CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6.pdf

Commissie Omgeving & Economie 11 mei 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 5: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6”25.620 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

bebouwing (4 exemplaren) waarbij de soort bestaat uit linde, walnoot, beuk of haagbeuk. De bomengroepen rondom het erf bestaan uit eiken, linden of een combinatie daarvan. De aanplantmaat is in beide gevallen 14-16 (stamomtrek in centimeters) en elke boom wordt voorzien van twee boompalen. Totaal worden er 32 bomen aangeplant.

Het nieuwe erf vormt een erfensemble waarbij het erfgedeelte met schuren (C op tekening) aan de noordzijde (richting de kamp) is gelegen en de woongebouwen (A) richting het landschap liggen. Verkeersbewegingen worden aan de noordzijde van het erf afgewikkeld waar ook ruimte is voor wat fruitbomen als een informele fruitgaard (F). Robuustere bomengroepen (G) met eiken en/of linden versterken de verbinding met de kamp en vormen de toekomstige massa van het erf. In beginsel wordt de massa vooral bepaald door de bomen aan de zuidoostzijde van het erf. Deze moeten in een beginstadium niet geveld worden om te voorkomen dat het erf volledig ‘naakt’ in het landschap komt te liggen.

Aanplant van hagen om het erf structuur mee te geven. Aanplant met beuk, haagbeuk, meidoorn en/of een combinatie daarvan. Er wordt minimaal 68 meter aangeplant met 340 exemplaren met een aanplantmaat van 80-100 (hoogte in centimeters).

Aanplanten van 6 hoogstamfruitbomen bestaande uit oude rassen als appels, peren en/of pruimen. De aanplantmaat is 8-10 (stamomtrek in centimeters) en elke boom heeft minstens één boompaal.

Rondom het erf is het advies om pleksgewijs te werken met bloemrijke mengsels om daarmee de diversiteit te verhogen. Dit kan zonder meer een fraai beeld opleveren. Met voorgenoemde volstaat de landschappelijke inpassing van deze locatie.

Midden op het erf zorgen hagen (I) alsmede de verharding (D) voor de structuur en de verbinding op het erf zonder het erf op te delen in twee gedeelten. In de nieuwe situatie is er sprake van een erf dat nog altijd solitair is gelegen, maar een betere aansluiting op het landschap kent dan de huidige situatie. Maatregelen: Aanplant van

solitaire

bomen(groepen)

rondom

de

nieuwe

- 20

K G

A:

Woning 1.

B:

Compensatiewoning 2.

C:

Bijgebouwen.

D:

Erfverharding.

E:

Bestaande, te behouden bomen.

F:

6 hoogstamfruitbomen in de maat 8-10 en elk voorzien van tenminste één boompaal.

G:

Aanplanten meerdere solitairen en bomengroepen ter versterking van de herkenning van de kamp. Soortgebruik bestaat uit zomereik, walnoot, beuk en linde in de maat 14-16, elk voorzien van twee boompalen. Totale aanplant bedraagt 32 bomen. Indeling volgens landschappelijke inpassing, definitieve soortbepaling bij realisatie te bepalen. Bomen in de bomengroepen bestaan enkel uit linde of eik. Daarin komen geen walnoten of beuken voor.

H:

Kadastraal eigendom.

I:

Aanplant van hagen. Soortkeuze haagbeuk, beukhaag of meidoorn. 5 stuks per m1. Minimaal 68 meter aan te planten (340 stuks) in de maat 80-100 (hoogte in centimeters).

J:

Zichtlijnen vanuit woningen.

K:

Gronden in agrarisch gebruik.

L:

Te slopen gebouwen (oranje contour).

M:

Gazon/gras.

N:

Weiland (eventueel met kruiden/bloemen).

C F

B

D

J M

L

G

H

A G

I

E

N

- 21

Links: Fragment uit algeheel plan, niet op schaal. (Bron: Hannink LV) Project: Rood voor rood regeling Naam: Fam. Oude Hengel Adres: Twelweg 11 Postcode: 7596 MD Rossum

Getekend: N. Hannink Datum: 09-03-2018 gew. 28-03-2020 Gecontroleerd: NH Schaal: 1:1000

Status: DO Aantal pag.: 1 Formaat: A3 Noord: Kaart is noordgericht

www.hanninkadvies.nl

6. Het Plan - Ekelhofsveldweg 6 Aan de Ekelhofsveldweg is een voormalig agrarisch erf gelegen. Via de rood voor rood regeling worden meerdere landschap ontsierende schuren gesloopt. Met name aan de noordwestelijke zijde van het erf is sprake van landschap ontsierende schuren (E/G). Een gedeelte van “G” is reeds ingestort. De schuren aan de noordzijde (F) en aan de zuidzijde (B) van het hoofdgebouw (A) passen binnen de karakteristieke opzet van het erf. Met name aan de zuidzijde vormen de schuren samen met het hoofdgebouw en de karakteristieke laan (J) een prachtig erfensemble. Het is echter niet mogelijk om de schuren aan de noord- én zuidzijde in het kader van de rood voor rood regeling te behouden. Er is dan geen goed evenwicht tussen sloop en behoud. Inclusief de wens voor een nieuwe berging voor auto’s blijft er circa 620 m2 behouden en wordt er 1245 m2 gesloopt. De nieuwe berging wordt gebouwd met een streekeigen uitstraling en draagt bij in een compact erfensemble. Er zijn meerdere argumenten (ruimte voor opslag, bouwkundige staat en zonnepanelen) om de schuren aan de zuidzijde te behouden, maar ruimtelijk gezien is er geen optie om de schuren aan de zuidzijde te saneren zonder dat dit onherstelbare gevolgen heeft voor het erfensemble en daarmee de ruimtelijke kwaliteit.

Wel moeten de schuren nadien landschappelijk worden ingepast door de daken te ontdoen van asbest en de muren te bekleden met rabatdelen (zie pagina 25). De zijgevel richting de straat dient binnen 2 jaar na onherroepelijk bestemmingsplan te zijn ingepast volgens tekening. De voorgevels zijn recentelijk vervangen en dus nog voldoende landschappelijk ingepast. Bij een eventuele renovatie dienen de voorgevels alsnog volgens tekening te zijn ingepast. Aan de voorzijde van de schuur is een mestkelder (H) gelegen. Aanvankelijk zou deze gesaneerd moeten worden, maar er zijn

twee argumenten om de kelder te behouden. Uit een onderzoek is gebleken dat sanering van de mestkelder directe gevolgen heeft voor de stabiliteit van de te behouden schuur (zie pagina 24). Daarnaast zou de mestkelder vervangen gaan worden door straatwerk. Ruimtelijk is er geen verschil tussen een mestkelder en straatwerk rondom de te behouden schuur. De mestkelder kan daarom behouden blijven. Wel wordt de kelder ingepast met een nieuw aan te planten gemengde haag (P) aan de voorzijde. Verder richting de straat wordt het erf ingepast met enkele hoogstamfruitbomen (Q) die op informele wijze worden aangeplant. Hoewel het erf een karakteristieke opbouw heeft vanuit het verleden, is door het verleggen van de Ekelhofsveldweg na de ontginning sprake van een vreemde relatie tussen weg en erf. De fruitbomen verzachten en verbeteren deze relatie. De bestaande beplanting (J) is belangrijk voor het erf en blijft behouden. De bestaande houtwal aan de westzijde (N) is eveneens belangrijk voor de inpassing van het erf en wordt versterkt. Te midden van het erf wordt een nieuwe beeldbepalende boom (C) aangeplant. Nabij het erf is een Natura 2000 gebied gelegen, het Agelerbroek. De eigenaar heeft passie voor de natuur en wil een gedeelte van het erf beschikbaar stellen voor doelsoorten van het natura gebied, specifiek de kamsalamander. Om die reden wordt er een laagte (K) gegraven.

Maatregelen: Aanplant van een (gemengde) haag (P) bestaande uit meidoorn, beuk beukhaag, liguster en hondsroos. Totale lengte bedraagt 29 meter. Er worden 5 stuks per strekkende meter aangeplant. De totale aanplant bedraagt 145 stuks in de maat 80-100 (hoogte in

- 22

A: B: C: D: E: F: G: H: I: J:

Te behouden (woon)boerderij. Te behouden schuren o.a. t.b.v. verzameling, uitvoering hobby en opslag privé. Aan te planten walnoten. Maatvoering 14-16 (stamomtrek in centimeters) en voorzien van twee boompalen. Totaal 2 stuks. Nieuw te bouwen hooimijt voor opslag en stalling auto privé. (Ca. 42 m2). Te slopen varkensstal en aangebouwde overkapping. Oppervlakte ca. 540 m2. Te slopen schuren. Oppervlakte ca. 210 m2. Te slopen ‘middengedeelte’ ca. 495 m2. Mestkelder dient als verharding rondom schuur. Te slopen kuilvoerplaten. Oppervlakte telt niet mee voor in de rood voor rood regeling. Bestaande, te behouden landschapselementen.

K:

Te graven laagte voor amfibiën met in bijzonder de kamsalamander (Zie doelstellingen N2000 gebied). Aanplant van 6 hoogstamfruitbomen in de maat 8-10 (stamomtrek in cm) en elk voorzien van minstens 1 boompaal. Erfverharding. Bestaande houtwal versterken en aanvullen aan de noordzijde. Aanplant met inheems bosplantsoen in de maat 80-100 (hoogt in centimeters). De plantafstand bedraagt 1 meter in en tussen de rijen. De totale aanplant bedraagt 300 stuks met hazelaar, meidoorn, Gelderse roos, zomereik en lijsterbes in een gelijke verhouding. Gronden (grotendeels) in agrarisch gebruik.

L: M: N:

O:

P:

Q: R:

Aanplant van gemengde boerenhaag ter inpassing van de schuur en de verharding. Soortgebruik bestaat uit meidoorn, haagbeuk, beukhaag, liguster en hondsroos in een gelijke verhouding. Totale aanplant bedraagt 145 stuks met 4-5 stuks per strekkende meter. De maat van aanplant bedraagt 80-100 (hoogte in centimeters). Aan te planten linden. Maatvoering 14-16 (stamomtrek in centimeters) en voorzien van twee boompalen. Totaal 3 stuks. Plaatsen raster met gekloofde palen om de 4 m1 en 2 gladdraden ter bescherming tegen weidend vee.

centimeters). Voorzien van een veekerend raster.

C

Aanplant van 6 hoogstamfruitbomen in de maat 8-10 (stamomtrek in centimeters) en elk voorzien van minstens één boompaal. De bomen worden beschermd met een veekerend raster van gekloofde eiken palen en twee gladdraden.

K

N

E

F G

C

D

Erf te midden van de heide in 1905. Ekelhofsveldweg toen nog nagenoeg haaks op het erf. (Bron: topotijdreis.nl).

A M

Aanplanten / versterken van bestaande houtwal met hazelaar, meidoorn, Gelderse roos, zomereik en lijsterbes in een gelijke verhouding. De totale aanplant bedraagt 300 stuks, de aanplantmaat bedraagt 80-100 (hoogte in centimeters). Aan de noordzijde wordt één boom toegevoegd. De soort betreft een linde of walnoot met een maatvoering 14-16 (stamomtrek in centimeters) en voorzien van twee boompalen.

Q I N B J

H P R L

J

Aanplant van solitaire bomen (C/Q) in de vorm van een walnoot of linde in de maat 14-16 (stamomtrek in centimeters) en voorzien van twee boompalen te midden op het erf en aan de voorzijde van de boerderij.

Behouden beeld van erfstructuur met oude laan. (Bron: Hannink LV).

R

Ontgraven van een laagte voor het leefgebied van onder meer de kamsalamander. De laagte is variabel qua diepte en kent een flauwe oever op de noordzijde om voortplanting te stimuleren. Monteren van een verblijf voor de kerkuil. Uit het natuuronderzoek blijkt dat een kerkuil gebruik maakt van het erf. Met voorgenoemde maatregelen volstaat de landschappelijke inpassing van deze locatie.

R

- 23

Links: Fragment uit algeheel plan, niet op schaal. (Bron: Hannink LV)

Project: Naam: Adres:

Rood voor rood regeling J. ter Grote Ekelhofsveldweg 6

Getekend: N. Hannink Datum: 13-07-2018 gew. 07-10-2020 Gecontroleerd: NH

Status: DO Aantal pag.: 1 Formaat: A3

www.hanninkadvies.nl

KO S TE N B E G R O TIN G A A N P A S S E N 2 B E S TA A N D E S C H U R E N J . t e r G r ot e

E k e l h of s v e l dw e g 6

I n h ou d c a 2300 m 3

7596 ME R os s u m

B i j z on de r h e de n : ge v e l aan pas s i n g t bv R oodv oor R ood

1 bouwplaatskosten, algemene kosten en CAR verzekering

1.150 incl.btw

2 sloopwerk bestaande gevels tbv aanpassing

750

3 maatvoering

70

4 vuren regelwerk tbv gevelbeschieting 210 m2

1.600

5 nieuwe gevelbeschieting eiken naturel ca 210 m2

6.600

6 bestaande windveren naturel herplaatsen

700

7 bestaande deuren bekleden met nieuwe eiken beschieting

2.800

8 divers klein aftimmerwerk

700

€ Samen inclusief btw ……………………….……..14.370,00

zelfwerkzaamheid bij uitvoering

Geesteren, prijspeil 2020

Erwin Meinders

- 24 Behouden mestkelders. (Bron: IBVreeswijk B.V.) en kostenoverzicht landschappelijk inpassen schuur (Bron: Erwin Meinders Bouwkundig Buro).

Schotboersweg 7

7678 VK

Geesteren

leveringsvoorwaarden vlgs. SR1997 zie website

0546-63 1484

email: info@erwinmeinders.nl

www.erwinmeinders.nl

KvK Enschede 060603410000

Inpassing te behouden schuren, niet op schaal. (Bron: Erwin Meinders Bouwkundig Buro)

- 25

Oldenzaalseweg 38 - 7651 KC Tubbergen - Tel: 06 - 83 33 78 80 - info@hanninkadvies.nl - www.hanninkadvies.nl

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan RVR

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6 79

jong

landschap

landschap

Landschapstype

oud

Kampen

Essen

Maten/Flier

Veen

Heide

Erftype

Criterium: één hoofdgebouw per erf; de overige gebouwen zijn (vormgegeven als) bijgebouwen en ondergeschikt gepositioneerd; veldschuren zijn landschapsgerelateerd en staan vrij van de bebouwing op het erf

oud erf

(weggekeerd)

oud erf

(landschapsgekeerd)

aan de weg

van de weg

aan de weg

(dwars)

(weggericht)

aan de weg

van de weg

(haaks)

(weggericht)

van de weg

(landschapgericht)

Kies een erftype dat aansluit op het landschapstype en de specifieke kenmerken van de omgeving (V. = voorhuis; A. = achterhuis). Erfinrichting en beplanting versterken de erfopzet.

Ambitie

In dit gebied wordt geadviseerd een iets conservatievere insteek te kiezen dan in de jongere landschapstypes. Dit heeft betrekking op situering, volume, kapvorm, detaillering en kleurgebruik. In dit gebied zijn de grote pannen gedekte zadelkappen (met name rood) en rechte topgevel (eventueel bekleed met hout) kenmerkend. Woningen hebben een duidelijke voor- en achterzijde. Waarbij de achterzijde grenst aan het erf, en de voorzijde naar het landschap gericht is. Bij de oudere erven komt incidenteel een gevelbeëindiging door middel van een wolfseind voor. In dit gebied wordt aandacht besteed aan de detaillering, waarbij daken vaak beëindigd worden met een windveer. Nieuwe type bouwvormen en retro-types zoals notariswoning verdragen zich slecht met de kenmerken van dit gebied.

Er kunnen zowel traditionele als meer moderne architectonische types gerealiseerd worden. De bebouwing is vooral heel eenvoudig van vorm. Het belangrijkste kenmerk is de grote, met pannen gedekte zadelkap in antraciet of (oud) rood, met rechte topgevelbeëindiging. Woningen hebben een duidelijke voor- en achterzijde, waarbij de achterzijde grenst aan het erf, en de voorzijde naar de weg of het landschap gericht is. De detaillering is met name heel sober en strak, waarbij in het veenontgingenlandschap van oudsher meer aandacht voor gevelindeling en detail is.

Criterium: eenduidige hoofdvorm met zadeldak

woning

bijgebouw

bijgebouw

woning

Aan- en uitbouw aan woningen

Hoofdvorm

Criterium: eenduidige hoofdvorm met zadeldak incidenteel wolfseind

Criterium: aan- en uitbouwen aan woningen ondergeschikt aan de hoofdvorm en/of in lijn met de architectuur van het geheel vormgegeven

dwars

gekoppeld

gesleept uit de kap

geschakeld

afwijkende helling

erker

uitgebouwde kamer

Transformatie

Criterium: hoofdvorm als uitgangspunt nemen en transformaties ondergeschikt

snedes

loggia en onderschoer

hoog voorhuis

Gevelopbouw en Detail

Criterium: evenwichtige gevelopbouw die gebaseerd is op de karakteristieken van de locatie (landschapstype en erf), een sobere detaillering en onderscheid tussen de uitstraling van hoofd- en (vrijstaand) bijgebouw.

Traditionele uitwerking: principe rijke detaillering (alleen in oud landschap)

principe sobere detaillering (in oud- en jong landschap)

Eigentijdse uitwerking: inspiratie gevelopeningen

Materialen

principe: voor- en achterhuis (in oud- en jong landschap)

eigentijdse architectuur (gebaseerd op traditie) is altijd mogelijk

Criterium: toepassen van natuurlijke materialen (uitgezonderd riet) in een gedekte kleurstelling, passend bij de gekozen architectuur en de karakteristieken van het buitengebied

gevelmaterialen (voor woningen en bijgebouwen): diverse aardtinten metselwerk (uitgezonderd lichte tinten), hout (naturel of een donkere kleur); zink (mat)

glas kan op diverse manieren worden toegepast

dakbedekking: alleen matte dakbedekking; gebakken pannen en zink voor woningen; gebakken pannen, zink en golfplaten voor bijgebouwen

De afbeeldingen zijn ter inspiratie en kunnen als bouwstenen genomen worden voor een ontwerp. Ze geven ook principes weer waarbinnen de oplossingsrichting dient te worden gezocht. 7 februari 2014

Inspiratiefolder als handvat voor ontwikkeling in het kader van de Rood voor Roodregeling

Hoe kunt u deze inspiratiefolder gebruiken?

U wilt uw erf veranderen met behulp van de rood voor rood regeling. Hiervoor sluit u met de gemeente een privaatrechtelijke overeenkomst af. Daarin staan de afspraken om ‘hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit’ op uw erf en in de directe omgeving te krijgen. Na sloop en nieuwbouw moet de omgeving er nog beter uitzien!

In het buitengebied van de gemeentes Dinkelland en Tubbergen komen verschillende landschapstypen en erftypen voor. De gemeentes maken bij de nieuwe ontwikkelingen die gebruik maken van de rood voor rood regeling onderscheid tussen:

Voor uw nieuwe plan moeten het welstandbeleid en bestemmingsplan tegelijk worden aangepast. Waarom moet het welstandsbeleid worden aangepast voor uw plan? De ‘gebiedsgerichte criteria’ in de welstandsnota van de gemeente gaan uit van de bestaande toestand. Met nieuwe ontwikkelingen wordt geen rekening gehouden. En als wel sprake is van een nieuwe ontwikkeling wordt ervan uitgegaan dat deze moeten samenhangen met de bestaande (bedrijfs-)bebouwing op het erf. In het geval van Rood voor rood verdwijnt die bebouwing juist! De gebiedsgerichte criteria zijn bovendien onvoldoende geschikt om de gewenste hoogwaardige kwaliteit te bereiken, die in de privaatrechtelijke overeenkomst is vastgelegd. Daarom zal zowel dit welstandsbeleid als het bestemmingsplan voor uw perceel door de gemeenteraad moeten worden vastgesteld. In deze folder vindt u inspiratie: hoe ziet dat er dan uit? De gemeente drukt de mogelijkheden van nieuwbouw op een erf in criteria uit. Deze criteria zijn op ontwikkeling gericht. De welstandstoets vindt plaats op grond van deze criteria. Als uw bouw- en erfinrichtingsplan voldoen aan de gewenste hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit wordt de vergunning verleend. In uitzonderlijke gevallen kan het college van Burgemeester en Wethouders afwijken van het advies van de stadsbouwmeester door de toepassing van de hardheidsclausule in de welstandsnota van de gemeente.

Veel succes met uw plannen!

Oud landschap: kampenlandschap, essenlandschap en maten- en flierenlandschap; Jong landschap: heide- en veenontginningenlandschap. In welk gebied uw woning wordt gebouwd, kunt u in onderstaande kaart bepalen. Deze folder geeft zowel voor het oude als het jonge landschap weer welke erftypen daar voorkomen, wat de bedoeling (ambitie) van de gemeente is en hoe de bebouwing eruit mag zien. Om een volledig overzicht krijgen van uw mogelijkheden is het verstandig de volgende stappen te doorlopen: 1. Bekijk op de kaart in welk landschapstype uw ontwikkeling zich bevindt. 2. Bekijk het schema en bepaal welk erftype u kiest voor uw ontwikkeling. 3. Neem kennis van de ambitie van de gemeente voor het landschapstype waarin uw erf zich bevindt. 4. Stem het uiterlijk van uw woning af op de afbeeldingen bij de onderwerpen hoofdvorm, aan- en uitbouwen, transformatie, gevelopbouw en detail. 5. Gebruik materialen die worden getoond bij het onderwerp materialen. Opgemerkt wordt dat elke locatie en elke opgave anders is waardoor maatwerk per locatie van groot belang is. Deze folder is toepasbaar wanneer één woning wordt toegevoegd. Bij twee of meer woningen is aanvullend locatiespecifiek welstandsbeleid denkbaar.

Het verdient aanbeveling om in een zo vroeg mogelijk stadium, voordat u een aanvraag om omgevingsvergunning indient, gebruik te maken van het spreekuur van de stadsbouwmeester bij de gemeente. Dit kan al met een eerste schets van het gekozen erftype en hoofdvorm van de gebouwen aan de hand van de inspiratiebeelden in deze folder. U kunt hiervoor een afspraak maken bij de publieksbalie van de gemeente.

OUDlandschap JONGlandschap

Voor zonnepanelen en/of -collectoren op daken, voor zover vergunningplichtig, gelden in het hele gebied de onderstaande criteria. Als geen vergunning nodig is zijn dit aanbevelingen. De panelen- of collectoren: - liggen plat op het dakvlak; - worden evenwichtig geplaatst in een regelmatig patroon; - hebben rondom (ook ter plaatse van elementen op het dak) nog een ruime strook dakvlak; - zijn qua kleur, inclusief de randen, zoveel mogelijk afgestemd op het dakvlak. Wanneer een groot oppervlak van het dak wordt voorzien van zonnepanelen- of collectoren verdient het de voorkeur om het dakvlak in zijn geheel uit te voeren als (een dakvlak gelijkend type) zonnepaneel- of collector.

7 februari 2014

Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek - Twelweg 11

82

bestemmingsplan Buitengebied, Twelweg 11 en Ekelhofsveldweg 6

RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 Twelweg 11 - Rossum

Opdrachtgever: Familie Oude Hengel Locatie: Twelweg 11 7596 MD Rossum Februari 2020

Kruse Milieu BV Bezoekadres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Postadres: Postbus 51 7650 AB Tubbergen

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Tel: 0546 - 63 96 63

KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN 5740 Twelweg 11 - Rossum

Opdrachtgever: Familie Oude Hengel Dhr. B. Oude Hengel Twelweg 11 7596 MD Rossum Locatie: Twelweg 11 7596 MD Rossum Projectcode: 19076316 Rapportagedatum: 18 februari 2020 Auteur: ing. H. Stevelink Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2.1 2.2 2.3

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 3

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

4 4 5 5 6 7

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses

8 8 8 10 11 11

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

12

6

Literatuur en bronvermelding

14

2

3

4

Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, februari 2020 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 19076316

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van familie Oude Hengel op een terrein aan de Twelweg 11 in Rossum door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande nieuwbouw van twee woningen. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Derhalve dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er een dieseltank op de onderzoekslocatie aanwezig is. Deze locatie wordt als verdachte deellocatie beschouwd. De bovengrond van de onderzoekslocatie is verdacht van aanwezigheid van asbest. Het overige deel van de locatie is onverdacht voor chemische componenten.

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op de verdachte deellocatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreiniging ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre de verontreinigde stoffen in de grond de normwaarden overschrijden.

Het veldwerk is uitgevoerd in februari 2020 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018 waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 19076316

Pagina 1 van 14

2

Locatiegegevens 2.1

Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan Twelweg 11, op circa 2.5 kilometer ten noordoosten van de bebouwde kom van Rossum en op circa 3.5 kilometer ten westen van de bebouwde kom van Denekamp. Het centrale punt van het te onderzoeken deel van het terrein heeft de RD-coördinaten x = 260.956 en y = 488.598 en is kadastraal bekend als gemeente Weerselo sectie U, nummer 914 (ged.). De Twelweg ligt ten oosten van de onderzoekslocatie. De Laarweg ligt ten zuidwesten en de Voltherveldweg ligt ten zuiden van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding Op het terrein was in het verleden een melkveebedrijf gevestigd. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en verhard met asfalt en tegels. De schuren zijn deels onderkelderd (mestkelders). Inpandig zijn betonvloeren aanwezig. Op het terrein is een bovengrondse dieselolietank aanwezig geweest. Het overige deel van de onderzoekslocatie is in gebruik als tuin, gras en weiland. Onderzoekslocatie In het kader van de geplande nieuwbouw is een bodemonderzoek noodzakelijk. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en verhard (beton, asfalt, tegels, tuin en weiland) en omvat circa 4500 m². In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en is het boorplan van Kruse Milieu BV van februari 2020 opgenomen. 2.2

Vooronderzoek

In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever tevens eigenaar en bij de gemeente Dinkelland. De heer P. Haverkort heeft op 24 december 2019 dossieronderzoek gedaan bij gemeente Dinkelland. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige (agrarisch) bestemming. - In de trekkerberging hebben vaten olie (2 x 60 liter) gestaan. Vanaf 1991 staan deze in het voormalige kippenhok/berging. Hier heeft ook een dubbelwandige bovengrondse dieseltank van 900 liter gestaan. Voor zover bekend is er verder op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicalien of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. - Het te onderzoeken deel van het terrein is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. In de werkplaats (kleinschalig) is een betonvloer aanwezig. - Voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden.

- Enkele schuren hebben asbesthoudende daken, welke afwateren op verhard terrein of via dakgoten. Er zijn geen asbestverdachte druppelzones aanwezig (Rapport asbestinventarisatie door Kruse Milieu BV Twelweg 11 in Rossum, d.d. 20 december 2019 met projectnummer 19076291). Voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Er bevinden zich geen asbesthoudende beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. - Op de asbestsignaleringskaart van de provincie Overijssel is weergegeven dat er een grote kans is op aanwezigheid van asbest in de bodem. - Er is niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd op het terrein. Kruse Milieu BV

Project: 19076316

Pagina 2 van 14

2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologie

Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het maaiveld bevindt zich circa 23 meter boven NAP. - De locatie ligt tussen het glaciale dal Weerselo-Manderveen en de stuwwal Oldenzaal. - De deklaag bestaat uit kwartair zand, een door de wind afgezet dekzandpakket, dat behoort tot de formatie van Twente. De deklaag heeft een dikte van ongeveer 25 meter. Het doorlatend vermogen bedraagt minder dan 250 m²/dag. - De grondwaterspiegel bevindt zich circa 1.5 meter onder het maaiveld. Het freatische grondwater stroomt in noordwestelijke richting met een verhang van 2.8 m/km. - De Volterbeek stroom op circa 800 meter ten noordoosten van de onderzoekslocatie. Het kanaal Almelo-Nordhorn stroomt op circa 1 kilometer ten noorden van de onderzoekslocatie. De invloed van de beek en het kanaal op het freatische grondwater is bij ons bureau onbekend. - De locatie is niet in een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied gelegen.

Kruse Milieu BV

Project: 19076316

Pagina 3 van 14

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. Strategie overig terreindeel De hypothese "onverdachte locatie" uit norm NEN 5740 (niet-lijnvormige locatie, ONV-NL), en asbestverdacht uit norm NEN 5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE) worden voor de onderzoekslocatie gebruikt. Beide strategieën worden gecombineerd. De boringen tot 0.5 meter diepte worden vervangen door inspectiegaten. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Strategie deellocatie A: Bovengrondse dieseltank De locatie van de bovengrondse dieseltank wordt geschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van minerale olie in de bovengrond en van minerale olie, vluchtige aromaten en naftaleen in het grondwater (NEN 5740 verdacht, plaatselijke bodembelasting, VEP).

In de normen NEN 5740 en NEN 5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof.

Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Kruse Milieu BV

Project: 19076316

Pagina 4 van 14

3.2

Veldwerkzaamheden

Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPRvoorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Overig terreindeel Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 4500 m² worden in totaal 15 inspectiegaten gegraven met een lengte en een breedte van minimaal 0.3x0.3 meter (er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum diepte van 2.0 meter minus maaiveld). Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. Vier inspectiegaten worden met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de ondergrond tot maximaal 2.0 m-mv. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters op de locatie wordt één diepe boring overeenkomstig NEN 5766 afgewerkt tot peilbuis. Deellocatie A: Bovengrondse dieseltank Ter plaatse van de bovengrondse dieseltank worden 3 boringen verricht tot 1.0 meter minus maaiveld (A1, A2 en A3). Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters wordt één boring overeenkomstig NEN 5766 afgewerkt tot peilbuis. Van elk inspectiegat wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104.

Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3

Analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in een verkennend onderzoek van deze omvang 6 mengmonsters (waarvan 3 mengmonsters van de fijne fractie) samengesteld en er wordt 1 grondwatermonster genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 2. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 en NEN 5707 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd.

Kruse Milieu BV

Project: 19076316

Pagina 5 van 14

Tabel 1: Analysepakket per (meng) monster. Monster

Analysepakket Overig terreindeel

Bovengrond (2x) Ondergrond (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof

Bovengrond (3x)

Asbest en droge stof

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting Deellocatie A: Bovengrondse dieseltank

Bovengrond (1x)

Minerale olie, organische stof en droge stof

Grondwater (1x)

Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, pH, EC en troebelheid

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. 3.4

Toetsing chemische analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.

Kruse Milieu BV

Project: 19076316

Pagina 6 van 14

tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.

De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. 3.5

Toetsing asbestanalyses

De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities.

Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 19076316

Pagina 7 van 14

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5. 4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in februari 2020 uitgevoerd door de heren R. Veltmaat en J. Hartman, beide zijn veldwerkers conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08), en de heren B. Dierink en N. Pepping. Overig terreindeel Er zijn op 3 februari 2020 in totaal 15 inspectiegaten (1 t/m 15) gegraven met behulp van een schop. De inspectiegaten 1 t/m 4 zijn met behulp van een Edelmanboor verdiept tot circa 2.0 m-mv of tot het grondwaterniveau. Inspectiegat 1 is doorgezet tot circa 3.00 m-mv en afgewerkt met een peilbuis. Deellocatie A: Bovengrondse dieseltank Ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieselolietank zijn op 3 februari 2020 3 boringen verricht. Deze zijn verdiept tot circa 1.0 meter minus maaiveld (A1, A2 en A3). Boring A1 is doorgezet tot 2.80 m-mv en afgewerkt als peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek ter plaatse van de voormalige dieseltank. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Er is ter plekke van de dieseltank geen minerale olie waargenomen in de grond of in het grondwater (geen oliegeur, geen olie/water-reactie). Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van beton, asfalt, tegels en gras, niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt.

De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren redelijk (goed zicht, veel neerslag). Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat overwegend uit matig fijn zand. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn, met uitzondering van baksteen onder asfalt en beton, geen bodemvreemde materialen waargenomen, die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging . Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen in de bodem waargenomen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 2 staat omschreven.

Kruse Milieu BV

Project: 19076316

Pagina 8 van 14

Tabel 2: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m -mv)

Analyse

Overig terreindeel

BG I

1, 5, 6 en 7 4 en 9 8 15

0 - 0.5 0 - 0.4 0.08 - 0.5 0.1 - 0.4

Standaard pakket

BG II

2 en 10 3, 11 en 14 12 13

0 - 0.5 0 - 0.4 0.3 - 0.5 0.5 - 1.0

Standaard pakket

OG

1 1 2 3 3 4 4

0.9 - 1.4 1.5 - 2.0 0.5 - 1.3 0.4 - 0.9 1.2 - 1.6 0.4 - 0.9 1.0 - 1.5

Standaard pakket

MM FF - 01

1, 5, 6 en 7 4

0 - 0.5 0 - 0.4

Asbest

MM FF - 02

2 12 13 14 15

0 - 0.5 0.3 - 0.5 0.5 - 1.0 0 - 0.4 0.1 - 0.4

Asbest

MM FF - 03

3, 9 en 11 8 10

0 - 0.4 0.08 - 0.5 0 - 0.5

Asbest

Deellocatie A: Bovengrondse dieseltank A -BG

A1 A2 en A3

0 - 0.5 0.04 - 0.54

Minerale olie

Boring 1 en A1 zijn doorgezet tot 3.00 en 2.80 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 10 februari 2020 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 3.

Kruse Milieu BV

Project: 19076316

Pagina 9 van 14

Tabel 3: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

PB 1

2.00 - 3.00

1.03

6.9

143

62

Goed

PB A1

1.80 - 2.80

0.88

5.8

117

71

Goed

De waarden voor de pH en de EC in peilbuis 1 worden als normaal geacht. De waarde voor de pH in peilbuis A1 wordt als verlaagd beschouwd, de EC-waarde wordt normaal geacht. In de grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. 4.3

Resultaten en toetsing van de chemische analyses

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grond-watermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG II) en in het grondwater (PB 1) zijn lichte verontreinigingen aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 4. In de bovengrond (BG I) en in de ondergrond (OG) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Ter plaatse van de bovengrondse dieseltank is zowel in de bovengrond (A - BG) als in het grondwater (PB A2) geen verontreiniging aangetoond. Tabel 4: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l). Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1 of Streefwaarde

Interventiewaarde

Overig terreindeel

1

Bovengrond Minerale olie (BG II) PAK

90 20

264.7 * 20.16 *

190 1.5

5000 40

Peilbuis 1

66

66 *

65

800

Zink

AW2000

Kruse Milieu BV

Project: 19076316

Pagina 10 van 14

In de vierde kolom van tabel 4 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4

Bespreking resultaten chemische analyses

Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, is er een enkele verontreiniging aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond - BG II - Minerale olie en PAK De (zeer) licht verhoogde gehalten aan minerale olie en PAK zijn op basis van de beschikbare gegevens niet direct verklaarbaar. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater - Zink Het zeer licht verhoogde zinkgehalte in het grondwater is mogelijk te wijten aan een plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Ter plaatse van de bovengrondse dieseltank is zowel in de bovengrond (A - BG) als in het grondwater (PB A2) geen verontreiniging aangetoond. De bovengrondse dieseltank heeft geen aantoonbare negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit. 4.5

Resultaten van de asbestanalyses

In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01, MM FF 02 en MM FF - 03 is geen asbest aangetoond.

Kruse Milieu BV

Project: 19076316

Pagina 11 van 14

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van Familie Oude Hengel is in een verkennend bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 4500 m² aan de Twelweg 11 in Rossum. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en verhard (beton, asfalt, tegels, tuin en weiland). Aanleiding voor het bodemonderzoek is de geplande nieuwbouw van twee woningen. Voorafgaand aan het bovemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van de norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er een bovengrondse dieseltank op de onderzoekslocatie heeft gestaan. Deze locatie wordt als verdachte deellocatie beschouwd. De bovengrond van de onderzoekslocatie is verdacht voor asbest. Het overige deel van de onderzoekslocatie is onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 15 inspectiegaten gegraven en zijn er 3 boringen verricht. Gat 1 en boring A1 zijn doorgezet tot 3.00 en 2.80 meter diepte en afgewerkt tot peilbuizen. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn zand. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen.

Het freatische grondwater is in peilbuis 1 aangetroffen op 1.03 meter min maaiveld en in peilbuis A1 op 0.88 meter minus maaiveld. Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Overig terreindeel - de bovengrond (BG I) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG II) is (zeer) licht verontreinigd met minerale olie en PAK; - de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 1) is zeer licht verontreinigd met zink. Deellocatie A: Bovengrondse dieseltank - de bovengrond (A - BG) is niet verontreinigd met minerale olie; - het grondwater (PB A1) is niet verontreinigd met minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX) of naftaleen. Resultaten asbestanalyses - MM FF - 01 bevat geen asbest - MM FF - 02 bevat geen asbest - MM FF - 03 bevat geen asbest Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" dient te worden verworpen, aangezien er overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese "verdachte deellocatie" ter plaatse van deellocatie A, de bovengrondse dieseltank, kan worden verworpen. De hypothese “verdacht van aanwezigheid van asbest” voor de onderzoekslocatie kan worden verworpen. Kruse Milieu BV

Project: 19076316

Pagina 12 van 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/474/documents/15324