Bestemmingsplan Denekamp, Brandlichterweg Diekmanweg.pdf
Tekst van het document
De boorbeschrijvingen staan in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat globaal uit matig fijn, zwak siltig, zwak humeus zand. In de boven- en ondergrond zijn plaatselijk oer- en roesthoudende lagen aangetroffen. Ter plekke van de gedempte sloot zijn sporen boomwortels aangetroffen. Er zijn, met uitzondering van sporen baksteen en sporen sintels in boring A8, geen bodemvreemde materialen waargenomen. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven. Tabel 3: Samenstelling (meng)monsters verkennend bodemonderzoek (mei 2022). Analyse
(Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
BG I
2, 3, 18 en 19 20 en 21 22
0 - 0.3 0 - 0.4 0 - 0.2
NEN5740Standaardpakket
BG II
1 4 5, 13, 15, 16 en 17
0 - 0.4 0 - 0.5 0 - 0.3
NEN5740Standaardpakket
BG III
7 en 9 6, 8, 10, 11 en 12
0 - 0.3 0 - 0.5
NEN5740Standaardpakket
Kruse Milieu BV
Project: 22025310
Pagina 11 van 20
Vervolg tabel 3: Samenstelling (meng)monsters verkennend bodemonderzoek (mei 2022). (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
OG I
1 2 en 5 3 en 7 4 6
0.4 - 0.6 0.3 - 0.5 0.3 - 0.7 0.5 - 0.8 0.5 - 0.6
NEN5740Standaardpakket
OG II
1 en 6 2 en 5 3 en 7 4
06 - 1.1 0.5 - 1.0 0.7 - 1.2 0.8 - 1.3
NEN5740Standaardpakket
Deellocatie A: gedempte sloot A8.3
A8
0.3 - 0.65
NEN5740Standaardpakket
Boring 1 en boring 2 zijn doorgezet tot 3.0 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om de PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspron-kelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 10 mei 2022 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maxi-maal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan in tabel 4. Tabel 4: Weergave gegevens grondwater verkennend bodemonderzoek (mei 2022). Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC Troebelheid Toestroming (μS/cm) (NTU)
PB 1
2.0 - 3.0
0.96
7.3
398
28.7
Goed
PB 2
2.0 - 3.0
1.06
7.3
462
17.3
Goed
pH-waarden tussen 5.5 en 7.5, EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde <10 worden als normaal beschouwd. In beide grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen.
Kruse Milieu BV
Project: 22025310
Pagina 12 van 20
Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In het grondwater (PB 1 en PB 2) zijn enkele (zeer) licht tot matig verhoogde gehalten gemeten, deze zijn weergegeven in tabel 5. In de boven- en ondergrond (BG I, BG II, BG III, OG I en OG II) en in de onderzochte gedempte sloot (A8.3) zijn geen verontreinigingen gemeten. Tabel 5: Verhoogde concentraties (μg/l) verkennend bodemonderzoek (mei 2022). Monster
Component
Gemeten Concentratie
GSSD
Streefwaarde
Interventiewaarde
PB 1
Barium Nikkel Zink
310 56 75
310 * 56 ** 75 *
50 15 65
625 75 800
PB 2
Barium Nikkel
140 33
140 * 33 *
50 15
625 75
In de vierde kolom van tabel 5 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner dan of gelijk aan S; * concentratie groter dan S en kleiner dan of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner dan of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is beschreven, zijn er enkele (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Grondwater PB 1 en PB 2 - Barium, nikkel en zink De (zeer) licht verhoogde gehalten aan barium en zink in het grondwater van peilbuis 1 en de licht verhoogde gehalten aan barium en nikkel in het grondwater van peilbuis 2, zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen aangetroffen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk. In het grondwater van peilbuis 1 is een matig verhoogd nikkelgehalte aangetoond. Formeel gezien dient verder aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden om de omvang van de matige nikkelverontreiniging in het grondwater te bepalen.
Er zijn naar onze mening een aantal redenen om af te zien van een nader onderzoek: - de (onderzoeks)locatie is niet verdacht voor de aanwezigheid van nikkel en er is geen bron aanwijsbaar voor het matig verhoogde nikkelgehalte; - in de boven- en ondergrond zijn geen verontreinigingen met nikkel aangetoond. Kruse Milieu BV
Project: 22025310
Pagina 13 van 20
Het matig verhoogde nikkelgehalte in het grondwater van peilbuis 1, wordt beschouwd als een (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde en levert bij het huidig en toekomstig gebruik geen risico’s op. Naar onze mening is het dan ook niet noodzakelijk om over te gaan tot een nader onderzoek.
Kruse Milieu BV
Project: 22025310
Pagina 14 van 20
5
Aanvullend bodemonderzoek
Dit hoofdstuk beschrijft het aanvullend bodemonderzoek dat op het zuidoostelijke deel van de onderzoekslocatie heeft plaatsgevonden. Ten tijde van de uitvoering en rapportage van het verkennend bodemonderzoek in mei 2022 was er geen informatie bekend over de voormalige bebouwing op het zuidoostelijke deel van de onderzoeklocatie. De gehele onderzoekslocatie is destijds als onverdacht beschouwd. Inmiddels is er meer informatie over de voormalige bebouwing bekend en blijkt dat het gaat om een loods van een werktuigendienst/mechanisatiebedrijf. De Omgevingsdienst Twente wenst aanvullend bodemonderzoek op dit terreindeel. De omvang van het te onderzoeken terreindeel bedraagt circa 1450 m2. Onderzoeksstrategie Op basis van de nieuwe beschikbare informatie omtrent het historisch gebruik wordt het te onderzoeken terreindeel als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van parameters uit het NEN5740-standaardpakket. De hypothese "verdachte locatie" uit NEN5740 (VED-HE) wordt voor de locatie gebruikt. Omdat er mogelijk bestrijdingsmiddelen werden opgeslagen in de voormalige loods, worden de bovengrond en het grondwater aanvullend onderzocht op organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB).
Op basis van het oppervlak van circa 1450 m² kan op basis van norm NEN5740, strategie verdachte locatie, worden afgeleid dat er 9 boringen dienen te worden verricht, waarvan 7 tot 0.5 meter en 2 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Er wordt, ten behoeve van het meten van de grondwatergegevens en het nemen van een grondwatermonster, 1 diepe boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt met een peilbuis. De boringen worden gecodeerd als boring 31 tot en met 39. Analyses De chemische analyses worden uitgevoerd door AL-West BV te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Er worden 3 mengmonsters van de bovengrond en 1 grondwatermonster onderzocht op het NEN5740-standaardpakket, aangevuld met OCB. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 onderzocht. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in april 2024 uitgevoerd door de heer J. Hartman. Deze veldwerker is conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/09). Op 2 april 2024 zijn er in totaal 9 boringen met behulp van een Edelmanboor verricht, waarvan er 7 zijn doorgezet in de diepere ondergrond.
Met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor is er 1 diepe boring afgewerkt met een peilbuis (PB 31). De bodemopbouw ter plaatse van de het aanvullend onderzochte terreindeel is als volgt: tot circa 0.4 m-mv bestaat de bodem globaal uit uiterst fijn tot zeer fijn, matig siltig, matig humeus zand met wortelresten. Daaronder bestaat de bodem globaal uit matig fijn tot matig grof, zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen aangetroffen. Kruse Milieu BV
Project: 22025310
Pagina 15 van 20
Er zijn, met uitzondering van sporen kolengruis in boring 32 (0.15 - 0.45 m-mv), boring 38 (0 0.30 m-mv) en boring 39 (0 - 0.20 m-mv), geen bodemvreemde materialen waargenomen. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de opgeboorde bodem waargenomen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 6 staat omschreven. Tabel 6: Samenstelling (meng)monsters aanvullend bodemonderzoek (april 2024). (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
BG IV (zintuiglijk schoon)
33 34 en 36
0 - 0.35 0 - 0.40
NEN5740standaardpakket + OCB
BG V (zintuiglijk schoon)
31 35 37
0 - 0.35 0 - 0.40 0 - 0.30
NEN5740standaardpakket + OCB
BG VI (sporen kolengruis)
32 38 39
0.15 - 0.45 0 - 0.30 0 - 0.20
NEN5740standaardpakket + OCB
Boring 31 is doorgezet tot 2.5 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om de PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 9 april 2024 is de peilbuis bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan in tabel 7. Tabel 7: Weergave gegevens grondwater aanvullend bodemonderzoek (april 2024). Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
PB 31
1.5 - 2.5
0.60
7.3
EC Troebelheid Toestroming (μS/cm) (NTU) 398
28.7
Goed
pH-waarden tussen 5.5 en 7.5, EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde <10 worden als normaal beschouwd. In het grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen.
Kruse Milieu BV
Project: 22025310
Pagina 16 van 20
5.4
Resultaten en toetsing van de chemische analyses
In de bovengrond (BG IV en BG VI) en het grondwater (PB 31) zijn enkele (zeer) licht tot matig verhoogde gehalten gemeten. Deze zijn weergegeven in tabel 8. In de bovengrond (BG V) en in het grondwater (PB 31) zijn geen verontreinigingen gemeten. Tabel 8: Verhoogde concentraties (mg/kg d.s. of μg/l) aanvullend bodemonderzoek (april 2024).
1
Monster
Component
Gemeten Concentratie
GSSD
Achtergrond1of streefwaarde
Interventiewaarde
BG IV
Lood Minerale olie PAK
36 150 7.3
53.7 * 306 * 7.26 *
50 190 1.5
530 5000 40
BG VI
Koper Minerale olie PAK 2.4- en 4.4 DDD 2.4- en 4.4 DDT
23 81 1.5 0.027 0.10
43.7 * 213 * 1.51 * 0.0718 * 0.271 *
40 190 1.5 0.02 0.2
190 5000 40 34 1.7
PB 31
Barium
83
83 *
50
625
AW2000
In de vierde kolom van tabel 5 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner dan of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner dan of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner dan of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 5.5
Bespreking resultaten chemische analyses
Zoals in de vorige paragraaf is beschreven, zijn er enkele (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond BG IV en BG VI - Koper, lood, minerale olie, PAK, DDD, DDT Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met PAK (en metalen) niet ongebruikelijk op locaties, waar tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). De combinatie minerale olie en PAK kan duiden op afgewerkte olie. De licht verhoogde PAK-gehalten kunnen ook zijn veroorzaakt door het aanwezige kolengruis. De licht verhoogde gehalten aan DDD en DDT worden verklaard door de opslag van bestrijdingsmiddelen in de voormalige loods. Grondwater PB 31 Barium Het licht verhoogde bariumgehalte in het grondwater is waarschijnlijk te wijten aan een plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht.
Kruse Milieu BV
Project: 22025310
Pagina 17 van 20
6
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van Ad Fontem is in een verkennend en aanvullend bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terrein ter grootte van circa 11.660 m2 aan de Brandlichterweg en Diekmanweg in Denekamp. De onderzoekslocatie is onbebouwd, onverhard en in gebruik als weiland. De aanleiding van dit onderzoek is een bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van nieuwe woningen. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er zich binnen de onderzoekslocatie een gedempte sloot bevindt. Deze sloot wordt beschouwd als verdachte deellocatie (deellocatie A). Het overige deel van de onderzoekslocatie kan als onverdacht worden beschouwd. Op basis van nieuwe informatie (april 2024) is gebleken dat zich in het verleden een loods van een werktuigendienst/mechanisatiebedrijf op het zuidoostelijke deel van de onderzoekslocatie bevond en is dit deel van de onderzoekslocatie als verdacht beschouwd. Resultaten veldwerk verkennend bodemonderzoek mei 2022 In totaal zijn er 31 boringen verricht, waarvan er 7 zijn doorgezet in de diepere ondergrond. Er zijn 2 diepe boringen afgewerkt tot peilbuis.
Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit zeer fijn tot matig grof, zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen aangetroffen. Ter plekke van de gedempte sloot zijn sporen boomwortels aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Het freatische grondwater in peilbuis 1 en peilbuis 2 is aangetroffen op gemiddeld 1.0 m-mv. Resultaten chemische analyses verkennend bodemonderzoek mei 2022 Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG I, BG II en BG III) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG I en OG II) is niet verontreinigd; - de ondergrond ter plekke van de gedempte sloot (A8.3) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 1) is (zeer) licht verontreinigd met barium en zink en matig verontreinigd met nikkel: het verhoogde nikkelgehalte wordt gezien als natuurlijke achtergrondwaarde; - het grondwater (PB 2) is licht verontreinigd met barium en nikkel. Op basis van nieuwe informatie en eisen van de Omgevingsdienst Twente heeft er aanvullend bodemonderzoek plaatsgevonden op het zuidoostelijke deel van de onderzoekslocatie, ter plekke van de voormalige bebouwing.
Resultaten veldwerk aanvullend bodemonderzoek april 2024 In totaal zijn er 9 boringen verricht, waarvan er 2 zijn doorgezet in de diepere ondergrond. Er is 1 diepe boring afgewerkt tot peilbuis. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit zeer fijn tot matig grof, zwak tot matig siltig, matig humeus zand. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen aangetroffen. Plaatselijk zijn er bodemvreemde materialen in de vorm van sporen kolengruis aangetroffen. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de opgeboorde bodem waargenomen. Het freatische grondwater in peilbuis 31 is aangetroffen op 0.60 m-mv.
Kruse Milieu BV
Project: 22025310
Pagina 18 van 20
Resultaten chemische analyses aanvullend bodemonderzoek april 2024 Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG IV is (zeer) licht verontreinigd met lood, minerale olie en PAK; - de bovengrond (BG V) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG VI) is (zeer) licht verontreinigd met koper, minerale olie, PAK, DDD, DDT en OCB; - het grondwater (PB 31) is zeer licht verontreinigd met barium. Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" dient formeel gezien te worden verworpen aangezien er enkele overschrijdingen van de streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese “verdachte deellocatie” ter plekke van de voormalige bebouwing dient te worden aangenomen, aangezien er enkele overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG IV en BG VI) en in het grondwater (PB 1, PB 2 en PB 31) zijn enkele (zeer) licht tot matig verhoogde gehalten gemeten. Het matig verhoogde nikkelgehalte (PB 2) wordt als natuurlijke achtergrondwaarde gezien: het uitvoeren van een nader onderzoek is niet nodig. Voor een beschrijving en mogelijke verklaring-en wordt verwezen naar de paragrafen 4.3, 4.4, 5.4 en 5.5. In de boven- en ondergrond (BG I, BG II, BG III, BG V, OG I en OG II) en in de onderzochte gedempte slootbodem (A8.3) zijn geen verontreinigingen gemeten.
Aangezien de tussenwaarden van de overig gemeten parameters niet worden overschreden, is ook daar geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Kruse Milieu BV
Project: 22025310
Pagina 19 van 20
7
Literatuur en bronvermelding
Informatie van de gemeente Dinkelland Brief ODT met zaaknummer Z2024-ODT-000890, d.d. 20 februari 2024 NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, versie december 2021 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Toelichting op de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV) PFAS voor grond en grondwater, RIVM, 5 maart 2000 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 29 A, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl
Kruse Milieu BV
Project: 22025310
Pagina 20 van 20