Bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Weerselo, Vicarieweg 5
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.1774.WEEBPVICARIEWEG5-VG01
Weerselo, Vicarieweg 5
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer
7 7 7 7 8 9
Hoofdstuk 2 Beschrijvingplangebied 2.1 Het Stift 2.2 De smederij
11 11 11
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren
13 13 17
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
19 19 21 28
Hoofdstuk 5
35
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
Milieu-en omgevingsaspecten
Geluid Bodem Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage
35 35 37 38 39 41 42 44
Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerende beleid 6.2 Waterparagraaf 6.3 Wateraspecten
47 47 47 48
Hoofdstuk 7 Juridischeaspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels
49 49 49 50
Hoofdstuk 8
53
Economischeuitvoerbaarheid
Hoofdstuk 9 Inspraak, vooroverleg en zienswijzen 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen
2
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
55 55 55 55
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
3
4
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
Toelichting
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
5
6
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Aan de Vicarieweg 5, in het historische buurtschap 'Het Stift' bevindt zich een bedrijfsperceel van een smederij. Ter plaatse staat het karakteristieke pand van de smederij, dat een rijksmonument betreft. De smederij is echter niet meer in gebruik. Initiatiefnemer is voornemens het pand in gebruik te nemen als een multifunctionele ruimte, waarbij het gaat om onder andere een psychologiepraktijk, vergaderruimte, expositieruimte met verkoopmogelijkheid en ondergeschikte horeca-activiteiten. Het geheel wordt aangekleed middels een landschappelijke inpassing van het perceel, een terras en de benodigde parkeerplaatsen. Dit gebruik is echter in strijd met het geldende bestemmingsplan "Het Stift", aangezien er ter plaatse van de smederij een bedrijfsbestemming geldt. Tevens is het parkeren niet mogelijk binnen de huidige agrarische bestemming, die geldend is ter plaatse van de beoogde parkeerplaatsen. Om die reden is een herziening van het bestemmingsplan vereist. In voorliggend bestemmingsplan wordt aangetoond dat de wijziging van de bestemming ter plaatse in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt aan de Vicarieweg 5, in het buurtschap Het Stift, ten noordwesten van de kern Weerselo. De ligging van het plangebied ten opzichte van de directe en ruimere omgeving wordt in afbeelding 1.1 weergegeven. De rode ster en de rode omlijning geven respectievelijk de locatie en indicatieve begrenzing van het plangebied weer.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: Provincie Overijssel)
1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan 'Weerselo, Vicarieweg 5' bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1774.WEEBPVICARIEWEG5-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
7
1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Het Stift". Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 12 oktober 2010. Daarnaast geldt het "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland". Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 29 mei 2018. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan "Het Stift" opgenomen. Het plangebied is indicatief met rode omlijning weergegeven.
Afbeelding 1.2: Ligging van het plangebied in bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijke Plannen/Gemeente Dinkelland) 1.4.2
Bestemmingenen aanduidingen
Op basis van het geldende bestemmingsplan gelden ter plaatse van het plangebied de bestemmingen 'Bedrijf' en 'Agrarisch - Cultuurgrond'. Tevens geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht'. Ter plaatse van de bestemming 'Bedrijf' is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen maatvoeringseisen voor de bestaande smederij opgenomen zijn. Gronden met de bestemming 'Bedrijf' zijn specifiek bestemd voor bedrijfsgebouwen ten behoeve van een smederij, met de daarbij behorende erven en terreinen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Gronden met de bestemming 'Agrarisch - Cultuurgrond' zijn met name bestemd voor cultuurgrond, waarbij gestreefd wordt naar het behoud, herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarde van de gronden. Ondergeschikt zijn tevens extensief dagrecreatief medegebruik, paden, water, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen toegestaan, met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' is opgenomen ten behoeve van het behoud, herstel en de uitbouw van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing.
8
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
1.4.3
Strijdigheid
Het in gebruik nemen van de smederij als multifunctionele ruimte is in strijd met het geldende bestemmingsplan, aangezien hiervoor de gebruiksmogelijkheden ontbreken binnen de bestemming 'Bedrijf', welke specifiek voor een smederij bedoeld is. Daarnaast is het op gronden met de bestemming 'Agrarisch - Cultuurgrond' niet mogelijk om parkeerplaatsen en een terras aan te leggen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het benodigde juridisch planologische kader waarmee de voorgenomen ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt.
1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie in het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt de voorgenomen ontwikkeling beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Dinkelland beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten waaronder de watertoets. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak en het vooroverleg.
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
9
10
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
Hoofdstuk 2
Beschrijving plangebied
2.1 Het Stift Het Stift is een buurtschap ten noordwesten van Weerselo. Het buurtschap is vanwege de historie en de natuurlijke uitstraling een toeristische trekpleister. Het buurtschap kent een rijke historie. In de twaalfde eeuw was het een Benedictijnenklooster en vanaf de veertiende eeuw een Stift voor ongehuwde dames van adel. Om het historische karakter van het dorp te behouden, is Het Stift een beschermd dorpsgezicht. Dit is een gebied in een dorp met een bijzonder cultuurhistorisch karakter. De bescherming is bedoeld om de cultuurhistorische identiteit van een gebied te behouden en deze in te zetten bij ontwikkelingen. Het beschermde gebied van Het Stift heeft een oppervlakte van 14,9 hectare. Het buurtschap is omgeven door groen en heeft veel gebouwen die vanaf ca. 1400 het aanzicht hebben bepaald, zoals de Stiftskerk, de Stiftsschuur, de Stiftsschool, het Storkenhuis én de smederij. De Stifts huizen worden tegenwoordig bewoond door particulieren. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het plangebied weergegeven.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied (Bron: Provincie Overijssel)
2.2 De smederij Het plangebied zelf vormt het perceel van een smederij met omliggend perceel, dat in agrarisch gebruik is (grasland). De monumentale smederij is rond 1890 gebouwd en gesitueerd op ’t Stift in Weerselo. De smederij heeft een oppervlakte van circa 90 m2 en bestaat uit vier ruimtes: een keuken, een opslagruimte, een smederij en een zolder. De smederij bestaat uit een bouwlaag op een zandstenen plint met opgetrokken rode machinale baksteen. Het zadeldak met makelaars en hangstijlen boven de eindgevels is met grijze mulden pannen gedekt. Het exterieur is medio 2019 gerestaureerd. Zo is het gebouw volledig van een nieuwe kap voorzien met oude mulden pannen, passend bij de kenmerken van 't Stift. In de noordgevel is een deur met bovenlicht en een dubbele deur met bovenlicht. In deze gevel zijn ook drie zes ruit ramen. Deze muuropeningen in de gevel bevinden zich onder een segment boog met sluitsteen. De westzijde van dit pand heeft twee achtruiten rondboog ramen waarvan het bovenste gedeelte een radiale roeden verdeling heeft. Op de vierdieping is een vier ruit venster. Aan de zuidzijde zijn twee rondboog vensters gesitueerd. Deze vensters zijn identiek aan die van de zuidzijde. Tussen de vensters is een deur met bovenlicht. Aan de rechterkant is ook een kleine deur gesitueerd die even hoog is als de andere deur.
In de oostzijde zijn twee kleinere ramen, deze vensters zijn identiek aan elkaar met op de verdieping een rondboog venster. bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
11
In afbeelding 2.2 zijn verschillende impressies van het interieur en het exterieur van de smederij weergegeven.
Afbeelding 2.2: Impressies smederij (Bron: Saxion/Google Streetview)
12
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
3.1 Gewenste ontwikkeling 3.1.1
Algemeen
Zoals in de inleiding reeds aangegeven bestaat het voornemen om de smederij om te vormen tot een multifunctionele ruimte voor diverse doeleinden. Het gaat hierbij om onder andere een psychologiepraktijk, een vergaderruimte, een expositieruimte met verkoopmogelijkheid en ondergeschikte horeca-activiteiten. Hierbij kan er sprake zijn van dubbelgebruik, aangezien de functies niet gelijktijdig uitgeoefend worden. Het geheel wordt aangekleed middels een landschappelijke inpassing van het perceel, een terras en de benodigde parkeerplaatsen. Ten aanzien van de psychologiepraktijk gaat het om het bieden van een breed scala aan psychologische zorg. Er wordt waardegedreven zorg verleend. Dit houdt in dat er zorg van de hoogst mogelijke kwaliteit wordt geboden tegen acceptabele kosten waaronder bijvoorbeeld traumabehandelingen, behandelingen voor mensen met een niet aangeboren hersenletsel of herstellende kankerpatiënten. Het gaat om een kleinschalige praktijk, waar maximaal vijf patiënten en één begeleider gelijktijdig aanwezig zijn. Zoals aangegeven is het voornemen om het gebouw multifunctioneel te gebruiken, door het ook te verhuren als vergaderruimte, workshopruimte of expositieruimte en het bieden van ondergeschikte horeca en ondergeschikte detailhandel ten behoeve van voorgenoemde functies. Hiervoor wordt onder andere een keuken in het pand gerealiseerd en een terras aangelegd.
De horecafunctie is ondergeschikt aan de maatschappelijke functie. Het plan is om patiënten te laten oefenen in deze kleinschalige horeca, als onderdeel van de therapie die geboden wordt. Zo worden vaardigheden aangeleerd om in de maatschappij weer een rol te kunnen vervullen. Belangrijk is om daarbij een stressvolle omgeving te realiseren. Ten behoeve van het plan dienen er parkeerplaatsen te worden aangelegd. Deze worden gesitueerd op naast de smederij gelegen agrarische gronden. Vanwege de beperkte grootte van de smederij, zijn er maar drie parkeerplaatsen benodigd. 3.1.2
Indelinggebouw
De nieuwe functie van de smederij wordt een multifunctionele ruimte. In het gebouw moet ruimte komen voor een spreekkamer, wachtruimte, toilet, keuken en bergruimte. De wachtruimte en de spreekkamer kunnen worden samengevoegd tot een grotere ruimte die geschikt is voor de andere genoemde functies, zoals expositieruimte of vergaderruimte inclusief ondergeschikte horeca en detailhandel. Daarnaast komt er ook op de zolder een ruimte die gebruikt kan worden voor onder andere een spreekruimte of een ruimte voor fysiotherapie. Vanwege de leeftijd van het gebouw voldoet het niet meer aan de hedendaagse normen en de normen behorend bij een psychologiepraktijk. Er moet daarom aandacht besteed worden aan duurzaamheid en comfort. Daarnaast moet tijdens het ontwerpen rekening worden gehouden dat de smederij binnen een beschermd dorpsgezicht ligt en een rijksmonument betreft. Het interieur is zo ingericht dat het geschikt is als multifunctionele ruimte. Ook is er goed gekeken naar hoe de ruimtes overkomen. Dit om een rustgevende, comfortabele en gebruiksvriendelijke plek te creëren. Voorbeelden hiervan zijn het behoud van uitzicht, kleurkeuze gericht op een rustgevend gevoel en de mogelijkheid om op de begane grond één grote ruimte te kunnen maken door opvouwen van een glazen wand. In afbeelding 3.1 is de gewenste indeling weergegeven. In afbeelding 3.2 zijn enkele impressies weergegeven.
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
13
Afbeelding 3.1: Impressie gewenste indeling gebouw (Bron: Saxion)
Afbeelding 3.2: Impressie gewenste ontwikkeling (Bron: Saxion) 3.1.3
Inrichtingbuitenterrein en landschappelijkeinpassing
Ten behoeve van het plan is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, waarin de landschappelijke inpassing is geregeld. Hierna zijn twee uitsneden van dit plan opgenomen. Vervolgens wordt samengevat op de belangrijkste maatregelen ingegaan. Het complete plan is tevens als Bijlage 1 opgenomen.
14
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
Afbeelding 3.3: Landschappelijke inpassing (Bron: Saxion) Parkeerplaats Het belangrijkste aspect van het ontwerp is de parkeerplaats. De parkeerplaats grenst aan de bestaande smederij, de toekomstige praktijk dus. Dit was een wens vanuit de opdrachtgever. Tevens zorgt dit ervoor dat de bestaande waterput ook echt “ de parkeerplaats is verwerkt. Dit geeft gelijk de historische waarde van het pand en het kavel aan en was tevens belangrijk met het oog op het transport van hemelwater van de parkeerplek naar de put. De afstand word op deze manier zoveel mogelijk beperkt, waardoor de complexiteit van het ondergrondse ontwerp (zie hoofdstuk 7 ruimtelijk kwaliteitsplan) zoveel mogelijk beperkt wordt. Daarnaast was het ook goed mogelijk de parkeerplaats op deze locatie in te tekenen, omdat met de gemeente afgesproken is, dat er in totaal niet meer dan vier parkeerplekken gerealiseerd mogen worden. Deze afspraak heeft de opdrachtgever met de gemeente gemaakt, om het effect van de parkeerplaats op de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Zou hier geen rekening mee zijn gehouden, zou dit in strijd zijn geweest met de regelgeving rondom het beschermde dorpsgezicht. Vanwege de beperkt e grootte van de praktijk, zijn er maar drie parkeerplekken benodigd. Hierdoor zou één invalidenparkeerplek voldoende moeten zijn.
Deze invalidenplek is de meest zuidelijk gelegen parkeerplek, omdat de zuidelijke entree geschikt is voor rolstoelers en de noordelijke entree juist niet in verband met de Bentheimerstenen. De noorddeur wordt in het ontwerp vormgegeven als vluchtroute/nooddeur. Dit is dan ook een van de redenen dat er twee entrees zijn ontworpen. Tot slot zorgt de situering van de drie parkeerplekken ervoor dat beide ingangen goed bereikbaar zijn, zonder dat hier lange wandelpaden voor aangelegd moeten worden. Tot slot is de parkeerplaats zo vormgegeven dat er voldoende ruimte is om te draaien. Op deze manier kunnen alle auto’s het terrein zowel voorwaarts oprijden als verlaten. Dit is belangrijk met het oog op de vele fietsers die (vooral zomers) gebruik maken van de fietsroutes rondom de smederij. Op deze manier is dus een stukje veiligheid ingebouwd. Fietsenstalling De fietsenstalling is ingetekend aan de noordkant van de smederij, tegen de Vicarieweg aan. De stalling biedt plek aan zes fietsen. Terras Een andere wens van de opdrachtgever was een klein terras te realiseren aan de zuidkant van de smederij. De locatie van het terras was eigenlijk geen discussiepunt, omdat dit de enige serieuze mogelijkheid was. Wel is er in de schetsfase gesproken over of het terras direct aan de smederij moest grenzen of niet. Uiteindelijk is ervoor bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
15
gekozen dit wel te doen. Door het terras dichtbij de smederij te realiseren, kan een enkele rij hoge bomen voor het terras langs schaduw creëren op zowel het terras als de smederij. Dit wordt passieve ontwerpmethodologie genoemd en is in samenspraak met het bouwkundige ontwerp zo afgesproken. Materiaalgebruik Naast de keuzes omtrent de inrichting van het kavel, zijn ook de toegepaste materialen op doordachte wijze gekozen. Hierdoor bestaat het ontwerp uit redelijk veel verschillende (half) In het ruimtelijk kwaliteitsplan is per verhardingssoort uitgelegd waarom dat type verharding is toegepast. Zo wordt de parkeervoorziening voor het grootste gedeelte uitgevoerd in grind. Dit is gedaan om het aanzicht van het terrein zo min mogelijk aan te tasten, wat in strijd zou zijn geweest met de regels omtrent het beschermde dorpsgezicht. Door grind toe te passen komt de parkeerplaats in lijn met de op het stift gebruikelijke verharding. Daarnaast is het bij hevige buien zo dat het hemelwater niet direct infiltreert, waardoor het ondergronds opgevangen kan worden voor hergebruik. De invalidenparkeerplek is uitgevoerd in straatbakstenen, om de simpele reden dat grind niet rolstoelvriendelijk zijn vanwege het oneffen oppervlak. Aan de noordkant en oostkant van de smederij is gras toegepast.
Hier is voor gekozen om een goede afweging tussen functionaliteit en historische uitstraling te maken en dus te voldoen aan de regelgeving omtrent het beschermde dorpsgezicht. Daarnaast draagt gras bij aan het beperken van wateroverlast bij hevige buien en hittestress bij extreme hitte. Eigenlijk zou er gesteld kunnen worden dat het overige oppervlak is verhard door middel van gras. In de huidige situatie is alles rondom de smederij gras. De keuze om dit zoveel mogelijk zo te laten is genomen omdat hittestress op deze manier zoveel mogelijk wordt beperkt en wateroverlast wordt voorkomen doordat het kan infiltreren. Naast grind liggen er ook Bentheimerstenen aan de noordzijde van de smederij. Deze Bentheimerstenen liggen in de huidige situatie al op deze locatie en vanuit de opdrachtgever is er de wens deze te hergebruiken. Net als bij grind, geven de oude Bentheimerstenen een historische uitstraling aan de smederij, zeker in combinatie met het grind. Daarnaast zitten vergelijkbare stukken natuursteen verwerkt in het pad met waaltjes langs de oostzijde van de smederij. Een straat welke verhard is door verschillende soorten bestrating geeft automatische een cultuurhistorische uitstraling aan het geheel. Dit is ook een veelvoorkomend verschijnsel bij traditionele boerderijen. Zoals gezegd zitten er naast stukken natuursteen ook oude waaltjes verwerkt in het looppad.
Uitgangspunt hierbij was het vinden van een goede balans tussen historische uitstraling en functionaliteit. Oude waaltjes zijn de perfecte verharding om dit te bereiken. Het geeft een nagenoeg effen pad, welke ook een ouderwetse uitstraling heeft. Daarnaast is bestrating van oude waaltjes niet volledig waterdicht. Bij zware piekbuien kan hemelwater enigszins infiltreren tussen de voegen van de waaltjes. Beplanting Ook de beplanting in het ontwerp is zorgvuldig gekozen. Achter ieder stukje groen zit een gedachtegang waar in het ontwerpproces over nagedacht is. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd waarom bepaalde keuzes gemaakt zijn. Historische waarde en klimaatadaptatie waren vaak belangrijke beweegredenen bij de gemaakte keuzes. Alle beplanting die gekozen is, is inheems voor de Twentse regio. Daarnaast was het noodzakelijk veel bomen en overig groen toe te passen om schaduw te creëren en zo hittestress te beperken. Dit draagt bij aan het maken van klimaatadaptatief ontwerp. In het ruimtelijk kwaliteitsplan is dit uitgebreid onderbouwd. In het ontwerp komen de volgende soorten voor: kastanje- en beukenbomen; hoogstam fruitbomen; inheemse loofbomen; leilinden; beukenhagen en vlierstruiken; meidoorn; houtwal, bestaand uit hazelaar, gele kornoelje, sporkehout en zwarte els.
16
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
3.2 Verkeer en parkeren 3.2.1
Algemeen
Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018'. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)' opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. In dit geval is de parkeerberekening gebaseerd op de gemeentelijke beleidsnotitie 'Bouwen en Parkeren 2018'. Aangezien deze parkeernota geen cijfers biedt voor de berekening van de verkeersgeneratie, is voor de berekening van de verkeersgeneratie aangesloten bij de CROW-publicatie. In de volgende subparagraaf wordt nader op de uitgangspunten ingegaan. De gemeente Dinkelland valt binnen de categorie 'niet stedelijk'. Het plangebied bevindt zich binnen het buurtschap 'Stift'. Dit gebied wordt geschaard onder het gebiedstype 'rest bebouwde kom'. Qua functie wordt in zowel de parkeernota als de CROW-publicatie de gewenste functie niet specifiek benoemd.
Als naar de verschillende functies wordt gekeken, dan kan het best aansluiting worden gezocht bij de functie 'huisartsenpraktijk'. 3.2.2
Parkeren
Bij het berekenen van het aantal benodigde parkeerplaatsen is uitgegaan van de beleidsnotitie “Bouwen en parkeren 2018” van de gemeente Dinkelland. Hieronder zijn de uitgangspunten weergegeven. Functie Huisartsenpraktijk
Parkeernorm 3,35 pp per behandelkamer
Aantal 1 behandelkamer
Parkeerbehoefte 3,5 parkeerplaatsen
Totaal 3,5 pp Op basis van de hiervoor beschreven uitgangspunten bedraagt de totale parkeerbehoefte van de gewenste ontwikkeling afgerond 4 parkeerplaatsen. In het pand komt namelijk één behandelkamer. In dit geval worden er 3 parkeerplaatsen aangelegd. Hiervoor is gekozen om de impact op de omgeving zo klein mogelijk te houden. De realisatie van 3 parkeerplaatsen wordt echter als voldoende geacht. Hieronder wordt dit nader toegelicht, Allereerst wordt gesteld dat het gaat om een zeer kleinschalige praktijk, waar maximaal twee patiënten en één begeleider gelijktijdig aanwezig zijn. Daarnaast is de verwachting dat een deel van de patiënten met de fiets zal komen. Zoals eerder aangegeven is het ook wenselijk om ter plaatse workshops en vergaderingen te organiseren. Deze functie sluit beter aan bij de functie 'kantoor zonder baliefunctie', waarvoor een parkeerbehoefte geldt van 2,55 parkeerplaatsen (per 100 m2). Het gaat immers om gebruik van ruimten voor vergaderen en workshops door groepen mensen. Dit is vergelijkbaar met activiteiten die op een kantoor plaatsvinden. Wel is er meer sprake van het komen en gaan van mensen, echter zal dit geen gevolgen hebben voor de parkeerbehoefte, aangezien het aantal mensen dat gelijktijdig aanwezig is over de dag verspreid gelijk is. De groepen wisselen elkaar af. Het gaat om een gebouw met een oppervlakte van 90 m2.
Dit betekent voor deze functie een parkeerbehoefte van 2,55*0,9 = afgerond 3 parkeerplaatsen. Ook bij dit gebruik is er daarmee sprake van voldoende parkeerruimte (3 parkeerplaatsen). Zeker aangezien de functies 'huisartsenpraktijk' en 'kantoor zonder baliefunctie' nooit gelijktijdig uitgeoefend worden. De ruimte wordt verhuurd voor andere functies wanneer deze niet in gebruik is ten behoeve van de zorgverlening. Tot slot wordt gesteld dat de horeca ondergeschikt is aan de zorgfunctie. De ondergeschikte component betreft echter dat de horeca wordt uitgeoefend door patiënten ter plaatse. De gasten ten behoeve van de horeca brengen wel een parkeerbehoefte met zich mee. Allereerst wordt gesteld dat de meeste gasten toeristen betreffen die de locatie per fiets aandoen. Er zal nagenoeg geen sprake zijn van autogebruik. Verwacht wordt dat de fietsparkeerplaatsen voldoende ruimte bieden om het parkeren op te vangen. Daarnaast is de horeca dusdanig kleinschalig (een terras met maximaal 12 zitplaatsen) dat niet kan worden verwacht dat dit een onevenredige grote parkeerbehoefte met zich meebrengt.
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
17
3.2.3
Verkeer
3.2.3.1 Verkeersgeneratie Ten aanzien van het berekenen van de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de gemiddelde verkeersgeneratie uit de CROW-publicatie. In dit geval worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: bevolkingsdichtheid: niet stedelijk (gemeente Dinkelland, bron: CBS) en ligging in de rest van de bebouwde kom. Dit geeft het volgende beeld: Functie
Verkeersgeneratie per behandelkamer 28,3 verkeersbewegingen
Aantal
Verkeersgeneratie
Huisartsenpraktijk 1 28,3 Totaal 28,3 Zoals uit voorgaande tabel blijkt, gaat het om een verkeersgeneratie van 28,3 bewegingen per behandelkamer. Hier kan echter een nuancering in aan worden gebracht. Het gaat in dit geval niet om een reguliere huisartsenpraktijk, maar een kleinschalige praktijk waar slechts een beperkt aantal patiënten gelijktijdig behandeling krijgen. Bovendien betreft het geen praktijk waar patiënten gedurende de dag doorlopend aankomen en vertrekken, zoals bij een reguliere huisartsenpraktijk het geval kan zijn. Het gaat om maximaal 6 maal een uursessie per dag, waarbij de groep bestaat uit maximaal 4-5 patiënten. Het betreffen vaak individuele sesies, in 80% van de gevallen gaat het om één patiënt die gelijktijdig aanwezig is. Overigens wordt gesteld dat ook het gebruik als vergaderlocatie/workshopruimte een zekere verkeersgeneratie op zal leveren. Het zal dan gaan om een functie die te vergelijken is met de functie 'kantoor zonder baliefunctie'. Voor deze functie geldt een verkeersgeneratie van 8,7 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Aangegeven dient te worden dat deze functie en de zorgfunctie niet gelijktijdig uitgeoefend worden. De ruimte wordt verhuurd voor andere functies wanneer deze niet in gebruik is ten behoeve van de zorgverlening. De verkeersgeneratie zal dan ook verspreid over de dag plaatsvinden.
Tot slot geldt dat voor de horecafunctie op basis van de CROW geen cijfers ten aanzien van de verkeersgeneratie opgenomen zijn. Gesteld wordt echter dat het gaat om een ondergeschikte, zeer kleinschalige functie. De horeca zal met name gebruikt worden door recreanten ter voet of ter fiets, die het buurtschap Stift bezoeken. Het plangebied wordt in dit geval aan de noordzijde ontsloten op de Vicarieweg. Het verkeer zal zich via deze weg met name richting de Bornsestraat (via de Rudolph Wilminklaan) in noordelijke richting afwikkelen. Beide genoemde wegen zijn van voldoende capaciteit om de relatief beperkte verkeersgeneratie op een veilige wijze af te kunnen wikkelen. Voor het fietsverkeer is er tevens een ontsluiting mogelijk in oostelijke richting naar de Bisschopstraat. Het plangebied zal op een veilige en overzichtelijke wijze worden ontsloten. 3.2.4
Conclusieverkeer en parkeren
Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
18
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1 Rijksbeleid 4.1.1
NationaleOmgevingsvisie(NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
19
2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.3
Toetsing van het initiatiefaan de uitgangspuntenin het rijksbeleid
De Nationale Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de omgevingsvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Nieuwe planologische bouwmogelijkheden van enige omvang kwalificeren zich als zodanig en zijn ‘Ladderplichtig’. Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er wel sprake is van een (geringe) toename van bouwmogelijkheden, dan is doorgaans sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er in het geheel geen sprake is van toename van het ruimtebeslag (bijv. bij functiewijziging), dan is de Afdelingslijn dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, g. Zo overweegt de Afdeling in haar uitspraak van 10 december 2014 (ABRVS 201310814/1/R1). Echter in een recentere uitspraak (ABRVS 201311211/1/R1) van de Raad van State d.d. 18 februari 2015 is sprake van een uitbreiding van de planologische gebruiksmogelijkheden van feitelijk bestaande units in een bedrijfsverzamelgebouw.
De Afdeling overweegt: “Voor zover [appellant sub 1] en anderen betogen dat in de Staat van bedrijfsactiviteiten deels bedrijfsactiviteiten staan genoemd waarvoor de units in de bedrijfsverzamelgebouwen niet eerder mochten worden verhuurd, oordeelt de Afdeling dat het plan hiermee niet voorziet in een zodanige functiewijziging dat om die reden sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Zoals zij eerder heeft overwogen (uitspraak van 10 december 2014 in zaak nr. 201310814/1/R1) is daarbij van belang dat met een verruiming van de gebruiksmogelijkheden geen nieuw beslag op de ruimte plaatsvindt.” Het onderstreepte “zodanige functiewijziging” suggereert dat er functiewijzigingen – zonder enige toename van bebouwing – kunnen zijn die wel “zodanig” zijn, dat zij kunnen worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een functiewijziging “sec” die van invloed is op het woon-, leef- en ondernemersklimaat elders, door die invloed kan kwalificeren als “zodanige functiewijziging”, zodat sprake is van een Ladderplichtige stedelijke ontwikkeling.
Gelet op het feit dat: Er in dit specifieke geval sprake is van een zeer kleinschalige ontwikkeling (een pand van 90 m2 wordt omgezet van smederij naar een multifunctionele ruimte) Er geen sprake is van onevenredige leegstand elders als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling; Er geen sprake is van onevenredig nieuw beslag op de ruimte, omdat het gaat om hergebruik van een 20
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
bestaand perceel met bebouwing; Er sprake is van een ontwikkeling die in het kader van een ‘goede ruimtelijke ontwikkeling’ aanvaardbaar is. wordt gesteld dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven. 4.1.4
Toetsing van het initiatiefaan het rijksbeleid
Het plan voldoet aan de Novi de ladder voor duurzame verstedelijking. Het plan is daarmee in overeenstemming met het van belang zijnde rijksbeleid.
4.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1
OmgevingsvisieOverijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. 4.2.2
OmgevingsverordeningOverijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3
UitvoeringsmodelOmgevingsvisieOverijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: Of - generieke beleidskeuzes; Waar - ontwikkelingsperspectieven; Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hierna nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden.
Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast,
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
21
drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt.
Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.4
Toetsing van het initiatiefaan het UitvoeringsmodelOmgevingsvisieOverijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.2 (principe van concentratie) 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.4 (toekomstbestendigheid), artikel 2.1.5 (ruimtelijke kwaliteit) en artikel 2.1.6 (kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan.
22
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
Artikel 2.1.2: Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.1 van de Omgevingsverordening Overijssel De functiewijziging gaat over een bestaand pand. Enkel het parkeren is een nieuwe stedelijke functie. Het parkeren is echter inherent aan elke nieuwe functie. Binnen het Stift is parkeren op de weg niet wenselijk, vandaar dat gekozen is voor een nieuwe parkeerplaats op agrarische gronden. Deze parkeerplaatsen sluiten aan bij het bestaande gebouw en voldoen daarmee aan het principe van concentratie. Artikel 2.1.3: Zuinigen zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Door de aanleg van parkeerplaatsen is er sprake van extra ruimtebeslag op de groene omgeving. Zoals hiervoor aangegeven zijn parkeerplaatsen noodzakelijk voor de gewenste functie. Door de parkeerplaatsen logisch en direct te laten aansluiten bij het pand is er sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.4: Toekomstbestendigheid In de toelichting op bestemmingsplannen waarin provinciale belangen in geding zijn wordt aannemelijk gemaakt dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt en die niet bedoeld zijn voor tijdelijk gebruik, toekomstbestendig zijn en dus: de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.4 van de Omgevingsverordening Overijssel Het plan voorziet in een nieuwe functie van een monumentaal pand. Met deze functie krijgt het gebouw een passende functie zodat het behouden blijft voor de volgende generaties. De nieuwe ontwikkeling is een aanvulling op de bestaande functies in het Stift en draagt ertoe bij dat het Stift meer toekomstbestendig is.
Artikel 2.1.5 lid 1: Ruimtelijkekwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel De ontwikkeling voorziet in een toename van de ruimtelijke kwaliteit, doordat aan een monumentaal pand een passende functie wordt gegeven, zodat het behoud van het pand veilig wordt gesteld. Tevens wordt gesteld dat de ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief, voldoet aan het uitvoeringsmodel en aan de provinciale vier-lagen benadering. In komende subparagraven wordt daar nader op ingegaan. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.5. Artikel 2.1.6 lid 1: KwaliteitsimpulsGroene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3.
en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 lid 1 en 2.1.6 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op basis van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Het provinciale beleid gaat er vanuit dat er ter compensatie van ontwikkelingen in het buitengebied geïnvesteerd wordt in de groene omgeving. De parkeerplaatsen worden op agrarische gronden gerealiseerd, vandaar dat de KGO van toepassing is. In dit geval is in een ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1) opgesteld. Het perceel wordt bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
23
geheel landschappelijk ingepast, waarbij er fors geïnvesteerd wordt in het groen. Bovendien is de impact van de parkeerplaatsen door een adequate inpassing minimaal. Daarmee wordt geconcludeerd dat de geboden ontwikkelingsruimte in overeenstemming is met de investeringen in het landschap. Het plan is daarmee in overeenstemming met de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving 4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Steden en dorpen als veelzijdige leefmilieus - Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart opgenomen, waarin het plangebied met de rode cirkel is weergegeven.
Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werken in het kleinschaligemixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Toetsing van het initiatief aan het ontwikkelingsperspectief Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' is ruimte voor het in harmonie met elkaar ontwikkelen van diverse functies. Het initiatief is een vorm van een dergelijke ontwikkeling, die bijdraagt aan de versterking van buurtschap het Stift.
Ook draagt het geven van een nieuwe functie aan een monumentaal pand bij aan de doelstelling op cultuurhistorische elementen te versterken. Tot slot draagt het initiatief door de verschillende landschappelijke maatregelen bij aan de doelstelling om de landschapselementen te versterken. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief.
24
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
4.2.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hierna wordt op de verschillende lagen ingegaan. De 'Natuurlijkelaag' Op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Natuurlijke laag' is het plangebied aangewezen als 'Dekzandvlakte en ruggen'. In afbeelding 4.3 is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart voor de 'Natuurlijke laag' opgenomen, het plangebied is met de rode cirkel weergegeven.
Afbeelding 4.3: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart 'Stedelijke laag' (Bron: Provincie Overijssel) “Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' Bij het opstellen van de plannen is rekening gehouden met de kenmerken van het landschap. Zo worden natuurlijke en historische landschapselementen behouden en teruggebracht. Voorzover en nog reliëf aanwezig is, wordt dat met deze ontwikkeling niet aangetast. Gezien het vorenstaande wordt voldaan aan de kwaliteitsvoorwaarden die gelden voor de 'natuurlijke laag'. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het Agrarisch cultuurlandschap”, aangeduid met de gebiedstypen 'Essenlandschap'.
Afbeelding 4.4 betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het Agrarische cultuurlandschap”. Het plangebied is aangegeven met de rode cirkel.
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
25
Afbeelding 4.4: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' (Bron: Provincie Overijssel) “Essenlandschap” Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' Bij het opstellen van de plannen is rekening gehouden met de kenmerken van het landschap. Door het geven van de functie aan het monumentale pand wordt het pand toekomstbestendig behouden, wat bijdraagt aan de aanwezige bebouwingskenmerken. Ook de nieuwe beplanting sluit aan bij de daar voorkomende bebouwingskenmerken en landschappelijke structuren. Gezien het vorenstaande wordt voldaan aan de kwaliteitsvoorwaarden die gelden voor de 'laag van het agrarisch cultuurlandschap'. De 'Stedelijkelaag' Op basis van de stedelijke laag kent het plangebied geen specifieke kenmerken.
Wel wordt gesteld dat het plangebied nabij het een gebied ligt dat is aangeduid als 'historische centra, binnensteden en landstadjes'. Dit geldt ter plaatse van het Stift. Feitelijk maakt het plangebied onderdeel uit van het Stift. Daarom wordt toch op deze laag ingegaan. “Historische centra, binnensteden en landstadjes” De historische centra, binnensteden en landstadjes vormen de functionele en emotionele kernen van de steden en dorpen. Ruimtelijk kenmerkend zijn de compacte bebouwingsstructuur, veelal binnen (voormalige) omwalling en veel individuele karakterverschillen op korte afstand. Veel historische centra, binnensteden en landstadjes herbergen bijzondere condities zoals een waterfront of stationsgebied en staan symbool voor de identiteit en eigenheid van de steden en stadjes. Functioneel worden deze gebieden gekenmerkt door een mix van functies waarvan de concentratie van voorzieningen op gebied van detailhandel, horeca, cultuur, onderwijs, gezondheidszorg et cetera een belangrijk deel vormt. Als ontwikkelingen plaats vinden in historische centra, binnensteden en landstadjes, dan dragen deze bij aan 26
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
behoud en versterking de mix van functies, het historisch gegroeide patroon van wegen en openbare ruimten en de leefbaarheid. Grote bouwopgaven, zoals bij herstructurering, inbreiding of intensivering van woon-, werk-, en voorzieningen milieus worden ingepast met respect voor de historie, het individuele karakter van de bebouwing en de leefbaarheid, in relatie tot de problematiek van verkeer en parkeren. Toetsing van het initiatief aan de 'Stedelijke laag' Door deze ontwikkeling wordt fors bijgedragen aan het versterken van het historisch buurtschap het Stift. Door het geven van een nieuwe functie voor dit monumentale pand wordt enerzijds de toekomst van het pand veiliggesteld, anderzijds wordt bijgedragen aan het realiseren van een mix van voorzieningen in het Stift en het in stand houden van de gezondheidsfaciliteiten in Noordoost-Twente, ten behoeve van het leefbaar houden van het gebied rond Weerselo. Daarom is het initiatief in overeenstemming met de stedelijke laag. De 'Laag van beleving' Op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Laag van de beleving' is het plangebied aangewezen als 'Donkerte'. In afbeelding 4.5 is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart voor de 'Laag van de beleving' opgenomen, het plangebied is met de rode cirkel weergegeven.
Afbeelding 4.5: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart 'Laag van de beleving' (Bron: Provincie Overijssel) 'Donkerte' Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. De kansen hiervoor doen zich met name voor bij ontwikkelingen die een grote invloed hebben op het aspect donkerte, zoals grotere woon- en werklocaties en wegen. Ook de projectering van passages van auto(snel)wegen en regionale wegen speelt daarbij een grote rol vanwege het feit dat op- en afritten veelal leiden tot stedelijke ontwikkelingen. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Ten aanzien van deze laag kan allereerst een nuancering aangebracht worden. De gehele kern Weerselo en de gehele buurtschap het Stift is namelijk voorzien van deze laag.
Het gebruik van licht is echter inherent aan stedelijke functies. Er is reeds sprake van een zekere lichtuitstraling. De gewenste ontwikkeling brengt geen onevenredige toename van lichthinder met zich mee, die leidt tot een onaanvaardbare situatie. Het aspect 'donkerte' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan Weerselo, Vicarieweg 5
27
4.2.5
Conclusietoetsing aan het provinciaalbeleid
Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1
MijnOmgevingsvisieDinkelland
4.3.1.1 Algemeen De gemeente Dinkelland beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Dinkelland gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. Door inbreng van de samenleving is MijnOmgevingsvisie van ons allemaal! MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten); 2. hoe men daarop kan inspelen (speerpunten); 3. hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan); 4. welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart). Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: We doen het samen; We geven het goed voorbeeld; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. We wentelen niet af op volgende generaties.
4.3.1.2 Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. In voorliggend geval is gezien de ontwikkeling met name de thema's 'Voldoende voorzieningen' en 'Ruimte voor ondernemen' van belang. Hierna wordt daar op ingegaan. Voldoende voorzieningen In de kernen dragen de voorzieningen in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid en positieve gezondheid. Denk hierbij aan een ontmoetingsplek, winkels, sportvelden maar ook culturele activiteiten. Elke kern heeft zijn eigen specifieke kenmerken. In het proces van MijnDinkelland2030 denken en werken de kernen al een aantal jaren aan wat zij belangrijk vinden voor de leefbaarheid van hun kern. Hierbij geldt dat er sprake moet zijn van een maatschappelijke meerwaarde voor het dorp zelf. Niet de stenen, maar de ontmoeting en activiteiten die daar uit voortkomen zijn bepalend. Zowel voor inwoners als voor bezoekers. Een punt van aandacht daarbij is dat iedere kern het liefst zijn eigen voorzieningen heeft, maar het moet ook haalbaar en betaalbaar zijn. Daarom kijkt de gemeente samen wat er mogelijk is en hoe de kernen daarin ook zelf een bijdrage kunnen leveren. Zowel bij de realisatie als ook bij de exploitatie van een voorziening. Ruimte voor ondernemen Als gemeente zorgt Dinkelland voor voldoende ontwikkelruimte voor bedrijven en voor plekken waar bedrijven zich kunnen vestigen.