) de werkgebieden naar de situatie van 1945 (het einde van de oorlog)? Er is sprake van NGE-Risicogebieden ter plaatse van het werkgebied Dinkelland. Vanwege bombardementen bij de spoorlijn bij De Lutte en een bombardement bij Glane zijn NGERisicogebieden afgebakend binnen het werkgebied Dinkelland. Daarnaast is binnen het werkgebied Dinkelland een gebied ten zuidoosten van Denekamp afgebakend naar aanleiding van op een luchtfoto waargenomen bomkraters. Binnen de overige deelgebieden zijn geen NGE-Risicogebieden afgebakend. Welke soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede NGE kunnen worden verwacht? Binnen het werkgebied Dinkelland kunnen NGE van afwerpmunitie (één tot enkelen, gedumpt, afgeworpen) zijn achtergebleven. ADVIES
Uit het HVO-NGE is gebleken dat alleen binnen het werkgebied Dinkelland NGE-Risicogebieden liggen. In de overige werkgebieden kunnen grondroerende werkzaamheden zonder vervolgstap plaatsvinden. Opsporing van NGE binnen het werkgebied Dinkelland kan, indien gewenst, worden beperkt tot de locaties waar door de geplande civieltechnische werkzaamheden een verhoogd risico ontstaat voor de Arbo- en/of openbare veiligheid. In dit geval betreft dit vooral de locaties waar grondroerende werkzaamheden zoals graafwerkzaamheden, het plaatsen van damwanden en funderingspalen, aanbrengen van verticale drainage, etc., gaan plaatsvinden. Daar waar het huidig grondgebruik wordt gecontinueerd is, zo mogelijk, geen sprake van een verhoogd risico en is opsporing niet noodzakelijk. Om te bepalen waar een verhoogd risico ontstaat, adviseert REASeuro een Projectgebonden Risicoanalyse-Niet Gesprongen Explosieven (PRA-NGE) te laten uitvoeren. Om een PRA-NGE te kunnen uitvoeren, is een uitgewerkt (concept) ontwerp van de in het gebied geplande projecten noodzakelijk. Daarnaast is het van belang te kunnen beschikken over gegevens met betrekking tot de bodemopbouw, grondmechanische eigenschappen, grondwaterstanden, milieuhygiënische kwaliteit, etc.
De PRA-NGE heeft tot doel antwoord te geven op de volgende vragen: - Wat is de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied binnen het werkgebied? Het NGE-risicogebied is in het HVO-NGE horizontaal afgebakend. Aan de hand van diverse parameters (zoals grondsoort en naoorlogse werkzaamheden) wordt het verdacht gebied horizontaal en verticaal afgebakend. Hierbij wordt ook gekeken of de cartografische onnauwkeurigheid en de horizontale verplaatsing van een NGE in de bodem aangepast dienen te worden. -
Welke werkzaamheden kunnen veilig worden uitgevoerd in verdacht gebied? In een PRA-NGE worden de werkzaamheden die effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige NGE geïdentificeerd op basis van de plan- en/of ontwerptekeningen. Op basis hiervan kunnen de risico’s worden beschreven. De volgende onderwerpen worden in een PRA-NGE uitgewerkt:
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 44 van 85
a. b. c. d.
e.
De risicovolle handelingen; Het mogelijke effect van deze handelingen op eventueel aanwezige NGE; De kans op een ongewenst effect; De mogelijkheid tot opsporing van eventueel aanwezige NGE voor start van de reguliere werkzaamheden. Indien van toepassing, worden in een PRA-NGE de verschillende toepasbare opsporingsmethoden beschreven. Hierbij worden de voor- en nadelen van de verschillende technieken beschreven. Op basis hiervan wordt in een PRA-NGE een advies gegeven over de best toepasbare opsporingsmethode; Beheersmaatregelen indien opsporing vooraf niet mogelijk is (andere uitvoeringswijze, inzet aangepast materieel, afscherming omgeving, etc.).
-
Wat is het benodigde budget voor het benodigde vervolgonderzoek?
-
Wat is de doorlooptijd van het benodigde vervolgonderzoek?
-
Wat is het OCE-kennisniveau bij de opdrachtgever en is het de opdrachtgever aan te bevelen om enkele werknemers op te leiden en zich zo optimaal voor te bereiden op haar/zijn taken bij toekomstige NGE-gerelateerde werkzaamheden?
Tevens is uit het HVO-NGE gebleken dat het bronnenmateriaal in enkele gevallen te summier is om een NGE-Risicogebied te kunnen afbakenen. Zo zijn er aanwijzingen dat brokstukken van neergestorte vliegtuigen en munitie van beschietingen terecht zijn gekomen in de werkgebieden, maar aan de hand van het bronnenmateriaal kan geen specifiek NGE-Risicogebied afgebakend worden. Mocht er tijdens werkzaamheden spontaan een NGE aangetroffen worden, dan dienen de volgende acties ondernomen te worden: Het werk ter plaatse van de vindplaats dient te worden stilgelegd. De werklocatie, in ieder geval rondom het NGE, dient te worden afgezet. Het aanwezige personeel dient op de hoogte te worden gebracht van de vondst en geïnstrueerd te worden uit de buurt te blijven. Er dient contact te worden opgenomen met de politie (0900-8844). De vondst dient gemeld te worden aan de politie. De politie neemt vervolgens contact op met de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD). Als de EOD op locatie is, wordt een afspraak gemaakt voor de ruiming. De EOD maakt deze afspraak met de gemeente, of de politie namens de gemeente. De EOD geeft aan de gemeente, of de politie namens de gemeente, advies over de in acht te nemen veiligheidsmaatregelen.
Indien de te nemen veiligheidsmaatregelen dit toelaten, kan de gemeente aan de EOD advies vragen over de mogelijkheden tot doorwerken op de betreffende locatie, dan wel elders in de nabijheid van het werk en de daarbij in acht te nemen veiligheidsmaatregelen totdat het NGE wordt geruimd. Het NGE wordt geruimd. Indien NGE worden aangetroffen binnen het werkgebied, is dit nieuwe feitelijke informatie. Als deze situatie zich voordoet, moet in overleg met een ter zake deskundige worden vastgesteld of sprake is van een incident of dat er aanleiding is de werkwijze aan te passen.
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 45 van 85
8. Bijlagen
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 46 van 85
8
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10
BEGRIPPENLIJST (3 BLADEN) ................................................................................................................................ 48 OVERZICHT VAN DE (ARCHIEF) INSTELLINGEN ................................................................................................... 51 GERAADPLEEGDE LITERATUUR ............................................................................................................................. 52 GERAADPLEEGDE ARCHIEVEN .............................................................................................................................. 61 OVERZICHT LUCHTFOTO’S.................................................................................................................................... 71 UITSNEDE GEALLIEERDE STAFKAART EN THE NATIONAL ARCHIVES................................................................. 72 EOD: MUNITIERUIMRAPPORTEN ......................................................................................................................... 77 EOD: MIJNENVELDKAART EN MMOD............................................................................................................... 80 CHECKLIST WSCS-OCE EN VERZENDLIJST .......................................................................................................
84 TEKENINGEN .......................................................................................................................................................... 85
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 47 van 85
BIJLAGE 1
BEGRIPPENLIJST (3 BLADEN)
Begrip Werkveldspecifiek certificatieschema voor het systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven
Afkorting WSCS-OCE
Hierin zijn onder andere richtlijnen, proceseisen en deskundigheidseisen opgenomen. Het WSCS-OCE is sinds 1 juli 2012 de opvolger van de Beoordelingsrichtlijn Opsporen Conventionele Explosieven (BRL-OCE) en is wettelijk verankerd in de Arbowet.
Conventionele Explosieven
CE
Niet Gesprongen Explosieven
NGE
Niet Gesprongen Explosieven Bodemonderzoek
Definitie Het WSCS-OCE is het werkveldspecifiek certificatieschema voor het opsporen van Conventionele Explosieven.
NGEBodemonderzoek
Om het maatschappelijk belang – veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid – te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven. Elk explosief dat niet als geïmproviseerd, nucleair, biologisch of chemisch kan worden aangemerkt. Bij het opsporingsproces wordt aan CE gelijkgesteld en als zodanig behandeld: CE die geen explosieve stoffen (meer) bevatten; Restanten van CE die door leken als zodanig herkenbaar zijn; Voorwerpen die door leken kunnen worden aangemerkt als CE; Wapens of onderdelen daarvan. Door REASeuro gehanteerd begrip waaronder wordt verstaan: alle explosieven of onderdelen/restanten van explosieven die niet of gedeeltelijk hebben gefunctioneerd. Onder NGE vallen: Conventionele Explosieven (CE); Geïmproviseerde explosieven; Explosieven voor civiel gebruik; Chemische explosieven; Biologische explosieven; Nucleaire explosieven. Werkwijze van REASeuro waaronder wordt verstaan: de integrale totaal aanpak voor de NGE-problematiek bestaande uit vijf afzonderlijke fasen. Hierdoor kan de opdrachtgever telkens een weloverwogen besluit nemen en zijn vervolgacties plannen met als doel dat de opdrachtgever de regie over het project in handen houdt.
Historisch Vooronderzoek Niet Gesprongen Explosieven
HVO-NGE
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
De vijf fasen zijn: 1. HVO-NGE (Historisch Vooronderzoek NGE). 2. PRA-NGE (Projectgeboden Risicoanalyse NGE). 3. Projectplan-NGE. 4. Uitvoering-NGE. 5. PvvO-NGE (Proces-verbaal van Oplevering). Bureaustudie waarin het beschikbare feitelijke bronnenmateriaal van de periode 1940-1945 (incl. naoorlogse munitieruimingen en opsporingsactiviteiten) wordt beoordeeld en geëvalueerd. Doel
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 48 van 85
Begrip
Afkorting
Werkgebied
-
Conflictzone
-
Positief advies
-
Definitie is om vast te stellen of in de werkgebieden sprake is van een NGE-Risicogebied in relatie tot het werkgebied. Het HVO-NGE bestaat uit: Rapportage. Positief of negatief advies. In het geval van een positief advies: Horizontale afbakening NGE-Risicogebied(en). NGE-Risicokaart. Het door de opdrachtgever aangegeven gebied waarbinnen reguliere werkzaamheden (niet NGE-gerelateerd) uitgevoerd gaan worden of waar een functieverandering wordt doorgevoerd. Een globaal afgebakend gebied waarbinnen (intensieve) gevechtshandelingen hebben plaatsgevonden. De afbakening is gebaseerd op het beschikbare bronnenmateriaal, maar kan gezien de aard van de gevechtshandelingen niet nauwkeurig worden begrensd. Beoordeling en evaluatie van het feitelijk bronnenmateriaal heeft aangetoond dat NGE kunnen worden aangetroffen in de werkgebieden. Een vervolgstap van het NGE-bodemonderzoek wordt geadviseerd. Tevens vormt een positief advies de legitimatie voor het indienen van een Raadsbesluit t.b.v. van een Rijksbijdrage.
Negatief advies
Niet Gesprongen Explosieven Risicogebied
-
NGE-Risicogebied
Niet Gesprongen Explosieven – Risicokaart
NGE-Risicokaart
Projectgebonden Risicoanalyse -Niet Gesprongen Explosieven
PRA-NGE
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Op basis van de beoordeling en evaluatie van het feitelijk bronnenmateriaal wordt niet verwacht NGE aan te treffen in de werkgebieden Een vervolgstap van het NGE-bodemonderzoek wordt niet geadviseerd. De geplande werkzaamheden kunnen regulier worden uitgevoerd. Gebied waar op basis van feitelijk bronnenmateriaal een risico op het aantreffen van NGE bestaat naar de situatie van 19401945 (inclusief naoorlogse munitieruimingen en opsporingsactiviteiten). Het NGE-risicogebied is horizontaal afgebakend, waarin zijn opgenomen: Eventuele onzekerheden en onnauwkeurigheden uit het bronnenmateriaal (o.a. cartografische onnauwkeurigheden). De maximale horizontale verplaatsing van NGE in de bodem. Cartografische weergave van het (de) NGE-Risicogebied(en).
Bureaustudie waarin het verdachte gebied binnen het NGERisicogebied wordt afgebakend. Daarnaast worden de risico’s van de voorgenomen reguliere werkzaamheden in relatie tot de aan te treffen NGE vastgesteld.
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 49 van 85
Begrip
Afkorting
Verdacht gebied
-
Opsporingsgebied
-
Bijdragebesluit / Gemeentefonds Proefdetectie
-
Reguliere werkzaamheden
-
-
Definitie De PRA-NGE bestaat o.a. uit: Indien nodig het opvullen van leemten in kennis van het HVO-NGE. De horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Een NGE-Risicoanalyse. Het bepalen van aanvaardbare risico’s. Het opsporingsadvies De mogelijkheid tot een proefdetectie. De horizontale en verticale afbakening van het NGERisicogebied. Bij de afbakening is o.a. rekening gehouden met: Het vaststellen van de horizontale verplaatsing van de NGE in de bodem (inkaderen NGE-Risicogebied). De mogelijke inperking van de onzekerheden en onnauwkeurigheden uit het bronnenmateriaal. De naoorlogse werkzaamheden (zoals ontgravingen, ophogingen etc.). De bodemkundige parameters (zoals grondsoort en draagkracht van de grond). Het verdachte gebied binnen het werkgebied waar voorafgaand aan de reguliere werkzaamheden de opsporing naar NGE wordt geadviseerd. Regeling voor Rijksfinanciering van (een deel) van de kosten voor het NGE-bodemonderzoek. Een steekproef die binnen het opsporingsgebied kan worden uitgevoerd om de mate van detectieverstoring vast te stellen (de proefdetectie is non-destructief). Op basis van een proefdetectie kan de meest efficiënte opsporingsmethodiek worden bepaald en het voor de opsporing benodigde budget en de doorlooptijd worden onderbouwd. Alle door de opdrachtgever voorgenomen niet NGEgerelateerde werkzaamheden.
Enkele voorbeelden zijn civieltechnische, milieutechnische en archeologische werkzaamheden.
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 50 van 85
BIJLAGE 2
OVERZICHT VAN DE (ARCHIEF) INSTELLINGEN
•
Archief van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) in Soesterberg;
•
Gemeentearchief Denekamp in Denekamp;
•
Gemeentearchief Losser in Losser;
•
Gemeentearchief Tubbergen in Tubbergen;
•
Gemeentearchief Weerselo in Weerselo;
•
Historisch Centrum Overijssel in Zwolle;
•
Luchtfotocollectie en stafkaartcollectie van de afdeling GEO-informatie van het Kadaster in Zwolle (Kadaster);
•
Luchtfotocollectie The National Collection of Aerial Photography (NCAP) in Edinburgh, Schotland;
•
NIOD instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies in Amsterdam (NIOD);
•
Semi-Statische Archiefdiensten (SSA) in Rijswijk;
•
The National Archives (TNA) in Londen;
•
REASeuro bibliotheek.
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 51 van 85
BIJLAGE 3
GERAADPLEEGDE LITERATUUR
Voor dit HVO-NGE is de volgende literatuur geraadpleegd: Afkorting AME BOE
Auteur Amersfoort, H. e.a., Boer, J.F.A.,
BUT CAN COR1 COR2
Buter, A., Canadian Military Historical Section Cornelissen, C.B., Cornelissen, C.B.,
COR3
Cornelissen, C.B.,
DRE
De Dree Marken
HAV
Haverkate, J., e.a.,
HEI
Heijink, G. e.a.,
HIL
Hilbrink, C., Kienhuis, M. en Vos, K, Historische Kring Losser, Huurman, C., Klaassen, M.,
HKL HUU KLA1 KLA2 KLE KOK1 KOK2 LUI MAA MID PAT ROE SGLO SHD1 SHD2 TIE VBO
Klaas, G., e.a., Klep, C., en B. Schoenmaker, Kokhuis, G.J.L., Kokhuis, G.J.L., Luizink, J.J., Maathuis, B., Middlebrook, M., en Everitt, C., Pater, de, B.C. e.a., Roest, H., Studiegroep Luchtoorlog 19391945 Stichting Heemkunde Denekamp Stichting Heemkunde Denekamp Tiehatten, R., Vereeniging tot beoefening van
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Titel Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (Den Haag 2012). V-Wapens in Overijssel: Duitse bezetting november 1944 – maart 1945 (plaats & datum onbekend). Vuur over Twente (z.p. 1970). The concluding phase of operations by the First Canadian Army (z.p. 1950). Almelo frontstad: de bevrijding van Twente (Denekamp 2013). Storm uit het noorden. Mobilisatie en Duitse inval in Twente 1939 – 1940 (Oldenzaal 1985). Van grasmat tot fliegerhorst. Een oorlogsdocumentatie over de luchtstrijd boven het oostelijk deel van Overijssel (Oldenzaal 1998). ’n Hoesbreef: contactorgaan Historische Vereniging ‘De Dree Marken’, 12e jaargang, nr. 2 (De Lutte, mei 2005). Vrij van D-Day tot V-Day. Een journalistieke documentaire over de bevrijding van de Achterhoek en Twente – voorjaar 1945 (Enschede 1985). Met onvergetelijke moed. Oorlog, Verzet en Bevrijding in N.O. Overijssel (Hardenberg 2005). De Pruus komt! Overijssel in de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam 1990). Plaatsen van herinnering aan de Tweede Wereldoorlog in de gemeente Losser (Losser 2013). Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd, 1939-’45 (Eindhoven 2001). Zij kwamen bij dag en bij nacht: de luchtoorlog boven noord-oost Twente, 1940-1945 (Albergen 1990). Ootmarsum 1940-1945 (Oldenzaal 1990). De bevrijding van Nederland 1944-1945. Oorlog op de flank (Den Haag 1995). Twente in de Tweede Wereldoorlog (Enschede 1993).
Twente 1940-1945 (Almelo 1969). In Losser is niets gebeurd, 1940-1945: een terugblik (Losser 1995). http://www.luchtoorlogboventwente.nl/ The Bomber Command War Diaries. An operational reference book 1939-1945 (Leicester 1996). Grote Atlas van Nederland 1930-1950 (Zierikzee 2005). Overijssel bevrijd (Ljubljana 1994). http://www.studiegroepluchtoorlog.nl/
Relevant Nee Nee
Denekampers vertellen, 1940-1945 (Denekamp 1990).
Ja
Op verhaal komen: Denekamp 50 jaar bevrijding 1945-1995 (Denekamp 1995). Onder Twentse Vleugels: kroniek van de vliegbasis Twenthe, 1945-2003 (Enschede 2004). Overijsselse Historische Bijdragen. Archeologie van de Tweede Wereldoorlog in Overijssel (Deventer 2010).
Nee
Overijssel PAS Cluster 2
Nee Nee Ja Ja Ja Ja Nee Nee Nee Ja Nee Ja Nee Nee Ja Ja Ja Nee Nee Nee Nee Ja
Nee Nee
Pagina 52 van 85
VRI WON
Overijsselsch Regt en Geschiedenis Vries, de, G., Wonink, H.,
ZWA 1&2
Zwanenburg, G.J.,
Tabel 1: Verwijzing literatuur.
Tubbergen 1940-1945 (Tubbergen 1986). Stille getuigen 1940-1945: tastbare herinneringen aan de oorlogsjaren in Oost-Nederland (Hengelo 1990). En Nooit was het Stil. Kroniek van een Luchtoorlog (2 dln. & supplement; Oldemarkt).
Nee Ja Ja
In de onderstaande tabellen wordt per periode de gebeurtenissen die betrekking hebben op de werkgebieden weergegeven. Vooroorlogse periode en de Duitse inval mei 1940 Duitsland was al tijden bezig met de voorbereidingen voor een overweldigende (lucht-) aanval op West-Europa. Tijdens de Duitse inval van 10 mei 1940 werden door de bombardementen voornamelijk militaire doelen en vliegvelden in het westen van Nederland getroffen. Rond Den Haag werden op verschillende plaatsen parachutisten gedropt. Het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 dwong Nederland tot overgave. In het oosten van het land lagen slechts mondjesmaat kleine groepen grenstroepen en langs de IJssel lag een verdedigingslinie. Bij de Grebbelinie heeft het Nederlandse leger drie dagen hard gevochten. Voor dit project is de volgende informatie aangetroffen: Datum / jaar 1938-1939
Gebeurtenis Door toenemende internationale spanning werden bataljons geformeerd die de oostgrens dienden te versterken. Deze bataljons werden gelegerd in plaatsen zoals Enschede, Oldenzaal, Tubbergen en Ootmarsum. o Niet relevant, geen oorlogshandelingen. 1939-1940 In de provincie Overijssel kwam er een aantal grensbataljons (G.B.). • 3e bataljon 7e regiment G.B: -Nr. 7: de post Overdinkel, nabij kilometerpaal 3. -Nr. 8: de post Losser, 500 meter van de grens verwijderd. -Nr. 9: het detachement De Lutte, tussen Oldenzaal en Bentheim, ongeveer 1 kilometer van de grensovergang ‘De Poppe’. • 3 bataljon 9e regiment G.B. -Nr. 13: Laagse Paal, tussen Ootmarsum en Duitsland, 200 meter van de grens verwijderd. -Nr. 14: de groep Mander, aan de weg van Tubbergen naar Uelsen, 1 km van de grens. o Niet relevant, geen oorlogshandelingen. Mei 1940 De Duitse aanvalsgroep gereedgemaakt voor de inval in Overijssel was de SSLeibstandarte Adolf Hitler onder leiding van SS-Brigadeführer Sepp Dietrich. Deze waren gelegerd in Rheine, Bentheim, Ochtrup en Coesfeld. De Leibstandarte werd onderverdeeld in drie groepen die op 10 mei een snelle aanval moesten plaatsen (Noord, Midden en Zuid). Groep Noord zou bij De Lutte binnentrekken. Grensdetachement nr. 9 in De Lutte werd zonder weerstand opgerold. o Niet relevant, geen oorlogshandelingen.
10 mei 1940 De grensposten in Overijssel werden in de ochtend van 10 mei al snel overrompeld. Een aantal regimenten wist zich terug te trekken in de richting van de IJssel via Tubbergen. Andere regimenten werden overrompeld door Duitse troepen en gevangengenomen. o Niet relevant, geen oorlogshandelingen. Tabel 2: Overzicht gebeurtenissen Duitse inval mei 1940.
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Bron COR2
Pag. 29
COR2
39
COR2
87 & 149
COR2
197198
Pagina 53 van 85
De bezetting van 1940 tot juni 1944 (D-Day) Nadat in 1941 de geallieerde verliezen waren gestegen en de luchtoperaties beperkt bleven, kwam er in februari 1942 een verandering in de Britse strategie. De strategie van de nachtelijke precisiebombardementen werd verlaten voor wat betreft Duitsland en vervangen door bombardementsvluchten op Duitse (industrie)steden. Op deze wijze hoopten de geallieerden het moreel van de Duitse burgers te breken. Voor de bezette gebieden gold nog altijd dat de bevolking zoveel mogelijk gespaard moest blijven en slechts doelen die voor de Duitse oorlogvoering van groot belang waren, bestookt mochten worden. In de zomer van 1942 verscheen de Amerikaanse luchtmacht ten tonele. In tegenstelling tot de Engelse Royal Air Force (RAF) voerden de Amerikanen hun acties overdag uit en hielden zij vast aan de precisiebombardementen. Voor dit project is de volgende informatie aangetroffen: Datum / jaar 31 augustus 1940
12 september 1940 1941
Gebeurtenis Rond 01.00 ontploffen tussen Reutum en Ootmarsum enkele bommen die door een vliegtuig waren afgeworpen. Ook lichtkogels en mitrailleurvuur werd waargenomen. o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. Tussen Reutum en Ootmarsum vielen enige bommen, die geen persoonlijke ongelukken veroorzaakten. o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. Enkele brandplaatjes komen neer bij het kanaal Almelo-Nordhorn ter hoogte van Reutum. Dit waren fosfor plaatjes en werden door zonlicht ontstoken. o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. In 1941 is men begonnen aan de bouw van een radarstation en kampement in Agelerbroek, ongeveer drie kilometer ten zuiden van Ootmarsum. Het kamp werd geplaatst aan de Steenmatenweg. De barakken stonden in de weilanden langs een verhard zandpad. Tegen de achtergrond lag het moerassige bosgebied van de Agelerbroek. De bemanning van het kampement varieerde tussen de dertig en honderd man. De radarpost, uitgerust met een ‘Würzburg Reise’ antenne, was geplaatst op een bunker en omgeven door een 1,50 hoge wal. Voor zover bekend is het gebied nooit beschoten of gebombardeerd. o Niet relevant, geen oorlogshandelingen. Goed bewaakt lag tegen het Agelerbroek een radarpeilstation, dat gebouwd werd in 1941 en dat bestond uit een barakkenkamp en drie forse radarantennes.
Inmiddels is het barakkenkamp, dat daar gelegen heeft en waarin 60 tot 80 Duitsers gehuisvest waren, allang verdwenen. Tot aan het eind van de tachtiger jaren stonden fundamenten van de radarantennes en een betonnen "bunker" als stille getuigen op een gebied dat in de oorlog diende om de golf van Engelse en Amerikaanse vliegtuigen op te sporen. o Niet relevant, geen oorlogshandelingen. Ten noorden van het kanaal Almelo-Nordhorn strekt zich, tussen Denekamp en Ootmarsum, het vijftig hectare grote natuurreservaat Het Agelerbroek uit. Ten westen van het moerasgebied stond enkele jaren geleden nog, midden in de weiden, een betonnen bunker. Tot tientallen jaren na de oorlog waren in de naaste omgeving ook nog enkele betonnen blokken te zien. Die vormden kennelijk eens het stevige voetstuk voor daarop bevestigd oorlogstuig. Want de Duitsers hadden hier, aan de rand van het Agelerbroek, een radarpost. Daarmee konden ze één van hun nachtjagers naar zijn doel, een geallieerde bommenwerper, leiden. Nu rest daarvan nog één stille getuige. Langs de rand van het natuurgebied dat in het bezit is van Staatsbosbeheer ligt tussen de ruigte een betonnen voetstuk verborgen, waarop eens één van die omvangrijke radarapparaten stond.
Bron KLA1
Pag. 171172
KOK1
147
KLA1
172
COR3
57-58
SHD1
63
WON
47-48
Op het betonnen voetstuk aan de rand van het Agelerbroek, was een zogenaamde Freya geplaatst. Een rechthoekige toren van antennes. Daarmee kon op een afstand van rond 150 kilometer een naderend vliegtuig worden
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 54 van 85
Datum / jaar
8 maart 1941
23 juni 1941 29 juli 1942
21 januari 1943
13 mei 1943
13-14 mei 1943
12-13 juni 1943
10 juli 1943
Gebeurtenis gesignaleerd. Verder bestond de radarpost uit twee op betonnen voetstukken - in de weiden bij het Agelerbroek - geplaatste schotelantennes, zogenaamde Würzburgs, officieel FuMG 62 geheten. Ze hadden in eerste instantie slechts een reikwijdte van 40 kilometer en waren niet in staat de hoogte, waarop de vijand vloog, nauwkeurig vast te stellen. In 1942 werden ze door een verbeterde versie vervangen, zogenaamde antennespiegels, met een diameter van 7 1/2 meter, die een reikwijdte hadden van rond 65 kilometer. o Niet relevant, geen oorlogshandelingen. In Denekamp stortte een Whitley-bommenwerper van de R.A.F. neer. Het vliegtuig was neergeschoten door een Duitse nachtjager en was op weg voor een bombardementsvlucht op Osnabrück. De bommenwerper behoorde tot het 102 Squadron en stortte ’s avonds om 11.05 neer. De gehele bemanning kwam hierbij om. o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. In Losser viel gedurende de nacht een bom, die echter geen ongelukken veroorzaakte. o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. Een Wellington middelzware bommenwerper stortte neer bij de Goudkampsweg in Tubbergen. De Wellington was van het 57 Squadron RAF. Alle inzittenen kwamen hierbij om het leven en de stoffelijke overschotten werden in Duitsland begraven. o Niet relevant, buiten werkgebieden. Rond 20.00 uur viel een bom in Zuid-Lutte achter een woning van G.J. Kempers.
Hierbij liepen zeven woonhuizen schade op. o Relevant, verdere evaluatie in paragraaf 4.1.1. Er vielen 200 brandbommen aan de Bonenkampweg en brisantbommen aan de Lossersestraat en aan de Glanerbrugweg. o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. Een Lancaster 1 stortte neer aan de Haarstraat 158 te Rossum bij de boerderij van Scholten. De Lancaster droeg bij zich een enkele bom van 8000 lbs. Niet bekend is of deze bom nog in het ruim aanwezig was bij het neerstorten. o Niet relevant, buiten werkgebieden. Een Engelse Lancaster Bommenwerper van 106 Squadron werd om 23.42 uur neergeschoten en stortte neer bij de Haarstraat nabij Weerselo. Alle bemanningsleden kwamen om het leven. o Niet relevant, buiten werkgebieden. In Weerselo kwam een Wellington neer van de Royal Canadian Air Force 428 Squadron. De Wellington had als doel Duisburg en Bochum te bombarderen. Vijf doden werden in Deurningen begraven. o Niet relevant, buiten werkgebieden. Rond twee uur in de ochtend van 14 mei stortte een Halifax BII DT568 middelzware bommenwerper neer nabij Volthe. In Overdinkel vielen er vijf brisantbommen en een honderdtal brandbommen. Slechtst twee kwamen tot ontploffing. o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. Bij een Engels bombardement stortte een Engelse Lancaster zware bommenwerper neer aan de Stouweweg, bij de Frontrotsbeek in de gemeente Tubbergen.
o Niet relevant, buiten werkgebieden. Een Halifax bommenwerper kwam in Volthe brandend naar beneden. Vier bemanningsleden vonden hierbij de dood. o Niet relevant, buiten werkgebieden. Rond 01.15 kwamen brandbommen neer in en rondom Denekamperstraat 404 in Ootmarsum. De boerderij werd geheel verwoest. Er werden 25 staafbrandbommen gevonden.
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Bron
Pag.
KOK1
148
KOK1
148
COR3 KLA1
285 171
LUI
111
KOK1
152
COR3
296
SGLO
T2294
KOK2
150
COR3
301
COR3
165
SHD1
51
COR3 KLA1
302 172
Pagina 55 van 85
Datum / jaar
Gebeurtenis o Niet relevant, buiten werkgebieden. In Ootmarsum viel een brandbom waardoor een boerderij afbrandde en in Klein Agelo vielen brisantbommen waardoor 10 koeien werden gedood en een boerderij werd beschadigd. In de gemeente Tubbergen vielen 25 staafbrandbommen. o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. 26 juli 1943 Een Duitse Focke Wulf 190 kwam op 26 juli 1943 neer bij de Lutte. De piloot kwam om het leven. o Relevant, verdere evaluatie in paragraaf 4.2.1. 29 augustus In hun Lageberichten meldden de Duitsers dat tussen 08.13 uur en 08.38 uur 1943 enkele bommen werden afgeworpen op het dorp Denekamp en op een turfschip. Vrijwel geen persoonlijke ongelukken en weinig schade. o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. 16 In hun Lageberichten rapporteerden de Duitsers dat in de nacht van 15 op 16 september september 1943 om 04.43 uur een bom viel bij Denekamp. 1943 o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. 10 oktober In De Lutte aan de Lossersedijk zijn twee parachutes met daaraan bussen 1943 gevonden in een weide. o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. Achter de boerderij van Beernink in Overdinkel kwam een stuk van een vliegtuig neer terwijl bij de kleigaten van Losser een tweetal brisantbommen neerkwam waarvan er één ontploft. Dit liet een krater achter van acht meter breed en drie meter diep.
o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. 14-15 januari Een Duitse Messerschmitt Bf 110 crashte tijdens het landen bij de Lutte. 1944 o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. 22 januari Een Halifax B-III van 466 Squadron RAAF werd op de terugreis neergeschoten 1944 en kwam neer in Lutterzand. Het toestel kwam terug van een aanval op Magdenburg. o Relevant, verdere evaluatie in paragraaf 4.2.2. Direct voor de Kribbenbrug, rechts van de weg, staat een monument ter herinnering aan de omgekomen bemanning van een op 22 januari 1944 neergestorte bommenwerper van de Royal Air Force. Het vliegtuig, een Halifax B-III kwam terug van een bombardement op Maagdenburg. Om 0.35 uur werd de bommenwerper beschoten door een, vanaf de vliegbasis Twente opgestegen, Duitse nachtjager. De linkervleugel brak af, de bemanning verloor de controle en het vliegtuig stortte neer aan de oevers van de Dinkel. Twee bemanningsleden konden bijtijds het toestel verlaten en kwamen met hun parachute veilig aan de grond. Ze werden door de Duitsers krijgsgevangen genomen. De overige vijf bemanningsleden kwamen om het leven en werden begraven op het geallieerde ereveld van het kerkhof in De Lutte. o Relevant, verdere evaluatie in paragraaf 4.2.2. 8 maart 1944 Een P38J Lightning (383th Squadron, 364th FG) kwam neer aan de Kemperdijk in Lemselo. o Relevant, verdere evaluatie in paragraaf 5.1.
Een Amerikaanse Lockheed P-38J kwam neer bij Lemselo. De piloot wist de crash te overleven. o Relevant, verdere evaluatie in paragraaf 5.1. Tabel 3: Overzicht gebeurtenissen Duitse bezetting tot juni 1944.
Bron
Pag.
KOK1
156157
SGLO
T2714
ZWA2
71
ZWA2
81
LUI
112
COR3 LUI
311 112
SGLO
T3316
COR3
322
HKL
21
COR3
333
SGLO
T3520
De periode juni ’44 (D-Day) tot en met oktober ‘44 De voorbereidingen voor operatie Overlord waren al begin 1943 begonnen. De Duitse kustverdediging (de Atlantikwall) werd zwaar ondermijnd na de geslaagde geallieerde landingen op 6 juni 1944. De geallieerde
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 56 van 85
opmars naar het noorden verliep redelijk voorspoedig. De geallieerde opmars werd net ten zuiden van Nederland wat vertraagd door een ijlings door de Duitsers opgetrokken verdedigingslinie. Desondanks werd de tegenstand snel gebroken en kon operatie Market Garden van start gaan. In deze operatie zou de nadruk komen te liggen op de juiste afstemming en samenwerking van de luchtlandingstroepen (deel van de operatie dat de naam Market kreeg) en de grondtroepen (operatie Garden). Het primaire doel van de operatie was de inname van de bruggen over de waterwegen tussen Eindhoven en Arnhem. Om de geallieerde opmars te laten slagen was het belangrijk om de diverse steden en dorpen die op de route lagen van de opmars te bezetten en te behouden met parachutisteneenheden totdat de landlegers de steden en dorpen bevrijden. Voor dit project is de volgende informatie aangetroffen: Datum / jaar 29 juni 1944
Gebeurtenis In de ochtend van 29 juni 1944 waren Amerikaanse bommenwerpers, geëscorteerd door jachtvliegtuigen, op weg naar Duitsland om daar doelen te bombarderen. Het was mooi helder weer en vanaf een hoogte van 7000 meter ontdekten de jagers een Duitse troepentrein. Men liet zich afzakken. De Mustangs, vier of vijf stuks, werden in positie achter elkaar gebracht en doken vanaf de Duitse grens naar beneden om in de lengterichting de trein te beschieten. Met een hels kabaal gierden ze over de trein, dood en verderf zaaiende. Op de trein was voor en achter luchtafweergeschut geïnstalleerd maar de militairen hadden de tijd niet om die in stelling te brengen. In paniek sprongen ze van de trein, de bermen in. Maar de Mustangs maakten opnieuw een bocht en herhaalden de beschieting enige malen. Daarna verdwenen ze. De gevolgen waren verschrikkelijk. Er vielen vele doden en gewonden. De aanval vond plaats bij het viaduct onder spoorlijn Lossersedijk, De Lutte richting Oldenzaal. o Relevant, verdere evaluatie in paragraaf 4.1.2. 30 oktober In Losser vielen enige bommen in een weiland. 1944 o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. 11 november In Zuid-Lutte bij boerderij 214 kwamen vijf bommen neer. Deze bommen 1944 sloegen gaten van acht meter doorsnede en drie meter diep. Schade aan omliggende woningen. o Relevant, verdere evaluatie in paragraaf 4.1.3.
22 december Eén Tempest van No 486 Nieuw-Zeelands Squadron keerde niet terug en 1944 stortte neer bij Losser, neergeschoten door luchtafweer. De piloot kwam om het leven. o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. Tabel 4: Overzicht gebeurtenissen juni t/m oktober 1944.
Bron HKL
Pag. 24
KOK2
179
LUI
114
ZWA2
483
Winter ’44-’45 tot en met de Duitse capitulatie mei 1945 De operatie Market Garden was voor de geallieerden uiteindelijk geen succes; het leverde strategisch weinig baat op. In de winter van 1944-1945 lag het front nagenoeg onbeweeglijk stil, dwars door Nederland, vanaf de Oosterschelde via Moerdijk richting Nijmegen. In die periode namen de grondgevechten af, maar werden de luchtgevechten en bombardementsvluchten richting Duitsland geïntensiveerd. Ook boven de bezette gebieden in Nederland nam het aantal luchtactiviteiten toe. Voor dit project is de volgende informatie aangetroffen: Datum / jaar 29 december 1944 4 januari 1945
Gebeurtenis
Bron
Pag.
Een Spitfire, opgestegen vanaf Woensdrecht, stortte neer bij de Agelerweg, ongeveer 500 meter ten zuiden van het kanaal Almelo-Nordhorn. De Spitfire was onderdeel van het Noorse 311 Squadron en was bezig met een gewapende verkenning in de omgeving van Rheine. o Niet relevant, buiten werkgebieden. In het voorjaar van 1945, sloeg op een nog steeds getekende plek een Duitse jager in de grond. De locatie was vanaf het kanaal Almelo-Nordhorn over de Nijenkampsweg richting Groot Agelo. Na het kanaal zo'n 150 meter achter gelaten te hebben, is in oostelijke richting op 200 meter de bosrand van een
KLA1
151
SHD1
61-63
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 57 van 85
Datum / jaar
13 januari 1945
14 januari 1945
Gebeurtenis
Bron
Pag.
KOK2 COR3
181 367
ZWA2
515
COR3 LUI
367 115
SGLO
T5105
WON
106
flink natuurgebied te zien. Op de plaats waar de bosrand wat getrapt naar achteren verdween was een rietrand te bespeuren. De rietrand omgaf een wat langwerpige kuil van zo'n twee meter diep, terwijl in de bosrand nog wat bomen leken weggeslagen.
. o Relevant, verdere evaluatie in paragraaf 3.2. Bij Vasse werd een Duitse bus door een jachtvliegtuig met boordkanonnen beschoten. o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. Bij Vasse werd een Duitse bus onder vuur genomen en vernield. o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. Rond 10.45 uur stortte een Focke Wulff Fw.190-A9 neer bij De Zandbergen bij Losser. Het vliegtuig werd neergeschoten door een Spitfire van 411 Squadron. o Relevant, verdere evaluatie in paragraaf 4.2.3. Een Duitse Focke Wulf 190 stortte neer bij De Zandbergen bij Losser na neergeschoten te zijn door Canadese Spitfires. o Relevant, verdere evaluatie in paragraaf 4.2.3. Een in brand geschoten Focke Wulf boorde zich in het dak van de vier woningen aan de Scholtinkstraat in Losser. De piloot van het Engelse toestel die het Duitse vliegtuig beschoot, zag hoe de dodelijk getroffen jager rakelings langs de kerktoren vloog, door de boomtoppen raasde en zich te midden van een vuurzee in het dak van een huis boorde.
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 58 van 85
Datum / jaar 15 februari 1945
7 maart 1945 18 maart 1945 April 1945
1 april 1945
2 april 1945
3 april 1945
Gebeurtenis o Niet relevant, buiten werkgebieden. In Glane, vlak bij de Duitse grens, sloeg op 15 februari 1945 het oorlogsgeweld toe. Omstreeks 14.00 uur vielen ongeveer 35 brisantbommen, afgeworpen door Engelse of Amerikaanse vliegtuigen. De bommen zullen bestemd zijn geweest voor Gronau, dat in de Tweede Wereldoorlog een aantal keren werd gebombardeerd. Bij het bombardement kwamen drie mensen om het leven en er vielen zeven (zwaar) gewonden. Diverse woningen in de buurt werden ernstig beschadigd, waarvan circa vijfentwintig totaal onbewoonbaar waren. De meeste schade ontstond aan de Glanergrensweg, dicht bij de Gronausestraat en aan de Hoge Veldweg. De huizen op deze laatste plek werden niet herbouwd. In het voorjaar, wanneer de akker wordt omgeploegd, komt daarbij nog altijd puin naar boven. o Relevant, verdere evaluatie in paragraaf 4.1.6. Een Duitse Focke Wulf 190 stortte neer om 15.30 uur, na neergeschoten te zijn door een Tempest, in het Lutterzand. o Relevant, verdere evaluatie in paragraaf 4.2.4. Een Duitse Focke Wulf 190 kwam om 20.30 uur neer in het Lutterzand. o Relevant, verdere evaluatie in paragraaf 4.2.4. Door het snelle oprukken van de Engelsen waren Duitse troepen niet bij machte om verdedigingslinies op te stellen langs de Duitse grens. Vluchtroutes liepen door Lutterzand, maar lokale boeren verwezen vluchtende Duitsers in de richting van de geallieerden.
Verstrooide Duitse troepen reden zo recht in de armen van de Engelse tankdivisies. Bij De Poppe stonden geallieerde tanks opgesteld om doelen (bewegend en statisch) onder vuur te nemen in de richting van Bad-Bentheim. o Niet relevant, geen betrekking tot NGE. Dinkelland werd bevrijd door troepen van de 5th Armoured Brigade van het Tweede Britse leger. Dit ging gepaard met vuurwisseling met terugtrekkende Duitse troepen. o Niet relevant, geen betrekking tot NGE. Engelse troepen bereikten op 2 april om 7.30 uur Oldenzaal. Via de Grote Markt in Oldenzaal stootten de troepen direct door naar het Oostelijk gelegen De Lutte. o Niet relevant, geen betrekking tot NGE. Bij de bevrijding van Nederland werd het rustige De Lutte toch nog getroffen door oorlogsgeweld. Terwijl Enschede werd bevrijd op 1 april 1945 trokken de Duitse troepen via Losser terug naar hun land. Op 2 april 1945 kwamen er nog meer terugtrekkende Duitsers in het centrum van De Lutte met o.a. twee vrachtwagens vol munitie en radioapparatuur, twee veldkanonnen (type Flak) en een vierlinggeschut. In het Bernardusgebouw werd munitie opgeslagen en ondertussen trokken de Engelsen via de Bentheimerstraat richting Duitsland.
De ‘ingesloten’ Duitsers begonnen te schieten op de Engelsen op de Bentheimerstraat en dit werd door de Engelsen met zwaar geschut beantwoord met als gevolg: café Welhuis (thans Plexat) in brand, het Bernardusgebouw grotendeels verwoest, het pand van de fam. Sweerts (nu het Lutters Kwartier) zwaar beschadigd en ook schade aan de kerk en andere panden in de omgeving. Binnen enkele uren was het centrum van De Lutte veranderd in een ‘slagveld’ terwijl het er gedurende de gehele oorlog relatief rustig was geweest. Als een herinnering aan het oorlogsgeweld heeft in het centrum van het dorp nog jarenlang een, door de Duitsers achtergelaten, kanon gestaan. o Niet relevant, buiten werkgebieden. Weerselo werd bevrijd door geallieerde troepen.
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Bron
Pag.
HKL
10
SGLO
T5357A
SGLO
T5396K
LUI
124125
LUI
128
COR1
8
HKL
25
HIL
149
Pagina 59 van 85
Datum / jaar 5 april 1945
Gebeurtenis o Niet relevant, geen betrekking tot NGE. Infanteristen van het Canadese Argyll en Sutherland Highland regiment bereikten om 16.00 uur Tubbergen. Andere troepen waren hen voorgegaan in de ochtend. Dit waren onder andere de 12e Manitoba Dragoons.
Bron
Pag.
COR1
73 & 75
Ook Ootmarsum werd op deze dag bevrijd. Vanuit Tubbergen gingen de Canadezen door in de richting van Mander om daar de Duitse grens over te steken. o Niet relevant, geen betrekking tot NGE. Tabel 5: Overzicht gebeurtenissen winter 1944 – mei 1945. Naoorlogse periode Direct na de oorlog is gestart met de wederopbouw van Nederland. Onderdeel van de wederopbouw was het opruimen van oorlogsstellingen, als bunkers en het ruimen van achtergebleven NGE. Duitse krijgsgevangenen werden aan het werk gezet om de aanwezige mijnenvelden te ruimen. Voor dit project is de volgende relevante informatie aangetroffen: Datum / jaar 2013
Gebeurtenis In de Zandbergen zijn nog overblijfselen te vinden van door de Duitsers aangelegde ‘mitrailleurnesten’. Komende vanaf de Drielandweg vindt u er één aan de rechterkant van de Ravenhorsterweg, enkele meters vanaf de berm in het bos. (Ongeveer 200 meter na de splitsing met de Drielandweg). o Niet relevant, buiten werkgebieden.
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Bron HKL
Pag. 13
Pagina 60 van 85
BIJLAGE 4
GERAADPLEEGDE ARCHIEVEN
In deze bijlage zijn de relevante resultaten uit de volgende archieven uitgewerkt: • Gemeente Dinkelland • Gemeente Losser • Gemeente Tubbergen • Gemeente Weerselo • Historisch Centrum Overijssel •
NIOD instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies in Amsterdam (NIOD)
Gemeente Dinkelland Gemeentearchief Denekamp. Geen toegangsnummer; archief is digital ontsloten. Inventaris 16-5 Luchtbeschermingsplan Denekamp, 1939. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 16-6
Luchtbeschermingsdienst: organisatie, materieel, personeel, verordening t.b.v. luchtbeschermingskelder, 1941-1944. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 17-4 Luchtbeschermingsdienst: rapporten, 1940-1945. • Op 6 oktober 1942 kwamen tussen 22.00 uur en 22.30 uur bij het buurtschap Groot-Agelo, op één kilometer ten westen van de straatweg Ootmarsum-Oldenzaal en één kilometer ten noorden van het kanaal AlmeloPruisische grens, bommen neer. De bommen kwamen terecht in een bos- en heidegebied. De bommen waren in west-oostelijke richting afgeworpen. Na onderzoek werden drie bomtrechters aangetroffen. Daarnaast werden negentien kleine trechters gevonden, afkomstig van fosforrubberbrandbommen. Zeventien brandbommen waren ontploft en twee brandbommen waren niet tot ontploffing gekomen. Later werd nogmaals onderzoek gedaan en werd geconcludeerd dat nog elf brandbommen waren geëxplodeerd en uitgebrand. o Relevant, verdere evaluatie in paragraaf 3.1.2. •
Op 21 december 1942 werd nabij een perceel, plaatselijk bekend als ‘Holtkamp’, een brandbom gevonden. Bij het uitgraven ontplofte de bom alsnog. o Niet relevant, specifieke locatie kan niet nader worden bepaald.
•
Op 18 januari 1943 werd een bom aangetroffen in het akkerveld genaamd ‘’t Rot’ in het buurtschap OudOotmarsum. o Niet relevant, buiten werkgebieden.
•
In de nacht van 13 op 14 mei 1943 kwamen verschillende vliegtuigen neer. Eén toestel kwam terecht in de gemeente Tubbergen en één vliegtuig stortte neer in de gemeente Weerselo. o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend.
•
In de nacht van 12 op 13 juni 1943 kwam vlak na 2.10 uur een vliegtuig neer in Volthe (gemeente Weerselo). Om 2.45 uur werd gemeld dat een brandbom was gevallen en ontbrand in het buurtschap Groot-Agelo voor het perceel G.A. 48. Na onderzoek bleek dat vermoedelijk meerdere brandbommen waren neergekomen en ontbrand. o Niet relevant, specifieke locatie kan niet nader worden bepaald.
•
Op 29 september 1943 om omstreeks 22.30 uur kwamen in de onmiddellijke omgeving van Groot-Agelo 4A zeven fosforbrandbommen neer en explodeerden. Om ongeveer 22.45 kwamen bij Klein-Agelo 9 ook enkele brandbommen neer. In totaal werden zeventien brandbommen gevonden binnen de genoemde dorpen. o Niet relevant, specifieke locatie kan niet nader worden bepaald.
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 61 van 85
Gemeentearchief Denekamp. Geen toegangsnummer; archief is digital ontsloten. • Op 9 januari 1944, 30 januari 1944 en 6 maart 1944 vonden luchtgevechten plaats boven de gemeente Denekamp, waardoor in het dorp Denekamp en de omgeving verschillende mitrailleurkogels en explosieve projectielen neerkwamen. o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend. •
In de nacht van 21 op 22 januari 1944 stortte een Halifax bommenwerper neer in de nabijheid van KleinBeverborg in Noord-Lutte. o Relevant, verdere evaluatie in paragraaf 4.2.2.
•
Op 24 maart 1944 kwam werd een bominslag waargenomen om 20.50 uur. Op 28 april 1944 werd de bomtrechter aangetroffen in het land van de boer Rolink, Oud-Ootmarsum 8. o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend.
•
Op 8 april 1944 vonden verschillende luchtgevechten plaats boven Denekamp. Geconstateerd werd dat aan de oostelijke zijde van het dorp verschillende projectielen van luchtafweergeschut waren neergekomen. o Niet relevant, geen specifieke locatie bekend.
•
Op 12 april 1944 werden schietoefeningen gehouden door een Flakbatterij in het buurtschap Deurningen. Bij Groot-Agelo 65 en 69 werden op 14 april 1944 8,8 cm granaten gevonden. o Niet relevant, buiten werkgebieden.
Inventaris 18-1 Luchtbeschermingsplan gemeenschappelijk regeling, 1950-1954. Niet relevant, betreft algemene dossiers. Inventaris 18-2 Luchtbescherming correcties van algemene aard, 1942-1945. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 53-2 Openbare veiligheid: o.m. evacuatie personen, 1937-1948. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 60-5 Inbeslagneming, huiszoeking en schouw, 1940-1947. Niet relevant, betreft verordeningen en huisraadinventarissen. Inventaris 60-6 Rapporten gemeentelijke veldwachter, 1928-1930. Niet relevant, betreft periode vóór de Tweede Wereldoorlog. Inventaris 95-4 Herstel oorlogsschade: gevorderde gebouwen, 1954-1957. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 279-2 Herstel oorlogsschade: vordering gebouwen, 1964-1981. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 279-3 Herstel oorlogsschade: vordering motorrijtuigen, 1954-1974. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 342-9 Straatnaamgeving, 1916-1980. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 451-3 Huisnummer uitvoering, 1960-1990. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 523-2 Landsverdediging, correcties van algemene aard, 1976-2008.
Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen.
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 62 van 85
Gemeentearchief Denekamp. Geen toegangsnummer; archief is digital ontsloten. Inventaris 630-3 Ruiming explosieven, 1937-1996. Niet relevant, buiten werkgebieden. Inventaris 694-3 Militaire oefeningen in de gemeente: landsverdediging, 1957-1969. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 763-1 Huisnummering, 1991-2000 Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Gemeente Losser Archief van de gemeente Losser 1813-2012 Inventaris 2473 Stukken betreffende de mobilisatie, 1919-1939. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2474 Zakboekjes van veldwachters, 1927-1942 (Bos, Th. Ten) Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2775 Zakboekjes van veldwachters, 1927-1942 (Bourgonje, Th.M.) Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2776 Zakboekjes van veldwachters, 1927-1942 (Gerard, B.) Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2777 Zakboekjes van veldwachters, 1927-1942 (Gerard, J.M.A.) Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2778 Zakboekjes van veldwachters, 1927-1942 (Laak, J.A. ter) Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen.
Inventaris 2779 Zakboekjes van veldwachters, 1927-1942 (Schurink, J.) Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2483 Instructies en benoemingen Luchtbeschermingsdienst, 1938-1939. Niet relevant, betreft algemene dossiers. Inventaris 2497 Stukken betreffende gesneuvelde militairen, 1940. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2498 Stukken betreffende gesneuvelde militairen, 1940. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2499 Stukken betreffende gesneuvelde militairen, 1940. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2500 Stukken betreffende gesneuvelde militairen, 1940. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2508 Stukken betreffende de vordering van gebouwen en schadeloosstellingen, 1942-1948. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2509
Stukken betreffende de vordering van gebouwen en schadeloosstellingen, 1942-1948
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 63 van 85
Archief van de gemeente Losser 1813-2012 Niet relevant, betreft vorderingen door Duitse troepen en inventarislijsten gevorderde woningen. Inventaris 2510
Stukken betreffende declaraties inzake werkzaamheden ten behoeve van de Duitse Wehrmacht, 1942-1946. Niet relevant, betreft declaraties van bouwkosten splitterboxen bij luchthaven Twente, zonder kaarten en/of locatieaanduidingen. Inventaris 2511
Stukken betreffende declaraties inzake werkzaamheden ten behoeve van de Duitse Wehrmacht, 1942-1946. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2512
Stukken betreffende declaraties inzake werkzaamheden ten behoeve van de Duitse Wehrmacht, 1942-1946. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2513 Stukken betreffende inkwartiering Duitse militairen, 1942-1945. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2516 Declaraties Luchtbeschermingsdienst, 1942-1945. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2523 Declaraties bij diverse instanties, 1943-1948. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2524 Declaraties van het militair gezag, 1944-1945. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris. 2525 Declaraties bij diverse instanties, 1944-1945. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2429 Declaraties inzake de bouw van splitterboxen, 1945. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2533 Stukken betreffende de inkwartiering van geallieerde militairen, 19445-1946. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2537 Stukken betreffende de bewaking van munitielager Martha, 1945-1948. • Verklaring van het afbreken van ongeveer 130 bunkers van het munitielager ‘Martha’ te De Lutte. o Niet relevant, buiten werkgebieden. Inventaris 2538 Stukken betreffende oorlogsschade, 1945-1950.
Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 2540 Bonnen inzake inbeslaggenomen auto’s en fietsen, 1944-1945. Niet relevant, geen betrekking tot NGE en/of oorlogshandelingen. Inventaris 3111 •
Begraving van gesneuvelde militairen met o.a. politierapporten neergestorte vliegtuigen, 19431981. Op 21 januari 1943 kwam rond 19.30 uur een bom tot ontploffing op ongeveer zestig meter achter de woning van Zuid-Lutte 201. Toen de landbouwer en zijn buurman op onderzoek uitging, werd rond 20.00 uur een nieuwe bom afgeworpen. Daarnaast kwamen in een ander deel van de gemeente Losser brisant- en brandbommen en vliegtuigen neer. Op 22 januari 1943 werd onderzoek gedaan. Er werden negentig brandbommen aangetroffen, waarvan tien niet waren ontploft. o Relevant, verdere evaluatie in paragraaf 4.1.1.
72762-2 / RO-170164 versie 1.0
Overijssel PAS Cluster 2
Pagina 64 van 85
Archief van de gemeente Losser 1813-2012 •
Op 13 juni 1943 stortte een Wellington bommenwerper in Volthe. o Niet relevant, buiten werkgebieden.
•
Op 10 juli 1943 kwam omstreeks 1.30 uur een Lancaster bommenwerper neer op de boerderij van de heer Naafs, G.200, tussen Glane en Overdinkel. De boerderij ging in vlammen op. Behalve de piloot konden alle bemanningsleden zich in veiligheid brengen. Er werd één bomtrechter aangetroffen. Twee niet-ontplofte bommen werden door de Duitse Wehrmacht ter plaatse onschadelijk gemaakt. Door kinderen werden op 13 augustus 1943 door verschillende kinderen in totaal 134 patronen afgegeven, afkomstig van het neergestorte toestel op 10 juli 1943. o Niet relevant, buiten werkgebieden.
•
Op 17 juli 1943 waren omstreeks 10.30 uur brandbommen gevallen in het buurtschap Zuid-Lutte in de onmiddellijke omgeving van de grens Nederland-Duitsland. Er werden twee brandbommen gevonden op een perceel weiland toebehorende aan landbouwer Sanderink, Zuid-Lutte 202. De omhulsels van beide bommen werden op last van de burgemeester ter plaatse ingegraven. o Niet relevant, specifieke locatie kan niet nader worden bepaald.
•
Op 26 juli 1943 dat omstreeks 2.00 uur een Duits jachtvliegtuig was neergestort nabij het Lutterzand. De Luchtbeschermingsdienst van Losser constateerde dat op het erf van de heer Nordkamp, Noord-Lutte 140, verschillende stukken van een vliegtuig lagen. De motor van het toestel was terecht gekomen bij Noord-Lutte 150. o Relevant, verdere evaluatie in paragraaf 4.2.1.
•
Op 5 november 1943 werden omstreeks 13.30 uur enige brokstukken aangetroffen van vermoedelijk een Engels of Amerikaans vliegtuig in de heide langs de zandweg Zandbergen-Drieland, tussen grenspaal 3-4, ongeveer tweehonderd à driehonderd meter van de grens Nederland-Duitsland. Een Duitse militair was ter plaatse. o Niet relevant, buiten werkgebieden.