Bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop
Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:
Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop bestemmingsplan NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01 vastgesteld
Datum: Projectnummer:
22AF033
Opdrachtgever:
Opsteller:
Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl
Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl
Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
5 5 5 6 7 8
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
9 9 11
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid
13 13 14 22
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Externe veiligheid 4.8 Water 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en Cultuurhistorie 4.11 Verkeer / parkeren
26 26 27 29 29 30 31 32 33 35 35 38
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels
39 39 39
Hoofdstuk 6
42
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
43 43 43
Bijlagen toelichting
45
Bijlage 1
Toekomstige situatie
46
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan
48
Bijlage 3 Landschapsplan realisatie woningen Lattrop (behorend bij bestemmingsplan Lattrop, Dorpsstraat 70)
63
Bijlage 4 Rapport verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 Dorpsstraat 70 Lattrop-Breklenkamp
65
Bijlage 5 Rapport aanvullend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 Dorpsstraat 70 Lattrop-Breklenkamp
149
Bijlage 6
Quick scan natuurwaardenonderzoek
226
Bijlage 7
Watertoets
259
Bijlage 8
Archeologisch onderzoek
266
Regels
303
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
2
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
304 304 310
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Wonen
311 311
Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
315 315 316 317 318 319 320
Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
321 321 322
Bijlagen regels
323
Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
324
Bijlage 2
Oortmanmolen in Lattrop
342
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
3
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
4
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voor de locatie aan de Dorpsstraat in Lattrop is een plan ontwikkeld. De initiatiefnemers willen op het agrarische perceel, dat gelegen is te midden van het centrumplan Lattrop (realisatie 8 woningen), een vrijstaande woning realiseren. Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Ligging Het plangebied bestaat uit een perceel weiland aan de Dorpsstraat in Lattrop. Het plangebied ligt aan de rand van Lattrop-Breklenkamp, ten noorden van de H.H. Simon en Judaskerk. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente kadastrale gemeente Dinkelland, sectie L, perceelsnummer 1906. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
5
is een luchtfoto met daaronder het bestemmingsplan 'Lattrop Dorpsstraat 70' weergegeven waarop het plangebied van de kavel van de woning te zien is. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.
Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse geldt het bestemmingsplan 'Lattrop, Dorpsstraat 70'. Dit bestemmingplan is door de gemeenteraad van Dinkelland op 20 april 2021 vastgesteld en is onherroepelijk. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen.
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
6
Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Lattrop, Dorpsstraat 70' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Aan het plangebied is de bestemming 'Agrarisch' toegekend. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor het agrarisch gebruik, het uitvoeren van erfinrichtingsplannen en landschapsplannen met daaraan ondergeschikt het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarden, doeleinden van agrarisch natuurbeheer, cultuurgrond, openbare nutsvoorzieningen, extensief dagrecreatief medegebruik, wegen en paden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen, erven en terreinen. Daarnaast is de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone-molenbiotoop' opgenomen. Deze aanduiding is opgenomen ter bescherming van de functie als werktuig van de in dit gebied voorkomende windmolen, onder ander gelet op de windvang en de bescherming van de waarde van deze molen als landschapsbepalend element. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden voor de bouw van een nieuwe woning. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.
1.4
De bij het plan behorende stukken
Het onderhavige bestemmingsplan 'Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
7
1.5
Leeswijzer
De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
8
Hoofdstuk 2 2.1
Het plan
Huidige situatie
Het perceel was in gebruik als weiland. In figuur 2.1 is de huidige situatie (foto september 2021) weergegeven. Hierop is te zien dat de werkzaamheden voor realisatie van woningen rondom het plangebied - zie verderop in deze paragraaf- in uitvoering zijn. Het plangebied is indicatief met rode belijning aangegeven.
Figuur 2.1: situatie plangebied (bron: Streetsmart Cyclomedia)
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
9
Figuur 2.2: Bestaande situatie woningbouwontwikkeling 8 woningen (bron: Leferink architecten)
Centrumplan Lattrop Het perceel is gelegen in de directe nabijheid en te midden van de uitvoering van het plan voor Lattrop voor de realisatie van 8 woningen (vastgelegd in het bestemmingsplan 'Lattrop, Dorpsstraat 70'). Het perceel is op dit moment in gebruik als weiland. Het perceel ten oosten van de kavel heeft de bestemming 'Groen' (zie ook figuur 1.3). In figuur 2.2 is de inrichtingstekening van de woningbouwontwikkeling van de 8 woningen te zien. Het plan voor de 8 woningen is onlangs ontwikkeld en is momenteel in uitvoering. De ontwikkeling van deze woningen ter plaatse van de Dorpsstraat 70 te Lattrop, is een uitwerking van het Centrumplan Lattrop. In een latere fase is het de bedoeling dat er woningen achter de kerk worden gebouwd zodat hierdoor een ruimte om de kerk ontstaat met een pleinfunctie. Zo komt de kerk, een zeer markant gebouw in Lattrop, meer in het centrum van het dorp te liggen. De kavels van het centrumplan/het plan voor de acht woningen variëren tussen de circa 150m2 en 400m2. Het betreft deels geschakelde, deels vrijstaande woningen. De doelgroep voor deze woningen bestaat hoofdzakelijk uit starters en senioren uit Lattrop. Daarnaast is er een doelgroep gezinnen, die hun eigen (starters)woning verkopen en een gezinswoning willen bouwen.
Met de sloop van de bestaande schuren ter plaatse van de Dorpsstraat 70 en de realisatie van de woningen, wordt de ruimtelijke kwaliteit verbeterd. Lattrop-Breklenkamp kent geen duidelijk aanwijsbaar centrum; de Dorpsstraat, Ottershagenweg en Disseroltweg vormen het hart van het dorp, waaraan de belangrijkste functies in het dorp gelegen zijn (de kerk, basisschool, sportvelden etc.). Met de realisatie van de nieuwe woningen wordt het 'centrumgebied' van Lattrop-Breklenkamp aantrekkelijker ingericht, waarbij ruimte wordt geboden aan woningen voor starters en senioren in de vorm van levensloopbestendige
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
10
woningen. De toevoeging van een nieuwe woningbouwkavel voor een vrijstaande woning in de overgebleven ruimte binnen het 'centrumgebied' en de woningbouwontwikkeling draagt ook bij aan het realiseren van de doelstellingen van het centrumplan en voor het dorp Lattrop.
2.2
Toekomstige situatie
Er wordt een woningbouwkavel gerealiseerd op de locatie zoals aangegeven in figuur 2.3. De oppervlakte van de kavel bedraagt 460 m2. In figuur 2.3 zijn ook de 8 kavels van het bestemmingsplan 'Lattrop, Dorpsstraat 70' te zien, evenals de nieuwe kavel die middels dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. In figuur 2.4 is verder ingezoomd op de kavel. Daarop is de woning aangegeven (oranje kleur), de parkeerplaatsen en afmetingen daarvan. Het grijsgroene gebouw betreft een bijbehorend bouwwerk.
Figuur 2.3: Toekomstige situatie (bron: Leferink architecten)
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
11
Figuur 2.4: woonperceel met functies en afmetingen parkeren (bron: Leferink architecten)
Beeldkwaliteit De nieuwe woning wordt in de lijn met de starterswoningen aan de noordzijde gesitueerd en is op een zelfde wijze gedraaid als het blok woningen 6 t/m 8 (zie figuur 2.3). Er is een beeldkwaliteitsplan ontwikkeld waarin de beoogde beeldkwaliteit van de bebouwing en de uitstraling van de kavel is weergegeven. Het oorspronkelijke erf is de basis voor deze uitbreiding en de bebouwing moet qua uitstraling een goede overgang naar het buitengebied vormen. Hieronder wordt verstaan dat gebruik wordt gemaakt van streekeigen kenmerken en een informeel voorkomen met een ingetogen en natuurlijke uitstraling naar het buitengebied. De woning dient een eenvoudige kapvorm te hebben conform het vastgestelde beeldkwaliteitsplan. Het gemeentelijk Kwaliteitsteam heeft aanbevolen om de vrijstaande woning met de kopgevel naar de weg toe te keren zodat beter wordt aangesloten op de bestaande bebouwingsstructuur. Ondanks deze aanbeveling, wordt de door de initiatiefnemer gewenste opzet die hierboven is afgebeeld acceptabel geacht. Het beeldkwaliteitsplan is als bijlage bij de toelichting gevoegd. Het doorloopt een afzonderlijke procedure tot vaststelling. Het landschapsplan dat is vastgesteld als onderdeel van het bestemmingsplan 'Lattrop, Dorpstraat 70' blijft van kracht. Deze is opgenomen als bijlage bij de toelichting
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
12
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een woning die bijdraagt aan de versterking van het dorp Lattrop en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
13
ontwikkeling. Onderhavig plan Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt beschrijft dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Dit bestemmingsplan maakt de bouw van één woning mogelijk. Uit jurisprudentie blijkt dat een plan voor 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat ook de gezamenlijke ontwikkeling van deze woning en de 8 woningen, tezamen dus 9 woningen, van het centrumplan tezamen eveneens geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft. Vastgesteld kan worden dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aangezien er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is er geen nadere toets nodig aan de ladder voor duurzame verstedelijking. In paragraaf 3.3 wordt, in het kader van het vereiste van het voldoen aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening, nader ingegaan op de behoefte aan de woningbouwkavel.
3.2
Provinciaal beleid Overijssel
3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
14
Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleidsen kwaliteitsambities.
De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
15
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. In Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. Artikel 2.1.2 Principe van concentratie Middels het principe van concentratie is bepaald dat bestemmingsplannen uitsluitend voorzien in woningbouw en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Voorliggend bestemmingsplan ziet toe op de realisatie van één woningbouwkavel op een locatie in Lattrop die wordt omgeven door stedelijke functies (woningen). De woning maakt onderdeel uit van het Centrumplan voor Lattrop en voorziet in een lokale behoefte om voor de inwoners van Lattrop voldoende woningbouwkavels beschikbaar te hebben. Er wordt voldaan aan het principe van concentratie.
Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' staat ervoor dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. In dit geval wordt een woningbouwkavel ontwikkeld op gronden met een agrarische bestemming. De gevraagde bouwmogelijkheid voor de woning valt daarbij wel binnen de Groene Omgeving en geeft een extra ruimtebeslag op die Groene Omgeving. Het betreft een relatief beperkte oppervlakte (circa 400 m2) waarbij het volgende dient te worden meegewogen:
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
16
de kavel grenst direct aan bestaand bebouwd gebied. De woningbouwkavel zorgt voor een opvulling van overgebleven ruimte in het gebied van de woningbouwontwikkeling van acht kavels waarvoor eerder toestemming is gegeven en het bestemmingsplan onherroepelijk is. Er staan nog meer woningbouwontwikkelingen gepland in Lattrop. De ontwikkeling van de woningbouwkavel (grootte 460 m2) kan echter niet zonder meer elders landen in Lattrop. Dit gezien het ruimtebeslag, maar ook gezien het type woningen dat elders in Lattrop nog gerealiseerd gaat worden. Er zijn geen plannen voor het uitgeven van soortgelijke kavels in Lattrop als die wordt mogelijk gemaakt binnen het plangebied. Op de locatie van de voormalige discotheek Tijs zal een ander woningtype worden gerealiseerd (appartementen), daarnaast zullen er met name woningen voor senioren gebouwd gaan worden in Lattrop, onder andere op locatie Holsbeek. Nu er geen voornemens zijn om op andere locaties binnen Lattrop woningbouw van dit type woning te realiseren is invulling van het plangebied met één woningbouwkavel het meest logisch. Op basis van voorgaande kan er worden gesproken dat wordt voldaan aan het uitgangspunt van een zorgvuldig en zuinig gebruik van de ruimte. Artikel 2.1.5.
Ruimtelijke kwaliteit In artikel 2.1.5 van de verordening is bepaald dat in de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Dit onderdeel is toegelicht in In dit hoofdstuk wordt ingegaan is hoe toepassing wordt gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Daarnaast wordt het ontwikkelingsperspectief gemotiveerd die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Er is een beeldkwaliteitsplan inclusief landschappelijke inpassing opgesteld om de kavel in te passen. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling zorgt voor versterking van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse en dat de ontwikkeling als passend kan worden aangemerkt. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3.
In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Het actuele gemeentelijke woningbouwprogramma is in overeenstemming met de Woonvisie en Regionale Woonagenda Twente (2021). Voorliggend plan is in overeenstemming met artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
17
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is aangegeven met een kruisje (bron: provincie Overijssel) De locatie is gelegen op de grens van het gebied dat is aangemerkt als 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' en het gebied dat is aangemerkt als 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten).
Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, worden in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbonden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Onderhavig bestemmingsplan maakt één extra woningbouwkavel mogelijk binnen het centrumgebied van Lattrop waar een woningbouwontwikkeling van 8 woningen plaatsvindt. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan aan het bouwen voor de lokale behoefte. Hierbij is aandacht voor in de inpassing in het landschap en het realiseren van een goede overgang naar het buitengebied. De plannen voor de realisatie van de extra woningbouwkavel doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor de functies in de omgeving. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'dekzandvlakte en ruggen (zie figuur
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
18
3.3).
Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen van Overijssel een relëfrijk - door de wind gevormd zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms zijn deze gebieden ver van elkaar verwijderd en soms zijn deze zijn ze vlak bij elkaar gelegen. De ambitie voor gebieden met het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' is om de verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door het een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met 'natuurlijke' soorten. Nieuwe ontwikkelingen moeten dan ook bijdragen aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van hoogteverschillen en het waterysteem. Daarnaast is bij ontwikkelingen de vorm van het landschap het uitgangspunt. Toets De grond in het plangebied maakt door de ligging binnen het gebied van de woningbouwontwikkeling van Lattrop onderdeel uit van het bestaande dorp. Uitgangspunt bij ontwikkelingen is dat dekzandvlakten en ruggen een beschermende bestemmingsregeling krijgen, gericht op instandhouding van de hoofdlijnen van het huidige reliëf.
Ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)-richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt Er worden voor de woningbouwontwikkeling van de acht woningen, waar dit perceel ook onderdeel van uit maakt, landschapsmaatregelen getroffen met 'streekeigen' plantsoorten, waarmee wordt verwezen naar de oorspronkelijke 'natuurlijke laag'. Deze zijn vervat in een landschapsplan (zie bijlage 3 bij de toelichting). Daarin is ook beschreven waarom bepaalde elementen worden gebruikt. De kenmerken van het landschap zijn daarbij in acht genomen. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de 'Natuurlijke laag'. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'oude hoevenlandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
19
Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het oude hoevenlandschap wordt gekenmerkt door verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Deze ontwikkelingsruimte werd gevonden bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot het oude hoevenlandschap, dat bestaat lijkt op het essenlandschap, maar kleinschaliger, individueler en jonger is. De ambitie is om dit kleinschalige en afwisselende landschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Toets Als ontwikkelingen plaatsvinden dan is het uitgangspunt dat deze bijdragen aan het behoud en de accentuering van de dragende structuren (groenstructuren en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang van de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen (erven met erfbeplanting, open es(je), beekdalvoormalige heidevelden, de mate van openheid en kleinschaligheid. Daarnaast kunnen nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het vergroten van de toegankelijkheid van erven en erfroutes. De nieuwe woningbouwkavel is gelegen in de grotere woningbouwontwikkeling van 8 woningen die gesitueerd is aan de esrand van de noordelijke gelegen es.
Door deze eerder toegestane ontwikkeling is de esrand in noordelijke richting verschoven. De bebouwing en de tuin zijn naar het landschap gericht. De woning is vanuit het landschap over de es zichtbaar. De es ligt hoger zodat de woning iets verlaagd zichtbaar is, net zoals de andere woningen rondom de planlocatie. Er wordt in het kader van de woningbouwontwikkeling van 8 woningen, waar deze woningbouwkavel een aanvulling op is, een nieuw en sterk groen kader aangelegd met nieuw opgaand geboomte ter compensatie van de aanpassingen in het landschap. Stedelijke laag Verspreide bebouwing De locatie van de nieuwe woningbouwkavel maakt onderdeel van de woningbouwontwikkeling voor 8 woningen binnen Lattrop. Deze acht woninge vallen binnen 'woonwijken 1955-nu'. Het plangebied voor de nieuwe woningbouwkavel heeft in de 'Stedelijke Laag' het kenmerk 'verspreide bebouwing': de agrarische erven hebben van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Vanuit het erf werden de omliggende gronden in cultuur gebracht en vervolgens eeuwenlang bewerkt. Elke boer deed dit naar eigen inzicht en afgestemd op de
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
20
plaatselijke omstandigheden, maar wel volgens de wetmatigheden van het toenmalig landbouwsysteem. Door deze ‘eenheid in handelen’ ontstonden er samenhangende landschappen, die nu nog steeds herkenbaar zijn: essenlandschap, oude hoevenlandschappen, broek- en heideontginningen, veenlandschappen etc. Informeel traag netwerk Het plangebied kent ook het kenmerk 'informeel traag netwerk'.Het informele trage netwerk is het ‘langzame’ netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en het natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. De oude zandwegen en paden vormen het basisstramien.
Figuur 3.5: stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Toets Verspreide bebouwing Het plangebied is gelegen aan de esrand in het oude hoevenlandschap. Bij de ontwikkeling van nieuwe erven is het uitgangspunt bij deze laag dat wordt bijgedragen aan het behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit overeenkomstig de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Onderhavige ontwikkeling betreft geen ontwikkeling 'los' in het landschap/de groene ruimte, maar een bestaande kavel aansluitend en omsloten door bestaande bebouwing. Bij het stedenbouwkundige ontwerp van de kavel en nieuwe woning is rekening gehouden met de bestaande bebouwde omgeving en het ontwerp van de nieuwe woningbouwontwikkeling van de acht woningen, evenals met een goede inpassing in en overgang naar het omliggende landschap. Informeel traag netwerk Uitgangspunt is dat de informele routes en routenetwerken in beeld worden gebracht en een beschermende bestemmingsregeling krijgen, gericht op de continuïteit van routes (vaarwegen, kleine paadjes, zandpaden, kerkepaden, fiets- en wandelpaden en -routes, etc). Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij doorgaande zandwegen, wandel- en fietsroutes worden discontinuïteiten in het netwerk van paden en vaarroutes voorkomen. Met de uitvoering van onderliggend bestemmingsplan vindt er geen verandering in routenetwerken plaats.
Het plan doet geen afbreuk aan de stedelijke laag. Laag van de beleving De 'laag van de beleving' kent het kenmerk 'donkerte' toe aan het plangebied.
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
21
Figuur 3.6: Laag van de beleving, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) In gebieden met het kenmerk 'Donkerte' wordt het 's nachts nog echt donker en kan men de sterrenhemel waarnemen. Het zijn relatief dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambintie is om de huidige 'donkere'gebieden, tenminste even donker te houden, of bij nieuwe ontwikkelingen nog liever wat donkerder te maken. Toets Het plangebied is gesitueerd in de bebouwde kom van Lattrop-Breklenkamp. In de bebouwde kom is sprake van aanzienlijk meer licht in vergelijking tot het buitengebied. De toevoeging van één extra woning draagt slechts in zeer geringe mate bij aan het toenemen van de hoeveelheid licht. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Dinkelland
De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goed voorbeeld; 3. We wentelen niet af op volgende generaties; 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland wil kernen waar het lekker wonen is, waar bedrijvigheid is en waar
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
22
mensen werk kunnen vinden. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en om samen te komen. De inwoners zien hun leefomgeving veranderen. Het wordt moeilijker om voorzieningen in stand te houden. Dit geldt voor winkels, horeca, kerken, kultuurhuizen, sportvoorzieningen en scholen. Aan de andere kant ziet de gemeente ook nieuwe plannen en combinaties van functies van onderop die kernen juist krachtiger maken. Van oudsher zijn inwoners van de kernen gewend om de leefbaarheid van hun omgeving in eigen hand te nemen en te zorgen dat het er goed toeven is. Het versterken van de leefbaarheid van de kernen wordt door inwoners en gemeente via MijnDinkelland al langer samen opgepakt. Dit wil de gemeente Dinkelland voortzetten aan de hand van vier speerpunten: 1. voldoende voorzieningen; 2. aantrekkelijk wonen; 3. ruimte voor ondernemen; 4. leefbare openbare ruimte Toets Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de invulling van het initiatief centrumplan Lattrop. De gemeente Dinkelland wil dat het aantal en de soort woningen in de kern past bij de vraag. Daarbij is het tevens van belang dat woningen voor elke doelgroep bereikbaar en toegankelijk zijn. In eerste instantie wordt voor het bouwen van nieuwe woningen gezocht naar locaties binnen de grenzen van de kernen.
Aangezien dit bestemmingsplan betrekking heeft op de invulling van een locatie in het centrumgebied van Lattrop kan geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan het speerpunt 'aantrekkelijk wonen'. Daarbij dient tevens de verwijzing gemaakt te worden naar paragraaf 3.3.2. In deze paragraaf wordt het plan getoetst aan het gemeentelijk woonbeleid, waarin een doorkijk gemaakt wordt naar de behoefte en de mogelijkheden op het gebied van wonen. Zoals in paragraaf 3.3.2 wordt aangetoond voldoet het plan aan het woonbeleid van de gemeente Dinkelland. Daarmee houdt de gemeente grip op het principe van 'de juiste woning op de juiste plek'. Tot slot is het vierde speerpunt 'leefbare openbare ruimte' van toepassing op dit plan. De gemeente Dinkelland werkt aan een openbare ruimte die bijdraagt aan de leefbaarheid in de kernen. De openbare ruimte heeft veel verschillende functies zoals bereikbaarheid, toegankelijkheid, spelen, ontmoeting, openbaar groen, schaduw, wateropvang. Een goed ingerichte openbare ruimte zorgt ervoor dat de dorpen in de toekomst aantrekkelijk blijven. Het voorliggend plan sluit aan bij het centrumplan voor Lattrop die voorziet in voldoende ruimte voor waterberging, parkeren en openbaar groen en geeft invulling aan een goede inrichting van de openbare ruimte.
Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan de Omgevingsvisie van de gemeente Dinkelland. 3.3.2
Woonvisie 2021+ en kwaliteitskader gemeente Dinkelland
Wonen is een belangrijk thema voor de inwoners van de gemeente Dinkelland. Om ervoor te zorgen dat er ook op termijn voldoende woningen in alle segmenten én in alle kernen blijft, wordt om de 4 jaar de gemeentelijke Woonvisie opgesteld. Eind 2020 liep de Woonvisie 2016+ ten einde. De Woonvisie 2021+ is de opvolger van de in 2016 door de raad vastgestelde Woonvisie 2016+ en is gebaseerd op de nieuwe cijfers, trends en ontwikkelingen op de woningmarkt. De Woonvisie 2021+ is op 5 juli 2021 door de gemeenteraad van Dinkelland vastgesteld. De nieuwe woonvisie biedt een goed kwantitatief en kwalitatief kader voor de woningbouwontwikkeling in de gemeente Dinkelland en dient als basis voor de prestatieafspraken met de corporatie. De trends en behoeften op het gebied van wonen zijn in diverse bijeenkomsten besproken met woningmarktpartners: ondernemers, belangenorganisatites, zorginstellingen en inhoudelijk deskundigen zoals makelaars, projectontwikkelaars, woningcorporaties en kernraden. De woonvisie gaat over: woningbouw om te voorzien in de vraag; zowel kwantitatief als kwalitatief en op de juiste plaats; voldoende en passende huurwoningen in de zin van betaalbaarheid en kwaliteit; het verbeteren van de bestaande voorraad zowel qua duurzaamheid als
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
23
levensloopgeschiktheid; voorzien in de toenemende vraag naar wonen met zorg in de verschillende gradaties; voorzien in de verschillende woonbehoeftes als huisvesting van arbeidsmigranten, statushouders en woonwagenbewoners. De provincie heeft in de Regionale Woonagenda Twente aangegeven meer te sturen op kwaliteit, waarbij aangegeven wordt dat onderbouwd moet worden dat dit past binnen de onderbouwde lokale behoefte. In het kader van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (bouwen voor concrete behoefte) is het noodzakelijk ook te sturen op kwantiteit. Er is een bandbreedte van de toekomstige woningbehoefte tot 2030 berekend op basis van diverse prognosemodellen. Voor de komende jaren wordt uitgegaan van een woningbehoefte tussen de +225 en +800 woningen voor de periode 2021-2030. Voor deze Woonvisie wordt uitgegaan van de middeling van deze bandbreedte. Dit betekent dat wordt uitgegaan van een woningbehoefte van 515 woningen voor de periode 2020-2030. Daarbij zal het grootste deel van de vraag gericht zijn op het bedienen van de lokale behoefte, maar er wordt tevens rekening gehouden met instroom van vestigers. Om te kunnen voorzien in de woningbehoefte én als impuls voor de leefbaarheid en vitaliteit van kernen is het van belang dat er in alle kernen van Dinkelland kan worden gebouwd.
Derhalve zal het woningbouwprogrammer per kern in meerdere en kleinere plannen worden weggezet, waardoor goed kan worden bijgestuurd als dat nodig blijkt. In kwalitatieve zin ligt de nadruk op woningen voor starters en ouderen, zowel in het betaalbare als middensegment. Op basis van in de woonvisie onderbouwde toekomstige woonbehoefte is een verdeling gemaakt. Om flexibel in te kunnen spelen op de vraag is de verdeling zoals ook reeds in het uitvoeringsprogramma opgenomen gehandhaafd - grote kernen, kleine kernen, buitengebied, en knelpunten transformatie. Tot slot bevat de Woonvisie 2021+ een Kwaliteitskader om te beoordelen of plannen van ontwikkelende partijen goed aansluiten bij de marktvraag. Dit Kwaliteitskader wordt tweejaarlijks bijgesteld op basis van verzamelde informatie over het functioneren van de woningmarkt en informatie van marktpartijen. Het kwaliteitskader bestaat uit een woningbehoefteprofiel per doelgroep (starters, doorstromers, gezinnen, senioren) op gemeenteniveau, nader uitgewerkt naar een profiel per kern. Toets De extra toevoeging van één woning is op basis van de Woonvisie 2021+ passend binnen de beschikbare wooncontingenten voor Lattrop en past binnen de doelstelling van de Woonvisie om een goede mix aan woningtypen te realiseren.
Voor Lattrop is in het kwaliteitskader aangegeven dat een groot deel van de woningvoorraad uit ruime grondgebonden woningen bestaat. Daarbij is aangegeven dat er voor Lattrop een beperkte kwantitatieve opgave is voor gezinnen. Een enkele woning voor een gezin, waar het in dit geval om gaat, past wel binnen het kwaliteitskader. Daarnaast past het ook goed bij het streven naar diversiteit in plangebieden en sluit deze locatie, die reeds verkocht is, aan op de stedenbouwkundige structuur van Erve Stok/de woningen rondom het plangebied. De kavel biedt ook voldoende ruimte om levensloopbestendig te bouwen, waarmee de kavel ook kan worden ingezet voor bijvoorbeeld senioren. Geconcludeerd wordt dat dit plan in lijn is met het beleid uit de Woonvisie 2021+. 3.3.3
Nota inbreidingslocaties
De raad heeft in januari 2021 de Nota Inbreidingslocaties vastgesteld. Het aantal woningen dat toegevoegd kan worden in de gemeente is beperkt en neemt op termijn af, zodat toevoegen moet gebeuren op plekken waar de meerwaarde groot is. Denk hierbij aan beeldbepalende of centrale plekken in de kern of op locaties waar verbetering van belang is. Bouwen op structuurversterkende plekken zorgt voor meer levendigheid, meer ruimtelijke kwaliteit en meer draagvlak voor voorzieningen. Onder structuurversterkende plekken worden verstaan, plekken die: 1. binnen bestaand bebouwd gebied zijn gelegen; en 2. goed bereikbaar zijn voor al het verkeer; en 3. door herontwikkeling voor woningbouw (als functie, naast eventuele andere functies) bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en vitaliteit van de kern door: o het herontwikkelen van een “rotte kies” (oude leegstaande/vervallen gebouwen); of
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
24
o het oplossen van leegstand; of; o het hergebruiken van bestaand maatschappelijk vastgoed of monumenten; of o het slopen of wegbestemmen van incourante woningen of bouwkavels; of o sanering van een milieuhinderlijk bedrijf; o het (her)ontwikkelen van een lege plek die voldoet aan de omschrijving stedelijke functies in 3.2 van de nota. Locaties met een beeldbepalende groen- of bosbestemming zijn daarbij uitgesloten. Onder stedelijke functies wordt verstaan: functies van steden en dorpen zoals wonen, bedrijvigheid, detailhandel, horeca, maatschappelijke, educatieve, culturele en religieuze voorzieningen met de bijbehorende infrastructuur, stedelijk water, stedelijk groen en gronden met een agrarische bestemming welke tenminste aan drie zijden zijn omsloten met bestaande bebouwing; Onder een lege plek wordt het volgende verstaan: een fysiek onbebouwde ruimte, gelegen in bestaand bebouwd gebied; Daarbij geldt dat een aanvraag tenminste voldoen aan onderstaande voorwaarden dient te voldoen: a. Aansluiting op de bestaande stedenbouwkundige structuur; b. Kavel(s) moet(en) grenzen aan de openbare weg; c. Samenhang met de omgeving; d. Woonmilieus mogen niet onevenredig worden aangetast. Het is mogelijk om af te wijken van het beleid in de nota, indien er sprake is van een bestaand open gebied dat bijv.
is voorzien van een agrarische bestemming en welke direct grenst aan of gelegen is binnen de bebouwde kom. Eventuele woningbouw op dergelijke locaties is alleen mogelijk als er een aantoonbare kwalitatieve en kwantitatieve behoefte is voor de betreffende kern (volgend uit de Woonvisie, Uitvoeringsnota woningbouw), zodat kan worden besloten om voor dat geval af te wijken van het principe van structuurversterking. Te allen tijde geldt op grond van trede 2 van de ladder van duurzame verstedelijking en de provinciale verordening een aanvullende motiveringseis dat als buiten het bestaand stedelijk gebied een stedelijke ontwikkeling gaat plaatsvinden tot uiting moet komen waarom binnen bestaand stedelijk gebied geen mogelijkheden zijn voor de beoogde stedelijke ontwikkeling. Toetsing plan In onderhavige situatie is sprake van het bouwen/een herontwikkeling op een lege plek binnen het bestaand bebouwd gebied van Lattrop. De nieuwe woningbouwkavel voldoet daarbij echter niet aan de voorwaarden om voor inbreiding in aanmerking te komen op basis van het beleid in de nota; er wel sprake van een lege plek, maar deze voldoet niet aan de omschrijving 'stedelijke functies'. Dit omdat het een perceel grond betreft dat niet door drie zijden met bebouwing wordt omsloten. In dit geval is wordt deze aan één zijde begrensd door bebouwing, aan de andere zijde door groen.
Het perceel ligt te midden van de woningbouwontwikkeling en is in de huidige situatie in feite een perceel dat incourant voor agrarisch gebruik is en 'over' is. Het perceel voldoet aan de voorwaarde om af te kunnen wijken van het beleid uit Nota Inbreidingslocaties vanwege de ligging direct aan/in de bebouwde kom van Lattrop. Door invulling van de woningbouwkavel wordt de dorpsgrens niet verder uitgebreid, aangezien de nieuwe woning in de lijn van de andere woningen komt te liggen. Er is sprake van een behoefte aan de woningbouwkavel, zowel kwantitatief als kwalitatief. Dit is beschreven in paragraaf 3.3.2. In paragraaf 3.2 is ingegaan op het bouwen buiten stedelijk gebied. Hiernaar wordt kortheidshalve verwezen. Hieruit blijkt dat wordt voldaan aan de voorwaarden om af te kunnen wijken van het beleid in de nota. Aan de overige voorwaarden uit de nota wordt voldaan: de kavel grenst aan de openbare weg en een nieuwe, extra woning is een passende functie op deze locatie waar wonen de functie van het gebied is. Er wordt daarbij aangesloten op de stedenbouwkundige structuur van het woningbouwplan voor de acht woningen. Op grond van bovenstaande kan worden vastgesteld dat de Nota inbreidingslocaties (middels toepassing van de afwijkingsmogelijkheid) geen belemmering vormt voor uitvoering van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
25
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Er wordt middels dit bestemmingsplan een nieuwe woning mogelijk gemaakt. De ontwikkeling is concreet beschreven in hoofdstuk 2. Het huidige gebruik van het plangebied is agrarisch. Woningbouw wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.
De m.e.r.- plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden. Het ruimtebeslag van het onderhavige project ligt ruimschoots beneden de drempelwaarde. Conclusie die op grond hiervan getrokken kan worden is dat het onderhavige project niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. In de nota van toelichting op het Besluit mer wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Hier wordt het volgende over gezegd: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook «dorpen» hieronder vallen. Wat «stedelijke ontwikkeling» inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval.
Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Als een project voorziet in een (gedeeltelijke) functiewijziging, maar de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, lijkt gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) geen sprake te zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Op basis van deze uitspraak lijken de volgende aspecten voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject relevant: (een uitbreiding) van de
bestemmingsplan Partiele herziening Dorpsstraat 70 Lattrop NL.IMRO.1774.LATBPERVESTOKONG-VG01
26
bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling. Ten aanzien van de relevante aspecten kan tevens een verwijzing worden gemaakt naar de uitspraak van de Raad van State van 29 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1832). Gelet op de toename van de bebouwde oppervlakte kan aansluiting worden gezocht bij de uitspraak van de Raad van State van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1879). In deze uitspraak heeft de Raad van State geoordeeld dat de realisatie van twee woningen op voorheen (hobbymatige) agrarische gronden niet wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Hoewel het plan betrekking heeft op de toevoeging van een woning op agrarische grond, kan gelet op de uitspraak van 12 juni 2019 worden geconcludeerd dat het plan niet voorziet in een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte uitbreiding van de bebouwing op het perceel. Uit voorgaande volgt dat de bouw van één woning in algemene zin niet te kwalificeren is als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r.
De kwalificatie is wel afhankelijk van specifieke omstandigheden van een project en de ruimtelijke gevolgen die het project met zich meebrengt. In die gevallen is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld. De ontwikkeling wordt daarbij op passende wijze in het landschap/de stedenbouwkundige structuur opgenomen. De ruimtelijke uitstraling/de verandering die de ontwikkeling per saldo op de omgeving heeft is daardoor beperkt. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r.
4.2
Milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.