CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2.pdf

Commissie Omgeving & Economie 2 februari 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5.: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2”21.332 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Druppelzone 1 Ter plaatse van de afvoerleiding van de loods is een inspectiesleuf gegraven en is er een monster samengesteld en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. In dit grondmonster is analytisch geen asbest aangetroffen. Omdat er in het monster geen asbest is aangetoond, is een nader onderzoek niet noodzakelijk. Gegeven de in onderhavig rapport beschreven onderzoeksresultaten, wordt de onderzoekslocatie voor dit onderdeel ten aanzien van asbest in de bodem geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Algemeen Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het “Besluit bodemkwaliteit” van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. Naast het “Besluit bodemkwaliteit” dient opgemerkt te worden dat in het kader van de “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie” ook onderzoek naar PFAS noodzakelijk is. Voor het aspect 'bodem' is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'bodem' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.4 Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.

in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Het plangebied is gelegen aan de Wiemselweg, een rustige weg (60 km/u) in het buitengebied die vooral gebruikt wordt door bestemmingsverkeer. Momenteel is op de locatie een kantoor mogelijk. Deze zal worden herbestemd naar een woning. In de Wet geluidhinder worden woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen beschermd. Het perceel kent reeds de 'Wonen' bestemming en ligt opdezelfde rooilijn als de naastgelegen woning aan de Wiemselweg 17. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die betrekking hebben op gronden binnen een geluidzone verplicht de Wet geluidhinder dat de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen de grenswaarden uit de Wgh in acht nemen. Er geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

Daarnaast heeft de gemeente Dinkelland een nota geluidsbeleid vastgesteld ('Gebiedsgericht geluidsbeleid gemeente Dinkelland'). Het doel van dit beleid is het behouden van de goede kwaliteiten en het benutten van kansen om voor de bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2

31

verschillende gebieden in de gemeente de geluidskwaliteit te verbeteren. Zo heeft de gemeente per gebied ambities uitgesproken. Het projectgebied aan de Wiemselweg ligt in gebiedstype 'buitengebied'. In 'buitengebied' geldt dat de gemeente streeft naar een geluidsniveau van maximaal 48 dB door verkeerslawaai ('redelijk rustig'). Het voorliggende plan betreft de realisatie van één woning in een bestaand pand. Hierdoor zal het geluidsniveau niet toenemen. Daarnaast geldt dat de voorgevel van de nieuwe woning op circa 15 meter van de weg wordt gerealiseerd. Dit is op een grotere afstand van de weg, dan bij bestaande woningen aan deze weg. De weg wordt niet intensief gebruikt door verkeer en de maximumsnelheid bedraagt hier 60 km/uur. Hiermee is het aannemelijk dat aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB kan worden voldaan. Nader onderzoek in het kader van dit bestemmingsplan is niet noodzakelijk. Mede hierdoor kan geconcludeerd worden dat het aspect 'wegverkeerslawaai' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Daarnaast zijn er in de directe omgeving van het plangebied geen spoorwegen en/of geluidsgezoneerde bedrijventerreinen aanwezig. Voor de toetsing van het aspect 'geluid' van de naastgelegen milieubelastende bestemmingen (horeca, bedrijf en kantoor) wordt verwezen naar paragraaf 4.2.

Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'geluid' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.5 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets De ontwikkeling van één vrijstaande woning zorgt voor een toename van de verkeersgeneratie. Als wordt uitgegaan van een worst-case scenario kan het aantal verkeersbewegingen op maximaal 8,6 per dag gesteld worden (bron: CROW, kencijfers parkeren en verkeersgeneratie).

Er zal geen sprake zijn van vrachtverkeer, waardoor het percentage vrachtverkeer op 0% gezet kan worden. In onderstaand figuur is de worst-case berekening weergegeven met het verwachte aantal extra voertuigbewegingen.

32

bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2

Figuur 4.2: Worst-case berekening voor bijdrage van extra verkeer (bron: infomill.nl) Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt bovendien dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.6 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.

Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2

33

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Toets

Figuur 4.3: uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl). Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van 1,5 kilometer van het plangebied geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen, derhalve geldt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.

4.7 Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de SVIR en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. 34

bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2

Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn de Kaderrichtlijn Water en retentiecompensatie. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Waterbeheerplan 2016-2021 Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe "eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit.

Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe "eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Watertoetsproces Op 01-05-2020 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht, zie Bijlage 7. Op basis van de toets blijkt dat er geen waterschapbelangen worden geraakt. Dit houdt in dat direct door kan worden doorgegaan met de planvorming. Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.8 Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Bij dit bestemmingsplan wordt hiervoor gebruik gemaakt van een quickscan natuurwaarden [2488, d.d. 27-4-2020, versie 1.0 ], zie ook Bijlage 6. Het plangebied is op 24 maart 2020 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies, zoals foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied zoals het Natuurnetwerk Nederland en Natura2000. De resultaten zijn in de volgende alinea's opgenomen. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura2000-gebied.

Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, en de ligging op enige afstand van het meest nabij gelegen Natura2000-gebied, is het niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect zullen hebben op instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebied. Een negatief effect op Natura2000, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, kan echter op voorhand niet worden uitgesloten. Geadviseerd wordt een stikstofberekening uit te voeren om het effect op Natura2000-gebied in beeld te brengen. Een dergelijke onderbouwde conclusie is juridisch houdbaar in een ruimtelijk besluit. bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2

35

Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied tot een ongeschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten en tot een weinig geschikt functioneel leefgebied voor beschermde diersoorten. Mogelijk nestelen er jaarlijks vogels in de te slopen gebouwen. Grondgebonden zoogdieren, amfibieën of vleermuizen bezetten geen rust- of voortplantingsplaats in het plangebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Samenvattende conclusie: Mits bezette vogelnesten niet negatief beïnvloed worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. De uitvoering van voorgenomen activiteiten hebben geen negatief effect op Natura2000-gebied, zoals geluid, trilling, optische verstoring of licht en het is niet aannemelijk dat er een toename plaats zal vinden van stikstofdepositie in Natura2000-gebied.

Een mogelijke toename van stikstofdepositie in Natura2000-gebied, kan echter op basis van deze studie niet op voorhand uitgesloten worden.

4.9 Archeologie en Cultuurhistorie Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.

Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie Het bureau RAAP heeft in 2008 een archeologische verwachtings- en advieskaart opgesteld voor de gemeente Dinkelland.

36

bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2

Figuur 4.4: uitsnede archeologische verwachtingenkaart (bron: gemeente Dinkelland) Toets Wiemselweg 19, Oud Ootmarsum: geldt het stuwwallandschap 'stuwwalhellingen met vochtige zandige of kleiige bodems. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk in plangebieden groter dan 5000 m² bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Voor gebieden kleiner dan 5000 m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek. Archeologisch onderzoek voor de locatie Wiemselweg is niet noodzakelijk. Langedijk 8, Saasveld: geldt het dekzandlandschap 'dekzandhoogten en -ruggen met een plaggendek' en 'beekdalen en overige laagten'. Archeologisch onderzoek noodzakelijk in plangebieden groter dan 2500 m² bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Voor gebieden kleiner dan 2500 m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek. Archeologisch onderzoek voor de locatie Langedijk is niet noodzakelijk. Alofssteeg 2, Weerselo: geldt het dekzandlandschap dekzandhoogten en -ruggen met een plaggendek', 'beekdalen en overige laagten' en 'dekzandwelvingen en -vlakten'. De te slopen schuur ligt in beekdalen en overige laagten. Hiervoor geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Archeologisch onderzoek voor de locatie Alofssteeg is niet noodzakelijk. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn.

Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat in de directe omgeving van de plangebieden geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig zijn waarop het voorliggende plan mogelijk een negatieve impact heeft. Derhalve wordt geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'.

4.10

Verkeer / parkeren

Het plangebied voor de compensatiewoning wordt ontsloten via de Wiemselweg. Ter plaatse is reeds een bestaande ontsluiting aanwezig en dit blijft ook in de toekomstige situatie gehandhaafd. Ter plaatse betreft de Wiemselweg een 60 km/u weg in de nabijheid van het buurtschap Oud Ootmarsum, bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2

37

alwaar de weg over gaat in een 50 km/u weg. Deze weg kan de (zeer beperkte) toename van verkeersbewegingen als gevolg van de realisatie van één Rood voor Rood-woning eenvoudig afwikkelen. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Het parkeren vindt plaats op eigen terrein, waar voldoende ruimte is om in parkeerplaatsen te voorzien. Sterker nog, door de functiewijziging van 'Kantoren' naar 'Wonen' neemt de parkeerbehoefte juist af. Volgens de parkeernormen uit de 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018' van de gemeente Dinkelland heeft een vrijstaande woning een parkeernorm van 2,30 parkeerplaatsen in de rest bebouwde kom. Voor kantoren (zonder baliefunctie) geldt een parkeernorm van 2,55 parkeerplaatsen per 100 m² in de rest bebouwde kom. Voor de gewenste situatie geldt dus een lagere parkeernorm. Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan. Ter plaatse van de slooplocaties in Saasveld en Weerselo vinden geen significante wijzigingen plaats. De ontsluiting blijft conform de huidige situatie en het aantal verkeersbewegingen blfijt naar verwachting gelijk. Hiermee blijft sprake van een aanvaardbare situatie voor wat betreft verkeer en parkeren.

38

bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

5.1 Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2 Toelichting op de regels 5.2.1

Opbouw

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden.

Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2

39

In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen.

De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro.

Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2

Bestemmingen

Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen 'Agrarisch' De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor het agrarisch gebruik met daaraan ondergeschikt onder andere het behoud, het herstel en de ontwikkeling van natuurlijke waarden, doeleinden van agrarisch natuurbeheer en cultuurgrond. De keuze voor het toekennen van de bestemming 'Agrarisch' komt voort uit het feit dat in het onderhavige plan maatregelen voor landschappelijke inpassing opgenomen zijn. Deze dienen geborgd te worden en dit is vormgegeven door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de regels. De gronden waarop de maatregelen voorzien zijn vallen dan ook binnen de plangrenzen van het voorliggende bestemmingsplan. 'Wonen'

40

bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2

De als 'Wonen' bestemde gronden zijn bestemd voor het wonen met bijbehorende bouwwerken en daaronder begrepen wegen en paden, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, water en nutsvoorzieningen. Op de slooplocaties worden de overbodige agrarische opstallen gesaneerd en de bedrijfsactiviteiten - voor zover nog aanwezig - gestaakt, zodoende vindt er een omschakeling naar regulier woonerf plaats en wordt de bestemming 'Wonen' toegekend. Aan de Wiemselweg 19 mag op basis van het rood voor rood-beleid de compensatiewoning gerealiseerd worden en deze wordt conform het beleid voorzien van een passende woonbestemming. De nieuw te bouwen woning mag alleen binnen het woonvlak worden gesitueerd. Per bestemmingsvlak is één (nieuwe) woning toegelaten. Voor wat betreft de locatie Wiemselweg 19 wordt in totaal een gezamenlijke oppervlakte van 100 m² aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen toegestaan.

bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2

41

42

bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen. De gemeente Dinkelland heeft wel een Rood voor Rood- en planschade-overeenkomst afgesloten met de aanvrager.

bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2

43

44

bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft in juli 2016 een uitzonderingslijst opgesteld van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is. Het plan valt onder categorie B onder 4, waardoor vooroverleg niet nodig is. Daarnaast is de provincie Overijssel tevens grondeigenaar van de slooplocatie aan de Alofssteeg 2. De provincie kan als eigenaar van de percelen Weerselo P 11 en 12 instemmen met een bestemmingsplanwijziging van deze percelen naar Agrarisch-1 zonder functieaanduiding.

Waterschap Vechtstromen Op 01-05-2020 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 13 november 2020 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.

bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2

45

46

bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2

47

Bijlage 1 Landschappelijke inpassing Wiemselweg 19 Oud Ootmarsum

48

bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2

A:

Bestaand gebouw om te vormen naar woning via de rood voor rood regeling.

B:

Nieuw te bouwen bijgebouw.

C:

Gazon/gras/tuin.

D:

De huidige haag langs het erf wordt ver wijderd. Op de nieuwe erfgrens wordt een nieuwe haag aangeplant. De soort is Fagus of Carpinus met 4 tot 5 stuks per m1. De maat van aanplant is 80-100 (hoogte in centimeters). Totale aanplant bedraagt circa 234 stuks

F

over circa 52 meter. E:

Bestaande hagen.

F:

Bestaande houtopstand (niet in eigendom).

G:

Weiland.

D

Fragment uit 1925 (topotijdreis.nl)

E G

A B

C G

nl-landschap.nl

Project:

Rood voor rood

Getekend:

N. Hannink

Status:

Naam:

Eppink/Postel

Adres:

Wiemselweg 19

Woonplaats:

Oud Ootmarsum

SO

Datum:

04-06-2020

Aantal pag.:

1

Gecontroleerd:

-

Formaat:

A3

Schaal:

1:750

Noord:

Tekening is noordgericht

Bijlage 2 Landschappelijke inpassing Langedijk 8 Saasveld

50

bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2

H

H D

A

A:

Bestaande woning.

B:

Bestaande bijgebouwen.

C:

Te slopen opstallen.

D:

Gazon/gras/tuin.

E:

Erfverharding.

F:

Weilanden.

G:

Bestaande houtopstanden (boscomplex).

H:

Bestaande houtopstanden (bomen).

E

Fragment uit 1925 (topotijdreis.nl)

C B B

F C G

nl-landschap.nl

Project:

Rood voor rood

Getekend:

N. Hannink

Status:

Naam:

Vaanholt

Adres:

Langedijk 8

Woonplaats:

Saasveld

SO

Datum:

04-06-2020

Aantal pag.:

1

Gecontroleerd:

-

Formaat:

A3

Schaal:

1:750

Noord:

Tekening is noordgericht

Bijlage 3 Landschappelijke inpassing Alofssteeg 2 Weerselo

52

bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2

J G

A:

Bestaande woning.

B:

Bestaand bijgebouw.

C:

Te slopen opstallen.

D:

Gazon/gras.

E:

Tuin/gazon.

F:

Bestaande hoogstamfruitbomen.

G:

Bestaande houtopstanden.

H:

Aan te vullen fruitboomgaard met 4 hoogstamfruitbomen in de maat 8-10 (st amomtrek in

Fragment uit 1925 (topotijdreis.nl)

centimeters).

G C

H F

I

I:

Erfverharding.

J:

Weiland / Bouwland.

C

D

B A

J E G

nl-landschap.nl

Project:

Rood voor rood

Getekend:

N. Hannink

Status:

Naam:

Westerhof

Adres:

Alofssteeg 2

Woonplaats:

Weerselo

SO

Datum:

04-06-2020

Aantal pag.:

1

Gecontroleerd:

-

Formaat:

A3

Schaal:

1:750

Noord:

Tekening is noordgericht

Bijlage 4 Verkennend Bodemonderzoek Alofssteeg 2 Weerselo

54

bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2

Verkennend Bodemonderzoek

Project:

2020-041

Locatie:

Alofssteeg 2 te Weerselo

Opdrachtgever:

Eppink R. & Postel R. Wiemselweg 19 7637 PE Oud-Ootmarsum

Datum:

24 april 2020

Verkennend bodemonderzoek Alofssteeg 2 te Weerselo

Verkennend Bodemonderzoek Alofssteeg 2 te Weerselo

Opdrachtgever:

Eppink R. & Postel R. Wiemselweg 19 7667 PE Oud-Ootmarsum

Adviesbureau:

Terra Agribusiness BV Eerste Stegge 54 7631 AE Ootmarsum

Status: Versie: Datum versie: Projectnummer:

Definitief 1 24 april 2020 2020-041

Auteur:

Joost Stevelink

Paraaf:

Kwaliteitscontrole:

Niek Hesselink

Paraaf:

Veldwerkers:

Joost Stevelink

Paraaf:

2020-041

24-4-20

Pagina 2 van 16

Verkennend bodemonderzoek Alofssteeg 2 te Weerselo

Inhoudsopgave Pagina 1

Inleiding

4

2

Vooronderzoek

5

3

4

5

2.1 Locatie gegevens

5

2.2 Algemene informatie locatie

5

2.3 Directe omgeving locatie

5

2.4 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek

6

2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie

6

2.6 Vooronderzoek PFAS

7

2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest

7

2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest

7

Onderzoeksprogramma

8

3.1 Hypothesestelling

8

3.2 Onderzoeksopzet

8

3.3 Analysestrategie

8

Onderzoeksresultaten

9

4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen

9

4.2 Analyseresultaten

9

4.3 Toetsing van de hypothese

9

4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek

9

Samenvatting en conclusie

BIJLAGE I: BIJLAGE II: BIJLAGE III: BIJLAGE IV: BIJLAGE V: BIJLAGE VI:

2020-041

10

Situering van de locatie (schaal 1: 12500) Situering van de locatie (schaal 1: 2000) Overzichtstekening boorpunten Boorstaten Analysecertificaten en Overschrijdingstabellen Foto's

24-4-20

Pagina 3 van 16

Verkennend bodemonderzoek Alofssteeg 2 te Weerselo

1 Inleiding In opdracht van Eppink R. & Postel R. heeft Terra Agribusiness BV een asbest in bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Alofssteeg 2 te Weerselo. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. Aanleiding van het onderzoek is in het kader van voorgenomen sloopactiviteiten. Doel van het onderzoek is het door middel van een steekproef conform het soort bodemonderzoek, nagaan van de huidige kwaliteit van de grond op de locatie. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: - NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem. (NEN 5707+C2:2017) - VKB Protocol 2018 “Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem"

Het procescertificaat van Terra Agribusiness Bodem & Milieutechniek en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness Bodem & Milieutechniek op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. De opbouw van dit rapport wordt als volgt weergegeven: - vooronderzoek naar historie en bodemgesteldheid; - opstellen van een hypothese; - opstellen van een onderzoeksstrategie; - resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek; - conclusies, aanbevelingen en samenvatting. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Terra-Agribusiness BV en zo nodig tot de certificerende-instelling (Normec).

2020-041

24-4-20

Pagina 4 van 16

Verkennend bodemonderzoek Alofssteeg 2 te Weerselo

2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de onderzoeksstrategie op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De onderstaande informatie is afkomstig uit: Tabel 1 Bronnen vooronderzoek Bron

Omschrijving

www.ahn.nl

AHN (Algemeen Hoogtebestand Nederland)

www.bodemloket.nl

Bodemloket van Nederland

www.topotijdreis.nl

Historische kaarten

www.dinoloket.nl

Ondergrond gegevens van Nederland

BAG viewer

Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)

Gemeente Dinkelland

Historische informatie van de locatie

Bodematlas Provincie Overijssel

Bodem gerelateerde informatie van de Provincie Overijssel

Informatie Opdrachtgever

Eppink R. & Postel R.

Inspectie onderzoekslocatie

Visueel inspectie van de locatie

2.1 Locatie gegevens Gegevens over de locatie zijn weergegeven in onderstaande tabel Tabel 2 Locatiegegevens Adres onderzoekslocatie

Alofssteeg 2 te Weerselo

Kadastrale gemeente

Weerselo

Sectie

P

Percelen

435

Oppervlakte van de onderzoekslocatie

78 m1

Eigenaar / gebruiker

Dhr. Westerhof

Korte beschrijving van de onderzoekslocatie

De onderzoekslocatie bestaat uit vier druppelzones

Bebouwing

Op de onderzoekslocatie staat een woning met meerdere schuren

Verharding

De onderzoekslocatie is geheel onverhard

2.2 Algemene informatie locatie De onderzoekslocatie bevindt zich aan de Alofssteeg in het buitengebied van Weerselo. De opdrachtgever is voornemens twee schuren te slopen. Ter plaatse hebben in het verleden agrarische bedrijfsactiviteiten plaatsgevonden. Op historische kaarten is vanaf 1905 bebouwing op de locatie te zien. Volgens het BAG-register is de huidige woning gebouwd in 1910. De schuren zijn gebouwd tussen 1960 en 1970. De schuren die gesloopt zullen worden zijn volgens het register gebouwd in 1960 en 1970. Deze schuren bevatten asbesthoudende dakbedekking zonder goot en er is (deels) geen verharding rondom de schuren. Er is op de locatie een bovengrondse (diesel)tank aanwezig (geweest) met een inhoud van 200 liter. De dieseltank staat op geruime afstand van de huidige onderzoekslocatie. 2.3 Directe omgeving locatie In de omgeving bevinden zich meerdere landbouwpercelen, enkele woonhuizen en agrarische bedrijven. Op historische kaarten wordt de omgeving aangeduid als "Nijstad". Aan de Alofssteeg 4 in Weerselo is door Geofox een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (projectnummer: 49930/RL/bv). Aanleiding van dit onderzoek vormde het realiseren van bouwplannen. In dit onderzoek zijn enkel lichte verhogingen aangetroffen.

2020-041

24-4-20

Pagina 5 van 16

Verkennend bodemonderzoek Alofssteeg 2 te Weerselo

Certicon heeft onderzoek uitgevoerd voor de "Toekomstige rondweg Weerselo" (rapportnummer: P2007.1587, d.d. 27-8-2007). Hier is echter geen informatie van bekend en het rapport is niet in het bezit van Terra Agribusiness BV. Er is geen bodemrelevante informatie van de directe omgeving van de onderzoekslocatie bekend welke mogelijk invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse van onderzoekslocatie. 2.4 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek Voor zover bekend zijn er in het verleden op de onderzoekslocatie geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande figuur. Figuur 1 Geologisch opbouw landelijk model DGM v2.2

De boorlocatie bevindt zich circa 19 meter boven NAP. De regionale grondwaterstroming is noordwestelijk.

2020-041

24-4-20

Pagina 6 van 16

Verkennend bodemonderzoek Alofssteeg 2 te Weerselo

2.6 Vooronderzoek PFAS PFAS komt op verschillende manieren in het grond- en grondwatersysteem in Nederland terecht. Bij lokaal gebruik en calamiteiten leidt dit tot het 'klassieke' bron-grondwaterpluim beeld. Het meest verdacht voor PFAS in het milieu zijn die locaties waar PFAS worden geproduceerd. Ook de brandweer-oefen-plaatsen waar met grote regelmaat brandblusschuim is toegepast, zijn verdacht. Er zijn echter ook vele andere toepassingen van PFAS die kunnen leiden tot een grondof grondwaterverontreiniging. In het handelingskader van het Expertisecentrum PFAS zijn alle bedrijfsactiviteiten en toepassingen beschreven waar PFAS wordt gebruikt en de kans dat daarbij PFAS in het milieu vrijkomt. In een onderzoek van ingenieursadviesbureau Sweco is een kaart bijgevoegd met potentiele bronlocaties die PFAS maken en verwerken, en locaties met een groot risico op de aanwezigheid van PFAS. Uit historisch onderzoek van onderhavig onderzoekslocatie blijkt dat geen van de beschreven toepassingen uit het handelingskader plaats heeft gevonden op of nabij de onderzoekslocatie. Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als onverdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot PFAS in de bodem. 2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest Op de locatie staan meerdere gebouwen met waarschijnlijk een asbesthoudende dakbedekking.

Er zijn 4 druppelzones waar het lekwater van de asbesthoudende dakbedekking rechtstreek in de bodem stroomt. De overige schuren met asbest vallen niet binnen de onderzoekslocatie. Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als verdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot asbest in de bodem. 2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest Op 6-4-2020 is de locatie visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De maaiveldinspectie is uitgevoerd conform de NEN 5707. Het maaiveld van de onderzoekslocatie is verdeeld in stroken van ongeveer 1m breed en is strook voor strook in 2 richtingen haaks op elkaar geïnspecteerd. In onderstaande tabel zijn de resultaten van de maaiveldinspectie beknopt weergegeven. Tabel 3 Maaiveldinspectie NEN 5707 Aandachtsgebied

Opmerking

Oppervlakte geïnspecteerde locatie

78

Conditie toplaag

Droog

Beperkingen van de inspectie

Neerslag: Geen, <25% vegetatie

Weersomstandigheden

Zicht: > 50m

Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?

Nee

Opmerking

-

Resultaat maaiveld inspectie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld gevonden.

2020-041

24-4-20

Pagina 7 van 16

Verkennend bodemonderzoek Alofssteeg 2 te Weerselo

3

Onderzoeksprogramma

3.1 Hypothesestelling Verkennend bodemonderzoek NEN 5707 Het asbest in grondonderzoek heeft tot doel het globaal vaststellen van het gemiddelde asbestgehalte van de deellocatie (ruimtelijke eenheid) en het vaststellen van de globale omvang van een eventueel aanwezige asbestverontreiniging. Tabel 4 Deellocaties en hypothese NEN5707 Locatie

Hypothese

Verdachte stoffen

Gehele locatie

Verdacht

Asbest in grond

Opmerking

3.2 Onderzoeksopzet De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 6 april 2020. De positie van de boorlocaties zijn weergegeven in bijlage III. Tabel 5 Onderzoeksopzet VEP (NEN 5707)

1 2 3

Locatie

Proefsleuf ondiep1

Druppelzone 1 Druppelzone 2 Druppelzone 3 Druppelzone 4

2 2 2 2

Proefgaten met diepe boring2

Analyses asbest in grond3

-

1 1 1 1

Ondiep proefsleuf standaard 2,0m x 0,3m x 0,10m (lxbxh). Standaard proefgat van 0,3m x 0,3m x 0,5m (lxbxh) diep doorgeboord met edelmanboor Ø 12cm. Analyse conform NEN5898; aantal analyses asbest in materiaal op basis van zintuiglijke waarnemingen in het veld.

3.3

Analysestrategie

Toetsing homogeniteit Op basis van de waarnemingen in het veld zijn mengmonsters samengesteld die qua aardt, herkomst en samenstelling vrijwel overeenkomen. Ten behoeve van het analytisch onderzoek zijn in het veld mengmonsters samengesteld. In onderstaand tabel is de samenstelling van de monsters verwerkt. Tabel 6 Analyse onderzochte monsters NEN 5707 Analyse monster

Traject (m-mv)

Deelmonster

Analyse

9 DZ1

0,00 - 0,10 0,00 - 0,10

Asbest NEN5898 (10 kg) Asbest NEN5898 (10 kg)

DZ2

0,00 - 0,10

DZ3

0,00 - 0,10

DZ4

0,00 - 0,10

9 (0,00 - 0,10) 1 (0,00 - 0,10) 2 (0,00 - 0,10) 3 (0,00 - 0,10) 4 (0,00 - 0,10) 5 (0,00 - 0,10) 6 (0,00 - 0,10) 7 (0,00 - 0,10) 8 (0,00 - 0,10)

Asbest NEN5898 (10 kg) Asbest fijne fractie SEM NEN5898, Asbest NEN5898 (10 kg) Asbest NEN5898 (10 kg)

Alle monsters ten behoeve van de NEN 5707 zijn geanalyseerd door ACMAA Laboratorium te Deurningen.

2020-041

24-4-20

Pagina 8 van 16

Verkennend bodemonderzoek Alofssteeg 2 te Weerselo

4

Onderzoeksresultaten

4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen In bijlage V zijn de visuele waarnemingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. Veldwaarnemingen De bovengrond bestaat uit matig fijn zand. In de onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven: Tabel 7 Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring

Traject (m -mv) 0,00 - 0,10

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

5

Diepte boring (m -mv) 0,10

Zand

6

0,10

0,00 - 0,10

Zand

zwak puinhoudend, zwak wortelhoudend zwak puinhoudend, zwak wortelhoudend

Aan de zijde van druppelzone 1 is een deel van het asbestdak voorzien van een dakgoot. Echter bevat de dakgoot geen regenpijp waardoor de afwatering van het asbestdak rechtstreeks in de onbeschermde bodem terecht komt. Ter plaatse hiervan is een sleuf gegraven en een monster samengesteld en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. Er is gekozen voor een inspectiesleuf in plaats van een inspectiegat vanwege voldoende monstermateriaal. 4.2 Analyseresultaten Alle monsters ten behoeve van de NEN 5707 zijn geanalyseerd door ACMAA Laboratorium te Deurningen. Tabel 4.2.2 Analyseresultaten NEN 5707 Monster 9 DZ1

Traject (m-mv) 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10

Samenstelling Matrix Resultaat 9 (0,00 - 0,10) Asbest in grond 0,1 mg/kg ds 1 (0,00 - 0,10) Asbest in grond Bevat geen asbest 2 (0,00 - 0,10) DZ2 0,00 - 0,10 3 (0,00 - 0,10) Asbest in grond Bevat geen asbest 4 (0,00 - 0,10) DZ3 0,00 - 0,10 5 (0,00 - 0,10) Asbest in grond 35 mg/kg ds* 6 (0,00 - 0,10) DZ4 0,00 - 0,10 7 (0,00 - 0,10) Asbest in grond Bevat geen asbest 8 (0,00 - 0,10) * Van de zeeffractie <0,5 mm is maximaal 10 grom kwalitatief beoordeeld en deze bevat asbestverdachte vezels. Sleuf/monster

Traject (m-mv)

Gewogen concentratie (grond+materiaal+SEM in mg/kg ds)

DZ3

0,00 - 0,10

42,8 mg/kg ds

4.3

Toetsing van de hypothese

Onderdeel Druppelzone 1

Gestelde hypothese Verdacht

Druppelzone 2

Verdacht

Verworpen

Druppelzone 3

Verdacht

Aangenomen

Druppelzone 4

Verdacht

Verworpen

4.4

Hypothese verworpen of aangenomen Verworpen

Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek

Verkennend asbest in bodemonderzoek NEN5707 Druppelzones Ter plaatse van elke druppelzone zijn 2 inspectiesleuven gegraven. In de mengmonsters is geen asbest aangetoond of het gewogen asbestgehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.

2020-041

24-4-20

Pagina 9 van 16

Verkennend bodemonderzoek Alofssteeg 2 te Weerselo

5 Samenvatting en conclusie Op een locatie gelegen aan de Alofssteeg 2 te Weerselo, kadastraal bekend gemeente: Weerselo, Sectie: P, nummer(s): 435 is op 6 april 2020 een asbest in bodemonderzoek conform NEN5707 uitgevoerd. De onderzoekslocatie bestaat uit vier druppelzones. De opdrachtgever is voornemens de schuren te slopen. Druppelzones Ter plaatse van elke druppelzone zijn 2 inspectiesleuven gegraven en is er een mengmonster samengesteld. Op het maaiveld en in de sleuven is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de druppelzones 1, 2 en 4 is analytisch geen asbest aangetroffen. Ter plaatse van de dakgoot zonder regenpijp is een inspectiesleuf gegraven en een monster samengesteld. In dit monster is een concentratie asbest aangetoond van 0,1 mg/kg ds. In het mengmonster van druppelzone 3 is een concentratie asbest aangetoond van 35 mg/kg ds. Uit deze analyse blijkt ook dat van de zeeffractie <0,5mm asbestverdachte vezels bevat. Hierop is besloten om het monster middels SEM te analyseren. Uit de SEM-analyse blijkt dat er 24 asbestvezels gemeten zijn met een gehalte van 7,8 mg/kg ds. De totale concentratie asbest komt uit op 42,8 mg/kg ds. Hiermee blijft het gehalte onder de norm van 50 mg/kg ds. Er is geen sprake van 'onaanvaardbare risico's buiten'. In de overig uitgevoerde analyses zijn in de zeeffractie <0,5mm geen asbestverdachte vezels aangetroffen.

Omdat er in de mengmonsters geen asbest is aangetoond hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek, is een nader onderzoek niet noodzakelijk. Gegeven de in onderhavig rapport beschreven onderzoeksresultaten, wordt de onderzoekslocatie ten aanzien van asbest in de bodem geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Hoewel het verrichte veld- en laboratoriumonderzoek volgens de geldende normen zijn uitgevoerd, dienen de onderzoeksresultaten met enige voorzichtigheid te worden gehanteerd. Door de bodem steekproefsgewijs te onderzoeken is ernaar gestreefd om een representatief beeld te krijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en het grondwater. Het is echter nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het grondwater voorkomen. Het uitgevoerde onderzoek is verkennend en betreft een momentopname.

2020-041

24-4-20

Pagina 10 van 16

BIJLAGE I Situering van de locatie

BIJLAGE II Situering van de locatie

Kadastrale kaart

Uw referentie: 2020-041

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 2000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Weerselo P 435

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 30 maart 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

BIJLAGE III Overzichtstekening boorpunten

BIJLAGE IV Boorstaten

Pagina

Datum:

6-4-2020

Boring:

1

0

Datum:

Zand, matig fijn, zwak humeus, donkerbruin, Schep

5-1

braak Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak puinhoudend, zwak wortelhoudend, grijsbruin, Schep

6-4-2020

7 braak

7-1

0 -10

braak

9-1

Zand, matig fijn, zwak humeus, donkerbruin, Schep

6-4-2020

Boring:

9

2020-041

Zand, matig fijn, zwak humeus, donkerbruin, Schep

0

0 -10

braak

8-1

Zand, matig fijn, zwak humeus, donkerbruin, Schep

6 Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak puinhoudend, zwak wortelhoudend, grijsbruin, Schep

6-4-2020

Boring: 0 -10

0 -10

braak

6-1

4

0

Datum:

0 -10

braak

4-1

Zand, matig fijn, zwak humeus, donkerbruin, Schep

6-4-2020

Boring: 0 -10

0 -10

braak

2-1

6-4-2020

0

Datum:

5

0

Projectcode:

braak

2

0

Boring: 0 -10

6-4-2020

Boring:

0

Zand, matig fijn, zwak humeus, donkerbruin, Schep

3

0

Datum:

braak

Datum:

3-1

Boring:

Datum:

0 -10

6-4-2020

0

6-4-2020

Boring: 1-1

Boring:

Datum:

Datum:

8 Zand, matig fijn, zwak humeus, donkerbruin, Schep

1-1

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei Grind, siltig

geur Klei, zwak siltig

geen geur zwakke geur

Grind, zwak zandig

matige geur

Klei, matig siltig

sterke geur Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10

Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters

Zand, uiterst siltig

geroerd monster

overige toevoegingen

ongeroerd monster

zwak humeus volumering

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

BIJLAGE V Analysecertificaten en overschrijdingstabellen

Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving

Terra Agribusiness Dhr. J. Stevelink Eerste Stegge 54 7631 AE Ootmarsum 2020-041 Postel

Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina

V200400371 versie 1 06-04-2020 06-04-2020 10-04-2020 1 van 2

Naam DZ1 Datum monstername 06-04-2020 Monstersoort Grond Datum analyse 09-04-2020 Monstername door Opdrachtgever Barcode Analyse methode Asbest in bodem m.b.v. microscopie - conform AS 3000, AP04 SG6 en NEN 5898 (Q) Q = door RvA geaccrediteerd Deelmonsters Nummer 1 2

Boornaam 1-1-1 2-2-1

Begin diepte 0 0

Resultaten Parameter

Concentratie

95% betrouwbaarheidsinterval Ondergrens Bovengrens Gemeten Gewogen Gemeten Gewogen

Droge stof Massa monster (veldnat) Massa monster (droog) Chrysotiel (serpentijn) Amosiet (amfibool) Crocidoliet (amfibool) Per mineralogische groep Niet hechtgeb. serpentijn Hechtgebonden serpentijn Totaal serpentijn Niet hechtgeb. amfibool Hechtgebonden amfibool Totaal amfibool Totaal Niet hechtgeb. asbest Hechtgebonden asbest Totaal asbest

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/464/documents/14665