Bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4.pdf
Tekst van het document
23-M10815-Het Spikkert 4 Weerselo
Certificaat
13877858
Toetsing
12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 26-06-2023 - 06:39
Parameters
Toetsing
13877858-001
13877858-002
13877858-003
MM1MM1, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 07:MM2MM2, 0-50, 13:09: 0-50, 0-50, 22:10: 0-50 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50, 14: 0-50, 17:MM3MM3, 0-50, 18:19: 0-50, 0-50, 20:21: 0-50 0-50, 06: 0-50, 15: 0-50, 16: 0-50
Analyse
Eenheid
AW
T
I
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Voldoet aan Achtergrondwaarde
SR
monster voorbehandeling
Ja
droge stof
BT
BC
BI
SR
BT
Grond (AS3000)
BC
Voldoet aan Achtergrondwaarde BI
Ja 86.6
85.6
SR
BT
BC
BI
Ja
%
86.6
gew icht artefacten g
<1
85.6
86.1
aard van de artefacten -
Geen
organische stof%(gloeiverlies)
4.4
4.4
4.6
4.6
5.1
5.1
4.2
4.2
5.1
5.1
4.0
4.0
<1
86.1
<1
Geen
Geen
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
METALEN +
barium
mg/kg
920
<20
42.5
--
<20
39.1
--
<20
43.4
--
cadmium
mg/kg
0.6
6.8
13
<0.2
0.211
<=AW
0
<0.2
0.206
<=AW
0
<0.2
0.205
<=AW
0
kobalt
mg/kg
15
102
190
<1.5
2.98
<=AW
0
<1.5
2.76
<=AW
0
<1.5
3.03
<=AW
0
koper
mg/kg
40
115
190
9.6
17.1
<=AW
0
10
17.3
<=AW
0
9.2
16.2
<=AW
0
kw ik°
mg/kg
0.15
18
36
<0.05
0.0477
<=AW
0
0.06
0.0805
<=AW
0
0.06
0.0815
<=AW
0
lood
mg/kg
50
290
530
14
20.3
<=AW
0
15
21.4
<=AW
0
14
20.1
<=AW
0
molybdeen
mg/kg
1.5
96
190
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
nikkel
mg/kg
35
68
100
<3
5.18
<=AW
0
<3
4.87
<=AW
0
<3
5.25
<=AW
0
zink
mg/kg
140
430
720
<20
28.3
<=AW
0
<20
27.1
<=AW
0
<20
28.1
<=AW
0
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen
mg/kg
pak-totaal (10 van mg/kg VROM) (0.71.5 factor)
<0.01
0.007
<0.01
0.007
<0.01
0.007
21
40
0.627
0.627
<=AW
0
0.105
0.105
<=AW
0
0.161
0.161
<=AW
0
510
1000
4.9
11.1
<=AW
-
4.9
10.7
<=AW
-
4.9
9.61
<=AW
-
2595
5000
<20
31.8
<=AW
0
<20
30.4
<=AW
0
<20
27.5
<=AW
0
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 ug/kg factor)
20
MINERALE OLIE totaal olie C10 -mg/kg C40
190
Ve rk laring k olom m e n SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
AW
Achtergrondwaarde (door SGS b eheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS b erekend en b eheerd maar niet meer b eschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS b eheerd)
BI
SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
#
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
WO
Wonen
IN
Industrie
>I
Groter dan interventiewaarde
>IND
Groter dan industrie
Kle ur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
>= Achtergrond waarde
juni ’23
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo
tabel 13: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming
Project
23-M10815-Het Spikkert 4 Weerselo
Certificaat
13877858
Toetsing
12-Beoordeling kw aliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 26-06-2023 - 06:39
Parameters
Toetsing
13877858-004
13877858-005
MM4MM4, 01: 60-100, 01: 100-150, 02: 50-100, 02: 100-150,MM5MM5, 03: 60-110, 01:04: 150-200, 50-100,02: 04:150-200, 100-150,03: 05:160-200, 80-130, 04: 06: 150-200, 50-90 05: 150-200, 06: 150-200 Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Voldoet aan Achtergrondw aarde Analyse
Eenheid
AW
T
I
SR
monster voorbehandeling
Ja
droge stof
87.6
%
BT
BC
Voldoet aan Achtergrondw aarde BI
SR
BT
BC
BI
Ja 87.6
84.8
84.8
gew icht artefacten g
<1
aard van de artefacten -
Geen
organische stof%(gloeiverlies)
0.9
0.9
<0.2
0.2
<2
<2
9.8
9.8
<1 Geen
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
METALEN +
barium
mg/kg
920
20
77.5
--
<20
27.5
--
cadmium
mg/kg
0.6
6.8
13
<0.2
0.241
<=AW
0
<0.2
0.215
<=AW
0
kobalt
mg/kg
15
102
190
1.5
5.27
<=AW
0
<1.5
1.99
<=AW
0
koper
mg/kg
40
115
190
<5
7.24
<=AW
0
<5
5.71
<=AW
0
kw ik°
mg/kg
0.15
18
36
<0.05
0.0503
<=AW
0
<0.05
0.0447
<=AW
0
lood
mg/kg
50
290
530
<10
11
<=AW
0
<10
9.63
<=AW
0
molybdeen
mg/kg
1.5
96
190
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
nikkel
mg/kg
35
68
100
4.9
14.3
<=AW
0
4.0
7.07
<=AW
0
zink
mg/kg
140
430
720
<20
33.2
<=AW
0
<20
23.8
<=AW
0
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen
mg/kg
<0.01
0.007
<0.01
0.007
21
40
0.07
0.07
<=AW
0
0.07
0.07
<=AW
0
20
510
1000
4.9
24.5
<=AW
-
4.9
24.5
<=AW
-
190
2595
5000
<20
70
<=AW
0
<20
70
<=AW
0
pak-totaal (10 van mg/kg VROM) (0.71.5 factor)
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 ug/kg factor)
MINERALE OLIE totaal olie C10 -mg/kg C40 Ve rk laring k olom m e n SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
AW
Achtergrondwaarde (door SGS b eheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS b erekend en b eheerd maar niet meer b eschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS b eheerd)
BI
SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
#
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
WO
Wonen
IN
Industrie
>I
Groter dan interventiewaarde
>IND
Groter dan industrie
Kle ur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
>= Achtergrond waarde
juni ’23
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo
grondwater In tabel 14 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 14: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming
Project
23-M10815-Het Spikkert 4 Weerselo
Certificaat
13890382
Toetsing
13-Beoordeling kw aliteit van grondw ater volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 2.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum : 26-06-2023 - 06:42
Parameters
Toetsing
13890382-001
13890382-002
Pb1Pb1, 01-Pb1: 150-250
Pb2Pb2, 02-Pb2: 150-250
Grondw ater (AS3000)
Grondw ater (AS3000)
Overschrijding Streefw aarde Analyse
Overschrijding Streefw aarde
Eenheid
S
T
I
SR
BT
BC
BI
SR
BT
BC
BI
barium
ug/l
50
338
625
140
140
>S
0.16
84
84
>S
0.06
cadmium
ug/l
0.4
3.2
6
0.37
0.37
<=S
-
0.25
0.25
<=S
-
kobalt
ug/l
20
60
100
16
16
<=S
-
2.6
2.6
<=S
-
koper
ug/l
15
45
75
2.1
2.1
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
kw ik
ug/l
0.05
0.18
0.3
<0.05
0.035
<=S
-
<0.05
0.035
<=S
-
lood
ug/l
15
45
75
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
molybdeen
ug/l
5
152
300
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
nikkel
ug/l
15
45
75
34
34
>S
0.32
5.1
5.1
<=S
-
zink
ug/l
65
432
800
100
100
>S
0.05
65
65
<=S
-
METALEN
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen
ug/l
0.2
15
30
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
tolueen
ug/l
7
504
1000
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
ethylbenzeen ug/l
4
77
150
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
xylenen (0.7 factor) ug/l
0.2
35
70
0.45
0.45
>S
0.00
0.66
0.66
>S
0.01
styreen
ug/l
6
153
300
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
naftaleen
ug/l
0.01
35
70
<0.02
0.014
<=S
-
0.03
0.03
>S
0.00
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan ug/l
7
454
900
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
1,2-dichloorethaan ug/l
7
204
400
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichlooretheen ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<0.1
0.07
trans-1,2-dichlooretheen ug/l som (cis,trans)ug/l 1,2- dichloorethenen 0.01 (0.7 factor) 10
20
0.14
0.14
<=S
-
0.14
0.14
<=S
-
dichloormethaan ug/l
1000
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
1,2-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
1,3-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
0.01
500
som dichloorpropanen ug/l (0.7 factor) 0.8
40
80
0.42
0.42
<=S
-
0.42
0.42
<=S
-
tetrachlooretheen ug/l
0.01
20
40
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
tetrachloormethaan ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,1-trichloorethaan ug/l
0.01
150
300
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,2-trichloorethaan ug/l
0.01
65
130
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
trichlooretheenug/l
24
262
500
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
chloroform
ug/l
6
203
400
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
vinylchloride
ug/l
0.01
2.5
5
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
630
<0.2
0.14
---
<0.2
0.14
---
600
<50
35
<=S
<50
35
<=S
tribroommethaan ug/l
MINERALE OLIE totaal olie C10 -ug/l C40
juni ’23
50
325
-
-
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo
interpretatie onderzoeksresultaten grond en grondwater In tabel 15 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 15: samenvatting toetsresultaten Mengmonster grond
Boringen
ZintuigDiepte lijk
>AW / S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
MM1
1 t/m 5+7+13+22
0.0-0.5 -
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM2
0.0-0.5 -
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM3
9 t/m 12+14+17+ 18+20 6+15+16+19+21
0.0-0.5 -
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM4
1 t/m 6 (zs1)
0.5-1.5 -
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM5
1 t/m 6 (zs2)
1.5-2.0
-
-
-
Achtergrondwaarde*
Pb1
1
1.5-2.5 -
-
-
n.v.t.
Pb2
2
1.5-2.5
barium, nikkel, zink, xylenen barium, xylenen, naftaleen
-
-
n.v.t.
>AW / >S
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
grondwater
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1 t/m MM3 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonsters MM4 en MM5 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 1 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium, nikkel en zink (zware metalen) en xylenen (vluchtige aromaten) t.o.v. de streefwaarde. peilbuis 2 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 2 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen), xylenen en naftaleen (vluchtige aromaten) t.o.v. de streefwaarde.
juni ’23
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo
Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. De verhoogd gemeten gehalten xylenen en/of naftaleen in het grondwater zijn op basis van het bekende bodemgebruik niet te relateren.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen. Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
juni ’23
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bijzonderheden waargenomen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen is in het opgeboorde bodemmateriaal geen asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 16. tabel 16: samenvatting toetsresultaten Mengmonster grond
Boringen
Diepte
Zintuiglijk
>AW / S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
MM1
1 t/m 5+7+13+22
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM2
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM3
9 t/m 12+14+17+ 18+20 6+15+16+19+21
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM4
1 t/m 6 (zs1)
0.5-1.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM5 1 t/m 6 (zs2) grondwater
1.5-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
Pb1
1
1.5-2.5
-
-
-
n.v.t.
Pb2
2
1.5-2.5
-
barium, nikkel, zink, xylenen barium, xylenen, naftaleen
-
-
n.v.t.
>AW/ >S
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1 t/m MM3 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonsters MM4 en MM5 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 1 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium, nikkel, zink (zware metalen) en xylenen (vluchtige aromaten) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
juni ’23
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo
peilbuis 2 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 2 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen), xylenen en naftaleen (vluchtige aromaten) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. In tabel 18 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 18 : toetsing hypothese Locatie
Hypothese
Correct?
Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?
Nader onderzoek?
Het Spikkert 4 Weerselo
onverdacht
nee, er zijn verhoogde gehalten aangetoond
nee, onderzoeksinspanning voldoende
nee, er zijn geen matig tot sterk verhoogde gehalten in de bodem gemeten.
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevat plaatselijk enkele stoffen verhoogd t.o.v. de streefwaarde. Deze licht verhoogde gehalten overschrijden de tussenwaarde / bodemindexwaarde (>0.5) niet en geven daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.
Afwijkingen t.o.v. normen en protocollen Er hebben bij de uitvoering van werkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen 2001, 2002 en/of overige geldende analysemethoden.
juni ’23
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo
Aanbevelingen Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a. partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is behoudens een indicatief onderzoek van de bovengrond, geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem.
De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Wanneer grond binnen het plangebied wordt ontgraven dient voorkomen te worden dat grond met een verschillende/afwijkende milieuhygiënische kwaliteit met elkaar wordt vermengd. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
juni ’23
25
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo
Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op de locatie gelegen aan Het Spikkert 4 te Weerselo (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster.
Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Geo- & Milieutechniek afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Geo- & Milieutechniek niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v. een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie.
Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V.
aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.
juni ’23
26
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo
6
LITERTUURLIJST 1. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of
www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (oktober 2017). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.
juni ’23
27
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo
7
COLOFON
opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider
: : : : :
Auteur Ing. A.D.M. van Wuykhuyse
juni ’23
BJZ.nu Het Spikkert 4 te Weerselo 28 blz. 28 juni 2023 ing. A.D.M. van Wuykhuyse
Paraaf
Gecontroleerd door H. Kroon
Paraaf
Datum
Status
28 juni 2023
definitief
28
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT IJij B ax F
2022
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT (HISTORISCH) IJij B ax F
1995
1965
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl