Bijlage 6 Ontplofbare Oorlogsresten RWZI Denekamp.pdf
Tekst van het document
Afbeelding 3: De ligging van het onderzoeksgebied binnen het ‘Nord de Guerre zone’-grid.
Indicaties zonder RAP-nummer en niet weergegeven op kaart Indien een in de geraadpleegde bronnen aangetroffen indicatie van een oorlogshandeling niet kan worden ingetekend, is dit eveneens in de tekst aangegeven. In het onderstaande overzicht staan de redenen weergegeven voor het niet intekenen van indicaties van oorlogshandelingen: • • • •
[Locatie onbekend]. Op basis van de geraadpleegde bronnen kan de locatie van de oorlogshandeling niet worden vastgesteld; [Buiten onderzoeksgebied]. Op basis van de geraadpleegde bronnen is vastgesteld dat de oorlogshandeling buiten de contouren van (de 250 meter buffer rondom) het onderzoeksgebied heeft plaatsgevonden; [Historische context]. De indicatie betreft een uitleg van de historische context, zoals troepenverplaatsingen of de bezettings- en bevrijdingsdatum van een gemeente; [Niet OO gerelateerd]. Oorlogshandeling waarbij geen OO zijn ingezet.
2 https://www.echodelta.net/mbs geeft tekst en uitleg en beschikt over een coördinaten vertaler.
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
24
3.2
Vooroorlogse situatie onderzoeksgebied In de geraadpleegde bronnen wordt de locatie van oorlogshandelingen omschreven aan de hand van lokale objecten en het landschap. In de onderstaande afbeelding is het onderzoeksgebied weergegeven op een (vooroorlogse) stafkaart, om de geografische en topografische ligging te kunnen vaststellen. Het onderzoeksgebied lag circa 1.700 meter ten oosten van de bebouwde kom van Denekamp en circa 800 meter ten zuiden van het Kanaal. Het onderzoeksgebied lag in de Dorpse Hooimaten.
Afbeelding 4: Onderzoeksgebied te Denekamp weergegeven op een stafkaart uit 1935. Bron: Topotijdreis.nl
3.3
Mobilisatieperiode In de periode april 1939 – april 1940 werden de Nederlandse strijdkrachten in verschillende fasen gemobiliseerd. Aanleiding was de dreigende oorlog in Europa. In deze periode werden de verschillende onderdelen van de Nederlandse krijgsmacht onder de wapenen geroepen en werd een begin gemaakt met het aanleggen van verdedigingslinies, voorbereidingswerkzaamheden ten behoeve van inundaties, mijnenvelden, versperringen, etc. Voor deze periode zijn er in de geraadpleegde bronnen geen relevante gegevens gevonden die betrekking hebben op het onderzoeksgebied in relatie tot OO.
3.4
Meidagen 1940 In de vroege ochtend van 10 mei 1940 vielen Duitse grondeenheden vanuit het grensgebied Nederland binnen, terwijl Duitse parachutisteneenheden in West-Nederland landden. Bij Kornwerderzand en bij de Grebbelinie werden de Duitse grondstrijdkrachten staande gehouden en in het westen van Nederland vochten Nederlandse eenheden tegen de Duitse parachutisten. Na het bombardement op Rotterdam door Duitse luchtmachteenheden besloot het Nederlandse opperbevel te capituleren. Alleen in Zeeland werd nog doorgevochten door Nederlandse en Franse eenheden. 10 mei 1940 De eerste Duitse troepen arriveerden in de gemeente Denekamp om 11.00 uur. Het betrof infanterie. Er werden geen bruggen in de gemeente vernield. De troepen waren via de weg 24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
25
Nordhorn-Denekamp opgetrokken. Grenswachtdetachement 10 werd zonder gevechten gevangengenomen.3 [Historische context]
Afbeelding 5: De Duitse grensoverschrijdingen op 10 mei 1940 (aangegeven met rode pijlen). Het onderzoeksgebied is indicatief in het blauw ingetekend. Bron: Nierstrasz, Krijgsverrichtingen ten oosten, 146.
3.5
3
Duitse bezettingsjaren Direct na de Duitse inval werd Nederland met enige regelmaat getroffen door (kleinschalige) geallieerde bombardementen. Deze bombardementen waren met name gericht op havens, infrastructuur, industriegebieden en vliegvelden. Vanaf 1943 – de geallieerde luchtmachten werden steeds sterker – vonden steeds meer grotere en zwaardere bombardementen plaats op vliegvelden, havens en industriegebieden in Nederland. Later werden veel bomaanvallen door jachtbommenwerpers uitgevoerd, onder andere door de Britse 2nd TAF, om de logistieke
NIMH, toeg. nr. 420, inv. nr. 4; Nierstrasz, De Krijgsverrichtingen ten Oosten van de IJssel en in de IJssellinie, 28.
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
26
aanvoerlijnen van de Duitse bezetter te onderbreken. Voorts werd in opdracht van de Duitse bezetter in 1942 begonnen met de bouw van de Atlantikwall in het Nederlandse kustgebied. 3 augustus 1940 Tussen 01.30 en 02.45 uur vond een luchtgevecht boven gemeente Denekamp plaats. ‘Rond Noord-Deurningen, op circa 5 kilometer van Denekamp’ [dit lijkt foutief, Noord-Deurningen ligt binnen een kilometer van dorp Denekamp, binnen dezelfde gemeente], kwamen ongeveer 28 bommen neer, waarvan er vijf niet waren ontploft. Eén boerderij (N.D. 120) brandde geheel af, twee andere (ND 122) raakten zwaar beschadigd. De meeste bommen kwamen in weilanden terecht. De aanval duurde ongeveer drie kwartier. Er kwamen bommen neer in de weilanden aan de Oostmarsumsestraat 13 en in Tilligte [Buiten onderzoeksgebied] en bij percelen N.D. 115 en N.D. 116. Het zouden bommen van 250 kilo zijn geweest. 4 [Precieze locatie onbekend] 28 september 1940 In een weiland in Denekamp werden acht gaten aangetroffen die vermoedelijk door Britse vliegtuigbommen waren ontstaan.5 [Locatie onbekend] Noot: het is niet duidelijk wanneer de gaten ontstaan waren. 11 februari 1941 In gemeente Denekamp werden rond 22.30 uur circa 200 brandbommen in een veld afgeworpen; later werd gemeld dat er ook vier brisantbommen waren afgeworpen.
6 [Locatie onbekend] Noot: in de nacht van 11 op 12 februari 1941 vonden Britse aanvallen plaats op Bremen, Hannover, Osnabrück, Nienberg en Verden, Wilhelmshaven, Neustadt en Essen waarbij 250, 500 en 1000 lb. brisantbommen en 4 lb. brandbommen werden ingezet. 7 3 juli 1941 In zes gemeenten waaronder gemeente Denekamp kwamen zestien brisantbommen neer. 8 [Locatie onbekend] Noot: op 3 juli 1941 vonden Britse aanvallen plaats op Hazebrouck met een onbekende bommenlast.9 10 juli 1943 In Losser, Oostmarsum en Denekamp kwam een aantal brisantbommen neer. Twee boerderijen brandden hierdoor af.10 [Locatie onbekend] Noot: in de nacht van 9 op 10 juli 1943 vonden Britse aanvallen plaats op Gelsenberch, Gelsenkirchen, Burgsteinfurt en de Waddeneilanden met 500, 1000 en 4000 lb. brisantbommen en 4 en 30 lb. brandbommen. Volgens de auteur Hammel voerde de Amerikaanse luchtmacht alleen aanvallen uit op Frankrijk. 11 15/16 september 1943 De auteur Zwanenburg meldt dat de Duitse Lageberichten rapporteerden dat er bij Denekamp een bom was gevallen. Een artikel uit een Heemkunde tijdschrift bevestigt dit. Het betrof volgens het artikel een 12.000 lb. brisantbom (een zogenaamde Tallboy) die het kanaal AlmeloNordhorn plaatselijk tweemaal zo breed had gemaakt. Er werd een krater van 25 meter doorsnede gevonden op 300 meter ten ‘n.o.n’ van de brug in de hoofdverkeersweg DenekampNordhorn.
De zuidelijke kanaaldijk was zwaar beschadigd en de noordelijke kanaaldijk licht beschadigd. Naar het zuidwesten en zuidoosten was er tot 750 meter bij de inslag vandaan schade aan woningen (dit betrof woningen aan de Kanaalweg, Nordhornsestraat, veldweg en Johanninkweg [Buiten onderzoeksgebied]). In eerste instantie dacht men in Denekamp met een 2000 lb. brisantbom te maken te hebben. De bom bleek na extra onderzoek jaren later echter hoogstwaarschijnlijk afkomstig te zijn van een Lancaster van 617 Squadron die aan 4
GHL, toeg. nr. -1.782, inv. nr. 2017-4; Heemkunde Denekamp, Denekampers vertellen, 84. NA, toeg. nr. 2.13.210, inv nr. 23. NIOD, toeg. nr. 077, inv. nr. 1328. 7 TNA UK AIR 14/2671. 8 BArch R58/3578. 9 TNA UK AIR 14/3363. 10 BArch R58/3580. 11 TNA UK AIR 14/2677; Hammel, Air War Europe, 151. 5 6
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
27
aanval op Duitsland moest uitvoeren, maar door onder meer mist zijn doel niet kon bereiken. Het Heemkundeblad praatte met een veteraan die in dit toestel zat. Op de terugweg raakten de motoren oververhit en vlogen in brand. De bemanning wilde van de gevaarlijk bom af en dropte die op een hun onbekende plek, vermoedelijk dus in Denekamp. Het toestel zou daarna, om 03.45 uur, crashen bij Den Ham. De bom in Denekamp ontplofte om 04.08 uur, na de crash, maar had volgens de veteraan hoogstwaarschijnlijk een vertraging. Naast de Tallboy had het toestel geen andere bommen aan boord. In het Heemkunde blad stond een kaart waarop de indicatieve locatie van de Tallboy is ingetekend. 12 [Circa 750 meter buiten onderzoeksgebied] Volgens de geraadpleegde munitietechnicus van Bombs Away (dhr. A. Meijers) was hier echter sprake van een luchtdrukbom bestaande uit drie segmenten van ieder 4000 lb, deze bom heeft geen relatie tot de 4000 lb. HC brisantbom. De eerste echte Tallboy is pas in juni 1944 afgeworpen.
Afbeelding 6: Luchtoorlog-gerelateerde gebeurtenissen in gemeente Denekamp. Het onderzoeksgebied is indicatief in het rood ingetekend. Bron: Heemkunde Denekamp, Denekampers vertellen, 67.
8 april 1944 Tussen 13.45 en 15.45 uur kwamen er luchtafweergranaten van 7.5 cm (het betrof Franse Beutemunition) terecht ten oosten en westen van het dorp Denekamp. 13 [Locatie onbekend] 3.6
Bevrijdingsjaar 1944-1945 Het bevrijdingsjaar voor Nederland startte vanaf september 1944. Amerikaanse grondtroepen staken vanuit België de Nederlands grens over in Zuid-Limburg. Halverwege september 1944 vond Operation Market Garden plaats. Dit ambitieuze plan van de geallieerde bevelhebber Montgomery moest ervoor zorgen dat de bruggen tussen Eindhoven en Arnhem door luchtlandingstroepen bezet zouden worden om vervolgens door geallieerde grondtroepen te
12
Zwanenburg, nooit was het stil dl II, 81; GHL, toeg. nr. -1.782, inv. nr. 2017-4; Heemkunde Denekamp, Denekampers vertellen, 55-57; SGLO, T2886 (13-09-2024). 13 GHL, toeg. nr. -1.782, inv. nr. 2017-4.
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
28
worden ontzet, waarna kon worden begonnen met de verovering van het Ruhrgebied. Ook staken de geallieerde eenheden de Nederlandse grens in Zeeuws-Vlaanderen over. Operation Market Garden mislukte waardoor Noord-Brabant, Zeeland, Limburg en Gelderland frontgebied werden. Maanden van (grond)gevechten volgden in combinatie met artilleriebeschietingen en bombardementen. In maart 1945 startte de bevrijding van de rest van Nederland waarbij de frontlinie in mei 1945 stil kwam te liggen. Het nog bezette deel van Nederland binnen de zogenaamde Festung Holland werd bevrijd van de Duitse strijdkrachten in Nederland op 5 mei 1945 (de algehele capitulatie). 10 december 1944 Tussen 12.05 en 17.14 uur wierpen twaalf Spitfire jachtbommenwerpers van 66 Squadron 20 x 250 lb. brisantbommen af op een brug in kaartvierkant rV.5222 waarbij geen resultaten werden waargenomen. [Circa 900 meter buiten onderzoeksgebied] Daarnaast werd een boordwapenbeschieting uitgevoerd in kaartvierkant rV.6215. [Circa 11 km buiten onderzoeksgebied] Twee van de twaalf toestellen hadden niet meegedaan aan de aanval. 14 31 maart 1945 Tussen 11.30 en 18.48 uur vlogen zes Britse Typhoon jachtbommenwerpers van 137 Squadron, 124 Wing, rond Enschede toen veel gemotoriseerde vijandelijke transporten tussen kaartvierkanten rV5267 en rV.5307 werden aangevallen.
Het is niet duidelijk waarmee de aanval werd uitgevoerd of waar deze precies plaatsvond. 15 [Precieze locatie onbekend, gebied betreft ruim 60 kilometer] Tussen 15.55 en 17.05 uur vielen vier Britse Typhoon jachtbommenwerpers van 439 Squadron, 143 Wing, daarnaast voertuigen met boordwapens aan in kaartvierkant rV.5426. 16 [5.2 km buiten onderzoeksgebied] 1 april 1945 Tussen 10.17 en 13.00 uur vielen vier Britse Spitfire jachtbommenwerpers van 174 Squadron, 121 Wing, meer dan 100 gemotoriseerde vijandelijke transporten tussen kaartvierkanten rV.5020 en rV.5224 aan met 24 raketten. Eén transport met munitie ontplofte. 17 [Locatie onbekend, de coördinaten betreffen een gebied van 60 kilometer] 2 april 1945 De kom van de gemeente Denekamp werd bevrijd door de 2nd Britsh Army, Royal Guards Armoured Division 32 en The Guards Brigade. Denekamp werd zonder strijd ingenomen. 18 [Historische context] Onbekende datum Bij N.D. (Noord-Deurningen) 59 lag nog een bom.19 [Locatie onbekend] 3.7
Naoorlogse periode – heden Direct na de Tweede Wereldoorlog werd aangevangen met het opruimen van OO. In eerste instantie werd door het Militair Gezag (MG) aan de (plaatsvervangende) burgemeesters van de gemeenten gevraagd om een opgave te doen van mogelijk aanwezige landmijnen en munitie. De ruimingen van landmijnen en overige munitie werden in de eerste jaren uitgevoerd door diverse onderdelen waaronder de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD). Vanaf 1948 was de Hulpverleningsdienst (HVD) van het toenmalige Ministerie van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor het ruimen van OO op het land. Tot 1972 heeft de HVD ruimingen uitgevoerd. Het ruimen van OO in Nederland is vanaf die datum weer een verantwoording van het Ministerie van Defensie (EOD).
14
TNA UK AIR 37/717; 27/600. TNA UK AIR 37/718;27/954. 16 TNA UK AIR 37/718;27/1879. 17 TNA UK AIR 37/718. 18 NIOD, toeg. nr. 420, inv. nr. 4 en 28; Bollen, Vroemen, Canadezen in Actie, 106. 19 HCO, toeg. nr. 0397, inv. nr. 88. 15
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
29
Geen relevante gebeurtenissen aangetroffen
3.8
3.7.1
Mijnenvelden In het mijnenveldarchief van de EODD zijn geen indicaties aangetroffen dat er in het onderzoeksgebied mijnenvelden hebben gelegen.
3.7.2
MORA's/UO's In het archief van de EODD zijn geen relevante MORA’s/UO’s aangetroffen.
Luchtfoto-onderzoek 3.8.1
Keuze van de luchtfoto's Zoals beschreven staat in paragraaf 2.7 is de analyse van luchtfoto’s een essentieel onderdeel van het Vooronderzoek Conflictperiode OO. Voor elk onderzoek worden luchtfoto’s uit de collecties Wageningen UR (WAG), Kadaster (KAD) te Zwolle, Spoorwegmuseum te Utrecht, National Collection of Aerial Photography (NCAP) te Edinburgh, The National Archives (TNA UK) te Londen, de National Archives and Records Administration (NARA) en uit het Laurier Military History (LMH) Archive te Canada geraadpleegd en worden relevante luchtfoto’s (op basis van kwaliteit, schaal en beschikbaarheid van datum) besteld. De luchtfoto’s worden besteld op basis van de data van relevante oorlogshandelingen die zijn aangetroffen in de geraadpleegde literatuur en archieven (zie paragrafen 3.2 t/m 3.7). Hierbij is het uitgangspunt om een luchtfoto te bestellen die zo kort als mogelijk is genomen nadat de oorlogshandeling heeft plaatsgevonden, tot maximaal een half jaar nadien. Verstoringen in het landschap en/of aan bebouwing die zijn veroorzaakt door OO, zijn in veel gevallen na een half jaar niet meer zichtbaar. Dit geldt voornamelijk voor gebieden die intensief gebruikt worden, zoals stedelijk gebied, wegen, spoorlijnen en landbouwgronden.
De geraadpleegde luchtfoto’s uit de verschillende collecties worden vervolgens gegeorefereerd in GIS en geanalyseerd op sporen van oorlogshandelingen, zoals schade aan het landschap/gebouwen, kraters, (sporen van) neergekomen vliegtuigen, loopgraven, mangaten, bunkers, verdedigingswerken, geschut- of wapenopstellingen, tankgrachten en mijnenvelden. Het optimaliseren van de luchtfoto interpretatie wordt gedaan aan de hand van fotobestanden in TIFF in plaats van in JPG en het bestuderen van luchtfoto's in 3D, met de daarbij behorende 3D fotogrammetriesoftware en 3D apparatuur. De luchtfotodekking is te vinden in bijlage 4. In veel gevallen is er met name in de eerste jaren van de oorlog sprake van een leemte in de beschikbare informatie: van delen van het Nederlandse grondgebied is onvoldoende dekking of de kwaliteit 20 van de luchtfoto’s is matig tot slecht, waardoor eventuele indicaties van oorlogshandelingen niet of nauwelijks (meer) zichtbaar zijn. Deze leemte kan van invloed zijn op de uiteindelijke afbakening van de verdachte gebieden in het onderzoeksgebied.
3.8.2
20
Classificatie Voor het classificeren van objecten op luchtfoto's zijn door de historisch onderzoekers en de twee luchtfoto-analisten de zogenoemde betrouwbaarheidsniveaus toegepast. Nadat de eerste luchtfoto analyse heeft plaatsgevonden wordt een tweede analist ingeschakeld die de luchtfoto(‘s) opnieuw interpreteert. Dit gebeurt onafhankelijk van de eerste
Verschillende definities van de luchtfotokwaliteit: A (goed), B (matig), C (slecht).
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
30
luchtfoto analist, wat inhoudt dat de ingetekende indicaties in eerste instantie niet worden weergegeven in GIS. Pas bij het intekenen van de indicaties wordt gecontroleerd of dit afwijkt van de eerdere interpretatie. Bij discrepanties tussen ingetekende indicaties wordt er overlegd door de eerste en tweede luchtfoto analist (dit kan middels aantekeningen in GIS of in persoon). Wanneer de twee luchtfoto analisten het niet eens kunnen worden over een in te tekenen indicatie, en het raadplegen van een derde luchtfoto analist geen uitkomst biedt, dan krijgt deze indicatie de classificatie ‘mogelijk’ i.p.v. ‘waarschijnlijk’ of ‘bevestigd’. De classificatie ‘bevestigd’ wordt alleen gebruikt wanneer de indicatie is bevestigd door een tweede bron (de eerste luchtfoto interpretatie geldt niet als tweede bron). •
• •
Bevestigd: betrouwbaarheid grenst aan zekerheid. De waarneming kan worden bevestigd met een tweede bron (betrouwbaarheid 99%); Waarschijnlijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend zeker van de validiteit van de classificatie van het object (betrouwbaarheid 50% of hoger). Het object is op de kaart ingetekend en indien van toepassing, afgebakend. Mogelijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend onzeker van de validiteit van de classificatie van het object. Niet in alle gevallen kon op basis van de luchtfoto de oorzaak worden vastgesteld van een object in het landschap of in de bebouwing. Om een verklaring te kunnen geven voor het ontstaan van de verstoring is naar een oorzaak gezocht in de geraadpleegde literatuur en archieven. Indien er geen oorzaak kon worden vastgesteld, is het waargenomen object aangemerkt als 'mogelijk' (betrouwbaarheid lager dan 50%).
Voor het georefereren van luchtfoto's wordt gewerkt met ArcGIS. Er worden minimaal 10 punten (GCP’s, ground-controlepoints) gebruikt om de luchtfoto juist op de referentiekaart (Topo RD) te leggen. Om vervormingen op de luchtfoto’s te corrigeren wordt gebruik gemaakt de Second Order Polynomial transformatie-methode. Deze transformatie methode maakt het mogelijk om de luchtfoto waar nodig uit te rekken en te verbuigen. 3.8.3
Resultaten van de luchtfoto-analyse Voor het huidige onderzoek zijn de volgende luchtfoto’s geanalyseerd (zie tabel). In onderstaande paragrafen worden deze luchtfoto’s verder toegelicht.
Collectie
Sortie
Fotonr.
Datum
Kwaliteit
Schaal
Luchtfotodekking
Waargenomen bijzonderheden21 Geen
Volledig
Keuzeverantwoording Vooroorlogse situatie Ter controle
KAD
344
1933
B
Onbekend
Volledig
NCAP
106G3229
811, 812 1089
05-101944
C
23.000
NCAP
161499
4081
23-121944
C
27.000
Volledig
Ter controle
Geen
KAD
161709
4004, 4005
14-021945
B
15.000
Volledig
Geen
B
40.000
Volledig
Ter controle, situatie voor de bevrijding, 3D Naoorlogse situatie
NCAP
369BS702921
52
16-061945
Geen
Geen
Luchtfoto’s 1933
21
Bij waargenomen bijzonderheden worden alleen bijzonderheden genoteerd wanneer deze voor het eerst op de betreffende luchtfoto te zien zijn. Indien bijzonderheden op een eerdere luchtfoto zijn waargenomen en op de daaropvolgende luchtfoto’s nog steeds waarneembaar zijn, worden deze bij deze latere luchtfoto’s niet wederom genoteerd als bijzonderheid.
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
31
De luchtfoto’s van 1933 zijn geraadpleegd om de vooroorlogse situatie in kaart te brengen. De luchtfoto’s zijn matige kwaliteit (B), hebben een onbekende schaal en dekken het hele onderzoeksgebied. Op de luchtfoto’s zijn geen bijzonderheden waargenomen. Luchtfoto 5 oktober 1944 De luchtfoto van 5 oktober 1944 is geraadpleegd ter controle. Dit was de eerste luchtfoto die het onderzoeksgebied dekte sinds 1933. De luchtfoto is van slechte kwaliteit (C), heeft een schaal van 1:23.000 en dekt het hele onderzoeksgebied. Op de luchtfoto zijn geen bijzonderheden waargenomen. Luchtfoto 23 december 1944 De luchtfoto van 23 december 1944 is geraadpleegd ter controle. De luchtfoto is van slechte kwaliteit (C), heeft een schaal van 1:27.000 en dekt het hele onderzoeksgebied. Op de luchtfoto zijn geen bijzonderheden waargenomen. Luchtfoto’s 14 februari 1945 De luchtfoto’s van 23 december 1944 zijn geraadpleegd ter controle en om de situatie voor de bevrijding te analyseren. De luchtfoto’s zijn van matige kwaliteit (B), hebben een schaal van 1:15.000 en dekken het hele onderzoeksgebied. Op de luchtfoto’s zijn geen bijzonderheden waargenomen.
Afbeelding 7: 3D uitsnede van de luchtfoto van 14 februari 1945. Bron: KAD, sortienr. 16-1709, fotonr. 4004, 4005, d.d. 14-02-1945.
Luchtfoto 16 juni 1945 De luchtfoto van 16 juni 1945 is geraadpleegd om de naoorlogse situatie in kaart te brengen. De luchtfoto is van matige kwaliteit (B), heeft een schaal van 1:40.000 en dekt het hele onderzoeksgebied. Op de luchtfoto zijn geen bijzonderheden waargenomen.
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
32
3.9
Leemten in kennis Op basis van de geraadpleegde bronnen zijn nog enkele leemten in kennis. Deze leemten in kennis zijn: • • •
• •
•
•
De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1940-1946 zijn onbekend; De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1947-1970 zijn onbekend; Niet van alle gebeurtenissen kon de exacte locatie worden vastgesteld op basis van de geraadpleegde bronnen. In dergelijke gevallen gaat het om generieke, doorgaans onnauwkeurige beschrijvingen van een locatie. Tevens waren niet voor alle (voormalige) gemeenten (bruikbare) omnummeringslijsten aanwezig. Voor deze gebeurtenissen geldt dat ze niet nader geanalyseerd zijn in het kader van dit vooronderzoek; Websites veranderen continu door updates en nieuwe informatie. Soms verdwijnen sites ook van het internet; of zijn ontoegankelijk geworden. Informatie kan zodoende verdwijnen of veranderen; In de geraadpleegde luchtfoto-archieven hebben de luchtfoto’s uit de eerste jaren van de oorlog grotendeels een beperkte dekking en zijn ze vaak niet beschikbaar voor het betreffende onderzoeksgebied. Voorts zijn de luchtfoto’s uit deze beginperiode niet altijd van goede kwaliteit en schaal. Het is hierdoor niet altijd mogelijk om oorlogshandelingen nauwkeurig te lokaliseren. Voor dit onderzoek geldt dat de luchtfoto's van matige of slechte kwaliteit waren. Daarnaast zit er een gat van elf jaar tussen de vooroorlogse luchtfoto en de eerstvolgende uit oktober 1944.
Hoewel dit de eerste luchtfoto is die beschikbaar was kan het zijn dat er in dit luchtfotogat oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden die niet in de archieven en niet op de luchtfoto’s zijn teruggezien; Luchtfoto’s geven doorgaans een betrouwbare indicatie voor wat betreft de vraag of er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied. Luchtfoto’s geven echter altijd een momentopname weer. Er kunnen voor, na en tussen verschillende opnamedata oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden, die niet zichtbaar zijn op de beschikbare luchtfoto’s; De ruimrapporten van de EODD kennen hun beperkingen voor wat betreft de nauwkeurigheid van de vindplaatsbeschrijvingen. Het is niet altijd mogelijk om exact aan te geven waar de OO werden aangetroffen. Deze munitie is bovendien geruimd. Dergelijke beperkingen zijn er ook bij andere geraadpleegde bronnen, zoals bijvoorbeeld documenten uit de gemeentearchieven.
3.10 Inventarisatiekaart Alle relevante gegevens met een geografisch component uit de geraadpleegde bronnen zijn ingetekend op een inventarisatiekaart in GIS, waarin ook de resultaten van de geanalyseerde (en gegeorefereerde) luchtfoto’s zijn verwerkt. Er zijn geen indicaties. In de onderstaande afbeelding is de inventarisatiekaart voor het onderzoeksgebied weergegeven. Omdat uit noch het literatuur- en archiefonderzoek noch uit de luchtfoto-analyse indicaties zijn aangetroffen binnen 250 meter van het onderzoeksgebied, zijn er geen indicaties ingetekend.
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
33
Afbeelding 8: Inventarisatiekaart onderzoeksgebied RWZI Denekemap in de gemeente Dinkelland.
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
34
4 ANALYSE GEGEVENS 4.1
Inleiding analyse: verdacht of onverdacht gebied Op basis van de geraadpleegde gegevens kan worden vastgesteld of een onderzoeksgebied (deels) verdacht of onverdacht op OO is. Indien er in het onderzoeksgebied geen oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden en/of indien er geen OO in/op de (water)bodem zijn achtergebleven, is een gebied onverdacht. Als uitgangspunten voor de conclusie verdacht of onverdacht wordt bijlage 2 als leidraad gebruikt voor aanwezigheid van OO in het onderzoeksgebied. Verder wordt gebruikgemaakt van kennis en ervaring door het maken van een beredeneerde inschatting: •
Verhoogde kans op OO: VERDACHT (bij specifieke meldingen van OO en bij oorlogshandelingen of militaire aanwezigheid en daardoor aanwezigheid van OO) Geen verhoogde kans op OO: ONVERDACHT (bij alle andere gevallen dan verdacht en bij contra-indicaties op verdachte gebieden).
•
Indien van de bovengenoemde richtlijnen (zie bijlage 2) voor de horizontale afbakening wordt afgeweken, is dit gemotiveerd. Als er indicaties zijn dat (delen van) het onderzoeksgebied betrokken (zijn) is geweest bij oorlogshandelingen dan wordt het (de) verdachte gebied(en) horizontaal afgebakend en worden de volgende zaken vastgesteld voor elk van het op OO verdachte gebied: • • • • • • • • •
Indicaties en contra-indicaties van oorlogshandelingen; (Hoofd- en sub-) soort mogelijk aan te treffen OO; Kalibers/ gewichtsklasse van de mogelijk aan te treffen OO; Nationaliteit van de mogelijk aan te treffen OO; Verschijningsvorm van de mogelijk aan te treffen OO; Type ontstekingsinrichtingen voor de hoofdsoort afwerpmunitie; De hoeveelheid mogelijk aan te treffen OO; De horizontale afbakening van het verdachte gebied; De verticale afbakening van het verdachte gebied.
4.2
Indicaties en verdachte gebieden In de geraadpleegde bronnen zijn geen indicaties gevonden die erop wijzen dat in het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waardoor mogelijk OO in/op de (water)bodem zijn achtergebleven.
4.3
Indicaties zonder verdacht gebied In de geraadpleegde bronnen zijn tevens geen indicaties van oorlogshandelingen aangetroffen die betrekking hebben op het onderzoeksgebied en/of de nabije omgeving maar die niet hebben geleid tot een verdacht gebied binnen de grenzen van het onderzoeksgebied. Hierbij dient te worden opgemerkt dat er niet kan worden uitgesloten dat er OO in onverdachte gebieden worden aangetroffen. Op basis van dit onderzoek zijn in de geraadpleegde bronnen voor de onverdachte gebieden geen/onvoldoende aanwijzingen aangetroffen dat er een verhoogde kans is op OO.
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
35
4.4
Bodembelastingkaart OO Op de Bodembelastingkaart OO is normaliter het verdachte gebied (horizontaal) binnen het onderzoeksgebied weergegeven, gespecificeerd naar hoofdsoort OO. Het huidige onderzoeksgebied is echter onverdacht. In de onderstaande afbeelding is de Bodembelastingkaart OO weergegeven. Deze kaart is ook losbladig, op A1-formaat (bijlage 6) aan dit Vooronderzoek Conflictperiode OO toegevoegd.
Afbeelding 9: Bodembelastingkaart OO van het onderzoeksgebied RWZI Denekamp in de gemeente Dinkelland. Het onderzoeksgebied is onverdacht.
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
36
5 CONCLUSIE EN ADVIES 5.1
Conclusie Op basis van de geraadpleegde bronnen, de beoordeling en evaluatie van de indicaties en contra-indicaties is vastgesteld dat het onderzoeksgebied RWZI Denekamp in de gemeente Dinkelland niet getroffen is door oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waardoor OO in de (water)bodem kunnen zijn achtergebleven. Het onderzoeksgebied is derhalve ONVERDACHT op OO.
5.2
Leemten in kennis Samenvattend zijn er de volgende leemten in kennis zijn: • • •
• •
•
•
5.3
De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1940-1946 zijn onbekend; De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1947-1970 zijn onbekend; Niet van alle gebeurtenissen kon de exacte locatie worden vastgesteld op basis van de geraadpleegde bronnen. In dergelijke gevallen gaat het om generieke, doorgaans onnauwkeurige beschrijvingen van een locatie. Tevens waren niet voor alle (voormalige) gemeenten (bruikbare) omnummeringslijsten aanwezig. Voor deze gebeurtenissen geldt dat ze niet nader geanalyseerd zijn in het kader van dit vooronderzoek; Websites veranderen continu door updates en nieuwe informatie. Soms verdwijnen sites ook van het internet; of zijn ontoegankelijk geworden. Informatie kan zodoende verdwijnen of veranderen; In de geraadpleegde luchtfoto-archieven hebben de luchtfoto’s uit de eerste jaren van de oorlog grotendeels een beperkte dekking en zijn ze vaak niet beschikbaar voor het betreffende onderzoeksgebied. Voorts zijn de luchtfoto’s uit deze beginperiode niet altijd van goede kwaliteit en schaal. Het is hierdoor niet altijd mogelijk om oorlogshandelingen nauwkeurig te lokaliseren. Voor dit onderzoek geldt dat de luchtfoto's van matige of slechte kwaliteit waren. Daarnaast zit er een gat van elf jaar tussen de vooroorlogse luchtfoto en de eerstvolgende uit oktober 1944.
Hoewel dit de eerste luchtfoto is die beschikbaar was kan het zijn dat er in dit luchtfotogat oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden die niet in de archieven en niet op de luchtfoto’s zijn teruggezien; Luchtfoto’s geven doorgaans een betrouwbare indicatie voor wat betreft de vraag of er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied. Luchtfoto’s geven echter altijd een momentopname weer. Er kunnen voor, na en tussen verschillende opnamedata oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden, die niet zichtbaar zijn op de beschikbare luchtfoto’s; De ruimrapporten van de EODD kennen hun beperkingen voor wat betreft de nauwkeurigheid van de vindplaatsbeschrijvingen. Het is niet altijd mogelijk om exact aan te geven waar de OO werden aangetroffen. Deze munitie is bovendien geruimd. Dergelijke beperkingen zijn er ook bij andere geraadpleegde bronnen, zoals bijvoorbeeld documenten uit de gemeentearchieven.
Advies Op basis van de resultaten van dit Vooronderzoek Conflictperiode OO en de conclusies is het onderzoeksgebied ONVERDACHT verklaard op OO.
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
37
5.3.1
Onverdachte gebieden In de gebieden die ONVERDACHT zijn op OO kunnen de voorgenomen werkzaamheden plaatsvinden zonder dat vervolgstappen noodzakelijk zijn in de opsporing van OO. De (grond-)werkzaamheden kunnen derhalve regulier worden uitgevoerd. Indien tijdens werkzaamheden toch een OO of verdacht voorwerp wordt aangetroffen, is het zaak de juiste procedure direct te starten: het voorwerp niet beroeren en de politie meteen op de hoogte stellen. Deze zal, indien noodzakelijk, de EOD inschakelen om het OO te ruimen.
Tot slot wordt aan de opdrachtgever aanbevolen om het rapport te overleggen aan de gemeente Dinkelland.
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
38
6 BIJLAGEN
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
39
Bijlage 1
Overzicht beoordelen/evalueren inventarisatie (VO OO)
In het ‘Certificatieschema vooronderzoek (VO) en risicoanalyse (RA) Ontplofbare oorlogsresten (OO)’ staat vermeld dat de indicaties en contra-indicaties uit het bronnenonderzoek worden beoordeeld en op basis daarvan wordt gemotiveerd vastgesteld: 1. of er in het onderzoeksgebied sprake is van concrete aanwijzingen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, en zo ja; 2. hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit en verschijningsvorm van mogelijke ontplofbare oorlogsresten en voor de hoofdsoort afwerpmunitie tevens het type ontstekingsinrichtingen en het verwachte aantal; 3. horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Bij de beoordeling en evalueren van het bronnenmateriaal worden de volgende uitgangspunten gehanteerd. 1. Bij het vaststellen van de conclusie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de beoordeling of bepaalde oorlogshandelingen een concrete aanwijzing vormen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied, wordt bijlage 2a als leidraad gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken en gemaakte keuzes moeten worden onderbouwt; b. Indien er sprake is van concrete aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt de conclusie VERDACHT gerapporteerd; c.
Indien er geen sprake is van concrete aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt de conclusie ONVERDACHT gerapporteerd. 2. Indicaties/contra-indicaties dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied. Voor de locatieverwijzing gelden de volgende uitgangspunten: a. indicaties/contra-indicaties moeten worden vertaald naar een locatie in de huidige topografie; b. waar sprake is van onduidelijkheid/onbetrouwbaarheid in de locatieverwijzing, wordt dit gedocumenteerd; c. bij gebruikmaking van indicaties/contra-indicaties uit geschreven bronnen, dient de locatieverwijzing uit het bronbestand in de rapportage ongewijzigd te worden overgenomen. 3. Bij de classificatie van objecten op luchtfoto’s dient de validiteit van de classificatie vastgelegd te worden in de volgende twee niveaus van betrouwbaarheid. a. Bevestigd: betrouwbaarheid grenst aan zekerheid. De waarneming kan worden bevestigd met een tweede bron (betrouwbaarheid 99%); b. Waarschijnlijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend zeker van de validiteit van de classificatie van het object (betrouwbaarheid 50 % of hoger). c.
Mogelijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend onzeker van de validiteit van de classificatie van het object (betrouwbaarheid lager dan 50 %). De betrouwbaarheid van de classificatie wordt per object vastgelegd. Indien een object met de betrouwbaarheid “mogelijk” invloed uitoefent op de afbakening van het verdachte gebied, wordt dit duidelijk in de rapportage beschreven. 4. De interpretatie van luchtfoto’s uit het tijdvak 1940-1945 vindt als volgt plaats:
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
40
a. De organisatie rapporteert de wijze waarop de luchtfotobeelden zijn geoptimaliseerd voor interpretatie; b. De organisatie interpreteert de geselecteerde luchtfoto’s ten minste op schade aan het landschap als gevolg van oorlogshandelingen en de indicaties zoals genoemd in bijlage 2; c. Bij de interpretatie dienen aantoonbaar ten minste twee deskundigen ter zake luchtfotointerpretatie te worden betrokken, zowel betreffende de classificatie van objecten als het betrouwbaarheidsniveau zoals bedoeld onder punt 3. 5. De conclusie wordt vastgesteld op basis van indicaties en/of contra-indicaties waarvan de betrouwbaarheid door de organisatie is getoetst door het stellen van de onderstaande vragen. a. Betreft het informatie uit een primaire bron of uit een secundaire bron?; b. Kan de informatiebron op zichzelf als betrouwbaar worden beschouwd aangaande de feiten die de bron vermeldt?; c. Komt de informatie uit een bron overeen met informatie over dezelfde -(contra-)indicatie? d. Aan de hand van de antwoorden op deze vragen wordt de betrouwbaarheid van de bron geëvalueerd. Indien een informatiebron of informatie welke doorslaggevend is voor de conclusie VERDACHT als overwegend onbetrouwbaar wordt beschouwd, dient dit in de rapportage te worden vastgelegd. 6.
Bij het vaststellen van de conclusie VERDACHT/ONVERDACHT voor het onderzoeksgebied of een deel daarvan worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. De conclusie VERDACHT wordt gehanteerd indien op basis van de beoordeling van indicaties en contra-indicaties er volgens een onderbouwde inschatting van de organisatie voor het gehele of een gedeelte van het onderzoeksgebied sprake is van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten; b. De conclusie ONVERDACHT wordt gehanteerd voor dat deel van het onderzoeksgebied dat niet als verdacht gebied wordt aangemerkt. 7. Het verdachte gebied wordt horizontaal en verticaal afgebakend, gespecificeerd per hoofdsoort van mogelijke ontplofbare oorlogsresten. Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt bijlage 2 als richtlijn gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken en gemaakte keuzes moeten worden onderbouwd. b. Uitgangspunten verticale afbakening: i. bij het bepalen van de verticale afbakening per hoofdsoort dient specifiek rekening te worden gehouden met in ieder geval: bodemtype, gewicht en kaliber/diameter van ontplofbare oorlogsresten; ii. voor het berekenen van de indringingsdiepte van afwerpmunitie wordt gebruik gemaakt van een rekenmethode.
Indien de verwachtte ontplofbare oorlogsresten in de catalogus van het ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven (Deltares, 1210497-000, 2015), aanwezig zijn dient tenminste deze rekenmethode gebruikt te worden. Bevinden de verwachte ontplofbare oorlogsresten niet in de catalogus, wordt beschreven en gemotiveerd welke rekenmethode wel is gebruikt. Indien naast de “Deltares methode” andere rekenmethoden worden toegepast, worden de verschillen tussen beide methoden en de uitkomsten daarvan in de rapportage verklaard; iii. indien sprake is van grondverzet/grondroering in de periode 1945 tot heden, wordt op basis daarvan bepaald of, en zo ja tot welke diepte minus huidig maaiveld/ huidige (water)bodem en ten opzichte van NAP de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten kan worden uitgesloten; iv. de verticale afbakening wordt uitgedrukt in de diepte ten opzichte van NAP, en als dat niet mogelijk is, wordt dit uitgedrukt in de diepte ten opzichte van de maaiveldhoogten ten tijde van WOII.
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
41
c.
Uitgangspunten horizontale afbakening: i. bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt, op basis van het beschikbare bronnenmateriaal, de geografische tolerantie gerapporteerd en bij een geografische tolerantie van meer dan 10 meter wordt de reden daarvan gemotiveerd; ii. voor luchtfoto’s wordt de wijze waarop dit is gegeorefereerd beschreven; iii. het verdachte gebied wordt weergegeven op een wijze waardoor de positie ten opzichte van het coördinatensysteem van de Rijksdriehoeksmeting (RD) nauwkeurig te herleiden is; iv. indien de afstanden die zijn gebruikt bij de horizontale afbakening een basis hebben in wetenschappelijk of empirisch onderzoek, wordt voor dit onderzoek een voor derden herleidbare bronvermelding gegeven; v. indien de afstanden die zijn gebruikt bij de horizontale afbakening arbitrair bepaald zijn, wordt dit als zodanig in de rapportage benoemd. d. De verschijningsvorm van mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten wordt vastgesteld en gerapporteerd.
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
42
Bijlage 2
Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek (CS-VROO)
Deze bijlage maakt onderdeel uit van hoofdstuk 3 van de Nadere bepalingen voor het beoordelen van bronnenmateriaal en afbakening van verdacht gebied behorende bij het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten en wordt gebruikt om te beoordelen of er concrete aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (verdacht of onverdacht) en voor de horizontale afbakening van het verdachte gebied. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken. Deze bijlage bevat per indicatie een uitgebreide opsomming van factoren waarmee de onderzoeker rekening moet houden bij de beoordeling of sprake is van een verdacht gebied, en zo ja, bij de afbakening van dit gebied. Naast deze uitgangspunten die door de onderzoeker worden toegepast, is een ‘referentiekader’ opgesteld met gedeelde kennis, uitgangspunten en referentiedocumenten. Dit is een meer dynamisch deel en dat valt buiten dit certificatieschema. Beoordelen bronnenmateriaal conflictperiode Militair object Indicatie Algemene omschrijving
Militair object Gebouw, bouwwerk of cluster van gebouwen en/of bouwwerken, al dan niet voorzien van wapens en/of OO, dat dient ter verdediging, voor logistieke doeleinden of voor de huisvesting van militairen in oorlogstijd. Militaire gebouwen/bouwwerken kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën: • veldversterkingen (lichte constructie van hout, grond e.d.); • zware versterkingen (ongewapend/licht gewapend beton, baksteen/beton combinaties); • duurzame versterking (zwaar gewapend beton, eventueel met stalen pantserdelen). Een niet-limitatieve opsomming van objecten waaraan kan worden gedacht:
Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
• wapenopstelling; • geschutopstelling; • barak; • munitieopslag, al dan niet in open veld; • zoeklichtopstelling; • radaropstelling; • gevechtsloopgraaf; • communicatieloopgraaf; • schuilloopgraaf; • schuttersput; • mangat; • tankgracht- of geul; • bunker, in de vorm van zware of duurzame versterking; • kampement; • obstakel, zoals prikkeldraadversperring, wegafzetting, drakentand, palenveld tegen luchtlandingen, net tegen torpedo’s en afgezonken schip; • een verdedigingswerk bestaande uit meerdere objecten. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de aard/functie van het object; • of het object onderdeel vormde van een groter geheel; • het aantal vermoedelijk aanwezige OO ter plaatse van het militair object gedurende het gebruik daarvan; • de vermoedelijke locatie in of nabij het object waar OO werden opgeslagen; • tijdstip en reden van het verlaten van het militair object (bijvoorbeeld: voordat de bevrijding plaatsvond, opmars vijandelijke troepen, algehele capitulatie, verplaatsen van wapens); • informatie over het opruimen van het militaire object en/of de daar aanwezige OO; • welke voor de hand liggende dumplocaties er in de nabijheid van het object aanwezig zijn geweest.
• of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het object of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met de bekende aard/functie van het object.
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
43
Mijnenveld Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Mijnenveld Geregistreerd mijnenveld of gebied waar ooit de aanwezigheid van landmijnen is vermoed. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • het aantal en type gelegde mijnen; • het aantal en type geruimde mijnen; • of het mijnenveld meerdere keren op aanwezigheid van mijnen is onderzocht; • de nauwkeurigheid van de aangegeven begrenzing van het mijnenveld; • verschijningsvorm; • welke voor de hand liggende dumplocaties er in de nabijheid van het mijnenveld aanwezig zijn geweest; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het mijnenveld of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met het mijnenveld.
Dumplocatie van OO Indicatie
Dumplocatie van OO
Algemene omschrijving
Informatie dat op een specifieke locatie OO in de landbodem en/of waterbodem zijn gedumpt met als doel OO te verwijderen of te verbergen. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren:
Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
• het type of de typen OO die zijn gedumpt; • losse OO of verpakt; • wijze van dumping (met vrachtwagen, met de hand, vanaf een vaartuig); • locatie van dumping (land/water); • de verplaatsing van OO in het water en de ophoping bij obstakels in het water ingeval van dumping van OO in water.
Vliegtuigcrash Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Vliegtuigcrash Het neerkomen van (delen van) een militair vliegtuig, niet zijnde een geslaagde (nood)landing. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • of er aanwijzingen zijn dat er onderdelen van het toestel (of delen daarvan) in de bodem of op/in de waterbodem zijn achtergebleven, en zo ja: • de bekende locatie(s) van neerkomen; • de OO die aan boord waren bij neerkomen; • de toestand van het toestel bij neerkomen; • schadebeeld; • de bergingswerkzaamheden die in de verschillende tijdvakken (in de directe nasleep van de crash, direct na de bevrijding en daarna) hebben plaatsgevonden; • de ondergrondse verplaatsing van het toestel of delen daarvan; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de crashlocatie, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met de crash; • de mogelijke aanwezigheid van stoffelijke resten, milieukundige bodemverontreiniging (zoals brandstof) en archeologisch erfgoed.
Vernielingslading Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Vernielingslading Vernielingslading (al dan niet in werking gesteld) Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • gebruikte OO als vernielingslading; • de aard van het te vernietigen object, zoals gebouwen, bruggen en wegen; • de (locatie van) de plaatsing van de vernielingslading ten opzichte van het te vernietigen object; • of de lading (gedeeltelijk) in werking is gesteld en of daardoor een deel van de vernielingslading is verplaatst; • schadebeeld; • opruimwerkzaamheden ter plaatse van het vernietigde object;
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
44
Indicatie
Vernielingslading • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het te vernietigen object, of in de nabijheid daarvan.
(Ongecontroleerde) massa explosie/vernielingslocatie Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
(Ongecontroleerde) massa explosie/vernietigingslocatie (Sympathische) detonatie van een explosievenvoorraad zoals bijvoorbeeld een munitieopslag of munitietrein of een locatie waar OO vernietigd zijn. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de locatie waar de explosie(s) heeft/hebben plaatsgevonden (primaire detonatiehaard); • de wijze waarop de explosie(s) tot stand is/zijn gekomen (bijv. beschieting, ongeval of gecontroleerde detonatie); • de voorziening waarin de OO waren ondergebracht/gelegen ten tijde van de explosie (bijvoorbeeld een gebouw, een open munitieopslagvoorziening, een springput waarin de OO zijn ingegraven, aan boord van trein/vrachtwagen/schip); • de terreineigenschappen/geografische omstandigheden van het gebied waar de explosie/vernietiging heeft plaatsgevonden; • de hoofdsoort, subsoort, type en aantal/hoeveelheid van de opgeslagen/aanwezige bij de explosie betrokken OO; • het tijdsbestek waarin de massa-explosie/munitievernietiging heeft plaatsgevonden; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen in de omgeving van de (ongecontroleerde) massa explosie/vernietigingslocatie, en zo ja, of deze OO een relatie heeft/hebben met de explosie; • de locaties waar als gevolg van de explosie
weggeslingerde OO zijn beland en de spreiding ervan; • de vraag of weggeslingerde OO direct na de explosie aan de oppervlakte is/zijn gebleven of is/zijn ingedrongen in de bodem; • de zorgvuldigheid waarmee eventuele ruimingen kort na de explosie hebben plaatsgevonden en onder welke omstandigheden/condities dat is gebeurd.
Artilleriebeschieting Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Artilleriebeschieting Beschieting door grondgebonden geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudige) raketwerpsystemen of beschieting door scheepsgeschut. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • het soort en kaliber granaat; • de locatie van waar is geschoten; • de nauwkeurigheid waarmee het doel is geregistreerd; • de afstand waarover is geschoten; • de locaties en spreiding van granaatinslagen; • type beschieting (bijvoorbeeld: storingsvuur, uitwerkingsvuur, afsluitingsvuur); • intensiteit van de beschieting (bijvoorbeeld: aantal vuurstoten, duur van de vuurstoten, aantal granaten per vuurstoot, totaal aantal verschoten granaten); • periode waarbinnen beschietingen hebben plaatsgevonden (uren, dagen, maanden, enz.); • of de beschieting werd uitgevoerd met een waarnemer; • of er vooraf is ingeschoten; • of er OO zijn aangetroffen in het kennelijk beschoten gebied, of in de nabijheid daarvan, en zo ja, of deze OO een relatie heeft/hebben met de beschieting.
Raketbeschieting door jachtbommenwerpers Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Raketbeschieting door jachtbommenwerpers Raketbeschieting door jachtbommenwerpers, in de Nederlandse praktijk doorgaans door Hawker Typhoons. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de bekende locaties en spreiding van raketinslagen, zoals gebleken uit de inventarisatie van het bronnenmateriaal; • het aantal verschoten raketten per toestel; • het aantal aantoonbaar gedetoneerde raketten; • informatie over de na de raketbeschieting door de autoriteiten geregistreerde blindgangers (indien beschikbaar); • het maximale aantal nog aanwezige blindgangers;
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
45
Indicatie
Raketbeschieting door jachtbommenwerpers • het verwachte aantal blindgangers; • type jachtbommenwerper; • vliegrichting ten tijde van het afvuren van de raketten; • wijze van verschieten (het verschieten van alle raketten in één of meerdere salvo’s); • eventuele andere bekende gegevens over de toegepaste tactiek; • verwachte of maximale horizontale ondergrondse verplaatsing van de raket direct na inslag; • of er aanwijzingen zijn dat CE zijn aangetroffen in de omgeving van de beschieting, en zo ja, of deze OO een relatie heeft / hebben met de beschieting.
Bombardement met brisantbommen Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Bombardementen met brisantbommen Luchtaanval met inzet van brisante afwerpmunitie, inclusief clusterbommen. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de bekende locaties en spreiding van bominslagen; • het aantal afgeworpen bommen per toestel; • het aantal aantoonbaar gedetoneerde bommen; • informatie over de na het bombardement door de autoriteiten geregistreerde blindgangers; • het maximale aantal nog aanwezige blindgangers; • het verwachte aantal blindgangers. • type bommenwerper; • wijze van afwerpen/toegepaste tactiek (zoals een afworp in duikvlucht, een afworp van geringe hoogte of een afworp van grote hoogte, vliegrichting, afworp in salvo ja/nee, als clustermunitie ja/nee); • verwachte of maximale horizontale ondergrondse verplaatsing van de bom direct na inslag; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen in de omgeving van het bombardement, en zo ja, of deze OO een relatie heeft/hebben met het bombardement.
Bombardement met brandbommen Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Bombardementen met brandbommen Luchtaanval met inzet van afwerpmunitie met een brandlading. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de locaties en spreiding van bominslagen; • het aantal vermoedelijk afgeworpen bommen per toestel; • het aantal aantoonbaar aangetroffen brandbommen na het bombardement, al dan niet uitgebrand; • informatie over schade veroorzaakt door brand in het kennelijk getroffen gebied; • het maximale aantal nog aanwezige blindgangers; • het verwachte aantal blindgangers; • type bommenwerper; • wijze van afwerpen/toegepaste tactiek (zoals een afworp van geringe hoogte of een afworp van grote hoogte, vliegrichting, afworp als clustermunitie); • informatie over de windrichting en -snelheid; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn geruimd/aangetroffen in het door het bombardement getroffen gebied of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met het bombardement.
Beschieting door vliegtuigen Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Beschieting door vliegtuigen Beschieting door vliegtuigen met boordwapens/boordgeschut. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • type vliegtuig; • bewapening waarmee is beschoten; • of het een stilstaand of bewegend doel betrof; • de nauwkeurigheid van de locatie van het getroffen doel; • wijze van beschieten/toegepaste tactiek (waaronder afstand en hoek van het vliegtuig ten opzichte van het doel); • informatie over schade veroorzaakt door de beschieting; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen in het kennelijk beschoten gebied of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met de beschieting.
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
46
Inslagpunt van een blindganger (vliegtuigbom) Indicatie Algemene omschrijving
Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Inslagpunt van een blindganger (vliegtuigbom) Informatie dat op een specifieke locatie een vliegtuigbom is neergekomen die niet (geheel) in werking is getreden, zoals een situatieschets die in de nasleep van een bombardement door de bevoegde instanties is gemaakt. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • het type vliegtuigbom en het gewicht; • de wijze van afwerpen/toegepaste tactiek; • de nauwkeurigheid van de informatie over het inslagpunt; • de vliegrichting; • de vliegsnelheid; • de afwerphoogte; • de ondergrondse offset; • schadebeeld; • de naoorlogse zoekacties.
Inslagpunt van een V1 Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Inslagpunt van een al dan niet gedetoneerde V1 Gebied dat is getroffen door de inslag van een V1. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de bekende locatie van inslag; • de lanceerlocatie; • de afstand die de V1 heeft afgelegd voordat deze is ingeslagen; • het type V1; • of de V1 na inslag is gedetoneerd; • de verwachte en maximale offset van de V1 direct na inslag; • of de V1 al is geruimd; • de mogelijke bodemverontreiniging door bijvoorbeeld de aanwezigheid van benzeen en brandstof.
Inslagpunt van een V2 Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Nog niet ingevuld in het CS-VROO
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
47
Bijlage 3
Zoektermen gemeente en provinciale archieven
Conform de richtlijnen van het CS-VROO wordt in gemeente en provinciale archieven gezocht naar relevante stukken van en direct na de periode 1940-1945. Bombs Away hanteert daarbij de volgende zoektermen: Zoek bij archiefinstellingen naar - Gemeentebestuur/secretarie van de gemeente - Luchtbescherming(sdienst) - Gemeentepolitie - Brandweer - Gemeentewerken - Documentatiecollectie Tweede Wereldoorlog - Schade-Enquête-Commissie - Gemeentelijk gas-/water-/elektriciteitsbedrijf - Militair Gezag - Provinciaal bestuur/Provinciale staten - Commissaris van de Koningin Zoektermen in inventarissen - Bom* (o.a. bom, bommelding, bomruiming, bomschade) - Mijn* (o.a. mijnenruiming, mijnenopruiming, mijnenveld) - Vlieg* (o.a. vliegtuig, vliegtuigcrash, vliegeraanval) - Berg* (o.a. berging van een toestel) - Wrak* (o.a. resten van een vliegtuigwrak) - Bunk* (o.a. bunker(s)) - Project* (o.a. projectiel) - Explos* (o.a. explosie, explosieven stoffen) - Munit* (o.a. munitie, munitieruiming, munitieopslag, munitieontploffing) - Ontplof* (o.a. ontploffing, ontplofbare stoffen) - Ruim* (o.a. ruiming, ruimen, ruimrapport) - Oorlog* (o.a. oorlog, oorlogsschade, oorlogsgeweld, oorlogshandelingen) - Schade* (schade, schademelding, schadebedrag, schadevergoeding) - Beschadi* (o.a. beschadiging) - Bevrijd* (o.a. bevrijding, bevrijdingsgevechten) - Bezet* (o.a. bezet, bezetting, bezetters) - Duits* (o.a.
Duits, Duitsland) - Geallieerd* (o.a. geallieerden, geallieerde eenheden) - Brit* (o.a. Britten, Britse eenheden) - Amerika* (o.a. Amerikanen, Amerikaanse eenheden) - Canad* (o.a. Canadezen, Canadese eenheden) - Grana* (o.a. granaat, granaatvuur, granaatinslag, granaatschade) - Verded* (o.a. verdediging, verdedigingswerk) - Lucht* (o.a. luchtbescherming, luchtbeschermingsdienst, luchtaanval, luchtverkeer) - Brand* (o.a. brandweer, brandmelding, brandrapport) - Gevecht* (o.a. gevechten, gevechtshandelingen) - Huis* (o.a. huisnummering) - Vernum* (o.a. vernummering) - Omnum* (o.a. omnummering) - Hernum* (o.a. hernummering) - Nummer* (o.a. nummers, nummering) - Dag* (o.a. dagrapporten luchtbeschermingsdienst) - Nacht* (o.a. nachtrapporten luchtbeschermingsdienst) - Rapport* (o.a. rapporten (omtrent OO-gerelateerde zaken)) - Schie* (o.a. schietoefening, beschieting) - Crash (o.a. crash van vliegtuigen) - V.1* of V1* (o.a. V.1 of V1-ruiming) - V.2* of V2* (o.a. V.2 of V2-ruiming)
24P144 definitief rapport VO OO RWZI Denekamp versie 1.0 d.d. 27 januari 2025
48
-
Aanval* (o.a. aanval, aanvallen) Polit* (o.a. politionele rapporten, politie) Milit* (o.a. militaire aangelegenheden)
Overigen - Zoeken naar stukken uit de periode 1940-1945 - Zoeken naar archiefblokken uit de decennia na 1945