CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Noord Deurningen Hoek Nordhornsestraat-Johanninksweg toelichting

Gemeenteraad 22 september 2026, gemeente DinkellandBij agendapunt: 9: Voorstel inzake vaststelling bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat- Johanninksweg14.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Status: vastgesteld Bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Johanninksweg Status: vastgesteld Datum: IMRO-Code: NL.IMRO.1774.NDEBPHOEKNORDHJOHA- VG01 Auteur(s):

Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Johanninksweg Inhoudsopgave Toelichting 3 Hoofdstuk 1 Inleiding 5 1.1 Aanleiding 5 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 5 1.3 Vigerend bestemmingsplan 6 1.4 De bij het plan behorende stukken 7 1.5 Leeswijzer 7 Hoofdstuk 2 Het plan 9 2.1 Huidige situatie 9 2.2 Toekomstige situatie 10 Hoofdstuk 3 Beleid 13 3.1 Rijksbeleid 13 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 14 3.3 Gemeentelijk beleid 20 Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 25 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 25 4.2 Milieuzonering 26 4.3 Bodem 27 4.4 Geluid 28 4.5 Luchtkwaliteit 29 4.6 Externe veiligheid 30 4.7 Water 31 4.8 Ecologie 33 4.9 Archeologie en Cultuurhistorie 34 4.10 Verkeer / parkeren 35 4.11 Spuitvrije zone gewasbeschermingsmiddelen 36 Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 39 5.1 Planopzet en systematiek 39 5.2 Toelichting op de regels 39 Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid 43 Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 45 7.1 Vooroverleg 45 7.2 Zienswijzen 45 2 bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Johanninksweg Toelichting bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Joha nninksweg 3 4 bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Johanninksweg Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Voor de locatie op de hoek van de Johanninksweg en Nordhornsestraat in Noord Deurningen is een plan ontwikkeld.

De initiatiefnemers willen de voormalige slipbaan herontwikkelen voor woningbouw in de kern Noord Deurningen. In totaal gaat het om 6 woningen. Er komen vier geschakelde (levensloopbestendige) woningen en twee vrije kavels. Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken. 1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied ligt in de zuidelijke hoek van Noord Deurningen en staat kadastraal bekend als gemeente Denekamp, sectie N, nummer 1623. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven. Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: PDOK; bewerking Ad Fontem) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een kadastrale kaart te zien. De noordkant van het plangebied wordt begrensd door (toekomstige) bebouwing en de Johanninksweg, de westkant wordt begrensd door bestaande bebouwing en agrarische percelen, de zuidkant wordt begrensd door de Dinkel en de oostkant wordt begrensd door de Nordhornsestraat. Op de verbeelding is de exacte begrenzing van het plangebied weergegeven.

bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Joha nninksweg 5 Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: kadastralekaart.com) 1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Noord Deurningen'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 11-12-2012. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen. Tevens is het 'Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland', vastgesteld op 29-05-2018 en 'Paraplubestemmingsplan kernen gemeente Dinkelland', vastgesteld op 05-07-2021 van toepassing op het plangebied. Tot slot ligt op het perceel het voorbereidingsbesluit hyperscale datacenters. Met dit voorbereidingsbesluit wil het Rijk de regie nemen ten aanzien van vestiging van hyperscale datacenters. 6 bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Johanninksweg Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Noord Deurningen' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Aan het plangebied is de bestemming 'Agrarisch' en 'Groen' toegekend. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor agrarisch gebruik en groenvoorzieningen. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden om de geplande woningbouwontwikkeling mogelijk te maken. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.

1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Johanninksweg' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.NDEBPHOEKNORDHJOHA-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels. 1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht. bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Joha nninksweg 7 8 bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Johanninksweg Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie In de huidige situatie is er op de hoek van de Johanninksweg-Nordhornsestraat in Noord Deurningen sprake van een onbebouwd perceel, deels begroeid met bomen en andere beplanting. Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als slipbaan voor auto's. Het plangebied wordt ontsloten via de Johanninksweg, waarvoor ter hoogte van het plangebied een snelheidsregime geldt van 30 km/u.

Tussen het plangebied en de Johanninksweg is recent een bestemmingsplan doorlopen voor het mogelijk maken van vier woningen. Verder zijn er in de directe omgeving met name woningen en een enkele maatschappelijke voorzieningen zoals een basisschool, kulturhus en kerk gelegen. Tot slot ligt iets verderop in de straat supermarkt Berning, die ook veel bezoekers van buiten Noord Deurningen trekt. In figuur 2.1 en 2.2 zijn foto's opgenomen van de huidige situatie. Figuur 2.1: huidige situatie planlocatie gezien vanaf de hoek Nordhornsestraat-Johanninksweg (bron: Google Streetview) bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Joha nninksweg 9 Figuur 2.2: huidige situatie gezien vanaf de Johanninksweg in Noord Deurningen (bron: Google Streetview) 2.2 Toekomstige situatie Met voorliggend plan worden zes woningen ontwikkeld. Het gaat om vier geschakelde woningen en twee vrijstaande woningen. De ontwikkeling van het plangebied als woningbouwlocatie kan vanuit stedenbouwkundige overwegingen als een logisch vervolg voor de woonkern Noord Deurningen worden beschouwd. Het plangebied sluit aan bij de omliggende bebouwing en maakt gebruik van bestaande openingen in het lint voor de ontsluitingsroutes. Het vormt daarom een organisch geheel met de ontwikkeling van nieuwbouw langs de Johanninksweg.

Invulling met woningbouw vormt een passende afronding van de bebouwde kom van het dorp en is in samenhang met de omgeving. De woningbouw geeft een gezicht aan het dorp langs de Nordhornsestraat. Kwalitatief groen blijft behouden en niet waardevol groen zal plaatsmaken voor een aantrekkelijke groene omgeving waarin gewoond kan worden. Voor onderhavig initiatief is een groenplan opgesteld (zie Bijlage 1). Dit groenplan is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels. Op de locatie staan 135 bomen. Na inspectie met een erkende boominspecteur is gebleken dat 53 bomen behouden blijven. Er worden 82 bomen gekapt, waarvan 31 een vergunning eisen. Er worden 43 bomen herplant binnen het plangebied. De opruimtekening en de lijst met te kappen bomen zijn bijgevoegd als respectievelijk Bijlage 8 en Bijlage 9. Belangrijke aandachtpunten zijn dat het aanzicht vanaf de Nordhornsestraat behouden blijft. In dit geval betekend dat dat er een groenwal moet komen. De huidige groenwal staat grotendeels in het asfalt van de slipbaan en moet daarom deels gekapt worden. Deze groenwal komt terug in het ontwerp, kenmerkend door de eiken van de eerste grote langs de zichtkant van de houtwal. Hier haaks op komt een bomenrij, wat de typerend voor het landschap is. De bomen die teruggeplant worden moeten zo min mogelijk hinder en overlast verzaken.

Daarnaast dienen ze uit inheemse soorten te bestaan zonder dat er een monocultuur plaatsvindt. Voor het volledige groenplan wordt verwezen naar Bijlage 1. Waar mogelijk is in de stedenbouwkundige opzet en structuur op bestaande structuren aangesloten. Daarbij geldt dat wat betreft bouwhoogtes wordt aangesloten bij de bouwmogelijkheden c.q rekening is gehouden met de omliggende woonbebouwing. Het dorpse karakter, met een variatie aan woningtypen, kleur- en materiaalgebruik, zal aansluiten bij het karakter van het dorp Noord Deurningen. Door de optionele toepassing van erkers, dakkappellen en andere verbijzonderingen in de gevel krijgen de woningen bovendien een verfijnde uitstraling, wat het dorpse en kleinschalige karakter versterkt. Door groene ruimtes om de woningbouw heen met de zichtlijnen richting het landschap, krijgt de nieuwe woonbuurt een groene (en dorpse) uitstraling. 10 bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Johanninksweg Figuur 2.3: toekomstige situatie Johanninksweg in Noord Deurningen (bron: Smit Civiel) bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Joha nninksweg 11 12 bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Johanninksweg Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 N ationale Omgevingsvisie (N OVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving.

Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd.

Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de Nationale Omgevingsvisie wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot. De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk.

Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de toevoeging van starters- en seniorenwoningen in de kern Noord Deurningen. Zoals is beschreven ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeenten en provincies. In de paragrafen 3.2.3 en 3.3.2 wordt de realisatie van de zes woningen in Noord Deurningen getoetst aan het provinciale beleid en aan de woonvisie van de gemeente Dinkelland. Daarin wordt aangetoond dat het past binnen het provinciale en gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen. Concreet draagt het plan bij aan de realisatie van nieuwe woningen voor starters en senioren. Daarmee past het plan binnen de prioriteiten van de NOVI en kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Joha nninksweg 13 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.

Onderhavig plan Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van zes (levensloopbestendige) woningen op het perceel aan de Johanninksweg-Nordhornsestraat in Noord Deurningen mogelijk. Op grond van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921) wordt de realisatie van 11 woningen niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Besluit ruimtelijke ordening. Derhalve is artikel 3.1.6, tweede lid, Bro ook niet van toepassing. Wel geldt op grond van deze uitspraak dat ook wanneer de Ladder niet van toepassing is gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en dat de ontwikkeling uitvoerbaar is. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin. 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening.

Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

3.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; 14 bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Johanninksweg ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden.

Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.

Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Joha nninksweg 15 Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. In Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt.

Artikel 2.1.2 Principe van concentratie Lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Doorwerking in voorliggend plan: Door de gemeente Dinkelland is in de Woonvisie 2021+ de meest recente behoefte aan woningbouw voor de komende jaren vastgelegd. De grootste woningbehoefte wordt verwacht in de grote kernen (Denekamp, Ootmarsum en Weerselo). Voor de kleine kernen (o.a. Noord Deurningen) wordt een woningvraag verwacht van 120 woningen (100% behoefte) tot 155 woningen (130% behoefte). Daarbij wordt vooral ingezet op de doelgroepen starters en senioren. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van per saldo zes woningen voor starters en senioren kan geconcludeerd worden dat het plan voorziet in woningbouw voor de lokale behoefte en tevens in de behoefte van een (bijzondere) doelgroep. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het plan in overeenstemming is met artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1.

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking in voorliggend plan: In voorliggend geval is sprake van een uitbreidingslocatie direct aansluitend aan de kern Noord-Deurningen. Binnen bestaand stedelijk gebied zijn er binnen Noord-Deurningen geen locaties meer om te voorzien in woningen. Alle locaties zijn al benut. Daarbij vindt de beoogde woningbouw plaats op een voormalige slipbaan, grenzend aan de kern. Op deze locatie wordt een vervuilde locatie gesaneerd en de entree van Noord Deurningen verfraaid. In plaats daarvan worden zes woningen voor senioren en starters gerealiseerd. Van extra ruimtebeslag op de groene omgeving is daarom geen sprake. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken.

Doorwerking in voorliggend plan: Met voorliggend plan worden agrarische cultuurgronden omgevormd naar een woningbouwlocatie. Het plan is vormgegeven in een stedenbouwkundig plan dat zoveel mogelijk rekening houdt met een goede overgang naar het buitengebied van Noord-Deurningen en goede aansluiting vindt met bestaande woonfuncties in de omgeving. De onderhavige ontwikkeling sluit qua bebouwingsbeeld goed aan bij de reeds bestaande woonbebouwing, wordt goed ingepast door middel van een groenplan en levert derhalve een verbetering van ruimtelijk kwaliteit op. Artikel 2.2.2. Realisatie nieuwe woningen (lid 1 en 4) Lid 1: Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is 16 bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Johanninksweg aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Lid 4: De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.

Doorwerking in voorliggend plan: Voor Dinkelland geldt dat voor de komende periode 120 woningen (100% behoefte) tot 155 woningen (130% behoefte) worden gereserveerd voor de kleine kernen in de gemeente. Binnen het plangebied worden zes woningen gerealiseerd. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het gemeentelijk woonbeleid en daarmee de provincale uitganspunten. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven. Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is aangepijld (bron: provincie Overijssel) Het plangebied behoort binnen de Omgevingsvisie Overijssel tot het ontwikkelingsperspectief: 'wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied.

Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In dit ontwikkelingsperspectief zijn ook plekken waar, door de ruimtelijke structuur van het landschap, de beschikbare milieuruimte of reeds aanwezige bebouwing, de ontwikkelruimte van agrarische bedrijven beperkt is. Hier liggen ontwikkelkansen voor andere vormen van bedrijvigheid (denk aan dienstverlenende zelfstandigen zonder personeel) die de ruimtelijke structuur versterken. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Voorliggende ontwikkeling betreft de herontwikkeling van een voormalig slipbaan nabij de kern Noord Deurningen. Vervuilde grond wordt gesaneerd en het plangebied wordt gereed gemaakt voor de functieklasse wonen. Hiervoor worden zes woningen teruggebouwd. Het plan wordt op een verantwoorde manier ingepast, zodat één van de entreegebieden van Noord Deurningen wordt versterkt.

De plannen van de initiatiefnemers bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Joha nninksweg 17 doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor andere functies in de omgeving. Het initiatief is passend in het ontwikkelperspectief. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3). Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De natuurlijke laag geeft het kenmerk 'dekzandvlakte en ruggen (zie figuur 3.3). In deze gebieden is er afwisseling van opgewaaide ruggen en uitgesleten beekdalen. De daarbij horende hoogteverschillen kenmerken de dekzandvlaktes van Overijssel. Het onderhavige plan bevindt zich in bestaand stedelijk gebied, waardoor de kenmerken van de 'natuurlijke laag' door activiteiten uit het verleden (waaronder een slipbaan) niet meer beleefbaar zijn. Het plan heeft dan ook geen negatieve invloed op de kenmerken uit de 'natuurlijke laag'. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Maten en flierenlandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

18 bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Johanninksweg Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De ambitie is dit landschapstype weer herkenbaar te maken, en de samenhang met de esdorpen en erven weer betekenis te geven. De nog gave delen verdienen een intensief op cultuurhistorische waarden gerichte inrichting en beheer. Voor de andere delen is het aanzetten van de randen, het beleefbaar maken van het waterrijke karakter, de continuïteit van het landschap het uitgangspunt. Als ontwikkelingen plaats vinden in of nabij het Maten en Flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het historische lineaire landschap met open ‘kamers’ en coulissen, aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, de toegankelijkheid, de beleefbaarheid en het vasthouden van water. Met voorliggend plan wordt het Maten en flierenlandschap weer beter beleefbaar. Zo wordt er aan de zuidkant van het plangebied ruimte gereserveerd voor waterberging waardoor het waterrijke karakter van het gebied weer beter beleefbaar wordt. Het plan heeft dan ook geen negatieve invloed op de kenmerken uit de 'laag van het agrarisch cultuurlandschap'. Stedelijke laag Niet van toepassing aangezien de planlocatie niet behoort tot bestaand stedelijk gebied.

Laag van de beleving bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Joha nninksweg 19 Figuur 3.5: Laag van de beleving, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. De kansen hiervoor doen zich met name voor bij ontwikkelingen die een grote invloed hebben op het aspect donkerte, zoals grotere woon- en werklocaties en wegen. Ook de projectering van passages van auto(snel)wegen en regionale wegen speelt daarbij een grote rol vanwege het feit dat op- en afritten veelal leiden tot stedelijke ontwikkelingen. De gewenste ontwikkeling brengt geen onevenredige toename van lichthinder met zich mee, die leidt tot een onaanvaardbare situatie.

Het plangebied is daarnaast gelegen in de kern van Noord Deurningen, waar het gebruik van licht inherent is. Het planologisch toestaan van zes woningen brengt geen onevenredige toename van licht met zich mee. Het aspect 'donkerte' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Dinkelland De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 20 bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Johanninksweg 1. We doen het samen; 2. We geven het goed voorbeeld; 3.

We wentelen niet af op volgende generaties; 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland willen kernen waar het lekker wonen is. Waar bedrijvigheid is en waar mensen werk kunnen vinden. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en om samen te komen. Het aantal en de soort woningen in een kern moeten passen bij de vraag. Inwoners moeten voor hun woning zoveel mogelijk in hun eigen gemeente terecht kunnen. Ook is het belangrijk dat woningen voor elke doelgroep bereikbaar en toegankelijk zijn. De gemeente wil graag binnen de grenzen van een kern bouwen. In de meeste gevallen gaat het om plekken die verbeterd moeten worden of plekken waarvan de bestaande functie vervalt. Denk hierbij aan het verdwijnen van een bedrijf, het sluiten van een kerkgebouw of het slopen van oude woningen. Als er binnen de kern geen plekken zijn om te bouwen, kijkt de gemeente naar bouwmogelijkheden aan de rand van een kern. Kernen zijn verschillend in de behoefte aan woningen. De gemeente gaat samen met kernen in gesprek om te kijken wat bij elk dorp past. Er is verschil in hoeveel en welk soort woningen nu nodig en gewenst zijn en wat de vraag over 15 jaar is. Huidige knelpunten zijn bijvoorbeeld betaalbare woningen voor starters en woningen voor ouderen.

In de woonvisie kijkt de gemeente op basis van onderzoek en gesprekken met alle betrokkenen vooruit op de vraag naar woningen. De gemeente probeert erop te sturen dat het aanbod van woningen daarop aansluit. Hierbij houdt de gemeente de behoeften op de lange termijn en de bestaande voorraad in het oog. De gemeente heeft tevens een Waardenkaart gemaakt. Deze is opgenomen in figuur 3.6. Figuur 3.6: Waardekaart Dinkelland, projectlocatie aangegeven met markering (bron: gemeente Dinkelland) Toets In de Omgevingsvisie wordt niet specifiek in gegaan op voorliggende locatie. Wel heeft de gemeente als standpunt dat inwoners zoveel mogelijk voor hun woning in hun eigen gemeente terecht kunnen. Dinkelland wil binnen de grenzen van een kern bouwen. Momenteel ontbreekt het in de gemeente aan betaalbare woningen voor starters en ouderen. Met betrekking tot woningbouw wil de gemeente inzetten op kleinschalige woonbebouwing aan de randen en dichtere en soms ook middelhoge bebouwing in het hart. De gemeente speelt in op compacte bebouwing in het dorpshart en lagere woonbebouwing aan de randen. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de functionele structuur van de omgeving. Met de ontwikkeling worden starters en senioren woningen mogelijk gemaakt aansluitend aan bestaand stedelijk gebied. Daarmee voorziet de ontwikkeling in de woningbehoefte op een inbreidingslocatie.

bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Joha nninksweg 21 Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling niet in strijd is met de uitgangspunten uit de gemeentelijke omgevingsvisie. 3.3.2 Woonvisie 2021+ gemeente Dinkelland Op 5 juli 2021 is de nieuwe Woonvisie 2021+ vastgesteld door de gemeenteraad van Dinkelland. De Woonvisie is een plan, dat gaat over het realiseren van voldoende betaalbare woningen in de koopsector variërend van rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen, appartementen, vrijstaande woningen en levensloopbestendige woningen. Daarnaast moeten er ook voldoende betaalbare en huurwoningen zijn. In de Woonvisie wordt ook de toenemende vraag naar diverse soorten zorgwoningen meegenomen en er is aandacht voor huisvesting van arbeidsmigranten, statushouders en woonwagenbewoners. Bovendien is er aandacht voor aanpassingen in de bestaande woningvoorraad, zodat deze levensloopbestendiger wordt. De gemeente Dinkelland wil inzetten op meer woningen met de juiste kwaliteit. De gemeente gaat de komende jaren voldoende woningen bouwen om te voorzien in de verwachte vraag. De gemeente gaat uit van een woningbehoefte van 515 woningen voor de periode 2020-2030. Daarbij zal het grootste deel van de vraag gericht zijn op het bedienen van de lokale behoefte, maar houdt de gemeente ook rekening met de instroom van vestigers.

Gezien de huidige druk op de markt wil de gemeente Dinkelland de woningbouwopgave zoveel mogelijk de komende vijf jaar realiseren. Om te kunnen voorzien in de woninghoefte én als impuls voor de leefbaarheid en vitaliteit van kernen is het van belang dat er in alle kernen van Dinkelland kan worden gebouwd. De prognose is vertaald in een woningbouwprogramma waarbij de zachte plannen verdeeld zijn over de grote en kleine kernen: Dit houdt in dat ongeveer de helft van de woningbehoefte landt in de grotere kernen. In deze kernen woont tweederde van de inwoners van Dinkelland en geldt de grootste woningbehoefte vanwege de nabijheid van voorzieningen: iets wat met name voor senioren en de mensen met een zorgvraag een grote rol speelt. Realisatie vindt plaats per kern (evt. gefaseerde) plannen plaats. Dus niet alles in een paar grote plannen. Hierdoor kan goed worden bijgestuurd als dat nodig blijkt te zijn. In de gemeente Dinkelland krijgt inbreiding prioriteit boven uitbreiding. In overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking zal de nieuwbouwopgave zoveel mogelijk binnen de bebouwde kom op inbreidingslocaties plaatsvinden. Dit heeft de gemeente ook vastgelegd in de Nota Inbreidingslocaties (2020). Bij het bouwen op inbreidingsplekken gaat de focus uit naar zogenaamde 'structuurversterkende plekken'.

Dat zijn beeldbepalende of centrale plekken in de kern of op locaties waar verbetering van belang is. Bouwen op dergelijke plekken zorgt voor meer levendigheid, meer ruimtelijke kwaliteit en meer draagvlak voor voorzieningen. De gemeente Dinkelland zet in op twee doelgroepen: starters en senioren. Dit betekent onder ander het toevoegen van betaalbare starterswoningen en levensloopbestendige woningen voor senioren. Voor voorliggend bestemmingsplan is vooral die laatste groep relevant. Een levensloopbestendige woning is gelijkvloers en bij voorkeur in de eigen vertrouwde omgeving (de buurt of kenr waar men nu woont) en dichtbij voorzieningen. Het voordeel van nieuwbouw voor senioren is dat er ook meer doorstroming op de woningmarkt komt. Als senioren gaan verhuizen, komen er meer bestaande ruimte woningen op de markt die geschikt zijn voor gezinnen, waardoor er uiteindelijk ook weer meer woningen voor jonge doorstromers en starters beschikbaar komen. De gemeente heeft daarom de ambitie om een groot deel van de nieuwbouw de komende jaren levensloopbestendig te realiseren. Kwaliteitskader Tot slot bevat de Woonvisie 2021+ een Kwaliteitskader om te beoordelen of plannen van ontwikkelende partijen goed aansluiten bij de marktvraag.

Dit Kwaliteitskader wordt tweejaarlijks bijgesteld op basis van verzamelde informatie over het functioneren van de woningmarkt en informatie van marktpartijen. Het kwaliteitskader bestaat uit een woningbehoefteprofiel per doelgroep (starters, doorstromers, gezinnen, senioren) op gemeenteniveau, nader uitgewerkt naar een profiel per kern. In het Kwaliteitskader Dinkelland is aangegeven dat 22 bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Johanninksweg er voor Noord-Deurningen behoefte is aan woningen voor: starters: Er is vooral behoefte aan grondgebonden koop. Vooral voor alleenstaande starters is het aanbod beperkt; gezinnen/doorstromers: Er is een groot aanbod aan dure vrijstaande koopwoningen. Maar de groep gezinnen neemt komende jaren nog wat toe. Mogelijk beperkt woningen toevoegen als doorstroming van senioren stokt. senioren: Doelgroep neemt de komende jaren toe. Er is vraag naar grondgebonden levensloopgeschikte woningen, met name in de koop, maar een deel van de ouderen wenst een huurwoning. Toets Voor de periode 2020-2030 is de woningbehoefte voor Overige kernen (waaronder Noord Deurningen) vastgelegd op 120 woningen (100% behoefte), oplopend naar 155 woningen (130% behoefte). Tevens is er een vrije ruimte voor 70 woningen binnen de gemeente Dinkelland voor transformatie en knelpunten initiatieven.

Met voorliggend plan worden zes woningen gerealiseerd voor de doelgroep starters en senioren. De ontwikkeling geschiedt in het kader van de lokale behoefte en is in overeenstemming met het gemeentelijke woonbeleid. Het voornemen vindt plaats aan de rand van bestaand bebouwd gebied, ter plaatse van een voormalige slipbaan. Het hele gebied maakt een ietswat rommelige indruk met lage ruimte kwaliteit. Vandaar dat een nieuwe functie is gezocht. Door voorliggende ontwikkeling wordt verdere verpaupering voorkomen. Het plangebied ligt aan de rand van Noord Deurningen, nabij één van de twee entreegebieden van het dorp. Er is echter geen sprake van een inbreidingslocatie aangezien het plangebied niet omsloten is aan drie zijden met bebouwing. Voorliggende locatie wordt daarmee gezien als een uitbreidingslocatie. In Noord-Deurningen zijn echter alle inbreidingslocaties al volgebouwd, waardoor binnen de kern Noord-Deurningen op dit moment geen mogelijkheden zijn voor woningbouw op inbreidingslocaties. Voorliggende locatie is daarmee een logische uitbreidingslocatie, gezien er geen alternatieven aanwezig zijn. Het plangebied ligt nabij de Johanninksweg en Nordhornsestraat en is daarmee goed bereikbaar.

Ook kan voorliggende locatie gezien worden als een herontwikkeling van een voormalig slipbaan nabij een belangrijke entree van een kern, dat gelegen is op een kruispunt van wegen en aan 3 zijden zichtbaar is. De gemeente geeft onder meer mogelijkheden voor het realiseren van nieuwe/extra plancapaciteit indien wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. De voorwaarden hebben onder meer betrekking op het invulling geven aan beleidsdoelen uit de Woonvisie. Geconcludeerd wordt dat dit plan in lijn is met het beleid uit de Woonvisie 2021+. 3.3.3 N ota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016 De Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016 bevat het welstandsbeleid voor de beide gemeenten. In de nota is het grondgebied opgedeeld in deelgebieden voor de kernen en het buitengebied. Voor elk deelgebied is een waarderingsblad en een ambitiekaart gemaakt. Ieder blad bestaat uit een kaartje van het gebied, een toelichting, en een weergave van de beoogde omgevingskwaliteit dat bij de welstandstoets voor de omgevingsvergunning (onderdeel bouwen) van toepassing is. Het welstandsbeleid van de gemeentes bestaan uit drie niveaus van omgevingskwaliteit: 1. Basis omgeving 2. Midden omgeving 3. Bijzondere omgeving Het niveau dat van toepassing is geldt voor de algemeen heersende karakteristiek van een gebied. De waarde is dus door de bestaande omgeving bepaald.

Het komt voor dat binnen een gebied een gebouw of complex ligt dat zich door de bijzondere kwaliteit onderscheidt. Deze wordt apart genoemd. De welstandsbeoordeling in deze gebieden is gericht op het behouden en versterken van de basiskwaliteiten van de gebieden. Bij de welstandsbeoordeling wordt vooral gekeken of het bouwplan bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving (van hoofdvorm tot materiaal en detail). Afhankelijk van het soort bouwwerk komen de volgende beoordelingsmodellen voor: ‘Ambtelijk’: alleen kleine bouwwerken van- en voor de voorgevel worden getoetst. Deze toets vindt ambtelijk plaats. Bouwplannen achter de voorgevel zijn toetsvrij. 'Stadsbouwmeester’: de stadsbouwmeester toetst. ‘Q-team’: het Q-team beoordeelt en kan daarbij in overleg treden met de initiatiefnemer en/of ontwerper. Toets het plangebied ligt op de hoek van de Johanninksweg-Nordhornsestraat in Noord Deurningen. Conform de Nota Omgevingskwalitiet behoort het gebied tot 'Buitengebied - Niveau Midden', dit vanwege de ligging in het Maten- en flierenlandschap.

Hiervoor geldt de volgende ambitie: bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Joha nninksweg 23 Behoud van de losse strooiing van erven en doorzichten; Enkelvoudige bouwmassa met eenduidige kapvorm; Sturen op behoud en stimulering van de agararische architectuur (voor-/achterhuisprincipe) met bijbehorende detaillering en materiaalgebruik; sutren op nieuw- en verbouw passend bij bebouwingskarakteristieken met overwegend traditioneel meteriaalgebruik. Volledigheidshalve wordt het plan beoordeeld door het gemeentelijke kwaliteitsplan. Ook is er een stedenbouwkundig plan opgesteld. Deze is opgenomen in Bijlage 2. Het plan is reeds voorgelegd aan het Kwaliteitsteam van de gemeente Dinkelland en Tubbergen. Het Kwaliteitsteam geeft een positief advies. Stedenbouwkundig ziet het Kwaliteitsteam geen probleem. Het plan voldoet ook aan de nota omgevingskwaliteit. Figuur 3.7: Fragment Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016 (gemeente Dinkelland) 24 bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Johanninksweg Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2).

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling. 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Het voorliggend plan voorziet in de realisatie van zes nieuwe woningen. De ontwikkeling is concreet beschreven in hoofdstuk 2. Het huidige gebruik van het plangebied is voor groenvoorzieningen en agrarisch gebruik. De beoogde activiteit wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Het onderhavige project wordt niet gezien als een m.e.r.- plichtige activiteit omdat deze pas geldt bij gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r. beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben.

Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Gelet op de kenmerken, de locatie en de omvang van het project kan gesteld worden dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. Het project blijft namelijk ruim onder de drempelwaarden qua omvang en valt niet aan te merken als stelijk ontwikkelingsproject gezien het een kleinschalige inbreiding betreft zonder significante nadelige milieugevolgen. Eén en ander is tevens bevestigd in de in Hoofdstuk 4 opgenomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Joha nninksweg 25 4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies.

De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven. Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Het plangebied ligt aan de rand van Noord Deurningen. Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan de provinciale weg N342 Nordhornsestraat.

Daarnaast liggen in de directe omgeving van het plangebied verschillende functies, waaronder: burgerwoningen, maatschappelijke bestemmingen en een detailhandelsbestemming. Derhalve geldt dat het plangebied is gelegen in het omgevingstype 'gemengd gebied'. Bij het realiseren van een nieuwe bestemming dient gekeken te worden of die nieuwe functie past in de omgeving (externe werking) en of de omgeving de nieuwe functie toelaat (interne werking). Externe werking Bij de externe werking gaat het om de vraag of de realisatie van onderhavig plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de omgeving. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Er is derhalve geen sprake van een aantasting van het leefklimaat van omwonenden. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. In 26 bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Johanninksweg de directe omgeving zitten drie maatschappelijke functies (kerk, basisschool en Kulturhus) en een supermarkt. Voor de categorie 'Kerkgebouwen e.d.', 'Buurt- en clubhuizen' en 'Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs' geldt milieucategorie 2. Uitgaande van gemengd gebied geldt hiervoor een richtafstand van 10 meter.

De beoogde woningen liggen op minimaal 40 meter afstand. Aan de richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Voor de categorie 'Supermarkten, warenhuizen' geldt milieucategorie 1. De richtafstand voor gemengd gebied vervalt voor deze categorie. Aan de richtafstand wordt voldaan. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'bedrijven en milieuzonering' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit plan. 4.3 Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging.

In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een gecombineerd bodemonderzoek van Geofoxx [kenmerk: 20220215/JRIC] om ter plaatse de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen [zie Bijlage 3 Gecombineerd bodemonderzoek]. De aanleiding voor het laten uitvoeren van het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen nieuwbouw op de locatie en in samenhang hiermee de aanvraag van een omgevingsvergunning en de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van de locatie. Het doel van het onderzoek is het bepalen van de milieukundige kwaliteit van de bodem, en of deze consequenties heeft op de toekomstige functie (wonen met tuin). De conclusies van het onderzoek zijn als volgt: Zintuiglijke waarnemingen De bodem bestaat grotendeels uit matig fijn, matig siltig zand. Over de gehele locatie zijn bodemvreemde bijmengingen aangetroffen in de vorm van baksteen en puin. Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Op een tweetal posities (boringen 14 en 16) zijn matig tot sterk verhoogde gehalten aan minerale olie, zware metalen en PAK aangetoond. Uit aanvullend onderzoek is gebleken dat de omvang van deze verontreinigingen zeer beperkt zijn.

Er is in beide gevallen geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging en derhalve geen saneringsnoodzaak. Op het zuidoostelijke terreindeel is in het verleden een grond- en grondwaterverontreiniging met minerale olieproducten aangetoond. Tijdens onderhavig onderzoek zijn maximaal achtergrondwaarde overschrijdingen met minerale olieproducten aangetoond. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging en derhalve geen saneringsnoodzaak. Op het overige terreindeel zijn hooguit licht verhoogde gehalten/concentraties in grond en grondwater aangetroffen. Verkennend en nader asbestonderzoek Tijdens het verkennend asbestonderzoek is op één positie (gat 3) asbest in een gehalte boven de toetsingswaarde voor nader onderzoek aangetoond. Uit het daarna uitgevoerde nader asbestonderzoek is gebleken dat nergens de interventiewaarde wordt overschreden en er derhalve geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op het overige terrein is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. Conclusie en advies Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Echter wordt wel geadviseerd om bij de voorgenomen ontwikkeling van de locatie rekening te houden met de aangetroffen verhoogde gehalten.

Geadviseerd wordt om de grond nabij de voorgenomen nieuwbouw af te voeren omdat het niet wenselijk is grond binnen de locatie te hebben die zintuigelijk asbest bevat. Voor het aspect 'bodem' is sprake van een goede bestemmingsplan Noord Deurningen, Hoek Nordhornsestraat - Joha nninksweg 27 ruimtelijke ordening. 4.4 Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a.

in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b. in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Door Munsterhuis Geluidsadvies is een akoestisch onderzoek (projectnummer 22.049, d.d. 29 april 2022) uitgevoerd naar de geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de geplande woningen op de hoek van de Johanninksweg-Nordhornsestraat in Noord Deurningen, gemeente Dinkelland. Het onderzoek richt zich op het bepalen van de geluidbelastingen ten gevolge van wegverkeerslawaai op de Johanninksweg, de Pastoor Knuifstraat en de Nordhornsestraat (N342). De geluidbelastingen zijn vastgesteld door middel van Standaard Rekenmethode II, zoals beschreven in het ‘Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/1052/documents/25583