CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen regels_Bijlage 1 Inrichtingsplan.pdf

Gecombineerde commissievergadering Omgeving en Economie / Sociaal Domein en Bestuur 6 september 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake ontwerp Provinciaal Inpassingsplan Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek (incl. een presentatie)33.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Hier is voor gekozen omdat uitvoering van actief dempen van de gehele lengte van alle watergangen in het bosgebied veel schade in het natuurgebied zou aanrichten. Kade blijft gehandhaafd om water te kunnen vasthouden binnen het natuurgebied; hierdoor kan het water langer in de bodem infiltreren en blijft de grondwaterstand langer hoog (zakt minder uit in de zomer); peil wordt 10 cm verhoogd (uitstroom stuw op 20,18 +NAP. Om voor een goede doorstroming te zorgen worden drie extra locaties aangelegd waar het water het gebied kan uitstromen; nog hoger optrekken stuwpeil geeft een negatief effect (wegdrukken kwel) In het oppervlaktewatermodel is het benodigde profiel voor een nieuwe Peijinksbeek op de verschillende deeltrajecten berekend.

Maatregel is als afschrapen strooisellaag opgenomen in dit inrichtingsplan omdat bij het plaggen (waar ook een deel van de minerale laag wordt meegenomen) het risico bestaat dat dit invloed heeft op de hydrologie. Mogelijk in combinatie met of vervangen door kleinschalig kappen bos en verwijderen strooisellaag. Maatregel kan ook uitgevoerd worden op percelen van Staatsbosbeheer; locaties zijn gekozen op basis van bodemtype, grondwaterregime en ligging nabij doelhabitat De maatregel heeft geen effect op de stikstofdepositie in het NATURA 2000 gebied. De maatregel is experimenteel en modelstudies hebben aangetoond dat dit minder effectief is dan men eerst dacht (Dragosits et al., 2006). De aanplant van een enkele rij bomen zoals deze nu op de maatregelenkaart vermeld staat zal geen of nauwelijks positief effect sorteren op de stikstof-invang. Een zoom van ongeveer 50 meter rondom een stikstofbron is hiervoor nodig nabij de bron (<200m van de bron). De aanleg van een structuurrijke bosrand zal iets helpen bij het invangen van ammoniak maar niet veel. Het betreft dan met name het invangen van lokaal geëmitteerd ammoniak (<200 meter van de bron) en alleen aan de 37

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Natuurherstelmaatregelen uit het beheerplan

M6b Aanplanten dubbele rij bomen (ten westen van het Agelerbroek in het verlengde van de Steenmatenweg tot aan het kanaal als stikstof invangende beplanting)

Definitief maatregelenpakket

Vervallen

Onderbouwing zuidwest en westzijde van het Agelerbroek en nabij de bron. Een groot deel van de depositie valt in de vorm van natte depositie (ammonium) en zal alsnog het natuurgebied bereiken. Aangezien de stikstofbelasting niet het grootste probleem is wordt geadviseerd deze maatregel niet uit te voeren. De maatregel heeft geen effect op de stikstofdepositie in het NATURA 2000 gebied. Verder van de bron gelegen aanplant van stikstof-invangende beplanting zal niet leiden tot een afname van de stikstofdepositie in het bos. De invang is aan de randen van een structuurrijk bos (goed ontwikkelde mantel en zoom) hoog maar dit heeft nauwelijks effect op de afname in depositie in het midden van het bos (Wuyts et al., 2008, Wuyts et al., 2009). De maatregel is niet uitvoerig beschreven in de herstelstrategieën maar aangenomen mag worden dat men in deze documenten de aanplant van naaldbos bedoeld in plaats van loofbos omdat naaldbos jaarrond blad houdt en daarmee stikstof invangt in tegenstelling tot loofbos. Naaldbos heeft echter als nadeel dat het lokaal een verdrogend en nitraatuitspoeling-stimulerend effect sorteert dat ongewenst is. Deze maatregel wordt dus niet uitgevoerd.

5.3 Definitief maatregelenpakket Voltherbroek Onderstaande tabel geeft een overzicht van de natuurherstelmaatregelen uit het beheerplan en de onderbouwing of en op welke wijze deze zijn meegenomen in het definitieve maatregelenpakket. Tabel 5.2 Voltherbroek natuurherstelmaatregelen uit het beheerplan en verwerking in definitieve maatregelenpakket; beheermaatregelen (bijvoorbeeld hervatten hooilandbeheer) zijn niet opgenomen in dit inrichtingsplan, maar wel inrichtingsmaatregelen die nodig zijn om dit beheer uit te voeren (zoals het verwijderen van opslag). Definitief Natuurherstelmaatregelen uit het beheerplan maatregelenpakket Onderbouwing M1b Dempen interne watergangen en sloten in het Gewijzigd In enkele gevallen volstaat voor de instandhouding van Voltherbroek en inrichting van reeds verworven graslanden habitattypen het verondiepen van watergangen en is het ten behoeve van uitbreiding van Vochtige alluviale bossen geheel dempen van watergangen niet noodzakelijk. Op en plaatselijk Blauwgraslanden deze locaties is een keuze gemaakt tussen dempen of verondiepen, waarbij met name is gekeken naar de meerwaarde voor de natuurfuncties. M1c Aanleg hydrologische bufferzone en dempen watergangen op de randen met name de hele zuidrand van het Voltherbroek

Gewijzigd

Niet alle bufferzones zijn van belang; alleen die bufferzones die daadwerkelijk een invloed uitoefenen op het natuurgebied (hydrologisch of via stroming nutriënten) worden als bufferzone ingericht.

M1d Geleidelijke overgangen creëren langs bospercelen

Ongewijzigd

M1e Boskap op kleine schaal (in particuliere terreinen)

Ongewijzigd

M1f Onderzoek naar de omvang van toestroming van sulfaat- en nitraatrijk grondwater en het effect op kwelafhankelijke habitattypen (ook M2i) M1h Onderzoek uitvoeren naar de verbreiding en dikte van de kleilaag ter plekke van diepe watergangen t.b.v. inschatting ontwaterende werking Roelinksbeek en andere te dempen/ verondiepen waterlopen M1k Nieuwe onderleider en verbinding Peijinksbeek

Uitgevoerd

M1m Vernatten en stopzetten bemesting twee landbouwpercelen (oppervlakte 5,2 ha) binnen Natura 2000-gebied om vermestende en verdrogende invloed op het alluviale bos te voorkomen.

Gewijzigd

Maatregel is ongewijzigd opgenomen in dit inrichtingsplan. Maatregel kan ook uitgevoerd worden op percelen van Staatsbosbeheer; locaties zijn gekozen op basis van bodemtype, grondwaterregime en ligging nabij doelhabitat. De uitkomsten van dit onderzoek hebben geleid tot maatregelen ten aanzien van bemesting op enkele landbouwpercelen De systeemanalyse heeft de specifieke locaties waar dit van toepassing is in beeld gebracht en heeft geleid tot de aanbeveling bij verondieping ook oorspronkelijke keileem of kleilagen te herstellen De locatie van de onderleider onder het kanaal is meer naar het westen gesitueerd; dit is vanuit de terreinhoogtes een meer logische plek (laagste punt) Vanuit de Bemestingsmaatregelenwijzer is er geen noodzaak tot stoppen bemesting op 1 van beide percelen langs de Roelinksbeek. Wel worden er beperkingen op dit perceel gelegd (zie paragraaf 5.6.3 Bemestingsmaatregelen Voltherbroek). Het andere perceel blijft ongewijzigd.

Uitgevoerd

Gewijzigd

38

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Natuurherstelmaatregelen uit het beheerplan M4b Zeer kleinschalig plaggen bestaande blauwgraslanden na hydrologische maatregelen M4d Zeer kleinschalig plaggen op potentiële locaties blauwgraslanden na hydrologische maatregelen

Definitief maatregelenpakket Ongewijzigd Ongewijzigd

Onderbouwing Maatregel is ongewijzigd opgenomen in dit inrichtingsplan. Mogelijk in combinatie met of vervangen door kleinschalig kappen bos en verwijderen strooisellaag.

Figuur 5.1 Kaartbeeld inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek, versie 2 februari 2022 (kaartbeeld inclusief legenda is opgenomen in bijlage 1)

5.4 Maatregelen aan oppervlaktewatersysteem De toekomstige inrichting van de beken is (mede) bepaald door berekeningen uitgevoerd in het oppervlaktewatermodel. De uitkomsten hiervan zijn vastgelegd in het rapport ‘Natura 2000-gebied Dinkelland, Oppervlaktewatersysteem rond Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek, Arcadis, 7 september 2021’.

5.4.1 Tilligterbeek & Roelinksbeek Om de grondwatersituatie voor de habitattypen in het Natura 2000-gebied te verbeteren zijn ingrepen aan het oppervlaktewatersysteem noodzakelijk. Voor de Natura 2000-doelen is een sterke verondieping van de beekbodem van de Roelinksbeek niet noodzakelijk, maar is het wel wenselijk dat keileemlagen die in het verleden doorsneden zijn worden hersteld waardoor grondwater niet kan wegzijgen in de diepe ondergrond en behouden blijft voor het systeem. Om te voorkomen dat 39

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

beekwater het natuurgebied instroomt en vermesting van het habitattype veroorzaakt, moeten de kades aan beide zijden gehandhaafd blijven (en mogelijk versterkt worden). Voor het behalen van KRW-doelen is een sterke verondieping van de huidige beken wel gewenst. Een sterke verondieping van de Tilligterbeek is hierbij als zeer effectieve maatregel benoemd. Door verondieping van de Tilligterbeek kan het hoogteverschil tussen het bovenstroomse pand (de Roelinksbeek) en benedenstroomse pand de Tilligterbeek), bij de kanaalkruising worden opgeheven. De stuw voor het kanaal vervalt. Het geringe resterende hoogteverschil tussen de beide beekbodems wordt overbrugd met een passage voor waterfauna (vistrap). Om voldoende bergend en afvoerend vermogen in het systeem te behouden moeten de beken bij verondieping ook verbreed worden. Een brede, ondiepe beek begroeit snel en vraagt om een hoge beheerintensiteit. De beken dienen dan ook voor onderhoud goed bereikbaar te blijven. Voor de Tilligterbeek is ruimte gezocht in een verbreding richting oostzijde. Het grootste knelpunt is echter de beschikbare ruimte voor de Roelinksbeek, die aan beide zijden wordt begrensd door (Natura 2000) bosgebied. Ruimte voor de beek wordt gezocht in het opofferen van het huidige zandpad (de Laarweg). Echter is het opofferen van het zandpad niet genoeg om de afvoercapaciteit voldoende op peil te houden.

De beek wordt daarom minder verondiept dan vanuit de KRW-doelen wenselijk zou zijn. Roelinksbeek

Figuur 5.2 Principe profiel voor de Roelinksbeek.

De Roelinksbeek krijgt een bodemhoogte van 19,7+NAP, een bodembreedte van 10,2 m en taluds 1:2. Dit betekent dat de beekbodem ten opzichte van de huidige situatie wordt verhoogd met ca. 20 cm ter hoogte van de Broekweg tot 50 cm ter hoogte van het kanaal. Op plekken waar in het verleden oude leemlagen zijn doorsneden, gebeurt deze verondieping met leem. Onderhoud vindt plaats vanaf oostzijde. Hiervoor is een onderhoudspad of schouwstrook (gras) van 5 meter nodig. Het huidige fietspad blijft liggen, waarmee het midden in deze onderhoudsstrook komt te liggen. De kade aan de westzijde wordt versterkt, waar nodig verbreed en verhoogd, zodat de kade overal hoogte heeft van ten minste 21.10 + NAP. Hierdoor wordt voorkomen dat bij hoogwater beekwater het Voltherbroek (Oude Broek- en Wiekermeden) in kan stromen. Ter hoogte van de huidige stuw nabij het kanaal worden de pijpjes in de kade verwijderd. De huidige stuw wordt ook verwijderd en vervangen door een vispassage (zie kanaalkruising). Van belang is dat het waterpeil niet verder uitzakt dan 20,35 m. +NAP. En dat bij extreme afvoeren de vispassage niet meer opstuwing veroorzaakt dan de stuw die in het oppervlaktewatermodel is getoetst. Ten zuiden van het Voltherbroek komen twee hoofdwatergangen samen in de Roelinksbeek. In de westelijke tak (langs de Broekweg) wordt het peil opgestuwd tot NAP+20.65 m.

Hiervoor wordt een nieuwe stuw geplaatst.

40

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Figuur 5.3 Stuw in de watergang langs de Broekweg die uitkomt op de Roelinksbeek.

Tilligterbeek

Figuur 5.4 Principe profiel voor de Tilligterbeek.

De Tilligterbeek wordt verondiept tot ca. 30 cm onder maaiveld. Deze verondieping is vertaald naar de gewenste bodemhoogte (+ NAP). De toekomstige bodemhoogte is 19,7 bij het kanaal en 19,8 bij de Natura-2000 begrenzing van de Broekmaten tot de noordgrens van het Agelerbroek. De bodembreedte is 14,2 meter en taluds 1:2. Ten opzichte van de huidige situatie betekent dit dat de beekbodem meer dan een meter hoger komt te liggen. De beek wordt dusdanig verbreed dat er geen meestromende berging hoeft te worden gerealiseerd. Voor het uitvoeren van beheer- en onderhoudsmaatregelen dient een 5 meter breed schouwpad deels te worden verbeterd, deels te worden gerealiseerd. De kade tussen de beek en het Agelerbroek wordt waar nodig verbreed (richting de beek) en versterkt en dient overal een hoogte van 21,0 m + NAP te hebben om te voorkomen dat beekwater bij hoge waterstanden het natuurgebied instroomt (de waterstanden in de Tilligterbeek worden maximaal 20,5 m. + NAP). Het schouwpad zal tevens, net als in de huidige situatie, een wandelroute vormen langs het Agelerbroek. Het zuidelijk deel van Broekmaten, binnen de Natura 2000-begrenzing en grenzend aan het kanaal, is grond van Staatsbosbeheer. Dit perceel heeft reeds de bestemming natuur.

5.4.2 Kanaalkruising Met het ontwerpen aan de nieuwe inrichting van de Tilligterbeek/Roelinksbeek komt ook de kruising van het kanaal AlmeloNordhorn in beeld. In de huidige situatie gaat de Roelinksbeek via een onderleider onder het kanaal door en stroomt hier in de Tilligterbeek. Deze onderleider leidt tot ongewenste opstuwing bovenstrooms, vormt een groot knelpunt voor het behalen van KRW-doelstellingen en zal met de beoogde nieuwe inrichting (met name de forse verondieping van de Tilligterbeek) vervangen moeten worden. Vispasseerbaar maken van deze onderleider, gewenst vanuit de KRW-doelstelling, is technisch mogelijk maar zeer lastig en kostbaar. De ligging van het kanaal brengt echter momenteel nog een ander knelpunt voor het Natura 2000gebied met zich mee. Dit is het ontbreken van een verbinding voor gebiedseigen water vanuit het Voltherbroek naar het Agelerbroek. Kwel- en regenwater uit het Voltherbroek blijven tegen de kanaaldijk aanstaan of worden uit het gebied afgevoerd via de Roelinksbeek. Voor de komst van het kanaal stroomde dit rechtstreeks naar het Agelerbroek. Na de aanleg van 41

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

het kanaal moet het Agelerbroek het nu zonder deze aanvoer stellen, wat nadelig is (verdroging) voor de aanwezige habitattypen. In de Gebiedsanalyse is reeds voorgesteld een aantal duikers zuid-noord door de kanaalkruising aan te leggen om deze hydrologische relatie te herstellen. Gedurende de planvorming is het idee ontstaan om het kanaal voor een deel af te dammen (en middels een duiker te verbinden) waardoor zowel de Roelinksbeek/Tilligterbeek als het gebiedswater vrij kan doorstromen van het Voltherbroek naar het Agelerbroek. In het schetsontwerp hieronder is een situatietekening weergegeven van de beoogde kruising:

Figuur 5.5 Schetsontwerp kanaalkruising (RHDHV). Doorsnede over kanaal zuidzijde met verbindende duikers aan weerszijden beek.

Bij de kanaalkruising krijgt de beek een bodemhoogte van 19,9 m + NAP, een bodembreedte van 1 meter en taluds van 1:5. Aan beide zijdes van de beek liggen ondiepe geulen die het oppervlakkig afstromend water uit het Voltherbroek en Broek- en Wiekermeden naar de Broekmaten en het Agelerbroek leiden. Tussen deze geulen en de beek liggen kades die ervoor zorgen dat beekwater en gebiedseigen water gescheiden blijven. Het kanaal heeft geen vaarfunctie meer, waardoor afdamming geen probleem vormt. Met de aanpassing van deze kruising wordt ook de Kernopgave bediend. Ook bij het omleidingskanaal, verder richting het oosten, is het kanaal reeds afgedamd. De verbindingen tussen de huidige fiets-, wandel- en onderhoudsroutes langs het kanaal blijven gehandhaafd door de aanleg van een brug over de beken aan de zuidzijde van het kanaal.

42

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

5.4.3 Voltherbeek en passage waterfauna Grondwaterberekeningen hebben aangetoond dat er, ten behoeve van het Natura 2000 gebied geen maatregelen nodig zijn in de Voltherbeek. Verondieping heeft geen noemenswaardig effect op de grondwaterstanden in het Agelerbroek. Voor de KRW wordt de Voltherbeek niet aangepast (zie paragraaf 2.9 Overige opgaven). De Voltherbeek stroomt echter direct ten noorden van het Agelerbroek uit in de Tilligterbeek. Verondieping van de Tilligterbeek is nodig tot net voorbij de grens van het Agelerbroek. De overgang van opgehoogde beekbodem naar huidig peil moet via een geleidelijk hellingverloop opgevangen worden, vanwege de KRW-eis van vispasseerbaarheid. Aangezien de bodem van de toekomstige Tilligterbeek ook bij de monding van de Voltherbeek hoger komt te liggen kan de huidige vistrap in de Voltherbeek vervallen. De verondiepte bodem van de Tilligterbeek achter de noodoverlaat wordt zodanig aangesloten op de bodem van de Voltherbeek (de bodem voor de vistrap) dat waterstandverhoging in de Voltherbeek achterwege blijft. Alleen het hoogteverschil van de vistrap wordt er uitgehaald. In het ontwerp van de Tilligterbeek is gekozen voor een passage voor waterfauna ten westen van de huidige loop. De Voltherbeek stroomt uit in het deel van de Tilligterbeek dat benedenstrooms van de noodoverlaat gehandhaafd blijft.

De faunapassage in de Tilligterbeek komt evenwijdig aan de huidige Tilligterbeek te liggen. De passage voor waterfauna loopt in bodemhoogte geleidelijk af van de nieuwe bodemhoogte ter hoogte van de Agelerbroekweg naar de huidige bodemhoogte net bovenstrooms van de eendenkooi. Hier komen de vistrap van de Tilligterbeek en de huidige Tilligterbeek (gevoed met water uit de Voltherbeek), weer samen. Voor migratie van waterfauna is het opknippen van het hoogteverschil in kleine stapjes nodig. Er wordt een lange vispassage aangelegd. De ruimte die hiervoor nodig is, is reeds eigendom van de Provincie of Staatsbosbeheer. Het ontwerp van de vispassage wordt in de realisatiefase nader uitgewerkt. Op de inrichtingsplankaart staat deze passage aangegeven. De bestemming van de grond wordt omgezet naar natuur. Van belang is dat de westelijk gelegen particuliere landbouwgronden kunnen blijven afwateren. Hiervoor worden enkele watergangen aangepast en worden afvoeren aangekoppeld op de nieuwe Peijinksbeek.

5.4.4 Nieuwe Peijinksbeek De Nieuwe Peijinksbeek vormt een nieuw landbouwkundig watersysteem ten westen van het Agelerbroek en Voltherbroek. Het betreft een deels bestaande (de huidige Peijinksbeek ten westen van het Voltherbroek) en deels nieuwe waterloop (een opwaardering en verbinding van bestaande greppels en sloten, nieuwe verbindingen en een onderleider onder het kanaal door). Het waterlichaam heeft een belangrijke functie in de afvoer van landbouwwater in het westelijke deel van het plangebied. De huidige Peijinksbeek komt momenteel via, deels verduikerde, watergangen in het Voltherbroek uit in de Roelinksbeek. Hiermee voert de beek niet alleen landbouwwater, maar ook water uit het Voltherbroek zelf af. In de nieuwe situatie zijn landbouwwater en gebiedseigen water gescheiden.

Figuur 5.6 Deeltrajecten Peijinksbeek/nieuwe Peijinksbeek (bron: Arcadis rapport oppervlaktewater). 43

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Het ontwerp voor de landbouw afvoer heeft geresulteerd in vier deeltrajecten met een principe profiel. De trajecten zijn weergegeven in Figuur 5.5: Traject 1: handhaven huidig profiel; Traject 2: realiseren nieuwe watergangen/aanpassen huidige; Traject 3: realiseren nieuwe watergangen/aanpassen huidige; Traject 4: aanpassen huidige watergangen. Tabel 5.3 Ontwerpuitgangspunten Nieuwe Peijinksbeek.

Binnen het ontwerp dienen meerdere kunstwerken te worden aangelegd/aangepast, o.a. de onderleider onder het kanaal (2x2m) en een nieuwe duiker (1500 mm) onder de Steenmatenweg. In de realisatiefase wordt bekeken of er meer aanpassingen aan duikers nodig zijn.

5.5 Inrichtingsplan Agelerbroek Het maatregelenpakket voor het Agelerbroek is vertaald in dit inrichtingsplan. Hierbij zijn zowel interne als externe maatregelen, opgenomen. De maatregelen worden in deze paragraaf toegelicht en zijn tevens weergegeven op kaart (bijlage 1).

5.5.1 Externe maatregelen Agelerbroek

Figuur 5.7 Hydrologische maatregelen en interne maatregelen Agelerbroek (voor legenda zie bijlage 1) 44

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

M1a Inrichten hydrologische bufferzone ten oosten, noorden en westen van het Agelerbroek Deze maatregel heeft als doel de grondwaterstanden en kweldruk binnen het Agelerbroek te verhogen en/of afvoer en wegzijging van grondwater te verminderen en is in het inrichtingsplan vertaald in diverse maatregelen zoals het dempen of verondiepen van sloten en greppels, het verwijderen van drainage en het mogelijk maken van inundatie op de percelen ten noorden van het Agelerbroek. Hieronder worden de maatregelen per kant toegelicht. Westen M1a(1) De landbouwontwateringssloot op de grens met het Agelerbroek (’t Nieuwe Vree) met een diepte van 120 tot 160 cm onder maaiveld wordt gedempt over de gehele lengte, vanaf het kanaal tot de noordgrens van het Natura 2000 gebied. Aangezien deze sloot water afvoert vanuit landbouwgebied buiten het uitwerkingsgebied wordt er, om deze afvoer in stand te houden, een nieuwe landbouwontwatering ingericht ten westen van de Steenmatenweg (buiten de bufferzone). Deze landbouwontwatering vormt een nieuwe watergang, maar bestaat grotendeels uit bestaande greppels en sloten, die voor deze nieuwe functie ingericht moeten worden (profiel aanpassen/verruimen). De watergang sluit met een nieuwe onderleider onder het kanaal aan op de Peijinksbeek ten zuiden van het kanaal en zal hierdoor ook water vanuit deze beek afvoeren (zie paragraaf 5.4.4 Nieuwe Peijinksbeek).

Als werknaam voor deze watergang is dan ook de naam Nieuwe Peijinksbeek gehanteerd. Ook de overige watergangen binnen de bufferzone (uitwerkingsgebied tot aan de Steenmatenweg), haaks of evenwijdig aan de grenssloot (’t Nieuwe Vree) worden gedempt. Aanwezige drainage binnen de landbouwpercelen in dit gebied moet verwijderd en onklaar gemaakt worden. De sloot ten oosten van de Steenmatenweg wordt verondiept tot 40 cm onder maaiveld. Deze kan niet worden gedempt, maar wordt verondiept ten behoeve van een voldoende drooglegging van de weg en aanliggend erf. Het dempen van de diepe grenssloot zorgt voor hogere waterstanden en toename van kwel of afname van wegzijging van grondwater in het Agelerbroek. Het doel van de overige maatregelen is met name de opbolling van grondwater in de hier aanwezige dekzandrug te vergroten, waardoor er in het voorjaar een grotere nalevering is naar het Agelerbroek (lokale kwel). Noorden M1a(2) De landbouwontwateringssloot op de grens met het Agelerbroek met een diepte van 60 tot 80 cm onder maaiveld wordt gedempt over de hele lengte tot aan de Tilligterbeek. De waterloop ten noorden van de stuw ‘Het Vree’ wordt verondiept tot 20 cm onder maaiveld zodat een ondiepe stroomgeul aanwezig is om oppervlaktewater uit het Agelerbroek af te kunnen blijven voeren.

De overige greppels of sloten in de noordelijke bufferzone (uitwerkingsgebied tot aan de Agelerbroekweg) worden gedempt en het gebied wordt geschikt gemaakt voor winterinundatie (gedurende wintermaanden staat water op maaiveld). Waar nodig wordt langs de Agelerbroekweg plaatselijk iets opgehoogd zodat een lage kade ontstaat waarmee het water in de winterretentie te houden. Aan de westzijde ligt het maaiveld al voldoende hoog. De inrichting van dit winterinundatiegebied wordt nader onderzocht en uitgewerkt in de realisatiefase. Het gebied inundeert met gebiedseigen (kwel)water vanuit het Agelerbroek, maar kan mogelijk ook ingezet worden voor het bergen van piekafvoeren vanuit de Tilligterbeek. Het doel van deze inundatie is de kweldruk binnen het Agelerbroek in de winter te vergroten en wegzijging van dit gebufferde kwelwater te verminderen. Ten noorden van het Agelerbroek stroomt de Tilligterbeek net voor de Agelerbroekweg het gebied uit via een vispassage (paragraaf 5.4.3 Voltherbeek en passage waterfauna). De uitwerking van het technische ontwerp volgt in de realisatiefase. Oosten M1a(3) Ook in de Broekmaten (oostelijke bufferzone of uitwerkingsgebied) worden alle greppels en sloten gedempt. Aan de Voltherbeek worden, behalve het verwijderen van de vistrap, verder geen maatregelen uitgevoerd.

Om de afwatering van oppervlaktewater voor erven aan de Broekmatenweg te handhaven en verbeteren wordt er een nieuwe sloot aangelegd in het oosten van deze bufferzone. Deze afwateringssloot moet er in de toekomst voor zorgen dat de betreffende erven kunnen afwateren op de Voltherbeek. Dit is een aanvullende, mitigerende maatregel. Rond de Hunenborg zijn de maatregelen beperkt tot het herstellen van een lekke stuw en greppels langs de wegen. Langs de kanaalweg, de toegangsweg langs de Hunenborg en langs de Broekmatenweg worden greppels/sloten gedempt. Verondieping van de Tilligterbeek (paragraaf 5.4.1 Tilligterbeek & Roelinksbeek) brengt ook verbreding van het profiel met zich mee naar de oostzijde. Het zuidelijke deel van de Broekmaten (percelen Staatsbosbeheer) wordt ingericht als nieuwe natuur (zie volgende alinea). Natuurontwikkeling Broekmaten percelen Staatsbosbeheer Ten oosten van het Agelerbroek zijn laaggelegen percelen tegen het kanaal in eigendom van Staatsbosbeheer (Broekmaten zuid). De systeemanalyse toont dat er opgehoogde percelen liggen met daaronder veen. De maatregel is vertaald als nieuwe natuur. Het wensbeeld is in dit gebied de ontwikkeling van een veenmoeras met gedeeltelijke bosontwikkeling. Voor de uitwerking van het inrichtingsplan is aanvullend veldwerk en bodemonderzoek uitgevoerd.

Staatsbosbeheer heeft in opdracht van de Provincie Overijssel en in samenwerking met specialisten en technisch management van het Projectteam onderzocht of het (gedeeltelijk) afgraven van de bovenlaag in het gebied leidt tot versneld ontwikkelen van habitattypen. Doel van de opdracht was om na te gaan of uitbreidingsdoelstellingen ook gehaald konden worden in het gebied. Dit is het geval. Echter brengt het afgraven van de Boekmaten een vermindering van het positief hydrologisch effect op het Agelerbroek met zich mee. Daarom wordt voor nu afgezien van het afgraven van het gebied. Het resterende veldwerk, met name nemen van meer bodemmonsters, is er nu op geënt om na te gaan of habitattypen kunnen worden gerealiseerd zonder 45

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

afgraven van het gebied. Uitmijnen van de percelen wordt reeds toegepast om plant beschikbare en bodemvoorraad fosfaat zoveel mogelijk via maaien en afvoeren te verwijderen. Het driehoekige, particuliere perceel tussen de percelen van Staatsbosbeheer, het kanaal en de Tilligterbeek is nodig voor de gewenste herinrichting van de Tilligterbeek en afstroom van gebiedseigen water uit het Voltherbroek richting Broekmaten. Het perceel is in het verleden opgehoogd (bij het graven van de beek) en momenteel begroeid met bos. Dit bos wordt gekapt, en het perceel wordt afgegraven en ingericht voor bovengenoemde functies. Terreinomstandigheden voor de habitats worden hier verbeterd, waardoor plaatselijk uitbreiding plaatsvindt. De benodigde strook langs de Tilligterbeek kan daarmee worden gecompenseerd op de locatie die al is aangewezen voor uitbreiding vochtige alluviale bossen.

5.5.2 Interne maatregelen Agelerbroek M1e Boskap op kleine schaal Kappen van bos of verwijderen van opslag is noodzakelijk voor behoud en uitbreiding van korte vegetaties zoals blauwgrasland (H6410). De maatregel is als dusdanig aan de randen van dit habitattype (ter uitbreiding) opgenomen. Voor de locaties waar uitbreidingsdoelen voor blauwgraslanden zijn gesteld en waar momenteel bos met een lage natuurwaarde staat wordt bos gekapt. Op twee locaties in het Agelerbroek wordt kleinschalige boskap of verwijderen van opslag voorgesteld ten gunste van blauwgrasland. Deze locaties liggen op eigendommen van Staatsbosbeheer. M1i Dempen interne ontwatering binnen het Agelerbroek Deze maatregel heeft als doel de grondwaterstanden en kweldruk binnen het Agelerbroek te verhogen en/of afvoer en wegzijging van gebufferd grondwater te verminderen en is in het inrichtingsplan vertaald in het dempen van alle diepe waterlopen (50-60 cm onder maaiveld) en waterlopen die door diepe leemlagen snijden. ’t Vree wordt in het noorden verondiept tot 20 cm onder maaiveld. Zo blijft er een ondiepe slenk bestaan die overtollig water makkelijker kan afvoeren waardoor (regen)water niet stagneert door gebrekkige afvoer. De Tilligterbeek heeft binnen de Natura 2000 begrenzing een diepte van 170-180 cm.

De beek wordt in zijn geheel verondiept tot 30 cm onder maaiveld en verbreed (paragraaf 5.4.1 Tilligterbeek & Roelinksbeek). Veel sloten en greppels, vooral in het midden en aan de zuidoostzijde van het Agelerbroek, zijn ondiep. Bovendien liggen ze in dicht bosgebied. Hier is de maatregel om de sloten en greppels te voorzien van gronddrempels, waardoor de afvoer van water gelijk wordt geremd. De van drempels voorziene segmenten worden verder ongemoeid gelaten zodat ze op een natuurlijke wijze verlanden. Actief dempen van de gehele lengte zou meer schade aanrichten in de natuur dan goed doen. De drempels voor het segmenteren van te verlanden sloten worden met klein materieel gemaakt. Hoogte van de drempels wordt afgestemd op noodzakelijke doorstroming/afvoer van oppervlaktewater. M1l Weghalen of sterke verlaging van de kade en stuw aan de noordzijde van het Agelerbroek ten einde diepe inundatie met regenwater van de lage delen van het Agelerbroek tegen te gaan Het weghalen of verlagen van de kade (en stuw) heeft een negatief effect op de hydrologie in het Agelerbroek, omdat water dat hier in de winter opkwelt dan te snel wordt afgevoerd.

Vanuit de doorrekening van de verschillende scenario’s is gebleken dat een kleine verhoging van het stuwpeil een positief effect heeft, omdat gebiedseigen water zo langer vastgehouden wordt en zo een langere voorraad/buffering te hebben voor de drogere periodes. Bij hogere waterstanden als gevolg van langdurige regen is het wel van belang dat het water snel weg kan stromen, want te hoge waterstanden in het Agelerbroek leiden tot het wegdrukken van de voor de habitattypen benodigde kwel. Om een goede doorstroming in het Agelerbroek te krijgen worden op vier locaties ten noorden van het Agelerbroek uitstroompunten gecreëerd waar het water het gebied uit kan stromen. De meest westelijke is de locatie van de huidige, in 2019 reeds vervangen, stuw. Het peil van de uitstroompunten ligt op een hoogte van 20,10 m+NAP. Dat is een verhoging van 10 cm t.o.v. de huidige uitstroomhoogte. Vanuit de KRW-doelstelling vismigratie is de wens om enkele uitstroomopeningen van cascades te voorzien, zodat hier vismigratie (van bijvoorbeeld de kwabaal) vanaf de Tilligterbeek het natuurgebied in kan plaatsvinden. In het voorjaar, als er water staat in het Agelerbroek en dit via de uitstroompunten in stroompjes wordt afgevoerd, komen de vissen stroomopwaarts de beek opzwemmen op zoek naar rust- en paaiplaatsen.

We onderzoeken in de volgende fase nog of het voldoende kansrijk is om de twee meest oostelijke uitstroompunten, die via het winterinundatiegebied ten noorden ervan rechtstreeks in verbinding staan met de iets lagergelegen Tilligterbeek uit te voeren in de vorm van vispasserbare cascades. Of het idee haalbaar is zal onderzocht worden in de realisatiefase, wanneer de technische uitwerking van deze maatregel wordt opgepakt. In verband met de waterkwaliteit, moet hierbij voorkomen worden dat water vanuit de Tilligterbeek het natuurgebied in kan stromen. M4b Zeer kleinschalig plaggen bestaande blauwgraslanden na hydrologische maatregelen en M4d Zeer kleinschalig plaggen op potentiële locaties blauwgraslanden na hydrologische maatregelen Ter verbetering en uitbreiding van blauwgrasland (H6410) is het afschrapen van de voedselrijke toplaag mogelijk een noodzakelijke maatregel. Plaggen (het ontgraven incl. een deel van de minerale laag) kan ten kosten gaan van het herstel van de hydrologie, daarom kiezen we voor afschrapen van de strooisellaag. De percelen waarvoor dit geldt zijn weergegeven als zoekgebied voor deze maatregel. Onderzoek naar de P-gehalten in de bodem zal moeten uitwijzen of en waar dit noodzakelijk is. De verwachting is dat er geen hoge P-waarden aanwezig zijn en dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. De maatregel 46

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

moet gelijktijdig, of na het uitvoeren van de hydrologische maatregelen worden uitgevoerd. Het gaat dan om zowel de interne als externe hydrologische maatregelen. De concrete invulling van deze maatregel bestaat uit: Gelijktijdig of na uitvoering van de hydrologische maatregelen, zeer kleinschalig afschrapen strooisellaag op in totaal 0,4 ha binnen het op onderstaande kaartje aangegeven zoekgebied. Uitvoering met rijplaten en rupsmaterieel.

Figuur 5.8 Zoekgebieden interne maatregelen in het Agelerbroek (bron Staatsbosbeheer).

M4c Hervatten hooilandbeheer Dit is een beheermaatregel die niet in het inrichtingsplan wordt opgenomen (valt onder regulier beheer). Echter voordat over kan worden gegaan op dit hooilandbeheer zijn enkele inrichtingsmaatregelen nodig. Zo zal eenmalig de opslag (inclusief stobben) op deze locaties moeten worden verwijderd. Hierna wordt eenmalig het gehele oppervlak gemaaid. Vervolgens zal hier hooilandbeheer worden toegepast (gefinancierd via de SNL). De concrete invulling van deze maatregel in voorliggend inrichtingsplan behelst: werkpaden aanleggen; houtopstand verwijderen; stobben frezen en strooisel verwijderen op 2,5 ha; maaien en afvoeren 2,5 ha.

5.5.3 Bemestingsmaatregelen Agelerbroek Op basis van risico’s van stikstof en fosfaat zijn binnen het invloedsgebied met de bemestingsmaatregelenwijzer per (huidig) agrarisch perceel of perceelgedeelte de risico’s en benodigde maatregelen bepaald (zie paragraaf 3.6 Onderzoek invloed bemesting landbouwpercelen op natuur). Op enkele percelen vervallen de bemestingsmaatregelen omdat deze percelen een natuurbestemming krijgen. Omvorming naar natuur is, in het geval van bemestingsmaatregel V, geen keuze van de perceeleigenaar maar wordt daar via het PIP opgelegd. Voor de overige bemestingsmaatregelen (I en II) worden de percelen in

47

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

het inrichtingsplan aangeduid als ‘agrarisch met beperking’. Wanneer eigenaren wensen om deze percelen om te zetten in natuur, dan is dat mogelijk. Dit laatste bepaald de grondeigenaar zelf. De codering (romeinse cijfers) verwijst naar de toelichting op de bemestingsmaatregelen (paragraaf 3.6 Onderzoek invloed bemesting landbouwpercelen op natuur) en geeft de beperkende maatregel aan. Voor alle percelen geldt dat alleen een gebruik als grasland is toegestaan, er een scheurverbod op het perceel rust en een verbod op de aanpassing van het watersysteem (aanleg, vervanging en aanpassing drainage en sloten) geld. Deze punten zijn formeel vastgelegd in het PIP.

Figuur 5.9 Bemestingsbeperkende maatregelen Agelerbroek.

M1f Onderzoek naar de omvang van toestroming van sulfaat- en nitraatrijk grondwater en het effect op kwelafhankelijke habitattypen (ook M2i) Percelen ten westen van het Agelerbroek Gezien het risico op uitspoeling van sulfaat (uitkomst onderzoek B-ware, paragraaf 3.3 Onderzoek bodem- en grondwaterkwaliteit) en de aanwezigheid van enkele kwetsbare habitattypen dichtbij, is voor een zone langs de gehele westzijde van het Agelerbroek een bemestingsstop geadviseerd. De zone is daarom op de plankaart opgenomen als natuur (V). Dit is ook nog eens bevestigd door B-Ware die langs de westzijde een jaar lang sulfaatmetingen heeft uitgevoerd. Op één perceel is gebruik als blijvend grasland een vereiste. Deze is opgenomen als agrarisch met beperking (I). Voor de overige percelen (of perceeldelen) binnen dit uitwerkingsgebied gelden geen bemestingsbeperkende maatregelen.

48

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Percelen rond de Hunenborg.

Figuur 5.10 Stuw aan de noordzijde van de Hunenborg (foto zomer 2020) en Habitattypenkaart

Aan de zuidrand van de gracht van de Hunenborg ligt een perceel Vochtige alluviale bos (habitattype H91E0C) dat verdroogd is. Ten behoeve voor het behoud van het habitattype aan de zuidwest zijde van de Hunenborg is het noodzakelijk de grondwaterstand in het perceel te verhogen. De Hunenborg wordt omringd door een gracht. De gracht wordt gevoed door neerslag en dijk-kwel vanuit het kanaal Almelo-Nordhorn. De gracht watert af via een stuw naar een sloot die het water in noordelijke richting afvoert naar de Voltherbeek. Over de stuw wordt in natte perioden water afgevoerd. In droge perioden zakt het waterpeil in de gracht tot onder stuwpeil en is er geen afvoer (Figuur 5.10). De stuw en het maaiveld in de omgeving zijn ingemeten ten opzichte van NAP2. De stuw heeft een hoogte van NAP+20,49 m. Het maaiveld in het Vochtig alluviaal bos verloopt van ca. NAP+20.69 tot NAP+21.00 m. Om de grondwaterstand in het Vochtige alluviale bos te verhogen wordt de volgende maatregel genomen: vervangen stuw en verhogen van het stuwpeil tot NAP+20.69 m. In overeenstemming met de uitkomsten van de bemestingsmaatregelenwijzer zijn de landbouwpercelen rond de Hunenborg opgenomen als agrarisch met beperking (I) en als natuur om te vormen percelen (V). Naast de bemestingsbeperking zijn deze percelen in de huidige situatie al nat en door de natuurherstelmaatrelen worden ze nog natter.

5.5.4 Aanvullende maatregelen Agelerbroek Gezien het belang van het gescheiden houden van gebiedseigen water en gebiedsvreemd water (uit de beken) heeft de grondwal of kade tussen de Tilligterbeek en het Agelerbroek een belangrijke functie. Deze kade moet waar nodig aangevuld worden zodat deze overal een hoogte heeft van 21,00 m +NAP. In de realisatiefase zal, op basis van gedetailleerde hoogtemetingen, worden bepaald waar dit nodig is. Er is in het inrichtingsplan een nieuwe watergang opgenomen die ervoor moet worden dat de erven aan de Broekmatenweg moeten kunnen blijven afwateren. Deze maatregel is hiervoor reeds beschreven (bij externe maatregelen). Kunstwerken Een faunapassage naast de bestaande Tilligterbeek betekent een extra kruising met de Agelerbroekweg. In de realisatiefase moet bekeken worden welke oplossing hiervoor het beste is. Vooralsnog wordt uitgegaan van de aanleg van een duiker of voorde. De landbouwpercelen ten noorden van de Agelerbroekweg moeten kunnen blijven afwateren op de Tilligterbeek. Dit vraagt met de aanleg van een vispassage om aanvullende maatregelen, zoals het opheffen van een bestaande duiker (de huidige aansluiting op de Tilligterbeek) en de aanleg van een nieuwe duiker (een nieuwe aansluiting op de Peijinksbeek). Dit wordt in de realisatiefase verder uitgewerkt.

5.6 Inrichtingsplan Voltherbroek De uitwerking van het maatregelenpakket voor het Voltherbroek is vertaald in deze paragraaf. Hierbij zijn zowel interne als externe maatregelen, opgenomen. De maatregelen worden in deze paragraaf toegelicht en zijn tevens weergegeven op kaart (bijlage 1).

2

Metrica B.V. Oldenzaal, projectnummer 2002-063. P:\2002\2002-063\AFGELEVERD\20201016 CHRISTIAN BEKHUIS\2002063SIT-202001.DWG : 49

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

5.6.1 Externe maatregelen Voltherbroek

Figuur 5.11 Hydrologische maatregelen en interne maatregelen Voltherbroek (voor legenda zie bijlage 1).

M1c Aanleg hydrologische bufferzone en dempen watergangen op de randen met name hele zuidrand van het Voltherbroek Alleen waterlopen, die leemlagen doorsnijden en waterlopen waarbij dempen, verondiepen of het voorzien van gronddrempels een duidelijk positief effect heeft op de ecologische criteria, worden aangepakt. De maatregelenkaart toont de waterlopen waarvoor dit is vastgesteld en geeft aan welke watergangen gedempt, verondiept of gesegmenteerd-afgedamd worden. Het gesegmenteerd voorzien van gronddrempels voorkomt oppervlakkige waterafvoer en leidt op termijn tot verlanding van de tussenliggende stukken. Zuidoosten M1c(1) Sloten op de grens het Natura 2000-gebied zijn hier ca 60 tot 90 cm diep en worden grotendeels gedempt, maar ten dele ook verondiept tot 30 cm onder maaiveld om afvoer van regenwater vanaf landbouwpercelen te kunnen blijven garanderen en stagnatie van water te voorkomen. Op enkele percelen grenzend aan het Natura 2000-gebied moet de drainage worden verwijderd of onklaar worden gemaakt. Zuidwesten M1c(2) Sloten op de grens met het Natura 2000-gebied en een deel langs de Wiekermedenweg worden gedempt, vanaf de NAM locatie richting het westen wordt de grenssloot verondiept tot 40 cm onder maaiveld om water vanaf de NAM locatie te kunnen blijven afvoeren. Ten oosten van de Wiekermedenweg worden enkele sloten verondiept tot 30 cm onder maaiveld.

Op één perceel grenzend aan het Natura 2000-gebied moet de drainage worden verwijderd of onklaar worden gemaakt. Oppervlaktewater van de percelen ter hoogte van de NAM-locatie (ten westen van de Wiekermedenweg) wordt afgevoerd in westelijke richting omdat de noordelijke percelen aangewezen zijn als hydrologische buffer. De watergangen richting het westen worden zodanig geprofileerd dat oppervlaktewater naar het westen kan worden afgevoerd, maar waarbij de watergang zo ondiep mogelijk is. 50

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

In de Wiekerhoek liggen landbouwpercelen waar een risico bestaat op uitspoeling van nitraten en fosfaten naar de natuur. Een ondiepe greppel van 30 cm wordt aangelegd om de uitspoeling te voorkomen. Deze wordt aangesloten op reeds bestaande sloten. Westen M1c(3) De sloten met een diepte van ca. 90 cm op de grens van het Voltherbroek en enkele aanliggende sloten worden gedempt. Ten oosten van het erf (Voltherbroekweg 4) wordt de sloten verondiept tot 40 cm onder maaiveld om drooglegging van het erf te behouden.

Figuur 5.12 Verondiepen van sloten oostelijk van het erf Voltherbroekweg 4.

Sloot Wonderboer heeft een diepte tussen de 120 en 160 cm. Deze wordt over een groot gedeelte gedempt. Ten zuiden van het erf en verder westelijk wordt deze verondiept tot 40 cm onder maaiveld om water vanaf het erf te kunnen afvoeren.

5.6.2 Interne maatregelen Voltherbroek M1b Dempen interne watergangen en sloten in het Voltherbroek en inrichting van reeds verworven graslanden ten behoeve van uitbreiding van vochtige alluviale bossen en plaatselijk blauwgraslanden Alleen waterlopen, die leemlagen doorsnijden en waterlopen waarbij dempen, verondiepen of voorzien van gronddrempels een duidelijk positief effect heeft op de ecologische criteria, worden aangepakt. De maatregelenkaart toont de waterlopen waarvoor dit is vastgesteld en geeft aan welke watergangen gedempt, verondiept of gesegmenteerd-afgedamd worden. Het gesegmenteerd voorzien van gronddrempels voorkomt oppervlakkige waterafvoer en leidt op termijn tot verlanding van de tussenliggende stukken. Het dempen, verondiepen en gesegmenteerd voorzien van gronddrempels van watergangen heeft als doel de grondwaterstanden en kweldruk binnen het Voltherbroek te verhogen en/of afvoer en wegzijging van grondwater te verminderen. Langdurige stagnatie van water is niet gewenst. Om doorstroming en oppervlakkige afvoer te handhaven en verbeteren worden er daarom op verschillende plaatsen een voorde en/of duikers aangelegd en worden op diverse plekken bestaande dammen (gedeeltelijk) verwijderd. Overige maatregelen zijn: Langs de Roelinksbeek ligt een kade waarin ter hoogte van het kanaal pvc-doorvoerpijpjes liggen.

Deze worden verwijderd om uitwisseling van water tussen de Roelinksbeek en het natuurgebied te voorkomen; In plaats van een onderleider, wordt de aansluiting van de Tilligterbeek en de Roelinksbeek over het kanaal geleid. Hierbij wordt het kanaal deels onderbroken (waarbij wel de verbinding van het water via een duiker gehandhaafd blijft). Daarnaast worden links en rechts van de Tilligterbeek ondiepe geulen aangelegd om het Agelerbroek met het Voltherbroek te verbinden waardoor het ‘’natuurwater’’ kan doorstromen; De duiker die nu vanaf de centraal gelegen woning tegen het kanaal naar het oosten loopt (naar de Roelinksbeek) wordt verwijderd. De Wolboersleiding wordt in de huidige situatie gebruikt voor de afvoer van de Peijinksbeek op de 51

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

-

-

Roelinksbeek. In het ontwerp wordt de Peijinksbeek echter omgeleid en is de Wolboersleiding een doodlopende watergang geworden die vanaf het erf in omgekeerde richting moet afwateren. Om wateroverlast rond de woning te voorkomen heeft de eigenaar het verzoek om de watergang af te dammen en het water door middel van een pompgemaal af te voeren (op het kanaal Almelo-Nordhorn). Deze maatregel dient nader onderzocht en uitgewerkt te worden in de realisatiefase; Drainage in het laaggelegen deel bij de centraal gelegen woning aan de Voltherbroekweg bij het kanaal wordt verwijderd. Omliggende sloten worden gedempt. Alleen de Wolboersleiding tussen erf en Peijinksbeek blijft bestaan en wordt geherprofileerd. Het Voltherbroek wordt in het oostelijke deel doorkruist door de Twelweg waardoor een oostelijk en een centraal deel van het Voltherbroek ontstaat. Om de doorstroming van het oppervlaktewater tussen deze twee deelgebieden te bevorderen wordt een duiker onder de Twelweg aangelegd.

In het zuidelijke deel van het Voltherbroek, ten noorden van de Laarweg wordt een bestaande duiker (diameter 50cm, ligging nu NAP +20.5m) aangepast, zodat landbouwwater uit de percelen ten zuidoosten hiervan kan afwateren door deze buis en het water uiteindelijk naar de Roelinksbeek wordt afgevoerd. De buis ligt reeds onder de Laarweg richting afwateringssloot naar Roelinksbeek. Reeds verworven graslanden In het Voltherbroek liggen verschillende voormalige landbouwgronden die zijn aangekocht door Staatsbosbeheer. Met het uitvoeren van de hydrologische maatregelen vernat het gebied. Zonder aanvullende maatregelen verruigen deze percelen met de ontwikkeling van ongewenste (pitrus)vegetaties tot gevolg. Dit terwijl een deel van deze percelen ook potentieel goede uitbreidingslocaties zijn voor habitattypen(zie onderzoek B-ware paragraaf 3.3 Onderzoek bodem- en grondwaterkwaliteit). In de realisatiefase wordt bepaald of er aanvullende inrichtingsmaatregelen nodig zijn op deze percelen, zoals het afgraven van de voedselrijke bouwvoor. Nu is zeker dat door de vernatting in de toekomst, voor een deel van de percelen het beheer anders moet worden ingevuld. Denk hierbij aan bv. intensiever hooilandbeheer, niet meer begrazen en de inzet van lichter materieel (in verband met draagkracht).

M1e Boskap op kleine schaal Kappen van bos is alleen realistisch (en sorteert alleen effect) voor behoud en uitbreiding van korte vegetaties zoals blauwgrasland en heide. De maatregel is aan de randen van deze habitattypen (ter uitbreiding van deze habitattypen) opgenomen. Voor de locaties waar uitbreidingsdoelen voor blauwgraslanden zijn gesteld en waar momenteel bos met een lage natuurwaarde staat wordt bos gekapt of wordt opslag verwijderd. Op drie locaties in het Voltherbroek wordt kleinschalige boskap of verwijderen opslag voorgesteld ten gunste van blauwgrasland of heide. M5a Aanleg poelen Deze beheerplanmaatregel, ten behoeve van het vergroten van het leefgebied van de kamsalamander, is in het inrichtingsplan vertaald als zoekgebieden aanleg kamsalamanderpoelen. De concrete invulling van deze maatregel bestaat uit: Op 6 locaties worden poelen aangelegd van ca 900 m2 per stuk. De exacte locatie wordt voor aanvang van de werkzaamheden in het veld bepaald op basis van aanvullend biochemisch onderzoek.

52

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Figuur 5.13 Zes zoekgebieden aanleg poelen (bron Staatsbosbeheer).

MV1: Kleinschalig maaien, chopperen in vochtige en droge heiden. Deze maatregel heeft tot doel de vochtige en droge heide in het gebied te herstellen/de kwaliteit te verbeteren. Een deel van het heidegebied is in particulier eigendom. Afstemmen met de eigenaar is dus noodzakelijk. De concrete invulling van deze maatregel bestaat uit: Op het aangegeven heidegebied wordt eenmalig 0,1 ha heide kleinschalig gemaaid om de kwaliteit van het habitattype te verbeteren. Hiervoor dient eerst opslag/bos verwijderd te worden; In dit deel worden ook de stobben en eventueel de toplaag (d.m.v. schrapen) verwijderd; Door een deel van het bos te kappen kan een mantelzoom ontwikkeld worden.

53

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Figuur 5.14 Zoekgebieden interne maatregelen in het Voltherbroek (bron Staatsbosbeheer)

MV2: Plaggen omliggende delen t.b.v. Pioniersvegetaties met Snavelbiezen. Deze maatregel wordt in de vorm van het afschrapen van de strooisellaag uitgevoerd ten behoeve van de Pioniersvegetaties met Snavelbiezen. Dit habitattype komt voor op de overgangen naar blauwgraslanden (H6410) in dit gebied. Hier wordt de strooisellaag kleinschalig afgeschraapt vanuit maatregel M4b. Deze maatregel wordt zo uitgevoerd dat de Pioniersvegetaties met Snavelbiezen hiervan profiteren. Er is dan ook geen aanvullende maatregel nodig en deze is dus dan ook niet uitgewerkt in deze planuitwerking. De maatregel is in het inrichtingsplan dus meegenomen als ‘zoekgebied kleinschalig afschrapen van de strooisellaag’. Ter verbetering en uitbreiding van blauwgrasland is het afschrapen van de voedselrijke toplaag mogelijk een noodzakelijke maatregel. De percelen waarvoor dit geldt zijn weergegeven als zoekgebied voor deze maatregel. Onderzoek naar de Pgehalten in de bodem moeten in de realisatiefase uitwijzen of- en waar dit noodzakelijk is. De maatregel moet gelijktijdig of na het uitvoeren van de hydrologische maatregelen (zowel intern als extern) worden uitgevoerd. Bij het bepalen van de afschraapdiepte wordt rekening gehouden met eventueel aanwezige waarden in de organische laag (buffering en mogelijke zaadbank).

Concrete invulling van de maatregel is: Gelijktijdig of na uitvoering van de hydrologische maatregelen, zeer kleinschalig afschrapen van de strooisellaag op in totaal 0,1 ha binnen het op aangegeven zoekgebied. Uitvoering met rijplaten en rupsmaterieel.

5.6.3 Bemestingsmaatregelen Voltherbroek Op basis van risico’s van stikstof en fosfaat zijn binnen het invloedgebied met de bemestingsmaatregelenwijzer per (huidig) agrarisch perceel of perceelgedeelte de risico’s en benodigde maatregelen bepaald (paragraaf 3.6 Onderzoek invloed bemesting landbouwpercelen op natuur). Op enkele percelen vervallen de bemestingsmaatregelen omdat deze percelen in overeenstemming met de betreffende grondeigenaar een natuurbestemming krijgen. Omvorming naar natuur is, in het geval van bemestingsmaatregel V, geen keuze van de perceeleigenaar maar wordt daar via het PIP opgelegd. Voor de overige bemestingsmaatregelen (I en II) worden de percelen in het inrichtingsplan aangeduid als ‘agrarisch met beperking’. Wanneer eigenaren wensen om deze percelen om te zetten in natuur, dan is dat mogelijk. Dit laatste bepaald de grondeigenaar zelf. De codering (romeinse cijfers) verwijst naar de toelichting op de bemestingsmaatregelen (paragraaf 3.6 Onderzoek invloed bemesting landbouwpercelen op natuur) en geeft de beperkende maatregel aan. Voor deze percelen geldt dat alleen gebruik als grasland is toegestaan, er een scheurverbod op het perceel rust en er geldt een vergunningplicht voor de aanpassing van het watersysteem (aanleg, vervanging en aanpassing drainage en sloten). Deze punten zijn formeel vastgelegd in het PIP.

Vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is er dan een vergunningplicht voor de realisatie van alle ontwaterende voorzieningen. Vanuit de Wet Natuurbescherming is er reeds een vergunningplicht op drainage en onttrekkingen, maar daarin worden sloten niet meegenomen en een bijgestelde versie (met een beschermende zone van 700m rond AVAV) is nog in voorbereiding. Uit een voortoets moet blijken welk effect de voorgenomen aanleg van drainagebuizen en/of beregeningsputten op waterafhankelijke Natura 2000 natuurtypen kan hebben.

54

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Figuur 5.15 Bemestingsmaatregelen Voltherbroek.

M1f Onderzoek naar de omvang van toestroming van sulfaat- en nitraatrijk grondwater en het effect op kwelafhankelijke habitattypen (ook M2i) Percelen ten oosten van het Voltherbroek De bemestingsmaatregelen komen hier te vervallen omdat de eigenaar van betreffende percelen heeft gekozen voor omvorming naar natuur. Op de kaart met inrichtingsmaatregelen zijn de percelen als nieuwe natuur aangegeven. Kruiden- en faunarijk grasland of omvorming naar bos behoren tot de potenties van deze percelen. De keuze voor het type beheerpakket is aan de grondeigenaar zelf. De percelen iets zuidelijker langs de Twelweg (op de dekzandrug die vanaf de Twelweg in noordwestelijke richting het Voltherbroek in steekt) zijn, in overeenstemming met de uitkomsten van de bemestingsmaatregelenwijzer, opgenomen als natuur en agrarisch met beperking (II). Een deel van de percelen is eigendom van Staatsbosbeheer. Deze percelen kennen al een extensief beheer. Percelen ten zuiden van het Voltherbroek Langs de Laarweg liggen enkele percelen waar bemestingsbeperkende maatregelen zijn opgelegd. De percelen met bemestingsmaatregel V worden omgezet in natuur. De percelen waarop een beperking van het agrarische gebruik wordt opgelegd zijn in dit inrichtingsplan opgenomen als “agrarisch met beperking (II)”.

De reden voor deze beperkingen is dat zij via grondwater en/of oppervlaktewater in de huidige situatie met het huidige gebruik negatieve invloed hebben op de instandhouding van habitats die in het naastgelegen natuurgebied aanwezig zijn. Voor twee percelen ten westen van de Wiekermedenweg, grenzend aan het natuurgebied, geldt dat er geen bemesting meer mag plaatsvinden: percelen worden omgezet in natuur (V). Het noordelijke deel van het perceel ten oosten van de Wiekermedenweg moet blijvend grasland worden. Er gelden hier geen bemestingsbeperkende maatregelen. Dit perceel is opgenomen als agrarisch met beperking (I). Voor alle andere agrarische percelen in deze bufferzone (uitwerkingsgebied) geldt geen beperking ten aanzien van gebruik of bemesting. Percelen ten westen van het Voltherbroek Ten zuiden van de Oude Broekweg ligt in het zuidwesten een perceel grenzend aan het natuurgebied (aan het einde van de Thaborweg) waar beperkende maatregelen gelden. Dit perceel is in het inrichtingsplan opgenomen als stoppen bemesting (V). 55

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

Het perceel heeft helt qua ligging richting het habitattypen en heeft geen dikke organische laag. Zowel via oppervlakte- als grondwater heeft het perceel invloed op het oostelijk gelegen habitattype vochtig alluviaal bos H91E0C). Aan de Oude Broekweg liggen twee percelen, waar de bemestingsmaatregelen komen te vervallen, omdat eigenaren hebben besloten deze percelen om te vormen naar natuur. Op de kaart met inrichtingsmaatregelen zijn de percelen als nieuwe natuur aangegeven. Kruiden- en faunarijk grasland en uiteindelijk omvorming naar bos behoort tot de potentie van deze percelen. De keuze voor het type beheerpakket is aan de grondeigenaar zelf. Tussen kanaal en sloot Wonderboer liggen aan de westzijde van het Agelerbroek twee percelen waarvoor bemestingsmaatregelen gelden. Het noordelijke perceel (aan het kanaal) is opgenomen als natuur (bemestingsmaatregel V). Voor dit perceel wordt tevens een uitmijnadvies opgesteld. Voor het zuidelijke perceel vervallen de bemestingsmaatregelen. Dit perceel is van Staatsbosbeheer en wordt al omgevormd naar natuur (op de kaart weergegeven als nieuwe natuur). Er ligt nog een klein perceeltje dat in particulier eigendom is en waar de bemestingsmaatregel (II) op blijft liggen. Het particuliere perceel binnen het Natura 2000-gebied (aan het kanaal) krijgt bemestingsmaatregel V opgelegd en wordt dus omgezet in natuur.

De toekomstige hydrologische situatie zorgt ervoor dat het perceel via grond- en oppervlaktewater lokaal van invloed gaat zijn op naastliggende habitattypen.

5.6.4 Aanvullende maatregelen Voltherbroek Water uit de Voltherbeek kan bij een hoog peil mogelijk terugstromen naar een landbouwsloot in het noordoosten van het gebied (langs de Volthermedeweg). Hier wordt een duiker met terugslagklep gemonteerd om dit te voorkomen. Bij de Twelweg is reeds in de bestaande situatie sprake van gebrekkige afvoer van water. Dit komt o.a. doordat aanwezige duikers niet goed functioneren. In het inrichtingsplan zijn daarom enkele nieuwe duikers (in de bermsloot ten oosten van de weg) voorzien om deze situatie te verbeteren. Daarnaast wordt een gedeelte van de bermsloot aan de westzijde van de weg opgeschoond en wordt een gedeelte van de bodem van de hierop toeleverende watergang (beek) ten oosten van de weg verondiept. De lange duiker (bij peil 21.06 in Figuur 5.16) wordt op de juiste hoogte gelegd, waardoor afwatering vanuit de beek weer naar het zuiden kan plaatsvinden. Zo nodig wordt er een klein gemaal geplaatst om overtollig water te kunnen wegpompen.

Figuur 5.16 Maatregelen wateroverlast Twelweg.

5.7 Meekoppelkansen Meekoppelkansen worden alleen in het plan meegenomen als ten tijde van de gewenste realisatie via een extern proces: de financiering is geregeld; de vergunningen zijn geregeld; er voldoende draagvlak is. In de realisatiefase wordt bepaald of en welke meekoppelkansen uitgevoerd kunnen worden. De belangrijkste meekoppelkans bij de uitvoering van natuurherstelmaatregelen in het Agelerbroek en Voltherbroek vormen het uitvoeren van maatregelen in kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-opgave. Omdat ingrepen aan het oppervlaktewatersysteem nodig zijn voor natuurherstel (met name Tilligterbeek) worden deze gekoppeld aan de voor de

Geel = verondiepen sloot. Rood= duiker zuidzijde Twelweg (ca. 20m1) moet op juiste hoogte worden gelegd. Paars = noodzaak voor een gemaal moet nog worden bezien. 56

Inrichtingsplan Agelerbroek & Voltherbroek

KRW gewenste inrichting. Bij strijdigheden tussen het maatregelenpakket Natura 2000 en het maatregelenpakket KRW, zijn de maatregelen voor Natura 2000 leidend. De belangrijkste maatregelen in kader van de KRW vormen het vispasseerbaar maken door het opheffen van de barrièrewerking van een tweetal stuwen en het kanaal. De kanaalkruising zorgt er in de toekomst voor dat waterfauna in tijden van voldoende wateraanvoer weer vrij kan migreren tussen de Roelinksbeek en Tilligterbeek/Voltherbeek. De barrièrewerking van 2 stuwen in het systeem, één in de Roelinksbeek en één in de Tilligterbeek, worden opgeheven door vistrappen. De vistrap in de Tilligterbeek is zo ver mogelijk van de noordrand van het Agelerbroek ontworpen. Hierdoor komt het peilverloop in de vistrap verder van het gebied af te leggen en onttrekt de vistrap geen grondwater aan het Agelerbroek. Een andere kans die in het maatregelenpakket is meegenomen is het verbeteren van het oppervlakkige afstroomsysteem binnen met name het Voltherbroek. Bewoners in het gebied ondervinden overlast van water als gevolg van de gebrekkige afvoer van oppervlaktewater uit het gebied. Dit speelt met name in de winter en het voorjaar. Omdat stagnatie van water ook voor de natuur niet gewenst is, worden met de natuurherstelmaatregelen ook verbeteringen in het oppervlakkige afvoerstelsel aangebracht.

Denk hierbij aan het bevorderen van oppervlakkige doorstroming door kleine obstakels waterpasseerbaar te maken. Bovengenoemde meekoppelkansen dragen op landschapsschaal tevens bij aan de doelstellingen “landschappelijke samenhang en interne compleetheid” (paragraaf 2.4 Natuurdoelen en doelstellingen). Recreatie Huidige routes langs de Roelinksbeek (fiets- en wandelpad), Tilligterbeek (schouwpad) en het kanaal (zandpaden en fietspad) blijven met wat kleine aanpassingen behouden. Het schouwpad langs de Tilligterbeek wordt door de inrichting beter toegankelijk. In het kader van de gebiedsontwikkeling Noordoost Twente wordt een stuwwalroute gerealiseerd. Deze route is een nieuwe, thematische wandelroute van 45 km van de Tankenberg naar de Molen van Bels. De route loopt door het Voltherbroek naar de Hunenborg en langs het Agelerbroek (Figuur 5.17). Het doorbreken van het kanaal en de mogelijke aanleg van een vlonderpad in het fiets-wandelpad langs de Laarweg bieden meekoppelkansen voor het verbeteren van deze route. Dit vlonderpad verbindt het fietspad langs de Laarweg met het kanaal en heeft een lengte van 150 meter. Het pad gaat door een nat gebied, waar water vrij moet kunnen doorstromen. Het pad moet geschikt zijn voor fietsers en wandelaars.

Informatievoorziening langs de route biedt kansen om ook het natuurherstel van het Agelerbroek en Voltherbroek, de kanaalkruising en de herinrichting van de beken aan passanten te presenteren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/595/documents/18163