CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4.pdf

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 12: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Weerselo, Spikkert 4”30.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Conclusie

Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

5.10

Water

5.10.1 Vigerend beleid 5.10.1.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 5.10.1.2 Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. 50

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4

Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. 5.10.1.3 Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 5.10.1.4 Beleid waterschap Vechtstromen Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het Waterschap heeft de Watervisie 2050 vastgesteld. In deze Watervisie staan de drie belangrijkste opgaven waaraan Vechtstromen volgens zeven hoofdlijnen wil werken met partners en inwoners.

De drie belangrijkste opgaves zijn: de toenemende droogte en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering; de waterkwaliteit die onder druk staat; de transitie naar een duurzame ontwikkeling. 5.10.2 Waterparagraaf 5.10.2.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 5.10.2.2 Watertoetsproces In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Het volledige waterhuishoudkundig plan is opgenomen in Bijlage 6.

Hierna wordt ingegaan op de relevante waterhuishoudkundige aspecten. Toename verhard oppervlak De ontwikkeling van 19 nieuwe woningen en openbare verhardingen resulteert in een toekomstig nettoverhard oppervlak van circa 0,65 ha. De toename in verhard oppervlak leidt tot een bergingsopgave van 339 m³. De berging wordt gerealiseerd in de wadi’s welke gesitueerd zijn in fase 2, 3 en 4. Afvalwater Afvalwater vanuit de woningen wordt onder vrijverval aangesloten op het DWA-riool van fase 3. Er wordt rekening gehouden met een afvalwaterstroom 0,66 m³/uur (0,18 l/s). Hemelwater In de toekomstige situatie zal het regenwater vertraagd afvoeren volgens de trits ‘vasthouden, bergen, afvoeren’. Regenwater van de daken en percelen wordt bovengronds aangeboden op het openbaar gebied. Via goten in de wegen stroomt het hemelwater naar de lagergelegen wadi’s waar het kan infiltreren in de bodem. Wegen langs wadi’s worden op één oor gelegd, zodat het regenwater via de berm naar de wadi kan stromen. De wadi’s fungeren als een bodempassage. Wanneer de berging volledig benut is (55 – 3 = 52 mm) wordt het water afgevoerd richting de greppels die, afhankelijk van de locatie van de wadi in het plangebied, afvoeren richting de Middensloot (noordzijde) of de Weerselerbeek (westzijde). Daar waar het niet mogelijk is om goten toe te passen wordt een HWA-riool aangelegd die afvoert richting een wadi.

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4

51

Grondwater Wateroverlast wordt voorkomen door de inrichting van het plangebied af te stemmen op de (geo)hydrologische situatie binnen het plangebied. Op basis van de ingewonnen informatie ligt de GHG rond NAP + 17,10 m. Om te voldoen aan de ontwateringeis dienen de wegen op minimaal op NAP + 17,80 m aangelegd te worden en de vloerpeilen op NAP + 18,10 m. Watervergunning Omdat er geen sprake is van het dempen of (ver)graven van oppervlaktewater is het plan niet vergunningplichtig. Herinrichting oppervlaktewatersysteem Eertmansweg Het voornemen is om het oppervlaktewatersysteem parallel aan de Eertmansweg opnieuw in te richten. Een deel van de watergangen zal gedempt worden en vervangen worden door een duiker. Andere watergangen worden op een andere locatie worden hergraven. Voor het uitvoeren van de hydraulische berekening in InfoWorks ICM fungeert het ontwerp (schets) van gemeente als basis (tekeningnummer: NS-21_Waterhuishouding Eertmansweg). Daarnaast zijn de duikers en de onderinsteek van de watergangen overgenomen uit de inmeting (tekeningnummer: SI01-D0141085233-ezs-cma). In InfoWorks ICM is op basis hiervan een hydraulische berekening uitgevoerd. Het maaiveldmodel is daarbij gebaseerd op het AHN4 en er wordt gerekend met een bui van 110 mm in 24 uur (T=100). Dit is een eis afkomstig van het waterschap Vechtstromen.

Het waterschap heeft nog een aantal aanvullende ontwerpuitgangspunten in het hydrologisch handboek (d.d. 2019) opgenomen, namelijk: Een minimale diameter van 0,50 m vanwege onderhoud; De b.o.b. van de duiker ligt 10% van de diameter onder de bodem (rond). Bij een rechthoekig duiker is dat 5% van de doorstroomhoogte onder de bodemhoogte; Bij een T=1 een maximale uitstroomsnelheid van de duikers van 0,45 m/s (zandgrond); Als vuistregel een maximum opstuwing van 5 cm/duiker bij een T=100 bij een reeks aan duikers. Het ontwerpuitgangspunt is dat voor nieuwe watergangen geen inundatie berekend wordt bij een T=100. In afbeelding 5.2 en 5.3 zijn respectievelijk de resultaten van de hydraulische berekening in InfoWorks weergegeven voor de huidige en de voorgenomen situatie.

Afbeelding 5.2: 110 mm in 24 uur (T=100) huidige situatie

52

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4

Afbeelding 5.3: 110 mm in 24 uur (T=100) voorgenomen situatie

Wat opvalt aan de huidige situatie is dat er op meerdere plekken inundatie wordt berekend. Uit de voorgenomen situatie blijkt dat er geen inundatie meer plaatsvindt ter hoogte van de Legtenbergerstraat Eertmansweg. Doordat de watergang ter hoogte van de Eertmansweg 3 is komen te vervallen, vindt hier oppervlakkige afstroom van hemelwater plaats richting de tuin. Geadviseerd wordt om bij het vervallen van de watergang deze te vervangen door een verlaagde greppel, die afvoertrichting een watergang. De inundatie ten westen van de Legtenbergerstraat blijft ten opzichte van de huidige situatie ongewijzigd. Door het profiel van de watergang en de duiker richting de Weerselerbeek te vergroten, zal de inundatie afnemen en vindt er geen drukopbouw meer plaats in bovenstrooms richting (duiker Legtenbergerstraat). Dit traject van de watergang valt op dit moment echter buiten de scope van de opdracht. Het ontwerp de gemeente blijkt uit de hydraulische berekening te voldoen aan de uitgangspunten. Er dient uitgegaan te worden van duikers met een minimale diameter Ø 500 mm. Met uitzondering van de duiker Ø 400 mm die de Eertmansweg kruist. Voor de duikers kunnen de ontwerpuitgangspunten van het waterschap als leidraad fungeren. Uit de inmeting bleek dat een heel aantal duikers parallel aan de Eertmansweg volledig of grotendeels gevuld zijn met sediment.

Geadviseerd wordt om deze duikers te reinigen. Daarnaast is geconstateerd dat het profiel van de watergangen in de loop der jaren gevuld is met sediment. Het profiel is daarmee aanzienlijk kleiner geworden. Geadviseerd wordt om deze watergangen opnieuw te voorzien van het juiste profiel. Dit zal de afvoercapaciteit te goede komen en inundatie bij extreme neerslaggebeurtenissen mogelijk voorkomen.

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4

53

54

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding De in deze toelichting beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die (digitaal) bindend is voor overheid en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.

6.2 Opbouw van de regels 6.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.

6.2.2

Inleidende regels

6.2.2.1 Begrippen In Artikel 1 zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. 6.2.2.2 Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten (Artikel 2) uitleg gegeven wat onder de diverse meetvoorschriften wordt verstaan.

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4

55

6.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. In de bestemmingen is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsregels met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. 6.2.4

Algemene regels

De volgende algemene regels zijn opgenomen: Anti-dubbeltelregel (Artikel 6): deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een plan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene gebruiksregels (Artikel 7): in deze regels is aangegeven wat onder verboden gebruik wordt verstaan. Algemene afwijkingsregels (Artikel 8): in deze regels is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Overige regels (Artikel 9): in dit artikel zijn regels in verband met nadere eisen en parkeren opgenomen. 6.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel is aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

6.3 Bestemmingen Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Zij zijn het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld.

Artikel 3 Groen De gronden die niet zijn voorzien van de bestemming 'Verkeer' of 'Wonen' zijn voorzien van de bestemming 'Groen'. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, voet- en fietspaden, in- en uitritten, parkeervoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Speelvoorzieningen in de vorm van speelplaatsen/ sport- c.q. trapvelden met de hierbij behorende voorzieningen met een oppervlakte groter dan 50 m² zijn niet toegestaan. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Voor het overige is aangesloten op de regels van het bestemmingsplan "Het Spikkert, tweede fase".

Artikel 4 Verkeer Daar waar binnen het plangebied parkeer- en verkeersvoorzieningen zijn beoogd is de bestemming 'Verkeer' opgenomen. 56

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4

Deze gronden zijn bestemd voor onder meer wegen, straten en (fiets)paden en parkeervoorzieningen. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

Artikel 5 Wonen Ter plaatse van de beoogde woningen is de bestemming 'Wonen' opgenomen. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wonen. Op de voor 'Wonen' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met de bestemmingsomschrijving. Als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen worden gebouwd, waarbij het aantal woningen per bouwvlak is aangegeven met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. Het aantal in één bouwvlak aaneengebouwde woningen bedraagt niet meer dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal aaneen te bouwen wooneenheden' is aangegeven. Een hoofdgebouw wordt aaneengesloten, vrijstaand, dan wel halfvrijstaand gebouwd. Verder is met de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' de maximale goot- en bouwhoogte aangegeven. Voor het overige is aangesloten op de regels van het bestemmingsplan "Het Spikkert, tweede fase".

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4

57

58

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds aangetoond door de financiële haalbaarheid en anderzijds via de grondexploitatieregeling vanuit de wetgeving. Dit betreft een gemeentelijk woningbouwplan. De vaststelling van een exploitatieplan is bij dit bestemmingsplan niet van toepassing.

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4

59

60

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4

Hoofdstuk 8 zienswijzen

Vooroverleg, inspraak en

8.1 Vooroverleg 8.1.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 8.1.2

Provincie Overijssel

Voorliggend bestemmingsplan wordt in het kader van vooroverleg voorgelegd aan de provincie Overijssel. 8.1.3

Waterschap Vechtstromen

Voorliggend bestemmingsplan wordt in het kader van vooroverleg voorgelegd aan het waterschap Vechtstromen.

8.2 Inspraak Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In dit geval wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.

8.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan lag van 15 december 2023 tot 25 januari 2024 voor eenieder ter inzage. Tijdens deze inzageperiode is geen zienswijze op het bestemmingsplan binnengekomen. Wel zijn een aantal ambtshalve wijzigingen doorgevoerd in het bestemmingsplan. De volgende wijzingen zijn doorgevoerd: Het maximum aantal wooneenheden ter plaatse van het blokje woningen in het zuidwesten van het plangebied is verhoogd van 5 naar 6 wooneenheden. Dit behelst een aanpassing op de verbeelding van dit bestemmingsplan. De verkeersbestemming ten westen van het voorgenoemde blokje woningen is ter hoogte van de beoogde langs parkeervakken in beperkte mate verruimd. Dit is gedaan om hier één extra parkeerplaats mogelijk te maken. In de toelichting van het bestemmingsplan zijn tekstuele aanpassingen verricht na aanleiding van het verhogen van het maximum aantal wooneenheden. Het stikstofonderzoek (Bijlage 4 bij de toelichting) is geactualiseerd en aangepast na aanleiding van het verhogen van maximum aantal wooneenheden. Omdat aanpassingen zijn doorgevoerd op de verbeelding van het bestemmingsplan is het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4

61

62

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4

63

Bijlage 1

64

Groenplan

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4

LEGENDA Aanbrengen nieuwe boom, A. (1) 5x Fruitboom(appel) hoogstam (2) 4x Fruitboom(peer) hoogstam (3) 2x Fruitboom(kers) hoogstam B. 6x Quercus palustris C. 4x Tillia tomentosa D. 4x Zelkova serrata Green Vase E. 3x Taxodium distichum F. 6x Fraxinus 'Raywood' G. 1x Acer rubrum 'October Glory' H. 3x Gleditsia tria. 'Sunburst' I. 5x Crataegus lavaleii J. 4x Alnus glutinosa 'Laciniata' K. 4x Salix acutifolia 'Pendulifolia'

1. 5 m2

ing 8 rberg Wate

1.

0

1.5

ing rberg Wate m2 90

A.1

4

0

0

1.5

5.4 0

3.

10.56

11.94

K

5.4

2.00 2.00

5.50

0

6.0

0

B

A.2

1.

8.1

50

21.

A.3

5.50

0

2.0 0 2.0

5 2.7

Stoep

Aanbrengen gazon, intensief maaibeheer

Perceelsgrens

Aanbrengen kruidenrijk gras, extensief maaibeheer; mei en sept

Woning

Particuliere tuin

5

3.

00 12.

2.50

10.00

20.00

H

Rijbaan

Maatvoering: Bomen: hoogstam, 16 / 18 cm, drkl Heesters (h): container 2 ltr vaste planten (vp): P9, 7 st/m2 Haag: 80 / 100 cm wortelgoed, 5 st/m1

8.1

3.

B

Aanbrengen parkeerplaats: Halfverharding of grasbeton: type ntb

Aanbrengen Beplanting: 1 vakbeplanting: 20% Corryllus avellana 20% Ilex aquifolia 10% Weigela florida 20% Symphoricarpus chenaultii 'Hancock' 10% Phylladelphus virginica 20% Ligustrum ovalifolium 2 vakbeplanting: 10% Deutzia gracilis (h) 10% Buddleja davidii 'Nanho Purple' 20% Euonymus fort. 'Darts Blanket' (h) 20% Nepeta faassenii 'Six Hills Giant (vp) 20% Potentilla frut. 'Elfenbein' (h) 20% Phlomis russeliana (vp) 3 Vakbeplanting: 10% Phlommis russeliana 10% Geranium maccrorhizum 10% Persicaria amplexicaule 'Speziosa' 10% Rudbeckia fulgida 'Goldsturm' 10% Kalimeris 'Madiva' 10% Carex morowii 'Irish Green' 10% Pennisetum all. 'Hameln' 20% Symphyttum grandiflorum 10% Buddleja davidii 'Nanho Blue'

A.1

G

I

0.5

A.2

00 10.

I

A.3

73 23.

0

1.5

B

A.2

3.

Aanbrengen Haag: Carpinus betulus

2.00

0

D

00

5.0

3. 2.

00 29.5.

0

3.0

2.5

D

12.

K

50

0

19.

12. 00

2.50

b ter Wa ing erg 91

2.0

00

10.

3.

12.

2

8m

2.

D

0

0

5.5

D

00

2.

50

21.

2.50

2.

2.

50

21.

J

2.

3 m2

ing 15 Waterberg

F. 3.

ing rberg Wate m2 82

F.

F.

F. no p

er

m zo

me r

er

zo

nd

no

E.

zo

F.

F.

zo

2.

noord

west

18.60+

18.55+ 18.40+ 18.40+

18.40+

er ond zon nter wi

A.1

0

6.5

00 10.

3.

A.2

B

2.00

A.1

3.

C C

A.1

B

2.00

J

B

5.50

ing rberg Wate

C

2 151 m

C

Aanbrengen Wandelpad

oost zuid

zon win op ter

0

18.55+

5

10

15

20

25m

1:500

18.40+

18.40+

18.40+ 18.40+

PROJECT

Uitbreiding Spikkert 4 te Weerselo

OPDRACHTGEVER

Noaberkracht, gemeente Dinkelland Nicolaasplein 5, 7591 MA Denekamp

18.60+

TUUULK.NL

ONDERDEEL

Groenplan uitbreiding Spikkert 4 te Weerselo

GETEKEND

(Ing.) R. Heerdink

DATUM

FORMAAT

SCHAAL

VERSIE

05/11/2023

A2

1 : 500

2e versie

Bijlage 2

66

Bodemonderzoek

bestemmingsplan Weerselo, Spikkert 4

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-gm.nl email info@sigma-gm.nl

juni ’23

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

Projectnummer:

23-M10815

Opdrachtgever:

BJZ.nu

Datum:

28 juni 2023

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

datum

28 juni 2023

projectnummer

23-M10815

in opdracht van

BJZ.nu Twentepoort Oost 16A 7609 RG Almelo

uitgevoerd door

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V.

juni ’23

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen................................................................................................................................. 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4

1.5

Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12

3.1 Uitvoering van het veldonderzoek ............................................................................................. 13 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ............................................................................................ 14 4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 16 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 16

4.2

Toetsingscriteria .................................................................................................................... 17

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 18

4.3.1

Grond en grondwater ......................................................................................................... 18

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 23

6

LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 27

7

COLOFON ...................................................................................................................................... 28

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring

juni ’23

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van BJZ.nu is in mei / juni 2023 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op de locatie uitbreidingsplan Het Spikkert 4 te Weerselo (gemeente Dinkelland). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van achttien woningen op de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

juni ’23

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

juni ’23

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Aanleiding tot vooronderzoek

Eigendomssituatie

B 0

C

D

✓

✓

✓

✓

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

F

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

E

G

A 0

✓ ✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓

Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?

✓

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2.

juni ’23

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande nieuwbouw van achttien woningen op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van Bodemloket.nl; • informatie van de gemeente Dinkelland (via email d.d. 16-05-2023); • informatie van de bodeminformatiekaart van Overijssel; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.

tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie Algemene omschrijving

Het Spikkert 4 Weerselo Dinkelland Zie bijlage 1 X = 255,396 Y= 486,450 Gemeente Weerselo, perceel sectie Q nr. 1162 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 8.375 m2 De onderzoekslocatie betreft het perceel gelegen ten westen van de Eertmansweg 3, perceel sectie Q nr. 1162 te Weerselo (zie figuur 1). De onderzoekslocatie is onbebouwd, onverhard en onderdeel van een grasland. De opdrachtgever is voornemens om de nieuwbouw van achttien woningen te realiseren.

figuur 1: globale ligging onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. juni ’23

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -

De onderzoekslocatie is onbebouwd. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is onverhard. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "hoge trefkans". De nieuwbouw van achttien woningen.

bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)

Op basis van de topografische kaarten vanaf rond 1850 tot heden is op de onderzoekslocatie in het verleden, voor zover bekend, niet eerder bebouwing aanwezig geweest. Op topografisch kaarten van voor 1900 tot rond 1931 is op het zuidelijk deel een pad te herkennen dat in naar Eertmansweg 3 loopt. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten vanaf ca. 1850 is in basis van de omgeving van de locatie reeds enige bebouwing te topografische herkennen. kaarten, Deze bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid / Topotijdreis) gewijzigd. Huidig en toekomstig

juni ’23

Geen.

Geen.

In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich voornamelijk braakliggende percelen / bouwpercelen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving Noordzijde: aangrenzende braakliggende percelen; negatieve invloed hebben Oostzijde: enkele bouwpercelen en het verderop gelegen erf (gehad) op de aan de Eertmansweg 3; bodemkwaliteit t.p.v. de Zuidzijde: aangrenzende agrarische percelen en verderop onderhavige gelegen Eertmansweg; onderzoekslocatie. Westzijde: aangrenzend braakliggend perceel en verderop gelegen woonwijk..

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

De onderzoekslocatie betreft het perceel gelegen ten westen van de Eertmansweg 3, perceel sectie Q nr. 1162 te Weerselo (zie figuur 1). De onderzoekslocatie is onbebouwd, onverhard en onderdeel van een grasland. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Op basis van de topografische kaarten vanaf rond 1850 tot heden is op de onderzoekslocatie in het verleden, voor zover bekend, niet eerder bebouwing aanwezig geweest. Voor zover bekend heeft de locatie in het verleden een agrarisch gebruik gehad.

Bouwvergunning

Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Niet bekend.

Milieuvergunning

Niet bekend.

Handelsregister

De onderzoekslocatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie (binnen het te bebouwen deel). Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. De onderzoekslocatie is onbebouwd (zie figuur 2).

Aanwezigheid brandstoftanks

Aanwezigheid asbest

figuur 2: asbestdakenkaart Overijssel Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend.

juni ’23

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

Ophogingen/dempingen/stortingen

Niet gesprongen explosieven

PFAS-verdachtheid

Calamiteiten

Verdachte activiteiten < 25 m

Er is geen informatie bekend omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen / sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht.

De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich voornamelijk agrarische percelen en een aangrenzende woonwijk. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

juni ’23

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

► Niet bekend.

Omgeving <25 m

► In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd (zie figuur 3):

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

juni ’23

figuur 3: uitgevoerde bodemonderzoeken in de omgeving van de onderzoekslocatie ► Niet bekend.

De onderzoekslocatie is gelegen in de zone buitengebied.

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 16-20 m-/+NAP. In figuur 4 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. figuur 4: geohydrologische opbouw

juni ’23

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de topografische kaarten vanaf rond 1850 tot heden is op de onderzoekslocatie in het verleden, voor zover bekend, niet eerder bebouwing aanwezig geweest. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden als agrarische grond in gebruik geweest. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1).

In tabel 6 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 6: gehanteerde onderzoeksstrategie

(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 8.375 m2)

mogelijke verontreiniging grond

grondwater

onderzoeksstrategie

-

-

ONV-NL

Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

juni ’23

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 7 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 7: uitvoeringsaspecten onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

bijzonderheden:

uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) locatie-inspectie

dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. T.D. Querner (in opleiding) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)

30-05-2023

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

19-06-2023

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

30-05-2023

Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9. tabel 8: veldwerkprogramma Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

16

ca.0.5

7 t/m 22

4

ca.2.0

3 t/m 6

2

max.ca.2.5

1+2

Onderzoekslocatie (ca. 8.375 m2) Boringen Peilbuis

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001.

juni ’23

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

monstername grondwater Om representatieve grondwatermonsters te verkrijgen zijn de peilbuizen, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. De grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2 Resultaten van het veldonderzoek bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 9 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 9: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.5 0.5-0.9 0.9-1.5 1.5-2.5

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand zand zand zand

zwak siltig, zwak hummeus zwak siltig, zwak humeus zwak siltig matig siltig, plaatselijk zandige leem

donkerbruin bruin/grijs oranje/geel lichtgrijs

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis

filtertraject m-mv

grondwaterstand m-mv

voorpompen liter

pH

1 2

1.5-2.5 1.5-2.5

0.97 0.95

5 5

6.7 6.1

EGV geleidingsvermogen µS/cm 290 440

troebelheid (NTU) 14 19

In de genomen grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt, zodat de grondwaterstand in de peilbuizen slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waardes voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie van organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen.

juni ’23

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.

Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

juni ’23

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 11 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 11: analyseschema Monstercode grond

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

MM1

1 t/m 5+7+13+22

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM2

9 t/m 12+14+17+18+20

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM3

6+15+16+19+21

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM4

1 t/m 6 (zs1)

0.5-1.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM5

1 t/m 6 (zs2)

1.5-2.0

1 (peilbuis)

1

1.5-2.5

2 (peilbuis)

2

1.5-2.5

NEN-grond(*)+AS3000

grondwater -

NEN-grondwater(**) +AS3000 NEN-grondwater(**) +AS3000

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

juni ’23

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

4.2

Toetsingscriteria

Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.

De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0.5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.

Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

juni ’23

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Het Spikkert 4 te Weerselo

4.3

Analyseresultaten en interpretatie

In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na de tabellen worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. 4.3.1

Grond en grondwater

boven- en ondergrond In de tabellen 12 en 13 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarden. tabel 12: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming

Project

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/822/documents/21271