CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan.pdf

Commissie Omgeving & Economie 5 februari 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 9: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36”23.486 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het onderzoek is verricht om na te gaan of na het afsplitsen van de bedrijfswoning naar burgerwoning nog steeds sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de burgerwoning en of de bedrijfsvoering van het af te splitsen bedrijf niet wordt beperkt. In het onderzoek zijn de geluidniveaus onderzocht ten gevolge van de activiteiten bij de twee inrichtingen (dierenartspraktijk en Kruse Technische Handel) ter plaatse van de betreffende woning. De berekende geluidniveaus zijn getoetst aan de geluidnormen die in het activiteitenbesluit en uit de het geluidbeleid van de gemeente. Het onderzoek is gebaseerd op een inventarisatie van de bedrijfsvoering, leveranciergegevens, literatuurgegevens en Munsterhuis Geluidsadvies -expertise. Aan de hand van de verkregen gegevens is een akoestisch rekenmodel vervaardigd waarmee de geluidniveaus zijn berekend. Door middel van een overdrachtsberekening zijn de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus ter plaatse van de beoordelingspunten bepaald. De overdrachtsberekeningen zijn uitgevoerd overeenkomstig methode II.8 uit de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999'. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau bedraagt ter plaatse van de nabij gelegen woningen maximaal 23 dB(A) in de dagperiode.

Het maximale geluidniveau ter plaatse van de woning bedraagt in de dagperiode maximaal 58 dB(A) als gevolg van de vrachtwagen. bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

29

Conclusie De ambitiewaarden uit het geluidbeleid en de normen voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau uit het activiteitenbesluit worden ter plaatse van de woningen niet overschreden. Ter plaatse van de toekomstige burgerwoning aan de Oldenzaalsestraat 36 is nog steeds sprake van een goed woon- en leefklimaat. Ook in de tuin van deze toekomstige burgerwoning aan de Oldenzaalsestraat 36 is er nog steeds sprake van een goed woon- en leefklimaat.

4.6 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Gemiddeld heeft een vrijstaande woning een verkeersgeneratie (het totaal aantal gemotoriseerde aankomsten en vertrekken) van 8,2 motorvoertuigbewegingen per weekdag. Per saldo wordt echter geen extra woning toegevoegd.

Indien worst-case wordt uitgegaan dat het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het omzetten van de bedrijfswoning naar een reguliere zal verdubbelen, dan is er sprake van afgerond 9 extra verkeersbewegingen per dag. Er zal bij het woonerf geen sprake zijn van vrachtverkeer, waardoor het percentage vrachtverkeer op nul gezet kan worden. In figuur 4.2 is de worst-case berekening weergegeven met 9 extra voertuigbewegingen.

30

bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

Figuur 4.2: Worst-case berekening voor bijdrage van extra verkeer (bron: infomil.nl) Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt bovendien dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig.

4.7 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit; Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Naast de bovengenoemde wetgeving zijn tevens de volgende AMvB's, Ministeriële Regelingen en/of circulaires van toepassing op de externe veiligheid: Activiteitenbesluit milieubeheer.

In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations. De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario's staan centraal. Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten. Deze beleidsregels geven een overzicht van de over de weg vervoerde gevaarlijke stoffen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

31

worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico.

Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Toets

Figuur 4.3: Uitsnede risicokaart (bron: atlasleefomgeving.nl) Op circa 200 meter ten noordoosten van het plangebied is een gasleiding aanwezig. De aardgasbuisleidingen heeft een druk van 16 bar en een PR 10-6-risicocontour. Het plangebied valt ruim buiten de risicocontour van deze buisleiding. Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van 200 m van het plangebied geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen, derhalve geldt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; 32

bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.

4.8 Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de NOVI en het Nationaal Water Programma 2022-2027 (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerprogramma 2022-2027.

Het staat de komende jaren voor grote uitdagingen en blijft werken aan voldoende water (niet te veel, niet te weinig), omgaan met klimaatverandering, voldoen aan de eisen voor waterkwaliteit, de biodiversiteit versterken en daarnaast wordt gewerkt aan duurzame energie en circulair grondstoffengebruik. In de Watervisie 2050 heeft het waterschap de opgaven beschreven. Daarin wordt geschetst hoe het watersysteem er in 2050 moet uitzien om goed toegerust te zijn voor alle uitdagingen. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vloeit rechtstreeks voort uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma beschrijft hoe het waterschap de komende zes jaar werkt aan het realiseren van het gewenste waterbeheersysteem. Hieronder wordt de Watervisie 2050 en het Waterbeheerprogramma 2022-2027 beschreven. Watervisie 2050 Het Waterschap Vechtstromen heeft op 14 april 2021 de Watervisie 2050 vastgesteld. In deze Watervisie staat de drie belangrijkste opgaven waaraan Vechtstromen volgens zeven hoofdlijnen wil werken met partners en inwoners. De drie belangrijkste opgaves zijn: de toenemende droogte en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering; de waterkwaliteit die onder druk staat: de transitie naar een duurzame ontwikkeling. De Watervisie zal worden doorvertaald naar een Waterbeheerprogramma waarin wordt bepaald hoe het Waterschap in de periode 2022-2027 gaat werken aan haar opgaves.

In het beheerprogramma zal het beleid en de maatregelen worden opgenomen. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur van Vechtstromen. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop het waterschap omgaat met het water in het beheergebied. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma sluit aan bij plannen van andere partijen zoals het Nationale waterplan (Nationaal Water Programma 2022-2027), het Stroomgebiedsbeheerplan Rijndelta en de Omgevingsvisie van de provincies Overijssel en Drenthe. Belangrijk uitgangspunt van het Waterbeheerprogramma is de verandering van het klimaat. De weersomstandigheden zijn steeds minder vaak gemiddeld. Dat merken we de laatste twee decennia steeds duidelijker. De winters worden natter en in de zomer zijn er langere hete en droge perioden en vallen de buien bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

33

steeds meer lokaal. Deze zomerbuien hebben vaker een zeer hoge intensiteit, wat leidt tot hoge afvoerpieken en overstromingen. Het watersysteem is nog niet goed toegerust op die verandering. Het is nu nog vooral ingericht op basis van gemiddelden - de normale beheersituatie enerzijds en het voorkomen van wateroverlast anderzijds - en niet op langdurige droge periodes en incidentele hoosbuien. Dit betekent dat het watersysteem aangepast moet worden. Daarbij heeft het waterschap de ambitie om te komen tot een klimaatrobuust watersysteem in 2050: een systeem dat zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht tegen een stootje kan en goed is toegerust op veranderingen en grotere weersextremen. Overeenkomstig de Watervisie 2050 heeft het waterschap de volgende hoofdlijnen aangegeven waar de komende jaren aan gewerkt wordt: Als gevolg van de klimaatverandering wil het waterschap zorgen voor meer balans tussen 'droge voeten' en het beperken van wateroverlast. Dat betekent dat water het leidende principe is voor het inrichten van de leefomgeving in plaats van andersom: water volgend aan de inrichting. Er wordt meer aandacht gegeven aan het vasthouden van water in de bodem. Regenwater wordt niet als afvalwater beschouwd, maar als bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem.

Watertoetsproces Op 17-9-23 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie Bijlage 3 Watertoets. Op basis van deze toets wordt de procedure geen waterschapsbelang gevolgd. Dit houdt in dat u direct door kunt gaan met de planvorming van uw plan en onderstaande tekst kunt opnemen in het plan. Het plan betreft alleen een functieverandering van bestaande bebouwing en heeft geen invloed op de waterhuishouding. Met de voorgenomen ontwikkeling zijn geen waterbelangen gemoeid. De ontwikkeling heeft geen nieuwe lozingen op oppervlaktewater tot gevolg. In het gebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Het waterschap Vechtstromen heeft dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Deze conclusie is getrokken naar aanleiding van een digitale watertoets. Het proces van de watertoets is goed doorlopen.

4.9 Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gronden die tot het NNN behoren liggen op minimaal 180 m afstand van het plangebied.

34

bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

Figuur 4.4: Afstand plangebied tot NNN (bron: Atlas Leefomgeving) Natura 2000-gebied Het plangebied behoort niet tot een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op minimaal 1.896 m afstand . Dit betreft het Natura 2000-gebied 'Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek. Op 3.318 m aftand ligt tevens het Natura 2000-gebied 'Springendal & Dal van de Mosbeek'.

Stikstof Uit vergelijkbare projecten die in de periode 2019 tot en met 2021 zijn uitgevoerd, en beoordeeld door de ODT, is gebleken dat bij veel bouwprojecten of bestemmingsplannen de aanleg- en gebruiksfase geen stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Gezien de kleinschaligheid van het project en de afstand van circa 1,9 kilometer tot het dichtbijgelegen Natura 2000-gebieden is het aannemelijk dat voorliggend project geen significant negatieve effecten heeft op de genoemde Natura 2000-gebieden. Een gedetailleerd onderzoek naar stikstofdepositie wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

35

Figuur 4.5: afstand plangebied met dichtsbijzijnde Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator 2022) Soortenbescherming Voor wat betreft soortenbescherming zijn geen gevolgen te verwachten als gevolg de afsplitsing en omzetting van de bedrijfswoning naar een reguliere woning. Het tussenstuk is relatief goed geïsoleerd en vormt mede daardoor geen geschikte broedplaats voor bijvoorbeeld vleermuizen. De inrichting en het gevoerde beheer maakt de planlocatie bovendien geen geschikte groeiplaats voor beschermde planten en vormt ook geen functioneel leefgebied voor beschermde dieren. Op basis hiervan lijkt van aantasting van leefgebied voor beschermde flora en fauna geen sprake. Daarnaast is de invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling lokaal. Op basis van deze gegevens wordt nader onderzoek op basis van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk geacht. Conclusie Vanwege de lokale invloedsfeer hebben de voorgenomen activiteiten geen negatieve effecten op deze Natura 2000- of Natuurnetwerk Nederland gebieden. Er is geen nader onderzoek nodig in het kader van gebiedsbescherming en er hoeft geen ontheffing van de Omgevingsverordening Overijssel of Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen plannen.

4.10

Archeologie en Cultuurhistorie

Archeologie Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt 36

bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. De planlocatie, aangegeven met een paarse peil (in figuur 4,6), ligt grotendeels binnen de gemorfologie stuwwalhellingen met een plaggendek. Deze locatie wordt als hoog gewaardeerd voor archeologische resten uit alle perioden. Archeologische resten afgedekt door een plaggendek dikker dan 50 cm en daardoor minder kwetsbaar voor bodemingrepen. Archeologische resten zijn hierdoor goed geconserveerd. Tevens ligt het gebied binnen een bufferzone (rode cirkel) waarvoor geldt dat er hoge verwachtingen zijn voor archeologische resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd. In dit geval geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is in plangebieden groter dan 2500 m2 bij bodemingrepen dieper dan 40 cm.

Figuur 4.6: Uitsnede archeologische verwachtingenkaart (bron: gemeente Dinkelland)

Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Het bedrijfsgebouw aan de Weerselosestraat 1-3 (DKL 2067) en de bedrijfswoning inclusief tussenbouw (DKL 2068) zijn gemeentelijke monumenten. Toets Voorliggend plan voorziet niet in de oprichting van nieuwe bebouwing, bouwwerken of extra verhardingen. Het plan is uitsluitend bedoeld om het afsplitsen en omzetten van de bedrijfswoning mogelijk te maken. Er vinden geen bodemingrepen plaats groter dan 2500 m2 en dieper dan 40 cm. Het beoogde plan is in het kader van vooroverleg voorgelegd aan de Monumentencommissie. De sloop van de tussenbouw is in principe aanvaardbaar gezien deze in een later stadium is aangebouwd. Met betrekking tot sloop zijn er wel enkele voorwaarden aan verbonden. Er moet allereerst zorgvuldig om worden gegaan met het pand.

Dit houdt onder andere in dat er, alvorens er wordt gesloopt, duidelijk moet worden hoe de gaten in de gevels zullen worden opgevuld, wat er terugkomt op de plek en wat er met de deur gebeurd. De deur maakte namelijk onderdeel uit van het oorspronkelijke woonhuis en zal moeten worden hergebruikt indien de bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

37

tussenbouw wordt gesloopt. De oorspronkelijke ensemblewaarde van het bedrijf en de woning blijft herkenbaar en de deur in de tussenbouw wordt hergebruikt voor de woning. De wijziging van het monument wordt getoetst op het moment dat de aanvraag omgevingsvergunning voor deze activiteit wordt aangevraagd. Nader onderzoek naar archeologie en/of cultuurhistorie wordt met voorliggend plan (nog) niet noodzakelijk geacht. De sloop van de tussenportaal wordt in een later stadium verricht.Voor eventuele sloop van het tussenportaal dient omgevingsvergunning te verleend. Deze omgevingsvergunning kan slechts verleend worden indien aangetoond wordt hoe de gaten in de gevels als gevolg van de sloop worden opgevuld en wordt aangetoond hoe de waardevolle (monumentale) deur in het te slopen bouwwerk wordt hergebruikt.

4.11

Verkeer / parkeren

Verkeer Het plangebied wordt via de bestaande inrit ontsloten op de Weerselosestraat. De Weerselosestraat wordt op basis van het 'Strategisch Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan Dinkelland 2019' (hierna: GGVP) aangemerkt als een “Erftoegangsweg type A” waarvoor een wegintensiteit geldt van 4.000 - 6.000 motorvoertuigbewegingen per dag met een rijbaanbreedte van 5 tot 7 meter. De maximumsnelheid bedraagt 30 km per uur binnen de bebouwde kom. De huidige inrichting van de Weerselosestraat bestaat uit asfaltverharding met een breedte van circa 6 meter. Aan één zijde van de weg is een fietsstrook aangelegd met een breedte van 1 meter, aan de andere zijde een berm en een sloot. De huidige maximumsnelheid bedraagt zoals aangegeven 30 km/h. Het profiel van de Weerselosestraat past binnen de richtlijnen van Duurzaam Veilig. De Weerselosestraat betreft een voorrangsweg. Doordat de weg ter hoogte smaller wordt ter hoogte van de grens van de bebouwde kom, net voorbij de planlocatie wordt de snelheid van het (doorgaande) verkeer beperkt. Om de verkeersgeneratie als gevolg van het plan te bepalen kan worden aangesloten bij de kengetallen van de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren'. Voor het plan kan worden uitgegaan van de categorie 'koop, huis, vrijstaand', 'weinig stedelijk' en 'rest bebouwde kom'.

De gemiddelde verkeersgeneratie bedraagt voor dit plan 8,2 verkeersbewegingen per woning per etmaal. Omdat er in de huidige situatie ook al sprake is van een woning zal het aantal verkeersgeneraties naar verwachting niet toenemen. Gezien er geen toename in verkeersgeneratie wordt verwacht kan geconcludeerd worden dat het aantal verkeersbewegingen via de huidige infrastructuur kan worden afgewikkeld. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan.

Parkeren In de beleidsnotitie 'Bouwen & Parkeren 2018' is aangegeven dat indien de parkeerdruk toeneemt als gevolg van het bouwplan, er gecompenseerd dient te worden door de aanvrager. De parkeervraag van de woning als een reguliere woning bedraagt hetzelfde als wanneer het een bedrijfswoning is. Ten behoeve van een vrijstaande woning geldt in de rest bebouwde kom een parkeernorm van 2,3 per woning. Aan de huidige parkeersituatie zal feitelijk niets veranderen. De bedrijfswoning maakt in de huidige situatie gebruik van de parkeerplaatsen die ook ter beschikking staan van de bedrijven. Ook ik de toekomst zullen deze parkeerplaatsen voor de woning beschikbaar blijven. Indien noodzakelijk kan ook bij de woning worden geparkeerd, door via het pad achter het bedrijfsgebouw het terrein te betreden. Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan.

38

bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

5.1 Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2 Toelichting op de regels 5.2.1

Opbouw

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden.

Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

39

om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking.

De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2

Bestemmingen

Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Bedrijf De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven, die zijn genoemd in Bijlage 4 "Staat van bedrijfsactiviteiten" onder de categorieën 1 en 2; met daaraan ondergeschikt: een nutsvoorziening, ter plaatse van den aanduiding 'nutsvoorziening';groenvoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; parkeervoorzieningen; wegen en paden; tuinen, erven en terreinen. Een bedrijfswoning is niet toegestaan. Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: wonen; met daaraan ondergeschikt: de uitoefening van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; speelvoorzieningen; wegen en paden; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; tuinen, erven en terreinen.

40

bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

41

42

bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel In het kader van een vooroverleg zal het plan worden voorgelegd aan de provincie Overijssel. Waterschap Vechtstromen Op 17-9-23 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 10 november 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.

bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

43

44

bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

45

Bijlage 1

46

Inrichtingsschets

bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

752-C-1951

Kadastrale kaart

Uw referentie: 22AF248

2

1950

752-C-1950

Belangrijke bomen voor aanzicht

333

752-B-333

Heg 868

752-B-868

867

752-B-867

415

752-B-415

Belangrijke boom

Entree

Historische deur 36

7 Parkeerplaatsen handhaven

P. 36 P. 36 417

416

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 500

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Ootmarsum B 415

t

Bebouwing

estra a

Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 28 september 2023 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek industrielawaai

48

bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

Ad Fontem Ruimtelijk Advies

Aanslagsweg 22

De heer H. Visscher

7622 LD Borne

Stationsstraat 37 telefoon

7622 LW BORNE e-mail datum

20 oktober 2023

ons kenmerk

B04.23.229.RM

Projectnummer

23.229

internet

06-10556500 info@munsterhuisgeluidsadvies.nl www.munsterhuisgeluidsadvies.nl

onderwerp

Akoestisch onderzoek, Industrielawaai Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum

Geachte heer Visscher, Hierbij zenden wij u de resultaten van het akoestisch onderzoek dat is uitgevoerd bij een dierenartspraktijk Noord Oost Twente gevestigd aan de Weerselosestraat 1a en Kruse Technische Handel gevestigd aan de Oldenzaalsestraat 34 en Weerselosestraat 1 en 3 te Ootmarsum.

Inleiding Het voornemen is de bestaande bedrijfswoning af te splitsten van een bestaande bedrijfsbestemming. Dat betekent dat de woning bescherming gaat genieten tegenover de naastgelegen bedrijfsactiviteiten. De gronden hebben de bestemming bedrijf waar bedrijfsactiviteiten met categorie 1 en 2 zijn toegestaan. Hiervoor geldt de grootste adviesafstand van 30 meter, in gemengd gebied is dat 10 meter. Nader akoestisch onderzoek is in dit geval vereist. Uit het onderzoek zal moeten blijken of er met het afsplitsen van de bedrijfswoning naar burgerwoning nog steeds sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de burgerwoning en of de bedrijfsvoering van het af te splitsen bedrijf niet wordt beperkt.

Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidniveaus ten gevolge van de activiteiten bij de twee inrichtingen (dierenartspraktijk en Kruse Technische Handel) ter plaatse van de betreffende woning. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (1999). De berekende geluidniveaus zijn getoetst aan de geluidnormen die in het activiteitenbesluit en uit de het geluidbeleid van de gemeente.

Het onderzoek is gebaseerd op een inventarisatie van de bedrijfsvoering, leveranciergegevens, literatuurgegevens en Munsterhuis Geluidsadvies -expertise. Aan de hand van de verkregen gegevens is een akoestisch rekenmodel vervaardigd waarmee de geluidniveaus zijn berekend.

bank

ING-bank 65.20.43.232

k.v.k.

64846148

Projectnummer

23.229

Pagina

2 van 5

Normering

De VNG- publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ is een algemeen geaccepteerd hulpmiddel in de ruimtelijke ordening. In de publicatie wordt voor een aantal milieuaspecten per milieucategorie een indicatieve afstand aangegeven die aangehouden voor beoordeling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Deze afstanden zijn van belang wanneer in de directe nabijheid van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen een bedrijf wordt gerealiseerd

In bijlage 5 van ‘Bedrijven en milieuzonering’ wordt een stappenplan omschreven om de geluidhinder te beoordelen. In stap 1 wordt onderzocht of er geluidsgevoelige bestemmingen binnen de richtafstand liggen. De gronden hebben de bestemming bedrijf waar bedrijfsactiviteiten met categorie 1 en 2 zijn toegestaan. Hiervoor geldt de grootste adviesafstand van 30 meter, in gemengd gebied is dat 10 meter. Voor de locatie van het plan kan aangesloten worden bij de gebiedstypering ‘gemengd gebied’.

In stap 2 worden de beoordelingsniveaus geformuleerd. Voor het gebiedstype ’gemengd gebied’ gelden de volgende niveaus: -

50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau;

-

70 dB(A) maximale (piekgeluiden) exclusief piekgeluiden door laad en losactiviteiten;

-

50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking.

Activiteitenbesluit Conform het Activiteitenbesluit zijn de in tabel 1 aangegeven grenswaarden voor invallende geluidbelasting LAr,LT en LA,max op de woninggevels aangehouden.

Tabel 1 grenswaarden Periode

Tijden

Grenswaarden op dB(A) woningen LAr,LT

LAmax

dag

07:00-19:00 uur

50

70

avond

19:00-23:00 uur

45

65

nacht

23:00-07:00 uur

40

60

50

-

Etmaal

Geluidbeleid De gemeente Dinkelland heeft het beleid t.a.v. de ambitiewaarden en de bovengrenswaarde (hoogst toelaatbare geluidsbelasting) opgenomen in de “Handreiking beleid bij hogere grenswaarden” d.d. 1812-06. De (toekomstige) woningen liggen in het gebied woongebied van Ootmarsum met een ambitieklasse “rustig 45 dB” en een bovengrens “onrustig 55 dB”.

Projectnummer

23.229

Pagina

3 van 5

Bronnen Uitgangspunten Werkzaamheden vinden alleen overdag plaats. Het gaat om een dierenartsenpraktijk Noord Oost Twente en het kantoor + showroom van Kruse Technische Handel. Bij de dierenartsenpraktijk is men alleen ‘s ochtends geopend en er is een avondopenstelling tot 18.30 uur 2 x per week. Er wordt niet geopereerd en er zijn ook geen verblijven voor dieren. Bij Kruse wordt alleen op kantoor gewerkt en worden af en toe gasten 1 a 2 keer per maand 4 of 5 gasten voor scholing ontvangen in de dagperiode. Geparkeerd wordt voor beide inrichtingen aan de west en noordzijde. Ook het afleveren van pakketten en dergelijke met bestelwagen en of vrachtwagen vindt aan de westzijde plaats. Mobiele bronnen De mobiele geluidbronnen binnen de inrichting betreffen personenauto’s, bestelwagen en een vrachtwagen. Alles vindt in de dagperiode plaats. Gemiddeld komt er 1 x per week een vrachtwagen voor het laden en of lossen. Het laden en lossen vindt handmatig plaats en zijn niet relevant. Daarnaast komt gemiddeld 3 x per week een bestelwagen pakketjes bezorgen. Verder komen er circa 14 personenwagens per dag.

Het bronvermogen tijdens rijden bij lage snelheden is sterk afhankelijk van het type voertuig en het rijgedrag van de chauffeur. Het bronvermogen van een vrachtwagen, bestelwagen en van de personenwagens is bepaald aan de hand van geluidmetingen aan soortgelijke voertuigen (Munsterhuis Geluidsadvies-expertise). In het akoestisch onderzoek is uitgegaan van een bronvermogen van 102 dB(A) voor stapvoets rijdende vrachtwagen, 92 dB(A) voor bestelwagen en 89 dB(A) voor de personenauto’s. De rijsnelheid van de voertuigen bedraagt 5 km/uur. De feitelijke lijnbron van de voertuigen is voor de berekening ingevoerd als een mobiele bron (serie puntbronnen, zie bijlage 2, invoergegevens). In de overdrachtsberekeningen is voor de mobiele bronnen binnen de inrichting uitgegaan van de in tabel 2 vermelde gegevens.

Projectnummer

23.229

Pagina

4 van 5

Tabel 2 Mobiele bronnen binnen de inrichting met vaste rijroute Type bron

Aantal bewegingen

Cb

Lbron

Mobiele

[dB(A)]

[dB(A)]

bronnrs.

Personenauto’s zuidwest

4

33,2

89

001

Personenauto’s west

8

29,8

89

002

Personenauto’s noord

2

35

89

003

Bestelwagen

1

39,3

92

004

Vrachtwagen

1

39,4

102

005

Rekenresultaten Door middel van een overdrachtsberekening zijn de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus ter plaatse van de beoordelingspunten bepaald. De overdrachtsberekeningen zijn uitgevoerd overeenkomstig methode II.8 uit de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999’. De invoergegevens die zijn gebruikt bij de geluidoverdrachtsberekening zijn gegeven in bijlage 2. Bepaling van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en de maximale geluidniveaus vinden plaats op een beoordelingshoogte van 1,5 meter (dag) en 5 meter (avond en nacht; in dit geval niet van toepassing). De geluidniveaus worden invallend beschouwd. Bij de berekening van de overdracht van geluid is uitgegaan van een afname van het geluidniveau door geometrische uitbreiding, door luchtabsorptie en door bodemabsorptie. Harde bodemgebieden zijn ingevoerd in het model. De bodemfactor welke is gehanteerd in het model is 0,5 (half hard). In bijlage 3 zijn de rekenresultaten opgenomen ten gevolge van de twee bedrijven. In tabel 3 zijn de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en het maximale geluidniveau ter plaatse van de nabijgelegen woningen samengevat. Gevraagd is om aanvullend inzichtelijk te maken wat de geluidbelasting is ter plaatse van de tuin van de woning Ootmarsumsestraat 36. In de tuin moet het geluidsniveau acceptabel zijn.

Een goed woon- en leefklimaat houdt in dat mensen ook op een verantwoorde manier gebruik kunnen maken van hun tuin en buiten kunnen zijn.

Voor de bepaling van de maximale geluidniveaus is onderscheid gemaakt in de volgende bronnen: -

Bron 001-005, mobiele bron, LAmax= Li maatgevende bron – Cm + een verhoging van 3 dB(A).

-

Voor het dichtslaan van portieren is een bronvermogen van 95 dB(A) gehanteerd. Bron 01-03.

Projectnummer

23.229

Pagina

5 van 5

Tabel 3 Rekenresultaten ter plaatse van woningen Beoordelingspunt

Geluidniveaus [dB(A)] Dagperiode

Avondperiode

Nachtperiode

(07.00-19.00)

(19.00-23.00)

(23.00-07.00)

LAr,LT

LAmax

LAr,LT

LAmax

LAr,LT

LAmax

06 Oldenzaalsestraat 36 zuidgevel

10

49

-

-

-

-

08 Weerselosestraat 2 oostgevel

23

58

-

-

-

-

10 Tuin Oldenzaalsestraat 36

13

51

-

-

-

-

Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau bedraagt ter plaatse van de nabij gelegen woningen maximaal 23 dB(A) in de dagperiode. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat ter plaatse van de tuin bij de Oldenzaalsestraat 36 het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau maximaal 13 dB(A) in de dagperiode bedraagt. Het maximale geluidniveau ter plaatse van de woning bedraagt in de dagperiode maximaal 58 dB(A) als gevolg van de vrachtwagen.

De ambitiewaarden uit het geluidbeleid en de normen voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau uit het activiteitenbesluit worden ter plaatse van de woningen niet overschreden. De ambitiewaarden voor de tuin bij de woning wordt eveneens niet overschreden. Ter plaatse van de toekomstige burgerwoning aan de Oldenzaalsestraat 36 is nog steeds sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Ook in de tuin van deze toekomstige burgerwoning aan de Oldenzaalsestraat 36 is er nog steeds sprake van een goed woon- en leefklimaat.

De indirecte geluidhinder is gezien het zeer geringe aantal bewegingen verder buiten beschouwing gelaten. Voertuigen worden direct opgenomen in het heersende verkeersbeeld.

Ik verwacht u hiermee van dienst te zijn geweest.

Met vriendelijke groeten,

R.P.M. Munsterhuis Munsterhuis Geluidsadvies

Bijlagen: 1 tot en 3

Bijlage 1

Situatie + 3D overzicht

Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum

Situatie

23.229 Bijlage 1

Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum

3D

23.229 Bijlage 1

Bijlage 2

Invoergegevens

Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum

Munsterhuis Geluidsadvies

Invoergegevens, mobiele bronnen

23.229 Bijlage 2 Detail puntbronnen Mobiele bron Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Hulplijnen

003

0m

10 m schaal = 1 : 263

004

001

005

002

491700

257700 HMRI, industrie, [versie 20-10-2023 - eerste model] , Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

figuur 2

Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum Invoergegevens, mobiele bronnen Model: Groep: Naam 001 002 003 004 005

23.229 Bijlage 2

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie

Omschr. Personenauto's zuidwest Personenauto's west Personenauto's noord Bestelwagens vrachtwagen

Aantal(D) 4 8 2 1 1

Aantal(A) ------

Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

Aantal(N) ------

Cb(D) 33,17 29,81 35,00 39,28 39,39

Cb(A) ------

Cb(N) ------

Gem.snelheid 5 5 5 5 5

Lw 31 ----69,00

Lw 63 66,40 66,40 66,40 69,40 81,00

Lw 125 74,10 74,10 74,10 77,10 90,00

Lw 250 78,40 78,40 78,40 81,40 91,00

Lw 500 81,20 81,20 81,20 84,20 94,00

Lw 1k 83,80 83,80 83,80 86,80 97,00

Lw 2k 83,20 83,20 83,20 86,20 97,00

15-9-2023 12:38:34

Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum Invoergegevens, mobiele bronnen Model: Groep: Naam 001 002 003 004 005

23.229 Bijlage 2

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Lw 4k 79,10 79,10 79,10 82,10 89,00

Lw 8k 74,80 74,80 74,80 77,80 81,00

Lw Totaal 88,98 88,98 88,98 91,98 102,00

Lwr Totaal 88,98 88,98 88,98 91,98 102,00

Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

Lengte 21,69 23,50 47,39 21,23 20,72

15-9-2023 12:38:34

Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum

Munsterhuis Geluidsadvies

Invoergegevens,

23.229 Bijlage 2

491750

08

Detail puntbronnen Mobiele bron Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Hulplijnen

0m

10 m schaal = 1 : 412

491700

01

02

04

03

07 05 06

10

257700 HMRI, industrie, [versie 20-10-2023 - eerste model] , Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

figuur 3

Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum Invoergegevens, ontvangers Model: Groep:

23.229 Bijlage 2

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie

Naam 01 02 03 04 05

Omschr. Noordgevel woning Oldenzaalsestraat 36 Noordgevel woning Oldenzaalsestraat 36 oostgevel woning Oldenzaalsestraat 36 westgevel woning Oldenzaalsestraat 36 westgevel woning Oldenzaalsestraat 36

Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

Hoogte B ------

Hoogte C ------

Hoogte D ------

Hoogte E ------

Hoogte F ------

Gevel Ja Ja Ja Ja Ja

06 07 08 10

zuidgevel woning Oldenzaalsestraat 36 zuidgevel woning Oldenzaalsestraat 36 oostgevel woning Weerselosestraat 2 Tuin Oldenzaalsestraat 36

0,00 0,00 0,00 0,00

Relatief Relatief Relatief Relatief

1,50 1,50 1,50 1,50

-----

-----

-----

-----

-----

Ja Ja Ja Nee

Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

20-10-2023 11:26:33

Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum

Munsterhuis Geluidsadvies

Invoergegevens, gebouwen

23.229 Bijlage 2 Detail puntbronnen Mobiele bron Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Hulplijnen

12 10 11

491750

14 13

0m

20 m schaal = 1 : 532

491700

09 06

03 02 01

05

07

08

491650

16 15

257700 HMRI, industrie, [versie 20-10-2023 - eerste model] , Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

figuur 4

257750

Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum Invoergegevens, gebouwen Model: Groep:

23.229 Bijlage 2

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie

Naam 01 02 03 05 06

Omschr. Woning 36 Woning 36 Woning 36 Woning 36 bedrijfspand

Hoogte 6,00 9,00 3,00 3,00 6,50

Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

07 08 09 10 11

bedrijfspand bedrijfspand bedrijfspand Weerselosestraat 2 woonhuis Weerselosestraat 2 woonhuis

6,00 2,50 3,00 2,50 5,50

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

12 13 14 15 16

Weerselosestraat 2 woonhuis Weerselosestraat 2 schuur Weerselosestraat 2 schuur schuur schuur

8,00 2,50 5,00 3,50 6,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

15-9-2023 12:39:37

Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum

Munsterhuis Geluidsadvies

Invoergegevens, bodem

23.229 Bijlage 2 Detail puntbronnen Mobiele bron Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Hulplijnen

491750

0m

20 m schaal = 1 : 562

04 491700

03 02

01

05

491650

257700 HMRI, industrie, [versie 20-10-2023 - eerste model] , Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

figuur 5

257750

Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum Invoergegevens, bodem Model: Groep: Naam 01 02 03 04 05

23.229 Bijlage 2

eerste model (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie

Omschr. terrein Weerselosestraat Fietspad Oldenzaalsestraat terrein

Bf 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

15-9-2023 12:39:53

Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum

Munsterhuis Geluidsadvies

Invoergegevens, Lamax bronnen

23.229 Bijlage 2.1 Detail puntbronnen Mobiele bron Puntbronnen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Hulplijnen

0m

10 m schaal = 1 : 341

02 01

491700

03

491650

257700 HMRI, industrie, [versie 20-10-2023 - Lamax model ] , Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

figuur 6

Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum Invoergegevens, Lamax bronnen Model: Groep: Naam 01 02 03

23.229 Bijlage 2.1

Lamax model (hoofdgroep) Lijst van Puntbronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie

Omschr. dichtslaan deur auto piekgeluid dichtslaan deur auto piekgeluid dichtslaan deur auto piekgeluid

Hoogte 1,00 1,00 1,00

Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

Cb(D) 0,00 0,00 0,00

Cb(A) ----

Cb(N) ----

Tb(u)(D) 12,0000 12,0000 12,0000

Tb(u)(A) ----

Tb(u)(N) ----

Lw 31 40,17 40,17 40,17

Lw 63 51,27 51,27 51,27

Lw 125 57,37 57,37 57,37

Lw 250 78,57 78,57 78,57

Lw 500 88,97 88,97 88,97

Lw 1k 90,07 90,07 90,07

Lw 2k 89,57 89,57 89,57

15-9-2023 12:40:13

Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum Invoergegevens, Lamax bronnen Model: Groep: Naam 01 02 03

23.229 Bijlage 2.1

Lamax model (hoofdgroep) Lijst van Puntbronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Lw 4k 86,07 86,07 86,07

Lw 8k 75,97 75,97 75,97

Lw Totaal 95,09 95,09 95,09

Lwr Totaal 95,09 95,09 95,09

Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

15-9-2023 12:40:13

Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum Invoergegevens, Lamax mobiele bronnen Model: Groep: Naam 001 002 003 004 005

23.229 Bijlage 2.1

Lamax model (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie

Omschr. Personenauto's zuidwest Personenauto's west Personenauto's noord Bestelwagens vrachtwagen

Aantal(D) 4 8 4 1 1

Aantal(A) ------

Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

Aantal(N) ------

Cb(D) 33,17 29,81 31,99 39,28 39,39

Cb(A) ------

Cb(N) ------

Gem.snelheid 5 5 5 5 5

Lw 31 ------

Lw 63 66,40 66,40 66,40 69,40 81,00

Lw 125 74,10 74,10 74,10 77,10 90,00

Lw 250 78,40 78,40 78,40 81,40 91,00

Lw 500 81,20 81,20 81,20 84,20 94,00

Lw 1k 83,80 83,80 83,80 86,80 97,00

Lw 2k 83,20 83,20 83,20 86,20 97,00

15-9-2023 12:40:43

Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum Invoergegevens, Lamax mobiele bronnen Model: Groep: Naam 001 002 003 004 005

23.229 Bijlage 2.1

Lamax model (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Lw 4k 79,10 79,10 79,10 82,10 89,00

Lw 8k 74,80 74,80 74,80 77,80 81,00

Lw Totaal 88,98 88,98 88,98 91,98 102,00

Lwr Totaal 91,98 91,98 91,98 94,98 105,00

Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

Lengte 21,69 23,50 47,39 21,23 20,72

15-9-2023 12:40:43

Bijlage 3

Rekenresultaten

Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum Rekenresultaten Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

23.229 Bijlage 3

Resultatentabel eerste model LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee

Naam Toetspunt 01_A 02_A 03_A 04_A 05_A

Omschrijving Noordgevel woning Oldenzaalsestraat 36 Noordgevel woning Oldenzaalsestraat 36 oostgevel woning Oldenzaalsestraat 36 westgevel woning Oldenzaalsestraat 36 westgevel woning Oldenzaalsestraat 36

X 257719,43 257725,48 257727,57 257716,60 257716,18

Y 491686,63 491687,40 491684,21 491684,79 491670,40

Hoogte 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

Dag 7,1 9,4 -3,2 5,1 6,0

Avond ------

Nacht ------

Etmaal 7,1 9,4 -3,2 5,1 6,0

06_A 07_A 08_A 10_A

zuidgevel woning Oldenzaalsestraat 36 zuidgevel woning Oldenzaalsestraat 36 oostgevel woning Weerselosestraat 2 Tuin Oldenzaalsestraat 36

257718,58 257725,43 257673,78 257719,51

491667,32 491672,56 491747,87 491661,84

1,50 1,50 1,50 1,50

9,9 4,4 23,4 13,0

-----

-----

9,9 4,4 23,4 13,0

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

20-10-2023 11:27:29

Oldenzaalsestraat 36 te Ootmarsum Rekenresultaten, Lamax Rapport: Model:

23.229 Bijlage 3.1

Groep:

Resultatentabel Lamax model LAmax totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep)

Naam Toetspunt 01_A 02_A 03_A 04_A 05_A

Omschrijving Noordgevel woning Oldenzaalsestraat 36 Noordgevel woning Oldenzaalsestraat 36 oostgevel woning Oldenzaalsestraat 36 westgevel woning Oldenzaalsestraat 36 westgevel woning Oldenzaalsestraat 36

X 257719,43 257725,48 257727,57 257716,60 257716,18

Y 491686,63 491687,40 491684,21 491684,79 491670,40

Hoogte 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

Dag 41,8 47,1 31,4 42,4 45,7

Avond ------

Nacht ------

06_A 07_A 08_A 10_A

zuidgevel woning Oldenzaalsestraat 36 zuidgevel woning Oldenzaalsestraat 36 oostgevel woning Weerselosestraat 2 Tuin Oldenzaalsestraat 36

257718,58 257725,43 257673,78 257719,51

491667,32 491672,56 491747,87 491661,84

1,50 1,50 1,50 1,50

47,8 42,7 57,5 50,8

-----

-----

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Munsterhuis Geluidsadvies B.V.

20-10-2023 11:28:03

Bijlage 3

Watertoets

bestemmingsplan Ootmarsum, Oldenzaalsestraat 36

75

Digitale Watertoets

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Geen belang procedure

Op basis van onderstaande locatie

17-09-2023 10:20

1

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Vragen en antwoorden uit de check Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt?

ja

Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd?

nee

Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast?

nee

Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500m2?

nee

17-09-2023 10:20

2

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Details 1. Geen belang procedure Wat moet ik doen? Geachte heer/mevrouw,

U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets wordt in uw plan geen waterschapsbelangen geraakt. U volgt de procedure geen waterschapsbelang. Dit houdt in dat u direct door kunt gaan met de planvorming van uw plan en onderstaande tekst kunt opnemen in het plan.

Paragraaf geen waterschapsbelang

Deze paragraaf geen waterschapsbelang heeft betrekking op het plan. Het plan betreft alleen een functieverandering van bestaande bebouwing en heeft geen invloed op de waterhuishouding. Met de voorgenomen ontwikkeling zijn geen waterbelangen gemoeid. De ontwikkeling heeft geen nieuwe lozingen op oppervlaktewater tot gevolg. In het gebied is geen sprake van (grond)wateroverlast.

Het waterschap Vechtstromen heeft dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Deze conclusie is getrokken naar aanleiding van een digitale watertoets. Het proces van de watertoets is goed doorlopen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/816/documents/20985