Bestemmingsplan buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 En Alofssteeg 2
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPWIEMSELWEG19VG01
Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
7 7 7 10 12 12
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
13 13 17
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid
19 19 20 24
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Bodem 4.4 Geluid
27 27 27 29 31
4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
32 33 34 35 36 37
Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels
39 39 39
Hoofdstuk 6
43
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
45 45 45
Bijlagen bij de toelichting
47
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing Wiemselweg 19 Oud Ootmarsum
48
Bijlage 2
Landschappelijke inpassing Langedijk 8 Saasveld
50
Bijlage 3
Landschappelijke inpassing Alofssteeg 2 Weerselo
52
Bijlage 4
Verkennend Bodemonderzoek Alofssteeg 2 Weerselo
54
Bijlage 5
Verkennend Bodemonderzoek Langedijk 8 Saasveld
91
2
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2
Bijlage 6
Quickscan natuurwaardenonderzoek
140
Bijlage 7
Watertoets
175
Regels
177
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
179 179 183
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Agrarisch - 2 Bos - Natuur Wonen Waarde - Ecologie
185 185 187 189 191 196
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
197 197 198 199 200 201 202
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
205
Artikel 14 Artikel 15
Overgangsrecht Slotregel
205 206
Bijlagen bij de regels
207
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing Wiemselweg 19 Oud Ootmarsum
208
Bijlage 2
Landschappelijke inpassing Langedijk 8 Saasveld
210
Bijlage 3
Landschappelijke inpassing Alofssteeg 2 Weerselo
212
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2
3
4
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2
5
6
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Voor de locatie aan de Wiemselweg 19 in Oud Ootmarsum is een plan ontwikkeld. Aan de Wiemselweg 19 is een vrijstaand kantoorgebouw aanwezig. De initiatiefnemers hebben het voornemen om een woning in het reeds bestaande vrijstaande kantoorgebouw te realiseren. Op basis van de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Rood voor Rood beleid Dinkelland 2015' is het mogelijk om, in ruil voor het slopen van landschapsontsierende bebouwing, het recht op een compensatiewoning met een bijgebouw te verkrijgen. Hiervoor is de initiatiefnemer voornemens om op twee locaties binnen de gemeente Dinkelland landschapsontsierende bebouwing te slopen, te weten aan de Langedijk 8 in Saasveld en de Alofssteeg 2 in Weerselo. Ter compensatie kan een woonrecht worden verkregen aan de Wiemselweg 19 in Oud Ootmarsum. Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld om de ontwikkeling in planologisch-juridisch opzicht vast te leggen. Tevens wordt de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het voornemen getoetst.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Wiemselweg 19, Oud Ootmarsum Het plangebied aan de Wiemselweg 19 in Oud Ootmarsum bestaat uit het perceel kadastraal bekend als gemeente Denekamp, sectie K, perceelnummers 638, 823 en 683. Het plangebied ligt aan de oostelijke rand van Oud Ootmarsum. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging plangebied Wiemselweg 19, Oud Ootmarsum (bron: Atlas van Overijssel) Langedijk 8, Saasveld Het plangebied aan de Langedijk 8 in Saasveld bestaat uit het perceel kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie T, perceelnummers 1337 en 1338. Het plangebied ligt in het buitengebied van Saasveld, ten oosten van de kern Saasveld. In figuur 1.2 is de ligging van het plangebied weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2
7
Figuur 1.2: Ligging plangebied Langedijk 8, Saasveld (bron: Atlas van Overijssel) Alofssteeg 2, Weerselo Het plangebied aan de Alofssteeg 2 in Weerselo bestaat uit het perceel kadastraal bekend als gemeente Weerselo, sectie P, perceelnummer 435. Het plangebied ligt in het buitengebied van Weerselo, ten oosten van de kern Weerselo. In figuur 1.3 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.3: Ligging plangebied Alofssteeg 2, Weerselo (bron: Atlas van Overijssel) Begrenzing De globale begrenzing van het plangebied is in de onderstaande figuren voor iedere locatie separaat 8
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2
weergegeven (rood omkaderd). In deze figuren is een luchtfoto met kadastrale grenzen weergegeven waarop de planlocatie te zien is. De begrenzingen komen gedeeltelijk overeen met de grenzen van het erf. Zie de digitale verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied. Wiemselweg 19, Oud Ootmarsum
Figuur 1.4: begrenzing plangebied Wiemselweg 19, Oud Ootmarsum (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2
9
Figuur 1.5: begrenzing plangebied Langedijk 8, Saasveld (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Figuur 1.6: begrenzing plangebied Alofssteeg 2, Weerselo (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.3 Vigerend bestemmingsplan Plangebied Wiemselweg 19, Oud Ootmarsum Voor de Wiemselweg 19 in Oud Ootmarsum geldt het bestemmingsplan 'Oud Ootmarsum'. Het bestemmingplan 10
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2
is op 17-12-2013 vastgesteld. In figuur 1.7 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen.
Figuur 1.7: Uitsnede bestemmingsplan 'Oud Ootmarsum' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Aan het plangebied is de bestemming 'Wonen' toegekend met de functieaanduiding 'kantoor' en de bouwaanduiding 'bijgebouwen'. De gronden aan de Wiemselweg 19 zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor wonen, met daaraan ondergeschikt: ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' een kantoor. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden om het reeds bestaande gebouw te gebruiken voor een woning, aangezien hoofdgebouwen ten dienste van de bestemming 'Wonen' enkel binnen het bouwvlak gebouwd mogen worden. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk. Slooplocaties Langedijk 8, Saasveld en Alofssteeg 2, Weerselo Voor de Langedijk 8 in Saasveld en Alofssteeg 2 in Weerselo geldt het bestemming 'Buitengebied 2010'. Het bestemmingsplan is op 18-02-2010 vastgesteld. In figuur 1.8 en figuur 1.9 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan voor beide locaties opgenomen.
Figuur 1.8: Uitsnede bestemmingsplan Langedijk 8, Saasveld (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Aan het plangebied is de bestemming 'Agrarisch -2' toegekend met bouwvlak en functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel niet grondgebonden agrarisch bedrijf'. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2
11
Figuur 1.9: Uitsnede bestemmingsplan Alofssteeg 2, Weerselo (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Aan het plangebied is de bestemming 'Agrarisch -1' toegekend met bouwvlak en functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel niet grondgebonden agrarisch bedrijf'. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering.
1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.BUIBPWIEMSELWEG19-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.
1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
12
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2
Hoofdstuk 2
Het plan
2.1 Huidige situatie Wiemselweg 19, Oud Ootmarsum In de huidige situatie is er aan de Wiemselweg 19 in Oud Ootmarsum sprake van een gebouw met kantoorfunctie. Het kantoorgebouw kent een typische Nedersaksische bouwstijl. Vanaf de straatkant lijkt het gebouw dan ook niet op een typisch kantoorgebouw. Het plangebied is gelegen aan de oostzijde van het buurtschap Oud Ootmarsum. Het plangebied wordt begrensd door diverse groenstructuren, burgerwoningen en agrarische bedrijven. Het plangebied wordt ontsloten via de Wiemselweg, een rustige weg (60 k/u) tussen Oud Ootmarsum en Tilligte, voornamelijk gebruikt voor bestemmingsverkeer.
Figuur 2.1: huidige situatie Wiemselweg 19, Oud Ootmarsum (bron: Cyclomedia)
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2
13
Figuur 2.2: huidige situatie Wiemselweg 19, Oud Ootmarsum (bron: Cyclomedia) Langedijk 8, Saasveld Eén van de slooplocaties voor onderhavig plan ligt aan de Langedijk 8 in Saasveld. De eigenaar beschikt ter plaatse over vier schuren op het erf. Hiervan worden twee voormalige varkensstallen met een gezamenlijke omvang van 670 m² gesloopt. Onderstaand is de huidige situatie van de Langedijk 8 in Saasveld weergegeven met daarop de sloopschuren rood omkaderd.
14
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2
Figuur 2.3: Langedijk 8, Saasveld met in rood omlijnd de sloopschuren (bron: Cyclomedia)
Figuur 2.4: huidige situatie Langedijk 8, Saasveld (bron: Cyclomedia) Alofssteeg 2, Weerselo De andere slooplocatie voor onderhavig plan ligt aan de Alofssteeg 2 in Weerselo. De eigenaar beschikt ter bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2
15
plaatse over een erf met een drietal schuren. Hiervan worden een tweetal schuren gesloopt met een gezamenlijke omvang van 325 m². Onderstaand is de huidige situatie van de Alofssteeg 2 in Weerselo weergegeven met daarop de sloopschuren rood omkaderd.
Figuur 2.5: Alofssteeg 2, Weerselo met in rood de te slopen schuren (bron: Cyclomedia)
Figuur 2.6: huidige situatie Alofssteeg 2, Weerselo (bron: Cyclomedia)
16
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2
2.2 Toekomstige situatie Wiemselweg 19, Oud Ootmarsum Het voornemen betreft het verkrijgen van een woonrecht op het perceel aan de Wiemselweg 19 en het bouwen van een bijbehorend bouwwerk van 100 m². De huidige kantoorfunctie komt dan te vervallen. Om het woonrecht mogelijk te maken willen de initiatiefnemers gebruik maken van rood voor rood regeling van de gemeente Dinkelland. In ruil voor de sloop van minimaal 850 m² landschapontsierende bebouwing, kan een woonrecht worden verkregen. Het woonrecht zal worden ingezet voor de bestaande bebouwing aan de Wiemselweg 19, met de realisatie van een bijgebouw met een oppervlakte van 100 m². In figuur 2.7 en Bijlage 1 is een landschappelijke inrichtingsschets opgenomen van de beoogde situatie aan de Wiemselweg 19 in Oud Ootmarsum. Daarbij wordt ter hoogte van de 'D', aangegeven in figuur 2,7 de huidige haag langs het erf verwijderd. Op de nieuwe erfgrens wordt een nieuwe haag aangeplant.
Figuur 2.7: landschappelijke inpassing Wiemselweg 19 Oud Ootmarsum (bron: nl-landschap.nl) Langedijk 8, Saasveld en Alofssteeg 2, Weerselo Voor de twee slooplocaties is tevens een landschappelijke inpassingsschets opgesteld. De schets voor Langedijk 8 in Saasveld is opgenomen in figuur 2.8 en Bijlage 2. De schets voor de Alofssteeg 2 in Weerselo is opgenomen in figuur 2.9 en Bijlage 3.
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2
17
Figuur 2.8: landschappelijke inpassing Langedijk 8, Saasveld (bron: nl-landschap.nl)
Figuur 2.9: landschappelijke inpassing Alofssteeg 2, Weerselo (bron: nl-landschap.nl)
18
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1 Rijksbeleid 3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma's zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS (inmiddels NNN), inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit deze Structuurvisie heeft het Rijk op basis van de Wet ruimtelijke ordening, twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van elkaar in aard (beleidsmatig versus procesmatig): Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk beleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij verschillende overheden. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met de nationale belangen zoals deze benoemd zijn in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Derhalve wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2
19
De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van één nieuwe woning op het perceel aan de Wiemselweg 19 in Oud Ootmarsum mogelijk. Op grond van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921) wordt de realisatie van 11 woningen niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Besluit ruimtelijke ordening. Derhalve is artikel 3.1.6, tweede lid, Bro ook niet van toepassing.
Echter, in bovengenoemde uitspraak heeft de Raad van State bepaald dat ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin. De Ladder voor duurzame verstedelijking vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
Op 13 november 2019 is door de Provinciale Staten van Overijssel de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 vastgesteld. De aanpassingen van de Omgevingsvisie die met de Actualisatie 2018/2019 zijn doorgevoerd zijn op 1 december 2019 in werking getreden. Met de Actualisatie 2018/2019 is de Omgevingsvisie weer bij de tijd gebracht. De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Actualisatie Omgevingsverordening Overijssel 2018/2019 van de provincie Overijssel. De Provinciale Staten van Overijssel hebben de Actualisatie Omgevingsverordening Overijssel 2018/2019 op 13 november 2019 vastgesteld en is op 1 december 2019 in werking getreden. Met de vaststelling van de Actualisatie 2018/2019 is de Omgevingsverordening weer bij de tijd gebracht. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 20
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2
generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven.
In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2
21
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hieronder wordt het plan aan de relevante artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel getoetst. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (lid 1) Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Middels dit bestemmingsplan wordt de realisatie van een nieuwe woning op het perceel aan de Wiemselweg 19 mogelijk gemaakt. Het betreft een functiewijziging van een bestaand pand en legt derhalve geen extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving.
Bovenop de functiewijziging van het bestaande pand worden nog landschap ontsierende gebouwen gesloopt, waarmee het plan een positieve bijdrage levert aan de algemene beginselen van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Het plan is in overeenstemming met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit (lid 1) In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan:
22
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2
Met voorliggende ontwikkeling wordt een woonrecht mogelijk gemaakt in een bestaand pand. Ter compensatie wordt er op twee locaties binnen de gemeente Dinkelland landschapontsierende bebouwing gesloopt. De sloop van de landschapsontsierende bebouwing levert een bijdrage aan de ontstening van het buitengebied. Daarnaast worden zowel de slooplocaties als de locatie aan de Wiemselweg 19 landschappelijk ingepast waardoor geconcludeerd kan worden dat het plan een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) Zowel het plangebied aan de Wiemselweg, als ook beide slooplocaties aan de Langedijk in Saasveld en Alofssteeg in Weerselo zijn gelegen in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en Werken in het kleinschalige mixlandschap'. In het ontwikkelingsperspectief voor 'mixlandschap' wordt ruimte geboden aan een mix/verweving van verschillende functies. De plannen van initiatiefnemers doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor omliggende functies in de omgeving. Binnen dit perspectief is ruimte voor landbouw, landschapsontwikkeling, natuur, cultuurhistorie, vrijetijd, wonen en overige bedrijvigheid. Het onderhavig plan geeft invulling aan dit perspectief; landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt. In ruil hiervoor wordt één woonrecht verkregen. Het geheel wordt landschappelijk ingepast en levert zodoende een bijdrage aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit Gebiedskenmerken Voor wat betreft de gebiedskenmerken voor de verschillende deelgebieden wordt onderstaand een opsomming verricht van de van toepassing zijnde kenmerken.
Wiemselweg 19, Oud Ootmarsum Natuurlijke laag: Dekzandvlakte en ruggen Laag van het agrarisch cultuurlandschap: Jong heide- en broekontginningslandschap Stedelijke laag: n.v.t. Laag van beleving: n.v.t. Langedijk 8, Saasveld Natuurlijke laag: Beekdalen en natte laagtes Laag van het agrarisch cultuurlandschap: Maten en flierenlandschap Stedelijke laag: n.v.t. Laag van beleving: Donkerte Alofssteeg 2, Weerselo Natuurlijke laag: Dekzandvlakte en ruggen Laag van het agrarisch cultuurlandschap: Jong heide- en broekontginningslandschap Stedelijke laag: n.v.t. Laag van beleving: Donkerte Het onderhavig plan betreft de sloop van (agrarische) opstallen. Het woonrecht wordt gesitueerd aan de Wiemselweg 19 in Oud Ootmarsum. Ter compensatie van het verkrijgen van een woonrecht wordt ten minste 850 m² aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt en worden de slooplocaties landschappelijk ingepast. Door het voornemen wordt fors geïnvesteerd in het gebied door een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Door het saneren van de agrarische opstallen aan de Langedijk in Saasveld en de Alofssteeg in Weerselo bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2
23
ontstaat aldaar weer meer openheid. Aan de Wiemselweg is daarentegen reeds sprake van bebouwing en clustering van bebouwing. Het verkrijgen van een woonrecht op deze locatie is dan ook als acceptabel te beschouwen. De landschappelijke inpassing is daarbij vormgegeven om zo veel mogelijk de waardevolle kenmerken te behouden. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de aanwezige gebiedskenmerken voor de drie deelgebieden. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
Structuurvisie Dinkelland
De gemeente Dinkelland heeft op grond van artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening een structuurvisie vastgesteld voor het gehele grondgebied van de gemeente (10 september 2013). De visie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. De gemeente Dinkelland profileert zich als een agrarische en toeristische gemeente. Kenmerkend voor de gemeente Dinkelland is het unieke landschap dat is aan te merken als een kleinschalig samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen. De gemeente heeft een gezonde economie die ten dele drijft op de agrarische en toeristische sector maar waarin ook zeker andere bedrijvigheid, die zowel in de kernen als het buitengebied is gevestigd, een belangrijke rol speelt. Dinkelland staat voor het duurzaam borgen en ontwikkelen van deze unieke combinatie van levende en sociaal coherente gemeenschappen, ligging en landschap, rijk historisch bezit en een gezonde weerbare economie.
Voor de ruimtelijke ontwikkeling van het buitengebied betekent dit dat Dinkelland staat voor: een evenwichtige en duurzame ontwikkeling van het grondgebied, met respect voor het natuurlijke en culturele erfgoed; goede condities voor een goed functionerende economische sector, passend bij het karakter van Dinkelland, met bijzondere aandacht voor de agrarische sector en de toeristisch recreatieve sector. Toets De Structuurvisie gaat niet specifiek in op dergelijke (kleinschalige) ruimtelijke ontwikkelingen zoals beschreven in dit bestemmingsplan. Voor de ruimtelijke inpassing van dergelijke ontwikkelingen is de provinciale Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, waaronder ook Rood voor Rood valt, ontwikkeld als kwaliteitsinstrument voor ontwikkelingen in het buitengebied. De gemeente Dinkelland heeft dit vervat in gemeentelijk beleid. Hiermee is meer maatwerk mogelijk dan voorheen. Bij voorgenomen ontwikkeling worden landschapsontsierende gebouwen gesloopt en wordt er geïnvesteerd in ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor vindt er op de slooplocaties een kwaliteitsslag plaats. De compensatielocatie ligt in Oud Ootmarsum en is voorzien in reeds bestaande bebouwing. Ook op deze locatie wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidsuitgangspunten van de structuurvisie. 3.3.2
Woonvisie 2016+ gemeente Dinkelland
Op 11 juli 2016 is de Woonvisie 2016+ vastgesteld. De centrale ambitie van de woonvisie is dat het voor alle doelgroepen, jong en oud, het aantrekkelijk wonen blijft in Dinkelland. Hiervoor dient het woningaanbod gevarieerd en comfortabel en toekomstbestendig te zijn, zodat men ook op latere leeftijd thuis kan blijven wonen. Hierbij hoort een passend voorzieningenniveau en betrokkenheid van inwoners tot elkaar, waardoor de leefbaarheid in de negen kernen wordt versterkt. De visie is vertaald in drie ambities: kwaliteitsslag maken: in stand houden kwaliteit centrumgebied/kernwinkelgebieden, verduurzamen en toekomstbestendig maken van de woningvoorraad, gerichte aanpak in buurten door renovatie van woningen en woonomgeving beschikbaarheid: voor iedere doelgroep een woning. Het nieuwbouwprogramma wordt afgestemd met regiogemeenten, nieuwe plancapaciteit wordt getoetst aan afwegingskader, flexibele woningdifferentiatie in bestemmingsplannen en nieuwbouwaccenten op sociale huur en voor middeninkomens. betaalbaarheid: passende prijs met bijbehorende kwaliteit. Beperkte vermindering van de kernvoorraad sociale huurwoningen is mogelijk, voortzetten starterslening, onderzoek naar blijverslening, in huurprijsbeleid corporatie wordt huurprijs beter afgestemd op inkomen. 24
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2
Dinkelland krijgt de komende jaren te maken met enige bevolkingskrimp. Tot 2035 blijft het aantal huishoudens nog wel toenemen, waarvoor nog aanvullende nieuwbouw nodig is. De gemeente vindt het belangrijk dat er in alle kernen woningen worden gebouwd om te kunnen voorzien in de lokale woonbehoefte. Consumenten en ontwikkelaars vragen om meer ‘ontwikkel-vrijheid’, meer maatwerk en mogelijkheden om eigen ideeën te kunnen vormgeven. Een nieuwbouwprogramma moet flexibel zijn naar type woning, prijsklassen, eigendomsvormen enwoonconcepten. De gemeente volstaat in de Woonvisie met een prioritering voor welke doelgroepen het bestemmingsplan geschikt is. Voor de kleine kernen wordt de woningdifferentiatie op andere wijze bepaald, omdat het erg moeilijk is om inzicht te krijgen in de woonwensen van verschillende doelgroepen. Daarom worden er bestemmingsplannen gerealiseerd met een flexibele woningdifferentiatie. Verder wordt aan marktpartijen en corporatie gevraagd om concrete bouwplannen te ontwikkelen. Bij het niet voldoende op gang komen van de bouwproductie in een bepaalde kern worden de verschillende doelgroepen die actief zijn op de woningmarkt betrokken en worden concrete woonwensen geinventariseerd. Toets In de woonvisie wordt de woningbehoefte voor buurtschappen, zoals Agelo en Oud Ootmarsum, niet concreet benoemd.
Buurtschappen vallen binnen het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied en daarmee onder het planologisch regime van dat bestemmingsplan. In principe is het niet toegestaan extra burgerwoningen in het buitengebied te bouwen, omdat deze ten koste zouden kunnen gaan van de basisfuncties landbouw, landschap en natuur. Een uitzondering hierop kunnen nieuwe burgerwoningen zijn die worden gebouwd ten behoeve van nieuwe landgoederen of in het kader van de Rood-voor-Rood-regeling. Voorliggende ontwikkeling betreft een Rood voor Rood ontwikkeling. Tot slot heeft over het voornemen afstemming plaatsgevonden met het team wonen en vastgoed. Momenteel is nog ruimte voor het toevoegen van een Rood voor Rood-woning, waarmee het verzoek past binnen de Woonvisie van de Gemeente Dinkelland. Geconcludeerd wordt dat dit plan in lijn is met het beleid uit de Woonvisie 2016+. 3.3.3
"Rood voor rood beleid gemeente Dinkelland 2015"
Aanleiding voor het vaststellen van het beleid is dat steeds meer agrarische bedrijven veranderen in hobbymatige agrarische activiteiten of volledig stoppen met hun agrarische activiteiten.Het gevolg hiervan is een toename van leegstaande landschapsontsierende bedrijfsgebouwen, waardoor verval van het buitengebied op de loer ligt. Middels Rood voor Rood is het mogelijk om deze gebouwen te slopen en er een woning voor terug te bouwen. Centrale doelstelling is om een ruimtelijke kwaliteitsverbetering te realiseren. In het beleid is ook de mogelijkheid tot maatwerk opgenomen. Uitgangspunt van beleid is dat een oppervlakte van minimaal 850 m2 landschapsontsierende bebouwing of 4500 m2 aan kassen dient te worden gesloopt om een compensatiekavel (woning) te kunnen verkrijgen. In het beleid zijn verschillende uitgangspunten voor de sloop- en herbouwlocatie opgenomen, waaraan het plan in principe dient te voldoen. Voorwaarden ten aanzien van de slooplocatie welke van toepassing zijn op dit plan zijn dat de te slopen bebouwing van minimaal 850 m² landschapsontsierend is. Hierbij is behalve de uiterlijke staat ook de locatie op het erf van belang. Gebouwen die niet als landschapsontsierend worden aangemerkt, kunnen als bijgebouw bij de bestemming 'Wonen' worden gebruikt.
De te slopen bebouwing is legaal gebouwd, dat betekent dat er een bouwvergunning aanwezig is of dat het gebouw valt onder het overgangsrecht. Voorwaarden ten aanzien van de herbouwlocatie zijn; binnen de gemeentelijke Woonvisie moet ruimte zijn om een compensatiekavel te kunnen realiseren. Wanneer hierbinnen geen ruimte is, dan wordt de aanvraag afgewezen. De compensatiewoning kan geen onevenredige aantasting van agrarische en/of andere belangen in de omgeving veroorzaken, zoals belemmering van de bedrijfsmatige activiteiten van een bedrijf in de omgeving. De compensatiewoning dient aan te sluiten op bestaande bebouwing waarbij de maximale omvang van één compensatiekavel voor een enkele woning 1200m² bedraagt. Het kan dan gaan om kernen, dorpsranden, buurtschappen, lintbebouwing en bestaande erfstructuren. Daarnaast dient een erfplan te worden ontwikkeld waaruit blijkt dat wordt geinvesteerd in ruimtelijke kwaliteit. De deelnemer aan Rood voor Rood zal uit de opbrengst van de bouwkavel het slopen van de bedrijfsgebouwen en de bijdrage voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit moeten bekostigen. Toets Er zal een oppervlakte van 995 m² aan landschapsontsierende bedrijfsgebouwen worden gesloopt, waarmee aan de voorwaarde van minimaal 850 m² wordt voldaan. Deze bebouwing bevindt zich op twee percelen binnen de gemeente Dinkelland, zoals ook aangegeven in hoofdstuk 2.
Ter compensatie van het slopen van de landschapsontsierende bedrijfsgebouwen wordt een woonrecht bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2
25
verkregen. Dit woonrecht wordt ingezet op het perceel aan de Wiemsweg 19 in Oud Ootmarsum. De compensatiewoning wordt dus niet op één van de slooplocaties gerealiseerd, wat normaliter een voorwaarde is. Hier kan echter van worden afgeweken indien er een andere ruimtelijk verantwoorde locatie is. Dit is o.a. het geval wanneer er sprake is van een te behouden gebouw, waarbij de compensatiewoning wordt gerealiseerd binnen dit bestaande gebouw en als de ruimtelijke kwaliteit erbij gebaat is. Dat is in voorliggende ontwikkeling het geval. Tot slot is er voor de compensatiekavel en voor de twee slooplocaties een landschapsschets opgesteld. Deze is als bijlage bij de toelichting van dit bestemmingsplan bijgevoegd. In dit landschapsplan is de te slopen bebouwing opgenomen, de situering van de bouwkavel en woning (inclusief inpassing in het landschap) en het erfplan. Het erfplan is tot stand gekomen op basis van de beeldkwaliteitsprincipes Rood voor Rood, het landschapsontwikkelingsplan (LOP), het Cascobeleid en Kwaliteitskader Gebiedskenmerken van de gemeente (een uitwerking van de gebiedskenmerken uit de Omgevingsvisie Overijssel) 3.3.4
Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'
De gemeente Dinkelland heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Dinkelland heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart (figuur 3.4) kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.
Figuur 3.4: Fragment casco-kaart met v.l.n.r Wiemselweg, Langedijk en Alofssteeg (bron: Cascokaart) Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toets Nabij de drie deellocaties zijn in het kader van het casco-beleid diverse elementen zichtbaar. Voor wat betreft de bestaande elementen in het casco geldt voor alle locaties dat deze in stand wordt gehouden. De ontwikkeling is passend binnen de casco benadering.
26
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van één woning mogelijk. De beoogde activiteit wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
Het onderhavige project wordt niet gezien als een m.e.r.- plichtige activiteit. In de nota van toelichting op het Besluit mer wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Hier wordt het volgende over gezegd: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook «dorpen» hieronder vallen. Wat «stedelijke ontwikkeling» inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” Uit voorgaande volgt dat de realisatie van één woning in algemene zin niet te kwalificeren is als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. De kwalificatie is wel afhankelijk van specifieke omstandigheden van een project en de ruimtelijke gevolgen die het project met zich meebrengt. In die gevallen is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld. In onderhavige situatie is sprake van de realisatie van één woning.
De ontwikkeling wordt daarbij op passende wijze in het landschap opgenomen. De ruimtelijke uitstraling/de verandering die de ontwikkeling per saldo op de omgeving heeft is daardoor beperkt. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r.'
4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2
27
het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype.
De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.
Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Bij het realiseren van een nieuwe bestemming dient gekeken te worden of die nieuwe functie past in de omgeving (externe werking) en of de omgeving de nieuwe functie toelaat (interne werking). Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Oud Ootmarsum. In de omgeving van het plangebied zijn overwegend woningen, agrarische percelen en bos- en natuur aanwezig. Aangezien het plangebied een zeer matige functiemenging kent dient de omgeving aangemerkt te worden als 'rustige woonwijk'. Externe werking Bij de externe werking gaat het om de vraag of de realisatie van onderhavig plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de omgeving. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Daarnaast vindt er juist een verbetering plaats. Op de locatie aan de Wiemselweg 19 is momenteel een kantoor mogelijk. In de VNG-lijst is 'Overige zakelijke dienstverlening: kantoren', aangegeven met milieucategorie 1. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter in verband met het aspect geluid. Met de wijziging naar wonen vervalt de milieubelastende functie voor deze omgeving. Er is derhalve geen sprake van een aantasting van het leefklimaat van omwonenden.
Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. Wiemselweg 19 in Oud Ootmarsum De Wiemselweg 19 is gelegen op een afstand van circa 60 meter van restaurant de Postelhoek. Voor een restaurant geldt een maximale richtafstand van 10 meter. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan, waardoor het restaurant niet belemmerd wordt door de realisatie van een nieuwe woning. Andersom vormt de Postelhoek ook geen belemmering voor de voorgestelde ontwikkeling. De Wiemselweg 19 is daarnaast op een afstand van circa 80 meter gelegen van de bedrijfsbestemming aan de Laagsestraat 42-46 in Oud Ootmarsum. Ter plaatse zijn bedrijven in de categorie 1 en 2 toegestaan. Daarnaast wordt specifiek genoemd dat ter plaatse een timmerfabriek is toegestaan. Deze functie wordt afhankelijk van of 28
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2
sprake is van een productieoppervlak kleiner of groter dan 200m2 gerekend tot de milieucategorie 3.1 (productieoppervlak kleiner dan 200m2) of 3.2. Op dit moment is ter plaatse geen sprake van een timmerwerkfabriek, omdat het bestemmingsplan deze functie wel toestaat moet hier echter wel rekening mee worden gehouden. Voor de categorie 3.2 geldt een richtafstand van 100 meter. Deze richtafstand is bepalend, de richtafstand voor de algemeen toegestane bedrijvigheid in de categorie 2 is immers kleiner. De afstand van het bijgebouw dat omgezet wordt naar een woning tot aan het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ bedraagt circa 95 meter waardoor net niet wordt voldaan aan de richtafstand ingeval van een categorie 3.2 timmerwerkfabriek. Omdat bij een timmerwerkfabriek de productiewerkzaamheden inpandig plaatsvinden en deze werkzaamheden bepalend zijn voor de richtafstand, kan redelijkerwijs worden uitgegaan van het dichtstbijzijnde bouwvlak binnen het bestemmingsvlak. De afstand van het dichtstbijzijnde bouwvlak tot aan het gebouw waarin de woning moet worden gerealiseerd bedraagt circa 105 meter. Gelet hierop wordt geconcludeerd dat het voornemen geen belemmering vormt voor de gebruiksmogelijkheden binnen deze bedrijfsbestemming. Andersom vorm de uitoefening van een timmerwerkfabriek geen belemmering voor het voornemen.
Langedijk 8 in Saasveld Het gehele bouwvlak zal omgezet moeten worden naar de bestemming ‘Wonen’ en de maximaal toegestane hoeveelheid bebouwing zal vastgelegd worden op de dan bestaande hoeveelheid. De Langedijk 8 valt hiermee binnen het bepaalde van artikel 3, lid 2 Wgv. Hierin staat dat de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij ten minste 50 meter in bedraagt, indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Het dichtstbijzijnde agrarisch bedrijf is gelegen op meer dan 50 meter afstand van het bouwvlak aan de Langedijk 8. Het omzetten van de bestemming ‘Agrarisch – 2’ naar de bestemming ‘Wonen’ zorgt er niet voor dat agrarische bedrijven in de directe omgeving extra worden belemmerd in hun ontwikkelingsmogelijkheden. Andersom vormen agrarische bedrijven in de directe omgeving ook geen belemmering om aan de Langedijk 8 de bestemming ‘Agrarisch – 2’ om te zetten naar de bestemming ‘Wonen’. Tot slot wordt een deel van de bestemming 'Agrarisch -2' met functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel niet grondgebonden agrarisch bedrijf', omgezet naar de bestemming 'Bos - Natuur'. Dit op verzoek van de eigenaren van dit perceel.
Alofssteeg 2 in Weerselo Ook het omzetten van de bestemming ‘Agrarisch – 1’ naar ‘Wonen’ en het slopen van bebouwing valt binnen het bepaalde van artikel 3, lid 2 Wgv. De Alofssteeg 2 in Weerselo wordt omgeven door agrarisch gebied. Omliggende agrarisch bouwpercelen zijn allen op minimaal 100 meter afstand gelegen van de Alofssteeg 2. Door de bestemming aan de Alofssteeg 2 om te zetten naar een woonbestemming worden omliggende bedrijven niet verder in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. Daarnaast vormen agrarische bedrijven in de directe omgeving ook geen belemmering om aan de Alofssteeg 2 de bestemming ‘Agrarisch – 1’ om te zetten naar de bestemming ‘Wonen’. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het aspect 'bedrijven en milieuzonering' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
4.3 Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen.
Toets Op basis van de Woningwet, de Wabo en bijbehorende regelgeving gelden de volgende uitzonderingen voor de bodemonderzoekplicht: als het gaat om bouwwerken die de grond niet raken of het bestaande, niet wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd; het bouwwerk een te verwezenlijken bebouwingsoppervlakte heeft van ten hoogste 50 m²; als het gaat om het bouwen van bouwwerken waarin niet (nagenoeg) voortdurend mensen zullen verblijven bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alo fssteeg 2
29
(Woningwet, artikel 8, derde lid). Hierbij wordt een verblijftijd van minder dan 2 uur gehanteerd; als B&W vrijstelling verlenen omdat er al voldoende gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit bekend zijn, bijvoorbeeld op basis van een reeds eerder uitgevoerd bodemonderzoek (maximaal 5 jaar oud en waarbij het gebruik sindsdien niet is gewijzigd). Wiemselweg 19, Oud Ootmarsum Voor het gebruik van de de bestaande bebouwing voor wonen is geen aanvullend bodemonderzoek nodig. De functiewijziging zal inpandig in de bestaande bebouwing plaatsvinden. Ook wordt het huidige kantoorgebouw al aangemerkt als een bouwwerk waarin nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven. Verkennend bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Alofssteeg 2, Weerselo Op de locatie gelegen aan de Alofssteeg 2 te Weerselo, kadastraal bekend gemeente: Weerselo, Sectie: P, nummer(s): 435 is op 6 april 2020 een asbest in bodemonderzoek conform NEN5707 uitgevoerd. Deze opgenomen in Bijlage 4. De onderzoekslocatie bestaat uit vier druppelzones. Ter plaatse van elke druppelzone zijn 2 inspectiesleuven gegraven en is er een mengmonster samengesteld. Op het maaiveld en in de sleuven is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de druppelzones 1, 2 en 4 is analytisch geen asbest aangetroffen. Ter plaatse van de dakgoot zonder regenpijp is een inspectiesleuf gegraven en een monster samengesteld.
In dit monster is een concentratie asbest aangetoond van 0,1 mg/kg ds. In het mengmonster van druppelzone 3 is een concentratie asbest aangetoond van 35 mg/kg ds. Uit deze analyse blijkt ook dat van de zeeffractie <0,5mm asbestverdachte vezels bevat. Hierop is besloten om het monster middels SEM te analyseren. Uit de SEM-analyse blijkt dat er 24 asbestvezels gemeten zijn met een gehalte van 7,8 mg/kg ds. De totale concentratie asbest komt uit op 42,8 mg/kg ds. Hiermee blijft het gehalte onder de norm van 50 mg/kg ds. Er is geen sprake van 'onaanvaardbare risico's buiten'. In de overig uitgevoerde analyses zijn in de zeeffractie <0,5 mm geen asbestverdachte vezels aangetroffen. Omdat er in de mengmonsters geen asbest is aangetoond hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek, is een nader onderzoek niet noodzakelijk. Gegeven de in onderhavig rapport beschreven onderzoeksresultaten, wordt de onderzoekslocatie ten aanzien van asbest in de bodem geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Langedijk 8, Saasveld Op een locatie gelegen aan de Langedijk 8 te Saasveld, kadastraal bekend gemeente: Weerselo, Sectie: T, nummer(s): 1337 is op 7 september 2020 een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 en 5707 uitgevoerd. Deze is opgenomen in Bijlage 5.
Verkennend bodemonderzoek NEN5740 Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen en inspectiegaten uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740 en NEN5707. Gehele locatie In het bovengrondmengmonster (BM2) zijn lichte verhogingen zink en minerale olie aangetroffen. In het bovengrondmengmonster (BM3 erf) is een lichte verhoging PCB (som 7) aangetroffen. In het ondergrondmengmonster (OM1) is een lichte verhoging minerale olie aangetroffen. In het grondwatermonster (PB1 WM1) zijn lichte verhogingen xylenen (som) en barium aangetroffen. Op basis van onderhavig onderzoek wordt voor dit onderdeel een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Voormalige dieseltank In het bovengrondmengmonster (BM1 dieseltank) zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster (PB1 WM1) zijn lichte verhogingen xylenen (som 7) en barium aangetroffen. Op basis van onderhavig onderzoek wordt voor dit onderdeel een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik.
Verkennend bodemonderzoek NEN5707 "asbest in bodem" Tijdens de maaiveld- inspectie zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. 30
bestemmingsplan Buitengebied, Wiemselweg 19, Langedijk 8 en Alofssteeg 2