CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan woningbouw hoek Dorpsstraat-Disseroltweg, Lattrop_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 28 mei 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 12: Voorstel inzake vaststellen “Woningbouw hoek Dorpsstraat-Disseroltweg, Lattrop”19.972 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Hemelwaterafvoer Het beleid van de gemeente gaat uit van zoveel mogelijk bovengrondse (zichtbare) afvoer van regenwater. Vanwege de minimale ontwateringsdiepte wordt geadviseerd om de noordkant van het gebied op te hogen, zodat een minimaal straatpeil op NAP + 20,30 m gerealiseerd kan worden. Door het straatpeil aan de oostkant wat hoger te leggen dan aan de westkant kan het regenwater via een goot in het midden van de rijbaan richting de Dorpsstraat afstromen. Bij het ophogen dient rekening gehouden te worden met bestaande bomen aan de noord- en westkant van het plan. Hemelwater wordt via de goot in de weg afgevoerd richting de Dorpsstraat (verhang 0,8%). Hier wordt het regenwater door middel van een instroomvoorziening opgevangen en via hemelwaterriool onder het ontsluitingspad van het weiland richting een te graven wadi aan de noordzijde van het plangebied geleid. Omdat de gemeente over enkel jaren de Dorpsstraat gaat afkoppelen (ca. 0,50 tot 1,00 ha) en het hemelwater graag naar dezelfde locatie wil afvoeren adviseren we om het HWA-riool tussen de Dorpsstraat en de wadi direct voldoende ruim te dimensioneren. Op basis van dit uitgangspunt bedraagt de diameter van het hemelwater een BET Ø 500 mm. Het verhang van het hemelwaterriool is minimaal 1:1.000 richting de instroomvoorziening van de wadi. De lengte van het hemelwaterriool is ca. 55 m.

Afbeelding 5.1 laat de gewenste hemelwaterafvoer en wadi zien.

48

bestemmingsplan Woningbouw hoek Dorpsstraat-Disseroltweg, Lattrop

Afbeelding 5.1

Afvoer hemelwater (Bron: Roelofs)

De boveninsteek van het talud van de wadi krijgt in verband met het omliggende maaiveld een peil van NAP + 20,10 m. De wadi wordt 0,50 m diep ten opzichte van boveninsteek en de wadibodem ligt op NAP + 19,60 m. Het maximale waterpeil wordt 0,30 m t.o.v. de wadibodem. De wadibodem ligt dan precies op de GHG van NAP + 19,60 m. De instroomvoorziening van de wadi betreft een put met roosterdeksel. De instroomvoorziening ligt op 0,10 m boven wadibodem op NAP + 19,70 m. De uitstroomvoorziening ligt op 0,30 m boven wadibodem op NAP + 19,90 m. Wanneer de berging volledig benut is, wordt het hemelwater via de uitstroomvoorziening afgevoerd richting de sloot. De uitstroomvoorziening kan vormgegeven worden als een lager gelegen grondwal. De woningen die grenzen aan de Disseroltweg voeren het hemelwater over maaiveld af richting het gemengde riool in de Disseroltweg. Het betreft hier een tijdelijke situatie. Over enkele jaren wordt dit deel van de Disseroltweg afgekoppeld. Aangezien de wadi niet binnen de plangrenzen ligt, valt deze in de toekomstige situatie onder de bestemming agrarisch. Het waterschap heeft aangegeven dat de wadi bij voorkeur binnen het plangrenzen ligt en een nieuwe bestemming groen krijgt. Daarom wordt geadviseerd om op basis van de situering van de wadi de plangrenzen hierop aan te passen en mee te nemen in de bestemmingsplanwijziging.

Afvalwaterafvoer In het plan wordt een DWA-riool aangelegd met een diameter PVC Ø 250 mm, welke afvoert naar de Dorpsstraat en daar aansluit op het bestaande gemengde rioolstelsel. Het afschot van de buizen bedraagt 1:250 en de minimale dekking op de buis is 1,20 m. De drie woningen aan de Disseroltweg krijgen huisaansluitingen die rechtstreeks op het bestaande gemengde riool in de Disseroltweg worden aangesloten (bovenaansluiting). Er bestemmingsplan Woningbouw hoek Dorpsstraat-Disseroltweg, Lat trop

49

wordt alleen afvalwater aangesloten en geen regenwater. Uitgaande van een b.o.b. van NAP + 18,36 om op aan te sluiten in de Dorpsstraat, een buisverhang van 1:250 en een leidinglengte van 58 m, bedraagt de b.o.b. aan de bovenstroomse zijde van het DWA-riool NAP + 18,59 m. Met een diameter PVC Ø 250 mm en een minimale dekking van 1,20 m op de buis zou een laagste maaiveldhoogte van NAP + 20,04 m moeten worden gehanteerd. Aangezien het voorgenomen straatpeil aan de oostkant op NAP + 20,70 m ligt, is aansluiten onder vrijverval dus mogelijk. Overige wateraspecten Het plangebied ligt niet in een intrek- of grondwaterbeschermingsgebied. Het plangebied raakt tevens geen beschermingszones waarbij waterschapsbelangen in het geding raken. Resumé Al met al is de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van het aspect ‘water’ uitvoerbaar.

50

bestemmingsplan Woningbouw hoek Dorpsstraat-Disseroltweg, Lattrop

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

6.2 Opzet van de regels 6.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.

6.2.2

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 6.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemming. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, goothoogte, dakhelling etc.); Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig/toegestaan zijn; Afwijken van de bouw- en gebruiksregels: onder welke voorwaarden mag worden afgeweken van de opgenomen bouw- en gebruiksregels; Wijzigingsbevoegdheid: onder welke voorwaarden het bouwvlak mag worden vergroot of gewijzigd. In paragraaf 6.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom bestemmingsplan Woningbouw hoek Dorpsstraat-Disseroltweg, Lat trop

51

voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 6.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 7) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 8) In deze bepaling zijn regels omtrent ondergeschikte bouwdelen opgenomen. Algemene gebruiksregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. Algemene aanduidingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven. Hier worden in dit geval de regels met betrekking tot de molenbiotoop beschreven. Algemene afwijkingsregels (Artikel 11) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Overige regels (Artikel 12) In dit artikel zijn de eisen ten aanzien van parkeren opgenomen. 6.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

6.3 Verantwoording van de regels Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. De regels uit voorliggend bestemmingsplan zijn waar mogelijk overgenomen uit het moederplan 'Lattrop' en het 'Paraplubestemmingsplan kernen gemeente Dinkelland'.

Groen (Artikel 4) De voor "Groen" aangewezen gronden zijn bestemd voor onder andere groenvoorzieningen en speelvoorzieningen. Hier mogen geen gebouwen worden gebouwd en voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden een aantal maatvoeringsregels. Deze bestemming is opgenomen op locaties in het plangebied waar geen woningen of infrastructuur is beoogd. Het gaat hierbij om voornamelijk de randen van het plangebied. Verkeer (Artikel 5) De voor "Verkeer" aangewezen gronden zijn bestemd voor onder andere wegen, straten en paden en parkeervoorzieningen. Hier mogen geen gebouwen worden gebouwd en voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden een aantal maatvoeringsregels. Deze bestemming is gegeven aan de infrastructuur en de parkeerkoffer in het plangebied. 52

bestemmingsplan Woningbouw hoek Dorpsstraat-Disseroltweg, Lattrop

Wonen (Artikel 6) De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen met daaraan ondergeschikt onder andere de uitoefening van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten en speelvoorzieningen. Ter plaatse van de beoogde woonkavels zijn bouwvlakken opgenomen. In de bouwregels is bepaald dat hoofdgebouwen (woningen) binnen het bouwvlak moeten worden gebouwd. Daarbij is op de verbeelding aangegeven hoeveel woningen per bouwvlak zijn toegestaan, en is de maximale goot- en bouwhoogte bepaald. Ten aanzien van de maximale bouwhoogte is rekening gehouden met het advies van de molenvereniging om zodoende de molenbiotoop van de Oortmanmolen te respecteren. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij de woning zijn eveneens bouwregels opgenomen. Bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten bouwvlakken worden gebouwd. Bijbehorende bouwwerken dienen ten minste 3 meter achter de naar de weg gekeerde gevel's van het hoofdgebouw (of het verlengde daarvan) worden gebouwd. Daarnaast zijn bouwregels opgenomen met betrekking te maximale oppervlakten en de toegestane dakhelling van bijbehorende bouwwerken.

bestemmingsplan Woningbouw hoek Dorpsstraat-Disseroltweg, Lat trop

53

54

bestemmingsplan Woningbouw hoek Dorpsstraat-Disseroltweg, Lattrop

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Het kostenverhaal van de leges is geregeld in de legesverordening, daarnaast wordt een exploitatie- en planschadeovereenkomst afgesloten.

bestemmingsplan Woningbouw hoek Dorpsstraat-Disseroltweg, Lat trop

55

56

bestemmingsplan Woningbouw hoek Dorpsstraat-Disseroltweg, Lattrop

Hoofdstuk 8 zienswijzen

Vooroverleg, inspraak en

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

8.1 Vooroverleg 8.1.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 8.1.2

Provincie Overijssel

Op basis van artikel 3.1.1, lid 2 heeft de provincie de mogelijkheid om plannen aan te wijzen waarvoor geen vooroverleg is vereist. Voor plannen in bestaand stedelijk gebied/bestaand bebouwd gebied welke voorzien in woningbouw met minder dan 7 woningen is, op basis van lid A onder 1 van de vooroverleglijst ruimtelijke plannen, geen vooroverleg vereist indien deze plannen in lijn zijn met de tussen gemeente en provincie gemaakte en geldende prestatieafspraken Wonen. Doordat in voorliggend gevel sprake is van een ontwikkeling van meer dan 7 woningen, is het bestemmingsplan in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan de provincie Overijssel. 8.1.3

Waterschap Vechtstromen

Overleg met het waterschap Vechtstrome heeft plaatsgevonden, resultaat hiervan was de waterberging zoals deze geborgen is in voorliggend plan.

8.2 Inspraak Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In voorliggend geval wordt gelet op de kleinschalige impact geen voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd.

8.3 Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft voor een termijn van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijze binnengekomen. Wel zijn enkele ambtelijke wijzigingen doorgevoerd: Het beeldkwaliteitsplan is aangepast op het onderdeel kapvormen, de nieuwe versie is toegevoegd als bijlage bij deze toelichting; Bij paragraaf 3.2.2 is tekstueel toegelicht dat het de nummering van de Omgevingsverordening van voor de ingang van de Omgevingswet betreft; De verbeelding is op de volgende drie punten aangepast: 1. De groenstrook naast het voetbalveld (welke geen deel uitmaakt van het plan en het verlengde hiervan) zijn uit het plangebied gehaald; 2. De voorgevelrooilijn van de woningen aan de toegangsweg is op 3 mter gezet vanaf de toegangsweg; 3. De eigendomssituatie aan de Disseroltweg is als uitgangspunt genomen, waarbij het stukje gemeentegrond bij de gemeente in eigendom blijft en niet wordt opgenomen in dit bestemmingplan. De achterkant van het trottoir is de nieuwe grens.

bestemmingsplan Woningbouw hoek Dorpsstraat-Disseroltweg, Lat trop

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/830/documents/21792